PSM300 - In-ear oordopjes SHURE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PSM300 SHURE in PDF-formaat.
| Producttype | Draadloos stereo persoonlijk monitorsysteem (in-ear oortelefoons) |
| Merk | Shure |
| Model | PSM300 |
| Afmetingen zender (H x B x D) | 43 x 198 x 172 mm |
| Afmetingen ontvanger (H x B x D) | 110 x 64 x 21 mm |
| Gewicht zender | 783 g |
| Gewicht ontvanger (zonder batterijen) | 98 g |
| Voeding zender | 12-15 V DC, 260 mA (netadapter meegeleverd) |
| Voeding ontvanger | 2 AA-batterijen (levensduur 5 tot 7 uur) |
| Bereik | 90 m (300 voet) afhankelijk van de omgeving |
| Audiofrequentiebereik | 38 Hz tot 15 kHz |
| Signaal-ruisverhouding | 90 dB (A-gewogen, typisch) |
| Totale harmonische vervorming | <0,5% (typisch) |
| Modulatietype | FM, Stereo MPX |
| Audio-aansluitingen zender | Symmetrische 1/4" TRS-ingangen (L/R), loop-uitgang |
| Aansluitingen ontvanger | 3,5 mm stereo hoofdtelefoonuitgang |
| Antenne | BNC-connector (kwartgolfantenne meegeleverd) |
| Belangrijkste functies | Draadloze stereo-overdracht, MixMode (persoonlijke menging), infrarood synchronisatie via knop, automatische frequentiescan, stereobalans, bedieningsvergrendeling |
| Meegeleverde oortelefoons | Shure SE112 of SE215 (afhankelijk van versie) |
| Onderhoud en reiniging | Reinigen met een droge doek. Gebruik geen water of vloeibare producten. |
| Veiligheidsvoorschriften | Risico op gehoorschade bij hoog volume. Niet blootstellen aan vocht. Alleen gespecificeerde accessoires gebruiken. |
| Reserveonderdelen / optionele accessoires | Ontvanger P3R, zender P3T, oortelefoons SE215/SE535/SE846, antenneverdeler PA411, AA-batterijen, antennes |
| Algemene informatie | Voldoet aan FCC- en IC-normen. Vereist een gebruikslicentie in sommige landen. Goedgekeurd Klasse B. |
Veelgestelde vragen - PSM300 SHURE
Gebruikersvragen over PSM300 SHURE
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw In-ear oordopjes in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PSM300 - SHURE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PSM300 van het merk SHURE.
GEBRUIKSAANWIJZING PSM300 SHURE
Gebruikershandleiding
Guida dell'Utente
- LEES deze instructies.
- BEWAAR deze instructies.
- NEEM alle waarschuwingen in acht.
- VOLG alle instructies op.
- GEBRUIK dit apparaat NIET in de buurt van water.
- REINIG UITSLUITEND met een droge doek.
- DICHT GEEN ventilatieopeningen AF. Zorg dat er voldoende afstand wordt gehouden voor adequate ventilatie. Installeer het product volgens de instructies van de fabrikant.
- Plaats het apparaat NIET in de buurt van warmtebronnen, zoals vuur, radiatoren, warmteroosters, kachels of andere apparaten (waaronder versterkers) die warmte genereren. Plaats geen vuurbronnen in de buurt van het product.
- Zorg ervoor dat de beveiliging van de gepolariseerde stekker of randaardestekker INTACT blijft. Een gepolariseerde stekker heeft twee pennen waarbij er een breder is dan de andere. Een randaardestekker heeft twee pennen en een extra aardaansluiting. De breedste pen en de aardaansluiting zijn bedoeld om uw veiligheid te garanderen. Als de meegeleverde stekker niet in de contactdoos past, vraag een elektricien dan om de verouderde contactdoos te vervangen.
- BESCHERM het netsnoer tegen erop lopen of afknelling, vooral in de buurt van stekkers en uitgangen en op de plaats waar deze het apparaat verlaten.
- GEBRUIK UITSLUITEND door de fabrikant gespecificeerde hulpstukken/accessoires.
- GEBRUIK het apparaat UITSLUITEND in combinatie met een door de fabrikant gespecificeerde wagen, standaard, driepoot, beugel of tafel of met een meegeleverde ondersteuning. Wees bij gebruik van een wagen voorzichtig tijdens verplaatsingen van de wagen/apparaat-combinatie om letsel door omkantelen te voorkomen.
- HAAL de stekker van dit apparaat uit de contactdoos tijdens onweer/bliksem of wanneer het lange tijd niet wordt gebruikt.
- Laat onderhoud altijd UITVOEREN door bevoegd servicepersoneel. Onderhoud moet worden uitgevoerd wanneer het apparaat op enigerlei wijze is beschadigd, bijvoorbeeld beschadigging van netsnoer of stekker, vloeistof of voorwerpen in het apparaat zijn terechtgekomen, het apparaat is blootgesteld aan regen of vocht, niet naar behoren werkt of is gevallen.
- STEL het apparaat NIET bloot aan druppelend en rondspattend vocht. PLAATS GEEN voorwerpen gevuld met vloeistof, bijvoorbeeld een vaas, op het apparaat.
- De NETSTEKKER of een koppelstuk van het apparaat moet klaar voor gebruik zijn.
- Het door het apparaat verspreide geluid mag niet meer zijn dan 70 dB(A).
- Apparaten van een KLASSE I-constructie moeten worden aangesloten op een WANDCONTACTDOOS met beschermende aardaansluiting.
- Stel dit apparaat niet bloot aan regen of vocht om het risico op brand of elektrische schokken te verminderen.
- Probeer dit product niet te wijzigen. Anders kan lichamelijk letsel optreden en/of het product defect raken.
- Gebruik dit product binnen de gespecificeerde bedrijfstemperaturen.
VEILIGHEIDSMAATREGELEN
De mogelijke gevolgen van onjuist gebruik worden aangegeven door een van de twee symbolen —'WAARSCHUWING' en 'VOORZICHTIG'—, afhankelijk van de mate waarin het risico geldt en de zwaarte van de gevolgen.
| WAARSCHUWING: Wanneer deze waarschuwingen worden genegeerd, kan dit resulteren in ernstig of fataal letsel als gevolg van onjuist handelen. | |
| VOORZICHTIG: Wanneer deze waarschuwingen worden genegeerd, kan dit resulteren in letsel of schade aan eigendommen als gevolg van onjuist handelen. |
VOORZICHTIG
- Demonteer of wijzig het apparaat nooit. Dit kan defecten tot gevolg hebben.
- Stel het apparaat niet bloot aan extreme krachten en trek niet aan de kabel. Dit kan defecten tot gevolg hebben.
- Houd het product droog en stel het niet bloot aan extreme temperaturen en vochtigheid.
WAARSCHUWING
- Als water of een vreemd voorwerp binnendringt in de binnenzijde van het apparaat, kan dat brand of elektrische schokken tot gevolg hebben.
- Probeer dit product niet te wijzigen. Anders kan lichamelijk letsel optreden en/of het product defect raken.
Dit apparaat kan geluidsvolumes boven 85 dB SPL produceren. Controleer wat uw maximale toegestane blootstellingsniveau aan continu geluid is volgens de nationale regelgeving.
WAARSCHUWING
HET BELUISTEREN VAN AUDIO OP EEN TE HOOG VOLUME KAN PERMANENTE GEHOORBESCHADIGING VEROORZAKEN. GEBRUIK EEN ZO LAAG MOGELIKV VOLUME. Langdurige blootstelling aan te hoge geluidsniveaus kan gehoorbeschadiging veroorzaken met een permanent gehoorverlies als gevolg. Volg de volgende richtlijnen, opgesteld door de Occupational Safety Health Administration (OSHA), voor de maximale blootstellingstijd aan geluidsdrukniveaus voordat gehoorbeschadiging optreedt.
| 90 dB SPL gedurende 8 uur | 95 dB SPL gedurende 4 uur | 100 dB SPL gedurende 2 uur | 105 dB SPL gedurende 1 uur |
| 110 dB SPL gedurende een halfuur | 115 dB SPL gedurende 15 minuten | 120 dB SPLVoorkom dit volume, anders kan schade optreden | |
Belangrijke productinformatie
LICENTIE-INFORMATIE
Licenties: Een vergunning om deze apparatuur te gebruiken kan in bepaalde streken nodig zijn. Raadpleeg de autoriteiten in uw land voor mogelijke vereisten. Wijzigingen of aanpassingen die niet expliciet zijn goedgekeurd door Shure Incorporated, kunnen uw bevoegdheid om de apparatuur te gebruiken tenietdoen. Het is de verantwoordelijkheid van de gebruiker een vergunning aan te vragen voor de Shure draadloze microfoon, en het verkrijgen van de vergunning hangt af van de classificatie van de gebruiker en de toepassing, en van de geselecteerde frequentie. In Nederland is in de band 470 tot 790 Mhz geen vergunning nodig. Shure raadt de gebruiker dringend aan contact op te nemen met de desbetreffende telecommunicatie-autoriteit betreffende de juiste vergunning en alvorens frequenties te kiezen en te bestellen.
Informatie voor de gebruiker
Deze apparatuur is getest en goed bevonden volgens de limieten van een digitaal apparaat van klasse B, conform deel 15 van de FCC-regelgeving. Deze limieten zijn bedoeld als aanvaardbare bescherming tegen schadelijke interferentie bij plaatsing in woonwijken. Deze apparatuur genereert en gebruikt hoogfrequente energie, kan deze ook uitstralen en kan, indien niet geplaatst en gebruikt in overeenstemming met de instructies, schadelijke interferentie aan radiocommunicatie veroorzaken. Er is echter geen garantie dat in specifieke installaties geen storingen kunnen optreden. Als deze apparatuur schadelijke interferentie in radio- of televisieontvangst veroorzaakt, wat kan worden vastgesteld door het apparaat uit- en weer in te schakelen, wordt de gebruiker geadviseerd om de storing te corrigeren door een of meer van onderstaande maatregelen:
- Richt de ontvangstantenne opnieuw of plaats deze ergens anders.
- Vergroot de scheidingsafstand tussen het apparaat en de ontvanger.
- Sluit het apparaat aan op een contactdoos van een ander circuit dan dat waarop de ontvanger is aangesloten.
- Vraag de dealer of een ervaren radio/TV-monteur om hulp.
Dit apparaat voldoet aan de RSS-norm(en) voor licentievrijstelling van Industry Canada. Voldoet aan de eisen van de Europese richtlijnen: R&TTE richtlijn 99/5/EG, WEEE richtlijn 2002/96/EG aangevuld met 2008/34/EG, RoHS richtlijn 2002/95/EG aangevuld met 2008/35/EG. Volg de locale regelgeving voor het ontzorgen van elektronisch afval. Voldoet aan de eisen van de volgende standaardiseringen EN 300328, EN300 422 deel 1 en deel 2, EN 301 489 deel 1 en deel 9, EN 60065. Gebruik van dit apparaat is onderhevig aan de volgende twee voorwaarden: (1) dit apparaat mag geen storing veroorzaken en (2) dit apparaat moet elke storing accepteren, inclusief storing die ongewenste werking van het apparaat tot gevolg kan hebben.
Opmerking: EMC-conformiteitstesten worden gebaseerd op het gebruik van meegeleverde en aanbevolen kabeltypen. Bij gebruik van andere kabeltypen kunnen de EMC-prestaties worden aangetast.
Wijzigingen of aanpassingen die niet expliciet zijn goedgekeurd door de fabrikant, kunnen de bevoegdheid om het apparaat te gebruiken tenletdoen.
PSM®300
Het persoonlijke monitorsysteem PSM300 biedt draadloze stereo-monitoring voor een verbeterde helderheid en vermindert het risico op feedback t.o.v. traditionele podiummonitors. Performers kunnen hun eigen aangepaste mixen maken door afregeling van de stereo-mengverhouding en het algehele volumeniveau op het bodypack, wat een lager volume op het podium en betere audiodetailering tot gevolg heeft. De eenvoudig in te stellen en te bedienen PSM300 voorziet in one-touch frequentiesynchronisatie en vaste draadloze RF-stabiliteit tussen zenders en ontvangers. De persoonlijke monitorsystemen PSM300 van Shure bieden op het podium met hun robuuste, betrouwbare hardware en hard-werkende technologie een sterk verbeterde belevenis voor wat betreft monitoring.
Kenmerken
- Twee audiokanalen worden draadloos naar performers op het podium gestuurd
• Vaste RF-verbinding over een bereik van 90 meter (300 ft) - Maak op elk bodypack een persoonlijke mix met een regelbare stereobalans of de tweekanaals mono-mengverhouding MixMode*.
- De signaal/ruis-verhouding tot wel 90 dB levert bij elk volume heldere, gedetailleerde audio
- Systemen verkrijgbaar met omgevingsgeluiddempende Shure Sound Isolating™-oortelefoons
- Via one-touch scan en IR-synchronisatie wordt snel en eenvoudig een storingsvrij draadloos kanaal toegewezen
- Geen gecompliceerde menu's, maar alleen eenvoudige volume- en mix-bedieningselementen die zich richten op de performance
- Volledig metalen zender voor halve rekmontage
- Dun, lichtgewicht bodypack die eenvoudig aan een riem of gitaarband kan worden bevestigd
Inbegrepen componenten

*Niet inbegrepen in Argentinie
Systeemoverzicht

flowchart
graph TD
A["Personnel Mix Mode Instelling"] --> B["Instrumenten"]
A --> C["Zang"]
D["Personnel Mix Mode Instelling"] --> E["Instrumenten"]
D --> F["Zang"]
G["Personnel Mix Mode Instelling"] --> H["Instrumenten"]
G --> I["Zang"]
J["Personnel Mix Mode Instelling"] --> K["Instrumenten"]
J --> L["Zang"]
M["P3T Audio System"] --> N["Instrumentenmix (kanaal 1)"]
M --> O["Zangmix (kanaal 2)"]
P["Mengpaneeluitgangen"] --> Q["Instrumenten"]
P --> R["Zang"]
P --> S["Drums"]
P --> T["Instrumenten"]
U["Signal van podium naar mengpaneeling"] --> V["Signal van podium naar mengpaneeling"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style D fill:#f9f,stroke:#333
style G fill:#f9f,stroke:#333
style P fill:#ccf,stroke:#333
In dit voorbeeld wordt een standaardopstelling voor muziekoptredens weergegeven. Zie het gedeelte Systeemtoepassingen voor meer voorbeelden.
① Audiosignalen doorgeven
Geef signalen van instrumenten en microfoons door van het podium naar een mengpaneel of PA-systeem.
② Monitormixen maken
Maak vanaf het mengpaneel twee mixen: een van alleen de instrumenten en een tweede met alleen de zang. Geef beide mixen door aan aparte mengpaneeluitgangen en sluit ze aan op de P3T-ingangen.
③ Draadloze audio naar de performers sturen
Synchroniseer de bodypacks met de P3T-zender om de mixen naar de performers te sturen voor in-ear monitoring.
④ Persoonlijke mixen afstellen
Elke performer gebruik de MixMode-knop op het bodypack om zijn/haar eigen tussen instrumenten en zang mix te regelen.
Voor- en achterpaneel P3T-ontvanger

Hiermee kan het niveau van het inkomende audiosignaal worden aangepast
② IR-synchronisatievenster
Hiermee worden groeps/-kanaalgegevens verzonden en ontvangen om de ontvangers met de zender te synchroniseren
Druk hierop om de zender met de ontvanger te synchroniseren op dezelfde groep en hetzelfde kanaal
Opmerking: Synchronisatiegegevens worden verzonden door het IR-synchronisatievenster
④ LCD-display
Hierop wordt audio-, RF- en systeeminformatie weergegeven
⑤ Knop Group (groep)
Druk op deze knop om door de groepsinstellingen te bladeren
⑥ Knop Channel (Kanaal)
Druk op deze knop om door de kanaalinstellingen te bladeren
⑦ Voeding
Hiermee schakelt u het apparaat in of uit
⑧ Voedingsingang
Sluit de meegeleverde Shure externe PS23-voeding hierop aan
⑨ Schakelaar Mono/Stereo-MX
| Stereo-MX | Hiermee wordt een tweekanaals stereomix naar de ontvanger verzonden |
| Mono | Hiermee wordt een samengevoegde audiomix naar beide ontvangerkanalen verzonden |
⑩ Schakelaar Line/Aux
Hiermee wordt de ingangsgevoeligheid afgesteld met het volgende als verbindingsreferentie:
| Aux (-10 dBV): | Audioapparaten van consumenten, zoals computers of draagbare mediaspelers |
| Line (+4 dBu): | Mengpanelen of andere professionele audioapparaten |
⑪ Loop-uitgangen ( 14 -inch TRS, gebalanceerd)
Hiermee worden uitgangen op aanvullende PSM-systemen of andere audioapparaten aangesloten
⑪ Audio-ingangen ( ^1/_4 -inch TRS, gebalanceerd)
Hierop kunnen mengpaneeluitgangen of andere audiobronnen voor monitoring door de performers worden aangesloten
Hierop wordt de meegeleverde kwart-golfantenne, richtantenne of een Shure P3AC-antennecombiner aangesloten
Display P3T-zender

① Audio-ingangsmeter
Geeft het niveau van het geluidssignaal aan
② Instelling groep/kanaal/tv
Hier worden de geselecteerde instellingen voor groep en kanaal en het bijbehorende tv-kanaal weergegeven
Opmerking: de indicator voor tv is alleen van toepassing op Amerikaanse kanalen en blijft leeg in andere regio's
③ Vergrendelstatus
Houd de knoppen voor groep en kanaal ingedrukt totdat het vergrendelingspictogram verschijnt/verdwijnt om de bedieningselementen te vergrendelen of te ontgrendelen.
④ Sync-status
Wordt weergegeven na aan succesvolle synchronisatie tussen de zender en ontvanger. De richting van de synchronisatie wordt weergegeven als Tx>Rx (zender verzendt frequentie naar ontvanger) of Tx<Rx (ontvanger verzendt frequentie naar zender).
⑤ Mix Stereo-MX/Mono
Geeft aan of de audio die naar de ontvanger wordt verzonden een enkele of een tweekanaals mix is (komt overeen met de instelling van de schakelaar Stereo-MX/ Mono op het achterpaneel).
⑩ Modus Aux/Line
Geeft de instelling voor ingangsgevoeligheid aan (komt overeen met de instelling van de schakelaar Aux/Line op het achterpaneel)
⑦ Indicator 0 dB
Gaat branden als het ingangssignaal 0 dB is. Raadpleeg het gedeelte 'Gain en luistervolume aanpassen' voor informatie over het gebruik van deze indicator.
Draadloze ontvanger P3R

P3RA-ontvanger
Voor veeleisendere toepassing heeft Shure de P3RA-ontvanger die, naast de functies van de P3R-ontvanger, beschikt over een volledig metalen constructie en een geavanceerd menu. Ga naar www.shure.com voor meer informatie.
① Display
Toont de instelling voor groep, kanaal en MixMode
② Knop Group (groep)
• Druk hierop om de groep weer te geven
- Houd deze knop ingedrukt om de groep te wijzigen, en druk de knop vervolgens in om te bladeren als het display knippert
③ Knop Channel (Kanaal)
• Druk hierop om het kanaal weer te geven
- Houd deze knop ingedrukt om het kanaal te wijzigen, en druk de knop vervolgens in om te bladeren als het display knippert
④ IR-synchronisatievenster
Dit venster verzendt en ontvangt synchronisatiegegevens tussen de ontvanger en zender
⑤ Knop Scan
- Houd deze knop ingedrukt om een groepsscan uit te voeren
- Druk hierop om een kanaalscan uit te voeren
Opmerking: Met een kanaalscan wordt het beste kanaal in de huidige groep geselecteerd. Met een groepsscan wordt de groep met de meeste open kanalen gezocht en wordt het eerste beschikbare kanaal in die groep geselecteerd.
⑥ Antenne
⑦ Indicator voedings-LED
Hiermee wordt aangegeven wanneer de ontvanger is ingeschakeld, wat de resterende batterijduur is en wanneer de energiebesparende modus actief is. Raadpleeg de tabel met batterijlevensduur voor informatie.
⑧ Aan/uit-schakelaar/volumeregeling
Hiermee wordt de ontvanger in-/uitgeschakeld en wordt het mastervolume van de hoofdtelefoon geregeld
⑨ Indicator RF-LED (blauw)
Gaat branden wanneer is afgestemd op een groep en kanaal van een actieve zender
⑩ Hoofdtelefoonuitgang
Voor aansluiting op oortelefoon of hoofdtelefoon
⑪ MixMode-knop
- Bij gebruik in MixMode kunnen met deze knop kanaal 1 en 2 in één mix worden samengevoegd
- Bij gebruik in stereomodus kan met deze knop de links-rechtsbalans worden afgesteld
⑫ Batterijcompartiment
Geschikt voor 2 AA-batterijen
Batterijlevensduur
| Gedrag LED Resterende levensduur (uur) | |
| Groen 5-7 | |
| Oranje 1-3 | |
| Rood (continu) 0,5-1 | |
| Rood (knipperend) 0 | |
Batterijlevensduur is gemeten met Energizer™ alkaline AA-batterijen onder de volgende omstandigheden:
• Zendergevoeligheid: Line (+4 dBu)
- Audio-uitgangssterkte van ontvanger: 100 dB door Shure SE112-oortelefoons
Energiebesparende modus: Als er geen oortelefoon is aangesloten, wordt de ontvanger in de energiebesparende modus gezet voor een langere batterijlevensduur. In deze modus knippert de LED langzaam aan en uit en geeft de LED blijvend de kleur die overeenkomt met de resterende batterijlevensduur weer.

Toepassingen
Raadpleeg voorafgaand aan installatie de volgende scenario's voor het PSM300-systeem. Het begrijpen van de configuratie-opties voorafgaand aan het maken van de opstelling helpt bij het identificeren van vereisten voor signaalroutering en het plannen voor toekomstige uitbreidingen. Specifieke informatie over het opstellen van het PSM300-systeem en het maken van mixen voor monitoring vindt u in de gedeelten 'Het systeem instellen en configureren' en 'Werking' van deze gebruikershandleiding.
Eén systeem voor één performer
Deze configuratie biedt in-ear monitoring bij een solo-optreden of bij een groepsoptreden waarbij slechts één iemand draadloze monitoring nodig heeft. Dit systeem kan worden uitgebreid voor meerdere performers door aanvullende P3R-bodypack-zenders te gebruiken die op dezelfde zender zijn afgestemd.

Eén zender met meerdere ontvangers
Meerdere performers kunnen audio monitoren van dezelfde ontvanger en nog wel hun signaal afstellen bij hun bodypack om de mix te personaliseren. Stem eenvoudigweg elke bodypack af op dezelfde frequentie als de zender en gebruik de MixMode-knop om de mix af te stellen.
MixMode- of stereobedrijf:
Elke performer kan zijn/haar bodypack instellen op MixMode of Stereo als de zender is ingesteld op Stereo-MX. Als het bodypack wordt ingeschakeld, wordt deze standaard op stereo ingesteld. Voor bedrijf in MixMode houdt u de knop GROUP ingedrukt bij het inschakelen. Voor meer informatie over deze modi raadpleegt u 'MixMode- en stereomonitoring'.


Meerdere zenders met afzonderlijke mixen
Als meerdere performers in een groep verschillende monitoringsvereisten hebben, kunnen meerdere PSM300-systemen gelijktijdig worden gebruik om verschillende mixen door elke zender te sturen. Bij deze opstelling is een mengpaneel vereist met twee monitor-/auxiliary-uitgangen voor elke zender.
Tip: Voor vereenvoudigde opstelling in toepassing waarbij meerdere zenders betrokken zijn, biedt Shure het P3AC-antenne en voedingverdeelsysteem, waarmee tot vier PSM-zenders van voeding en RF kunnen worden voorzien vanaf een enkele bron.

Signaalroutering naar externe apparaten (combinatiesystemen)
De LOOP-uitgangen laten audio door naar een extern apparaat, zoals andere persoonlijke monitorsystemen, opnameapparaten of podiummonitors. Het signaal bij de LOOP-uitgangen is identiek aan het signaal dat afkomstig is van het mengpaneel en wordt niet beïnvloed door het zendervolume of de instellingen voor ingangsgevoeligheid (line/aux). Hierdoor zijn de LOOP-uitgangen vooral nuttig bij gebruik van een mengpaneel met maar één of twee monitor-/auxiliary-uitgangen.
De PSM300 gelijktijdig met luidsprekers gebruiken:
Er kan een combinatiemonitorsysteem worden gebruikt waarbij enkele performers het draadloze PSM300-systeem gebruiken en anderen via luidsprekers op het podium luisteren.
Opmerking: Bij gebruik van passieve podiumluidsprekers moeten de P3T-uitgangen worden aangesloten op een versterker. Actieve (versterkte) luidsprekers kunnen rechtstreeks op de P3T-uitgangen worden aangesloten.
Het PSM300-systeem gebruiken in combinatie met andere draadloze monitorsystemen
In een scenario waarbij twee performers hun eigen draadloze monitorsysteem hebben (bijvoorbeeld een Shure PSM300-systeem en een systeem van een derde), kan de PSM300 het signaal van het mengpaneel doorgeven aan het tweede monitorsysteem.

Systeeminstellingen
Rekmontage
De P3T-zender kan in een standaardrek van 19 inch worden gemonteerd. Er kunnen tot twee eenheden in één rekeenheid worden gemonteerd. Bij gebruik van meerdere P3T-zenders kan het Shure PA411-antennecombinersysteem worden gebruikt om alle RF en voeding te consolideren en te distribueren voor maximaal vier zenders.

Opmerking: Gebruik altijd beide profielbalken bij het monteren van twee eenheden.
Voeding, audio en RF-verbindingen
- Sluit de P3T aan op een netvoedingsbron met de voedingsadapter.
- Plaats 2 AA-batterijen in de bodypack-ontvanger.
- Bevestig de antenne aan de BNC-antenneconnector op het P3T-achterpaneel.
- Sluit het mengpaneel of de audiobron aan op de P3T-audio-ingang met behulp van gebalanceerde kabels van 1/4 inch.
Belangrijk: Gebruik de ingang LEFT/CH1 wanneer er slechts één zenderingang wordt aangesloten. Stel de zender in op MONO om audio te horen op beide kanalen van de ontvanger.

Scannen naar het beste open kanaal
Volg deze stappen om de RF-omgeving te scannen en de best beschikbare bedrijfsfrequentie te vinden:
- Schakel de bodypack-ontvanger gelijktijdig in met eventuele mogelijke interferentiebronnen, waaronder draadloze systemen, computers, audioapparaten, mobiele telefoons, LED-panelen en andere elektronische apparaten die tijdens een optreden worden gebruikt.
- Zorg ervoor dat de P3T-zender UIT is.
- Plaats de ontvanger in het gebied van het optreden en druk op SCAN om de beschikbare kanalen binnen de huidige groepsinstelling af te zoeken.
Bij gebruik van meerdere PSM300-systemen of bij bedrijf in een locatie met veel draadloze apparaten, voert u eerst een groepsscan uit, gevolgd door een kanaalscan:
Groepsscan: Houd de knop SCAN op de ontvanger ingedrukt.
Kanaalscan: Druk op de knop SCAN op de ontvanger.

Een draadloze verbinding tussen ontvangers en zenders maken (synchroniseren)
Om audio van de zender naar de ontvanger door te zenden, moeten beide op dezelfde frequentie zijn afgesteld. De eenvoudigste manier om het systeem te configureren is met de automatische synchronisatiefunctie. Hiermee worden instellingen voor groep en kanaal met één druk op de knop overgedragen. Afhankelijk van uw systeemconfiguratie kunt u één van de volgende processen gebruiken om de componenten te synchroniseren:
Eén zender en één ontvanger
Bij een opstelling van één zender en één ontvanger dient de volgende synchronisatieprocedure te worden gebruikt, tenzij voorafgaand aan een optreden een groeps-/kanaalinstelling is toegewezen.

Van ontvanger naar zender synchroniseren:
- Voer een scan op de ontvanger uit (zie 'Scannen naar het beste open kanaal' voor beste praktijken).
- Lijn de IR-vensters op de ontvanger en zender uit. De vensters dienen 6-11 cm uit elkaar te zijn.
- Druk op de knop SYNC op de zender terwijl de blauwe RF-LED op de ontvanger knippert.
- De zender geeft SYNC weer als de synchronisatie is gelukt. De pijl tussen Rx (ontvanger) en Tx (zender) geeft de richting van de synchronisatie aan.
Opmerking: Als de RF-LED op de ontvanger knippert na het uitvoeren van een scan, verstuurt de ontvanger zijn frequentie-informatie naar de zender. Als het knipperen is gestopt, drukt u op SYNC om de frequentie-instelling van de zender naar de ontvanger te versturen.

Lijn de IR-vensters uit om de ontvanger en zender te synchroniseren
Eén zender en meerdere ontvangers
Bij een opstelling van één zender met meerdere ontvangers, of als voorafgaand aan een optreden een groeps-/kanaalinstelling aan de zender is toegewezen, dient de volgende synchronisatieprocedure te worden gebruikt.

flowchart
graph TD
A["Device 1"] --> B["Device 2"]
A --> C["Device 3"]
A --> D["Device 4"]
Van zender naar ontvangers synchroniseren:
- Synchroniseer de eerste ontvanger met de zender met behulp van de synchronisatieprocedure voor één ontvanger. Het wordt aanbevolen om een scan uit te voeren en de resulterende groep en het resulterende kanaal van de ontvanger te gebruiken.
- Stel aanvullende ontvangers op de zenderfrequentie in (één tegelijk) met IR-synchronisatie:
- Lijn de IR-vensters op de ontvanger en zender uit en druk op SYNC. - De LED van de ontvanger mag niet te knipperen als u op SYNC druk

Druk op de knop SYNC om groeps-/kanaalgegevens over te dragen
Opmerking: Ontvangers kunnen ook handmatig op de zender worden afgestemd als een IR-synchronisatie niet praktisch is.
Meerdere zenders en meerdere ontvangers
- Stel de eerste zender en alle bijbehorende ontvangers in volgens de juiste synchronisatieprocedure. Houd de zender en alle ontvangers van dit eerste systeem ingeschakeld bij het instellen van aanvullende systemen.
- Stel elk aanvullend systeem in met het juiste synchronisatieproces. Laat altijd elk aanvullend systeem ingeschakeld voordat u nog een systeem instelt.
Handmatige selectie
Als frequenties van tevoren zijn gepland, kunnen de groep en het kanaal handmatig worden ingesteld zonder een scan uit te voeren. Raadpleeg de tabel met frequenties aan het einde van deze gebruikshandleiding om de frequenties voor elke groeps-/kanaalinstelling te bepalen.
De groeps-/kanaalinstellingen op de ontvanger en zender selecteren:
- Druk op GROUP om door de groepsinstellingen te bladeren.
- Druk op CHANNEL om door de kanaalinstellingen binnen de geselecteerde groep te bladeren.
Gain en luistervolume aanpassen
Voor de beste audiokwaliteit, begint u met het afstellen van de niveaus van het mengpaneel of de audiobron en stelt u vervolgens de niveaus via het PSM300-systeem af. Deze aanpak correspondeert met de manier waarop het audiosignaal door het systeem gaat en zorgt voor een maximale signaal-ruisverhouding.
Voordat u begint doet u het volgende: controleer alle signaalroutering en gaininstellingen op het mengpaneel of de bron voorafgaand aan het afstellen van niveaus van het PSM300-systeem. Als het geluid vervormd of te zacht op de P3T-zender binnenkomt, is er waarschijnlijk een probleem elders in de signaalketen dat moet worden opgelost.
① Zenderniveaus afstellen:
Ingangsgevoeligheid
Selecteer de instelling die overeenkomt met de ingangsbron:
| Line (+4 dBu) | Gebruik deze instelling met mengpanelen of andere professionele audioapparaten die signalen op lijnniveau uitsturen. |
| Aux (-10 dBV) | Gebruik deze instelling bij het aansluiten van audioapparaten van consumenten, zoals draagbare audiospelers of computers. |
Opmerking: Bij gebruik van audioapparaten van consumenten dient het uitgangsvolume van het apparaat doorgaans zo dicht mogelijk bij de maximale instelling te worden afgesteld zonder dat het uitgangsvolume van het apparaat vervormd of overgestuurd is. Zo wordt de signaal-ruisverhouding gemaximaliseerd.

Ingangsniveau
Stel het niveau zo af dat de gemiddelde niveaus op de audiometer ongeveer 75% van het volledige bereik zijn. De hoogste niveaus moeten af en toe de indicator 0dB op de audio-ingangsmeter raken, zonder de (overbelastings)indicator OL te bereiken.
Tip: Als een soundcheck voorafgaand aan het optreden mogelijk is, moet iedereen op het hoogste verwachtte geluidsniveau spelen zodat afzwakking tijdens het optreden niet nodig is.


② Zendervolume afstellen:
Nadat de niveaus van het mengpaneel en de zender zijn bepaald, gebruikt u de volumeregeling van de hoofdtelefoon op de bodypack-ontvanger om het algehele luistervolume af te stellen. Voor informatie over het afstellen van de links-rechtsbalans of het aanpassen van mixen, raadpleegt u 'MixMode- en stereomonitoring'.

De mix die performers op het podium horen is meestal anders dan de mix die het publiek hoort. Bij live geluidstoepassingen maakt de technicus een aparte mix om naar de performer te verzenden door de ingangssignalen naar gespecificeerde mengpaneeluitgangen, doorgaans monitor of auxiliary-uitgangen genoemd, te routeren.
Het volgende scenario toont een algemeen signaalpad voor monitormixen en is geen weerspiegeling van de routering voor alle typen mengpanelen. Raadpleeg de gebruikshandleiding van uw mengpaneel voor gedetailleerde opties voor signaalroutering.
① Mengpaneelkanaal
Elke mengpaneelkanaal regelt audioverwerking en -routering voor één audiobron. In dit voorbeeld wordt een zangmicrofoon op het mengpaneelkanaal aangesloten.
② Monitor-/auxiliary-uitgangen
Stel de signaalniveaus af zodat deze naar de monitor-/auxiliary-uitgangen worden verzonden, die elk corresponderen met een aparte monitormix. Elke mix wordt naar aparte kanalen op de P3T-zender verzonden.
Opmerking: De kanaalfaders op de meeste mengpanelen hebben geen invloed op het volume van de monitor-/auxiliary-uitgangen.
③ Draadloze transmissie
Elke monitormix wordt op een apart kanaal naar de P3R-ontvanger verzonden. Met de MixMode-knop op het bodypack kan de mix worden afgesteld tussen de audio van kanaal 1 en kanaal 2.

flowchart
graph TD
A["Input"] --> B["Gain"]
B --> C["EQ"]
C --> D["AUX/MON 1"]
D --> E["AUX/MON 2"]
E --> F["PAN"]
F --> G["Output"]
G --> H["Aux/Mon 1 Out"]
G --> I["Aux/Mon 2 Out"]
H --> J["Switch"]
I --> K["Switch"]
J --> L["Switch"]
K --> M["Switch"]
L --> N["Switch"]
M --> O["Switch"]
N --> P["Switch"]
O --> Q["Switch"]
P --> R["Switch"]
Q --> S["Switch"]
R --> T["Switch"]
S --> U["Switch"]
T --> V["Switch"]
U --> W["Switch"]
V --> X["Switch"]
W --> Y["Switch"]
X --> Z["Switch"]
Y --> AA["Switch"]
Z --> AB["Switch"]
MixMode- en stereomonitoring
De ontvanger kan werken in stereo of in MixMode als de zender is ingesteld op STEREO-MX. Bij toepassingen waarbij meerdere bodypack-ontvangers op één zender zijn afgestemd, kunnen sommige bodypacks in stereo werken en sommige in MixMode.
Modus selecteren
Stereo: De ontvanger is standaard ingesteld op stereomodus. Schakel de ontvanger uit en schakel deze weer in om van stereomodus naar MixMode te schakelen. Bij opnieuw inschakelen wordt de ontvanger weer in de stereomodus gezet.
MixMode: Houd de knop GROUP op de bodypack-ontvanger ingedrukt bij het inschakelen. De indicator MixMode op het display van de ontvanger gaat branden ter bevestiging van de instelling. Als de ontvanger is uitgeschakeld en weer wordt ingeschakeld, wordt de ontvanger weer in de stereomodus gezet.

Stereo
De audio van kanaal 1 wordt door de linkeroortelefoon gehoord en de audio van kanaal 2 door de rechteroortelefoon. Door te luisteren in stereomodus wordt de scheiding tussen de bronnen op elk kanaal verbeterd, waardoor de helderheid kan worden verbeterd als er veel bronnen worden gemonitord. Met de MixModeknop op de bodypack kan de links-rechtsbalans worden afgesteld bij bedrijf in stereomodus.

MixMode
Met MixMode kunnen performers de mix afstellen tussen twee monitormixen (bijvoorbeeld een instrumentale mix en een zangmix). Bij gebruik van MixMode:
- Elke mix wordt door zowel de linker- als rechteroortelefoon gehoord
- Met de MixMode-knop kan het gemengde volume tussen de twee monitormixen worden afgesteld (kanaal 1 en kanaal 2)
- Elke bodypack-ontvanger kan worden afgesteld op een unieke mix om te voldoen aan de monitorvereisten van elke performer
Mixniveaus afstellen
In dit scenario is er een instrumentale mix op kanaal 1 en een zangmix op kanaal 2:

Draai de MixMode-knop naar links om meer van kanaal 1 te horen.

Draai de MixMode-knop naar rechts om meer van kanaal 2 te horen.
Wanneer wordt de mono-instelling gebruikt?
In sommige gevallen wordt slechts één ingang op de zender gebruikt (bijvoorbeeld als het mengpaneel slechts over één monitor-/auxiliary-uitgang beschikt). Voor audio door zowel de linker- als rechteroortelefoon:
- Gebruik de ingang LEFT/CH1 op de zender
• Stel de zender in op MONO
Opmerking: Als de zender is ingesteld op mono, heeft de MixMode-knop geen invloed op het geluid.
Probleemoplossing
| Probleem Oplossing | |
| Vervormde audio | Controleer de volumeniveaus bij de P3T-zender en controleer of de meter niet in de buurt komt van de overbelastingsindicatorControleer de niveaus die het mengpaneel in- en uitgaan. Als de audio ergens in de signaalketen wordt vervormd, blijft de audio vervormd ook als het PSM300-systeem niet overbelast is.Zorg ervoor dat er nieuwe batterijen in de ontvanger zijn geplaatstControleer of gebalanceerde kabels van 1⁄4 inch worden gebruikt. Er kan ruis optreden als een ongebalanceerde instrumenten- of luidsprekerkabel wordt gebruikt.Tip:Bekijk de connectoren op de kabel om het verschil te bepalen. De metalen connector op een gebalanceerde kabel heeft twee plastic ringen waarmee de connector in drie stukken wordt verdeeld (punt, ring, mantel). Een ongebalanceerde kabel heeft slechts één plastic ring waarmee het metalen gedeelte in twee stukken wordt verdeeld (punt, mantel).Controleer of alle kabels volledig in het mengpaneel en de P3T-ingangen zijn gestoken. Soms kan het signaal zwak en vervormd zijn als een kabel niet volledig is ingestoken.Zorg ervoor dat u de lijinniveau-uitgangen van het mengpaneel gebruikt. Als u een powered mengpaneel gebruikt, dient u de hoofdluidsprekeruitgangen niet te gebruiken, omdat deze versterkende signalen leveren en zo de P3T-ingangen overbelast worden. |
| Geen geluid uit ontvanger | Zorg ervoor dat de zender en ontvanger aan dezelfde groep en hetzelfde kanaal zijn gekoppeldControleer of de niveaus bij de zender worden geregistreerd en zorg ervoor dat het volume op de ontvanger omhoog is gezetControleer of de ontvanger is ingeschakeld en zorg ervoor dat de hoofdtelefoon juist op de ontvanger is aangesloten |
| Het draaien aan de MixMode-knop heeft geen invloed op het geluid | De schakelaar Stereo-MX/Mono op het achterpaneel van de P3T kan op mono zijn ingesteld. De MixMode-knop werkt alleen als de zender is ingesteld op Stereo-MX.Controleer of de signalen van het mengpaneel naar de zender niet identiek zijnControleer of het bodypack is ingesteld op MixMode |
| Lage audio-uitgang bij de ontvanger | Controleer de aansluiting van de hoofdtelefoon en het volumeniveauAls er slechts één kanaal naar de P3T-zender wordt verzonden, controleert u of de MixMode-knop niet op een stil kanaal is ingesteld. Bij gebruik van één kanaal stelt u de P3T-zender in op monomodus. |
| Audio of RF valt uit | Voer een scan uit om te controleren of de ontvanger op een geschikte (beschikbare) frequentie zitZorg ervoor dat er een gezichtslijn tussen de zenderantenne en de bodypack-ontvangers isControleer of andere draadloze apparaten die worden gemonitord, zoals draadloze microfoons, geen RF-uitval hebbenBij gebruik van een andere antenne dan degene die met het systeem is meegeleverd, controleert u of de antenne geschikt is voor gebruik met het juiste frequentiebereik |
| IR-synchronisatie mislukt Controleer of de afstand tussen de ontvanger en zender tussen 6 en 11 cm is | |
Optionele accessoires en vervangingsonderdelen
| Bodypack-ontvanger P3R | |
| Half-rack-zender P3T | |
| Universele bodypack-ontvanger P3RA | |
| Antenne en voedingsverdeelsysteem PA411 | |
| Bedraad PSM-bodypack P9HW | |
| Dynamische MicroDriver-oortelefoon SE112 | |
| Dynamische MicroDriver-oortelefoon SE215 | |
| High-definition MicroDriver-oortelefoon met afgestemde baspoort SE315 | |
| High-definition oortelefoon met dubbele MicroDrivers SE425 | |
| High-definition oortelefoon met driedubbele MicroDrivers SE535 | |
| High-definition oortelefoon met vierdubbele MicroDrivers SE846 | |
| Carrying/Storage Bag 95A2313 | |
| Antenne, 1/4 golflengte (774-952 MHz) UA400 | |
| Antenne, 1/4 golflengte (470-752 MHz) UA400B |
Productgegevens
PSM300
RF-draaggolfbereik
488-937.5 MHz
per regio verschillend
Compatibele frequenties
Per frequentieband
max. 15
Afstemmingsbandbreedte
24 MHz Maximum
Opmerking: per regio verschillend
Werkbereik
omgevingsafhankelijk
90 m (300 ft)
Audiofrequentiekarakteristiek
38 Hz–15 kHz
Signaal/ruis-verhouding
A-gewogen
90 dB (normaal)
ref. afwijking ±34 kHz bij 1 kHz
<0.5% (normaal)
Companding
Shure Audio Reference Companding, gepatenteerd
Parasitaire onderdrukking
ref. 12 dB SINAD
80 dB (normaal)
Frequentiestabiliteit
±2,5 ppm
MPX-piloottoon
19 kHz (±1 Hz)
Modulatie
FM*, MPX-stereo
*ref. afwijking ±34 kHz bij 1 kHz
Bedrijfstemperatuur
-18°C tot +63°C
P3R
Actieve RF-gevoeligheid
bij 20 dB SINAD
2,2 μV
Spiegelonderdrukking
90 dB
Onderdrukking nabuurkanaal
60 dB
Intermodulatieverzwakking
50 dB
Blokkering
60 dB
Audio-uitgangsvermogen
1 kHz bij <1% vervorming, piekvermogen, bij 32 Ω
80 mW (per uitgang)
Minimale belastingsimpedantie
16 Ω
Hoofdtelefoonuitgang
3,5 mm (1/8") stereo
Nettogewicht
98 g(3,5 oz.) (zonder batterijen)
Afmetingen
110 x 64 x 21 mm H x B x D
Batterijgebruiksduur
5–7 uur (continugebruik) AA-batterijen
P3T
RF-uitgangsvermogen
10, 20, 30 mW
Opmerking: per regio verschillend
RF-uitgangsimpedantie
50 Ω (normaal)
Nettogewicht
783 g(27,6 oz.)
Afmetingen
43 x 198 x 172 mm (1.7 x 7.8 x 6.8 in.), H x B x D
Voedingsvereiste
12-15 V DC, 260 mA Maximum
Audio-ingang
Connectortype
6,35 mm (1/4") TRS
Polariteit
Punt positief ten opzichte van ring
Configuratie
Elektronisch gebalanceerd
Impedantie
40 kΩ (werkelijk)
Nominaal ingangsniveau
schakelbaar: +4 dBu, -10 dBV
Maximaal ingangsniveau
| +4 dBu | +22 dBu |
| -10 dBV | +12,2 dBu |
Pentoewijzingen
Punt=signaalvoerend, ring=spanningsloos, mantel=massa
Bescherming fantoomvoeding
Max. 60 V DC
Audiouitgang
Connectortype
6,35 mm (1/4") TRS
Configuratie
Elektronisch gebalanceerd
Impedantie
Rechtstreeks aangesloten op ingangen
Certificering
Dit product voldoet aan de essentiële vereisten van alle toepasselijke Europese richtlijnen en komt in aanmerking voor CE-markering.
Voldoet aan de essentiële vereisten van de volgende Europese Richtlijnen:
• Laagspanningsrichtlijn 2006/95/EG
• R&TTE-richtlijn 99/5/EG
• WEEE-richtlijn 2002/96/EG zoals gewijzigd door 2008/34/EG
• RoHS-richtlijn 2002/95/EG zoals gewijzigd door 2008/35/EG
Opmerking: Houd u aan het lokale recyclingschema voor elektronisch afval. Is conform de relevante vereisten van regelgeving (EG) nr.278/2009 voor externe laagspanningsvoedingen.
Voldoet aan de volgende normen: EN 300 422 Deel 1 en 2. EN 301.489 Deel 1 en 9.
De CE-conformiteitsverklaring kan worden verkregen via: www.shure.com/europe/compliance
Erkende Europese vertegenwoordiger:
Shure Europe GmbH
Hoofdkantoren in Europa, Midden-Oosten en Afrika
Afdeling: EMEA-goedkeuring
Jakob-Dieffenbacher-Str. 12
75031 Eppingen, Duitsland
Telefoon: 49-7262-92 49 0
Fax: 49-7262-92 49 11 4
E-mail: EMEAsupport@shure.de
P3T
Gecertificeerd onder FCC-deel 74.
Gecertificeerd door IC in Canada onder RSS-123 en RSS-102.
IC: 616A-P3TA, 616A-P3TB, 616A-P3TD.
Goedgekeurd volgens de bepaling over conformiteitsverklaring (DoC) van FCC Deel 15.
Voldoet aan vereisten van RSS-GEN.
Dit apparaat voldoet aan de RSS-norm(en) voor licentievrijstelling van Industry Canada. Voldoet aan de eisen van de Europese richtlijnen: R&TTE richtlijn 99/5/EG, WEEE richtlijn 2002/96/EG aangevuld met 2008/34/EG, RoHS richtlijn 2002/95/EG aangevuld met 2008/35/EG. Volg de locale regelgeving voor het ontzorgen van elektronisch afval. Voldoet aan de eisen van de volgende standaardiseringen EN 300 328, EN300 422 deel 1 en deel 2, EN 301 489 deel 1 en deel 9, EN 60065. Gebruik van dit apparaat is onderhevig aan de volgende twee voorwaarden: (1) dit apparaat mag geen storing veroorzaken en (2) dit apparaat moet elke storing accepteren, inclusief storing die ongewenste werking van het apparaat tot gevolg kan hebben.
Belangrijke productinformatie
LICENTIE-INFORMATIE
Licenties: Een vergunning om deze apparatuur te gebruiken kan in bepaalde streken nodig zijn. Raadpleeg de autoriteiten in uw land voor mogelijke vereisten. Wijzigingen of aanpassingen die niet expliciet zijn goedgekeurd door Shure Incorporated, kunnen uw bevoegdheid om de apparatuur te gebruiken tenietdoen. Het is de verantwoordelijkheid van de gebruiker een vergunning aan te vragen voor de Shure draadloze microfoon, en het verkrijgen van de vergunning hangt af van de classificatie van de gebruiker en de toepassing, en van de geselecteerde frequentie. In Nederland is in de band 470 tot 790 Mhz geen vergunning nodig. Shure raadt de gebruiker dringend aan contact op te nemen met de
desbetreffende telecommunicatie-autoriteit betreffende de juiste vergunning en alvorens frequenties te kiezen en te bestellen.
Informatie voor de gebruiker
Deze apparatuur is getest en goed bevonden volgens de limieten van een digitaal apparaat van klasse B, conform deel 15 van de FCC-regelgeving. Deze limieten zijn bedoeld als aanvaardbare bescherming tegen schadelijke interferentie bij plaatsing in woonwijken. Deze apparatuur genereert en gebruikt hoogfrequente energie, kan deze ook uitstralen en kan, indien niet geplaatst en gebruikt in overeenstemming met de instructies, schadelijke interferentie aan radiocommunicatie veroorzaken. Er is echter geen garantie dat in specifieke installaties geen storingen kunnen optreden. Als deze apparatuur schadelijke interferentie in radio- of televisieontvangst veroorzaakt, wat kan worden vastgesteld door het apparaat uit- en weer in te schakelen, wordt de gebruiker geadviseerd om de storing te corrigeren door een of meer van onderstaande maatregelen:
- Richt de ontvangstantenne opnieuw of plaats deze ergens anders.
- Vergroot de scheidingsafstand tussen het apparaat en de ontvanger.
- Sluit het apparaat aan op een contactdoos van een ander circuit dan dat waarop de ontvanger is aangesloten.
- Vraag de dealer of een ervaren radio/TV-monteur om hulp.
Waarschuwing voor draadloze toepassingen in Australië
Dit apparaat valt onder een licentie voor de ACMA-klasse en dient te voldoen aan alle voorwaarden van die licentie, evenals de werkfrequenties. Dit apparaat zal al vóór 31 december 2014 moeten voldoen als het wordt gebruikt in de frequentieband van 520-820 MHz. WAARSCHUWING: Dit apparaat mag na 31 december 2014 om te voldoen niet meer worden gebruikt in de frequentieband van 694-820 MHz.
Opmerking: EMC-conformiteitstesten worden gebaseerd op het gebruik van meegeleverde en aanbevolen kabeltypen. Bij gebruik van andere kabeltypen kunnen de EMC-prestaties worden aangetast.
Houd u aan de plaatselijke regels voor recycling van batterijen, verpakkingsmateriaal en elektronisch afval.
Frequentiebereik en uitgangsvermogen zender
| BAND BEREIK Uitgangsvermogen (mW) | ||
| G20 488 - 512 30 | ||
| H8E 518 - 542 10 | ||
| J10 584 - 608 30 | ||
| J13 566 - 590 30 | ||
| JB 806 - 810 10 | ||
| K12 614 - 638 30 | ||
| K3E 606 - 630 30 | ||
| L18 630 - 654 10 | ||
| L19 630 - 654 30 | ||
| M16 686 - 710 30 | ||
| M18 686 - 710 10 | ||
| Q25 742 - 766 30 | ||
| R12 794 - 806 10 | ||
| S8 823 - 832 20 | ||
| T11 863 - 865 10 | ||
| X7 925 - 937,5 10 |
OPMERKING: Deze radioapparatuur is bedoeld voor gebruik bij professionele muzikale amusementsproducties en soortgelijke toepassingen. Dit radioapparaat kan mogelijk werken op bepaalde frequenties die niet zijn toegestaan in uw regio. Raadpleeg de autoriteiten in uw land voor informatie over goedgekeurde frequenties en RF-vermogensniveaus voor draadloze microfoons.
IMPORTANTES INSTRUÇÕES DE SEGURANÇA
OPMERKING: Deze radioapparatuur is bedoeld voor gebruik bij professionele muzikale amusementsproducties en soortgelijke toepassingen. Dit radioapparaat kan mogelijk werken op bepaalde frequenties die niet zijn toegestaan in uw regio. Raadpleeg de autoriteiten in uw land voor informatie over goedgekeurde frequenties en RF-vermogensniveaus voor draadloze microfoons.