Liftronic 700 - Garagepoort Hormann - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Liftronic 700 Hormann in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - Liftronic 700 Hormann
Download de handleiding voor uw Garagepoort in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Liftronic 700 - Hormann en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Liftronic 700 van het merk Hormann.
GEBRUIKSAANWIJZING Liftronic 700 Hormann
Handleiding voor montage, werking en onderhoud Garagedeuraandrijving
Verlengde deurmeenemer Wanneer de vrije ruimte tussen het hoogste punt van de deur en het plafond minder dan 30mm bedraagt, kan de garagedeuraandrijving - indien er genoeg plaats is - ook achter de geopende deur worden gemonteerd. In deze gevallen moet een verlengde deurmeenemer worden gebruikt. – voor een lateiverspringing van 1.000mm – voor sectionaaldeuren (N-beslag) tot 2.375mm hoogte – voor sectionaaldeuren (L- of Z-beslag) tot 2.250mm hoogte – voor kanteldeuren tot 2.750mm hoogte
Inbouwconsole voor sectionaaldeuren Voor vreemde producten
Handzender RSC2 (inclusief handzenderhouder) Deze handzender werkt met een rolling code (frequentie: 433MHz) die bij elke verzending wijzigt. De handzender heeft twee toetsen, u kunt dus met de tweede toets een andere deur openen of de buitenverlichting inschakelen, indien daarvoor een optionele ontvanger aanwezig is.
Handzender RSZ1 Deze handzender is bedoeld voor opname in een sigarettenaansteker in een voertuig. De handzender werkt met een rolling code (frequentie: 433MHz) die bij elke verzending wijzigt.
Binnendrukknopschakelaar PB3 Met de binnendrukknopschakelaar kunt u uw deur comfortabel in de garage openen en sluiten, het licht inschakelen en de radiocode blokkeren. Inclusief 7m aansluitkabel (met 2 draden) en montagemateriaal.
Radiocodeschakelaar RCT3b Met de verlichte radiocodeschakelaar kunnen maximaal 3 deuraandrijvingen per impuls snoerloos worden bestuurd. Zo bespaart u het omslachtige leggen van leidingen.
Opbouw- en inbouwsleutelschakelaar Met de sleutelschakelaar kunt u uw garagedeuraandrijving met de sleutel langs buiten bedienen. Twee versies in één toestel - voor inbouw of opbouw.
ilca LS 11 Noodontgrendelingsslot NET3 Noodzakelijk voor garages zonder een tweede toegang. – Boring Ø 13mm – Kabellengte 1,5m
Ontvanger RERI1 / RERE1 Deze 1-kanaal-ontvanger maakt de bediening van een garagedeuraandrijving met honderd bijkomende handzenders (-toetsen) mogelijk. Geheugenplaatsen: 100 Frequentie: 433MHz (Rolling Code) Bedrijfsspanning: 24V DC / AC of 230 / 240V AC Relais-uitgang: Aan / Uit
Eénrichtingsfotocel EL 101 Voor binnentoepassing als extra veiligheidsvoorziening. Inclusief 2× 10m aansluitkabel (met 2 draden) en montagemateriaal.
Verlengset voor geleidingsrail FS3 TR10L006-C RE / 11.2013 51 NEDERLANDS1 Over deze handleiding .......................................... 53
1.4 Aanwijzingen bij de illustraties ................................ 53
2.4 Veiligheidsrichtlijnen voor montage,
onderhoud, herstelling en demontage van de deurinstallatie .............................................. 54
2.5 Veiligheidsrichtlijnen bij de montage ....................... 54
2.6 Veiligheidsrichtlijnen voor
inbedrijfstelling en bediening .................................. 55
2.7 Veiligheidsrichtlijnen voor
3.3 Voorbereiding aan de sectionaaldeur ..................... 56
3.4 Voorbereiding aan de kanteldeur ............................ 56
4 Inbedrijfstelling / aansluiting van extra componenten ........................................ 57
4.3 Extra componenten / toebehoren aansluiten .......... 58
5.2 Geïntegreerde draadloze ontvanger ....................... 60
5.5 Wissen van alle geheugenplaatsen ......................... 60
Inhoudsopgave Doorgeven of kopiëren van dit document, gebruik en mededeling van de inhoud ervan zijn verboden indien niet uitdrukkelijk toegestaan. Overtredingen verplichten tot schadevergoeding. Alle rechten voor het inschrijven van een patent, een gebruiksmodel of een monster voorbehouden. Wijzigingen onder voorbehoud. 6 Bediening ............................................................... 60
6.4 Handelingen bij een spanningsuitval ...................... 61
6.5 Handelingen na een spanningsuitval ...................... 61
8 Aantonen van bedrijfstoestanden, fouten en waarschuwingsmeldingen .................. 62
8.1 Meldingen van de aandrijvingsverlichting ............... 62
8.2 Indicatie van fout- / waarschuwingsmeldingen ....... 62
TR10L006-C RE / 11.2013 NEDERLANDSGeachte klant, wij verheugen ons dat u gekozen hebt voor een kwaliteitsproduct van onze firma. 1 Over deze handleiding Deze handleiding is een originele gebruiksaanwijzing in de zin van EG-richtlijn2006/42/EG. Lees de handleiding zorgvuldig en volledig, zij bevat belangrijke informatie over het product. Neem de opmerkingen in acht en volg in het bijzonder de veiligheids- en waarschuwingsrichtlijnen op. Bewaar deze handleiding zorgvuldig!
1.1 Geldende documenten
Voor een veilig gebruik en onderhoud van de deurinstallatie moeten volgende documenten ter beschikking staan:
- bijgevoegd controleboek
- de handleiding van de garagedeur
1.2 Gebruikte waarschuwingen
Het algemene waarschuwingssymbool kentekent een gevaar dat kan leiden tot lichamelijke letsels of tot de dood. In de tekst wordt het algemene waarschuwings- symbool gebruikt met betrekking tot de volgende beschreven waarschuwingsstappen. In de illustraties verwijst een bijkomende aanduiding naar de verklaringen in de tekst. GEVAAR Kentekent een gevaar dat onmiddellijk leidt tot de dood of tot zware letsels. WAARSCHUWING Kentekent een gevaar dat kan leiden tot de dood of tot zware letsels. VOORZICHTIG Kentekent een gevaar dat kan leiden tot lichte of middelmatige letsels. OPGELET Kentekent een gevaar dat kan leiden tot beschadiging of vernieling van het product.
1.3 Gebruikte definities
DIL-schakelaars Schakelaars die zich onder het zijdelingse luik van de motorkap bevinden en dienen om functies van de aandrijving te activeren. Impulsbesturing Bij elke druk op een toets wordt de deur in de tegengestelde richting t.o.v. de laatste richting gestart of wordt een deurbeweging gestopt. Leercycli Deurbewegingen, waarbij het traject en ook de krachten, die voor het functioneren van de deur noodzakelijk zijn, worden aangeleerd. Normale werking Deurbeweging met aangeleerde trajecten en krachten. Referentiecyclus Deurbeweging in richting eindpositie Deur-open om de basisinstelling vast te leggen. Terugkeercyclus / Veiligheidsreset Deurbeweging in tegengestelde richting bij het activeren van de veiligheidsvoorziening of van de krachtbegrenzing. Traject Het traject dat de deur van de eindpositie Deur-open tot de eindpositie Deur-dicht aflegt.
1.4 Aanwijzingen bij de illustraties
In de illustraties wordt de montage van de aandrijving weergegeven bij een sectionaaldeur. Afwijkende montagestappen bij een kanteldeur worden bijkomend getoond. Bij de aanduiding worden voor de illustratienummering de volgende letters gebruikt: (a) = sectionaaldeur (b) = kanteldeur Alle maataanduidingen in de illustraties zijn in [mm].
1.5 Gebruikte symbolen
Zie tekstgedeelte In het voorbeeld betekent 2.2: zietekstdeel, hoofdstuk 2.2 Belangrijke instructie ter voorkoming van lichamelijke letsels en materiële schade Grote krachtinspanning Geringe krachtinspanning Opletten dat het systeem soepel loopt TR10L006-C RE / 11.2013 53 NEDERLANDSVeiligheidshandschoenen gebruiken Hoorbaar inklikken Fabrieksinstelling van de DIL-schakelaars 2 Veiligheidsrichtlijnen
2.1 Doelmatig gebruik
De garagedeuraandrijving is uitsluitend voorzien voor impulsbediening van door veren uitgebalanceerde sectionaal- en kanteldeuren voor privaat en niet-industrieel gebruik. Let op de aanwijzingen van de fabrikant aangaande de combinatie van deur en aandrijving. Eventueel gevaar in de zin van DINEN13241-1 wordt door de constructie en montage volgens onze aanwijzingen vermeden. Deuren die zich in het openbaar bevinden en enkel over een bescherminstallatie, bijvoorbeeld over een krachtbegrenzing, beschikken, mogen alleen onder toezicht worden bediend. De garagedeuraandrijving is voor de werking in droge ruimten geconstrueerd.
2.2 Ondoelmatig gebruik
Continu gebruik en toepassing op industrieel gebied zijn niet toegelaten. De aandrijving mag niet bij deuren zonder valbeveiliging worden gebruikt.
2.3 Kwalificatie van de monteur
Alleen met een correcte montage en onderhoud door een competente / deskundige bediening of een competente / deskundige persoon die met de handleidingen vertrouwd is, kan een veilig en juist functioneren van een montage gegarandeerd worden. Een deskundige volgens EN12635 is een persoon die een aangepaste opleiding heeft genoten en beschikt over praktische kennis en ervaring om een deurinstallatie correct en veilig te monteren, te controleren en te onderhouden.
2.4 Veiligheidsrichtlijnen voor montage, onderhoud,
herstelling en demontage van de deurinstallatie GEVAAR Compensatieveren staan onder hoge spanning
Zie waarschuwingsrichtlijn hoofdstuk3.1 WAARSCHUWING Gevaar voor lichamelijke letsels bij onverwachte deurbeweging
Zie waarschuwingsrichtlijn hoofdstuk7 De montage, het onderhoud, de herstelling en de demontage van de deurinstallatie en de garagedeuraandrijving moeten door een vakman worden uitgevoerd.
Neem bij storingen van de garagedeuraandrijving onmiddellijk contact op met een vakman voor de controle of de herstelling.
2.5 Veiligheidsrichtlijnen bij de montage
De deskundige dient erop te letten dat bij uitvoering van de montagewerkzaamheden de geldende voorschriften inzake veiligheid op het werk alsook de voorschriften voor bediening van elektrische toestellen worden toegepast. Hierbij moeten de nationale richtlijnen opgevolgd worden. Eventueel gevaar in de zin van DINEN13241-1 wordt door de constructie en montage volgens onze aanwijzingen vermeden. Het plafond van de garage moet zo gemaakt zijn dat een veilige bevestiging van de aandrijving gegarandeerd is. Bij een te hoog of te licht plafond moet de aandrijving aan bijkomende steunbalken worden bevestigd. GEVAAR Netspanning
Zie waarschuwingsrichtlijn hoofdstuk4 WAARSCHUWING Ongeschikte bevestigingsmaterialen
Zie waarschuwingsrichtlijn hoofdstuk3.5.2 Levensgevaar door de handkabel
Zie waarschuwingsrichtlijn hoofdstuk3.3 Gevaar voor letsels door ongewilde deurbeweging
Zie waarschuwingsrichtlijn hoofdstuk3.7 VOORZICHTIG Knelgevaar bij de montage van de geleidingsrail!
Zie waarschuwingsrichtlijn hoofdstuk3.5
TR10L006-C RE / 11.2013 NEDERLANDS2.6 Veiligheidsrichtlijnen voor inbedrijfstelling en bediening WAARSCHUWING Gevaar voor lichamelijke letsels bij bewegingen van de deur
Zie waarschuwingsrichtlijn hoofdstuk4 en 6 Gevaar voor lichamelijke letsels bij snel sluitende deur
Zie waarschuwingsrichtlijn hoofdstuk6.2.1 VOORZICHTIG Knelgevaar in de geleidingsrail
Zie waarschuwingsrichtlijn hoofdstuk4 en 6 Gevaar voor letsels door de handgreep met trekkabel
Zie waarschuwingsrichtlijn hoofdstuk4 en 6 Gevaar voor letsels door hete lamp
Zie waarschuwingsrichtlijn hoofdstuk6 en 7.3
2.7 Veiligheidsrichtlijnen voor gebruik van de
handzender WAARSCHUWING Gevaar voor lichamelijke letsels bij ongewilde deurbeweging
Zie waarschuwingsrichtlijn hoofdstuk5 VOORZICHTIG Gevaar voor letsels bij ongewilde deurbeweging
Zie waarschuwingsrichtlijn hoofdstuk5
2.8 Geteste veiligheidsvoorzieningen
Veiligheidsrelevante functies of componenten van de besturing, zoals krachtbegrenzing, externe fotocellen en sluitkantbeveiliging, voor zover voorhanden, werden overeenkomstig categorie2, PL"c" van de ENISO13849-1:2008 geconstrueerd en getest. WAARSCHUWING Gevaar voor lichamelijke letsels door niet functionerende veiligheidsvoorzieningen
Zie waarschuwingsrichtlijn hoofdstuk 4.2 3 Montage
3.1 Deur / deurinstallatie controleren
GEVAAR Compensatieveren staan onder hoge spanning Het bijstellen of het losmaken van de compensatieveren kan ernstige letsels veroorzaken!
Laat voor uw eigen veiligheid, vooraleer u de aandrijving installeert, werkzaamheden aan de compensatieveren van de deur en indien nodig onderhouds- en herstelwerkzaamheden enkel door een deskundige uitvoeren!
Probeer nooit om de compensatieveren voor de gewichtsuitbalancering van de deur of de houders ervan zelf te vervangen, bij te stellen, te herstellen of te verplaatsen.
Controleer bovendien de volledige deurinstallatie (draaipunten, positie van de deur, kabels, veren en bevestigingsonderdelen) op slijtage en op eventuele beschadigingen.
Controleer op aanwezigheid van roest, corrosie en barsten. Fouten in de deurinstallatie of verkeerd uitgerichte deuren kunnen tot ernstige letsels leiden!
Gebruik de deurinstallatie niet als er herstellings- of regelwerkzaamheden moeten worden uitgevoerd. De aandrijving werd niet ontworpen voor de bediening van stroef lopende deuren, d.w.z. deuren die niet meer of maar zeer moeilijk met de hand geopend of gesloten kunnen worden. De deur moet zich in onberispelijke mechanische toestand bevinden, zodat deze ook gemakkelijk met de hand kan worden bediend (EN12604).
Hef de deur ca. een meter en laat ze los. De deur zou in deze positie moeten blijven staan en noch naar beneden, noch naar boven bewegen. Indien de deur toch in één van deze richtingen beweegt, bestaat het gevaar dat de compensatieveren / gewichten niet juist zijn ingesteld of defect zijn. In dit geval moet u rekening houden met meer slijtage en met een verkeerde werking van de deurinstallatie.
Controleer of de garagedeur correct kan worden geopend en gesloten.
Stel de mechanische vergrendelingen van de deur, die voor een bediening met een garagedeuraandrijving onnodig zijn, buiten werking. Daartoe behoren vooral de vergrendelingsmechanismen van het deurslot (ziehoofdstuk3.3.1 en hoofdstuk3.4.1).
Neem het overeenkomstige tekstgedeelte in acht, wanneer u door het symbool voor de tekstrichtlijn daarop wordt gewezen.
3.2 Benodigde vrije ruimte
Zie afbeelding1.1a / 1.2b De vrije ruimte tussen het hoogste punt bij de deurbeweging en het plafond moet minstens 30mm bedragen. Bij een kleinere vrije ruimte en indien er voldoende plaats is, kan de aandrijving ook achter de geopende deur worden gemonteerd. In dat geval moet een verlengde deurmeenemer (zie toebehoren voor de garagedeuraandrijving / C1) afzonderlijk worden besteld en gebruikt. TR10L006-C RE / 11.2013 55 NEDERLANDSDe garagedeuraandrijving kan max.50 cm excentrisch worden geplaatst. Het noodzakelijke stopcontact voor de elektrische aansluiting moet ongeveer50cm naast het aandrijvingsaggregaat worden geplaatst (ziehoofdstuk4netspanning in acht nemen).
Controleer deze afmetingen!
3.3 Voorbereiding aan de sectionaaldeur
Verwijder de handkabel bij de montage van de aandrijving (zie afbeelding1.2a).
3.3.1 Deurvergrendeling aan de sectionaaldeur
3.3.2 Excentrisch versterkingsprofiel bij de
Monteer bij het excentrische versterkingsprofiel op de sectionaaldeur het meenemerhoekstuk links of rechts aan het dichtstbijzijnde versterkingsprofiel.
3.3.3 Middelste deurvergrendeling bij de
Monteer bij sectionaaldeuren met een middelste deurvergrendeling de meenemer en het meenemerhoekstuk max.50cm excentrisch.
3.4 Voorbereiding aan de kanteldeur
Zie afbeelding1.3b / 1.4b / 1.5b
Stel de mechanische deurvergrendelingen op de kanteldeur buiten werking.
Bij de hier niet opgenoemde deurmodellen moet de snapper bij de klant vastgesteld worden.
3.4.2 Kanteldeuren met een deurgreep uit
Monteer afwijkend van de illustraties bij kanteldeuren met een kunstsmeedijzeren handgreep de plafondconsole en het meenemerhoekstuk max.50cm uit het midden.
3.4.3 Kanteldeuren met houtvulling
Zie afbeelding1.7b Bij N80-deuren met houtvulling moeten de onderste gaten van de meenemer voor de montage worden gebruikt.
3.5 Geleidingsrail monteren
VOORZICHTIG Knelgevaar bij de montage van de geleidingsrail! Bij de montage van de geleidingsrail bestaat het gevaar dat vingers gekneusd worden.
Let erop dat u niet met de vingers tussen de profieluiteinden komt.
Gebruik de bij de rail gevoegde montagehandleiding voor de montage van de geleidingsrail.
Leg de rail voor een stabiel vlak dat als tegenhouder dient (bv. een muur), vóór u het laatste railelement monteert.
Controleer, of de tandriem zich in het midden op de omkeerrol bevindt. Indien dit niet het geval is, centreer dan de tandriem in het midden met een stomp voorwerp (bv. met de stompe zijde van een werktuigsleutel).
Controleer de spanning van de tandriem en pas deze indien nodig aan (zie afbeelding17 en hoofdstuk7.1).
3.5.1 Controleren of de geleidingsslede soepel loopt
1. Let erop dat de afzonderlijke elementen van de
geleidingsrail op één lijn staan zodat er aan het uiteinde van de profielen vlakke overgangen zijn!
2. Controleer of de geleidingsslede zich vlot in de
geleidingsrail beweegt. Daartoe schuift u de geleidingsslede eens heen en weer door de rail. Herhaal deze handeling indien nodig.
3.5.2 Geleidingsrail inbouwen
Zie afbeelding2.2 – 2.5 WAARSCHUWING Ongeschikte bevestigingsmaterialen Het gebruik van ongeschikte bevestigingsmaterialen kan ertoe leiden dat de aandrijving niet veilig is bevestigd en kan loskomen.
De meegeleverde montagematerialen dienen door de monteur op geschiktheid voor de voorziene montageplaats te worden gecontroleerd.
Gebruik het meegeleverde bevestigingsmateriaal (pluggen) alleen voor beton ≥B15 (zieafbeeldingen1.6a / 1.8b / 2.5). OPGELET Beschadiging door verontreiniging Boorstof en spaanders kunnen tot functiestoringen leiden.
Dek de aandrijving af bij boorwerken.
Voor de geleidingsrail aan de latei of het plafond wordt gemonteerd schuift u de geleidingsslede ca. 20cm in richting midden van de rail. Op een later tijdstip is dit niet meer mogelijk!
Zie afbeelding3.1a / 3.1b – 5.2
1. Monteer de deurmeenemer.
2. Plaats de eindaanslag voor de eindpositie Deur-open
tussen de geleidingsslede en de aandrijving los in de geleidingsrail en schuif de garagedeur met de hand in de eindpositie Deur-open. Daardoor wordt de eindaanslag in de juiste positie geschoven.
3. Fixeer de eindaanslag voor de eindpositie Deur-open.
4. Plaats de eindaanslag voor de eindpositie Deur-dicht
tussen de geleidingsslede en de plafondconsole los in de geleidingsrail en schuif de garagedeur met de hand in de eindpositie Deur-dicht. Daardoor wordt de eindaanslag in de juiste positie geschoven.
TR10L006-C RE / 11.2013 NEDERLANDS5. Fixeer de eindaanslag voor de eindpositie Deur-dicht. OPMERKING: Als de deur niet gemakkelijk met de hand in de gewenste eindpositie Deur-open of Deur-dicht kan worden geschoven, dan is het deurmechanisme voor bediening met een garagedeuraandrijving te stroef en moet het worden gecontroleerd (ziehoofdstuk3.1)!
3.7 Garagedeuraandrijving monteren
Zie afbeelding6 WAARSCHUWING Gevaar voor letsels door ongewilde deurbeweging Bij een verkeerde montage of bediening van de aandrijving kunnen ongewilde deurbewegingen optreden en daarbij personen of voorwerpen worden ingeklemd.
Volg alle aanwijzingen in deze handleiding. Verkeerd aangebrachte besturingstoestellen (zoals bv. schakelaars) kunnen ongewenste deurbewegingen veroorzaken en daarbij personen of voorwerpen inklemmen.
Monteer besturingstoestellen op een hoogte van minstens 1,5m (buiten het bereik van kinderen).
Monteer vast geplaatste besturingstoestellen (zoals schakelaars enz.) in het gezichtsbereik van de deur maar verwijderd van bewegende delen.
3.8 Noodontgrendeling
Voor garages zonder tweede toegang is een noodontgrendeling voor de mechanische ontgrendeling noodzakelijk om het eventueel buitensluiten als de netspanning uitvalt te vermijden; deze dient afzonderlijk te worden besteld (zie toebehoren voor de garagedeuraandrijving C8).
Controleer de noodontgrendeling maandelijks op functionaliteit.
3.9 Waarschuwingsbordje monteren
Bevestig het waarschuwingsbord tegen knelgevaar duurzaam op een opvallende, gereinigde en ontvette plaats, bijvoorbeeld in de omgeving van de vast geïnstalleerde schakelaar voor de bediening van de aandrijving. 4 Inbedrijfstelling / aansluiting van extra componenten GEVAAR Netspanning Bij contact met de netspanning bestaat er gevaar voor elektrocutie. Neem in ieder geval de volgende richtlijnen in acht:
Elektrische aansluitingen mogen enkel door een elektricien worden uitgevoerd.
De elektrische installatie van de klant moet in overeenstemming zijn met de betreffende veiligheidsvoorschriften (230 / 240VAC, 50 / 60Hz).
Bij beschadiging van de netaansluitkabel moet deze door een professionele elektricien worden vervangen om gevaar te voorkomen.
Trek de netstekker uit voor alle werkzaamheden aan de aandrijving. WAARSCHUWING Gevaar voor lichamelijke letsels bij bewegingen van de deur In het bereik van de deur kunnen letsels of beschadigingen veroorzaakt worden als de deur in beweging is.
Vergewis u ervan dat er geen kleine kinderen bij de deurinstallatie spelen.
Vergewis u ervan dat er zich geen personen of voorwerpen binnen het bewegingsbereik van de deur bevinden.
Stel de garagedeuraandrijving enkel in werking wanneer u het bewegingsbereik van de deur kunt overzien en de deurinstallatie over slechts één veiligheidsvoorziening beschikt.
Controleer de deurbeweging tot de deur de eindpositie bereikt heeft.
Rijd of loop pas door deuropening van deurinstallaties met afstandsbediening als de deur tot stilstand is gekomen!
Blijf nooit onder de geopende deur staan. VOORZICHTIG Knelgevaar in de geleidingsrail Het grijpen in de geleidingsrail tijdens de deurbeweging kan leiden tot kneuzingen.
Grijp tijdens de deurbeweging niet in de geleidingsrail. TR10L006-C RE / 11.2013 57 NEDERLANDSVOORZICHTIG Gevaar voor letsels door de handgreep met trekkabel Als u aan de handgreep met trekkabel gaat hangen, kunt u vallen en een letsel oplopen. De aandrijving kan afbreken en personen verwonden die zich eronder bevinden, voorwerpen beschadigen of zelf vernield worden.
Hang niet met uw lichaamsgewicht aan de handgreep met trekkabel.
4.1 Weergave- en bedieningselementen
Schakelaar T • Aanleren van de aandrijving (traject en nodige krachten)
- Impulsschakelaar in normale modus Schakelaar P • Aanleren van de handzender
- Wissen van de aangemelde handzender LED rood • Weergave van de modus
- Weergave van foutmeldingen Aandrijvings- verlichting
- Weergave van de modus
- Garageverlichting DIL-schakelaars • Activeren van functies van de aandrijving
4.2 Aandrijving aanleren
Zie afbeelding8 - 9 Bij het aanleren worden deurspecifieke gegevens, o.a. het traject en de krachten die tijdens het openen en sluiten nodig zijn, aangeleerd en spanningsuitvalbeveiligd opgeslagen. Deze gegevens zijn alleen geldig voor deze deur OPMERKING: Bij het aanleren is een eventueel aangesloten fotocel niet actief.
1. Druk de groene knop op de geleidingsslede in.
2. Verschuif de deur manueel tot de geleidingsslede in het
3. De netstekker insteken.
De aandrijvingsverlichting knippert tweemaal.
4. Druk op schakelaarT in de aandrijvingskap om de
leercycli te starten. – De deur opent en stopt kort in eindpositie Deur-open. De aandrijvingsverlichting knippert. – De deur beweegt automatisch dicht - open - dicht - open, daarbij worden het traject en de noodzakelijke krachten aangeleerd. De aandrijvingsverlichting knippert. – In de eindpositie Deur-open blijft de deur staan. Deaandrijvingsverlichting brandt nu continu en gaat na ca.2minuten uit. De aandrijving heeft alles aangeleerd en is nu klaar voor gebruik.
5. Controleer of de deur ook volledig de posities Deur-dicht
en Deur-open bereikt. Indien niet verplaatst u de betreffende eindaanslag, daarna wist u de voorhanden deurgegevens (ziehoofdstuk9) en leert u de aandrijving opnieuw aan. WAARSCHUWING Gevaar voor lichamelijke letsels door niet functionerende veiligheidsvoorzieningen Door niet functionerende veiligheidsvoorzieningen kunnen in geval van fouten lichamelijke letsels worden veroorzaakt.
Na de leercyclussen dient de inbedrijfstellingsmonteur de functie(s) van de veiligheidsvoorziening(en) te controleren. Eerst daarna is de installatie klaar voor gebruik.
4.3 Extra componenten / toebehoren aansluiten
OPGELET Vreemde spanning aan de aansluitklemmen Vreemde spanning aan de aansluitklemmen van de besturing leidt tot vernietiging van de elektronica.
Leg geen netspanning (230 / 240VAC) aan de aansluitingsklemmen van de besturing. De klemmen, waaraan de bijkomende componenten zoals potentiaalvrije drukknopschakelaars, sleutelschakelaars of fotocellen worden aangesloten, staan onder een ongevaarlijke laagspanning van slechts ca. 24VDC. Om storingen te vermijden:
Leg de besturingskabels van de aandrijving (24VDC) in een installatiesysteem, gescheiden van de andere toevoerleidingen (230 / 240 V AC).
4.3.1 Elektrische aansluiting / aansluitklemmen
Neem het zijdelingse luik in de aandrijvingskap af om de aansluitklemmen voor de extra componenten te bereiken OPMERKING: Alle aansluitklemmen laten een meervoudige aansluiting toe, maar max. 1× 1,5mm
(zie afbeelding11). De gezamenlijke toebehoren mogen de aandrijving met max.250mA belasten.
Zie voorbeeld binnendrukknopschakelaar in afbeelding12 Eén of meerdere schakelaars met sluitercontacten (potentiaalvrij) kunnen parallel worden aangesloten.
4.3.3 2-draads-fotocel*
OPMERKING: Neem bij de montage de handleiding van de fotocel in acht.
Sluit de fotocellen aan zoals in afbeelding13 wordt getoond. Na het in werking stellen van de fotocel stopt de aandrijving en er gebeurt na een korte pauze een veiligheidsreset van de deur in eindpositie Deur-open.
4.4 DIL-schakelaarfuncties
Zie afbeelding10 Enkele functies van de aandrijving worden met behulp van DIL-schakelaars geprogrammeerd. Voor de eerste inbedrijfstelling bevinden de DIL-schakelaars zich in de fabrieksinstelling, d.w.z. dat de schakelaars op OFF staan.
- Toebehoren zijn niet in de standaarduitrusting begrepen!
TR10L006-C RE / 11.2013 NEDERLANDSOPMERKING: Wijzig de instellingen van de DIL-schakelaars alleen als de aandrijving zich in rust bevindt en er geen radiocode geprogrammeerd wordt. Stel de gewenste veiligheidsvoorzieningen in overeenkomstig de nationale voorschriften en de DIL-schakelaars volgens de plaatselijke omstandigheden zoals hierna beschreven.
Zie afbeelding13 Indien tijdens het sluiten de lichtstraal onderbroken wordt, stopt de aandrijving onmiddellijk en keert ze na een korte pauze in de eindpositie Deur-open terug. ON 2-draads-fotocel OFF Geen veiligheidsvoorziening (in de fabriek ingestelde toestand)
4.4.2 DIL-schakelaar B: zonder functie
5 Radio WAARSCHUWING Gevaar voor lichamelijke letsels bij ongewilde deurbeweging Het op een toets van de handzender drukken kan leiden tot ongewilde deurbewegingen en lichamelijke letsels veroorzaken.
Vergewis u ervan dat de handzender niet in kinderhanden terechtkomt en alleen door personen gebruikt wordt die vertrouwd zijn met de werkwijze van de deurinstallatie met afstandsbediening!
Bedien de handzender alleen als u de deur ziet indien deze over slechts één veiligheidsvoorziening beschikt!
Rijd of loop pas door deuropening van deurinstallaties met afstandsbediening als de deur tot stilstand is gekomen!
Blijf nooit onder de geopende deur staan!
Denk er aan, dat op de handzender onopzettelijk op een toets kan worden gedrukt (bv. in de broekzak / handtas) en er hierdoor een ongewilde deurbeweging kan gebeuren. VOORZICHTIG Gevaar voor lichamelijke letsels door ongewilde deurbeweging Tijdens het leerproces aan het radiosysteem kunnen er ongewenste deurbewegingen plaatsvinden.
Let erop dat er zich bij het aanleren van het radiosysteem geen personen of voorwerpen binnen de bewegingsradius van de deur bevinden. OPGELET Belemmering van de werking door omgevingsinvloeden Bij onachtzaamheid kan de functie belemmerd worden! Bescherm de handzender tegen de volgende invloeden:
- rechtstreeks zonlicht (toegelaten omgevingstemperatuur: – 20 °C tot + 60 °C)
- Als er geen afzonderlijke toegang tot de garage is, voer dan ieder aanleren, elke wijziging of uitbreiding van het radiosysteem binnen de garage uit.
- Voer een functietest uit na het aanleren of uitbreiden van het radiosysteem.
- Gebruik voor de uitbreiding van het radiosysteem uitsluitend originele onderdelen.
De handzender werkt met een rolling code die bij elke verzending verandert. Daarom moet de handzender op elke ontvanger, die moet worden bestuurd, met de gewenste handzendertoets worden geprogrammeerd (ziehoofdstuk5.3 of de handleiding van de ontvanger).
Zie afbeelding14 1 LED 2 Handzendertoetsen 3 Batterij
5.1.2 Batterij plaatsen / vervangen
Gebruik uitsluitend batterijtype C2025, 3VLi, en let daarbij op de juiste polariteit.
5.1.3 LED-signalen van de handzender
- De LED licht op: De handzender zendt een radiocode.
- De LED knippert: De handzender zendt nog wel, maar de batterij is bijna leeg. Ze moet zo snel mogelijk vervangen worden.
- De LED toont geen reactie: De handzender werkt niet. – Controleer of de batterij juist geplaatst is. – Vervang de batterij door een nieuwe.
5.1.4 Uittreksel uit de EG-verklaring van de fabrikant
De overeenstemming van het hierboven genoemde product met de voorschriften van de richtlijnen conform artikel 3 van de R&TTE-richtlijnen 1999/5/EG werd aangetoond door de naleving van volgende normen:
- EN 60950-1 De originele verklaring van overeenstemming kan bij de fabrikant worden aangevraagd. TR10L006-C RE / 11.2013 59 NEDERLANDS5.2 Geïntegreerde draadloze ontvanger De garagedeuraandrijving beschikt over een geïntegreerde ontvanger. Er kunnen max.6 verschillende handzender- toetsen worden geprogrammeerd. Als er meer handzender- toetsen worden geprogrammeerd, wordt de eerst geprogrammeerde toets zonder waarschuwing gewist. In de leveringstoestand zijn alle geheugenplaatsen leeg. Het aanleren en wissen is alleen mogelijk wanneer de aandrijving zich in rusttoestand bevindt.
5.3 Aanleren van handzenders
1. Druk kort op schakelaarP in de aandrijvingskap.
De rode LED begint te knipperen en signaleert klaar om te programmeren.
2. Druk zolang op de gewenste handzendertoets tot de LED
3. Laat de handzendertoets los en druk er binnen
15seconden opnieuw op, tot de LED zeer snel knippert.
4. Laat de handzendertoets los.
De rode LED licht constant op en de handzendertoets is klaar voor gebruik aangeleerd.
Voor de draadloze bediening van de garagedeuraandrijving moet minstens één handzendertoets op de draadloze ontvanger aangeleerd zijn. Bij de draadloze overdracht moet de afstand tussen de handzender en de ontvanger minstens 1m bedragen.
5.5 Wissen van alle geheugenplaatsen
Zie afbeelding16 Er is geen mogelijkheid om afzonderlijke geheugenplaatsen te wissen. De volgende stap wist alle geheugenplaatsen op de geïntegreerde ontvanger (leveringstoestand).
1. Druk op schakelaarP in de aandrijvingskap en houd deze
ingedrukt. De rode LED knippert eerst langzaam en wisselt naar een sneller ritme.
Alle geheugenplaatsen zijn nu gewist. De rode LED licht constant op. OPMERKING: Wanneer toetsP binnen 4seconden wordt losgelaten, dan wordt het wisproces geannuleerd. 6 Bediening WAARSCHUWING Gevaar voor lichamelijke letsels bij bewegingen van de deur In het bereik van de deur kunnen letsels of beschadigingen veroorzaakt worden als de deur in beweging is.
Vergewis u ervan dat er geen kleine kinderen bij de deurinstallatie spelen.
Vergewis u ervan dat er zich geen personen of voorwerpen binnen het bewegingsbereik van de deur bevinden.
Stel de garagedeuraandrijving enkel in werking wanneer u het bewegingsbereik van de deur kunt overzien en de deurinstallatie over slechts één veiligheidsvoorziening beschikt.
Controleer de deurbeweging tot de deur de eindpositie bereikt heeft.
Rijd of loop pas door deuropening van deurinstallaties met afstandsbediening als de deur tot stilstand is gekomen!
Blijf nooit onder de geopende deur staan. VOORZICHTIG Knelgevaar in de geleidingsrail Het grijpen in de geleidingsrail tijdens de deurbeweging kan leiden tot kneuzingen.
Grijp tijdens de deurbeweging niet in de geleidingsrail. VOORZICHTIG Gevaar voor letsels door de handgreep met trekkabel Als u aan de handgreep met trekkabel gaat hangen, kunt u vallen en een letsel oplopen. De aandrijving kan afbreken en personen verwonden die zich eronder bevinden, voorwerpen beschadigen of zelf vernield worden.
Hang niet met uw lichaamsgewicht aan de handgreep met trekkabel. VOORZICHTIG Gevaar voor letsels door hete lamp Het aanraken van de lamp gedurende of onmiddellijk na de werking kan brandwonden veroorzaken.
Raak de lamp niet aan als deze ingeschakeld is of onmiddellijk nadat deze ingeschakeld was.
TR10L006-C RE / 11.2013 NEDERLANDSOPGELET Beschadiging door de kabel van de mechanische ontgrendeling Als de kabel van de mechanische ontgrendeling aan een dakdragersysteem of een ander voorbijstekend deel van het voertuig of de deur blijft hangen, kan dit tot beschadiging leiden.
Let erop dat de kabel niet kan blijven hangen. OPMERKING: Voer de eerste functiecontroles evenals het inbedrijfstellen of de uitbreiding van het radiosysteem in principe in de garage uit.
6.1 Gebruikers inwerken
Maak iedereen die de deurinstallatie gebruikt, vertrouwd met de gepaste en veilige bediening van de garagedeuraandrijving.
6.2 Functiecontroles
6.2.1 Mechanische ontgrendeling door de handgreep
met trekkoord WAARSCHUWING Gevaar voor lichamelijke letsels bij snel sluitende deur Als de handgreep met trekkabel bij geopende deur bediend wordt bestaat het gevaar dat de deur bij zwakke, gebroken of defecte veren of bij een verkeerde gewichtsuitbalancering snel dichtloopt.
Bedien de handgreep met trekkabel enkel als de deur gesloten is!
Trek bij gesloten deur aan de handgreep met trekkoord. De deur is nu ontgrendeld en kan eenvoudig met de hand geopend en gesloten worden.
6.2.2 Mechanische ontgrendeling door het
noodontgrendelingsslot (alleen bij garages zonder tweede toegang)
Bedien het noodontgrendelingsslot bij gesloten deur. De deur is nu ontgrendeld en kan eenvoudig met de hand geopend en gesloten worden.
6.2.3 Veiligheidsreset
Om de veiligheidsreset te controleren:
1. Stopt u de deur met beide handen
terwijl zij sluit. De deurinstallatie moet stoppen ende veiligheidsreset beginnen.
2. Stopt u de deur met beide handen
terwijl zij opent. De deurinstallatie moet uitschakelen.
3. Plaats midden in de deuropening
een 50mm hoog controlelichaam en sluit de deur. De deurinstallatie moet stoppen ende veiligheidsreset beginnen, van zodra de deur het controlelichaam bereikt.
Wanneer de veiligheidsreset niet functioneert, moet uonmiddellijk aan een deskundige opdracht geven voor controle of de herstelling doen uitvoeren.
De garagedeuraandrijving functioneert bij normale werking uitsluitend overeenkomstig de impulsbesturing, waarbij het niet van belang is of een externe toets, een voorgeprogrammeerde handzendertoets of de schakelaarT in de aandrijvingskap werd ingedrukt: 1e impuls: De deur loopt in de richting van een eindpositie. 2e impuls: De deur stopt. 3e impuls: De deur beweegt in de tegenovergestelde richting. 4e impuls: De deur stopt. 5e impuls: De deur loopt in de richting van de bij de eerste impuls gekozen eindpositie. enz. De aandrijvingsverlichting licht tijdens een deurbeweging op en dooft na ca.2minuten uit.
6.4 Handelingen bij een spanningsuitval
Om de garagedeur tijdens een spanningsuitval met de hand te kunnen openen of sluiten, moet de geleidingsslede worden losgekoppeld.
Zie hoofdstuk6.2.1 of 6.2.2
6.5 Handelingen na een spanningsuitval
Na terugkeer van de spanning moet de geleidingsslede weer in het riemslot worden gekoppeld.
1. Beweeg het riemslot nabij de geleidingsslede.
2. Druk de groene knop op de geleidingsslede in.
3. Beweeg daartoe de deur met de hand tot de
geleidingsslede in het riemslot sluit.
4. Controleer door verschillende ononderbroken
deurbewegingen of de deur haar gesloten positie volledig bereikt en of zij volledig opent. De aandrijving is nu opnieuw klaar voor de normale werking. Om veiligheidsredenen wordt de deur na een stroomuitval tijdens een deurbeweging altijd geopend bij het eerste impulsbevel. TR10L006-C RE / 11.2013 61 NEDERLANDSOPMERKING: Wanneer de werking ook na verschillende ononderbroken deurbewegingen niet overeenkomt met de beschrijving in stap4 is een nieuwe leercyclus noodzakelijk. Vooraf dienen de voorhanden deurgegevens te worden gewist (ziehoofdstuk9 en 4.2). 7 Controle en onderhoud De garagedeuraandrijving is onderhoudsvrij. Voor uw eigen veiligheid raden wij u echter aan, om de deurinstallatie volgens instructies van de fabrikant door een deskundige te laten controleren en onderhouden. WAARSCHUWING Gevaar voor lichamelijke letsels bij onverwachte deurbeweging Een ongewilde deurbeweging kan gebeuren, wanneer de deurinstallatie bij controles en onderhoudswerkzaamheden onopzettelijk door derden opnieuw wordt ingeschakeld.
Haal bij alle werkzaamheden aan de deurinstallatie de netstekker en eventueel de stekker van de noodaccu uit het stopcontact.
Beveilig de deurinstallatie tegen het onbevoegd opnieuw inschakelen. Een controle of een vereiste reparatie mogen enkel door een deskundige worden uitgevoerd. Richt u hiervoor tot uw leverancier. De gebruiker kan een optische controle uitvoeren.
Controleer maandelijks de werking van alle veiligheids- en beschermingsfuncties.
Voorhanden fouten of gebreken moeten onmiddellijk worden verholpen.
7.1 Spanning van de tandriem controleren
Controleer de spanning van de tandriem om de zes maanden en stel deze eventueel bij, zie afbeelding17. Wanneer de deur aanloopt of afremt, kan de riem even uit het railprofiel hangen. Dit effect veroorzaakt echter geen technische schade en is evenmin nadelig voor de werking en de levensduur van de aandrijving.
7.2 Veiligheidsreset / terugbewegen controleren
Om de veiligheidsreset / het terugbewegen tecontroleren:
1. Stopt u de deur met beide handen
terwijl zij sluit. De deurinstallatie moet stoppen ende veiligheidsreset beginnen.
2. Stopt u de deur met beide handen
terwijl zij opent. De deurinstallatie moet uitschakelen.
3. Plaats midden in de deuropening
een 50mm hoog controlelichaam en sluit de deur. De deurinstallatie moet stoppen ende veiligheidsreset beginnen, van zodra de deur het controlelichaam bereikt.
Wanneer de veiligheidsreset niet functioneert, moet uonmiddellijk aan een deskundige opdracht geven voor controle of de herstelling doen uitvoeren.
7.3 Vervanging van de lamp
Zie afbeelding18 VOORZICHTIG Gevaar voor letsels door hete lamp Het aanraken van de lamp gedurende of onmiddellijk na de werking kan brandwonden veroorzaken.
Raak de lamp niet aan als deze ingeschakeld is of onmiddellijk nadat deze ingeschakeld was. Bij het vervangen van de lamp moet deze koud zijn en moet de deur gesloten zijn. Lamptype: (volgens aandrijvingtype)
1. Trek de netstekker uit.
3. De netstekker insteken.
De aandrijvingsverlichting knippert 4 keer. 8 Aantonen van bedrijfstoestanden, fouten en waarschuwingsmeldingen
8.1 Meldingen van de aandrijvingsverlichting
Wanneer de netstekker wordt ingestoken zonder dat op schakelaarT werd gedrukt, knippert de aandrijvingsverlichting twee-, drie- of viermaal. Tweemaal knipperen Er zijn geen deurgegevens aanwezig of deze werden gewist (leveringstoestand); er kan onmiddellijk aangeleerd worden. Driemaal knipperen Er zijn wel deurgegevens in het geheugen aanwezig, maar de laatste deurpositie is niet voldoende bekend. De volgende beweging is een referentiecyclus Deur-open. Daarna volgen normale deurbewegingen. Viermaal knipperen Geeft aan dat er opgeslagen deurgegevens aanwezig zijn en dat ook de laatste positie van de deur voldoende gekend is, waardoor onmiddellijk normale deurbewegingen kunnen volgen (normale toestand na het succesvol aanleren en na stroomuitval).
8.2 Indicatie van fout- / waarschuwingsmeldingen
(rode LED in de aandrijvingskap) Met behulp van de rode LED kunnen oorzaken voor onverwachte werking gemakkelijk geïdentificeerd worden. Inde normale modus licht deze LED continu op. OPMERKING: Door de hier beschreven werking kan kortsluiting in de aansluitingskabel van de externe schakelaar of van de schakelaar zelf worden vastgesteld, indien verder een normale werking van de garagedeuraandrijving met de radio- ontvanger of met de schakelaarT mogelijk is.
TR10L006-C RE / 11.2013 NEDERLANDSLED knippert constant Oorzaak De aandrijving bevindt zich in de vakantiefunctie, de radiocode is door een binnendrukknopschakelaar geblokkeerd (dit is slechts een opmerking en geen fout). Herstelling Op de blokkeertoets van de binnendrukknopschakelaar drukken. LED knippert2 × Oorzaak Een aangesloten fotocel werd onderbroken of in werking gesteld. Erheeft eventueel een veiligheidsreset plaatsgevonden. Herstelling De hindernis verwijderen en / of de fotocel controleren en indien nodig vervangen. Bevestiging Geef opnieuw een impuls via een externe schakelaar, een handzendertoets of schakelaarT. In eindpositie Deur-open gebeurt er een sluiting, anders wordt de deur geopend. LED knippert3 × Oorzaak De krachtbegrenzing Deur-dicht werd in werking gesteld, de veiligheidsreset heeft plaatsgevonden. Herstelling De hindernis verwijderen. Indien de veiligheidsreset zonder aanwijsbare reden heeft plaatsgevonden, moet de deurmechaniek of de spanning van de aandrijvingsriem worden gecontroleerd. Wis eventueel de deurgegevens (ziehoofdstuk9) en leer opnieuw aan (ziehoofdstuk4.2) of stel de spanning van de aandrijvingsriem bij (ziehoofdstuk7.1). Bevestiging Geef opnieuw een impuls via een externe schakelaar, een handzendertoets of schakelaarT. Er volgt een opening. LED knippert5 × Oorzaak De krachtbegrenzing Deur-open werd in werking gesteld. De deur is gedurende het openen gestopt. Herstelling De hindernis verwijderen. Indien het stoppen voor de eindpositie Deur-open zonder aanwijsbare reden heeft plaatsgevonden, moet het deurmechanisme of de spanning van de aandrijvingsriem worden gecontroleerd. Wis eventueel de deurgegevens (ziehoofdstuk9) en leer opnieuw aan (ziehoofdstuk4.2) of stel de spanning van de aandrijvingsriem bij (ziehoofdstuk7.1). Bevestiging Geef opnieuw een impuls via een externe schakelaar, een handzendertoets of schakelaarT. Er gebeurt een sluiting. LED knippert6 × Oorzaak Fout bij de aandrijving / storing in het aandrijvingssysteem Herstelling Wis eventueel de deurgegevens (ziehoofdstuk9) en leer opnieuw aan (ziehoofdstuk4.2). Als de fout bij de aandrijving herhaaldelijk optreedt, vervang dan de aandrijving. Bevestiging Geef opnieuw een impuls via een externe schakelaar, een handzendertoets of schakelaarT. Er gebeurt een opening (referentiecyclus Deur-open). LED knippert7 × Oorzaak De aandrijving werd nog niet aangeleerd (dit is slechts een aanwijzing en geen fout). Herstelling / Bevestiging De leercycli door een externe schakelaar, een handzendertoets of schakelaarT in werking stellen. LED knippert8 × Oorzaak De aandrijving heeft een referentiecyclus Deur-open nodig (dit is slechts een aanwijzing en geen fout). Herstelling / Bevestiging De referentiecyclus Deur-open door een externe toets, een handzendertoets of schakelaarT in werking stellen. Opmerking Dit is de normale toestand na een spanningsuitval, wanneer er geen deurgegevens aanwezig zijn of wanneer deze werden gewist en / of wanneer de laatste deurpositie niet voldoende is gekend. 9 Wissen van de deurgegevens
Zie afbeelding19 Indien het aanleren moet worden herhaald, kunnen de deurgegevens als volgt worden gewist:
1. Trek de netstekker uit.
2. Druk toetsT in de aandrijvingskap in en houd deze
3. Steek de netstekker in en houd toetsT zolang ingedrukt
tot de aandrijvingsverlichting één keer knippert. Het opnieuw aanleren kan onmiddellijk worden opgestart, wat ook wordt aangegeven doordat de rode LED 8 keer knippert. OPMERKING: Andere meldingen van de aandrijvingsverlichting (meervoudig knipperen bij het insteken van de netstekker) vindt u in hoofdstuk8.1. 10 Demontage en berging OPMERKING: Let bij de demontage op alle geldende voorschriften van de arbeidsveiligheid. Laat de garagedeuraandrijving door een deskundige volgens deze handleiding in omgekeerde volgorde demonteren en vakkundig bergen. Richt u hiervoor tot uw leverancier. TR10L006-C RE / 11.2013 63 NEDERLANDS11 Garantievoorwaarden Garantie Wij zijn vrijgesteld van garantie en productaansprakelijkheid indien, zonder onze voorafgaande toestemming, eigen constructiewijzigingen of ondeskundige installaties in tegenstrijd met onze montagerichtlijnen worden aangebracht. Voorts zijn wij niet aansprakelijk voor verkeerdelijk of onachtzaam bedienen van de aandrijving en van het toebehoren, evenmin voor ondeskundig onderhoud van de deur en de gewichtsuitbalancering ervan. De aanspraken op garantie zijn ook niet van toepassing op batterijen en gloeilampen. Garantieduur Bijkomend bij de wettelijke garantie van de handelaar, die voortvloeit uit het koopcontract, geven wij de volgende garantie op onderdelen vanaf de datum van aankoop:
- 5 jaar (volgens aandrijvingtype)
- 2 jaar op zendsysteem en toebehoren Een garantieclaim verlengt de garantieduur niet. Voor vervanging van onderdelen en herstellingswerkzaamheden bedraagt de garantietermijn zes maanden met een minimum van de aanvankelijke garantietermijn. Voorwaarden De garantieclaim geldt alleen voor het land waarin het toestel werd gekocht. De goederen moeten via het door ons erkende distributiekanaal gekocht zijn. De garantieclaim geldt alleen voor schade aan het product zelf. De terugbetaling van zowel de kosten voor uit- en inbouw, het testen van overeenkomstige delen als claims over gemiste winst en schadevergoeding zijn uitgesloten van garantie. De aankoopbon geldt als bewijs voor uw garantieclaim. Prestatie Binnen de duur van de garantie verhelpen wij alle defecten aan het product waarvan bewezen kan worden dat ze aan materiaal- of productiefouten te wijten zijn. Wij verbinden ons ertoe, naar keuze, het defecte onderdeel te vervangen, te herstellen of door een waardevermindering te vergoeden. Uitgesloten is schade door:
- ondeskundige montage en aansluiting
- ondeskundige inbedrijfstelling en bediening
- externe invloeden zoals vuur, water, abnormale milieuomstandigheden
- mechanische beschadigingen door een ongeval, een val of een schok
- onachtzame of moedwillige vernieling
- normale slijtage of gebrek aan onderhoud
- herstelling door niet-gekwalificeerde personen
- gebruik van onderdelen van vreemde oorsprong
- verwijderen of onherkenbaar maken van het productnummer Vervangen onderdelen gaan over in de eigendom van de fabrikant. 12 Uittreksel uit de inbouwverklaring (in de zin van EG machinerichtlijn 2006/42/EG voor inbouw van een onvolledige machine overeenkomstig AanhangselII, DeelB) Het op de achterzijde beschreven product is ontwikkeld, geconstrueerd en geproduceerd in overeenstemming met de volgende richtlijnen:
- EG-richtlijn machines 2006/42/EG
- EG-richtlijn bouwproducten 89/106/EEG
- EG-richtlijn laagspanning 2006/95/EEG
- EG-richtlijn elektromagnetische compatibiliteit 2004/108/EG Aangewende en geraadpleegde normen en specificaties:
- ENISO13849-1, PL "c", Cat.2 veiligheid van machines – veiligheidsrelevante delen van besturingen – deel1: algemene vormgevingsprincipes
- EN60335-1 / 2, voor zover toepasselijk veiligheid van elektrische toestellen / aandrijvingen voor deuren
- EN61000-6-3 elektromagnetische compatibiliteit – uitzending van storingen
- EN61000-6-2 elektromagnetische compatibiliteit – bestendigheid tegen storingen Onvolledige machines in de zin van de EG-richtlijn 2006/42/EG zijn bestemd om in andere machines of in andere onvolledige machines of installaties ingebouwd of ermee samengevoegd te worden, om daarmee samen een machine in de zin van bovenstaande richtlijn te vormen. Daarom mag dit product eerst in bedrijf worden gesteld wanneer er werd vastgesteld, dat de volledige machine / installatie waarin het werd ingebouwd, overeenstemt met de bepalingen van de bovenstaande EG-richtlijn. Bij een wijziging van het product, die niet met ons werd overeengekomen, vervalt de geldigheid van deze verklaring. 13 Technische gegevens Netaansluiting 230 / 240V, 50 / 60Hz Stand-by ca. 6W Type netaansluiting Y Beveiligingstype Enkel voor droge ruimten Temperatuurbereik – 20 °C tot + 60 °C Uitschakelautomaat Wordt voor beide richtingen automatisch afzonderlijk aangeleerd. Eindpositie- uitschakeling / Krachtbegrenzing
- Slijtagevrij, want uitgevoerd zonder mechanische schakelaar
- Bijkomend geïntegreerde looptijdbegrenzing van ca.45seconden
- Bij elke deurbeweging zelfregelende uitschakelautomaat. Nominale last Zie typeplaatje Trek- en drukkracht Zie typeplaatje Motor Gelijkstroommotor met hallsensor Transformator met thermische beveiliging
TR10L006-C RE / 11.2013 NEDERLANDSAansluittechniek • Eenvoudige schroefklem
- Voor binnen- en drukknopschakelaars met impulsbediening Bijzondere functies • Aandrijvingsverlichting, 2-minutenlicht
- 2-draads-fotocel kan worden aangesloten Mechanische ontgrendeling Bij stroomuitval van binnenuit met trekkabel te bedienen Afstandsbediening Met 2-toetsen-handzender RSC2 (433MHz) en geïntegreerde radio-ontvanger met 6geheugenplaatsen Universeel beslag Voor kantel- en sectionaaldeuren Deurloopsnelheid Ca.13,5cm per seconde (afhankelijk van deurtype, deurgrootte en deurbladgewicht) Luchtgeluidsemissie van de garagedeuraandrijving Het equivalente niveau van de continue geluidsdruk van 70dB (A) wordt op drie meter afstand niet overschreden. Geleidingsrail • Extreem vlak (30mm)
- Met onderhoudsvrije, gepatenteerde tandriem Toepassing • Uitsluitend voor privé- garages
- Voor soepel lopende kantel- en sectionaaldeuren tot een deuroppervlak van:
(naargelang het aandrijvingtype)
- Niet toegelaten voor industrieel / commercieel gebruik. TR10L006-C RE / 11.2013 65 NEDERLANDSC
Notice-Facile