LUNO GAS - HASE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis LUNO GAS HASE in PDF-formaat.

Page 75
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Italiano IT Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : HASE

Model : LUNO GAS

Categorie : Onbepaald

Download de handleiding voor uw Onbepaald in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding LUNO GAS - HASE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. LUNO GAS van het merk HASE.

GEBRUIKSAANWIJZING LUNO GAS HASE

Geachte cliënte van Hase, geachte cliënt van Hase, met de aankoop van uw Hase gashaard hebt u gekozen voor een kwaliteitsproduct. Een ambachtelijke traditie, een elegant design en de modernste brandtechniek garanderen dat u jarenlang plezier beleeft aan uw gashaard. De buitenkant van de haard bestaat uit sterke met moderne lastechnieken bewerkte staalplaten. Thermo stenen in de stookruimte en een temperatuurbestendige speciale lak garanderen stabiliteit en een lange levensduur van alle Hase modellen. Topkwaliteit van alle materialen is voor ons even vanzelfsprekend als de grootste zorgvuldigheid bij de verwerking. De Luno Gas Kachel is een convectie verwarmingsapparaat met het effect dat haardvuur geeft door gloeiende kooldeeltjes en imitatie houtblokken De bediening kan handmatig of via afstandbediening plaatsvinden. Werking d.m.v. temperatuur en ingestelde tijd is slechts via de afstandsbediening in te stellen. Voor een optimaal veilig, economisch en milieuvriendelijk gebruik, raden wij u aan, de veiligheidsvoorschriften van de gaskachel en de handleiding in acht te nemen.

Opgelet: Lees, vooraleer u uw gastoestel installeert en in gebruik neemt, deze handleiding nauwlettend door. Bewaar dit handboek op een veilige plaats. De documenten hebt u nodig bij onderhoudswerkzaamheden aan het toestel. Vóór de installatie moet worden gecontroleerd of het toestel volledig en onbeschadigd is. De installatie moet vakkundig geschieden, door een vakman, zodat de feilloze werking van het toestel kan worden gegarandeerd. Deze gebruikershandleiding werd opgesteld in overeenstemming met EN 613. Dit toestel mag enkel worden gebruikt met gesloten en vergrendelde deur. De werking ervan met gesprongen, gebroken of ontbrekende ruiten is niet toegelaten. De buitenkant van de kachel wordt tijdens de werking verhit. Wij bevelen daarom aan om een gepaste bescherming aan te brengen wanneer het toestel wordt gebruikt in aanwezigheid van kinderen, senioren of mindervalide personen. Probeer nooit om afval in het vuur te verbranden. Dit toestel is geen verbrandingsoven.

Veiligheidsvoorschriften: Bij gaslucht: 1. Geen open vuur! Niet roken! 2. Vonkvorming vermijden! Geen elektrische schakelaars gebruiken, ook geen telefoon, stekkers en bel! 3. Hoofdkraan van het gas afsluiten! 4. Ramen en deuren openen! 5. Huisbewoners waarschuwen en het gebouw verlaten! 6. Firma die gas levert en verwarmingsinstallatiefirma van buiten het gebouw opbellen!

Vergewis u ervan, dat geen stoffen zoals gordijnen zich bevinden boven of in de nabijheid van de buitenmantel van dit toestel.

Inhoud Technische gegevens - aardgas Technische gegevens - propaan Technische gegevens - afmetingen 1. Belangrijke Veiligheidsinstructies 2. Installatie 2.1 lgemene Installatierichtlijnen 2.2 Plaats van de kachel 2.3 De batterijen plaatsen/vervangen 2.4 Transporthulp 2.5 Ventilatie 2.6 Algemene instructies voor autonome systemen 2.7 Aansluitingsonderdelen concentrische uitlaat 2.8 Gasaansluiting 2.9 Druktest 2.10 Opstelling van het vuurbed uit decoratiehout 2.11 De kacheldeur openen 2.12 Opstelling van de houtblokken: aardgas 2.13 Opstelling van de houtblokken: propaan 2.14 Opstelling van de keramieken kachelstenen: aardgas 2.15 Opstelling van de keramieken kachelstenen: propaan 2.16 Opstelling van de kiezelstenen: aardgas 2.17 Opstelling van de kiezelstenen: propaan 2.18 Eerste ingebruikname van de gaskachel 3. Onderhoud 3.1 Jaarlijks onderhoud 3.2 Tips 4. Bediening 4.1 Afstandsbediening met temperatuurregeling 4.2 Weergave instellen 4.3 Tijd instellen 4.4 Modi 4.5 Naar een andere modus overschakelen

77 78 79 80 81 81 81 81 82 82 82 83 83 84 84 84 85 85 86 87 87 87 87 88 88 88 89 89 89 89 89 90

De temperatuur instellen De timer instellen Kachel ontsteken Toestel volledig uitschakelen

Technische gegevens - aardgas Kopmarkering: 700, Categorie energiebesparing: 2, NOx: geen categorie Land van bestemming

Technische gegevens - propaan Kopmarkering: 200, Categorie energiebesparing: 2, NOx: geen categorie Land van bestemming

* Opmerking: wanneer de kachel op propaangas werkt, moet de brandstofdruk afhankelijk van de omgevingscondities aangepast worden. De ingestelde brandstofdruk veronderstelt een toevoerdruk van 30 mbar. Duid na plaatsing de toevoerdruk op het typeplaatje aan.

Hoogte van de kachel 116

Verbrandingswaarden: Nominale warmtecapaciteit (aardgas, Hs) Nominaal vermogen (aardgas, Hs) Nominaal vermogen (aardgas, Hi) Nominale warmtecapaciteit (propaan, Hs) Nominaal vermogen (propaan, Hs) Nominaal vermogen (propaan, Hi)

Aansluithoogte rookkanaal 117

Kachel Luno Gas BF, gecontroleerd in overeenstemming met EG Richtlijn 90/396/EEG en DIN EN 613. Productidentificatienummer: CE-0063BR5705 Bouwtype: C11; C31

Aansluithoogte gasaansluiting

Technische gegevens - Afmetingen

Fig. 1: Afmetingen in cm

Afmetingen aansluitingen: Goedgekeurd afzuigsysteem: Metaloterm Ontop Serie US Ø 100/150 Aansluithoogte rookkanaal: 117 cm Aansluithoogte gasaansluiting: 19,5 cm Afstand achterkant kachel - midden van het rookkanaal: 12,5 cm Afstand achterkant kachel - wand (Wandverbinding): 20 - 30,5 cm Gasaansluiting: 8, 12 mm schroeffitting met snijring, of anders buitendraad ½ duim

Belangrijke Veiligheidsinstructies

In deze kachel zit een vuurbed in decoratiehout uit vuurvaste keramiekvezels. Deze kunstmatige vezels kunnen bij overmatig contact irritatie aan de ogen, de huid of de luchtwegen veroorzaken. Wij raden dan ook aan, tijdens de omgang met deze materialen zo weinig mogelijk stof te creëren. Daarnaast stellen wij voor om tijdens plaatsing of onderhoud een stofzuiger met HEPA-filter te gebruiken. Daarmee kunt u alle stof en as in en rondom de kachel verwijderen. Wanneer u onderdelen van het decoratiehout wilt vervangen, raden wij aan om de oude stukken in een gesloten plastieken zak te steken en deze weg te doen. Deze onderdelen zijn geen buitengewoon afval, u kunt ze gewoon bij erkende recyclagecentra voor industrieel afval kwijt. Vooraan aan de vuurhaard van deze gaskachel brandt een waakvlam. De installateur mag deze niet aanzetten. Het systeem mag niet afgekoppeld worden; voor vervangingswerken mogen enkel originele onderdelen van de producent gebruikt worden. Deze gaskachel werkt op aardgas of propaangas. Gebruik evenwel enkel gas dat u bij de aankoop aangeraden werd. Zorg er steeds voor dat de kachel enkel op dit soort gas loopt. Gebruik geen andere gassoorten. Het typeplaatje op uw kachel vermeldt welk soort gas als brandstof kan gebruikt worden. Bij de bouw, het testen en de goedkeuring van deze gaskachel werden de geldende gebruiks, werkings- en veiligheidsvoorschriften in acht genomen. Controleer vóór het plaatsen of deze gaskachel compatibel is met de toevoerconfiguratie, het soort gas en de druk ter plaatse. Raadpleeg de technische specificaties van dit toestel op de eerste bladzijden van deze installatiehandleiding.

Deze gaskachel is een verwarmingselement met hoge efficiënte. Daarom voelen tijdens de werking alle behuizingsonderdelen van de kachel heet aan. Behalve de klapdeur en de regelknop van het bedieningsorgaan, die erop voorzien zijn om niet heet aan te voelen, doen alle andere onderdelen dienst als verwarmingselement. Raak deze dan ook niet aan. Zorg ervoor dat er zich binnen een straal van 30 cm geen brandbare materialen, zoals gordijnen, bevinden. Deze gaskachel is geen droogelement en kan daarom niet als dusdanig gebruikt worden. Bij de plaatsing dient men met de volgende voorschriften rekening te houden:

In Duitsland: Technische Regeln für Gas-Installationen DVGW-TRGI 1996 (editie 1996) In Nederland: Algemene Gasinstallatievoorschriften (GAVO) NEN 1078 In België: NBN D51-003 plus eventuele regionale voorschriften In Groot-Brittannië: British Standards BS 587 Deel 1 en 2, BS 5440 Deel 1 en 2, BS 6891, BS 5871 Deel 1 en BS 1251. Bijkomend: Building Regulations Document J en desbetreffende Building Regulations (bouwkundige voorschriften) en normen uitgevaardigd door het Department of the Environment (milieuministerie) of de Scottish Development Department (Schots ministerie voor ruimtelijke ordening en bouwnijverheid) - In Ierland moet de installatie worden doorgevoerd in overeenstemming met IS813, ICP3, IS327, Building Regulations, Codes of Practice (richtlijnen), aanwijzingen van de fabrikant en alle geldende reglementeringen. Wij zijn niet aansprakelijk voor de volledigheid van deze opsomming. Toch kan de installateur in geval van niet-naleving van regionale of nationale voorschriften aansprakelijk worden gesteld. Controleer vóór het plaatsen of deze gaskachel compatibel is met de toevoerconfiguratie, het soort gas en de druk ter plaatse. Raadpleeg de technische specificaties van dit toestel op de eerste bladzijden van deze installatiehandleiding.

Algemene Installatierichtlijnen

Een geluidssignaal (drie korte „piep“-tonen) waarschuwt u wanneer u de batterijen moet vervangen.

Gasaansluiting Kachel in kwestie Beveiliging rookgas

8 mm, 12 mm schroeffitting met snijring, of anders buitendraad ½ duim

Wanneer u de batterijen in de ontvanger wilt plaatsen of vervangen, moet u eerst de bevestigingsschroef losdraaien en de ontvanger naar voren uittrekken (zie afbeelding 3,4). Nu opent u de klep van het batterijvak en plaatst u de batterijen. Plaats de ontvanger terug en bevestig hem opnieuw met de schroef.

Autonoom met waakvlam

zie de technische specificaties vooraan in deze installatiehandleiding

Goedgekeurd afzuigsysteem

Metaloterm Ontop Serie US Ø 100/150

De batterijen plaatsen/vervangen

Type batterij Ontvanger: 4xAA, type R6, enkel alkaline

Vóór de plaatsing van het toestel moet al het vuil (waaronder stof), en in het bijzonder brandbaar materiaal, uit wat het vuurgedeelte wordt verwijderd worden.

PP3 (9V blok, enkel alkaline)

Indien de instructies in deze handleiding of de regels en normen niet in acht worden genomen kunnen gevaarlijke situaties ontstaan.

2.2 Plaats van de kachel Dit toestel is zo gebouwd dat de verbrandingsruimte niet met de grond in aanraking komt. Het is dan ook niet nodig, op de stookplaats bijzondere maatregelen te nemen, aangezien de vloer toch niet opwarmt. min. 30 cm

De minimale afstand tussen de kachel en brandbare materialen bedraagt 30 cm.

S Wanneer u het toestel in een nis plaatst, bewaar dan minstens 5 cm afstand tussen de kachel en onbrandbare materialen.

Fig. 5 Transporthulp (a) losschroeven Let op : Bouten (b) terug in de kachel schroeven, deze worden gebruikt om de keramische tegel of de speksteentegel te ondersteunen en af te stellen. Fig. 6 Voor transport met een steekwagen de transporthulp (a) in de bovenste gleuf van de achterwand van de kachel steken Fig. 5 Fig. 7 Voor het optillen van de kachel de transporthulp (a) in de onderste gleuf van de achterwand van de kachel steken.

Het systeem maakt gebruik van een concentrische uitlaat met een binnenbuis van 10 cm diameter, ingekapseld in een buitenbuis met een diameter van 15 cm. Het rookgas uit het verbrandingselement wordt doorheen de binnenbuis veilig naar buiten afgeleid. De ruimte tussen de binnen- en buitenbuis doet dienst als toevoerkanaal dat verse lucht naar de kachel leidt. Deze concentrische buizen worden buiten aan een doorvoer gekoppeld die de rookuitstoot en de verse lucht voor de verbranding van elkaar gescheiden houdt. Deze doorvoer moet steeds vrijgehouden worden; soms moet dan ook een geschikte bescherming worden aangebracht, indien het element zich op „lage“ hoogte bevindt (gewoonlijk een hoogte van minder van 2 m boven de grond).

Met autonome systemen moeten gebouwen Fig. 6 niet extra geventileerd worden. Het toestel is ook in normale toestand geschikt voor ruimtes met airconditioning. a

Algemene instructies voor autonome systemen

De installatiemogelijkheden voor dit autonome systeem met concentrische uitlaat zijn erg verscheiden. Zowel een dak- als een wanddoorvoer zijn mogelijk. De uitlaat kan in een reeds bestaande kachel ingebouwd worden. Er kan ook een volledig nieuw afzuigsysteem geplaatst worden.

Wanneer u gebruik maakt van een reeds bestaande uitlaat of kachel, dient u voor de plaatsing contact op te nemen met een deskundige. Kachels die reeds gebruikt werden, moeten professioneel gereinigd en op gaten gecontroleerd worden. Het Europese CE-certificaat voor dit systeem geldt uitsluitend voor de door de producent opgegeven afzuigsystemen; bij plaatsing mogen dan ook enkel originele afzuigsystemen gebruikt worden, andere systemen komen niet in aanmerking. Op de volgende bladzijden vindt u meer informatie over de posities voor de doorvoerelementen.

Autonome systemen kunnen meestal binnen in houten frames geïnstalleerd worden. Daarbij is het zeer belangrijk dat ook met een afzuiginstallatie de buitenwanden die dienen als drager hun beschermende capaciteit bewaren. Vooraleer u dergelijke werken aanvat, dient u daarover eerst meer informatie te verzamelen.

Open garages of aanbouwen

Wanneer een buis uitkomt in een open garage of een aanbouw, moet deze aan weerszijden een opening hebben en vastzitten. Er moet minstens 600 mm tussen het laagste stuk dak en het boveneinde van de doorvoer zitten.

Houd bij de plaatsing van de buizen steeds rekening met de omgevingscondities en zorg ervoor dat de gastoevoer en minimale druk voldoen aan de technische specificaties in deze handleiding. Buizen van de gasaansluiting die zich op meer dan 1 meter van de kachel bevinden, hebben minstens een diameter van 15 mm; buizen met een diameter van 8 mm zijn enkel geschikt voor aansluitingen aan de kachel of voor afstanden van minder dan 1 meter tot aan de kachel. De kachel heeft een schroefverbinding voor buizen van 8 mm.

Tip: Een overdekte doorgang is geen open garage. Kelders, lichtschachten en steunwanden Plaats geen doorvoer in kelders, lichtschachten of ruimtes die buiten door steunwanden omringd worden. Dit is wel mogelijk wanneer u de juiste maatregelen heeft genomen opdat de verbrandingsproducten te allen tijde ongehinderd en veilig afgezogen kunnen worden. Dit autonome systeem mag daar geplaatst worden, op voorwaarde dat de uitlaat minstens 1 m boven het hoogste punt ervan uitkomt, zodat de verbrandingsproducten veilig kunnen vervliegen.

Aansluitingsonderdelen concentrische uitlaat

U moet op de toevoerleiding op een goed bereikbare plaats een gaskraan installeren. De gastoevoer kan dan indien nodig afgesloten worden. Verwijder stof, ander vuil en residu’s uit de toevoerleidingen vooraleer u het toestel aansluit. Vermijd zo dat de kop en de kraan verstopt raken en de garantie vervalt. Alle toestellen worden vóór verzending op gasdichtheid gecontroleerd; doe deze test echter vóór de ingebruikname opnieuw om na te gaan of de vuurhaard tijdens het transport niet beschadigd werd.

De volgende bladzijden beschrijven de verschillende aansluitingsonderdelen die men voor deze gaskachel kan gebruiken. (zie bijlage)

Belangrijke opmerking over dakdoorvoeren (C31) Wanneer de doorvoer op het dak wordt geplaatst (klasse C31), dan moet dwars over de rookuitlaat in de kachel een smoorklep (a) worden aangebracht. Werkt de Luno-kachel op propaangas, dan is zo’n smoorklep niet vereist.(Fig. 8,9)

In geval van aansluiting met een starre buisleiding moet de kachel zeker worden gefixeerd.

Om de kacheldeur te openen draait u de inbusschroeven aan de boven- en onderzijde van de kacheldeur (a,b) los. De deur opent naar links (Fig. 12, 13). Om de kacheldeur weer te sluiten zet u de meegeleverde stang (c) aan (Fig. 14). Duw de kacheldeur dicht, plaats de bovenste inbusschroef (a) en draai deze aan, doe daarna hetzelfde met de onderste schroef (b) (Fig. 15).

De kachel in de juiste positie brengen. Bevestigingshoek (a) aan de wand bevestigen met plug (g) en schroef (f). (Fig. 11) Afstand achterkant kachel - wand (Wandverbinding): 2.9

Meet de gasdruk op de vuurhaard; zorg ervoor dat alle op de gasteller aangesloten gasverbruikers – dus ook deze kachel – aanstaan.

2.10 Opstelling van het vuurbed uit decoratiehout Gebruik uitsluitend decoratiehout dat bij dit toestel werd geleverd. Volg bij de opstelling van het hout de instructies op de volgende bladzijden. Voor uw vervangstukken en matten, kunt u bij uw Hase-dealer terecht; laat deze stukken enkel door een erkende installateur plaatsen. Fig. 14 84

2.12 Opstelling van de houtblokken: aardgas

2.13 Opstelling van de houtblokken: propaan

1/2 zak asblokken, 6 decoratieve houtblokken

1/2 zak asblokken, 6 decoratieve houtblokken

Werkwijze: Leg eerst de mat op de vuurhaard en dan de kachelrooster bovenop de mat en de vuurhaard.

Werkwijze: Leg eerst de mat op de vuurhaard en dan de kachelrooster bovenop de mat en de vuurhaard.

Leg het grote blok achteraan in de verbrandingsruimte op de rooster (Fig. 16).

Leg het grote blok achteraan verbrandingsruimte op de rooster.

Verdeel de inhoud van de zak met asblokken gelijkmatig over de vuurhaard en de rooster. Zorg ervoor dat de waakvlam niet geblokkeerd raakt en er geen asblokken onder de beschermplaat van de waakvlam terechtkomen (Fig. 17).

Plaats de vier middelgrote blokken zodat elk blok achteraan met zijn uiteinde op het grote blok ligt en vooraan tot in het vuur aan de voorkant reikt.

Verdeel de inhoud van de zak met asblokken gelijkmatig over de vuurhaard en de rooster. Zorg ervoor dat de gasafvoeropeningen en de waakvlam niet geblokkeerd raken en er geen asblokken onder de beschermplaat van de waakvlam terechtkomen (Fig. 19). Plaats de twee grootste van de vier middelgrote blokken zodat elk blok achteraan met zijn uiteinde op het grote blok ligt en vooraan tot in het vuur aan de voorkant reikt. Leg één blok aan weerszijden van de vuurhaard, langs de wanden van de verbrandingsruimte (Fig. 20).

Leg het laatste kleine blok helemaal vooraan in de verbrandingsruimte, nog voor de beschermplaat van de waakvlam (Fig. 18). De waakvlam moet tijdens het branden steeds zichtbaar blijven.

Plaats de twee andere middelgrote blokken zodat elk blok achteraan met zijn uiteinde op het grote blok ligt en tegen de achterzijde van de verbrandingsruimte ligt. Het voorste uiteinde van het blok moet in het midden op de vuurhaard liggen. Zorg ervoor dat de gasafvoeropeningen niet geblokkeerd raken. Leg het laatste kleine blok helemaal vooraan in de verbrandingsruimte, nog voor de beschermplaat van de waakvlam (Fig. 21).

De waakvlam moet tijdens het branden steeds zichtbaar blijven.

2.14 Opstelling van de keramieken kachelstenen: aardgas 1 zak met 26 stenen Werkwijze: Leg eerst de mat op de vuurhaard en dan de kachelrooster bovenop de mat en de vuurhaard.

Plaats 3 stenen tegen de achterzijde van de verbrandingsruimte en 2 stenen links en rechts van de vuurhaard (Fig. 22). Leg 2 stenen in het midden naast elkaar op de vuurhaard (Fig. 23).

Plaats 4 stenen tegen de voorzijde van de rooster (Fig. 24). 12

Leg 2 stenen bovenop de 2 stenen helemaal achteraan, zodat zij tegen de achterzijde van de verbrandingsruimte liggen; 2 andere stenen horen tussen de uiterste stenen van de achterste en middelste rij (Fig. 25).

Leg daarna nogmaals 5 stenen tussen de middelste en de voorste rij (Fig. 26).

Plaats 2 stenen achter de middelste rij, tussen de 3 stenen van de rij daarachter (Fig. 27). Leg 3 stenen op een rij in het midden, op de andere stenen, zodat zij tussen de middelste en achterste rij stenen op de vuurhaard liggen.

De laatste steen hoort helemaal bovenaan, links of rechts in het achterste gedeelte (Fig. 28). Zorg ervoor dat de waakvlam zichtbaar blijft.

Alle stenen liggen nu op hun plaats.

2.15 Opstelling van de keramieken kachelstenen: propaan

2.16 Opstelling van de kiezelstenen: aardgas

1 zak met kiezelstenen

Werkwijze: Leg eerst de mat op de vuurhaard en dan de kachelrooster bovenop de mat en de vuurhaard.

Werkwijze: Leg eerst de mat op de vuurhaard en dan de kachelrooster bovenop de mat en de vuurhaard.

Plaats 3 stenen tegen de achterzijde van de verbrandingsruimte en 2 stenen links en rechts van de vuurhaard (Fig. 22). Leg 2 stenen in het midden naast elkaar op de vuurhaard (Fig. 23). Plaats 4 stenen tegen de voorzijde van de rooster (Fig. 24). Leg 2 stenen bovenop de 2 stenen helemaal achteraan, zodat zij tegen de achterzijde van de verbrandingsruimte liggen; 2 andere stenen horen tussen de uiterste stenen van de achterste en middelste rij (Fig. 25).

Verdeel de inhoud van de zak over de mat en de rooster. Zorg ervoor dat er geen kiezelstenen onder de beFig. 31 schermplaat van de waakvlam terechtkomen; dit gedeelte moet onbedekt blijven zodat de waakvlam het centrale brandelement ongehinderd kan ontsteken (Fig. 31).

Leg daarna nogmaals 5 stenen tussen de middelste en de voorste rij (Fig. 26). Plaats 2 stenen achter de middelste rij, tussen de 3 stenen van de rij daarachter. Leg 3 stenen op een rij tegen de achterzijde van de verbrandingsruimte, zodat zij bovenop de achterste rij liggen (Fig. 29). De laatste steen komt bovenop de andere stenen, in het midden en op de stenen die u het laatste in de vuurhaard heeft gelegd (Fig. 30).

2.17 Opstelling van de kiezelstenen: propaan 1 zak met kiezelstenen Werkwijze: Leg eerst de mat op de vuurhaard en dan de kachelrooster bovenop de mat en de vuurhaard. Verdeel de inhoud van de zak over de mat en de rooster; de gasafvoeropeningen moeten onbedekt blijven.

Zorg ervoor dat de waakvlam zichtbaar blijft. Alle stenen liggen nu op hun plaats.

Fig. 32 Zorg ervoor dat er geen kiezelstenen onder de beschermplaat van de waakvlam terechtkomen; dit gedeelte moet onbedekt blijven zodat de waakvlam het centrale brandelement ongehinderd kan ontsteken (Abb. 39) 25

2.18 Eerste ingebruikname van de gaskachel

Vóór de eerste ingebruikname van de gaskachel bij de klant MOET deze kachel op dichtheid worden gecontroleerd. Laat het vuur minstens 5 minuten in de hoogste stand branden, opdat het afzuigsysteem opwarmt.

In geval van problemen moeten de kachel/uitlaat gecontroleerd worden. Koppel de kachel los van de gastoevoer en vraag advies bij een deskundige. Tijdens een eerste gebruik van de kachel zal gedurende enkele uren geur en/of rook vrijkomen. Zorg daarom voor een goede ventilatie van de ruimte waar de kachel zich bevindt. Bij de eerste ingebruikname kunnen aan de binnenzijde van de keramische glasplaat witte afzettingen ontstaan. Dit is een ongevaarlijke aanzetting die met normale reinigingsproducten verwijderd kan worden.

Laat de gaskachel eenmaal per jaar door een gekwalificeerde en competente installateur controleren.

Overzicht van de wisselstukken Gebruik uitsluitend originele wisselstukken van de fabrikant. • Brandermat • Gaskraan • Aardgasbek • Propaanbek • Aardgas-ontstekingsbrander • Propaan-ontstekingsbrander • Vensters van de brandkamer

Open de deur en haal alle decoratiestukken uit de kachel.

Neem de mat van de vuurhaard.

De waakvlam brandt niet of dooft uit

Verwijder alle resten van de vuurhaard met een stofzuiger en een borstel.

Kijk of de gastoevoer aan het toestel en aan de gasteller openstaat.

Controleer het brandelement. Doe een test van de ontsteking.

Zorg ervoor dat de kop van de waakvlam niet bedekt is, geblokkeerd raakt of dat er geen stof of vuil op ligt.

Test of de ontstekingsbeveiliging werkt.

Kijk of het verwarmingselement niet beschadigd werd tijdens het transport.

Het brandelement zou probleemloos moeten werken. Indien zich toch problemen voordoen, moet de installateur de ingestelde druk van het toevoersysteem controleren; de correcte druk staat helemaal vooraan in deze handleiding.

Dit element is namelijk een erg gevoelig elektromagnetisch toestel.

Reinig de decoratiestukken en leg ze opnieuw in de kachel (volg daarbij de instructies hierboven); vervang de stukken die kapot of beschadigd zijn. Controleer of de deuren goed sluiten en de vensters nog intact zijn; sluit dan de kachel weer. Ga na of er geen gaslekken zijn. Zorg ervoor dat er geen brandbaar materiaal in het afzuigsysteem zit. 88

Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen van Hase; indien u valse onderdelen gebruikt, vervalt de garantie en kunnen gevaarlijke situaties ontstaan.

Wanneer u propaangas gebruikt: Controleer of de gasfles niet leeg is. In sommige gevallen moet u de ontstekingsprocedure meermaals herhalen.

De waakvlam brandt of werkt niet naar behoren Zorg ervoor dat de waakvlam niet te groot of te klein is voor het gas dat u gebruikt. De vlam moet het uiteinde van het verwarmingselement beroeren. De waakvlam wordt in de fabriek ingesteld.

Het centrale brandelement blijkt niet juist te branden Zorg ervoor dat er voldoende druk op het toegevoerde gas staat. Controleer de brandstofdruk door de druktestschroef los te draaien en de druk te meten met een manometer. Er moet voldoende gas worden aangevoerd. Zet het vuur op de hoogste stand en draai dan alle andere gasverbruikers in uw huis uit. Lees af op de gasteller hoeveel gas u verbruikt. Het brandelement moet probleemloos werken. De vlam moet hoger branden dan het brandelement en moet stabiel blijven. Pas dan kunnen de decoratiestukken geplaatst worden.

Afstandsbediening met temperatuurregeling 4.2

Wanneer u gelijktijdig op OFF en ▼ drukt, gaat u over van de weergave in Fahrenheit (°F) en per 12 uur naar die in Celsius (°C) en per 24 uur, en omgekeerd.

Plaats eerst de batterij en druk dan gelijktijdig op ▲ und ▼. Het weergavenvenster knippert. U zit nu in de instelmodus. In de instelmodus drukt u op ▲ om het uur en op ▼ om de minuten in te stellen.

Wij raden u aan om de gebruikershandleiding vóór de ingebruikname van uw gaskachel zorgvuldig door te lezen. Tijdens een eerste gebruik van een nieuw toestel zal gedurende enkele uren geur en/of rook vrijkomen. Zorg daarom voor een goede ventilatie van de ruimte waar de kachel zich bevindt. Dit toestel beschikt over een beveiliging. Wanneer de uitlaat geblokkeerd raakt, sluit die de gastoevoer af. Wanneer dit systeem activeert en de gastoevoer afsluit, wacht dan 3 minuten eer u de kachel opnieuw aanzet; zorg ervoor dat u de gasregelknop eerst in de OFF-positie draait. Indien de waakvlam niet aanspringt, laat de contactknop dan nog 3 minuten (of voldoende lang) uit staan. Wanneer de toevoer geblokkeerd blijft, neem dan contact op met de installateur.

Wacht even of druk op OFF om onmiddellijk naar de manuele bedieningsmodus terug te keren.

Modus om de hoogte van de vlammen manueel te regelen (kachel in standby-modus) Druk op ▲ om het centrale brandelement te ontsteken of om de vlammen hoger te laten branden. Druk op ▼ om de vlammen lager te laten branden of voor de standby-modus (waakvlammodus). Om de vlammen geleidelijk hoger of lager te laten branden drukt u verschillende keren licht op ▲ of ▼. Wanneer u op de knoppen drukt, verschijnt bovenaan rechts op het scherm van de afstandsbediening het symbool „Verzenden“.

Modus temperatuurregeling dag (automatische modus)

Modus temperatuurregeling nacht (automatische modus) Een sensor in de afstandsbediening meet de kamertemperatuur.

Het bedieningsorgaan zit achter de klapdeur, onder de kacheldeur. Deze heeft een magnetisch sluitsysteem en kan eenvoudig open worden getrokken (Fig. 33). Alle uitvoeringen van dit toestel hebben een conventionele waakvlam. De waakvlam bevindt zich midden in de vuurhaard en is zichtbaar doorheen het glas vooraan. Wanneer u de waakvlam opzettelijk of bij vergissing dooft, dient u 3 minuten te wachten eer u deze opnieuw ontsteekt.4.1

De ontvanger vergelijkt de kamertemperatuur met de ingestelde temperatuur en zet de vlammen hoger of lager. TIMER:

Modus timer Tijdens de verwarmingsperiodes P1 en P2 wordt de temperatuur gestuurd zoals in de automatische modus. Wanneer de timer op  springt (verwarmingscyclus uit), zet de servomotor de klep op standby (waakvlammodus). De temperatuurregeling wordt gedeactiveerd om de batterijen te sparen. Wanneer u ook in de modus  de temperatuur automatisch wilt laten regelen, moet u de -temperatuur op 4°C of hoger instellen.

Naar een andere modus overschakelen

Druk op de SET toets en u doorloopt de modi in deze volgorde: MAN   TEMP   TEMP  TIMER en opnieuw MAN U kunt in elke modus op ▲ of ▼ drukken om weer naar manueel te gaan. 4.6

De temperatuur instellen

Druk op de SET toets tot de modus  TEMP of  TEMP verschijnt. Houd nu SET ingedrukt tot de temperatuurweergave begint te knipperen. U kunt nu via ▲ of ▼ de gewenste temperatuur instellen.

Druk op de SET toets tot de modus TIMER verschijnt. Houd nu SET ingedrukt tot de tijdsweergave begint te knipperen. Programmeer verwarmingsperiode 1 (P1) door met ▲ de uren en met ▼ de minuten in te stellen. Druk nogmaals op SET om in te stellen wanneer de eerste verwarmingsperiode (P1) afloopt. Door nogmaals op SET te drukken stelt u de tweede verwarmingsperiode (P2-P2) in. Wanneer u slechts één verwarmingsperiode wilt instellen, voert u voor P1 en P1 dezelfde tijd in als voor P2 en P2. Wanneer u alle tijden geprogrammeerd heeft, druk u op OFF om de waarden te activeren. 4.8

Vooraleer u de kachel ontsteekt, moet de linkse regelknop (a) op „OFF“ en de rechtse (b) op „ON“ staan. Bovendien moet de ON/OFF-schakelaar (c) aanstaan. Druk tegelijk op OFF en ▲ om het ontstekingsmechanisme te activeren.

Een geluidssignaal weerklinkt wanneer het opstartsysteem in gang wordt gezet. De kachel controleert elektronisch of de hoofdgastoevoer openstaat en ontsteekt het centrale brandelement; dit kan soms 20 seconden duren.

Waarschuwing: Wanneer de waakvlam brandt, stelt de motor de maximale hoogte van de vlammen in het centrale brandelement automatisch in. Nu kunt u de kachel met de afstandsbediening in een van de hierboven beschreven modi zetten. 90

Toestel volledig uitschakelen

Druk bij elke stand gedurende enkele seconden op OFF. De vuurhaard schakelt volledig uit. Het toestel heeft een ingebouwde veiligheidsstop en kan daarom pas na enkele minuten opnieuw opgestart worden.