GEBRUIKSAANWIJZING TORONTO HASE
Met de aankoop van uw Hase kachel heeft u voor een kwaliteit'sproduct gekozen. In ons productie atelier in Trier leggen wij bij de ontwikkeling en productie van once kachels de grootst möglichke zorg aan de dag en werken wij enkel met materiaal van topkwaliteit. Een doordacht design, de meest geavanceerde productieprocedés en een efficiente en milieuvriendelijkve verbrandingstechniek garanderen u dat u aan uw Hase kachel jarenlang plezier zult beleven.
Veel plezier met uw Hase kachel!
Met friendelijke groeten
- Plaatingsomstandigheden en bouwkundige voorschriften 70
- Veiligheid en veiligheidsafstanden 70
- De opstelling 71
- De schoorsteen 71
- De aansluiting van de rookbuis 71
- De rookgasklep 71
- Brandstofhoeveelheden en verwarmingsvermogen 72
- De regeling van de verbrandingslucht 72
8.1 De primaire lucht 72
8.2 De secundaire lucht 72
8.3 De deur van de stookruimte 73
-
Eerste ingebruikneming 73
-
Aanwakkeren 73
- Hout bijvoegen 74
- Stoken met weinig vermogen 74
- Deasladeleegmaken 74
- Het verbrandingsproces 75
14.1 Drogingsfase 75
14.2 Ontgassingsfase 75
14.3 Uitbrandingsfase 75
14.4 Uitzettingsgeluiden 75
- Dejuiste brandstof 75
- Hout vanuit chemisch oogpunt 76
- Bijdrage tot een schoner milieu 76
- Beoordeling van de verbranding 76
- Houtvochtigheid en vermogen 77
- Hout opslan en drogen 77
- Reiniging en onderhoud
21.1 De stalen mantel 78
21.2 Het sluiten van de Deur van de stookruimte voor het Schoonmaken en Onderhoud 78
21.3 De rookgaswegen 78
21.4 De glaskeramieken vensters 79
21.5 De bekleding van de verbrandingsruimte 79
21.6 DeADFdichtbanden 79
Leidraad 80
Technische Gegevens 81
1. Plaatsingsomstandigheden en bouwkundige voorschriften
De haardkachel moet worden geinstalleer volgens de instructies in de handleiding en rekening houdend met de nationale en Europese normen en tevens met de geldende plaatselijke voorschriften.
In Duitsland moet de kachel voor ingebruikneming worden geregisteerd bij deplaatslijke schoorsteenvegerdienst.
2. Veiligheid en veiligheidsafstanden
Voor en naast de kachel mogen zich in het stralingsgebied van het venster van de verbrandingsruimte binnen 80~cm geen brandbare of warmtegevoelige materialen bevinden (zoals bijvoorbeeld meubelen, houten of kunststoffen bekledingen, gordijnen, enz.). Buiten het stralingsgebied aan de zijkanten en andere de kachel moet voor brandbare materiaalen een verilgheidsafstand van 20~cm gespecteerd worden (zie figuur 3).
Zonder toezicht moot zich geen kinderen in de omgeving van een brandende kachel bevinden.
Wanner de vloerbekleding uit brandbare materialen bestaat (zoals hout, laminaat of tiplt), verplicht de brandreglementering u om een onbrandbare vloerplaat te leggen (uit tegels, veiligheidsglas, leisteen of staal).
Gebruik voor het aansteken nooit alcohol, benzine of andere brandbare vloeistoffen. Het buitenste van de haardkachel worden zeer heet wanner hij brandt. Men kan zich dan ook overal aan de kachel verbranden. Om Niet dat risico te lopen, legt u best een handschoen bij de kachel.
Bij een schoorsteenbrand moet u:
- via het noodnummer de brandweer alarmeren;
- uw schoorsteenveger op de hoogte brengen;
- in geen geval blussen met water;
- brandbare voorwerpen van de schoorsteen nemen;
- wachten op de brandweer en op de schoorsteenveger.
Aan de haardkachel mogen geen veranderingen worden aangebracht. Er mogen enkel originele onderdelen van Hase Kaminofenbau GmbH worden gemonteerd.
Bij het gebruik van een vloerplaat要去en de vermelde veiligheidsafstandengerespecteerd worden.


Figuur. 3
Lay-out voor de Plaats van de Muur

Lay-out voor de Plaats van de Hoek
3. De opstelling
Controleer of het vlik waarop de kachel staat opgesteld, het toestel ook kan dragen. Eventueel kan de draagkracht worden verhoogd door gebruik te makeen van een bodemplaat om het gewicht te verdelen.
Controleer of de ruimte waar u de Toronto wilt opstellen, voldoende verse lucht krijt. Wanner ramen en deuren goed zich,zijn, bestaat het gevaar dat de toevoer met voldoende verse lucht Niet gewaarborgd is. De trek van de kachel en van de schoorsteen kan daardoor verminderen. Indien er bijkomende inlaatoppeningen voor de verbrandingslucht nodig+zijn, mogen die nicht worden afgesloten.
Wonneer de haardkachel en een afzuiigkap geleiktijdig werken, kan er een onderdruk ontstaan in de kamer waar de kachel staat opgesteld. Dat kan problemen tot geolg hebben, b.v. ontsappen van rookgassen uit de haardkachel.
Om ervoor te zorgen dat er geen lucht worden ontrokken aan de plaat'saar de kachel staat opgesteld,geven wij de raad om afzugkappen die de lucht hier nauten leiden,te vergrendelen met een venstercontactschakelaar.
4. De schoorsteen
De Toronto moet worden aangesloten op een waarvoord geschikte schoorsteen met een effectieve schoorsteenhoogte van ten minste 4,50m . De diameter van de schoorsteen moet overeenstemmen met de diameter van de rookbuis. Indien de effecieve schoorsteenhoogte Niet volstaat en/of de diameter van de schoorsteen te groot of teklein is, kan het zijn dat er te weinig trek is.
De trek (schoorsteentrek) die de Toronto nodig heeft, bedraagt 12 Pa. Bij更是 trek stijgen de emissies van de stockruimte, die wordt sterk belast en kan beschadigd raken. De maximaal toegestane trek voor de Toronto bedraagt 25 Pa.
Om de trek te beperken, kan men gebruik makev van een smoorklep of een trekbegrenzer.
De Toronto mag enkel werken wanner de kacheldeur dicht is en moet worden aangesloten op een geschikte schoorsteen.
5. De aansluiting van de rookbuis
De Toronto moet aan de schoorsteen aangesloten worden met een rookbuis waarvan de binnendiameter 180mm bedraagt. Alle stukken buis要去en aan de diverse verbindingen precies op elkaar passen.
De buis moet aan de ingang van de schoorsteen goed afgedicht worden en mag, om de afzuiig van de rook Niet te hinderen, Niet binnendringen in het binnenste van de schoorsteen.
6. De rookgasklep
De rookgasklep is een uitstekend regelinstrument. Zij bevindt zich in de rookbuis en dient voor de regeling van de rookgasstroom. Zo kan zij de afbrandingsnelheid verminderen. Wonneer de grep van de rookgasklep zich in loodrechtte positie ten opzichte van de rookgasbuis bevindt, worden de stroom van de luchtafvoer maximaal afteremd. Wij geen algemeen de raad om een smoorklep te installereren om de trek te beperken.
Let alstublieft op de landenspecifieke wettelijke bepalingen.
NL
7. Brandstofhoeveelheden en verwarmingsvermögen
De hoeveelheid brandstof die u in de kachel legt, is bepalend voor het verwarmingsvermogen. Wanner u aanvult, bedraagt de maximale hoeveelheid brandstof 2,5 kg. Wanner u deze hoeveelheid overschrijdt, bestaat gevaar voor oververhitting. De kachel kan dan beschadigd raken en er kan een schoorsteenbrand ontstaan.
Met ongeveer 2,0 kg brandhout met een lenghte van ongeveer 30 cm en een verbrandingstijd van ongeveer 45 minutes verwrijkt u een vermogen van ongeveer 8 kW.
Met ongeveer 0,5kg brandhout met een lenghte van ongeveer 25~cm en een verbrandingstijd van ongeveer 20 minutes verwrijkt u een vermogen van ongeveer 4kW .
De Toronto is een kachel voor Niet-continu gebruik. Vul waarom telkens maar een laag brandstof bij.
8. De regeling van de verbrandingslucht
Bij het aanwakkeren en aanvullen worden de verbrandingslucht geregold met de primaire en secundaire luchtafsluiters.
8.1 De primaire lucht
De primaire lustcht worden langs onderen door het rooster in de verbrandingsruimte gevoerd. Tijdens het aanwakkeren worden daardoor sneller de vereiste temperatuur in de verbrandingsruimte bekomen.
8.2 De secundaire lucht
De secundaire lucht worden via luchtkanalen in de kachel van boven uit in de stookruimte gebracht. Zij leidt de voorverwarmde zuurstof, die nodig is om de houtgassen volledig te verbranden, in de stookruimte binnen en vermindert de roetvorming op het glas.
Voor het regelen van de secundaire lucht kan de volgende vuistregel gelden: een Klein vuur heeft weinig secundaire lucht nodig, een groot vuur heeft veel secundaire lucht nodig.
Wanneer het ventiel voor de secundaire lucht te ver gesloten is, besteht het gevaar dat de verbrandingsgassen onvolledig verbranden (smeulend vuur) en/of dat roet afgezet worden op de vensters, of nog, dat de opgestapelde houtgassen explosief verbranden (met een zachte knal ontploffen).
Let u alstublieft hierop: bij een houtvuur met te ver geopende primaire luchtafsluiter bestaat het risico dat de kachel oververhit worden (smidsvuur). De secundaire luchtafsluiter magijdens de werkig nooit volledig gesloten worden. De deur van de verbrandingsruimte en het asvak要去en steeds goed afgesloten blijven.

Figur.4 De bedieningselementen bevinden sich onderaan rechts.
8.3. De deur van de stookruimte
De Toronto heeft een verticale schuifdeur aan de stockruimte met een gasdrukveer. Dank zij die gasdrukveer kan men bij het openen de deur van de stockruimte makkelijker maar boven schuiven en worden de kracht bij het sluiten, wanner de deur van de stockruimte maar beneden schuift, enigszins gedempt.
Om te openen, de deur van de stockruimte aan de greedp hier boven heffen tot ze vastklikt. Wanner de kachel bijgevuld is, de deur van de stockruimte ontrendelen door Lichtjes op de deurgreep te duwen. De deur van de stockruimte gaat dan maar beneden. Om volledig te sluiten, duwt u de deur van de stockruimte waar beneden tot ze vastklikt.
De Toronto mag enkel worden gebrukt met de deur van de stookruimteicht. Die deur enkel openen om brandstof bij te vullen.
9. Eerste ingebruikneming
De eerste ingebruikname van elke kachel gaat altiijd gepaard met rook- en geurontwikkeling. Dit is te wijten aan de verbranding van organische bestanddelen die in de deklagen van de kachel, in de afsuitbanden en in voor de productie gebruekte smeermiddelen zitten.
Dit gebeurt wanneer de temperatuur voor het eerst worden opgedreven en houdt zo'n 4 - 5aar aan.Voeg om deze temperatuur te konnen halen 25% brandstof toe bovenop de inhoofdstuk 11 Hout bijvoegen / Stoken met nominale warmtecapaciteit.
Om gezondheidsredenen magijdens de eerste ingebruikname niemand onnodig in de ruimtes in kwestie aanwezig zijn. Zorg voor een goede ventilatie en open vensters en buitendeuren. Gebruik indien nodig een ventilator om de lucht sneller te verversen.
Wanneer de maximale temperatuur bij het eerste gebruik nog Niet bereikt werk, is het möglichk dat er zich later nog een zekere geurontwikkeling voordoet.
Tijdens het transport tot bij u thus kan zich condensaatvocht binnenin de kachel verzamelen. In bepaalde omstandigheden kan dit leiden tot het lekken van water UIT de kachel of de rookbuizen.
Droog in dat geval de vochtige plekken onmiddelijk af.
Het oppervlak van uw kachel worden voor het aanbrengen van de lak gezandstraald. Ondanks een zorgvuldige controle kan het Niet uitgesloten worden dat wat van de stalen kogeltjes die waarvoord gebruikt worden in de kachel achechterblijven. Bij de plaatsing van uw kachel kutnen deze loskomen en uit de kachel vallen.
Om een möglichke beschadiging te voorkomen, verzoeken wij u deze stalen kogeltjes onmiddelijk met een stofzuiger te verwijderen.
De Toronto mag enkel worden gezruikt met een gesloten deur; de deur van de stookruimte mag enkel worden geopend om hout bij te vullen.
10. Aanwakkeren
Tijdens het aanwakkeren können hogere emissiewaarden voorkomen. Deze fase moet dan ook zo kort möglich gehouden worden. De in tabel 1 beschreiben instellenen van de afsluiters� aanbevelingen. Zij werdenijdens tests in overeenstemming met de normuitgewerkt. U dient op grond van de weersomstandigheden en de door uw schoorsteen gekreeerde onderdruk de afsluiters van uw Toronto aan deplaatsilijke omstandigheden aan te passen.
Aanwakkeren
Tab. 1
| Procedure | Stand van de bedieningselementen |
| Open de primaire lucht en de secundaire lucht volledig. | Trek de primaire en de secundaire luchtafsluiters vollediguit. |
| Vuurrooster openen | Schuif aan vuurrooster�aart buiten trekken |
| Concentreer de achefter-gebleven assen en de eventuele onverbrande houtskool in het midden van de verbrandingsruimte | |
| Leg 2 of 3 kleine blokken in het midden van de verbrandingsruimte. Leg waar dan de aanmaakblokjes en zo'n halve kilo houtspaanders bovenop. | Open de deur van de verbrandingsruimte. |
| Steen het aanmaakmaterial op verschillendeplaatsen aan. | Sluit de deur van de verbrandingsruimte. |
11. Hout bijvoegen / Stoken met nominale warmtecapaciteit
Het bijvoegen van hout moet gebeuren in de fase van de wegbranding, waarin de vlammen van de vorige verbranding pas gedoofd zichn.
Hout bijvoegen
Tab. 2
| Procedure | Stand van de bedieningselementen |
| Primaire lucht en secundaire lucht instellen | Schuif voor primaire lucht sluten, schuif voor secundaire lucht op markings 2-3 |
| Vuurrooster sluiten | Schuif aan vuurrooster induwen |
| Twee houtbloken van samen ca. 2,0 kg met de schors maar boven of waar buiten in hetchychterste deel van de stookruimte leggen. Slechts een laag brandstof bijvullen. | Open de deur van de verbrandingsruimte. |
| Sluit de deur van de verbrandingsruimte. |
12. Stoken met weinig vermogen
U beinvloedt het vermogen van uw Toronto in de eerste plaat doors de hoeveelheid brandstof.
Reduceer de verbranding nicht door een te lage luchttoevoer. Hierdoor is het möglichk dat het hout onvollelig verbrandt en dat de opgestapelde hautgassen op een explosieve wijze verbranden (met een zachte knal ontploffen).
Stoken met weinig vermogen
Tab. 3
| Procedure | Stand van de bedieningselementen |
| Primaire lucht sluiten. | Schuif voor primaire lucht (1) induwen tot men Niet verder kan. |
| Secundaire lucht instellen. | Schuif voor secundaire lucht op markings 2. |
| Twee houtblokken (samen ca. 0,5 kg) bijvullen. | |
13. Deaslade leegmaken
Maak de aslade alleen maar leeg wanner de assen afgekoeld zich. Tijdens het opnemen van de assen bevindt het dekolz ich onder de aslade.
Ontgrendel de aslade. Neem de aslade UIT, samen met het deksel dat zich eronder bevindt. Schuif het deksel op de aslade zodat deze afgesloten is. De lichte as kan nu Niet opvliegen en uw woning blijft schoon. Het werk inbrengen van de aslade geschiedt in omgekeerde volgorde.
Te veel as kan de toevoer van primaire lucht hinderen of zichs beletten. Let u erop, dat de luchtweg voor de primaire luchtussen deaslade en de bodem van het asvak vrij blijft.
14. Het verbrandingsproces
Een stuk hout verbrandt in drie fasen. Deze processen worden in een houtvuurichter nicht achtereenvolgens doorlopen. Zij geschienen voor een deel gelijktijdig.
14.1 Drogingsfase
Het in het luchtdroge hout nog aanwezige water (ongeveer 15 tot 20% ) verdamt. De temperatuur is zowat 100^ . Daarom moet bij het aansteken warmte aan het hout toeveogd worden. Dat kurz u doen doorkleine stukken hout te gebruiken.
14.2 Ontgassingsfase
Bij temperaturen tussen 100^ en 150^ begint, eerst langzaam, het opensplijten en de vergassing van de in het hout aanwezigte stoffen en de thermische ontbinding van het

Ontgassing
Droging
Uitbranding
Figuur. 5 Het verbrandingsproces
hout. Boven 150^ neemt de gasontwikkeling sterk toe. Het aandeel vluchtige bestandelen bedraagt zowat 80% van de houtsubstantie. De eigenlijke verbranding begint bij het ontvlammen van de ontstane gassen op ongeveer 225^ (ontbrandingstemperatuur) en het vrijmaken van warmte. Daarvoor is voldoende zuurstofoodzakelijk. Bij om en nabij de 300^ worden het hoogtepunt van de verbranding bereikt. De reactie geschiedt nu zo stormachtig, dat hier de meeste warmte vrijgegeven worden. Vlamtemperaturen van 1100^ zichen möglichk.
14.3 Uitbrandingsfase
Na de verbranding van de vluchtige bestanddelen neemt de gloed van het houtskool af. Houtskool verbrandt langzaam, haast zonder vlam, bij een temperatuur van ongeveer 800^ .
Beslissend voor een schone verbranding is een zo volledig möglichchemische reactie van de houtgassen met het zuurstofuit de verbrandingslucht. Bij uw kachel van Hase worden de verbrandingslucht voorverwarmd en langus brede inlaatopeningen in de verbrandingsruimte gevoerd. De gassen worden dan ook op hove temperatuur goed vermengd met de lucht. Een belangrijke parameter in elke verbrandingsfase is de hoeveelheid verbrandingslucht. Te weinig lucht leidt tot zuurstofgebrek en een onvolledige verbranding. Te veel lucht doet de temperatuur in de verbrandingsruimte dalen en werkst negatieut op de doelmatigheid. Bij een onvolledige verbranding ontstaan schadelijke stoffen zoals stof, koolmonoxide en koolwaterstoffen.
14.4 Uitzettingsgeluiden
Staal zet uit door de warmte en krimpt wanner het kouder worden. Door deze bewegingen können bij uw kachel hoorbare uitzettensgeluiden optreden. Bij het ontwerp van uw kachel—hebben wij met deze fysische eigenschappen reckening gezchoolen. uw kachel lijdt er dan ook geen schade onder.
In haardkachels mag men enkel rookarme brandstoffen verbranden. Voor het type Toronto is dat uitsluitend naturulijk hout in grotere stukken met de bijbehorende bast, in de vorm van blokken beukenhout.
Harsrijk naaldhout (bijv. spar, bijn, den) geeft vonden. Er ontstaat een vliegas dat bij het openen van de deur van de verbrandingsruimte kan opwaaien.
Beukenblokken zorgen in een kachel voor het mooiste vuur. Wanner u eik, spar, berg of lork gebruikt, verdient het aanbeveling om beukenhout bij te voegen. Het vlambeeld worden er mooier door. Sprokkelhout enkleine houtblokjes zijn een goede aanmaakhulp.
Niet toegelaten is bijvoorbeeld de verbranding van:
- vochtig hout (restvoucht meer dan 20%
- gelakt of met kunststof bekleed hout
- met houtbeschemirmingsmiddelen behandelt hout
- houtafval
- papierbriketten (schadelijke toffen: cadmium, lood, zink).
- alle brandbare vloeistoffen (ook methanol, ethanol) en alle brandpasta's en gels
Bij de verbranding van deze stoffen ontstaat een onaangename geur en treden gezondheids en milieubelastende emissies ut.
16. Hout vanuit chemisch oogpunt
Hout bestaat voor het grootste deel uit de chemische elementen koolstof, waterstof en zuurstof. Milieukritische stoffen zoals zwavel, chloor en zware metalen zijn praktisch nicht aanwezig. Bij de volledige verbranding van hout ontstaan waarom hoofdzakelijk koolstof-dioxide en waterdamp als gasvormige stoffen, en in beperkte mate ook houtas als vaste verbrandingsrest. Bij de onvolledige verbranding daarentegen+kennen een hele reeks milieublastende stoffen ontstaan, zoals koolstofmonoxide (giftig), azijnzuren, fenolen, methanol (giftig), formaldehyde, roet en teer.
17. Bijdrage tot een schoner milieu
Of uw Toronto milieubelastend brandt of het milieu integendeel ontziet, hangt in sterke mate af van de wijze waarop u hem bedient en van de brandstof die u gebruikt (zie De juiste brandstof).
Gebruik uitsluitend droog hout. Het best geschikt is loofhout zoals beuk en berg.
Gebruik voor het aansteken alleen maarkleinere stukken hout. Deze ontbranden sneller dan grotere stukken, zDat de temperatuur die moodzakelijk is voor een volledige verbranding sneller bereikt worden.
Bij langer stoken levert het vaker bijvoegen vankleinere houthoeveelheden zowel energetische als ecologische voordelen op.
18. Beoordeling van de verbranding
Hoe goed het verbrandingsproces verloopt,(Intu gemakkelijk beoordelen aan de hand van de volgende kenmerken.
- De kleur en de gesteldheid van de assen
Bij een zuivere verbranding ont staat vrij wit as. Een donkere kleur wijst op houtskoolresten. De uitbrandfase is in dit geval slechts gedeelrijk doorlopen.
- De kleur van het rookgas bij het verlaten van de schoorsteen
Hier geldt: hoe minder de rook bij het verlaten van de schoorsteen zichtaar is, hoe bete de verbranding verloopt.
In de overgangstijd (lente en herfst) können bij buitentemperaturen van meer dan 16^ storingin in de schoorsteen optreden. Wanner bij een dergelijkte temperatuur ook na de snelle verbranding van papier ofkleine houtblokken (lokvuur) geen trek ontstaat, moet u de kachel best Niet aansteken.
19. Houtvochtigheid en vermogen
Vuistregel: hoe vochtiger het hout, hoe lager het vermogen.
Het vermogen van de kachel hangt zeer sterk samen met de vochtigkeit van het hout. Hoe更是 water het hout bevat, hoe更是nergie bij de verbranding besteed moet worden aan de verdamping van dat water. Deze energie is verloren. Hoe vochtiger het hout dus, hoe更是 water het vermogen. Een voorbeeld: pas gezakt hout vertoont een vochtigheidsgraad van om en nabij de 50% en beschikt over een vermogen van ongeveer 2,3 kWh/kg. Behoorlijk lucktgedroogd hout daarentegen met een vochtigheidsgraad van ca. 15% heeft een vermogen van ongeveer 4,3 kWh/kg. Wanner u dus zeer vochtig hout verbrandt, maakt u met bezelfde houthoeveelheid slechts de helft van het vermogen vrij. De verbranding van vochtig hout leidt tevens tot meer roetaanslag op het venster van de verbrandingsruimte. Daar komt nog bij, dat wanner u vochtig hout verbrandt, de daardoor ontstane waterdamp kan condenseren in de rookbuis of in de schoorsteen. In de schoorsteen kan een teerachtige substantie afgezet worden of de schoorsteen kan vol raken met roet en teer. Omwille van de hoge vochtigheidsgraad daalt ook de verbrandingstemperatuur. Dit belet de volledige verbranding van alle houtbestanddelen en leidt tot een aanmerkelijke belasting voor het milieu.
De restvochtigheid van uw brandhout kut u meten met behulp van een houtvochtigheidsmeter.
20. Hout opslaan en drogen
Om hout te drogen, isijd nodig. Wonneer het op correcte wijze bewaard worden, is hout in twee tot drie maar luchtdroog.
Zaag en kloof het hout gebruisklaar wanner u het gaat bewaren. Dit voert tot een snellere droging. Kleinere stukken drogen beter dan grote.
Bewaar het hout in een goed verlucht, zo zonnig möglichkeplaats (liest op het zuiden geicht) en beschut gegen de regen.
Laatussen de houtrijen een afstand van een handbreedte, zodat de doorstromende lustcht het verdampende voct goed kan opnemen.
Dek uw houtvooraad nooit af met plastic folie of tentzeit. Dat zou beletten dat het vocht ontsnapt.
Stapel vers hout ook nooit weg in een kelder. Door de gebrekkige luchtverversing zal het�erder roten dan drogen.
Enkel hout dat al droog is, mag in een droge en goed verluchtete kelder bewaar worden.
NL
21. Reiniging en onderhoud
21.1 De stalen mantel
Kachels van Hase beschikken over een sterk hittebestendige lak met open porien die een beperkte corrosiebescherming biedt. In bepaalde omstandigheden kan THATAOMEN en roestlaagie optreden.
De stalen componenten mogen nicht gereinigd worden met een zuurhoudend kuismiddel (bjv. citrus of azijnreiniger). Met een Licht bevochtigdoek kan het staal voldoende afgeveegd worden.
Vermijd een te vochtige reiniging in de omgeving van de vloer of van de bodemplaat.
Gemorst water uit waterketels of schalen moet onmiddelijk verwijderd worden.
Plaats uw Toronto Niet in een vochtige omgeving Zoals bijv. een veranda.
Vermijd een tijdelijke stockage in een onverwarmde ruwbouw of een garage.
Roestige plekken können behandeld worden met de originele Hase kachellak.
Volg waar bij de richtlijnen op de bus. Uw Hase-handelaar heeft de spray op voorraad en geegt u graag tips voor de behandeling.
21.2 Het sluiten van de Deur van de stockruimte voor het Schoonmaken en Onderhoud
Om het glas van de stockruimte te reinigen, de deur van de stockruimte maar boven heffen tot ze vastklikt.
Met de bijgevoegde sleutel de sluiting van de deur van de stookruimte ontgrendelen
(fig. 6). De deur van de stockruimte Lichtjes opheffen en waar links draaien om te reinigen
(fig. 7). Na het reinigen de deur van de stockruimte opnieuw sluiten en vergrendelen.
Opgelet: De Toronto mag enkel worden gebruikt wanneer de deur van de stockruimte gesloten is.

Figuur. 6

Figuur. 7
De kachel en de rookbuizen worden elk jaar na de verwarmingstijd (eventuel ook frequenter, bijv. na de reiniging van de schoorsteen) gecontrolleder op afzettingen enzonodig gereinid. Om de rookgaskanalen te reinigen, heft u de bovenste thermo steen en de afbuigplaat in staal dieaarboven zit,uit de stockruimte. Eventuele roet en stofafzettingen kurz u wegborstelen en afzuiigen. Daarna de thermo steen en de afbuigplaat opnieuw monteren.
Het reinigen van de rookbuis geleurt met een flexibile buisborstel via de reinigingsopening die zich befindt aan de rookbuis.
Meer richtlijnen vindt u in de montage en onderhoudsaanwijzingen.
21.4 De glaskeramieken vensters
Wanneer er op een adequate manier worden gestoekt, vormt de secundaire lucht tegelijktijd een heet luchtgordijn voor het glas, wat de roetaanslag op het keramisch glas vermindert.
Mochten er zich asdeeltjes afzetten op het keramisch glas, dan gehen wij u de raad om naast een gewoon in de handel verkrijgbaar middel om het glas te reinigen ook gebruik te makeen van een ander reinigingsprocede, dat al lang worden toegepast en dat bovendien milieuvriendelijk is.
neem een prop keulenrol of krantenpapier, bevochtig ze, dompel ze onder in de koude houtas, wijf daarmee het venster in en veeg schoon met een droge prop.
21.5 De bekleding van de verbrandingsruimte
De thermo stenen in de verbrandingsruimte van uw Toronto bestaanuit vermiculiet. Dat is een vuurvast mineralogisch granulaat met uitstekende isolerende eigenschappen. De dichtheid van de platen werden bepaald op grond van de optimale verhoudungtussen mechanische hardheid en isolatievermogen. Het relatief zachte oppervlak is nicht slijtvest. De thermo stenen要去en vernieuwd worden wonneer stukken afbreken en zo de achterkant van de verbrandingsruimte zichbaar worden. Barsten en scheuren in de thermo stenen verminderen de mogelijkheden van uw kachel Niet.
U kunt beschadigingen van de thermo stenen beperken door de houtblokken voorzichtig in de verbrandingsruimte te leggen. Laat ze Niet vallen gegen de wanden van de verbrandingsruimte.
21.6 De afdichtbanden
De affdichtbanden voor de deur van de verbrandingsruimte en de aslade bestaanuit sterk hittebestendige en asbestvrijge glasvezel. Door veelvuldig gebruik kannen de dichtingen verslieten en要去e vernieuwd worden.
Laat uw haardkachel geregeld nakijken door eenvakman.
NL
| mogelijk probleem | mogelijk oorzaken |
| Het hout ontbrandt Niet of slechts aarzelend | - het hout is te dik / het hout is te nat
- er worden te weinig lucht toegevoerd |
| Het hout brandt zonderHoldere gele vlam, smeult wat of gaat zichsuit | - het hout is te nat
- er worden te weinig lucht toegevoerd
- de buitentemperatuur ligt te hoog |
| Er worden te veel roet gezormd, de thermo stenenblijven tijdens het branden Niet roetvrij | - het hout is te nat
- er worden te weinig lucht toegevoerd
- de houthoveelheid is te Klein en daardoor blijft de verbrandingsruimte te koud |
| Er zet zich roet af op het venster van de verbrandingsruimte | - het hout is te nat
- er worden te weinig secundaire lucht toegevoerd
- de deur van de verbrandingsruimte is ondicht
- de schoorsteen trekt te weinig |
| Het hout verbrandt te snel | - de schoorsteen trekt te hevig
- de houtbloken zijn te Klein
- de bedieningselementen zijn slecht ingesteld |
| Tijdens de werkking komt rook in de kamer | - er worden te weinig lucht toegevoerd
- de schoorsteen is Niet breed genoeg
- er is te veel roetafzetting in de rookgangswegen in de kachelbuizen of de schoorsteen
- de wind drukt op de schoorsteen
- ventilatoren (uit de badkamer of de keuken) veroorzaken eenonderdruk in de woonruimte en zuigen rook uit de kachel |
| De schoorsteen worden nat en komt vol teer en roet, uit de kachelbuis lekt water | - het hout is te nat
- de rookgassen zijn te koud / de schoorsteen is te koud
- de schoorsteen is te breed |
| Het vuur brandt fel, maar toch worden de kachel onvoldoende warm | - de schoorsteen trekt te hevig
- de luchtafsluiters+zijn slecht ingesteld |
| Bij het openen van de deur van de verbrandingsruimte ontsnapt rook in de kamer | - de schoorsteen trekt nicht genoeg / de schoorsteen is te breed of nicht breed genoeg
- het vuur brandt nog te hevig
- de deur van de verbrandingsruimte werk te snel geopend
- ventilatoren (uit de badkamer of de keuken) veroorzaken eenonderdruk in de woonruimte en zuigen rook uit de kachel |
Kachel Toronto, gecontrolerd volgens DIN-EN 13240: 2001 + A2 2004 e Art. 15 a B-VG (Oostenrijk) mag enkel worden gebruikt wonneer de stookkamer zich is en mag slechts als enig toestel voor een schoorsteen worden gebruikt.
Voor de afmetingen van de schoorsteen volgens EN 13384-1 / 2 gelden de volgende gegevens:
| Brandwaarden | Hout | |
| Nominate warmtecapaciteit | 8 | kW |
| Uitlaatgas-massastroom | 6,9 | g/s |
| Nisbustemperaur | 335 | °C |
| Minimum persdruk bij nominale verwarmingscapaciteit | 12 | Pa |
| CO- gehalte bij 13% O2 | 1075 | mg/m3 |
| Rendement | 82 | % |
| Fijnstoff | 20 | mg/m3 |
De op hetypeplaatje aangegeven nominale verwarmingscapaciteit van 8 KW is naerge-lang van de isolatie van het gebouw voldoende voor 30 - 115 m² (onder Voorbehoud)
| Afmetingen: | hoogte | breedte | diepte |
| kachel | 133,6 cm | 49,6 cm | 56,3 cm |
| stookkamer | 55 cm | 40 cm | 35 cm |
gewicht: 205 kg
Opening van de stookkamer: 1050 cm2
Diameter van het rookkanaal: 18 cm
Buisdiameter van het Hase-ventilatiesysteme*: 10 cm
- Voor een afzonderlijke luchttoevoer in passiefhuizen en bij onvoldoende luchttoevoer in de kamer waar de kachel staat.


bovenaanzicht
Afmetingen in cm
verklaart hiermee, dat de ruimteverwarmingsapparatuur
voor vaste brandstoffen met de handelsnaam :
Toronto
conform is met de bepalingen van de:
EG-richtlijn voor bouwproducten 89/106/EWG en het mandaat M129
en overeenkomt met de volgende geharmoniseerde norm:
EN 13240:2001+EN 13240:2001/A2:2004
De ruimteverwarmingsapparatuur voor vaste brandstoffen werk voor wat betreft de in de norm gestelde eisen getest door het volgende genotificierde keuringsbureau:
De veilgehidsinstructies voor de bij het product behorende montage en bedieningsinstructie dienen in acht genomen te worden.

