Tracer - Elektrische scooter Vermeiren - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Tracer Vermeiren in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Tracer Vermeiren
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Elektrische scooter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Tracer - Vermeiren en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Tracer van het merk Vermeiren.
GEBRUIKSAANWIJZING Tracer Vermeiren
Algemene instructies 3
Toepassingsgebied 3
Levering 3
Gebruike symbolen 3
De bedieningselementen 4
Verstellen van de sturing 4
Sturing DX2. 4
Zitting en rugleuning 10
Elektrische zitneiging (optie) 11
Elektrisch verstelbare rugleuning (optie) 11
Beensteunen 11
Armsteunen 12
Laadapparaat 12
Laden van de batterijen 13
Batterijen 14
Batterijen verwijderen enplaatsen 14
Batterijen aansluten 15
Opbergen van de batterijen 16
Thermische zekering. 16
Handrem 16
Banden 17
Banden wisselen 17
Duwen van de rolstoel 19
De rolstoel transporteren 20
Transport in de auto 20
Transport op hellingbanen 20
Accessoires 21
- Individuèle hoofdsteun (L55) 21
- Beensteunen 21
Gordels (B58) 22
Pelot (L04) 22
Voor uwveiligheid 22
Regelmatig controleren 23
Verzorging 24
Bekleding 24
Kunststoffonderdelen 24
Coatings 24
Elektronicabehuizing 24
Inspectie 24
Desinfecteren 25
Opslag 27
Garantie 28
Conformiteit 28
Afvalverwerking 28
Storingsanalyse 29


VOORWOORD
We willen u danken voor het vertrouwen dat u in unsere producten staat.
De elektrische rolstoelen van Vermeiren zich het resultaat van jarenlange studies en ervaringen. Bij de ontwikkeling ward erg veel aandacht besteed aan een eenvoudige bediening en een gemakkelijk onderhoud.
De levensduur van het product hangt in sterke mate af van de zorg waarmee u de rolstoel behandelt. Deze handleiding maakt u vertrouwd met de bediening van uw rolstoel. In dit document vindt u ook enkele onderhoudsadviezen zodate uw rolstoel lang meegaat.
Deze handleiding weerspiegelt de recentste productontwikkelingen. De firma Vermeiren behoudt zich darüber hetrecht voor om wijzigingen door te voeren zonder verplicht te zijn voordien geleverde modellen aan te passen of te verrangen.
Houd er rekening mee dat bij het naleven van once adviezen uw rolstoel ook na jaren gebruik nog in perfecte staat is en perfect functioneert.
Als u nog vragen hebt, kurz u contact opnemen met uw vakhandelaar.
TECHNISCHE GEGEVENS
Aangeduid in de standard instelling (toestand bij levering). Wanner er andere beensteunen - hoofdsteunen - zitsystemen - batterijen of individuèle accessoires worden gebruikt, worden de opgegeven waarden (cm / kg / ^) dienovereenkomstig gewijzigd.
| TRACER | TRACER 50+ | |
| Lengte (zonder Beensteunen) | 87 cm | 87 cm |
| Lengte (metBeensteunen) | 119 cm | 119 cm |
| Hoogte (metrugleuning) | 109 cm | 109 cm |
| Breedte (totaal) | 66 - 72 cm | 74 - 82 cm |
| Zitdiepte | 45 cm | 50 cm |
| Zithoogte | 55 cm | 58 cm |
| Hoogte rugleuning | 60 cm | 60 cm |
| Hoogte armsteunen (zitting - steunkussen) | 20 - 24 cm | 20 - 24 cm |
| Hoogte armsteunen (grond - steunkussen) | 71 - 74 cm | 71 - 74 cm |
| Motoren | 2 x 200 W CD/Merrits | 2 x 300 W (A.M.T) |
| Gewicht (met batterijen) | +/- 119 kg | +/- 128 kg |
| Nominale belasting (breeklast) | max. 125 kg | max. 150 kg |
| Max. snugelid | 10 km/u (voor Duitsland: max. 6 km/u) | |
| Bereik* | ca. 35 km | |
| Max. stijging* | 10° (17%) in rechte zitpositie | |
| Max. hoogte van de hindernis | 70mm classe B (in rechte zitpositie) | |
| Batterijen | 2 x 12V/70Ah AGM | |
| Laadapparaat | Impulse S (8 A) extern | |
| Sturing | DC (DX2) / Elektromagnetisch remsysteem | |
| Bedrijsttemperatuur (elektronica) | -20°Celsius tot +40°Celsius | |
| Thermische zekering | 30 AMP | |
| Gebruisklasse | B | |
| Vuldruk stuurwieten ** | max. 3,5 bar | |
| Vuldruk aandrijfwieten ** | max. 2,5 bar | |
| Draaicirkel | ca. 140 cm | |
Technische wijzigingen voorbehonden. Maattolerantie +/- 1,5 cm /°/kg
Bij optimale batterijlading, bandenprofil en ondergrond
* Omdat verschillende bandensets können worden gebrukt, dient u de gegevens over de vuldruk van de betreffende banden te respecteren.
ALGEMENE INSTRUCTIES
De elektrische rolstoel TRACER is ontwikkeld voor gebruik buitenshuis, maar door de wendbaarheid en het compacte design is deze ook geschikt voor gebruik binnenshuis.

Om de elektrische rolstoel TRACER te gebruiken, hebt u geen rijbewijs nodig. Een aansprakelijkheidsverzekering isECHTER wel verplicht.
We willen er uw aandacht op vestigen dat storingen door elektromagnetische bronnen (b.v. door GSM, enz.) können worden veroorzaakt en dat de elektronica van de rolstoel zich storingen bij andere elektrische apparaten kan veroorzaken.
Ook wanner de handelaar u de bedieningselementen van uw rolstoel en hoe u ermee dient om te gaan haeft uitgelegd, moet u voor het eerste gebruik de volgende pagina's toch aandachtig lezen.
TOEPASSINGSGEBIED
Dankzij de verschillende uitrustingsmogelijkheden en accessoires en de modulaire constructie is deze rolstoel geschikt voor mensen die moeilijk of Niet konnen lopen wegens
verlamming
- verlies van ledematen (beenamputatie)
- defect of vervorming van de ledematen
- contracteur of schade aan de gewrichten
aandoingen, zoals hart- en bloedsomloopinsufficientie, evenwichtsstoornissen of cachexie en geriatrische patienten.
Bij de individuele verzorging要去 bovendien rekening worden gehonden met
- lichaamsgrootte en lichaamsgewicht
- fysieke en psychische gesteldheid
- woonomgeving en
·milieu
De garantie kan uitsluitend gelden wanner het product onder de vermelde voorwaarden en voor de vermelde doelstellingen worden gebruikt.
LEVERING
- Frame met motoren, zitting- & rugmodule
Voetsteunen (standaard): B06; afneembaar, wegklapbaar) - 2 x batterijen met batterijkast
- Laadapparaat
- Stuurelektronica
Gereedschap (inbussleutel) - Handleiding
GEBRUIKTE SYMBOLEN

heidsinstructies respecteren!
gebruik de handleiding lezen!

ie: parkeerrem geactiveerd (elektrisch rijden möglichk)

Je: parkeerrem uitgeschakeld (vrijloop en duwen möglichk, elektrisch rijden nicht möglichk)

itten bij vrijloop op hellingen.

Heiden inzameling en recycling van elektrische en elektronische apparaten

DE BEDIENINGSELEMENTEN
De elektrische rolstoel worden gemonteerd geleverd. Alleen de voetsteunen dienen te worden gemonteerd (zie betreffende beschrijving). Uw vakhandelaar levert de rolstoel kant-en-klaar gemonteerd en informeert u over de verschillende bedieningseinlementen en hun gebruik. Voor uw verilgheid beschrijven we verschillende elementen nog eens in detail.
Met de in de elektrische rolstoel geintegreerde sturing controleert u alle rij-, stuur- en remhandelingen van de rolstoel. De elektrische installmentie van de rolstoel en de elektronica zich worden constant intern bewaakt. Bij een storing in de elektronica worden dit op de stuurenheid weergegeven en worden de stoel eventueel om verilgheidsredenen uit gezet (zie het hoofdstuk "Storingsanalyse"). Neem in dit geval contact op met de handelaar.
Het model TRACER kan worden uitergerust met een elektrisch verstelbare zitneiging en rugleuning, en in de hoogte elektrisch verstelbare voetsteunen.
VERSTELLING VAN DE STURING

De stuurenheid kan ook in horizontale stand worden gezet. Hiervoor maakt u de schroef (1) los en verstelt of verwijdert u de stuurenheid. Haal daarna de schroef (1) wee vast aan. Wanner u de schroef (1) opzij trekt, kan de stuurenheid opzij worden gedraaid.

Let erop dat de verbindingskabel van de sturing Niet in het schaarmechanisme verechtkomt.
STURING DX2
Met de in de elektrische rolstoel geintegreerde sturing controleert u alle rij-, stuur- en remhandelingen van de rolstoel. U controleert eveneens de sturing van de extra verstelmotoren (optioneel: hefkolom, verstelling van zitting/rugleuning, en beensteunen). De elektrische installmentie van de rolstoel en de elektronica zich worden constant intern bewaakt. Bij een storing in de elektronica worden dit met de bedrijfsindicator (6) en de statusindicator op het display (1) weergegeven en worden de stoel eventueel om veiligheidsredenen uitgezet (zie het hoofdstuk "Storingsanalyse").

1 = Display (in kleuren)
2 = Toets "AAN/UIT"
3 = Toets "RICHTINGAANWIJZER LINKS" + "licht"
4 = Toets "RICHTINGAANWIJZER RECHTS" + "KNIPPERLIGHT"
5 = Toets "CLAXON"
6 = Indicator storingscode/bedrijfsindicator
7 = Lichtsensor
8 = Toets "RIJPROFIEL"
9 - Toets "VELDKEUZE"
10 = Toets "MENUKEUZE"


Met de functietoetsen (8), (9) en (10) kunt u de desbeteffende functies selectoren die in de toegewezen velden op het beeldschem worden weergegeven.
De statusaanduiding blijft steeds aan de bovenrand van het display zichtaar en geeft permanent de laadtoestand van de batterijen en de actuèleijd aan.
De individatoren voorlicht,richtingaanwijzer en knipperlichtworden zichtaar als dedesbetreffende functie wordtgeselecteerd.De systeemstatusindicator worden bij een storing of eengeburtenis zichtaar en met desbetreffende geburtenisstoringscode (1-12) weergegeven.
| Indicator | Betekenis |
| Batterij volledig geladen | |
| Batterij bijna volledig geladen | |
| Batterij voor de helft geladen | |
| Batterij bijna verbruikt, laden | |
| Batterij verbruikt, snel laden | |
| Batterij leeg, nu laden |
Sturing starten

Druk op de AAN/UIT-toets (2); de bedrijfsindicator (6)licht kort op en op het beeldscherm worden de LAST gebruekte rijstand (1-5) weergegeven.
Sturing uitschakelen

Druk op de AAN/UIT-toets (2) en het system wordt uitgeschakeld.
Sturing blokkeren

Als u de AAN/UIT- toets (2) langer dan 4 seconden ingedrukt houdt, worden de sturing geblokkeerd.
Op het display wordenkt het symbol voor de blokkering weergegeven.
Sturing vrijschakelen

Nadat u "AAN/UIT"-toets (2) hebt ingedrukt...
...verschijnt in het display het blokkeersymbol.
Druk zolang het blokkeersymbol worden weergegeven tweeemaal op de claxontoets (5) en de sturing worden vrijgeschakeld. Op het display verschijnt deIRST gebruikte rijstand (1-5).


Richtingaanwijzer in-/uitschakelen

Om de rijrichtingindicator te activeren en uit te schaken drukt u op toets (3) of (4) voor respectievelijk de richtingaanwijzer links of rechts. In de statusaanduidinglicht de geselecteerde rijrichting op bij activering.
of

Selecteer de verlichtingsfunctie met behulp van de veldkeuzetoets (9); in het display verschijnt het menu voor de verlichtingskeuze.
Om de richtingaanwijzerfunctie (links of rechts) in ofuit te schakelen, beweegt u de joystick links ofrechts in de gewenste richting.
Om waar terug te gaan maar het rijprogramma, selecteert u dit met behulp van de rijprofieltoets (8) in de rijmodus.

Licht in-/uitschakelen

Om hetlicht te activeren en uit te schakelen, drukt u langer dan 3 seconden op de toets voor de linker richtingaanwijzer (3). In de statusaanduiding Licht het symbol voor de lichtfunctie bij activering op.
of

Selecteer de verlichtingsfunctie met behulp van de veldkeuzetoets (9); in het display verschijnt het menu voor de verlichtingskeuze.
Druk de joystick omhoog om het Licht aan of uit te schakelen.
Om waar terug te gaan maar het rijprogramma, selecteert u dit met behulp van de rijprofieltoets (8) in de rijmodus.

Knipperlicht in-/uitschakelen

Om het knipperlicht te activeren en uit te schakelen, drukt u langer dan 3 seconden op de toets voor de rechtter richtingaanwijzer (4). In de statusaanduiding Licht het symbool voor de knipperlichtfunctie op bij activering.
of

Selecteer de verlichtingsfunctie met behulp van de veldkeuzetoets (9); in het display verschijnt het menu voor de verlichtingskeuze.
Druk de joystick waar beneden om het knipperlicht in ofuit te schakelen.
Om waar terug te gaan maar het rijprogramma, selecteert u dit met behulp van de rijprofieltoets (8) in de rijmodus.


Rijfunctions






Selecteer in de rijmodus met de rijprofieltoets (8) een hoger of lager rijprogramma (rijprofiel 1-5). In de fabriek zijn也都 rijprogramma's oplopend van langzaam tot snel geprogrammeerd. In het midden van het display worden het geselecteerde rijprogramma in rood weergegeven.
Binnen het geseleeteerde rijprogramma kan met behulp van de menukeuzetoets (10) de maximale snugheid in het desbeteffende programma worden gewijzigd.
Om de rolstoel in de gewenste richting te rijden beweegt u de joystick maar de gewenste positie.
Bij aansluiten via de laadbus worden de rolstoel voor de rijfuncties geblokkeerd. Als de joystick worden bewogen, worden ook kort via het display een rode waarschuwingsbalk zichtaar.

Let erop dat de joystick in de neutrale middenpositie staat wanner u de aan/uit-toets bedient. Anders worden de elektronica geblokkeerd. U=kunt deze blokkering opheffen door de sturing uit te zetten enervoigens weeer aan te zetten.

Pas uw snugelheid aan de omgeving aan.
Selecteer de programmafungtie met behulp van de veldkeuzetoets (9); in het display verschijnt het menu voor de verstelfuncties.
Selecteer met de joystick links/rechts of de menukeuzetoets (10) tot de gewenste verstelfunctie in het midden van het display verschijnt.
Om de geselecteerde functie te verstellen beweegt u de joystick omhoog of omlaag in de gewenste richting.
| Functie terugbrengen | |
| Functie starten |

Om wee terug te gaan maar het rijprogramma, selecteert u dit met behulp van de rijprofieltoets (8) in de rijmodus.

| Verstelfunctie | Indicator display | Indicator menu |
| Zitneiging | 30 | 31 |
| Rugleuning | 30 | 31 |
| Beensteun links | 30 | 31 |
| Beensteun rechts | 30 | 31 |
| Beensteunen tegelijkertijd | 30 | 30 |
In de menukeuze en het midden van het display worden alleen de functies weergegeven die voor uw rolstoel beschikkaar of vrijgeschakeld+zijn.

Let erop dat er zich geen voorwerpen en/of personen in het draaibereik van de rolstoel bevinden. Dit kan immers leiden tot schade en/of letsel.

Voor uw eigen veiligheid+kennen de verstelfuncties alleen worden geactiveerd wanner de vier wielen van de rolstoel stilstaan. Wanner de verstelfuncties zich geactiveerd, zij de rijprogramma's buiten werking.
Tijd instellen

Selecteer de programmafungtie met behulp van de veldkeuzetoets (9); in het display verschijnt het menu voor de speciale functies.
Selecteer met de joystick links/rechts of de menukeuzetoets (10) tot de gewenste tijdfunctie in het midden van het display verschijnt.
Als u deijd wilt instellen, beweegt u de joystick omhoog.
Het in te stellen cijfer van de tijd knippert. Om andere cijfers te wijzigen, kut u deze met de joystick links/rechts of met de menukeuzetoets (10) selecteren.
Om de@cijfers te verstellen selekteert u deze door de joystick omhoog te bewegen.
Om de neue tijd op te slaan, bevestigt udezedoor de joystick omlaag te bewegen.
Om wee terug te gaan maar het rijprogramma, selecteert u dit met behulp van de rijprofieltoets (8) in de rijmodus.

In de fabriek is ingesteld dat de tijd in de statusaanduiding van het display zichtaar is. Ga als volgt te werk wanner u deze optie wilt wijzigen:

Selecteer de programmefunctie met behulp van de veldkeuzetooets (9); in het display verschijnt het menu voor de speciale functies.


Selecteer met de joystick links/rechts of de menukeuzetoets (10) tot de gewensteijdfunctie in het midden van het display verschijnt.
Als u de indicatoroptie voor deijd wilt wijzigen, bevestigt u dit door de joystick omhoog te bewegen.
De momenteel geseleede optie wordt in het menu en in het midden van het display weergegeven. Om te wijzigen, selekteert u een andere optie met de joystick links/rechts of met de menukeuzetoets (10) links/rechts.
Om de gewenste optie op te slaan, bevestigt u deze door de joystick omhoog te bewegen.
Om wee terug te gaan maar het rijprogramma, selecteert u dit met behulp van de rijprofieltoets (8) in de rijmodus.


Beeldschermhelderheid aanpassen

Selecteer de programmafungtie met behulp van de veldkeuzetoets (9); in het display verschijnt het menu voor de speciale functies.

Selecteer met de joystick links/rechts of de menukeuzetoets (10) tot de gewenste holderheidsfunctie in het midden van het display verschijnt.
Als u de helderheid van het display wilt wijzigen, bevestigt u dit door de joystick omhoog te bewegen.
Verstel de helderheid van het display met de joystick links/rechts of de menukeuzetoets (10) links/rechts.
Om de geselecteerdehelderheid op te slaan, bevestigt u deze door de joystick omhoog of omlaag te bewegen.
Om wee terug te gaan maar het rijprogramma, selecteert u dit met behulp van de rijprofieltoets (8) in de rijmodus.


In de fabriek is ingesteld dat de helderheid van het display - afhankelijk vanlichtverhoudingen - automatisch worden aangepast. Ga als volgt te werk wanner u deze functie wilt wijzigen:



Selecteer de programmafungtie met behulp van de veldkeuzetoets (9); in het display verschijnt het menu voor de speciale functies.
Selecteer met de joystick links/rechts of menukeuzetoets (10) tot de gewenste holderheidsfunctie in het midden van het display verschijnt.
Als u de helderheitsfunctie van het display wilt wijzigen, bevestigt u dit door de joystick omhoog te bewegen.
Verstel de helderheitsfunctie van het display met de joystick links/rechts of de menukeuzetoets (10) links/rechts.
= Binnen
= Buiten
= Automatisch (via lichtsensor (7))
On de geselecteerdehelderheidsfunctie op te sloan, bevestigt u deze door de joystick omhoog te bewegen.
Om wee terug te gaan maar het rijprogramma, selecteert u dit met behulp van de rijprofieltoets (8) in de rijmodus.
| P | |
| ← | 1 11 |
| ← | |
| ← | 1 11 |
| ← | |
| P4 | + - |
Wanner u speciale wensen hebt, kurz u het Beste contact opnemen met de handelaar. Hij helpt u dan bij het individuel programmeren van de rijprogramma's.
ZITTING EN RUGLEUNING
In de standardversie is de TRACER uitergerust met een vaste zitting en een vaste, mechanisch verstelbare rugleuning. Optioneel zich erchter een elektrisch verstelbare zitneiging en rugleuning verkrijgbaar.
MECHANISCH VERSTELBARE RUGLEUNING
Om de elektrische rolstoel gemakkelijker in een voertuig op te bergen, kan de rugleuning maar voor of waarchter worden wegeklapt. Open het batterijdeksel (zie het hoofdstuk "Batterijen verwijderen enplaatsen"). Rechtsboven de batterijkast kan de bout met de snelbevestiging worden verwijderd. U hebtu de rugleuning losgemaakt van het frame. Maak de knevelbout onderaan de rugleuning los. Nu kunt u deze maar voor of waarfter wegklappen en losmaken. (Voor het monteren gaat u omgekeerd te werk.)


ELEKTRISCHE ZITNEIGING (optie)
Wanner u de optionele elektrisch verstelbare zitneiging hebt gekozen, is uw rolstoel af fabriek uitergerust met dit systeme. Voor het bedieren ervan zet u gewoon de stuurenheid aan. Eerst wordt het rijprogramma ingeschakeld. Wanner u de zitneiging wilt verstellen, hoeft u alleen op de functietoets voor de verstelbare zitting te drukken. Bij de DX-sturing toont het controlampje dat u deze functie hebt geselecteer (bij de G90-sturing knippert het geselecteerde symbool). Nu kunt u de zitneiging maar wens verstellen door de joystick waar voor ofaar achefter te bewegen.

Wanner u deze functie gebruikt, mogen zich geen voorwerpen en/of Personen in het draabereik voor en achter de rolstoel bevinden. Dit kan immers leiden tot schade en/of letsel.

Voor uw eigeneiligkeit kan deze functie alleen worden gebruikt wanner de vier wielen van de rolstoel stilstaan. Wanner deze functie is geactiveerd, zich de rijprogramma's buiten werkung.
ELEKTRISCH VERSTELBARE RUGLEUNING (optie)
De rugleuning worden op bezelfde manier versteld als de zitneiging. U hoeft alleen de betreffende toets op de sturing te selecteren. U kurz cervolgens de rugleuning waar wens verstellen.

Wanner u deze functie gebruikt, mogen zich geen voorwerpen en/of Personen in het draabereik voor en achechter de rolstoel bevinden. Dit kan immers leiden tot schade en/of letsel.

Voor uw eigeneiligkeit kan deze functie alleen worden gebruikt wanner de vier wielen van de rolstoel stilstaan. Wanner deze functie is geactiveerd, zich de rijprogramma's buiten werkung.

Let erop dat u Niet met een te ver verstelde rugleuning rijdt. Het zwaartepunt van uw rolstoel ligt dan immers ver maarachten, waardoor de rolstoel kan kantelen.

Voor uw eigen veiligheid mag u Niet in neergeklapte en gekantelde positie rijden,ondat de zichtaarheid sterk worden beperkt.
BEENSTEUNEN
In de basisversie is uw elektrische rolstoel voorzien vanBeensteunen waarop u de benen kunt latent rusten. U kunt de voetsteunen in de lengte traploos verstellen, opzij draaien of volledig verwijderen. De aanpassingen dienen te worden uitgevoerd door iemand die hiervoor de nodige vakkennis heeft. Neem contact op met uw handelaar voor het uitvoeren van deze verstelingen. Wanner u de verstelingen zich wilt uitvoeren, dient u de volgende punten aandachtig te lezen.

Voor het aanbrengen van de voetsteunen hangt u deBeensteunen opzij in de pen aan de buitenkant en draait u deBeensteunen maar binnen tot deze zijn geblokkeerd. Eerst dient de borghendel (afb. B) maarchter te zich gericht. Wanner deBeensteunen Niet direct vastklikken, drukt u deze voorzichtig aanbinnen. Voor de andere Kant volgt udezelfde procedure.Voor het verwijderen gaat u omgeekerid te werk.

Let erop dat u voor het transporteren en monteren deBeensteunen alleen bij de bovenste ronding beetpakt. Anders kannen uw vingers tussen de vergrendeling bekneld raken en kunt u letsel oplopen.
Voor het gemakkelijk in- en uitstappen dient u de voetplaten weg te klappen. De voetplaten zijn bedoeld om uw voeten te lately rusten. Bovendien zijn ze voorzien van zijdelingse beveiligingen. Om de lengte van deBeensteunen aan te passen,kest u de bijgeleverde inbussleutel gebruiken.Aan het voeteinde zit awhile aan deBeensteunen een verzonken inbusschroef (afb. A) waarmee de voetplaat is bevestigd. Wanner u deze schroef losmaakt,kest u de voetplaat aanpassen aan de beenlengte. Zet daarna de inbusschroef wee vast.

Let erop dat de afstand tussen de voetsteun en de grond minstens 6 cm bedraagt. Anders slept de voetsteun over de grond, waardoor de rolstoel kan worden beschadigd en möglichn Niet meer correct functioneert. Bovendien kan ook de gebruiker letsel oplopen.

Ga nooit op de voetsteunen staan. Deze zijn alleen bedoeld om de voeten te ondersteunen.

Bij het verstellen van deBeensteunen mag zich niets of Niemand in het draaibereik van de beensteunen bevinden, anders bestaat immers het gevaar voor letsel en materiele schade.
Wanner de patient wetgens ziekte en/of handicap de benen Niet gelijkmatig op deBeensteunen kan latenten rusten,kest u andere beensteunen uit ons gamma monteren.Voor meer informatie neemt u contact op met de vakhandelaar.
ARMSTEUNEN

De armsteunen können in de hoogte worden versteld. Maak de schroef (1) los en trek de armsteun maar boven.
Om de armsteunen in de breedte aan te passen maakt u schroef (2) los en stelt u de armsteunen in. Draai daarna de schroefeer vast.
Voordat u de rolstoel gebruikt, dient u te controlleren of de borgschroeven goed zich aangehaald. Anders kan letsel en/of schade optreden.

Bij het transporteren van de rolstoel mag u deze nooit aan de armsteunen optillen. Draag de rolstoel altijd aan het vaste frame.
De armsteun waaraan de stuurelektronica is bevestigd, kan pas worden verwijderd nadat de stuurelektronica is verwijderd.

De armsteunen mogen alleen worden verwijderd wonneer de rolstoelgebruiker goed vastzit en Niet opzij kan Kantelen.
Wanner u wijzigingen, schade of slijtage aan de ophangingen ziet, neemt u contact op met de vakhandelaar. Hij kan deze defecten oplossen.

Gebruik de rolstoel Niet meer wanner veranderingen, schade of slijtage aan de ophangenen merkbaar+zijn. Anders brengt u zichzelf in gevaar.

Wanner u veranderingen aanbrengt in de armsteunen en/of armsteunbevestigingen, doet u dit op eigien risico. Uw garantie vervalt dan.
LAADAPPARAAT
Gebruik voor het opladen van de batterijen uitsluitend het bijgeleverde laadapparaat IMPULSE S (8A).
| Primaire spanning | 230 Vac – 50/60 Hz – 1-fase |
| Secundaire nominale spanning | 24 V |
| Secundaire maximale spanning | 35 V |
| Secundaire stroom | max. 8 A |
| Batterijtype | loodzwavelzuur: gel |
| Batterijcapaciteit | 60 Ah – 85 Ah (met 80% capacititeit binnen 8aar te laden) |
Beveiliging
Nominal vermogen
Rendement
Omgevingstemperatuur
Afmetingen behuizing
Beschermingsomvang
Totaal gewicht
Lengte stroomsnnoer
Lenghtlaadsnoer
Omgevingstemperatuur opslag
Relatieve luchtvochtigheid opslag
Conformiteit
bveiligd gegen ompoling, overspanning en te hoge temperatuur
270W
min. 80% (bij volle belasting)
0^ tot +40^
H 70× B150× D200mm
IP 21, beschemklasse II
ca. 1,3 kg
1,9m
2,4 m
-15°C tot +50°C
max. 95% (niet condenseren)
EMC-richtlijn 89/336/EG
Laagspanningsrichtlijn 73/23/EG
C
Technische wijzigingen voorbehonden.
LADEN VAN DE BATTERIJEN
Omdat het laadapparaat IMPULSE S (8 A) de laadcurve afstemt op de laadtoestand van de AGMBatterijen,kest u uw rolstoel na elk gebruik laden. Hierdoor worden agressieve oplading van debatterijen en het "memory-effect" zoveel möglichk voorkomen.
Laad de rolstoel uiterlijk wonneer op de sturing de laadtoestand in het rode veld staat. Wonneer u toch nog verder rijdt, geeft het voortdurend knipperen van de LASTe rode LED aan dat de batterij onvoldoende capaciteit heeft. Wonneer u ook dit waarschuwingssignaal negeert, verschijnt na een tijdje op de elektronica een storingscode dat de batterijen onvoldoende vermogen hebben om te kunnen rijden. Daarom dient u uw batterijen met het bijgeleverde laadapparaat IMPULSE S (8 A) op te laden voordat u deze storingsmeldingen krijgt. Voorkom in ieder geval dat de batterijen diep worden ontladen.
- OPSTellen VAN HET LAADAPPARAAT
Let er bij het opstellen van het laadapparaat op er aan alle kanten voldoende ventilatie is waarbij minimaal 10 cm ruimte om het apparaatBeen nodig is. Als de ventilatie van het laadapparaat onvoldoende is en het apparaat warmer wordt, wordt de laadstroom verlaagd waardoor de laadtijd langer wordt. Als het laadapparaat oververhit (> + 50^) raakt, wordt het opladen beeindigd.
Het laadapparaat mag alleen in een stopcontact met een netspanning van 230V - 50/60Hz en op een droge, geventileerde plaat worden gezruikt.
INBEDRIJFSTELLING
Steek eerst de stekker in het stopcontact. Het laadapparaat worden nadat een LED-combinatie is gaan branden in de "STAND-BY"-toestand geschakeld. Beide LED's (groen en geel) gaan branden.
Sluit daarna de laadkabel met de driepolige stekker aan op de laadbus van de stuureenheid van de rolstoel. Zodra de verbinding met de batterijen tot stand is gekomen, begint het laadapparaat automatisch met opladen. Alleen de gele LED brandt nu.
Als het laadproces is beeindigd, gaat de gele LED uit en gaat de groene LED branden. Trek de laadkabel uit de stuureenheid; het laadapparaat schakelt weever op de "STAND-BY"-toestand (gele en groene LED branden).
Als de laadkabel aangesloten blijft, worden de batterijen door middel van een heel geringe stroom in optimale toestand gehonden (onderhoudslading).

Trek na beeindiging van het laadproces algid eerst de laadstekker uit de stuurenheid en verwolgens de netstekker uit het stopcontact.
INDICATOREN
| Gele LED | Groene LED | |
| Laadapparaat uitgeschakeld (netstekker nicht aangesloten) | ○ | ○ |
| Laadapparaat is zojuist ingeschakeld en toont de ingestelde laadkromme | ◎ | ○ |
| ○ | ◎ | |
| Stand-by | ● | ● |
| Laden | ● | ○ |
| Vol | ○ | ● |
| Storing | ◎ | ◎ |
| ○ = Uit ● = Aan | ◎ = Knipperen | |
Wanner u uw elektrische rolstoel gedurende langere tijd Niet gaat gebruiken, dient u deze toch nog geregold aan te sluiten op het laadapparaat om de batterijen bij te laden en rolstoel bedrijfsklaar te honden.

Wanner de batterijen langere tijd nicht worden gebruikt, verliezen ze zich langzaam hun lading (diepe ontlading). Ze können dan nicht meer worden opgeladen met het bijgeleverde laadapparaat. Laad de batterijen minstens eenmaal per maand op, ook wonneer.Deze nicht worden gebruikt.

Gebruik voor het opladen van de batterijen uitsluitend het bijgeleverde laadapparaat.

De fabrikant is nicht aansprakelijk voor schade als gevolg van verkeerd laden.

U mag de laadcyclus nooit onderbreken. Het laadapparaat geeft aan wanner de laadcyclus is voltooid. (Groene LED brandt continu.)
Voor meer informatie kunt u de gebruiksaanwijzing van het laadapparaat raadplegen.
BATTERIJEN
Standaard is de elektrische rolstoel uitergerust met 2 gesloten AGM-batterijen met een vermogen van 12V / 70Ah . De batterijen die voor uw elektrische rolstoel zijn gebruikt, waar aandrijfbatterijen, die hun volle capaciteit pas na enkele laad- en gebruikscycli bereiken.
Wanner de batterijen door lang gebruik nicht更是 hun volledige vermogen leveren of wanner de batterijen beschadigd zich, dient u beiden batterijen door een vakhandelaar te latentervangen.

Wij zich Niet aansprakelijk voor schade die ontstaat door het gebruik van batterijen van derden.

Stel de batterijen Niet bloot aan temperaturen onder +5^ en boven +50^ (optimaal: +20^ ).

Wanner de batterijen worden geopend, vervalt de aansprakelijkheid van de fabrikant en de garantie.
BATTERIJEN VERWIJDEREN EN PLAATSEN
Wanner de batterijen voor het onderhoud of het transport dienen te worden verwijderd, dient u volgende opmerkingen te respecteren:

Trek aan de knoppen (1) en trek de lade voor de batterijen maarchter. Nu kurz u de eerste batterij aan de handgreep vastpakken en over de rail waarchyacter trekken. Vervolgens kurz u aan de handgreep van de batterijkast de eerste batterijuit derrolstoel nemen. Voor het verwijderen van de tweede batterijkast steekt u uw hand onder de batterijkast. Daar bevindt zich een kuil waaraan u de batterijkast kurz vastnemen om deze voorzichtig omhoog te brengen enaarchyacter te trekken.
Nu sunt u de batterijkast ook bij de handgreep vastpakken om deze uit de rolstoel te verwijderen.. Voor hetplaatsen van de batterijkasten gaat u in omgekeerde volgorde te werk en schuift u de batterijkasten maarchter.

Bij het verwijderen van de batterijkasten dient u erop te letten dat uw handen NietCUSSEN de handgreep en het frame bekneld raken.

Let erop dat de batterijen buiten de rolstoel veilig worden opgeborgen.

Bij hetplaatsen van de batterijen dient u erop te letten dat de stekkers van de batterijkasten aan de linkerzijde zitten.

Bij hetplaatsen van de batterijkasten dient eerst de batterijkast met twee aansluitstekkers - een aan de voorzijde en een aan de achterzijde - te worden geplaatst waar dat anders geen verbinding met de elektronica möglichk is.
Let erop dat de connectoren na hetplaatsen van de batterijen goed vastzitten. Wanner dechterste afdekking Niet door de knappen (1) worden geblokkeerd, zitten de connectoren Niet goed vast.
Voor het transport dient u de batterijen Niet uit de batterijkasten te verwijderen. Wanner de batterijen dieren te worden gedemonteerd (b.v. voor het verrangen van de batterijen), dient u op het volgende te letten:
- Verwijder het deksel van de batterijkast door het losdraaien van de schroeven van de handgreep.
- Til het batterijdeksel op.
- Monteer de handgreep waar op de batterij zodat u deze kunt dragen.
- Opzij is de batterijkast voorzien van een inbusschroef waarmee de batterij is bevestigd. Maak deze schroef los en verwinder deze.
- Verwijder de aansluitingen van de batterijpolen. U kunt nu de batterij uit de batterijkast nemen.
- Voor het monteren van de batterij gaat u in omgekeerde volgorde te werk.

Deze procedure moet worden uitgevoerd door de vakhandelaar.

Let erop dat geen gereedschap of andere stroomvoerende voorwerpen:tussen de batterijpolen terechtkomen. Anders kan ongewild stroom worden afgenomen, wat letsel kan veroorzaken.

Activiteiten met betrekking tot de batterijen en de elektronica mogen nicht in een vochtige omgeving worden uitgevoerd.

Bij het aansluiten van de batterijen dient u onderstaand schema te volgen. U vindt dit ook in het deksel van de batterijkast.
De fabrikant is nicht aansprakelijk voor schade/letsel als gevolg van verkeerd gebruik.
AANSLUITING BATTERIJEN




OPBERGEN VAN DE BATTERIJEN
Wanner u uw rolstoel gedurende langereijd Niet gebruikt, kan deze aangesloten blijven aan de lader. De lading worden automatisch geregold door de lader. Wanner u de batterijen wilt demonteren en opbergen, dient u op het volgende te letten:
- Koppel de kabelaansluitingen van de batterijpolen los.
- Dek minstens de pluspool af met een poolkap.
- Raak de batterijen alleen op twee gegenoverliggende behuizingszijden aan.
Zorg ervoor dat er geen voorwerpen:tussen de polen komen (gevaar voor kortsluiting!). - Bewaar de batterijen op een droge, geventileerde plaats met een temperatuur van +5^ tot +45^ .
- Laat de batterijen in de batterijkasten zoday deze zich beschermd gegen vocht en andere invloeden.
- Bescherm de contacten van de batterijkasten gegen corrosie.
- Beveilig de batterijen wegen diep ontladen (zie het hoofdstuk "Laden van de batterijen").

Wanner de batterijen nicht worden gebruikt, können diese diep worden ontladen.
De vakhandelaar geeft u graag advies over het opbergen en controlleren van de batterijen.
THERMISCHE ZEKERING
Om de motor te beveiliggen gegen overbelasting is de rolstoel rechts op het frame tussen armsteunhouser en verlichting vooraan voorzien van een thermische zekering (overgangaar het rugframe) die automatisch het vermogenaar de motoren onderbreekt,ondat deze anders warm kuren lopen en daardoor sneller verslijten of defect raken. De thermische zekering kan worden geactiveerd wonneer hellingen worden bereden die de vermelde maximumwaarden overschrijden. Ook bij een nominale belasting die hoger is dan de maximumwaarde kan de zekering doorslaan. Ook wonneer u probeert te rijden terwijl de handrem is aangetrokken, kan de motor overbelast raken. De te respecteren waarden vindt u in het hoofdstuk "Technische gegevens".Voor het weein gebruik nemen van de rolstoel elimineert u de overbelasting en wacht u tot de motoren zich afgekoeld.Druk dan de thermische zekering Licht in. Het systeme is nu weeer klaar voor gebruik.
HANDREM
Uw elektrische rolstoel kan naast de elektromagnetische rem ook worden uitgerust met een handrem voor ieder aandrijfwiel. Deze dient dan te worden ingesteld voor ieder wieI. Bij het gebruik van luchtbanden kan de handrem alleen functioneren wonneer de banden voldoende spanning hebben (zie het hoofdstuk "Technische gegevens").

De bandenspanning dient altijd overeen te komen met de waarden die zich vermeld in het hoofdstuk "Technische gegevens". Anders remt de handrem onvoldoende of zichs helemaal Niet.

Houd er rekening mee dat de handrem nicht is bedoeld voor afremmenijdens het rijden. Deze rem is bedoeld om te verhinderen dat de rolstoel wegrolt wanner deze in een vaste positie is gezet. Wanner de handremijdens de rit worden gebruikt om de rolstoel af te remmen, kan dit letsel en/of schadeveroorzaken.
Wanner de remmen Niet goed meer functioneren door slijtage van en/of schade aan de buiten- en binnenbanden, kurz u het Beste contact opnemen met de vakhandelaar. Deze beschikt over het nodige gereedschap en de vereiste kennis om deze onderdelen te verrangen.

Bij het gebruik van ongeschikt gereedschap of onoordeelkundig onderhoud\ kunnen de onderdelen worden beschadigd of hun goede werking verliezen.
Wanner u de handrem zelf wilt instellen, neemt u een passende inbussleutel en maakt u de twee inbusschroeven los waarmee de remophanging op de rail is bevestigd. Verschuif de rem in de gewenste positie en draai de inbusschroeven wee vast. Controller of de handrem goed werkt.

Wanner de remmen Niet worden versteld volgens de instructies van de fabrikant, gebeurt dit op eigena risico (alleen voor gemonteerde handrem). De aansprakelijkheid vervaft.

Laat de handrem instellen door de vakhandelaar. Deze is immers opgeleid voor onszer producten en volgt de veiligheidsvoorschriften.

Houd er rekening mee dat de handrem Niet is bedoeld voor afremmenijdens het rijden. Deze rem is bedoeld om te verhinderen dat de rolstoel wegrolt wanner deze in een vaste positie is gezet. Wanner de remijdens de rit worden gebruikt om de rolstoel af te remmen, kan dit letselveroorzaken.
Wanner u Niet tevreden bent over de remwerking van de rolstoel, dient u direct contact op te nemen met de vakhandelaar voor het afstellen van de remmen.

Wanner de wielen zijn verruild door water, olie en ander vuil, worden de werkung van de handrem beinvloed. Controleer voor≦rider rit de toestand van de banden.

Wanner de remmen Nieteer goed functioneren door versleten en/of beschadigde buten- of binnenbanden, neemt u contact op met de vakhandelaar. Voor het wisselen van de KRYPTON-banden is immers speciaal gereedschap nodig. De KRYPTON-banden kannen door de eindgebruiker Niet worden gewisseld.
BANDEN
De elektrische rolstoel TRACER is standard uitgerust met 3.00-8 - aandrijfwieten (lucht) en 260x85 - stuurwieten (lucht). Voor andere wielecombinaties neemt u contact op met de vakhandelaar. Deze geeft u graag advies over wielen die zichn aangepast aan uw situatie.

Let erop dat er steeds voldoende lucht in de wielen zit. Dit heeft immers invloed op de rijprestaties. In het hoofdstuk "Technische gegevens" vindt u de vuldruk voor de banden. Bovendien moet u steeds letten op de luchtdruk die op de banden staat aangegeven.

Voor waren die Niet door de fabrikant zich geleverd, geben wij geen garantie.
BANDEN WISSELEN
Wanner u de buitenbanden of binnenbanden wilt wisselen, vindt u hieronder enkele tips:
Voor het verwijderen van de buitenband staat u eerst alle luchtuit de binnenband lopen. Schuif een bandenlichter tussen de buitenband en de velg en duw de bandenlichter langzaam en voorzichtigelijk waaronder. Daardoor wordt de buitenband over de velgrand getrokken. Wanner u dan met de bandenlichter langs de rand van de velg gaat, springt de buitenbanduit de velg. De buitenband en de binnenband kannenu gemakkelijk van de velg worden genomen.

Voor u de band verwijdert,要去 alle lucht uit de binnenband zich.

Bij onoordeelkundig onderhoud kan de velg worden beschadigd. Laat deze procedure bij voorkeur uitvoeren door een vakhandelaar.
Voor u een neue band monteert, dient u rekening te houden met het volgende:
Controleer het velgbed en de binnenkant van de band op vreemde voorwerpen en reinig deze indien nodig. Controleer de toestand van het velgbed, vooral in de buurt van de ventielopening. Gebruik alleen originele reserveonderdelen. De garantie geldt Niet voor schade die worden veroorzaakt door reserveonderdelen die geen originele reserveonderdelen zijn. Neem contact op met de vakhandelaar.
MONTAGE bij KUNSTSTOFVELGEN

Schuif het velglint over het ventiel en steek het ventiel cervolgens in de velg. Nu kut u het velglint zonder problemen aanbrengen. Controleer of alle spaakkoppen zijn bedekt (bij kunststofvelgen worden geen velglint gezruikt).


Neem de buitenband en druk deze - beginnend aller het ventiel - over de velgrand. Pomp de binnenband Lichtjes op tot hij een Ronde vorm aanneemt en leg deze in de band.

Wanner de binnenband rond zonder plooien in de buitenband ligt (als er plooien zijn: een beetje lustt uit de band lately lopen), dan monteert u de bovenkant van de band - te beginnen gegenover het ventiel - voorzichtig met beiden handen op het ventiel.
Controleer rondon en aan beiden zijden of de binnenband Niet tussen de bandhiel en velg is geklemd. Schuif het ventiel lichtjes terug en trek het wee uit zodat de band goed is gespositioneerd in de buurt van het ventiel.
Om de band correct op te pompen, pomp t u erst lucht tot de band nog goed met de duim kan worden ingedrukt. Wanner de controelijn aan weerszijden van de banddezelfde afstand tot de velgrand aangeeft, is de band correct gecentreerd. Wanner dit Niet het geval is, dient u de lucht weeuit de band te lately lopen en de band opnieuw uit te lijnen.
Pomp de band nu op tot de maximale bedrijfsdruk (let op de vuldruk!) en draai het dopje op het ventiel.
MONTAGE bij ALUVELGEN
STUURWIELEN

A. Maak de schroeven van de stuurwielas los en trek deze uit de vork van het stuurwiel.
B. Laat de lucht uit het stuurwiel lopen door de drukstift in de ventiel Licht in te drukken.
C. Maak de 5 schroeven los die de gedeelde velg bij elkaar honden.
Nu kunnen de velgzijden worden gescheiden.
MONTAGE
Plaats delicht opgepompte binnenband in de buitenband.
C. Voeg de beiden velgzijden door de buitenband samen en schroef de velg vast met de 5 verbindingsschroeven.
B. Let erop dat het ventiel door de voorziene velgopening steekt.
A. Monteer het wieel werk in de voorwielvork en pomp het wiel op.

Laat voor het splitsen van de velg algtd erst de lucht uit de band lopen waarDat de velgzijden andere met veel kracht uit elkaar+kunnen worden gedrukt -gevaar voor letse!

Zorg ervoor dat de binnenband Niet klem komt te zitten:tussen de velgzijden

Pomp de banden maar tot de maximale bandenspanning op (zie "Technische gegevens")

Voor gezbruik van de rolstoel dient u te controlleren of alle schroeven van de wielen goed vastzitten.

AANDRIJFWIELEN

A. Maak de asmoer van het aandrijfwiel los en verwijder deze. Maak ook de 4 schroeven los waarmee het wiel op de flens is vastgeschroefd.
B. Laat de lucht uit het wiel lopen door de drukstift in de ventiel Licht in te drukken.
C. Maak de 5 schroeven aan de binnenNZijde van de velg los.Trek de velgzijden uit elkaar.
MONTAGE
Plaats de Licht opgepompte binnenband in de buitenband.
C. Voeg de beiden velgzijden door de buitenband samen en schroef deze wee vast.
B. Steek het ventiel door de voorziene velgopening.
A. Monteer het wiel weeper op de flens en zet het wiel vast door de asmoer handvast aan te draaien. Breng het wiel op de voorziene bandenspanning.
A A A
Laat voor demontage van de velgen altijd eerst de luchtuit de band!
Zorg er bij de montage voor dat de binnenband Niet klem komt te zitten tussen de velgzijden.
Pomp de banden maar tot de maximale bandenspanning op (zie "Technische gegevens")
Voor gebruik van de rolstoel dient u te controlleren of alle schroeven van de wielen goed vastzitten.
De schroeven op de flens要去en worden voorzien van een schroefborging (bijv. Loctite). Schroefborging houdt alleen als alle schroefdraden vrij zijn van vet en vuil.
#
Bij onoordeelkundige montage vervalt de garantie.
Let bij het oppompen van de banden steeds op de correcte vuldruk. Deze waarde kunt u aflezen op de band (zie ook "Technische gegevens").
A
Gebruik voor het oppompen uitsluitend geschikte pompen met een afleesschaal in bar of gebruik de bijgeleverde luchtpomp. Voor schade die ontstaat door het gebruik van pompen die Niet door de fabrikant worden bijgeleverd, cervalt de garantie.
DUWEN VAN DE ROLSTOEL
De rolstoel kan door een begeleider worden geduwd. Draai de vergrendeling maar buiten (bij model TRACER 50+ maar binnen). Nu kan de rolstoel vrij worden geduwd. De rolstoel worden nu Niet meer aangedreven of geremd door de motoren.

Let er bij het duwen op dat de bediening isuitgeschakeld en dat u de rolstoel alleen op een vlakke ondergrond duwt.

Vergrendeling in de richting van dit symbool maakt elektronisch rijden möglichk; de elektromagnetische rem is geactiveerd.

Vergrendeling in de richting van dit symbolenplaatst de rolstoel in vrijloop; dielektromagnetische rem isuitgeschakeld.

Zonder de afremmende werkung van de motoren, die bij duwen wegvalt, bestaat gevaar voor ongewenste rij-/stuurbewegingen. (Zet de rolstoel vast met de handrem!).

TRANSPORT VAN DE ROLSTOEL
Voor het optillen van de rolstoel dienen alle bewegende delen te worden gedemonteerd (voetsteunen, armsteunen, sturing).

Til de rolstoel uitsluitend op aan het vaste frame.

Om schade te voorkomen dienen sturing en armsteunen tijdens het transport te zich verwijderd.

Bij het monteren dient u erop te letten dat alle schroeveneer zich vastgedraaid.
Om te voorkomen dat de rolstoel tijdens het transport wegelijkdt, dient u de vergrendeling op elektronisch rijden (vastkoppelen) te zetten. Wanner uw model is voorzien van een handrem, dient u deze aan te trekken. Wanner u andere bevestigingsgordels gebruikt, mogen deze alleen aan het vaste frame worden bevestigd.
Wanneru met de rolstoel een trap wil op- of afgaan, is dit alleen met een rolstoelhellingbaan of -liftsystemeik.".

Het transport van de rolstoel over trappen/treden要去 alsijd door twee Personen worden uitgevoerd.

Tijdens het transport mogen zich geen Personen of voorwerpen onder de rolstoel bevinden. Anders bestaat gevaar voor letsel of schade aan de rolstoel.
TRANSPORT IN DE AUTO
In een voertuig dient u ervoor te zorgen dat de rolstoel worden vastgezet met het gordelsystem van de auto.
Tijdens de rit mag u geen personen in de rolstoel transporteren.

Let erop dat de rolstoel alleen worden vastgezet aan het vaste frame.

Controleer of de rolstoel in alle richtingen goed vastzit.

Naast de elektromagnetische rem dient u ook de handrem van de rolstoel aan te trekken.

Gedemonteerde delen van de rolstoel dienen veilig te zich opgeborgen.
Voor het transport in het daartoe voorziene openbare gehandicaptentransport dient u zich bij de betreffende organisatie te informeren over de geldende voorschriften en normen voor rolstoeltransport om zo een vakkundig transport te garanderen.
Bij het transport met andere vervoermiddelen (vliegtuig, bus, boot, tram, trein, enz.) dient u bij de exploitant te informeren of u met uw rolstoel veilig kan worden vervoerd conform de geldende bepalingen en normen.

Voor schade en/of letsel als gevolg van transport door derden, zich wij Niet aansprakelijk. Het transport geleurt op eigén risico.
Wanner u nog vragen hebt m.b.t. het transport, kurz u contact opnemen met devakhandelaar. Deze za u graag helpen.
TRANSPORT OP HELLINGBANEN
Wanner u voor het nemen van hindernissen een hellingbaan wenst te gebruiken, dient u rekening te honden met het volgende:
Voor uw eigen veriligheid dient u hellingbanen met de laagst maybe slelheid te nemen. Bij de optionele uitvoering met verstelfuncties dient u erop te letten dat
- de rugleuning rechtop staat (indien aanwezig)
- de zitneiging volledig in de horizontale positie is versteld (indien aanwezig)
- deBeensteunenzijn ingesteld,datdeze tijdens het nemen van hindernissen nergens tegen aan kunnen stoten.

De fabrikant is nicht aansprakelijk voor schade of letsel als gevolg van gebruik van verstelfuncties bij het nemen van hellingbanen.

Wanner u door een begeleider worden voortgeduwd, moet u er rekening mee honden dat door het hoge gewicht van de rolstoel zich, de rolstoel gemakkelijker achechteruit kan rollen.
Wanner een begeleider tijdens het transport van de rolstoel onvoldoende kracht heeft, dient u de rolstoel direct te beveiligden door het vastzetten van de motorregeling (noodstop).

Let op de aangegeven maximale belasting van de hellingbanen.

Gebruik een veiligheidsgordel om veilig in de rolstoel te blijven zitten.

Voor letsel of schade aan de rolstoel door de onoordeelkundige keuze van hellingbanen zichn wij Niet aansprakelijk.
ACCESSIONS
- INDIVIDUELE HOOFDSTEUN (L55)
Als accessoire bij de standard geleverde rugmodule bieden wij een individuel instelbare hoofdsteun. Deze omvat een bevuld kussen dat met behulp van de tandwielen in verschillende posities kan worden versteld (zie afbeeling).

Deze hoofdsteunenkestuarrwensindehoogteverstellen.Uhangtdehoofdsteunindehouderdie in het bovenste derde van de rugleuning van de elektrische rolstoel is vastgeschroefd.Vervolgens zet u de hoofdsteun vast met de borgschroef. In de rugleuningen zijn openingsen geboard voor het monteren van de hoofdsteun.

Let erop dat u de hoofdsteun minstens tot de marketing in de houder schuift zodate veilig kan worden bevestigd.
Nu sunt u de hoofdsteun met behulp van de stelschroeven in de diepte aanpassen. Draai de stelschroeven ieis los tot u de tandwielen sunt bewegen. Stel de hoofdsteun in voor uw lenghte en haal de stelschroef wee vast aan. Wanner de ingestelde positie Niet helemaal waar wens is, herhaalt u de procedure.

Let erop dat uw achechterhoofd in ontspannen houding door de hoofdsteun worden ondersteund.

Voor u de hoofdsteun in gebruik neemt, dienen alle borgschroeven goed te zich aangehaald. Het onbedoeld zakken of verstellen van de hoofdsteun kan immers letsel veroorzaken.
Wanner u de houding van uw hoofd veilig wilt ondersteunen, kut u deze hoofdsteun aanpassen aan de bredte van uw hoofd. Duw de zijkanten Lichtjes maar voor samen zodate de zijkanten uw hoofd beeigilen gegen zijdelingesse bewegingen.

Let erop dat de zijkanten Niet te hard gegen het hoofd drukken, anders kuren deze gaan knellen.

De zijkanten mogen nicht worden ingeklapt sondern ze dan konnen afbreken. Dit kan dan letse of schade aan de rolstoel veroorzaken.
Bij constructieve veranderingen van de hoofdsteun zich wij Niet aansprakelijk.
BEENSTEUNEN
Wanner de bijgeleverde beensteunen Niet voldoen aan uw wensen, kut u in de hoogte verstelbare beensteunen monteren. De voetsteunen zitten in een standard houder, zodat deze eveneens kuren worden gemonteerd zoals beschreiben in het hoofdstuk "Voetsteunen".

Wanner u vragen heb't over voetsteunystemen, kunt u contact opnemen met de vakhandelaar. Deze za u graag advies geven over de functie van once verschillende voetsteunen.
GORDELS (B58)
Voor uweiligheid bieden wij een standarda veiligheidsgordel aan die is voorzien van een kliksluiting (zoals in auto's). In het zitframe zich opzij van de rugleuning openings aangebracht waarin de gordel met bouten worden vastgemaakt. Voor een goede bevestiging+zijn zelfborgende moeren gebruikt. Wanner de gordel is gedemonteerd, mogen voor het moneren uitsluitend neue, door de fabrikant geleverde originele moeren worden gebruikt.

Laat deze werkzaamheden uitvoeren door de vakhandelaar. Zo voorkomt u dat de garantie vervalt.

Voor u de gordel gebruikt, dient u te controleren of de schroeferverbindingen goed vast zitten. Uder u een ander gordelsystem wenst,kest u contact opnemen met de vakhandelaar.Deze zal helpen.
PELOT (L04)

Wanneruw bovenlichaammeer ondersteuning nodig heeft dan mogelijk is met de standardrugleuning, bieden wij een pelotsysteme aan dat op de rugleuning kan worden gemonteerd. De rail worden op een zijdelingse afstand van ca.6 cmchter de rugleuning verticaal gemonteerd. In de rugleuning bevinden zich schroefdraden die u waarvoor sunt gebruiken (oudere modellen hunnen worden uitergerust met houtschroeven).De stangen worden van buitenaf in de geleider geschoven en met de twee sterkopschroeven bevestigd.Voor het instellen van de hoogte en diepte van de pelot maakt u de sterkopschroeven (1) voorzichtig los en zet u de pelot in de gewenste positie.Daarna zet u de sterkopschroeven (1) weer vast.
Om de pelot in de diepte aan te passen maakt u de schroeven (2) los en stelt u de pelot in de gewenste stand in.

Let erop dat na de montage alle schroeven vast+zijn aangehaald. Anders komt de stabiliteit van de pelot in het gedrang, wat letsel en/of schade kan veroorzaken.

Let erop dat het railsysteme zo is aangebracht dat de veilige werking is gegandeerd.

Wanneruw stoe niet kant-en-klaar gemonteerd is geleverd, dient u de montage te latenuitvoeren door de vakhandelaar, die hiervoor het nodige gereedschap en de vereiste kennis heeft.

Bij schade door onoordeelkundige montage verwalt de garantie.

Tijdens het aanpassen van de pelot dient u rustig en in natururlijke zithouding in de rolstoel te zitten, zodate aanpassing correct kan worden uitgevoerd.

Bij het aanpassen van de pelot dient u erop te letten dat zich geen voorwerpen en/of lichaamsdelen:tussen de pelot en de pelotrug bevinden wanner de pelotten worden aangetrokken. Anders kan letsel door beknelling en/of schade optreden.
Wanner u nog vragen hebt m.b.t. de indicatie en de werkig van de pelot, kunt u contact opnemen met de vakhandelaar. Deze helpt u graag verder.
VOOR UW VEILIGHEID
Hieronder vindt u enkele belangrijke veiligheidstips:

Let erop dat bij het gebruik van de aandrijfwieten geen voorwerpen en/of lichaamsdelen tussen de spaken verechtkomen. Dit kan immers letsel en/of schade aan de rolstoelveroorzaken.

Gebruik de voetsteunen nooit om in een uit de rolstoel te stappen. Deze dieren maar boven te worden geklapt of de volledige voetsteun dient maar buiten te+zijn weggedraaid.

Onderzoek het effect van een verandered zwaartepunt op het gedrag van de rolstoel (bijvoorbeeld hellingen, zijdelingse hellingen of hindernissen) alleen met ondersteuning van een helper.

Let er bij het pakken van voorwerpen (die zich voor, opzij ofijken de rolstoel bevinden) op dat u Niet te ver uit de rolstoel leunt. Anders kan de rolstoel Kantelen.

Gebruik uw rolstoel alleen voor de beschreven doeleinden. Vermijd bijvoorbeeld om zonder remmen gegen een hindernis (stoeprand, stootsteen) of van treden te rijden.

Trappenogens alleen met de hulp van een begeleider worden genomen. Wanner er hellingbanen of liften beschikbaar zich, dient u deze te gebruiken.

Let erop dat de banden voloende profiel hebben.

Denk erom dat u op de openbare weg de verkeersregels dient na te leven.

Net zoals voor andere voertuigen geldt dat u de rolstoel Niet mag gebruiken onder invloed van alcohol of geneesmiddelen. Dit geldt ook voor verplaatsingen binnenshuis.

Pas uw rijstijl bij ritten buiten de woning aan het werk en het verkeer aan.

Controleer of de reflectoren van uw rolstoel Niet door vuil of voorwerpen zijn afgedekt.

Zorg ervoor dat u in het donker goed zichtaar bent. Draag lichte kleding of kleding met reflectoren en zorg ervoor dat de reflectoren op de rolstoel goed zichtaar zijn.

Let op met brandende voorwerpen, zoals sigaretten. De rug- en zittingbekleding konnen vlam vatten.

Let erop dat de maximale belasting (125 kg bij TRACER / 150 kg bij TRACER 50+ ) nicht worden overschreten.
REGELMATIG CONTROLEREN
Net zoals ieder ander technisch product heegt uw rolstoel regelmatige controles nodig om de veilige Working te handhaven. De volgende instructies beschrijven de maatregelen die u dient te nennen om lang te konnen genieten van uw rolstoel.

VOORIEDERE RIT
- Controller de banden op zichtbare schade en/of vuil. Verwijder het vuil. Dit kan immers het rollend vermogen en de grip van de wielen nadelig beinvloeden. Wanner een band is beschadigd, kut u deze het Beste lien repareren door een erkende reparatiewerkplaats.
- Controller de rij-/rem- en versteleigenschappen via de indicatoren van de rijelektronica. Wanner deze Niet in orde zichn, vraagt u advies aan de vakhandelaar.
- Controller of er voldoende lucht in de banden zit en pomp indien nodig lucht bij (zie ook het hoofdstuk "Technische gegevens").
- Controller of alle schroefverbindingen goed zichnaangehaald.

ONGEVEER OM DE 8 WEKEN
Afhankelijk van de regelmaat waarmee u het product gebruikt, dient u volgende punten te controlleren:
- Werking van de armsteunen
- Bewegende onderdelen van de voetsteunen
- Toestand van bekleding en vulmatariaal
- Profieldiepte van wielen

ONGEVEER OM DE 6 MAANDEN
Afhankelijk van de regelmaat waarmee u het product gebruikt, dient u volgende punten te controlleren:
- Netheid
- Algemene toestand
- Werking laadapparaat
- Werking van de stuurwieten Bij een te grote rolweerstand dienen de lagers van de stuurwieten te worden gereinigd. Wanner er dit Niet volstaat, neemt u contact op met de vakhandelaar.

Bij slechte werking en voor reparaties en inspecties dient u zich te wenden tot de vakhandelaar.
VERZORGING
Om uw rolstoel er ook alkijd verzorgd teCTXien, dient u de rolstoel regelmatig te verzorgen. Lees daartoe de volgende instructies:
Het reinigen met stoom of hoge druk is Niet toegestaan!
BEKLEDING
Reinig de bekleding met warm water. Bij hardnekige vlekken kut u de bekleding afwassen met een gangbaar fijnwasmiddel. Vlekken kut u verwijdenen met een sponsje of een zachte borstel.
Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen, zoals oplosmiddelen, of harde borstels.
Wij zijn nicht aansprakelijk voor schade die ontstaat door het gebruik van ongeschikte reinigingsmiddelen.
Let erop dat u de bekleding nicht te vochtig maakt.
KUNSTSTOFONDERDELEN
Behandel alle kunststofonderdelen van de rolstoel met een gangbaar reinigingsmiddel voor kunststof. Let op de speciale productinformatie bij deze onderdelen en gebruik alleen een zachtespons of doeck.
COATING
Door de hoogwaardige oppervlaktebehandeling is een optimale corrosiebescherming gegardeerd. Wanner de framecoating door bijvoorbeeld krassen is beschadigd, kut u dit repareren met een speciale lakstift die bij de vakhandelaar verkrijgbaar is.
ELEKTRONICABEHUIZING
U mag de sturing alleen met een licht vochtige doek en een Klein beetje allesreiniger afnemen. Gebruik geen schuurmiddelen of scherpe schoonmaakproducten (metaalsponsjes, borstels, enz.). Deze krassen immers het oppervlak van de sturing en tasten de spatwaterbescherming aan.
! Controller regelmatig of de connectoren Niet zich gecorrodeerd of beschadigd, omdat daardoor de goede werking van de elektronica nadelig worden beinvloed.
Voor iedere onderhoudsbeurt要去en de batterijen worden afgeklemd sondern anders ongewild stroom kan gaan lopen.
! De fabrikant kan nicht aansprakelijk worden gesteld voor schade als gevolg van onzorgvuldige verzorging.
INSPECTIE
In prince advisereren wij een Jaarlijkse inspectie en in ieder geval voor ieder nieuw gebruik. Deze inspectie mag uitsluitend door bevoegde personen worden uitgevoerd. De volgende controles dienen te worden uitgevoerd en gedocumenteerd:
- Controle van de bekabeling (vooral: knellen, afslijting, sneden, zichbare isolatie van de binnenleidingen, zichbare metaaldraden, knikpunten, uitbolling, kleurveranderingen van de buitenste laag, brosse punten)
- Visuele controle van het frame op plastische verrormingen en/of slijtage (basisframe, zittingframe, rugframe, lijpanelen,Beensteunen, motorophanging)
- Elektrische leidingen veilig gelegd, zodate schuren, knellen en andere mechanische belastingen onwaarschijnlijk zich.
- Visuele controle van alle behuizingen op schade. Schroeven moeten vastzitten, dichtingen要不要 goen zichbare schade vertonen.
- Meetproof van de doorlektroom ( A) van het laadapparaat conform VDE 0702
- Meetproof van de isolatieweerstand (MO) van het laadapparaat conform VDE 0702
- Werking van de armsteunen en Beensteunen (vergrendeling, belasting, verrorming, slijtagedoor belasting)
- Werking van de aandrijvingen (controle uitvoeren tijdens een testrit geluid,能力和 soepelheid, enz.. Indien nodig: Meten van het opgenomen vermogen, eerst zonder last, diearna met de nominale last (SWL), om zo eventuele slijtage van de motoren te kunnen
meten via de stroomopname en de waarden te konnen vergelijk met de waarden bij levering, toestand en werkig van de koolstaven, toestand van de collector, verwijderen van verruiling uit de motorbehuzing en de collector enz.)
- Controle van de toestand van de batterijen, bekledingen, binnenbanden, buitenbanden.
Meetcontroles mogen uitsluitend worden uitgevoerd door Personen die minstens voor het product zijn opgeleid en die minstens door een geschoold elektricien zijn onderwezen over de te gebruiken controlemiddelen en controprocedures. Alleen een geschoold elektricien mag de elektrische rolstoel na de meetcontroles of het onderhoud vrijgeven voor gebruik. Laat het onderhoud alleen in het serviceplan opnemen wanner minstens de hiervoord vermelde profielen zich gecontroleerd.

De fabrikant is nicht aansprakelijk voor schade door onvoldoende of gebrekkig inspecteren.
DESINFECTEREN
Het desinfecteren van uw rolstoel kan alleen worden uitgevoerd door een geschoolde sanitaire medewerker of een door de geschoolde sanitaire medewerker opgeleide persoon. Deze procedure要去 worden herhaald voor ieder gebruik of als u de rolstoel aan een derde doorgeeft. Alle delen van de rolstoel konnen worden behandeld met een schuurdesinfectie. In prince衿en alle oppervlakken van een systeme of een product gesdesinfecteerd voor het product wordt doorgegeven aan een andere gebruiker of wanner de gebruiker een infectieuze aandoening heeft waardoor de maatregelen in de nationale wet op besmettelijke ziekten van toepassing zich.
Het gebruik van desinfecteermiddelen is voorbehonden aan bevoegdvakpersoneel dat speciaal is opgeleid voor de werking en het gebruik van dergelijkke middelen.

Draag gpaste beschermende kleding. Het desinfecteermiddel kan bij contact met de huid irritaties veroorzaken. Volg ook de aanwijzingen op de betreffende oplossingen.

Het gebruik door onbevoegde Personen gebeurt op eigén risico.

De fabrikant van de rolstoel is nicht aansprakelijk voor schade en letsel als gevolg van onoordeelkundig gebruik van de desinfectie.


Wij adviseren de volgende desinfecteermiddelen voor de schurdesinfectie (conform RKI-lijst):
| Werkzame stof | Naam | Was- desinfectie | Oppervlak- desinfectie (schuur- wisdes- infectie) | Desinfectie van afterschiedingen 1 deel braaksel of stoelgang + 2 delen gebr.-verd. of 1 deel urine + 1 deel gebr.-verd. | Werkingbereik | Fabrikant of leverancier | |||||||
| Braaksel | Stoelgang | Urine | |||||||||||
| % | uur | % | uur | % | uur | % | uur | % | uur | ||||
| Fenol of fenolderivaat | Amocid | 1 | 12 | 5 | 6 | 5 | 4 | 5 | 6 | 5 | 2 | A | Lysoform |
| Gevisol | 0,5 | 12 | 5 | 4 | 5 | 4 | 5 | 6 | 5 | 2 | A | Schülke & Mayr | |
| Helipur | 6 | 4 | 6 | 4 | 6 | 6 | 6 | 2 | A | B.Braun Petzold | |||
| m-Kresolzeep- oplossing DAB 6 | 1 | 12 | 5 | 4 | A | ||||||||
| Mucocit-F 2000 | 1 | 12 | A | Merz | |||||||||
| Fenol | 1 | 12 | 3 | 2 | A | ||||||||
| Velicin forte | 5 | 4 | 5 | 6 | A | Ecolab | |||||||
| Chloor, organ. of anorgan. substanties met actieve chloor | Chloramin-T DAB 9 | 1,5 | 12 | 2,5 | 2 | 5 | 4 | A:B | |||||
| Clorina | 1,5 | 12 | 2,5 | 2 | 5 | 4 | A:B | Lysoform | |||||
| Trichlorol | 2 | 12 | 3 | 2 | 6 | 4 | A:B | Lysoform | |||||
| Perverbindungen | Apesin AP1002 | 4 | 4 | AB | Tana Chemie | ||||||||
| Dismozon \( pur^2 \) | 4 | 1 | AB | Bode Chemie | |||||||||
| \( Perform^2 \) | 3 | 4 | AB | Schülke & Mayr | |||||||||
| Wofesteri2 | 2 | 4 | AB | Kesla Pharma | |||||||||
| Formaldehyde en/of andere aldehyden of derivaten | Aldasan 2000 | 4 | 4 | AB | Lysoform | ||||||||
| Antiseptica Flächen- desinfektion 7 | 3 | 6 | AB | Antiseptica | |||||||||
| Aldospray-Konz. | 3 | 4 | AB | Lysoform | |||||||||
| Apesin AP30 | 5 | 4 | A | Tana Chemie | |||||||||
| Bacillocid Spezial | 6 | 4 | AB | Bode Chemie | |||||||||
| Buraton 10F | 3 | 4 | AB | Schülke & Mayr | |||||||||
| Desomed A 2000 | 3 | 6 | AB | Desomed | |||||||||
| Desinfectie- reining hospitalaal | 8 | 6 | AB | Dreiturm | |||||||||
| Desomed Perfekt | 7 | 4 | A | Desomed | |||||||||
| Fink-Antisept B | 8 | 6 | AB | FINKTEC | |||||||||
| Formaldehyde- oplossing DAB 10 (Formalin) | 1,5 | 12 | 3 | 4 | AB | ||||||||
| Incidin perfekt | 1 | 12 | 3 | 4 | AB | Ecolab | |||||||
| Kohrsolin | 2 | 12 | 3 | 4 | AB | Bode Chemie | |||||||
| Lyso FD 10 | 3 | 4 | AB | Schülke & Mayr | |||||||||
| Lysoform | 4 | 12 | 5 | 6 | AB | Lysoform | |||||||
| Lysoformin | 3 | 12 | 5 | 6 | AB | Lysoform | |||||||
| Lysoformin 2000 | 4 | 6 | AB | Lysoform | |||||||||
| Melsept | 2 | 12 | 4 | 6 | AB | B.Braun Petzold | |||||||
| Melsitt | 4 | 12 | 10 | 4 | AB | B.Braun Petzold | |||||||
(…)
| Werkzame stof | Naam | Was- desinfectie | Oppervlak- desinfectie (schuur- wisdes- infectie) | Desinfectie van afterschiedingen 1 deel braaksel of stoelgang + 2 delen gebr.-verd. of 1 deel urine + 1 deel gebr.-verd. | Werknings bereik | Fabrikant of leverancier | ||||||
| Braaksel | Stoelgang | Urine | ||||||||||
| Gebruksverdumming | Gebruksverdumming | Gebruksverdumming | Gebruksverdumming | Gebruksverdumming | ||||||||
| % | uur | % | uur | % | uur | % | uur | % | uur | |||
| Formaldehyde en/of andere aldehyden of derivaten | Minutil | 2 | 12 | 6 | 4 | AB | Ecolab | |||||
| Multidor | 3 | 6 | AB | Ecolab | ||||||||
| Nüscosept | 5 | 4 | AB | Dr.Nusken Chemie | ||||||||
| Optisept | 7 | 4 | A | Dr.Schumacher | ||||||||
| Pursept-FD | 7 | 4 | AB* | Merz | ||||||||
| Septoclean FDN | 3 | 6 | AB | Haka Kunz | ||||||||
| Tegodor | 3 | 6 | AB | Goldschmidt | ||||||||
| Ultrasol F | 3 | 12 | 5 | 4 | AB | Fresenius | ||||||
| Franko-DES | 2 | 12 | A | Franken | ||||||||
| Tensodur 103 | 2 | 12 | A | MFH >Marienfelde< | ||||||||
| Kalkmelk3 | 20 | 6 | A3B | |||||||||
Onvldoende werkzaam gegen mycobacterien, in het bijzonder in aanwezigheid van bloed bij de oppervaktedesinfectie.
Niet geschikt voor het desinfectoren van merkbaar met bloed besmette vlakken of van poreuze oppervlakken (bijv. onbehandel hout)
3 Niet bruikbaar bij tubercuose; samenstelling van de kalkmelk: 1 deel opgeloste kalk (calciumhydroxide) + 3 delen water.
* Effectiviteit gegen virussen gecontroleerd volgens de proefmethode van het RKI [Bundesgesundheitsblatt 38 (1995) 242].
A: Geschikt voor het vernietigen van vegetatieve bacteriele kiemen, inclusief mycobacterien en van schimmels, inclusief schimmelsporen.
B: Geschikt voor het inactiveren van virussen.
De actuèle stand van de in de RKI-lijst opgenomen desinfecteermiddelen kan worden opgevgraagd bij het Robert-Koch-Institut (RKI) (homepage: www.rki.de).
Alle maatregelen van de desinfectie van revalidatiemiddelen, hun componenten of andere accessoires worden bijgehonden in een desinfectiejournaal. Dit journaal bevat minstens de volgende gegevens en worden bij de betreffende productdocumentatie bewaard:
Tabel 2 - Voorbeeld desinfectiejournaal
| Dag van desinfectie | Reden | Specificatie | Middel en concentratie | Handtekening |
Afkortingen voor de gegevens in kolom 2 (Reden):
V = Vermoenen van infectie
IF = Infectie
W = Nieuw gebruik
I = Inspectie
Voor meer informatie over desinfecteren(Intu contact opnemen met de vakhandelaar. Deze helpt u graag verder.
OPSLAG
- Alleen in een droge ruimte opslaan (+5^ tot +45^)
- Relatieve luchtvochtigheid van 30% tot 70% .
Luchtdrukussen 700 hPa en 1060 hPa.
Stroomsoer van de lader uit het stopcontact trekken. - Batterijen: zie het hoofdstuk "Opbergen van de batterijen"
- Interne kabels controleren op knellen en plooien.
- Alle gedemonteerde onderdelen duidelijk opslaan (eventuel labelen), zodat bij het monteren中断者af geen verwarring met andere producten möglichk is (bijvoorbeeld laadapparaat).
- Alle componenten要去en onbelast worden opgeslagen. Plaats de rolstoel op een vast deel van het frame.

GARANTIE
Uittrekseluit de algemene verkoopsvoorwaarden:
(…)
- De verjaringstermijn voor garantieaanspraken bedraagt 24 maanden.
(…)
Wij zich Niet aansprakelijk voor schade die ontstaat door constructieve wijzigingen aan onsze producten, gebrekkig onderhoud, gebrekkige of onoordeelkundige behandeling of bewaring of gebruik van Niet-originele wisselstukken. De garantie op slijtagedelen of onderdelen die onderhevig zijn aan een natuurlijke slijtage, is eveneens uitgesloten. (...)
De garantiebepalingen können per land verschillen. Neem voor meer informatie contact op met uw vestiging.
CONFORMITEIT
De elektrische rolstoel TRACER voldoet aan de vereisten van de Europese richtlij:
- 93/42/EG (richtlijn medische hulpmiddelen)
en aan de productnormen:
-(DIN)EN12182:1999
-(DIN) EN 12184: 1999
AFVALVERWERKING

De fabrikant is verantwoordelijk voor de terugname en de recycling van de elektrische rolstoel en voldoet aan de vereisten van Europese richtlijn 2002/96/EG betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur. Bij uwplaatselijk instantie voor afvalinzameling en -verwerking kut u navragen waar u de elektrische rolstoel kosteloos voor recycling kut afleveren. Meegeven met het huishoudelijk afval is verboden.
Uw vakhandelaar beantwoordt graag al uw vragen.
STORINGSANALYSE
Deze diagnose heert betrekking op de volledige elektronica. De knippercode wordt afgelezen in de statusaanduiding van sturing DX2. De stuurmodule, stroommodule en lichtmodule hebben eigien status-LED's die weergeven of de betreffende module defect is (constant branden = OK/knipperen = defect).
Deze storingsanalyse worden gebruikt voor het analyseren en oplosen van de mogelijkke storing. Wanner storingen optreden die door deze analyse Niet kuren worden herkend en opgelost, dient u contact op te nemen met de fabrikant. We wijzen erop dat bij oneigenlijk gebruik of bij wijzigingen van de geleverde configuratie geen garantie worden gegeven voor de correcte weergave van de storing.
2
DX2: In de statusaanduiding verschijnt het werkplaatsteken met het codegetal.
| Getal | Probleem/storing | Controle |
| 0 | De laadtoestand van de batterijen worden nicht weergegeven wanner de sturing is ingeschakeld. | 1. Controller of de connector van de sturing correct en volledig met de stekker van de batterijen is verbonden. 2. Controller of de batterijen correct met elkaar+zijn verbonden. 3. Controller of de batterijen zijn geladen. 4. Controller of de thermische zekering defect of losgeraakt is. |
| 1 | Een van de DX-modules is defect (sturing, stroommodule,lichtmodule, CLAM-module). | 1. Wanner de module-LED van de sturing knippert, moet de sturing worden verrangen. 2. Wanner de LED van de stroommodule knippert, moet deze worden verrangen. 3. Wanner de LED van delichtmodule knippert, moet deze worden verrangen. A Wanner de sturing moet worden verrangen, kan daarna een neue storingscode worden gevegen,ondat geen volledige storingsanalyse kon worden uitgevoerd. |
| 2 | Een op de stroommodule aangesloten module is defect. | Controller de status van de aangesloten module. |
| 3 | Linker motor (of aansluiting) defect. | 1. Controller of de stekkers van beide motoren correct+zijn aangesloten. 2. Controller de stekkercontacten van beide motoren op corrosie of schade. 3. Controller beide motoren. Neem een Ohmmeter, trek de stekker uitt van beide motoren en meet de connector. Wanner u een waarde meet van meer dan 1 Ohm en minder dan 100 milliOhm, is de motor defect. 4. Controller de watstand van de motor maar het motorhuis. Meet met een Ohmmeter ieder contact. |
| 4 | Rechter motor (of aansluiting) defect. | Zoals hierboven beschreiben. |
| 5 | Linker parkeerrem (of aansluiting) defect. | 1. Controller of de stekkers van de motoren correct+zijn aangesloten. 2. Controller de contacten op corrosie of schade. 3. Controller de parkeerremmen. Meet met een Ohmmeter de waarstand van de aansluitingen. Wanner de waarstandswaardeeer dan 100 Ohm of minder dan 20 Ohm bedraagt, is de parkeerrem waarschijnlijk defect. A Bij utrusting met 300W-Schmid-motoren worden deze storing ook weergegeven als de motoren ontkoppeld+zijn. |
| 6 | Sturing defect | 1. Trek de stekkers van beide motoren uit. Zet de sturing uit en werk aan en zorg ervoor dat de joystick in neutrale stand staat. Wanner deze knippersequentie opnieuw worden weergegeven, is de sturing defect. 2. Trek de stekkers van beide motoren uit. Zet de sturing uit en aan en zorg ervoor dat de joystick in neutrale stand staat. Zet de joystick in een willekeurige richting. Wanner het stuurrelais twee keer klikt en een storing van de linker motor worden weergegeven, is de sturing in orde. Wanner een andere storing worden weergegeven en het stuurrelais Niet twee keer klikt, is de sturing defect. 3. Controller de motoren zoals beschreiben in punt 3 en 4. A Eien storingsmelding van een motorijdens het rijden kan worden weergegeven als storing van de sturing. |

| 7 | Batterijspanning is te laag. | 1. Controller of het bijgeleverde laadapparaat correct is aangesloten. 2. Controller of het laadapparaat "Laden" weergeeft. 3. Controller of de batterijen een lading aannemen (diepontlading). 4. Controller of door het zogenoemde "memory-effect" nicht meer voldoende capaciteit kan worden opgebouwd om het correct functioneren van de stuurrelementen möglich te makeen. |
| Getal | Probleem/storing | Controle |
| 8 | Overladen van de batterij | 1. Controller of uitsluitend het bijgeleverde laadapparaat is gebruikt. 2. Controller of het laadapparaat correct functioneert. 3. Deze storing kan ook worden weergegeven wanner exter stroombronnen contact hebben met de rolstoel. 4. Met een multimeter kunt u nagaan of de door de fabrikant aangegeven voltages van de batterijen kloppen en lager� dan 32 V. |
| 9 | Communicatiestoring tussen stroommodule en sturing | 1. Controller of de connectoren tussen de stroommodule en de sturing correctijken geinstalleer. 2. Controller de connectoren op corrosie of schade. 3. Controller de kabelsijken beschadigd of gebrozen (multimeter). Door het uit- en aanzetten van de sturing kan de storingscode worden opgelost. Het probleem dient noch zo snel möglich te worden opgelost, waar anders meer storingen kunnen optreden. |
| 10 | Communicatiestoring tussen verschillende componenten | 1. Controller de betreffende statusaanduidingen. 2. Controller de connectoren en of deze correctijken aangesloten. 3. Controller de kabels en connectoren op corrosie en schade. |
| 11 | Rustfasen van de motoren | Wanner de voor de veilighheid geprogrammeerde looptijden van de motorenijken overschreden, worden het systeme uitgeschakeld. Door het uit- en aanzetten van het systeme worden de stoen waar geactiveerd. |
| 12 | Afstemmingsstoring van de module | Door een verschillende programmering kan de afstemming van de module leiden tot een storing. Neem contact op met de fabrikant. |
INHALT
Abschnitt
Vermeiren Nederland B.V.
Domstraat 50
NL-3864 PR Nijkerkerveen
Tel: +31(0)33 253 64 24
Fax: +31(0)33 253 65 17
website: www.vermeiren.com
e-mail: info@vermeiren.be
Czech Republic
Vermeiren CR S.R.O.