Pro 21 S - Grasmaaier Klippo - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Pro 21 S Klippo in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - Pro 21 S Klippo
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Pro 21 S - Klippo en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Pro 21 S van het merk Klippo.
GEBRUIKSAANWIJZING Pro 21 S Klippo
1. Kom noolt met handen of de voet in de buurt van draa-
inde messen, steek nooit Uw hand in de grasuitworp opening van de machine zonder U er eerst op te verwijzen dat het mes stilstaat en dat de bougiedop van de bougie is verwijderd.
2. Zet de motor op stop en verwijder de bougiedop van de
bougie vóórdat U aan het maaimes komt. Ronddraaien van het maaimes kan anders een motorstart veroorzaken.
3. Laat de machine nooit onbeheerd achter zonder eerst de
4. Knoei nooit aan de motortoerenregelaar. Bescherm en
veiligheidsapparatuur mogen nooit verwijderd worden of uit zÿn functie genomen worden.
5. Vul géén brandstof bij met draaiende of warme motor.
Niet roken als U rich in de nabÿheid bevindt van de maaimachine of als U benzine bÿvult! WAARSCHUWING! Benzine is brandgevaarlÿk! Laat de benzinedop op de maaimachine vastgedaaid zitten, en vul geen benzine bÿ, als de maaimachine gestart is.
6. Sta kinderen nooit toe, of andere personen die niet weten
hoe de maaimachine fungeert, de maaimachine e bedie- nen. Laat geen mensen of dieren zich tÿdens het maaien in de nabyheid van de maaimachine ophouden. Ook al is de maaimachine goed beveiligd, kan het vookomen dat iemand wordt geraakt door een steen of een ander vast voorwerp dat door de maai- machine wordt weggeslagen.
7. Hoe minder mensen zich in de nabijheid van de maai-
machine ophouden hoe beter. Daardoor is het risico dat ie- mand wordt geraakt door een steen of ander vast voowerp dat door de maaimachine wordt weggeslagen kleiner.
8. Om te voorkomen dat dit kan gebeuren is het raadzaam
eventuele stenen of andere voorwerpen van het gazon te verwijderen. Zet altijd eerst de motor uit voordat met de machine over gravel/grindpaden wordt gereden.
9. Laat niemand met de machine werken als niet eerst
gebruiks/veiligheidsinstructies zijn gegeven. Gebruik de maaimachine alleen voor het maaien van uw gras. Niet voor andere doeleinden! Draag een lange broek en ge- schikte schoenen tÿdens het maaien. Denk eraan dat een grasmatglad kan zÿn!
10. Comet SE: Laat de machine niet onbeheerd met de
11. Koppel altijd de bougiekabel los van de bougie voor u iets
onder de maaikast aanraakt, bijvoorbeeld het mulchersys- teem verwijdert of monteert.
12. Gebruik de machine nooit als de bescherming of de
beveiligingsinrichtingen beschadigd zijn. Inspecteer de machine telkens voor gebruik. Controleer regelmatig of alle schroeven en moeren aangehaald zijn, vooral het mes en de motor. Voor het starten van de motor BOVENHANDEL Dit kan zonder gereedschap geschieden. De bovenhandel wordt door middel van een sterke handelmoer op de onder- handel vastgezet. STUURBOOM POSITIE Voor maaiwerk kort langs struiken of muren kan de stuu- boom indien gewenst d.m.v. de handelmoer naar links of rechts worden versteld. Tevens is het bovenste deel van de stuurboom in verschillende hoogtestanden verstelbaar. De stuurboomhoogte worden versteld in de hoogtestand door de plastic knop onderaan de stuurboom een halve slag te draaien (fi g. 1). Klippo maaiers zijn uitgerust met een centraal maaihoogte- regelsysteem waarbij d.m.v. één handel de maaihoogte in verschillende standen van 3 - 6 cm. Kan worden ingesteld. Beweeg de handel vóóruit voor een grotere maaihoogte Pas de maaihoogte altijd goed aan de maaiomstandigheden aan. Maai het gras nooit onnodig kort. Te kort maaien geeft een minder mooi grasspreidingsbeeld en/of bemoeilijkt het gras- vangen terwijl de kans op scalperen groter wordt. Mulchersysteem Deze is bij levering gemonteerd op de machi- nes Excellent en Comet, terwijl hij los wordt meegeleverd bij de Pro-modellen. Wordt gemonteerd/gedemonteerd door twee schroeven achterop de kast (zie afbeelding 16) los/vast te schroeven. Zorg ervoor dat voor het eventueel monteren/ demonteren de bougiekabel losgemaakt is van de bougie! VOORDAT EEN MOTOR VOOR DE EERSTE KEER GESTART WORDT meet de motor met olie worden gewuld (Fig. 3). Lees het bijgevoegde motorinstructieboek. Draai de peilstok eruit en vul ca. 0,55 liter motorolie type SAE 30 of Klippo olie nr. 502873501 of volgens de gebruikershandleiding van de motor. Vul olie bij tot het full merkteken op de peilstok, (niet overvullen) waarbij de machine vlak dient te staan. Pas op met vullen. Af fabriek is de olie weer afgetapt waarbij altijd een kleine hoeveelheid achterblijft. Een niewe motor kangedu- rende de eerste draaiminuten enigzins roken en ook stinken. Dit laatste wordt veroorzaakt doordat de uitlaat heet wordt waardoor verkleuring van de uitlaat optreed en ook lak kan gaan afblderen. OLIECONTROLE Controleer het oliespeil steeds vóór het starten of anders minstensiedere vijf draaiuren. Draai de peilstok eruit en maak hem schoon, bij een vlak staande motor (machine) moet de olie altijd tot aan het full merkteken staan. (Fig. 3) Montage van de stuurboom – Maaihoogte Veiligheidsinstructies voor motormaaimachines met horizontaal draainde messen NL33 Starten van de motor Algemene opmerkingen 825 Series-motoren
1. Starten van een koude motor. Zet de gashandel in de
volgasstand (haas). Druk 3 keer zorgvuldig op de primer- starter (Fig. 4). Deze is geplaatst op de voorzijde. Om een warme motor te starten is het gebruik van de primer- star- ter meestalniet nodig.
2. Tijdens starten en ook tijdens het maaien moet de veilig-
heidsbeugel in werkstand staan (Fig. 5b).
3. Geef nu een forse ruk aan de starterknop om de motor
te doen aanslaan. Bij koud weer kan het noodzakelijk zijn deze procedure enkele keren te herhalen. Indien de motor desondanks niet aanslat kan een hernieuwde poging gedaan worden met de gashandel in de station airstand (schildpad). 675 Series, 700 Series DOV-motoren
1. Tijdens starten en ook tijdens het maaien moet de veilig-
heidsbeugel in werkstand staan (Fig. 5b).
2. Geef nu een forse ruk aan de starterknop om de motor
te doen aanslaan. Bij koud weer kan het noodzakelijk zijn deze procedure enkele keren te herhalen. Indien de motor desondanks niet aanslat kan een hernieuwde poging gedaan worden met de gashandel in de stationairstand (schildpad).
MODELLEN MET HONDA-MOTOREN
1. Bij het starten van een koude motor zet u de gasschuif in
de chokestand. Schuif deze zo ver mogelijk naar voren. Open tevens de benzinekraan (achter het luchtfi lter aan de linkerkant van de motor). Wanneer de motor verzopen is, probeer dan te starten met de gasschuif in stationair. (schildpad). Start de motor nog steeds niet, neem dan de bougie uit en reinig deze van benzine en eventueel vuil. Bij het starten van een warme motor hoeft de choke normaal gesproken niet te worden gebruikt.
2. Tijdens starten en ook tijdens het maaien moet de veilig-
heidsbeugel in werkstand staan (Fig. 5b).
3. Geef nu een forse ruk aan de starterknop om de motor
te doen aanslaan. Bij koud weer kan het noodzakelijk zijn deze procedure enkele keren te herhalen. Indien de motor desondanks niet aanslat kan een hernieuwde poging gedaan worden met de gashandel in de stationairstand (schildpad). COMET SE Bij een nieuwe machine kan het zijn dat eerst de batterij moet worden opgeladen omdat deze nog niet voldoende stroom levert in dat geval. Zie onder batterij laden. Machines met elektrische start zijn daarnaast meestal ook voorzien van de standard handstarter. ELEKTRISCHE START (voor het starten de batterykabels aansluiten) Volg bovenstaande startprocedure volgens punt 1 en 2 en draai dan de contactsleutel rechtsom om te starten tot de motor aanslaat, laat daarop de sleutel los (Fig. 6). Normale werkstand is gelijk aan volgas, (soms afgebeeld door een haas). Start nooit langer dan 5 sekonden achtereen. Indien de motor na 3 pogingen nog niet aanslaat kan de procedure worden herhaald met de gashandel in de positie ”slow” (schildpadafbeering). STOP Deze machine wordt gestopt door het loslaten van de- veiligheidsbeugel (fi g. 5b). Als u alleen de aan-drijving wilt uitschakelen terwijl de motor door moet blijven draaien dan kunt u alleen de veiligheidsbeugel iets laten zakken totdat de machine stil staat. Als u de aandrijving weer wilt inschakelen, druk dan de trans-missiehandel naar voren (Fig. 5c). Met een maaimachine mag nooit over vaste objecten worden gereden. Controleer altijd eerst of het gazon schoon is van vreemde voorwerpen zoals b.v. stenen, takken of botten. Pas ook goed op voor soms deels door het gras moeilijk waar te nemen obstakels zoals b.v. stalen pijpen (voor de bekende waslijn) of omhoog liggende tegels. Markeer deze plekken. Bedien de machine op verant-woorde wijze, kom nooit met handen of voeten in de buurt van draainde messen. Laat nooit een machine met draainde motor (en messer!) onbeheerd staan. Zorg dat kinderen zich niet in de onmiddelijke nabijheid van een draaiende machine ophouden. Denk er ook aan dat zelfs indien de motor net is uitgezet de uitlaat nog altijd heet is. Neem de cantactsleutel eruit (bij elektrisch gestarte model- len) als de machine niet gebruikt wordt. MAAITIPS Experts zijn het ermee eens dat het beste maairesultaat wordt bereikt indien niet meer dan éénderde deel ineens van de graslengte wordt gemaaid. Dit stumuleert de groei en geeft een sterker en groener gazon. Maai vaak. Twee maai- beurtenper week is een goed germiddelde. Probeer zoveel mogenlijk te maaien als het gras droog is. Daardoor wordt een betere grasspreiding verkregen en machines met een grasvanger hebben dan geen problemen met et hetopvangen van het gras. Indien het gras door omstandigheden een keer erg lang is geworden is het raadzaam omeerst een keer in de hoogste stand en daarna een keer in de gewenste stand te maaien. Controleer de maaimesjes regelmatig. Zÿn de mesjes bot dan wordt het gras ongelÿk gemaaid en de snÿoppervlakte geel.
VOORDELEN VAN VOORWIELAANDRIJVING
De maaimachine is uitsluitend te manouvreren. Vele hande- lingen zoals b.v. stoppen, draaien en werken langs bomen kunnen ook geschieden wanner U door de stuurboom iets naar beneden te duwen de aangedreven voorwielen net iets boven de grond laat draaien. In dat gevallen behoeft de wiela- andrijving niet te worden uitgeschakeld. De machine kan met uitge-schakelde wielaandrijving overigens ook als duwmaaier worden gebruikt.
INLOPEN EN OLIEVERVERSEN
Een nieuwe motor is reeds correct afgesteid. Het is ver-stan- dig een nieuwe motor gedurende de eerste vijf draaiuren niet vol te belasten. Denk eraan na de eerste vijf draaiuren de olie te verversen (vervangen) en dit daarna iedere vijfentwintig draaiuren te herhalen. BENZINE Gebruik loodvrije 95 oktaan benzine. Zet de motor af vóórdat U benzine vult. Vul de tank niet geheel tot aan de rand maar tot ca. 6 mm. daaronder. Laat de machine tijdens de winter niet staan met benzine erin. Dit kan in het voorjaar zorgen voor startproblemen.34 Onderhoud Om ongelukken te voorkomen (b.v. per ongeluk starten) is het ulterst raadzaam de gashandel op stop te zetten en de bou- giekap van de bougie af te nemen vóórdat er aan de machine wordt gewerkt. Bij het reinigen onderaan, het vervangen van messen enz. moet de maaier met de bougie naar boven geplaatst worden. Geef na elk seizoen uw maaimachine een servicebeurt bÿ uw gespecialiseerde KLIPPO-servicedealer. Maaimachines met een katalisator na elke drie jaar of na 100 draaiuren. ONDERHOUDINSTRUKTIES Maak de bovenkant en vooral de onderkant van de maaimachine tijdig schoon en voorkom daarmee ”aankoeken” van grasresten. Bÿ het werken of schoon-maken aan de on- derkant van de maaimachine, is het verstandig de maaimach- ine met de bougie opwaarts te stellen. Controleer van tijd tot tijd of alle bevestigingsbouten vast zitten en smeer kabels en assenieder seizoen. Blanke metaaldelen kunnen met een anti- corrosie olie bewerkt worden. Bij professioneel gebruik wordt een routine-servicebeurt per vijftig draaiuren aanbevolen. Gebruik alleen originele reserve delen van KLIPPO. MESSENVERVANGEN: Kombimes/Mesplat Een zware schotelveer drukt de mesplaat/het maaimes tegen een slipschijf. Voor het losdraaien van de mesbout met normale rechtse draad wordt het gebruik van een 14 mm. ring of kniesleutel aangeraden. Bij montage de mes-bout stevig vastdraaien. Eerst handvast en daarna ter zekerheid d.m.v. een voor-zich- tige klap met een hamer op de ring/kniesleutel. Het maaimes fungeert nl. tevens als vliegwiel. Als het maaimes slipt loopt de motor onregelmatig, is moeilijk te starten en kan zelfs terugslaan. Om vibratie van de machine te voorkomen is het noodzakelijk het maaimes altijd goed uitgebalanceerd en op de correcte wijze te monteren. Zie Fig. 7 (mulcher), Fig.8 (Cross-Cut). TRILLINGEN Laat de maaimachine nooit lopen als er sprake is van ong- ewone trillingen. Als een maaimesje beschadigd is moet ook het tegenoverliggende mesje vervangen worden. Indien geen nieuw mesje voorhanden is dient zowel het defecte mesje alsook het tegenoverliggende mesje te worden verwijderd. LUCHTFILTER SERVICE 675 Series- en 825 Series-motoren (Fig. 9 en 10) Reinig het luchtfi lter iedere drie maanden of iedere vijfentwintig draaiuren. Onder zeer stoffi ge omstandigheden moet dit nog vaker worden gedaan.
1. Schroef losdraaien en deksel wegnemen zoals in de
tekening aangegeven.
2. Neem het fi lterelement er voorzichtig uit.
3. Maak het element schoon door het vorzichtig een vlak
4. Monteer het element en de deksel en zet de schroef goed
vast. 700 Seies DOV (Fig. 11)
1. Maak de schroeven aan de bovenzijde los en til het dek
2. Til het element voorzichtig omhoog.
3. Plaats het element terug, zet het deksel erop en haal de
schroben goed aan. Honda GCV 135-motoren (Fig. 12) Reinig het luchtfi lter iedere drie maanden of iedere vijfentwintig draaiuren. Onder zeer stoffi ge omstandigheden moet dit nog vaker worden gedaan.
1. Maak de klemmen los en vouw de deksel aan de kant en
deksel wegnemen zoals in de tekening aangegeven.
2. Neem het fi lterelement er voorzichtig uit.
3. Maak het element schoon door het vorzichtig een vlak op-
4. Monteer het element en de deksel en druk de klemmen
goed aan. OLIE VERVERSEN Schroef de peilstok los. Plaats een vat waarin ten minste 1 liter gaat naast de maaier en kantel de maaier voorzichtig naar links (Briggs & Stratton-motoren) of naar rechts (Honda-motoren), zodat de olie in het vat loopt wanneer de maaier op zijn kant ligt. Dit gaat het beste als de motor nog warm is en de brandstoftank leeg. Ock hier gaat dit het best wanner de motor nog warm is. Monteer daarna mesplaat en aftapplug weer vóórdat nieuwe olie wordt bijgevuld tot aan het merkteken op de peilstok (Fig. 3). VERVANGEN EN AFSTELLEN VAN V-SNAREN (Fig. 13)
1. Demonteer de twee deksels van de aandrijfkast (vier chro-
even). Verwijder vuil uit de aandrijfkast.
2. Verwijder het plastic kapje/dekseltje dat buiten op het vóór-
wiel naast de versnellingsbak, is gemonteerd voorzichtig met behulp van een schroevaedraaier. Na het losdraaien van een inbusbout kan het wiel afgenomen worden.
3. Nu kan de V-snaar va de poelie afgehaald worden. Vóórdat
een nieuwe riem gemonteerd wordt moet worden gecon- troleerd of de poelie van de inschakeling van de aandrijving gemakkelijk op de as draait. Indien dit niet het geval is moet deze eerst goed gangbaar worden gemaakt. Doe daarna eerst een beetje vet op de as. Monteer de nieuwe v-snaar en zorg ervoor dat deze in de goede positie wordt gemonteerd, ook bij het kogellager (503319001) waarmee de snarspanning kan worden bijgesteld.
4. Afstelling: De spanning van de v-snaar kan worden bijgest-
eld door genoemd kogellager iets naar boven of naar of naar onderen te stellen. Wanneer de maaimachine een paar uur gedraaid heeft kan de v-snaar iets oprekken waardoor. In dit geval moet de v-snaar opnieuw worden afgesteld.
5. Laat de machine proefdraaien ter controle van de juiste
werking alvorens de deksels van de aandrijfkast weer worden gemonteerd.
TUSSENRIEM VERVANGEN EN AFSTELLEN
Voor het vervangen en afstellen van de riem, die tussen de motoras en de wormtransmissie loopt, volgt u onderstaande instructies:
1. Verwijder het mes (alleen bij het vervangen van de riem).
2. Bij vervangen: schroef de vier stelschroeven op de console
van de wormtransmissie eruit. Bij afstellen: draai de vier stelschroeven iets losser (afbeelding 14).
3. Verwijder de oude riem en plaats de nieuwe, draai vervol-
gens de vier stelschroeven iets aan (alleen bij vervangen van riem).
4. Stel de riem af door de wormtransmissie naar voren of naar
achteren te schuiven. De riem moet in het midden ca. 10 mm kunnen veren (wordt onder de machine gecontroleerd), dit komt overeen met een trekkracht van ca. 3 kg. Gebruik bij voorkeur een weeghaak voor de controle.
5. Draai de stelschroeven stevig vast.
6. Denk erom de aandrijffunctie te controleren omdat het
afstellen van de wormtransmissie de riemspanning in de versnellingsbak beïnvloedt (de bak staat onder een grotere of kleinere hoek).
7. Controleer een extra keer of de schroeven goed vast zitten.
DE BATTERIJ is een 12-volt lood-zwavelzuur type waaraan normaal gesproken geen onderhoud nodig is en welke wordt opgeladen tijdens het begruik van de maaimachine. Echter, wanneer de motor na herhaalde startpogingen niet aanslaat kan het gebeuren dat de accu leeg raakt en de machine met35 EG-verklaring van overeenstemming (Alleen geldig voor Europa) Husqvarna AB, SE-561 82 Huskvarna, Sverige, tel: +46-36-146500, verklaart hiermee dat de motormaaiers Klippo Excellent S, Excellent S GCV, Comet S, Comet S GCV, Comet SE, Pro 19 S Pro 19 S GCV, Pro 21 S, Pro 21 S GCV vanaf serienummer 08XXXXXXX en verder overeenkomen met de voorschriften in de RICHTLIJNEN VAN DE RAAD: - van 22 juni 1998 ”betreffende machines” 98/37/EG. - van 15 december 2004 ”betreffende elektromagnetische compatibiliteit” 2004/108/EEC. - van 8 mei 2000 ”betreffende geluidsemissie door materieel voor gebruik buitenshuis” 2000/14/EG. Aangemelde instantie 0404, SMP Svensk Maskinprovning AB, Fyrisborgsgatan 3, SE-754 50 Uppsala, Zweden, heeft rapporten opgest- eld inzake een beoordeling van de overeenstemming met bijlage VI van Richtlijn 2000/14/EG van de Raad van 8 mei 2000 betreffende ”de geluidsemissie door materieel voor gebruik buitenshuis”. De certifi caten hebben nummer: Excellent S 17/901/017 Excellent S GCV 17/901/022 Comet S 17/901/021 Comet S GCV 17/901/023 Comet SE 17/901/004 Pro 19 S 17/901/018 Pro 19 S GCV 17/901/012 Pro 21 S 17/901/014 Pro 21 S GCV 17/901/019 Trillings niveau: Zie technische specifi caties, blz. 43! de hand gestart moet worden middels de repeteers tarstarter. Een ontladen accu kan worden opgeladen met behulp van de acculader welke bij de machine wordt mee-geleverd. NB. Het is aanbevelingswaardig de accu gedurende het maai- seizoen ÈÈn of wee keer op te laden en zeker ook voordat de machine voor de winter wordt weggezet. OPLADEN VAN DE BATTERIJ (Comet SE)
1. Maak de kabelverbinding los van de kabel bij de accu.
2. Sluit de kabel van de acculader op de kabel van de kabel
de accu aan en sluit de lader aan op 220 V lichtnet. (wand- con-tactdoos) (Fig. 15).
3. Het volledig opladen van een lege accu kan ongeveer 24
uur duren. Koppel daarna de acculader weer af en sluit de kabelverbinding tussen accu en motor weer aan. NB. G a géén accu opladen bij een temperatuur lager dan 5 graden Celsius. NB. Gooi een gebruikte (defecte) accu nooit bij het huisvuil maar lever hem in bij Uw servicedealer.
OPZOEKEN VAN STORINGEN
Wanneer de motor niet wil aanslaan (start) controleer dan het volgende:
3. Is de bougie niet vervuild en/of de elektrode-afstand wel
correct (moet zijn 0,7-0,8 mm.)
4. Zit het mes vast?
5. Is het luchtfi lter verstopt? Maak het luchtfi lter schoon of
vervang het! Als de motor na deze maatregelen niet start, neem dan contact op met de dichtstbijzijnde werkplaats.
6. Wordt het maairesultaat slecht en worden de grassprietjes
ongelijkmatig afgesneden? Vervang het mes! Ook het op- vangvermogen wordt negatief beïnvloed door een versleten mes. SCHOONMAKEN Stel de maaimachine met de bougie opwaarts. Wanneer de maaimachine voor het schoonmaken op zijn kant wordt gezet doe dit dan met de uitlaat naar boven omdat er anders olie in de uitlaat kan lopen en in de carburateur gezogen kan worden bij de eerstvolgende startpoging. Laat de machine vóór het schoonmaken altijd zolang draaien dat ook de benzinetank leeg is. Anders kan er bij het op de kant zetten van de machine benzine stromen uit het ontluchtings- gaatje van de tankdop. Denk aan het milieu en het brand gevaar! NB. Maak de maaimachine nooit schoon met een hoge- drukreiniger. Ontzie bij schoonspoelen de motor, zeker als deze nog heet is.
OPBERGEN VOOR DE WINTER
Laat de motor lopen totdat de benzine op is. Ververs de olie. Giet een theelepeltje olie in het bougiegat en trek daarna enige keren aan de handstarter alvorens de bougie weer te monteren. Maak het luchtfi lter en (bij aangedreven machines) de aandrijfkast schoon. Zet de machine weg op een droge plaats. Laad de accu op ingeval van elektrische start. Type aanduiding Serie- nummer Motor Motor - volume/cc Gemeten niveau effect dB(A) Gegarandeerd gegeluidseffect, dB(A) Operateur geluidsluid- sniveau, dB(A) Mes type Maaibredte,
Notice-Facile