MURRAY 405327X51 - Rijmaaier

405327X51 - Rijmaaier MURRAY - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis 405327X51 MURRAY in PDF-formaat.

📄 122 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice MURRAY 405327X51 - page 26
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Italiano IT Nederlands NL
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over 405327X51 MURRAY

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Rijmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 405327X51 - MURRAY en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 405327X51 van het merk MURRAY.

GEBRUIKSAANWIJZING 405327X51 MURRAY

BELANGRIJK: De volgende pictogrammen bevinden zich op uw machine of in deaar-bijbehorende literatuur. Voordat u de machi-ne gaat bedieren, moet u de betekenis en het doel van elk pictogram leeren begrijpen.

OPMERKING: Illustrations en pictogrammen beginnen op pagina 2.

Veiligheids- en waarschuwings-pictogrammen (Figuur 23)

1 Waarschuwing.
2 BELANGRIJK: Lees de gebruiksaanwijzing voordat u deze machine gaat bedieren.
3 WAARSCHUWING: Uitgeworpen voorwerpen. Houdt omstanders op afstand. Lees de gebruiksaanwijzing voordat udezemachineGaat bedieren.
4 WAARSCHUWING: Gebruik deze machine Niet op hellingen van meer dan 10 graden.
5 GEVAAR: Houdt omstanders en vooral kinderen uit de buurt van de machine.

6 GEVAAR: Dit is geen trede.
7 GEVAAR: Houd voeten en handen uit de buurt van draaiende messen.
9 GEVAAR: Verwijder de bougiekabel van de bougie voordat u onderhoud aan de machine uitvoert.
10 WAARSCHUWING: Heet oppervlak.
11 WAARSCHUWING: Wees voorzichtig bij het aansluiten en loskoppelen van accessoires.
12 WAARSCHUWING: Vingers können bekneld raken.
13 BELANGRIJK: Volg de instructies in de Handleiding om het maaibehuizing horizontaal te zetten.
14 WAARSCHUWING: zolang de motor draait, dient uuit de buurt van het mes blijven.

Bedieningspictogrammen (Figuur 24)

1 Starten van de motor

2 Lichten
3 Latendraiaen van de motor
4 Stoppen van de motor
5 Latendraaien van de motor
6 Rem
7 Handrem
8 Koppeling
9 Langzaam
10 Snel
11 Choke
12 Olie
13 Bediening mesrotatie
14 Omhoog brengen
15 Brandstof

BRIGGS & STRATTON CORPORATION EIGENAAR GARANTIEPOLITIEK

Geldig vanaf 1 januari 2006, verrangt alle ongedateerde Garanties en alle Garanties gedateerd vór 1 januari 2006.

GARANTIEBEPALINGEN

Briggs & Stratton zal zonder berekening elk onderdeel, of onderdelen van het product verrangen dat defect is in materiaal of bewerking of beide. Transportkosten voor producten die zijn ingezonden voor reparatie of verranging met betrekking tot deze garantie komen ten lapse van de koper. Deze garantie hebts betrekking op de tijdsduur en is onderhevig aan de hieronder afgedrukte voorwaarden. Voor garantieservice dient U de dichtstbijingende Geauthoriseerde Service Dealer te vinden in onsne "dealer locator" kaart op www.murray.com.

ER IS GEEN ANDERE EXPLICIETE GARANTIE. INBEGREPEN GARANTIES, INCLUSIEF DIE VAN VERKOOPBAARHEID EN GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL ZIJN BEPERKT TOT EEN JAAR VANAF AANKOOP, OF TOT DIE OMVANG DIE DOOR DE WET IS TOEGESTAAN. ALLE INBEGREPEN GARANTIES ZIJN UITGESLOTEN. AANSPRAKELIJKHEID VOOR INCIDENTELE-OF GEVOLGSCHADES ZIJN UITGESLOTEN VOOR ZOVER DEZE UITSLUITING WETTIG IS TOEGESTAAN. Sommige rechtsgebieten staan geen beperking toe met betrekking tot hoe lang inbegrepen garantie duurt, en sommige rechtsgebieten staan geen uitsluitig toe met betrekking tot incidentele- of gevolgschades, dus de bovenvermelde beperkingen en uitsluitingen konnen möglichn nicht op U van toepassing+zijn. Deze garantie geeft U bepaalde specifieke rechten en U kunt möglichn andere rechten haben die van rechtsgebied tot rechtsgebied varieren.

GARANTIE TERMEN

Merk / Unit

Consument

Gebruik

Commercieel

Gebruik

Omstandigheid van

Garantie Termijn

Zitmaiaers / Tractors 2aar 90ragen

De garantiperiode begint op de dag van aankoop van de eerste detailhandelconsument of commerciele eindgebruiker en gaat door voor de tijdsperiode in bovenstaande tabel. "Consumentengebruik" betekent persoonlijk huishoudelijk gebruik door een detailhandelconsument. "Commercial gebruik" betekent elk ander gebruik, inclusief inkomen verschaffend gebruik of verhuurdoeleinden. Als een product eenmaal commercieel gebruikt is, dan zaDealne daarna voor deze garantie als commercieel gebruikt worden beschouwd.

Er is geen garantieregistratie nodig om garantie te verkrijgen op Murray producten. Bewaar uw aankoopnota. Indien u geen bewijs van de eerste aankoopdatum kunt overleggen op het moment dat om garantieservice verzocht worden, dan za de fabricagedatum van het product gebruikt worden om de garantieperiode te bepalen.

OVER UW GARANTIE

Wij verwelkommen garantiereparatie en verontschuldigen ons voor het ongemak. Elke geautoriseerde Service Dealer kan garantiereparaties uitvoeren. De meeste garantiereparaties zullen routinematig worden uitgevoerd, maar soms konnen verzoeken om garantieservice Niet gerechtvaardigd zich. Bijvoorbeeld, garantieservice is Niet van toepassing indien de schade aan het product het gevolg is van misbruik, gebrek aan routinematig onderhoud, verzending, behandeling, opslag of verkeerde installmentie. Evenzo is garantie ont geldig indien het seriENUMmer van het product verwijderd is of indien het product gewijzigd of gemodificeerd is.

Deze garantie dekt uitsluitend met het product verbandhoudende materialen. Om misverstanden die tussen dealer en klant hunnen ontstaan te voorkomen,+zijn hieronder enkele oorzaken van het defect raken van een product opgenoemd die nicht onder garantie worden gedekt.

Normale Slijtage: Door keine motoren aangedreten machines hebben, net als alle mechanische apparaten, periodiek onderhoud en verranging van onderdelen nodig om goed te presteren. Garantie dekt geen reparaties wonneer normalaag bebruik de levensduur van het product of onderdeel heeft uitgeput.
Installatie: Deze garantie is nicht van toepassing op producten die onderhavig zich geweest aan verkeerde of zich geauthoriseerde installmentie, verandering of modificatie. Noch installations die starten voorkomen of onbevredigende motorprestaties verroorzaken.
Verkeerd Onderhoud: De levensduur van deze machine hangt af van de omstandigheden waaronder deze werkt, evenals het onderhoud dat wordtuitgevoerd. Aanbevolen onderhoud en afstelintervallen zijn afgedrukt in de Gebruiksaanwijzing. Vaak worden producten zoals grondfrezen, kanentmaaiers en cirkelmaaiers gebruikt in stoffige omstandigheden, waardoor wat lijkt op voortijdige slijtage kan optreden. Zulke slijtage, indien veroorzaakt door stof, vuil of ander schurend materiaal dat het product kan binnendringen door verkeerd onderhoud, wordt Niet door garantie gedekt. Degarantie za geen reparaties dekken die het gevolg zichn van verrangingsonderdelen die nicht-origineel geproduceerde onderdelen zichn.
Verkeerde en/of onvoldoende brandstof of smering: Deze garantie dekt geen schade door het gebruik van verouderde brandstof, of gemanipuleerde benzines. Schade aan de motor of motorcomponenten, zoals verbrandingskamer, kleppen, klepzetels, klepgeleiders, verbrande startmotor-wikkelingen verroorzaakt door alternatieve brandstoffen zoals LPG, aardgas, worden Niet gedekt tenzij de motor hiervoor is gecertificeerd. Onderden die zich ingelopen of gebroeken doordat het product was gebruikt met onvoldoende, verruilde of de verkeerde kwaliteit smeerolie, evenals productcomponenten die zich beschadigd door onvoldoende smering zich net gedekt.
- Misbruikijdens gebruik: Het correcte gebruik van het product is vermeld in de gebruiksaanwijzing. Producten die beschadigd zijn door over toeren draaien, oververhitting, of gebruik in een afgesloten ruimte zonder voldoende ventilatie, producten die defect geraakt zijn door overmatige trillingen door een losse motorbevestiging, losse of Niet-gebalanceerde messen, aandrijvingen, over toeren draaien, of een kromme krukas door het raken van een vast voorwerp, schade of storing ten gevolge van ongelukken, misbruik of verkeerde service of vestrarring of chemische verrorming, evenals gebruik buiten de aanbevolen capaciteiten als aangegeven in de gebruiksaanwijzing worden Niet gedekt.
Routinematig onderhoud, slijtdelen of afstelingen: Deze garantie sluit slijtdelen zoals olie, snaren, messen, O-ringen, filters enz.uit.
Overige uitsluitingen: Reparatie of afstellenen voor onderdelen die Niet zich gefabricieerd door de Briggs & Stratton Corporation, zich Niet gedekt, raadpleeg de garantie voor de betreffende fabrikanten. Deze garantie sluit defecten uit die het gevolg zich van natuurrampen en andere overmacht die Niet binnen de macht van de fabrikant ligt. Ook zich gebruikte, gereviserde en demonstratieproducten uitgesloten.

Garantieservice is uitsluitend beschikbaar via Geautoriseerde Servicedealers. U kunt uw dichtstbijzijnde dealer vinden in once "locator map" bij www.murray.com.

INFORMATIE VOOR DE EIGENAAR

Ken uw machine: Als u de machine en de werkung ervan begrijpt krijt u de Beste resultaten. Vergelijk de illustraties van de machine met de werkelijkheid, verwijl u deze handleiding doorleest. Leer der werkung van de bedieningselementen en waar ze zich bevinden. Volg de bedieningsaanwijzingen en de veiligheidsregels om een ongeluk te voorkomen. Bewaar deze handleidig om hem later te konnen raadplegen.

MURRAY 405327X51 - INFORMATIE VOOR DE EIGENAAR - 1

WAARSCHUWING: Let op! Dit symbol duidt op belangrijke veiligheidsmaatregelen. Dit symbol betekent: "Let en pas op! Uw verilgheid kan in gevaar zich."

Verantwoordelijkheid van de eigenaar

MURRAY 405327X51 - Verantwoordelijkheid van de eigenaar - 1

WAARSCHUWING: Dit is een snijdende machine die in staat is handen en voeten te amputeren en voorwerpen weg te slinge-

ren. Veronachtzaming van de volgende veiligheidsaanwijzingen kan resulteren in ernstig letsel of dedood voor de bestuurder en omstanders.

Het is de verantwoordelijkheid van de eigenaar om de onderstaande aanwijzingen op te volgen.

VEILIGEBEDIENING

Voor rijdende zitmaaiersmet roterende messen

Training

  1. Lees de instructies nauwkeurig. Wees vertrouwd met de bediening en het juiste gelebruik van de machine.
  2. Sta nooit toe dat kinderen of mensen die nicht bekend zijn met denen instructies de machine gebruiken. Lokale regels hunnen een minimum leeftijd voor de bestuurder voorschrijven.
  3. Maai nooit als er omstanders, in het bijzonder kinde- ren, of huisdieren in de buurt+zijn.
  4. Onthoud dat de bestuurd er gebruiker verantwoordelijk is voor oncevalen of bootstelling aan gevaar aan derden of hun bezittingen.
  5. Neem nooit passagiers mee.
  6. Alle bestuurders要去en ervoor zorgen dat ze professionele en practische instructie kriijgen. Zulke instructie要去 nadruk leggen op:

a. deoodzaak voor behoedzaamheid en concentratie bij het werken met zitmaaiers;
b. de contrôle over de machine die gaat glijden op een helling kan nicht worden herkregen door de rem te gebruiken. De belangrijkste redenen voor het verliezen van contrôle zijn:

onvoldoende grip op de wielen;
- te snel rijden;
verkeerd remmen;
- het soort maaier is ongeschikt voor de taak;
onbekendheid met de grondcondities, in het bijzonder hellingen;
verkeerd optrekken en verkeerde la-dingsverdeling.

Voorbereiding

  1. Draagijdens het maaien algid stevige schoenen en 7102049

een lange broek. Bedien de machine Niet met blote voeten of met sandalen aan.

  1. Onderwerp het te maaien gebied aan een grondige inspectie en verwijder alle voorwerpen die door de machine uitgeworpen zouden+kennen.

a. Bewaar brandstof incontainers die special voor dit doel ontworpen zijn
b. Voeg benzine toe in de frisse lustt en rook nicht.
c. Voeg benzine toe voordat u de motor aanzet. Verwijder nooit de benzine tankdop of voeg benzine toe terwijl de motor loopt of nog heet is.
d. Als er benzine gemorst is, mag u de motor nicht starten, maar要去 de machine van de plek met de gemorste benzine verwijderen en voorkomen dat er een vonk kan optreden, totdat de benzine verdampt is.
e. Schroef alle doppen van benzine containers en tanks zorgvuldig vast.

  1. Vervang defecte geluidsdempers.
  2. Controller voor gebruik algid dat de messen, mesbauten en snijconstructie Niet versleten of beschadigd zijn. Vervang versleten of beschadigde bladen en bouten in paren zDat het evenwicht Niet verstoord worden.
  3. Bij machines met meertere bladen kan het draaien van een blad tot gevolg hebben dat andere bladen ook gaan bewegen.

Bediening

  1. Gebruik de machine nicht in een afgesloten ruimte, waar zich gevaarlijke koolmonoxyde dampen hunnen ophopen.
  2. Maai alleen bij daglicht of goed kunstlicht.
  3. Voordat u de motor start, moet u alle mesassesoires loskoppelen en de koppeling in de neutrale stand zetten.
  4. Gebruik de machine Niet op hellingen van meer dan 10^
  5. Onthoud dat er geen "veilige" hellingen bestaan. Het rijden over grashellingen vraagt om speciale aan-dacht. Om omkantelen te voorkomen, moet u:

a. nied plotseling stoppen of optrekken, terwijl u omhoog of omlaag rijdt;
b. de koppeleng langzaam op latent komen en de motor altijd in de versnelling latent, vooral wenneer u de helling af rijdt;
c. langzaam rijden op hellingen en in scherpe bochten;
d. oppassen voor hobbels, kuilen en andere verborgen gezaren;
e. nooit loodrecht op hellingsrichting rijden, tenzij de maaier voor dit doel ontworpen is.

  1. Pas op bij het trekken van ladingen of het gebruiken van zwaar materieel.

a. Gebruik alleen de waarvoort bestemde trekha-ken.
b. Vervoer alleen ladingen die u kurz beheersen.
c. Maak geen scherpe bochten. Pas op bij het achteruit schakelen.
d. Gebruik tegengewichten of gewichten aan de wielen als dat in het Instructieboek worden aangeraden.

  1. Let op het andere verkeer bij het oversteken van wegen.
  2. Zet het roteren van de messen af voordat u over iets anders dan gras rijdt.
  3. Als u assesoires gebrukt, let er dan op dat er nooit materialia in de richting van omstanders geslingered

wordt. Laat nooit iemand in de buurt van de machine als deze aan het werken is.

  1. Bedien de maaier nooit als de beschemkappen ka-pot+zijn.De beschemkappen要去 alg op hun plaats zitten.
  2. Verander de instellenen van de regulateur van de machine Niet en voer hem Niet op. Het gebruiken van een machine bij te hove sleidid kan de kans op gevaar of persoonlijk letsel vergroten.

  3. Voordat u van de bestuurdersplaats afstapt, moet u a. de motor ontkoppelen en de assoesiores later zakken;

b. de motor in de neutrale stand zetten en de handrem aantrekken;
c. de motor afzetten en het contactsleuteltje verwiederen.

  1. Ontkoppel de assosoires, stop de motor en trek de bougiekabel(s) los of verwijder het contactsleuteltje, voordat u

a. verstoppingen in de trechter of elders verhelpt;
b. de maaier controleert, reinigt of er aan wilt werken;
c. de maaier inspecteert nadat u een obstakel geraakt hebt. Voer, indien nodig, reparationsuit voordat u de machine opniew start en gebruikt;
d. de motor contrôle bij abnormaal trillen. (On-middelijk stoppen.)

  1. Koppel de assoesores los als u de maier Niet gebruikt of deze wilt transporteren.

  2. Zet de motor af en ontkoppel de assesseores voorat u

a. bezine bijvult;
b. de grasopvanger verwijdert;
c. de hoogte aanpast, tenzij dat vanaf de bestuurdersplaats kan geleuren.

  1. Neem gas terug aan het einde van de maaiactiviteiten. Draai de benzinekraan zich, indien de motor hiermee isuitgerust.
  2. Voordat u achechteruit rijdt, moet u waar achefteren en beneden kijken om u ervan te vergewissen dat er geenkleine kinderen in de buurt zich.
  3. Wees extra voorzichtig bij blinde hoeken, struiken, bomen of andere obstakels die het zich kannen wegnemen.

Onderhoud en opslag

  1. Bij machines met meertere messen kan het bewegen van een mes de andere messen ook inbeweging zieten. Wees voorlichtig!
  2. Als u de machine parkeert of weg zet, moet u het snijgedeelte van de machine lately zakken tenzij u het stut of vast zet.
  3. Zorg ervoor dat alle moeren, bouteen en schroeven vast aangedraaid zitten om er zeker van te zijn dat de machine in veilige staat verkeert.
  4. Parkeer de machine nooit met benzine in de tank, in een afgesloten ruimte waar de dampen met een vlam of vonk in aanraking hunnenkomen.
  5. Laat de motor afkoelen voorat u de machine in een afgesloten ruimte weg zet.
  6. Verwijder gras, bladeren en overmatig smeervet van de geluidsdemper, het accucompartment en van de benzine opsglaats om gevaar voor brand te verminderen.
  7. Comtroleer de grasvanger regelmatig op slijtage.
  8. Vervang versleten of beschadigde onderdelen om veiligheidsredenen.
  9. Als het nodig blijdt de benzinetank af te tappen, moet dit in de frisse lucht gebeuren.

Alle bevestigingsmaterialen zitten in de zar met onderdelen. Gooi geen onderdelen of materiaal weg voordat de maaier inelkaar gezet is.

MURRAY 405327X51 - Onderhoud en opslag - 1

WAARSCHUWING: Voordat u aan de maaier werk, moet u de bougiekabel lostrekken.

OPMERKING: In deze handleiding zijn de termen links en rechts gebruikt vanuit het gezichtspunt van de berijder.

OPMERKING: Illustrations en pictogrammen beginnen op pagina 2.

OPMERKING: De bevestigingsmaterialen die u moet gebruiken om de volgende losse onderden te monteren, zich op ware grotte weergegeven in figuur 25.

Installeren van de voorwielen (Figuur 1)

Geruik een mes om de vier kanten van de container open te snijden. Plaats de voorwieten (1) in de container.

OPMERKING: Gebruik een bloc hout van ongeveer 1,25 m. lang om de voorkant van de tractor omhoog te brengen. Als er geen hout aanwezig is kan iemand anders helpen om de tractor op te tillen. Pas op dat de tractor nicht valt.

  1. Til de Voorkant van de tractor op en leg het blok hout onder de tractor.
  2. Zorg ervoor dat het ventiel (2) aan de buitenkant komt te zitten. Schuif het voorwiel op de as (3).
  3. Maak beiden voorwielen vast met een ring (4) en splitpen (5). Buig de=einden van de splitpen (5) om, zodate het voorwiel Niet van de as (3) afglijden kan.
  4. Als de voorwienen geinstalleerd zijn mag u de tractor van het bloc hout tilen enuit de container duwen.
  5. Plaats de wieldoppen (6), indien uw tractor daarmee uiterust is. Zorg ervoor dat de ringen (4) de wieldoppen (6) op hunplaats honden.

Installeren van de bestuurdersstoel (Figuur 2)

  1. Verwijder voorzichtig de plastic zak van de bestuurdersstoel (1).
  2. Plaats de gaten in de stoelscharnier (2) en de gaten in de stoe (1) over elkaar. Bevestig de stoe (1) aan de stoelscharnier (2) met de bevestigingsmaterialen (4) en (5).

  3. Controller de stand van de stoe (1). Maak de twee vleugelmoeren (5) los indien de stoe (1) ingesteld moet worden. Schuif de stoe (1) maar voren of achefteren via de stoelinstelgaten (3). Maak de vleugelmoeren (5) waar vast.

Montage van het stuurwiel (Figuur 3)

  1. Zorg ervoor dat de voorwienenrecht staan.
  2. Schuif de kap (3) over de stuurstang (2). Zorg ervoor dat de uitstekende rand van de kap (3) aan de bovenkant zit.
  3. Schuif het stuurwiel (1) op de stuurstang (2).
  4. Maak het stuurwiel (1) vast aan de stuurstang (2) met schroef (4) en ringetje (6).
  5. Sommige modellen haben een optioneel plaatje (7) voor het stuurwiel in de zak met onderdelen. Bevestig het plaatje (7) in het midden van het stuurwiel (1).

Onderhoudsvrije accu (Figuur 4)

BELANGRIJK: Controller de datum op de accu voordat u de accukabels bevestigt. Deze datum geeft aan of de accu opgeladen moet worden.

  1. De datum van de accu staat boven en op de zijkant van de accu (1).
  2. Als de datum later is dan vandaag, hoeft de accu (1) Niet opgeladen te worden en kunnen de accukabels bevestigd worden. Zie "Installeren van de accukabels".
  3. Als de datum vroeger is dan vandaag,要去 de accu (1) opgeladen worden. Zie "Opladen van een onderhoudsvrijde accu".

Opladen van de accu (Figuur 4)

MURRAY 405327X51 - Opladen van de accu (Figuur 4) - 1

WAARSCHUWING: Rook nichtijdens het opladen van de accu. Houd de accuuit de buurt van vonden. De

dampen van het accuzuur können een explosie veroorzaken.

  1. Verwijder de accu (1) en accubak (3).
  2. Verwijder de kap van de pol.
  3. Gebruik een acculader van 12 Volt om de accu op te laden (1). Laadt de accu op gedurende 1aar onder 6 Ampere. Als u geen acculader heeft, moet u de accu door een erkend service center lien opladen.
  4. Installer de accu (1) en accubak (3). Zorg ervoor dat de positieve (+) pool (4) aan de linker kant kommt te zitten.

Installeren van de accukabels (Figuur 4)

MURRAY 405327X51 - Installeren van de accukabels (Figuur 4) - 1

WAARSCHUWING: Om vonden te voorkomen, moet u de rode kabel me de positieve (+) pool verbinden voor-

dat u de zwarte kabel aansluit.

  1. Verwijder de kap van de occupol.
  2. Schuif het poolkapje (2) op de rode kabel (5). Bevestig de rode kabel (5) aan de positieve (+) pool (4) met de bevestiginsmaterialen (6) en (7).
  3. Bevestig de zwarte kabel (5) aan de negatieve (-) pool met de bevestiginsmaterialen (6) en (7).

Controleer de banden

Controller de bandenspanning. Banden met te veel lucht hebben tot gevolg dat de machine ruw rijdt. De verkeerde bandenspanning zal verder tot gevolg hebben dat de maaier onregelmatig maait. De juiste bandenspanning is: voor 0,97 BAR (14 PSI), awhile 0,69 BAR (10 PSI). Voor verscheping waren de banden extra opgeprompt.

Controleer de hoogte van de behuizing

Controleer of de maaihoogte gelijkmatig is. Maai een kort stukje en kijk aan het gemaaide oppervlak. Als de maaier Niet egaal maait, volg dan de instrukties onder "Richten van de maaierbehui-zing" in het hoofdstuk Onderhoud en Afstellen van deze handleiding.

In gereedheid brengen van de motor

OPMERKING: De motor was in de fabriek met olie bevuld. Controller het oliepeil en vul eventueel olie bij.

Zoek in de handleiding van de motorfabrikant op welk soort benzine en olie u moet gebruiken. Lees eerst de informatatie over veriligheid, bediening, onderhoud en opslag.

MURRAY 405327X51 - In gereedheid brengen van de motor - 1

WAARSCHUWING: Zoek in de handleiding van de motorfabrikant op welk soort benzine en olie u moet gebrui

ken. Gebruik.altijd een goedgekeurde jerrycan.Rook Niet tijdens het bijvullen van benzine.Zet de motor af en laat deze eerst enige minuten afkoelen.Bijvullen van benzine mag nooit in afgesloten ruimtes gebeuren.

Belangrijk! Voor het maaien moet u:

de motorolie feuien,
de tank met benzine vullen,
de bandenspanning controlleren,
de stand van de maaibehuizing controleren,
de accukabels bevestigen.

OPMERKING: Illustrations en pictogrammen beginnen op pagina 2.

Plaats van de bedieningselementen (Figuur 5) (Figuur 20)

Bediening van de mesrotatie (1): Gebruik om de mesrotatie in werkig te zetten en te stoppen.

Rempedaal (2): Gebruik het rempedaal om snel te stoppen.

Lichtschakelaar (3): De lichtschakelaar is het eerste gedeelte van de ontstekingsschakelaar. Draai, toenwijl de motor loopt, de sleutel in de stand voor het Licht.

Ontstekingsschakelaar (3): Gebruik de ontstekingsschakelaar om de motor te starten en te stoppen.

Snelheidspedaal (4): Gebruik het snelheidspedaal om de snelheid of de rijrichting van de machine te veranderen.

Hoogte-installingshendel (5): Gebruik de hoogte-installingshendel om de maaihoogte in te stellen.

Handrem (6): Trek de handrem aan als u de bestuurdersplaats verlaat.

Gashendel (7): Gebruik de gashendel om de slenlheid van de motor te verhogen of te verlagen.

(Figuur 20) Automatische aandrijvingsont-koppeling (8): Gebruik de automatische aandrijvings-ontkoppeling om de transmissie te ontkoppelen. Deze bevindt zich onder de stoel.

Assessoires

Deze machine kan gebrukt worden met meer-dere assoesiores. Deze machine kan een gazonveger, beluchter of zaigoedverdeler trekken. Hij isECHTERNiet geschikt om assoesiores te trekken die met de bodem in aanraking komen, zoals een ploeg, eg of cultivator.

Het maximale gewicht voor aanhangassessoires is 113kg

Gebruik van de gashendel (Figuur 5)

Gebruik de gashendel (7) om de snelheid van de motor te verhogen of te verlagen.

  1. De FAST stand is met een streepje remarkeerd. Zet de gashendel in de FAST stand voor normala gebruik en wanner u een gra-sopvangzak gebruikt. Met de motor in de FAST stand worden这让 het best gekoeld en de accu maximaal opgeladen.
  2. De regelateur is in de fabriek optimaal afge-steld. Verander de instelling nicht om de motor sneller teCTXnien.

Bediening van de mesrotatie (Figuur 5)

Gebruik deze hendel om de mesrotatie (1) in werkig te zetten en te stoppen.

  1. Voordat u de motor aanzet, moet u zich er van vergewissen dat de mesrotatiehendel (1) in de DISENGAGE stand staat.
  2. Zet de mesrotatiehendel (1) in de ENGAGE stand om de messen te lien draaien.

OPMERKING: Als de motor aflslaat verwijl u de mesrotatie probeert aan te zetten, is het stoelcontact Niet gesloten. Zorg ervoor dat u midden op de stoel zit.
3. Zet de mesrotatiehendel (1) in de DISENGAGE stand om de messen teCTXen stoppen 7102049

met draaien. Zorg ervoor dat de messen volledig stil staan voordat u de bestuurdersplaats verlaat.
4. Zet de mesrotatiehendel (1) in de DISENGAGE stand voordat u een trottoir of een weg over steekt.

MURRAY 405327X51 - Bediening van de mesrotatie (Figuur 5) - 1

WAARSCHUWING: houd altijd uw handen en voeten uit de buurt van de messen, de uitworpopening en

de motorbehuizing als de motor draait.

Bedieren van de snelheidspedaal (Figuur 5)

Het aandrijsysteme gebruikt een hydrostatische automatische transmissie. De hydrostatische transmissie is gemakkelijk te bedieren. Dit soort aandrijving heeft geen pook of een koppelingspedaal nodig.

De slelheid en rijrichting kut u beide met het slelheidspedaal (4) bedieren met uw rechter voet. Gebruik het linkse rempdaal Niet tijdens normala gebruik. Dit pedaal is alleen voor snel stoppen tijdens nooodgevallen.

Voorwaarts rijden

  1. (Figuur 20) De automatische aandrijvingsontkoppeling (1) moet in de DRIVE stand (2) staan.
  2. Haal langzaam uw linker voet van het rempe-daal af.
  3. Zet de gashendel in de FAST stand.
  4. (Figuur 19) Trap het sneleidspedaal (1) langzaam in (4), totdat u de gewenste snele-heid heeft bereikt.
  5. Trap het snelheidspedaal (1) langzaam verder in om de snelheid te verhogen. Laat het snelheidspedaal (1) langzaam opkomen om de snelheid te verlagen.

Achteruit rijden

  1. Kijk eerst anschter u.
  2. Duw het snelheidspedaal (1) langzaam in REVERSE (achteruit)stand (2).

Veranderen van rijrichtings

LET OP! Gebruik alleen het snelheidspedaal om van rijrichting te veranderen en nicht het linker rempedaal.

  1. Haal langzaam uw voet van het snelheids-pedaal (1) af. Het snelheids-pedaal (1) zal automatisch in de NEUTRALE stand (3) gaan staan.
  2. Nadat de machine gestopt is kutu lang-zaam het snugheidspedaal (1) in de gewenste stand zetten.

Ontkoppelen van de transmissie (Figuur 20)

Ten einde de machine te duwen, moet u de automatische aandrijvingsontkoppeling (1) gebruiken om de transmissie te ontkoppelen. De automatische aandrijvingsontkoppeling (1) bevindt zich onder de stoel.

  1. De motor moet UIT staan.
  2. Klap de stoel omhoog. De automatische aandrijvingsontkoppeling (1) befindt zich onder de stoel.
  3. Zet de automatische aandrijvingsontkoppeling (1) in de PUSH-stand (3). De transmis-sie is nu ontkoppeld en de machine kan geduwd worden.

OPMERKING: In koud werk is de olie in de transmissie erg visceus, hetgeen duwen moeilijk maakt.

  1. Zet de automatische aandrijvingsontkoppeling (1) vrij om de koppeling in te schakelen. De transmissie is nu ingeschakeld enCLAar om te werken.

Gebruik van de handrem (Figuur 5)

  1. Trap het rempedaal (2) volledig in.
  2. Trek de handrem (6) omhoog.
  3. Haal uw voet van het rempedaal (2) af en waar de handrem (6) waar los. Vergewis u ervan dat de handrem de machine op+zijn plaats houdt.
  4. Om de handrem (6) los te zetten, moet u het rempedaal (2) volledig intrappen. De handrem za automatisch loskommen.

MURRAY 405327X51 - Gebruik van de handrem (Figuur 5) - 1

WAARSCHUWING: Voordat u van de bestuurdersplaats afstapt, moet u de handrem aantrekken, de mes-

bedieningshendel in de DISENGAGE stand zetten, de motor afzetten en het contact-sleuteltje verwijdenen.

Instellen van de maaihoogte (Figuur 5)

Om de maaihoogte te veranderen, moet u de hoogte-instellingshendel (5) als volgt omhoog of olaag bewegen:

  1. Duw de hoogte-installingshendel (5) waar voren om de maaibehuizing te lately zakken enaarachteren om de maaierbehuiizing omhoog te brengen.
  2. Als u over een troattoir of weg rijdt, moet u de hoogte-installingshendel (5) in de hoogste stand zetten en de mesbedieningshendel in de DISENGAGE stand zetten.

De machine tot stilstand brengen (Figuur 5)

  1. Haal langzaam uw voet van het snelheids-pedaal (4) af. Het snelheids-pedaal (4) za automatisch in de NEUTRALE stand gaan staan en de machine zal tot stilstandkommen.
  2. Zet de mesbedieningshendel (1) in de DI-SENGAGE stand.
  3. Trek de handrem (6) aan.

MURRAY 405327X51 - De machine tot stilstand brengen (Figuur 5) - 1

WAARSCHUWING: Vergewis u ervan dat de handrem de machine op+zijnplaats houdt.

  1. Zet de gashendel (7) in de SLOW stand.
  2. Zet de motor af door het contactsleuteltje (3) waar de OFF stand te draaien en verwijder het.

Transporteren van de machine

Volg de stappen hieronder om de machine te transporteren.

  1. Zet de mesbedieningshendel in de DISENGAGE stand.
  2. Zet de hoogte-instellingshendel in de hoogste stand.
  3. Zet de gashendel:tussen SLOW en FAST in.
  4. Trap het snugheidspedaal langzaam in om de gewenste snugheid te bereiken.

Bedieren van de maaierbehuizing

BELANGRIJK: Als u de maierbehuizing bedient moet de gashendel.altijd in de FAST stand staan.

  1. Start de motor.
  2. Zet de hoogte-installingshendel in de stand die u wilt. Hoog of dik gras要去 eerst in de hoogste stand maaien. Daarna sunt u het in een lagere stand maaien.
  3. Zet de gashendel in de SLOW stand.
  4. Duw de mesbedieningshendel langzaam\ haar de ENGAGE stand.
  5. Zet de gashendel in de FAST stand.
  6. Trap het snugheidspedaal langzaam in totdat de gewenste snugheid bereikt is.

OPMERKING: Rij met lage snelheid als u dik gras maait of een grasopvangzak gebruikt.

  1. ControllerDat de maaihoogte nog steeds juist is.Maai een korte afstand en kijk naar het gemaaide oppervlak.Zie de aanwijzingen onder "Instellen van de maaibehuizing" in het hoofdstuk Onderhoud indien de maaibehui- zing Niet egaal maait.

MURRAY 405327X51 - Bedieren van de maaierbehuizing - 1

WAARSCHUWING: Rij met lage snelheid om betere controle over de machine te hebben.

Werken op hellingen

MURRAY 405327X51 - Werken op hellingen - 1

WAARSCHUWING: Rij nooit hellin-gen op of af die te steil zijn om in z'n weiteruit te beklimmen. Rij codrecht op hellingsrichting.

  1. Regel de slelheid alleen met het slelheidspedaal. Gebruik de rem nooit op een helling.
  2. Om een ongeluk te voorkomen,要去 het snelheidspedaal behoedzaam intrappen of op latent komen. Voorkom scherpe bochten of plotselinge snelheidsveranderingen.
  3. Om snelheid teug te nemen bij het afrijden van een helling, moet u het snelheidspedaal langzaam op lien komen, totdat de machine de gewenste snelheid heeft bereikt.

Stoppen op een helling

  1. Voorkom stoppen op een helling. Indien u bij een noodegeval toch moet stoppen, haal dan uw voet van het snelheidspedaal en trap het linker rempdaal geheel in.
  2. Trek de handrem aan.
  3. Voordat u de bestuurdersstoel verlaat, moet u de gashendel in de SLOW stand zetten, de hendel van de koppeling van de mesrotatie in de DISENGAGED stand zetten, de motor af zetten en de handrem aantrekken.

Starten op een helling

  1. Start de motor.
  2. Zet de hendel van de koppeling van de mesrotatie in de ENGAGED stand.
  3. Zet de gashendel in de FAST stand.
  4. Trap het rempedaal in en zet de handrem los.Terwijl u de handrem los zet, moet u het

snelheidspedaal alaar gewenst intrappen.

MURRAY 405327X51 - Starten op een helling - 1

Trap het snelheidspedaal langzaam in terwijl u de handrem los zet. De handrem要去 vrij়ন voordat het

snelheidspedaal de transmissie kan active- ren.

Alvorens de motor te starten

Controleren van het oliepeil

OPMERKING: De motor ward in de fabriek met olie bevuld. Controller het oliepeil en voeg zonodig olie bij. Zie de aanwijzingen van de motorfabrikant voor de juiste oliesoort.

  1. Zorg dat de machine horizontal staat. OPMERKING: Controleer de olie nooit terwijl de motor draait.
  2. Controller het oliepeil en volg de aanwijzingen van de motorfabrikant.
  3. Voeg zonodig olie bij tot dat het FULL streepje bereikt worden. De hoeveelheid benodigde olie is op de peilstok aangegeven. Voeg Niet te veel bij.

Bijvullen van benzine

MURRAY 405327X51 - Bijvullen van benzine - 1

WAARSCHUWING: Gebruik.altijd eenveiligejerrycan.Rookniet tijdens het bijvullen van benzine.

Voeg alleen benzine bij in de frisse lucht.
Zet de motor af en LAST deze eerst enige minuten afkoelen.

(Figuur 6) Vul de benzinetank (1) tot de FULL (2) lijn met gewone, ongelode benzine. Gebruik geen super. Zorg dat de benzine vers en schoon is. Gebruik van gelode benzine za aanslag tot gevolg hebben en de levensduur van de kleppen verminderen.

Starten van de motor

MURRAY 405327X51 - Starten van de motor - 1

WAARSCHUWING: Het electrisch systeme haeft een voelschakelaar in de bestuurdersstoelzitting die

controleert of de bestuurder in de stoei zit. Dit systeem zal de motor lately aflslaan indien de bestuurder zijn stoei verlaat. In het belang van uw eigeneeiligheid moet u ervoor zorgen dat dit systeem goed functioneert.

OPMERKING: De motor zal nicht starten tenzij u het koppelings/rempedaal intrapt en de mesbedieningshendel in DISENGAGE zet.

  1. Trap het rempedaal geheel in en houd uw voet op het pedaal.
  2. Zorg ervoor dat de mesbedieningshendel in de DISENGAGE stand staat.
  3. Zet de gashendel geheel maar voren in de CHOKE of FAST stand. Sommige modellen hebben eenAPEte choke knop.Trek deze choke knop geheel UIT.

  4. Zet het contactsleuteltje in de START stand. OPMERKING: Als de motor Niet aanslaat na vier of vijf keer proberen, moet u de gashendel in FAST zetten. Probeer opnieuw te starten. Zie de TROUBLESHOOTING tabel als de motor nog Niet aanslaat.

  5. Duw de gashendel langzaam maar de SLOW stand.
  6. Zet de gashendel:tussen FAST en SLOW in om een heter motor te starten.

Tips voor het maaien en het gebruik van de graszak

  1. Controller of de maaibehuizing vlak is voor een optimaal gazon. Zie "Instellen van de maaibehuizing" in het hoofdstuk Onderhoud.
  2. De maaibehuiizing kan alleen egaal maaien als de banden de juiste hoeveelheid lucht hebben. Controller de bandenspanning.
  3. Controleer het mes voor elke maaibeurt. Als het krom of beschadigd is要去 het onmid-dellijkervangen worden.Zorg er eveneens voor dat de moer die het mes op+zijnplaats houdt goed vast zit.
  4. Zorg dat het mes scherp is. Botte messen haben als gevolg dat de punten van het gras bruin worden.
  5. Maai geen nat gras en gebruik evenmin de graszak. De maaier kan gemaaid nat gras Niet goed uitwerpen. Laat het gras drogen alvorens te maaien.
  6. Gebruik de linker kant van de maaier om een kantje bij een obstakel bij te werken.
  7. Kies de maairichting zodanig dat het afgesneden gras over het gemaaide oppervlak wordenuitgeworpen. Hierdoor worden het afgesneden gras beter verspreid.
  8. Als u een groot gazon wilt gaan maaien, begin dan met een paar bochtenaar rechts te makek. Hierdoor wordt het afgesneden gras aan hare binnen toe uitgeworpen enkomt het Niet buiten het gazon terecht. Na eén of twee rondjes kunt u vanrichting wisselen en linkse bochten gaan maken voor de rest van het gazon.
  9. Als het gras erg hoog staat,kest u het beste twee keer maaien teneinde de belasting op de motor te verminderen.Maai eerst met de maaibehuizing in de hoogste stand en daarna nog eens in een lagere stand.
  10. Zetijdens het maaien de gashendel altijd in de FAST stand. Dit zorgt voor een betere motorprestatie en een gelijkmatigere grasuitworp.
  11. Als u een grasszak gebruikt, moet u de gashendel in de FAST stand zetten en het snelheidspedaal voor een derde of de helft intrappen.
    12.Maak na het maaien de boven- en de onderkant van de maaibehuizing schoon. Eenschone maaibehuiizing helpt ook in het voorkomen van brand.

ONDERHOUDSSCHEMA

FREQUENTIEMAINTENANCE REQUIREDCOMMENTS
Dagelijks of voor ieder gebruikOnderhoud van de motorZie de Handleiding die bij de motor hoort.
Inspecteer mes(sen).Inspecteer op barstjes, slijtage, en bovenmatige schade
Verwijder rommel van de machine en het te maaien gebied.
Inspecteer alle draaiende en schuivende onderdelen.
Controler de bandenspanning.Zie het hoofdstuk Onderhoud.
Ga na of de maaierbehuizing horizontaal is.Zie het hoofdstuk Onderhoud.
Inspecteer V-riemen.Inspecteer op barstjes, slijtage, en bovenmatige schade
Inspecteer de werkung van de riemen.Zie het hoofstuk Bediening en het hoofdstuk Onderhoud.
Na de eerste 5 uuRVerwissel de olie.Zie de Handleiding die bij de motor hoort.
Na 25 uuROnderhoud van de motor.Zie de Handleiding die bij de motor hoort.
Mes(sen) verwijderen, inspecteren, slijpen, enuitbalanceren.Zie het hoofdstuk Onderhoud.
Controler de afstelling van de:a. Mes rotatie regelingb. Remc. Koppelingd. Besturing.Zie het hoofdstuk Onderhoud.
Smeer chassis en maaierbehuiizing.Volg de aanwijzingen onder Smeren.
Inspecteer de uitlaat:a. Torsieb. Op slijtage of brandplekkenc. Conditie van de vonkenvanger (indien van toepassing).Zie het hoofdstuk Onderhoud.
Voor opslag van 30 dagen of langerMotor gereed makeen voor opslag.Zie de Handleiding die bij de motor hoort.
Brandstofsystemeam aftappen.Neem de waarschuwingen in de Gebruikshandleiding in acht.
Brandstof-stabilizeermiddel toepassen.Zie de Handleiding die bij de motor hoort.
Accu gereed makeen voor opslag:a. Uit de machine verwijderenb. Volledig opladenc. Opbergen op een koele en droge plek

ONDERHOUD

OPMERKING: Illustrations en pictogrammen beginnen op pagina 2.

Algemene aanbevelingen

  1. Het is de verantwoordelijkheid van de eigenaar om dit produit te onderhoden. Goed onderhoud zal de levensduur van dit produit verlungen en is tevensoodzakelijk voor de garantie.
  2. Eens per jaar moet de bougie en de rem ge-controleerd, de machine gesmeerd en het luchtfilter gereinigd worden.
  3. Loop alle bevestigingsmaterialen na en zorg dat ze goed vast zitten.
  4. Volg de aanwijzingen in het hoofdstuk Onderhoud op om de machine gebruiksklaar te houden.

MURRAY 405327X51 - Algemene aanbevelingen - 1

WAARSCHUWING: Voordat u de maaier gaat inspecteren, afstellen of repareren, moet u de bougieka

bel lostrekken om te voorkomen dat de motor onverhoedst start.

OPMERKING: Torsie worden gemeten met een momentsleutel en worden aangegeven in new-

7102049

tonmeter. Deze eenheid geeft aan hoe strak een moer of bout aangedraaid moet worden.

Controleren van het mes (Figuur 7)

MURRAY 405327X51 - Controleren van het mes (Figuur 7) - 1

WAARSCHUWING: Voordat u het mes controelt of verwijdert,要去 u de bougiekabel los trekken. Stop or als het mes een obstakel raakt.

Kijk of de machine beschadigd is. Het mes heeft scherpe kanten. Draag handschoenen of gebruik een doek om uw handen te beschemden als u het mes vast wilt pakken.

Een scherp, onbeschadigd mes snijdt better en is veiliger om mee te werken. Zorg dat het mes (1) scherp is en kijk het regelmatig na op overmatige slijtage, scheuren of andere beschadigingen. Controleer regelmatig of de moer (3) die het mes op zichplaats houdt goed vast zit. Stop de motor als het mes een obstakel raakt. Trek de bougiekabel los en controllerer of het mes verbogen of beschadigd is. Controleer de tussenring (5) op beschadigingen. Vervang beschadigde onderden met originele reserve onderden, voordat u de machineeer gebruikt. Neem indien nodig, contact op met een erkend service center in uw omgeving. Laat elke drieaar het mes inspecteren bij een erkend service center of verrang het door een origineel/Neww exemplaar.

Vervangen van het mes (Figuur 7)

  1. Verwijder de maaibehuizing. Zie de aanwij-zingen onder "Verwijdersen van de maaibe-huizing".
  2. Gebruik een stuk hout om te voorkomen dat het mes gaat draaien.
  3. Verwijder de moer (3) die het mes (1) op zijn plaatshoudt.
  4. Controller het mes (1) en de tussenring (5) volgens de aanwijzingen onder "inspecteren van het mes". Vervang een versleten of beschadigd mes met een origineel zichewemplaar. Neem contact op met een erkend service center in uw omgeving.
  5. Maak zowel de bovenkant als de onderkant van de maaibehuizing schoon en verwijder al het gras en andere rommel.
  6. Plaats het mes (1) en de tussenring (5) op de as (6).
  7. Plaats het mes (1) zodanig dat de ophefranden (7) omhoog wijzen. Als het mes onderste boven zit zal het Niet goed snijden en kan het een ongeluk veroorzaken.
  8. Zet het mes (1) vast met de originele ringen en moer (3). Zorg dat de platte kant van de getrapte ring (2) gegen het mes (1) aan komt te zitten.

MURRAY 405327X51 - Vervangen van het mes (Figuur 7) - 1

WAARSCHUWING: Zorg er.altijd voor dat de moer (3) die het mes (1) op+zijnplaats houdt goed vast zit.

Een losee moer of een los mes kannen een ongeluk veroorzaken.

  1. Draai de moer (3), die het mes (1) op+zijn plaatshoudt, vast met een moment van 41,5 Nm.
  2. Plaats de maaibehuizing terug. Zie "Verwijden van de maaibehuiizing".

Instellen van de mesrotatie

MURRAY 405327X51 - Instellen van de mesrotatie - 1

WAARSCHUWING: Om ongevallen te voorkomen要去 de mesrotatiebediening goed werken.

Bij normaal gebruik hoeft de mesrotatie Niet aangepast te worden. Echter, als de maai-prestatie en kwaliteit achefteruit gaan, moet u de volgende aanpassingen verrichten.

  1. Zorg datijdens het maaien de gashendel in de FAST stand staat.
  2. (Figuur 8) Zet de mesrotatiebediening in de DISENGAGE stand (1).
  3. Zet de motor af en trek de bougiekabel los.
  4. Controller het (de) mes(sen). Zorg dat de mesranden geslepen zich. Een bot mes zal tot gevolg hebben dat de punten van het gras bruin worden.
  5. (Figuur 9) Maak de mesaandrijfveer (2) los van de mesbedieningsstang (1). Haak de mesaandrijfveer (2) in het middelste gat (4). Hierdoor wordt de spanning op de maiaandrijfveer vergroot.
  6. Duw de bougiekabel weer op de bougie. Maai een korte afstand en controllerer op-nieuw de kwaliteit van het gemaaide gras. Zet de mesaandrijfveer (2) in het onderste gat (5), indien nodig.
  7. Controller de kwaliteit van het gemaaide gras opnieuw. Als de kwaliteit nog nicht verbeterd is, moet u de maiaaandrijfrem verrangen. Als dit ook Niet helpt,要去 u de maaier maar een erkend service center brengen.
  8. Zet de mesrotatiebediening in de DISENGA-GE stand (1) en zet de motor af.
  9. (Figuur 10) Controller de werkking van de mesrem. Draai de schijven met de hand en vergewis u ervan dat de remblokken (1) te-gen de schijven drukken.

MURRAY 405327X51 - Instellen van de mesrotatie - 2

WAARSCHUWING: Als de remblokken (1) Niet stevig gegen de schijven drukken, moet u de maaier maar een service center brengen.

  1. (Figuur 8) Zet de mesrotatiebediening in de ENGAGE stand (2).
  2. (Figuur 10) Controller de remblokken (1) van de mesrem (7). Vervang de remblokken als ze sterk versleten of beschadigd zijn. De juiste onderdelen en assistentie zijn verkrijgbaar via een erkend service center.
  3. Duw de bougiekabel waar op de bougie. Maai een korte afstand en controllerer op-nieuw de werkking van de mesrotatie.
  4. Als u de mesrotatiebediening in de DISENGA-GE stand zet, moet het geheel binnen vijr se-conden tot stilstand komen. Als u een neue maiaaandrijfrem heeft en deze spelimg vertoont of het mes blijft doordraaien, moet u de mesrotatie vrij keer in- en uit-schakelen om overmatig rubber van de riem te verwijderen.

7102049

Breng de maaier maar een erkend service center als u hulp nodig heeft.

  1. (Figuur 9) Als u een neue aandrijfrem plaatst,要去 de mesaandrijfveer (2) in het bovenste gat (3) gelehaakt worden.

Controleren en instellen van de aandrijfrem (Figuur 18 en Figuur 21)

Als de aandrijfrem los zit zaludge gaan slippen als u: een helling op rijdt, een zware last trekt of de maier zar in zich geheel nicht rijden.

BELANGRIJK: Maai algid met de motor in de FAST (hoogste) stand. Als de motorsnelheid laag of middelmatig is, kann den motor en de transmissie te heet worden en problemen veroorzaken van de zelfde aard als een losse aandrijfrem.

MURRAY 405327X51 - Controleren en instellen van de aandrijfrem (Figuur 18 en Figuur 21) - 1

WAARSCHUWING: Voordat u de maaier gaat inspecteren, afstellen of repareren, moet u de bougieka

bel van de bougie af trekken om te voorkomen dat de motor onverhoeds start.

  1. (Figuur 21) Controller dat de aandrijfrem (6) goed loopt. Vergewis u ervan dat de aan-drijfrem (6) goed is geinstalleerd en binnen alle riemgeleiders (7) loopt.
  2. (Figuur 18) Maak de koppelingsscharnier (1) los van de rolarm (2).
  3. (Figuur 21) Plaats het gat in de remstang (3) op een lijn met het gat in het frame. Hou de remstang (3) op+zijn plaats met een 6 mm pen of bout (4).
  4. (Figuur 18) Draai de koppelengsscharnier (1) zodate het montagegat (5) in de koppelingssscharnier (1) op een lijn komt met het montagegat (5) in de rolarm (2).
  5. Maak de koppelingsscharnier (1) vast aan de rolarm (2).
  6. (Figuur 21) Verwijder de 6 mm pen of bout (4).
  7. Als de hoofdaandrijfrem nog steeds slipt na-dat deutsche is ingesteld, dan is de riem versle-ten of beschadigd en moet hij verrangen-worden. Zie "Vervangen van de hoofdaandrij-frem".

Controleren en instellen van de voetrem (Figuur 12 en 20)

(Figuur 20) Trek de handrem aan. Zet de automatische aandrijfontkoppeling (1) in de DUW stand (3). Duw de machine. Als de wielen gaan draaien,要去 de remblokjes aangepast of verrangen worden.

Stel de voetrem (4) als volgt in:

  1. (Figuur 12) De voetrem (4) befindt zich rechts van de tandwielkast (5).
  2. (Figuur 20) Vergewis u ervan dat de hand-rem geactiveerd is en de automatische aan-drijfontkoppeling (1) in de DUW stand (3) staat.
  3. (Figuur 12) Draai de zeskantmoer (6) met de klok mee tot dat de achechterwienen nicht meer draaien als de machine waar voren worden geduwd.
  4. Zet de machine van de handrem af en duw hem maar voren. Als de wielen Niet meedraaien,要去 de zeskantmoer (6) gegen de klok in draaien totdat de wielen gaandraaien.

  5. Trek de handrem aan en duw de machine waar maar voren. Als de weiterwelen nicht draaien is de voetrem (4) goed ingesteld. Zet de machine van de handrem af.

MURRAY 405327X51 - Controleren en instellen van de voetrem (Figuur 12 en 20) - 1

WAARSCHUWING: Vervang de remblokken als het Niet lukt om de rem goed in te stellen. De juiste re

serve onderden zijn te verkrijgen via een erkend service center.

Verwijdersen van de accu (Figuur 4)

Om de accu (1) op te laden of te reinigen,要去 hem als volgt uit de machine halen.

MURRAY 405327X51 - Verwijdersen van de accu (Figuur 4) - 1

WAARSCHUWING: Om vonden te voorkomen, moet u eerst de Zwarte accukabel (8) van de negative (-)

pool afhalen, voordat u de rode kabel (5) los maakt.

MURRAY 405327X51 - Verwijdersen van de accu (Figuur 4) - 2

WAARSCHUWING: De accu bevat zwavelzuur dat gevaarlijk is voor huid, ogen en kleding. Als het zour uid of kleding terecht komt, moet u een met water spoelen.

  1. Verwijder de Zwarte accukabel (8) van de negative (-) pool.
  2. Verwijder de rode accukabel (5) van de positieve (+) pool (4).
  3. Til de accuslede (3) en accu (1)uit de machine.

Opladen van de accu (Figuur 4)

MURRAY 405327X51 - Opladen van de accu (Figuur 4) - 1

WAARSCHUWING: Zorg dat er geen vonden kuren optreden in de buurt van een accu die worden

opgeladen en rook Niet. De dampen van het accuzuur können een explosie veroorzaken.

  1. Haal de accu (1)uit de machine om hem opt te laden.
  2. Gebruik een 12 volt acculader. Laad de accu (1) op gedurende eén ur met 6 Ampère.
  3. Plaats de accu (1) terug in de machine.

MURRAY 405327X51 - Opladen van de accu (Figuur 4) - 2

WAARSCHUWING: Om vonden te voorkomen, moet u eerst de rode kabel (5) vast makeen aan de posi

tieve pool (+) , voordat u de zwarte accukabel vast maakt.

  1. Maak de rode kabel (5) vast aan de positie-ve (+) pool (4) met de bevestigingsmaterialen, zoals aangegeven.
  2. Maak de zwarte kabel (8) vast aan de negatieve (-) pool met de bevestigingsmaterialen, zoals aangegeven.

Horizontalstalten van de maaibehuizing (Figuur 13 en Figuur 14)

Als de maaibehuizing horizontala staat, za het mes beter snijden en het gazon er beter uitzien.

MURRAY 405327X51 - Horizontalstalten van de   maaibehuizing (Figuur 13 en Figuur 14) - 1

WAARSCHUWING: Voordat u de maaier gaat inspecteren, afstellen of repareren, moet u de bougieka-de bougie af trekken om te voorkot de motor onverhoeds start.

  1. Zorg ervoor dat de machine op een hard, horizontaal oppervlak staat.
  2. Controller de bandenspanning. Als de bandenspanning onjuist is zal de maaibehuzing nichtEGAALmaien.De juiste bandenspanning is: voor 0,97 BAR (14 PSI),achter 0,69 BAR (10 PSI).

  3. (Figuur 13) Zet de hoogte-installingshendel(1) in de onderste maa手持 (2).

MURRAY 405327X51 - Horizontalstalten van de   maaibehuizing (Figuur 13 en Figuur 14) - 2

WAARSCHUWING: De hoogte-instellingshendel (1) is verbonden met een veer. Zorg ervoor dat de

hoogte-installingshendel (1) vergrendeld is in de onderste maa手持 (2).

  1. (Figuur 14) Maak de linker en rechter instelmoeren (1) los. Duw op bevde zijden van de maaibehuiizing. Zorg ervoor dat bevde kanten van de maaibehuiizing zich op een horizontaal oppervlak bevinden. Zorg er eveneens voor dat de hefbouten los zitten en gemakkelijk omhoog en omlaag+kunnen glijden.
  2. Druk op de hefbouten (2) en draai de linker en rechtter instelknop (1) stevig aan. Gebruik eventueel een sleutel om de instelknoppen (1) aan te draaien.
  3. (Figuur 13) Breng de hoogte-instellings-hendel (1) omhoog.
  4. Maai een kort stuk. Voer de bovenstaande stappen opniew uit, als de hoogte of snede niet egaal is.

Smeren van de machine (Figuur 15)

MURRAY 405327X51 - Smeren van de machine (Figuur 15) - 1

Modellen met smeernippels: smeer met een vetpistol.

Breng vet aan met een borstel op de aangegeven plekken.

Smeer met motorolie op de aangegeven plekken.

OPMERKING: Smeer de koppelingen van de stuurstang.

LET OP! Als de machine worden gebruikt in droge gebieden met zand, moet u een droge grafietspray gebruiken om de machine te smeren.

Controleren van de banden

Controleer de bandenspanning. De machine zal schokkerig rijden als de druk in de banden te hoog is. Als de bandenspanning onjuist is zar de maaibehuizing Niet egaal maaien. De juiste bandenspanning is: voor 0,97 BAR (14 PSI), awhile 0,69 BAR (10 PSI).

Vervangen van de hoofdaandrijfrem

  1. Verwijder de maaibehuizing. Zie de aanwij-zingen onder "Verwijdersen van de maaibehuizing".
  2. Figuur 16) Verwijder de middelste geleidingschijf (4).
  3. Maak de veer van de geleidingschijf (7) los.
  4. Verwijder geleidingssschijf (8) en afstandhouser (9).
  5. Verwijder de V-vormige geleidingssschijf (5) en afstandhouser (13).
  6. Verwijder de aandrijfrem (1) van de aan-drijfschijf (6).

  7. (Figuur 17) Om de aandrijfrem (1) van de stapelschijf (2) af te halen,要去 u de voor-ant van de riem onder de stapelschijf (2) trekken en dan terug tussen de stapelschijf en de stuurplaat (3).

  8. (Figuur 11) Haal het toegangspaneel (10) weg.
  9. Verwijder de twee schroeven (11) die de stuurstang unit (12) vast honden. Til het stuurwiel en de stuurstang unit (12) op. Trek de aandrijfrem (1) onder de stuurstang unit (12) door.
  10. Haal de aandrijfriem (1) nu weg. Een geschikt verrangingsexemplaar of eventuele hulp is verkrijgbaar via een erkend service center in uw gebied.
  11. De riem kan geinstalleerd worden door bovenstaande stappen in omgekeerde volgorde te doorlopen.
  12. (Figuur 16) Controller dat de aandrijfrem (1) goed loopt. Zorg dat hij correct is geinstalleerd rond de geleidingschijven.
  13. Voordat u met de machine gaat rijden,要去 de instelling van de koppeling controeren. Volg de instructies op onder "Controleren en instellen van de koppeleling."
  14. Plaats de maaibehuizing waar terug. Volg de instructies op onder "Installeren van de maaibehuiizing."

Vervangen van de maiaaandrijfrem (Figuur 10)

  1. Verwijder de maaibehuizing. Zie de aanwij-zingen onder "Verwijdersen van de maaibe-huizing".
  2. Duw de riemgeleider (1) weg van de geleidingssschijf (2) en verwijder de maiaaandrij-friem (3).
  3. Trek de riemgeleider (4) weg van de rechter aandrijfschijf (5) en verwijder de maiaaan-drijffriem (3).
  4. Trek de riemngeleider (4) weg van de linker aandrijfschijf (6) en verwijder de maiaaandrijfrem (3). Een/New exemplaar en assistentie, indien nodig, is te verkrijgen van een ergend service center bij u in de buurt.
  5. De neue riem kan geinstalleerd worden door de bovenstaande stappen in omgeeker de volgorde te doorlopen.

Verwijdersen van de maaibehuizing (Figuur 22)

  1. Zet de mesrotatiehendel (1) in de DISENGAGE stand.
  2. Zet de hoogte-instellingshendel (2) in de hoogte instelstand.

MURRAY 405327X51 - Verwijdersen van de maaibehuizing (Figuur 22) - 1

De hefhendel is voorgespannen met een veer. Let er op dat de hef-hendel vast staat in de INSTELLLEN

HENDEL stand.

  1. Verwijder de splitpennen en ringen van de instelarmen (3). Zie afbeelding C en D.

  2. Verwijder de splitpennen en ringen van de ophangingverbindingen (4). Zie afbeelding A en B.

  3. Maak de veer (5) los van de mesbedie-ningsstang (6). Zie afbeelding E.
  4. Maak de voorste beugel (9) los van de asondersteuning. Zie afbeelding F.
  5. Verwijder de maaiaandrijfrem (7) van de stapelschijf (8).
  6. Trek de maaihehuizing opzij maar rechts.
  7. De maaibehuiizing kan weeer geinstalleerd worden door de bovenstaande stappen in omgekeerde volgorde te doorlopen.

Vervangen van de zekering

Als de zekering doorgebrand is zal de motor nicht starten. Vervang de zekering met een neue zekering van 15 Ampere die geschikt is voor automobielen.

Opslag voor langerearend (30 dagena langer)

Aan het einde van het maaiseizoen moet u de machine als volgt gereed makeen voor stalling.

  1. Tap de brandstof af uit de carburateur en de benzine tank. Ververs de olie. Volg de aanwijzingen van de fabrikant.
  2. Maak de machine geheel schoon.
  3. Laad de accu op.

Bestellen van reserve onderdelen

De reserve onderdelen staan acheterin dit in-structieboek of in een aparte onderdelenboek.

Gebruik alleen reserve onderdelen die door de fabrikant erkend of goedgekeurd zich. Gebruik geen assoessores die nicht speciaal voorDEXe machine worden aanbevolen. Om de juiste reserve onderdelen te bestellen, moet u het model van uw maaier, zoals dat op het naamplaatje voorkomt, vermelden.

Reserve onderdelen, behalte voor de motor, transmissie, verbindingsas en differentieel, zich verwkrijigbaar via uw leverancier of via een service center dat worden aanbevolen door de leverancier.

Garantieservice isuitsluitend beschikbaar via Ge- autoriseerde Servicedealers. U kurz uw dichtstbij-zijnde dealer vinden in onze "locator map" bij www.murray.com.

Reserve onderdelen voor de motor, transmissie, of verbindingsas zich verwkrijigbaar via de ergende service centers van de desbeteffende leverancier. Deze zal vermeld staan in het telefoonboek. Kijk ook in de desbeteffende garantieverklaringen van deze onderdelen, hoe u eventueel reserve onderdelen kutn bestellen.

Bij de bestelling moet u de volgende gegevens vermelden:

(1) Model aanduiding
(2) Serienummer
(3) Onderdeelnummer
(4) Aantal

PROBLEM: De motor slaat nicht aan.

  1. Volg de aanwijzingen onder "Starten van de motor" op.
  2. Modellen met electrische start: Maak de accuklemen schoon en verbind ze daarna goed.
  3. Kijk of er een draad los zit. Kijk of de limiet-schakelaars vast zitten. (Zie het bedrangsschema.)
  4. Tap de benzinetank af, maak de benzineleiding schoon en verrang het benzinefilter.
  5. Verwijder de bougie(s). Zet de choke in de SLOW stand. Draai het contactsleuteltje in de ON stand. Probeer de motor enige malen te starten. Plaats de bougie waar terug.
  6. Vervang de bougie.
  7. Stel de carburateur bij.

PROBLEM: De motor wil nicht draaien.

  1. Volg de aanwijzingen onder "Starten van de motor" op.
  2. Modellen met electrische start: Laad de accu op.
  3. Vervang de zekering.
  4. Controller de kabelboom op schade of een losse verbinding. Vervang de beschadigde draad.
  5. Modellen met electrische start: verrang de solenoïde. Modellen met trekstart: verrang de module.

PROBLEM: De motor slaat moeilijk aan.

  1. Stel de carburateur bij.
  2. Vervang de bougie.
  3. Vervang het benzinefilter.

PROBLEM: De motor loopt onregelmatig of met gereduceerd vermogen.

  1. Peil de olie.
  2. Maak het luchtfilter schoon.
  3. Maak het buitenste stalen luchtfilter schoon.
  4. Vervang de bougie.
  5. De motor worden te zwaar belast. Schakel in een lagere versnelling.
  6. Stel de carburateur bij.
  7. Vervang het benzinefilter.

PROBLEM: De motor loopt onregelmatig bij hoge snelheden.

  1. Vervang de bougie.

  2. Stel de choke beter af.

  3. Vervang het luchtfilter.
  4. Vervang het benzinefilter.

PROBLEM: De motor slaat af als de messen worden ingeschakeld.

  1. Controller de kabelboom op schade of een losse verbinding. Vervang de beschadigde draad.
  2. De graszak要去zemonteerd (alleen van toepassing op het model met een graszak en awhiletworp).

PROBLEM: De motor slaat af op een helling.

  1. Maai altijd de helling op en af, nooit parallel aan de helling.

PROBLEM: De motor wil nicht stationair draaien.

  1. Vervang de bougie.
  2. Maak het luchtfilter schoon.
  3. Stel de carburateur bij.
  4. Stel de choke beter af.
  5. Tap de benzinetank af, maak de benzineleiding schoon en verrang het benzinefilter.

PROBLEM: Als de motor heet is neemt het vermogen af.

  1. Maak het buitenste stalen luchtfilter schoon.
  2. Peil de olie.
  3. Stel de carburateur bij.
  4. Vervang het benzinefilter.

PROBLEM: De machine trilt erg.

  1. Vervang het mes.
  2. Controller op losse motorbauten.
  3. Verminder de bandenspanning.
  4. Stel de carburateur bij.
  5. Kijk na op een beschadigde aandrijfrem of schijf. Vervang de beschadigde onderdelen.

PROBLEM: Het gemaaide gras worden nicht goed uitgeworpen.

  1. Stop de motor en kaak de maaibehuizing schoon.
  2. Stel in op een hoger maainiveau.
  3. Vervang of slijp het (de) mes(sen).
  4. Schakel de versnelling in een lagere snugheid.

  5. Zet de gashendel in de FAST stand.

  6. Vervang de veer die het (de) mes(sen) uitschakelt.
  7. Maak het verlengstuk en het verbindingstuk schoon (alleen van toepassing op het model met een grazak enchteruitworp).

PROBLEM: De maaibehuiizing maait. niet egaal.

  1. Controller de bandenspanning.
  2. Stel de hoogte van de maaibehuizing bij.
  3. Controller de Vooras. Als deze Niet vrij kan scharnieren,要去en de asbouteu worden losgedraaid.
  1. Controller de maiaiaandrijfrem. Zorg ervoor dat de riem goed zit.
  2. Vervang de maiaandrijfriem.

PROBLEM: De machine gaat nicht rijden verwijl de rem worden losgelaten en het gaspedaal worden ingetrapt.

  1. Controller de hoofdaandrijfrem. Zorg ervoor dat de riem goed zit.
  2. Stel de koppeling bij.
  3. Vervang de hoofdaandrijfrem.
  4. Zet de automatische aandrijvingsontkoppel-ing vrij.

PROBLEEM: De machine gaat langzamer rijden of stopt geheel verwijl het gaspedaal worden ingetrapt.

  1. Stel de koppeling bij.
  2. Vervang de hoofdaandrijfrem.

PROBLEM: Als het rempedaal wordt losgelaten, is een aandrijfrem te horen.

  1. Kortdurig geluid van de riem duidt Niet op foutieve werking van de machine. Controller of de riem goed loopt, indien het geluid blij aanhonden. Zorg dat de riem binnen alle geleidingen loopt.
  2. Indien het geluid blijt aanhouden, moet u de koppeling afstellen.

PROBLEM: De weiterwielen slaan op hol op oneffen terrein.

  1. Controller de Vooras. Als deze Niet vrij kan scharnieren,要去en de asbouteu worden losgedraaid.

INTERNATIONALE PICTOGRAMMEN 36
BEGRAENSET GARANTI 37
INFORMATION TIL EJEREN 38
SIKKER BRUG 38
SAMLING AF PLÆNETRAKTOREN 39
BRUG AF PLÆNETRAKTOREN 40
VEDLIGEHOLDESESTABEL 42
VEDLIGEHOLDELS 42
PROBLEMLösNINGSOVERSIGT 45

INTERNATIONALE ILLUSTRATIONER

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MURRAY

Model : 405327X51

Categorie : Rijmaaier