Ultra 4000 - Autoradio MAGNAT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Ultra 4000 MAGNAT in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Ultra 4000 MAGNAT
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Autoradio in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Ultra 4000 - MAGNAT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Ultra 4000 van het merk MAGNAT.
GEBRUIKSAANWIJZING Ultra 4000 MAGNAT
met uw nieuwe car hifi eindversterker Ultra 4000kest u op sovereine wijze beantwoorden aan uw hoge eisen aan de klankweergave in de auto. De Ultra 4000 biedt nieuwe kwaliteiten op het gebied van car hifi-weergave in de auto; door de indruwkewkende capaciteitsreserve voor lage bassen, de lage verrormingsfactor of de neutrale weergave. De versterker worden gekenmerkt door een lage driverstroom, snelle schakeling en een uitmuntende thermische stabiliteit. Door de aaneenschakeling van steeds twee versterkerkanalen tot een versterker in brugbedrijf kan een verbeterde dynamiek worden bereikt in combinatie met een hoger uitgangsvermogen. Beleef hoe dit high tech apparaat op perfecte wijze een groots klankgevoel verleent. Daarmee wensen wij u veel genoegen.
Lees de montageaanwijzing a.u.b. volledig door voordat u met de montage van de versterker begint en voordat u deze in bedrijf neemt.
Stereo / Gebrud Max. uitgangsvermogen (1 kHz sinus burst 2:8, B + = 14,4V 4 x 140 W / 2 x 400 W aan 4 ohm Nominaal uitgangsvermogen (DIN 45 342, B + = 14,4V 4 x 45 W / 2 x 130 W aan 4 ohm Max. uitgangsvermogen (1 kHz sinus burst 2:8, B + = 14,4V 4 x 250 W aan 2 ohm Nominaal uitgangsvermogen (DIN 45 342, B + = 14,4V 4 x 65 W aan 2 ohm Luidsprekerimpedantie (stereo) 2 - 8 ohm Frequentiekarakteristiek 5 - 50 000 Hz (-3 dB) Totale cervormingsfactor (DIN 45 403) < 0,05% (1 kHz) Overspraakdemping (IEC 581) > 60 dB (1 kHz) Ruisspanningsafstand (IEC A) > 100 dB Ingangsgevoeligheid LOW LEVEL INPUT 400mV - 4V Ingangsimpedantie LOW LEVEL INPUT 20kohm Laagdoorlaatfilter 40 - 300Hz, 12 dB per octaaf Hoogdoorlaatfilter 40 - 300Hz, 12 dB per octaaf Bas boost 0 12 dB bij 45Hz Voeding +12V(9 - 15V) , min aan massa Zekering 2× 15A Afmetingen (B x H x D) 328× 52× 238 mm Gewicht 2,6kg
TECHNISCHE WIJZIGINGEN VOORBEHOUDEN
2. BIJZONDERHEDEN
- Complementaire balanseindtrap
- Automatische in-/uitschakeling via de autoradio
- Traploos instelbare hoog- en laagdoorlaatfilter
- Traploos regelbare bascorrectie
-Instelbare ingangsgevoeligheid - Brugbaar 4-/3-/2-kanaals bedrijf
Tri-modus bedrijf - Elektronische contactverbreker gegen kortsluiting, gelijkspannings-offset en boventemperatuur
- Mute-schakeling ter onderdrukking schakelklikken
- Laagniveau-uitgangen (cinch voetjes) voor de aansluiting van een subwooferversterker
Bedrijsindicatie (groene LED) en overbelastingsindicatie (rode LED)
3. BELANGRIJKE INSTRUCTIES VOOR DE MONTAGE
- Dit apparaat is uitsluitend geschikt voor de aansluiting op een 12 volt systeem met negatieve massa.
- De warmte die worden afgegeben bij de krachtafgithe vereist eenplaat van montage met voldoende luchtcirculatie. Het is van groot belang dat de koelribben van de warmteafleider Niet gegen eenplaat of een oppervlak aanliggen waardoor de luchtcirculatie negatif zou kuren worden beinvloed. De versterker mag nicht inkleine of ongeventileerde ruimten (bv. holte voor het reservewiel of onder de vloerbedekking van de auto) worden geinstalleerd. De montage in de kofferbak verdient aanbeveling.
- Monteer de versterker dusdanig dat hij verreweg is beveiligd gegen schokken, vuil en stof.
- Let er op dat de in-/uitvoersnoeren ver genoeg van de stroomtoevoerkabels verwijderd�zijn,ondat er anders gevaar bestaat voor stoorinstraling.
- Let er op dat de zekering en de bedieningselementen na de montage toegankelijk়.
- Het vermogen en de betrouwbaarheid van de installatione is afhankelijk van de kwaliteit van de montage. Laat de montage bij voorkeur door eenvakbedrijf doorvoeren. Dat geldt vooral voor een installatione met verschillende luidsprekers of voor een complexeerwegsystem.
4. AANSLUITINGEN
4.1 STROOMVOORZIENING EN AUTOMATISCHE INSCHAKELING
Belangrijke aanwijzing: scheid voordat u met de installmentie begint de plusklem van de motoraccu. Zo voorkomt u kortsluiting.
De elektrische leidingen die over het algemeen voor auto's worden toegepast in boordnetten zichniet voldoende voor de behoefte van een eindversterker. Let er op dat de elektrische leidingen maar GND enaar +12V klem voldoende gemissioneerd zichn. Voor de verbinding van de accu waar de stroomklemmen van de versterker dient een kabeldoorsnede van ten minste 12mm^2 te worden gebruikt.
Maak eerst de verbinding:tussen de GND-klem en de versterker en de minpool en de accu. Een goede verbinding is van groot belang. Verwijder vuil zorgvuldig van het aansluitingspunt van de accu. Een losse aansluiting kan storing, storend geluid of cervorming veroorzaken.
De versterkeraansluiting +12V wordt nu met een stroomkabel met geintegreerde zekering met de plus-pool van de accu verbonden. De zekering要去 zich in de buurt van de accu bevinden, de kabel van de pluspool van de accu maar de zekering mag uit veiligheidsoverwegingen Niet longer�n dan max. 60 cm. Plaats de zekering pas na afloop van alle installmentenkzaamheden inclusief luidsprekeraansluitingen.
Sluit nu de afstandsbedieningsleiding van de car hifi receiver aan op de besturingsbus REM van de versterker. Voor de verbinding:tussen de REMOTE-aansluiting van de versterker en het bedieningsapparaat is een kabel met een dwarsdoorsnede van 0,75mm^2 voldoende.
4.2 AUDIOKABEL
Bij installmentie van de audiokabel tussen de cinchuitgang van de autoradio en de cinchingang van de versterker in de auto dient er zo möglichk voor gezorgd te worden dat de audiokabel en de voedingskabel Niet aandezelfde kant van de auto worden gelegd. Het verdient de voorkeur de kabels ruimtelijk gescheiden te installereren, d.w.z. de stroomkabel in de linkerkabelsenschacht en de audiokabel in de rechterkabelsenschacht of omgekeerd. Hierdoor worden beinvloeding van het audiosignaal door stroomstoringen voorkomen.
4.3 LUIDSPREKERAANSLUITINGEN
- In de standard bedrijfsmodus (dat betekent telkens een luidspreker aan elk afzonderlijk versterkerkanaal) bedraagt dekleinste aflsuitweerstand 2 ohm per kanaal.
In brugmodus (telkens twee versterkeruitgangen samen geschakeld) worden dekleinste aflsuitweerstand verdubbeld tot op 4 ohm.
In Tri-modus mag de impedantie nicht minder bedragen dan 2 ohm per kanaal.
- Sluit de luidspreker minklemmen nooit aan op het chassis van het voertuig.
- Verbind de +12 V voedingsspanning nooit met een luidsprekeruitgang. Hierdoor worden de versterkeruitgangstrand verwoest.
Indien de versteker met lagere aflsuitwaarden of zoals boven beschreiben fouit wordt bedreven, kan hierdoor de versteker zich en de luidspreker worden beschadigd. In dit geval vervalt de garantie.
5. BEDIENINGSELEMENTEN EN IN-/UITGANGEN
5.1 INSTELLING VAN DE INGANGSGEVOELIGHEID
De ingangsgevoeligheid kan aan elke autoradio of cassettedeck worden aangepast. Draai de volumeregelaar van uw radio op gemiddeld volume en stel dan de ingangsniveauregelaar (3) en (4) dusdanig in, dat er een gemiddelde geluidssterkte hoorbaar is. Bij deze instelling�n over het algemeen voldoende capaciteitsreserves bij een optimale ruisspanningsafstand gegardeerd.
ATTENTIE: harde testsignalen slechts kortstondig weergeven om schade van de luidspreker te vermijden.
5.2 LAAGDOORLAATFILTER MET REGELBARE KANTELFREQUENTIE
Als de versteker als subwooferversterker worden gebruikt, zet de schakelaar (9) resp. (10) dan op „LPF". Stel met de regelaar (7) resp. (8) de gewenste Kantelfrequency in. Met deze instelling kan de filter worden aangepast aan de betreffende laagweergever.
De hoge flanksteilheid van de filter zorgt voor een exacte daling van gemiddelde en hoge frequentiebereiken.
5.3 HOOGDOORLAATFILTER MET REGELBARE KANTELFREQUENTIE
Als de versterker worden gezruikt als versterker voor satellitluidsprekers (midden/hogetonenluidsprekers)zet de regelaar (9) resp. (10) dan op ,HPF".Stel met regelaar (11) resp.(12) de gewenste Kantelfrequency in.Op die wijze worden alleen frequencies boven de ingestelde kantelfrequency versterkt. Hierdoor kan verrorming door te grote membranslag bij lage frequencies enkleine satellitluidsprekers effectief wordt gereduceerd zonder dat dit een negatieve invloed heeft op het lagetoonniveau.
5.4 BAS-BOOST
Met behulp van de bas-boost-functie (5 resp. 6) worden een opduw of correctie van de onderste basfrequencies bereikt.
5.5 UITGANGEN VOOR DE AANSLUITING VAN EXTRA VERSTERKERS
Het ingangssignaal van de LINE INPUT aansluitingen CH1, CH2, CH3, CH4 (1 en 2, afb. 7) worden opgeteld en direct doorgegeven aan de uitgangen LINE OUT(14). De LINE OUT aansluitingen make de aansluiting van een subwooferversterker zonder extra T-stukken en kabel möglichk.
AFB. 1 STROOMVOORZIENING-/AFSTANDSBEDIERINGS-AANSLUITINGEN
(1) Aansluitklem GND voor de massa, maar de minpool van de accu
(2) Aansluitklem REM voor afstandsbedietening
(3) Aansluitklem voor +12V accuspanning
(4) Accu
(5) Kabelzekering
(6) Voor de aansluiting voor de automatische Antenne van uw autoradio
Als uw autoradio Niet is voorzien van een aansluiting voor de automatische Antenne, wordt deze kabel met de plus-pool (+) aangesloten op het contactslot. In dit geval dient er een in-/uitschakelaarCUSten te worden geschakeld.Let er op dat deze schakelaar uitgeschakeld worden de versterker Niet worden gebruikt.
AFB.24 KANAAL-BEDRIJF
Als de versterker door een autoradio met 4 uitgangskanalen worden gestuurd en 4 luidsprekers要去 bedrijven, dan dienen aansluitingen en instellenen overeenkomstig afbeelding 2 te worden doorgevoerd:
(1) Naar de autoradio, uitgang links voor
(2) Naar de autoradio, uitgang rechts voor
(3) Naar de autoradio, uitgang links anschter
(4) Naar de autoradio, uitgang rechts darüber
(5) Luidspreker links voor
(6) Luidspreker rechts voor
(7) Luidspreker links anschter
(8) Luidspreker rechts darüber
In de 3-kanaal-modus worden er gebruik gemaakt van de hoogdoorlaatfilter voor de kanalen 1/2 en de laagdoorlaatfilter voor de kanalen 3/4. Zie alinea 5 voor de toepassing hiervan.
AFB. 3
Als de versterker door een autoradio met stereo-uitgang worden gestuurd en stereosatellietluidsprekers en een subwoofer要去 bedrijven, dan dienen aansluitingen en instellenen overeenkomstig afbeelding 3 te worden doorgevoerd
(1) Naar de autoradio,uitgang links
(2) Naar de autoradio, uitgang rechts
(3) Satellietluidsprekers links
(4) Satellietluidsprekers rechts
(5) Subwoofer
AFB. 4
Als de versterker door een autoradio met stereo-uitgang en een separate subwoofer-uitgang worden gestuurd en stereo-satellietluidsprekers en een subwoofer要去 bedrijven, dan dienen aansluitingen en instelleningen overeenkomstig afbeeding 4 te worden doorgevoerd:
(1) Naar de autoradio,uitgang links
(2) Naar de autoradio, uitgang rechts
(3) Naar de autoradio, subwoofer-uitgang
(4) Satellietluidsprekers links
(5) Satellietluidsprekers rechts
(6) Subwoofer
AFB. 52 KANAAL - MODUS
Als de versterker voor het bedrijf van een tweede subwoofer een hoger vermogen要去 bereiken, dan dienen de aansluitingen en instellenen overeenkomstig afbeelding 5 te worden doorgevoerd. Het gebruik van de toegepaste laagdoorlaatfilter wordt in hoofdstuk 5 beschreiben.
(1) Naar de autoradio, uitgang links
(2) Naar de autoradio, uitgang rechts
(3) Subwoofer
(4) Subwoofer
AFB.6 GEBRUK ALS VERSTERKER VOOR 4 SATELLIETLUID-SPREKERS EN EEN SUBWOOFER MET TOEPASSING VAN EEN EXTRA 2-KANAAL VERSTERKER (ULTRA 2000)
(1) Naar de autoradio, uitgang links voor
(2) Naar de autoradio, uitgang rechts voor
(3) Naar de autoradio, uitgang links anschter
(4) Naar de autoradio, uitgang rechts achefter
(5) Luidspreker links voor
(6) Luidspreker rechts voor
(7) Luidspreker links acheter
(8) Luidspreker rechts achefter
(9) Subwoofer
AFB. 7 BEDIENINGSELEMENTEN EN EN-/UITGANGEN
(1) Laagniveau-ingangen (kanaal 1/2, voor)
(2) Laagniveau-ingangen (kanaal 3/4, acheer)
(3) Ingangsniveauregelaar kanaal 1/2
(4) Ingangsniveauregelaar kanaal 3/4
(5) Bas-boost- regelaar (kanaal 1/2, voor)
(6) Bas-boost- regelaar (kanaal 3/4, acheer)
(7) Kantelfrequentie-regelaar voor de laagdoorlaat (kanaal 1/2)
(8) Kantelfrequentie-regelaar voor de laagdoorlaat (kanaal 3/4)
(9) Keuzeschakelaar FULL / LPF (laagdoorlaatfilter) / HPF (hoogdoorlaatfilter) voor kanaal 1/2
(10) Keuzeschakelaar FULL / LPF (laagdoorlaatfilter) / HPF (hoogdoorlaatfilter) voor kanaal 3/4
(11) Kantelfrequentie-regelaar voor de hoogdoorlaat (kanaal 1/2)
(12) Kantelfrequentieregelaar voor de hoogdoorlaat (kanaal 3/4)
(13) Kanaalmodus-keuzeschakelaar
(14) Laagniveau-uitgangen (Totaalsignaaluit CH1, CH2, CH3, CH4)