SHURE GLXD16 - Draadloze audioapparatuur

GLXD16 - Draadloze audioapparatuur SHURE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis GLXD16 SHURE in PDF-formaat.

📄 116 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag ⚙️ Specs
Notice SHURE GLXD16 - page 102
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : SHURE

Model : GLXD16

Categorie : Draadloze audioapparatuur

SKIP

Veelgestelde vragen - GLXD16 SHURE

Download de handleiding voor uw Draadloze audioapparatuur in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GLXD16 - SHURE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GLXD16 van het merk SHURE.

GEBRUIKSAANWIJZING GLXD16 SHURE

1. LEES deze instructies.

2. BEWAAR deze instructies.

3. NEEM alle waarschuwingen in acht.

4. VOLG alle instructies op.

5. GEBRUIK dit apparaat NIET in de buurt van water.

6. REINIG UITSLUITEND met een droge doek.

7. DICHT GEEN ventilatieopeningen AF. Zorg dat er voldoende afstand wordt gehouden

voor adequate ventilatie. Installeer het product volgens de instructies van de fabrikant.

8. Plaats het apparaat NIET in de buurt van warmtebronnen, zoals vuur, radiatoren,

warmteroosters, kachels of andere apparaten (waaronder versterkers) die warmte genereren. Plaats geen vuurbronnen in de buurt van het product.

9. Zorg ervoor dat de beveiliging van de gepolariseerde stekker of randaardestekker

INTACT blijft. Een gepolariseerde stekker heeft twee pennen waarbij er één breder is dan de andere. Een randaardestekker heeft twee pennen en een extra aardaansluiting. De breedste pen en de aardaansluiting zijn bedoeld om uw veiligheid te garanderen. Als de meegeleverde stekker niet in de contactdoos past, vraag een elektricien dan om de verouderde contactdoos te vervangen.

10. BESCHERM het netsnoer tegen erop lopen of afknelling, vooral in de buurt van stekkers

en uitgangen en op de plaats waar deze het apparaat verlaten.

11. GEBRUIK UITSLUITEND door de fabrikant gespecificeerde hulpstukken/accessoires.

12. GEBRUIK het apparaat UITSLUITEND in combinatie met een door de

fabrikant gespecificeerde wagen, standaard, driepoot, beugel of tafel of met een meegeleverde ondersteuning. Wees bij gebruik van een wagen voorzichtig tijdens verplaatsingen van de wagen/apparaat-combinatie om letsel door omkantelen te voorkomen.

13. HAAL de stekker van dit apparaat uit de contactdoos tijdens onweer/bliksem of wanneer

het lange tijd niet wordt gebruikt.

14. Laat onderhoud altijd UITVOEREN door bevoegd servicepersoneel. Onderhoud moet

worden uitgevoerd wanneer het apparaat op enigerlei wijze is beschadigd, bijvoorbeeld beschadiging van netsnoer of stekker, vloeistof of voorwerpen in het apparaat zijn terechtgekomen, het apparaat is blootgesteld aan regen of vocht, niet naar behoren werkt of is gevallen.

15. STEL het apparaat NIET bloot aan druppelend en rondspattend vocht. PLAATS GEEN

voorwerpen gevuld met vloeistof, bijvoorbeeld een vaas, op het apparaat.

16. De NETSTEKKER of een koppelstuk van het apparaat moet klaar voor gebruik zijn.

17. Het door het apparaat verspreide geluid mag niet meer zijn dan 70 dB(A).

18. Apparaten van een KLASSE I-constructie moeten worden aangesloten op een

WANDCONTACTDOOS met beschermende aardaansluiting.

19. Stel dit apparaat niet bloot aan regen of vocht om het risico op brand of elektrische

schokken te verminderen.

20. Probeer dit product niet te wijzigen. Anders kan lichamelijk letsel optreden en/of het

product defect raken.

21. Gebruik dit product binnen de gespecificeerde bedrijfstemperaturen.

Dit symbool geeft aan dat in deze eenheid een gevaarlijk spanning aan- wezig is met het risico op een elektrische schok. Dit symbool geeft aan dat in de documentatie bij deze eenheid belangri- jke bedienings- en onderhoudsinstructies zijn opgenomen. ВАЖНЫЕ ИНСТРУКЦИИ ПО ТЕХНИКЕ БЕЗОПАСНОСТИ

  • Batterijpakketten kunnen exploderen of giftige stoffen afgeven. Gevaar voor brand of verbranding. Niet openen, indeuken, wijzigen, demonteren, tot boven 60 °C verwarmen of verbranden.
  • Volg de instructies van de fabrikant op.
  • Stop nooit een batterij in uw mond. Neem bij doorslikken contact op met een arts of de plaatselijke eerste hulp.
  • Niet kortsluiten; dit kan brandwonden of brand opleveren.
  • Geen batterijpakketten opladen of gebruiken met andere dan de gespecificeerde Shure-producten.
  • Voer batterijpakketten op juiste wijze af. Raadpleeg de plaatselijke verkoper voor de juiste afvoermethode voor gebruikte batterijpakketten. WAARSCHUWING: Explosiegevaar indien batterij door verkeerd exemplaar wordt vervangen. Alleen gebruiken met compatibele Shure-batterijen. Opmerking:
  • Dit apparaat is bedoeld om in professionele audiotoepassingen te worden gebruikt.
  • EMC-conformiteit wordt gebaseerd op het gebruik van meegeleverde en aanbevolen kabeltypen. Bij gebruik van andere kabeltypen kunnen de EMC-prestaties worden aangetast.
  • Gebruik deze batterijlader uitsluitend met de laadmodules en batterijpakketten van Shure waarvoor hij is bedoeld. Gebruik met andere dan de opgegeven modules en batterijpakketten kan het risico van brand of explosie vergroten.
  • Wijzigingen of aanpassingen die niet expliciet zijn goedgekeurd door Shure Incorporated, kunnen uw bevoegdheid om het apparaat te gebruiken tenietdoen. Opmerking: Gebruik dit apparaat alleen met de bijgeleverde voeding of een door Shure goedgekeurd equivalent.102

Systeemoverzicht De nieuwe grensverleggende draadloze GLX-D-systemen van Shure combineren de allernieuwste technologie van automatische frequentiemanage- ment met een eersteklas intelligente oplaadbaarheid van lithiumionbatterijen, wereldvermaarde microfones en een ongeëvenaard ontwerp en dito con- structie. Het compacte ontwerp met laag profiel past gemakkelijk in een pedaalbordconfiguratie. Het ingebouwde chromatische stemapparaat maakt het opstellen eenvoudiger terwijl er tegelijk flexibele stemmogelijkheden worden geboden. Met geavanceerde technologie voor frequentieverspringing wordt storing gedetecteerd en automatisch overgeschakeld naar een storingsvrij back-upkanaal om audio-uitval te voorkomen. Bij het scannen van kanalen wordt het beste ontvangerkanaal voor draadloze audio gezocht en wordt automatisch een koppeling met de zender gemaakt.

  • Uitzonderlijke helderheid van digitale audio
  • Ingebouwd stemapparaat met aanpasbare functionaliteit en weergaveopties
  • Werkt in het 2,4 GHz-spectrum, dat in de hele wereld beschikbaar is.
  • Compacte robuuste metalen constructie
  • Ontvanger is compatibel met een standaard 9 V DC-voeding met positieve punt of negatieve punt (minimaal 250 mA)
  • Oplaadbare zenderbatterijen leveren goedkope energie en hebben een gebruiksduur van maximaal 16 uur
  • Regelbare versterkingsfactor van zender om het audiosignaal te optimaliseren
  • Detecteert automatisch storingen en voorkomt deze om de audiokwaliteit te bewaren
  • RF-back-upkanaal voor afstandsbediening of zenderfuncties
  • Automatische zenderuitschakeling om batterijgebruiksduur te maximaliseren wanneer zender niet in gebruik is. Inbegrepen componenten Oplaadbare Shure-accu SB902 Micro USB-acculader SBC-USB Voeding PS23 Eersteklas gitaarkabel WA305 Optionele accessoires Acculader voor in de auto SBC-CAR Autonome lader voor één accu SBC-902 Snelstart Voor het verminderen van de insteltijd worden zender en ontvanger automatisch gekoppeld en vormen zo een audiokanaal wanneer ze voor het eerst worden ingeschakeld. Dit is eenmalig. Opmerking: Plaats bij gebruik van multi-effectpedalen het ontvangerpedaal als eerste in de signaalketen. Stap ① Sluit de voeding aan op de ontvanger en steek het netsnoer in een netvoedingsbron. Stap ② Sluit de zender aan op het instrument en schakel de zender in. Stap ③ Sluit de audio-uitgang van de ontvanger aan op een versterker of mengpaneel. Schakel de ontvanger in: De blauwe rf- LED gaat knipperen terwijl de ontvanger aan de zender wordt gekoppeld. Wanneer de koppeling met succes tot stand is gebracht, blijft de rf-LED continu oplichten. Opmerking: De zender en ontvanger blijven voor toekomstig gebruik gekoppeld. Bij inschake- ling licht de blauwe rf-LED meteen op en wordt het koppelen overgeslagen. Stap ④ Controleer de audio en regel zo nodig de versterkingsfactor af.103 Overzicht gitaarpedaalontvanger Display, indicatoren en bedieningselementen De functionaliteit van de bedieningselementen en het display is afhankelijk van de geselecteerde modus: ① Aan/uit-schakelaar Hiermee schakelt u het apparaat in of uit. ② DC-voedingsconnector Voor aansluiting van DC-voeding (9 tot 15 V DC, min. 250 mA, max. 400 mA) Opmerking: Compatibel met voedingen met positieve punt of negatieve punt. ③ Audio-uitgangsconnector Voor aansluiting op versterker of mengpaneel. Opmerking: Plaats bij gebruik van multi-effectpedalen het ontvangerpedaal als eerste in de signaalketen. ④ USB-poort ⑤ Display Geeft instellingen van ontvanger en stemapparaat weer. Stemapparaatmodus

① Batterijmeter zender Oplichtende segmenten geven de resterende batterijgebruiksduur aan ② Display Group Channel LK (bedieningselementen vergrendeld) UN (bedieningselementen ontgrendeld) -- (frequentie niet beschikbaar) ③ Knop 'link' Druk hierop om de ontvanger handmatig aan een zender te koppelen of om de functie Extern-ID te activeren ④ Knop 'mode' Druk hierop om de audioversterkingsregeling in te schakelen. Stel met de ▲ ▼ knoppen de versterkingsfactor in. ⑤ Audio-LED Het oplichten komt overeen met het audioniveau. Snel knipperen duidt op audio-oversturing. ⑥ LED Mute Licht op als het audio- uitgangssignaal wordt gedempt. ⑦ RF-LED

  • AAN = gekoppelde zender is ingeschakeld
  • Knipperen = bezig met zoeken naar zender
  • UIT= gekoppelde zender uitgeschakeld of zender ontkoppeld ⑧ Knop 'channel' Druk hierop om een kanaal te selecteren en te bewerken. ⑨ Knop 'group' Druk hierop om een groep te selecteren en te bewerken. ① Indicator Te lage noot Licht op wanneer een noot te laag is. ② Stembalkdisplay LED's lichten op om toonhoogteafwijking aan te geven. ③ Indicator Te hoge noot Licht op wanneer een noot te hoog is. ④ Nootdisplay Geeft de naam van de noot aan of (--) als het stemapparaat inactief is. ⑤ Knop 'mode' Druk hierop om de instellingen van het stemapparaatmenu te openen. ⑥ Pijltjesknoppen Gebruik de ▲ ▼ knoppen voor het selecteren en bewerken van menu-instellingen. ⑦ Indicator voor verstemde frequentie/verschoven referentietoonhoogte Er wordt een punt weergegeven indien de afstemming of toonhoogte op een niet-standaard waarde is ingesteld. Opmerking: Tijdens het inschake-len lopen niet-standaard instellin-gen voor afstemming of toonhoogte over het ontvangerdisplay. Ontvangermodus ⑥ Antenne Voor overdracht van het draadloze signaal, 2 per ontvanger. ⑦ Voetschakelaar Druk hierop voor het selecteren van ontvanger- of stemapparaatmodus.104 Bodypack-zender Zenderstatus-LED ① Antenne Voor overdracht van draadloos signaal. ② Status-LED Hiermee wordt de zenderstatus aangegeven. ③ Aan/uit-schakelaar Hiermee wordt de zender in-/uitgeschakeld. ④ TA4M-ingangsconnector Wordt aangesloten op een microfoon- of instrumentkabel met een 4-pins miniconnector (TA4F). ⑤ Micro USB-laadpoort Aansluiting voor opladen van accu's. ⑥ Knop 'link'
  • Houd deze binnen 5 seconden na inschakelen ingedrukt om hand- matig de koppeling met de ontvanger te maken.
  • Druk deze kortstondig in om de functie Extern-ID te activeren met een gekoppelde ontvanger ⑦ Accucompartiment Voor een oplaadbare Shure-accu. De bodypackzender dragen Klem de zender vast aan een riem of schuif een gitaarband door de klem van de zender, zoals hier wordt weergegeven. Voor de beste resultaten moet de riem tegen de basis van de klem wor- den geduwd. LED is groen tijdens normaal gebruik. Knipperen of een verandering van de LED-kleur betekent een wijziging in de zenderstatus, zoals aangegeven in onderstaande tabel: Kleur Toestand Status Groen Knippert (langzaam) zender probeert opnieuw koppeling met ont- vanger te maken Knippert (snel) een niet-gekoppelde zender die een ontvan- ger zoekt Knippert 3 maal geeft een vergrendelde zender aan wanneer de voedingsschakelaar wordt ingedrukt Rood Aan accugebruiksduur < 1 uur Knippert accugebruiksduur < 30 minuten Rood/ groen Knippert extern-ID actief Oranje Knippert accufout, vervang accu

off on GLXD2 on105 Accu's en opladen LED-status tijdens opladen De volgende LED-toestanden geven de accustatus aan wanneer de ze- nder is aangesloten op een laadapparaat:

  • Groen = opgeladen voltooid
  • Groen en knippert = acculading > 90%
  • Rood = accu wordt opgeladen
  • Oranje en knippert = accufout, vervang accu Laadtijden en gebruiksduur zender Bepaal aan de hand van onderstaande tabel bij benadering de gebruiks- duur van de accu gebaseerd op de duur van de laadtijd. Afgebeelde tijden zijn in uren en minuten. Opmerking: Accu's worden sneller opgeladen met gebruik van de netvoeding, in vergelijking met een USB-aansluiting. Opladen via de netvoeding Opladen via USB-aansluiting Gebruiksduur zender 0:15 0:30 max. 1:30 0:30 1:00 max. 3:00 1:00 2:00 max. 6:00 3:00 4:00 max. 16:00* *Door opslag of te hoge temperatuur neemt de maximale gebruiksduur af. Opmerking: GLX-D-zenders worden na ongeveer 1 uur automatisch uitgeschakeld om de accugebruiksduur te verlengen als er geen signaal van een gekoppelde ont-vanger wordt waargenomen. Accu's van zender plaatsen Bodypack-zender

1. Zet de vergrendeling in de stand open en schuif de accuklep open.

2. Plaats de accu in de zender.

3. Sluit de accuklep en schuif deze in de vergrendelingsstand.

De GLX-D-zenders worden gevoed door de oplaadbare lithium-ion Shure-accu's SB902. Geavanceerde chemische accueigenschappen hebben de ge- bruiksduur gemaximaliseerd. Dit zonder enig geheugeneffect, waardoor accu's vóór het opladen niet eerst moeten worden ontladen. Aanbevolen opslagtemperatuur voor niet-gebruikte accu's is 10 °C (50 °F) tot 25 °C (77 °F). Opmerking: De zender laat geen RF- of audiosignalen door wanneer deze is aangesloten op de laadkabel. De volgende acculaadopties zijn mogelijk: link mode muteaudio rf channel group

Accumeter zender Het aantal verlichte segmenten op de meter geeft de resterende accuge- bruiksduur aan voor een gekoppelde zender: ① = > 30 min ② = > 2 uur ③ = > 4 uur ④ = > 6 uur ⑤ = > 8 uur ⑥ = > 10 uur ⑦ = > 12 uur Opmerking: De LED's gaan aan/uit terwijl de accugebrui-ksduur wordt berekend. Opladen via een USB-poortOpladen via de netvoeding

2. Steek de laadkabel in een

de laadpoort op de zender.

2. Steek de kabel in een stan-

daard USB-poort.106 Systemen met meerdere ontvangers Als er meerdere draadloze audiokanalen nodig zijn, kunnen maximaal 8 GLX-D-ontvangers tegelijk in het 2,4 GHz-spectrum werken. Voor een gemak- kelijke instelling zijn de beschikbare frequenties onderverdeeld in drie groepen, gebaseerd op het aantal ondersteunde ontvangers. Alle ontvangers in het systeem moeten op dezelfde groep worden ingesteld. Bepaal voor het selecteren van een groep het totale aantal ontvangers in het systeem (kanaaltelling) en selecteer vervolgens de toepasselijke groep. Opmerking: Voor het maximaliseren van het aantal ontvangers in de lucht, kent groep 3 geen back-upfrequenties. Groep 3 mag alleen worden gebruikt in een geregelde Wi- Fi-omgeving om storingen van onvoorziene Wi-Fi-apparaten te voorkomen. Groep Kanaaltelling Back- upfrequenties beschikbaar? Aantekeningen 1 max. 4 Ja Initiële fabrieksinstelling. 2 max. 5 Ja Beste groep om te gebruiken bij storing. 3 max. 8 Nee Gebruik groep 3 alleen in een geregelde Wi-Fi-omgeving, omdat er geen back-upfrequenties bes- chikbaar zijn om storingen te voorkomen. Opmerking: Als u last hebt van storing, verminder dan de afstand tussen zender en ontvanger en stel alle GLX-D-systemen in op groep 2, de meest robuuste draadloze groep. Zie het gedeelte 'Tips om de prestaties van een draadloos systeem te verbeteren' voor meer informatie. Ontvangers en zenders instellen Opmerking: Schakel voordat u begint alle ontvangers en zenders uit. Schakel telkens één zender/ontvanger- paar tegelijk in en stel deze dan in, zodat er geen kruiskoppeling kan optreden.

1. Schakel de eerste ontvanger in.

2. Houd de knop 'group' ingedrukt om (indien nodig) een groep te selecteren of, als de groep al is

ingesteld, druk op de knop 'channel' om voor het beste, beschikbare kanaal te scannen.

3. Schakel de eerste zender in. De blauwe rf-LED licht op wanneer een koppeling tot stand is

gebracht. Herhaal stappen 1-3 voor elke aanvullende ontvanger en zender. Denk eraan om elke ontvanger op dezelfde groep in te stellen. Een groep en kanaal handmatig selecteren Specifieke groepen en kanalen kunnen aan de ontvanger worden toegewezen in plaats van het gebruik van de automatische scanfunctie. Opmerking: Groep 3 mag alleen worden gebruikt in een gecontroleerde Wi-Fi-omgeving om storingen van onvoorziene Wi-Fi-apparaten te voorkomen. Handmatig een zender aan een ontvanger koppelen Gebruik de optie voor handmatig koppelen om de zender te wijzigen die is gekoppeld aan een ontvanger. Wat vaak voorkomt bij handmatige koppeling is dat de gekoppelde zender van een type bodypack moet worden gewijzigd in een type handheld.

1. Schakel de zender in: Houd de knop LINK binnen 5 seconden ingedrukt tot de zender-LED groen wordt en gaat knipperen.

2. Houd de knop 'link' op de ontvanger ingedrukt: De blauwe LED rf gaat knipperen en blijft vervolgens oplichten wanneer de koppeling is ingesteld.

3. Controleer de koppeling met de audio en regel zo nodig de versterkingsfactor af.

Opmerking: Wanneer er tijdens een kanaalscan koppeltekens op het groeps- en kanaaldisplay verschijnen, geeft dit aan dat er geen beschik- bare frequenties binnen de geselecteerde groep zijn. Kies een groep die meer ontvangers onder- steunt en herhaal de instellingsstappen. Een groep selecteren

1. Houd de knop group 2 seconden ingedrukt tot het display group

begint te knipperen.

2. Druk op de knop group om door de beschikbare groepen te

3. De ontvanger slaat automatisch de geselecteerde groep op.

Een kanaal selecteren

1. Houd de knop channel 2 seconden ingedrukt tot het display channel

begint te knipperen.

2. Druk op de knop channel om door de beschikbare kanalen te

3. De ontvanger slaat automatisch het geselecteerde kanaal op.

Opmerking: Een symbool van een dubbel koppelteken-- dat op het scherm van de ontvanger wordt weergegeven tijdens een kanaalscan, geeft aan dat er geen beschikbare kanalen binnen de geselecteerde groep zijn. Kies een groep met meer kanalen en herhaal de instellingsstappen. muteaudio rf107 Overzicht 2,4 GHz-spectrum GLX-D werkt binnen de 2,4GHz ISM-frequentieband, die wordt toegepast voor Wi-Fi, Bluetooth en andere draadloze apparaten. Het voordeel van de 2,4GHz is dat het een algemene frequentieband is die overal op de wereld licentievrij gebruikt kan worden. Uitdagingen van 2,4GHz overwinnen De uitdaging van de 2,4GHz is dat Wi-Fi-verkeer onvoorspelbaar kan zijn. GLX-D pakt deze uitdag- ingen op de volgende wijze aan:

  • Geeft prioriteit aan en zendt uit op de beste 3 frequenties per kanaal (door te kiezen uit een bundel van 6 frequenties over de 2,4GHz-frequentieband)
  • Herhaalt de belangrijkste informatie zodanig dat zonder audio-onderbreking één frequentie volledig kan worden weggenomen
  • Voert tijdens gebruik voortdurend scans uit om alle frequenties te rangschikken (zowel actuele als back-upfrequenties)
  • Wordt naadloos zonder audio-onderbreking uit de buurt van storingen naar back- upfrequenties gebracht Kan tegelijk met Wi-Fi actief zijn GLX-D vermijdt het voortdurende Wi- Fi-verkeer door de volledige 2,4GHz- omgeving te scannen en dan de 3 beste frequenties te selecteren waarover kan worden verzonden. Het gevolg hiervan is dat uw draadloze GLX-D-systeem betrou- wbaar werkt en dat Wi-Fi- transmissies worden vermeden, aangezien die ook be- langrijk kunnen zijn. Wi-Fi-pieksignalen zijn moeilijker te de- tecteren, omdat deze onregelmatig op- treden; maar, omdat bij GLX-D de belan- grijkste informatie wordt herhaald, oefenen zelfs pieksignalen op zeer hoge niveaus geen invloed uit op de audioprestaties. Problematische draadloze omgevingen Sommige omgevingen bemoeilijken de presta- ties van het 2,4 GHz draadloze systeem meer dan anderen. In de meeste gevallen is de af- stand tussen de zender en ontvanger verklein- en de eenvoudigste oplossing, bijvoorbeeld door de ontvangers met een vrije zichtlijn op het podium te plaatsen. Problematische omgevingen omvatten:
  • Ruimten met zeer hoge plafonds
  • Ruimten waar 3 of meer GLX-D- ontvangers worden gebruikt
  • Ruimten waar een sterk WiFi-signaal aanwezig is
  • Ruimten waar 2,4 GHz systemen worden gebruikt die niet van Shure zijn Tips om de prestaties van een draadloos systeem te verbeteren Als u storingen of uitval ervaart, kunt u het volgende proberen:
  • Scan voor het beste, beschikbare kanaal (druk op de knop 'channel')
  • Verplaats de ontvanger zodanig dat er geen obstakels zijn tussen de ontvanger en de zender (inclusief het publiek)
  • Houd de zender en ontvanger meer dan 2 meter (6 ft) uit elkaar
  • Houd de afstand tussen zender en ontvanger binnen 60 meter (200 ft) - plaats ontvangers zo mogelijk binnen een zichtlijn op het podium
  • Verwijder of verplaats bronnen die storingen kunnen veroorzaken in draadloze apparatuur, zoals Wi-Fi-apparaten of -hotspots, mobiele telefoons, walkietalkies, computers, mediaspelers en digitale sigaalprocessors.
  • Schakel niet-essentiële Wi-Fi/bluetooth-apparaten uit en vermijd druk Wi-Fi-verkeer zoals het downloaden van grote bestanden of het bekijken van een film.
  • Plaats GLX-D-ontvangers uit de buurt van niet-Shure 2,4 GHz-ontvangers
  • Plaats de zender en ontvanger niet in de buurt van metaal of andere moeilijk doordringbare materialen
  • Houd zenders meer dan 2 meter (6 ft) uit elkaar Opmerking: GLX-D-zenders die zich dichter dan 15 cm (6 inch) bij an- dere niet-GLX-D-zenders bevinden, kunnen hoorbare ruis in die zender veroorzaken
  • Breng tijdens de soundcheck een markering aan op 'probleemplekken' en vraag sprekers of artiesten om die gebieden te vermijden 2,4 GHz-frequentietabellen In de volgende tabellen zijn de ontvangerkanalen, frequenties en latency-tijd voor elke groep vermeld: Groep 1: Kanalen 1-4 (latency-tijd = 4,0 ms) Groep/kanaal Frequenties 1/1 2424 2425 2442

Groep 2: Kanalen 1-5 (latency-tijd = 7,3 ms) Groep/kanaal Frequenties 2/1 2423 2424 2443

Groep 3: Kanalen 1-8 (latency-tijd = 7,3 ms) Groep/kanaal Frequenties 3/1 2415 2416 2443 3/2 2422 2423 2439 3/3 2426 2427 2457 3/4 2447 2448 2468 3/5 2409 2451 2452 3/6 2431 2462 2463 3/7 2404 2473 2474 3/8 2435 2477 2478108 Werking ontvanger Bedieningselementen ontvanger vergrendelen Houd de knoppen 'group' en 'channel' tegelijkertijd ingedrukt voor het ver- of ontgrendelen van de ontvanger.

  • LK wordt weergegeven als een vergrendeld bedieningselement wordt ingedrukt
  • UN wordt kort weergegeven om het ontgrendelingscommando te bevestigen link mode muteaudio rf channelgrouprf channelgroup mute link mode audio Gebruik de functie Extern-ID voor het identificeren van gekoppelde zender- en ontvangerparen. Wanneer extern-ID actief is, knippert het LCD-scherm van de ontvanger en wordt ID weergegeven. De status-LED van de bijbehorende zender knippert ongeveer 45 seconden afwisselend rood en groen. Audioversterkingsregeling De zenderversterkingsfactor heeft een instelbereik van -20 dB tot +40 dB, in stappen van 1 dB. Tip: Probeer de instelling van 0 dB (unity gain [onversterkt]) als beginpunt en regel vervolgens zo nodig de versterkingsfactor af.

1. Houd de knop mode op de ontvanger ingedrukt tot op het display dB

en. Voor een snellere afregeling houdt u de knoppen ingedrukt. Opmerking: De intensiteit van de groene audio-LED komt overeen met het audi- oniveau. Snel knipperen duidt op audio-oversturing. Verminder de versterkingsfactor om de overbelasting te verwijderen. De bedieningselementen van ontvanger en zender kunnen worden vergrendeld om onbedoelde of onbevoegde wijzigingen aan de instellingen te voorkomen. De volgende parameters worden niet beïnvloed door het vergrendelen van de bedieningselementen:

  • De vergrendelingsstatus wordt niet gewijzigd door het aan/uit-schakelen
  • Het bewerken en de functionaliteit van het stemapparaat blijven beschikbaar
  • De aan/uit-schakelaar van de ontvanger wordt niet vergrendeld Voor het activeren van extern-ID:

1. Druk kort op de knop 'link' op de zender of de ontvanger.

2. Het display van de gekoppelde ontvanger knippert en geeft ID weer

en de status-LED op de gekoppelde zender knippert afwisselend rood/ groen.

3. Druk om de modus extern-ID af te sluiten kort op de knop 'link' of laat

de functie een time-out ondergaan. Aan/uit-schakelaar van zender vergrendelen Begin met de zender op UIT in te stellen en houd dan de knop LINK ingedrukt terwijl u de zender inschakelt. Herhaal deze volgorde om te ontgrendelen. Opmerking: De zenderstatus-LED knippert afwisselend rood/groen als een vergren- delde schakelaar in de uit-stand wordt gezet. Bedieningselementen vergrendelen en ontgrendelen Extern-ID109 Indicator: Naald of stroboscoop Voor audio-uitgang Live of Mute kiezen Verstemmen Naald Op de stembalk licht één LED op om een te hoge of te lage noot aan te geven. De groene middelste LED zal oplichten wanneer de noot zuiver is. Stroboscoop Een reeks van drie LED's lopen over de stembalk in de richting voor te hoog of te laag. De beweging van de LED's stopt wanneer de noot zuiver is. Referentietoonhoogte De stemapparaatindicator kan als naald- of als stroboscoopuitvoering wor- den ingesteld. De volgende modi zijn beschikbaar voor het instellen van de audio- uitgang op Live of Mute wanneer de voetschakelaar wordt ingedrukt in stemapparaatmodus. Opmerking: Tekst voor de uitgangsinstellingen worden lopend van links naar rechts weergegeven. Modus Voetschakelaarfunctie Live Ontvangerdisplay (audio Live) ↔ Stemapparaatdisplay (audio Live) Mute Ontvangerdisplay (audio Live) ↔ Stemapparaatdisplay (audio Mute) Both Stemapparaatdisplay (audio Mute) ↔ Stemapparaatdisplay (audio Live)* *Opmerking: In Both modi wordt het pedaal ingeschakeld in ontvangerdisplay. Druk op de voetschakelaar om de stemapparaatmodus te openen. Het stemapparaat kan zo worden ingesteld dat de concertstemming wordt weergegeven voor instrumenten die als volgt zijn verstemd:

  • Tot 5 stappen hoger (#1-#2 -#3-#4-#5)
  • Tot 6 stappen lager (b6-b5-b4-b3-b2-b1) De notatie voor concertstemming is b0 Toont symbolen voor te hoge of te lage noten op het display voor niet- natuurlijke tonen. De referentietoonhoogte kan worden verschoven vanuit de concertstem- ming van A440 in een bereik van 432 Hz t/m 447 Hz in stappen van 1 Hz. Bij het aanpassen van de toonhoogte worden de laatste 2 cijfers van de waarde weergegeven. Op het display verschijnt bijvoorbeeld '32' wanneer de toonhoogte is ingesteld op 432 Hz. A440 447 Hz432 Hz Helderheid display De ontvanger heeft een ingebouwde lichtsensor voor de automatische afregeling van de helderheid van het display. Kies om de helderheid handmatig af te regelen een van de volgende instellingen: Opties stemapparaat
  • Referentietoonhoogte Instellingen stemapparaat selecteren en bewerken Gebruik de volgende knoppen voor het selecteren en bewerken van de menu-instellingen van het stemapparaat:
  • Open het menu met de knop mode en blader tussen de menu-instellingen
  • Wijzig met de ▲ ▼ knoppen een menuparameter
  • Gebruik de voetschakelaar voor het invoeren en opslaan van de parameterwijzigingen Stemapparaatmenu Druk op de voetschakelaar en open de stemapparaatmodus. In de stemapparaatmodus zijn de bedieningselementen alleen van invloed op de stemapparaatfuncties, RF- en audio-instellingen worden niet beïnvloed. Opmerking: Het audiosignaal wordt niet door het stemapparaat gevoerd, waardoor er geen overbruggingsschakelaars, die meestal te vinden zijn op bedrade stemapparaten, nodig zijn.Opmerking: Indicator- en uitgangsinstellingen worden lopend van links naar rechts weergegeven.rf channelgroupauto link mode Te hoge en te lage noten Er verschijnt een * op het display als herinnering dat de referentietoonhoogte is verschoven. *A = automatisch *1 = laag *2 = medium *3 = hoog Te hoge en te lage noten Alleen te lage noten Alleen te hoge noten

= concertstemming Voorbeeld van weergegeven noot in Detune modus Er verschijnt een * op het display als herinnering dat het pedaal is verstemd.110 Stemapparaat gebruiken

1. Druk op de voetschakelaar om de stemapparaatmodus te openen.

2. Speel elke noot afzonderlijk. Het display toont de naam van de noot.

3. Regel de toonhoogte af tot beide indicatoren oplichten en de naald of de stroboscoop aangeven dat deze correct is.

Naaldmodus Beide stemindicatoren en het middelste groene segment lichten op wanneer de noot zuiver is. IIIIIII

Gestemd Te laag Te hoog Stroboscoopmodus Beide stemindicatoren lichten op en de segmenten van de stroboscoop stoppen met bewegen wanneer de noot zuiver is.

  • Controleer alle verbindingen van het geluidssysteem of regel zo nodig de versterk- ingsfactor af (zie Versterkingsfactor aanpassen).
  • Controleer of de ontvanger is aangesloten op het mengpaneel/de versterker. RF-LED ontvanger is UIT
  • Schakel de zender in.
  • Controleer of de batterijen correct zijn geplaatst.
  • Koppel zender en ontvanger (zie het onderwerp Koppelen)
  • Laad de batterij van de zender op of vervang deze Ontvangerdisplay uit • Controleer of de AC-adapter goed in het stopcontact is gestoken.
  • Controleer of de ontvanger is ingeschakeld. LED-indicator zender is rood en knippert Laad de batterij van de zender op of vervang deze Zender in laadapparaat geplaatst. Koppel zender los van laadapparaat. Storing in of uitval van audio rf LED knippert of is uit
  • Schakel de ontvanger en zender over naar een andere groep en/of een ander kanaal.
  • Kijk of er storingsbronnen in de buurt zijn (mobiele telefoons, Wi-Fi- toegangspunten, signaalverwerker, enz...) en schakel deze bronnen uit of verwi- jder ze.
  • Laad de batterij van de zender op of vervang deze
  • Controleer of de ontvanger en zender binnen de systeemparameters zijn geplaatst.
  • Het systeem moet zijn opgesteld binnen het aanbevolen bereik en de ontvanger moet uit de buurt van metalen oppervlakken staan.
  • Voor optimaal geluid moet de zender worden gebruikt in een ononderbroken lijn naar de ontvanger. Vervorming audio-LED van ontvan- ger knippert snel Verminder de versterkingsfactor van de zender (zie Versterkingsregeling). Verschillen in geluidsniveau bij het overschakelen tussen bronnen n.v.t. Regel zo nodig de versterkingsfactor van de zender af (zie Versterkingsregeling). Ontvanger/zender kan niet worden uitgeschakeld Zender-LED knippert snel Bedieningselementen vergrendeld. Zie Bedieningselementen vergrendelen en ontgrendelen Versterkingsregeling ontvanger kan niet worden afgeregeld n.v.t. Controleer de zender. Zender moet zijn ingeschakeld om versterkingsfactor te kun- nen wijzigen. Bedieningselementen ontvanger kunnen niet worden afgesteld LK verschijnt op scherm van ontvanger wan- neer er knoppen worden ingedrukt Bedieningselementen vergrendeld. Zie Bedieningselementen vergrendelen en ontgrendelen Zender-ID-functie reageert niet. Zender-LED is groen en knippert 3 maal Bedieningselementen vergrendeld. Zie Bedieningselementen vergrendelen en ontgrendelen Zenderinformatie verschijnt niet op het LCD-scherm van de ontvanger n.v.t. De gekoppelde zender staat uit of de ontvanger is niet aan een zender gekoppeld. Zender schakelt na 1 uur uit. Zenderstatus-LED is uit GLX-D-zenders worden na 1 uur automatisch uitgeschakeld om de batterijgebrui- ksduur te maximaliseren als er geen signaal van een gekoppelde ontvanger wordt waargenomen. Controleer of de gekoppelde ontvanger is ingeschakeld. Ontvanger resetten Hiermee worden voor de ontvanger de volgende fabrieksinstellingen hersteld:
  • Versterkingsniveau = standaard
  • Bedieningselementen = ontgrendeld Houd de knop link tijdens het inschakelen van de ontvanger ingedrukt tot op het LCD-scherm RE wordt weergegeven. Opmerking: Wanneer de reset is voltooid, begint de ontvanger automatisch naar een zender te zoeken om deze te koppelen. Druk de knop 'link' van de zender bin- nen vijf seconden na inschakeling in en houd deze ingedrukt om de koppeling te voltooien. Zender resetten Hiermee worden voor de zender de volgende fabrieksinstellingen hersteld:
  • Bedieningselementen = ontgrendeld Houd de knop 'link' op de zender tijdens het inschakelen van de zender ingedrukt tot de voedings-LED uit gaat. Wanneer de knop 'link' wordt losgelaten, begint de zender automatisch naar een beschikbare ontvanger te zoeken om deze te koppelen. Druk op de knop 'link' op een beschikbare ontvanger om deze opnieuw te koppelen. Componenten resetten Maak gebruik van de resetfunctie als het nodig is om voor de zender of ontvanger de fabrieksinstellingen te herstellen.112 Productgegevens GLXD1 Afmetingen 90 x 65 x 23 mm(3,56 x 2,54 x 0,90in.), H x B x D (zonder antenne) Voedingsvereisten 3,7 V Oplaadbaar lithium-ion Behuizing Gegoten metaal, Zwarte poederlak Ingangsimpedantie 900 kΩ RF-uitgangsvermogen 10 mW E.I.R.P. max. Zenderingang Connector 4-pens miniconnector, mannetje (TA4M) Configuratie Ongebalanceerd Maximaal ingangsniveau 1 kHz bij 1% THD +8,4 dBV (7,5 Vp-p) Antennetype Interne monopool Afstemmingsbandbreedte 2400–2483,5 MHz Werkbereik 60 m (200 ft) normaal Opmerking: Werkelijk bereik is afhankelijk van RF-signaalabsorptie, -reflectie en -interferentie. Zendmodus Frequentieverspringing Audiofrequentiekarakteristiek 20 Hz – 20 kHz Dynamisch bereik 120 dB, A-gewogen RF-gevoeligheid -88 dBm, normaal Totale harmonische vervorming 0,2%, normaal Pentoewijzingen TA4M

Verbonden via actieve belasting met massa (Aan instrumentadapterkabel, pen 4 zweeft) RF-uitgangsvermogen 10 mW E.I.R.P. max. Bedrijfstemperatuurbereik -18°C (0°F) tot 57°C (135°F) Opmerking: Batterijeigenschappen kunnen dit bereik beperken. Opslagtemperatuurbereik -29°C (-20°F) tot 74°C (165°F) Polariteit Positieve spanning op de tip van de jackplug aan de gitaarkabel wekt een positieve spanning op de tip van de ¼-inch-uitgang van de hoge impedantie op. Batterijgebruiksduur Max. 16 uur113 Afmetingen 46 x 95 x 133 mm (1,8 x 3,7 x 5,2 in.), H x B x D Gewicht 504 g (17,8 oz.) Behuizing Gegoten metaal, Zwarte poederlak Voedingsvereisten 9 tot 15 V DC, 250 mA, 400 mA max. Compatibel met voedingen met positieve tip of negatieve tip. Parasitaire onderdrukking >35 dB, normaal Versterkingsregelbereik -20 tot 40 dB in stappen van 1 dB Configuratie 6,35 mm (1/4") uitgang Impedantie-gebalanceerd Impedantie 6,35 mm (1/4") uitgang 100 Ω (50 Ω, Ongebalanceerd) Maximaal audio-uitgangsniveau 6,35 mm (1/4") connector (in 3 kΩ belasting) +8,5 dBV Pentoewijzingen 6,35 mm (1/4") con- nector Punt=audio, ring=geen audio, mantel=massa GLXD6 Antenne-ingang ontvanger Impedantie 50 Ω Antennetype PIFA-antennes Maximaal ingangsniveau −20 dBm Uitgangsaansluitingen 50 Ω 50 Ω 22 µF 22µF114 Certificering Dit apparaat voldoet aan deel 15 van de FCC-regelgeving. Het gebruik is onderhevig aan de volgende twee voorwaarden: (1) Dit apparaat mag geen schadelijke storing veroorzaken en (2) dit apparaat moet elke ontvangen storing accepteren, inclusief storing die ongewenste werking tot gevolg kan hebben. Dit draadloze systeem werkt met de wereldwijd beschikbare ISM-band van 2400 MHz t/m 2483,5 MHz. Voor het gebruik ervan is geen gebruikerslicentie vereist. Voldoet aan de volgende normen: EN 300 328, EN 301.489 Deel 1 en 9, EN60065. Voldoet aan de essentiële vereisten van de volgende Europese Richtlijnen:

  • R&TTE-richtlijn 99/5/EG
  • WEEE-richtlijn 2002/96/EG zoals gewijzigd door 2008/34/EG
  • RoHS-richtlijn 2002/95/EG zoals gewijzigd door 2008/35/EG Opmerking: Houd u aan het lokale recyclingschema voor elektronisch afval. Gecertificeerd door IC in Canada onder RSS-210 en RSS-GEN.

IC: 616A-GLXD1, 616A-GLXD6

Gecertificeerd onder FCC-deel 15.

FCC-ID: DD4GLXD1, DD4GLXD6

Dit digitale apparaat van klasse B voldoet aan de Canadese norm ICES-003. Cet appareil numérique de la classe B est conforme à la norme NMB-003 du Canada. Dit apparaat voldoet aan de RSS-norm(en) voor licentievrijstelling van Industry Canada. Voldoet aan de eisen van de Europese richtlijnen: R&TTE richtlijn 99/5/EG, WEEE richtlijn 2002/96/EG aangevuld met 2008/34/EG, RoHS richtlijn 2002/95/EG aangevuld met 2008/35/EG. Volg de locale regel- geving voor het ontzorgen van elektronisch afval. Voldoet aan de eisen van de volgende standaardiseringen EN 300 328, EN300 422 deel 1 en deel 2, EN 301 489 deel 1 en deel 9, EN 60065. Gebruik van dit apparaat is onderhevig aan de volgende twee voorwaarden: (1) dit apparaat mag geen storing veroorzaken en (2) dit apparaat moet elke storing accepteren, inclusief storing die ongewenste werking van het apparaat tot gevolg kan hebben. Le présent appareil est conforme aux CNR d'Industrie Canada applicables aux appareils radio exempts de licence. L'exploitation est autorisée aux deux conditions suivantes : (1) l'appareil ne doit pas produire de brouillage, et (2) l'utilisateur de l'appareil doit accepter tout brouillage radioélectrique subi, même si le brouillage est susceptible d'en compromettre le fonctionnement. De CE-conformiteitsverklaring kan worden verkregen van Shure Incorporated of een van haar Europese vertegenwoordigers. Bezoek www.shure.nl voor contactinformatie De CE-conformiteitsverklaring kan worden verkregen via: www.shure.com/europe/compliance Erkende Europese vertegenwoordiger: Shure Europe GmbH Hoofdkantoren in Europa, Midden-Oosten en Afrika Afdeling: EMEA-goedkeuring Jakob-Dieffenbacher-Str. 12 75031 Eppingen, Duitsland Telefoon: 49-7262-92 49 0 Fax: 49-7262-92 49 11 4 E-mail: EMEAsupport@shure.de Informatie voor de gebruiker Deze apparatuur is getest en goed bevonden volgens de limieten van een digitaal apparaat van klasse B, conform deel 15 van de FCC-regelgeving. Deze limieten zijn bedoeld als aanvaardbare bescherming tegen schadelijke interferentie bij plaatsing in woonwijken. Deze apparatuur genereert en gebruikt hoogfrequente energie, kan deze ook uitstralen en kan, indien niet geplaatst en gebruikt in overeenstemming met de instructies, schadelijke interferentie aan radiocommunicatie veroorzaken. Er is echter geen garantie dat in specifieke installaties geen storingen kunnen optreden. Als deze ap- paratuur schadelijke interferentie in radio- of televisieontvangst veroorzaakt, wat kan worden vastgesteld door het apparaat uit- en weer in te schakelen, wordt de gebruiker geadviseerd om de storing te corrigeren door een of meer van onderstaande maatregelen:

  • Richt de ontvangstantenne opnieuw of plaats deze ergens anders.
  • Vergroot de scheidingsafstand tussen het apparaat en de ontvanger.
  • Sluit het apparaat aan op een contactdoos van een ander circuit dan dat waarop de ontvanger is aangesloten.