HISK1 - Bewakingscamera FRIEDLAND - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis HISK1 FRIEDLAND in PDF-formaat.

📄 232 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 💬 AI-vraag 🖨️ Afdrukken
Notice FRIEDLAND HISK1 - page 69
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : FRIEDLAND

Model : HISK1

Categorie : Bewakingscamera

Download de handleiding voor uw Bewakingscamera in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HISK1 - FRIEDLAND en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HISK1 van het merk FRIEDLAND.

GEBRUIKSAANWIJZING HISK1 FRIEDLAND

(a) Front door (b) Back door

6.2.2.16 Het bedieningspaneel aan de ontvanger van de Spectra-verlichting koppelen

(LINK PANEL TO SPECTRA [PANEEL AAN SPECTRA KOPPELEN] (optioneel) ................................................. 84

6.2.2.17 Verlichting voor de ontvanger van de Spectra-verlichting instellen

Bewaar alle veiligheidswaarschuwingen en instructies, zodat u ze later kunt bekijken. Neem de lokale voorschriften die voor de installatie van het product gelden in acht. Installeer de apparaten in een droge, goed geventileerde omgeving (met uitzondering van onderdelen die buiten worden gemonteerd). Probeer de apparaten niet open te maken.

Controleer of de netspanning overeenkomt met de spanning op de typeplaat. Probeer de oplader niet te vervangen door een normale netstekker.

Draag veiligheidshandschoenen tijdens het boren in wanden. Draag een veiligheidsbril tijdens het boren in wanden. Let bij het boren in wanden op eventueel aanwezige elektriciteitsdraden en waterleidingen. Plaats ladders in een veilige hoek op een vlakke en stabiele ondergrond. 3 Beschrijving

3.1 Inhoud van het pakket (standaard GlobalGuard alarmsysteem)

Onderdeel Beschrijving Onderdeel Beschrijving Onderdeel Beschrijving

Bedieningspaneel (1x)

Voedingsadapter (bedieningspaneel / op zonne-energie werkende sirene) (1x)

Gereedschap Beschrijving Gereedschap Beschrijving

Kruiskopschroevendraaier (#2)

Veiligheidshandschoenen

Boorbit voor metselwerk (5 mm)

Boorbit voor metselwerk (6 mm)

Kruiskopschroevendraaier (#0)

Kruiskopschroevendraaier (#1)

2. Persoonlijke aanvalknop

6. Gebeurtenissenlogboekindicator

7. Persoonlijke aanvalindicator

9. Voedingsadapteraansluiting

11. Aansluitklemmenblok

Symbool Onderdeel Status Functie

Voedingsindicator Aan De netvoeding is in gebruik. Knipperend Snel knipperend: De batterij is in gebruik. Langzaam knipperend: De batterij is bijna leeg. Uit De netvoeding en de batterij zijn niet in gebruik.

Inschakelmodusindicator Aan Het systeem is op 'Fully Arm' [Volledig inschakelen] ingesteld. Het systeem is op 'Holiday Arm' [Vakantie-inschakeling] ingesteld. Knipperend Het systeem is op 'Part Arm-I' [Deels inschakelen-I] ingesteld. Het systeem is op 'Part Arm-II' [Deels inschakelen-II] ingesteld. Uit Het systeem is op 'Disarm' [Uitschakelen] ingesteld.

Gebeurtenissenlogboek- indicator Aan Systeembericht. Knipperend Alarmgeheugen. Uit Normaal.

Persoonlijke aanvalindicator Aan De persoonlijke aanvalknop is ingedrukt. Knipperend

Een specifiek getal invoeren.

Een functie inschakelen (ON [AAN]). Een optie selecteren (YES [JA]).

Een functie uitschakelen (OFF [UIT]). Een selectie van een optie ongedaan maken (NO [NEE]).

Omhoog bewegen in het menu.

Omlaag bewegen in het menu.

Eén regel omhoog bewegen in het menu.

Een selectie bevestigen.

Het systeem op 'Fully Arm' [Volledig inschakelen] instellen. Het systeem op 'Holiday Arm' [Vakantie-inschakeling] instellen.

Het systeem op 'Part Arm-I' [Deels inschakelen-I] instellen. Het systeem op 'Part Arm-II' [Deels inschakelen-II] instellen.

Het systeem op 'Disarm' [Uitschakelen] instellen. De testmodus openen.

2. Indicator voor aansluiting van bedieningspaneel

3. Indicator voor aansluiting van camera

Onderdeel Status Functie

Indicator voor aansluiting van bedieningspaneel Groen Verbinding geslaagd. Oranje Verbinding mislukt.

Indicator voor aansluiting van camera De 4 indicatoren geven de verbindingsstatus van maximaal 8 camera's aan: - Als u camera's 1-4 aansluit, worden indicatoren 1-4 groen. - Als u camera 5 toevoegt, wordt indicator 1 oranje (enz.). - Als u camera 1 loskoppelt maar camera 5 nog steeds actief is, wordt indicator 1 rood (enz.). 5 Installatie Installeer en bedien het alarmsysteem volgens de eisen van alle toepasselijke lokale en nationale voorschriften en wetten. Neem contact op met de betreffende instantie voor bijzonderheden met betrekking tot de lokale en/of nationale voorschriften en wetten. Opmerking: Wijzig bij het voor de eerste maal installeren van het systeem de standaardpincode voor algemene toegang en stel de juiste datum en tijd in.

5.1 Installatievoorbeeld

(a) Voordeur (b) Achterdeur

1. Plaats de eerste deur/raamcontactdetector (zone 1) op de voordeur.

2. Plaats de tweede deur/raamcontactdetector (zone 2) op de achterdeur.

3. Plaats de eerste PIR-bewegingsdetector (zone 3) en de tweede PIR-bewegingsdetector (zone 4) op twee van de

volgende locaties: - beneden in de woonkamer waar de meest waardevolle zaken aanwezig zijn - op de overloop om zo de toegangsroutes tussen de slaapkamers en de trap te dekken - in de hal om het bedieningspaneel en de routes tussen de kamers beneden te dekken

5.2 Bereik van het apparaat

Het genoemde bereik van de systeemapparaten is onder ideale omstandigheden gemeten. Ieder vast object dat zich tussen de zender en de ontvanger bevindt, verkleint het werkbereik van de radiofrequentie. De afname van het draadloze bereik is afhankelijk van de belemmering tussen de zender en de ontvanger. Het effect van meerdere muren op het bereik is cumulatief. Type wand Afname van het bereik Met gipsplaat beklede scheidingswand 10-30% Eensteens muur 20-40% Dubbelsteens muur 30-70% Metalen paneel/radiator 90-100%

5.3 Installatievolgorde

1. De op zonne-energie werkende sirene installeren (optioneel)

Zie de installatie- en bedieningshandleiding. Zie de Korte installatiehandleiding.

2. Het bedieningspaneel installeren

Zie de paragraaf 'Het bedieningspaneel installeren'.

3. De IP-gateway installeren

Zie de paragraaf 'De IP-gateway installeren'.

4. De PIR-bewegingsdetector installeren (optioneel)

Zie de Korte installatiehandleiding.

5. De deur/raamcontactdetector installeren (optioneel)

Zie de Korte installatiehandleiding.

6. De afstandsbediening installeren (optioneel)

Zie de Korte installatiehandleiding.

5.4 Het bedieningspaneel installeren

Opmerking: Controleer, als u de op zonne-energie werkende sirene als optioneel accessoire gebruikt, voordat u het bedieningspaneel gaat installeren of de op zonne-energie werkende sirene is geïnstalleerd en de batterij maximaal is geladen.

1. Houd het bedieningspaneel buiten het bereik van jonge kinderen.

2. Monteer het bedieningspaneel op een vlakke ondergrond op een hoogte van 1,5 tot 2 meter. Controleer bij het monteren

van het bedieningspaneel aan de wand of de sabotageschakelaar is gesloten. 3. Plaats het bedieningspaneel op een plaats uit het zicht van mogelijke indringers maar die wel gemakkelijk bereikbaar is voor bediening van het systeem en voor het verlaten en binnenkomen van het huis binnen de ingestelde alarmtijdsduur.

4. Monteer het bedieningspaneel binnen een bewaakte ruimte zo, dat een mogelijke indringer het bedieningspaneel niet kan

bereiken zonder een door een deur/raamcontactdetector bewaakte deur of raam te openen of een door een PIR- bewegingsdetector bewaakte ruimte te passeren.

5. Plaats het bedieningspaneel zo, dat de binnenkomst/uitgangstoon buiten het pand hoorbaar is.

6. Zorg dat de afstand tussen het bedieningspaneel en de wandcontactdoos niet groter is dan de lengte van de voedingskabel.

7. Plaats het bedieningspaneel binnen het effectieve radiobereik van het bedieningspaneel en uit de buurt van metalen

1. Trek de clip naar buiten en duw de montagebeugel

omlaag om deze van het bedieningspaneel te verwijderen.

2. Gebruik de montageplaat als een mal om de plaatsen

van de montagegaten op de wand te markeren.

3. Boor op de gemarkeerde plaatsen montagegaten (5 mm)

4. Plaats een bijgeleverde plug in ieder montagegat.

5. Verwijder de batterijdeksel.

6. Controleer of de koppeling van de verbindingsdraad op

7. Controleer of de koppeling van de verbindingsdraad op

uit staat. Opmerking: Reset het alarm als het sabotage-alarm van het bedieningspaneel continu klinkt: a) Druk op de knop . b) Voer de viercijferige pincode in (Gebruiker). c) Druk op de knop .

8. Sluit de connector van de NiMH-batterij (7,2V) op de

batterijaansluiting aan.

9. Plaats de batterijdeksel.

10. Sluit de witte voedingsadapter (12V) op de

voedingsadapteraansluiting aan. Leid de kabel door de kabelgoot.75

11. Plaats het bedieningspaneel op de wandbeugel.

Als het bedieningspaneel wordt ingeschakeld en 15 minuten met rust wordt gelaten, geeft het bedieningspaneel pieptonen en knippert de gebeurtenissenlogboekindicator om aan te geven dat het bedieningspaneel de IP-gateway zoekt. Voor het opheffen van de pieptonen en het uitschakelen van de gebeurtenissenlogboekindicator: a) Druk op de knop . b) Druk op de knop .

Het bedieningspaneel van de wand verwijderen: Duw de clip met behulp van een schroevendraaier met een platte kop naar de wand en duw het bedieningspaneel omhoog van de montagebeugel af.

5.5 De IP-gateway installeren

Via de draadloze IP-gateway heeft u op afstand toegang tot het systeem en kunt u het via internet bedienen met gebruikmaking van de online software via https://GlobalGuard.Friedland.co.uk of met behulp van de Apple/Android GlobalGuard apps. Voor toegang op afstand tot het systeem moet de internetverbinding waarop de IP-gateway is aangesloten actief zijn. De internetverbinding mag geen firewalls of andere belemmeringen die toegang op afstand kunnen beletten bevatten.

1. Sluit de IP-gateway op een LAN-poort op uw router aan.

2. Sluit de zwarte voedingsadapter (5V) op de

voedingsadapteraansluiting aan.

3. Schakel de IP-gateway in. De voedingsindicator op de

IP-gateway wordt binnen 1 minuut groen.

5.6 De IP-gateway aan het bedieningspaneel koppelen (optioneel)

De bijgeleverde IP-gateway is vooraf op de fabriek aan het bedieningspaneel gekoppeld. Een IP-gateway aan het bedieningspaneel koppelen:

1. Druk op de knop .

2. Voer de viercijferige pincode (Gebruiker) in.

3. Druk op de knop .

6. Voer het apparaatnummer (01-12) in. Controleer of geen ander apparaat reeds op het kanaal is aangesloten.

7. Druk op de knop .76

9. Druk binnen 30 seconden op de koppelingsknop op de IP-gateway en houd deze ingedrukt tot de display 'LEARNING OK'

{INLEREN OK] weergeeft.

5.7 De IP-gateway van het bedieningspaneel loskoppelen (optioneel)

1. Druk op de knop .

2. Voer de viercijferige pincode (Gebruiker) in.

3. Druk op de knop .

6. Voer het apparaatnummer (01-12) in. Controleer of geen ander apparaat reeds op het kanaal is aangesloten.

7. Druk op de knop .

9. Druk op de knop .

5.8 Het aansluitklemmenblok (optioneel)

Permanente zoneaansluitingen (gesloten contacten)

Permanente zoneaansluitingen (spanningsvrije contacten)

Sabotageschakelaar (bedrade aansluiting)

Zet om toegang tot het aansluitklemmenblok te krijgen het systeem eerst in de testmodus (zie de paragraaf 'Testmodus (TEST MODE [TESTMODUS])'.

1. Zet de koppeling van de verbindingsdraad P1 op uit.

2. Schakel de voeding naar de voedingsadapter uit.

3. Verwijder het bedieningspaneel van de wandbeugel.

4. Koppel de voedingsadapter van het bedieningspaneel los.

5. Verwijder de batterijdeksel.

6. Koppel de reservebatterij los en verwijder hem.

7. Sluit de verbindingsdraden zoals vereist op de aansluitklemmen aan.

8. Plaats de reservebatterij en sluit hem aan.

9. Plaats de batterijdeksel.

10. Sluit de voedingsadapter op het bedieningspaneel aan.

11. Schakel de voeding naar de voedingsadapter in.

12. Plaats het bedieningspaneel op de wandbeugel.

13. Druk op de knop om de testmodus te verlaten.

De signaalcontacten op alle alarm- en sabotagezones met permanente aansluitingen moeten spanningsloos zijn, d.w.z. dat zij alleen mogen openen en sluiten en niet zelf spanning via de contacten mogen genereren. De contacten op zones 33, 34, 35 en het sabotagecircuit moeten standaard zijn gesloten. Als de contacten opengaan, wordt een alarm gegenereerd. Voor zones 33, 34 en 35 kunnen extra deur/raamcontactdetectoren permanent op deze aansluitklemmen worden aangesloten. De contacten voor zones 36 moet standaard open zijn. Als de contacten sluiten, wordt een alarm gegenereerd. Opmerking: De koppeling van de verbindingsdraad P51 moet standaard op uit staan. Zet de koppeling van de verbindingsdraad P51 alleen op aan bij gebruik van het permanent aangesloten sabotagecircuit.77

5.9 Achterwaartse compatibiliteit (beveiligingsapparaten)

Oudere modellen van 868 MHz PIR-bewegingsdetectoren, deur/raamcontactdetectoren, afstandsbedieningen en toetsenpanelen op afstand zijn ook compatibel met het systeem. Als u een bestaand 868 MHz draadloos beveiligingssysteem upgradet, kunt u dezelfde beveiligingsapparaten gebruiken door deze eenvoudig aan het GlobalGuard-systeem te koppelen.

Sluit als een extra bedrade deur/raamcontactdetector is vereist de draad van de detector op het aansluitklemmenblok (1) in de batterijhouder aan. In de batterijdeksel naast het aansluitklemmenblok is een kabeldoorvoer uitgesneden. Sluit de bedrade deur/raamcontactdetector aan met een maximumlengte van 1,5 meter van één van de volgende draden: een alarmkabel met 6 kernen een beldraad met 2 kernen (min. 6 x 0,2 mm) een 24 AWG-draad met 2 kernen Gebruik schakelaar SW3 (2) om de interne en externe bedrade magnetische deur/raamcontactdetectoren in of uit te schakelen: Positie Functie Bovenzijde Alleen de interne deur/raamcontactdetector wordt op aan gezet. Onderzijde Zowel de interne als de externe deur/raamcontactdetectoren worden op aan gezet.

Bij gelijktijdig gebruik van twee deur/raamcontactdetectoren voor interne en externe aansluitingen wordt als één van de contacten wordt geopend slechts één activeringsgebeurtenis geteld. Als één deur/raamcontactdetector open blijft staan en de andere gesloten deur/raamcontactdetector wordt geopend, wordt een activeringsgebeurtenis geteld. Zet als u de externe deur/raamcontactdetector niet gebruikt schakelaar SW3 in de bovenste stand om juiste werking van de detector te verzekeren. 6 Testen en programmeren

6.1 Testmodus (TEST MODE [TESTMODUS])

1. Controleer of het systeem in de uitgeschakelde modus staat.

2. Druk op de knop .

3. Voer de viercijferige pincode (Gebruiker) in.

4. Druk op de knop .

Het bedieningspaneel heeft een ingebouwde testfunctie, zodat u de sirene op ieder moment kunt testen. Aanbevolen wordt om het systeem regelmatig maar minimaal iedere drie maanden te testen. Controleer voordat u gaat testen of: in alle door een PIR-bewegingsdetector bewaakte ruimtes gedurende 3 minuten geen beweging plaatsvindt. alle door een deur/raamcontactdetector bewaakte deuren/ramen zijn gesloten. alle batterijdeksels en behuizingen correct zijn geplaatst.

1. Activeer iedere beveiligingsdetector door een met een PIR-bewegingsdetector bewaakte ruimte binnen te lopen of door

een met een deur/raamcontactdetector bewaakte deur of raam te openen. Het bedieningspaneel geeft een geluidssignaal. De display toont de id-code van de zone waarvoor de detector is geconfigureerd.

2. Verwijder de batterijdeksels van de PIR-bewegingsdetectoren en de deur/raamcontactdetectoren om de

sabotageschakelaars te bedienen. Het bedieningspaneel geeft een geluidssignaal. De display toont 'Z0X TAMPER' [Z0X SABOTAGE].

3. Activeer achtereenvolgens alle knoppen op de afstandsbediening (optionele accessoire). Het bedieningspaneel geeft een

geluidssignaal. De display toont een bericht volgens de onderstaande tabel: Onderdeel Bericht

Opmerking: Als de batterij van een PIR-bewegingsdetector bijna leeg is, geeft het bedieningspaneel een geluidssignaal en verschijnt 'Z0X BATTERY' [Z0X BATTERIJ] op de display.

De op zonne-energie werkende sirene heeft een servicemodus die voorkomt dat de sabotageschakelaar een alarm genereert als de sirene van de wand wordt verwijderd. Zet de sirene voordat u deze van de wand neemt op 'SERVICE MODE ON' [SERVICEMODUS AAN]. Zet de sirene na het vervangen van de batterijen en het plaatsen van de sirene op 'SERVICE MODE OFF' [SERVICEMODUS UIT]. Als u 'WIREFREE SIREN SERVICE OFF' [DRAADLOZE SIRENE SERVICE UIT] selecteert, geeft de sirene één lange pieptoon gevolgd door twee korte pieptonen. Als u 'WIREFREE SIREN SERVICE AAN' [DRAADLOZE SIRENE SERVICE AAN] selecteert, geeft de sirene twee korte pieptonen gevolgd door één lange pieptoon.

6.1.5 Het bedieningspaneel resetten

Het bedieningspaneel keert niet naar de standaardfabrieksinstellingen terug, maar alle instellingen en ingeleerde apparaten worden uit het geheugen gewist.

1. Druk op de knop .

2. Voer de viercijferige pincode (Admin. [Systeembeheerder]) in.

3. Druk op de knop .

4. Schakel de voeding naar de voedingsadapter uit.79

5. Verwijder het bedieningspaneel van de wandbeugel.

6. Koppel de voedingsadapter van het bedieningspaneel los.

7. Verwijder de batterijdeksel.

8. Koppel de reservebatterij los en verwijder hem.

9. Zet de koppeling van de verbindingsdraad P1 op aan.

10. Plaats de reservebatterij en sluit hem aan.

11. Plaats de batterijdeksel.

12. Sluit de voedingsadapter op het bedieningspaneel aan.

13. Schakel de voeding naar de voedingsadapter in. Het bedieningspaneel wordt ingeschakeld. De display toont 'EEPROM

RESET'. Na voltooiing van het proces verschijnt op de display 'DISARM READY' [UITSCHAKELEN GEREED].

14. Zet de koppeling van de verbindingsdraad P1 op uit.

15. Plaats het bedieningspaneel op de wandbeugel.

Opmerking: Leer na het resetten van het bedieningspaneel altijd eerst de apparaten weer in het bedieningspaneel in.

6.2 Programmeermodus (PROGRAM MODE [PROGRAMMEERMODUS])

U kunt het systeem aan de hand van de instructies in de handleiding installeren of gebruik maken van de GlobalGuard pc- installatiesoftware, beschikbaar via www.friedlandproducts.com. U kunt met de pc-installatiesoftware alleen huisautomatiseringprogramma's, gebeurtenissen en tijdschema's programmeren. De huisautomatiseringknoppen (I/II/III) op het bedieningspaneel kunnen alleen via de pc-installatiesoftware worden geprogrammeerd. Controleer als u gebruik maakt van de pc-installatiesoftware of de pc en de IP-gateway op dezelfde router zijn aangesloten. Controleer als u gebruik maakt van een draadloze verbinding of de pc zich binnen het werkbereik van de router bevindt.

1. Controleer of het systeem in de uitgeschakelde modus staat.

2. Druk op de knop .

3. Voer de viercijferige pincode (Admin. [Systeembeheerder]) in.

4. Druk op de knop .

Opmerking: Bij gebruikmaking van de pc-installatiesoftware voor het wijzigen van de programma-instelling en wordt het toetsenpaneel op het bedieningspaneel inactief (tenzij u de ESC-knop gedurende 3 seconden ingedrukt houdt).

Als het systeem met behulp van de bedreigingscode wordt uitgeschakeld, schakelt het systeem op de normale manier uit. Alle e-mailcontactpersonen in de online account krijgen een waarschuwing via de e-mail. Alle mobiele toestellen waarop de app draait, worden gewaarschuwd. Het betreffende bedreigingsbericht wordt verstuurd. Opmerking: De bedreigingscode om contactpersonen te waarschuwen als een indringer het pand betreedt kan alleen via het bedieningspaneel worden ingevoerd.

6.2.1.3 Gebruikersnaam (NAME [NAAM])

De display toont de gebruikersnaam zodra het systeem door een bepaalde gebruiker wordt ingeschakeld of uitgeschakeld. Het maximumaantal tekens voor iedere gebruiker is 15.

1. Druk op de knop om tussen letters en cijfers te schakelen.

2. Klik op de knop om de cursor naar links te bewegen.

3. Klik op de knop om de cursor naar rechts te bewegen.

4. Klik op de knop om het teken onder de cursor te wissen.

5. Houd de knop ingedrukt om alle karakters te wissen.

Letters Cijfers Letters Cijfers . @ / : - _ → ^

Het bedieningspaneel kan maximaal 8 afstandsbedieningen inleren.

1. Druk op de knop op de afstandsbediening. Het bedieningspaneel geeft twee korte pieptonen. De display toont 'NEW

DEVICE' [NIEUW APPARAAT]. Opmerking: Als de afstandsbediening al is gekoppeld, geeft het bedieningspaneel één lange pieptoon.

2. Druk binnen 15 seconden op de knop op de afstandsbediening om de id-code te bevestigen. Het bedieningspaneel

geeft drie korte pieptonen. De display toont 'DEVICE CONFIRMED' > 'SAVING NEW DEVICE' [APPARAAT BEVESTIGD > NIEUW APPARAAT OPSLAAN]. Opmerking: Als het bevestigingssignaal niet binnen 15 seconden wordt ontvangen, geeft het bedieningspaneel één lange pieptoon en verlaat de inleermodus. Bericht Betekenis

LEARNING OK [INLEREN OK]

Het bedieningspaneel heeft de id-code met succes ingeleerd.

Als u de knoppen op het toetsenpaneel op afstand niet binnen 60 seconden indrukt, vindt een time-out plaats.

ID DUPLICATE [DUBBELE ID]

Het bedieningspaneel heeft dezelfde id-code al eerder ingeleerd.81

6.2.1.5 Persoonlijke aanvalsknop (PANIC [PANIEK])

Als u de persoonlijke aanvalsknop ( ) op de afstandsbediening indrukt, genereert het bedieningspaneel een alarm.

6.2.1.6 Status (STATUS)

De afstandsbediening bestuurt het bedieningspaneel als de afstandsbediening onverwachts uitvalt.

6.2.1.7 De afstandsbediening wissen (DEL DATA) [GEGEVENS WISSEN]

U kunt de instellingen van de afstandsbediening via het bedieningspaneel wissen.

Standaardinstellingen Onderdeel Bericht

U kunt de tijdsduur voor het klinken van het alarm na activering instellen.

6.2.2.2 Interne sirene (INT. SIREN [INT. SIRENE])

U kunt de interne sirene in- en uitschakelen.

6.2.2.3 Externe sirene (EXT. SIREN [EXT. SIRENE]) – Draadloze sirene (WIREFREE SIREN [DRAADLOZE SIRENE])

U kunt de externe sirene in- en uitschakelen.

6.2.2.4 Externe sirene (EXT. SIREN [EXT. SIRENE]) – Nachtalarm (NIGHT ALARM [NACHTALARM])

U kunt voorkomen dat het bedieningspaneel tussen 22:00 en 06:00 uur een volledige alarmsituatie genereert, zodat het geluid van het alarm de omgeving niet stoort. Als de functie wordt uitgeschakeld, klinkt geen alarm tussen 22:00 en 06:00 uur.

6.2.2.5 Foutpieptoon (ERROR BEEP [FOUTPIEPTOON])

In geval van een afwijkende situatie knippert de gebeurtenissenlogboekindicator en geeft het bedieningspaneel een foutpieptoon. Als de gebeurtenissenlogboekindicator knippert terwijl het systeem is uitgeschakeld en het bedieningspaneel af en toe een pieptoon geeft, betekent dit dat zich een alarmsituatie heeft voorgedaan. Open het gebeurtenissenlogboek om de gebeurtenissenlogboekindicator te laten ophouden met knipperen en het piepen van het bedieningspaneel te stoppen. Opmerking: Het bedieningspaneel geeft geen foutpieptoon tussen 22:00 en 06:00 uur.

6.2.2.6 Detectie van radiofrequentieblokkering (RF JAMMING DETECTION [RF-BLOKKERINGSDETECTIE])

De detectie van radiofrequentieblokkering zoekt continu naar signalen van radiofrequentieblokkering op de bedrijfsfrequentie van het systeem.

6.2.2.7 Alarmrelais (ALARM RELAY [ALARMRELAIS])

U kunt de tijdsduur voor de werking van de externe permanent aangesloten relaiscontacten na het genereren van een alarm instellen.

6.2.2.8 Zoneblokkering (ZONE LOCKOUT [ZONEBLOKKERING])

U kunt voorkomen dat één zone meer dan driemaal een alarm genereert voordat het systeem wordt uitgeschakeld.

6.2.2.9 Deels inschakelen-I instellen (PART ARM-I SETUP [DEELS INSCHAKELEN-I INSTELLEN])

U kunt instellen na hoeveel tijd de uitgangsvertraging verstrijkt als het systeem in de modus 'Part Arm-I' [Deels inschakelen-I] staat.

6.2.2.10 Deels inschakelen-II instellen (PART ARM-II SETUP [DEELS INSCHAKELEN-II INSTELLEN])

U kunt instellen na hoeveel tijd de uitgangsvertraging verstrijkt als het systeem in de modus 'Part Arm-II' [Deels inschakelen-II] staat.

6.2.2.11 Volledig inschakelen instellen (FULLY ARM SETUP [VOLLEDIG INSCHAKELEN INSTELLEN])

U kunt instellen na hoeveel tijd de uitgangsvertraging verstrijkt als het systeem in de modus 'Fully Arm' [Volledig inschakelen] staat.

6.2.2.12 Vakantie-inschakeling instellen (HOLIDAY ARM SETUP [VAKANTIE-INSCHAKELING INSTELLEN])

U kunt instellen na hoeveel tijd de uitgangsvertraging verstrijkt als het systeem in de modus 'Holiday Arm' [Vakantie- inschakeling] staat.

6.2.2.13 Datum (DATE [DATUM])

U kunt de huidige datum instellen.

6.2.2.14 Tijd (TIME [TIJD])

U kunt de huidige tijd instellen.

6.2.2.15 Toetsenpaneel op afstand (WIREFREE KEYPAD [DRAADLOOS TOETSENPANEEL])

Het bedieningspaneel kan maximaal 6 toetsenpanelen op afstand inleren.84

1. Het toetsenpaneel op afstand inleren (LEARNING ID [ID INLEREN])

a) Voer de viercijferige id-code in en druk op de knop op het toetsenpaneel op afstand. Het bedieningspaneel geeft twee korte pieptonen. De display toont 'NEW DEVICE' [NIEUW APPARAAT]. Opmerking: Als de afstandsbediening al is gekoppeld, geeft het bedieningspaneel één lange pieptoon. b) Voer de viercijferige id-code in en druk binnen 15 seconden op de knop op het toetsenpaneel op afstand om de id-code te bevestigen. Het bedieningspaneel geeft drie korte pieptonen. De display toont 'DEVICE CONFIRMED' > 'SAVING NEW DEVICE' [APPARAAT BEVESTIGD > NIEUW APPARAAT OPSLAAN]. Opmerking: Als het bevestigingssignaal niet binnen 15 seconden wordt ontvangen, geeft het bedieningspaneel één lange pieptoon en verlaat de inleermodus. Bericht Betekenis

LEARNING OK [INLEREN OK]

Het bedieningspaneel heeft de id-code met succes ingeleerd.

Als u de knoppen op het toetsenpaneel op afstand niet binnen 60 seconden indrukt, vindt een time-out plaats.

ID DUPLICATE [DUBBELE ID]

Het bedieningspaneel heeft dezelfde id-code al eerder ingeleerd.

2. Het toetsenpaneel op afstand in- en uitschakelen (KEYPAD WORK [TOETSENPANEEL WERKT])

U kunt een toetsenpaneel op afstand in- en uitschakelen.

3. De afstandsbediening wissen (DEL KEYPAD [TOETSENPANEEL WISSEN])

U kunt de instellingen van het toetsenpaneel op afstand van het bedieningspaneel wissen.

6.2.2.16 Het bedieningspaneel aan de ontvanger van de Spectra-verlichting koppelen

(LINK PANEL TO SPECTRA [PANEEL AAN SPECTRA KOPPELEN] (optioneel) Druk als de Spectra-ontvanger in de testmodus staat op de knop om het bedieningspaneel aan de ontvanger van de Spectra-verlichting te koppelen.

6.2.2.17 Verlichting voor de ontvanger van de Spectra-verlichting instellen

(LIGHTING SETUP [VERLICHTING INSTELLEN]) (optioneel) U kunt de bedrijfsmodus (OPERATION MODE [BEDRIJFSMODUS]) en de tijdsduur dat de lamp brandt (LAMP-ON TIME [TIJDSDUUR LAMP AAN]) voor de ontvanger van de Spectra-verlichting instellen. Als het bedieningspaneel aan een ontvanger van de Spectra-verlichting is aangesloten en de besturing van de Spectra- verlichting wordt ingeschakeld, schakelt iedere alarmsituatie (behalve brandalarmen) de gekoppelde verlichting in gedurende de ingestelde tijdsduur voor lamp aan. Opmerking: U kunt de begintijd en de eindtijd alleen met behulp van de GlobalGuard pc-installatiesoftware instellen. Als de Spectra-verlichting voor 24 uur wordt geconfigureerd, worden de lampen op ieder tijdstip dat zich een alarmsituatie voordoet geactiveerd. Bij configuratie van de Spectra-verlichting voor tijdbesturing worden de lampen alleen geactiveerd als zich voor de geprogrammeerde stoptijd of na de geprogrammeerde begintijd een alarmsituatie voordoet. Als de alarmsituatie zich tussen de eindtijd en de begintijd voordoet, worden de lampen niet geactiveerd.

6.2.2.18 Taal instellen

U kunt de displaytaal voor het bedieningspaneel instellen. Opmerking: Het bedieningspaneel kan alleen de Engelse taal weergeven. De Duitse taal zal in de nabije toekomst worden toegevoegd.85

Standaardinstellingen Onderdeel Bericht

Het bedieningspaneel kan maximaal 32 draadloze 868 MHz deur/raamcontactdetectoren of PIR-bewegingsdetectoren inleren. Het bedieningspaneel kan maximaal 4 bedrade beveiligingsdetectoren inleren.

1. Druk op de sabotageschakelaar op de beveiligingsdetector.

2. Druk na 2 seconden nogmaals op de sabotageschakelaar op de beveiligingsdetector om de id-code te bevestigen.

Opmerking: Als het bevestigingssignaal niet binnen 15 seconden wordt ontvangen, geeft het bedieningspaneel één lange pieptoon en verlaat de inleermodus. Opmerking: Als de beveiligingsdetector al is gekoppeld, geeft het bedieningspaneel één lange pieptoon. Bericht Betekenis

LEARNING OK [INLEREN OK]

Het bedieningspaneel heeft de id-code met succes ingeleerd.

Als u de sabotageschakelaar op de beveiligingsdetector niet binnen 60 seconden indrukt, vindt een time-out plaats.

ID DUPLICATE [DUBBELE ID]

Het bedieningspaneel heeft dezelfde id-code al eerder ingeleerd.

6.2.3.2 Locatie (LOCATION [LOCATIE])

U kunt de locatie voor de beveiligingsdetector instellen.

6.2.3.3 Modeltype (MODEL TYPE [MODELTYPE])

U kunt het modeltype voor de beveiligingsdetector instellen.

6.2.3.4 Beveiligingstype (SECURITY TYPE [BEVEILIGINGSTYPE])

U kunt het beveiligingstype voor de beveiligingsdetector instellen. Beveiligingstype Functie INTRUDER [INDRINGER] Standaardbewaking tegen indringers met inschakelfuncties. 24 HR INTRUDER [24 UUR INDRINGER] 24-uurs bewaking van ruimtes die continu beveiliging vereisen, zelfs als het systeem is uitgeschakeld. Bij activering van een beveiligingsdetector wordt onmiddellijk een volledige alarmsituatie gegenereerd. FIRE [BRAND] 24-uurs bewaking van alle op het systeem aangesloten brand/rookdetectoren. Bij activering van een beveiligingsdetector wordt onmiddellijk een volledige alarmsituatie gegenereerd. TEST Als het systeem is ingeschakeld, zal een willekeurige detectorinstelling geen alarm genereren, maar wel een gebeurtenis in het gebeurtenissenlogboek. Alle e-mailcontactpersonen in de online account krijgen een waarschuwing via de e-mail. Alle mobiele toestellen waarop de app draait, worden gewaarschuwd.

PANIC/PA [PANIEK/PA]

Het bedieningspaneel heeft dezelfde id-code al eerder ingeleerd.

6.2.3.5 Geluidssignaalmodus (CHIME MODE [GELUIDSSIGNAALMODUS])

U kunt de geluidssignaalmodus voor een beveiligingsdetector in- en uitschakelen.

6.2.3.6 Deels inschakelen-I instellen (PART-ARM-I [DEELS INSCHAKELEN-I])

Als het systeem op 'Part Arm-I' [Deels inschakelen-I] is ingesteld, kunt u de detectorzone in- en uitschakelen.

6.2.3.7 Deels inschakelen-II instellen (PART-ARM-II [DEELS INSCHAKELEN-II])

Als het systeem op 'Part Arm-II' [Deels inschakelen-II] is ingesteld, kunt u de detectorzone in- en uitschakelen.

6.2.3.8 Detectorstatus (DETECTOR STATUS [DETECTORSTATUS])

U kunt de werking van de beveiligingsdetector in- en uitschakelen.

6.2.3.9 De beveiligingsdetector wissen (DETECTOR REMOVE) [DETECTOR VERWIJDEREN]

U kunt de instellingen van de beveiligingsdetector van het bedieningspaneel wissen.

6.2.3.10 Sirene bij trigger (SIREN AT TRIGGER [SIRENE BIJ TRIGGER])

U kunt instellen of het bedieningspaneel bij activering van de beveiligingsdetector een geluidssignaal geeft of stil wordt.87

6.2.3.11 Binnenkomstvertraging (ENTRY DELAY [BINNENKOMSTVERTRAGING])

U kunt de binnenkomstvertraging voor het systeem instellen als het systeem is ingeschakeld. De binnenkomstvertragingstijd is de tijd tussen het activeren van een met een vertraging geconfigureerde beveiligingsdetector en het genereren van een alarm. De binnenkomstvertraging beïnvloedt alle inschakelmodi en kan niet langer voor afzonderlijke modi worden geconfigureerd.

(HOME AUTO. CONTROL SETUP [BESTURING HUIS AUTO. INSTELLEN]) De mogelijkheid betreft uitsluitend het gebruik van het type ontvanger van apparaten.

6.2.4.1.1 De ontvanger inleren (LINK PANEL TO CONTROL [PANEEL AAN BESTURING KOPPELEN])

Het bedieningspaneel kan maximaal 32 ontvangers voor huisautomatiseringbesturing inleren. Houd de inleerknop op de ontvanger 3 seconden ingedrukt. De inleerindicator knippert snel. De inleerindicator op de ontvanger stopt na bevestiging van de id-code van het bedieningspaneel met knipperen. Bericht Betekenis

De id-code is vanuit het bedieningspaneel verzonden.

De ontvanger heeft de id-code ingeleerd. De ontvanger schakelt eenmaal automatisch in en uit.

6.2.4.1.2 Alle ontvangers in- en uitschakelen (ALL ON [ALLES AAN])

U kunt alle ontvangers van de huisautomatiseringbesturing van de groep in- en uitschakelen.88

6.2.4.1.3 Toegang op afstand (REMOTE ACCESS [TOEGANG OP AFSTAND])

U kunt toegang op afstand naar en besturing van de ontvangers van de huisautomatiseringbesturing in- en uitschakelen. Voorbeeld: Als de ontvanger van de huisautomatiseringbesturing op een koffiezetapparaat is aangesloten en de toegang op afstand wordt ingeschakeld, dan zal het koffiezetapparaat via de online GlobalGuard-software of via de GlobalGuard app inschakelen. Opmerking: Zet als het op de ontvanger van de huisautomatiseringbesturing aangesloten apparaat tijdens bedrijf uw aandacht vereist de toegang op afstand op 'OFF' [UIT].

6.2.4.1.4 Modeltype (MODEL TYPE [MODELTYPE])

U kunt het modeltype voor de huisautomatiseringbesturing instellen.

6.2.4.1.5 Status van de huisautomatiseringbesturing (CONT. STATUS [BESTURINGSSTATUS])

U kunt de werking van de ontvanger van de huisautomatiseringbesturing in- en uitschakelen.

6.2.4.1.6 De huisautomatiseringbesturing wissen (CONT. REMOVE [BESTURING VERWIJDEREN])

U kunt de instellingen van de ontvanger van de huisautomatiseringbesturing van het bedieningspaneel wissen.

6.2.4.2 Huisautomatiseringbesturing instellen (type zender van apparaten]

(HOME AUTO. REMOTE/SENSOR [HUIS AUTO. OP AFSTAND/SENSOR]) De mogelijkheid betreft uitsluitend het gebruik van het zendertype van apparaten.

6.2.4.2.1 De zender inleren (LEARNING ID [ID INLEREN])

Het bedieningspaneel kan maximaal 32 zenders voor huisautomatiseringbesturing inleren. Houd de inleerknop op de zender 3 seconden ingedrukt. Bericht Betekenis

LEARNING OK [INLEREN OK]

Het bedieningspaneel heeft de id-code met succes ingeleerd.

Als u de inleerknop op de zender niet binnen 30 seconden indrukt, vindt een time-out plaats.

ID DUPLICATE [DUBBELE ID]

Het bedieningspaneel heeft dezelfde id-code al eerder ingeleerd.

6.2.4.2.2 Apparaatstatus (DEVICE STATUS [APPARAATSTATUS])

U kunt de werking van de zender van de huisautomatiseringbesturing in- en uitschakelen.

6.2.4.2.3 Het apparaat wissen (DEVICE REMOVE) [APPARAAT VERWIJDEREN]

U kunt de instellingen van de zender van de huisautomatiseringbesturing van het bedieningspaneel wissen.

6.2.5 Communicatieapparaat instellen (COMMS)

De mogelijkheid betreft uitsluitend het gebruik van het type zender/ontvanger van apparaten. Het type zender/ontvanger van apparaten wordt gebruikt om met het bedieningspaneel te communiceren om toegang op afstand, besturing en configuratie mogelijk te maken. Opmerking: De geleverde IP-gateway, die vooraf aan het bedieningspaneel is gekoppeld, is een voorbeeld van een communicatieapparaat. PROGRAM MODE [PROGRAMMEERMODUS]

Standaardinstellingen Onderdeel Bericht

U kunt het modeltype voor het communicatieapparaat instellen.

6.2.5.2 De zender/ontvanger inleren (LEARNING ID [ID INLEREN])

Het bedieningspaneel kan maximaal 12 communicatieapparaten inleren. Houd de inleerknop op de zender/ontvanger 3 seconden ingedrukt. Bericht Betekenis

LEARNING OK [INLEREN OK]

Het bedieningspaneel heeft de id-code met succes ingeleerd.

Als u de inleerknop op de zender/ontvanger niet binnen 30 seconden indrukt, vindt een time-out plaats.

ID DUPLICATE [DUBBELE ID]

Het bedieningspaneel heeft dezelfde id-code al eerder ingeleerd.

6.2.5.3 Apparaatstatus (DEVICE STATUS [APPARAATSTATUS])

U kunt de werking van het communicatieapparaat in- en uitschakelen. Opmerking: Na koppeling van een communicatieapparaat aan het bedieningspaneel verandert de apparaatstatus automatisch in 'ON' [AAN].

6.2.5.4 Het apparaat wissen (DEVICE REMOVE) [APPARAAT VERWIJDEREN]

U kunt de instellingen van het communicatieapparaat van het bedieningspaneel wissen.

U kunt de huidige instellingen in het bedieningspaneel opslaan voor het maken van back-ups.

6.2.6.2 Herstellen (RESTORE [HERSTELLEN])

Indien nodig, kunt u de opgeslagen instellingen herstellen.90 7 Bediening Schakel het systeem in als u het pand verlaat. Controleer voordat u het systeem inschakelt of alle deuren en ramen zijn gesloten en of de beschikbare PIR-bewegingsdetectoren niet zijn geblokkeerd. Controleer of dieren vastzitten in ruimten die niet door PIR-bewegingsdetectoren worden bewaakt. Het systeem heeft vier inschakelmodi: 'Fully Arm' [Volledig inschakelen], 'Holiday Arm' [Vakantie-inschakeling], 'Part Arm-I' [Deels inschakelen-I] en 'Part Arm-II' [Deels inschakelen-II]. De modus 'Holiday Arm' [Vakantie-inschakeling] is een kopie van de modus 'Fully Arm' [Volledig inschakelen]. De modus 'Fully Arm' [Volledig inschakelen] is doorgaans voor dagelijks gebruik, terwijl de modus 'Holiday Arm' [Vakantie-inschakeling] wordt gebruikt als men tijdens de vakantie voor een langere periode van huis is. In het bijzonder voor de modus 'Holiday Arm' [Vakantie-inschakeling] kunt u tijdschema's of gebeurtenissen voor bediening van iedere ontvanger voor huisautomatiseringbesturing instellen om de aanwezigheid van bewoners te simuleren. Zie voor bijzonderheden betreffende het instellen van tijdschema's of gebeurtenissen de softwarehandleiding. 'Part Arm-I' [Deels inschakelen-I] en 'Part Arm-II' [Deels inschakelen-II] maken het mogelijk om geselecteerde detectoren of zones uit te schakelen terwijl andere detectoren of zones zijn ingeschakeld. Bij het inschakelen van het systeem toont de display de inschakelmodus en het aftellen van de geprogrammeerde uitgangsvertraging. Als de pieptonen voor de uitgangsvertraging zijn ingeschakeld, geeft het bedieningspaneel pieptonen waarbij de snelheid stapsgewijs toeneemt naarmate de uitgangsvertraging verstrijkt. Aan het einde van de uitgangsperiode zijn alle actieve zones volledig ingeschakeld. De gebruiker moet het pand hebben verlaten en de laatste bewaakte deur hebben afgesloten. Als tijdens het inschakelen van het systeem een detector in een actieve zone wordt geactiveerd, toont de display het aftellen van de geprogrammeerde binnenkomstvertraging voor de zone. Als de pieptonen voor de binnenkomstvertraging zijn ingeschakeld, geeft het bedieningspaneel pieptonen waarbij de snelheid stapsgewijs toeneemt naarmate de binnenkomstvertraging verstrijkt. Als het systeem niet is uitgeschakeld als de binnenkomstvertraging verstrijkt, wordt een volledig alarm gegenereerd. Bijzonderheden betreffende de zonegebeurtenis die het alarm heeft geactiveerd worden in het gebeurtenissenlogboek geregistreerd. Aan het einde van de alarmtijdsduur stoppen de alarmen en schakelt het systeem zichzelf automatisch weer in (afhankelijk van de situatie van de zoneblokkeringsfunctie).

7.1 Het systeem volledig inschakelen ('Fully Arm' mode [modus Volledig inschakelen])

1. Druk eenmaal op de knop .

1. Druk eenmaal op de knop .

2. Voer de viercijferige pincode (Gebruiker) in.

3. Druk op de knop .91

7.2 Het systeem voor de vakantie inschakelen ('Holiday Arm' mode [modus Vakantie-inschakeling])

1. Druk tweemaal op de knop .

1. Druk tweemaal op de knop .

2. Voer de viercijferige pincode (Gebruiker) in.

3. Druk op de knop .

7.3 Het systeem deels inschakelen

1. Druk eenmaal op de knop .

1. Druk eenmaal op de knop .

2. Voer de viercijferige pincode (Gebruiker) in.

3. Druk op de knop .

1. Druk tweemaal op de knop .

1. Druk tweemaal op de knop .

2. Voer de viercijferige pincode (Gebruiker) in.

3. Druk op de knop .

7.4 Het systeem uitschakelen ('Disarm' mode [modus Uitschakelen])

Afstandsbediening Bedieningspaneel

1. Druk eenmaal op de knop .

1. Druk eenmaal op de knop .

2. Voer de viercijferige pincode (Gebruiker) in.

3. Druk op de knop .

Opmerking: Als het bedieningspaneel aan een ontvanger van de Spectra-verlichting is gekoppeld en de besturing van de Spectra-verlichting wordt ingeschakeld, schakelt iedere alarmsituatie (behalve brandalarmen) de gekoppelde verlichting in gedurende de ingestelde tijdsduur voor lamp aan. Als het systeem met behulp van de bedreigingscode wordt uitgeschakeld, schakelt het systeem op de normale manier uit. Alle e-mailcontactpersonen in de online account krijgen een waarschuwing via de e-mail. Alle mobiele toestellen waarop de app draait, worden gewaarschuwd. Het betreffende bedreigingsbericht wordt verstuurd.92

7.5 Snelinstelfunctie

De snelinstelfunctie schakelt het systeem volledig in met een uitgangsvertraging van 10 seconden.

1. Druk op de knop .

2. Voer de viercijferige pincode (Gebruiker) in.

3. Druk op de knop .

Opmerking: Als u tijdens de uitgangsvertraging op de knop drukt, wordt de resterende uitgangsvertragingsperiode naar 5 seconden gereset.

7.6 Huisautomatiseringknoppen (I/II/III)

De huisautomatiseringknoppen op het bedieningspaneel dienen voor installatie van de 'Programmes' [Programma's] via de pc- installatiesoftware. Zie de softwarehandleiding. Opmerking: Wacht als u een huisautomatiseringknop indrukt een paar seconden voordat u een andere knop indrukt. Als u de knoppen te snel indrukt, wordt het programma mogelijk niet geactiveerd.

7.7 Persoonlijke aanvalfunctie

De gebruiker kan in geval van bedreiging of gevaar op ieder moment een alarm genereren door de persoonlijke aanvalfunctie te activeren. Afstandsbediening Bedieningspaneel

1. Houd de knop 3 seconden ingedrukt.

1. Houd de persoonlijke aanvalsknop 3 seconden

ingedrukt. Het alarm blijft klinken gedurende de tijdsduur van het alarm tot het systeem automatisch reset of tot het systeem wordt uitgeschakeld.

Als, bij een ingeschakeld systeem, één zone meer dan driemaal een alarm genereert en de zoneblokkering wordt ingeschakeld, wordt de zone geblokkeerd. De sirene negeert andere alarmsignalen vanuit de zone. Er wordt geen alarm gegenereerd. Bij uitschakeling van de sirene wordt de zondeblokkering opgeheven. Als de zoneblokkering wordt uitgeschakeld, kan één enkele zone een willekeurig aantal alarmen genereren. Zoneblokkering werkt uitsluitend bij alarmzones. Zoneblokkering werkt dus niet bij brandzones.

7.9 Sabotage van het apparaat

De sabotagezone werkt op 24-uurs basis. Ontvangst van een sabotagesignaal van een willekeurig apparaat genereert onmiddellijk een alarm, ongeacht of systemen in- of uitgeschakeld zijn, tenzij het systeem in de testmodus of de programmeermodus staat. Als de batterijdeksel van een willekeurig apparaat (behalve de afstandsbedieningen) wordt verwijderd of als de sirene of het bedieningspaneel van de wand wordt gehaald, wordt onmiddellijk een alarm gegenereerd, zelfs als het systeem is uitgeschakeld (tenzij de sirene in de testmodus of programmeermodus staat). Het alarm klinkt tot de ingestelde alarmtijdsduur is verstreken of tot het systeem via de afstandbediening of het toetsenpaneel op afstand wordt uitgeschakeld.

7.10 Geluidssignaalfunctie

U kunt de geluidssignaalfunctie alleen bedienen als het systeem in de stand-bymodus staat.

1. Druk op de knop om de geluidssignaalfunctie in te schakelen.

2. Druk nogmaals op de knop om de geluidssignaalfunctie uit te schakelen.

Opmerking: Zet voor bediening van de geluidssignaalfunctie met behulp van een beveiligingsdetector de geluidssignaalmodus voor de zone van de beveiligingsdetector op 'ON' [AAN].

7.11 Spectra-verlichting (handmatig/automatisch schakelen)

1. Klik op de knop om de gekoppelde Spectra-verlichting in te schakelen.

2. Klik op de knop om de gekoppelde Spectra-verlichting uit te schakelen en terug op automatische bediening te zetten.93

7.12 Pieptonen vanuit het toetsenbord

1. Klik op de knop om de pieptonen van het toetsenbord uit te schakelen.

2. Klik nogmaals op de knop om de pieptonen van het toetsenbord in te schakelen.

7.13 Pieptonen voor binnenkomst/uitgang

Als de pieptonen van de binnenkomst/uitgangsvertraging zijn ingeschakeld, kunt u deze alleen tijdens de actieve vertragingsperiode tijdelijk uitschakelen.

1. Druk op de knop om de pieptonen van de binnenkomst/uitgangsvertraging uit te schakelen.

2. Druk nogmaals op de knop om de pieptonen van de binnenkomst/uitgangsvertraging in te schakelen.

Opmerking: Aan het begin van de volgende binnenkomst/uitgangsvertragingsperiode volgen de pieptonen de instellingen van het hoofdsysteem op de normale manier.

7.14 Gebeurtenissenlogboek

De gebeurtenissenlogboekindicator knippert iedere 5 seconden om aan te geven dat een nieuwe gebeurtenis in het gebeurtenissenlogboek is opgenomen. Alleen bij alarmgebeurtenissen zal het bedieningspaneel iedere 10 seconden een pieptoon geven. Overige systeemgebeurtenissen (b.v. een bijna lege batterij) genereren geen waarschuwingspieptonen. Kijk naar één van de volgende acties: - Klik op de knop om de gebeurtenissenlogboekindicator uit te schakelen. - Klik op de knop om het gebeurtenisbericht in het gebeurtenissenlogboek te lezen. Ieder gebeurtenisbericht verschijnt op twee displays. De eerste display toont het gebeurtenisnummer en wanneer de gebeurtenis heeft plaatsgevonden. De tweede display toont de werkelijke inhoud van de gebeurtenis. Bericht Beschrijving Bericht Beschrijving EVENT LOG [GEBEURTENISSENLOGBOEK]

Communicatieapparaat Verbinding mislukt PANIC SIREN [PANIEKSIRENE] De persoonlijke aanvalknop op het bedieningspaneel is geactiveerd. CONTROL PANEL [BEDIENINGSPANEEL] LOW BATTERY

[BATTERIJ BIJNA LEEG]

Bedieningspaneel Batterij bijna leeg WIREFREE KEYPAD [DRAADLOOS TOETSENPANEEL] PANIC SIREN [PANIEKSIRENE] Het draadloze toetsenpaneel heeft de panieksirene geactiveerd. COMMS DEVICE [COMMUNICATIEAPPARAAT]

Communicatieapparaat xx batterij bijna leeg LOCATION [LOCATIE]

ZXX PANIC/PA [ZXX PANIEK/PA]

Zone xx heeft de panieksirene geactiveerd. REMOTE/DETECTOR [AFSTANDSBEDIENING/DETECTOR]

Apparaat op afstand/sensor xx batterij bijna leeg

[RXX PANIEKSIRENE] Gebruiker xx heeft de panieksirene geactiveerd. LOCATION [LOCATIE]

Waarschuwing voor een indringer RF JAMMED [RF GEBLOKKEERD] De radiofrequentie wordt geblokkeerd. LOCATION [LOCATIE]

ZXX FIRE [ZXX BRAND]

Waarschuwing voor brand CONTROL PANEL [BEDIENINGSPANEEL]

Communicatieapparaat Bij xx is de AC-voeding uitgevallen HOLIDAY ARM [VAKANTIE-INSCHAKELING]

Tijdschemafunctie xx wordt geactiveerd. PART-ARM-I [DEELS-INSCHAKELEN-I]

USERXX [GEBRUIKER XX]

Deels inschakelen-I door gebruiker xx. EVENT FUNC. [GEBEURTENISFUNCTIE]

NO.XX TRIGGER [NR. XX TRIGGER]

Gebeurtenisfunctie xx wordt geactiveerd. PART-ARM-II [DEELS-INSCHAKELEN-II]

USERXX [GEBRUIKER XX]

Deels inschakelen-II door gebruiker xx. PROG. FUNC. [PROGRAMMAFUNCTIE

NO.XX TRIGGER [NR. XX TRIGGER]

Programmafunctie xx wordt geactiveerd. DISARM [UITSCHAKELEN]

Afstandsbediening xx batterij bijna leeg

7.15 Batterijbewaking

7.15.1 Batterij bijna leeg

Alle systeemapparaten bewaken constant hun batterijstatus. Vervang als de indicator voor batterij bijna leeg op een apparaat gaat branden de batterij van het apparaat zo snel mogelijk. Schakel voordat u de batterij gaat vervangen het systeem naar de testmodus. Schakel na het vervangen van de batterij het systeem terug naar de bedrijfsmodus. Als de batterij van een deur/raamcontactdetector of een PIR-bewegingsdetector bijna leeg is, wordt de situatie door het bedieningspaneel geregistreerd en wordt een gebeurtenisbericht in het gebeurtenissenlogboek opgeslagen.

7.15.2 Bedieningspaneel

Bij onderbreking van de voeding wordt het bedieningspaneel door de oplaadbare batterij gevoed. In een normale batterijsituatie knippert de voedingsindicator met een interval van 1 seconde. Als de batterij bijna leeg is, knippert de voedingsindicator met een interval van 3 seconden.

7.15.3 Afstandsbediening

Als de batterij bijna leeg is, blijft de zendindicator na het loslaten van de knop knipperen. In een normale batterijsituatie gaat de zendindicator binnen 2 seconden na het loslaten van de knop uit.

7.15.4 Deur/raamcontactdetector

Als de batterij bijna leeg is, gaat de zendindicator na het loslaten van de knop of als het raam wordt geopend 1 seconde branden. In een normale batterijsituatie gaat de zendindicator niet branden (tenzij de detector in de testmodus staat met de batterijdeksel verwijderd).

7.15.5 PIR-bewegingsdetector

Als de batterij bijna leeg is, gaat de indicator achter de detectorlens bij waarneming van een beweging knipperen. In een normale batterijsituatie gaat de indicator achter de detectorlens niet branden (tenzij de detector in de looptestmodus staat). 8 Onderhoud

Laat de oplaadbare batterij niet gedurende een lange periode in ontladen staat. De oplaadbare batterij heeft standaard een levensduur van 3-4 jaar en vereist geen onderhoud. Vervangende batterij: 6 V NiMH-batterij (1x)95

8.1.2 Afstandsbediening

De afstandsbediening vraagt weinig onderhoud. Vervang de batterij eenmaal per jaar of als wordt aangegeven dat de batterij bijna leeg is. Vervangende batterij: 3 V CR2032 lithium knoopcelbatterij (1x)

8.1.3 Toetsenpaneel op afstand

Het toetsenpaneel op afstand vraagt weinig onderhoud. Vervang de batterij eenmaal per jaar of als wordt aangegeven dat de batterij bijna leeg is. Vervangende batterij: 9 V PP3 alkalinebatterij (1x)

8.1.4 Deur/raamcontactdetector

De deur/raamcontactdetector vraagt weinig onderhoud. Vervang de batterij eenmaal per jaar of als wordt aangegeven dat de batterij bijna leeg is. Vervangende batterij: 3 V CR2032 lithium knoopcelbatterij (2x) Opmerking: Gebruik geen oplaadbare batterijen bij deur/raamcontactdetectoren.

8.1.5 PIR-bewegingsdetector

De PIR-bewegingsdetector vraagt weinig onderhoud. Vervang de batterij eenmaal per jaar of als wordt aangegeven dat de batterij bijna leeg is. Vervangende batterij: 9 V PP3 alkalinebatterij (1x) Opmerking: Gebruik geen oplaadbare batterijen bij PIR-bewegingsdetectoren.

8.1.6 Op zonne-energie werkende sirene

Schakel als u het systeem volledig moet uitschakelen eerst het bedieningspaneel naar de testmodus en vervolgens de sirene naar de servicemodus voordat u de kap van de sirene verwijdert en de oplaadbare batterij en de opstartbatterij loskoppelt. Controleer of het zonnepaneel met een lichtafsluitend materiaal is afgedekt, zodat het zonnepaneel de sirene niet kan opladen. Schakel na het installeren van de sirene de sirene terug naar de bedrijfsmodus om de sirene weer in te schakelen.

4. Reinig het zonnepaneel iedere 6 maanden met een zachte, vochtige doek, bij voorkeur in het voorjaar en in het najaar.

Gebruik geen schurende reinigingsmiddelen op basis van oplosmiddelen of middelen in spuitbussen. Reinig de binnenzijde van de sirene niet en voorkom binnendringing van water in de sirene om te verzekeren dat het zonnepaneel al het beschikbare licht blijft opvangen. 5. Laat de sirene niet voor een lange periode met de batterijen aangesloten, tenzij de sirene voldoende licht kan ontvangen om de batterij opgeladen te houden. Als de batterijlading niet wordt onderhouden, zal de oplaadbare batterij tot een onacceptabel niveau ontladen en moet de sirene via de 12 Vdc/1 A voeding van het bedieningspaneel worden opgeladen. Plaats een nieuwe opstartbatterij om te verzekeren dat de sirene voldoende voeding krijgt tot het zonnepaneel de oplaadbare batterij weer kan opladen. 6. Laat de oplaadbare batterij niet gedurende een lange periode in ontladen staat. De oplaadbare batterij heeft standaard een levensduur van 3-4 jaar en vereist geen onderhoud. Vervangende batterij: 7,2V NiMH-batterij (1x) / 9V PP3 alkalinebatterij (1x)96 9 Problemen oplossen Probleem Oplossing De eerste twee indicatoren op de IP-gateway blijven oranje en gaan niet constant groen branden. Controleer of de internetverbinding actief is en niet wordt belemmerd. Controleer of het bedieningspaneel is ingeschakeld. Controleer of de IP-gateway zich binnen het werkbereik van het bedieningspaneel bevindt. De RF-indicator op de IP-gateway blijft oranje als de IP-gateway zich niet binnen het werkbereik van het bedieningspaneel bevindt. Het bedieningspaneel werkt niet. De voedingsindicator is uit of knippert. Uitval van de netvoeding: Controleer of andere elektrische systemen wel werken. Controleer of een voedingsadapter op het bedieningspaneel is aangesloten. Controleer of de voedingsadapters op de wandcontactdoos is aangesloten (en of de wandcontactdoos is ingeschakeld). De gebeurtenissenlogboek- indicator op het bedieningspaneel knippert. Lees het gebeurtenisbericht. Controleer of de batterijen van de beschikbare besturingen niet bijna leeg zijn. Vervang indien nodig de batterijen. Controleer of de batterijen van de beschikbare toetsenpanelen op afstand niet bijna leeg zijn. Vervang indien nodig de batterijen. Controleer of de batterijen van de beschikbare deur/raamcontactdetectoren niet bijna leeg zijn. Vervang indien nodig de batterijen. Controleer of de batterijen van de beschikbare PIR-bewegingsdetectoren niet bijna leeg zijn. Vervang indien nodig de batterijen. Het bedieningspaneel accepteert de viercijferige pincode (gebruiker) niet. Voer de juiste viercijferige pincode (gebruiker) in. Wacht niet langer dan 5 seconden tussen het indrukken van de cijfertoetsen. Reset naar de standaardfabrieksinstellingen en programmeer het systeem opnieuw. Een detectiezone wordt geactiveerd, maar er klinkt geen alarm. De binnenkomst/uitgangsvertraging is nog niet verstreken. De alarmtijdsduur is verstreken en het systeem is gereset. De alarmtijdsduur is geprogrammeerd voor 'NO ALARM' [GEEN ALARM]. De sirene en de indicatoren werken, maar er klinkt geen alarm. Controleer of de sirene correct aan de wand is gemonteerd en of de sabotageschakelaar maximaal is ingedrukt. De sirene reageert niet op het bedieningspaneel. Voer de juiste viercijferige pincode (gebruiker) in. Controleer of het bedieningspaneel de id-code van de sirene heeft ingeleerd. Controleer of DIP-schakelaar 5 van de sirene op 'SIREN' [SIRENE] is ingesteld. Controleer of de sirene binnen het effectieve radiobereik van het bedieningspaneel en uit de buurt van metalen objecten is geplaatst. Controleer of de sirene op 'SERVICE MODE OFF' [SERVICEMODUS UIT] is ingesteld. De oplaadbare batterij van de sirene ontlaadt zich:

1. Reinig het zonnepaneel.

2. Vervang de batterij als deze aan het einde van zijn levensduur is. Laad indien nodig

de batterij eerst gedurende 4 uur op. Een volledig alarm klinkt terwijl het systeem niet door een indringer is geactiveerd of is uitgeschakeld. De sabotageschakelaar is geactiveerd.

1. Controleer of de batterijdeksels van alle beveiligingsdetectoren goed zijn geplaatst.

2. Controleer of de sirene correct aan de wand is gemonteerd en of de

sabotageschakelaar maximaal is ingedrukt. Het persoonlijke aanvalalarm is vanaf het bedieningspaneel of vanaf een afstandsbediening in werking gesteld. Het anti-blokkeringsdetectiecircuit is in werking gesteld. De indicator op de afstandsbediening brandt niet of is vaag bij gebruik van de afstandsbediening. Controleer of de batterij met de juiste polariteit is geplaatst. Controleer of de aansluitingen van de batterijhouder goed contact maken met de batterij. De batterij is bijna leeg. Vervang de batterij. De PIR-bewegingsdetector geeft een vals alarm. Plaats de detector niet in de buurt van direct zonlicht of warmtebronnen. Plaats de detector niet in vochtige omgevingen. De detector is te gevoelig. Zet schakelaar SW3 van de detector op 'LOW' [LAAG]. De indicator op de PIR- bewegingsdetector knippert bij waarneming van beweging. De detector blijft vast 5 minuten in de looptestmodus nadat de PCB-knop is geactiveerd. De batterij is bijna leeg. Vervang de batterij.97 De PIR-bewegingsdetector neemt geen beweging waar om het alarm te activeren. Wacht als de PIR-bewegingsdetector de afgelopen 2 minuten al beweging heeft waargenomen nog 2 minuten voordat u voor de detector gaat bewegen. De PIR- bewegingsdetector gaat iedere keer nadat hij beweging heeft waargenomen 2 minuten naar de sluimerstand om batterijvermogen te sparen. De deur/raamcontactdetector werkt niet. Controleer of de magneet correct ten opzichte van de detector is geplaatst met een opening van minder dan 10 mm tussen de magneet en de detector. Controleer of de batterijen met de juiste polariteit zijn geplaatst. Controleer of de aansluitingen van de batterijhouder goed contact maken met de batterijen en de printplaat. Controleer of de id-code van de detector voor een bepaalde zone is ingeleerd. Als een extra bedrade deur/raamcontactdetector is aangesloten:

1. Controleer of beide contact zijn gesloten.

2. Controleer of het extra contact correct is bedraad en of schakelaar SW3 van de

detector op 'INT./EXT' is ingesteld. Controleer of de detector binnen het effectieve radiobereik van het bedieningspaneel en uit de buurt van metalen objecten is geplaatst. De deur/raamcontactdetector geeft een vals alarm. Controleer of de magneet correct ten opzichte van de detector is geplaatst met een opening van minder dan 10 mm tussen de magneet en de detector. De sabotageschakelaar onder de batterijdeksel wordt niet geactiveerd. Controleer of de batterij correct is geplaatst. De indicator op het deur/raamcontact brandt als een deur of raam wordt geopend. De batterij is bijna leeg. Vervang de batterij. 10 Technische gegevens Bedieningspaneel

Radiofrequentie 868 MHz Communicatiebereik 150 m (in open veld) Afmetingen (LxBxD) 65 x 36 x 13 mm Levensduur van de batterij > 1 jaar

Radiofrequentie 868 MHz Communicatiebereik 150 m (in open veld) Afmetingen (LxBxD) 100 x 29 x 15 mm Levensduur van de batterij > 1 jaar

Radiofrequentie 868 MHz Communicatiebereik 150 m (in open veld) Detectiebereik 12 m bij 110° Afmetingen (LxBxD) 94 x 57 x 43 mm Levensduur van de batterij > 1 jaar98 Op zonne-energie werkende sirene

Radiofrequentie 868 MHz Communicatiebereik 125 m (in open veld) Afmetingen (LxBxD) 305 x 206 x 98,5 mm Bedrijfsspanning 7,2 V / 2100 mAH Zonnepaneel 7,5 V Stroomverbruik 760 mA Bedrijfstijd 65 dagen (in totale duisternis) Sirene 95 dB (Piezo) Beperking van de alarmtijdsduur (optioneel) 10 minuten 11 Afvoeren en recyclen Het product is geclassificeerd volgens de richtlijn voor Afgedankte Elektrische en Elektronische Apparatuur (AEEA). Gooi het product en de batterijen van het beeldscherm niet weg bij ander huishoudelijk afval of bedrijfsafval. Voer aan het einde van de levensduur de verpakking en het product via een hiervoor geschikt recyclebedrijf af. Neem voor informatie over beschikbare faciliteiten contact op met de plaatselijke instantie of de leverancier waar u het product heeft gekocht. 12 EG-conformiteitsverklaring Novar ED&S verklaart hierbij dat het product voldoet aan de essentiële eisen en andere relevante bepalingen van de richtlijn voor Radioapparatuur en Telecommunicatie-eindapparatuur (R&TTE - 1995/5/EG). 13 Garantie Novar ED&S garandeert dat naar zijn goeddunken goederen worden vervangen of gerepareerd als deze binnen 2 jaar uitsluitend als gevolg van een fout in het materiaal en de fabricage defect raken. Uiteraard komt de garantie te vervallen als het product niet volgens de instructies is geïnstalleerd, bediend of onderhouden, als het product niet op de juiste manier is gebruikt of als een poging is gedaan het product op ongeacht welke wijze te corrigeren, te ontmantelen of te modificeren. De garantie verklaart de gehele aansprakelijkheid van Novar ED&S. De garantie dekt geen vervolgschade of schade of installatiekosten als gevolg van het defecte product. De garantie heeft geen enkele invloed op de wettelijke of andere rechten van een consument en is uitsluitend van toepassing op binnen de EU geïnstalleerde producten. Als een onderdeel een defect ontwikkelt, moet het product naar het verkooppunt worden geretourneerd vergezeld van:

1. Het aankoopbewijs.

2. Een volledige beschrijving van het mankement.

3. Alle relevante batterijen (losgekoppeld).

14 Klantenservice Ga naar www.friedlandproducts.com voor meer productinformatie en volledige installatiehandleidingen, indien van toepassing. Service Helpline Nederland België

Maandag t/m vrijdag 09:00 - 17:00

De telefoonkosten bedragen het nationale tarief van de dienstverleners.99 15 Alarmregistratie Zone Detector- type(s) Locatie Type Binnenkomst- vertraging Geluids- signaal Volledig inschakelen Vakantie- inschakeling Deels inschakelen-I Deels inschakelen-II