309008X51 - Rijmaaier MURRAY - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 309008X51 MURRAY in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over 309008X51 MURRAY
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Rijmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 309008X51 - MURRAY en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 309008X51 van het merk MURRAY.
GEBRUIKSAANWIJZING 309008X51 MURRAY
BELANGRIJK: De volgende pictogrammen bevinden zich op uw machine of in deaar bijbehorende literatuur. Voordat u de machine要去 bedieren, moet u de betekenis en het doel van elk pictogram leeren begrijpen.
OPMERKING: Illustrations en pictogrammen beginnen op pagina 2.
Veiligheids- en waarschuwings-pictogrammen (Figuur 26)
1 Waarschuwing.
2 BELANGRIJK: Lees de gebruiksaanwijzing voordat u deze machine gaat bedieren.
3 WAARSCHUWING: Uitgeworpen voorwerpen. Houdt omstanders op afstand. Lees de gebruiksaanwijzing voordat udezemachine gaat bedieren.
4 WAARSCHUWING: Gebruik deze machine Niet op hellingen van meer dan 10 graden.
5 GEVAAR: Houdt omstanders en vooral
kinderenuitdebuurt van de machine.
6 GEVAAR: Dit is geen trede.
7 GEVAAR: Houd voeten en handen uit de buurt van draaiende messen.
8 GEVAAR: Verwijder de bougiekabel van de bougie voordat u onderhoud aan de machineuitvoert.
9 WAARSCHUWING: Heet oppervlak.
10 WAARSCHUWING: Wees voorzichtig bij het aansluiten en loskoppelen van accessoires.
11 WAARSCHUWING: Vingers können belneld raken.
12 BELANGRIJK: Volg de instructies in de Handleiding om het maaibehuizing horizontaal te zetten.
13 WAARSCHUWING: zolang de motor draait, dient uuit de buurt van het mes blijven.
Bedieningspictogrammen (Figuur 27)
1 Starten van de motor
2 Lichten
3 Latendraiaen van de motor
4 Stopen van de motor
5 Latendraaien van de motor
6 Rem
7 Handrem
8 Koppeling
9 Langzaam
10 Snel
11 Choke
12 Olie
13 Bediening mesrotatie
14 Omhoog brengen
15 Brandstof
INFORMATIE VOOR DE EIGENAAR
Ken uw machine: Als u de machine en de werkung ervan begrijpt krijt u de Beste resultaten. Vergelijk de illustraties van de machine met de werkelijkheid, verwijl u deze handleiding doorleest. Leer der werkung van de bedieningselementen en waar ze zich bevinden. Volg de bedieningsaanwijzingen en de veiligheidsregels om een ongeluk te voorkomen. Bewaar deze handleidig om hem later te konnen raadplegen.

WAARSCHUWING: Let op! Dit symbol duidt op belangrijke veiligheidsmaatregelen. Dit symbol betekent: "Let en pas op! Uw verilgheid kan in gevaar zich."
Verantwoordelijkheid van de eigenaar

WAARSCHUWING: Dit is een snijdende machine die in staat is handen en voeten te amputeren en voorwerpen weg te slinge-
ren. Veronachtzaming van de volgende veiligheidsaanwijzingen kan resulteren in ernstig letsel of dedood voor de bestuurder en omstanders.
Het is de verantwoordelijkheid van de eigenaar om de onderstaande aanwijzingen op te volgen.
VEILIGEBEDIENING
Voor rijdende zitmaaiersmet roterende messen
Training
- Lees de instructies nauwkeurig. Wees vertrouwd met de bediening en het juiste gebruik van de machine.
- Sta nooit toe dat kinderen of mensen die nicht bekend zijn met denen instructies de machine gebruiken. Lokale regels hunnen een minimum leeftijd voor de bestuurder voorschrijven.
- Maai nooit als er omstanders, in het bijzonder kinde- ren, of huisdieren in de buurt+zijn.
- Onthoud dat de bestuurd er gebruiker verantwoordelijk is voor oncevalen of bootstelling aan gevaar aan derden of hun bezittingen.
- Neem nooit passagiers mee.
- Alle bestuurders要去en ervoor zorgen dat ze professionele en practische instructie kriijgen. Zulke instructie要去 nadruk leggen op:
a. deoodzaak voor behoedzaamheid en concentratie bij het werken met zitmaaiers;
b. de contrôle over de machine die gaat glijden op een helling kan nicht worden herkregen door de rem te gebruiken. De belangrijkste redenen voor het verliezen van contrôle zijn:
onvoldoende grip op de wielen;
- te snel rijden;
verkeerd remmen;
- het soort maaier is ongeschikt voor de taak;
onbekendheit met de grondcondities, in het bijzonder hellingen;
verkeerd optrekken en verkeerde la-dingsverdeling.
Voorbereiding
- Draagijdens het maaien altijd stevige schoenen en 1741751
een lange broek. Bedien de machine Niet met blote voeten of met sandalen aan.
- Onderwerp het te maaien gebied aan een grondige inspectie en verwijder alle voorwerpen die door de machine uitgeworpen zouden+kennen.
a. Bewaar brandstof incontainers die special voor dit doel ontworpen zijn
b. Voeg benzine toe in de frisse lucht en rook nicht.
c. Voeg benzine toe voordat u de motor aanzet. Verwijder nooit de benzine tankdop of voeg benzine toe terwijl de motor loopt of nog heet is.
d. Als er benzine gemorst is, mag u de motor nicht starten, maar要去 u de machine van de plek met de gemorste benzine verwijderen en voorkomen dat er een vonk kan optreden, totdat de benzine verdampt is.
e. Schroef alle doppen van benzine containers en tanks zorgvuldig vast.
- Vervang defecte geluidsdempers.
- Controller voor gebruik algid dat de messen, mesbauten en snijconstructie Niet versleten of beschadigd zijn. Vervang versleten of beschadigde bladen en bouten in paren zDat het evenwicht Niet verstoord worden.
- Bij machines met meertere bladen kan het draaien van een blad tot gevolg hebben dat andere bladen ook gaan bewegen.
Bediening
- Gebruik de machine nicht in een afgesloten ruimte, waar zich gevaarlijke koolmonoxyde dampen+kunnen ophopen.
- Maai alleen bij daglicht of goed kunstlicht.
- Voordat u de motor start, moet u alle mesassesoires loskoppelen en de koppeling in de neutrale stand zetten.
- Gebruik de machine Niet op hellingen van meer dan 10^
- Onthoud dat er geen "veilige" hellingen bestaan. Het rijden over grashellingen vraagt om speciale aan-dacht. Om omkantelen te voorkomen, moet u:
a. nied plotseling stoppen of optrekken, terwijl u omhoog of omlaag rijdt;
b. de koppeleng langzaam op latent komen en de motor altijd in de versnelling latent, vooral wenneer u de helling af rijdt;
c. langzaam rijden op hellingen en in scherpe bochten;
d. oppassen voor hobbels, kuilen en andere verborgen gezaren;
e. nooit loodrecht op hellingsrichting rijden, tenzij de maaier voor dit doel ontworpen is.
- Pas op bij het trekken van ladingen of het gebruiken van zwaar materieel.
a. Gebruik alleen de waarvoort bestemde trekhaken.
b. Vervoer alleen ladingen die u kurz beheersen.
c. Maak geen scherpe bochten. Pas op bij het中断uit schaken.
d. Gebruik tegengewichten of gewichten aan de wielen als dat in het Instructieboek worden aangeraden.
- Let op het andere verkeer bij het oversteken van wegen.
- Zet het roteren van de messen af voordat u over iets anders dan gras rijdt.
- Als u assesoires gebruikt, let er dan op dat er nooit materialia in de richting van omstanders geslingered
wordt. Laat nooit iemand in de buurt van de machine als deze aan het werken is.
- Bedien de maaier nooit als de beschemkappen ka-pot+zijn.De beschemkappen要去 alg op hun plaats zitten.
-
Verander de instellenen van de regulateur van de machine Niet en voer hem Niet op. Het gebruiken van een machine bij te hove sleidid kan de kans op gevaar of persoonlijk letsel vergroten.
-
Voordat u van de bestuurdersplaats afstapt, moet u a. de motor ontkoppelen en de assoesiores later zakken;
b. de motor in de neutrale stand zetten en de handrem aantrekken;
c. de motor afzetten en het contactsleuteltje verwiederen.
- Ontkoppel de assoesiores, stop de motor en trek de bougiekabel(s) los of verwijder het contactsleuteltje, voordat u
a. verstoppingen in de trechter of elders verhelpt;
b. de maaier controleert, reinigt of er aan wilt werken;
c. de maaier inspecteert nadat u een obstakel geraakt hebt. Voer, indien nodig, reparationsuit voordat u de machine opniew start en gebruikt;
d. de motor contrôle bij abnormaal trillen. (On-middelijk stoppen.)
-
Koppel de assoesores los als u de maier Niet gebruikt of deze wilt transporteren.
-
Zet de motor af en ontkoppel de assosoires voorat u
a. bezine bijvult;
b. de grasopvanger verwijdert;
c. de hoogte aanpast, tenzij dat vanaf de bestuurdersplaats kan geleuren.
- Neem gas terug aan het einde van de maaiactiviteiten. Draai de benzinekraan zich, indien de motor hiermee isuitgerust.
- Voordat u achechteruit rijdt, moet u waar achefteren en beneden kijken om u ervan te vergewissen dat er geenkleine kinderen in de buurt zich.
- Wees extra voorzichtig bij blinde hoeken, struiken, bomen of andere obstakels die het zich kannen wegnemen.
Onderhoud en opslag
- Bij machines met meertere messen kan het bewegen van een mes de andere messen ook inbeweging zieten. Wees voorlichtig!
- Als u de machine parkeert of weg zet, moet u het snijgedeelte van de machine lately zakken tenzij u het stut of vast zet.
- Zorg ervoor dat alle moeren, bouteen en schroeven vast aangedraaid zitten om er zeker van te zijn dat de machine in veilige staat verkeert.
- Parkeer de machine nooit met benzine in de tank, in een afgesloten ruimte waar de dampen met een vlam of vonk in aanraking hunnenkomen.
- Laat de motor afkoelen voorat u de machine in een afgesloten ruimte weg zet.
- Verwijder gras, bladeren en overmatig smeervet van de geluidsdemper, het accucompartment en van de benzine opsglaats om gevaar voor brand te verminderen.
- Comtroleer de grasvanger regelmatig op slijtage.
- Vervang versleten of beschadigde onderdelen om veiligheidsredenen.
- Als het nodig blijdt de benzinetank af te tappen, moet dit in de frisse lucht gebeuren.
Alle bevestigingsmaterialen zitten in de zak met onderdelen. Gooi geen onderdelen of materiaal weg voordat de maaier inelkaar gezet is.

WAARSCHUWING: Voordat u aan de maaier werk, moet u de bougiekabel lostrekken.
OPMERKING: In deze handleiding zijn de termen links en rechts gebruikt vanuit het gezichtspunt van de berijder.
OPMERKING: Illustrations en pictogrammen beginnen op pagina 2.
OPMERKING: De bevestigingsmaterialen die u moet gebruiken om de volgende losse onderden te monteren, zich op ware grotte weergegeven in figuur 28.
Onderhoudsvrije accu (Figuur 3)
BELANGRIJK: Controller de datum op de accu voordat u de accukabels bevestigt. Deze datum geeft aan of de accu opgeladen moet worden.
- Breng de stoelsteun omhoog en zetdezemet de stoelsteunstang vast in de UP stand.
- De datum van de accu staat boven op de accu (1).
- Als de datum later is dan vandaag, hoeft de accu (1) Niet opgeladen te worden en kunnen de accukabels bevestigd worden. Zie "Installeren van de accukabels".
- Als de datum vroeger is dan vandaag,要去 de accu (1) opgeladen worden. Zie "Opladen van een onderhoudsvrije accu".
Installeren van de bestuurdersstoel (Figuur 1)
- Verwijder voorzichtig de plastic zak van de bestuurdersstoel (1).
- Breng de stoeilsteun (2) omhoog en zet\ deze met de stoeilsteunstang (6) in de UP\ stand vast.
- Plaats de gaatjes in de stoe (1) gegenover de gaatjes in de stoelsteun (2). Maak de stoe (1) vast aan de stoelsteun (2) met de bevestigingsmaterialen (4) en (5).
- Controller de stand van de stoel (1). Maak de twee vleugelmoeren (5) los indien de stoel (1) ingesteld要去 worden. Schuif de stoel (1) maar voren of achefteren via de stoe-linstelgaten (3). Maak de vleugelmoeren (5) waar vast.
Montage van het stuurwiel (Figuur 2)
- Zorg ervoor dat de voorwielenrecht staan.
- Schuif de buis (1) over de console (2). Let er op dat het uiteinde van de buis (1) over de stuurhuls (3) past.
- Maak het stuurwiel (4) vast aan de stuurstang (5) met schroef (7) en ringetje (6).
- Schuif het stuurwiel (4) en de stuurstang (5) in de buis (1) en console (2). Druk op het stuurwiel (4). De stuurstang (5) zal op het rondsel vast klikken. Trek aan het stuurwiel (4) om u er van te vergewissen dat het vast zit aan de stuurstang (5).
- Sommige modellen haben een optioneel plaatje (8) voor het stuurwiel in de zak met onderdelen. Bevestig het plaatje (8) in het midden van het stuurwiel (4).
Opladen van de accu (Figuur 3)

WAARSCHUWING: Rook nichtijdens het opladen van de accu. Houd de accuuit de buurt van vonden. De
dampen van het accuzuur können een explosie veroorzaken.
- Om de accuhouder (2) uit de accubak (3) te halen, moet u op het lage einde van de accuhouder (2) drukken.
- Verwijder de accu (1) aan de rechtter kant van de machine.
- Verwijder de kapjes van de polen.
- Gebruik een acculader van 12 Volt om de accu op te laden (1). Laadt de accu op gedurende 1aar onder 6 Ampere. Als u geen acculader heeft, moet u de accu door een erkend service center lien opladen.
- Installer de accu (1) en zet deze vast met de accuhouder (2). Zorg ervoor dat de positieve (+) pool (4) iaan de rechter kant zit..
Installeren van de accukabels (Figuur 3)

WAARSCHUWING: Om vonden te voorkomen, moet u de rode kabel me de positieve (+) pool verbinden voor
dat u de zwarte kabel aansluit.
- Verwijder de kapjes van de occupolen.
- Bevestig de rode kabel (5) aan de positie-ve (+) pool (4) met de bevestiginsmaterialen (6) en (7).
- Bevestig de zwarte kabel (5) aan de negatieve (-) pool met de bevestiginsmaterialen (6) en (7).
Controleren van de banden
Controleer de bandenspanning. Als de banden een te hoge druk hebben, zal de machine ongelijkmatig rijden. De machine zaroneffen maieren als de banden Niet de juiste spanning hebben. De correcte bandenspanning is: Voorbanden 1,5 BAR (22 PSI), Achterbanden 1.0 BAR (14 PSI). Ten behoeve van de verscheping waren de banden extra opgeprompt.
Controleren van de stand van de maaibehuizing
Controleer of het maavlak nog steeds goed effen is. Maai een kort stuk en kijk waar het oppervlak dat net gemaaid is. Als dit er nicht regelmatig uit ziet, moet u de instructies onder "Horizontal aan stellen van de maaibehuiizing" raadplegen in de Onderhoudssectie van deze handleiding.
In gereedheid brengen van de motor
OPMERKING: De motor was in de fabriek met olie gezuld. Controller het oliepeil en vul eventueel olie bij.
Zoek in de handleiding van de motorfabrikant op welk soort benzine en olie u moet gebruiken. Lees eerst de informatatie over veriligheid, bediening, onderhoud en opslag.

WAARSCHUWING: Zoek in de handleiding van de motorfabrikant op welk soort benzine en olie u moet gebrui-
ken. Gebruik.altijd een goedgekeurde jerry- can.Rook Niet tijdens het bijvullen van benzine.Zet de motor af en LAST deze eerst enige minuten afkoelen.Bijvullen van benzine mag nooit in afgesloten ruimtes gebeuren.
Belangrijk! Voor het maaien moet u:
de motorolie feuien,
de tank met benzine vullen,
de stand van de maaibehuizing controleren,
de bandenspanning controlleren,
de accukabels bevestigen.
Eindmontage
- Controller alle bevestigingsmaterialen. Vergewis u ervan dat alle bevestigings- materiai- len op de goede plaats en goed vast zitten.
- Controller de installation. Vergewis u ervan dat alle onderdelen goed geinstalleerd zich.

WAARSCHUWING: Vergewis u ervan dat de graszakcombinatie goed in elkaar gezet en goed
geinstalleerd is. De graszak mag alleen worden gebruikt als deze met alle bijbehorende delen volledig is gemonteerd.
OPMERKING: Illustrations en pictogrammen beginnen op pagina 2.
Plaats van de bedieningselementen (Figuur 4)
Bediening van de mesrotatie (1): gelebruik om de mesrotatie in werkig te zetten en te stoppen.
Koppelings/rempedaal (2): Het pedaal heeft twee functies. De eerste functie is als koppelingspedaal. De tweede functie is als rem.
Ontstekingsschakelaar (3): Gebruik de ontstekingsschakelaar om de motor te starten en te stoppen.
Versnellingshendel (4): Gebruik de versnelingshendel om de snelheid van de machine aan te passen.
Hoogte-installingshendel (5): Gebruik de hoogte-installingshendel om de maaihoogte in te stellen.
Handrem (6): Trek de handrem aan als u de bestuurdersplaats verlaat.
Gashendel (7): Gebruik de gashendel om de slenlheid van de motor te verhogen of te verlagen.
Assessoires
Deze machine kan gebruikt worden met meer-dere assoesores. Deze machine kan een gazonveger, beluchter of zaigoedverdeler trekken. Hij isECHTERNiet geschikt om asso-soires te trekken die met de bodem in aanraking komen, zoals een ploeg, eg of cultivator.
Het maximale gewicht voor aanhangassessoires is 90kg. (200 lbs.).
Gebruik van de gashendel (Figuur 4 en Figuur 5)
Gebruik de gashendel/choke (7) om de snelheid van de motor te verhogen of te verlagen.
- Om een koude motor te starten, moet u de gashendel/choke (7) geheel maar voren in de CHOKE stand zetten.
- De SNEL stand is met een streepje gemar-keerd. Zet de gashendel in de SNEL stand voor normala gebruik en wanner u een gra-sopvangzak gebruikt. Met de motor in de SNEL stand worden deze het best gekoeld en de accu maximaal opgeladen.
- De regelateur is in de fabriek optimaal afgesteld. Verander de instelling nicht om de motor sneller te lien draaien.
Bediening van de mesrotatie (Figuur 4 en Figuur 6)
Gebruik deze hendel om de mesrotatie (1) in werkig te zetten en te stoppen.
-
Voordat u de motor aanzet, moet u zich er van vergewissen dat de mesrotatiehendel (1) in de UITSCHAKELEN stand staat (8).
-
Om het mes in te schakelen, moet u de mes-rotatiehendel (1) waar voren zetten, zodat het mes in de INSCHAKELEN stand (9) komt te zitten.
- Uitschakelen van het mes geleurt door de mesrotatiehendel (1) in de UITSCHAKELEN stand (8) te zetten. Voordat u van de stoel opstaat,要去 u controlleren dat het mes Niet更是 draait.
- Zet de mesrotatiehendel (1) in de UITS- CHAKELEN stand voordat u een trottor of een weg over steekt.

WAARSCHUWING: houd alsijd uw handen en voeten uit de buurt van de messen, de uitworpopening en orbehuzing als de motor draait.
Gebruik van de versnellingshendel
Volg de aanwijzingen hieronder op om de slel-heid ofrichting van de maaier te wijzigen.
LET OP! Voordat u de versnellingshendel beweegt, moet u het koppelings/rempedaal (2) volledig intrappen om de machine tot stilstand te brengen. Als de maaier nicht stil staat kan de tandwielkast beschadigen.
- (Figuur 7) Trap het koppelings/rempedaal (2) volledig in om de machine tot stilstand te brengen. Houd het pediaal ingedrukt.
- (Figuur 8) Zet de gashendel (7) in de LANGZAAM stand.
- (Figuur 9) Zet de versnellingshendel (4) in een van de voorwaartse standen om vooruit te rijden. om achechteruit te rijden要去 de versnellingshendel (4) in de achechteruit stand staan.
- (Figuur 7) Laat het koppelings/rempedaal (2) langzaam opkomen en haal u voet er van af.
- (Figuur 8) Zet de gashendel (7) in de SNEL stand.
Gebruik van de handrem (Figuur 7)
- Trap het koppelings/rempedaal (2) volledig in.
- Trek de handrem (6) omhoog.
- Haal uw voet van het koppelings/rempe-daal (2) af en LAST de handrem (6) wee Ios. Vergewis u ervan dat de handrem de machine op+zijnplaats houdt.
- Om de handrem (6) los te zieten, moet u het koppelings/rempedaal (2) volledig intrappen. De handrem zar automatisch los+komen.
WAARSCHUWING: Voordat u van de bestuurdersplaats afstapt, moet u de versnellingshendel in de neutrale (N) stand zetten, de handrem aantrekken, de mesbedieningshendel in de UITS-CHAKELEN stand zetten, de motor afzetten en het contactsleuteltje verwijdenen.
Instellen van de maaihoogte (Figuur 10)
Om de maahoogte te veranderen, moet u de hoogte-instellingshendel (5) als volgt omhoog of olaag bewegen:
- Duw de hoogte-installingshendel (5) maar voren om de maaibehuizing te lately zakken enaar achteren om de maaierbehuiizing omhoog te brengen.
- Als u over een troattoir of weg rijdt, moet u de hoogte-installingshendel (5) in de hoogste stand zetten en de mesbedieningshendel in de UITSCHAKELEN stand zetten.
De machine tot stilstand brengen (Figuur 4)
- Trap het koppelings/rempedaal (2) geheel\ aar voren om de machine te lately stoppen.\ Houd uw voet op het pedaal.
- Zet de mesbedieningshendel (1) in de UITSCHAKELEN stand.
- Zet de versnellingshendel (4) in de NEUTRALE stand.
- Trek de handrem (6) aan.

WAARSCHUWING: Vergewis u ervan dat de handrem de machine op+zijnplaats houdt.
- Zet de gashendel (7) in de LANGZAAM stand.
- Zet de motor af door het contactsleuteltje (3) waar de OFF stand te draaien en verwijder het.
Transporteren van de machine
Volg de stappen hieronder om de machine te transporteren.
- Zet de mesbedieningshendel in de UITS- CHAKELEN stand.
- Zet de hoogte-instellingshendel in de hoogste stand.
- Zet de gashendel:tussen LANGZAAM en SNEL in.
- Zet de gashendel dichter bij SNEL om sneller te rijden.
Installeren van het zij-uitworphulpstuk (Figuur 11)
WAARSCHUWING: Om te voorkomen dat de motor start, moet u de kabel van de bougie af trekken. Let er op dat de mesrotatiekoppelinghendel van het zij-uitworphulpstuk in de UITS- CHAKELEN stand staat.
M.b.v. de mulchklep (1) sunt u het gras mulchen om een的那一個maaivlak te verkrijgen dat er netjesuit ziet.Om het gras opzijuit te
werpen, moet het zich-uitworphulpstuk (2) als volgt worden aangebracht:
- Verwijder de twee vleugelmoeren (3) waar-mee de mulchklep (1) vast zit.
- Til de mulchklep (1) op. Plaats het zij-uitworphulpstuk (2) op bezelfde bouteen waarmee de mulchklep (1) vast zat.
- Zet het zich-uitworphulpstuk (2) waar vast met de vleugelmoeren (3).
- Om te mulchen, verwijdert u het zij-uitwor-phulpstuk (2) en staatst u de mulchklep (1) weeer terug op de maaibehuizing m.b.v.de vleugelmoeren (3).
Bedieren van de maaierbehuzing

WAARSCHUWING: De mulchklep heeft een veiligheidsfunctie. Haal de mulchklep Niet weg. De deflec
tor zorgt er voor dat het uitgeworpen materiaal maar de grond worden geslingerd. De deflector要去 algid maar beneden wijzen. Als de deflector beschadigd is,要去 deze verwangen worden met een origineel verwangingsexemplaar van een erkend service center.
BELANGRIJK: Als u de maaierbehuzing be-dient要去 gashendel altijd in de SNEL stand staan.
- Start de motor.
- Zet de hoogte-installingshendel in de stand die u wilt. Hoog of dik gras moet u eerst in de hoogste stand maaien. Daarna kurz u het in een lagere stand maaien.
- Zet de gashendel in de LANGZAAM stand.
- Duw de mesbedieningshendel langzaam\ haar de INSCHAKELEN stand.
- Trap het koppelings/rempedaal (2) geheel in.
- Zet de gashendel in een stand anders dan de LANGZAAM stand.
OPMERKING: Zet de versnellingshendel in de laagste stand als u dik gras aan het maaien bent of met een grasopvangzak werkt.
- Laat het koppelings/rempedaal langzaam opkomen.
- Zet de gashendel in de SNEL stand. Als u sneller of langzamer wilt gaan, moet u de machine stoppen en met behulp van de versnellingshendel een andere snelheid uitkiezen.
- ControllerDat de maaihoogte nog steeds juist is.Maai een korte afstand en kijk naar het gemaaide oppervlak.Zie de aanwijzingen onder "Instellen van de maaibehuizing" in het hoofdstuk Onderhoud indien de maaibehuizing Niet egaal maait.

WAARSCHUWING: Rij met lage snelheid om betere controle over de machine te hebben.
Werken op hellingen

WAARSCHUWING: Rij nooit hellingen op of af die te steil zijn om in z'n weiteruit te beklimmen. Rij odrecht op hellingsrichting.
- Zet de versnelling in de laagste snelheid voordat u een helling op of af rijdt.
1741751
- Verander de snelheidsinstelling Niet en stop Niet, indien u zich op een helling bevindt. Als u toch要去 stoppen, trap het koppelings/ rempedaal snel in en trek de handrem aan.
- Als u weeer wilt gaan rijden, moet u ervoor zorgen dat de versnellingshendel in de laagste stand staat. Zet de gashendel in de LANGZAAM stand enaar het pedaal langzaam opkomen.
- Als u van plan bent te stoppen of te starten op een helling, moet u er algid voor zorgen dat er genoeg ruimte is voor de machine om een stukje terug te rollen tijdens het los zieten van de rem en het inschakenen van de koppeleling.
- Wees erg voorzichtig bij het maken van bochten op een helling. Om ongelukken te voorkomen要去 de gashendel eerst in de LANGZAAM stand zetter voordat u op een helling্রaat rijden en in het bijzonder als u een bocht op een helling wilt maken.
Alvorens de motor te starten Controleren van het oliepeil
OPMERKING: De motor ward in de fabriek met olie bevuld. Controller het oliepeil en voeg zonodig olie bij. Zie de aanwijzingen van de motorfabrikant voor de juiste oliesoort.
- Zorg dat de machine horizontally staat.
OPMERKING: Controller de olie nooit terwijl de motor draait. - Controller het oliepeil en volg de aanwijzingen van de motorfabrikant.
- Voeg zonodig olie bij tot dat het VOL streepje bereikt worden. De hoeveelheid benodigde olie is op de peilstok aangegeven. Voeg Niet te veel bij.
Bijvullen van benzine

WAARSCHUWING: Gebruik algijd een veilige jerrycan. Rook niet tijdens het bijvullen van benzine.
Voeg alleen benzine bij in de frisse lucht.
Zet de motor af en LAST deze eerst enige minuten afkoelen.
(Figuur 12) Vul de benzinetank (1) tot de VOL (2) lui met gewone, ongelode benzine. Gebruik geen super. Zorg dat de benzine vers en schoon is. Gebruik van gelode benzine za aanslag tot gevolg hebben en de levensduur van de kleppen verminderen.
Starten van de motor

WAARSCHUWING: Het electrisch systeme haeft een voelschakelaar in de bestuurdersstoelzitting die
controleert of de bestuurder in de stoel zit. Dit systemzalde motorlatenafslaan indien de bestuurder+zijnstoelverlaat.In hetbelang vanuw eigenveiligheidmoet u ervoorzorgendat dit systeme goed functioneert.
OPMERKING: De motor zal nicht starten tenzij u het koppelings/rempedaal intrapt en de mesbedieningshendel in DISENGAGE zet.
-
Trap het koppelings/rempedaal geheel in en houd uw voet op het pedaal.
-
Zet de versnellingshendel in de neutrale (N) stand.
- Zorg ervoor dat de mesbedieningshendel in de UITSCHAKELEN stand staat.
- Zet de gashendel geheel waar voren in de CHOKE of SNEL stand. Sommige modellen hebben een aparte choke knop. Trek deze choke knop geheel UIT.
- Zet het contactsleuteltje in de START stand. OPMERKING: Als de motor Niet aanslaat na vier of vijf koer proberen, moet u de gashendel in SNEL zetten. Probeer op-nieuw te starten. Zie de TROUBLESHOOTING tabel als de motor nog Niet aanslaat.
- Duw de gashendel langzaam maar de LANGZAAM stand.
- Zet de gashendel:tussen SNEL en LANGZAAM in om een heter motor te starten.
Tips voor het maaien en het gebruik van de graszak
- Controller of de maaibehuizing vlak is voor een optimaal gazon. Zie "Instellen van de maaibehuizing" in het hoofdstuk Onderhoud.
- De maaibehuizing kan alleen egaal maaien als de banden de juiste hoeveelheid lucht hebben. Controller de bandenspanning.
- Controller het mes voor elke maaibeurt. Als het krom of beschadigd is要去 het onmid-dellij verwangen worden. Zorg er eveneens voor dat de moer die het mes op+zijnplaats houdt goed vast zit.
- Zorg dat het mes scherp is. Botte messen haben als gevolg dat de punten van het gras bruin worden.
- Maai geen nat gras en gebruik evenmin de graszak. De maaier kan gemaaid nat gras Niet goed uitwerpen. Laat het gras drogen alvorens te maaien.
- Gebruik de linker kant van de maaier om een kantje bij een obstakel bij te werken.
- Kies de maairichting zodanig dat het afges-neden gras over het gemaaide oppervlak wordt uitgeworpen. Hierdoor wordt het afges-neden gras beter verspreid.
- Als u een groot gazon wilt gaan maaien, begin dan met een paar bochtenaar rechts te maken. Hierdoor wordt het afgeseden grasaar binnen toe uitgeworpen enkomt het Niet buiten het gazon terecht. Na eén of twee rondjes kunt u vanrichting wisselen en linkse bochten gaan maken voor de rest van het gazon.
- Als het gras erg hoop staat,kest u het beste twee keer maaien teneinde de belasting op de motor te verminderen.Maai eerst met de maaibehuizing in de hoogste stand en daarna nog eens in een lagere stand.
- Zetijdens het maien de gashendel algtd in de SNEL stand. Dit zorgt voor een betere motorprestatie en een gelijkmatigere grasuitworp.
- Als u een graszak gebruikt, moet de gashendel eveneens in de SNEL stand staan en de versnellingshendel in z'n een of twee.
- Beter maairesultaat verkrijgt u in lagere versnellingen.
13.Maak na het maaien de boven- en de onderkant van de maaibehuizing schoon. Eenschone maaibehuiizing helpt ook in het voorkomen van brand.
Mulch tips
Door te mulchen wordt het gras in zeerkleine stukjes gesneden, die snel zullen verteren. Omdat de voedingsstoffen weeer worden opgenomen heeft het gazon minder kunstmest nodig. Correct mulchen gebeurt als volgt:
- Zet de gashendel in de SNEL stand. Laat de maaier langzaam rijden. Als de rijnsnelheid te hoog is worden het gras oneffen gemaaid.
-
Zorg dat het mes goed scherp is. Een bot mes heeft als resulaat dat de punjtes van het gras bruin kleuren.
-
Het gras要去 droog zich. Nat gras is moeiljk om te maaien.
-
Stel de hoogte van de maaibehuzing zo in dat alleen een derde van het gras worden afgemaaid. Als het gras erg lang is要去 u de maaibehuzing in de hoogste stand zetten. Stel daarna de maaibehuzing lager in voor een tweede maaiing. Verder wordt het aanbevolen om banen te makeen die ongeveer de helft van de breedte van de maaiier beslaan.
-
Houd de onderkant van de maaibehuzing schoon. Gras en andere rommel können voorkomen dat de maaier goed werk.
- Als het gras snel groeit worden aanbevolen vaker te mulchen.
- Indien u Niet tevreden bent met het resultaat, kunt u een tweede keer mulchen.
ONDERHOUDSSCHEMA
| FREQUENTIE | MAINTENANCE REQUIRED | COMMENTS |
| Dagelijks of voor ieder gebruik | Onderhoud van de motor | Zie de Handleiding die bij de motor hoort. |
| Inspecteer mes(sen). | Inspecteer op barstjes, slijtage, en bovenmatige schade | |
| Verwijder rommel van de machine en het te maaien gebied. | ||
| Inspecteer alle draaiende en schuivende onderdelen. | ||
| Controler de bandenspanning. | Zie het hoofdstuk Onderhoud. | |
| Ga na of de maaierbehuizing horizontaal is. | Zie het hoofdstuk Onderhoud. | |
| Inspecteer V-riemen. | Inspecteer op barstjes, slijtage, en bovenmatige schade | |
| Inspecteer de werkung van de riemen. | Zie het hoofstuk Bediening en het hoofdstuk Onderhoud. | |
| Na de eerste 5 uuR | Verwissel de olie. | Zie de Handleiding die bij de motor hoort. |
| Na 25 uuR | Onderhoud van de motor. | Zie de Handleiding die bij de motor hoort. |
| Mes(sen) verwijderen, inspecteren, slijpen, enuitbalanceren. | Zie het hoofdstuk Onderhoud. | |
| Controler de afstelling van de: a. Mes rotatie regeling b. Rem c. Koppeling d. Besturing. | Zie het hoofdstuk Onderhoud. | |
| Smeer chassis en maaierbehuiizing. | Volg de aanwijzingen onder Smeren. | |
| Inspecteer de uitlaat: a. Torsie b. Op slijtage of brandplekken c. Conditie van de vonkenvanger (indien van toepassing). | Zie het hoofdstuk Onderhoud. | |
| Voor opslag van 30 dagen of langer | Motor gereed makeen voor opslag. | Zie de Handleiding die bij de motor hoort. |
| Brandstofsystemeam aftappen. | Neem de waarschuwingen in de Gebruikshandleiding in acht. | |
| Brandstof-stabilizeermiddel toepassen. | Zie de Handleiding die bij de motor hoort. | |
| Accu gereed makeen voor opslag: a. Uit de machine verwijderen b. Volledig opladen c. Opbergen op een koele en droge plek |
OPMERKING: Illustrations en pictogrammen beginnen op pagina 2.
Algemene aanbevelingen
- Het is de verantwoordelijkheid van de eigenaar om dit produit te onderhoven. Goed onderhoud zal de levensduur van dit produit verlungen en is tevensoodzakelijk voor de garantie.
- Eens per maar moet de bougie en de rem ge-controleerd, de machine gesmeerd en het luchtfilter gereinigd worden.
- Loop alle bevestigingsmaterialen na en zorg dat ze goed vast zitten.
- Volg de aanwijzingen in het hoofdstuk Onderhoud op om de machine gebruisklaar te houden.

WAARSCHUWING: Voordat u de maaier gaat inspecteren, afstellen of repareren, moet u de bougieka-
bel lostrekken om te voorkomen dat de motor onverhoedst start.
OPMERKING: Torsie worden gemeten met een momentsleutel en worden aangegeven in newtonmeter. Deze eenheid geeft aan hoe strak een moer of bout aangedraaid moet worden.
Controleren van het mes (Figuur 13)

WAARSCHUWING: Voordat u het mes controleert of verwijdert, moet u de bougiekabel los trekken. Stop
de motor als het mes een obstakel raakt.
Kijk of de machine beschadigd is. Het mes heeft scherpe kanten. Draag handschoenen of gebruik een doek om uw handen te beschemieren als u het mes vast wilt pakken.
Een scherp, onbeschadigd mes snijdt better en is veiliger om mee te werkken. Zorg dat het mes (1) scherp is en kijk het regelmatig na op overmatige slijtage, scheuren of andere beschadigin. Controleer regelmatig of de moer (3) die het mes op zichplaats houdt goed vast zit. Stop de motor als het mes een obstakel raakt. Trek de bougiekabel los en controllerer of het mes verbogen of beschadigd is. Controleer de tussen-ring (5) op beschadigingen. Vervang beschadigde onderden met originele reserve onderden, voordat u de machine wee gebruikt. Neem indien nodig, contact op met een erkend service center in uw omgeving. Laat elke drie maar het mes inspecteren bij een erkend service center of vervoan het door een origineel/Newu exemplaar.
Vervangen van het mes (Figuur 13)
- Verwijder de maaibehuizing. Zie de aanwij- zingen onder "Verwijdersen van de maaibehuiizing".
- Gebruik een stuk hout om te voorkomen dat het mes gaat draaien.
- Verwijder de moer (3) die het mes (1) op zijn plaatshoudt.
1741751
- Controller het mes (1) en de tussenring (5) volgens de aanwijzingen onder "inspecteren van het mes". Vervang een versleten of beschadigd met een origineel zichewemplaar. Neem contact op met een erkend service center in uw omgeving.
- Maak zowel de bovenkant als de onderkant van de maaibehuzing schoon en verwijder al het gras en andere rommel.
- Plaats het mes (1) en de tussenring (5) op de as (6).
- Plaats het mes (1) zodanig dat de ophefranden (7) omhoog wijzen. Als het mes onderste boven zit zal het Niet goed snijden en kan het een ongeluk veroorzaken.
- Zet het mes (1) vast met de originele ringen en moer (3). Zorg dat de platte kant van de getrapte ring (2) gegen het mes (1) aan komt te zitten.

WAARSCHUWING: Zorg er.altijd voor dat de moer (3) die het mes (1) op+zijnplaats houdt goed vast zit.
Een losse moer of een los mes kannen een ongeluk veroorzaken.
- Draai de moer (3), die het mes (1) op+zijn plaatshoudt, vast met een moment van 41,5 Nm.
- Plaats de maaibehuizingtering.Zie "Verwij- deren van de maaibehuiizing".
Instellen van de mesrotatie

WAARSCHUWING: Om ongevallen te voorkomen要去 de mesrotatiebediening goed werken.
Bij normaal gebruik hoeft de mesrotatie Niet aangepast te worden. Echter, als de maai-prestatie en kwaliteit achefteruit gaan, moet u de volgende aanpassingen verrichten.
- Zorg datijdens het maaien de gashendel in de SNEL stand staat.
- (Figuur 6) Zet de mesrotatiebediening (1) in de UIITSCHAKELEN stand (8).
- Zet de motor af en trek de bougiekabel los.
- Controller het (de) mes(sen). Zorg dat de mesranden geslepen zich. Een bot mes zal tot gevolg hebben dat de punten van het gras bruin worden.
- Als de kwaliteit nog Niet verbeterd is,要去 de maiaaandrijfremervangen. Als dit ook Niet helpt,要去 u de maaiier maar een erkend service center brengen.
- Zet de mesrotatiebediening (1)in de UIITS- CHAKELEN stand (8). en zet de motor af. Trek de bougiekabel van de bougie af.
- (Figuur 14) Controller de werkking van de mesrem. Draai de schijven met de hand en vergewis u ervan dat de remblokken (7) te-gen de schijven drukken.

WAARSCHUWING: Als de remblokken (7) Niet stevig gegen de schijven drukken, moet u de maiaer maar een
erkend service center brengen.
-
(Figuur 6) Zet de mesrotatiebediening (1) in de INSCHAKELEN stand (9).
-
(Figuur 14) Controller de remblokken (1) van de mesrem (7). Vervang de remblokken als ze sterk versleten of beschadigd zijn. De juiste onderdelen en assistentie zijn verkrijgbaar via een erkend service center.
- Duw de bougiekabel waar op de bougie. Maai een korte afstand en controllerer op-nieuw de werkig van de mesrotatie.
- Als u de mesrotatiebediening in de UITSCHA-KELEN stand zet, moet het geheel binnen vijf seconden tot stilstand komen. Als u een neue maiaaandrijfrem heeft en deze spel ing vertoont of het mes blijft doordraaien, moet u de mesrotatie vijf keer in- enuit-schakelen om overmatig rubber van de riem te verwijderen. Breng de maaiar maar een erkend service cen ter als u hulp nodig heeft.
Instellen van de versnellingshendel (Figuur 15)
Als de VRIJ stand van de versnellingshendel Niet overeekenkomt met de werkelijkke neutrale (vrij) stand van de tandwielkast, moet u de versnellingshendel als volgt instellen.
- Stop de motor.
- Maak de instelmoer (2) los van de het wisseljuk (3).
- Zorg ervoor dat de versnellingshendel in de VRIJ stand staat.
- Duw de machine waar voren en zorg dat de tandwelkast vrij (in de neutrale stand) staat.
- Breng de instelmoer (2) op eén lijn met het gat in de het wisseljuk(3) door aan de instelmoer (2) te draaien.
- Maak de instelmoer (2) waar vast aan het wisseljuk(3).
- Vergewis u ervan dat de VRIJ stand van de versnellingshendel nu overeenkomt met de werkelijkke neutrale (vrij) stand van de tandwielkast.
Controleren en instellen van de koppeling (Figuur 16)
Als de aandrijfrem los zit zar de koppeling slippen als u: een helling op rijdt, een zware last trekt of de maaier zar in zich geheel Niet rijden. Stel de koppeling in als volgt.

WAARSCHUWING: Voordat u de maaier gaat inspecteren, afstellen of repareren, moet u de bougieka
bel van de bougie af trekken om te voorkomen dat de motor onverhoeds start.
- ControllerDat de hoofdaandrijfrem goed is geinstalleerd en aan de binnenkant van deriemgeleidingen loopt.
- Verwijder de splitpen (1), ring (2) en remveer (3) van de instelbare moer (4).
- Haal de instelbare moer (4) van de remarm (5).
- Breng het gat in de remarm (5) op een lijn met de achterkant van de sleuf in het frame.
- Druk de koppelingsstang (6) maarachten. Draai aan de instelbare moer (4) totdat deze past in het gat in de remarm (5).
-
Doe de remarm (5), remveer (3) en ring weeer op de instelbare moer (4) en maak het geheel vast met de splitpen (1).
-
Als de hoofdaandrijfrem nog steeds slipt nadat de koppeling is ingesteld, dan is de riem versleten de beschadigd en moet hij verrangen worden. Zie "Vervangen van de hoofdaandrijfrem".
Controleren en instellen van de voetrem (Figuur 17)
Duw het koppelings/rempedaal geheel in. Trek de handrem aan. Zet de versnellingshendel in de neutrale (N) stand. Duw de maaier maar voren. Als de weiterwienen draaien要去en de remblokken verrangen worden. Stel de voetrem (1) in als volgt.
- De rem (1) bevindt zich aan de linker kant van de tandwielkast (3).
- Vergewis u ervan dat de handrem aangetrokken is en de versnellingshendel in de neutrale (N) stand staat. Draai de zeskantmoer (2) met de klok mee totdat de achterwienen Niet meer draaien als u de machineaar vo-ren duwt.
- Zet de machine van de handrem af en duw hem maar voren. Als de wielen Niet meedraaien, moet u de zeskantmoer (2) gegen de klok in draaien totdat de wielen gaan draaien.
- Trek de handrem aan en duw de machine waar maar voren. Als de weiterwelen nicht draaien is de voetrem (1) goed ingesteld. Zet de machine van de handrem af.

WAARSCHUWING: Vervang de remblokken als het Niet lukt om de rem goed in te stellen. De juiste renderden zijn te verkrijgen via een service center.
Verwijdersen van de accu (Figuur 3)
Om de accu (1) op te laden of te reinigen,要去 hem als volgt uit de machine halen.

WAARSCHUWING: Om vonden te voorkomen,要去erdstezwarte accukabel (8) van de negative (-)
pool afhalen, voordat u de rode kabel (5) los maakt.

WAARSCHUWING: De accu bevat Zwavelzuur dat gevaarlijk is voor huid, ogen en kleding. Als het zour
op de huid of kleding terecht kommt, moet u het meteen met water spoelen.
- Verwijder de Zwarte accukabel (8) van de negative (-) pool.
- Verwijder de rode accukabel (5) van de positieve (+) pool (4).
- Om de accuholder (2) uit de accubak (3) te halen, moet u op het lage einde van de accuholder (2) drukken.
- Verwijder de accu (1) aan de rechtter kant van de machine.
1741751
Opladen van de accu (Figuur 3)

WAARSCHUWING: Zorg dat er geen vonden kuren optreden in de buurt van een accu die worden
opgeladen en rook nicht. De dampen van het accuzuur können een explosie veroorzaken.
- Haal de accu (1)uit de machine om hem op te laden.
- Gebruik een 12 volt acculader. Laad de accu (1) op gedurende eén uur met 6 Ampère.
- Plaats de accu (1) terug in de machine.

WAARSCHUWING: Om vonken te voorkomen, moet u eerst de rode kabel (5) vast makeen aan de posi
tieve pool (+) , voordat u de zwarte accukabel vast maakt.
- Maak de rode kabel (5) vast aan de positieve (+) pool (4) met de bevestigingsmaterialen, zoals aangegeven.
- Maak de zwarte kabel (8) vast aan de negatieve (-) pool met de bevestigingsmaterialen, zoals aangegeven.
- Maak de accuhouder (2) aan de accuslede (3) vast.
Horizontal站起来 van de maaibehuiizing
Als de maaibehuizing horizontala staat, za het mes beter snijden en het gazon er beter uitzien.

WAARSCHUWING: Voordat u de maaier gaat inspecteren, afstellen of repareren, moet u de bougieka
bel van de bougie af trekken om te voorkomen dat de motor onverhoeds start.
- Zorg ervoor dat de machine op een hard, horizontaal oppervlak staat.
- Controller de bandenspanning. Als de bandenspanning onjuist is zal de maaibehuzing nichtEGAALmaien.De juiste bandenspanning is:voir 0,97 BAR (14 PSI),achter 0,69 BAR (10 PSI).
- Open de klep (5).
- (Figuur 18) Zet de hoogte-installingshendel (1) in de HOOGTE-INSTEL-stand (2).
- (Figuur 18 en 19) Maak de voorste en achterste instelmoeren (1) los. Duw op beiden zijden van de maaibehuiizing. Zorg ervoor dat.beide kanten van de maaibehuiizing zich op een horizontal oppervlak bevinden. Zorg er eveneens voor dat de hefbouten en instelplaten los zitten en gemakkelijk omhoog en omlaag+kunnen glijden.
- Draai de voorste en achterste instelknoppen (4) goed aan, eventuele met een sleutel. Plastic instelknoppen (4),要去en met een torsie van 9,5 N-m worden aangedraaid; metalen instelknoppen (4) met een torsie van 13,5 N-m.
- (Figuur 20) Zet de hoogte-instellings-hendel (1) vanuit de HOOGTE-INSTEL-stand (2) in een MAAIHOOGTE-stand (3).
- Sluit de klep (5).
- Maai een kort stuk. Voer de bovenstaande stappen opniew uit, als de hoogte of snedeniet egaal is.
LET OPI: Gebruik de machine Niet met de maaibehuizing in de HOOGTE-INSTEL-stand (2). Gebruik van de machine in de HOOGTE-INSTEL-stand (2), zal beschadiging aan de maaibehuizing en het mes tot gevolg hebben.
Smeren van de machine (Figuur 21)

Modellen met smeernippels: smear met een vetpistol.
Breng vet aan met een borstel op de aangegeven plekken.
Smeer met motorolie op de aangegeven plekken.
OPMERKING: Smeer de koppelingen van de stuurstang.
LET OP! Als de machine worden gebruikt in droge gebieden met zand, moet u een droge ggrafietspray gebruiken om de machine te smeren.
Controleren van de banden
Controleer de bandenspanning. De machine zal schokkerig rijden als de druk in de banden te hoog is. Als de bandenspanning onjuist is zar de maaibehuizing Niet egaal maaien. De juiste bandenspanning is: voor 0,97 BAR (14 PSI), awhile 0,69 BAR (10 PSI).
Vervangen van de hoofdaandrijfrem (Figuur 22)
- Verwijder de maaibehuizing. Zie de aanwij-zingen onder "Verwijdersen van de maaibehuizing".
- Trap het pedaal geheel in en trek de handrem aan.
- Verwijder de geleidingssschijf (1).
- Maak de riemgeleiders (5) naast de aan-drijfschijf (4) los.
- Haal de hoofdaandrijfrem (3) van de aan-drijfschijf (4) af.
- Verwijder de hoofdaandrijfrem (1) van de stapelschijf (2).
- Een/New exemplaar en assistentie, indien nodig, is te verkrijgen van een erkend service center bij u in de buurt.
- De neue riem kan geinstalleerd worden door de bovenstaande stappen in omge-keerde volgorde te doorlopen.
- ControllerDat de hoofdaandrijfrem (1) goed loopt.Vergewis u ervan dat de riem goed om de geleidingssschijf (2) zit.De hoofdaandrijfrem (1)要去 binnen alle riemgeleidingen zitten.
- Controller de instelling van de koppeling voordat u de machine gebruikt. Volg de aanwijzingen in "Controlleren en instellen van de koppeleling".
- Installeer de maaibehuizing. Volg de aanwij-zingen in "Installeren van de maaibehuizing".
Vervangen van de maiaaandrijfrem (Figuur 14)
-
Verwijder de maaibehuizing. Zie de aanwij-zingen onder "Verwijderen van de maaibehuizing".
-
Duw de riemgeleider (1) weg van de geleidingschijf (2) en verwijd er maiaaandrij-friem (3).
- Trek het remblok (7) van de drijfasschijf (4) vandaan en verwijder de maiaaandrijfrem (3).
OPMERKING: Vervang de maiaandrijf-riem (3) alleen door een orginele riem van een erkend service center.
- Een geschickt verwangingsonderdeel is verkrijgbaar van een erkend service center bij u in de buurt.
- De maiaaandrijfriem (3) moet worden geinstalleerd door de bovenstaande stappen in omgekeerde volgorde te doorlopen.
- Plaats de maaibehuizing waar terug. Volg de aanwijzingen in "Installeren van de maaibehuizing".
- Voordat u gaat maaien, moet u de mesrotatieregeling controleren. Volg de instructies onder "Instellen van de mesrotatieregeling".
Verwijden van de maaibehuizing
- Zet de mesrotatiehendel (1) in de UIITS- CHAKELEN stand (8).
- (Figuur 18) Zet de hoogte-instellingshendel (1) in de HOOGTE-INSTEL stand (2). OPMERKING: Zorg dat de hefhendel (1) is vergrendeld in de HOOGTE-INSTEL stand (2).
- (Figuur 25) Verwijder de splitpennen en ringen van dechterste ophanging-armen (3). Zie afbeelding C en D.
- Verwijder de splitpennen en ringen van de ophangingverbindingen (4). Zie afbeelding A en B.
- Maak de veer (5) los van de mesbedie-ningsstang (6). Zie afbeelding E.
- Maak de voorste beugel (9) los van de frame-ondersteuning. Zie afbeelding F.
- Verwijder de maaiaandrijfrem (7) van de stapelschijf (8). Zie afbeelding "G".
- Trek de maaibehuzing opzij maar rechts.
- Zet de hefendel in de TOP stand om de maaier zonder behuizing te bedieren.
- De maaibehuiizing kan wee geinstalleerd worden door de bovenstaande stappen in omgekeerde volgorde te doorlopen.
- Let er op dat de maiaaandrijfrem (7) binnen alle riemgeleidingen (10) loopt en onde de spacerbuis (11) zit.
Installeren van de wielen
Indien de WIelen+zijn verwijderd voor onderhoud, moeten ze als volgt wee行为 geinstalleerd. Voorwiel (Figuur 23)
- Let er op dat het ventiel (2) aan de buitenkant zit. Schuif het voorwiel (1) op de as (3).
-
Zet het voorwiel (1) vast met de ringetjes (4) en de splitpen (5). Buig de einden van de splitpen (5) maar buiten om het voorwiel (1) op de as (3) te fixeren.
-
Eventuele wieldoppen (6)要去 ook instal- leren. Let er op dat de ringetjes (4) de wiel- doppen (6) op hun plaats honden.
Achterwiel (Figuur 24)
- Installeer de ringetjes (7) en ring (8) op de as (9).
- Plaats de vierkante spie (10) in de uitspar-ing (11).
- Let er op dat het ventiel (2) aan de buitenkant zit. Breng de sleuf in hetchter-wiel (12) op een lijn met de vierkante spi (10). Schuif hetchterwiel (12) op de as (9).
- Zet het hinterwiel (12) vast met ring (7) en e-ring (13).
- Eventuele wieldoppen (6)要去 ook instal- leren. Let er op dat de ring (7) de wiel- doppen (6) op hun plaats honden.
Vervangen van de zekering
Als de zekering doorgebrand is zal de motor nicht starten. Vervang de zekering met een neue zekering van 15 Ampere die geschikt is voor automobielen.
Opslag voor langerearend (30 dagena langer)
Aan het einde van het maaiseizoen moet u de machine als volgt gereed makeen voor stalling.
- Tap de brandstof af uit de carburateur en de benzine tank. Ververs de olie. Volg de aanwijzingen van de fabrikant.
- Maak de machine geheel schoon.
- Laad de accu op.
Bestellen van reserve onderdelen
De reserve onderdelen staan achefterin dit instructieboek of in eenAPEte onderdelenboek. Gebruik alleen reserve onderdelen die door de fabrikant erkend of goedgekeurd zich. Gebruik geen assoesiores die nicht special voor deze machine worden aanbevolen. Om de juiste reserve onderdelen te bestellen, moet u het model van uw maaier, zoals dat op het naamplaatje voorkomt, vermelden.
Reserve onderdelen, behalte voor de motor, transmissie, verbindingsas en differentieel, zich verwkrijngbaar via uw leverancier of via een service center dat worden aanbevolen door de leverancier.
Garantieservice isuitsluitend beschikbaar via Ge- autoriseerde Servicedealers. U kurz uw dichtstbij-zijnde dealer vinden in onze "locator map" bij www.murray.com.
Reserve onderdelen voor de motor, transmissie, of verbindingsas zich verkrijigbaar via de erkende service centers van de desbetreffende leverancier. Deze zal vermeld staan in het telefoonboek. Kijk ook in de desbetreffende garantieverklaringen van deze onderdelen, hoe u eventuele reserve onderdelen kunt bestellen.
Bij de bestelling moet u de volgende gegevens vermelden:
(1) Model aanduiding
(2) Serienummer
(3) Onderdeelnummer
(4) Aantal
PROBLEM: De motor slaat nicht aan.
- Volg de aanwijzingen onder "Starten van de motor" op.
- Modellen met electrische start: Maak de accuklemen schoon en verbind ze daarna goed.
- Kijk of er een draad los zit. Kijk of de limiet-schakelaars vast zitten. (Zie het bedrangsschema.)
- Tap de benzinetank af, maak de benzineleiding schoon en verrang het benzinefilter.
- Verwijder de bougie(s). Zet de choke in de SLOW stand. Draai het contactsleuteltje in de ON stand. Probeer de motor enige malente starten. Plaats de bougie wee terug.
- Vervang de bougie.
- Stel de carburateur bij.
PROBLEM: De motor wil nicht draaien.
- Volg de aanwijzingen onder "Starten van de motor" op.
- Modellen met electrische start: Laad de accu op.
- Vervang de zekering.
- Controller de kabelboom op schade of een losse verbinding. Vervang de beschadigde draad.
- Modellen met electrische start: verrang de solenoïde. Modellen met trenkstart: verrang de module.
PROBLEM: De motor slaat moeilijk aan.
- Stel de carburateur bij.
- Vervang de bougie.
- Vervang het benzinefilter.
PROBLEEM: De motor loopt onregelmatig of met gereduceerd vermogen.
- Peil de olie.
- Maak het luchtfilter schoon.
- Maak het buitenste stalen luchtfilter schoon.
- Vervang de bougie.
- De motor worden te zwaar belast. Schakel in een lagere versnelling.
- Stel de carburateur bij.
- Vervang het benzinefilter.
PROBLEEM: De motor loopt onregelmatig bij hoge snelheden.
- Vervang de bougie.
- Stel de choke beter af.
-
Vervang het luchtfilter.
-
Vervang het benzinefilter.
PROBLEM: De motor slaat af als de messen worden ingeschakeld.
- Controller de kabelboom op schade of een losse verbinding. Vervang de beschadigde draad.
- De graszak要去zemonteerd (alleen van toepassing op het model met een graszak en awhiletworp).
PROBLEM: De motor slaat af op een helling.
- Maai altijd de helling op en af, nooit parallel aan de helling.
PROBLEM: De motor wil nicht stationair draaien.
- Vervang de bougie.
- Maak het luchtfilter schoon.
- Stel de carburateur bij.
- Stel de choke beter af.
- Tap de benzinetank af, maak de benzineleiding schoon en verrang het benzinefilter.
PROBLEM: Als de motor heet is neemt het vermogen af.
- Maak het buitenste staln luchtfilter schoon.
- Peil de olie.
- Stel de carburateur bij.
- Vervang het benzinefilter.
PROBLEM: De machine trilt erg.
- Vervang het mes.
- Controller op除去 motorbauten.
- Verminder de bandenspanning.
- Stel de carburateur bij.
- Kijk na op een beschadigde aandrijfrem of schijf. Vervang de beschadigde onderdelen.
PROBLEM: Het gemaaide gras worden nicht goed uitgeworpen.
- Stop de motor en kaak de maaibehuizing schoon.
- Stel in op een hoger maainiveau.
- Vervang of slijp het (de) mes(sen).
- Schakel de versnelling in een lagere snugheid.
- Zet de gashendel in de FAST stand.
- Vervang de veer die het (de) mes(sen) uitschakelt.
- Maak het verlengstuk en het verbindingstuk schoon (alleen van toepassing op het model met een grasszak enchteruitworp).
PROBLEM: De maaibehuiizing maait. niet egaal.
- Controller de bandenspanning.
- Stel de hoogte van de maaibehuiizing bij.
- Controller de Vooras. Als deze Niet vrij kan scharnieren,要去en de asbouteu worden losgedraaid.
- Controller de maiaaandrijfrem. Zorg ervoor dat de riem goed zit.
- Vervang de maiaaandrijfrem.
PROBLEM: De machine gaat nicht rijden verwijl de koppeling ingeschakeld is.
- Controller de hoofdaandrijfrem. Zorg ervoor dat de riem goed zit.
- Stel de koppeling bij.
- Vervang de hoofdaandrijfrem.
PROBLEEM: De machine gaat langzamer rijden of stopt geheel als de koppel-ing wordt ingeschakeld.
- Stel de koppeling bij.
- Vervang de hoofdaandrijfrem.
PROBLEM: Als u de koppeling/remThat opkomen hoort u de aandrijfrem.
- Kortdurig geluid van de riem duidt Niet op foutieve werking van de machine. Controller of de riem goed loopt, indien het geluid blij aanhonden. Zorg dat de riem binnen alle geleidingen loopt.
- Indien het geluid blijt aanhouden, moet u de koppeling afstellen.
PROBLEM: De weiterwielen slaan op hol op oneffen terrein.
- Controller de Vooras. Als deze nicht vrij kan scharnieren,要去en de asbouten worden losgedraaid.
PROBLEEM: Het is moeilijk van de ene versnelling maar de andere te schake-len, terwijl de motor loopt en de koppel-ing is ingetrapt.
- Controller of de koppeling goed is afgesteld. De aandrijfrem moet ophouden met draaien als de koppeling is ingetrapt en de versneling in neutraal (N) staat.
- Controller de riemgeleidingen rond de versnellingsschijf. Zorg dat de geleidingen nicht gegen de schijf aandrukken.
| INDHOLD | |
| INTERNATIONALE ILLUSTRATIONER | 58 |
| INFORMATION TIL EJEREN | 59 |
| SIKKER BRUG | 59 |
| SAMLING AF PLÆNETRAKTOREN | 60 |
| BRUG AF PLÆNETRAKTOREN | 61 |
| VEDLIGEHOLDESESTABEL | 63 |
| VEDLIGEHOLDESE | 64 |
| PROBLEMLØSNINGSOVERSIGT | 66 |