AKABA - Houtkachel HASE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis AKABA HASE in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Houtkachel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding AKABA - HASE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. AKABA van het merk HASE.
GEBRUIKSAANWIJZING AKABA HASE
Geachte heer, Geachte mevrouw, Met de aankoop van uw Hase kachel heeft u voor een kwaliteitsproduct gekozen. In ons productie atelier in Trier leggen wij bij de ontwikkeling en productie van onze kachels de grootst mogelijke zorg aan de dag en werken wij enkel met materiaal van topkwaliteit. Een doordacht design, de meest geavanceerde productieprocédés en een efficiënte en milieuvriendelijke verbrandingstechniek garanderen u dat u aan uw Hase kachel jarenlang plezier zult beleven. Veel plezier met uw Hase kachel! Met vriendelijke groeten Hase Kaminofenbau GmbH Inhoudstafel Pagina
Plaatsingsomstandigheden en bouwkundige voorschriften Veiligheid en veiligheidsafstanden De opstelling
3.2 Akaba gesloten systeem
4.2 Akaba gesloten systeem
De aansluiting van de rookbuis
5.2 Akaba gesloten systeem
De aansluiting van de verbrandingslucht ( Akaba gesloten systeem ) De rookgasklep ( Akaba Standard ) Brandstofhoeveelheden en verwarmingsvermogen De regeling van de verbrandingslucht
8.1 De primaire lucht
8.2 De secundaire lucht
Eerste ingebruikneming Aanwakkeren Hout bijvoegen Stoken met weinig vermogen De aslade leegmaken Het verbrandingsproces
15.2 Ontgassingsfase
15.3 Uitbrandingsfase
15.4 Uitzettingsgeluiden
De juiste brandstof Hout vanuit chemisch oogpunt Bijdrage tot een schoner milieu Beoordeling van de verbranding Houtvochtigheid en vermogen Hout opslaan en drogen
Reiniging en onderhoud
Leidraad Technische Gegevens Aansluitmogelijkheden (Akaba gesloten systeem) 106
Akaba Standaard Akaba gesloten systeem rookgasklep (optioneel) handvat primaire ventilatieklep (I) en secundaire ventilatieklep (II) aslade
Figuur. 1 bedieningselementen zelfvergrendelende afsluiting van de verbrandingsruimte primaire ventilatieklep (I) en secundaire ventilatieklep (II) vergrendelbaar aslade Plaatsingsomstandigheden en bouwkundige voorschriften De haardkachel moet worden geïnstalleerd volgens de instructies in de handleiding en rekening houdend met de nationale en Europese normen en tevens met de geldende plaatselijke voorschriften. In Duitsland moet de kachel voor ingebruikneming worden geregistreerd bij de plaatselijke schoorsteenvegerdienst. Bij het gebruik van een vloerplaat moeten de vermelde veiligheidsafstanden gerespecteerd worden. Veiligheid en veiligheidsafstanden 22 cm Figuur. 2 min. 30 cm
Afstanden met warmtegevoelige en brandbare materialen
in. Wanneer de vloerbekleding uit brandbare materialen bestaat (zoals hout, laminaat of tapijt), verplicht de brandreglementering u om een onbrandbare vloerplaat te leggen (uit tegels, veiligheidsglas, leisteen of staal). min. 30 cm
Zonder toezicht mogen zich geen kinderen in de omgeving van een brandende kachel bevinden. vloerplaat
Voor en naast de kachel mogen zich in het stralingsgebied van het venster van de verbrandingsruimte binnen 80 cm geen brandbare of warmtegevoelige materialen bevinden (zoals bijvoorbeeld meubelen, houten of kunststoffen bekledingen, gordijnen, enz.). Buiten het stralingsgebied aan de zijkanten en achter de kachel moet voor brandbare materialen een veiligheidsafstand van 20 cm gerespecteerd worden (zie figuur 3). in.
Aan de haardkachel mogen geen veranderingen worden aangebracht. Er mogen enkel originele onderdelen van Hase Kaminofenbau GmbH worden gemonteerd.
Bij een schoorsteenbrand moet u: - via het noodnummer de brandweer alarmeren; - uw schoorsteenveger op de hoogte brengen; - in geen geval blussen met water; - brandbare voorwerpen van de schoorsteen nemen; - wachten op de brandweer en op de schoorsteenveger. min. 20 cm Gebruik voor het aansteken nooit alcohol, benzine of andere brandbare vloeistoffen. Het buitenste van de haardkachel wordt zeer heet wanneer hij brandt. Men kan zich dan ook overal aan de kachel verbranden. Om niet dat risico te lopen, legt u best een handschoen bij de kachel. ca. 90° S tr alin g s b e r e ik Figuur. 3 Lay-out voor de Plaats van de Muur ca. 90° S tr alin g s b e r e ik Lay-out voor de Plaats van de Hoek
Controleer of het vlak waarop de kachel staat opgesteld, het toestel ook kan dragen. Eventueel kan de draagkracht worden verhoogd door gebruik te maken van een bodemplaat om het gewicht te verdelen. Controleer of de ruimte waarin u de Akaba Standaard wilt opstellen, voldoende verse lucht krijgt. Wanneer ramen en deuren goed dicht zijn, bestaat het gevaar dat de toevoer met voldoende verse lucht niet gewaarborgd is. De trek van de kachel en van de schoorsteen kan daardoor verminderen. Indien er bijkomende inlaatopeningen voor de verbrandingslucht nodig zijn, mogen die niet worden afgesloten. Wanneer de haardkachel en een afzuigkap gelijktijdig werken, kan er een onderdruk ontstaan in de kamer waar de kachel staat opgesteld. Dat kan problemen tot gevolg hebben, b.v. ontsnappen van rookgassen uit de haardkachel. Om ervoor te zorgen dat er geen lucht wordt onttrokken aan de plaats waar de kachel staat opgesteld, geven wij de raad om afzuigkappen die de lucht naar buiten leiden, te vergrendelen met een venstercontactschakelaar.
3.2 Akaba gesloten systeem
De deur van de Akaba gesloten systeem is zelfvergrendelend. Om deze zelfvergrendeling correct te garanderen, moet de Akaba gesloten systeem met een waterpas perfect horizontaal uitgelijnd worden. Correcties kunnen aangebracht worden met de vier afstelpoten (zie de montage en onderhoudsrichtlijnen). In de ruimte waar de Akaba gesloten systeem opgesteld is, moet gezorgd worden voor een voldoende luchtverversing. Wij bevelen aan om in ruimtes met een inhoud van meer dan 50 m³ de luchthoeveelheid elk uur anderhalve keer te vernieuwen. Voor kleinere kamers moet deze snelheid verhoogd worden. De onderdruk in de kamer mag niet groter worden
dan 8 pascal (de verluchting wordt aangegeven in de eenheid pascal). Wij bevelen aan om de verluchtingsapparatuur in te stellen op een maximale onderdruk van 4 pascal. Om geen lucht weg te zuigen uit de kamer waar de kachel opgesteld staat, bevelen wij u aan om eventuele dampkappen te laten werken met circulerende lucht of om dampkappen die de lucht naar buiten afvoeren, te vergrendelen met een atmosferische beveiliging.
De Akaba Standaard moet worden aangesloten op een daarvoor geschikte schoorsteen met een effectieve schoorsteenhoogte van ten minste 4,50 m. Hij kan ook werken met een schoorsteen waarop nog andere kachels zijn aangesloten. De diameter van de schoorsteen moet overeenstemmen met de diameter van de rookbuis. Indien de effectieve schoorsteenhoogte niet volstaat en/of de diameter van de schoorsteen te groot of te klein is, kan het zijn dat er te weinig trek is. De trek (schoorsteentrek) die de Akaba Standaard nodig heeft, bedraagt 12 Pa. Bij meer trek stijgen de emissies van de stookruimte, die wordt sterk belast en kan beschadigd raken. De maximaal toegestane trek voor de Akaba Standaard bedraagt 35 Pa. Om de trek te beperken, kan men gebruik maken van een smoorklep of een trekbegrenzer.
4.2 Akaba gesloten systeem
De Akaba gesloten systeem heeft zijn eigen geschikte schoorsteen nodig. De trek van de schoorsteen kan bemoeilijkt worden door een te grote of te kleine doorsnede van de schoorsteen of door een te kleine „werkzame hoogte“ (minder dan 4,5 meter). De werkzame hoogte is de afstand tussen de plaats waar de verbrandingsgassen in de schoorsteen geleid worden en de bovenkant van de schoorsteenkop. Na een roetbrand in de schoorsteen moet gecontroleerd worden of het rookgaskanaal nog luchtdicht is. Wij bevelen de aansluiting aan op een meerwandige schoorsteen met een doorsnede van maximaal 160 mm en een werkzame hoogte van minstens 4,5 meter. Wanneer u deze parameters niet kunt naleven, bevelen wij aan dat u de geschiktheid van uw schoorsteen laat controleren en berekenen.
De aansluiting van de rookbuis ( Akaba Standard )
De Akaba Standaard moet aan de schoorsteen aangesloten worden met een rookbuis waarvan de binnendiameter 120 mm - 150 mm bedraagt. Alle stukken buis moeten aan de diverse verbindingen precies op elkaar passen. De buis moet aan de ingang van de schoorsteen goed afgedicht worden en mag, om de afzuiging van de rook niet te hinderen, niet binnendringen in het binnenste van de schoorsteen.
5.2 Akaba gesloten systeem
De Akaba gesloten systeem moet aan de schoorsteen aangesloten worden met een rookbuis waarvan de binnendiameter 120 mm - 150 mm bedraagt. Aan het verbindingsstuk van de rookbuis moet deze afgedicht worden met Hase-dichtingspasta. De aansluiting van de rookbuis aan de schoorsteen moet gasdicht geschieden, en moet afgedicht worden met een geschikte afdichtband en hittebestendige silicone (zie figuur 7). Om de afzuiging van de rook niet te hinderen, mag de rookbuis niet binnendringen in het binnenste van de schoorsteen. Wij bevelen aan om een rookbuis uit een enkel stuk te gebruiken. De totale lengte van de verbindingsbuis tussen kachel en schoorsteen mag niet groter zijn dan 1,5 meter.
De aansluiting van de verbrandingslucht ( Akaba gesloten systeem ) De toevoer van de verbrandingslucht in de verbrandingsruimte geschiedt uitsluitend via een aanwezige luchtaanvoerbuis en de buisverbindingen van het Hase-luchtsysteem. Het verbindingspijpstuk voor het Hase-verluchtingssysteem bevindt zich aan de achterzijde van de kachel. De dichte buisverbindingen worden rechtstreeks naar buiten geleid of worden aangesloten aan een geschikt luchtafvoersysteem. Een andere mogelijkheid is om de luchttoevoer te voorzien vanuit een onafhankelijk met buitenlucht verzorgde kamer (bijvoorbeeld een kelder). Zie figuren 7 tot 9. De luchttoevoer ter plaatse moet uitgevoerd worden met gladde buizen (stalen buizen in overeenstemming met DIN 24145), afvoerleidingen in overeenstemming met DIN 19534 en EN 1451B) met een diameter van minstens 100 mm, maximaal twee bochten en een totale lengte van niet meer dan 5 meter. Wanneer de lengte meer bedraagt dan 5 meter of wanneer er meer dan twee bochten zijn, moet een berekening voorgelegd kunnen worden. Voor de controle en de reiniging van de luchttoevoerleiding moet deze voorzien worden met geschikte inspectieopeningen. De hele luchttoevoerleiding moet luchtdicht uitgevoerd worden. Wij bevelen u aan om hierover te spreken met uw schoorsteenveger. Bij de toevoeropening bevelen wij u aan om een beschermingsrooster tegen kleine dieren aan te brengen met een maaswijdte van 10 mm.
De rookgasklep ( Akaba Standaard ) De rookgasklep is een uitstekend regelinstrument. Zij bevindt zich in de rookbuis en dient voor de regeling van de rookgasstroom. Zo kan zij de afbrandingssnelheid verminderen. Wanneer de greep van de rookgasklep zich in loodrechte positie ten opzichte van de rookgasbuis bevindt, wordt de stroom van de luchtafvoer maximaal afgeremd. Wij geven algemeen de raad om een smoorklep te installeren om de trek te beperken. Let alstublieft op de landenspecifieke wettelijke bepalingen.
Brandstofhoeveelheden en verwarmingsvermogen De hoeveelheid brandstof die u in de kachel legt, is bepalend voor het verwarmingsvermogen. Wanneer u aanvult, bedraagt de maximale hoeveelheid brandstof 1 kg. Wanneer u deze hoeveelheid overschrijdt, bestaat gevaar voor oververhitting. De kachel kan dan beschadigd raken en er kan een schoorsteenbrand ontstaan. Met ongeveer 0,8 kg brandhout met een lengte van ongeveer 20 cm en een verbrandingstijd van ongeveer 40 minuten verkrijgt u een vermogen van ongeveer 4 kW. Met ongeveer 0,3 kg brandhout met een lengte van ongeveer 20 cm en een verbrandingstijd van ongeveer 25 minuten verkrijgt u een vermogen van ongeveer 2,5 kW. De Akaba is een kachel voor niet-continu gebruik. Vul daarom telkens maar één laag brandstof bij.
De regeling van de verbrandingslucht Bij het aanwakkeren en aanvullen wordt de verbrandingslucht geregeld met de primaire en secundaire luchtafsluiters.
De secundaire lucht wordt via luchtkanalen in de kachel van boven uit in de stookruimte gebracht. Zij leidt de voorverwarmde zuurstof, die nodig is om de houtgassen volledig te verbranden, in de stookruimte binnen en vermindert de roetvorming op het glas. Voor het regelen van de secundaire lucht kan de volgende vuistregel gelden: een klein vuur heeft weinig secundaire lucht nodig, een groot vuur heeft veel secundaire lucht nodig. Wanneer het ventiel voor de secundaire lucht te ver gesloten is, bestaat het gevaar dat de verbrandingsgassen onvolledig verbranden (smeulend vuur) en/of dat roet afgezet wordt op de vensters, of nog, dat de opgestapelde houtgassen explosief verbranden (met een zachte knal ontploffen). Let u alstublieft hierop: bij een houtvuur met te ver geopende primaire luchtafsluiter bestaat het risico dat de kachel oververhit wordt (smidsvuur). De secundaire luchtafsluiter mag tijdens de werking nooit volledig gesloten worden. De deur van de verbrandingsruimte en het asvak moeten steeds goed afgesloten blijven. afsluiter secundaire lucht (II) afsluiter primaire lucht (I) De primaire lucht wordt langs onderen door het rooster in de verbrandingsruimte gevoerd. Tijdens het aanwakkeren wordt daardoor sneller de vereiste temperatuur in de verbrandingsruimte bekomen. Figuur. 4 De bedieningselementen bevinden zich onderaan rechts.
10. Eerste ingebruikneming
De eerste ingebruikname van elke kachel gaat altijd gepaard met rook- en geurontwikkeling. Dit is te wijten aan de verbranding van organische bestanddelen die in de deklagen van de kachel, in de afsluitbanden en in voor de productie gebruikte smeermiddelen zitten. Tijdens het aanwakkeren kunnen hogere emissiewaarden voorkomen. Dit gebeurt wanneer de temperatuur voor het eerst wordt opgedreven en houdt zo’n 4 – 5 uur aan. Voeg om deze temperatuur te kunnen halen 25% brandstof toe bovenop de in hoofdstuk 12 Hout bijvoegen aanbevolen hoeveelheid. Deze fase moet dan ook zo kort mogelijk gehouden worden. De in tabel 1 beschreven instellingen van de afsluiters zijn aanbevelingen. Zij werden tijdens tests in overeenstemming met de norm uitgewerkt. Om gezondheidsredenen mag tijdens de eerste ingebruikname niemand onnodig in de ruimtes in kwestie aanwezig zijn. Zorg voor een goede ventilatie en open vensters en buitendeuren. Gebruik indien nodig een ventilator om de lucht sneller te verversen. Wanneer de maximale temperatuur bij het eerste gebruik nog niet bereikt werd, is het mogelijk dat er zich later nog een zekere geurontwikkeling voordoet. Tijdens het transport tot bij u thuis kan zich condensaatvocht binnenin de kachel verzamelen. In bepaalde omstandigheden kan dit leiden tot het lekken van water uit de kachel of de rookbuizen. Droog in dat geval de vochtige plekken onmiddellijk af. Het oppervlak van uw kachel wordt vóór het aanbrengen van de lak gezandstraald. Ondanks een zorgvuldige controle kan het niet uitgesloten worden dat wat van de stalen kogeltjes die daarvoor gebruikt worden in de kachel achterblijven. Bij de plaatsing van uw kachel kunnen deze loskomen en uit de kachel vallen. Om een mogelijke beschadiging te voorkomen, verzoeken wij u deze stalen kogeltjes onmiddellijk met een stofzuiger te verwijderen. De Akaba mag enkel worden gebruikt met een gesloten deur; de deur van de stookruimte mag enkel worden geopend om hout bij te vullen. U dient op grond van de weersomstandigheden en de door uw schoorsteen gecreëerde onderdruk de afsluiters van uw Akaba aan de plaatselijke omstandigheden aan te passen. Aanwakkeren Procedure Open de primaire lucht en de secundaire lucht volledig. Stand van de bedieningselementen Trek de primaire en de secundaire luchtafsluiters volledig uit.
Concentreer de achtergebleven assen en de eventueel onverbrande houtskool in het midden van de verbrandingsruimte Leg aanmaakmateriaal in het midden van de verbrandingsruimte en leg daarop ongeveer een halve kilo houtspaanders. Steek het aanmaakmateriaal op verschillende plaatsen aan.
Open de deur van de verbrandingsruimte. Sluit de deur van de verbrandingsruimte. Van zodra de houtspaanders behoorlijk branden, twee stukken gekloofd brandhout (samen ongeveer 0,5 kg) bijleggen, met de kop naar voor. Tab. 1
Het bijvoegen van hout moet gebeuren in de fase van de wegbranding, waarin de vlammen van de vorige verbranding pas gedoofd zijn. Wanneer u voor het bijvoegen van het hout de deur van de verbrandingsruimte zeer langzaam opent, vermijdt u dat rookgassen naar buiten treden en dat de assen in het rond gaan vliegen. Hout bijvoegen Procedure Open de primaire lucht en de secundaire lucht volledig. Stand van de bedieningselementen Trek de primaire en de secundaire luchtafsluiters volledig uit.
Breng een stuk hout van ongeveer 0,8 kg in, met de kop naar voor. Het hout moet steeds met de schors naar boven of naar onder gekeerd gelegd worden. Slechts een enkele laag. Open de deur van de verbrandingsruimte. Wanneer het hout ontvlamt: sluit de primaire lucht en open de secundaire lucht volledig. Schuif de primaire luchtafsluiter tot bij de aanslag in. Trek de secundaire luchtafsluiter tot bij de aanslag uit.
Sluit de deur van de verbrandingsruimte. Tab. 2
13. Stoken met weinig
vermogen U beïnvloedt het vermogen van uw Akaba in de eerste plaats door de hoeveelheid brandstof. Reduceer de verbranding niet door een te lage luchttoevoer. Hierdoor is het mogelijk dat het hout onvolledig verbrandt en dat de opgestapelde houtgassen op een explosieve wijze verbranden (met een zachte knal ontploffen). Stoken met weinig vermogen Procedure Stand van de bedieningselementen Sluit de primaire lucht. Druk de primaire luchtafsluiter (I) in tot bij de aanslag aan de secundaire luchtafsluiter. Open de secundaire lucht volledig. Trek de secundaire luchtafsluiter tot bij de aanslag uit.
Vul na met een stuk hout van ongeveer 0,3 kg. Leg het met de kop naar voor. Tab. 3
15.3 Uitbrandingsfase
Maak de aslade alleen maar leeg wanneer de assen afgekoeld zijn. Tijdens het opnemen van de assen bevindt het deksel zich onder de aslade. Na de verbranding van de vluchtige bestanddelen neemt de gloed van het houtskool af. Houtskool verbrandt langzaam, haast zonder vlam, bij een temperatuur van ongeveer 800° C. Beslissend voor een schone verbranding is een zo volledig mogelijk chemische reactie van de houtgassen met het zuurstof uit de verbrandingslucht. Bij uw kachel van Hase wordt de verbrandingslucht voorverwarmd en langs brede inlaatopeningen in de verbrandingsruimte gevoerd. De gassen worden dan ook op hoge temperatuur goed vermengd met de lucht. Een belangrijke parameter in elke verbrandingsfase is de hoeveelheid verbrandingslucht. Te weinig lucht leidt tot zuurstofgebrek en een onvolledige verbranding. Te veel lucht doet de temperatuur in de verbrandingsruimte dalen en werkt negatief uit op de doelmatigheid. Bij een onvolledige verbranding ontstaan schadelijke stoffen zoals stof, koolmonoxide en koolwaterstoffen. Ontgrendel de aslade. Neem de aslade uit, samen met het deksel dat zich eronder bevindt. Schuif het deksel op de aslade zodat deze afgesloten is. De lichte as kan nu niet opvliegen en uw woning blijft schoon. Het weer inbrengen van de aslade geschiedt in omgekeerde volgorde. Te veel as kan de toevoer van primaire lucht hinderen of zelfs beletten. Let u erop, dat de luchtweg voor de primaire lucht tussen de aslade en de bodem van het asvak vrij blijft.
15. Het verbrandingsproces
Een stuk hout verbrandt in drie fasen. Deze processen worden in een houtvuur echter niet achtereenvolgens doorlopen. Zij geschieden voor een deel gelijktijdig.
Ontgassing Het in het luchtdroge hout nog aanwezige water (ongeveer 15 tot 20%) verdampt. De temperatuur is zowat 100°C. Daarom moet bij het aansteken warmte aan het hout toegevoegd worden. Dat kunt u doen door kleine stukken hout te gebruiken.
15.2 Ontgassingsfase
Bij temperaturen tussen 100°C en 150°C begint, eerst langzaam, het opensplijten en de vergassing van de in het hout aanwezige stoffen en de thermische ontbinding van het hout. Boven 150°C neemt de gasontwikkeling sterk toe. Het aandeel vluchtige bestanddelen bedraagt zowat 80% van de houtsubstantie. De eigenlijke verbranding begint bij het ontvlammen van de ontstane gassen op ongeveer 225°C (ontbrandingstemperatuur) en het vrijmaken van warmte. Daarvoor is voldoende zuurstof noodzakelijk. Bij om en nabij de 300°C wordt het hoogtepunt van de verbranding bereikt. De reactie geschiedt nu zo stormachtig, dat hier de meeste warmte vrijgegeven wordt. Vlamtemperaturen van 1100°C zijn mogelijk. Droging Uitbranding Figuur. 5 Het verbrandingsproces
15.4 Uitzettingsgeluiden
Staal zet uit door de warmte en krimpt wanneer het kouder wordt. Door deze bewegingen kunnen bij uw kachel hoorbare uitzettingsgeluiden optreden. Bij het ontwerp van uw kachel hebben wij met deze fysische eigenschappen rekening gehouden. Uw kachel lijdt er dan ook geen schade onder.
16. De juiste brandstof
In haardkachels mag men enkel rookarme brandstoffen verbranden. Voor het type Akaba is dat uitsluitend natuurlijk hout in grotere stukken met de bijbehorende bast, in de vorm van blokken beukenhout. Harsrijk naaldhout (bijv. spar, pijn, den) geeft vonken af. Er ontstaat een vliegas dat bij het openen van de deur van de verbrandingsruimte kan opwaaien. Beukenblokken zorgen in een kachel voor het mooiste vuur. Wanneer u eik, spar, berk of lork gebruikt, verdient het aanbeveling om beukenhout bij te voegen. Het vlambeeld wordt er mooier door. Sprokkelhout en kleine houtblokjes zijn een goede aanmaakhulp. Niet toegelaten is bijvoorbeeld de verbranding van: - vochtig hout (restvocht meer dan 20%) - gelakt of met kunststof bekleed hout - met houtbeschermingsmiddelen behandeld hout - houtafval - papierbriketten (schadelijke stoffen: cadmium, lood, zink). - alle brandbare vloeistoffen (ook methanol, ethanol) en alle brandpasta’s en gels Bij de verbranding van deze stoffen ontstaat een onaangename geur en treden gezondheids en milieubelastende emissies uit.
17. Hout vanuit chemisch oogpunt
Hout bestaat voor het grootste deel uit de chemische elementen koolstof, waterstof en zuurstof. Milieukritische stoffen zoals zwavel, chloor en zware metalen zijn praktisch niet aanwezig. Bij de volledige verbranding van hout ontstaan daarom hoofdzakelijk koolstof98 dioxide en waterdamp als gasvormige stoffen, en in beperkte mate ook houtas als vaste verbrandingsrest. Bij de onvolledige verbranding daarentegen kunnen een hele reeks milieubelastende stoffen ontstaan, zoals koolstofmonoxide (giftig), azijnzuren, fenolen, methanol (giftig), formaldehyde, roet en teer.
18. Bijdrage tot een schoner milieu
Of uw Akaba milieubelastend brandt of het milieu integendeel ontziet, hangt in sterke mate af van de wijze waarop u hem bedient en van de brandstof die u gebruikt (zie De juiste brandstof). Gebruik uitsluitend droog hout. Het best geschikt is loofhout zoals beuk en berk. Gebruik voor het aansteken alleen maar kleinere stukken hout. Deze ontbranden sneller dan grotere stukken, zodat de temperatuur die noodzakelijk is voor een volledige verbranding sneller bereikt wordt. Bij langer stoken levert het vaker bijvoegen van kleinere houthoeveelheden zowel energetische als ecologische voordelen op.
19. Beoordeling van de verbranding
Hoe goed het verbrandingsproces verloopt, kunt u gemakkelijk beoordelen aan de hand van de volgende kenmerken. - De kleur en de gesteldheid van de assen Bij een zuivere verbranding ontstaat fijn wit as. Een donkere kleur wijst op houtskoolresten. De uitbrandfase is in dit geval slechts gedeeltelijk doorlopen. - De kleur van het rookgas bij het verlaten van de schoorsteen Hier geldt: hoe minder de rook bij het verlaten van de schoorsteen zichtbaar is, hoe beter de verbranding verloopt. In de overgangstijd (lente en herfst) kunnen bij buitentemperaturen van meer dan 16°C storingen in de schoorsteen optreden. Wanneer bij een dergelijke temperatuur ook na de snelle verbranding van papier of kleine houtblokken (lokvuur) geen trek ontstaat, moet u de kachel best niet aansteken.
20. Houtvochtigheid en vermogen
Vuistregel: hoe vochtiger het hout, hoe lager het vermogen. Het vermogen van de kachel hangt zeer sterk samen met de vochtigheid van het hout. Hoe meer water het hout bevat, hoe meer energie bij de verbranding besteed moet worden aan de verdamping van dat water. Deze energie is verloren. Hoe vochtiger het hout dus, hoe lager het vermogen. Een voorbeeld: pas gehakt hout vertoont een vochtigheidsgraad van om en nabij de 50% en beschikt over een vermogen van ongeveer 2,3 kWh/kg. een teerachtige substantie afgezet worden of de schoorsteen kan vol raken met roet en teer. Omwille van de hoge vochtigheidsgraad daalt ook de verbrandingstemperatuur. Dit belet de volledige verbranding van alle houtbestanddelen en leidt tot een aanmerkelijke belasting voor het milieu. De restvochtigheid van uw brandhout kunt u meten met behulp van een houtvochtigheidsmeter.
21. Hout opslaan en drogen
Om hout te drogen, is tijd nodig. Wanneer het op correcte wijze bewaard wordt, is hout in twee tot drie jaar luchtdroog. Zaag en kloof het hout gebruiksklaar wanneer u het gaat bewaren. Dit voert tot een snellere droging. Kleinere stukken drogen beter dan grote. Bewaar het hout in een goed verluchte, zo zonnig mogelijke plaats (liefst op het zuiden gericht) en beschut tegen de regen. Laat tussen de houtrijen een afstand van een handbreedte, zodat de doorstromende lucht het verdampende vocht goed kan opnemen. Dek uw houtvoorraad nooit af met plastic folie of tentzeil. Dat zou beletten dat het vocht ontsnapt. Stapel vers hout ook nooit weg in een kelder. Door de gebrekkige luchtverversing zal het daar eerder rotten dan drogen. Enkel hout dat al droog is, mag in een droge en goed verluchte kelder bewaard worden. Behoorlijk luchtgedroogd hout daarentegen met een vochtigheidsgraad van ca. 15% heeft een vermogen van ongeveer 4,3 kWh/kg. Wanneer u dus zeer vochtig hout verbrandt, maakt u met dezelfde houthoeveelheid slechts de helft van het vermogen vrij. De verbranding van vochtig hout leidt tevens tot meer roetaanslag op het venster van de verbrandingsruimte. Daar komt nog bij, dat wanneer u vochtig hout verbrandt, de daardoor ontstane waterdamp kan condenseren in de rookbuis of in de schoorsteen. In de schoorsteen kan
22. Reiniging en onderhoud
Wanneer er op een adequate manier wordt gestookt, vormt de secundaire lucht tegelijkertijd een heet luchtgordijn voor het glas, wat de roetaanslag op het keramisch glas vermindert. Kachels van Hase beschikken over een sterk hittebestendige lak met open poriën die een beperkte corrosiebescherming biedt. In bepaalde omstandigheden kan daarom een roestlaagje optreden. De stalen componenten mogen niet gereinigd worden met een zuurhoudend kuismiddel (bijv. citrus of azijnreiniger). Met een licht bevochtigd doek kan het staal voldoende afgeveegd worden. Vermijd een te vochtige reiniging in de omgeving van de vloer of van de bodemplaat. Neem een prop keukenrol of krantenpapier, bevochtig ze, dompel ze onder in de koude houtas, wrijf daarmee het venster in en veeg schoon met een droge prop. Gemorst water uit waterketels of schalen moet onmiddellijk verwijderd worden.
22.4 De bekleding van de verbrandingsruimte
Plaats uw Akaba niet in een vochtige omgeving zoals bijv. een veranda. De thermo stenen in de verbrandingsruimte van uw Akaba bestaan uit vermiculiet. Dat is een vuurvast mineralogisch granulaat met uitstekende isolerende eigenschappen. De dichtheid van de platen werd bepaald op grond van de optimale verhouding tussen mechanische hardheid en isolatievermogen. Het relatief zachte oppervlak is niet slijtvast. Vermijd een tijdelijke stockage in een onverwarmde ruwbouw of een garage. Roestige plekken kunnen behandeld worden met de originele Hase kachellak. Volg daarbij de richtlijnen op de bus. Uw Hase-handelaar heeft de spray op voorraad en geeft u graag tips voor de behandeling.
22.2 De rookgaswegen
De kachel en de rookbuizen worden elk jaar na de verwarmingstijd (eventueel ook frequenter, bijv. na de reiniging van de schoorsteen) gecontroleerd op afzettingen en zonodig gereinigd. Om de rookgaskanalen te reinigen, heft u de bovenste thermo steen uit de stookruimte. Eventuele roet en stofafzettingen kunt u wegborstelen en afzuigen. Daarna de thermo steen opnieuw monteren. Het reinigen van de rookbuis gebeurt met een flexibele buisborstel via de reinigingsopening die zich bevindt aan de rookbuis.
Mochten er zich asdeeltjes afzetten op het keramisch glas, dan geven wij u de raad om naast een gewoon in de handel verkrijgbaar middel om het glas te reinigen ook gebruik te maken van een ander reinigingsprocédé, dat al lang wordt toegepast en dat bovendien milieuvriendelijk is. De thermo stenen moeten vernieuwd worden wanneer stukken afbreken en zo de achterkant van de verbrandingsruimte zichtbaar wordt. Barsten en scheuren in de thermo stenen verminderen de mogelijkheden van uw kachel niet. U kunt beschadigingen van de thermo stenen beperken door de houtblokken voorzichtig in de verbrandingsruimte te leggen. Laat ze niet vallen tegen de wanden van de verbrandingsruimte.
22.5 De afdichtbanden
De afdichtbanden voor de deur van de verbrandingsruimte en de aslade bestaan uit sterk hittebestendige en asbestvrije glasvezel. Door veelvuldig gebruik kunnen de dichtingen verslijten en moeten ze vernieuwd worden. Laat uw haardkachel geregeld nakijken door een vakman. Meer richtlijnen vindt u in de montage en onderhoudsaanwijzingen
mogelijke oorzaken Het hout ontbrandt niet of slechts aarzelend - het hout is te dik / het hout is te nat - er wordt te weinig lucht toegevoerd Het hout brandt zonder heldere gele vlam, smeult wat of gaat zelfs uit - het hout is te nat - er wordt te weinig lucht toegevoerd - de buitentemperatuur ligt te hoog Er wordt te veel roet gevormd, de thermo stenen blijven tijdens het branden niet roetvrij - het hout is te nat - er wordt te weinig lucht toegevoerd - de houthoeveelheid is te klein en daardoor blijft de verbrandingsruimte te koud Er zet zich roet af op het venster van de verbrandingsruimte
Het hout verbrandt te snel - de schoorsteen trekt te hevig - de houtblokken zijn te klein - de bedieningselementen zijn slecht ingesteld Tijdens de werking komt rook in de kamer
De schoorsteen worden nat en komt vol teer en roet, uit de kachelbuis lekt water - het hout is te nat - de rookgassen zijn te koud / de schoorsteen is te koud - de schoorsteen is te breed Het vuur brandt fel, maar toch wordt de kachel onvoldoende warm - de schoorsteen trekt te hevig - de luchtafsluiters zijn slecht ingesteld Bij het openen van de deur van de verbrandingsruimte ontsnapt rook in de kamer
het hout is te nat er wordt te weinig secundaire lucht toegevoerd de deur van de verbrandingsruimte is ondicht de schoorsteen trekt te weinig er wordt te weinig lucht toegevoerd de schoorsteen is niet breed genoeg er is te veel roetafzetting in de rookgangswegen in de kachelbuizen of de schoorsteen de wind drukt op de schoorsteen ventilatoren (uit de badkamer of de keuken) veroorzaken een onderdruk in de woonruimte en zuigen rook uit de kachel de schoorsteen trekt niet genoeg / de schoorsteen is te breed of niet breed genoeg het vuur brandt nog te hevig de deur van de verbrandingsruimte werd te snel geopend ventilatoren (uit de badkamer of de keuken) veroorzaken een onderdruk in de woonruimte en zuigen rook uit de kachel Akaba Standard Kachel Akaba, gecontroleerd volgens DIN-EN 13240 : 2001 + A2 2004 en Art. 15 a B-VG (Oostenrijk) mag enkel worden gebruikt wanneer de stookkamer dicht is en mag slechts als enig toestel voor één schoorsteen worden gebruikt. VKF-Nr.: 15107; Controleverslag nummer (A): FSPS-Wa-1366-A Akaba gesloten systeem Kachel Akaba gesloten systeem, gecontroleerd volgens, DIN EN 13240, DIN 18897-1 en Art. 15 a B-VG (Oostenrijk) mag enkel worden gebruikt wanneer de stookkamer dicht is. De Akaba gesloten systeem heeft zijn eigen geschikte schoorsteen nodig. VKF-Nr.: 15107; Controleverslag nummer (A): FSPS-Wa-1366-A Voldoet aan de toelatingscriteria voor kamer onafhankelijke verwarmingstoestellen op vaste brandstoffen van het Duits Instituut voor Bouwtechniek (DIBT). DIBT toelatings-Nr.: Z-43.12-186 / Typ FC41x und FC51x Voor de afmetingen van de schoorsteen volgens EN 13384 1 / 2 gelden de volgende gegevens: Brandwaarden Afmetingen: kachel stookkamer gewicht hoogte 111,5 cm 43 cm 118 kg Anschlussmaße: Aansluithoogte bovenaansluiting Aansluithoogte Hase-ventilatiesysteem* breedte 41 cm 20 cm diepte 41 cm 26 cm 108 cm 37,5 cm Opening van de stookkamer 775 cm² Diameter van het rookkanaal 15 cm Buisdiameter van het Hase-ventilatiesysteem* 10 cm *Voor een afzonderlijke luchttoevoer in passiefhuizen en bij onvoldoende luchttoevoer in de kamer waar de kachel staat (Akaba gesloten systeem) Hout Nominale warmtecapaciteit
Uitlaatgas-massastroom
Minimum persdruk bij nominale verwarmingscapaciteit
CO- gehalte bij 13% O2 De op het typeplaatje aangegeven nominale verwarmingscapaciteit van 4 KW is naargelang van de isolatie van het gebouw voldoende voor 10 - 50 m² (onder voorbehoud)
mg/m³ Verbrandingsluchttoevoer bij max. trek 4Pa
hoogte: 111,5 Aansluithoogte verse luchttoevoer: 37,5 Aansluithoogte bovenaansluiting: 108 20,5 vooraanzicht zijaanzicht 35,5 bovenaanzicht
Abb. 6 Afmetingen in cm EG-conformiteitsverklaring De fabrikant: Hase Kaminofenbau GmbH Niederkircherstr. 14 D-54294 Trier verklaart hiermee, dat de ruimteverwarmingsapparatuur voor vaste brandstoffen met de handelsnaam : Akaba conform is met de bepalingen van de: EG-richtlijn voor bouwproducten 89/106/EWG en het mandaat M129 en overeenkomt met de volgende geharmoniseerde norm: EN 13240:2001+EN 13240:2001/ A2: 2004 De ruimteverwarmingsapparatuur voor vaste brandstoffen werd voor wat betreft de in de norm gestelde eisen getest door het volgende genotificeerde keuringsbureau: RWE Power AG Feuerstättenprüfstelle D-50226 Frechen Kennziffer: NRW 16 Trier, 17. 01. 2011 Fernando Najera , bedrijfsleider De veiligheidsinstructies voor de bij het product behorende montage en bedieningsinstructie dienen in acht genomen te worden.
Aansluitmogelijkheden Akaba gesloten systeem manchet aansluiting aan de schoorsteen afdichten met afdichtband of hittebestendige silicone aan de steun van de rookbuis afdichten met Hase-dichtingspasta luchtafvoersysteem: schoorsteen voor de verbrandingsgassen toevoer van lucht voor het luchtafvoersysteem edelstaalbuis verbindingsstuk binnenin verbindingsstuk binnenin rozet
Figuur 7 Aansluiting op een luchtafvoersysteem verbindingsstuk buitenkant elleboog 90°, Ø 100 mm edelstaalbuis, Ø 100 mm verbindingsstuk binnenin rozet aansluiting verbrandingslucht ter plaatse: - min. Ø 100 mm - maximale lengte 5 m, met max. 2 bochten Figuur 8 Aansluiting op een toevoerluchtleiding bijv. afvoerbuis (pvc-buis) Ø 100
Isolatie van de edelstalen buis
Notice-Facile