TS 55 EBQ - Invalzaag FESTOOL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis TS 55 EBQ FESTOOL in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Invalzaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TS 55 EBQ - FESTOOL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TS 55 EBQ van het merk FESTOOL.
GEBRUIKSAANWIJZING TS 55 EBQ FESTOOL
Originele gebruiksaanwijzing/Lijst met reserveonderdelen
Inval-cirkelzaagmachine Technische gegevens Vermogen Toerental (onbelast toerental) Schuine stand Zaagdiepte bij 0° Zaagdiepte bij 45° Afmetingen zaagblad Gewicht machine Beschermingsklasse
1200 W 2000 - 5200 min-1 0° - 45° 0 – 55 mm 0 – 43 mm 160x2,2x20 mm 4,5 kg /II TS 55 Q 1050 W 6500 min-1 0° - 45° 0 – 55 mm 0 – 43 mm 160x2,2x20 mm 4,4 kg /II De aangegeven afbeeldingen staan aan het begin van de gebruiksaanwijzing. Symbolen Bewaar alle veiligheidsinstructies en handleidingen om ze later te kunnen raadplegen. Het in de waarschuwingen gebruikte begrip „elektrisch gereedschap” heeft betrekking op elektrische gereedschappen voor gebruik op het stroomnet (met netsnoer) en op elektrische gereedschappen voor gebruik met een accu (zonder netsnoer). Waarschuwing voor algemeen gevaar Handleiding, instructies lezen! Draag oorbeschermers! Veiligheidsbril dragen.
Reglementair gebruik Conform de bepalingen zijn de machines bestemd voor het zagen van hout, op hout gelijkende materialen, gips- en cementgebonden vezelstoffen en kunststoffen. Met de door Festool aangeboden speciale zaagbladen voor aluminium kunnen de machines ook voor het zagen van aluminium worden gebruikt. Er mogen alleen zaagbladen met de volgende eigenschappen worden gebruikt: diameter zaagblad 160 mm; zaagbreedte 2,2 mm tot 2,6 mm; uitboring 20 mm; stambladdikte max. 1,8 mm; geschikt voor een toerental van maximaal 9500 min-1. Geen slijpschijven gebruiken. Festool-elektrogereedschap mag alleen worden ingebouwd in werktafels die hiervoor door Festool bestemd zijn. Door inbouw in andere of zelfgemaakte werktafels kan het elektrogereedschap onveilig worden, met mogelijk ernstige ongevallen als gevolg. Voor schade en ongevallen ten gevolge van nietreglementair gebruik is uitsluitend de gebruiker aansprakelijk!
Veiligheidsinstructies Algemene veiligheidsvoorschriften LET OP! Lees alle veiligheidsvoorschriften en instructies. Wanneer de waarschuwingen en instructies niet in acht worden genomen, kan dit een elektrische schok, brand of ernstig letsel tot gevolg hebben.
Machinespecifieke veiligheidsinstructies Zaagmethode GEVAAR: Kom met uw handen niet in het zaagbereik en raak het zaagblad niet aan. Houd met uw tweede hand de extra greep of de motorbehuizing vast. Wanneer u de cirkelzaag vasthoudt met beide handen, kunnen ze niet gewond raken door het zaagblad. Kom niet met uw handen onder het werkstuk. De beschermkap kan u onder het werkstuk niet beschermen tegen het zaagblad. Pas de zaagdiepte aan de dikte van het werkstuk aan. Er mag minder dan een volledige tandhoogte zichtbaar zijn onder het werkstuk. Houd het werkstuk dat gezaagd moet worden nooit met de hand of boven uw been vast. Zet het werkstuk vast op een stabiele ondergrond. Het is belangrijk het werkstuk goed te bevestigen, om het gevaar van lichaamscontact, beklemming van het zaagblad of controleverlies tot een minimum terug te brengen. Houd het apparaat alleen aan de geïsoleerde greepvlakken vast wanneer u werkzaamheden uitvoert waarbij het snijgereedschap verborgen stroomleidingen of de kabel van het apparaat zelf kan raken. Contact met een spanningvoerende leiding zet de metalen onderdelen van het apparaat onder spanning en veroorzaakt een elektrische schok. Gebruik bij het in de lengte snijden altijd een aanslag of een geleiderail. Hierdoor wordt de snijnauwkeurigheid verbeterd en de kans op beklemming van het zaagblad verminderd. g) Gebruik altijd zaagbladen met de juiste grootte, die geschikt zijn voor de vorm van de opnameflens (ruitvormig of rond). Zaagbladen die niet bij de montagedelen van de zaag passen, lopen onregelmatig en leiden tot controleverlies. h) Gebruik nooit beschadigde of verkeerde zaagblad-spanflenzen of -schroeven. De zaagbladspanflenzen en -schroeven zijn speciaal voor uw zaag ontworpen, voor optimale prestaties en gebruiksveiligheid. Draag een passende persooni) lijke veiligheidsuitrusting: gehoorbescherming, veiligheidsbril, stofmasker bij werkzaamheden waarbij stof vrijkomt en veiligheidshandschoenen bij het bewerken van ruwe materialen en het wisselen van gereedschap.
Terugslagoorzaken en veiligheidsvoorschriften - een terugslag is de onverwachte reactie van een hakend, klemmend of verkeerd uitgericht zaagblad, die tot gevolg heeft dat de zaag zich ongecontroleerd van het werkstuk af en in de richting van de gebruiker kan bewegen. - wanneer het zaagblad zich in de sluitende zaagspleet vasthaakt of klem komt te zitten, raakt het geblokkeerd en wordt het apparaat door de kracht van de motor in de richting van de gebruiker teruggeslagen. - wordt het zaagblad in de zaagsnede verdraaid of verkeerd uitgericht, dan kunnen de tanden van het achterste zaagbladgebied zich vasthaken in het oppervlak van het werkstuk, waardoor het zaagblad uit de zaagspleet en terug in de richting van de gebruiker. Een terugslag is het gevolg van een onjuist of verkeerd gebruik van de zaag. Dit kan worden voorkomen door de juiste voorzorgsmaatregelen te nemen, zoals hierna beschreven. a) Houd de zaag met beide handen vast en breng uw armen in zo’n positie dat u de terugslagkrachten kunt weerstaan. Blijf altijd aan de zijkant van het zaagblad en breng het zaagblad nooit in één lijn met uw lichaam. Bij een terugslag kan de cirkelzaag naar achteren springen, maar wanneer de juiste maatregelen zijn getroffen kan de gebruiker de terugslagkrachten beheersen. b) Als het zaagblad beklemd raakt of het zagen om een andere reden wordt onderbroken, laat u de in-/uit-schakelaar los en houdt u de zaag rustig in het materiaal tot het zaagblad volle-
dig stilstaat. Probeer zolang het zaagblad zich beweegt of er een terugslag kan plaatsvinden nooit om de zaag uit het werkstuk te halen of naar achteren te trekken. Ga na wat de oorzaken zijn van de beklemming van het zaagblad en hef deze op door passende maatregelen te nemen. Wanneer u een zaag die in het werkstuk steekt weer wilt starten, centreert u het zaagblad in de zaagspleet en controleert u of de zaagtanden niet in het werkstuk zijn blijven haken. Is het zaagblad beklemd geraakt, dan kan het zich bij het opnieuw starten van de zaag uit het werkstuk bewegen of een terugslag veroorzaken. U dient grote platen te stutten om het risico van een terugslag als gevolg van een beklemd zaagblad te verkleinen. Grote platen kunnen doorbuigen onder hun eigen gewicht. Platen dienen aan beide kanten, zowel bij de zaagspleet als bij de rand, te worden gestut. Gebruik geen stompe of beschadigde zaagbladen. Zaagbladen met stompe of verkeerd uitgerichte tanden leiden door de te nauwe zaagspleet tot een grotere wrijving, beklemming van het zaagblad en terugslag. Draai voor het zagen de snijdiepte- en snijhoekinstellingen vast. Wanneer de instellingen tijdens het zagen gewijzigd worden, kan het zaagblad beklemd raken en een terugslag optreden. Wees bijzonder voorzichtig wanneer u een „invalsnede“ in een verborgen gebied, bijv. een bestaande wand, uitvoert. Het invallende zaagblad kan bij het zagen in verborgen objecten geblokkeerd raken en een terugslag veroorzaken.
Functie van de beschermkap a) Controleer voor gebruik altijd of de beschermkap goed sluit. Gebruik de zaag niet wanneer de beschermkap niet vrij bewogen kan worden en niet direct sluit. Klem of bind de beschermkap nooit vast; daardoor zou het zaagblad onbeschermd zijn. Als de zaag per ongeluk op de grond valt, kan de beschermkap gebogen worden. Zorg ervoor dat de beschermkap vrij beweegt en bij alle zaaghoeken en -dieptes noch het zaagblad noch andere deel raakt. b) Controleer de toestand en de functie van de veer van de beschermkap. Werken de beschermkap en de veer niet foutloos, wacht dan met het gebruik van het apparaat. Beschadigde delen, plakkerige afzettingen of ophopingen van spaanders zorgen ervoor dat er bij de werking van de beschermkap vertraging optreedt. c) Beveilig bij de “invalzaagsnede”, die niet in een rechte hoek uitgevoerd wordt, de grondplaat
van de zaag tegen het zijdelings verschuiven. Verschuiven in zijwaartse richting kan ertoe leiden dat het zaagblad beklemd raakt en een terugslag veroorzaakt. d) Leg de zaag niet op de werkbank of op de grond zonder dat de beschermkap het zaagblad afdekt. Een onbeschermd, nalopend zaagblad beweegt de zaag tegen de zaagrichting in en zaagt wat het op zijn weg tegenkomt. Houd hierbij rekening met de nalooptijd van de zaag. tijdens het gebruik worden gemaakt. De aangegeven emissiewaarden gelden voor de belangrijkste toepassingen van het elektrische gereedschap. Wordt het elektrisch gereedschap echter voor andere toepassingen of met ander inzetgereedschap gebruikt, of is het onvoldoende onderhouden, dan kan hierdoor de trillings- en geluidsbelasting gedurende de hele werktijd aanzienlijk worden verhoogd. Met het oog op een vastgelegde werkperiode dienen voor een juiste beoordeling ook de hierin optredende vrijloop- en stilstandtijden van de machine in acht te worden genomen. De belasting over de totale werkperiode kan op deze manier aanzienlijk worden verminderd.
Functie van de spouwmes a) Gebruik het voor het spouwmes passende zaagblad. Opdat het spouwmes werkt, moet het stamblad van het zaagblad dunner zijn dan het spouwmes en de tandbreedte meer dan de dikte van het spouwmes bedragen. b) Stel de splijtwig af volgens de beschrijving in de gebruiksaanwijzing. Een verkeerde sterkte, stand en uitlijning kunnen tot gevolg hebben dat de splijtwig een terugslag niet effectief verhindert. c) Gebruik de splijtwig altijd, ook bij „invalsnedes“. De splijtwig wordt bij de materiaalinval naar boven gedrukt en veert na de inval bij het naar voren schuiven van de cirkelzaag zelfstandig in de zaagspleet. d) De splijtwig kan alleen werken als hij zich in de zaagspleet bevindt. Bij korte snedes kan de splijtwig een terugslag niet effectief verhinderen. e) Gebruik de zaag niet met een verbogen splijtwig. Door een kleine storing kan vertraging optreden bij het sluiten van de beschermkap.
Elektrische aansluiting en inbedrijfstelling De netspanning dient overeen te komen met de indicatie op de kenplaat. Schakel de machine vóór het aansluiten of loskoppelen van de aansluiting op het elektriciteitsnet altijd uit! Zie figuur 2 voor het aansluiten en ontkoppelen van het netsnoer. De schakelaar [1-8] dient als in-/uitschakelaar (drukken is = AAN, loslaten = UIT). De schakelaar kan pas in werking worden gesteld nadat de inschakelblokkering [1-9] naar boven is geschoven. Door de inschakelblokkering in werking te zetten wordt gelijktijdig de invalvoorziening ontgrendeld en kan het zaagaggregaat tegen de veerkracht in naar beneden worden bewogen. Hierbij komt het zaagblad uit de beschermkap. Bij het optillen van de machine veert het zaagaggregaat weer in de oorspronkelijke stand terug. Geleid de machine alleen in ingeschakelde toestand tegen een werkstuk. Controleer voor gebruik altijd of het inbouwapparaat functioneert en neem het alleen in gebruik wanneer het functioneert volgens de voorschriften.
Informatie over geluidsoverlast en trilling De volgens EN 60745 bepaalde waarden bedragen gewoonlijk: Geluidsdrukniveau/geluidsvermogensniveau
Totale trillingswaarden (vectorsom van drie richtingen) bepaald volgens EN 60745: Trillingsemissiewaarde (3-assig) Zagen van hout: ah < 2,5 m/s² Zagen van metaal: ah < 2,5 m/s² Onzekerheid K = 1,5 m/s² De aangegeven emissiewaarden (trilling, geluid) zijn gemeten volgens de testvoorwaarden in EN 60745 en dienen voor de machinevergelijking. Aan de hand van deze waarden kan ook een voorlopige inschatting van de trillings- en geluidsbelasting
Instellingen aan de machine Als aan de machine wordt gewerkt, dient altijd de stekker uit het stopcontact te worden gehaald! De elektronica De TS 55 EBQ/TS 55 EQ beschikt over een volledige golfelektronica met de volgende kenmerken: Zachte aanloop De zachte aanloop zorgt voor een stootvrije aanloop van de machine.
Toerentalregeling Het toerental kan met de stelknop [1-6] traploos tussen 2000 en 5200 min-1 worden ingesteld. Hiermee kunt u de freessnelheid van het betreffende materiaal optimaal aanpassen (zie tabel 1). Constant toerental Het vooraf ingestelde toerental wordt bij onbelast toerental en bij bewerking constant gehouden. Temperatuurbeveiliging Als bescherming tegen oververhitting wordt de machine bij het bereiken van een kritische motortemperatuur door de veiligheidselektronica uitgeschakeld. Na een afkoeltijd van ca. 3-5 minuten is de machine weer bedrijfsklaar. Bij een draaiende machine (onbelast toerental) neemt de afkoeltijd af. Stroombegrenzing De stroombegrenzing zorgt er bij extreme overbelasting voor dat de hoogte van de stroomopname toelaatbaar blijft. Dit kan leiden tot een lager motortoerental. Na ontlasting komt de motor direct weer op toeren. Rem (allen maar TS 55 EBQ) Bij het uitschakelen wordt het zaagblad in 1,5 – 2 seconden elektronisch tot stilstand afgeremd. Zaagdiepte De zaagdiepte kan van 0 – 55 mm worden ingesteld: - de zaagdiepteaanslag [2-3] indrukken en tot de gewenste zaagdiepte verschuiven (de op de schaal [2-1] aangegeven waarden gelden voor 0°-zaagsneden zonder geleiderail), - de zaagdiepteaanslag loslaten (de zaag-diepteaanslag klikt in stappen van 1 mm in). Het zaagaggregaat kan nu tot de ingestelde zaagdiepte naar beneden worden gedrukt. In de boring [2-2] van de zaagdiepteaanslag kan een draadpen (M4x8 tot M4x12) worden aangebracht. Door aan de draadpen te draaien kan de zaagdiepte nog exacter (± 0,1 mm) worden ingesteld. Zaaghoek Het zaagaggregaat kan tussen de 0° en 45° worden gedraaid: - draaiknoppen [2-4, 2-6] losdraaien, - zaagaggregaat in de gewenste zaaghoek [2-5] brengen, - draaiknoppen weer vastdraaien. Aanwijzing: de beide eindstanden (0° en 45°) zijn standaard ingesteld en kunnen door de klantenservice worden aangepast. - Hendel [3-2] omdraaien tot de aanslag, - inschakelblokkering [3-1] naar boven draaien en zaagaggregaat naar beneden drukken tot het inklikt, - bout [3-4] met de inbussleutel [3-3] losdraaien, - zaagblad afnemen, - flenzen [3-8, 3-10] schoonmaken, - nieuw zaagblad inzetten. De draairichting van het zaagblad [3-9] en de machine [3-7] dienen overeen te komen! - buitenste flens [3-10] zo inzetten dat de meeneempennen in de uitsparingen van de binnenste flens [3-8] grijpen. - Bout [3-4] vast aandraaien, - hendel [3-2] terugdraaien. splijtwig instellen - hendel [3-2] tot de aanslag omdraaien, - inschakelblokkering [3-1] naar boven draaien en zaagaggregaat naar beneden drukken tot het inklikt, - bout [3-6] met inbussleutel [3-3] losdraaien, - splijtwig volgens afbeelding 3 instellen, - bout [3-6] vast aandraaien, - hendel [3-2] terugdraaien.
Afzuiging Sluit de machine altijd aan op een afzuiging. Op de draaibare afzuigaansluiting [4-1] kan een Festool-afzuigapparaat met een afzuigslang met een diameter van 36 mm of 27 mm (36 mm aanbevolen wegens het geringere verstoppingsgevaar) worden aangesloten Splinterbescherming monteren Bij 0°-zaagsneden verbetert de splinterbescherming (accessoires) duidelijk de kwaliteit van de snijrand van het afgezaagde werkstukdeel aan de bovenliggende zijde. - splinterbescherming [5-1] op de beschermkap bevestigen, - machine op het werkstuk resp. de geleiderail plaatsen, - splinterbescherming tot op het werkstuk naar beneden drukken en met de draaiknop [5-2] vastschroeven. - splinterbescherming inzagen (machine op maximale zaagdiepte en toerentaltrap 6).
Wisselen van het zaagblad - Alvorens het zaagblad te wisselen de machine in de 0°-stand draaien.
Werken met de machine Bevestig het werkstuk altijd zo, dat het tijdens de bewerking niet kan bewegen. De machine dient steeds met beide handen aan de daarvoor bestemde handgrepen [1-1, 1-7] te worden vastgehouden. De machine altijd in naar voren bewegen [1-2], in geen geval de machine achterwaarts naar zich toetrekken. Voorkom oververhitting van de snijkanten van het zaagblad door de snelheid aan te passen en zorg er bij het zagen van kunststof voor dat dit niet smelt. - Aluminium mag alleen met de daarvoor door Festool bestemde speciale zaagbladen worden gezaagd. Bij het zagen van platen dienen de zaagbladen met petroleum te worden ingesmeerd, dunwandige profielen (tot 3 mm) kunnen zonder smeren worden bewerkt. Gips- en cementgebonden vezel-platen Vanwege de hoge stofontwikkeling wordt het gebruik van aan de zijkant van de beschermkap te monteren afdekking (accessoires) aanbevolen.
Zagen volgens de afgetekende lijn De zaagindicatie [4-3] geeft bij 0°- en 45°-zaagsneden (zonder geleiderail) het zaagverloop aan.
Accessoires De bestelnummers van de hieronder beschreven accessoires kunt u vinden in de Festool-catalogus of op het Internet onder „www.festool.com“.
Delen afzagen De machine met het voorste deel van de zaagtafel op het werkstuk plaatsen, de machine inschakelen, tot de ingestelde zaagdiepte naar beneden drukken en in de zaagrichting naar voren bewegen.
Parallelaanslag, tafelverbreding Voor het afzagen van delen met een maximale breedte van 180 mm kan een parallelaanslag worden ingezet. De parallelaanslag kan ook als tafelverbreding worden gebruikt.
Delen uitzagen (invallend zagen) Om een terugslag te voorkomen dienen bij invallend zagen de volgende aanwijzingen beslist in acht te worden genomen: - De machine dient steeds met de achterkant van de zaagtafel tegen een vaste aanslag te worden geplaatst. Bij het werken met een geleiderail dient de machine te worden geplaatst tegen de terugslagstop [1-4] die vastgeklemd zit op de geleiderail. - De machine dient steeds met beide handen te worden vastgehouden en slechts langzaam in te vallen. Handelwijze: de machine op het werkstuk plaatsen en tegen de aanslag (terugslagstop) zetten, machine inschakelen, langzaam tot de ingestelde zaagdiepte naar benenden drukken en in de zaagrichting bewegen. De markeringen [4-2] geven bij maximale zaagdiepte en gebruik van de geleiderail het voorste en achterste zaagpunt van het zaagblad (Ø 160 mm) aan.
Afdekking aan de zijkant, schaduwvoegen Door de aan de zijkant van de beschermkap te monteren afdekking wordt bij 0°-zaagsneden de werking van de afzuiging verbeterd. Tegelijkertijd kan de afdekking als schaduwvoegaanslag voor schaduwvoeg-breedtes vanaf 18 mm worden gebruikt. Geleidesysteem De in verschillende lengtes verkrijgbare geleiderails maken precieze en zuivere zaagsneden mogelijk en beschermen tegelijkertijd het werkstukoppervlak tegen beschadigingen. In combinatie met de omvangrijke accessoires kunnen met het geleidesysteem exacte hoekzaagsneden, verstekzaagsneden en inpaswerkzaamheden worden uitgevoerd. De bevestigingsmogelijkheid met behulp van lijmklemmen [4-4] zorgt voor een stevige houvast en voor veilig werken. De geleidetolerantie van de zaagtafel op de geleiderails kan met de beide stelklauwen [1-3] worden ingesteld. De geleiderails beschikken over een splinterbescherming [1-5], die voor het eerste gebruik op maat moet worden gesneden: - toerental van de machine op niveau 6 zetten, - machine op het achterste einde van de geleiderail plaatsen, - machine inschakelen, tot de ingestelde zaagdiepte naar beneden drukken en de splinterbescherming zonder af te zetten over de gehele lengte aanzagen. De rand van de splinterbescherming komt nu precies overeen met de snijrand.
Aluminium zagen Bij de bewerking van aluminium dient men zich uit veiligheidsoverwegingen te houden aan de volgende maatregelen: - Voorschakelen van een differentiaal- (FI) veiligheidsschakelaar. - Machine aansluiten op een geschikt afzuigapparaat. - Machine regelmatig ontdoen van stofafzetting in het motorhuis en in de beschermkap. Veiligheidsbril dragen.
Multifunctionele tafel Met de multifunctionele tafel MFT/3 kan het werkstuk eenvoudig worden opgespannen en kunnen grotere en kleinere werkstukken in combinatie met het geleidesysteem veilig en precies worden bewerkt. Door zijn talrijke gebruiksmogelijkheden is het mogelijk economisch en ergonomisch te werken. Zaagbladen, overige accessoires Om verschillende materialen snel en zuiver te kunnen bewerken, biedt Festool speciaal op de machine afgestemde zaagbladen. De bestelnummers hiervoor, evenals de overige accessoires waardoor u uw Festool-handcirkelzaagmachines op vele manieren en effectief kunt gebruiken, vindt u in de Festool-catalogus of op het Internet onder „www.festool.com“.
Onderhoud Voor aanvang van alle werkzaamheden aan de machine moet absoluut eerst de stekker uit het stopcontact worden getrokken! Machine en ventilatiesleuven altijd schoon houden. Alle onderhouds- en reparatiewerkzaamheden, waarvoor de motorbehuizing moet worden geopend, mogen alleen door een daartoe geautoriseerde servicewerkplaats worden uitgevoerd. Het apparaat is voorzien van zichzelf uitschakelende koolborstels. Als deze versleten zijn, wordt de stroom automatisch onderbroken en komt het apparaat tot stilstand. Afvalverwijdering Geef elektrisch gereedschap niet met het huisvuil mee! Voer de apparaten, accessoires en verpakkingen op milieuvriendelijke wijze af! Neem daarbij de geldende nationale voorschriften in acht. Alleen EU: Volgens de Europese richtlijn 2002/96/ EG dienen oude elektroapparaten gescheiden te worden ingezameld en op milieuvriendelijke wijze te worden afgevoerd. Garantie Voor onze toestellen verlenen we op materiaal- of productiefouten garantie conform de landspecifieke wettelijke bepalingen, minstens echter 12 maanden. Binnen de lidstaten van de EU bedraagt de garantietermijn 24 maanden (bewijs door rekening of afleveringsbewijs). Schade door natuurlijke slijtage, overbelasting, ondeskundige behandeling of schade veroorzaakt door de gebruiker of door gebruik ingaande tegen de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing of schade die bij de aankoop gekend was, blijft uitgesloten van de garantie. Ook schade die is terug te voeren op het gebruik van niet-originele accessoires en verbruiksmaterialen (bijv. steunschijf) wordt niet in aanmerking genomen. Klachten kunnen alleen aanvaard worden als het toestel in zijn geheel naar de leverancier of naar een geautoriseerde Festool-onderhoudswerkplaats teruggestuurd wordt. Bewaar de gebruiksaanwijzing, veiligheidsvoorschriften, onderdelenlijst en het aankoopbewijs zorgvuldig. Overigens gelden de actuele garantiebepalingen van de fabrikant. Opmerking: Wegens de permanente onderzoeksen ontwikkelingswerkzaamheden zijn wijzigingen aan de hier gegeven technische informatie voorbehouden. REACh voor producten, accessoires en verbruiksmateriaal van Festool REACh is de sinds 2007 in heel Europa toepasselijke chemicaliënverordening. Wij als „downstreamgebruiker“, dus als fabrikant van producten, zijn ons bewust van onze informatieplicht tegenover onze klanten. Om u altijd over de meest actuele stand van zaken op de hoogte te houden en over mogelijke stoffen van de kandidatenlijst in onze producten te informeren, hebben wij de volgende website voor u geopend: www.festool.com/reach
Notice-Facile