MURRAY 312008X51 - Rijmaaier

312008X51 - Rijmaaier MURRAY - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis 312008X51 MURRAY in PDF-formaat.

📄 142 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice MURRAY 312008X51 - page 50
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over 312008X51 MURRAY

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Rijmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 312008X51 - MURRAY en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 312008X51 van het merk MURRAY.

GEBRUIKSAANWIJZING 312008X51 MURRAY

BELANGRIJK: De volgende pictogrammen bevinden zich op uw machine of in deaar-bijbehorende literatuur. Voordat u de machi-neGaat bedieren, moet u de betekenis en het doel van elk pictogram leren begrijpen.

OPMERKING: Illustrations en pictogrammen beginnen op pagina 2.

Veiligheids - en waarschuwings-pictogrammen (Figuur 35)

1 Waarschuwing.
2 BELANGRIJK: Lees de gebruiksaanwijzing voordat u deze machine gaat bedieren.
3 WAARSCHUWING: Uitgeworpen voorwerpen. Houdt omstanders op afstand. Lees de gebruiksaanwijzing voordat u deze machine要去 bedieren.
4 WAARSCHUWING: Gebruik deze machine Niet op hellingen van meer dan 10 graden.

5 GEVAAR: Houdt omstanders en vooral kinderen uit de buurt van de machine.
6 GEVAAR: Dit is geen trede.
7 GEVAAR: Houd voeten en handen uit de buurt van draaiende messen.
8 GEVAAR: Verwijder de bougiekabel van de bougie voordat u onderhoud aan de machineuitvoert.
9 WAARSCHUWING: Heet oppervlak.
10 WAARSCHUWING: Wees voorzichtig bij het aansluiten en loskoppelen van accessoires.
11 WAARSCHUWING: Vingers können belneld raken.
12 BELANGRIJK: Volg de instructies in de Handleiding om het maaibehuizing horizontaal te zetten.
13 WAARSCHUWING: Zolang de motor draait, dient uuit de buurt van het mes blijven.

Bedieningspictogrammen (Figuur 36)

1 Starten van de motor
2 Lichten
3 Latendraiaen van de motor
4 Stoppen van de motor
5 Latendraaien van de motor
6 Rem
7 Handrem
8 Koppeling
9 Langzaam
10 Snel
11 Choke
12 Olie
13 Bediening mesrotatie
14 Omhoog brengen
15 Brandstof

BRIGGS & STRATTON CORPORATION EIGENAAR GARANTIEPOLITIEK

Geldig vanaf 1 januari 2006, verrangt alle ongedateerde Garanties en alle Garanties gedateerd vór 1 januari 2006.

GARANTIEBEPALINGEN

Briggs & Stratton zal zonder berekening elk onderdeel, of onderdelen van het product verrangen dat defect is in materiaal of bewerking of beide. Transportkosten voor producten die zijn ingezonden voor reparatie of verranging met betrekking tot deze garantie komen ten laste van de koper. Deze garantie hebts betrekking op de tijdsduur en is onderhevig aan de hieronder afgedrukte voorwaarden. Voor garantieservice dient U de dichtstbijzijnde Geauthoriseerde Service Dealer te vinden in onsne "dealer locator" kaart op www.murray.com.

ER IS GEEN ANDERE EXPLICIETE GARANTIE. INBEGREPEN GARANTIES, INCLUSIEF DIE VAN VERKOOPBAARHEID EN GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL ZIJN BEPERKT TOT EEN JAAR VANAF AANKOOP, OF TOT DIE OMVANG DIE DOOR DE WET IS TOEGESTAAN. ALLE INBEGREPEN GARANTIES ZIJN UITGESLOTEN. AANSPRAKELIJKHEID VOOR INCIDENTELE-OF GEVOLGSCHADES ZIJN UITGESLOTEN VOOR ZOVER DEZE UITSLUITING WETTG IS TOEGESTAAN. Sommige rechtsgebieten staan geen beperking toe met betrekking tot hoe lang inbegrepen garantie duurt, en sommige rechtsgebieten staan geen uitsluitig toe met betrekking tot incidentele- of gevolgschades, dus de bovenvermelde beperkingen en uitsluitingen konnen möglichniet nop U van toepassing+zijn. Deze garantie geeft U bepaalde specifieke rechten en U kunt möglichn andere rechten haben die van rechtsgebied tot rechtsgebied varieren.

GARANTIE TERMEN

Merk / Unit

Consument

Gebruik

Commercieel

Gebruik

Omstandigheid van

Garantie Termijn

Zitmaiaers / Tractors 2aar 90ragen

De garantiperiode begint op de dag van aankoop van de eerste detailhandelconsument of commerciele eindgebruiker en gaat door voor de tijdsperiode in bovenstaande tabel. "Consumentengebruik" betekent persoonlijk huishoudelijk gebruik door een detailhandelconsument. "Commercial gebruik" betekent elk ander gebruik, inclusief inkomen verschaffend gebruik of verhuurdoeleinden. Als een product eenmaal commercieel gebruikt is, dan zaDealne daarna voor deze garantie als commercieel gebruikt worden beschouwd.

Er is geen garantieregistratie nodig om garantie te verkrijgen op Murray producten. Bewaar uw aankoopnota. Indien u geen bewijs van de eerste aankoopdatum kurz overlegeen op het moment dat om garantieservice verzocht worden, dan za de fabricagedatum van het product gebruikt worden om de garantieperiode te bepalen.

OVER UW GARANTIE

Wij verwelkommen garantiereparatie en verontschuldigen ons voor het ongemak. Elke geautoriseerde Service Dealer kan garantiereparaties uitvoeren. De meeste garantiereparaties zullen routinematig worden uitgevoerd, maar soms konnen verzoeken om garantieservice Niet gerechtvaardigd zich. Bijvoorbeeld, garantieservice is Niet van toepassing indien de schade aan het product het gevolg is van misbruik, gebrek aan routinematig onderhoud, verzending, behandeling, opslag of verkeerde installmentie. Evenzo is garantie ont geldig indien het seriENUMmer van het product verwijderd is of indien het product gewijzigd of gemodificeerd is.

Deze garantie dekt uitsluitend met het product verbandhoudende materialen. Om misverstanden die tussen dealer en klant hunnen ontstaan te voorkomen,+zijn hieronder enkele oorzaken van het defect raken van een product opgenoemd die nicht onder garantie worden gedekt.

Normale Slijtage: Door petite motoren aangedreven machines hebben, net als alle mechanische apparaten, periodiek onderhoud en verranging van onderdelen nodig om goed te presteren. Garantie dekt geen reparaties wonneer normalaal gebruik de levensduur van het product of onderdeel heeft uitgeput.
Installatie: Deze garantie is nicht van toepassing op producten die onderhavig zich geweest aan verkeerde of Niet geautoreerde installment, verandering of modificatie. Noch installations die starten voorkomen of onbevredigende motorprestaties veroorzaken.
Verkeerd Onderhoud: De levensduur van deze machine hangt af van de omstandigheden waaronder deze werkt, evenals het onderhoud dat wordt uitgevoerd. Aanbevolen onderhoud en afstelintervallen zijn afgedrukt in de Gebruiksaanwijzing. Vaak worden producten zoals grondfrezen, kantenmaaiers en cirkelmaaiers gebruikt in stoffige omstandigheden, waardoor wat lijkt op voortijdige slijtage kan optreden. Zulke slijtage, indien veroorzaakt door stof, vuil of ander schurend materiaaal dat het product kan binnendringen door verkeerd onderhoud, worden nicht door garantie gedekt. De garantie zal geen reparaties dekken die het gevolg zichen van verrangingsonderdelen die nicht-origineel geproduceerde onderdelen zichn.
Verkeerde en/of onvoldoende brandstof of smering: Deze garantie dekt geen schade door het gebruik van verouderde brandstof, of gemanipu-lerde benzines. Schade aan de motor of motorcomponenten, zoals verbrandingskamer, kleppen, klepzetels, klepgeleiders, verbrande startmotor-wikkelingen veroorzaakt door alternatieve brandstoffen zoals LPG, aardgas, worden Niet gedekt tenzij de motor hiervoor is gecertificeerd. Onderden die zich ingelopen of gebroeken doordat het product was gebruikt met onvoldoende, verruile de de verkeerde kwaliteit smeerolie, evenals productcomponenten die zich beschadigd door onvoldoende smering zichniet gedekt.
- Misbruikijdens gebruik: Het correcte gebruik van het product is vermeld in de gebruiksaanwijzing. Producten die beschadigd zijn door over toeren draaien, oververhitting, of gebruik in een afgesloten ruimte zonder voldoende ventilatie, producten die defect geraakt zijn door overmatige trillingen door een losse motorbevestiging, losese of Niet-gebalanceerde messen, aandrijvingen, over toeren draaien, of een kromme krukas door het raken van een vast voorwerp, schade of storing ten gevolge van ongelukken, misbruik of verkeerde service of verstarring of chemische verrorming, evenals gebruik buiten de aanbevolen capacitieiten als aangegeven in de gebruiksaanwijzing worden nicht gedekt.
Routinematig onderhoud, slijtdelen of afstellingen: Deze garantie sluit slijtdelen zoals olie, snaren, messen, O-ringen, filters enz.uit.
Overige uitsluitingen: Reparatie of afstellingen voor onderdelen die Niet zich gefabricieerd door de Briggs & Stratton Corporation, zich Niet gedekt, raadpleeg de garantie voor de betreffende fabrikanten. Deze garantie sluit defecten uit die het gevolg zich van natuurrampen en andere overmacht die Niet binnen de macht van de fabrikant ligt. Ook zich gebruikte, gereviseerde en demonstratieproducten uitgesloten.

Garantieservice is uitsluitend beschikbaar via Geauthoriseerde Servicedealers. U kunt uw dichtstbijzijnde dealer vinden in unsere "locator map" bij www.murray.com.

INFORMATIE VOOR DE EIGENAAR

Ken uw machine: Als u de machine en de werkung ervan begrijpt krijt u de Beste resultaten. Vergelijk de illustraties van de machine met de werkelijkheid, verwijl u deze handleiding doorleest. Leer der werkung van de bedieningselementen en waar ze zich bevinden. Volg de bedieningsaanwijzingen en de veiligheidsregels om een ongeluk te voorkomen. Bewaar deze handleidig om hem later te konnen raadplegen.

MURRAY 312008X51 - INFORMATIE VOOR DE EIGENAAR - 1

WAARSCHUWING: Let op! Dit symbol duidt op belangrijke veiligheidsmaatregelen. Dit symbol betekent: "Let en pas op! Uw verilgheid kan in gevaar zich."

Verantwoordelijkheid van de eigenaar

MURRAY 312008X51 - Verantwoordelijkheid van de eigenaar - 1

WAARSCHUWING: Dit is een snijdende machine die in staat is handen en voeten te amputeren en voorwerpen weg te slinge-

ren. Veronachtzaming van de volgende veiligheidsaanwijzingen kan resulteren in ernstig letsel of dedood voor de bestuurder en omstanders.

Het is de verantwoordelijkheid van de eigenaar om de onderstaande aanwijzingen op te volgen.

VEILIGEBEDIENING

Voor rijdende zitmaaiersmet roterende messen

Training

  1. Lees de instructies nauwkeurig. Wees vertrouwd met de bediening en het juiste geleuk van de machine.
  2. Sta nooit toe dat kinderen of mensen die nicht bekend zijn met denen instructies de machine gebruiken. Lokale regels hunnen een minimum leeftijd voor de bestuurder voorschrijven.
  3. Maai nooit als er omstanders, in het bijzonder kinde- ren, of huisdieren in de buurt+zijn.
  4. Onthoud dat de bestuurd er gebruiker verantwoordelijk is voor oncevallen of bootstelling aan gevaar aan derden of hun bezittingen.
  5. Neem nooit passagiers mee.
  6. Alle bestuurders要去en ervoor zorgen dat ze professionele en practische instructie krijgen. Zulke instructie要去 nadruk leggen op:

a. deoodzaak voor behoedzaamheid en concentratie bij het werken met zitmaaiers;
b. de contrôle over de machine die gaat glijden op een helling kan nicht worden herkregen door de rem te gebruiken. De belangrijkste redenen voor het verliezen van contrôle zijn:

onvoldoende grip op de wielen;
- te snel rijden;
verkeerd remmen;
- het soort maaier is ongeschikt voor de taak;
onbekendheid met de grondcondities, in het bijzonder hellingen;
verkeerd optrekken en verkeerde la-dingsverdeling.

Voorbereiding

  1. Draagijdens het maaien altijd stevige schoenen en 7101898

een lange broek. Bedien de machine Niet met blote voeten of met sandalen aan.

  1. Onderwerp het te maaien gebied aan een grondige inspectie en verwijder alle voorwerpen die door de machine uitgeworpen zouden+kennen.

a. Bewaar brandstof incontainers die special voor dit doel ontworpen zijn
b. Voeg benzine toe in de frisse lustt en rook nicht.
c. Voeg benzine toe voordat u de motor aanzet. Verwijder nooit de benzine tankdop of voeg benzine toe terwijl de motor loopt of nog heet is.
d. Als er benzine gemorst is, mag u de motor nicht starten, maar要去 de machine van de plek met de gemorste benzine verwijderen en voorkomen dat er een vonk kan optreden, totdat de benzine verdampt is.
e. Schroef alle doppen van benzine containers en tanks zorgvuldig vast.

  1. Vervang defecte geluidsdempers.
  2. Controller voor gebruik alkijd dat de messen, mesboute en snijconstructie Niet versleten of beschadigd zijn. Vervang versleten of beschadigde bladen en bouten in paren zDat het evenwicht Niet verstoord worden.
  3. Bij machines met meertere bladen kan het draaien van een blad tot gevolg hebben dat andere bladen ook gaan bewegen.

Bediening

  1. Gebruik de machine nicht in een afgesloten ruimte, waar zich gevaarlijke koolmonoxyde dampen hunnen ophopen.
  2. Maai alleen bij daglicht of goed kunstlicht.
  3. Voordat u de motor start, moet u alle mesassesoires loskoppelen en de koppeling in de neutrale stand zetten.
  4. Gebruik de machine Niet op hellingen van meer dan 10^
  5. Onthoud dat er geen "veilige" hellingen bestaan. Het rijden over grashellingen vraagt om speciale aan-dacht. Om omkantelen te voorkomen, moet u:

a. nied plotseling stoppen of optrekken, terwijl u omhoog of omlaag rijdt;
b. de koppeleng langzaam op latent komen en de motor altijd in de versnelling latent, vooral wenneer u de helling af rijdt;
c. langzaam rijden op hellingen en in scherpe bochten;
d. oppassen voor hobbels, kuilen en andere verborgen gezaren;
e. nooit loodrecht op hellingsrichting rijden, tenzij de maaier voor dit doel ontworpen is.

  1. Pas op bij het trekken van ladingen of het gebruiken van zwaar materieel.

a. Gebruik alleen de waarvoort bestemde trekhaken.
b. Vervoer alleen ladingen die u kurz beheersen.
c. Maak geen scherpe bochten. Pas op bij het achteruit schakelen.
d. Gebruik tegengewichten of gewichten aan de wielen als dat in het Instructieboek worden aangeraden.

  1. Let op het andere verkeer bij het oversteken van wegen.
  2. Zet het roteren van de messen af voordat u over iets anders dan gras rijdt.
  3. Als u assesoires gebrukt, let er dan op dat er nooit materiaal in de richting van omstanders geslingered

wordt. Laat nooit iemand in de buurt van de machine als deze aan het werken is.

  1. Bedien de maaier nooit als de beschemkappen ka-pot+zijn.De beschemkappen要去 altijd op hun plaats zitten.
  2. Verander de instellenen van de regulateur van de machine Niet en voer hem Niet op. Het gebruiken van een machine bij te hove sleheid kan de kans op gevaar of persoonlijk letsel vergroten.

  3. Voordat u van de bestuurdersplaats afstapt, moet u a. de motor ontkoppelen en de assoesiores later zakken;

b. de motor in de neutrale stand zetten en de handrem aantrekken;
c. de motor afzetten en het contactsleuteltje verwiederen.

  1. Ontkoppel de assoesiores, stop de motor en trek de bougiekabel(s) los of verwijder het contactsleuteltje, voordat u

a. verstoppingen in de trechter of elders verhelpt;
b. de maaier controleert, reinigt of er aan wilt werken;
c. de maaier inspecteert nadat u een obstakel geraakt hebt. Voer, indien nodig, reparates uit voordat u de machine opniew start en gebruikt;
d. de motor contrôle bij abnormaal trilen. (On-middelijk stoppen.)

  1. Koppel de assoesores los als u de maier Niet gebruikt of deze wilt transporteren.

  2. Zet de motor af en ontkoppel de assoesiores voorat u

a. bezine bijvult;
b. de grasopvanger verwijdert;
c. de hoogte aanpast, tenzij dat vanaf de bestuurdersplaats kan geleuren.

  1. Neem gas terug aan het einde van de maaiactiviteiten. Draai de benzinekraan zich, indien de motor hiermee isuitgerust.
  2. Voordat u achechteruit rijdt, moet u waar achechteren en beneden kijken om u ervan te vergewissen dat er geenkleine kinderen in de buurt zich.
  3. Wees extra voorzichtig bij blinde hoeken, struiken, bomen of andere obstakels die het zich kannen wegnemen.

Onderhoud en opslag

  1. Bij machines met meertere messen kan het bewegen van een mes de andere messen ook inbeweging zieten. Wees voorlichtig!
  2. Als u de machine parkeert of weg zet, moet u het snijgedeelte van de machine lately zakken tenzij u het stut of vast zet.
  3. Zorg ervoor dat alle moeren, bouteen en schroeven vast aangedraaid zitten om er zeker van te zijn dat de machine in veilige staat verkeert.
  4. Parkeer de machine nooit met benzine in de tank, in een afgesloten ruimte waar de dampen met een vlam of vonk in aanraking hunnenkomen.
  5. Laat de motor afkoelen voorat u de machine in een afgesloten ruimte weg zet.
  6. Verwijder gras, bladeren en overmatig smeervet van de geluidsdemper, het accucompartment en van de benzine opsglaats om gevaar voor brand te verminderen.
  7. Comtroleer de grasvanger regelmatig op slijtage.
  8. Vervang versleten of beschadigde onderdelen om veiligheidsredenen.
  9. Als het nodig blijdt de benzinetank af te tappen, moet dit in de frisse lucht gebeuren.

Alle bevestigingsmaterialen zitten in de zak met onderdelen. Gooi geen onderdelen of materiaal weg voordat de maaier inelkaar gezet is.

MURRAY 312008X51 - Onderhoud en opslag - 1

WAARSCHUWING: Voordat u aan de maaier werk, moet u de bougiekabel lostrekken.

OPMERKING: In deze handleiding zijn de termen links en rechts gebruikt vanuit het gezichtspunt van de berijder.

OPMERKING: Illustrations en pictogrammen beginnen op pagina 2.

OPMERKING: De bevestigingsmaterialen die u moet gebruiken om de volgende losse onderden te monteren, zich op ware grotte weergegeven in figuur 37.

Installeren van de voorwielen (Figuur 1)

OPMERKING: Gebruik een bloc hout van ongeveer 1,25 m. lang om de voorkant van de tractor omhoog te brengen. Als er geen hout aanwezig is kan ikemand anders helpen om de tractor op te tillen. Pas op dat de tractor nicht valt.

  1. Til de voorkant van de tractor op en leg het blok hout onder de tractor.
  2. Zorg ervoor dat het ventiel (2) aan de buitenkant komt te zitten. Schuif het voorwiel op de as (3).
  3. Maak beiden voorwielen vast met een ring (4), ring (7) en splitpen (5). Buig de einden van de splitpen (5) om, zDat het voorwiel Niet van de as (3) aflgijden kan.
  4. Als de voorwieten geinstalleerd zijn mag u de tractor van het bloc hout tillen en UIT de container duwen.
  5. Plaats de wieldoppen (6), indien uw tractor daarmee uiterust is. Zorg ervoor dat de ringen (4) de wieldoppen (6) op hun plaats.

Installeren van de bestuurdersstoel (Figuur 2)

  1. Verwijder voorzichtig de plastic zak van de bestuurdersstoel (1).
  2. Plaats de gaten in de stoelscharnier (2) en de gaten in de stoei (1) over elkaar. Bevestig de stoei (1) aan de stoelscharnier (2) met de bevestigingsmaterialen (4) en (5).
  3. Controller de stand van de stoe (1). Maak de twee vleugelmoeren (5) los indien de stoe (1) ingesteld moet worden. Schuif de stoe (1) maar voren of achteren via de stoe-linstelgaten (3). Maak de vleugelmoeren (5) waar vast.

Montage van het stuurwiel (Figuur 3)

  1. Zorg ervoor dat de voorwienenrecht staan.
  2. Schuif de kap (3) over de stuurstang (2). Zorg ervoor dat de uitstekende rand van de kap (3) aan de bovenkant zit.
  3. Schuif het stuurwiel (1) op de stuurstang (2).
  4. Maak het stuurwiel (1) vast aan de stuurstang (2) met schroef (4) en ringetje (6). 7101898

  5. Sommige modellen haben een optioneel plaatje (7) voor het stuurwiel in de zak met onderdelen. Bevestig het plaatje (7) in het midden van het stuurwiel (1).

In elkaar zetten van de graszak

  1. (Figuur 5) Schuif de bovenste buis (1) op het draadframe (2). Let er op dat de hendels (3) op de bovenste buis(1) en het draadframe (2) boven kome te zitten.
  2. Bevestig de steunen (4) aan de BINNENK-ANT van de montagelipjes (5) met bout (6) en moer (7). Zorg ervoor dat de kop van de bout (6) aan de buitenkant komt te zitten en dat de moer (7) vast zich gegen de steun (4).
  3. (Figuur 6) Duw het gehele frame (8) in de graszak (9). Zorg dat de Velcro flap (10) aan de bovenkant komt te zitten.
  4. (Figuur 7) Open de Velcro flap (10). Schuif de hendel (3) door de opening en zet de Velcro flap (10) onder de hendel (3) vast.
  5. Maak de clips (11) aan het frame (8) vast.

Monteren van de graszak

  1. (Figuur 8) Gebruik hendels (3) om de gras-zak op te tilen.
  2. (Figuur 9) Hang de bovenkant van de gras-zak (12) aan de scharnieren op dechterplaat (13).
  3. (Figuur 8) Houd hierbij de onderkant van de graszak (9) een beetje van de hinterplaat (14) vandaan.
  4. (Figuur 10) En laat de graszak (9) dan zakken totdat de onderkant gegen dechter-ptaat kommt te rusten.
  5. (Figuur 9) Druk de achechterste hendel omlaag. Er zit een veer (15) op de achechterplaat waar-mee de graszak (12) vast worden gezet.

Onderhoudsvrije accu (Figuur 4)

BELANGRIJK: Controller de datum op de accu voordat u de accukabels bevestigt. Deze datum geeft aan of de accu opgeladen要去 worden.

  1. De datum van de accu staat boven en op de zijkant van de accu (1).
  2. Als de datum later is dan vandaag, hoeft de accu (1) Niet opgeladen te worden en kunnen de accukabels bevestigd worden. Zie "Installeren van de accukabels".
  3. Als de datum vroeger is dan vandaag,要去 de accu (1) opgeladen worden. Zie "Opladen van een onderhoudsvrijde accu".

Opladen van de accu (Figuur 4)

MURRAY 312008X51 - Opladen van de accu (Figuur 4) - 1

WAARSCHUWING: Rook nichtijdens het opladen van de accu. Houd de accuuit de buurt van vonden. De

dampen van het accuzuur können een explosie veroorzaken.

  1. Verwijder de accu (1) en accubak (3).
  2. Verwijder de kap van de pol.

  3. Gebruik een acculader van 12 Volt om de accu op te laden (1). Laadt de accu op gedurende 1aar onder 6 Ampere. Als u geen acculader heeft, moet u de accu door een erkend service center lately opladen.

  4. Installer de accu (1) en accubak (3). Zorg ervoor dat de positieve (+) pool (4) aan de linker kant komt te zitten.

Installeren van de accukabels (Figuur 4)

MURRAY 312008X51 - Installeren van de accukabels (Figuur 4) - 1

WAARSCHUWING: Om vonden te voorkomen, moet u de rode kabel me de positieve (+) pool verbinden voorezwarte kabel aansluit.

  1. Verwijder de kap van de occupol.
  2. Schuif het poolkapje (2) op de rode kabel (5). Bevestig de rode kabel (5) aan de positieve (+) pool (4) met de bevestiginsmaterialen (6) en (7).
  3. Bevestig de zwarte kabel (5) aan de negatieve (-) pool met de bevestiginsmaterialen (6) en (7).

Controller de banden

Controleer de bandenspanning. Banden met te veel lucht haben tot gevolg dat de machine ruw rijdt. De verkeerde bandenspanning za verdter tot gevolg hebden dat de maiaer onregelmatig maait. De juiste bandenspanning is: voor 0,97 BAR (14 PSI), achefter 0,69 BAR (10 PSI). Voor verscheping waren de banden extra opgepompt.

Controleer de hoogte van de behuizing

Controleer of de maaihoogte gelijkmatig is. Maai een kort stukje en kijk waar het gemaaide oppervlak. Als de maaier Niet egaal maait, volg dan de instrukties onder "Richten van de maaierbehui-zing" in het hoofdstuk Onderhoud en Afstellen van deze handleiding.

In gereedheid brengen van de motor

OPMERKING: De motor was in de fabriek met olie bevuld. Controller het oliepeil en vul eventueel olie bij.

Zoek in de handleiding van de motorfabrikant op welk soort benzine en olie u moet gebruiken. Lees eerst de informatatie over veriligheid, bediening, onderhoud en opslag.

MURRAY 312008X51 - In gereedheid brengen van de motor - 1

WAARSCHUWING: Zoek in de handleiding van de motorfabrikant op welk soort benzine en olie u moet gebrui

ken. Gebruik.altijd een goedgekeurde jerrycan.Rook Niet tijdens het bijvullen van benzine.Zet de motor af en laat deze eerst enige minuten afkoelen.Bijvullen van benzine mag nooit in afgesloten ruimtes gebeuren.

Belangrijk! Voor het maaien要去 u:

de motorolie feuien,
de tank met benzine vullen,
de bandenspanning controlleren,
de stand van de maaibehuizing controleren,
de accukabels bevestigen.

OPMERKING: Illustrations en pictogrammen beginnen op pagina 2.

Plaats van de bedieningselementen (Figuur 13)

Bediening van de mesrotatie (1): gebruik om de mesrotatie in werkig te zetten en te stoppen.

Koppelings/rempedaal (2): Het pediaal heeft twee functies. De eerste functie is als koppelingspedaal. De tweede functie is als rem.

Lichtschakelaar (3): De lichtschakelaar is het eerste gedeelte van de ontstekingsschakelaar. Draai, verwijl de motor loopt, de sleutel in de stand voor het Licht.

Ontstekingsschakelaar (3): Gebruik de ontstekingsschakelaar om de motor te starten en te stoppen.

Versnellingshendel (4): Gebruik de versnellingshendel om de snelheid van de machine aan te passen.

Hoogte-installingshendel (5): Gebruik de hoogte-installingshendel om de maaihoogte in te stellen.

Handrem (6): Trek de handrem aan als u de bestuurdersplaats verlaat.

Gashendel (7): Gebruik de gashendel om de slenlheid van de motor te verhogen of te verlagen.

Gebruik van de gashendel (Figuur 13)

Gebruik de gashendel (7) om de snugheid van de motor te verhogen of te verlagen.

  1. De FAST stand is met een streepje gemar-keerd. Zet de gashendel in de FAST stand voor normala gebruik en wanner u een gra-sopvangzak gebruikt. Met de motor in de FAST stand worden这点 het best gekoeld en de accu maximaal opgeladen.
  2. De regelateur is in de fabriek optimaal afgesteld. Verander de instelling nicht om de motor sneller te latent draaien.

Bediening van de mesrotatie (Figuur 13)

Gebruik deze hendel om de mesrotatie (1) in werkig te zieten en te stoppen.

  1. Voordat u de motor aanzet, moet u zich er van vergewissen dat de mesrotatiehendel (1) in de DISENGAGE stand staat.
  2. Zet de mesrotatiehendel (1) in de ENGAGE stand om de messen te lien draaien.

OPMERKING: Als de motor aflslaat verwijl u de mesrotatie probeert aan te zetten, is het stoelcontact Niet gesloten. Zorg ervoor dat u midden op de stoel zit.

  1. Zet de mesrotatiehendel (1) in de DISENGAGE stand om de messen te lately stoppen met draaien. Zorg ervoor dat de messen volledig stil staan voordat u de bestuurdersplaats verlaat.
  2. Zet de mesrotatiehendel (1) in de DISENGAGE stand voordat u een trottoir of een weg over steekt.

7101898

MURRAY 312008X51 - Bediening van de mesrotatie (Figuur 13) - 1

WAARSCHUWING: houd alsijd uw handen en voeten uit de buurt van de messen, de uitworpopening en vorbehuizing als de motor draait.

Gebruik van de versnellingshendel (Figuur 13)

Volg de aanwijzingen hieronder op om de slel-heid of richting van de maaier te wijzigen.

LET OP! Voordat u de versnellingshendel beweegt,要去 het koppelings/rempedaal volledig intrappen om de machine tot stilstand te brengen. Als de maaier Niet stil staat kan de tandwielkast beschadigen.

  1. Trap het koppelings/rempedaal (2) volledig in om de machine tot stilstand te brengen. Houd het pedaal ingedrukt.
  2. Zet de gashendel (7) in de SLOW stand.
  3. Zet de versnellingshendel (4) in een van de voorwaartse standen om vooruit te rijden. omchteruit te rijden要去 de versnellingshendel (4) in dechteruit stand staan.
  4. Laat het koppelings/rempedaal (2) langzaam opkomen en haal u voet er van af.
  5. Zet de gashendel (7) in de FAST stand.

Gebruik van de handrem (Figuur 13)

  1. Trap het koppelings/rempedaal (2) volledig in.
  2. Trek de handrem (6) omhoog.
  3. Haal uw voet van het koppelings/rempe-daal (2) af en LAST de handrem (6) wee Ios. Vergewis u ervan dat de handrem de machine op+zijn plaats houdt.
  4. Om de handrem (6) los te zetten, moet u het koppelings/rempedaal (2) volledig intrappen. De handrem zar automatisch los+komen.

MURRAY 312008X51 - Gebruik van de handrem (Figuur 13) - 1

WAARSCHUWING: Voordat u van de bestuurdersplaats afstapt, moet u de versnellingshendel in de neu-

trale (N) stand zetten, de handrem aantrekken, de mesbedieningshendel in de DISENGAGE stand zetten, de motor afzetten en het contactsleuteltje verwijdersen.

Instellen van de maaihoogte (Figuur 13)

Om de maaihoogte te veranderen, moet u de hoogte-instellingshendel (5) als volgt omhoog of olaag bewegen:

  1. Duw de hoogte-installingshendel (5) waar voren om de maaibehuizing te lately zakken enaar achteren om de maaierbehuiizing omhoog te brengen.
  2. Als u over een troattoir of weg rijdt, moet u de hoogte-installingshendel (5) in de hoogste stand zetten en de mesbedieningshendel in de DISENGAGE stand zetten.

De machine tot stilstand brengen (Figuur 13)

  1. Trap het koppelings/rempedaal (2) geheel\ aar voren om de machine te lately stoppen.\ Houd uw voet op het pediaal.

  2. Zet de mesbedieningshendel (1) in de DIS-ENGAGE stand.

  3. Zet de versnellingshendel (4) in de NEU-TRALE stand.
  4. Trek de handrem (6) aan.

MURRAY 312008X51 - De machine tot stilstand brengen (Figuur 13) - 1

WAARSCHUWING: Vergewis u ervan dat de handrem de machine op+zijnplaats houdt.

  1. Zet de gashendel (7) in de SLOW stand.
  2. Zet de motor af door het contactsleuteltje (3) waar de OFF stand te draaien en verwijder het.

Transporteren van de machine

Volg de stappen hieronder om de machine te transporteren.

  1. Zet de mesbedieningshendel in de DISENGAGE stand.
  2. Zet de hoogte-instellingshendel in de hoogste stand.
  3. Zet de gashendel:tussen SLOW en FAST in.
  4. Zet de gashendel dichter bij FAST om sneller te rijden.

Bedieren van de maaierbehuzing BELANGRIJK: Als u de maaierbehuzing bedient moet de gashendel.altijd in de FAST stand staan.

  1. Start de motor.
  2. Zet de hoogte-installingshendel in de stand die u wilt. Hoog of dik gras要去 u eerst in de hoogste stand maaien. Daarna sunt u het in een lagere stand maaien.
  3. Zet de gashendel in de SLOW stand.
  4. Duw de mesbedieningshendel langzaam\ haar de ENGAGE stand.
  5. Trap het koppelings/rempedaal (2) geheel in.
  6. Zet de gashendel in een stand anders dan de SLOW stand.

OPMERKING: Zet de versnellingshendel in de laagste stand als u dik gras aan het maaien bent of met een grasopvangzak werkt.

  1. Laat het koppelings/rempedaal langzaam opkomen.
  2. Zet de gashendel in de FAST stand. Als u sneller of langzamer wilt gaan, moet u de machine stoppen en met behulp van de versnelingshandel een andere snugheid uittkiezen.
  3. ControllerDat de maaihoogte nog steeds juist is.Maai een korte afstand en kijk naar het gemaaide oppervlak.Zie de aanwijzingen onder "Instellen van de maaibehuizing" in het hoofdstuk Onderhoud indien de maaibehuizing Niet egaal maait.

MURRAY 312008X51 - Bedieren van de maaierbehuzing BELANGRIJK: Als u de maaierbehuzing bedient moet de gashendel.altijd in de FAST stand staan. - 1

WAARSCHUWING: Rij met lage snelheid om betere controle over de machine te hebben.

Werken op hellingen

MURRAY 312008X51 - Werken op hellingen - 1

WAARSCHUWING: Rij nooit hellingen op of af die te steil zijn om in z'n weiteruit te beklimmen. Rij

nooit loodrecht op hellingsrichting.

  1. Zet de versnelling in de laagste能力和 voordat u een helling op of af rijdt.

  2. Verander de snelheidsinstelling Niet en stop Niet, indien u zich op een helling bevindt. Als u toch要去 stoppen, trap het koppelings/ rempedaal snel in en trek de handrem aan.

  3. Als u weeer wilt gaan rijden, moet u ervoor zorgen dat de versnellingshendel in de laagste stand staat. Zet de gashendel in de SLOW stand en LAST het pedaal langzaam opkomen.
  4. Als u van plan bent te stoppen of te starten op een helling, moet u er.altijd voor zorgen dat er genoeg ruimte is voor de machine om een stukje terug te rollen tijdens het los zieten van de rem en het inschakenen van de koppeleling.
  5. Wees erg voorzichtig bij het maken van bochten op een helling. Om ongelukken te voorkomen要去 de gashendel eerst in de SLOW stand zetten voordat u op een helling gaat rijden en in het bijzonder als u een bocht op een helling wilt maken.

Gebruik van de graszak

MURRAY 312008X51 - Gebruik van de graszak - 1

WAARSCHUWING: Rij geen hellingen op of af die te steil+zijn om in z'n achteruit terug te rijden. Rij

nooit evenwijdig aan de helling.

Bediening

Volg de stappen die hieronder beschreiben staan om met de grazak te werkken.

  1. Start de motor.
  2. Zet de gashendel in de FAST stand.
  3. Zet de schakelhendel in de FIRST (1) stand. Werk altijd met de laagste snugheid om de graszak te vullen.
  4. Als het gras meer dan 9 cm hoog staat,要去 het gras maaien met de maaibehuizing in de hoogste stand. Maai daarna het gras nogmaals met de maaibehuizing in een lagere stand. Een andere methode is om het gras te maaien met een baan die de helft of een derde bedraagt van de breedte van de maaibehuizing.

Ontstappen van het verbindingstuk en het verlangstuk

Als het verbindingstuk of het verlengstuk verzootraken met gras, moet u ze als volgt schoon make.

  1. Zet de mesrotatiekoppeling in de DISENGAGE stand.
  2. Zet de versnellingshendel in de neutrale (N) stand.
  3. Trek de handrem aan.
  4. Stop de motor.
  5. (Figuur 8) Verwijder de graszak (9).
  6. (Figuur 11) Gebruik een lange stok (1) om grayscale en andere rommel uit het verbindingstuk (2) of het verlangstuk te duwen.
  7. Indien het nodig blijkt om het verbindingsstuk te verwijderen, moet u de instructies onder "Verwijderen van het verbindingsstuk" in het gedeelte over onderhoud volgen.

Legen van de graszak

  1. Zet de mesrotatiekoppeling in de DISENGAGE stand.

7101898

  1. Zet de versnellingshendel in de neutrale (N) stand.
  2. Trek de handrem aan.
  3. (Figuur 12) Trek de achterkant van de gras-zak (9) omhoog.

Alvorens de motor te starten

Controleren van het oliepeil

OPMERKING: De motor werd in de fabriek met olie bevuld. Controller het oliepeil en voeg zonodig olie bij. Zie de aanwijzingen van de motorfabrikant voor de juiste oliesoort.

  1. Zorg dat de machine horizontal staat. OPMERKING: Controller de olie nooit terwijl de motor draait.
  2. Controller het oliepeil en volg de aanwijzingen van de motorfabrikant.
  3. Voeg zonodig olie bij tot dat het FULL streepje bereikt worden. De hoeveelheid benodigde olie is op de peilstok aangegeven. Voeg Niet te veel bij.

Bijvullen van benzine

MURRAY 312008X51 - Bijvullen van benzine - 1

WAARSCHUWING: Gebruik algijd een veilige jerrycan. Rook niet tijdens het bijvullen van benzine.

Voeg alleen benzine bij in de frisse lucht.
Zet de motor af en LAST deze eerst enige minuten afkoelen.

(Figuur 14) Vul de benzinetank (1) tot de FULL (2) lijn met gewone, ongelode benzine. Gebruik geen super. Zorg dat de benzine vers en schoon is. Gebruik van gelode benzine za aanslag tot gevolg hebben en de levensduur van de kleppen verminderen.

Starten van de motor

MURRAY 312008X51 - Starten van de motor - 1

WAARSCHUWING: Het electrisch systeme haeft een voelschakelaar in de bestuurdersstoelzitting die

controleert of de bestuurder in de stoei zit. Dit systeem zal de motor lately aflslaan indien de bestuurder zijn stoei verlaat. In het belang van uw eigeneeiligheid moet u ervoor zorgen dat dit systeem goed functioneert.

OPMERKING: De motor zal nicht starten tenzij u het koppelings/rempedaal intrapt en de mesbedieningshendel in DISENGAGE zet.

  1. Trap het koppelings/rempedaal geheel in en houd uw voet op het pedaal.
  2. Zet de versnellingshendel in de neutrale (N) stand.
  3. Zorg ervoor dat de mesbedieningshendel in de DISENGAGE stand staat.
  4. Zet de gashendel geheel maar voren in de CHOKE of FAST stand. Sommige modellen hebben een(AParte choke knop.Trek deze choke knop geheel UIT.
  5. Zet het contactsleuteltje in de START stand. OPMERKING: Als de motor Niet aanslaat na vier of vrij keer proberen, moet u de gashendel in FAST zetten. Probeer op-nieuw te starten. Zie de TROUBLESHOOTING tabel als de motor nog Niet aanslaat.

  6. Duw de gashendel langzaam maar de SLOW stand.

  7. Zet de gashendel:tussen FAST en SLOW in om een hare motor te starten.

Tips voor het maaien en het gebruik van de graszak

  1. Controller of de maaibehuizing vlak is voor een optimaal gazon. Zie "Instellen van de maaibehuizing" in het hoofdstuk Onderhoud.
  2. De maaibehuizing kan alleen egaal maaien als de banden de juiste hoeveelheid lucht hebben. Controller de bandenspanning.
  3. Controller het mes voor elke maaibeurt. Als het krom of beschadigd is要去 het onmid-dellij verwangen worden. Zorg er eveneens voor dat de moer die het mes op+zijnplaats houdt goed vast zit.
  4. Zorg dat het mes scherp is. Botte messen haben als gevolg dat de punten van het gras bruin worden.
  5. Als het gras erg hoop staat,(Int u het beste twee keer maaien teneinde de belasting op de motor te verminderen.Maai eerst met de maaibehuiizing in de hoogste stand en daarna nog eens in een lagere stand.
  6. Bedien de motor met de gashendel in de FAST stand en de versnellingshendel in z'n een of twee.
  7. Beter maairesultaat verkrijgt u in lagere vers-nellingen.
  8. Maak na het maaien de boven- en de onderkant van de maaibehuizing schoon. Eenschone maaibehuizing helpt ook in het voorkomen van brand.

ONDERHOUD

OPMERKING: Illustrations en pictogrammen beginnen op pagina 2.

Algemene aanbevelingen

  1. Het is de verantwoordelijkheid van de eigenaar om dit produit te onderhoven. Goed onderhoud zal de levensduur van dit produit verlungen en is tevensoodzakelijk voor de garantie.
  2. Eens per jaar moet de bougie en de rem ge-controleerd, de machine gesmeerd en het luchtfilter gereinigd worden.
  3. Loop alle bevestigingsmaterialen na en zorg dat ze goed vast zitten.
  4. Volg de aanwijzingen in het hoofdstuk Onderhoud op om de machine gebruisklaar te houden.

MURRAY 312008X51 - Algemene aanbevelingen - 1

WAARSCHUWING: Voordat u de maaier gaat inspecteren, afstellen of repareren, moet u de bougieka

bel lostrekken om te voorkomen dat de motor onverhoedst start.

OPMERKING: Torsie worden gemeten met een momentsleutel en worden aangegeven in newtonmeter. Deze eenheid geeft aan hoe strak een moer of bout aangedraaid moet worden.

Verwijdersen van het verbindingstuk

Het verbindingstuk要去 schoon zich en geen gras of andere rommel bevatten, zodate graszak optimaal kan werken. Het verbindingstuk要去 als volgt verwijderd en gereinigd worden.

Verwijderen

  1. Zet de mesrotatiekoppeling in de DISENGAGE stand.
  2. Zet de versnellingshendel in de neutrale (N) stand.
  3. Trek de handrem aan.
  4. Stop de motor.
  5. Zet de hefendel in de middelste snijstand.
  6. (Figuur 15 en Figuur 16) Maak de rubberen band (1) los van de knop (2) op het verbindingstuk (3).
  7. (Figuur 17) Pak de hendels (4) vast. Haal de graszak (5) weg.
  8. (Figuur 18) Trek het verbindingstuk (3) door het gat in dechterplaat (6).
  9. Maak het verbindingstuk(3) schoon met zoep en water.

Installatie

  1. (Figuur 16 en Figuur 18) Schuif het uiteinde met de flens (7) van het verbindingstuk (3) door het gat in dechterplaat (6).
  2. (Figuur 16) Schuif het uiteinde met de flens (7) van het verbindstuk (3) over het ver-lengstuk (8).
  3. (Figuur 15 en Figuur 16) Maak de rubberen band (1) wee vast aan de knop (2) op het verbindingstuk (3).
  4. Monteer de graszak weeR.

Controleren van het mes (Figuur 19)

MURRAY 312008X51 - Controleren van het mes (Figuur 19) - 1

WAARSCHUWING: Voordat u het mes controleert of verwijdert, moet u de bougiekabel los trekken. Stop

de motor als het mes een obstakel raakt.
Kijk of de machine beschadigd is. Het mes heeft scherpe kanten. Draag handschoenen of gebruik een doek om uw handen te beschemieren als u het mes vast wilt pakken.

Een scherp, onbeschadigd mes snijdt better en is veiliger om mee te werken. Zorg dat het mes (1) scherp is en kijk het regelmatig na op overmatige slijtage, scheuren of andere beschadigin. Controleer regelmatig of de moer (3) die het mes op zichplaats houdt goed vast zit. Stop de motor als het mes een obstakel raakt. Trek de bougiekabel los en controllerer of het mes verbogen of beschadigd is. Controleer de tussen-ring (5) op beschadigingen. Vervang beschadigde onderden met originele reserve onderden, voordat u de machineeer gebruikt. Neem indien nodig, contact op met een erkend service center in uw omgeving. Laat elke drie maar het mes inspecteren bij een erkend service center of verrang het door een origineel/Newu exemplaar.

Vervangen van het mes (Figuur 19)

  1. Verwijder de maaibehuizing. Zie de aanwij-zingen onder "Verwijdersen van de maaibe-huizing".
  2. Gebruik een stuk hout om te voorkomen dat het mes gaat draaien.
  3. Verwijder de moer (3) die het mes (1) op zijn plaatshoudt.

7101898

  1. Om het mes (1) van de hulpventilator (8) af te halen,要去 u eerst de bevestigingsmat- erialen (9) en (10) verwijdenen.
  2. Controller het mes (1) en de tussenring (5) volgens de aanwijzingen onder "inspecteren van het mes". Controller dat de hulpventilator (8) Niet beschadigd is.. Vervang verslen of beschadigde onderden met originele lately verwexen exemplaaren. Neem contact op met een erkend service center in uw omgeving.
  3. Maak zowel de bovenkant als de onderkant van de maaibehuizing schoon en verwijder al het gras en andere rommel.. Maak de hulpventilator (8) schoon.
  4. Monteer het mes (1) en de hulpventilator (8) waar met de bevestigingsmaterialen (9) en (10). Draai de bout (9) die het mes (1) op zijn plaat soudt, aan met een moment van 6,8 Nm.
  5. Plaats het mes (1) en de tussenring (5) op de as (6).
  6. Plaats het mes (1) zodanig dat de ophefranden (7) omhoog wijzen. Als het mes onderste boven zit zal het Niet goed snijden en kan het een ongeluk veroorzaken.
  7. Zet het mes (1) vast met de originele ringen en moer (3). Zorg dat de platte kant van de getrapte ring (2) gegen het mes (1) aan komt te zitten.

MURRAY 312008X51 - Vervangen van het mes (Figuur 19) - 1

WAARSCHUWING: Zorg er.altijd voor dat de moer (3) die het mes (1) op+zijnplaats houdt goed vast zit.

Een losse moer of een los mes kannen een ongeluk veroorzaken.

  1. Draai de moer (3), die het mes (1) op zich plaats houdt, vast met een moment van 41,5 Nm.
  2. Plaats de maaibehuizing'erug.Zie "Verwij- deren van de maaibehuiizing".

Instellen van de mesrotatie

MURRAY 312008X51 - Instellen van de mesrotatie - 1

WAARSCHUWING: Om ongevallen te voorkomen要去 de mesrotatiebediening goed werken.

Bij normaal gebruik hoeft de mesrotatie Niet aangepast te worden. Echter, als de maai-prestatie en kwaliteit achefteruit gaan,要去 u de volgende aanpassingen verrichten.

  1. Zorg datijdens het maaien de gashendel in de FAST stand staat.
  2. (Figuur 20) Zet de mesrotatiebediening in de DISENGAGE stand (1).
  3. Zet de motor af en trek de bougiekabel los.
  4. Controller het (de) mes(sen). Zorg dat de mesranden geslepen zich. Een bot mes zal tot gevolg hebben dat de punten van het gras bruin worden.
  5. (Figuur 21) Maak de mesaandrijfveer (2) los van de mesbedieningsstang (1). Haak de mesaandrijfveer (2) in het middelste gat (4). Hierdoor worden de spanning op de maai-aandrijfveer vergroot.
  6. Duw de bougiekabel weer op de bougie. Maai een korte afstand en controllerer op-nieuw de kwaliteit van het gemaaide gras. Zet de mesaandrijfveer (2) in het onderste gat (5), indien nodig.

  7. Controller de kwaliteit van het gemaaide gras opnieuw. Als de kwaliteit nog nicht verbeterd is, moet u de maiaaandrijfrem verrangen. Als dit ook Niet helpt,要去 u de maaier maar een erkend service center brengen.

  8. Zet de mesrotatiebediening in de DISENGAGE stand (1) en zet de motor af.
  9. (Figuur 22) Controller de werkking van de mesrem. Draai de hulpschijf (5) met de hand. Zorg ervoor dat het remblok (7) stevig gegen de hulpschijf (5) aangedrukt worden.

MURRAY 312008X51 - Instellen van de mesrotatie - 2

WAARSCHUWING: Als het remblok (7) Niet goed gegen de hulpschijf (5) kan worden gedrukt, moet u de

maiaer maar een service center brengen, moet u de maiaer maar een erkend service center brengen.

10.(Figuur 20)Zet de mesrotatiebediening in de ENGAGE stand (2).
11. (Figuur 22) Controller het blokje van de mesrem (7). Als dit bovenmatig versleten of beschadigd is,要去 de rem unit verrangen worden De juiste onderdelen en assistentie zijn verkrijgbaar via een erkend service cen ter.
12. Duw de bougiekabel waar op de bougie. Maai een korte afstand en controllerer op-nieuw de werkig van de mesrotatie.
13. Als u de mesrotatiebediening in de DISENGAGE stand zet, moet het geheel binnen vijf seconden tot stilstand komen. Als u een neue maiaaandrijfrem heeft en deze spel ing vertoont of de mes(sen) het mes blijft blijven doordraaien, moet u de mesrotatie vijf keer inen uit-schakelen om overmatig rubber van de riem te verwijderen. Breng de maaiar maar een erkend service center als u hulp nodig heeft.
14. (Figuur 21) Als u een neue aandrijfrem plaatst,要去 de mesaandrijfveer (2) in het bovenste gat (3) geleakt worden.

Instellen van de versnellingshendel (Figuur 30)

Als de NEUTRAL stand van de versnellingshendel Niet overeenkomt met de werkelijkke neutrale (vrij) stand van de tandwielkast, moet u de versnellingshendel als volgt instellen.

  1. Stop de motor.
  2. Maak de instelmoer (2) los van de schakelarm (3).
  3. Zorg ervoor dat de versnellingshendel in de NEUTRAL stand staat.
  4. Duw de machine waar voren en zorg dat de tandwelkast vrij (in de neutrale stand) staat.
  5. Breng de instelmoer (2) op eén lijn met het gat in de schakelarm (3) door aan de instelmoer (2) te draaien.
  6. Maak de instelmoer (2) waar vast aan de schakelarm (3).
  7. Vergewis u ervan dat de NEUTRAL stand van de versnellingshendel nu overeenkomt met de werkelijkke neutrale (vrij) stand van de tandwielkast.

Controleren en instellen van de koppeling (Figuur 23)

Als de aandrijfrem los zit zar de koppeling slippen als u: een helling op rijdt, een zware last trekt of de maaier zar in zich geheel nicht rijden. Stel de koppeling in als volgt.

MURRAY 312008X51 - Controleren en instellen van de koppeling (Figuur 23) - 1

WAARSCHUWING: Voordat u de maaier gaat inspecteren, afstellen of repareren, moet u de bougieka

bel van de bougie af trekken om te voorkomen dat de motor onverhoeds start.

  1. ControllerDat de hoofdaandrijfriem goed is geinstalleerd en aan de binnenkant van deriemgeleidingen loopt.
  2. Verwijder de splitpen (1), ring (2) en remveer (3) van de instelbare moer (4).
  3. Haal de instelbare moer (4) van de remarm (5) en de handremgrendel (6) af.
  4. Breng het gat in de remarm (5) op een lijn met het gat in het frame. Voorkom dat de remarm (5) gaat bewegen met een 6 mm bout of metalen pen (7).
  5. Trek de koppelingstaaf waar voren totdat hij Niet verder kan. Draai aan de instelbare moer (4) totdat deze past in het gat in de re-marm (5).
  6. Doe de handremgrendel (6), remarm (5), remveer (3) en ring waar op de instelbare moer (4) en kaak het geheel vast met de splitpen (1).
  7. Verwijder de 6 mm bout of metalen pen (7).
  8. Als de hoofdaandrijfrem nog steeds slipt nadat de koppeling is ingesteld, dan is de riem versleten de beschadigd en moet hij verrangen worden. Zie "Vervangen van de hoofdaandrijfrem".

Controleren en instellen van de voetrem (Figuur 24)

Duw het koppelings/rempedaal geheel in. Trek de handrem aan. Zet de versnellingshendel in de neutrale (N) stand. Duw de maaier maar voren. Als de achechterwielen draaien要去en de remblokken verrangen worden. Stel de voetrem (1) in als volgt.

  1. De rem (1) bevindt zich aan de rechter kant van de tandwiekast (3).
  2. Vergewis u ervan dat de handrem aangetrokken is en de versnellingshendel in de neutrale (N) stand staat. Draai de zeskartmoer (2) met de klok mee totdat de achterwienen Niet meer draaien als u de machine waar voren duwt.
  3. Zet de machine van de handrem af en duw hem maar voren. Als de wielen Niet meedraaien, moet u de zeskantmoer (2) gegen de klok in draaien totdat de wielen gaandraaien.
  4. Trek de handrem aan en duw de machine weeer maar voren. Als de achechterwienen nicht draaien is de voetrem (1) goed ingesteld. Zet de machine van de handrem af.

MURRAY 312008X51 - Controleren en instellen van de voetrem (Figuur 24) - 1

WAARSCHUWING: Vervang de remblokken als het Niet lukt om de rem goed in te stellen. De juiste re

serve onderden zijn te verkrijgen via een erkend service center.

Verwijdersen van de accu (Figuur 4)

Om de accu (1) op te laden of te reinigen, moet u hem als volgt uit de machine halen.

7101898

MURRAY 312008X51 - Verwijdersen van de accu (Figuur 4) - 1

WAARSCHUWING: Om vonden te voorkomen,要去e erst de Zwarte in accukabel (8) van de negative (-) chalen,voordat u de rode kabel (5)akt.

MURRAY 312008X51 - Verwijdersen van de accu (Figuur 4) - 2

WAARSCHUWING: De accu bevat Zwavelzuur dat gevaarlijk is voor huid, ogen en kleding. Als het zuerhuid of kleding terecht komt,要去 u teen met water spoelen.

  1. Verwijder de Zwarte accukabel (8) van de negative (-) pool.
  2. Verwijder de rode accukabel (5) van de positieve (+) pool (4).
  3. Til de accuslede (3) en accu (1)uit de machine.

Opladen van de accu (Figuur 4)

MURRAY 312008X51 - Opladen van de accu (Figuur 4) - 1

WAARSCHUWING: Zorg dat er geen vonden hunnen optreden in de buurt van een accu die worden en rook Niet. De dampen van hetur hunnen een explosie veroorza-

  1. Haal de accu (1)uit de machine om hem op te laden.
  2. Gebruik een 12 volt acculader. Laad de accu (1) op gedurende eén urn met 6 Ampère.
  3. Plaats de accu (1) terug in de machine.

MURRAY 312008X51 - Opladen van de accu (Figuur 4) - 2

WAARSCHUWING: Om vonden te voorkomen, moet u eerst de rode kabel (5) vast makeen aan de posi-

tieve pool (+) , voordat u de zwarte accukabel vast maakt.

  1. Maak de rode kabel (5) vast aan de positieve (+) pool (4) met de bevestigingsmaterialen, zoals aangegeven.
  2. Maak de zwarte kabel (8) vast aan de negatieve (-) pool met de bevestigingsmaterialen, zoals aangegeven.

Horizontalstalten van de maaibehuizing (Figuur 25 en Figuur 26)

Als de maaibehuizing horizontala staat, za het mes beter snijden en het gazon er beter uitzien.

MURRAY 312008X51 - Horizontalstalten van de   maaibehuizing (Figuur 25 en Figuur 26) - 1

WAARSCHUWING: Voordat u de maaier gaat inspecteren, afstellen of repareren, moet u de bougieka-de bougie af trekken om te voorkot de motor onverhoed sstart.

  1. Zorg ervoor dat de machine op een hard, horizontaal oppervlak staat.
  2. Controller de bandenspanning. Als de bandenspanning onjuist is zal de maaibehuzing nichtEGAALmaien.De juiste bandenspanning is:voir 0,97 BAR (14 PSI),achter 0,69 BAR (10 PSI).
  3. (Figuur 25) Zet de hoogte-installingshendel(1) in de onderste stand (2).

MURRAY 312008X51 - Horizontalstalten van de   maaibehuizing (Figuur 25 en Figuur 26) - 2

WAARSCHUWING: De hoogteinstellingshendel (3) is verbonden met een veer. Zorg ervoor dat de

hoogte-installingshendel (1) vergrendeld is in de onderste stand (2).

  1. (Figuur 26) Maak de linker en rechter instelmoeren (1) los. Duw op beiden zichden van de maaibehuizing. Zorg ervoor dat beiden kanten van de maaibehuiizing zich op een horizontaal oppervlak bevinden. Zorg er eveneens voor dat de hefbouten (2) los zitten en gemakkelijk omhoog en omlaag+kennen glijden.
  2. Druk op de instelknoppen (1) en de hefbouten (2). Draai de linker en rechter instelknop (1) stevig aan. Gebruik eventueel een sleutel om de instelknoppen (1) aan te draaien.
  3. (Figuur 25) Breng de hoogte-installings-hendel (1) omhoog.
  4. Maai een kort stuk. Voer de bovenstaande stappen opniew uit, als de hoogte of snede nicht egaal is.

Smeren van de machine (Figuur 27)

MURRAY 312008X51 - Smeren van de machine (Figuur 27) - 1

Modellen met smeernippels: smear met een vetpistol.

Breng vet aan met een borstel op de aangegeven plekken.

Smeer met motorolie op de aangegeven plekken.

OPMERKING: Smeer de koppelingen van de stuurstang.

LET OP! Als de machine worden gebruikt in droge gebieden met zand, moet u een droge ggrafietspray gebruiken om de machine te smeren.

Controleren van de banden

Controleer de bandenspanning. De machine zal schokkerig rijden als de druk in de banden te hoog is. Als de bandenspanning onjuist is zar de maaibehuiizing Niet egaal maaien. De juiste bandenspanning is: voor 0,97 BAR (14 PSI), awhile 0,69 BAR (10 PSI).

Vervangen van de hoofdaandrijfrem

  1. Verwijder de maaibehuizing. Zie de aanwij-zingen onder "Verwijdersen van de maaibehuizing".
  2. Trap het pediaal geheel in en trek de handrem aan.
  3. (Figuur 28) Verwijder de geleidingssschijf (1).
  4. (Figuur 29) Verwijderd e accu en accuslede om bij de hoofdaandrijfremgeleidingen (1) te+knen komen.Zie "Verwijderen van de accu".
  5. Maak de hoofdaandrijfremgeleidingen (1) bij de aandrijschijf (2) los.
  6. (Figuur 28) Haal de hoofdaandrijfrem (3) van de aandrijfschijf (4) af.
  7. (Figuur 30) Verwijder de instelmoer (2) van de versnellingsbeugel (3).
  8. (Figuur 31) Verwijder de hoofdaandrijfrem (1) van de stapelschijf (2) door het voorste gedeelte van de riem onder de stapelschijf (2) te trekken en dan terug:tussen de sta-pelschijf en de stuurplaat (3).

  9. (Figuur 32) Verwijder het toegangspaneel (1).

  10. Verwijder de twee schroeven (4) die de stuurstang (2) op+zijnplaats houden.Trek het stuurwiel en de stuurstang (2) omhoog. Trek de hoofdaandrijfrem (3) onder de stuurstang (2) door.

  11. Verwijder de hoofdaandrijfrem. Een neuen exemplaar en assistentie, indien nodig, is te verkrijgen van een erkend service center bij u in de buurt.
  12. De neue riem kan geinstalleerd worden door de bovenstaande stappen in omge-keerde volgorde te doorlopen.
  13. (Figuur 33) Controller dat de hoofdaandrij-friem (1) goed loopt. Vergewis u ervan dat de riem goed om de geleidingschijf (2) zit. De stuurstang (3)要去 binnen in de hoofdaandrijfrem (1) zitten.

Vervangen van de maiaaandrijfrem (Figuur 22)

  1. Verwijder de maaibehuizing. Zie de aanwij-zingen onder "Verwijdersen van de maaibehuizing".
  2. Duw de riemgeleider (1) weg van de geleidingssschijf (2) en verwijder de maiaaandrij-friem (3).
  3. Trek de riemngeleider (4) en de remcon-structie (7) weg van de aandrijfschijf (5) en verwijder de maiaaandrijfrem (3). Een geschikt reserve onderdeel alsmede assistentie is beschikbaar bij een Erkend Service Centre bij u in de buurt.
  4. De neue riem kan geinstalleerd worden door de bovenstaande stappen in omge-keerde volgorde te doorlopen.
  5. Voordat u begint met maaien, moet u de mesrotatieregeling controeren. Instructies hierover staan in "Instellen van de mesrotaieregeling".

Verwijdersen van de maaibehuizing (Figuur 34)

  1. Zet de mesrotatiehendel (1) in de DISENGAGE stand.
  2. Zet de hoogte-instellingshendel (2) in de laagste stand.

MURRAY 312008X51 - Verwijdersen van de maaibehuizing (Figuur 34) - 1

WAARSCHUWING: De hoogte-instelingshendel (2) is aangespannen met een veer. Let er op dat de

hoogte-installingshendel (2) vast staat in de laagste stand.

  1. Verwijder de splitpennen en ringen van de instelarmen (3). Zie afbeelding C en D.
  2. Verwijder de splitpennen en ringen van de ophangingverbindingen (4). Zie afbeelding A en B.
  3. Maak de veer (5) los van de mesbedie-ningsstang (6). Zie afbeelding E.
  4. Maak de voorste beugel (9) los van de asondersteuning. Zie afbeelding F.
  5. Verwijder de maaiaandrijfrem (7) van de stapelschijf (8). Zie Figuur "G".
  6. (Figuur 16) Maak de rubberen band (1) los van de knop (2) op het verbindingstuk (3). Schuif het verbindingstuk (3) van het ver-lengthuk (8) af.
  7. Trek de maaibehuizing opzij maar rechts.
  8. De maaibehuiizing kan wee geinstalleerd worden door de bovenstaande stappen in omgekeerde volgorde te doorlopen.

Vervangen van de zekering

Als de zekering doorgebrand is zal de motor nicht starten. Vervang de zekering met een neue zekering van 15 Ampere die geschikt is voor automobielen.

Opslag voor langere tijd (30 dagen of langer)

Aan het einde van het maaiseizoen moet u de machine als volgt gereed makeen voor stalling.

  1. Tap de brandstof af uit de carburateur en de benzine tank. Ververs de olie. Volg de aanwijzingen van de fabrikant.
  2. Maak de machine schoon.
  3. Laad de accu op. Zie onder "Opladen van de accu".

Bestellen van reserve onderdelen

De reserve onderdelen staan acheterin dit instructieboek of in een aparte onderdelenboek.

Gebruik alleen reserve onderdelen die door de fabrikant erkend of goedgekeurd zich. Gebruik geen assoesiores die nicht speciaal voor deze machine worden aanbevolen. Om de juiste reserve onderdelen te bestellen, moet u het model van uw maaier, zoals dat op het naamplaatje voorkomt, vermelden.

Reserve onderdelen, behalte voor de motor, transmissie, verbindingsas en differentieel, zich verwkrijigbaar via uw leverancier of via een service center dat worden aanbevolen door de leverancier.

Reserve onderdelen voor de motor, transmissie, of verbindingsas zijn verkrijngbaar via de ergende service centers van de desbeteffende leverancier. Deze za vermeld staan in het telefoonboek. Kijk ook in de desbeteffende garantieverklaringen van deze onderdelen, hoe u eventueel reserve onderdelen=kunt bestellen.

Bij de bestelling moet u de volgende gegevens vermelden:

(1) Model aanduiding
(2) Serienummer
(3) Onderdeelnummer
(4) Aantal

PROBLEM: De motor slaat nicht aan.

  1. Volg de aanwijzingen onder "Starten van de motor" op.
  2. Modellen met electrische start: Maak de accuklemen schoon en verbind ze daarna goed.
  3. Kijk of er een draad los zit. Kijk of de limiet-schakelaars vast zitten. (Zie het bedrangsschema.)
  4. Tap de benzinetank af, maak de benzineleiding schoon en verrang het benzinefilter.
  5. Verwijder de bougie(s). Zet de choke in de SLOW stand. Draai het contactsleuteltje in de ON stand. Probeer de motor enige malente starten. Plaats de bougie wee terug.
  6. Vervang de bougie.
  7. Stel de carburateur bij.

PROBLEM: De motor wil nicht draaien.

  1. Volg de aanwijzingen onder "Starten van de motor" op.
  2. Modellen met electrische start: Laad de accu op.
  3. Vervang de zekering.
  4. Controller de kabelboom op schade of een losse verbinding. Vervang de beschadigde draad.
  5. Modellen met electrische start: verrang de solenoïde. Modellen met trenkstart: verrang de module.

PROBLEM: De motor slaat moeilijk aan.

  1. Stel de carburateur bij.
  2. Vervang de bougie.
  3. Vervang het benzinefilter.

PROBLEEM: De motor loopt onregelmatig of met gereduceerd vermogen.

  1. Peil de olie.
  2. Maak het luchtfilter schoon.
  3. Maak het buitenste stalen luchtfilter schoon.
  4. Vervang de bougie.
  5. De motor worden te zwaar belast. Schakel in een lagere versnelling.
  6. Stel de carburateur bij.
  7. Vervang het benzinefilter.

PROBLEEM: De motor loopt onregelmatig bij hoge snelheden.

  1. Vervang de bougie.
  2. Stel de choke beter af.
  3. Vervang het luchtfilter.

  4. Vervang het benzinefilter.

PROBLEM: De motor slaat af als de messen worden ingeschakeld.

  1. Controller de kabelboom op schade of een losse verbinding. Vervang de beschadigde draad.
  2. De graszak moet zijn gemonteerd (alleen van toepassing op het model met een graszak en awhiletworp).

PROBLEM: De motor slaat af op een helling.

  1. Maai altijd de helling op en af, nooit parallel aan de helling.

PROBLEM: De motor wil nicht stationair draaien.

  1. Vervang de bougie.
  2. Maak het luchtfilter schoon.
  3. Stel de carburateur bij.
  4. Stel de choke beter af.
  5. Tap de benzinetank af, maak de benzineleiding schoon en verrang het benzinefilter.

PROBLEM: Als de motor heet is neemt het vermogen af.

  1. Maak het buitenste stalen luchtfilter schoon.
  2. Peil de olie.
  3. Stel de carburateur bij.
  4. Vervang het benzinefilter.

PROBLEM: De machine trilt erg.

  1. Vervang het mes.
  2. Controller op除去 motorbauten.
  3. Verminder de bandenspanning.
  4. Stel de carburateur bij.
  5. Kijk na op een beschadigde aandrijfrem of schijf. Vervang de beschadigde onderdelen.

PROBLEM: Het gemaaide gras worden nicht goed uitgeworpen.

  1. Stop de motor en kaak de maaibehuizing schoon.
  2. Stel in op een hoger maainiveau.
  3. Vervang of slijp het (de) mes(sen).
  4. Schakel de versnelling in een lagere snugheid.
  5. Zet de gashendel in de FAST stand.
  6. Vervang de veer die het (de) mes(sen) uitschakelt.
  7. Maak het verlengstuk en het verbindingstuk schoon (alleen van toepassing op het model met een grasszak enchteruitworp).

PROBLEM: De maaibehuzing maait. niet egaal.

  1. Controller de bandenspanning.
  2. Stel de hoogte van de maaibehuiizing bij.
  3. Controller de Vooras. Als deze Niet vrij kan scharnieren,要去en de asbouteu worden losgedraaid.
  1. Controller de maiaaandrijfrem. Zorg ervoor dat de riem goed zit.
  2. Vervang de maiaaandrijfrem.

PROBLEM: De machine gaat nicht rijden verwijl de koppeling ingeschakeld is.

  1. Controller de hoofdaandrijfrem. Zorg ervoor dat de riem goed zit.
  2. Stel de koppeling bij.
  3. Vervang de hoofdaandrijfriem.

PROBLEEM: De machine gaat langzamer rijden of stopt geheel als de koppel-ing wordt ingeschakeld.

  1. Stel de koppeling bij.
  2. Vervang de hoofdaandrijfriem.

PROBLEM: Als u de koppeling/remThat opkomen hoort u de aandrijfrem.

  1. Kortdurig geluid van de riem duidt Niet op foutieve werking van de machine. Controller of de riem goed loopt, indien het geluid blij aanhonden. Zorg dat de riem binnen alle geleidingen loopt.
  2. Indien het geluid blijt aanhouden, moet u de koppeling afstellen.

PROBLEM: De weiterwielen slaan op hol op oneffen terrein.

  1. Controller de Vooras. Als deze Niet vrij kan scharnieren,要去en de asbouteu worden losgedraaid.

PROBLEM: Het is moeilijk van de ene versnelling maar de andere te schakeilen, terwijl de motor loopt en de koppel-ing is ingetrapt.

  1. Controller of de koppeling goed is afgesteld. De aandrijfrem moet ophouden met draaien als de koppeling is ingetrapt en de versneling in neutraal (N) staat.
  2. Controller de riemgeleidingen rond de versnellingsschijf. Zorg dat de geleidingen nicht gegen de schijf aandrukken.

CONTENIDO

SIMBOLOS INTERNACIONALES 60
GARANTIA LIMITADA 61
INFORMATION PARA EL PROPIETARIO 62
INSTRUCCIONES PARA EL USO SEGURO 62
MONTAJE 63
OPERACION 65
MANTENIMIENTO 66
LOCALIZACION DE AVERIAS 70

SIMBOLOS INTERNACIONALES

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MURRAY

Model : 312008X51

Categorie : Rijmaaier