Squod SU - Elektrische scooter Vermeiren - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Squod SU Vermeiren in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Elektrische scooter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Squod SU - Vermeiren en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Squod SU van het merk Vermeiren.
GEBRUIKSAANWIJZING Squod SU Vermeiren
VOORWOORD We willen u danken voor het vertrouwen dat u in onze producten stelt. De elektrische rolstoelen van Vermeiren zijn het resultaat van jarenlange studies en ervaringen. De levensduur van het product hangt in sterke mate af van de zorg waarmee u de rolstoel behandelt. Deze handleiding maakt u vertrouwd met de bediening van uw rolstoel. In dit document vindt u ook enkele onderhoudsadviezen zodat uw rolstoel lang meegaat. Deze handleiding weerspiegelt de recentste productontwikkelingen. De Firma Vermeiren behoudt zich echter het recht voor om wijzigingen door te voeren zonder verplicht te zijn voordien geleverde modellen aan te passen of te vervangen. Houd er rekening mee dat bij het naleven van onze adviezen uw rolstoel ook na jaren gebruik nog in perfecte staat is en perfect functioneert. Als u nog vragen hebt, kunt u contact opnemen met uw vakhandelaar.
TECHNISCHE GEGEVENS aangeduid in de standaard instelling (toestand bij levering) Het gebruik van extra onderdelen (bijvoorbeeld hoofdsteun) heeft vanzelfsprekend invloed op de totale lengte/hoogte. Lengte (met omhoog geklapte voetsteun) 105 cm Lengte (met neergelaten voetsteun) 123 cm Hoogte (met rugleuning) 99 cm / 109 cm Hoogte (voetsteun tot bovenkant zitting) 55 cm / 57 cm / 59 cm / 61 cm / 63 cm Hoogte (voetsteun tot kniesteun) 47 cm / 49 cm / 51 cm / 53 cm / 55 cm Diepte-instelling van kniesteun 15 – 21 cm (afstand zitting tot knieplaat) Hoogte (max. stafunctie) 143 – 153 cm / 148 – 158 cm / 153 – 163 cm / 158 – 168 cm Zitbreedte 44 cm Totale breedte 65 cm Zitdiepte (instelbaar) 40 cm / 45 cm / 50 cm / 55 cm Zithoogte 58 cm Hoogte rugleuning 51cm / 61 cm Hoogte armsteunen (zitting - steunkussen) 20 cm / 22 cm / 24 cm / 26 cm / 28 cm / 30 cm Hoogte armsteunen (grond - steunkussen) 71 cm / 73 cm / 75 cm / 77 cm / 79 cm / 81 cm Verstelmotor Linak LA31, 24V DC, IP54 Aandrijfmotoren 2 x 200 W Controls Dynamic Merits M3 Batterijen 2 x AGM Gel 12V/70Ah Laadapparaat Exendis Impulse S (8 A) Sturing CD SHARK 2 / Elektromagnetisch remsysteem Gewicht (met batterijen) ca. 121 kg Bedrijfstemperatuur (elektronica) -20°Celsius tot +40°Celsius Thermische zekering 30 AMP Nominale belasting (breeklast) 130 kg Max. snelheid 6 km/u Bereik ca. 30 km Vuldruk stuurwielen* max. 3,40 bar Vuldruk aandrijfwielen* max. 2,50 bar Draaicirkel ca. 140 cm Max. stijging 6° (10,5 %) in zitpositie Max. hoogte van de hindernis 60 mm (in zitpositie), klasse B Technische wijzigingen voorbehouden. Meettolerantie +/- 1,5 cm / kg
- Omdat verschillende bandensets kunnen worden gebruikt, dient u de gegevens over de vuldruk van de betreffende banden te respecteren.NL SQUOD_SU 06/2009
ALGEMENE INSTRUCTIES De elektrische rolstoel SQUOD SU is uitgerust met twee motoren die ieder een vermogen van 200 Watt hebben. Deze stoel is ontworpen voor gebruik binnen en buiten. De sta-/oprichtfunctie is bedoeld voor gebruik op een vlakke ondergrond binnenshuis. Wanneer u de elektrische rolstoel op het trottoir en op voetpaden wilt gebruiken, dient u de geldende wettelijke bepalingen na te leven. Gebruik in het wegverkeer is uitgesloten. Het model SQUOD SU heeft een maximale snelheid van 6 km/u. U heeft dus geen rijbewijs nodig en hoeft ook geen verzekering af te sluiten. We adviseren echter het afsluiten van een vrijwillige WA-verzekering. Neem hiervoor contact op met uw verzekeringsmaatschappij. Na gebruik van de rolstoel dient u de elektronica direct uit te zetten. Gebruik voor het opladen van de batterijen uitsluitend het bijgeleverde laadapparaat. We willen er uw aandacht op vestigen dat storingen door elektromagnetische bronnen (b.v. door GSM, enz.) kunnen worden veroorzaakt en dat de elektronica van de rolstoel zelf storingen bij andere elektrische apparaten kan veroorzaken. Ook wanneer de vakhandelaar u de bedieningselementen van uw rolstoel en de wijze waarop u ermee dient om te gaan heeft uitgelegd, moet u de volgende pagina’s toch aandachtig lezen. TOEPASSINGSGEBIED Deze uitvoering en de accessoires maken deze rolstoel geschikt voor mensen die moeilijk of niet kunnen lopen wegens
- verlies van ledematen (beenamputatie)
- defect of vervorming van de ledematen
- contractuur of schade aan de gewrichten
- hart- en bloedsomloopinsufficiëntie, evenwichtsstoornissen of cachexie en geriatrische aandoeningen. Bij de individuele verzorging moet bovendien rekening worden gehouden met
- lichaamsgrootte en lichaamsgewicht
- fysieke en psychische gesteldheid
- woonomgeving en milieu Uw rolstoel mag alleen op een ondergrond worden gebruikt waarbij alle vier de wielen de grond raken. Extra oefening is nodig voor het rijden op ongelijkmatige ondergrond (kinderhoofdjes e.d.), hellingen en bochten (zijdelings omvallen e.d.). Vooral gevaarlijk is ondergrond als ijs, gras, steenslag, bladeren enz. De rolstoel kan niet als stoel in een motorvoertuig gebruikt worden. De sta- en oprichtfunctie mag alleen binnenshuis voor therapeutische doeleinden en in aanwezigheid van een tweede persoon worden gebruikt. De verminderde rijeigenschappen dienen dan alleen voor het uitlijnen van het product. Binnen- en buitenshuis rijden is niet toegestaan als de sta- of oprichtfunctie is geselecteerd. Het nemen van hindernissen is in principe niet mogelijk als de sta-/oprichtfunctie is geselecteerd. Als u tijdens de sta-/oprichtfunctie toch gaat rijden, gebeurt dit op eigen risico. De garantie kan uitsluitend gelden wanneer het product onder de vermelde voorwaarden en voor de vermelde doelstellingen wordt gebruikt. LEVERING
- frame met motoren, zitting- & rugmodule (elektrisch verstelbare stafunctie)
- Handleiding Houd er rekening mee dat de basisuitrusting in verschillende Europese landen kan verschillen. Neem contact op met uw vestiging.NL SQUOD_SU 06/2009
GEBRUIKTE SYMBOLEN Veiligheidsinstructies respecteren! Voor gebruik de handleiding lezen!
Positie: parkeerrem geactiveerd (elektrisch rijden mogelijk) Positie: parkeerrem uitgeschakeld (vrijloop en duwen mogelijk, elektrisch rijden niet mogelijk) Opletten bij vrijloop op hellingen Gescheiden inzameling en recycling van elektrische en elektronische apparaten
DE BEDIENINGSELEMENTEN De elektrische rolstoel wordt gemonteerd geleverd. Uw vakhandelaar levert de rolstoel kant-en-klaar gemonteerd en informeert u over de verschillende bedieningselementen en hun gebruik. Voor uw veiligheid beschrijven we verschillende elementen nog eens in detail.
STURING SHARK 2 Met de in de elektrische rolstoel geïntegreerde sturing controleert u alle rij-, stuur-, rem- en bedieningshandelingen van de rolstoel. De elektrische installatie van de rolstoel en de elektronica zelf worden constant intern bewaakt. Bij een storing in de elektronica wordt dit op de stuureenheid weergegeven en wordt de stoel eventueel om veiligheidsredenen uitgezet (zie het hoofdstuk "Storingscodes").
Druk op de "AAN/UIT"-toets (1). De batterij-indicator (2), die tegelijk de laadtoestand van de batterijen weergeeft, licht even op. Wanneer alle lampjes oplichten, zijn de batterijen voldoende geladen. Wanneer niet alle lampjes oplichten, dient u de rit aan te passen aan de lagere capaciteit van de batterijen. Als de lampjes van de batterij-indicator niet branden, moet u de stekkeraansluitingen van het elektronisch systeem controleren. Selecteer het betreffende rijprogramma door op de "schildpad" (3) of "haas" (4) toets te drukken. De geselecteerde snelheid wordt weergegeven met de 5-traps snelheidsindicator (5). Wanneer u speciale wensen hebt, kunt u contact opnemen met de vakhandelaar. Deze helpt u dan bij het individueel programmeren van de rijprogramma’s.
1 = Aan/Uit-schakelaar 2 = Indicatoren laadtoestand 3 = Snelheid verminderen (symbool "schildpad") 4 = Snelheid verhogen (symbool "haas") 5 = Indicator snelheid 6 = Richtingaanwijzer links 7 = Richtingaanwijzer rechts 8 = Zit-/oprichtfunctie 9 = Claxon 10 = Alarmknipperlichten 11 = Verlichtingsinstallatie 12 = Serviceaanduiding (storingsanalyse)
Om de rolstoel in beweging te brengen beweegt u de joystick langzaam naar voor. Hoe verder u de joystick naar voor beweegt, hoe sneller de rolstoel beweegt. Wanneer u naar links of naar rechts wilt rijden, verplaatst u de joystick in de betreffende richting. Om achteruit te rijden trekt u de joystick vanuit de middenpositie naar achter. L Zorg ervoor dat de joystick bij het bedienen van de "AAN/UIT"-knop minstens ca. 2 seconden in de middenpositie blijft staan. Deze is om veiligheidsredenen zo geprogrammeerd dat de joystick niet gelijktijdig kan worden bediend met het aanzetten van de rolstoel. Wanneer beide handelingen tegelijk worden uitgevoerd, wordt de stuureenheid vergrendeld. U kunt deze pas weer gebruiken nadat u deze heeft uit- en aangezet. Voor het bedienen van de richtingaanwijzers drukt u, afhankelijk van de betreffende richting, op de toetsen "richtingaanwijzer links" (6) of "richtingaanwijzer rechts" (7). De verlichting wordt met de toets "verlichting" (11) aan- en uitgezet. Met de toets "claxon" (9) kunt u een akoestisch alarmsignaal geven. De alarmlichten dient u in kritieke situaties te gebruiken. U zet deze aan en uit met de toets "alarmlichten" (10). Wanneer u tijdens het rijden de rolstoel wil afremmen, dient u de joystick in de middenpositie te zetten. Hoe langzamer u dit doet, hoe langzamer de rembeweging is. Om de rolstoel volledig te remmen geeft u de hendel gewoon vrij. De rolstoel komt zo snel mogelijk tot stilstand. Voor de bediening van de verstelmotor voor de sta-/oprichtfunctie selecteert u toets 8. Met de joystick kunt u de sta-/oprichtfunctie in de gewenste richting bewegen. L Gebruik de sta-/oprichtfunctie alleen als een tweede persoon aanwezig is. L Gebruik de sta-/oprichtfunctie alleen als eerst de benen en het bovenlichaam zijn vastgezet (zie hoofdstuk "Borstgordel" en "Beensteun").
AANSLUITINGEN LAADAPPARAAT / PROGRAMMEERAPPARAAT
Aan de voorzijde van de bedieningseenheid bevindt zich de bus voor de aansluiting van het meegeleverde laadapparaat. Hier bevindt zich ook de aansluiting voor de programmeerunit. Deze mag alleen door erkend en speciaal opgeleid personeel worden aangesloten en gebruikt. L Wijziging van rijparameters kan een negatieve invloed hebben op de veiligheidseigenschappen van de rolstoel.
Let erop dat alle stekkers (laadapparaat en eventueel programmeerunit) zijn verwijderd voor u de rolstoel in beweging zet. L Let erop dat de joystick in de neutrale middenpositie staat wanneer u de aan/uit-toets bedient. Anders wordt de elektronica geblokkeerd. U kunt deze blokkering opheffen door de sturing uit te zetten en vervolgens weer aan te zetten. L Pas uw snelheid aan de omgeving aan. Als u de rolstoel tegen onbevoegde toegang wilt beschermen, drukt u bij het uitschakelen langer dan twee seconden op AAN/UIT-toets (1). De sturing is dan geblokkeerd. Voor het vrijgeven schakelt u de sturing in. Gedurende 10 seconden ziet u een looplicht in de laadindicator. Druk tijdens dit looplicht tweemaal op de claxon (9) en de rijelektronica is voor bedrijf vrijgeschakeld.
INSTELLEN VAN DE STUUREENHEID
De stuureenheid kan ook in horizontale stand worden gezet. Hiervoor maakt u de schroef (1) los en verstelt of verwijdert u de stuureenheid. Haal daarna de schroef (1) weer vast aan. Wanneer u de schroef (1) opzij trekt, kan de stuureenheid opzij worden gedraaid.NL SQUOD_SU 06/2009
OPMERKING: De schroef (1) kan, afhankelijk van de uitvoering, ook onder de stuurstang (2) zijn aangebracht.
L Let erop dat bij zijwaarts draaien van de sturing geen voorwerpen of lichaamsdelen in het verstelgebied terechtkomen – gevaar voor beknelling!
RUG De stijve rug is afneembaar ontworpen. Maak de schroeven (1) los en neem de gevulde rug naar boven uit de houders. Als u de rug wilt terugplaatsen, geleidt u de rug zo tussen het rugframe dat de houders van de rug (1) weer in de houders worden geplaatst. Draai de houders weer handvast. Voor het gebruik dient u te controleren of de rug stevig in de houders (1) is bevestigd. Wanneer dit niet zo is, haalt u de borgschroeven (1) vast aan die de rug verbinden met het rugframe.
L Voor u de stoel gebruikt, dient u te controleren dat de borgschroeven (1) vast zijn aangehaald. Anders kan de rug loskomen, wat schade aan de stoel en letsel van de gebruiker kan veroorzaken. L Let erop dat aan de rug geen andere lasten worden bevestigd (b.v. rugzak, enz.), omdat de rolstoel dan kan kantelen. Wanneer de rug of onderdelen van de rugmodule door slijtage of andere factoren niet meer goed functioneren, kunt u contact opnemen met de vakhandelaar. Deze zal u graag helpen.
VERSTELLEN VAN DE ZITDIEPTE
De zitdiepte kan door het verschuiven van het rugframe in verschillende posities worden ingesteld. Draai hiervoor de schroeven (1) aan beide zijden van het frame los en trek het rugframe zo ver naar buiten of naar binnen totdat de gewenste positie is bereikt of totdat de voorziene uitsparingen over elkaar liggen en de borgschroeven (1) door het frame kunnen worden gestoken. Zet de schroeven weer handvast met de eerder losgedraaide moeren. L De rugleuning mag nooit worden versteld als de gebruiker in de rolstoel zit. L Voordat u de stoel gebruikt, dient u te controleren dat de borgschroeven (1) aan beide zijden van het frame vast zijn aangehaald. Anders kan de rug loskomen, wat schade aan de stoel en letsel van de gebruiker kan veroorzaken.
BEENSTEUN De beensteun bestaat uit een eendelige voetsteun die in de hoogte kan worden versteld. Maak de schroeven (1) los en trek deze volledig uit de houder. Schuif de voetsteun in de gewenste positie en zet deze daarna weer handvast met de schroeven (1). L Voor u de rolstoel gebruikt, dient u te controleren of de beensteun goed is bevestigd.
De voetsteun (2) kan naar boven en naar onder worden geklapt. L Wanneer u de rolstoel vervoert, mag u deze nooit vastpakken bij de beensteun. Pak de rolstoel alleen vast bij het vaste frame (zie ook het hoofdstuk "Voor uw veiligheid"). L Let erop dat de afstand tussen de voetsteun en de grond minstens 6 cm bedraagt. Anders sleept de voetsteun over de grond, waardoor de rolstoel wordt beschadigd en niet meer correct functioneert. Bovendien kan de patiënt letsel oplopen. L Laat de instelling van de beensteun door bevoegde personen uitvoeren. KNIEBEVEILIGING Voor de sta-/oprichtfunctie moet altijd de kniebeveiliging worden gebruikt. Maak de knevelschroeven (1) aan beide zijden van de beensteun los en trek de daarmee bevestigde houder zo ver mogelijk eruit. Plaats de beenbeugel (2) met de kniekussens met de verticale stangen aan beide zijden in de daarvoor voorziene houders. L De ophangingen en kniekussens zijn bewegend en blokkeren pas bij vastschroeven en tegendruk van de benen/knieën. Druk de beenbeugel (2) nu zo tegen de benen van de patiënt dat de kniekussens onder de knieschijf worden gedrukt. L Zorg ervoor dat de knieën vrij kunnen bewegen!
De verticale ophangingen (3) hebben afstandsschroeven waarmee de hoogte van de beenbeugel kan worden ingesteld. Als de beenbeugel de gewenste positie heeft, zet u been-/kniebeugel met de knevelschroeven (1) weer handvast.
ARMSTEUNEN De armsteunen kunnen worden verwijderd en in hoogte worden versteld (bijvoorbeeld voor zijwaartse verplaatsing van de patiënt). Draai de stelschroef (1) iets los en trek deze daarna naar buiten. De armsteun kan nu in de gewenste positie worden gezet. Ter bevestiging moet de stelschroef (1) weer in de voorziene openingen van de gatenplaat (2) vastklikken en handvast worden aangehaald. L Voor u de rolstoel gebruikt, dient u te controleren of de borgschroeven goed zijn aangehaald. Anders kan letsel en/of schade optreden.
Voor therapeutische doeleinden en uitstappen uit de rolstoel kunnen de armsteunen naar achter worden geklapt. Hef de armsteunen op en klap deze naar achter als voor verplaatsing van de patiënt uit de rolstoel of voor therapeutische doeleinden de armsteunen niet nodig zijn. L De armsteunen mogen alleen worden weggeklapt wanneer de rolstoelgebruiker goed vastzit en niet opzij kan kantelen. L De schroeven van het klapmechanisme (zie cirkel) moeten altijd zo vast zijn aangehaald dat onbedoeld wegklappen van de armsteun wordt voorkomen. L Gebruik de rolstoel niet meer wanneer veranderingen, schade of slijtage aan de ophangingen merkbaar zijn. Anders brengt u zichzelf in gevaar.
L Wanneer u veranderingen aanbrengt in de armsteunen en/of armsteunbevestigingen, doet u dit op eigen risico. In dat geval vervalt de garantie. L Let er bij het wegklappen van de armsteunen op dat er geen voorwerpen of lichaamsdelen in het zwaaigebied van de armsteunen terechtkomen omdat dit kan leiden tot schade of letsel. L Wanneer u wijzigingen, schade of slijtage aan de ophangingen ziet, neemt u contact op met de vakhandelaar, die deze defecten kan oplossen.
BORSTGORDEL Voor beveiliging tijdens de opricht-/stafunctie is boven aan de rugleuning een borstgordel aangebracht. Breng de afzonderlijke lussen van de borstgordel over elkaar en druk de lussen stevig op elkaar. De borstgordel is met een klittenbandsysteem beveiligd. L Bevestig de borstgordel zo dat het bovenlichaam tegen de rugleuning wordt gedrukt zodat geen onbedoelde bewegingen van het bovenlichaam mogelijk zijn. L De armen van de gebruiker mogen niet met de borstgordel worden vastgezet.
L Omdat de ademhaling door gebruik van de borstgordel kan worden bemoeilijkt, moet de borstgordel in overleg met de patiënt worden gebruikt.
STA-/OPRICHTFUNCTIE Gebruik de sta-/oprichtfunctie pas nadat de benen met de kniebeugel en het bovenlichaam met de borstgordel zijn vastgezet (zie de desbetreffende hoofdstukken "Beensteun" en "Borstgordel"). L Bij gebruik van de sta-/oprichtfunctie dient altijd een tweede persoon toezicht te houden. L Gebruik van de sta-/oprichtfunctie zonder borstgordel en kniebeveiliging is uitgesloten en gebeurt op eigen risico. L Aansprakelijkheid van de fabrikant bij gebruik van de sta-/oprichtfunctie zonder borstgordel en kniebeveiliging is uitgesloten. L De sta-/oprichtfunctie mag alleen worden gebruikt als de rolstoel op een vlakke ondergrond met alle vier wielen (en tijdens het gebruik op de twee voorwielen) komt te staan. L Let erop dat zich in het draaibereik van de oprichtfunctie geen voorwerpen, personen of lichaamsdelen bevinden omdat er anders gevaar is voor schade of letsel. L Zorg ervoor dat de kabels van de sturing tijdens de oprichtfunctie niet strak worden getrokken omdat het product anders beschadigd kan raken. Neem de volgorde voor gebruik van de sta-/oprichtfunctie in acht:
1. Rijd de rolstoel naar de gewenste positie.
2. Controleer of de rolstoel stevig staat, manoeuvreer eventueel totdat de gewenste
4. Breng de kniebeveiliging aan (of laat deze aanbrengen).
5. Controleer of de voeten plat op de voetsteun komen te staan.
6. Maak de borstgordel vast (of laat deze vastmaken).
7. Controleer of de armsteunen omlaag zijn geklapt.
8. Schakel de rijelektronica in en selecteer de verstelfunctie voor de oprichtfunctie.
9. Trek de joystick naar achter of druk deze naar voor om de desbetreffende functie uit te
voeren. Let erop dat bij gebruik van de oprichtfunctie de rolstoel op de voorste wieltjes onder de voetplaat staat en de stuurwielen (200x85) ca. 1 cm van de grond zijn. Bij rijcorrecties wordt de rolstoel dan via de voorste wieltjes en de aandrijfwielen verplaatst. De rijfuncties kunnen maar beperkt worden gebruikt. L Maak de borstgordel en de kniebeveiliging pas weer los als de rolstoel in de zitpositie is geplaatst. L Bij gebruik van de sta-/oprichtfunctie dient altijd een tweede persoon toezicht te houden. L Gebruik van de sta-/oprichtfunctie zonder gebruik van de borstgordel en zonder de kniebeveiliging is uitgesloten en gebeurt op eigen risico.
Aansprakelijkheid van de fabrikant bij gebruik van de sta-/oprichtfunctie zonder borstgordel en kniebeveiliging is uitgesloten. L De sta-/oprichtfunctie mag alleen worden gebruikt als de rolstoel op een vlakke ondergrond met alle vier wielen (en tijdens het gebruik op de twee voorwielen) komt te staan.
L Let erop dat zich in het draaibereik van de oprichtfunctie geen voorwerpen, personen of lichaamsdelen bevinden omdat er anders gevaar is voor schade of letsel. LAADAPPARAAT Gebruik voor het opladen van de batterijen uitsluitend het bijgeleverde laadapparaat IMPULSE S (8 A). Primaire spanning 230 Vac – 50/60 Hz – 1-fase Secundaire nominale spanning 24 V Secundaire maximale spanning 35 V Secundaire stroom max. 8 A Batterijtype loodzwavelzuur: gel Batterijcapaciteit 60 Ah – 85 Ah (met 80% capaciteit binnen 8 uur te laden) Beveiliging beveiligd tegen ompoling, overspanning en te hoge temperatuur Nominaal vermogen 270 W Rendement min. 80% (bij volle belasting) Omgevingstemperatuur 0° C tot +40° C Afmetingen behuizing H 70 x B 150 x D 200 mm Beschermingsomvang IP 21, beschermklasse II Totaal gewicht ca. 1,3 kg Lengte stroomsnoer 1,9 m Lengte laadsnoer 2,4 m Omgevingstemperatuur opslag -15° C tot +50° C Relatieve luchtvochtigheid opslag max. 95% (niet condenseren) Conformiteit EMC-richtlijn 89/336/EG Laagspanningsrichtlijn 73/23/EG Technische wijzigingen voorbehouden.
LADEN VAN DE BATTERIJEN
Omdat het laadapparaat IMPULSE S (8 A) de laadcurve afstemt op de laadtoestand van de AGM- batterijen, kunt u uw rolstoel na elk gebruik laden. Hierdoor worden agressieve oplading van de batterijen en het "memory-effect" zoveel mogelijk voorkomen. Laad de rolstoel uiterlijk wanneer op de sturing de laadtoestand in het rode veld staat. Wanneer u toch nog verder rijdt, geeft het voortdurend knipperen van de laatste rode LED aan dat de batterij onvoldoende capaciteit heeft. Wanneer u ook dit waarschuwingssignaal negeert, verschijnt na een tijdje op de elektronica een storingscode dat de batterijen onvoldoende vermogen hebben om te kunnen rijden. Daarom dient u uw batterijen met het bijgeleverde laadapparaat IMPULSE S (8 A) op te laden voordat u deze storingsmeldingen krijgt. Voorkom in ieder geval dat de batterijen diep worden ontladen.
- OPSTELLEN VAN HET LAADAPPARAAT Let er bij het opstellen van het laadapparaat op er aan alle kanten voldoende ventilatie is waarbij minimaal 10 cm ruimte om het apparaat heen nodig is. Als de ventilatie van het laadapparaat onvoldoende is en het apparaat warmer wordt, wordt de laadstroom verlaagd waardoor de laadtijd langer wordt. Als het laadapparaat oververhit (> +50° C) raakt, wordt het opladen beëindigd. Het laadapparaat mag alleen in een stopcontact met een netspanning van 230V – 50/60Hz en op een droge, geventileerde plaats worden gebruikt.
- INBEDRIJFSTELLING Steek eerst de stekker in het stopcontact. Het laadapparaat wordt nadat een LED-combinatie is gaan branden in de "STAND-BY"-toestand geschakeld. Beide LED's (groen en geel) gaan branden. Sluit daarna de laadkabel met de driepolige stekker aan op de laadbus van de stuureenheid van de rolstoel. Zodra de verbinding met de batterijen tot stand is gekomen, begint het laadapparaat automatisch met opladen. Alleen de gele LED brandt nu.NL SQUOD_SU 06/2009
Als het laadproces is beëindigd, gaat de gele LED uit en gaat de groene LED branden. Trek de laadkabel uit de stuureenheid; het laadapparaat schakelt weer over op de "STAND-BY"-toestand (gele en groene LED branden). Als de laadkabel aangesloten blijft, worden de batterijen door middel van een heel geringe stroom in optimale toestand gehouden (onderhoudslading). L Trek na beëindiging van het laadproces altijd eerst de laadstekker uit de stuureenheid en vervolgens de netstekker uit het stopcontact.
Gele LED Groene LED Laadapparaat uitgeschakeld (netstekker niet aangesloten)
Laadapparaat is zojuist ingeschakeld en toont de ingestelde laadkromme
! = Uit # = Aan " = Knipperen L Wanneer de batterijen langere tijd niet worden gebruikt, verliezen ze zelf langzaam hun lading (diepe ontlading). Ze kunnen dan niet meer worden opgeladen met het bijgeleverde laadapparaat. Laad de batterijen minstens eenmaal per maand op, ook wanneer deze niet worden gebruikt . L Gebruik voor het opladen van de batterijen uitsluitend het bijgeleverde laadapparaat. L De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade als gevolg van verkeerd laden. L U mag de laadcyclus nooit onderbreken. Het laadapparaat geeft aan wanneer de laadcyclus is voltooid. (Groene LED brandt continu.) Voor meer informatie kunt u de gebruiksaanwijzing van het laadapparaat raadplegen. BATTERIJEN Standaard is de elektrische rolstoel uitgerust met 2 gesloten AGM-batterijen met een vermogen van 12V/70Ah. De batterijen die voor uw elektrische rolstoel zijn gebruikt, zijn aandrijfbatterijen, die hun volle capaciteit pas na enkele laad- en gebruikscycli bereiken. Wanneer de batterijen door lang gebruik niet meer hun volledige vermogen leveren of wanneer de batterijen beschadigd zijn, dient u beide batterijen door een vakhandelaar te laten vervangen. L Wij zijn niet aansprakelijk voor schade die ontstaat door het gebruik van batterijen van derden. L Stel de batterijen niet bloot aan temperaturen onder 5° C en boven 50° C (optimaal: +20°C). L Wanneer de batterijen worden geopend, vervalt de aansprakelijkheid van de fabrikant en de garantie.NL SQUOD_SU 06/2009
OPBERGEN VAN DE BATTERIJEN
Wanneer u uw rolstoel gedurende langere tijd niet gebruikt, kan deze aangesloten blijven aan de lader. De lading wordt automatisch geregeld door de lader. Wanneer u de batterijen wilt demonteren en opbergen, dient u op het volgende te letten: • Koppel de kabelaansluitingen van de batterijpolen los. • Dek minstens de pluspool af met een poolkap. • Raak de batterijen alleen op twee tegenoverliggende behuizingszijden aan.
- Controleer dat bij het opbergen geen voorwerpen tussen de polen komen (gevaar voor kortsluiting!)
- Bewaar de batterijen op een droge, geventileerde plaats met een temperatuur van 0°C tot +40°C.
- Laat de batterijen in de batterijkasten zodat deze zijn beschermd tegen vocht en andere externe invloeden. • Bescherm de contacten van de batterijkasten tegen corrosie.
- Beveilig de batterijen tegen diep ontladen (zie het hoofdstuk "Laden van de batterijen"). L Wanneer de batterijen niet worden gebruikt, kunnen deze diep worden ontladen. Voor meer informatie kunt u terecht bij de vakhandelaar. Deze kan u ook meer informatie geven over het opbergen en onderhouden van de batterijen. SYSTEEM AANSLUITEN
Linker motor Rechter motor SHARK Stroommodule SHARK 2 Sturing Laad- apparaat Programmering (pc-gebaseerd of handapparaat) Lichtaansluitingen Aansluiting verstelmotor (alleen bij SHARK 2) 24 V batterij- voorziening
Aansluitstekker stroommodule Transportgrepen voor batterijen (aan de zijinkepingen van de batterijen bevestigen)NL SQUOD_SU 06/2009
THERMISCHE ZEKERING Om de motor te beveiligen tegen overbelasting is de rolstoel rechts op het frame voorzien van een thermische zekering (overgang naar het rugframe) die automatisch het vermogen naar de motoren onderbreekt omdat deze anders warm kunnen lopen en daardoor sneller verslijten of defect raken. De thermische zekering kan worden geactiveerd wanneer hellingen worden bereden die de vermelde maximumwaarden overschrijden. Ook bij een nominale belasting die hoger is dan de maximumwaarde kan de zekering doorslaan. Ook wanneer u probeert te rijden terwijl de handrem is aangetrokken, kan de motor overbelast raken. De te respecteren waarden vindt u in het hoofdstuk "Technische gegevens". Voor het weer in gebruik nemen van de rolstoel elimineert u de overbelasting en wacht u tot de motoren zijn afgekoeld. Druk dan de thermische zekering licht in. Het systeem is nu weer klaar voor gebruik. HANDREM Uw elektrische rolstoel kan naast de elektromagnetische rem ook worden uitgerust met een handrem voor ieder aandrijfwiel. Deze dient dan te worden ingesteld voor ieder wiel. Bij het gebruik van luchtbanden kan de handrem alleen functioneren wanneer de banden voldoende spanning hebben (zie het hoofdstuk "Technische gegevens"). L De bandenspanning dient altijd overeen te komen met de waarden die zijn vermeld in het hoofdstuk "Technische gegevens". Anders remt de handrem onvoldoende of zelfs helemaal niet. L Houd er rekening mee dat de handrem niet is bedoeld voor afremmen tijdens het rijden. Deze rem is bedoeld om te verhinderen dat de rolstoel wegrolt wanneer deze in een vaste positie is gezet. Wanneer de handrem tijdens de rit wordt gebruikt om de rolstoel af te remmen, kan dit letsel en/of schade veroorzaken. Wanneer de remmen niet goed meer functioneren door slijtage van en/of schade aan de buiten- en binnenbanden, kunt u het beste contact opnemen met de vakhandelaar. Deze beschikt over het nodige gereedschap en de vereiste kennis om deze onderdelen te vervangen. L Bij het gebruik van ongeschikt gereedschap of onoordeelkundig onderhoud kunnen de onderdelen worden beschadigd of hun goede werking verliezen. Wanneer u de handrem zelf wilt instellen, neemt u een passende inbussleutel en maakt u de twee inbusschroeven los waarmee de remophanging op de rail is bevestigd. Verschuif de rem in de gewenste positie en draai de inbusschroeven weer vast. Controleer of de handrem goed werkt. L Wanneer de remmen niet worden versteld volgens de instructies van de fabrikant, gebeurt dit op eigen risico (alleen voor gemonteerde handrem). De aansprakelijkheid vervalt. L Laat de handrem instellen door de vakhandelaar. Deze is immers opgeleid voor onze producten en volgt de veiligheidsvoorschriften. L Houd er rekening mee dat de handrem niet is bedoeld voor afremmen tijdens het rijden. Deze rem is bedoeld om te verhinderen dat de rolstoel wegrolt wanneer deze in een vaste positie is gezet. Wanneer de rem tijdens de rit wordt gebruikt om de rolstoel af te remmen, kan dit letsel veroorzaken. Wanneer u niet tevreden bent over de remwerking van de rolstoel, dient u direct contact op te nemen met de vakhandelaar voor het afstellen van de remmen. L Wanneer de wielen zijn vervuild door water, olie en ander vuil, wordt de werking van de handrem beïnvloed. Controleer voor iedere rit de toestand van de banden. L Wanneer de remmen niet meer goed functioneren door versleten en/of beschadigde buiten- of binnenbanden, neemt u contact op met de vakhandelaar. Voor het wisselen van de banden is immers speciaal gereedschap nodig. De volledige wielen kunnen door de eindgebruiker niet worden gewisseld.NL SQUOD_SU 06/2009
BANDEN De elektrische rolstoel SQUOD SU is standaard uitgerust met 3.00-8 – aandrijfwielen (lucht) en 260x85 - stuurwielen (lucht). Voor andere wielcombinaties neemt u contact op met de vakhandelaar. Deze geeft u graag advies over wielen die zijn aangepast aan uw situatie. L Let erop dat er steeds voldoende lucht in de wielen zit. Dit heeft immers invloed op de rijprestaties. In het hoofdstuk "Technische gegevens" vindt u de vuldruk voor de banden. Bovendien moet u steeds letten op de luchtdruk die op de banden staat aangegeven. L Op wielen die niet door de fabrikant zijn geleverd, geven wij geen garantie. BANDEN WISSELEN Wanneer u de buitenbanden of binnenbanden wilt wisselen, vindt u hieronder enkele tips: STUURWIELEN A. Maak de schroeven van de stuurwielas los en trek deze uit de vork van het stuurwiel. B. Laat de lucht uit het stuurwiel lopen door de drukstift in de ventiel licht in te drukken. C. Maak de 5 schroeven los die de gedeelde velg bij elkaar houden. Nu kunnen de velgzijden worden gescheiden. MONTAGE Plaats de licht opgepompte binnenband in de buitenband. C. Voeg de beide velgzijden door de buitenband samen en schroef de velg vast met de 5 verbindingsschroeven. B. Let erop dat het ventiel door de voorziene velgopening steekt. A. Monteer het wiel weer in de voorwielvork en pomp het wiel op. L Laat voor het splitsen van de velg altijd eerst de lucht uit de band lopen omdat de velgzijden andere met veel kracht uit elkaar kunnen worden gedrukt – gevaar voor letsel! L Zorg ervoor dat de binnenband niet klem komt te zitten tussen de velgzijden L Pomp de banden maar tot de maximale bandenspanning op (zie "Technische gegevens") L Voor gebruik van de rolstoel dient u te controleren of alle schroeven van de wielen goed vastzitten. AANDRIJFWIELEN De aandrijfwielen kunnen worden losgemaakt van de aandrijfmotor.
Schroefverbinding wiel (4) losdraaien en verwijderen. Wiel (3) volledig van de motoras (1) trekken. De pen (2), die op de motoras ligt, kan klem komen te zitten in de velg. WIELMONTAGE Verwijder vuil dat zich op de schroefdraad en de as van de wielbevestiging op de motor bevindt en ontvet de schroefdraad. Plaats de pen in de uitsparing van de motoras (1). Breng het wiel over de motoras (1) aan tot de aanslag (voorkom kanteling). Let er hierbij op dat de uitsparing van de velgnaaf over de pen (2) past. Draai de onderlegring en borgschroef handvast aan (voor borging kan schroefdraadlijm worden gebruikt). Voor het verwijderen van de buitenband laat u eerst alle lucht uit de binnenband lopen. Schuif een bandenlichter tussen de buitenband en de velg en duw de bandenlichter langzaam en voorzichtig naar onder. Daardoor wordt de buitenband over de velgrand getrokken. Wanneer u dan met de bandenlichter langs de rand van de velg gaat, springt de buitenband uit de velg. De buitenband en de binnenband kunnen nu gemakkelijk van de velg worden genomen. L Voor u de band verwijdert, moet alle lucht uit de binnenband zijn. L Bij onoordeelkundig onderhoud kan de velg worden beschadigd. Laat deze procedure alleen door bevoegde personen uitvoeren. Voor u een nieuwe band monteert, dient u rekening te houden met het volgende: Controleer het velgbed en de binnenkant van de band op vreemde voorwerpen en reinig deze indien nodig. Controleer de toestand van het velgbed, vooral in de buurt van de ventielopening. Gebruik alleen originele reserveonderdelen. De garantie geldt niet voor schade die wordt veroorzaakt door reserveonderdelen die geen originele reserveonderdelen zijn. Neem contact op met de vakhandelaar. Montage: Schuif het velglint over het ventiel en steek het ventiel vervolgens in de velg. Nu kunt u het velglint zonder problemen aanbrengen. Controleer of alle spaakkoppen zijn bedekt (bij kunststof velgen wordt geen velglint gebruikt).
Neem de buitenband en druk deze – beginnend achter het ventiel – over de velgrand. Pomp de binnenband lichtjes op tot hij een ronde vorm aanneemt en leg deze in de band.
Wanneer de binnenband rondom zonder plooien in de buitenband ligt (als er plooien zijn: een beetje lucht aflaten), dan monteert u de bovenkant van de band – te beginnen tegenover het ventiel – voorzichtig met beide handen op het ventiel.
Controleer rondom en aan beide zijden of de binnenband niet tussen de bandhiel en velg is geklemd. Schuif het ventiel lichtjes terug en trek het weer uit zodat de band goed is gepositioneerd in de buurt van het ventiel. Om de band correct op te pompen, pompt u eerst lucht tot de band nog goed met de duim kan worden ingedrukt. Wanneer de controlelijn aan weerszijden van de band dezelfde afstand tot de velgrand aangeeft, is de band correct gecentreerd. Wanneer dit niet het geval is, dient u de lucht weer uit de band te laten lopen en de band opnieuw uit te lijnen. Pomp de band nu op tot de maximale bedrijfsdruk (let op de vuldruk!) en draai het dopje op het ventiel. Bij het vervangen van een wiel dient er op te worden gelet dat de asschroefdraad van de motor wordt schoongemaakt voordat deze met de wielschroef wordt vastgezet. Bij het opnieuw vastschroeven dient een nieuwe zelfborgende originele moer te worden gebruikt. L Let erop dat bij de montage geen voorwerpen of lichaamsdelen tussen de band en de velgrand bekneld raken. Dit kan immers schade en letsel veroorzaken. L Bij onoordeelkundige montage vervalt de garantie. L Let bij het oppompen van de banden steeds op de correcte vuldruk. Deze waarde kunt u aflezen op de band (zie ook "Technische gegevens"). L Gebruik voor het oppompen uitsluitend geschikte pompen met een afleesschaal in bar of gebruik de bijgeleverde luchtpomp. Voor schade die ontstaat door het gebruik van pompen die niet door de fabrikant worden bijgeleverd, vervalt de garantie.
DUWEN VAN DE ROLSTOEL
De rolstoel kan door een begeleider worden geduwd. Let er bij het duwen op dat de bediening is uitgeschakeld en dat u de rolstoel alleen op een vlakke ondergrond duwt. Bij het duwen wordt de remwerking immers uitgezet, waardoor de rolstoelgebruiker op hellingen aan te grote en vermijdbare risico’s wordt blootgesteld.
Rechts van de rolstoel zit een hendel (1) die de rolstoel instelt voor duwen of elektronisch rijden. VRIJLOOP Trek de hendel (1) een beetje naar buiten en duw deze dan omlaag. De aandrijfmotoren worden losgekoppeld van de aandrijfeenheid en de rolstoel kan worden geduwd. L In vrijloop is de elektromagnetische rem uitgeschakeld en is de rolstoel niet meer geremd. Activeer de vrijloop nooit op hellingen. Trek de handrem aan.
ELEKTRONISCH RIJDEN Trek de hendel (1) naar boven. De aandrijfeenheid wordt gekoppeld aan de aandrijfmotoren. L Hierdoor wordt de elektromagnetische parkeerrem geactiveerd. Voor het elektronisch rijden zet u de mechanische handrem los. L Als de rolstoel in vrijloop onbedoeld beweegt, dient het omhoog trekken van de hendel als NOODREM.
Voor het transporteren van de SQUOD SU dient u op volgende punten te letten: Voor het optillen van de rolstoel dienen alle bewegende delen te worden gedemonteerd. L Voor het transport van de rolstoel dient de zit-/rugeenheid in de zitpositie te worden geplaatst. L Til de rolstoel uitsluitend op aan het vaste frame. L Om schade te voorkomen verwijdert u voor het transport de sturing en de kniebeveiliging. L Bij het monteren dient u erop te letten dat alle schroeven weer zijn vastgedraaid. Om te voorkomen dat de rolstoel tijdens het transport wegglijdt, dient u de vergrendeling op elektronisch rijden (activeren van de elektromagnetische parkeerrem) te zetten. Wanneer uw model is voorzien van een handrem, dient u deze aan te trekken. Wanneer u andere bevestigingsgordels gebruikt, mogen deze alleen aan het vaste frame worden bevestigd. L Het transport over trappen/treden moet altijd door twee personen worden uitgevoerd. L Tijdens het transport mogen zich geen personen of voorwerpen onder de rolstoel bevinden. Anders bestaat gevaar voor letsel of schade aan de rolstoel. L Transport van de rolstoel terwijl de patiënt erin zit, is uitgesloten.
TRANSPORT OP HELLINGBANEN
Wanneer u voor het nemen van hindernissen een hellingbaan wenst te gebruiken, dient u rekening te houden met het volgende: Het zit-/rugsysteem moet eerst in de zitpositie worden geplaatst. Rijden tijdens de sta-/oprichtfunctie is verboden. Voor uw eigen veiligheid dient u hellingbanen met de laagst mogelijke snelheid te nemen. Wanneer u door een begeleider wordt voortgeduwd, moet u er rekening mee houden dat door het hoge gewicht van de rolstoel zelf, de rolstoel gemakkelijker kan achteruit rollen. Wanneer een begeleider tijdens het transport van de rolstoel onvoldoende kracht heeft, dient u de rolstoel direct te beveiligen door het vastzetten van de elektronische parkeerrem (NOODREM). L Let op de aangegeven maximale belasting van de hellingbanen. L Gebruik een veiligheidsgordel om veilig in de rolstoel te blijven zitten. L Voor letsel of schade aan de rolstoel door de onoordeelkundige keuze van hellingbanen zijn wij niet aansprakelijk. ACCESSOIRES ! INDIVIDUELE HOOFDSTEUN (L55) Als accessoire bij de standaard geleverde rugunit bieden wij een individueel instelbare hoofdsteun. Deze omvat een gevuld kussen dat met behulp van de tandwielen in verschillende posities kan worden versteld (zie afbeelding).
Deze hoofdsteunen kunt u naar wens in de hoogte verstellen. U hangt de hoofdsteun in de houder die in het bovenste derde van de rugleuning van de elektrische rolstoel is vastgeschroefd. Vervolgens zet u de hoofdsteun vast met de borgschroef. In de rugleuningen zijn openingen geboord voor het monteren van de hoofdsteun.NL SQUOD_SU 06/2009
L Let erop dat u de hoofdsteun minstens tot de markering in de houder schuift zodat deze veilig kan worden bevestigd. Nu kunt u de hoofdsteun met behulp van de stelschroeven in de diepte aanpassen. Draai de stelschroeven iets los tot u de tandwielen kunt bewegen. Stel de hoofdsteun in voor uw lengte en haal de stelschroef weer vast aan. Wanneer de ingestelde positie niet helemaal naar wens is, herhaalt u de procedure. L Let erop dat uw achterhoofd in ontspannen houding door de hoofdsteun wordt ondersteund. L Voor u de hoofdsteun in gebruik neemt, dienen alle borgschroeven goed te zijn aangehaald. Het onbedoeld zakken of verstellen van de hoofdsteun kan immers letsel veroorzaken. Wanneer u de houding van uw hoofd veilig wilt ondersteunen, kunt u deze hoofdsteun aanpassen aan de breedte van uw hoofd. Duw de zijkanten lichtjes naar voor samen zodat de zijkanten uw hoofd beveiligen tegen zijdelingse bewegingen. L Let erop dat de zijkanten niet te hard tegen het hoofd drukken, anders kunnen deze gaan knellen. L De zijkanten mogen niet worden ingeklapt omdat ze dan kunnen afbreken. Dit kan dan letsel of schade aan de rolstoel veroorzaken. Bij constructieve veranderingen van de hoofdsteun zijn wij niet aansprakelijk. ! GORDELS (B58) Voor uw veiligheid bieden wij een standaard veiligheidsgordel aan die is voorzien van een kliksluiting (zoals in auto's). In het zitframe zijn opzij van de rugleuning openingen aangebracht waarin de gordel met bouten wordt vastgemaakt. Voor een goede bevestiging zijn zelfborgende moeren gebruikt. Wanneer de gordel is gedemonteerd, mogen voor het monteren uitsluitend nieuwe, door de fabrikant geleverde originele moeren worden gebruikt. L Laat deze werkzaamheden uitvoeren door de vakhandelaar. Zo voorkomt u dat de garantie vervalt. L Voor u de gordel gebruikt, dient u te controleren of de schroefverbindingen goed vast zitten. Wanneer u een ander gordelsysteem wenst, neem dan contact op met de vakhandelaar. Deze zal u graag helpen. ! KANTELBEVEILIGING (B78) Voor uw veiligheid is de elektrische rolstoel uitgerust met een kantelbeveiliging. Deze mag u nooit verwijderen omdat uw rolstoel dan niet meer beveiligd is tegen onverhoeds kantelen. L Controleer of de kantelbeveiliging aan beide zijden voor iedere rit is aangebracht en goed is vastgezet. L Voor iedere rit dient u na te gaan of de kantelbeveiliging zo is aangebracht dat bij onverhoeds kantelen de rollen van de kantelbeveiliging te grond raken en de stoel niet verder overhelt. ! PELOT (L04) Wanneer uw bovenlichaam meer ondersteuning nodig heeft dan mogelijk is met de standaard rugleuning, bieden wij een pelotsysteem aan dat op de rugleuning kan worden gemonteerd. De rail wordt op een zijdelingse afstand van ca. 6 cm achter de rugleuning verticaal gemonteerd. In de rugleuning bevinden zich schroefdraden die u daarvoor kunt gebruiken. De stangen worden van buitenaf in de geleider geschoven en met de twee sterkopschroeven bevestigd. Voor het instellen van de hoogte en diepte van de pelot maakt u de sterkopschroeven (1) voorzichtig los en zet u de pelot in de gewenste positie. Daarna zet u de sterkopschroeven (1) weer vast.
Om de pelot in de diepte aan te passen maakt u de schroeven (2) los en stelt u de pelot in de gewenste stand in. L Let erop dat na de montage alle schroeven vast zijn aangehaald. Anders komt de stabiliteit van de pelot in het gedrang, wat letsel en/of schade kan veroorzaken. L Let erop dat het railsysteem zo is aangebracht dat de veilige werking is gegarandeerd. L Wanneer uw stoel niet kant-en-klaar gemonteerd is geleverd, dient u de montage te laten uitvoeren door de vakhandelaar, die hiervoor het nodige gereedschap en de vereiste kennis heeft. L Bij schade door onoordeelkundige montage vervalt de garantie. L Tijdens het aanpassen van de pelot dient u rustig en in natuurlijke zithouding in de rolstoel te zitten, zodat de aanpassing correct kan worden uitgevoerd. L Bij het aanpassen van de pelot dient u erop te letten dat zich geen voorwerpen en/of lichaamsdelen tussen de pelot en de pelotrug bevinden wanneer de pelotten worden aangetrokken. Anders kan letsel door beknelling en/of schade optreden. Wanneer u nog vragen hebt m.b.t. de indicatie en de werking van de pelot, kunt u contact opnemen met de vakhandelaar. Deze helpt u graag verder.
Hieronder vindt u enkele belangrijke veiligheidstips: L Let erop dat bij het gebruik van de aandrijfwielen geen voorwerpen en/of lichaamsdelen tussen de spaken terechtkomen. Dit kan immers letsel en/of schade aan de rolstoel veroorzaken. L Gebruik de voetsteun nooit om in en uit de rolstoel te stappen. De voetsteun dient eerst naar boven te worden geklapt. L Onderzoek het effect van een veranderd zwaartepunt op het gedrag van de rolstoel (bijvoorbeeld hellingen, zijdelingse hellingen of hindernissen) alleen met ondersteuning van een helper. L Let er bij het pakken van voorwerpen (die zich voor, opzij of achter de rolstoel bevinden) op dat u niet te ver uit de rolstoel leunt. Anders kan de rolstoel kantelen. L Gebruik uw rolstoel alleen voor de beschreven doeleinden. Vermijd b.v. om zonder remmen tegen een hindernis (stoeprand, stootsteen) of van treden te rijden. L Wanneer er opritten of liften beschikbaar zijn, dient u deze te gebruiken. L Rijden mag alleen in de zitpositie. Rijden tijdens de sta-/oprichtfunctie is verboden. Alleen voor het corrigeren van de positie mag tijdens de sta-/oprichtfunctie beperkt worden gereden. L Gebruik de sta-/oprichtfunctie alleen als een tweede persoon toezicht houdt omdat door verplaatsing van het gewicht in de rolstoel een verhoogd risico op kantelen bestaat. L De sta-/oprichtfunctie mag alleen worden gebruikt als de borstgordel en de been- /kniebeveiliging vakkundig worden gebruikt en aangebracht. L Let erop dat de banden voldoende profiel hebben. L Denk erom dat u op de openbare weg de verkeersregels dient na te leven. L Net zoals voor andere voertuigen geldt dat u de rolstoel niet mag gebruiken onder invloed van alcohol of geneesmiddelen. Dit geldt ook voor verplaatsingen binnenshuis. L Pas uw rijstijl bij ritten buitenshuis aan het weer en het verkeer aan. L Controleer of de reflectoren van uw rolstoel niet door vuil of voorwerpen zijn afgedekt. L Zorg ervoor dat u in het donker goed zichtbaar bent. Draag lichte kleding of kleding met reflectoren en zorg ervoor dat de reflectoren op de rolstoel goed zichtbaar zijn.NL SQUOD_SU 06/2009
L Let op met brandende voorwerpen, zoals sigaretten. De rug- en zittingbekleding kunnen vlam vatten. L Let erop dat de maximale belasting (130 kg) niet wordt overschreden. REGELMATIG CONTROLEREN Net zoals ieder ander technisch product heeft uw rolstoel regelmatige controles nodig om de veilige werking te handhaven. De volgende instructies beschrijven de maatregelen die u dient te nemen om lang te kunnen genieten van uw rolstoel.
1. Controleer de banden op zichtbare schade en/of vuil. Verwijder het vuil. Dit kan immers
het rollend vermogen en de grip van de banden nadelig beïnvloeden. Wanneer een band is beschadigd, kunt u deze het beste laten repareren door een erkende reparatiewerkplaats.
2. Controleer de rij-/rem- en versteleigenschappen via de indicatoren van de rijelektronica.
Wanneer deze niet in orde zijn, vraagt u advies aan de vakhandelaar.
3. Controleer of er voldoende lucht in de banden zit en pomp indien nodig lucht bij (zie ook
het hoofdstuk "Technische gegevens").
4. Controleer of alle schroefverbindingen goed zijn aangehaald (met name het
klapmechanisme van de armsteunen zodat deze niet onbedoeld naar voren vallen en letsel veroorzaken.).
! ONGEVEER OM DE 8 WEKEN
Afhankelijk van de regelmaat waarmee u het product gebruikt, dient u volgende punten te controleren:
1. Werking van de armsteunen
2. Bewegende onderdelen van de voetsteunen
3. Toestand van bekleding en vulmatariaal
4. Profieldiepte van wielen
! ONGEVEER OM DE 6 MAANDEN
Afhankelijk van de regelmaat waarmee u het product gebruikt, dient u volgende punten te controleren:
2. Algemene toestand
3. Werking laadapparaat
4. Werking van de stuurwielen
Bij een te grote rolweerstand dienen de lagers van de stuurwielen te worden gereinigd. Wanneer dit niet volstaat, neemt u contact op met de vakhandelaar. L Bij slechte werking en voor reparaties en inspecties dient u zich te wenden tot de vakhandelaar. Alleen bevoegde personen mogen reparaties uitvoeren. INSPECTIE In principe adviseren wij een jaarlijkse inspectie en in ieder geval voor ieder nieuw gebruik. Deze inspectie mag uitsluitend door bevoegde personen worden uitgevoerd. De volgende controles dienen te worden uitgevoerd en gedocumenteerd:
- Controle van de bekabeling (vooral: knellen, afslijting, sneden, zichtbare isolatie van de binnenleidingen, zichtbare metaaldraden, knikpunten, uitbolling, kleurveranderingen van de buitenste laag, brosse punten)
- Visuele controle van het frame op plastische vervormingen en/of slijtage (basisframe, zittingframe, rugframe, zijpanelen, beensteunen, motorophanging)
- Elektrische leidingen veilig gelegd, zodat schuren, knellen en andere mechanische belastingen onwaarschijnlijk zijn.
- Visuele controle van alle behuizingen op schade. Schroeven moeten vastzitten, dichtingen mogen geen zichtbare schade vertonen.
- Meetproef van de doorlekstroom (A) van het laadapparaat conform VDE 0702
- Meetproef van de isolatieweerstand (MO) van het laadapparaat conform VDE 0702
- Werking van de aandrijvingen (controle uitvoeren tijdens een testrit " geluid, snelheid, soepelheid, enz.. Indien nodig: Meten van het opgenomen vermogen, eerst zonder last, daarna met de nominale last (SWL), om zo eventuele slijtage van de motoren te kunnen meten via de stroomopname en de waarden te kunnen vergelijken met de waarden bij levering, toestand en functie van de koolstaven.
- Controle van de toestand van de batterijen, bekledingen, binnenbanden, buitenbanden. Meetcontroles mogen uitsluitend worden uitgevoerd door personen die minstens voor de rolstoel zijn opgeleid en die minstens door een geschoold elektricien zijn onderwezen over de te gebruiken controlemiddelen en controleprocedures. Alleen een geschoold elektricien mag de elektrische rolstoel na de meetcontroles of het onderhoud vrijgeven voor gebruik. Laat het onderhoud alleen in het serviceplan opnemen wanneer minstens de hiervoor vermelde profielen zijn gecontroleerd. L De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade door onvoldoende of gebrekkig onderhoud. GEREEDSCHAP Voor de reparatie van afzonderlijke onderdelen, de montage van accessoires en inspectiewerkzaamheden is ten minste het volgende gereedschap nodig:
- Kruiskopschroevendraaier (PH1, PH2) L Werkzaamheden waarbij gereedschap nodig is, mogen alleen door bevoegde personen worden uitgevoerd. VERZORGING Om uw rolstoel er ook altijd verzorgd te laten uitzien, dient u de rolstoel regelmatig te verzorgen. Lees daartoe de volgende instructies: L Het reinigen met stoom of hoge druk is niet toegestaan! ! BEKLEDING Reinig de bekleding met warm water. Bij hardnekkige vlekken kunt u de bekleding afwassen met een gangbaar fijnwasmiddel. Vlekken kunt u verwijderen met een sponsje of een zachte borstel. L Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen, zoals oplosmiddelen, of harde borstels. L Wij zijn niet aansprakelijk voor schade die ontstaat door het gebruik van ongeschikte reinigingsmiddelen. L Let erop dat u de bekleding niet te vochtig maakt. ! KUNSTSTOFONDERDELEN Behandel alle kunststofonderdelen van de rolstoel met een gangbaar reinigingsmiddel voor kunststof. Let op de speciale productinformatie bij deze onderdelen en gebruik alleen een zachte spons of doek. ! COATING Door de hoogwaardige oppervlaktebehandeling is een optimale corrosiebescherming gegarandeerd. Wanneer de framecoating door bijvoorbeeld krassen is beschadigd, kunt u dit repareren met een speciale lakstift die bij de vakhandelaar verkrijgbaar is. ! ELEKTRONICABEHUIZING U mag de sturing alleen met een licht vochtige doek en een klein beetje allesreiniger afnemen. Gebruik geen schuurmiddelen of scherpe schoonmaakproducten (metaalsponsjes, borstels, enz.). Deze krassen immers het oppervlak van de sturing en tasten de spatwaterbescherming aan. L Controleer regelmatig of de connectoren niet zijn gecorrodeerd of beschadigd, omdat daardoor de goede werking van de elektronica nadelig wordt beïnvloed. L Voor iedere onderhoudsbeurt moeten de batterijen worden afgeklemd omdat anders ongewild stroom kan gaan lopen. L De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade als gevolg van onzorgvuldige verzorging.NL SQUOD_SU 06/2009
- Alleen in een droge ruimte opslaan (+ 5°C tot + 45°C). • Relatieve luchtvochtigheid van 30% tot 70%. • Luchtdruk tussen 700 hPa en 1060 hPa. • Stroomsnoer van de lader uit het stopcontact trekken. • Batterijen: zie het hoofdstuk "Opbergen van de batterijen" • Interne kabels controleren op knellen en plooien. • Alle gedemonteerde onderdelen duidelijk opslaan (eventueel labelen), zodat bij het monteren achteraf geen verwarring met andere producten mogelijk is (bijvoorbeeld laadapparaat).
- Alle componenten moeten onbelast worden opgeslagen. Plaats de rolstoel op een vast deel van het frame.
DESINFECTEREN Het desinfecteren van uw rolstoel kan alleen worden uitgevoerd door een geschoolde sanitaire medewerker of een door de geschoolde sanitaire medewerker opgeleide persoon. Deze procedure moet worden herhaald voor ieder gebruik of als u de rolstoel aan een derde doorgeeft. Alle delen van de rolstoel kunnen worden behandeld met een schuurdesinfectie. In principe worden alle oppervlakken van een systeem of een product gedesinfecteerd vóór het product wordt doorgegeven aan een andere gebruiker of wanneer de gebruiker een infectieuze aandoening heeft waardoor de maatregelen in de nationale wet op besmettelijke ziekten van toepassing zijn. L Draag gepaste beschermende kleding. Het desinfecteermiddel kan bij contact met de huid irritaties veroorzaken. Volg ook de aanwijzingen op de betreffende oplossingen. L Het gebruik door onbevoegde personen gebeurt op eigen risico. L De fabrikant van de rolstoel is niet aansprakelijk voor schade en letsel die het gevolg zijn van onoordeelkundig gebruik van de desinfectie. Wij adviseren de volgende desinfecteermiddelen voor de schuurdesinfectie (conform RKI-lijst):
Oppervlakt desinfectie (schuur- wisdes- Desinfectie van afscheidingen 1 deel braaksel of stoelgang + 2 delen gebr.-verd. of 1 deel urine + 1 deel gebr.-verd. Was- desinfectie infectie) Braaksel Stoelgan
Urine Gebruiksverdunning Inwerktijd Gebruiksverdunning Inwerktijd Gebruiksverdunning Inwerktijd Gebruiksverdunning Inwerktijd Gebruiksverdunning Inwerktijd Werkzame stof Naam
Desomed Desinfectie- reiniging hospitaal
Onvoldoende werkzaam tegen mycobacteriën, in het bijzonder in aanwezigheid van bloed bij de oppervlaktedesinfectie. Niet geschikt voor het desinfecteren van merkbaar met bloed besmette vlakken of van poreuze oppervlakken (bijv. onbehandeld hout).
Niet bruikbaar bij tuberculose; samenstelling van de kalkmelk: 1 deel opgeloste kalk (calciumhydroxide) + 3 delen water. * Effectiviteit tegen virussen gecontroleerd volgens de proefmethode van het RKI [Bundesgesundheitsblatt 38 (1995) 242]. A: Geschikt voor het vernietigen van vegetatieve bacteriële kiemen, inclusief mycobacteriën en van schimmels, inclusief schimmelsporen. B: Geschikt voor het inactiveren van virussen. Het gebruik van desinfecteermiddelen is voorbehouden aan bevoegd vakpersoneel dat speciaal is opgeleid over de werking en het gebruik van dergelijke middelen. De actuele stand van de in de RKI-lijst opgenomen desinfecteermiddelen kan worden opgevraagd bij het Robert-Koch-Institut (RKI) (homepage: www.rki.de
Alle maatregelen van de desinfectie van revalidatiemiddelen, hun componenten of andere accessoires worden bijgehouden in een desinfectiejournaal. Dit journaal bevat minstens de volgende gegevens en wordt bij de betreffende productdocumentatie bewaard: Tabel 2 – Voorbeeld desinfectiejournaal Dag van desinfectie Reden Specificatie Middel en concentratie Handtekening
Afkortingen voor de gegevens in kolom 2 (Reden): V = Vermoeden van infectie IF = Infectie W = Nieuw gebruik I = Inspectie Voor meer informatie over desinfecteren kunt u contact opnemen met de vakhandelaar. Deze helpt u graag verder. GARANTIE Uittreksel uit de algemene verkoopsvoorwaarden:
5. De verjaringstermijn voor garantieaanspraken bedraagt 24 maanden.
Aanspraken wegens defecten bestaan niet: - bij een onbeduidende afwijking van de overeengekomen kwaliteit - bij een onbeduidende negatieve invloed op de bruikbaarheid - bij natuurlijke slijtage - bij storingen vanwege ondeskundige montage of niet-uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden - bij storingen vanwege onjuist gebruik - bij storingen door onoordeelkundig onderhoud bij klanten en hun contractpartners of werkplaatsenNL SQUOD_SU 06/2009
- bij schade, die volgens de risicotransfer ten gevolge van foutieve of nalatige behandeling, overbelasting, ongeschikte bedrijfsmiddelen, gebrekkige montage of door bijzondere invloeden van buitenaf ontstaat, die volgens het contract niet vereist is.
De garantiebepalingen kunnen per land verschillen. Neem voor meer informatie contact op met uw vestiging. CONFORMITEIT De elektrische rolstoel SQUOD SU voldoet aan de vereisten van de Europese richtlijn: - 93/42/EG (richtlijn medische hulpmiddelen) en aan de productnormen: - EN 12182: 1999 - (DIN) EN 12184: 1999 AFVALVERWERKING De fabrikant is verantwoordelijk voor de terugname en de recycling van de elektrische rolstoel en voldoet aan de vereisten van Europese richtlijn 2002/96/EG betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur. Bij uw plaatselijke instantie voor afvalinzameling en - verwerking kunt u navragen waar u de elektrische rolstoel kosteloos voor recycling kunt afleveren. Meegeven met het huishoudelijk afval is verboden. Uw vakhandelaar beantwoordt graag al uw vragen. INDICATOREN SHARK 2 Indicator Beschrijving Betekenis Opmerkingen
Alle LED´s uit Systeem uit.
Looplicht van "rechts naar links" / "groen naar rood" Shark systeem geblokkeerd Voor het vrijgeven drukt u na het inschakelen van de sturing binnen 10 seconden twee keer op de claxon-knop.
Looplicht van "links naar rechts"/ "rood naar groen" met aansluitende laadindicator. Shark wordt geprogrammeerd, is aan het laadapparaat aangesloten en/of is bezig met laden. De constant brandende LED’s geven de laadtoestand weer.
Alle LED´s knipperen langzaam. Na het starten van het systeem is de joystick niet in neutrale stand. Joystick in neutrale stand zetten (loslaten).
STORINGSCODES Symbool knippert snel met intervallen. Het aantal keer knipperen per interval geeft de volgende informatie (de volgende maatregelen mogen alleen door bevoegde personen worden uitgevoerd). Aantal Probleem/storing Controle
De laadtoestand van de batterijen wordt niet weergegeven wanneer de sturing is ingeschakeld. 1. Controleer of de connector van de sturing correct en volledig met de stekker van de batterijen is verbonden. 2. Controleer of de batterijen correct met elkaar zijn verbonden. 3. Controleer of de batterijen zijn geladen.
4. Controleer of de zekeringen aan de sturing en de batterijen defect of
1. Mogelijk uitgeschakelde zekering of bedieningsfout (joystick)
2. Joystick in neutrale stand zetten en het systeem opnieuw starten.
Linker motor (of aansluiting) defect.
1. Controleer of de stekkers van beide motoren correct zijn
2. Controleer de stekkercontacten van beide motoren op corrosie of
3. Controleer beide motoren. Neem een Ohmmeter, trek de stekker uit
van beide motoren en meet de connector. Wanneer u een waarde meet van meer dan 1 Ohm of minder dan 100 milliOhm, is de motor defect.
4. Controleer de spanning van de motor naar het motorhuis. Meet met
een Ohmmeter ieder contact tussen motor en behuizing. Wanneer de weerstand minder dan 1 MegOhm bedraagt, is de motor defect.
5. Controleer de toestand en functie van de koolstaven van beide
motoren. OPGELET: Wanneer een storing in een motor wordt aangegeven, kan ook de andere motor defect zijn.
Rechter motor (of aansluiting) defect. Zoals hierboven beschreven.
Linker parkeerrem (of aansluiting) defect.
1. Controleer of de stekkers van de motoren zijn aangesloten.
2. Controleer de contacten op corrosie of schade.
3. Controleer de parkeerremmen. Meet met een Ohmmeter de
weerstand van de aansluitingen. Wanneer de meetwaarde meer dan 100 Ohm of minder dan 20 Ohm bedraagt, is de parkeerrem waarschijnlijk defect.
Rechter parkeerrem (of aansluiting) defect. Zoals hierboven beschreven.
1. Trek de stekkers van beide motoren uit. Zet de sturing uit en weer
aan en zorg ervoor dat de joystick in neutrale stand staat. Wanneer deze knippersequentie opnieuw wordt weergegeven, is de sturing defect.
2. Trek de stekkers van beide motoren uit. Zet de sturing uit en aan en
zorg ervoor dat de joystick in neutrale stand staat. Zet de joystick in een willekeurige richting. Wanneer het stuurrelais twee keer klikt en een storing van de linker motor wordt weergegeven, is de sturing in orde. Wanneer een andere storing wordt weergegeven en het stuurrelais niet twee keer klikt, is de sturing defect.
3. Controleer de motoren zoals beschreven in punt 3 en 4.
OPGELET: Een storingsmelding van een motor tijdens het rijden kan worden weergegeven als storing van de sturing.
Shark - Communicatiefout
3. Neem contact op met de fabrikant.
1. Verkeerd geprogrammeerde en incompatibele sturing (afhankelijk
2. Controleer of de programmering van PM en stuureenheid
E-mailNaam/Nom/NameName/NomeAdres/Adresse/AddressAdresse/IndrizzoWoonplaats/Domicile/HomeWohnort/CittaArtikel/Article/ArticleArtikel/ArticoloReeks nr./N° de série/Serie nr.Serien-Nr./No. di serieAankoopdatum/Date d’achat/Date of purchaseKaufdatum/Data di acquistoStempel verkoper/Timbre du vendeurDealer stamp/HändlerstempelTimbro del rivenditoreE-mailNEDERLANDS CONTRACTUELE GARANTIE Op de manuele rolstoelen geven wij 5 jaar, lichtgewicht rol-stoelen 4 jaar. Op de elektronische rolstoelen, driewielers enbedden 2 jaar waarborg op constructie - of materiaalfouten(batterijen 6 maanden). Op multipositie rolstoelen geven we3 jaar waarborg. Deze garantie is uitdrukkelijk beperkt tot devervanging van defecte stukken of onderdelen. TOEPASSINGSVOORWAARDEN Om aanspraak te kunnen maken op de waarbord, bezorgt uhet garantiecertificaat dat u heeft bewaard, aan uw Ver-meiren dealer. De waarborg is enkel geldig in de zetel van deonderneming. UITZONDERINGEN Deze garantie is niet van toepassing in geval van:- schade te wijten aan het verkeerd gebruik van de rolstoel,- beschadiging tijdens het transport,- een val of een ongeval- een demontage, wijziging of herstelling uitgevoerd buiten onze firma,- normale slijtage van de rolstoel,- niet inzenden van de garantiestrook. FRANCAIS GARANTIE CONTRACTUELLE Les fauteuils manuels standard sont garantis 5 ans, les fau-teuils ultra légers 4 ans. Les fauteuils électroniques, tricycleset lits 2 ans contre tous vices de construction ou de matéri-aux (batteries 6 mois). Fauteuils multiposition 3 ans. Cettegarantie est expressément limitée au remplacement des élé-ments ou pièces détachées reconnues défectueuses.
- Servicelijsten en andere technische informatie kunt u aanvragen bij onze vestigingen. Meer informatie vindt u ook op: www.vermeiren.be.
Vermeiren Nederland B.V.
Notice-Facile