VL0612 - Batterijlader VELLEMAN - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis VL0612 VELLEMAN in PDF-formaat.
Questions des utilisateurs sur VL0612 VELLEMAN
0 question sur cet appareil. Repondez a celles que vous connaissez ou posez la votre.
Poser une nouvelle question sur cet appareil
Download de handleiding voor uw Batterijlader in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding VL0612 - VELLEMAN en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. VL0612 van het merk VELLEMAN.
GEBRUIKSAANWIJZING VL0612 VELLEMAN
Aan alle ingezetenen van de Europese Unie Belangrijke milieu-informatie betreffende dit product Dit symbool op het toestel of de verpakking geeft aan dat, als het na zijn levenscyclus wordt weggeworpen, dit toestel schade kan toebrengen aan het milieu. Gooi dit toestel (en eventuele batterijen) niet bij het gewone huishoudelijke afval; het moet bij een gespecialiseerd bedrijf terechtkomen voor recyclage. U moet dit toestel naar uw verdeler of naar een lokaal recyclagepunt brengen. Respecteer de plaatselijke milieuwetgeving. Hebt u vragen, contacteer dan de plaatselijke autoriteiten inzake verwijdering. Dank u voor de aankoop van de VL0612 / VL1212! Ga na of het toestel niet werd beschadigd tijdens het transport. Zo ja, stel het gebruik van dit toestel uit en raadpleeg uw dealer. Lees deze gebruiksaanwijzing aandachtig door.
2. Veiligheidsinstructies
WAARSCHUWING: EXPLOSIEGEVAAR. Werken in de nabijheid van loodzuurbatterijen is gevaarlijk. De batterijen produceren tijdens het normale gebruik ontplofbare gassen. Daarom moet u deze instructies zorgvuldig lezen en opvolgen.
1. Houd het toestel uit de buurt van kinderen en onbevoegden.
2. Om het risico op batterijexplosie te verminderen moet u deze instructies en die op de batterij zorgvuldig opvolgen.
3. Nooit roken in de buurt van een batterij of motor en vonken of vlammen vermijden.
4. De batterijlader niet aan regen of sneeuw blootstellen. Het toestel is enkel geschikt voor gebruik binnen.
5. Het gebruik van hulpstukken die niet door de fabrikant aanbevolen of verkocht worden kan leiden tot brand,
elektrische schokken of verwondingen.
6. Om het risico op schade aan de stroomkabel en de stekker te vermijden, trek aan de stekker en niet aan de kabel
wanneer u het toestel loskoppelt.
7. Let erop dat men niet op te kabel kan trappen, erover kan struikelen of dat de kabel niet onder druk staat of
8. Lees aandachtig de specifieke voorzorgsmaatregelen van de fabrikant in verband met het al dan niet verwijderen
van de batterijkapjes tijdens het opladen en de aanbevolen laadstroom.
9. Gebruik de batterijlader enkel wanneer de batterijspanning overeenkomt met de uitgangsspanning van de lader.
10. Gebruik de lader niet in een gesloten ruimte of in een ruimte met slechte ventilatie.
11. Gebruik geen verlengkabel tenzij absoluut noodzakelijk. Het gebruik van een ongeschikte verlengkabel kan tot
brand en elektrische schokken leiden. Als u dan toch een verlengkabel moet gebruiken, zorg ervoor dat: a. de pins van de verlengkabel hetzelfde aantal, dezelfde grootte en vorm hebben als die van de stekker van de batterijlader. b. de verlengkabel correct aangesloten is en zich in goede staat bevindt.VL0612/VL1212_v2 VELLEMAN
c. de afmetingen van de verlengkabel correct zijn. Zie tabel 1 hieronder. Gebruik de batterijlader nooit wanneer de kabel of de stekker beschadigd zijn. d. De stroomkabel kan niet vervangen worden, wanneer hij kapot is, mag u het toestel niet meer gebruiken. kabellengte voet / meter 25ft / 7.60m 50ft / 15.25m 100ft / 30.50m 150ft / 45.75m AWG-afmetingen, tabel 1 18 18 18 18
12. Om het risico op elektrische schokken te verminderen, ontkoppel de batterijlader van het net vooraleer u het
toestel reinigt of onderhoudswerken uitvoert.
13. De garantie geldt niet voor schade door het negeren van bepaalde richtlijnen in deze handleiding en uw dealer zal
de verantwoordelijkheid afwijzen voor defecten of problemen die hier rechtstreeks verband mee houden.
14. Om veiligheidsredenen mag de gebruiker geen wijzigingen aanbrengen aan het toestel. Schade door dergelijke
wijzigingen vallen niet onder de garantie.
3. Persoonlijke voorzorgsmaatregelen
1. Er moet zich altijd iemand in het bereik van uw stem bevinden of tenminste dicht genoeg om u, wanneer nodig,
ter hulp te kunnen snellen.
2. Houd genoeg water en zeep in de buurt voor het geval dat batterijzuur met uw huid, kleding of ogen in contact
3. Draag complete oogbescherming en beschermende kledij. Raak uw ogen niet aan tijdens het werken met
4. Als er batterijzuur met uw huid of kleding in contact komt, onmiddellijk met water en zeep wassen. Wanneer u
batterijzuur in uw ogen krijgt, spoel uw ogen onmiddellijk minstens 10 minuten met lopend koud water en contacteer direct een arts.
5. ROOK NOOIT in de buurt van een batterij of een motor en vermijd vonken en vlammen.
6. Zorg ervoor dat er geen metalen voorwerpen op de batterij vallen. Dat zou namelijk een vonk of kortsluiting in de
batterij of elektrische onderdelen kunnen veroorzaken met een eventuele explosie tot gevolg.
7. Doe alle persoonlijke voorwerpen zoals ringen, armbanden, halskettingen en uurwerken uit. Een loodzuurbatterij
kan een kortgesloten elektrische stroomstoot veroorzaken die krachtig genoeg is om een ring of iets dergelijks tot metaal kan smelten, wat kan leiden tot ernstige brandwonden.
8. Gebruik de lader ENKEL om loodzuurbatterijen op te laden. Het toestel is niet bedoeld als voeding voor een
laagspanningsysteem of om herlaadbare batterijen behalve loodzuurbaterijen op te laden. Wanneer u droge cellen probeert op te laden, kunnen ze barsten met mogelijke schade en verwondingen tot gevolg.
9. Probeer NOOIT een bevroren batterij op te laden.
1. Wanneer het nodig is om de batterij uit het voertuig te verwijderen om ze op te laden, verwijder dan altijd eerst de
geaarde aansluiting. Zorg er ook altijd voor dat alle toebehoren in de wagen uitgeschakeld zijn om vonken te voorkomen.
2. Ventileer de ruimte goed waar u de batterij oplaadt. Gebruik een stuk karton of iets niet-metaalhoudend om de
gassen die vrijkomen te doen verdampen.
3. Maak de batterijaansluitingen schoon. Zorg ervoor dat er geen corrosie in contact komt met uw ogen.
4. Voeg aan elke cel gedistilleerd water toe tot het batterijzuur het door de fabrikant voorgeschreven niveau bereikt
heeft. Daardoor wordt het teveel aan gas geneutraliseerd. Voor een batterij zonder celkapjes, volg nauwkeurig de instructies van de fabrikant.
5. Lees aandachtig de specifieke instructies van de fabrikant in verband met het al dan niet verwijderen van de
batterijkapjes tijdens het opladen en de aanbevolen laadstroom.
6. Bepaal de spanning van de batterij door de handleiding van uw wagen te raadplegen. Let erop, dat de spanning
van uw autobatterij overeenkomt met de uitgangsspanning van de batterijlader.VL0612/VL1212_v2 VELLEMAN
1. Plaats de batterijlader zo ver mogelijk van de batterij (zo ver de DC-kabels het mogelijk maken).
2. Plaats de lader nooit direct onder of boven de batterij. Gassen of vloeistoffen uit de batterijen kunnen de lader
corroderen en beschadigen.
3. Laat nooit batterijzuur op de lader druppen wanneer u de batterij vult.
4. Gebruik de lader niet in enge ruimtes of ruimtes met een slechte ventilatie.
5. Plaatst de batterij niet bovenop de lader.
6. De batterijlade aansluiten
Verwijder of sluit enkel de DC-kabels aan nadat u de schakelaars van de lader op "off" heeft gezet en de stroomkabel uit het stopcontact getrokken hebt. a. Volg deze stappen wanneer de batterij in een voertuig gemonteerd is: Een vonk inde buurt van de batterij kan een explosie veroorzaken. Om dat risico te verminderen moet u:
1. ervoor zorgen dat de AC en DC-kabels niet door de motorkap, een deur of een bewegend deel beschadigd
2. uit de buurt blijven van ventilatorschroeven, riemen, riemschijven en andere gevaarlijke onderdelen.
3. de polariteit van de batterijaansluitingen controleren. Een positieve aansluiting (pos, p+) heeft meestal een
grotere doorsnede dan een negatieve (neg., n-).
4. bepaal welke batterijaansluiting met het chassis verbonden is (met andere woorden welke batterijaansluiting
geaard is). Als de negatieve aansluiting geaard is (zoals dat bij de meeste voertuigen het geval is), zie puntje
5. Als de positieve aansluiting geaard is, zie puntje 6.
5. bij een negatief-geaard voertuig, verbind eerst de positieve klem (rood) van de batterijlader met de positieve
ongeaarde batterijaansluiting. Verbind dan de negatieve (zwarte) klem met het chassis van het motorblok maar niet in de buurt van de batterij en de brandstofleiding. Sluit de klem niet aan op de carburateur, brandstofleidingen of bladmetalen onderdelen maar aan een solide stuk van het frame of motorblok.
6. bij een postitief-geaard voertuig, verbind de negatieve (zwarte) klem van de batterijlader aan de negatieve
(neg, n.-) ongeaarde batterijaansluiting. Verbind de positieve (rode) klem met het chassis van het motorblok maar niet in de buurt van de batterij en de brandstofleiding. Sluit de klem niet aan op de carburateur, brandstofleidingen of bladmetalen onderdelen maar aan een solide stuk van het frame of motorblok.
7. sluit de lader aan op het lichtnet aan met de meegeleverde stroomkabel
8. wanneer u de lader ontkoppelt, trek eerst de stroomkabel uit, verwijder de klem van het voertuigchassis en
verwijder dan de klem van de batterijaansluiting. b. Volg deze stappen wanneer de batterij zich buiten het voertuig bevindt: Een vonk inde buurt van de batterij kan een explosie veroorzaken. Om dat risico te verminderen moet u het volgende doen:
1. controleer de polariteit van de batterijaansluitingen. Een positieve (pos, p+) batterijaansluiting heeft meestal
een grotere diameter dan de negatieve (neg., n-) aansluiting.
2. verbind een geïsoleerde batterijkabel van minstens 1.8m en 0.75mm³ van de lader naar de negatieve
batterijaansluiting (neg. n.-).
3. sluit de positieve (rode) klem van de lader aan op de (pos, p.+) batterijaansluiting.
4. houd het vrije kabeleinde zo ver mogelijk van de batterij en sluit de negatieve (zwarte) batterijklem aan op het
5. wend uw blik af bij de laatste aansluiting.
6. sluit de lader aan op het lichtnet aan met de meegeleverde stroomkabel.
7. wanneer u de lader ontkoppelt, moet u steeds in omgekeerde volgorde van aansluiting tewerk gaan. Sta zo
ver moegelijk van de batterij wanneer u de verbinding onderbreekt.VL0612/VL1212_v2 VELLEMAN
a. Automatische batterijbewaking Uw batterijlader werkt volledig automatisch en kan ingeschakeld blijven zolang er ingangsstroom voorhanden is. Het uitgangsvermogen van de batterijlader hangt af van de toestand van de batterij die opgeladen wordt. Als de batterij volledig opgeladen is, zal het controlelampje groen worden en zal de lader op druppelladen overschakelen om de batterij op haar maximale capaciteit te houden. b. Kabelaansluiting De batterijlader heeft 2 uitgangskabels, een rode, positieve kabel en een zwarte, negatieve kabel. Ontkoppel of sluit enkel kabels aan vooraleer u de stekker in het stopcontact steekt. Voor alle batterijtypes: verbind de rode positieve kabel (+) met de positieve batterijaansluiting. Verbind de negatieve zwarte (-) met de negatieve batterijaansluiting. Wanneer de lader gedurende lange periodes aan een batterij aangesloten is, controleer dan het waterpeil zoals dat door de fabrikant van de batterij opgegeven werd. Zo blijft het waterpeil correct. OPGELET: Uw batterijlader heeft vonkvrije schakelingen. De klemmen zullen niet vonken wanneer ze met elkaar in aanraking komen. De lader zal ook geen spanning opwekken (ingeschakeld) tot hij minimum 3V van de batterij detecteert. Om te kunnen werken moet de lader ook aan de batterij aangesloten zijn. De batterijklemmen moeten met correcte polariteit aan de batterij aangesloten zijn om spanning te kunnen opwekken. Met andere woorden, wanneer u de AC-kabel aansluit op een 230V stroombron, zullen die klemmen niet vonken wanneer ze elkaar aanraken. De batterijklemmen moeten aan de batterij aangesloten zijn om spanning te kunnen opwekken. Wanneer de lader omgekeerd is aangesloten, zal het rode controlelampje blijven knipperen als teken dat er geen laadcyclus geïnitieerd werd. De klemmen moeten correct aangesloten zijn (polariteit !) om de lader te starten (rood aan positief (+ aan +) en zwart aan negatief (- aan -)). Schakel het toestel niet aan en dan binnen enkele seconden weer uit. Wanneer dat zou gebeuren, ontkoppel de lader, wacht enkele minuten, sluit het toestel weer aan en hervat de laadcyclus. c. Laadtijden
Veronderstel dat u een 15 Amp/Uur batterij heeft, wat een standaardwaarde voor een autobatterij is. Stel dat een lader van 1.25 Amp heeft. Een goede lader zal zolang het duurt om de batterij volledig op te laden bijna 1.25Amp leveren. Het is mogelijk de laadtijd te berekenen door deze waarden te delen. Bijv. 15 AMP UREN gedeeld door 1.25 AMPS = 12 UUR Sommige batterijen met een hoge capaciteit hebben 24 uur of zelfs enkele dagen nodig om volledig op te laden. d. Lege batterij Wanneer de batterij compleet leeg is (onder 3V), zal de batterijlader omwille van zijn interne veiligheid de batterij niet opladen. Het veiligheidscircuit moet minstens 3V detecteren om de batterij te kunnen opladen. Anders is de lader niet bruikbaar. In dat geval zullen zowel het rode als het groene controlelampje tegelijkertijd knipperen, wat betekent dat de laadcyclus niet opgestart werd. Om een volledig lege batterij te kunnen opladen, moet het schakelsysteemVL0612/VL1212_v2 VELLEMAN
van de lader om de tuin geleid worden. Dat kunt u doen door de lader tijdelijk aan een goede batterij aan te sluiten en nadien weer aan de lege batterij. Zo wordt de batterijlader misleid en zal de laadcyclus beginnen. Opmerking: De meeste 12V-batterijen zijn meestel defect wanneer de spanning minder dan 9V bedraagt. e. 72-uren-veiligheidstimer Een 72-uren-veiligheidstimer beschermt de batterij tegen overlading van zodra de laadcyclus gestart wordt. Wanneer de batterij binnen de 72 uur het absorptieniveau niet bereikt, zal de lader automatisch op druppelladen overschakelen en zullen het rode en het groene controlelampje constant branden. Bij zwakke of defecte batterijen daarentegen, zal de lader de laadcyclus onderbreken om ze tegen overlading te beschermen. Het groene controlelampje zal nu constant branden terwijl het rode lampje zal knipperen. Laat de batterij controleren. f. Statuslampjes Wanneer geen enkel lampje knippert of brandt, dan is de batterijlader niet correct aangesloten.
1. Het rode lampje knippert: de batterijlader controleert voor het opladen de batterijtoestand terwijl er AC-
stroom beschikbaar is en de microprocessor van de batterijlader correct werkt.
2. Het rode lampje brandt constant: wanneer de batterij correct is aangesloten, zal het rode lampje stoppen
met knipperen en zal het constant branden. Het zal blijven branden tot wanneer de laadcyclus beëindigd is. Om de batterij goed op te laden zal de lader verschillende uren of zelfs dagen in deze modus blijven.
3. Het rode lampje brandt constant en het groene lampje knippert: het systeem detecteert dat de batterij tot
80% van haar capaciteit opgeladen is. In deze fase kan de batterij als het echt nodig is opnieuw gebruikt worden. Het is echter beter de laadcyclus volledig te beëindigen.
4. Het groene lampje brandt constant: de laadcyclus is voltooid en de batterij kan opnieuw gebruikt worden.
8. Probleemoplossing
De controlelampjes branden niet. 1. geen AC-stroom
2. batterijlader is defect
1.zorg ervoor dat u stroom heeft
2. wend u tot uw verdeler
Het groene controlelampje brandt constant aan het begin van de laadcyclus.
1. de batterij is opgeladen
4. AC-stroom was tijdelijk
tussen de batterij en de lader zijn niet OK.
minuut en sluit ze dan weer aan.
5. ontkoppel de batterij. Wacht 1
minuut en sluit ze dan weer aan. De lader is aan het opladen maar het groene lampje brandt niet.
1. batterij is nog niet volledig
3. te hoge belasting van de batterij
tijdens de laadcyclus
3. verwijder de belasting
4. wend u tot uw verdeler
Beide lampjes branden tegelijkertijd. 1. de batterijcapaciteit ligt niet in het bereik van de batterijlader
2. batterij is defect of leeg
1. a) gebruik een geschikte lader
b) ontkoppel de batterij. Wacht 1 minuut en sluit ze dan weer aan.
2. laat de batterij controleren
Beide lampjes knipperen tegelijkertijd.
1. batterijspanning is minder dan 3V
en de batterijlader zal niet werken laat de batterij controlerenVL0612/VL1212_v2 VELLEMAN
Het rode lampje licht op wanneer op druppelladen overgeschakeld wordt.
1. de batterij heeft te veel stroom
2. batterij kan defect zijn
1. verwijder de batterij
2. laat de batterij controleren
Het groene lampje brandt constant en het rode lampje knippert.
1. de veiligheidstermijn van 72 uur is
Het rode lampje brandt en het groene lampje brandt bij het begin van de laadcyclus. de AC-stroom werd onderbroken of de lader werd in een tijdspanne van enkele seconden aan- en uitgeschakeld. ontkoppel de batterij. Wacht 1 minuut en sluit ze dan weer aan.
9. Technische gegevens
Uitgangsvermogen VL0612 6V / 1.25A VL1212 12V / 1.25A Gewicht 1kg Afmetingen 93 x 82 x 105mm Kabellengte 190cm De informatie in deze handleiding kan te allen tijde worden gewijzigd zonder voorafgaande kennisgeving. VL0612 / VL1212 – CHARGEUR ENTIEREMENT AUTOMATISE POUR ACCUS ACIDE DE PLOMB (6V / 12V)
- The above conditions are without prejudice to all commercial warranties. The above enumeration is subject to modification according to the article (see article’s manual). Velleman® service- en kwaliteitsgarantie Velleman® heeft ruim 35 jaar ervaring in de elektronicawereld en verdeelt in meer dan 85 landen. Al onze producten beantwoorden aan strikte kwaliteitseisen en aan de wettelijke bepalingen geldig in de EU. Om de kwaliteit te waarborgen, ondergaan onze producten op regelmatige tijdstippen een extra kwaliteitscontrole, zowel door onze eigen kwaliteitsafdeling als door externe gespecialiseerde organisaties. Mocht er ondanks deze voorzorgen toch een probleem optreden, dan kunt u steeds een beroep doen op onze waarborg (zie waarborgvoorwaarden). Algemene waarborgvoorwaarden consumentengoederen (voor Europese Unie):
- Op alle consumentengoederen geldt een garantieperiode van 24 maanden op productie- en materiaalfouten en dit vanaf de oorspronkelijke aankoopdatum.
- Indien de klacht gegrond is en een gratis reparatie of vervanging van een artikel onmogelijk is of indien de kosten hiervoor buiten verhouding zijn, kan Velleman® beslissen het desbetreffende artikel te vervangen door een gelijkwaardig artikel of de aankoopsom van het artikel gedeeltelijk of volledig terug te betalen. In dat geval krijgt u een vervangend product of terugbetaling ter waarde van 100% van de aankoopsom bij ontdekking van een gebrek tot één jaar na aankoop en levering, of een vervangend product tegen 50% van de kostprijs of terugbetaling van 50 % bij ontdekking na één jaar tot 2 jaar.
- Valt niet onder waarborg: - alle rechtstreekse of onrechtstreekse schade na de levering veroorzaakt aan het toestel (bv. door oxidatie, schokken, val, stof, vuil, vocht...), en door het toestel, alsook zijn inhoud (bv. verlies van data), vergoeding voor eventuele winstderving. - verbruiksgoederen, onderdelen of hulpstukken die regelmatig dienen te worden vervangen, zoals bv. batterijen, lampen, rubberen onderdelen, aandrijfriemen... (onbeperkte lijst). - defecten ten gevolge van brand, waterschade, bliksem, ongevallen, natuurrampen, enz. - defecten veroorzaakt door opzet, nalatigheid of door een onoordeelkundige behandeling, slecht onderhoud of abnormaal gebruik of gebruik van het toestel strijdig met de voorschriften van de fabrikant. - schade ten gevolge van een commercieel, professioneel of collectief gebruik van het apparaat (bij professioneel gebruik wordt de garantieperiode herleid tot 6 maand). - schade veroorzaakt door onvoldoende bescherming bij transport van het apparaat. - alle schade door wijzigingen, reparaties of modificaties uitgevoerd door derden zonder toestemming van Velleman®.
- Toestellen dienen ter reparatie aangeboden te worden bij uw Velleman®-verdeler. Het toestel dient vergezeld te zijn van het oorspronkelijke aankoopbewijs. Zorg voor een degelijke verpakking (bij voorkeur de originele verpakking) en voeg een duidelijke foutomschrijving bij.
- Tip: alvorens het toestel voor reparatie aan te bieden, kijk nog eens na of er geen voor de hand liggende reden is waarom het toestel niet naar behoren werkt (zie handleiding). Op deze wijze kunt u kosten en tijd besparen. Denk eraan dat er ook voor niet-defecte toestellen een kost voor controle aangerekend kan worden.
- Bij reparaties buiten de waarborgperiode zullen transportkosten aangerekend worden.
SimpelGids