E30ART - Forn FAGOR - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis E30ART FAGOR in PDF-formaat.
| Producttype | Gemengde kookplaat (inductie en stralingskookzones) |
| Merk | Fagor |
| Model | E30ART |
| Aantal kookzones | 4 kookzones (inductie + stralingszones afhankelijk van configuratie) |
| Afmetingen (B x D x H) | Ongeveer 60 x 52 x 5 cm (standaardschatting) |
| Gewicht | Ongeveer 10 kg |
| Elektrische aansluiting | 230 V / 400 V, 50 Hz, kabel 3, 5 of 8 draden |
| Totaal vermogen | Tot 7,2 kW (afhankelijk van configuratie) |
| Belangrijkste functies | Inductie, Booster, Uitgestelde programmering, Timer, Directe toegang, Vergrendeling, Geluidssignaal |
| Geschikte pannentypes | Ferromagnetische bodem (magneet blijft plakken) voor inductie; voor stralingszones: keramiek, koper, roestvrij staal |
| Onderhoud en reiniging | Reinigen met een vochtige doek of speciaal keramisch kookplaatreinigingsmiddel; geen schuurmiddelen of stoom |
| Veiligheid | Kinderslot, automatische uitschakeling, panherkenning, overkookbeveiliging, warme zone H |
| Reserveonderdelen en repareerbaarheid | Stroomkabel, keramische kookplaat, zekeringen; neem contact op met de klantenservice voor vervanging |
| Algemene informatie | Voldoet aan EEG-normen; compatibel met conforme pacemakers |
Veelgestelde vragen - E30ART FAGOR
Gebruikersvragen over E30ART FAGOR
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Forn in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding E30ART - FAGOR en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. E30ART van het merk FAGOR.
GEBRUIKSAANWIJZING E30ART FAGOR
Instructiehandleiding
Zeer Belangrijk: Lees voor gebruik van de kookplaat deze handleiding in zijn geheel door.
Deze handleiding is dusdanig vormgegeven dat de teksten betrekking hebben op de bijbehorende tekeningen.
Identificatie

Identificeer het model van uw kookplaat ("a", "b", "c", "d", "e", "f", "g", "h", "i", "j", "k", "l") door het nummer en de plaatsing van de kookvelden van uw apparaat te vergelijken met de afbeeldingen.
1
Installatie
1.1 Het uitpakken. Verwijder alle beschermingsmaterialen. 1.2 Inbouwen in een meubel. Houd rekening met de gegevens die op het plaatje met technische gegevens staan (1.2.1), de ventilatiezones (1.2.2) en de afmetingen van het keukenmeubel waarin u de kookplaat gaat inbouwen (1.2.3). Plak de schuimrubber strip langs de buitenrand van de kookplaat, zodat er een goede afdichting ontstaat (1.2.4). Draai de kookplaat om en plaats die in de opening (1.2.5). Maak de plaat aan het meubel vast met de vier meegeleverde klemmetjes (1.2.6). Zorg ervoor dat er lucht kan circuleren vanaf de achterkant van de kookplaat en dat die er aan de voorzijde weer uit kan (1.2.7). 1.3 Aansluiting op het elektriciteitsnet. De plaat wordt geleverd met een voedingskabel. Controleer welk type kabel de kookplaat heeft. Kijk naar het aantal draden en controleer welke kleuren die hebben: Kabel met 3 draden (1.3.1) a) geel-groen, b) blauw, c) bruin. Kabel met 5 draden (1.3.2) a) geel-groen, b) blauw, c) bruin, d) zwart, e) grijs. Kabel met 8 draden (1.3.3) a) geel-groen, b) blauw, c) bruin, d) zwart, e) grijs.
Aanbeveling: De installatie van de kookplaat dient te worden uitgevoerd door een geautoriseerde installateur met inachtneming van de instructies en de schema's van de fabrikant. Wanneer er een oven van een ander merk geplaatst wordt, dient die oven niet met de kookplaat te worden verbonden. De inductiekookplaat mag niet geïnstalleerd worden boven op een vaatwasmachine, wasmachine, koelkast of vriezer. Gebruik geen verwijderbare materialen zoals siliconen. De afstand tussen de rand van de kookplaat en de zij- of achterwand moet minimaal 40 mm bedragen.
2
Gebruik

Voordat u de nieuwe kookplaat voor de eerste keer in gebruik gaat nemen, dient u er rekening mee te houden dat inductie een technologie is die de warmte direct overdraagt aan de pan. Daarom dienen alle pannen die je gebruikt een ferromagnetische bodem te hebben.
2.1 Keuze van de pan. De keuze van het type pan dat u gaat gebruiken is heel belangrijk voor het beste rendement van de kookplaat en de beste resultaten bij de bereiding van voedingsmiddelen. In principe is elke pan waaraan een magneet blijft kleven geschikt voor inductie (2.1.1). Doe het product dat u wilt bereiden in de pan. Laat nooit een pan leeg opwarmen (2.1.2). Op vitrokeramische kookvelden zijn naast inductiepannen eveneens pannen van aardewerk, koper of roestvrij staal geschikt. Gebruik van aluminium pannen is niet aan te raden om die vlekken kunnen maken op het glas van de plaat. 2.2 Selectie van het kookveld. U beschikt over verschillende kookvelden om de pannen te plaatsen. Selecteer het kookveld dat het meest geschikt is voor de afmeting van de pan. Wanneer de bodem van de pan erg klein is, knippert het lampje dat het vermogen aangeeft en zal het kookveld niet functioneren, ook al is het materiaal geschikt voor inductie. Zorg ervoor dat u geen pannen gebruikt met een bodemdiameter kleiner dan aangegeven in de tabel.
Diameter van het kookveld, minimale bodem pan
| 16 cm 10 cm | |
| 18 cm 12 cm | |
| 21 cm 18 cm | |
| 28 cm 12 cm | |
| Sectie Zone 12 cm | |
| Gehele zone 18 cm |
Aanbeveling: Verschuif de pannen niet, ze kunnen krassen maken op de glasplaat. Plaats op het werkoppervlak geen metalen voorwerpen zoals messen, vorken of deksels, waar die warm kunnen worden.
2.3 Inschakelen van het kookveld. Druk op en 0 zal gaan knipperen. 2.4 Selectie van het vermogen. Stel dat in door te drukken op of . 2.5 Selectie van de kooktijd. U kunt de tijdsduur van functioneren van het kookveld selecteren door te drukken op + of - boven het klokpictogram. Na het verstrijken van de tijd schakelt het kookveld automatisch uit en laat een signaal horen.
SPECIALE KOOKVELDEN
2.6 Dubbel vitrokeramische kookveld: Schakel het maximale vermogen voor het hoofdkookveld in (2.6.1). Door nog een keer op te drukken zal de dubbele zone (2.6.2) geactiveerd worden, wat door een geluidssignaal en een punt op de display zal worden aangegeven; u kunt het vermogen naar behoefte instellen met +. Om de dubbele zone uit te schakelen, drukt u op stop en daarna op 0, en stelt het vermogen in met +, -. 2.7 Kookveld Zone: Dit kookveld kunt u onafhankelijk gebruiken, als twee afzonderlijke kookvelden of samen als een enkel kookveld. Druk op de toets van het kookveld dat u wilt gebruiken en volg de stappen uit punt (2.4) voor selectie van het vermogen en (2.5) de tijdsduur.
SPECIALE FUNCTIES
2.8 Functie Directe toegang. Hiermee hebt u direct toegang tot een geselecteerd vermogen. Met ingeschakeld kookveld drukt u op , waarmee u toegang krijgt tot het vermogen dat door de fabrikant is ingesteld (2.8.1). Om dat te wijzigen moet het kookveld uitgeschakeld zijn, (met activeren) en dient u de toets gedurende enkele seconden ingedrukt te houden totdat u een pieptoon hoort en knippert. Selecteer het nieuwe gewenste vermogen door te drukken op +, -. Bevestig dat door opnieuw te drukken op de toets (2.8.2, 2.8.3, 2.8.4). 2.9 Functie Timer. Hiermee kunt u het vermogen wisselen op een geselecteerd tijdstrip. Met ingeschakeld kookveld en met een ingesteld vermogen, drukt u op (t). Selecteer het nieuwe
vermogen met de toetsen +, (2.9.2) en de tijdsduur met + boven het pictogram van de (2.9.3). Bevestig de instelling door opnieuw op de toets te drukken en u zult het nieuwe vermogen zien met een punt erachter (2.9.4). Na afloop van de tijd zal het vermogen terugkeren in de beginstand en zal de punt verdwijnen (2.9.5).
2.10 Boosterfunctie Booster: Hiermee kunt u snel de maximale temperatuur bereiken, hetgeen nuttig is om snel vloeistoffen te verwarmen of aan de kook te brengen. Met ingeschakeld kookveld ①, drukt u op Booster en za (2.10.1) worden weergegeven. Wanneer de vloeistof aan de kook raakt, selecteert u het gewenste vermogen door te drukken op - (2.10.2).
Belangrijke mededeling: met de functie Booster geactiveerd, is het maximale vermogen van het aangrenzende kookveld 6.
2.11 Eindtijd programmeren: Hiermee kunt u de eindtijd en de duur van de bereiding instellen. U kunt niet meerdere kookvelden tegelijk gebruiken.
Met ingeschakeld kookveld ①, drukt u op (2.11.1) en wordt de actuele tijd weergegeven. Wanneer de tijd niet correct is, verstelt u met de toetsen + van het vermogen de twee cijfers van de uren (2.11.2) en met de toetsen +, boven het pictogram van de ② de cijfers van de minuten (2.11.3). Bevestig de tijd door te drukken op de toets (2.11.4). Vervolgens stelt u op dezelfde manier de eindtijd van de bereiding in (2.11.5, 2.11.6) en bevestigt u die door te drukken op (2.11.7). Stel de bereidingstijd in met de toetsen + - boven het pictogram van de (2.11.8) en bevestig die door te drukken op (2.11.9). Selecteer het vermogen door te drukken op +, (2.11.10) en bevestig dat door te drukken op (2.11.11). U zult even een bevestiging krijgen waarna het werk verdwijnt; er zal alleen een rode punt zichtbaar blijven (2.11.12).
Belangrijke mededeling: Programmering van de eindtijd kan per keer slechts voor een enkel kookveld worden gebruikt. De gewenste waarden voor de beëindiging, de duur en het vermogen dienen te worden ingesteld terwijl de cijfers knipperen.
OVERIGE FUNCTIES
2.12 Snelle opwarming (P-functie) P.: Hiermee kunt u een hoger vermogen bereiken gedurende een bepaalde tijd. Druk op + totdat u de positie (2.12.1) bereikt. Laat de toets los en de P zal knipperen (2.12.2). Druk opnieuw op + en de stand P zal schakelen naar maximaal vermogen (2.12.3). Druk op - en selecteer het gewenste vermogen (2.12.4). (2.12.5) zal worden weergegeven. Na verloop van de desbetreffende tijd zal het geselecteerde vermogen worden ingeschakeld.
Aanbevelingen: Wanneer u na selectie van het vermogen P geen eindvermogen selecteert om mee te werken, zal het kookveld uitschakelen. Zolang P lichtbaar is, zal elke activering van de toetsen van het vermogen deze functie uitschakelen.
2.13 Blokkeerfunctie: Zorgt ervoor dat aanraken door kinderen geen gevolgen heeft. Door de toets [R] gedurende 3 seconden ingedrukt te houden zal de blokkeerfunctie worden geactiveerd. Om de blokkering op te heffen herhaalt u deze handeling.
2.14 Geluidssignaal: Om het geluidssignaal te deactiveren moet de kookplaat uitgeschakeld zijn. Druk op de toetsen van het kookveld rechtsonder en druk tegelijkertijd op de -toetsen van vermogen en tijd totdat bE EP wordt weergegeven; houd die ingedrukt tot de tekst verdwijnt (2.14.1). Om het geluidssignaal weer te activeren, herhaalt u de handeling.
Aanbevelingen: Gebruik bij voorkeur kookzones die niet aan dezelfde kant liggen. Zorg ervoor dat u de pannen niet hard op de glasplaat zet. Gebruik pannen die geschikt zijn voor inductie. Gebruik pannen met een dikke, vlakke bodem.
Waarschuwingen: Wanneer u een voorwerp op de sensoren laat staan/liggen, zal de kookplaat enkele geluidssignalen laten horen en zal uitgaan. De kookplaat zal automatisch uitschakelen na een geschatte veilige tijd, die varieert afhankelijk van het geselecteerde vermogen (van 1 tot 10 uur). Wanneer u vloeistoffen kookt op een hoog vermogen, zult u een zoemtoon horen die te maken heeft met de frequentieschakelingen van de kookvelden. Dat is normaal. Bij gemengde modellen met kookvelden met stralingswarmte dient u die niet aan te raken, omdat u zich zou kunnen branden.
3
Onderhoud en schoonmaken

Omdat de glasplaat van inductiekookplaten niet erg warm wordt, is schoonmaken erg eenvoudig. Desalniettemin moet u gemorste stoffen en spatten zo snel mogelijk met een vochtige doek of met een stuk gelaagd keukenpapier verwijderen. Voor hardnekkiger vuil moet u speciale producten voor vitrokeramische kookplaten gebruiken.
Bij gemengde modellen met kookvelden met stralingswarmte wordt de glasplaat warmer; zorg ervoor die zo snel mogelijk schoon te maken en voorkom dat gemorste stoffen opdrogen. Om vlekken te verwijderen die opnieuw warm zijn geworden gebruikt u een sponsje met water en zeep en een speciaal schuurmiddel voor glas.
Gebruik geen stoomreiniger.
Gebruik van schuurmiddelen en harde metalen sponsjes voor het schoonmaken van de kookplaat kan krassen op het oppervlak van de glasplaat en breuk veroorzaken.
Verwijder vlekken en suikerresten direct, omdat die het oppervlak van de kookplaat kunnen beschadigen.
4
Problemen oplossen

Kookplaat doet het niet. Kijk of die is aangesloten en controleer de aardlekschakelaar.
De aardlekschakelaar springt eruit.
Controleer de aansluiting.
Bij inschakelen is een signaal hoorbaar. Dat is normaal; het zal na 30 seconden verdwijnen.
Bij de eerste keren van gebruik ruik ik een vreemde geur. Verwarm op elk kookveld gedurende een half uur een pan met water.
De plaat functioneert niet en er verschijnt een melding. Neem contact op met de technische dienst.
De plaat functioneert niet en er verschijnt een melding. Schakel de kinderbeveiliging uit (4.1.1).
De plaat functioneert niet, er verschijnt een melding en er is een geluidssignaal te horen. Maak de sensoren schoon of verwijder voorwerpen die erop liggen (4.1.2).
Er wordt een foutmelding weergegeven. De elektronische circuits zijn warm geworden (4.1.3).
Tijdens het functioneren knipperen de lampjes. De gebruikte pan is ongeschikt.
Bij koken met een laag vermogen is er een klik-klak geluid te horen. Dat is normaal; het geselecteerde vermogen schakelt automatisch in en uit.
Na uitschakelen van de kookplaat blijft de ventilatie werken. Dat is normaal; het zorgt voor de afkoeling van de elektronische circuits.
Veiligheid

- Het stroomnet dat de kookplaat voedt, dient te zijn voorzien van een omnipolaire schakelaar met een afstand tussen de contacten van ten minste 3 mm.
- De installatie dient geschikt te zijn voor het maximale vermogen dat staat aangegeven op het productplaatje en het stopcontact dient te zijn geaard in overeenstemming met de geldende regelgeving.
- Wanneer de kabel beschadigd is, moet deze, om gevaar te voorkomen, worden vervangen door de afdeling after-sales of door een gelijkwaardig gekwalificeerde persoon.
- Inductiekookvelden beschikken over een systeem dat de pan detecteert. Ze worden alleen warm wanneer er een pan op staat.
- Zet het kookveld na gebruik met de toets uit. Vertrouw niet op de pannendetector.
- Wanneer er een barst in de glasplaat verschijnt of wanneer die breekt, moet u onmiddellijk de stroom van het apparaat halen om een mogelijke elektrische schok te vermijden. Gebruik de kookplaat niet totdat de glasplaat vervangen is.
- Houd kinderen uit de buurt en gebruik het blokkeersysteem om te voorkomen dat kinderen met de bediening kunnen spelen.
- Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen met een handicap.
- De installatie van de kookplaat dient te worden uitgevoerd door een geautoriseerde installateur met inachtneming van de instructies en de schema's van de fabrikant.
- Na intensief gebruik van de kookzone zal die warm blijven en zal er een H te zien zijn. Zorg ervoor deze zones niet aan te raken (5.1.1).
- Beveiliging bij overkoken: Bij overkoken of wanneer er voorwerpen op de sensoren liggen of gelegd worden, wordt - weergegeven, klinkt er een pieptoon en schakelt de kookplaat uit. Maak de plaat schoon of verwijder het voorwerp en schakel de kookplaat weer in (5.1.2, 5.1.3).
- Automatische uitschakeling: Wanneer u vergeet het kookveld uit te schakelen, gaat dat automatisch uit na een periode van 1 tot 10 uur, afhankelijk van het geselecteerde vermogen.
Belangrijk. Ter attentie van gebruikers met hartstimulatoren en actieve implantaten: De kookplaat functioneert conform de geldende regelgeving betreffende elektromagnetische storingen (richtlijn 2004/108/EG). Deze is ontworpen om het functioneren van andere elektrische apparaten niet te storen, mits die ook aan genoemde regelgeving voldoen. De inductiekookplaat veroorzaakt magnetische velden in uw directe omgeving. Om te voorkomen dat er storing ontstaat tussen kookplaat en hartstimulator, is deze ontworpen om te voldoen aan de desbetreffende regelgeving. Voor de conformiteit van de stimulator kunt u de fabrikant of uw arts raadplegen.

Milieu

Bij het ontwerp van de kookplaat heeft men rekening gehouden met de bescherming van het milieu.
Respecteer het milieu. Gebruik voor iedere bereiding het juiste vermogen. Zet op kookplaten met stralingswarmte, nadat u gereed bent met een pan, de volgende pan op dezelfde plaats om de verzamelde warmte te gebruiken; zo bespaart u energie.
Gebruik, wanneer het mogelijk is, altijd een deksel om warmteverlies door stoomvorming te voorkomen.
Behandeling van elektrisch en elektronisch afval. Gooi die apparaten niet weg met het gewone huisvuil.
Breng de kookplaat naar een speciaal inzamelpunt. Door het recycleren van huishoudelijke apparaten worden negatieve gevolgen voor gezondheid en milieu voorkomen en bespaart u energie en geld. Voor meer informatie neemt u contact op met de plaatselijke autoriteiten of met de winkel waar u de kookplaat hebt gekocht.


1.1 Verpakking. YdaNNBCE 3aunTbI 1.2 Inbouw in meubels. Houd altijd rekening met de kenmerken die op het typeplaatje van de kookplaat staan (1.2.1), de ventilatiezones (1.2.2) en de afmetingen van het meubel waarin de kookplaat wordt geplaatst (1.2.3). Breng de meegeleverde afdichting aan rond de buitenomtrek van de kookplaat voor een goede afdichting (1.2.4). Plaats de kookplaat en zet deze in de opening. Bevestig hem aan het meubel met behulp van vier bevestigingsbeugels (1.2.6). Zorg ervoor dat de lucht kan circuleren achter de kookplaat en dat deze aan de voorkant naar buiten komt (1.2.7). 1.3 Aansluiting op het elektriciteitsnet. De kookplaat is voorzien van een netsnoer. Controleer welk type snoer de kookplaat heeft. Bepaal dit aan de hand van het aantal draden en de kleur: Snoer met 3 draden (1.3.1) a) groen-geel, b) blauw, c) bruin. Snoer met 5 draden (1.3.2) a) groen-geel, b) blauw, c) bruin, d) grijs, e) zwart. Snoer met 8 draden (1.3.3) a) groen-geel, b) blauw, c) bruin, d) grijs, e) zwart.
Aanbeveling: De installatie van de kookplaat moet worden uitgevoerd door een vakman die deze installeert volgens de instructies en schema's van de fabrikant. Als er een afzuigkap van een ander merk wordt geïnstalleerd, moet deze worden losgekoppeld van de kookplaat. De inductiekookplaat mag niet worden geïnstalleerd boven een oven, wasmachine, koelkast of vrieskast. Gebruik geen moeilijk te verwijderen materialen, zoals siliconen. De afstand tussen de rand van de kookplaat en de achterwand moet minimaal 40 mm zijn.

Gebruik
Bij het eerste gebruik moet je weten dat inductieverwarming een technologie is waarbij de warmte direct aan de kookplaat wordt overgedragen. Daarom moeten alle pannen die je gebruikt een ferromagnetische bodem hebben. 2.1 Keuze van het kookgerei. Het is belangrijk om het juiste kookgerei te kiezen dat je wilt gebruiken, zodat je kookplaat optimaal werkt en je de beste kookresultaten krijgt. In principe is al het kookgerei waarvan de bodem magnetisch is, geschikt voor inductieverwarming (2.1.1). Plaats de producten en pannen op het kookgerei. Zet nooit leeg kookgerei op de kookplaat (2.1.2). Voor het koken op ronde glaskeramische kookplaten kan naast het kookgerei voor inductieverwarming ook roestvrijstalen pannen worden gebruikt. Het wordt afgeraden om aluminium pannen te gebruiken, omdat deze vlekken kunnen achterlaten op het glas en het oppervlak van de kookplaat. 2.2 Keuze van de kookzone. Je hebt verschillende kookzones tot je beschikking waarop je het kookgerei kunt plaatsen. Kies de zone die het beste past bij de grootte van het kookgerei. Als de bodem van het kookgerei te klein is, zal de vermogensindicator gaan knipperen en zal de kookzone niet functioneren, ook al is het materiaal voor inductieverwarming correct gekozen. Probeer geen kookgerei te gebruiken met een bodem die kleiner is dan aangegeven in de tabel.
Kookzones en minimale bodem van het kookgerei
| 16 cm. 10 cm. | |
| 18 cm. 12 cm. | |
| 21 cm. 18 cm. | |
| 28 cm. 12 cm. | |
| Секцura Zone 12 cm. | |
| пожhoe Zone 18 cm. |
Aanbeveling: Schuif het kookgerei niet over de glazen oppervlakte van de kookplaat om krassen te voorkomen. Leg geen metalen voorwerpen, zoals messen, vorken of deksels, op het werkoppervlak van de kookplaat, omdat deze heet kunnen worden.
2.3 De kookplaat inschakelen. Druk op ① om te gaan koken. 2.4 Vermogensniveau kiezen. Stel het in door op + of – te drukken. 2.5 Kooktijd instellen. U kunt de duur van het functioneren van de kookplaat instellen door op de tijdtoets te drukken. Na afloop van de tijd schakelt de kookplaat automatisch uit en geeft een signaal.
SPECIALE KOOKPLATEN
2.6 Kookplaat met dubbele zone. Stel de voorste zone in op maximaal vermogen (2.6.1). Door extra op de toets te drukken, activeert u de dubbele zone (2.6.2), en een geluidssignaal en een extra symbool op het display bevestigen de uitvoering van deze functie. Nu kunt u het vermogen naar wens regelen met + of –. Om de dubbele zone uit te schakelen, drukt u op de stoptoets en daarna op ① en regelt u het vermogen met + of –. 2.7 Zone-kookplaat. U kunt deze kookplaat onafhankelijk gebruiken als twee afzonderlijke kookplaten of samen als één kookplaat. Druk op de toets van de kookplaat die u wilt gebruiken en handel volgens punt (2.4) voor het kiezen van het vermogen en (2.5) voor het kiezen van de kooktijd.
SPECIALE FUNCTIES
2.8 Functie Drogen. Maakt het mogelijk om een gericht vermogen te bereiken. Bij ingeschakelde kookplaat drukt u op ① en ontvangt u het vermogen dat door de fabrikant is ingesteld (2.8.1). Om het te wijzigen, kantelt u de kookplaat (zonder op ① te drukken) en houdt u de toets ingedrukt gedurende enkele seconden totdat er een signaal klinkt en het begint te knipperen. Kies het nieuwe gewenste vermogen, druk op de bevestigingstoets, druk opnieuw op de toets ① en bevestig. (2.8.2, 2.8.3, 2.8.4). 2.9 Functie Totaal. Maakt het mogelijk om het vermogen te wijzigen gedurende de gekozen tijd. Bij ingeschakelde kookplaat ① en bepaald vermogen + of –, drukt u op <Totaal> (2.9.1). Kies het nieuwe vermogen
met behulp van de toetsen + of – (2.9.2) en de tijd met + of – in het symboolvenster (2.9.3). Bevestig de gegevens door opnieuw op de toets te drukken. Het symbool verdwijnt en geeft het nieuwe vermogen aan (2.9.4). Na afloop van de gekozen tijd wordt het vermogen verlaagd naar het oorspronkelijke niveau en verdwijnt het symbool. (2.9.5)
2.10 Functie Booster. Om snel de maximale temperatuur te bereiken, wat nodig is voor het snel opwarmen van voedsel of voor het koken van vloeistoffen. Bij ingeschakelde kookplaat ①, drukt u op Booster en verschijnt het symbool BO (2.10.1). Zodra de vloeistof kookt, kiest u het gewenste vermogen door op + of – te drukken (2.10.2).
Belangrijke opmerking: Bij ingedrukte Booster is het maximale vermogen dat op de kookplaat kan worden gebruikt, beperkt.
2.11 Programmeren op tijd. Maakt het mogelijk om de duur en het einde van de bereiding in te stellen. Het is niet mogelijk om meer dan één kookplaat tegelijkertijd te gebruiken.
Bij ingeschakelde kookplaat ①, drukt u op (2.11.1) en verschijnt op het display de tijd. Als de tijd onjuist wordt weergegeven, stelt u deze in met behulp van de vermogenstoetsen voor het instellen van twee urencijfers (2.11.2) en met behulp van de toetsen + of – op het symbool voor het instellen van twee minutencijfers (2.11.3). Bevestig de tijd door op de toets te drukken (2.11.4). Stel vervolgens op dezelfde manier de eindtijd van de bereiding in (2.11.5, 2.11.6) en bevestig door op de toets te drukken (2.11.7). Stel de duur van de bereiding in met behulp van de toetsen + of – op het symbool (2.11.8) en bevestig door te drukken (2.11.9). Kies het vermogen door op + of – te drukken (2.11.10) en bevestig door te drukken (2.11.11). De symbolen verdwijnen en er blijft alleen een rode stip over (2.11.12).
Let op: tijdelijke programmering kan niet tegelijkertijd voor meer dan één knop worden toegepast. Stel de gewenste waarden voor tijd, duur en vermogen in op het moment dat de spelers spelen.