BHR202ZX - Boor MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis BHR202ZX MAKITA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Boor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding BHR202ZX - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. BHR202ZX van het merk MAKITA.
GEBRUIKSAANWIJZING BHR202ZX MAKITA
NL Snoerloze boorhamer Gebruiksaanwijzing
NEDERLANDS Verklaring van algemene gegevens
Aantal slagen/minuut 0 – 4 700
Nominale spanning D.C. 24 V
• In verband met ononderbroken research en ontwikke-
ling behouden wij ons het recht voor bovenstaande
technische gegevens te wijzigen zonder voorafgaande
• Opmerking: De technische gegevens kunnen van land
tot land verschillen.
Voor uw veiligheid dient u de bijgevoegde Veiligheids-
voorschriften nauwkeurig op te volgen.
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR ACCULADER EN ACCU
1. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN — Deze
gebruiksaanwijzing bevat belangrijke veilig-
2. Lees alle voorschriften en waarschuwingen die
zijn aangebracht op (1) de acculader, (2) de accu
en (3) het product waarvoor de accu wordt
gebruikt, aandachtig door alvorens de acculader
in gebruik te nemen.
3. LET OP— Om gevaar voor verwonding te voor-
komen, dient u met de acculader uitsluitend
MAKITA oplaadbare accu’s te laden. Accu’s van
andere merken kunnen gaan barsten en verwon-
dingen of schade veroorzaken.
4. Stel de acculader niet bloot aan regen of
5. Het gebruik van een accessoire dat door de
fabrikant van de acculader niet wordt aanbevo-
len of verkocht, kan brandgevaar, elektrische
schok of verwondingen veroorzaken.
6. Om beschadiging van het netsnoer en de stekker
te voorkomen, dient u de stekker vast te pakken
om het netsnoer uit het stopcontact te halen.
7. Zorg ervoor dat het netsnoer zodanig is
geplaatst, dat niemand erop kan stappen of
erover kan struikelen, en dat het niet aan
beschadiging of druk is blootgesteld.
8. Gebruik de acculader niet met een beschadigd
netsnoer of een beschadigde stekker — vervang
9. Gebruik de acculader niet indien deze een sterke
schok heeft ondergaan, op de grond is gevallen,
of een andere vorm van beschadiging heeft
opgelopen; breng deze naar een bevoegde mon-
10. Haal de acculader of de accu niet uit elkaar;
breng deze naar een bevoegde monteur wanneer
onderhoud of reparatie nodig is. Onjuist
opnieuw ineenzetten kan namelijk een elektri-
sche schok of brandgevaar opleveren.
11. Om gevaar voor een elektrische schok te voorko-
men, trekt u de stekker van de acculader uit het
stopcontact alvorens met onderhoud of reinigen
te beginnen. Het gevaar voor een elektrische
schok wordt niet voorkomen door de acculader
alleen maar uit te schakelen.
12. De acculader is niet bedoeld voor gebruik door
kleine kinderen of geestelijk gestoorden waarop
geen toezicht wordt gehouden.
13. Houd toezicht op kleine kinderen om te voorko-
men dat ze met de acculader spelen.
AANVULLENDE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR ACCULADER EN ACCU
1. Laad de accu niet op bij een temperatuur BENE-
DEN 10°C of BOVEN 40°C.
2. Gebruik voor het opladen nooit een verho-
gingstransformator, een dynamo of een
3. Zorg ervoor dat de ventilatiegaten van de accula-
der niet afgesloten worden of verstopt raken.
4. Voorkom kortsluiting van de accu:
(1) Raak de accuklemmen nooit aan met een
geleidend materiaal.
(2) Bewaar de accu niet in een bak waarin ook
andere metalen voorwerpen zoals spijkers,
munten e.d. worden bewaard.
(3) Stel de accu niet bloot aan water of regen.
Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van
een grote stroomafgifte, oververhitting, brand-
wonden en zelfs defecten.27
5. Bewaar het gereedschap en de accu niet op
plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot
6. Werp de accu nooit in het vuur, zelfs niet wan-
neer deze zwaar beschadigd of volledig versle-
ten is. De accu kan namelijk ontploffen in het
7. Wees voorzichtig dat u de accu niet laat vallen
en hem niet aan schokken of stoten blootstelt.
8. Laad de accu niet op in een bak of container.
Laad hem uitsluitend op in een goed geventi-
AANVULLENDE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR HET GEREEDSCHAP
1. Denk eraan dat dit gereedschap altijd gebruiks-
klaar is, omdat het niet op een stopcontact hoeft
te worden aangesloten.
2. Houd het gereedschap bij de geïsoleerde hand-
grepen vast wanneer u boort op plaatsen waar
het gereedschap met verborgen elektrische
bedrading in aanraking kan komen. Door contact
met een onder spanning staande draad, zullen
ook de niet-geïsoleerde metalen delen van het
gereedschap onder spanning komen te staan en
zal de gebruiker een elektrische schok krijgen.
3. Draag oorbeschermers wanneer u het gereed-
schap voor langere tijd doorlopend gebruikt.
Langdurige blootstelling aan sterk lawaai kan
gehoorverlies veroorzaken.
4. Draag een hard hoofddeksel (veiligheidshelm),
een veiligheidsbril en/of gezichtsbescherming.
Het is ook zeer aan te bevelen een stofmasker en
dikke handschoenen te dragen.
5. Controleer of de boor goed vastgezet is alvorens
met uw werk te beginnen.
6. Tijdens normale bediening brengt dit gereed-
schap trillingen voort. De schroeven kunnen
daarom gemakkelijk loskomen, met een defect of
ongeluk als mogelijk gevolg.
7. Laat het gereedschap enkele minuten onbelast
warmdraaien wanneer het koud weer is of wan-
neer het gereedschap langere tijd niet werd
gebruikt. Hierdoor zal het smeermiddel vloeibaar
worden. Hameren is moeilijk indien het gereed-
schap niet goed warmgedraaid is.
8. Zorg ervoor dat u altijd stevige steun voor de
9. Controleer of er zich niemand beneden u bevindt
wanneer u het gereedschap op een hoge plaats
10. Houd het gereedschap stevig vast met beide
11. Houd uw handen uit de buurt van draaiende
12. Laat het gereedschap niet achter terwijl het nog
in bedrijf is. Bedien het gereedschap alleen wan-
neer u het met beide handen vasthoudt.
13. Richt het gereedschap tijdens het gebruik niet
op personen die zich in de nabije omgeving
bevinden. De boor zou kunnen losraken en ern-
stige verwondingen veroorzaken.
14. Raak de boor of onderdelen in de nabije omge-
ving van de boor niet aan onmiddellijk na het
gebruik. Deze kunnen erg heet zijn en brandwon-
BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN.
BEDIENINGSVOORSCHRIFTEN Installeren of verwijderen van de accu (Fig. 1)
• Schakel het gereedschap altijd uit alvorens de accu te
installeren of te verwijderen.
• Om de accu te verwijderen, haalt u deze uit het gereed-
schap terwijl u de knop op de accu verschuift.
• Om de accu te installeren, doet u de tong op de accu
overeenkomen met de groef in de behuizing en dan
schuift u de accu erin. Schuif de accu zo ver mogelijk
erin totdat deze op zijn plaats vastklikt. Wanneer het
rode gedeelte op de bovenkant van de knop nog zicht-
baar is, zit de accu niet volledig erin. Schuif hem volle-
dig erin totdat het rode gedeelte niet meer zichtbaar is.
Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk eruit vallen
en uzelf of andere personen in uw omgeving verwon-
• Als de accu moeilijk in de houder gaat, moet u niet pro-
beren hem met geweld erin te duwen. Indien de accu
er niet gemakkelijk ingaat, betekent dit dat u hem niet
op de juiste wijze erin steekt.
1. Sluit de acculader aan op het stopcontact. De twee oplaadlampjes zullen herhaaldelijk groen knipperen.
2. Volg de aanduidingen op de acculader en schuif de accu zo ver mogelijk in de acculader. Het deksel van de accu-
lader gaat open wanneer u de accu erin steekt, en gaat weer dicht wanneer u de accu eruit haalt.
3. Wanneer de accu volledig erin zit, zal de kleur van het oplaadlampje veranderen van groen in rood en zal het
opladen beginnen. Tijdens het opladen zal het oplaadlampje blijven branden.
Eén rood oplaadlampje duidt aan dat de accu 0 – 80% is opgeladen, en twee rode oplaadlampjes 80 – 100%.
4. Nadat de accu volledig is opgeladen, zullen beide oplaadlampjes veranderen van rood in groen.
5. Indien u de accu na volledig opladen in de acculader laat zitten, zal de acculader overschakelen naar de “bijladen
(handhaven van de lading)” stand die ongeveer 24 uur zal duren.
6. Trek de stekker van de acculader uit het stopcontact nadat het opladen is voltooid.
Capaciteit (mAh) Aantal cellen
• Deze acculader is voorzien van een ventilator voor het afkoelen van een warmgeworden accu om verslechtering van
de accuprestaties te voorkomen. Tijdens het koelen zult u het geluid van de koelingslucht horen. Dit is normaal en
betekent niet dat er iets mankeert aan de acculader.
• Een geel waarschuwingslampje zal knipperen in de volgende gevallen.
- Er mankeert iets aan de koelventilator.
- De accu wordt slecht afgekoeld omdat deze verstopt is met stof e.d.
Zelfs wanneer het gele waarschuwingslampje knippert, kan de accu worden opgeladen. In dat geval zal het opladen
echter langer duren dan normaal.
Controleer of het geluid van de koelventilator normaal is. Controleer ook of de luchtuitlaatopeningen op de accu en
de acculader niet door stof verstopt zijn.
• Indien het gele waarschuwingslampje niet knippert hoewel u geen geluid van de koelventilator hoort, is het koelsys-
• Houd de luchtuitlaatopeningen op de acculader en de accu altijd schoon om een goede koeling te verzekeren.
• Indien het gele waarschuwingslampje vaak gaat knipperen, moet u de producten naar een servicecentrum zenden
voor reparatie of onderhoud.
Optimaal heropladen (
De functie voor optimaal heropladen verlengt de levensduur van de accu door de optimale oplaadconditie van de accu
in elke situatie automatisch te bepalen.
Wanneer u een accu herhaaldelijk in de volgende omstandigheden gebruikt, zal deze rap verslijten en zal het gele
waarschuwingslampje mogelijk gaan knipperen.
1. Een accu bij een te hoge temperatuur opladen
2. Een accu bij een te lage temperatuur opladen
3. Een volledig opgeladen accu opnieuw opladen
4. Een accu te veel ontladen (de accu blijven gebruiken hoewel deze bijna leeg is)
5. Een accu opladen terwijl het koelsysteem defect is
Het opladen van een dergelijke accu duurt langer dan normaal.
Bijladen (Handhaven van de lading)
Wanneer u een volledig opgeladen accu in de oplader laat zitten om spontaan ontladen te voorkomen, zal de oplader
overschakelen naar de “Bijladen (Handhaven van de lading)” stand waardoor de accu vers en in volledig opgeladen
toestand wordt gehouden.
Wenken om een maximale levensduur van de accu te handhaven
1. Laad de accu op alvorens deze volledig is ontladen.
Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het vermogen van het
gereedschap verminderd is.
2. Laad een volledig opgeladen accu nooit opnieuw op.
Wanneer u de accu te veel oplaadt, zal deze minder lang meegaan.
3. Laad de accu op bij een kamertemperatuur tussen 10°C en 40°C.
Laat een warme accu afkoelen alvorens deze op te laden.
4. Laad de nikkel-metaalhydride accu op wanneer u deze langer dan zes maanden niet gebruikt.
• De acculader is uitsluitend bestemd voor het opladen van Makita accu’s. Gebruik deze nooit voor andere doeleinden
of voor het opladen van accu’s van andere fabrikanten.
• Een nieuwe accu of een accu die gedurende lange tijd niet werd gebruikt, kan soms niet volledig worden opgeladen.
Dit is normaal en wijst niet op een defect. Nadat u de accu een paar keer volledig hebt ontladen en herladen, kunt u
deze weer volledig opladen.
• Wanneer u de accu van een zojuist gebruikt gereedschap oplaadt, of een accu die voor langere tijd aan direct zon-
licht of hitte werd blootgesteld, gebeurt het wel eens dat het oplaadlampje in rood knippert. Wacht in zo’n geval een
tijdje. Het opladen zal beginnen nadat de accu door de koelventilator in de acculader is afgekoeld
DC24SA). Wanneer de inwendige temperatuur van de accu hoger is dan ongeveer 70°C, zullen de twee oplaad-
lampjes soms in rood knipperen; bij een temperatuur tussen ongeveer 50°C en 70°C, zal één oplaadlampje in rood
• Indien het oplaadlampje afwisselend in groen en rood knippert, is opladen niet mogelijk. De klemmen op de accu of
acculader zijn met vuil verstopt, of de accu is versleten of beschadigd.
• Indien een van de volgende condities optreedt, is de accu en/of acculader beschadigd. Laat deze nakijken door een
erkend Makita Servicecentrum of Fabriek servicecentrum.
1) Het oplaadlampje knippert niet (groen) nadat u de acculader op een stopcontact hebt aangesloten.
2) Het oplaadlampje brandt niet of knippert niet (rood) nadat u de accu in de acculader hebt gestoken.
3) Het opladen is nog niet voltooid hoewel reeds meer dan twee uur zijn verstreken nadat het rode lampje aan het
begin van het opladen is aangegaan.29
Werking van de trekschakelaar (Fig. 3)
Alvorens de accu in het gereedschap te plaatsen, moet u
altijd controleren of de trekschakelaar juist werkt en bij
het loslaten naar de “OFF” positie terugkeert.
Om het gereedschap in te schakelen, drukt u gewoon de
trekschakelaar in. Hoe dieper de trekschakelaar wordt
ingedrukt, hoe sneller het gereedschap draait. Om het
gereedschap uit te schakelen, de trekschakelaar losla-
Werking van de omkeerschakelaar (Fig. 4)
• Controleer altijd de draairichting alvorens het gereed-
• Verander de stand van de omkeerschakelaar alleen
nadat het gereedschap volledig tot stilstand is geko-
men. Indien u de draairichting verandert terwijl de boor
nog draait, kan het gereedschap beschadigd raken.
• Zet de omkeerschakelaar altijd in de neutrale stand
wanneer u het gereedschap niet gebruikt.
Dit gereedschap heeft een omkeerschakelaar voor het
veranderen van de draairichting. Druk de omkeerschake-
laar in vanaf zijde A voor rechtse draairichting, of vanaf
zijde B voor linkse draairichting. Wanneer deze schake-
laar in de neutrale stand staat, kan de trekschakelaar niet
Kiezen van de gewenste werking
Boren plus hameren (Fig. 5)
Voor boren in beton, metselwerk e.d., drukt u de vergren-
delknop in en draait u de keuzedraaiknop zodat de wijzer
naar het H symbool wijst. Gebruik een boor met een
wolfraamcarbide punt.
Alleen boren (Fig. 6)
Voor boren in hout, metaal of plastic materialen, drukt u
de vergrendelknop in en draait u de keuzedraaiknop
zodat de wijzer naar het
symbool wijst. Gebruik een
spiraalboor of een houtboor.
Alleen hameren (Fig. 7)
Voor beitelen, afbikken of slopen, drukt u de vergrendel-
knop in en draait u de keuzedraaiknop zodat de wijzer
symbool wijst. Gebruik een puntbeitel (bull
point), koudbeitel, bikbeitel, enz.
• Verdraai de keuzedraaiknop niet terwijl het gereed-
schap draait, aangezien het gereedschap daardoor
beschadigd zal raken.
• Om vroegtijdige slijtage van het wisselmechanisme te
voorkomen, moet u ervoor zorgen dat de keuzedraai-
knop altijd juist op een van de drie werkingsposities is
Installeren of verwijderen van de boor
Controleer altijd of het gereedschap is uitgeschakeld en
de accu is verwijderd alvorens de boor te installeren of te
Reinig de boorschacht en smeer er boorvet (bijgeleverd)
op alvorens de boor te installeren. (Fig. 8)
Steek de boor in de machine. Draai de boor en duw deze
naar binnen tot zij vergrendelt. (Fig. 9)
Indien de boor niet naar binnen kan worden geduwd,
dient u deze eruit te nemen en het boorkopdeksel enkele
keren omlaag te trekken. Steek dan de boor opnieuw
erin. Draai de boor en duw deze naar binnen tot zij ver-
Nadat de boor is geïnstalleerd, moet u altijd controleren
of de boor goed vastzit door te proberen hem eruit te
Om de boor te verwijderen, trekt u het boorkopdeksel
helemaal omlaag en dan trekt u de boor eruit. (Fig.11)
Dieptemaat (Fig. 12)
De dieptemaat is handig voor het boren van gaten van
gelijke diepte. Draai de klemschroef los, stel de diepte-
maat af op de gewenste diepte, en draai dan de klem-
schroef weer stevig vast.
De dieptemaat kan niet worden gebruikt in de positie
waar deze tegen het tandwielhuis/motorhuis aanstoot.
Om een veilige bediening te verzekeren, dient u de zij-
greep altijd te gebruiken wanneer u gaat boren in beton,
De zijgreep kan naar beide zijden van de machine wor-
den gedraaid, zodat de machine in elke positie gemakke-
lijk te hanteren is. Draai de zijgreep naar links los, draai
hem naar de gewenste stand en draai hem vervolgens
Boorhoek (voor beitelen, afbikken of slopen)
Controleer altijd of het gereedschap is uitgeschakeld en
de accu is verwijderd alvorens de boor te installeren of te
Om de boorhoek te wijzigen, drukt u de vergrendelknop
in en draait u de wisselhefboom zodat de wijzer naar het
symbool wijst. Draai de boor naar de gewenste hoek.
Druk de vergrendelknop in en draai de wisselhefboom
zodat de wijzer naar het
symbool wijst. (Fig. 15)
Draai daarna de boor een beetje om te controleren of
deze goed vastzit.30
• Schuif de accu altijd zo ver mogelijk erin totdat hij op
zijn plaats vergrendeld is. Zolang als het rode gedeelte
op de bovenzijde van de knop zichtbaar is, is de accu
niet goed vergrendeld. Steek hem volledig erin totdat
het rode gedeelte niet meer zichtbaar is. Als u dit niet
doet, kan de accu per ongeluk uit het gereedschap val-
len zodat u of iemand anders in uw omgeving verwond
• Wanneer u boven het hoofd boort, moet u altijd ervoor
zorgen dat de accu goed vergrendeld is zodat hij niet
uit het gereedschap kan vallen. Als u dit niet doet, kan
de accu per ongeluk eruit vallen zodat u of iemand
anders in uw omgeving verwond raakt.
Hamerboren (Fig. 16)
Zet de wijzer van de wisselhefboom tegenover het H
symbool. Plaats de punt van de boor op de plaats waar
geboord moet worden en druk dan de trekschakelaar in.
Forceer de machine niet. Een lichte druk geeft de beste
resultaten. Houd de machine stevig op zijn plaats en zorg
dat deze niet uit het boorgat wegslipt.
Oefen geen grotere druk uit op de machine wanneer het
gat vol raakt met boorspanen of gruis. Laat in plaats
daarvan de machine onbelast draaien en verwijder deze
uit het gat. Door dit enkele keren te herhalen wordt het
Wanneer de boor door het beton heenkomt of op betonij-
zer stuit, kan de machine gevaarlijk vooruit- of terug-
schieten. Bewaar daarom tijdens het boren een goede
balans en een stevige steun voor de voeten, en houd de
machine met beide handen stevig vast.
De koppelbegrenzer wordt geaktiveerd wanneer een
bepaald koppel wordt bereikt. De motor wordt dan ont-
koppeld van de uitgangsas. Wanneer dit gebeurt, zal de
boor ophouden met draaien.
Schakel de machine uit zodra de koppelbegrenzer wordt
geaktiveerd. Hierdoor wordt vroegtijdige slijtage van de
Beitelen/Afbikken/Slopen (Fig. 17)
Zet de wijzer van de wisselhefboom tegenover het
symbool. Houd de machine met beide handen stevig
vast. Schakel de machine in en oefen niet meer druk uit
op de machine dan nodig is om deze onder controle te
houden. Door grote kracht op de machine uit te oefenen
verloopt het werk niet sneller.
Gebruik de los verkrijgbare boorkop. Om deze te installe-
ren, zie “Installeren of verwijderen van de boor” op de
vorige bladzijde. U kunt boren tot maximaal 13 mm dia-
meter in metaal en tot maximaal 27 mm diameter in hout.
Draai de keuzedraaiknop zodat de wijzer naar het
Gebruik altijd boorolie wanneer u in metaal boort. De
enige uitzondering is koper dat droog geboord dient te
• Door overmatige druk op het gereedschap uit te oefe-
nen verloopt het boren niet sneller. Integendeel, teveel
druk op het gereedschap zal alleen maar de boorpunt
beschadigen, de prestatie van het gereedschap ver-
minderen en de gebruiksduur verkorten.
• Gebruik nooit “roteren met hameren” wanneer de boor-
kop op het gereedschap is gemonteerd. De boorkop
kan hierdoor namelijk beschadigd raken.
Blaasbalgje (Fig. 19)
Gebruik het blaasbalgje om het gat schoon te maken.
Stofvanger (Fig. 20)
Gebruik de stofvanger om te voorkomen dat stof op de
machine en op uzelf terechtkomt wanneer u boven uw
hoofd boort. Bevestig de stofvanger aan de boor. De dia-
meter van de boren waaraan de stofvanger kan worden
bevestigd, is als volgt.
Verwijder het voetstuk wanneer u de accu B2417
Dit maakt het gemakkelijker om het gereedschap stabiel
te plaatsen. (Fig. 21)
Installeer het voetstuk wanneer u de accu B2430
Dit maakt het gemakkelijker om het gereedschap stabiel
te plaatsen. (Fig. 22)
Controleer altijd of het gereedschap is uitgeschakeld en
de accu is losgekoppeld vooraleer onderhoud uit te voe-
ren aan het gereedschap.
Vervangen van koolborstels (Fig. 23 en24)
Verwijder en controleer de koolborstels regelmatig. Ver-
vang de koolborstels wanneer ze tot aan de limietstreep
versleten zijn. Houd de koolborstels schoon zodat ze
soepel in de houders glijden. Beide koolborstels dienen
tegelijkertijd te worden vervangen. Gebruik uitsluitend
identieke koolborstels.
Gebruik een schroevendraaier om de borstelhouderdop-
pen te verwijderen. Haal de versleten koolborstels eruit,
schuif de nieuwe erin en zet de borstelhouderdoppen
Opdat het gereedschap veilig en betrouwbaar blijft, die-
nen alle reparaties, onderhoud of afstellingen te worden
uitgevoerd bij een erkend Makita service centrum.
NL ACCESSOIRES LET OP:
Deze accessoires of hulpstukken zijn aanbevolen voor
gebruik met uw Makita gereedschap dat in deze
gebruiksaanwijzing is beschreven. Het gebruik van
andere accessoires of hulpstukken kan gevaar voor
persoonlijke verwondingen opleveren. De accessoires of
hulpstukken dienen alleen op de juiste en
voorgeschreven manier te worden gebruikt.
E ACCESORIOS PRECAUCIÓN:
• SDS Plus boor met wolfraamcarbide punt
• Hulpstuk voor stofafscheiding
De typische A-gewogen geluidsniveau’s zijn
geluidsenergie-niveau: 102 dB (A)
De typische gewogen effectieve versnellingswaarde is
Notice-Facile