FWEC2 - Airconditioner DAIKIN - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis FWEC2 DAIKIN in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over FWEC2 DAIKIN
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Airconditioner in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding FWEC2 - DAIKIN en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. FWEC2 van het merk DAIKIN.
GEBRUIKSAANWIJZING FWEC2 DAIKIN
Handleiding voor gebruik en onderhoud FWEC2 LCD BEDIERING VOOR TERMINALS
BESZERELESI ES FELHASNZALOI KEZIKONYV FWEC2 LCD VEZERLO TERMINALOKHOZ
PYKOBODCTBO NO YCTAHOBKE IN 3KCIIVATALIIN FWECC2 LCD (LCD) PAHEJIb YNPABJIEHN IJRA TEPMNHAIOB
De LCD bediening is ontworpen om alle installmentierterminals van te bedieren met asynchronische monofase motor op verschillende snugheden. Met betrekking tot de standard versie is een geavanceerde besturing van de vocht en een seriële communicatie.
De oplossing (afbeelding 1), realiseert een Master-Slave system (tot 247 slave terminals), waarin een van de bedieningen de functie van Master heeft en zo alle andere slave elementen controelt.
De aansluiting worden ook in dit geval met behulp van de RS485 bus bestaande uit een eenvoudige afgeschermde kabel met 2 conductors uitgevoerd.
De master (geidenificierd met het adres 255) de volgende informatie aan de slave bedieningen:
(1) Functioneringsmodaliteit (Afkoelen of verwarmen)
(2) Set point voor de omgevingstemperatuur.
Elke Slave bediening behoudt de besturing van de snelheidskiezer en de afstelling van de omgevingstemeratuur is toegestaan met een delta van ± 2^ ten opzichte van de set point waarde die door de master bediening gestuurd worden.
HOOFDFUNCTIES EN UITRUSTING:
Temperatuurafstelling van de lucht door middel van de automatische snugheidsverandering van de ventilator.
- Temperatuurafstelling van de lucht door middel van on-off van de ventilator op vaste snugheid.
Bediening van de On/Off kleppen voor installaties met twee of vier slangen.
Bediening van de watertstand voor ondersteuningijdens verwarming.
Commutatie Afkoelen/Opwarmen op de volgende wijzes: -handmatig op de installmentie
handmatig op afstand (gecentraliseerd)
automatisch aanleiding van de watertemperatuur automatisch aan anleiding van de luchttemperatuur
Ontvochtingsfunctie
■ Serièle communicationale
BOVENDIEN IS HJUITGERUST MET:
schoon contact voor externe vrijgave (bijvoorbeeld; contact raam, ON/OFF remote aanwezigheidssensor enz.) die de functionering van de unit kan (de)activeren (contactlogica: die parameters configuratie kaart).
schoon contact voor remote gecentraliseerde commutatie Afkoelen/Verwarmen (contactlogica: die parameters configuratie kaart).
schoon contact voor de activering van de economy functie (contactlogica:zie parameters configuratie kaart).
remote watertemperatuurmeter (accessoire).
interne temperatuurmeter
interne vochtigheidsmeter
remote luchttemperatuurmeter (accessoire) (deze meter, indien aanwezig, worden gebruikt in plaats van de interne meter voor het opmeten van de omgevingstemperatuur).
remote vochtigheidsmeter (accessoire - te gebruiken in combinatie met de remote temperatuurmeter)
Het bedieningspaneel is opgebouwd UIT:
LCD display
toetsenbord
(1) Omgevingstemperatuur
(2) omgevingsvochtigheid
(3) Ingestelde temperatuur
ON Staat ventilatoren. Als het symbool knippert worden aangegeven dat de ventilatoren stilstaan en dat ze het signaal van dethermostat afwachten. Als het symbool oplicht worden aangegeven dat de ventilatoren functioneren.
OFF Staat ventilatoren. De ventilatoren staan stil als gevolg van de ingestelde snelheid op Off of als de bediening uitgeschakeld is.
AUTO Logica automatische ventilatie
Snelheid ventilator
Functioneringswijze: Afkoelen. Als deze knippert ontbreekt de vrijgave water aan de functionering van de ventilatie.
Functioneringswijze: Opwarmen. Als deze knippert ontbreekt de vrijgave water aan de functionering van de ventilatie.
Ontvochting. Als het symbool knippert wordt aangegeven dat de consensus voor de ontvochting ontbreekt. Als het symbool oplicht worden aangegeven dat deze functie geactiveerd is.
Optie Economy geactiveerd
Aanwezigheid alarmsituatie
Controle Minimum Temperatuur
Klep geopend
Elektrische weltstand. Geeft met knipperend symbool aan dat de weltstand functioneert; geeft met brandend symbool alleen aan dat de weltstand geselecteerd is
Seriele communicatie geactiveerd. Het knipperende symbol geeft aan dat de bediening de master
On/Off toets: inschakeling/uitschakeling thermostat. Tijdens de procedure voor het wijzigen van de parameters maakt deze toets het möglich om maar de normale functioning terug te keren.
Up en Down toetsen: wijziging van de temperatuur voor het regelen van de Thermostat (Opwarmen:[5.0-30.0°C], Afkoelen: [10.0-35.0°C]). Tijdens de procedure voor het wijzigen van de parameters worden deze toetsen gebruikt om de parameters te selecteren of de waarde hiervan te wijzigien.
SEL toets: in de modaliteit Opwarmen keuze van de elektrische waarstand als hulpfunctie.
Mode toets: keuze van de functioneringsmodaliteit Opwarmen / Afkoelen
Fan toets: keuze van de functioneringssnelheid
EC toets: keuze van de Economy modaliteit
COMBINATIE VAN GEACTIVEERDE TOETSEN


Met dethermostat op Off:toegang tot de configuratieprocedure parameters
Met dethermostat op On: tijdelijke weergaven van dewatertemperatuur


Keuze van de functionering Minimumtemperatuurlicht


Selectie ontvochting
CONFIGURATIE KAART
De kaart kan aan de hand van het soort te besturen terminal/ installatie geconfigureererd worden door middel van de wijziging van een,aantal parameters.
LIJST PARAMETERS
- P00 = configuratiebediening(zie“VoorzieneConfiguraties”) om het soort te besturen terminal te selecteren.
- P01 = soort installment van de bediening
- 000: op de terminal
- 001: wand
P02 = Modbus adres (om de wijziging van deze parameter te activeren (met uitzondering van de interne passage tussen waarden) is het noodzakelijk om aan het einde van de programmering de voeding los en wee ter vast te koppelen)
-0: deactiveert de sériele communicatie
-1-247: slave
-255: master
P03 = neutrale zone [20-50°C/10]; parameter gebrukt in het geval van configuraties met commutatie automatisch afkoelen/opwarmen maar aanleiding van de luchttemperatuur.
PQ4 = Meter water:
-0: Niet voorzien
-1: voorzien
Naar aanleiding van de ingestelde waarde worden het desbetreffende alarm meter en vrijgave voor de elektrische waarstand op passende wijze ingesteld.
P05 = Logica voor configuratie gebruik digitale ingangen 1 en 2:
DIN1 = - DIN2 = -
- l: DIN1 = - DIN2 = OnOff
- 2: DIN1 = Zom/WintDIN2 = -
3: DIN1 = Eco DIN2 = -
P06 = logica voor gebruik digitale ingang 1:
- : [open/dicht] = [Afkoelen/Verwarmen] = [-/ECO]
1: [open/dicht] = [Afkoelen/Verwarmen] = [ECO/-]
P07 = logica voor gezruik digitale ingang 2:
P08 = Remote vochtigheidsmeter:
- : Niet voorzien
- 1: voorzien
Aan de hand van de ingestelde waarde za eventuele het alarm meter bestuurd worden.
CONFIGURATIEPROCEDURE PARAMETERS


Druk tegelijkertijd op de toetsen


Gebruik de toetsen om de waarde van het display te wijzigen tot de password Waarde 10, en drukervolgens op SEL. Indien correct verkrijgt u toegang tot de parameters
Gebruik de toetsen om langs de verschillende parameters te lopen (zie de hierboven beschreiben "Lijst Parameters").

Druk op (SEL) om de wijziging van de parameter te activeren (de waarde begint te knipperen)
Gebruik de toetsen om de waarde te veranderen
Druk op SEL om de(AP) neue ingestelde waarde op te slaan ofom de wijziging te wissen
Druk op de toets om de procedure te verlaten als u eenmaal de betreffende parameters gewijzigd heeft
NB: De procedure voor de parametrising heeft een beperkte duur. Als dezeperiode voor bij is (ongeveer 2 minute) worden dethermostat op de Off stand gebracht en zullen alleen de wijzigingen opgeslagen worden.
VOORZIENE CONFIGURATIONS (PARAMETER P00)
De LCD bediening kan maar aanleiding van het systeemtype op verschillende wijzes geconfigureerd worden. De verschillende configuraties können verkreten worden door de parameter P00 op passende wijze te configureren (zie de procedure voor de configuratie van de bedieningsparameters).
001
Slangen installment: 2
Klep: NEE
Weerstand: NEE
Snelheid ventilatie: 3
■ Logica commutatie zomer/winter: PLAATSELJK HANDMATIG
002
Slangen installment: 2
Klep: NEE
Weerstand: NEE
Snelheid ventilatie: 3
■ Logica commutatie zomer/winter: AFSTAND HANDMATIG
003
Slangen installment: 2
Klep: NEE
Weerstand: NEE
Snelheid ventilatie: 3
■ Logica commutatie zomer/winter: AUTOMATISCH ZIJDE WATER
004
Slangen installment: 2
Klep: NEE
Weerstand: NEE
Snelheid ventilatie: 4
■ Logica commutatie zomer/winter: PLAATSELJK HANDMATIG
005
Slangen installment: 2
Klep: NEE
Weerstand: NEE
Snelheidventilatie:4
■ Logica commutatie zomer/winter: AFSTAND HANDMATIG
006
Slangen installment: 2
Klep: NEE
Weerstand: NEE
Snelheidventilatie:4
■ Logica commutatie zomer/winter: AUTOMATISCH ZIJDE WATER
007
Slangen installment: 2
Klep: NEE
Weerstand:JA
Snelheid ventilatie: 3
■ Logica commutatie zomer/winter: PLAATSELJK HANDMATIG
008
Slangen installment: 2
Klep: NEE
Weerstand:JA
Snelheid ventilatie: 3
■ Logica commutatie zomer/winter: AFSTAND HANDMATIG
009
Slangen installment: 2
Klep: NEE
Weerstand:JA
Snelheid ventilatie: 3
■ Logica commutatie zomer/winter: AUTOMATISCH ZIJDE LUCHT
010
Slangen installment: 2
Klep: NEE
Weerstand:JA
Snelheid ventilatie: 4
■ Logica commutatie zomer/winter. PLAATSELJK HANDMATIG
011
Slangen installment: 2
Klep: NEE
Weerstand:JA
Snelheid ventilatie: 4
■ Logica commutatie zomer/winter: AFSTAND HANDMATIG
012
Slangen installment: 2
Klep : NEE
Weerstand:JA
Snelheidventilatie:4
■ Logica commutatie zomer/winter: AUTOMATISCH ZIJDE LUCHT
013
Slangen installment: 2
Klep: 2/3 WEGS
Weerstand: NEE
Snelheid ventilatie: 3
■ Logica commutatie zomer/winter: PLAATSELJK HANDMATIG
014
Slangen installment: 2
Klep: 2/3 WEGS
Weerstand: NEE
Snelheid ventilatie: 3
■ Logica commutatie zomer/winter: AFSTAND HANDMATIG
015
Slangen installment: 2
Klep: 2/3 WEGS
Weerstand: NEE
Snelheid ventilatie: 3
■ Logica commutatie zomer/winter: AUTOMATISCH ZIJDE WATER
016
Slangen installment: 2
Klep: 2/3 WEGS
Weerstand: NEE
Snelheid ventilatie: 4
■ Logica commutatie zomer/winter. PLAATSELJK HANDMATIG
017
Slangen installment: 2
Klep: 2/3 WEGS
Weerstand: NEE
Snelheid ventilatie: 4
■ Logica commutatie zomer/winter: AFSTAND HANDMATIG
VOORZIENE CONFIGURATIONS (PARAMETER P00)
018
Slangen installment: 2
Klep: 2/3 WEGS
Weerstand: NEE
Snelheid ventilatie: 4
■ Logica commutatie zomer/winter: AUTOMATISCH ZIJDE WATER
019
Slangen installment: 2
Klep: 3 WEGS
Weerstand:JA
Snelheid ventilatie: 3
■ Logica commutatie zomer/winter: PLAATSELJK HANDMATIG
020
Slangen installment: 2
Klep: 3 WEGS
Weerstand:JA
Snelheid ventilatie: 3
■ Logica commutatie zomer/winter: AFSTAND HANDMATIG
021
Slangen installment: 2
Klep: 3 WEGS
Weerstand:JA
Snelheid ventilatie: 3
■ Logica commutatie zomer/winter: AUTOMATISCH ZIJDE LUCHT
022
Slangen installment: 2
Klep: 3 wegs
Weerstand:JA
Snelheid ventilatie: 4
■ Logica commutatie zomer/winter: PLAATSELJK HANDMATIG
023
Slangen installment: 2
Klep:3 WEGS
Weerstand:JA
Snelheid ventilatie: 4
■ Logica commutatie zomer/winter: AFSTAND HANDMATIG
024
Slangen installment: 2
Klep: 3 WEGS
Weerstand:JA
Snelheid ventilatie: 4
■ Logica commutatie zomer/winter: AUTOMATISCH ZIJDE LUCHT
025
Slangen installment: 4
Klep: NEE
Weerstand: NEE
■ Snelheid ventilatie: 3
■ Logica commutatie zomer/winter: PLAATSELJK HANDMATIG
026
Slangen installment: 4
Klep: NEE
Weerstand: NEE
■ Snelheid ventilatie: 3
■ Logica commutatie zomer/winter: AFSTAND HANDMATIG
027
Slangen installment: 4
Klep: NEE
Weerstand: NEE
Snelheid ventilatie: 3
■ Logica commutatie zomer/winter: AUTOMATISCH ZIJDE LUCHT
028
Slangen installment: 4
Klep: NEE
Weerstand: NEE
Snelheid ventilatie: 4
■ Logica commutatie zomer/winter: PLAATSELJK HANDMATIG
029
Slangen installment: 4
Klep: NEE
Weerstand: NEE
Snelheid ventilatie: 4
■ Logica commutatie zomer/winter: AFSTAND HANDMATIG
030
Slangen installment: 4
Klep: NEE
Weerstand: NEE
Snelheid ventilatie: 4
■ Logica commutatie zomer/winter: AUTOMATISCH ZIJDE LUCHT
031
Slangen installment: 4
Klep: 2/3 WEGS
Weerstand: NEE
■ Snelheid ventilatie: 3
■ Logica commutatie zomer/winter: PLAATSELJK HANDMATIG
032
Slangen installment: 4
Klep: 2/3 WEGS
Weerstand: NEE
Snelheid ventilatie: 3
■ Logica commutatie zomer/winter: AFSTAND HANDMATIG
033
Slangen installment: 4
Klep: 2/3 WEGS
Weerstand: NEE
Snelheid ventilatie: 3
■ Logica commutatie zomer/winter: AUTOMATISCH ZIJDE LUCHT
034
Slangen installment: 4
Klep: 2/3 WEGS
Weerstand: NEE
Snelheid ventilatie: 4
■ Logica commutatie zomer/winter: PLAATSELJK HANDMATIG
VOORZIENE CONFIGURATIONS (PARAMETER P00)
035
Slangen installment: 4
Klep: 2/3 WEGS
Weerstand: NEE
Snelheid ventilatie: 4
■ Logica commutatie zomer/winter: AFSTAND HANDMATIG
036
Slangen installment: 4
Klep: 2/3 WEGS
Weerstand: NEE
Snelheid ventilatie: 4
■ Logica commutatie zomer/winter: AUTOMATISCH ZIJDE LUCHT
037
Slangen installment: 4
Klep: NEE
Weerstand:JA
Snelheid ventilatie: 3
■ Logica commutatie zomer/winter: PLAATSELIJK HANDMATIG
038
Slangen installment: 4
Klep: NEE
Weerstand:JA
Snelheid ventilatie: 4
■ Logica commutatie zomer/winter: PLAATSELIJK HANDMATIG
SERIELE COMMUNICATIE
Aansluiting op het RS485communicatienetwork.
Het communicatienetwork, type Bus, bestaat uit een eenvoudige afgeschermde kabel met 2 conductors direct aangesloten op de seriële poorten RS485 van de bedieningen (klemmen A, B en GND).
"Voor de realisering van het network gebruik een AWG24 (doorsnede 0,511 mm) kabel"
Het communicatienetworkdient de volgende algemenestructuur te hebben (afbeelding 4).
In het geval van de "MASTER-SLAVE" oplossing dient een eindweerstand op de beiden bedieningen aan de uiteinden van het network te worden geinstalleerd.
NB: (1) Respecteer de polariteit van de verbinding: aangegeven met A(-) en B(+)
(2) Voorkom aardingsringen (slechts aan een uiteinde afscherming door aarding)

LET OP:
Maak gebruik van een afgeschermde AWG24 kabel
Aangeraden kleuren voor het communicatienetwork: A (-) kleur Bruin; B (+) kleur Geel
LOGICA
COMMUTATIE AFKOELEN/OPWARMEN
4verschillende logica voor de keuze van de functioneringsmodalityit van dethermostat aan aanwezig en+zijn gedefiniereerd naaanleiding van de op de bediening ingestelde configuratie:
- Plaatselijk: keuze door de gebruiker door middel van de toets MODE
- Afstand: waar aanleiding van de staat van de Digitale Ingang DI1 (logica contact: zie parameters configuratie kaart)
- Naar aanleiding van de watertemperatuur

NB: in het geval van het alarm meter water keert de bediening van de modaliteit tijdelijk waar de Plaatselijke modaliteit terug
- Naar aanleiding van de luchttemperatuur:

Waar:
Set staat voor de temperatuur ingesteld met de pijltjes
ZN staat voor de neutrale zone (parameter P03)
De functioneringsmodaliteit van de thermostat worden op het display aangegeven met de symbolen (afkoelen) en (opwarmen).
VENTILATIE
De controle kan terminals met 3 of 4 snelheden besturen
KEUZE SNELHEID FUNCTIONERING
Door gebruik te makes van de knop Fan is het möglichk om de volgende snelheden te kiezen:
AUTOMATISCHE SNELH: waar aanleiding van de ingestelde temperatuur en de luchttemperatuur van de omgeving.
Bij configuraties met 3 snelheden
1 = minimum snelheid
2 = gemiddelde snelheid
3 = maximum snelheid

Bij configurations met 4 snelheden.
haar:

sm = superminimum snelheid
1 = minimum snelheid
2 = gemiddelde snelheid
3 = maximum snelheid


NB: bij de configuraties met 4 snelheden en klep worden de ventilatieijdens het opwarmen met 0.5^ vertraagd om een eerste fase voor naturale convectie möglich te make.
■ Snelheid gedeactiveerd: Alleen te kiezen bij opwarmen en bij configuraties met 4 snelheden, maar de terminal met enkel naturale convectie functioneren.

Superminimum snelh.: Alleen te kiezen bij configuraties met 4 snelheden, gebruikt de superminimum als vaste snelheid.

Minimum snelh.

Gemiddelde snelh.
NB: In het geval van een vaste snelheid zal de logica voor de activering van de ventilator gelijk zijn aan de automatische logica.
VRIJGAVE VAN WATER
De functionering van de ventilatie is gebonden aan de contrôle van de watertemperatuur van de installmente. Naar aanleiding van de arbeitsmodaliteit hebben we verschillende graden van vrijgave voor opwarmen en afkoelen.


De afwezigheid van deze vrijgave op het moment dat de thermostat hierom vraagt, worden op het display aangegeven met het knipperen
van het symbol voor de actieve modaliteit (of
Deze vrijgave worden genegeerd in het geval van:
Meter water nicht voorzien (P04 = 0) of in alarmsituatuies waar dat hij Niet aangesloten is.
Bij het afkoelen bij configuratures met 4 slangen.
LOGICA
FORCERINGEN
De normale logica voor ventilatie worden genegeerd in het geval van bijzondere geforceerde situations die moodzakelijk zouden+kennen zijn voor de correcte controle van de temperatuur of de functionering van de terminal. Het volgende is möglichk:
Bij Afkoelen:
met bediening op de machine (P01 = 0) en configuraties met klep: de laagst möglichke snelheid worden behouden ook bij bereekte temperatuur.
Bediening op de machine en configuraties zonder klep: elke 10 minutes ventilatie worden een reiniging van 2 minutes op gemiddelde snugheid uitgevoerd om het möglich te makeen dat de meter lucht een correctere aflezing van de omgevingstemperatuur kan uitvoeren.
Bij Opwarmen
Met actieve weiterstand: de ventilatie op gemiddelde slenlheid worden geforceerd.
■ Als de waarstand eenmaal uitgeschakeld is: worden gedurende 2 minuten een post ventilatie op gemiddelde snugheid behouden. (NB: deze ventilatie worden ook als de thermostat uitgezet worden of als men op de modaliteit afkoelen overgaat afgewerkt).
DISPLAY
Het display geeft de staat van de ventilator wee
On knipperend: ventilator in standby
On vast:ventilator aan
OFF: ventilator gedeactiveerd om alleen de naturale convectie te laten functioneren

en de snelheid voor de functionering (met eventuele weergave van de logica "automatisch") geactiveerd of geselecteerd (in het geval van de ventilator in stand-by)

superminimum snelh.
minimum snelh.
gemiddelde snelh.
maximum snelh.

NB: in het geval dat de geactiveerde snelheid verschlvt van de door de gebruiker gekozen snelheid (in het geval van eenforcering), worden met een enkele druk op de toets Fan们都ze snelheid aangegeven verwijl een volgende druk de instelling wijzigt.
KLEP
De bediening kan 2 of 3 wegs kleppen van het type ON/OFF met een voedingsspanning van 230V besturen.
OPENING
De opening van de klep worden aanleiding van de arbeitsset en de luchttemperatuur bestuurd


VRIJGAVE VAN WATER
De contrôle van de watertemperatuur voor de vrijgave van de opening betreft alleen de configuraties met 3 wegs kleppen en elektrische waarstand.
Bij deze configuraties worden een contrôle van de watertemperatuur uitgevoerd in het geval van:
Opwarmen met waterrstand: de functionering van de waterrstand leidt tot eenforcering van de ventilatie; het is dus noodzakelijk de eventuele voorbijgang van te koud water in de terminal te voorkomen.

Post ventilatie als gevolg van de uitschakeling van de waarstand: behouden tot het verlopen van de vastgesteldeijd, ook in het geval van de wijziging van de functioneringsmodalityit. Tijdens deze post ventilatie komt de vrijgave van water overeen met degene voor de ventilatie.
DISPLAY
De weergave van de actieve klep op het display zaal door het symbool gebeuren.
ELEKTRISCHE WEERSTAND
Als dit door de configuratie voorzien is kan de waarstand door middel van de toets Sel geselecteerd worden.
ACTIVERING

Het gebruik van de elektrische staat, als deze doore de gebruiker geseleed wordt, vindt op aanvraag van de thermostat aanleiding van de omgevingstemperatuur plaats.
NB: de activering leidt tot eenforcering van de ventilatie.
VRIJGAVE VAN WATER
De vrijgaven van water voor de activering van de waarstand is gebonden aan de controle van de watertemperatuur. Hierop volgt de desbeteffende logica voor de vrijgave.
Deze vrijgave worden nicht geveven in het geval dat van een Niet voorziene of losgekoppelde meter.

DISPLAY
Het display geeft de volgende informatatie weeer
■ weerstand geselecteerd door gebruiker: vast symbol
weerstand actief: knipperend symbol
ECONOMY
De Economy functie voorziet een correctie van het setpoint met 2.5^ en eenforcering bij de laagst möglichke snugheid om de functionering van de terminal te verkleinen.
■ Afkoelen: set + 2.5°C
Opwarmen: set -2.5°C
ACTIVERING
De functie kan door de druk op de toets 念 worden geactiveerd.
DISPLAY
Op het display wordt de
Economy functie weergegeven met het symbol

CONTROLE MINIMUM TEMPERATUUR
Deze logica maakt het möglichk om met uitgeschakelde thermostat te controleren dat de omgevingstemperatuur Niet teveel daalt, door eventueel de terminal voor deoodzakelijk hijt in de modaliteit opwarmen te forceren.
Als de elektrische staat anwezig is worden deze alleen gebrukt in het geval dat de hij eerder geselecteerd was als een hulpbron bij Opwarmen.
KEUZE
De contrôle Minimum Temperatuur kan geselecteerd worden, bijuitgeschakelde thermometer, door de druk tegelijkertijd op
de toetsen MODE
Dezelfde combinatie van toetsen deactiveert deze functiorering.
ACTIVERING
Als deze controle geselecteerd is zal de terminal ingeschakeld worden in het geval dat de omgevingstemperatuur onder de 9^ daalt.

Als de temperatuur eenmaal boven de 10^ gestegen is keert de thermostat op de Off stand terug.
NB: een eventuele Off door digitale ingang blokkeert deze logica.
DISPLAY
Het display geeft de volgende informatatie weeer
■ controle Minimum Temperatuur geselecteerd: symbol
■ controle Minimum Temperatuur actief: weergave DEFR


ONTVOCHTING
De ontvochtingsfunctie, alleen te gebruiken in de afkoelmodalityit, voorziet in de functionering van de terminal met het doel om de vochtigkeit van de omgeving met 10% af te latenten op het moment dat de functie geselecteerd worden.
KEUZE
De ontvochting kan, in Afkoelen, ge(de)activeerd worden
door tegelijkertijd te drukken op de toetsen Met de Niet voorziene watermeter (P04 = 0) of het ontbreken van de remote vochtigheidsmeter in het geval van een installmente op de machine (P08 = 0) is deze selectie Niet möglichk. Door hem te selecteren worden het neutrale gebied voor de automatische commutatie zijde lucht geforceerd op 5^
LOGICA
Als hij eenmaal geseleed is, stelt de logica voor Ontvochtig voord de te bereiken vochtigkeit de set af op de vochtigkeit op het moment van de selectie minus 10% . In het geval dat de vochtigkeit van de omgeving lager dan 40% is zal de set voor referentie afgesteld worden op 30% .
De ventilatiesnelheid worden tot een minimum of, in het geval van temperaturen hoger dan de ingestelde set, tot een middelmatige snugheid geforceerd.

Aangezien de vochtigheid tot de ingestelde waarde teruggebracht dient de worden, zal de ventilatie (en de klep, indien aanwezig), ook in het geval dat de omgeving de desbeteffende set al bereikt heeft (zichtbaar op het display met het symbol 3. In het geval dat men te veel onder deze grens zakt, worden de logica tijdelijk afgeremd), worden geactiveerd.

VRIJGAVE VAN WATER
De vrijgave voor de activering van de ontvochtig is verbonden met de controle van de watertemperatuur. Hierop volgt de desbetreffende logica voor de vrijgave.

De uitgebleven vrijgave voorziet in de tijdelijke afremming van de logica voor ontvochting. Hetzelfde geleurt in het geval dat de meter losgekoppeld worden.
NB: als eenmaal de referentie vochtigkeit bereikt worden of de bediening op Off gezet worden, zal de ontvochtig gedeactiveerd worden.
DISPLAY
Het display geeft de volgende informatie wee:
Ontvochting geactiveerd: oplichtend symbol

Ontvochting tijdelijk gedeactiveerd: knipperend symbol

ALARMEN
De bediening bestuurt twee verschillende alarmsoorten:
■ Ernstige Alarmen: veroorzaken de geforceerde uitschakeling van dethermostat.
Niet Ernstige Alarmen: forceren de uitschakeling van de thermostatnieroot aanblokkeren eventueelkritieke functies.

ERNSTIGE ALARMEN
Cod. R I = fout externe luchttemperatuurmeter (als de thermostat op op de Machine geinstalleerd is)
Cod. R02 = fout interne luchttemperatuurmeter (als de thermostat op de Wand geinstalleerd is en de externe luchttemperatuurmeter losgekoppeld is)
NIET ERNSTIGE ALARMEN

Thermostat OFF

Thermostat ON
Cod. R03 = fout watertemperatuurmeter
Cod R04 = bout externe vochtigheidsmeter (alleen als deremote temperatuurmeter geinstalleerd is)
Cod A05 = fout interne vochtigheidsmeter
NB: deindicatie van de alarmcode worden alleen bijuitgeschakeldethermostat weergegeven.
MODBUS
Het op de bediening geimplementeerde protocol is Modbus RTU (9600, N, 8, 2) op RS485
GEIMPLEMENTEERDE FUNCTIONS
0x03 : Read Holding Registers
0x04:Read Input Registers
0x10 : Write Multiple registers
GEIMPLEMENTEERDE UITZONDERINGEN
Exception Code 02: Invalidate data address
LIJST MET PARAMETERS VOOR SUPERVISIE
| ADRES | REGISTER | TYPE | U.O.M. |
| 0 | Staten | R | - |
| 1 | Snelheid | R | - |
| 2 | Luchttemperatuur | R | [°C/10] |
| 3 | Vochtigheid | R | % |
| 4 | Watertemperatuur | R | [°C/10] |
| 5 | P00: Configuratie | R | - |
| 6 | P05: Config. DIN | R | - |
| 7 | T. Setpoint actief | R | [°C/10] |
| 8 | T. Setpoint gebruiker | R | [°C/10] |
| 9 | Versie LCD | R | - |
| 50 | Digitalen 1 | R/W | - |
| 51 | - | R/W | - |
| 52 | Setpoint - Afkoelen | R/W | [°C/10] |
| 53 | Setpoint - Verwarmen | R/W | [°C/10] |
| 54 | Minimum Setpoint - Afk | R/W | [°C/10] |
| 55 | Maximum Setpoint - Afk. | R/W | [°C/10] |
| 56 | Minimum Setpoint - Verw. | R/W | [°C/10] |
| 57 | Maximum Setpoint - Verw. | R/W | [°C/10] |
| 58 | Snelheid | R/W | - |
| 59 | Correctie Economy | R/W | [°C/10] |
BESCHRIJVING UITLEESREGISTERS [R]
Register "STATEN"
| H | |||||||
| Bit 15 | Bit 14 | Bit 13 | Bit 12 | Bit 11 | Bit 10 | Bit 9 | Bit 8 |
| - | - | P04 | Deum | P06 | P07 | DI2 | DI1 |
| L | |||||||
| Bit 7 | Bit 6 | Bit 5 | Bit 4 | Bit 3 | Bit 2 | Bit 1 | Bit 0 |
| Vh | Vc | Allarme | MinT | Eco | P01 | S/W | On/Off |
- On/Off: staat terminal (0: Off, 1=On)
- S/W: functioneringsmodaliteit (0:S=afkoelen,1:W=verwarmen)
- P01: parameter "installatie rand/wand"
- Eco: logica Economy actief
Min.T: logica Minimum Temperatuur geselecterd - Alarmen: algemene weergave alarmen (wordt geactiveerd op het moment dat zich een van de bestuurde alarmen zich voordoet i)
- Vc: staat digitale uitgang Vc
- Vh: staat digitale uitgang Vh
- DI1: logische waarde dig. ingang 1 (de fysieme staat van de ingang hangt af van de geassocieerde logica)
- DI2: logische waarde dig. ingang 2 (de fysielse staat van de ingang hangt af van de geassocieerde logica)
- P07: parameter "Logica DIN 2"
- P06: parameter "Logica DIN 1"
- Ontv.: ontvochtiging functioneert (0:nee, 1:ja)
- P04: parameter "voorziene meter water"
■ REGISTER "SNELHEID": snelheid waarop de terminal functioneert
- 0: geen enkele ventilatie geactiveerd
- 1: superminimum snelheid
- 2: minimum snelheid
- 3: gemiddelde snelheid
- 4: maximum snelheid
■ REGISTER "LUCHTTEMPERATUUR": de omgevingstemperatuur die door de bediening gemeten en door hetdisplay weergegeven worden (NB: deze temperatuur stent overeen met de meting van de remote meter als deze opde installmentie aanwezig is of, in het geval van een bediening aan de wand en een losgekoppelde remote meter, de meting van de interne meter)
■ REGISTER "VOCHTIGHEID": de omgevingsvochtingheid gemeten door de bediening van de meter met betrekking tot de gebruekte temperaturmeter meter.
■ REGISTER "WATERTEMPERATUUR": watertemperatuur gemeten door de desbeteffende meter (SW)
Register "P00": parameter "Configuratie bediening"
Register "T. SETPOINT ACTIEF: setpoint gekruikt voor de afstelling
Register "T. SETPOINT GEBRUKER": setpoint door de gebruiker ingesteld (kan afwijken van de geactiveerde setpoint als gevolg van correcties voor de economy logica,... of voor het gebruik van de setpoint voor supervisie)
Register "VERSIE LCD": bepaalt het soort bediening en de geinstalleerde softwareversie (0xHHSS: HH: karakter ASCII, SS:versie sw)
BESCHRIJVING UIITLEES/CODERIG REGISTERS [R/W]
Register "DIGITALEN 1":
| H | |||||||
| Bit 15 | Bit 14 | Bit 13 | Bit 12 | Bit 11 | Bit 10 | Bit 9 | Bit 8 |
| En.Vel | En.Min/Max | En.Set | En.MinT | En.ECO | En.RE | En.S/W | En.On/Off |
| L | |||||||
| Bit 7 | Bit 6 | Bit 5 | Bit 4 | Bit 3 | Bit 2 | Bit 1 | Bit 0 |
| - | - | Lock | MinT | Eco | RE | S/W | On/Off |
- On/Off: On/Off voor supervisie
- S/W: Modaliteit voor supervisie (0: Afkoelen, 1: Verwarmen)
- RE: selectie Weerstand voor supervisie
- Eco: activering Economy voor supervisie
- MinT.: activering controle Minimum Temperatuur voor supervisie
- Lock: blokkering toetsenbord (0: nicht geblokkeerd, 1: geblokkeerd)
- En. On/Off: activering contrôle On/Off voor supervisie
- En.S/W: activering contrôle modaliteit voor supervisie
- En.RE: activering selectie Elektrische Weerstand voor supervisie
- En.ECO: activering economy voor supervisie
- En.MinT: activering selectie logica voor Minimum Temperatuur voor supervisie
- En.Set: activering forcing setpoint voor supervisie
- En.Min/Max: activering drempels setpoint voor supervisie
- En.Vel: activering selectie snelheid ventilator voor supervisie
Register "SETPOINT - AFKOELEN": setpoint voor supervisie voor de modaliteit Afkoelen
Register "SETPOINT - VERWARMEN": setpoint voor supervisie voor de modaliteit Verwarmen
Register "MINIMUM SETPOINT - AFK": laagste limiet voor setpoint bij afkoelen
Register "MAXIMUM SETPOINT - AFK.": hoogste limiet voor setpoint bij afkoelen
Register "MINIMUM SETPOINT - VERW." : laagste limiet voor setpoint bij verwarmen
Register "MAXIMUM SETPOINT - VERW.": hoogste limiet voor setpoint bij verwarmen
Register "SNELHEID": selectie nselheid ventilatoren voor supervisor
Register "CORRECTIE ECONOMY": correctie setpoint in het geval van economie voor supervisor (deze correctie worden afhankelijk van de functioneringsmodaliteit aan de setpoint verwijderd of togegevoegd)
ZELFDIAGNOSEPROCEDURE
Deze procedure maakt het möglichk om de correcte functionering van de verschillende uitgangen van de bediening zich te controlleren.
Volg de hieronder aangegeven aanwijzingen op voor het uitvoeren van deze procedure.
Plaats de thermostat op Off

Druk tegelijkertijd op de toetsen SEL MODE

Gebruik de toetsen om de waarde van het display te wijzigen tot de password voor de zichdiagnose (030) en druk op SEL. Het volgende scherm zal worden weergegeven:

Druk op de toets om achtereenvolgens de verschil-lende uitgangen van dethermostat in te schakelen.
| Symbool | Activering | Klemmen |
| 兴 | SuperminimumSNelheid | N-V0 |
| - | MinimumSNelheid | N-V1 |
| - | GemiddeldeSNelheid | N-V2 |
| - | MaximumSNelheid | N-V3 |
| 兴 | Klep | N-Vc |
| 兴 | Weerstand Tweede klep | N-Vh |
| Geen symbool | geen enkeleuitgang geactiveerd |
Het is möglichk om een voor een de uitgangen van de elektronische controle te controleren door het desbetreffende onderdeel te observeren (klep, ventilator..) of door de aanwezigheid van een spanning van 230 V op de overeenstemmende klemmen te verifierten.
Druk op de toets om de zelfdiagnoseprocedure te verlaten (na een aantal minuten za dethermostat deze procedure automatisch verlaten).
ELEKTRONISCHE KAART (AFBEELDING 6)
haar
| Vc | Klep |
| Vh | Klep Warm / Weerstand |
| V0 | Superminimum snelh. |
| V1 | minimum snelh. |
| V2 | gemiddelde snelh. |
| V3 | maximum snelh. |
| N | Neutraal |
| L | Fase |
| PE | Aarde |
| A-B-GND | RS 485 |
| SU | Remote vochtigheidsmeter |
| SW | Meter water |
| SA | Remote meter lucht |
| DI1 | Dig. ingang 1 |
| CI12 | Normaal DI1-2 |
| DI2 | Dig. ingang 2 |
NB:
Voor vermogenaansluitingen kabel met doorsnede 2mm^2 gebruiken
Voor digitale ingangen kabel type AWG 24 gebruiken
Voor verlengingen meters en RS485 afgeschermde kabel type AWG 24 gezruiken
(Zie bijlage Elektrische Schema's)
(Zie bijlage Elektrische Schema's)
Legenda met de symbolen van de elektrische schema's:
| V0 | Superminimum Snelheid |
| V1 | Minimum Snelheid |
| V2 | Gemiddelde Snelheid |
| V3 | Maximum Snelheid |
| L | Fase |
| PE | Aarde |
| N | Neutraal |
| RE | Elektrische Weerstand |
| SW | Meter Water |
| SA | Meter Lucht |
| SU | Vochtigheidsmeter |
| BK | Zwart (Maximum Snelh.) |
| BU | Blauw (Gemiddelde Snelh.) |
| RD | Rood (Superminimum/Minimum snelh.) |
| WH | Wit (algemeen) |
| GY | Grijs |
| BN | Bruin (Minimum snelh.) |
| GN | Groen |
| YE | Geel |
| MS | Micro-onderbreker Flap |
| DI1 | Digitale ingang 1 |
| DI2 | Digitale ingang 2 |
| CI12 | Algemene digitale ingangen |
| A/B/GND | RS 485 |
| F | Weerstand (niet geleverd) |
| IL | Lineaire schakelaar (niet geleverd) |
| CN | Klemmenbord Terminal |
| RHC | Keuzeschakelaar remote Opw./Afk. |
| EXT | Remote Contact ON OFF |
| EPIMB6 | Vermogenskaart voor besturing 4 terminals |
| EPIB6 | Vermogenskaart voor unit type FWD |
| M | Motor Ventilator |
| VHC | Solenoïde klep Afk./Opw. |
| VC | Solenoïde klep Afkoelen |
| VH | Solenoïde klep Opwarmen |
| TSA | Automatische Veiligheidsthermostaat |
| TSM | Veiligheidstermoweerstand |
| SC | Kabeldoos |
| ...... | Elektrische aansluiting ten lasting van de installmenter |
| ECONOMY | Keuzeschakelaar remote COMFORT / ECONOMY |
WANDINSTALLATIE BEDIENING
NB: Voor de installmentie van de bediening aan de wand raden we het gebruik van elektrische doos anschter de bediening aan waarin de kabels aangebracht worden.
NB: Verwijder, voor de installmentie, voorzichtig de beschermende film van het display. De verwijdering van de film zou de vorming van vlekken op het display kuren veroorzaken die na een,aantal seconden verdwijnen en die geen aanwijzing voor een defect in de bediening zich.
INSTRUCTIES VOOR DE MONTAGE AAN DE WAND
- Verwijder de afsluitschroef van de bediening (AFBEELDING 8)
- In het geval van het gebruik van een inbouwframe 503 de kabels door de opening aan de onderkant van de bediening halen en voor de bevestiging de speciale gaten gebruiken.
- Boor anders gaten in de wand waar u de bediening wenst te installeren op de hoogte van de bevestigingsogen (5x8mm) die op de onderkant van de bediening aangebracht zich en bevestig het inbouwframe met schroeven aan de wand (van te voren geboard) (AFBEELDING 9).
- Voer de elektrische aansluitingen op het klemmenbord van de terminal uit door het desbetreffende schema op te volgen.
- Sluit de bediening af met behulp van de schroef die u onder punt 1 verwijderd had.
TECHNISCHE GEGEVENS
| Voeding | 90-250Vac 50/60Hz |
| Vermogen 8W | |
| Beschermingsweerstand: 500mA vertraagd | |
| Temp. Functionering | Range 0-50°C |
| Temp. Opslag | Range -10-60°C |
| Relais | Normal Open 5A @ 240V (Resistief) |
| Isolatie: afstand spoel-contacten 8mm | |
| 4000V dielektricum spoel-relais | |
| Omgevingstempoatuur max.: 105°C | |
| Connectors | 250V 10A |
| Digitale ingangen | Schoon contacto |
| Afluitstroom 2mA | |
| Max afluitweerstand 50 Ohm | |
| Analogische ingangen | Temperatuur- en vochtigheidsmeters |
| Vermogensuitgang | Relais (zie hierboven) |
| Temperatuurmeter | Meter NTC 10K Ohm @25°C |
| Range -25-100°C | |
| Vochtigheidsmeter | Resistieve meter |
| Range 20-90%RH |