GRANADA - Houtkachel HASE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GRANADA HASE in PDF-formaat.
| Type de produit | Houtkachel |
| Marque | HASE |
| Modèle | GRANADA |
| Puissance calorifique nominale | 9 kW |
| Rendement énergétique | 78 % |
| Dimensions (H × L × P) | 153,5 × 57 × 52,5 cm |
| Poids | 249 kg |
| Diamètre du conduit de fumée | 150 mm |
| Diamètre de l'arrivée d'air | 100 mm |
| Hauteur de raccordement | 143 cm |
| Ouverture du foyer | 500 cm² |
| Charge maximale de combustible | 3 kg |
| Type de construction | Type 2 (plusieurs raccordements possible avec écran type 1) |
| Combustible autorisé | Bois naturel (hêtre recommandé), humidité ≤ 20 % |
| Dimensions du foyer (H × L × P) | 62 × 28 × 30 cm |
| Température des fumées à la buse | 270 °C |
| Débit massique des fumées | 10 g/s |
| Teneur en CO (à 13% O₂) | 1488 mg/m³ |
| Particules fines | 35 mg/m³ |
| Pression de refoulement nécessaire | 12 Pa (max. 35 Pa) |
| Distance de sécurité (devant/rayonnement) | 80 cm (matériaux inflammables) |
| Distance de sécurité (côtés/arrière) | 20 cm |
| Nettoyage de la vitre | Cendres froides et papier journal |
| Entretien des joints | Vérifier régulièrement, remplacer si usés |
| Garantie | Pièces de rechange d'origine HASE |
Veelgestelde vragen - GRANADA HASE
Gebruikersvragen over GRANADA HASE
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Houtkachel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GRANADA - HASE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GRANADA van het merk HASE.
GEBRUIKSAANWIJZING GRANADA HASE
Geachte heer, Geachte mevrouw,
Met de aankoop van uw Hase kachel heeft u voor een kwaliteit'sproduct gekozen. In ons productie atelier in Trier leggen wij bij de ontwikkeling en productie van once kachels de grootst möglichke zorg aan de dag en werken wij enkel met materiaal van topkwaliteit. Een doordacht design, de meest geavanceerde productieprocedes en een efficiente en milieuvriendelijkve verbrandingstechniek garanderen u dat u aan uw Hase kachel jarenlang plezier zult beleven.
Veel plezier met uw Hase kachel!
Met vrijdelijk groeten
Hase Kaminofenbau GmbH
Pagina
- Plaatingsomstandigeden en bouwkundige voorschriften 71
1.2 Toepassing 71 - Veiligheid en veiligheidsafstanden 71
- De opstelling 72
- De schoorsteen 72
- De aansluiting van de rookbuis 73
- De rookgasklep 73
- Brandstofhoeveelheden en verwarmingsvermögen 73
- De regeling van de verbrandingslucht 73
8.1 De primaire lucht 73
8.2 De secundaire lucht 74
-
Eerste ingebruikneming 74
-
Aanwakkeren 75
- Hout bijvoegen 75
- Stoken met weinig vermogen 76
- Deasladeleegmaken 76
- Het verbrandingsproces 77
14.1 Drogingsfase 77
14.2 Ontgassingsfase 77
14.3 Uitbrandingsfase 77
14.4 Uitzettingsgeluiden 77
- De juiste brandstof 78
- Hout vanuit chemisch oogpunt 78
- Bijdrage tot een schoner milieu 78
- Beoordeling van de verbranding 78
- Houtvochtigheid en vermogen 79
- Hout opslaan en drogen 79
- Reiniging en onderhoud 79
21.1 De stalen mantel 79
21.2 De rookgaswegen 80
21.3 De glaskeramieken vensters 80
21.4 De bekleding van de verbrandingsruimte 80
21.5 DeADFdichtbanden 80
Leidraad 81
1. Plaatsingsomstandigheden en bouwkundige voorschriften
De haardkachel moet worden geinstalleer volgens de instructies in de handleiding en rekening houdend met de nationale en Europese normen en tevens met de geldende plaatselijke voorschriften.
In Duitsland moet de kachel voor ingebruinkeming worden geregisteerd bij deplaatselijke schoorsteenvegerdienst.
1.2 Toepassing
Bouwwijze 2:
De Granada / Kyoto worden geleverd in bouwwijze 2. De bouwwijze 2 mag alleen aan schoorstenen met enkele belegging worden aangesloten.
Bouwwijze 1:
Bouwwijze 1 latent de aansluiting toe, aan meervoudig belegde schoorstenen. De bouwwijze 1 wordt bereikt door de begrenzing van de vuurhaardopening op 500~cm2 .De Granada / Kyoto met bouwwijze 1 mag alleen gesloten worden bedreven.
Ombouw op bouwwijze 1
Door de inbouw van een reduceringsluik (gelijktijdig transportveiligheid) verwult de Granada / Kyoto de vereisten van bouwwijze 1.
Luik zoals afgebeeld inplaatsen en aanschroeven.


2. Veiligheid en veiligheidsafstanden
Voor en naast de kachel mogen zich in het stralingsgebied van het venster van de verbrandingsruimte binnen 80 cm geen brandbare of warmtegevoelige materialen bevinden (zoals bijvoorbeeld meubelen, houten of kunststoffen bekledingen, gordijnen, enz.). Buiten het stralingsgebied aan de zijkanten en darüber de kachel moet voor brandbare materialen eeneiligheidsafstand van 20 cm gespecteerd worden (zie figuur 3).
Zonder toezicht moot zich geen kinderen in de omgeving van een brandende kachel bevinden.
Wanner de vloerbekleding uit brandbare materialen bestaat (zoals hout, laminaat of tapijt), verplicht de brandreglementering u om een onbrandbare vloerplaat te leggen (uit tegels, veiligheidsglas, leisteen of staal). Indien er een bodemplaatoodzakelijk is, dan moet de groutte ervan zich aangepast aan het draaibare bereik van de kachel.
Gebruik voor het aansteken nooit alcohol, benzine of andere brandbare vloeistoffen. Het buitenste van de haardkachel worden zeer heet wanner hij brandt. Men kan zich dan ook overal aan de kachel verbranden. Om niet dat risico te lopen, legt u best een handschoen bij de kachel.
Bij een schoorsteenbrand moet u:
- via het noodnummer de brandweer alarmeren;
- uw schoorsteenveger op de hoogte brengen;
- in geen geval blussen met water;
- brandbare voorwerpen van de schoorsteen nemen;
- wachten op de brandweer en op de schoorsteenveger.
Aan de haardkachel mogen geen veranderingen worden aangebrachte. Er mogen enkel originele onderdelen van Hase Kaminofenbau GmbH worden gemonteerd.
Bij het gebruik van een vloerplaat要去en de vermelde veiligheidsafstandengerespecteerd worden.

Figuur. 2
Afstanden met warmtegevoelige en brandbare materialen

Figuur. 3
3. De opstelling
Controleer of het vlak waarop de kachel staat opgesteld, het toestel ook kan dragen. Eventueel kan de draagkracht worden verhoogd door gebruik te makeen van een bodemplaat om het gewicht te verdelen.
Controleer of de ruimte waar u de Granada / Kyoto wilt opstellen, voldoende verse lucht krijt. Wanner ramen en deuren goed dicht zich, bestaat het gevaar dat de toevoer met voldoende verse lucht Niet gewaarborgd is. De trek van de kachel en van de schoorsteen kan daardoor verminderen. Indien er bijkomende inaatopeningen voor de verbrandingslucht nodig zich,ogens die nicht worden afgesloten.
Wanner de haardkachel en een afzuigkap geleijktijdig werken, kan er een onderduk ontstaan in de kamer waar de kachel staat opgesteld. Dat kan problemen tot geolg hebben, b.v. ontsnappen van rookgassen uit de haardkachel.
Om ervoor te zorgen dat er geen lucht worden ontrokken aan de plaat'saar de kachel staat opgesteld,logen wij de raad om afzugkappen die de lucht hier nauten leiden, te vergrendelen met een venstercontactschakelaar.
4. De schoorsteen
De Granada / Kyoto要去 worden aangesloten op een waaroor geschikte schoorsteen met een effectieve schoorsteenhoogte van ten minste 4,50m . Met de aftersermkap van bouwtype 1 kan de open haard werkken aan een schoorsteen waarop reeds andere stockplaatsen zijn aangesloten.. De diameter van de schoorsteen要去 overeenstemmen met de diameter van de rookbuis. Indien de effectieve schoorsteenhoogte Niet volstaat en/ of de diameter van de schoorsteen te groot of te klein is, kan hetijken dat er te weinig trek is. De trek (schoorsteentrek) die de Granada / Kyoto nodig hebelt, bedraagt 12 Pa. Bij更是 trek stijgen de emissies van de stookruimte, die wordt sterk belast en kan beschadigd raken. De maximaal toegestane trek voor de Granada / Kyoto bedraagt 35 Pa.
Om de trek te beperken, kan men gebruik maken van een smoorklep of een trekbegrenzer.
5. De aansluiting van de rookbuis
De Granada / Kyoto要去 aan de schoorsteen aangesloten worden met een rookbuis waarvan de binnendiameter 15 cm bedraagt. Alle stukken buis要去 aan de diverse verbindingen precies op elkaar passen.
De buis moet aan de ingang van de schoorsteen goed afgedicht worden en mag, om de afzuiig van de rook Niet te hinderen, Niet binnendringen in het binnenste van de schoorsteen.
6. De rookgasklep
De rookgasklep is een uitstekend regelinstrument. Zij bevindt zich in de rookbuis en dient voor de regeling van de rookgassroom.
Zo kan zich de afbrandingsnelheid verminderen. Wanner de grep van de rookgasklep zich in loodrechtte positie ten opzichte van de rookgasbuis befindt, worden de stroom van de luchtafvoer maximaal afteremd. Wij geen algemeen de raad om een smoorklep te installereren om de trek te beperken.
Let alstublieft op de landenspecifieke wettelijke bepalingen.
7. Brandstofhoeveelheden en verwarmingsvermogen
Dehoeveelheid brandstof die u in dekachel legt, is bepalend voor het verwarmingsvermogen. Wanner u aanvult, bedraagt de maximale hoeveelheid brandstof 3kg . Wanner u deze hoeveelheid overschrijdt, bestaat gevaar voor oververhitting. De kachel kan dan beschadigd raken en er kan een schoorsteenbrand ontstaan.
Met ongeveer 2,5 kg brandhout met een lenghte van ongeveer 25 cm en een verbrandingstijd van ongeveer 45 minutes verwrijgt u een vermogen van ongeveer 9 kW.
Met ongeveer 0.5kg brandhout met een lenghte van ongeveer 25~cm en een verbrandingstijd van ongeveer 20 minutes verwrijgt u een vermogen van ongeveer 4,5kW .
De Granada / Kyoto is een kachel voor Niet-continu gebruik. Vul waarom telkens maar een laag brandstof bij.
8. De regeling van de verbrandingslucht
Bij het aanwakkeren en aanvullen worden de verbrandingslucht geregold met de primaire en secundaire luchtafsluiters.
8.1 De primaire lucht
De primaire luckt worden langs onderen door het rooster in de verbrandingsruimte gevoerd. Tijdens het aanwakkeren worden daardoor sneller de vereiste temperatuur in de verbrandingsruimtebekomen.
NL
8.2 De secundaire lucht
De secundaire lucht worden via luchtkanalen in de kachel van boven uit in de stookruimte gebracht. Zij leidt de voorverwarmde zuurstof, die nodig is om de houtgassen volledig te verbranden, in de stookruimte binnen en vermindert de roetvorming op het glas.
Voor het regelen van de secundaire lucht kan de volgende vuistregel gelden: eenklein vuur heeft weinig secundaire lucht nodig,een groot vuur heeft veel secundaire lucht nodig.
Wanneer het ventiel voor de secundaire lucht te ver gesloten is, bestaat het gevaar dat de verbrandingsgassen onvolledig verbranden (smeulend vuur) en/of dat roet afgezet worden op de vensters, of nog, dat de opgestapelde houtgassen explosief verbranden (met een zachte knal ontploffen).
Let u alstublieft hierop: bij een houtvuur met te ver geopende primaire luchtafsluiter bestaat het risico dat de kachel oververhit worden (smidsvuur). De secundaire luchtafsluiter magijdens de werkung nooit volledig gesloten worden. De deur van de verbrandingsruimte en het avak要去en steeds goed afgesloten blijven.

Figuur. 4 De bedieningselementen befinden sich onderaan rechts.
9. Eerste ingebruinkeming
De eerste ingebruikname van elke kachel gaat altiijd gepaard met rook- en geurontwikkeling. Dit is te wijten aan de verbranding van organische bestanddelen die in de deklagen van de kachel, in de afsluitbanden en in voor de productie gebruekte smeermiddelen zitten.
Dit gebeurt wanner de temperatuur voor het eerst worden opgedreven en houdt zo'n 4 - 5aar aan. Voeg om deze temperatuur te kuren halen 25% brandstof toe bovenop de inhoofdstuk 11 Hout bijvoegen aanbevolen hoeveelheid.
Om gezondheidsredenen magijdens de eerste ingebruikname niemand onnodig in de ruimtes in kwestie aanwezig+zijn. Zorg voor een goede ventilatie en open vensters en buitendeuren. Gebruik indien nodig een ventilator om de lucht sneller te verversen.
Wanneer de maximale temperatuur bij het eerste gebruik nog Niet bereikt wrought, is het möglichk dat er zich later nog een zekere geurontwikkeling voordoet.
Tijdens het transport tot bij u thus kan zich condensaatvocht binnenin de kachel verzamelen. In bepaalde omstandigheden kan dit leiden tot het lekken van wateruit de kachel of de rookbuizen.
Droog in dat geval de vochtige plekken onmiddelijk af.
Het oppervlak van uw kachel worden voor het aanbrengen van de lak gezandstraald. Ondanks een zorgvuldige contro kan het Niet uitgesloten worden dat wat van de stalen kogeltjes die waarvoord Gebruikt worden in de kachel achechterblijven. Bij de plaatsing van uw kachel kannen deze loskomen en uit de kachel vallen.
Om een möglichke beschadiging te voorkomen, verzoeken wij u deze stalen kogeltjes onmiddelijk met een stofzuiger te verwijderen.
De Granada / Kyoto mag enkel worden gebruikt met een gesloten deur; de deur van de stookruimte mag enkel worden geopend om hout bij te vullen.
10. Aanwakkeren
Het snel doorlopen van de opwarmingsfase is belangrijk, omdat in de opwarm- resp. aanmaakfase hogere emissies kunnen optreden bij bedieningsfouten. Wij vragen u waarom, in het belang van uzelf en van het milieu, zich nauwkeurig aan het volgende schemate houden. Het aanmaken moet steeds met hout gebeuren.
De juiste manier van aanmaken is bij de Granada / Kyoto bijzonder belangrijk in verband met de große kacheldeur. Volgkaarom beslist de aanwijzingen op de rechterbladzijde op. Gebruik uitsluitend goed droog hout, dat u het Beste een paarragen in de buurt van uw kachel (op een veilige afstand) opgeslagen hebt. Als aanmaakhout zichi spaanders van vuren- of grenenhout bijzonder geschikt.
Aanwakkeren
Tab. 1
| Procedure | Stand van de bedieningselementen |
| Open de primaire lucht en de secundaire lucht volledig. | Trek de primaire (I) en de secundaire (II) luchtafsluiters volledig uit. |
| Vuurrooster openen | Schuif aan vuurrooster maar buiten trekken |
| Asbak een beetje openen | |
| Concentreer dechyter-gbeleven assen en de eventueel onver-brande houtskool in het midden van de verbrandingsruimte | |
| Leg aanmaakmaterialiaal in het midden van de verbrandingsruimte en leg waarop ongeveeer een halve kilo houtspaanders. | Open de deur van de verbrandingsruimte. |
| Steen het aanmaakmaterialiaal op verschillende plaatsen aan. | Sluit de deur van de verbrandingsruimte. |
| Wanner het hout aan alle kanten voldoende brandt, sluit u de asbak en na ca. 10-15 min. de primaire luchtschuif (I) | Primaire luchtklep (I) op stand Nul |
| De secundaire ventilatieschuif (II) zet u later op de ideale stand (ca. 15-20 min.) | Secundaire luchtklep (II) op stand drie tot vier |
11. Hout bijvoegen
Het bijvoegen van hout moet gebeuren in de fase van de wegbranding, waarin de vlammen van de vorige verbranding pas gedoofd�.
Hout bijvoegen
Tab. 2
| Procedure | Stand van de bedieningselementen |
| Primaire lustch en secundaire lustch instellen | Schuif voor primaire lustch (I) sluiten, schuif voor secundaire lustch (II) op markering 3-4 |
| Vuurrooster sluiten | Schuif aan vuurrooster uittrekken. |
| Twee houtblocken van samen ca. 1,4 kg met de schors maar boven of maar buiten in hetijkenste deel van de stookruimte leggen. Slechts eén laag brandstof bijvullen. | Open de deur van de verbrandingsruimte. |
| Sluit de deur van de verbrandingsruimte. | |
| Het bijvullen dient te gebeuren, wanneer de vlammen van de vorige houtvulling net doven. |
NL
12. Stoken met weinig vermogen
U beinvloedt het vermogen van uw Granada / Kyoto in de eersteplaats door de hoeveelheid brandstof.
Reduceer de verbranding Niet door een te lage luchttoevoer. Hierdoor is het möglichk dat het hout onvolledig verbrandt en dat de opgestapelde houtgassen op een explosieve wijze verbranden (met een zachte knal ontploffen).
Stoken met weinig vermogen
Tab. 3
| Procedure | Stand van de bedieningselementen |
| Primaire lucht sluiten. | Schuif voor primaire lucht (I) op stand Nul. |
| Secundaire lucht instellen. | Schuif voor secundaire lucht (II) op marketing 1-2. |
| Twee houtbloken (met ca. 0,5 kg totaal gewicht en 25 cm lenghte)bijvullen. |
13. Deaslade leegmake
Maak de aslade alleen maar leeg wanner de assen afgekoeld zich. Tijdens het opnemen van de assen bevindt het deksel zich onder de aslade.
Ontgrendel de aslade. Neem de aslade UIT, samen met het deksel dat zich eronder bevindt. Schuif het deksel op de aslade zodayat deze afgesloten is. De lichte as kan nu Niet opvliegen en uw woning blijft schoon. Het werk inbrengen van de aslade geschiedt in omgekeerde volgorde.
Te veel as kan de toevoer van primaire lucht hinderen of zichs beletten. Let u erop, dat de luchtweg voor de primaire luchtussen deaslade en de bodem van het asvak vrij blijft.
14. Het verbrandingsproces
Een stuk hout verbrandt in drie fasen. Deze processen worden in een houtvuurECHT而不是 achtereenvolgens doorlopen. Zij geschieden voor een deel gelijktijdig.
14.1 Drogingsfase
Het in het luchtdroge hout nog aanwezige water (ongeveer 15 tot 20% ) verdampt. De temperatuur is zowat 100^ . Daarom moet bij het aansteken warmte aan het hout toegevoegt worden. Dat kut u doen doorkleine stukken hout te gebruiken.

Ontgassing
Droging
Uitbranding
Figur. 5 Het verbrandingsproces
14.2 Ontgassingsfase
Bij temperaturen:tussen 100^ en 150^ begint, eerst langzaam, het opensplijten en de vergassing van de in het hout aanwezige stoffen en de thermische ontbinding van het hout. Boven 150^ neemt de gesontwikkeling sterk toe. Het aandeel vluchtige bestanddelen bedraagt zowat 80% van de houtsubstantie. De eigenlijke verbranding begint bij het ontvlammen van de ontstane gassen op onceveer 225^ (ontbrandingstemperatuur) en het vrijmaken van warmte. Maarvoor is voldoende zuurstofoodzakelijk. Bij om en nabij de 300^ wordt het hoogtipunt van de verbranding bereikt. De reactie geschiedt nu zo stormachtig, dat hier de meeste warmte vrijgegiven wordt. Vlamtemperaturen van 1100^ zichen möglichk.
14.3 Uitbrandingsfase
Na de verbranding van de vluchtige bestanddelen neemt de gloed van het houtskool af. Houtskool verbrandt langzaam, haast zonder vlam, bij een temperatuur van onceveer 800^ C. Beslissend voor een schone verbranding is een zo volledig möglich chemische reactie van de houtgassen met het zuurstof uit de verbrandingslucht. Bij uw kachel van Hase worden de verbrandingslucht voorverwarmd en langus brede inlaatopeningen in de verbrandingsruimte gevoerd. De gassen worden dan ook op hoge temperatuur goed vermengd met de lucht. Een belangrijke parameter in elke verbrandingsfase is de hoeveelheid verbrandingslucht. Te weinig lucht leidt tot zuurstofgebrek en een onvolledige verbranding. Te veel lucht doet de temperatuur in de verbrandingsruimte dalen en werkt negatief uit op de doelmatigheid. Bij een onvolledige verbranding ontstaan schadelijke stoffen zoals stof, koolmonoxide en koolwaterstoffen.
14.4 Uitzettingsgeluiden
Staal zet uit door de warmte en krimpt wanneer het kouder worden. Door.Deze bewegingen konnen bij uw kachel hoorbare uitzettingsgeluiden optreden. Bij het ontwerp van uw kachel hebben wij met deze fysische eigenschappen rekening gehonden. Uw kachel lijdt er dan ook geen schade onder.
In haardkachels mag men enkel rookarme brandstoffen verbranden. Voor het type Granada / Kyoto is dat uitsluitend naturuurlijk hout in grotere stukken met de bijbehorende bast, in de vom van blokken beukenhout.Harsrijk naaldhout (bjv. spar, pijn, den) geeft vonden. af. Er ontstaat een vliegas dat bij het openen van de deur van de verbrandingsruimte kan opwaaien.
Beukenblokken zorgen in een kachel voor het mooiste vuur. Wanner u eik, spar, berg of lork gebruikt, verdient het aanbeveling om beukenhout bij te voegen. Het vlambeeld worden er Mooier door. Sprokkelhout enkleine houtblokjes zijn een goede aanmaakhulp.
Niet toegelaten is bijvoorbeeld de verbranding van:
- vochtig hout (restvoucht meer dan 20%
- gelakt of met kunststof bekleed hout
- met houtbeschemingsmiddelen behandeld hout
- houtafval
- papierbriketten (schadelijke stoffen: cadmium, lood, zink).
- alle brandbare vloeistoffen (ook methanol, ethanol) en alle brandpasta's en gels
Bij de verbranding van deze stoffen ontstaat een onaangename geur en treden gezondheids en milieubelastende emissies UIT.
16. Hout vanuit chemisch oogpunt
Hout bestaat voor het grootste deel uit de chemische elementen koolstof, waterstof en zuurstof. Milieukritische stoffen zoals zwavel, chloor en zware metalen zijn praktisch Niet aanwezig. Bij de volledige verbranding van hout ontstaan waarom hoofdzakelijk koolstofdioxide en waterdamp als gasvormige stoffen, en in beperkte mate ook houtas als vaste verbrandingsrest. Bij de onvolledige verbranding daarentegen hunen een helo reeks milieublastende stoffen ontstaan, zoals koolstofmonoxide (giftig), azijnzuren, fenolen, methanol (giftig), formaldehyde, roet en teer.
17. Bijdrage tot een schoner milieu
Of uw Granada / Kyoto milieubelastend brandt of het milieu integendeel ontziet, hangt in sterke mate af van de wijze waarop u hem bedient en van de brandstof die u gezruikt (zie De juiste brandstof).
Gebruik uitsluitend droog hout. Het best geschikt is loofhout zoals beuk en berg.
Gebruik voor het aansteken alleen maarkleinere stukken hout. Deze ontbranden sneller dan grotere stukken, zDat de temperatuur die moodzakelijk is voor een volledige verbranding sneler bereikt worden.
Bij langer stoken levert het vaker bijvoegen vankleinere houthoeveelheden zowel energetische als ecologische voordelen op.
18. Beoordeling van de verbranding
Hoe goed het verbrandingsproces verloopt,(Intu gemakkelijk beoordelen aan de hand van de volgende kenmerken.
- De kleur en de gesteldheid van de assen
Bij een zuivere verbranding ontstaat fjir wit as. Een donkere kleur wijst op houtskoolresten. De uitbrandfase is in dit geval slechts gedeeltek doorlopen. - De kleur van het rookgas bij het verlaten van de schoorsteen
Hier geldt: hoe minder de rook bij het verlaten van de schoorsteen zichtaar is, hoe bete de verbranding verloopt.
In de overgangstijd (lente en herfst) konnen bij buitentemperaturen van meer dan 16^ storingen in de schoorsteen optreden. Wanner bij een dergelijkte temperatuur ook na de snelle verbranding van papier ofkleine houtbloken (lokvuur) geen trek ontstaat, moet u de kachel best Niet aansteken.
19. Houtvochtigheid en vermogen
Vuistregel: hoe vochtiger het hout, hoe lager het vermogen.
Het vermogen van de kachel hangt zeer sterk samen met de vochtigheid van het hout. Hoe更是 water het hout bevat, hoe更是 energie bij de verbranding besteed moet worden aan de verdamping van dat water. Deze energie is verloren. Hoe vochtiger het hout dus, hoe lager het vermogen.
Een voorbeeld: pas gehakt hout vertoont een vochtigheidsgraad van om en nabij de 50% en beschikt over een vermogen van ongeveer 2,3 kWh/kg.
Behoorlijk luchtgedroogd hout daarentegen met een vochtigheidsgraad van ca. 15% hebteen vermogen van ongeveer 4,3kWh/kg. Wanner u dus zeer vochtig hout verbrandt, maaktu metdezelfde houthoeveelheid slechts de helft van het vermogen vrij. De verbranding van vochtig hout leidt tevens tot meer roetaanslag op het venster van de verbrandingsruimte. Daar komt nog bij, dat wanner u vochtig hout verbrandt, de daardoor ontstane waterdampkan condenseren in de rookbuis of in de schoorsteen. In de schoorsteen kan een teerachtige substantie afgezet worden of de schoorsteen kan vol raken met roet en teer. Omwille van de hoge vochtigheidsgraad daalt ook de verbrandingstemperatuur. Dit belet de volledigeverbranding van alle houtbestanddelen en leidt tot een aanmerkelijke belasting voor het milieu.
De restvochtigheid van uw brandhout kunt u meten met behulp van een houtvochtigheidsmeter.
20. Hout opslaan en drogen
Om hout te drogen, isijd nodig. Wonneer het op correcte wijze bewaard worden, is hout in twee tot drie maar luchtdroog.
Zaag en kloof het hout gebruisklaar wanner u het gaat bewaren. Dit voert tot een snellere droging. Kleinere stukken drogen beter dan grote.
Bewaar het hout in een goed verlucht, zo zonnig möglichkeplaats (liest op het zuiden geicht) en beschut gegen de regen.
Laatussen de houtrijen een afstand van een handbreedte, zodat de doorstromende lucht het verdampende vocht goed kan opnemen.
Dek uw houtvooraad nooit af met plastic folie of tentzeil. Dat zou beletten dat het vocht ontsnapt.
Stapel vers hout ook nooit weg in een kelder. Door de gebrekkige luchtverversing zal het� erder roten dan drogen.
Enkel hout dat al droog is, mag in een droge en goed verluchtete kelder bewaard worden.
21. Reiniging en onderhoud
21.1 De stalen mantel
Kachels van Hase beschikken over een sterk hittebestendige lak met open porien die een beperkte corrosiebescherming biodt. In bepaalde omstandigheden kanARAOM en roestlaagje optreden.
De stalen componenten mogen nicht gereinigd worden met een zuurhoudend kuismiddel (bijv. citrus of azijnreiniger). Met eenlicht bevochtigdoek kan het staal voldoende afgeveegd worden.
Vermijd een te vochtige reiniging in de omgeving van de vloer of van de bodemplaat.
NL
Gemorst water uit waterketels of schalen moet onmiddelijk verwijderd worden.
Plaats uw Granada / Kyoto Niet in een vochtige omgeving zoils bijv. een veranda. Vermijd een tijdelijke stockage in een onverwarmde ruwbouw of een garage. Roestige plekken können behandeld worden met de originele Hase kachellak. Volg waar bij de richtlijnen op de bus. uw Hase-handelaar heeft de spray op voorraad en geeft u graag tips voor de behandeling.
21.2 De rookgaswegen
Wij bevelen aan dat de kachel en de rookafoer geregold gecontroleerd worden door eenvakman.
De kachel en het rookkanaal moeten ieder Jaar na de verwarmingsperiode -eventueel vaker- op afzetingen gecontrollederd en indien nodig gereinigd worden.
Het rookkanaal worden met een flexibele buisborstel gereinigd, via de onderhoudsopening die zich in de buis befindt. Wanner er geen dergelijkke onderhoudsopening is, kan de reiniging ook gebeuren via de open aansluitopening van de kachel of rechtsstreeks via de verbrandingsruimte. Verwijderaarvoordethermo steen en de stalen geleidingsplaat door ze op te tilnen (zie de montage en onderhoudshandleiding).
Eventuele afzettingen van roet en stof in de rookkanalen en buizen können wegbeorsteld en afgezogen worden.
21.3 De glaskeramieken vensters
Wonneer er op een adequate manier worden gestoekt, vormt de secundaire lucht tegelijktijd een heb luchtgordijn voor het glas, wat de roetaanslag op het keramisch glas vermindert.
De volledige glazen front kan voor de reiniging worden geopend. (zie afbeelding)
Mochten er zich asdeeltjes afzetten op het keramisch glas, dan gehen wij u de raad om naast een gewoon in de handel verkrijgbaar middel

om het glas te reinigen ook gebruik te makeen van een ander reinigingsprocedé, dat al lang worden toegepast en dat bovendien milieuvriendelijk is.
Neem een prop keulenrol of krantenpapier, bevochtig ze, dompel ze onder in de koude houtas, wrijf daarmee het venster in en veeg schoon met een droge prop.
21.4 De bekleding van de verbrandingsruimte
De thermo stenen in de verbrandingsruimte van uw Granada / Kyoto bestaanuit vermiculiet. Dat is een vuurvast mineralogisch granulaat met uitstekende isolerende eigenschappen. De dichtheid van de platen werd bepaald op grund van de optimale verhouding tussen mechanische hardheid en isolatievermogen. Het relatief zachte oppervlak is nicht slijtvest. De thermo stenen要去en vernieuwd worden wanner stukken afbreken en zo de hinterkant van de verbrandingsruimte zichtaar worden. Barsten en scheuren in de thermo stenen verminderen de mogelijkheden van uw kachel Niet.
U kurz beschadigingen van de thermo stenen beperken door de houtblokken voorzichtig in de verbrandingsruimte te leggen. Laat ze Niet vallen gegen de wanden van de verbrandingsruimte.
21.5 De affdichtbanden
De affdichtbanden voor de deur van de verbrandingsruimte en de aslade bestaanuit sterk hittebestendige en asbestvrijge glasvezel. Door veelvuldig gebruik konnen de dichtingen verslieten en要去e vernieuwd worden.
Laat uw haardkachel geregold nakijken door eenvakman.
Meer richtlijnen vindt u in de montage en onderhoudsaanwijzingen
| mogelijk probleem | mogelijk oorzaken |
| Het hout ontbrandt Niet of slechts aarzelend | - het hout is te dik / het hout is te nat - er worden te weinig lucht toegevoerd |
| Het hout brandt zonder holdere gele vlam, smeult wat of gaat zichsuit | - het hout is te nat - er worden te weinig lucht toegevoerd - de buitentemperatuur ligt te hoop |
| Er worden te veel roet gezvormd, de thermo stenen bijyen tijdens het branden Niet roetvrij | - het hout is te nat - er worden te weinig lucht toegevoerd - de houthoeveelheid is teklein en daardoor blijft de verbrandingsruimte te koud |
| Erzet zich roet af op het venster van de verbrandingsruimte | - het hout is te nat - er worden te weinig secundaire lucht toegevoerd - de deur van de verbrandingsruimte is ondicht - de schoorsteen trekt te weinig |
| Het hout verbrandt te snel | - de schoorsteen trekt te hevig - de houtbloken zijn teklein - de bedieningselementen zijn slecht ingesteld |
| Tijdens de werkung kommt rook in de kamer | - er worden te weinig lucht toegevoerd - de schoorsteen is Niet breed genoeg - er is te veel roetafzetting in de rookgangswegen in de kachelbuizen of de schoorsteen - de wind drukt op de schoorsteen - ventilatoren (uit de badkamer of de keulen) veroorzaken een onderdruk in de woonruimte en zuigen rook ut de kachel |
| De schoorsteen worden nat en komt vol teer en roet, uit de kachelbuis lekt water | - het hout is te nat - de rookgassen zijn te koud / de schoorsteen is te koud - de schoorsteen is te breed |
| Het vuur brandt fel, maar toch worden de kachel onvoldoende warm | - de schoorsteen trekt te hevig - de luchtafsluitersjong slecht ingesteld |
| Bij het openen van de deur van de verbrandingsruimte ontsnapt rook in de kamer | - de schoorsteen trekt nicht genoeg / de schoorsteen is te breed of nicht breed genoeg - het vuur brandt nog te hevig - de deur van de verbrandingsruimte werk te snel geopend - ventilatoren (uit de badkamer of de keulen) veroorzaken een onderdruk in de woonruimte en zuigen rook ut de kachel |
NL
De Kachel Kyoto, gecontrolerd volgens DIN-EN 13240:2001 + A2 2004 en
Art. 15 a B-VG (Oostenrijk) mag enkel worden gebrukt wanner de stookkamericht is. Als er een afterschemkap van het bouwtype 1 wordt ingebouwd, zicheerde aansluitingen op de schoorsteen möglichk.
VFK-nr.: 11670; Controleverslag nummer (A): FSPS-Wa 1775-A
Voor de afmetingen van de schoorsteen volgens EN 13384-1 / -2 gelden de volgende gegevens:
| Brandwaarden | Hout | |
| Nominate warmtecapaciteit | 9 | kW |
| Uitlaatgas-massastroom | 10 | g/s |
| Nisbustemperauur | 270 | °C |
| Minimum persdruk bij nominale verwarmingscapaciteit | 11 | Pa |
| CO- gehalte bij 13% O2 | 1488 | mg/m3 |
| Rendement | 78 | % |
| Fijnstoff | 35 | mg/m3 |
De op het typeplaatje aangegeven nominale verwarmingscapaciteit van 9 KW is naargelang van de isolatie van het gebouw voldoende voor 35 - 130m^2 (onder voorbehoud).
Afmetingen:
| hoogte | breedte | diepte | |
| kachel | 146,5 /152 cm | 57 cm | 52,5 cm |
| stookkamer | 62 cm | 28 cm | 30 cm |
gewicht 207 kg
Afmetingen aansluitingen:
Aansluithoogte 143,5 cm
Aansluithoogte achefter het midden van de pijp 133,5 cm
Afstand achterkant kachel / midden rookbuis 14,5 cm
Aansluithoogte Hase-ventilatiesystem, midden buis* 13 cm
Diameter van het rookkanaal 150 mm
Buisdiameter van het Hase-ventilatiesystem* 100 mm
Rookgasafvoer aan bovenzijde (Ombouwaar achechterzijde mogelijk)
*Voor een afzonderlijke luchttoevoer in passiefhuizen en bij onvoldoende luchttoevoer in de kamer waar de kachel staat
De Kachel Granada, gecontrolerd volgens DIN-EN 13240: 2001 + A2 2004 en Art. 15 a B-VG (Oostenrijk) mag enkel worden gebruikt wanneer de stookkamer zich is. Als er een afterschermkap van het bouwtype 1 worden ingebouwd, zijn meerere aansluitingen op de schoorsteen möglichk.
VFK-nr.: 11670; Controleverslag nummer (A): RB BF-1Hn 1029
Voor de afmetingen van de schoorsteen volgens EN 13384-1 / -2 gelden de volgende gegevens:
| Brandwaarden | Hout | |
| Nominale warmtecapaciteit | 9 | kW |
| Uitlaatgas-massastroom | 10 | g/s |
| Nisbustemperaarr | 270 | °C |
| Minimum persdruk bij nominale verwarmingscapaciteit | 11 | Pa |
| CO- gehalte bij 13% O2 | 1488 | mg/m3 |
| Rendement | 78 | % |
| Fijnstoff | 35 | mg/m3 |
De op het typeplaatje aangegeven nominale verwarmingscapaciteit van 9 KW is naargelang van de isolatie van het gebouw voldoende voor 35 - 130 m² (onder voorbehoud)
| Afmetingen: | |||
| hoogte | breedte | diepte | |
| kachel | 153,5 cm | 57 cm | 52,5 cm |
| stookkamer | 62 cm | 28 cm | 30 cm |
gewicht 249 kg
| Afmetingen aansluitingen: | |
| Aansluithoogte | 143 cm |
| Aansluithoogtechyter het midden van de pijp | 133,5 cm |
| Afstand achterkant kachel / midden rookbuis | 14,5 cm |
| Aansluithoogte Hase-ventilatiesystem, midden buis* | 13 cm |
| Opening van de stookkamer | 630 cm2 |
| Diameter van het rookkanaal | 150 mm |
| Buisdiameter van het Hase-ventilatiesystem* | 100 mm |
Rookgasafvoer aan bovenzijde (Ombouw waar achechterzijde möglichk)
*Voor een afzonderlijke luchttoevoer in passiefhuizen en bij onvoldoende luchttoevoer in de kamer waar de kachel staat
NL
EG-conformiteitsverklaring
verklaart hiermee, dat de ruimteverwarmingsapparatuur
voor vaste brandstoffen met de handelsnaam :
Granada / Kyoto
conform is met de bepalingen van de:
EG-richtlijn voor bouwproducten 89/106/EWG en het mandaat M129
en overeenkomt met de volgende geharmoniseerde norm:
EN 13240:2001+EN 13240:2001/A2:2004
De ruimteverwarmingsapparatuur voor vaste brandstoffen werk voor wat betreft de
in de norm gestelde eisen getest door het volgende genotificierde keuringsbureau:
RWE Power AG
Fernando Najera, bedrijsleider
De veiligeheinsinstructies voor de bij het product behorende montage en bedieningsinstrumentie dienen in acht genomen te worden.
