HISK1 - Bewakingscamera FRIEDLAND - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis HISK1 FRIEDLAND in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over HISK1 FRIEDLAND
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Bewakingscamera in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HISK1 - FRIEDLAND en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HISK1 van het merk FRIEDLAND.
GEBRUIKSAANWIJZING HISK1 FRIEDLAND
1 Beoogd gebruik 69
2 Veiligheid. 69
2.1 Product 69
2.2 Voedingseenheid 69
2.3 Installae 69
3 Beschrijving 69
3.1 Inhoud van het pakket (standaard GlobalGuard alarmsysteme) 69
3.2 Vereist gereedschap 70
3.3 Systemeisen 70
4 Overzicht 71
4.1 Bedieningspaneel 71
4.2 IP-gateway 72
5 Installae. 72
5.1 Installaevoorbeeld 72
5.2 Bereik van het apparatusat 73
5.3 Installaevolgorde 73
5.4 Het bedieningspaneel installeren 73
5.5 De IP-gateway installeren 75
5.6 De IP-gateway aan het bedieningspaneel koppelen (oponeel) 75
5.7 De IP-gateway van het bedieningspaneel loskoppelen (oponeel) 76
5.8 Het aansluitklemmenblok (oponeel) 76
5.9 Achterwaartse compatiliteit (beveiligingsapparaten) 77
5.10 Extra bedrade deur/raamcontactdetector 77
6 Testen en programmeren 77
6.1 Testmodus (TEST MODE [TESTMODUS]) 77
6.1.1 Looptest (WALK TEST [LOOPTEST]) 78
6.1.2 RF-omgeving testen (RF ENVIRONMENT [RF-OMGEVING]) 78
6.1.3 Draadloze sirene service aan/uit (WIREFREE SIREN SERVICE ON/OFF [DRAADLOZE SIRENE SERVICE AAN/UIT]) 78
6.1.4 Alarm testen (ALARM TEST [ALARM TESTEN]) 78
6.1.5 Het bedieningspaneel reseen 78
6.2Programmeermodus (PROGRAM MODE [PROGRAMMEERMODUS]) 79
6.2.1 Gebruiker instellen (USER SETUP [GEBRUAKER INSTELLEN]) 79
6.2.1.1 Pincode (PIN CODE [PINCODE]) 80
6.2.1.2 Bedreigingscode (DURESS CODE [BEDREIGINGSCODE]) 80
6.2.1.3 Gebruikersnaam (NAME [NAAM]) 80
6.2.1.4 Deafstandsbediening inleren (LEARNING ID [ID INLEREN]) 80
6.2.1.5 Persoonlijke aanvalsknop (PANIC [PANIEK]) 81
6.2.1.6 Status (STATUS) 81
6.2.1.7 De afstandsbediening wissen (DEL DATA) [GEGEVENS WISSEN] 81
6.2.2 Systeem instellen (SYSTEM SETUP [SYSTEEM INSTELLEN]) 81
6.2.2.1 Alarmjdsduur (ALAR TIME [ALARTIJDSDUUR]) 83
6.2.2.2 Interne sirene (INT. SIREN [INT. SIRENE]) 83
6.2.2.3 Externe sirene (EXT. SIREN [EXT. SIRENE]) - Draadloze sirene (WIREFREE SIREN [DRAADLOZE SIRENE]) 83
6.2.2.4 Externe sirene (EXT. SIREN [EXT. SIRENE]) - Nachtalarm (NIGHT ALARM [NACHTALARM]) 83
6.2.2.5 Foutpieptoon (ERROR BEEP [FOUTPIEPTOON]) 83
6.2.2.6 Detce van radiofrequeneblokkering (RF JAMMING DETECTION [RF-BLOKKERINGSDETECTIE]) 83
6.2.2.7 Alarmrelais (ALARM RELAY [ALARMRELAIIS]) 83
6.2.2.8 Zoneblokkering (ZONE LOCKOUT [ZONEBLOKKERING]) 83
6.2.2.9 Deels inschakelen-1 instellen (PART ARM-I SETUP [DEELS INSCHAKELEN-1 INSTELLEN]) 83
6.2.2.10 Deels inschakenen-II instellen (PART ARM-II SETUP [DEELS INSCHAKELEN-II INSTELLEN]). 83
6.2.2.11 Volledig inschakelen instellen (FULLY ARM SETUP [VOLLEDIG INSCHAKELEN INSTELLEN]). 83
6.2.2.12 Vakane-inschakeling instellen (HOLIDAY ARM SETUP [VAKANTIE-INSCHAKELING INSTellenLEN]) 83
6.2.2.13 Datum (DATE [DATUM]) 83
6.2.2.14 Tijd (TIME [TIJD]) 83
6.2.2.15 Toetsenpaneel op afstand (WIREFREE KEYPAD [DRAADLOOS TOETSENPANEEL]) 83
6.2.2.16 Het bedieningspaneel aan de ontvanger van de Spectra-verlichng koppelen (LINK PANEL TO SPECTRA [PANEL AAN SPECTRA KOPPELEN] (oponeel) 84
6.2.2.17 Verlichng voor de ontvanger van de Spectra-verliching instellen (LIGHTING SETUP [VERLICHTING INSTELLLEN]) (oponeel) 84
6.2.2.18 Taal instellen 84
6.2.3 Beveiligingsdetectorzone instellen (SECURITY DETECTOR ZONE [BEVEILIGINGSDETECTORZONE]) 85
6.2.3.1 De beveiligingsdetector inleren (LEARNING ID [ID INLEREN]) 86
6.2.3.2 Locae (LOCATION [LOCATIE]) 86
6.2.3.3 Modeltype (MODEL TYPE [MODELTYPE]) 86
6.2.3.4 Beveiligingstype (SECURITY TYPE [BEVEILIGINGSTYPE]) 86
6.2.3.5 Geluidssignaalmodus (CHIME MODE [GELUIDSSIGNAALMODUS]) 86
6.2.3.6 Deels inschakelen-I instellen (PART-ARM-I [DEELS INSCHAKELEN-II]) 86
6.2.3.7 Deels inschaken-ll instellen (PART-ARM-II [DEELS INSCHAKELEN-II]) 86
6.2.3.8 Detectorstatus (DETECTOR STATUS [DETECTORSTATUS]) 86
6.2.3.9 De beveiligingsdetector wissen (DETECTOR REMOVE) [DETECTOR VERWIJDEREN] 86
6.2.3.10 Sirene bij trigger (SIREN AT TRIGGER [SIRENE BIJ TRIGGER]) 86
6.2.3.11 Binnenkomstvertraging (ENTRY DELAY [BINNENKOMSTVERTRAGING]) 87
6.2.4 Huisautomasering instellen (HOME AUTO. [HUIS AUTO.]) 87
6.2.4.1 Huisautomasingbesturing instellen (type ontvanger van apparaten) (HOME AUTO.CONTROL SETUP [BESTURING HUIS AUTO. INSTELLEN]) 87
6.2.4.1.1 De ontvanger inleren (LINK PANEL TO CONTROL [PANEL AAN BESTURING KOPPELEN]).........87
6.2.4.1.2 Alle ontvangers in- en uitschakelen (ALL ON [ALLES AAN]) 87
6.2.4.1.3 Toegang op afstand (REMOTE ACCESS [TOEGANG OP AFSTAND]) 88
6.2.4.1.4 Modeltype (MODEL TYPE [MODELTYPE]) 88
6.2.4.1.5 Status van de huisautomasingbesturing (CONT. STATUS [BESTURINGSSTATUS]) 88
6.2.4.1.6 De huisautomasingbesturing wissen (CONT. REMOVE [BESTURING VERWIJDEREN]) 88
6.2.4.2 Huisautomasingbesturing instellen (type zender van apparaten) (HOME AUTO. REMOTE/SENSOR [HUIS AUTO. OP AFSTAND/SENSOR]) 88
6.2.4.2.1 De zender inleren (LEARNING ID [ID INLEREN]) 88
6.2.4.2.2 Apparaatstatus (DEVICE STATUS [APPARAATSTATUS]) 88
6.2.4.2.3 Het apparatus wissen (DEVICE REMOVE) [APPPAAAT VERWIJDEREN] 88
6.2.5 Communicaeapparaat instellen (COMMS) 88
6.2.5.1 Modeltype (MODEL TYPE [MODELTYPE]) 89
6.2.5.2 De zender/ontvanger inleren (LEARNING ID [ID INLEREN]) 89
6.2.5.3 Apparaatstatus (DEVICE STATUS [APPARAATSTATUS]) 89
6.2.5.4 Het apparatus wissen (DEVICE REMOVE) [APPARAAT VERWIJDEREN] 89
6.2.6 Een back-up maken en herstellen (BACKUP & RESTORE [BACK-UP MAKEN EN HERSTELLEN]) 89
6.2.6.1 Back-up (BACKUP [BACK-UP]) 89
6.2.6.2 Herstellen (RESTORE [HERSTELLEN]) 89
7 Bediening 90
Het systeem volledig inschakelen ('Fully Arm' mode [modus Volledig inschakelen]) 90
Het systeem voor de vakane inschakelen ('Holiday Arm' mode [modus Vakane-inschakeling]) 91
Het systeem deels inschakelen 91
7.3.1 De modus 'Part Arm-I' [Deels inschakelen-I] 91
7.3.2 De modus 'Part Arm-II' [Deels inschakelen-II] 91
7.4 Het systeem uitschakelen ('Disarm' mode [modus Uitschakelen]) 91
7.5 Snelinstelfunce 92
7.6 Huisautomasingknuppen (I/II/III). 92
7.7 Persoonlijke aanvalfunce 92
7.8 Zoneblokkering 92
7.9 Sabotage van het apparaat 92
7.10 Geluidssignaalfuncne 92
7.11 Spectra-verlichng (handmag/automasch schakelen) 92
7.12 Pieptonen vanuit het toetsbord 93
7.13 Pieptonen voor binnenkomst/uitgang 93
7.14 Gebeurtenissenlogboek 93
7.15 Baerijbewaking 94
7.15.1 Baerij bijna leeg 94
7.15.2 Bedieningspaneel 94
7.15.3 Afstandsbediening 94
7.15.4 Deur/raamcontactdetector 94
7.15.5 PIR-bewegingsdetector 94
8 Onderhoud. 94
8.1 De baerijen verrangen 94
8.1.1 Bedieningspaneel 94
8.1.2 Afstandsbediening 95
8.1.3 Toetsenpaneel op afstand 95
8.1.4 Deur/raamcontactdetector 95
8.1.5 PIR-bewegingsdetector 95
8.1.6 Op zonne-energie werkende sirene 95
9 Problemen oplossen 96
10 Technische gegevens 97
11 Afvoeren en recyclen 98
12 EG-conformiteitsverklaring 98
13 Garane 98
14 Klantenservice 98
15 Alarmregistrae 99
1 Beoogd gebruik
De FGGK*-serie / HISK1 is een draadloos beveiligingsystem.
2 Veiligungsd
2.1 Product
- Bewaar alle veiligheidswaarschuwingen en instruces, zodate later kunt bekijken.
- Neem de lokale voorschrien die voor de installmente van het product gelden in acht.
- Installee der apparaten in een droge, goed gevenleerde omgeving (met uitzondering van onderdelen die buiten worden gemonteerd).
- Probeer de apparaten Niet open te make.
2.2 Voedingseenheid
- Controller of de netspanning overeenkomt met de spanning op de typeplaat.
- Probeer de oplader Niet te verrangen door een normale netstekker.
2.3 Installae
- Draag veiligheidshandschoenen jdens het boren in wanden.
- Draag een veiligheidsbril jdens het boren in wanden.
- Let bij het boren in wanden op eventuele aanwezigele elektriciteitsdraden en waterleidingen.
- Plaats ladders in een veilige hoek op een vlakke en stabiele ondergrond.
3 Beschrijving
3.1 Inhoud van het pakket (standaard GlobalGuard alarmsysteme)
| Onderdeel | Beschrijving | Onderdeel | Beschrijving | Onderdeel | Beschrijving |
| Bedieningspaneel (1x) | Montageplaat (op zonne-energie werkende sirene) (oponeel) (1x) | NiMH-baerij (7,2V) (bedieningspaneel) (1x) | |||
| IP-gateway (1x) | Voedingsadapter (bedieningspaneel / op zonne-energie werkende sirene) (1x) | 3V | Lithium knoopcelbaerij (CR2032) (3V) (deur/raamcontact-detector) (2x) | ||
| Deur/raamcontact-detector (1x) | Voedingsadapter (IP-gateway) (5V/1A) (1x) | Alkalinebaerij (PP3) (9V) (PIR-bewegingsdetector) (1x) | |||
| PIR-bewegings-detector (1x) | Ethernet-kabel (RJ45 / 0,5m) (1x) | 6V | NiMH-baerij (6V) (op zonne-energie werkende sirene) (oponeel) (1x) | ||
| Op zonne-energie werkende sirene (oponeel) (1x) | Bevesgingen (1x) | Installae-en bedienings-handleiding | Op zonne-energie werkende sirene | ||
| Korte installae-handleiding | Alarmset | ||||
| Afstandsbediening | |||||
| Deur/raamcontactdetect or | |||||
| PIR-bewegingsdetector | |||||
| Op zonne-energie werkende sirene |
| Gereedschap | Beschrijving | Gereedschap | Beschrijving |
| Gehoorbescherming | Kruiskopschroevendraier(#2) | ||
| Veiligheidshandschoenen | Priem | ||
| Elektrische boor | Waterpas | ||
| Boorbit voor metselwerk(5mm) | Potlood | ||
| Boorbit voor metselwerk(6mm) | Pc | ||
| Kruiskopschroevendraier(#0) | Router | ||
| Kruiskopschroevendraier(#1) | Internet |
3.3 Systemeisen
| Besturingsystem | Windows XP / Windows Vista / Windows 7iOS (v4.3.4 of hoger):- iPhone 1 / 2 / 3 / 4- iPad 1 / iPad 2 / iPod Touch 4Android (v2.3 of hoger):- Android telegram (V2.X)- Android tablet (V2.X) |
| Webbrowser | Internet Explorer 6.x (of hoger) |
| Centrale verwerkingseenheid (CVE) | Penum 4: 1 GHz (of hoger) |
| Resolve VGA-kaart | 800 x 600 (of hoger) |
| Omvang videogeheugen | 128 Mb (ofeer) |
| Internet-bandbreedte | Uploadsnelheid: 512 kbps (aanbevolen uploadsnelheid voor 1 camera)Downloadsnelheid: 2 Mbps |
4 Overzicht
4.1 Bedieningspaneel
| 4 5 6 7 3 8 | 11 9 1 2 10 | 1. Huisautomeringknoppen (I/II/III) 2. Persoonlijke aanvalknop 3. Weergave 4. Voedingsindicator 5. Inschakelmodusindicator 6. Gebeurtenissenlogboekindicator 7. Persoonlijke aanvalindication 8. Deksel 9. Voedingsadapteraansluing 10. Baerij (7,2V) 11. Aansluitklemmenblok 12. Sabotageschakelaar |
| Symbool | Onderdeel | Status | Funce |
| Voedingsindicator | Aan | De netvoeding is in gebruik. | |
| Knipperend | Snel knipperend: De baerij is in gebruik. Langzaam knipperend: De baerij is bijna leeg. | ||
| Uit | De netvoeding en de baerij zichniet in gebruik. | ||
| Inschakelmodusindicator | Aan | Het systeme is op 'Fully Arm' [Volledig inschakelen] ingesteld. Het systeme is op 'Holiday Arm' [Vakane-inschakeling] ingesteld. | |
| Knipperend | Het systeme is op 'Part Arm-1' [Deels inschakelen-1] ingesteld. Het systeme is op 'Part Arm-1' [Deels inschakelen-1] ingesteld. | ||
| Uit | Het systeme is op 'Disarm' [Uitschakelen] ingesteld. | ||
| Gebeurtenissenlogboek-indicator | Aan | Systeembericht. | |
| Knipperend | Alarmgeheugen. | ||
| Uit | Normaal. | ||
| Persoonlijke aanvalindicator | Aan | De persoonlijke aanvalknop is ingedrukt. | |
| Knipperend | --- | ||
| Uit | Normaal. |
| Symbol | Funte |
| 0 ... 9 | Een speciek getal invoeren. |
| * | Een funce inschakelen (ON [AAN]). Een ope selecteren (YES [JA]). |
| # | Een funce uitschakelen (OFF [UIT]). Een selec van een ope ongedaan make (NO [NEE]). |
| ▲ | Omhoog bewegen in het menu. |
| ▼ | Omlaag bewegen in het menu. |
| ESC | Eén regel omhoog bewegen in het menu. |
| ← | Een selec bevesgen. |
| Het system op 'Fully Arm' [Volledig inschakelen] instellen. Het system op 'Holiday Arm' [Vakane-inschakeling] instellen. | |
| Het system op 'Part Arm-l' [Deels inschakelen-l] instellen. Het system op 'Part Arm-l' [Deels inschakelen-l] instellen. | |
| Het system op 'Disarm' [Uitschakelen] instellen. De testmodus openen. | |
| De programmeermodus openen. |
4.2 IP-gateway
| 1. Voedingsindicator / internetverbindingsindicator 2. Indicator voor aansluig van bedieningspaneel 3. Indicator voor aansluig van camera 4. Koppelingsknop |
| Onderdeel | Status | Funte | |
| 1 | Voedingsindicator / internetverbindungs- indicator | Groen | Verbinding geslaagd. |
| Oranje | Verbinding mislukt. | ||
| 2 | Indicator voor aansluing van bedieningsspaneel | Groen | Verbinding geslaagd. |
| Oranje | Verbinding mislukt. | ||
| 3 | Indicator voor aansluing van camera | De 4 indicatoren geen de verbindingsstatus van maximaal 8 camera's aan: - Als u camera's 1-4 aansluit, worden indicatoren 1-4 groen. - Als u camera 5 toevoegt, worden indicator 1 oranje (enz.). - Als u camera 1 loskoppelt maar camera 5 nog steeds acef is, worden indicator 1 rood (enz.). | |
5 Installae
Installer en bedien het alarmsystemeum volgens de eisen van alle toepasselijkke lokale en naonale voorschrien en ween. Neem contact op met de betreende instane voor bijzonderheden met betrekking tot de lokale en/of naonale voorschieren en ween.
Opmerking: Wijzig bij het voor de eerste maal installeren van het systeem de standardpincode voor algemene toegang en stel de juiste datum en jd in.
5.1 Installaevoorbeeld
| 1 | Woonkamer | A | Bedieningspaneel |
| 2 | Eetakamer | B | Afstandsbediening |
| 3 | Keuken | C | PIR-bewegings-detector |
| 4 | Hal | D | Deur/raamcontact-detector |
| 5 | (a) Voordeur (b) Achterdeur | E | Op zonne-energie werkende sirene |
| 6 | Garage | ||
| 7 | Schuur |
- Plaats de eerste deur/raamcontactdetector (zone 1) op de Voordeur.
- Plaats de tweede deur/raamcontactdetector (zone 2) op de achterdeur.
-
Plaats de eerste PIR-bewegingsdetector (zone 3) en de tweede PIR-bewegingsdetector (zone 4) op twee van de volgende locaes:
-
beneden in de woonkamer waar de meest waardevolle zaken aanwezig়
- op de overloop om zo de toegangsroutes:tussen de slaapkamers en de trap te develken
- in de hal om het bedieningsspaneel en de routes:tussen de kamers beneden te dekken
5.2 Bereik van het apparatusaat
Het genoemde bereik van de systeemapparaten is onder ideale omstandigheden gemeten. Ieder vast object dat zich:tussen de zender en de ontvanger bevindt, verkleint het werkbereik van de radiofrequene. De afname van het draadloze bereik is aankelijk van de belemmering tussen de zender en de ontvanger. Het eect van meerdere muren op het bereik is cumulaef.
| Type wand | Afname van het bereik |
| Met gipsplaatbekledescheidingswand | 10-30% |
| Eensteensmuur | 20-40% |
| Dubbelseensmuur | 30-70% |
| Metalen paneel/radiator | 90-100% |
5.3 Installaevolgorde
Zie de installae- en bedieningshandleiding. Zie de Korte installaehandleiding.
- De op zonne-energie werkende sirene installeren (oponeel)
- Het bedieningspaneel installeren
Zie de paragraaf 'Het bedieningspaneel installeren'. - De IP-gateway installeren
Zie de paragraaf 'De IP-gateway installeren'. - De PIR-bewegingsdetector installeren (oponeel)
ZiedeKorteinstallaehandleiding. - De deur/raamcontactdetector installeren (oponeel)
ZiedeKorteinstallaehandleiding. - De afstandsbediening installeren (oponeel)
ZiedeKorteinstallahandleiding.
5.4 Het bedieningspaneel installeren

Opmerking: Controller, als u de op zonne-energie werkende sirene als oponeel accessoire gebruikt, voordat u het bedieningspaneel gaat installereren of de op zonne-energie werkende sirene is geinstalleerd en de baerij maximaal is geladen.
- Houd het bedieningspaneel buiten het bereik vanjonge kinderen.
- Monteer het bedieningspaneel op een vlokke ondergrond op een hoogte van 1,5 tot 2 meter. Controller bij het monteren van het bedieningspaneel aan de wand of de sabotageschakelaar is gesloten.
- Plaats het bedieningspaneel op een plaatsuit het zicht van mogelijkindergersmaar die wel gemakkelijkbereikbaar is voor bediening van het systemen en voor het verlaten en binnenkomen van het huis binnen de ingestelde alarmjdsduur.
- Monteer het bedieningspaneel bennen een bewaakte ruimte zo, dat een mogelijkinde indringer het bedieningspaneel Niet kan bereiken zonder een door een deur/raamcontactdetector bewaakte deur of raam te openen of een door een PIR-bewegingsdetector bewaakte ruimte te passeren.
- Plaats het bedieningspaneel zo, dat de binnenkomst/uitgangstoon buiten het pand hoorbaar is.
- Zorg dat de afstandussen het bedieningspaneel en de wandcontactdoos Niet groter is dan de lengte van de voedingskabel.
- Plaats het bedieningsspaneel binnen het eeceve radiobereik van het bedieningsspaneel en uit de buurt van metalen objecten.
| 1. Trek de clip waar buiten en duw de montagebeugel omlaag om deze van het bedieningspaneel te verwijderen. | |
| 2. Gebruik de montageplaat als een mal om deplaatsen van de montagegaten op de wand te markeren.3. Boor op de gemarkeerdeplaatsen montagegaten (5 mm) in de wand.4. Plaats een bijgeleverde plug in ieder montagegat. | |
| 5. Verwijder de baerijdeksel. | |
| 6. Controleer of de koppeling van de verbindingsdraad opuit staat.7. Controleer of de koppeling van de verbindingsdraad opuit staat.Opmerking:Reset het alarm als het sabotage-alarm van het bedieningspaneel connu klinkt:a) Druk op de knop .b) Voer de viercijferige pincode in (Gebruiker).c) Druk op de knop . | |
| 8. Sluit de connector van de NiMH-baarij (7,2V) op debaerijaansluing aan.9. Plaats de baerijdeksel. | |
| 10. Sluit de wie voedingsadapter (12V) op devoedingsadapteraansluing aan. Leid de kabel door dekabelgoot. | |
| 11. Plaats het bedieningspaneel op de wandbeugel. | |
| Als het bedieningspaneel worden ingeschakeld en 15 minutes met rust worden gelaten, gee het bedieningspaneel pieptonen en knippert de gebeurtenissenlogboekindicator om aan te gehen dat het bedieningspaneel de IP-gateway zoekt. Voor het opheen van de pieptonen en het uitschakelen van de gebeurtenissenlogboekindicator: a) Druk op de knop . 8 b) Druk op de knop . ESC | |
| Het bedieningspaneel van de wand verwijderen: Duw de clip met behulp van een schroevendraier met een plae kop waar de wand en duw het bedieningspaneel omhoog van de montagebeugel af. | |
5.5 De IP-gateway installeren
Via de draadloze IP-gateway hee u op afstand toegang tot het systemen en kunt u het via internet bedieren met gebruikmaking van de online soware via hps://GlobalGuard.Friedland.co.uk of met behulp van de Apple/Android GlobalGuard apps. Voor toegang op afstand tot het systemoenoot de internetverbinding waarop de IP-gateway is aangesloten acef zich. De internetverbinding mag geen rewalls of andere belemmeringen die toegang op afstand kanne konnen beleen bevaen.

5.6 De IP-gateway aan het bedieningspaneel koppelen (oponeel)
De bijgeleverde IP-gateway is vooraf op de fabriek aan het bedieningspaneel gekoppeld.
Een IP-gateway aan het bedieningspaneel koppelen:
- Druk op de knop
- Voer de viercijferige pincode (Gebruiker) in.
3.Druk op de knop. - Selecteer de programmeermodus '5.COMMS' [COMMUNICATIEAPARATEN]. De display toont '5-1 COMMS SETUP' [COMMUNICATIEAPPARATEN INSTALLEREN].
- Druk op de knop ^+ . De display toont 'Input (01-12) Device NO.' [Apparaatnr. invoeren (01-12)].
- Voer het apparaatnummer (01-12) in. Controller of geen ander apparaat reeds op het kanaal is aangesloten.
-
Druk op de knop
-
Selecteer de programmeermodus '2 LEARNING ID' [ID INLEREN]. De display toont 'WAIT LEARNING...' [Wachtten OP INLEREN...]
- Dru k b 30 s cnden op de koppelingsknop op de IP-gatway en houd dee ingedrukt tot de display LEARNING OK' {INLEREN OK] weergee.
5.7 De IP-gateway van het bedieningspaneel loskoppelen (oponeel)
1.Druk op de knop
2. Voer de viercijferige pincode (Gebruiker) in.
3.Druk op de knop
4. Selecteer de programmeermodus '5.COMMS' [COMMUNICATIEAPARATEN]. De display toont '5-1 COMMS SETUP' [COMMUNICATIEAPARATEN INSTALLEREN].
5. Druk op de knop. De display toont 'Input (01-12) Device NO.' [Apparaatnr. invoeren (01-12)].
6. Voer het apparaatnummer (01-12) in. Controller of geen ander apparaat reeds op het kanaal is aangesloten.
7. Druk op de knop
8. Selecteer de programmeermodus '4 DEVICE REMOVE' [APPARAAT VERWUDEREN]. De display toont 'SELECT YES > / NO [SELECTER JA NEE ]
9. Druk op de knop.
5.8 Het aansluitklemmenblok (oponeel)
| 4 3 2 1 | |||
| TAMP GND N.O. COM N.C. T4 T3 GND T2 T1 | |||
| 1 | Permanente zoneaansluingen (gesloten contacten) | 3 | Niet in gebruik |
| 2 | Permanente zoneaansluingen (spanningsvrijje contacten) | 4 | Sabotageschakelaar (bedrade aansluing) |
Zet om toegang tot het aansluitklemmenblok te krijgen het systeme erst in de testmodus (zie de paragraaf 'Testmodus (TEST MODE [TESTMODUS])'.
- Zet de koppeling van de verbindingsdraad P1 opuit.
- Schakel de voeding maar de voedingsadapter UIT.
- Verwijder het bedieningspaneel van de wandbeugel.
- Koppel de voedingsadapter van het bedieningspaneel los.
- Verwijder de baerijdeksel.
- Koppel de reservebaerij los en verwijder hem.
- Sluit de verbindingsdraden zoals vereist op de aansluitklemmen aan.
- Plaats de reservebaerij en sluit hem aan.
- Plaats de baerijdeksel.
- Sluit de voedingsadapter op het bedieningspaneel aan.
- Schakel de voeding maar de voedingsadapter in.
- Plaats het bedieningspaneel op de wandbeugel.
- Druk op de knop om de testmodus te verlaten.
De signalcontacten op alle alarm- en sabotagezones met permanente aansluiingen moeten spanningsloos zich, d.w.z. dat zij alleen mogen openen en sluiten en Niet zich spanning via de contacten mogen genereren. De contacten op zones 33, 34, 35 en het sabotagecircuit要去en standardaar zich gesloten. Als de contacten opengaan, worden een alarm gegenereerd. Voor zones 33, 34 en 35 kannen extra deur/raamcontactdetectoren permanent op deze aansluitklemmen worden aangesloten. De contacten voor zones 36要去 standardaar open zich. Als de contacten sluiten, worden een alarm gegenereerd.
Opmerking: De koppeleng van de verbindingsdraad P51 moet standard op uit staan. Zet de koppeleng van de verbindingsdraad P51 alleen op aan bij gebruik van het permanent aangesloten sabotagecircuit.
5.9 Achterwaartse compatilititeit (beveiligingsapparaten)
Oudere modellen van 868 MHz PIR-bewegingsdetectoren, deur/raamcontactdetectoren, afstandsbedieningen en toetsenpanelen op afstand ook compabel met het systemem. Als u een bestaand 868 MHz draadloos beveiligingsystemeupgradet, kutu dezelfde beveiligingsapparaten gebruiken door deze eenvoudig aan het GlobalGuard-systeem te koppelen.
5.10 Extra bedrade deur/raamcontactdetector

Sluit als een extra bedrade deur/raamcontactdetector is vereist de draad van de detector op het aansluitklemmenblok (1) in de baerijhouser aan. In de baerijdeksel naast het aansluitklemmenblok is een kabeldoorvoeruitgeseden.
Sluit de bedrade deur/raamcontactdetector aan met een maximumlengthe van 1,5 meter van een van de volgende draden:
- een alarmkabel met 6 kernen
- een beldraad met 2 kernen (min. 6 × 0,2 ~mm )
- een 24 AWG-draad met 2 kernen
Gebruik schakelaar SW3 (2) om de interne en externe bedrade magnesche deur/raamcontactdetectoren in of uit te schakelen:
| Posie | Funce |
| Bovenzijde | Alleen de interne deur/raamcontactdetector worden op aan gezet. |
| Onderzijde | Zowel de interne als de externe deur/raamcontactdetector worden op aan gezet. |
Bij gewelijkdig gebruik van twee deur/raamcontactdetectoren voor interne en externe aansluingen worden als een van de contacten worden geopend slechts een acveringsgebeurtenis geteld. Als een deur/raamcontactdetector open blij staan en de andere gesloten deur/raamcontactdetector worden geopend, worden een acveringsgebeurtenis geteld.
Zet als u de externe deur/raamcontactdetector Niet gebruikt schakelaar SW3 in de bovenste stand om juiste werkking van de detector te verzekeren.
6 Testen en programmeren
6.1 Testmodus (TEST MODE [TESTMODUS])
- Controller of het system in de uitgeschakelde modus staat.
2.Druk op de knop. - Voer de viercijferige pincode (Gebruiker) in.
4.Druk op de knop.
| TEST MODE [TESTMODUS] | WALK TEST [LOOPTEST] | WAITING... [WACHTEN...] | |
| RF ENVIRONMENT [RF-OMGEVING] | TEST RF ENVIRONMENT [RF-OMGEVING TESTEN] | ||
| SPECTRA LIGHTING TEST [SPECTRA-VERLICHTING TESTEN] | LIGHTS ON FOR 5S [VERLICHTING 5S AAN]. STOP>ESC. | ||
| WIREFREE SIREN SERVICE OFF [DRAADLOZE SIRENE SERVICE UIT] | SERVICE OFF [SERVICE UIT]. WAIT...[WACHTEN ...] | ||
| WIREFREE SIREN SERVICE ON [DRAADLOZE SIRENE SERVICE AAN] | SERVICE ON [SERVICE AAN]. WAIT...[WACHTEN ...] | ||
| ALARM TEST [ALARM TESTEN] | RELAY TEST [RELAIS TESTEN] | RELAY ON FOR 5S [RELAIS AAN VOOR 5S]. STOP>ESC. | |
| WIREFREE SIREN TEST [DRAADLOZE SIRENE TESTEN] | SIREN ON FOR 5S [SIRENE AAN VOOR 5S]. STOP>ESC. | ||
| HARDWIRE SIREN TEST [SIRENE MET PERMANENTE AANSLUITING TESTEN] | SIREN ON FOR 5S [SIRENE AAN VOOR 5S]. STOP>ESC. |
6.1.1 Looptest (WALK TEST [LOOPTEST])
Het bedieningspaneel hee een ingebouwde tesuncse, zodat u de sirene op ieder moment kunt testen. Aanbevolen worden om het systeme regelmag maar minimaal iedere drie maanden te testen.
Controller voordat u gaat testen of:
in alle door een PIR-bewegingsdetector bewaakte ruimtes gedurende 3 minuten geen beweging plaatsvindt.
- alle door een deur/raamcontactdetector bewaakte deuren/ramen zichn gesloten.
- alle baerijdeksels en behuizingen correct zijn geplaatst.
- Acveer iedere beveiligingsdetector door een met een PIR-bewegingsdetector bewaakte ruimte bennen te lopen of dooreen met een deur/raamcontactdetector bewaakte deur of raam te openen. Het bedieningspaneel gee eengeluidssignaal. De display toont de id-code van de zone waarvoordet detector is gecongureerd.
- Verwijder de baerijdeksels van de PIR-bewegingsdctoren en de deur/raamcontactdetoren om desabotageschakelaars te bedieren. Het bedieningsspaneel gee een geluidssignaal. De display toont 'ZOX TAMPER' [ZOX SABOTAGE].
- Acveer achetereenvolgens alle knoppen op de afstandsbediening (oponele accesoire). Het bedieningspaneel gee een geluidssignaal. De display toont een bericht volgens de onderstaande tabel:
| Onderdeel | Bericht |
| d | R01 DISARM [RO1 UITSCHAKELEN] |
| e | R01 PART ARM-1 [RO1 DEELS INSCHAKELEN-1] |
| f | R01 FULLY ARM [RO1 VOLLEDIG INSCHAKELEN] |
| ! | R01 PANIC [RO1 PANIEK] |
Opmerking: Als de baerij van een PIR-bewegingsdetector bijna leeg is, gee het bedieningspaneel een geluidssignaal en verschijnt 'ZOX BATTERY' [ZOX BATTERIJ] op de display.
6.1.2 RF-omgeving testen (RF ENVIRONMENT [RF-OMGEVING])
Als de radiofrequene worden verstoord, toont de displays 'ENVIRON . . . POOR' [OMGEVING . . . SLECHT].
6.1.3 Draadloze sirene service aan/uit (WIREFREE SIREN SERVICE ON/OFF [DRAADLOZE SIRENE SERVICE AAN/UIT])
De op zonne-energie werkende sirene hee een servicemodus die voorkomt dat de sabotageschakelaar een alarm genereert als de sirene van de wand worden verwijderd. Zet de sirene voordat u deze van de wand neemt op 'SERVICE MODE ON' [SERVICEMODUS AAN]. Zet de sirene na het verwangen van de baerijen en hetplaatsen van de sirene op 'SERVICE MODE OFF' [SERVICEMODUS UIT].
- Als u 'WIREFREE SIREN SERVICE OFF' [DRAADLOZE SIRENE SERVICE UIT] selecTeert, gee de sirene eén lange pieptoon gevolgd door twee korte pieptonen.
- Als u 'WIREFREE SIREN SERVICE AAN' [DRAADLOZE SIRENE SERVICE AAN] selecTeert, gee de sirene twee korte pieptonen gevolgd door een lange pieptoon.
6.1.4 Alarm testen (ALARM TEST [ALARM TESTEN])
- Selecteer 'RELAY TEST' [RELAIS TESTEN] om de externe permanent aangesloten relaiscontacten (NO/NC) te bedieren.
- Selecteer 'WIREFREE SIRENE TEST' [DRAADLOZE SIRENE TESTEN] om de externe op zone-energie werkende sirene te bedieren.
- Selecteer 'HARDWIRE SIREN TEST' [PERMANENT AANGESLOTEN SIRENE TESTEN] om de sirene op het bedieningspaneel en de externe permanent aangesloten sirene te bedieren.
6.1.5 Het bedieningspaneel reseen
Het bedieningspaneel keert Niet waar de standardfabrieksinstellenen terug, maar alle instellenen en ingeleerde apparaten worden uit het geheugen gewist.
- Druk op de knop

-
Voer de viercijferige pincode (Admin. [Systeembheeder]) in.
-
Druk op de knop.

-
Schakel de voeding maar de voedingsadapter UIT.
-
Verwijder het bedieningsspaneel van de wandbeugel.
- Koppel de voedingsadapter van het bedieningspaneel los.
- Verwijder de baerijdeksel.
- Koppel de reservebaerij los en verwijdher hem.
- Zet de koppeling van de verbindingsdraad P1 op aan.
- Plaats de reservebaerij en sluit hem aan.
- Plaats de baerijdeksel.
- Sluit de voedingsadapter op het bedieningspaneel aan.
- Schakel de voeding maar de voedingsadapter in. Het bedieningspaneel worden ingeschakeld. De display toont 'EEPROM RESET'. Na voltooiing van het proces verschijnt op de display 'DISARM READY' [UITSCHAKLEN GEREED].
- Zet de koppeling van de verbindingsdraad P1 opuit.
- Plaats het bedieningspaneel op de wandbeugel.
Opmerking: Leer na het reseen van het bedieningspaneel aljd eerst de apparaten wee in het bedieningspaneel in.
6.2 Programmeermodus (PROGRAM MODE [PROGRAMMEERMODUS])
U knot het systeem aan de hand van de instruces in de handleiding installeren of gebruik maken van de GlobalGuard pcinstallaesoware, beschikbaar via www.friedlandproducts.com.
U kunt met de pc-installaesoware alleen huisautomeringprogramma's, gebeurtenissen en jdschema's programmeren.
De huisautomaseringknoppen (I/II/III) op het bedieningspaneel können alleen via de pc-installaesoware worden geprogrammeerd.
Controleer als u gebruik maakt van de pc-installaesware of de pc en de IP-gateway opdezelfde router zich aangesloten.
Controleer als u gebruik maakt van een draadloze verbinding of de pc zich binnen het werkbereik van de router bevindt.
- Controller of het systemd in de uitgeschakelde modus staat.
- Druk op de knop
- Voer de viercijferige pincode (Admin. [Systeembheender]) in.
- Druk op de knop
Opmerking: Bij gebruikmaking van de pc-installaesware voor het wijzigen van de programme-instelling en worden het toetsenpaneel op het bedieningspaneel inacef (tenzij u de ESC-knop gedurende 3 seconden ingedrukt houdt).
6.2.1 Gebruiker instellen (USER SETUP [GEBRUIKER INSTELLEN])
| PROGRAM MODE [PROGRAMMEERMODUS] | 1. USER SETUP [GEBRUiker INSTELLEN] | ||||
| 1-1 ADMIN SETUP [SYSTEEMBEHERDER INSTELLEN] | :1 PIN CODE [PINCODE] | ENTER PIN: CODE [PINCODE INVOEREN]: | |||
| :2 NAME [NAAM] | ENTER NAME [NAAM INVOEREN] | ||||
| :3 REMOTE [OP APSTAND] | :3-1 LEARNING ID [ID INLEREN] | SEND DISARM. [UITSCHAKELEN VERZENDEN.] WAITING 30 SEC... [Wacht 30 SEC...] | |||
| :3-2 PANIC [PANIEK] | SELECT ON>*/ OFF># [SELECTTEER AAN>*/ UIT>#] | ||||
| :3-3 STATUS | SELECT ON>*/ OFF># [SELECTTEER AAN>*/ UIT>#] | ||||
| :3-4 DEL DATA [GEJEVENS WISSEN] | SELECT YES>*/ NO># [SELECTTEER JA>*/ NEE>#] | ||||
| 1-2 USER1 SETUP [GEBRUiker 1 INSTELLEN] | PIN CODE [PINCODE] | ENTER PIN: CODE [PINCODE INVOEREN]: | |||
| 1-3 USER2 SETUP [GEBRUiker 2 INSTELLEN] | PIN CODE [PINCODE] | ENTER PIN: CODE [PINCODE INVOEREN]: | |||
| 1-4 USER3 SETUP [GEBRUiker 3 INSTELLEN] | PIN CODE [PINCODE] | ENTER PIN: CODE [PINCODE INVOEREN]: | |||
| 1-5 USER4 SETUP [GEBRUiker 4 INSTELLEN] | PIN CODE [PINCODE] | ENTER PIN: CODE [PINCODE INVOEREN]: | |||
| 1-6 USER5 SETUP [GEBRUiker 5 INSTELLEN] | PIN CODE [PINCODE] | ENTER PIN: CODE [PINCODE INVOEREN]: | |||
| 1-7 USER6 SETUP [GEBRUiker 6 INSTELLEN] | PIN CODE [PINCODE] | ENTER PIN: CODE [PINCODE INVOEREN]: | |||
| 1-8 USER7 SETUP [GEBRUiker 7 INSTELLEN] | PIN CODE [PINCODE] | ENTER PIN: CODE [PINCODE INVOEREN]: | |||
| 1-9 DURESS CODE [BEDREIGINGSCODE] | ENTER PIN: CODE [PINCODE INVOEREN]: |
| Standaardinstellungen | |
| Onderdeel | Bericht |
| PIN CODE [PINCODE] | ADMIN: [SYSTEEMBEHEERDER:] 1234 |
| NAME [NAAM] | USER 1-7: [GEBRUAKER 1-7:] --- |
| REMOTE [OP AFSTAND] | --- |
| DURESS CODE [BEDREIGINGSCODE] | --- |
6.2.1.1 Pincode (PIN CODE [PINCODE])
Voor verschlende onderdelen kunt u verschlende pincodes instellen: Admin (ADMIN [SYSTEEMBEHERDER]) / User (USER [GEBRUiker]) / Duress code (DURESS CODE [BEDREIGINGSCODE]).
6.2.1.2 Bedreigingscode (DURESS CODE [BEDREIGINGSCODE])
Als het systeme met behulp van de bedreigingscode wordtuitgeschakeld, schakelt het systeem op de normale manier uit. Alle e-mailcontactpersonen in de online account krijgen een waarschuwing via de e-mail. Alle mobiele toestellen waarop de app draait, worden gewaarschuwd. Het betreende bedreigingsbericht worden verstuurd.
Opmerking: De bedreigingscode om contactpersonen te waarschuwen als een indringer het pand betreedt kan alleen via het bedieningspaneel worden ingevoerd.
6.2.1.3 Gebruikersnaam (NAME [NAAM])
De display toont de gebruikersnaam zodra het systeme door een bepaalde gebruiker wordt ingeschakeld ofuitgeschakeld. Het maximumaantal tekens voor iedere gebruiker is 15.
- Druk op de knop omussen leers en cijfers te schakelen.
- Klik op de knop om de cursoraar links te bewegen.
- Klik op de knop om de cursor waar rechts te bewegen.
- Klik op de knop on het teken onder de cursor te wissen.
- Houd de knop ingedrukt om alle karakters te wissen.
| Leers | Cijfers | Leers | Cijfers |
| . @ / : - _ → ^ | 1 | PQRS/pqrs | 7 |
| ABC/abc | 2 | TUV/tuv | 8 |
| DEF/def | 3 | WXYZ/wxyz | 9 |
| GHI/ghi | 4 | # $ % * + <> < > = [ ] ←→ . | 0 |
| JKL/jkl | 5 | !? -, ';() & " | ¥ | * |
| MNO/mno | 6 | # |
6.2.1.4 De afstandsbediening inleren (LEARNING ID [ID INLEREN])
Het bedieningspaneel kan maximaal 8 afstandsbedieningen inleren.
- Druk op de knop op de afstandsbediening. Het bedieningspaneel gee twee korte pieptonen. De display toont 'NEW DEVICE' [NIEUW APPARAAT].
Opmerking: Als de afstandsbediening al is gekoppeld, gee het bedieningspaneel een lange pieptoon.
- Druk binnen 15 seconden op de knop op de afstandsbediening om de id-code te bevesgen. Het bedieningspaneel gee drie korte pieptonen. De display toont 'DEVICE CONFIRMED' > 'SAVING NEW DEVICE' [APPARAAT BEVESTIGD > NIEUW APPARAAT OPSLAAN].
Opmerking: Als het bevesgingssignal niets binnen 15 seconden wordt ontvangen, gee het bedieningspaneel een langere pieptoon en verlaat de inleermodus.
| Bericht | Betekenis |
| LEARNING OK [INLEREN OK] | Het bedieningspaneel hee de id-code met succes ingeleerd. |
| TIME OUT [TIME-OUT] | Als u de knappen op het toetsenpaneel op afstand nicht binnen 60 seconden indrukt, vindt een me-out plaats. |
| ID DUPLICATE [DUBBELE ID] | Het bedieningspaneel hee bezelfde id-code al eerder ingeleerd. |
6.2.1.5 Persoonlijke aanvalsknop (PANIC [PANIEK])
Als u de personoonlje aanvalsnkop () bp de afstandsbediening indrukt, genereert het bedieningspaneel een alarm.
6.2.1.6 Status (STATUS)
De afstandsbediening bestuurt het bedieningspaneel als de afstandsbediening onverwachsutsuitvalt.
6.2.1.7 De afstandsbediening wissen (DEL DATA) [GEGEVENS WISSEN]
U kurz de instellingen van de afstandsbediening via het bedieningspaneel wissen.
6.2.2 Systemen instellen (SYSTEM SETUP [SYSTEEM INSTELLEN])
| PROGRAM MODE [PROGRAMMEERMODUS] | 2. SYSTEM SETUP (SYSTEEM INSTELLEN) | ||||
| 2-1 ALARM TIME [ALARMTUJSDUUR] | 10 SEC / 30 SEC / 1 MINUTE / 3 MINUTES / 10 MINUTES [10 SEC / 30 SEC / 1 MINUIT / 3 MINUTEN / 5 MINUTEN / 10 MINUTEN] | ||||
| 2-2 INT. SIREN [INT. SIRENE] | SELECT ON>*/ OFF># [SELECTER AAN>*/ UIT>#] | ||||
| 2-3 EXT. SIREN [EXT. SIRENE] | :3-1 WIREFREE SIREN [DRAADLOZE SIRENE] | :1-1 LINK PANEL TO SIREN [PANEL AAN SIRENE KOPPELEN] | SENDING ID CODE. [ID-CODE VERZENDEN.] WAIT 15S. [Wacht 15 S.] | ||
| :1-2 SIREN WORKING [SIRENE IN WORKING] | SELECT ON>*/ OFF># [SELECTER AAN>*/ UIT>#] | ||||
| :3-2 NIGHT ALARM [NACHTALARM] | SELECT ON>*/ OFF># [SELECTER AAN>*/ UIT>#] | ||||
| 2-4 ERROR BEEP [FOUTPIEPTOON] | 10 SEC / 30 SEC / 1 MINUTE / 2 MINUTES / 4 MINUTES / 10 MINUTEN / 4 MINUTEN / 10 MINUTEN] | ||||
| 2-5 RF JAMMING DETECTION [RF-BLOKKERINGSDETECTIE] | SELECT ON>*/ OFF># [SELECTER AAN>*/ UIT>#] | ||||
| 2-6 ALARM RELAY [ALARMRELAIIS] | PULSE 2 SEC / PULSE 30 SEC / PULSE 1 MINUTE / PULSE 3 MINUTES / PULSE 5 MINUTES / ON UNTIL DISARM [PULS 2 SEC / PULS 30 SEC / PULS 1 MINUIT / PULS 3 MINUTEN / PULS 5 MINUTEN / AAN TOT UITSCHAKELING] | ||||
| 2-7 ZONE LOCK [ZONEBLOKKERING] | SELECT ON>*/ OFF># [SELECTER AAN>*/ UIT>#] | ||||
| 2-8 PART ARM-I SETUP [DEELS INSCHAKELEN-I INSTellen] | :9-1 EXIT DELAY [UITGANGSVVERTRAGING] | SELECT ON>*/ OFF># [SELECTER AAN>*/ UIT>#] | |||
| :9-2 ENTRY DELAY BEEP [PIEPTOON VOOR BINNENKOMSTVERTRAGING] | SELECT ON>*/ OFF># [SELECTER AAN>*/ UIT>#] | ||||
| :9-3 EXIT DELAY BEEP [PIEPTOON VOOR UITGANGSVVERTRAGING] | SELECT ON>*/ OFF># [SELECTER AAN>*/ UIT>#] | ||||
| 2-9 PART ARM-II SETUP [DEELS INSCHAKELEN-II INSTellen] | :10-1 EXIT DELAY [UITGANGSVVERTRAGING] | SELECT ON>*/ OFF># [SELECTER AAN>*/ UIT>#] | |||
| :10-2 ENTRY DELAY BEEP [PIEPTOON VOOR BINNENKOMSTVERTRAGING] | SELECT ON>*/ OFF># [SELECTER AAN>*/ UIT>#] | ||||
| :10-3 EXIT DELAY BEEP [PIEPTOON VOOR UITGANGSVVERTRAGING] | SELECT ON>*/ OFF># [SELECTER AAN>*/ UIT>#] | ||||
| 2-10 FULLY ARM SETUP [VOLLEDIG INSCHAKELEN INSTellen] | :11-1 EXIT DELAY [UITGANGSVVERTRAGING] | SELECT ON>*/ OFF># [SELECTER AAN>*/ UIT>#] | |||
| :11-2 ENTRY DELAY BEEP [PIEPTOON VOOR BINNENKOMSTVERTRAGING] | SELECT ON>*/ OFF># [SELECTER AAN>*/ UIT>#] | ||||
| :11-3 EXIT DELAY BEEP [PIEPTOON VOOR UITGANGSVVERTRAGING] | SELECT ON>*/ OFF># [SELECTER AAN>*/ UIT>#] | ||||
| 2-11 HOLIDAY ARM SETUP [VAKANTIE-INSCHAKELING INSTellen] | :12-1 EXIT DELAY [UITGANGSVVERTRAGING] | SELECT ON>*/ OFF># [SELECTER AAN>*/ UIT>#] | |||
| :12-2 ENTRY DELAY BEEP [PIEPTOON VOOR BINNENKOMSTVERTRAGING] | SELECT ON>*/ OFF># [SELECTER AAN>*/ UIT>#] | ||||
| :12-3 EXIT DELAY BEEP [PIEPTOON VOOR UITGANGSVVERTRAGING] | SELECT ON>*/ OFF># [SELECTER AAN>*/ UIT>#] | ||||
| 2-12 DATE [DATUM] | DD/MM/YY [DD/MM/JJ] | ||||
| 2-13 TIME [TUD] | HH:MM:SS [UU:MM:SS] | ||||
| :2-14 WIREFREE KEYPAD [DRAADLOOS TOFTSEN,PANEL] | :1 WIREFREE KEYPAD 1 [DRAADLOOS TOFTSEN,PANEL 1] | :1 LEARNING ID [ID INLEREN] | SEND DISARM. [UITSCHAKELEN VERZENDEN.] WAITING 30 SEC... [Wacht 30 SEC...] | ||
| :2 KEYPAD WORK. [TOETSNSPANEL WERKT] | SELECT ON>*/ OFF># [SELECTER AAN>*/ UIT>#] | ||||
| :3 DEL KEYPAD [TOETSNSPANEL WISSEN] | SELECT YES>*/ NO># [SELECTER JA>*/ NEE>#] | ||||
| :2 WIREFREE KEYPAD 2 [DRAADLOOS TOETSENPANEL 2] | :1 LEARNING ID [ID INLEREN] | SEND DISARM. [UITSCHAKELEN VERZENDEN.] WAITING 30 SEC... [Wacht 30 SEC...] | |||
| :2 KEYPAD WORK [TOETSENPANEL WERKT] | SELECT ON>*/ OFF># [SELECTER AAN>*/ UIT>#] | ||||
| :3 DEL KEYPAD [TOETSENPANEL WISSEN] | SELECT YES>*/ NO># [SELECTER IA>*/ NEF>#] | ||||
| :3 WIREFREE KEYPAD 3 [DRAADLOOS TOETSENPANEL 3] | :1 LEARNING ID [ID INLEREN] | SEND DISARM. [UITSCHAKELEN VERZENDEN.] WAITING 30 SEC... [Wacht 30 SEC...] | |||
| :2 KEYPAD WORK [TOETSENPANEL WERKT] | SELECT ON>*/ OFF># [SELECTER AAN>*/ UIT>#] | ||||
| :3 DEL KEYPAD [TOETSENPANEL WISSEN] | SELECT YES>*/ NO># [SELECTER IA>*/ NEF>#] | ||||
| :4 WIREFREE KEYPAD 4 [DRAADLOOS TOETSENPANEL 4] | :1 LEARNING ID [ID INLEREN] | SEND DISARM. [UITSCHAKELEN VERZENDEN.] WAITING 30 SEC... [Wacht 30 SEC...] | |||
| :2 KEYPAD WORK [TOETSENPANEL WERKT] | SELECT ON>*/ OFF># [SELECTER AAN>*/ UIT>#] | ||||
| :3 DEL KEYPAD [TOETSEMNPANEL WISSEN] | SELECT YES>*/ NO># [SELECTER IA>*/ NEF>#] | ||||
| :5 WIREFREE KEYPAD 5 [DRAADLOOS TOETSENPANEL 5] | :1 LEARNING ID [ID INLEREN] | SEND DISARM. [UITSCHAKELEN VERZENDEN.] WAITING 30 SEC... [Wacht 30 SEC...] | |||
| :2 KEYPAD WORK [TOETSENPANEL WERKT] | SELECT ON>*/ OFF># [SELECTER AAN>*/ UIT>#] | ||||
| :3 DEL KEYPAD [TOETSINPANEL WISSEN] | SELECT YES>*/ NO># [SELECTER IA>*/ NEF>#] | ||||
| :6 WIREFREE KEYPAD 6 [DRAADLOOS TOETSENPANEL 6] | :1 LEARNING ID [ID INLEREN] | SEND DISARM. [UITSCHAKELEN VERZENDEN.] WAITING 30 SEC... [Wacht 30 SEC...] | |||
| :2 KEYPAD WORK [TOETSENPANEL WERKT] | SELECT ON>*/ OFF># [SELECTER AAN>*/ UIT>#] | ||||
| :3 DEL KEYPAD [TOETSELNPANEL WISSEN] | SELECT YES>*/ NO># [SELECTER IA>*/ NEF>#] | ||||
| 2-15 LINK PANEL TO SPECTRA [PANEL AAN SPECTRA KOPPELEN] | SENDING ID CODE. [ID CODE VERZENDEN.] WAIT 55. [Wacht 5 S] | ||||
| 2-16 LIGHTING SETUP [VERLICHTING INSTellen] | :1 OPERATING MODE [BEDRIJFSMODUS] | TIME / 24-HOUR / OFF [TIJSDDUUR / 24 UUR / UIT] | |||
| :2 LAMP ON TIME [TIJSDDUUR LAMP AAN] | 1 MINUTE / 3 MINUTES / 5 MINUTES / 10 MINUTES / 30 MINUTES / 60 MINUTES [1 MINUIT / 3 MINUTEN / 5 MINUTEN / 10 MINUTEN / 30 MINUTEN / 60 MINUTEN] | ||||
| 2-17 LANGUAGE SETUP [TAAL INSTellen] | :1 ENGLISH [ENGELS] | SELECT ON>*/ OFF># [SELECTER AAN>*/ UIT># | |||
| :2 GERMAN [DUITS] | SELECT ON>*/ OFF># [SELECTER AAN>*/ UIT># | ||||
| Standaardinstellungen | |
| Onderdeel | |
| ALARM TIME [ALARMTIJDSDUUR] | |
| INT. SIREN [INT. SIRENE] | |
| EXT. SIREN [EXT. SIRENE] | WIREFREE SIREN [DRAADLOZE SIRENE] |
| NIGHT ALARM [NACHTALARM] | |
| ERROR BEEP [PIEPTOON VOOR FOUT] | |
| RF JAMMING DETECTION [DETECTIE RF-BLOKKERING] | |
| ALARM RELAY [ALARMRELAIIS] | |
| ZONE LOCK [ZONEBLOKKERING] | |
| PART ARM-I SETUP [DEELS INSCHAKELEN-I INSTELLEN] | |
| PART ARM-II SETUP [DEELS INSCHAKELEN-II INSTELLEN] | |
| FULLY ARM SETUP [VOLLEDIG INSCHAKELEN INSTELLEN] | |
| HOLIDAY ARM SETUP [VAKANTIE INSCHAKELING INSTELLEN] | |
| DATE [DATUM] | |
| TIME [TIUD] | |
| WIREFREE KEYPAD [DRAADLOOS TOETSEN PANEL] | |
| LINK PANEL TO SPECTRA [PANEL AAN SPECTRA KOPPELEN] | |
| LIGHTING SETUP [VERLICHTING INSTELLEN] | |
| LANGUAGE SETUP [TAAL INSTELLEN] | |
6.2.2.1 Alarmjdsduur (ALAR TIME [ALARTIJDSDUUR])
U kunt de jdsduur voor het klinken van het alarm na acvering instellen.
U kunt de interne sirene in- en uitschakelen.
U kunt de externe sirene in- en uitschakelen.
6.2.2.4 Externe sirene (EXT.SIREN [EXT.SIRENE])-Nachtalarm (NIGHT ALARM [NACHTALARM])
U kunt voorkomen dat het bedieningspaneel tussen 22:00 en 06:00 eer een volledige alarmstituae genereert, zodat het geluid van het alarm de omgeving Niet stoort. Als de funce worden uitgeschakeld, klinkt geen alarm tessen 22:00 en 06:00uur.
6.2.2.5 Foutpieptoon (ERROR BEEP [FOUTPIEPTOON])
In geval van een afwijkende situae knippert de gebeurtenissenlogboekindicator en gee het bedieningspaneel een fouptpieptoon.
Als de gebeurtenissenlogboekindicator knippert verwijl het systeme is uitgeschakeld en het bedieningspaneel af en toe een pieptoon gee, betekent dit dat zich een alarmsituae hee voorgedaan. Open het gebeurtenissenlogboek om de gebeurtenissenlogboekindicator te laten ophonden met knipperen en het piepen van het bedieningspaneel te stoppen.
Opmerking: Het bedieningspaneel gee geen foulpieptoon tussen 22:00 en 06:00 ur.
6.2.2.6 Detecce van radiofrequeneblokkering (RF JAMMING DETECTION [RF-BLOKKERINGSDETECTIE])
De detece van radiofrequeneblokkering zoekt connu waar signalen van radiofrequeneblokkering op de bedrijfsfrequene van het system.
6.2.2.7 Alarmrelais (ALARM RELAY [ALARMRELAI5])
U kunt de jdsduur voor de werkig van de externe permanent aangesloten relaiscontacten na het genereren van een alarm instellen.
6.2.2.8 Zoneblokkering (ZONE LOCKOUT [ZONEBLOKKERING])
U kurz voorkomen dat een zoneeer dan driemaal een alarm genereert voordat het systeem wordt uitgeschakeld.
6.2.2.9 Deels inschakelen-I instellen (PART ARM-I SETUP [DEELS INSCHAKELEN-I INSTELLLEN])
U kunt instellen na hoeveel jd de uitgangsvertraging verstrijkt als het systeme in de modus 'Part Arm-l' [Deels inschakelen-I] staat.
6.2.2.10 Deels inschakelen-II instellen (PART ARM-II SETUP [DEELS INSCHAKELEN-II INSTELLLEN])
U kunt instellen na hoeveel jd de uitgangsvertraging verstrekt als het systeme in de modus 'Part Arm-II' [Deels inschakenen-II] staat.
6.2.2.11 Volledig inschakelen instellen (FULLY ARM SETUP [VOLLEDIG INSCHAKLEN INSTELLEN])
U kunt instellen na hoeveel jd de uitgangsvertraging verstrekt als het systeme in de modus 'Fully Arm' [Volledig inschaken] staat.
6.2.2.12 Vakane-inschakeling instellen (HOLIDAY ARM SETUP [VAKANTIE-INSCHAKELING INSTELLEN])
U kunt instellen na hoeveel jd de uitgangsvertraging verstrijk als het systeme in de modus 'Holiday Arm' [Vakaneinschakeling] staat.
6.2.2.13 Datum (DATE [DATUM])
U kunt de huidige datum instellen.
6.2.2.14 Tijd (TIME [TIJD])
U kunt de huidige jd instellen.
6.2.2.15 Toetsenpaneel op afstand (WIREFREE KEYPAD [DRAADLOOS TOETSENPANEEL])
Het bedieningspaneel kan maximaal 6 toetsenpanelen op afstand inleren.
1. Het toetsenpaneel op afstand inleren (LEARNING ID [ID INLEREN])
a) Voer de viercijferige id-code in en druk op de knop op het toetspaneel op afstand. Het bedieningspaneel gee twee korte pieptonen. De display toont 'NEW DEVICE' [NIEUW APPARAAT].
Opmerking: Als de afstandsbediening al is gekoppeld, gee het bedieningspaneel een lange pieptoon.
b) Voer de viercijferige id-code in en druk binnen 15 seconden op de knop op het toetspanel op afstand om de id-code te bevesgen. Het bedieningspaneel gee drie korte pieptonen. De display toont 'DEVICE CONFIRMED' > 'SAVING NEW DEVICE' [APPARAAT BEVESTIGD > NIEUW APPARAAT OPSLAAN].
Opmerking: Als het bevesgingssignal niets binnen 15 secon den wordt ontvangen, gee het bedieningspaneel een lang pieptoon en verlaat de inleermodus.
| Bericht | Betekenis |
| LEARNING OK [INLEREN OK] | Het bedieningspaneel hee de id-code met succes ingeleerd. |
| TIME OUT [TIME-OUT] | Als u de knappen op het toetsenpaneel op afstand nicht binnen 60 seconden indrukt, vindt een me-out plaats. |
| ID DUPLICATE [DUBBELE ID] | Het bedieningspaneel heedezelfde id-code al erder ingeleerd. |
2. Het toetsenpaneel op afstand in- en uitschakelen (KEYPAD WORK [TOETSENPANEEL WERKT])
U kunt een toetsenpaneel op afstand in- en uitschakelen.
3. De afstandsbediening wissen (DEL KEYPAD [TOETSENPANEEL WISSEN])
U kunt de instellingen van het toetsenpaneel op afstand van het bedieningspaneel wissen.
6.2.2.16 Het bedieningspaneel aan de ontvanger van de Spectra-verlichng koppelen (LINK PANEL TO SPECTRA [PANEL AAN SPECTRA KOPPELEN] (oponeel)
Druk als de Spectra-ontvanger in de testmodus staat op de knop om het bedieningspaneel aan de ontvanger van de Spectra-verlichng te koppelen.
6.2.2.17 Verlichng voor de ontvanger van de Spectra-verlichng instellen (LIGHTING SETUP [VERLICHTING INSTELLEN]) (oponeel)
U kurz de bedrijfsmodus (OPERATION MODE [BEDRIJFSMODUS]) en de jdsduur dat de lamp brandt (LAMP-ON TIME [TIJDSDUUR LAMP AAN]) voor de ontvanger van de Spectra-verlichng instellen.
Als het bedieningspaneel aan een ontvanger van de Spectra-verlichng is aangesloten en de besturing van de Spectraverlichng worden ingeschakeld, schakelt iedere alarmstituae (behalte brandalarmen) de gekoppelde verlichng in gedurende ingestelde jdsduur voor lamp aan.
Opmerking: U kurz de beginjd en de eindjd alleen met behulp van de GlobalGuard pc-installaesoware instellen.
Als de Spectra-verlichng voor 24 eer wordt gecongureerd, worden de lampen op ieder jdsp dat zich een alarmsituae voordoet geacveerd. Bij concuerae van de Spectra-verlichng voor jdebsturing worden de lampen alleen geacveerd als zich voor de geprogrammeerde stopjd of na de geprogrammeerde beginjd een alarmsituae voordoet. Als de alarmsituae zichussen de eindjd en de beginjd voordoet, worden de lampen nicht geacveerd.
6.2.2.18 Taal instellen
U kunt de displaytaal voor het bedieningspaneel instellen.
Opmerking: Het bedieningspaneel kan alleen de Engelse taal weergeven. De Duitse taal za in de nabijie toekomst worden toegevoegd.
6.2.3 Beveiligingsdetectorzone instellen (SECURITY DETECTOR ZONE [BEVEILIGINGSDETECTORZONE])
| PROGRAM MODE [PROGRAMMEERMODUS] | 3. SECURITY DETECTOR ZONE [BEVELIGINGSDETECTORZONE] | ||||
| Draadloze detectorzones: | 3-1 WIRELESS DETECTOR ZONE [DRAADLOZE DETECTORZONE] | INPUT (01-32) DETECTOR ZONE [DETECTORZONENVOEREN (01-32)] | :1 LEARNING ID [ID INLEREN] | SEND CODE. [CODE VERZENDEN.] WAITING 305...[WACHT 305...] | |
| Bedrade detectorzones: | 3-2 WIED DETECTOR ZONE [BEDRADE DETECTORZONE] | INPUT (33-36) DETECTOR ZONE [DETECTORZONENVOEREN (33-36)] | :1 WIED ZONE [BEDRADE ZONE] | ||
| :2 LOCATION [LOCATIE] | NONE / FRONT DOOR / BACK DOOR / PATIO DOOR / DINING ROOM / LIVING ROOM / LOUNGE / STUDY / PLAY ROOM / KITCHEN / UTILITY ROOM / HALL / LANDING / BEDROOM 1 / BEDROOM 2 / BEDROOM 3 / BEDROOM 4 / BEDROOM 5 / SHED / GARAGE / PIR / MAG / SMOKE 1 / SMOKE 2 / SMOKE 3 [GEEN / VOORDEUR / ACHTERDEUR / TERRASDEUR / EETKAMER / WOONKAMER / ZITKAMER / STUDEERKAMER / SPEELKAMER / KEUKEN / BIKEUKEN / HAL / OVERLOOP / SLAAPKAMER 1 / SLAAPKAMER 2 / SLAAPKAMER 3 / SLAAPKAMER 4 / SLAAPKAMER 5 / SCHUUR / GARAGE / PIR / MAG / ROOK 1 / ROOK 2 / ROOK 3] | ||||
| :3 MODEL TYPE [MODELTYPE] | PIR DETECTOR / DOOR CONTACT / FIRE/SMOKE / FLOOD DETECTOR / GAS DETECTOR / CO DETECTOR / EMERGENCY UNIT [PIR DETECTOR / DEURCONTACT / BRAND/ROOKDECTECTOR / OVERSTROMINGSDETECTOR / GASDETECTOR / CO-DETECTOR / NOODUITGANG] | ||||
| :4 SECURITY TYPE [BEVELIGINGSTYPE] | INTRUDER / 24 HR INTRUDER / FIRE / TEST / PANIC/PA [INDRINGER / 24 UUR INDRINGER / BRAND / TEST/ PANIEK/PA] | ||||
| :5 CHIME MODE [GELUIDSSIGNAAI MODUS] | SELECT ON*/OFF/#[SELECTER AN*N*/UIT>#] | ||||
| :6 PART-ARM-I [DEELS INSCHAKLEN-I] | SELECT ON*/OFF/#[SELECTER AN*N*/UIT>#] | ||||
| :7 PART-ARM-II [DEELS INSCHAKLEN-II] | SELECT ON*/OFF/#[SELECTER AN*N*/UIT>#] | ||||
| :8 DETECTOR STATUS [DETECTORSTATUS] | SELECT ON*/OFF/#[SELECTER AN*N*/UIT>#] | ||||
| :9 DETECTOR REMOVE [DETECTOR VERWIDEREN] | SELECT YES*/NO##[SELECTER AN*N*/NEE>#] | ||||
| :10 SIREN AT TRIGGER [SIRENE BJJ TRIGGER] | SELECT ON*/OFF/#[SELECTER AN*N*/UIT>#] | ||||
| :11 ENTRY DELAY [BINNNKOMSTVERTRAGING] | SELECT ON*/OFF/#[SELECTER AN*N*/UIT>#] |
| Standaardinstellungen | ||
| Onderdeel | Bericht | |
| LEARNING ID [ID INLEREN] | --- | |
| WIRED ZONE [BEDRADE ZONE] | OFF [UIT] | |
| LOCATION [LOCATIE] | NONE [GREEN] | |
| MODEL TYPE [MODELTYPE] | NONE [GREEN] | |
| SECURITY TYPE [BEVEILLIGINGSTYLE] | INTRUDER [INDRINGER] | |
| CHIME MODE [GELUIDSSIGNAALMODUS] | OFF [UIT] | |
| PART-ARM-I [DEELS-INSCHAKLEN-I] | OFF [UIT] | |
| PART-ARM-II | OFF [UIT] | |
| DETECTOR STATUS [DETECTORSTATUS] | OFF [UIT] | |
| DETECTOR REMOVE [DETECTOR VERWIEDEREN] | --- | |
| SIREN AT TRIGGER [SIRENE BJJ TRIGGER] | ON [AAN] | |
| ENTRY DELAY [BINNENKOMSTVERTRAGING] | Zones 1-2 | DELAYED 030 SECONDS [030 SECONDEN VERTRAGING] |
| Zones 3-36 | INSTANT 030 SECONDS [DIRECT 030 SECONDEN] | |
6.2.3.1 De beveiligingsdetector inleren (LEARNING ID [ID INLEREN])
Het bedieningspaneel kan maximaal 32 draadloze 868 MHz deur/raamcontactdetectoren of PIR-bewegingsdctectoren inleren. Het bedieningspaneel kan maximaal 4 bedrade beeiligingsdctectoren inleren.
- Druk op de sabotageschakelaar op de beveiligingsdetector.
- Druk na 2 seconden nogmaals op de sabotageschakelaar op de beveiligingsdetector om de id-code te bevesgen.
Opmerking: Als het bevesgingssignal niets bennen 15 seconden wordt ontvangen, gee het bedieningspaneel een langere pieptoon en verlaat de inleermodus.
Opmerking: Als de beveiligingsdetector al is gekoppeld, gee het bedieningspaneel eén lange pieptoon.
| Bericht | Betekenis |
| LEARNING OK [INLEREN OK] | Het bedieningspaneel hee de id-code met succes ingeleerd. |
| TIME OUT [TIME-OUT] | Als u de sabotageschakelaar op de beveiligingsdetector Niet binnen 60 seconden indrukt, vindt een me-out plaats. |
| ID DUPLICATE [DUBBELE ID] | Het bedieningspaneel hee bezelfde id-code al eerder ingeleerd. |
6.2.3.2 Locale (LOCATION [LOCATIE])
U kunt de locaevoor de beveiligingsdetector instellen.
6.2.3.3 Modeltype (MODEL TYPE [MODELTYPE])
U kunth het modeltype voor de beveiligingsdetector instellen.
6.2.3.4 Beveiligingstype (SECURITY TYPE [BEVEILLIGINGSTYPE])
U kunt het beveiligingstype voor de beveiligingsdetector instellen.
| Beweiligungstype | Funce |
| INTRUDER [INDRINGER] | Standaardbewaking gegen indringers met inschakelfuncnces. |
| 24 HR INTRUDER [24 UUR INDRINGER] | 24-uurs bewaking van ruimtes die connu beweiling vereisen, zichs als het systeme isuitgeschakeld. Bij acvering van een beweiligingsdetector worden onmiddelijk een volledige alarmsituae gegeneerd. |
| FIRE [BRAND] | 24-uurs bewaking van alle op het systeme aangesloten brand/rookdetectors. Bij acvering van een beweiligingsdetector worden onmiddelijk een volledige alarmsituae gegeneerd. |
| TEST | Als het systeme is ingeschakeld, za een willekeurige detectorinstalling geen alarmgenereren, maar wel een gebeurtenis in het gebeurtenissenlogboek.Alle e-mailcontactpersonen in de online account krijgen een waarschuwing via dee-mail. Alle mobiele toestellen waarop de app draait, worden gewaarschuwd. |
| PANIC/PA [PANIEK/PA] | Het bedieningspaneel hee bezelfde id-code al eerder ingeleerd. |
6.2.3.5 Geluidssignaalmodus (CHIME MODE [GELUIDSSIGNAAALMODUS])
U kurz de geluidssignaalmodus voor een beveiligingsdetector in- en uitschakelen.
6.2.3.6 Deels inschakelen-I instellen (PART-ARM-I [DEELS INSCHAKELEN-II])
Als het systemd op 'Part Arm-I' [Deels inschakelen-l] is ingesteld,kest u de detectorzone in- en uitschakelen.
6.2.3.7 Deels inschakelen-II instellen (PART-ARM-II [DEELS INSCHAKELEN-II])
Als het systemd op 'Part Arm-II' [Deels inschakenen-II] is ingesteld,kest u de detectorzone in- en uitschaken.
6.2.3.8 Detectorstatus (DETECTOR STATUS [DETECTORSTATUS])
U kurz de werking van de beveiligingsdetector in- en uitschakelen.
6.2.3.9 De beveiligingsdetector wissen (DETECTOR REMOVE) [DETECTOR VERWIEDEREN]
U kurz deinstallingen van de beveiligingsdetector van het bedieningspaneel wissen.
6.2.3.10 Sirene bij trigger (SIREN AT TRIGGER [SIRENE BJJ TRIGGER])
U kunt instellen of het bedieningsspaneel bij acvering van de beveiligingsdetector een geluidssignal aan gee of sl wordt.
6.2.3.11 Binnenkomstvertraging (ENTRY DELAY [BINNENKOMSTVERTRAGING])
U kunt de binnenkomstvertraging voor het systeme instellen als het systeme is ingeschakeld. De binnenkomstvertragingsjd is de jd tussen het acveren van een met een vertraging gecongureerde beveiligingsdetector en het genereren van een alarm. De binnenkomstvertraging beinvoedt alle inschakelmodi en kan nicht langer voor afzonderlijke modi worden gecongureerd.
6.2.4 Huisautomasing instellen (HOME AUTO. [HUIS AUTO.])
| PROGRAM MODE [PROGRAMMEERMODUS] | 4. HOME AUTO. [HUIS AUTO.] | ||||
| 4-1 HOME AUTO. CONTROL SETUP [BESTURING HUIS AUTO. INSTellenLEN] | INPUT (01-32) CONT. NUMBER [BESTURINGSNUMMER INVOEREN (01-32)] | :1 LINK PANEL TO CONTROL [PANEEL AAN BESTURING KOPPELEN] | SENDING ID CODE. [ID-CODE VERZENDEN.] WAIT 2S. [Wacht 2 S.] | ||
| :2 ALL ON [ALLES AAN] | SELECT ON>*/ OFF># [SELECTER AAN>*/ UIT>#] | ||||
| :3 REMOTE ACCESS [TOEGANG OP APSTAND] | SELECT ON>*/ OFF># [SELECTER AAN>*/ UIT>#] | ||||
| :4 MODEL TYPE [MODELTYPE] | DIMMER / SWITCH DEVICE / CURTAIN SWITCH [DIMMER / SCHAKELINRICHTING / GORDIUNSCHAKELAAR] | ||||
| :5 CONT. STATUS [BESTURINGSSTATUS] | SELECT ON>*/ OFF># [SELECTER AAN>*/ UIT>#] | ||||
| :6 CONT. REMOVE [BESTURING VERWUIDEREN] | SELECT YES>*/ NO># [SELECTER JA>*/ NEE>#] | ||||
| 4-2 HOME AUTO. REMOTE/SENSOR [HUIS AUTO. OP AFSTAND/SENSOR] | INPUT (01-32) DEVICE NUMBER [APPARAATNUMMER INVOEREN (01-32)] | :1 LEARNING ID [ID INLEREN] | WAIT LEARNING... [Wacht OP INLEREN...] | ||
| :2 DEVICE STATUS [APPARAATSTATUS] | SELECT ON>*/ OFF># [SELECTER AAN>*/ UIT>#] | ||||
| :3 DEVICE REMOVE [APPARAATVERWUIDEREN] | SELECT YES>*/ NO># [SELECTER JA>*/ NEE>#] |
| Standaardinstellungen | |
| Onderdeel | Bericht |
| HOME AUTO. CONTROL SETUP [BESTURING HUIS AUTO. INSTellen] | |
| LINK PANEL TO CONTROL [PANEL AAN BESTURING KOPPELEN] | --- |
| ALL ON [ALLES AAN] | OFF [UIT] |
| REMOTE ACCESS [TOEGANG OP AFSTAND] | ON [AAN] |
| MODEL TYPE [MODELTYPE] | NONE [GREEN] |
| CONT. STATUS [BESTURINGSSTATUS] | OFF [UIT] |
| CONT. REMOVE [BESTURING VERWIDEREN] | --- |
| HOME AUTO. REMOTE/SENSOR [HUIS AUTO. OP AFSTAND/SENSOR] | |
| LEARNING ID [ID INLEREN] | --- |
| DETECTOR STATUS [DETECTORSTATUS] | OFF [UIT] |
| DETECTOR REMOVE [DETECTOR VERWIDEREN] | --- |
6.2.4.1 Huisautomaseringbesturing instellen (type ontvanger van apparaten) (HOME AUTO.CONTROL SETUP [BESTURING HUIS AUTO. INSTELLEN])
De möglichkeit betre uitsluitend het gebruik van het type ontvanger van apparaten.
6.2.4.1.1 De ontvanger inleren (LINK PANEL TO CONTROL [PANEL AAN BESTURING KOPPELEN])
Het bedieningspaneel kan maximaal 32 ontvangers voor huisautomasingbesturing inleren.
Houd de inleerknop op de ontvanger 3 seconden ingedrukt. De inleerindicator knippert snel. De inleerindicator op de ontvanger stopt na bevesging van de id-code van het bedieningspaneel met knipperen.
| Bericht | Betekenis |
| SENDING ID CODE WAIT 2S [ID-CODE VERZENDEN Wacht 2 S] | De id-code is vanuit het bedieningspaneel verzonden. |
| WAIT 2 SECONDS TEST [Wacht 2 SECONDEN OP TEST] | De ontvanger hee de id-code ingeleerd. De ontvanger schakelt eenmaal automasch in en uit. |
6.2.4.1.2 Alle ontvangers in- en uitschakelen (ALL ON [ALLES AAN])
U kunt alle ontvangers van de huisautomasingbesturing van de groep in- en uitschakelen.
6.2.4.1.3 Toegang op afstand (REMOTE ACCESS [TOEGANG OP AFSTAND])
U knot toegang op afstand maar en besturing van de ontvangers van de huisautomasingbesturing in- en uitschakelen.
Voorbeeld: Als de ontvanger van de huisautomaseringbesturing op een koezetapparaat is aangesloten en de toegang op afstand worden ingeschakeld, dan zal het koezetapparaat via de online GlobalGuard-sware of via de GlobalGuard app inschaken.
Opmerking: Zet als het op de ontvanger van de huisautomeringbesturing aangesloten apparaat jdens bedrijf uw aandacht vereist de toegang op afstand op 'OFF' [UIT].
6.2.4.1.4 Modeltype (MODEL TYPE [MODELTYPE])
U kunt het modeltype voor de huisautomasingbesturing instellen.
6.2.4.1.5 Status van de huisautomasingbesturing (CONT. STATUS [BESTURINGSSTATUS])
U kunt de werking van de ontvanger van de huisautomasingbesturing in- en uitschakelen.
6.2.4.1.6 De huisautomeringbesturing wissen (CONT. REMOVE [BESTURING VERWIJDEREN])
U kunst de instellenen van de ontvanger van de huisautomasingbesturing van het bedieningspaneel wissen.
6.2.4.2 Huisautomasingbesturing instellen (type zender van apparaten) (HOME AUTO. REMOTE/SENSOR [HUIS AUTO. OP AFSTAND/SENS
De möglichkeit betre uitsluitend het gebruik van het zendertype van apparaten.
6.2.4.2.1 De zender inleren (LEARNING ID [ID INLEREN])
Het bedieningspaneel kan maximaal 32 zenders voor huisautomasingbesturing inleren.
- Houd de inleerknop op de zender 3 seconden ingedrukt.
| Bericht | Betekenis |
| LEARNING OK [INLEREN OK] | Het bedieningspaneel hee de id-code met succes ingeleerd. |
| TIME OUT [TIME-OUT] | Als u de inleerknop op de zender nicht binnen 30 seconden indrukt, vindt een me-out plaats. |
| ID DUPLICATE [DUBBELE ID] | Het bedieningspaneel heedezelfde id-code al erder ingeleerd. |
6.2.4.2.2 Apparatusstatus (DEVICE STATUS [APPARAATSTATUS])
U kunt de werkung van de zender van de huisautomasingbesturing in- en uitschakelen.
6.2.4.2.3 Het apparatus wissen (DEVICE REMOVE) [APPARAAT VERWIJDEREN]
U kunt de instellenen van de zender van de huisautomasingbesturing van het bedieningspaneel wissen.
6.2.5 Communicaeapparaat instellen (COMMS)
De möglichkheid betre uitsluitend het gebruik van het type zender/ontvanger van apparaten. Het type zender/ontvanger van apparaten worden gezruikt om met het bedieningspaneel te communiceren om toegang op afstand, besturing en conguraemogelijk te makeen.
Opmerking: De geleverde IP-gateway, die vooraf aan het bedieningspaneel is gekoppeld, is een voorbeeld van een communicaeapparaat.
| PROGRAM MODE [PROGRAMMEERMODUS] | 5. COMMS [COMMUNICATIE] | ||||
| 5-1 COMMMS SETUP [COMMUNICATIE INSTellen] | INPUT (01-12) C DEVICE NO. [COMM. APPARAATNR. INVOEREN (01-12)] | :1 MODEL TYPE [MODELTYPE] | |||
| :2 LEARNING ID [ID INLEREN] | WAIT LEARNING... [Wacht OP INLEREN...] | ||||
| :3 DEVICE STATUS [APPARAATSTATUS] | SELECT ON>*/ OFF>#[SELECTEER AAN>*/ UHT>#] | ||||
| :4 DEVICE REMOVE [APPARAAT VERWIJDEREN] | SELECT YES>*/ NO>#[SELECTEER JA>*/ NEE>#] |
| Standaardinstellungen | |
| Onderdeel | Bericht |
| MODEL TYPE [MODELTYPE] | --- |
| LEARNING ID [ID INLEREN] | --- |
| DEVICE STATUS [APPARAATSTATUS] | OFF [UIT] |
6.2.5.1 Modeltype (MODEL TYPE [MODELTYPE])
U kunt het modeltype voor het communicaeapparaat instellen.
6.2.5.2 De zender/ontvanger inleren (LEARNING ID [ID INLEREN])
Het bedieningspaneel kan maximaal 12 communicaeapparaten inleren.
- Houd de inleerknop op de zender/ontvanger 3 seconden ingedrukt.
| Bericht | Betekenis |
| LEARNING OK [INLEREN OK] | Het bedieningspaneel hee de id-code met succes ingeleerd. |
| TIME OUT [TIME-OUT] | Als u de inleerknop op de zender/ontvanger nicht binnen 30 seconden indrukt, vindt een me-out plaats. |
| ID DUPLICATE [DUBBELE ID] | Het bedieningspaneel heedezelfde id-code al erder ingeleerd. |
6.2.5.3 Apparaatstatus (DEVICE STATUS [APPARAATSTATUS])
U kurz de werkung van het communicaeapparaat in- en uitschakelen.
Opmerking: Na koppeling van een communicaeapparaat aan het bedieningspaneel verandert de apparaatstatus automasch in 'ON' [AAN].
6.2.5.4 Het apparatus wissen (DEVICE REMOVE) [APPARAAT VERWIJDEREN]
U kurz de instellenen van het communicaeapparaat van het bedieningspaneel wissen.
6.2.6 Een back-up make en herstellen (BACKUP & RESTORE [BACK-UP MAKEN EN HERSTELLEN])
| PROGRAM MODE [PROGRAMMEERMODUS] | 6. BACKUP & RESTORE [BACK-UP MAKEN EN HERSTELLEN] | ||
| 6-1 BACKUP. [BACK-UP.] DD/MM/YY. [DD/MM/JJ.] | SELECT YES>*/ NO>#[SELECTER JA>*/ NEE>#] | ||
| 6-2 RESTORE. [HERSTELLEN.] DD/MM/YY. [DD/MM/JJ.] | SELECT YES>*/ NO>#[SELECTER JA>*/ NEE>#] |
| Standaardinstellungen | |
| Onderdeel | Bericht |
| BACKUP [BACK-UP] | DD/MM/YY (today) [DD/MM/JJ (vandaag)] |
| RESTORE [HERSTellen] | --- |
U kurz de huidige instellingen in het bedieningspaneel opslaan voor het maken van back-ups.
6.2.6.2 Herstellen (RESTORE [HERSTELLEN])
Indien nodig, kurz u de opgeslagen instellingen herstellen.
7 Bediening
Schakel het systeem in als u het pand verlaat. Controller voordat u het systeem inschakelt of alle deuren en ramen zich gesloten en of de beschikbare PIR-bewegingsdctectoren nicht zijn geblokkeerd. Controller of dieren vastzien in ruimten die nicht door PIR-bewegingsdctectoren worden bewaakt.
Het systeem hee vier inschakelmodi: 'Fully Arm' [Volledig inschaken], 'Holiday Arm' [Vakane-inschakeling], 'Part Arm-I' [Deels inschakenen-1] en 'Part Arm-II' [Deels inschakenen-II].
De modus 'Holiday Arm' [Vakane-inschakeling] is een kopie van de modus 'Fully Arm' [Volledig inschakelen]. De modus 'Fully Arm' [Volledig inschakelen] is doorgaans voor dagelijk gebruik, verwijl de modus 'Holiday Arm' [Vakane-inschakeling] worden gebruikt als men jdens devakane voor een langereperiode van huis is. In het bijzonder voor de modus 'Holiday Arm'
[Vakane-inschakeling] kurz u jdschema's of gebeurtenissen voor bediening van iedere ontvanger voor huisautomasingbesturing instellen om de aanwezigheid van bewoners te simuleren. Zie voor bijzonderheden betreende het instellen van jdschema's of gebeurtenissen de sowarehandleiding.
'Part Arm-I' [Deels inschakenen-] en 'Part Arm-II' [Deels inschakenen-II] makes het möglichk om geselecteerde detectoren of zonesuit te schaken terwijl andere detectoren of zones zijn ingeschakeld.
Bij het inschakelen van het systeme toont de display de inschakelmodus en het aellen van de geprogrammeerde uitgangsvertraging. Als de pieptonen voor de uitgangsvertraging zijn ingeschakeld, gee het bedieningspaneel pieptonen waar bij de snugheid stapsgewijs toeneem naarmate de uitgangsvertraging verstrikt. Aan het einde van de uitgangsperiode zich alle avee zones volledig ingeschakeld. De gebruiker要去 het pand hebben verlaten en de laatste bewaakte deur hebben afgesloten.
Als jdens het inschakelen van het systeme een detector in een aceve zone wordt geacveerd, toont de display het aellen van de geprogrammeerde binnenkomstvertraging voor de zone. Als de pieptonen voor de binnenkomstvertraging zijn ingeschakeld, gee het bedieningspaneel pieptonen waar bij de snugheid stapsgewijs toeneem naarmate de binnenkomstvertraging verstrikt. Als het systeme Niet is uitgeschakeld als de binnenkomstvertraging verstrikt, worden een volledig alarm gegenereerd. Bijzonderheden betreende de zonegebeurtenis die het alarm hee geacveerd worden in het gebeurtenissenlogboek gereistreed.
Aan het einde van de alarmjdsduur stoppen de alarmen en schakelt het systeem zichzelf automasch weer in (aankelijk van de situae van de zoneblokkeringsfunce).
7.1 Het systeem volledig inschakelen ('Fully Arm' mode [modus Volledig inschakelen])
| Afstandsbediening | Bedieningspaneel |
| 1. Druk eenmaal op de knop | 1. Druk eenmaal op de knop |
| 2. Voer de viercijferige pincode (Gebruiker) in. | |
| 3. Druk op de knop |
7.2 Het system voor de vakane inschakelen ('Holiday Arm' mode [modus Vakane-inschakeling])
| Afstandsbediening | Bedieningspaneel |
| 1. Druk tweemaal op de knop | 1. Druk tweemaal op de knop |
| 2. Voer de viercijferige pincode (Gebruiker) in. | |
| 3. Druk op de knop |
7.3 Het systeem deels inschakelen
7.3.1 De modus 'Part Arm-I' [Deels inschakenen-I]
| Afstandsbediening | Bedieningspaneel |
| 1. Druk eenmaal op de knop | 1. Druk eenmaal op de knop 2. Voer de viercijferige pincode (Gebruiker) in.3. Druk op de knop |
7.3.2 De modus 'Part Arm-II' [Deels inschakelen-II]
| Afstandsbediening | Bedieningspaneel |
| 1. Druk tweemaal op de knop | 1. Druk tweemaal op de knop 2. Voer de viercijferige pincode (Gebruiker) in. 3. Druk op de knop |
7.4 Het systemuitschakelen ('Disarm' mode [modus Uitschakelen])
| Afstandsbediening | Bedieningspaneel |
| 1. Druk eenmaal op de knop 6° | 1. Druk eenmaal op de knop 2. Voer de viercijferige pincode (Gebruiker) in.3. Druk op de knop |
Opmerking: Als het bedieningspaneel aan een ontvanger van de Spectra-verliching is gekoppeld en de besturing van de Spectra-verlichung worden ingeschakeld, schakelt iedere alarmstituae (behalte brandalarmen) de gekoppelde verliching in gedurende de ingestelde jdsduur voor lamp aan.
Als het systeem met behulp van de bedreigingscode wordenuitgeschakeld, schakelt het systeem op de normale manier UIT. Alle e-mailcontactpersonen in de online account krijgen een waarschuwing via de e-mail. Alle mobiele toestellen waarop de app draait, worden gewaarschuwd. Het betreende bedreigingsbericht worden verstuurd.
7.5 Snelinstelfunce
De snelinstelfuncse schakelt het systeme volledig in met een uitgangsvertraging van 10 seconden.
- Druk op de knop
- Voer de viercijferige pincode (Gebruiker) in.
- Druk op de knop
Opmerking: Als u jdens de uitgangsvertraging op de knop 0^ drukt, worden de resterende uitgangsvertragingsperiode naar 5 seconden geset.
7.6 Huisautomasingknoppen (I/II/III)
De huisautomasingknoppen op het bedieningspaneel dienen voor installmente van de 'Programmes' [Programma's] via de pcinstallaesoware. Zie de sowarehandleiding.
Opmerking: Wacht als u een huisautomasingknop indrukt een pau seconden voordat u een andere knop indrukt. Als u de knappen te snel indrukt, worden het programma möglichn Niet geacveerd.
7.7 Persoonlijke aanvalfuncne
De gebruiker kan in geval van bedreiging of gevaar op ieder moment een alarm genereren door de persoonlijke aanvalfunc te acveren.
| Afstandsbediening | Bedieningspaneel |
| 1. Houd de knop 3 seconden ingedrukt. | 1. Houd de personlijke aanvalsknop 3 seconden ingedrukt. |
| Het alarm blij klinken gedurende de jdsduur van het alarm tot het system automasch reset of tot het system wordenuitgeschakeld. | |
7.8 Zoneblokkering
Als, bij een ingeschakeld systeme, een zoneeer dan driemaal een alarm genereert en de zoneblokkering wordt ingeschakeld, wordt de zone geblokkeerd. De sirene negeert andere alarmsignalen vanuit de zone. Er wordt geen alarm gegenereerd. Bij uitschakeling van de sirene wordt de zondeblokkering opgeheven. Als de zoneblokkering wordt uitgeschakeld, kan een enkele zone een willekeurig aantal alarmen genereren. Zoneblokkering werkt uitsluitend bij alarmzones. Zoneblokkering werkt dus nicht bij brandzones.
7.9 Sabotage van het apparaat
De sabotagezone werkt op 24-uurs basis. Ontvangst van een sabotagesignaal van een willekeurig apparaat genereert onmiddelijk een alarm, ongeacht of systemen in- of uitgeschakeld zich, tenzij het systeem in de testmodus of de programmeermodus staat.
Als de baerijdeksel van een willekeurig apparaat (behalve de afstandsbedieningen) worden verwijderd of als de sirene of het bedieningspaneel van de wand worden gehaald, worden onmiddelijk een alarm gegenereerd, zelfs als het systeme isuitgeschakeld (tenzij de sirene in de testmodus of programmeermodus staat). Het alarm klinkt tot de ingestelde alarmjdsduur isverstreken of tot het systeme via de afstandbediening of het toetsenpaneel op afstand wordenuitgeschakeld.
7.10 Geluidssignaalfuncne
U kurz de geluidssignaalfunc alleen bedienen als het system in de stand-bymodus staat.
- Druk op de knop 2 om de geluidssignaalfuncne in te schakelen.
- Druk nogmaals op de knop 2^* om de geluidssignaalfuncie uit te schakelen.
Opmerking: Zet voor bediening van de geluidssignaalfunc met behulp van een beveiligingsdetector de geluidssignaalmodus voor de zone van de beveiligingsdetector op 'ON' [AAN].
7.11 Spectra-verlichng (handmag/automasch schakelen)
- Klik op de knop 4^ om de gekoppelde Spectra-verlichng in te schakelen.
- Klik op de knop 5' om de gekoppelde Spectra-verlichng uit te schakelen en terug op automasche bediening te zeen.
7.12 Pieptonen vanuit het toetsenbord
- Klik op de knop 3^* om de pieptonen van het toetsbord uit te schakelen.
- Klik nogmaals op de knop 3^4 om de pieptonen van het toetsbord in te schakelen.
7.13 Pieptonen voor binnenkomst/uitgang
Als de pieptonen van de binnenkomst/uitgangsvertraging zich ingeschakeld,kest u deze alleen jdens de aceve vertragingsperiode jdelijk uitschakelen.
- Druk op de knop 3^* om de pieptonen van de binnenkomst/uitgangsvertraging uit te schakelen.
- Druk nogmaals op de knop 3^ om de pieptonen van de binnenkomst/uitgangsvertraging in te schakelen.
Opmerking: Aan het begin van de volgende binnenkomst/uitgangsvertragingsperiode volgen de pieptonen de instellenen van het hoofdsystem op de normale manier.
7.14 Gebeurtenissenlogboek
De gebeurtenissenlogboekindicator knippert iedere 5 seconden om aan te Geven dat een neue gebeurtenis in het gebeurtenissenlogboek is opgenomen. Alleen bij alarmgebeurtenissen za het bedieningspaneel iedere 10 seconden een pieptoon Geven. Overige systeemgebeurtenissen (b.v. een bijna lege baerij) genereren geen waarschuwingspieptonen.
- Kijk waar een van de volgende aces:
Klik op de knop om die gebeurtenissenlogboekindicator uit te schakelen.
- Klik op de knop om het gebeurtenisbericht in het gebeurtenissenlogboek te lezen.
leder gebeurtenisbericht verschijnt op twee displays. De eerste display toont het gebeurtenisnummer en wanner de gebeurtenis hee plaatsgevonden. De tweede display toont de werkelijkhe inhoud van de gebeurtenis.
| Bericht | Beschrijving | Bericht | Beschrijving |
| EVENT LOG[GEBEURTENISSENLOGBOEK]KEY IN UP/DOWN[TOETS OMHOOG/OMLAAG] | Weergave van het bericht | TAMPER[SABOTAGE] | BedieningspaneelSabotage |
| EVENT XXX[GEBEURTENIS XXX]MM/DD HH:MM:SS[MM/DD UU:MM:SS] | Gebeurtenis xxxDatum en jd | COMMS DEVICE[COMMUNICATIEAPPARAAT]NO.XX TAMPER[NR. XX SABOTAGE] | CommunicaeapparaatSabotage |
| NO EVENT[GEEN GEBEURTENIS] | Geen gebeurtenis | COMMS DEVICE[COMMUNICATIEAPPARAAT]XX INACTIVE[XX NIET ACTIEF] | CommunicaeapparaatVerbinding mislukt |
| PANIC SIREN[PANIEKSIRENE] | De persoonlijke aanvalknop op het bedieningspaneel is geacveerd. | CONTROL PANEL[BEDIENINGSPANEELEL]LOW BATTERY[BATTERIJ BIJNA LEEG] | BedieningspaneelBaerij bjna leeg |
| WIREFREE KEYPAD[DRAADLOOS TOETSENPANEEL]PANIC SIREN[PANIEKSIRENE] | Het draadloze toetsenpaneel hee de panieksirene geacveerd. | COMMS DEVICE[COMMUNICATIEAPPARAAT]XX LOW BATTERY[XX BATTERIJ BIJNA LEEG] | Communicaeapparaatxx baerij bjna leeg |
| LOCATION [LOCATIE]ZXX PANIC/PA [ZXX PANIEK/PA] | Zone xx hee de panieksirene geacveerd. | REMOTE/DETECTOR[AFSTANDSBEDIENING/DETECTOR]XX LOW BATTERY[XX BATTERIJ BIJNA LEEG] | Apparaat op afstand/sensorxx baerij bjna leeg |
| USERXX [GEBRUiker XX]RXX PANIC SIREN[RXX PANIEKSIRENE] | Gebruiker xx hee de panieksirene geacveerd. | LOCATION [LOCATIE]ZXX LOW BATTERY[ZXX BATTERIJ BIJNA LEEG] | Zonesensorxx baerij bjna leeg |
| LOCATION [LOCATIE]ZXX INTRUDER [ZXX INDRINGER] | Waarschuwing voor een indringer | RF JAMMED[RF GEBLOKKEERD] | De radiofrequene wordengeblokkeerd. |
| LOCATION [LOCATIE]ZXX FIRE [ZXX BRAND] | Waarschuwing voor brand | CONTROL PANEL[BEDIENINGSPANEELEL]AC POWER LOSS[AC-VOEDING UITGEVALLEN] | BedieningspaneelAC-voeding uitgevallen |
| FULLY ARM [VOLEDIG INSCHAKELEN] USERXX [VIA GEBRUiker XX] | Volledig inschakelen door gebruiker xx. | COMMS DEVICE [COMMUNICATIEAPARAAT] XX AC POWER LOSS [XX AC-VOEDING UITGEVALLEN] | Comunicaeapparaat Bij xx is de AC-voeding uitgevallen |
| HOLIDAY ARM [VAKANTIE-INSCHAKELING] USERXX [GEBRUiker XX] | Vakane-inschakeling door gebruiker xx. | SCHEDULE FUNC. [TIJDSCHEMAFUNCTIE] NO.xx TRIGGER [NR. XX TRIGGER] | Tijdschemafuncne xx wordt geacveerd. |
| PART-ARM-I [DEELS-INSCHAKELEN-I] USERXX [GEBRUiker XX] | Deels inschakelen-I door gebruiker xx. | EVENT FUNC. [GEBEURTENISFUNCTIE] NO.xx TRIGGER [NR. XX TRIGGER] | Gebeurtenisfungce xx wordt geacveerd. |
| PART-ARM-II [DEELS-INSCHAKELEN-II] USERXX [GEBRUiker XX] | Deels inschakelen-II door gebruiker xx. | PROG. FUNC. [PROGRAMMAFUNCTIE NO.xx TRIGGER [NR. XX TRIGGER] | Programmafungce xx wordt geacveerd. |
| DISARM [UITSCHAKELEN] USERXX [GEBRUiker XX] | Uitschakelen door gebruiker xx. | LOCATION [LOCATIE] ZXX TEST | Zonetrigger (Zonetype is 'Test') |
| LOCATION [LOCATIE] ZXX TAMPER [ZXX SABOTAGE] | Zonesensor Sabotage | WIREFREE KEYPAD [DRAADLOOS TOETSENPANEEL] XX LOW BATTERY [XX BATTERIJ BIJNA LEEG] | Draadloos toetsenpaneel xx baerij bjna leeg |
| TAMPER [SABOTAGE] WIREFREE KEYPAD [DRAADLOOS TOETSENPANEEL] | Draadloos toetsenpaneel Sabotage | USERXX [GEBRUIER XX] RXX LOW BATTERY [RXX BATTERIJ BIJNA LEEG] | Afstandsbediening xx baerij bjna leeg |
7.15 Baerijbewaking
7.15.1 Baerij bijna leeg
Alle systeemapparaten bewaken constant hun baerijstatus. Vervang als de indicator voor baerij bijna leeg op een apparaat gaat branden de baerij van het apparaat zo snel möglichk. Schakel voordat u de baerij gaat verwangen het systeem maar de testmodus. Schakel na het verwangen van de baerij het systeem terug waar de bedrijsmodus. Als de baerij van een deur/raamcontactdetector of een PIR-bewegingsdetector bijna leeg is, worden de situae door het bedieningspaneel geregisteerd en worden een gebeurtenisbericht in het gebeurtenissenlogboek opgeslagen.
7.15.2 Bedieningspaneel
Bij onderbreking van de voeding worden het bedieningsspaneel door de oplaadbare baerij gevoed. In een normale baerijsituae knippert de voedingsindicator met een interval van 1 seconde. Als de baerij bijna leeg is, knippert de voedingsindicator met een interval van 3 seconden.
7.15.3 Afstandsbediening
Als de baerij bija leeg is, lij de zendindicator na het loslaten van de knop knipperen. In een normale baerijsituae gaat de zendindicator binnen 2 seconden na het loslaten van de knop UIT.
7.15.4 Deur/raamcontactdetector
Als de baerij bijna leeg is, gaat de zendindicator na het loslaten van de knop of als het raam wordt geopend 1 seonde branden. In een normale baerijsituae gaat de zendindicator Niet branden (tenzij de detector in de testmodus staat met de baerijdeksel verwijderd).
7.15.5 PIR-bewegingsdetector
Als de baerij bijna leeg is, gaat de indicator achter de detectorlens bij waarneming van een beweging knipperen. In een normale baerijsituae gaat de indicator achter de detectorlens Niet branden (tenzij de detector in de looptestmodus staat).
8 Onderhoud
8.1 De baerijen verrangen
8.1.1 Bedieningspaneel
Laat de oplaadbare baerij Niet gedurende een langeperiode in ontladen staat. De opplaadbare baerij hee standarde en levensduur van 3-4aar en vereist geen onderhoud.
Vervangende baerij: 6 V NiMH-baerij (1x)
8.1.2 Afstandsbediening
De afstandsbediening vraagt weinig onderhoud. Vervang de baerij eenmaal per Jaar of als wordt aangegeven dat de baerij bijna leeg is.
Vervangende baerij: 3 V CR2032 lithium knoopelbaerij (1x)
8.1.3 Toetsenpaneel op afstand
Het toetsenpaneel op afstand vraagt weinig onderhoud. Vervang de baerij eenmaal peraar of als worden aangegeven dat de baerij bijna leeg is.
Vervangende baerij: 9 V PP3 alkalinebaerij (1x)
8.1.4 Deur/raamcontactdetector
De deur/raamcontactdetector vraagt weinig onderhoud. Vervang de baerij eenmaal per Jaar of als wordt aangegeven dat de baerij bijna leeg is.
Vervangende baerij: 3 V CR2032 lithium knoopelbaerij (2x)
Opmerking: Gebruik geen oplaadbare baerijen bij deur/raamcontactdetectoren.
8.1.5 PIR-bewegingsdetector
De PIR-bewegingsdetector vraagt weinig onderhoud. Vervang de baerij eenmaal peraar of als worden aangegeven dat de baerij bijna leeg is.
Vervangende baerij: 9 V PP3 alkalinebaerij (1x)
Opmerking: Gebruik geen oplaadbare baerijen bij PIR-bewegingsdetectoren.
8.1.6 Op zonne-energie werkende sirene
Schakel als u het systeme volledig moet uitschaken eenst het bedieningspaneel aan de testmodus en verrolgens de sirene aan de servicemodus voordat u de kap van de sirene verwijdert en de oplaadbare baerij en de opstartbaerij loskoppelt.
Controleer of het zonnepaneel met een lichtafsluitend materiaal is afgedekt, zDat het zonnepaneel de sirene Niet kan opladen. Schakel na het installereren van de sirene de sirene terug aan de bedrijfsmodus om de sirene weer in te schakelen.
- Reinig het zonnepaneel iedere 6 maanden met een zachte, vochge doek, bij voorkeur in het voorjaar en in het najaar. Gebruik geen schuren de renigingsmiddelen op basis van oplosmiddelen of middelen in spuitbussen. Reinig de binnenzijde van de sirene Niet en voorkom binnendringing van water in de sirene om te verzekeren dat het zonnepaneel al het beschikbare Licht blij opvangen.
- Laat de sirene Niet voor een langeperiode met de baerijen aangesloten, tenzij de sirene voldoendelicht kan ontvangen om de baerij opgeladen te houden. Als de baerijlading Niet wordt onderhonden, za de oplaadbare baerij tot een onacceptabel nivea ontladen en moet de sirene via de 12 Vdc/1 A voeding van het bedieningspaneel worden opgeladen. Plaatseenieuwe opstartbaerij om te verzekerden dat de sirene voldoende voeding krijgt tot het zonnepaneel de oplaadbare baerij wee kan opladen.
- Laat de oplaadbare baerij Niet gedurende een langeperiode in ontladen staat. De oplaadbare baerij hee standarde een levensduur van 3-4aar en vereist geen onderhoud.
Vervangende baerij: 7,2V NiMH-baerij (1x) / 9V PP3 alkalinebaerij (1x)
9 Problemen oplossen
| Probleem | Oplossing |
| De eerste twee indicatoren op de IP-gateway blijven oranje en gaan nicht constant groen branden. | Controller of de internetverbinding acef is en Niet wordt belemmerd. Controller of het bedieningspaneel is ingeschakeld. Controller of de IP-gateway zich binnen het werkbereik van het bedieningspaneel befindt. De RF-indicator op de IP-gateway blij oranje als de IP-gateway zich nicht binnen het werkbereik van het bedieningspaneel befindt. |
| Het bedieningspaneel werknet nicht. De voedingsindicator is uit of knippert. | Uitval van de netvoeding: Controller of andere elektrische systemen wel werken. Controller of een voedingsadapter op het bedieningspaneel is aangesloten. Controller of de voedingsadapters op de wandcontactdoos is aangesloten (en of de wandcontactdoos is ingeschakeld). |
| De beurtenissenlogboek-indicator op het bedieningspaneel knippert. | Lees het gebeurtenisbericht. Controller of de baerijnen van de beschikbare besturingen Niet bijna leeg+zijn. Vervang indien nodig de baerijen. Controller of de baerijnen van de beschikbare toetsenpanelen op afstand Niet bijna leeg+zijn. Vervang indien nodig de baerijen. Controller of de baerijnen van de beschikbare deur/raamcontactdetectors Niet bijna leeg+zijn. Vervang indien nodig de baerijen. Controller of de baerijnen van de beschikbare PIR-bewegingsdetectors Niet bijna leeg+zijn. Vervang indien nodig de baerijen. |
| Het bedieningspaneel accepteert de viercijferige pincode (gebruiker) Niet. | Voor de juiste viercijferige pincode (gebruiker) in. Wacht Niet langer dan 5 seconden:tussen het indrukken van de cijfertoetsen. Reset maar de standardfabrieksinstellungen en programmeer het systemeopnieuw. |
| Een deterecezone worden geacveerd, maar er klinkt geen alarm. | De bennenkomst/uitgangsvertraging is nog Niet verstreken. De alarmjdsduur is verstreken en het systeme is geseret. De alarmjdsduur is geprogrammeerd voor 'NO ALARM' [GEEN ALARM]. |
| De sirene en de indicatoren werkken, maar er klinkt geen alarm. | Controller of de sirene correct aan de wand is gemonteerd en of de sabotageschakelaar maximaal is ingedrukt. |
| De sirene reageert nicht op het bedieningspaneel. | Voor de juiste viercijferige pincode (gebruiker) in. Controller of het bedieningspaneel de id-code van de sirene hee ingeleerd. Controller of DIP-schakelaar 5 van de sirene op 'SIREN' [SIRENE] is ingesteld. Controller of de sirene binnen het eeceve radiobereik van het bedieningspaneel enuit de buurt van metalen objecten is geplaatst. Controller of de sirene op 'SERVICE MODE OFF' [SERVICEMODUS UIT] is ingesteld. De oplaadbare baerij van de sirene ontlaadt zich: 1. Reinig het zonnepaneel. 2. Vervang de baerij als delea aan het einde van zich levensduur is. Laad indien nodig de baerij eerst gedurende 4(uur op. |
| Een volledig alarm klinkt verwijl het systeme Niet door een indringer is geacveerd of isuitgeschakeld. | De sabotageschakelaar is geacveerd. 1. Controller of de baerijdeksels van alle beveiligingsdetectors goed,zijn geplaatst. 2. Controller of de sirene correct aan de wand is gemonteerd en of de sabotageschakelaar maximaal is ingedrukt. Het persoonlijke aanvalalarm is vanaf het bedieningspaneel of vanaf een afstandsbediening in werkung gesteld. Het an-blokkeringsdetecircuit is in werkung gesteld. |
| De indicator op de afstandsbediening brandt Niet of is vaag bij gebruik van de afstandsbediening. | Controller of de baerij met de juiste polariteit is geplaatst. Controller of de aansluingen van de baerijhouserood goed contact maken met de baerij. De baerij is bijna leeg. Vervang de baerij. |
| De PIR-bewegingsdetector geeen vals alarm. | Plaats de detector Niet in de buurt van direct zonlicht of warmtebronnen. Plaats de detector Niet in vochtge omgevingen. De detector is te gevoelig. Zet schakelaar SW3 van de detector op 'LOW' [LAAG]. |
| De indicator op de PIR-bewegingsdetector knippert bij waarneming van beweging. | De detector blev vast 5 minuten in de looptestmodus nadat de PCB-knop is geacveerd. De baerij is bijna leeg. Vervang de baerij. |
| De PIR-bewegingsdetector neemt geen beweging waar om het alarm te acveren. | Wacht als de PIR-bewegingsdetector de afgelopen 2 minutes al beweging hee waargenomen nog 2 Minutes voor u voor de detector gaat bewegen. De PIR-bewegingsdetector gaatijdere keer nadat hij beweging hee waargenomen 2 minutes maar de sluimerstand om baerijvermogen te sparen. |
| De deur/raamcontactdetector werkkt Niet. | Controller of de magneeet correct ten opzichte van de detector is geplaatst met een opening van minder dan 10 mm:tussen de magneeet en de detector. Controller of de baerijnen met de juiste polariteit zijn geplaatst. Controller of de aansluingen van de baerijhouser goed contact maken met de baerijen en de printplaat. Controller of de id-code van de detector voor een bepaalde zone is ingeleerd. Als een extra bedrade deur/raamcontactdetector is aangesloten:1. Controller of beside contact�n gesloten.2. Controller of het extra contact correct is bedraad en of schakelaar SW3 van de detector op 'INT./EXT' is ingesteld. Controller of de detector binnen het eeceve radiobereik van het bedieningsspaneel en uit de buurt van metalen objcten is geplaatst. |
| De deur/raamcontactdetector gee een vals alarm. | Controller of de magneeet correct ten opzichte van de detector is geplaatst met een opening van minder dan 10 mm:tussen de magneeet en de detector. De sabotageschakelaar onder de baerijdeksel worden nicht geaveerd. Controller of de baerij correct is geplaatst. |
| De indicator op het deur/raamcontact brandt als een deur of raam worden geopend. | De baerij is bijna leeg. Vervang de baerij. |
11 Afvoeren en recyclen


Het product is geclassieerd volgens de richtlijn voor Afgedankte Elektrische en Elektronische Apparatuur (AEEA). Gooi het product en de baerijen van het beeldscherm Niet weg bij ander huishoudelijk afval of bedrijfsafval. Voer aan het einde van de levensduur de verpakking en het product via een hiervoor geschikt recyclebedrivj af. Neem voor informae over beschikbare facilitieten contact op met de plaatselijke instane of de leverancier waar u het product hee gekocht.
12 EG-conformiteitsverklaring
Novar ED&S verkaart hierbij dat het product voldoet aan de essenèle eisen en andere relevante bepalingen van de richtlij voor Radioapparatuur en Telecommunicae-eindapparatuur (R&TTE - 1995/5/EG).
13 Garane
Novar ED&S garandeert dat maar zichen goeddunken goederen worden verrangen of gerepareerd als deze binnen 2aar uitsluitend als gevolg van een fouit in het materiaal en de fabricage defect raken.
Uiteraard komt de garane te verversen als het product Niet volgens de instruces is geinstalleerd, bediend of onderhoden, als het product Niet op de juiste manier is gebruikt of als een poging is gedaan het product op ongeacht welke wijze te corrigeren, te ontmantelen of te modiceren.
De garane verkaart de gehele aansprakelijkheid van Novar ED&S. De garane dekt geen verrolgschade of schade of installaekosten als gezolg van het defecte product. De garane hee geen enkele invloed op de weeelijke of andere rechten van een consument en is uitsluitend van toepassing op binnen de EU geinstalleerde producten. Als een onderdeel een defect ontwikkelt, moet het product maar het verkooppunt worden geretourneerd vergezeld van:
- Het aankoopbewijs.
- Een volledige beschrijving van het mankement.
- Alle relevante baerijen (losgekoppeld).
14 Klantenservice
Ga aan www.friedlandproducts.com voor meer producnformae en volledige installahandleidingen, indien van toepassing.
Service Helpline
Nederland
België
034-3592222
025136739
Maandag t/m vrijdag
09:00-17:00
De telefoonkosten bedragen
het naonale tarief van de dienstverleners.
15 Alarmregistrae
| Zone | Detector-type(s) | Locae | Type | Binnenkomst-vertraging | Geluids-signal | Volledig inschakelen | Vakane-inschakeling | Deels inschakelen-I | Deels inschakelen-II |
| 1 | |||||||||
| 2 | |||||||||
| 3 | |||||||||
| 4 | |||||||||
| 5 | |||||||||
| 6 | |||||||||
| 7 | |||||||||
| 8 | |||||||||
| 10 | |||||||||
| 11 | |||||||||
| 12 | |||||||||
| 13 | |||||||||
| 14 | |||||||||
| 15 | |||||||||
| 16 | |||||||||
| 17 | |||||||||
| 18 | |||||||||
| 19 | |||||||||
| 20 | |||||||||
| 21 | |||||||||
| 22 | |||||||||
| 23 | |||||||||
| 24 | |||||||||
| 25 | |||||||||
| 26 | |||||||||
| 27 | |||||||||
| 28 | |||||||||
| 29 | |||||||||
| 30 | |||||||||
| 31 | |||||||||
| 32 | |||||||||
| 33 | |||||||||
| 34 | |||||||||
| 35 | |||||||||
| 36 |