S6 - Sporthorloge SUUNTO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis S6 SUUNTO in PDF-formaat.

📄 582 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice SUUNTO S6 - page 371
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : SUUNTO

Model : S6

Categorie : Sporthorloge

Download de handleiding voor uw Sporthorloge in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding S6 - SUUNTO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. S6 van het merk SUUNTO.

GEBRUIKSAANWIJZING S6 SUUNTO

De Suunto S6 Wristop Computer is een betrouwbaar hoogwaardig elektronisch instrument voor recreatief gebruik. N.B.: Met de Suunto S6 mag men geen metingen verrichten die professionele of industriële precisie vereisen en ook geen metingen doen tijdens het skydiven, hanggliding, paragliding, gyrocopter riding of het besturen van een klein vliegtuig. 1.1. CHECKLIST Bij aankoop van dit instrument dient u ervoor te zorgen dat de inhoud de volgende onderdelen bevat:

  • CD met de Suunto Ski Manager software
  • Suunto S6 gebruikersgids Indien een van deze onderdelen ontbreekt dient u contact op te nemen met de verkoper van wie u het hebt gekocht. 1.2. ONDERHOUD Onderhoud van de Suunto S6 Voer uitsluitend de in deze handleiding beschreven handelingen uit. Probeer nooit de Suunto S6 uit elkaar te halen of zelf te repareren. Bescherm het apparaat tegen stoten, hitte en langdurige blootstelling aan direct zonlicht. Vermijd contact van de Suunto S6 met ruwe oppervlakken aangezien dit krassen op de bovenkant kan veroorzaken. Wanneer u de Suunto S6 niet gebruikt, kunt u deze het beste bij kamertemperatuur opbergen op een schone, droge plaats.

Spoel de Suunto S6 af met zoet water na gebruik in of blootstelling aan zout water. Draai aan de stelring en druk op de knoppen tijdens het afspoelen. Veeg uw Suunto S6 daarna schoon en droog met een zachte doek. Voor hardnekkige vlekken en krassen kunt u een zachte zeep gebruiken. Stel de Suunto S6 niet bloot aan sterke chemicaliën, zoals benzine, oplosmiddelen, aceton, alcohol, insectenwerende middelen, zelfklevend materiaal en verf. Deze stoffen kunnen de afdichtingen, behuizing en coating van het apparaat aantasten. 1.3. WATERDICHTHEID De Suunto S6 is getest op waterdichtheid conform ISO-norm 2281 (www.iso.ch). De Suunto S6 heeft ook een markering met de waarde van een overdruktest als een diepte in meters (100 m/330 voet). Dit betreft geen aanduiding voor een duikdiepte, maar geeft aan onder welke druk de overdruktest is uitgevoerd. Het getal geeft dus niet aan dat u met de Suunto S6 tot een diepte van honderd meter kunt duiken. Regen, douchen, zwemmen en normale blootstelling aan water zullen echter de werking van het apparaat niet nadelig beïnvloeden. Druk echter nooit op de knoppen als het apparaat is ondergedompeld. OPMERKING: De Suunto S6 is niet bedoeld om mee te duiken.

1.4. DE BATTERIJ VERVANGEN

De Suunto S6 is voorzien van een 3V-lithiumbatterij van het type CR 2032. Wanneer er nog 5 tot 15 procent van de batterijcapaciteit resteert, verschijnt er een waarschuwingsindicator in de display. Wanneer dit gebeurt, dient u de batterij te vervangen. Bij extreem lage temperaturen kan de indicator echter ook worden geactiveerd als de batterij nog niet leeg is. Als de waarschuwingsindicator verschijnt bij temperaturen boven de 10 °C, dient u de batterij te vervangen.

OPMERKING: Als u de achtergrondverlichting veel gebruikt, beperkt dit de levensduur van de batterij. U kunt de batterij zelf vervangen. Doe dit volgens de instructies en voorkom blootstelling van het batterijvak of het apparaat aan water. Gebruik altijd originele batterijvervangsets met een nieuwe batterij, batterijdeksel,meegeleverd gereedschap en een O-ring. U kunt de batterijvervangsets aanschaffen bij elke officiële Suunto-dealer. OPMERKING: Het vervangen van de batterij gebeurt op uw eigen risico, gebruik hiervoor de originele Suunto batterijvervangset. Suunto adviseert het vervangen te laten doen bij een officiële Suunto-dealer. OPMERKING: Vervang niet alleen de batterij, maar ook het deksel van het batterijvak en de O-ring. Plaats gebruikte batterijvakdeksels en O-ringen na verwijdering niet terug. Om de batterij zelf te vervangen, gaat u als volgt te werk:

1. Steek het meegeleverd gereedschap of een munt in de gleuf op het batterijvakdeksel

aan de achterkant van uw Suunto S6.

2. Draai gereedschap of munt linksom totdat de markering in lijn ligt met de markering

die de stand 'open' aangeeft.

3. Verwijder het deksel van het batterijvak en de O-ring en gooi deze weg. Zorg

ervoor dat alle oppervlakken schoon en droog zijn.

4. Verwijder voorzichtig de oude batterij.

5. Plaats de nieuwe batterij in het batterijvak onder de metalen clip, met de plus

6. Vervang het batterijvakdeksel met de O-ring op de juiste plaats, en draai het deksel

met het gereedschap of de munt rechtsom totdat de markering in lijn ligt met de markering die de stand 'gesloten' aangeeft. Zorg ervoor dat het deksel recht blijft

liggen terwijl u het draait. Gebruik hierbij geen kracht en druk het deksel niet overmatig aan. OPMERKING: Het vervangen van de batterij dient uiterst zorgvuldig te gebeuren om te verzekeren dat de Suunto S6 waterdicht blijft. Door onzorgvuldig te werk te gaan bij het vervangen van de batterij kan de garantie vervallen. WAARSCHUWING: Dit Suunto-product is voorzien van een lithiumbatterij. Demonteer, verbrijzel of doorboor de batterij niet, veroorzaak geen kortsluiting aan de externe contacten, probeer de batterij niet op te laden en gooi de batterij niet weg in water of vuur. Gebruik alleen door de fabrikant voorgeschreven batterijen. Voer lege batterijen af conform de lokale milieuvoorschriften. Raadpleeg de afbeeldingen het vervangen van de batterij.

1.5. AFTERSALES SERVICE In geval van een defect dat onder de garantie valt, dient u het product, voor eigen rekening, terug te sturen naar de Suunto-dealer die voor de reparatie ervan verantwoordelijk is. Vermeld uw naam en adres en sluit - al naar gelang hetgeen in van uw land is vereist - het aankoopbewijs en/of de serviceregistratiekaart bij. Indien de garantieaanspraak wordt erkend, zal het product kosteloos worden gerepareerd of vervangen en aan u worden geretourneerd binnen wat de Suunto-dealer een redelijke termijn acht en op voorwaarde dat de benodigde onderdelen op voorraad zijn. Alle reparaties die niet onder garantie vallen, worden gedaan op kosten van de eigenaar. Deze garantie is niet overdraagbaar van de oorspronkelijke eigenaar. Indien het niet mogelijk is contact op te nemen met uw Suunto-dealer, kunt u voor verdere informatie de importeur raadplegen. De contactgegevens van uw Suuntoimporteur vindt u op www.suunto.com.

1.6. ONLINE REGISTRATIE VOOR GARANTIE

Suunto's duik- en wristopcomputers kunnen online worden geregistreerd op www.suunto.com. Met deze nieuwe manier van garantieregistratie besparen we u papierwerk en een gang naar de brievenbus: u kunt uw Suunto-apparaat voortaan online registreren voor de garantie, direct bij aanschaf in de winkel of later op uw gemak thuis. Door uw apparaat te registreren, kunnen wij u sneller en beter helpen wanneer u het apparaat later eventueel op moet sturen voor onderhoud of reparatie of wanneer u de hulp inroept van onze Global Help Desk. Door het serienummer van uw apparaat in te voeren, kunnen onze reparateurs en helpdeskmedewerkers alle informatie vinden die ze nodig hebben om u optimaal van dienst te zijn.

Door uw apparaat te registreren, stelt u ons ook in staat contact met u op te nemen in het geval we u later belangrijke informatie over de veiligheid van uw Suunto product willen sturen.

2. GEBRUIKSAANWIJZIGINGEN VAN UW SUUNTO S6

2.1. VENSTER Bij het verlaten van de fabriek staat uw Suunto S6 in de slaapstand, en is het venster blanco. U kunt daarna zelf kiezen welke modus wordt getoond. Naast informatie over modus, staan er nog enkele symbolen in het venster van de Suunto S6.

2.1.1. Modussymbolen

De modussymbolen staan aan de linker kant van het venster. Het bewegende segment daarnaast geeft de geactiveerde modus aan. Time Compass Weather Skiing SkiChrono

2.1.2. Functiesymbolen

De functiesymbolen geven aan dat ofwel een functie is geactiveerd (bijv. alarm) of dat iets moet gebeuren (batterijsymbool). De functiesymbolen zijn: Alarm Actief, wanneer tenminste één alarm is ingeschakeld. Weather/altidude alarm [weeralarm/hoogtealarm] Actief wanneer weeralarm, hoogtealarm of asc/dsc [stijg/dal]-alarm is ingeschakeld. Logbook [logboek] Actief wanneer het logboek gegevens vastlegt. Chrono Actief wanneer de SkiChrono/Chrono gegevens vastlegt. Use alti/baro [Gebruik alti/baro] Geeft aan of de luchtdruksensor wordt gebruikt als barometer en de hoogtemeting is geblokkeerd. Is actief als u selecteert dat de luchtdruk als weerinformatie moet worden weergegeven. In dat geval is in de modus Skiing, Chrono of Compass de hoogtemeting geblokkeerd. Zie voor meer informatie hoofdstuk 3.3.2. Use [gebruik]. Battery [Batterij] Actief wanneer er nog maar 5–15 procent van de batterijcapaciteit over is. De batterij dient te worden vervangen. Button Lock [Vergrendeltoets] Actief wanneer de vergrendeltoets is geactiveerd.

De toetsen hebben verschillende functies, afhankelijk van hoe lang de toets wordt indrukt. Gewoon indrukken of kort indrukken betekent dat u de toets kort moet indrukken. Lang indrukken betekent dat u de toets langer dan 2 seconden ingedrukt moet houden.

Kort indrukken In de SkiChrono modus vergrendelt het de hellingshoek en start met de tijdwaarneming. In de gewone chrono of de SkiChrono modus start het de tijdswaarneming en bewaart en toont de split/lap-tijden. In de Skiing modus wordt de split/lap-tijden bewaard. In de Compass modus begint het kompas opnieuw nadat het is omgeschakeld naar de spaarstand modus. Lang indrukken

  • Activeert de achtergrondverlichting wanneer deze niet op “off” [uit] staat. De achtergrondverlichting blijft aan zolang een keuze actief is en nog 5 seconden na de laatste keuze. Meer informatie over instellingen van de achtergrondverlichting vindt u op hoofdstuk 3.2.5. General [Algemeen].

2.2.3. Stop/CL toets

  • Keert terug naar vorig menuniveau of vorige keuze zonder de keuze vast te leggen.
  • In de SkiChrono modus stopt de tijdwaarneming.
  • In de hoofdvensters van modus functioneert het als een shortcut toets die toggelt in het laagste veld van het hoofdvenster tussen drie verschillende alternatieven. De keuze blijft actief zelfs als de modus of menuniveau wordt gewijzigd. Lang indrukken
  • Keert terug naar hoofdvenster van huidige modus zonder de laatste keuze te accepteren.
  • In de SkiChrono modus wordt de stopwatch teruggezet.
  • Bladert naar een lager menuniveau.
  • Accepteer de gemaakte keuzes met pijltjes en gaat naar volgende fase.
  • Keert na laatste keuze terug naar instelmenu.
  • Activeert, bij twee mogelijke keuzes (bijv. licht aan/uit), de keuze en accepteert de keuzes gemaakt met de pijltjes. Lang indrukken
  • Keert terug naar het hoofdvenster van de huidige modus en accepteert de keuze.
  • Accepteert bij twee mogelijke keuzes (bijv. licht aan/uit) de keuze en keert direct terug naar hoofdvenster van huidige modus.

2.2.5. Pijltjestoetsen

  • Verandert de modus in het hoofdvenster van de modus.
  • Bladert omhoog en omlaag door de menu’s en voor- en achteruit door het logboek en geheugen.
  • Wijzigt de waarden. Het pijltje up [omhoog] verhoogt de waarde en down [omlaag] verlaagt de waarde.
  • Bij twee mogelijke keuzes (bijv. licht aan/uit) veranderen beide pijltjes de waarde.

2.2.6. Vergrendeltoets

De Vergrendeltoets zorgt ervoor dat u niet per ongeluk op de toetsen drukt. Als de toetsen zijn vergrendeld en u probeert een toets in te drukken, wordt het bericht “UNLOCK PRESS SUUNTO” weergegeven. Activeren van de vergrendeltoets Activeren van de vergrendeltoets:

1. Druk de Suunto toets in. Suunto S6 gaat naar het functiemenu.

2. Druk binnen 2 seconden de Start toets in. Suunto S6 schakelt naar het hoofdvenster

van de huidige modus en het symbool van de vergrendeltoets wordt getoond in de rechter bovenhoek van het venster. Ontgrendelen van de vergrendeltoets Ontgrendelen van de vergrendeltoets:

1. Druk op Suunto. De volgende tekst verschijnt: “NOW PRESS START” [druk op start].

2. Druk binnen 2 seconden de Start toets in. Suunto S6 schakelt naar het hoofdvenster

van huidige modus en de toetsen zijn ontgrendeld.

2.3.1. Basis menustructuur

De menu’s zijn hiërarchisch gestructureerd onder de modi. Kiest u een modus, dan verschijnt het hoofdvenster. Drukt u op Suunto in het hoofdvenster van de modus, dan verschijnt het functiemenu van de modus. Het functiemenu heeft een aantal functies en alle functies hebben subfuncties of instellingen. Dit is de hiërarchische menustructuur. Het figuur op de tegenoverliggende bladzijde toont het basisidee van de menustructuur.

2.3.2. Navigeren in menu’s

U kunt door de menu-items bladeren met de up [omhoog] en down [omlaag] pijltjes aan de rechterkant van de Suunto S6. Er worden drie menu-items tegelijkertijd getoond. Het menu-item dat actief is en dus gekozen kan worden, staat in geselecteerd. Rechts in het venster toont de indicatorbalk het totale aantal menuonderdelen. Het aantal actieve menu-items is zichtbaar naast de indicatorbalk. Om verder in de hiërarchie te komen selecteert u een menu-item en druk op Suunto. Wilt u weer een stap terug in de hiërarchie, druk dan de Stop/CL toets in. Onthoud dat wanneer u alleen op Stop/CL drukt, worden de veranderingen die u heeft aangebracht niet in het menu bewaard. U moet eerst de veranderingen accepteren met de Suunto toets. Wilt u direct naar het hoofdvenster van de actieve modus, druk dan langer dan 2 seconden of de Suunto toets in (bewaart wijzigingen) of de Stop/CL toets (gooit laatste wijziging weg). Suunto S6 helpt u zoveel mogelijk wanneer u door de menu’s navigeert. Wanneer u een functie uitvoert, keert de Suunto S6 vaak automatisch terug naar het menu dat u waarschijnlijk van plan bent te gebruiken. Ook wanneer u probeert iets te doen wat niet kan, toont de Suunto S6 eerst een bericht en beveelt dan automatisch een functie aan in geselecteerd beeld en helpt u zo bij het kiezen van de juiste functie.

3.1. ALGEMENE INFORMATIE Suunto S6 kent vijf verschillende modi: Time [tijd], Compass [kompas], Weather [weer], Skiing [skiën] en Ski Chrono [skichrono]. De symbolen voor elke modus staan links in het venster. Wanneer u een modus kiest, verschijnt de indicator van de actieve modus in het venster naast het symbool van de gekozen modus. Druk om een modus te kiezen of op de up [omhoog] of down [omlaag] pijl in het hoofdvenster van een modus en blader door de gewenste modus. Tijdens het bladeren zal de icoon van de geselecteerde modus en de naam hiervan in het venster worden getoond. Wanneer u stopt met bladeren blijft de icoon nog een poosje zichtbaar waarna het hoofdmenu van de betreffende modus wordt geopend. N.B.: Behalve de indicator voor actieve modus, kan ook de indicator voor Use worden weergegeven naast de modussymbolen voor Compass of Weather. Indien Use op Alti staat, dan verschijnt de indicator naast het modussymbool voor Compass en indien Use op Baro staat, dan verschijnt de indicator naast het modussymbool voor Weather. Zie hoofdstuk 3.3.2. Use [gebruik] voor meer informatie over het gebruik van Alti en Baro.

Wanneer u de Time modus kiest, wordt het hoofdvenster geopend. Het hoofdvenster heeft drie regels: Datum De eerste regel toont de datum in de gekozen opmaak. Zie hoofdstuk 3.2.6. Units [eenheden] voor meer informatie over het wijzigen van de datum opmaak. Tijd De tweede regel toont de tijd in de gekozen opmaak. Zie hoofdstuk 3.2.6. Units [eenheden] voor meer informatie over het wisselen tussen 12- en 24-uurs weergave. Shortcuts De derde regel toont naar keuze de dag van de week, seconden of dual-time. Om onderling te wisselen gebruikt u de Stop/CL.

  • Dag van de week: Toont de huidige dag van de week.
  • Seconden: Toont de seconden.
  • Dual time: Toont de dual-time als die is ingesteld. Zie hoofdstuk 3.2.3. Time [tijd] voor meer informatie over het instellen van de dual-time.

U kunt in totaal drie onafhankelijke alarmen instellen. Naast tijd kunt u ook een datum bepalen waarop het alarm moet afgaan. Indien u geen datum bepaalt, zal het alarm dagelijks afgaan zolang het op on [aan] staat. Wanneer het alarm is ingesteld, verschijn het alarmsymbool rechts onderaan in het venster. Activeren van alarmen Activeren van een alarm:

1. In het functiemenu staat Alarm al geselecteerd als eerste

menu-item. Druk op Suunto om deze te selecteren. Het alarmmenu toont de status van de alarmen. Wanneer u voor de eerste keer het menu opent, staan de alarmindicators als standaardwaarde op off [uit].

2. Blader naar het alarm dat u wilt instellen en druk op

Suunto. De alarmgegevens worden getoond op het scherm (status, tijd, datum). De alarmstatus is geactiveerd (geselecteerd).

3. Druk op de up [omhoog] of down [omlaag] pijl om de

alarmstatus op on [aan] te zetten. Druk op Suunto. Het alarmsymbool wordt weergegeven in het venster en de urenselectie wordt geactiveerd.

4. Stel het juiste uur in met de pijltjestoetsen en druk op

Suunto. U kunt nu de minuten kiezen.

5. Stel de juiste minuten in met de pijltjestoetsen en druk

op Suunto. U kunt nu de maand kiezen.

6. Wilt u dat het alarm elke dag afgaat, accepteer dan de dd.mm opmaak door Suunto

in te drukken. (Door de toets lang in te drukken wordt u meteen teruggebracht naar het hoofdvenster. Door de toets kort in te drukken wordt u naar het functiemenu gebracht.) De alarm is zo ingesteld dat deze elke dag afgaat en u keert terug naar het functiemenu.

7. Wilt u dat het alarm op een bepaalde datum afgaat, stel dan de dag en de maand in

de dd en mm velden in met de pijltjestoetsen en leg dit vast door Suunto in te drukken. Het alarm is ingesteld om alleen op de door u gekozen datum af te gaan. Hierna keert u terug naar het functiemenu. Deactiveren van alarmen Het deactiveren van het alarm:

1. In het functiemenu staat Alarm al geselecteerd als eerste menu-item. Druk op

Suunto. om deze te selecteren

2. Blader naar het alarm dat u wilt deactiveren en druk op Suunto. De alarmgegevens

worden getoond op het scherm (status, tijd, datum). De alarmstatus is geactiveerd (geselecteerd).

3. Druk op de up [omhoog] of down [omlaag] toets om de alarmstatus te veranderen

naar off [uit] en druk op Suunto. Het symbool voor alarm verdwijnt uit het venster. Reageren op een alarm Wanneer u het alarm hoort, kunt u reageren door op een van de toetsen te drukken. Als u niet reageert zal de alarm na 30 seconden automatisch stoppen.

De tijd staat op de tweede rij in het hoofdvenster van de Time modus aangeven. Het functioneert als een gewone klok en geeft de huidige tijd aan. Als het de tijd aangeeft van een 12-uurs klok, wordt dit op de laatste regel getoond met het symbool AM of PM. (Zie hoofdstuk 3.2.6. Units [eenheden] voor meer informatie over de 12/24uurs klok.) De dual-time kan als een shortcut worden getoond op de derde regel in het hoofdvenster van Time modus. Met dual-time is het mogelijk om de tijd bij te houden van bijvoorbeeld een andere tijdszone. Druk de Stop/CL toets in het hoofdvenster in om naar de dual-time shortcut te bladeren. Instellen van de tijd en de dual-time Instellen van de tijd en de dual-time

1. Blader naar Time in het functiemenu en druk op Suunto.

Het menu met de tijd en dual-time wordt getoond.

2. Blader naar Time of dual-time en druk op Suunto. U

kunt nu het uur instellen.

3. Wijzing het uur met de pijltjestoetsen en druk op Suunto.

U kunt nu de minuten instellen.

4. Wijzig de minuten met de pijltjestoetsen en druk op

Suunto. U kunt nu de seconden instellen. N.B.: Bij dual-time kunt u alleen de uren en de minuten instellen. De seconden zijn terug te halen bij de Time

optie. Dus wanneer u Suunto indrukt bij de dual-time optie keert u automatisch terug naar het functiemenu.

5. Wanneer u op de pijltjestoets omlaag drukt, worden

de seconden op nul gezet. Wilt u bepaalde seconden instellen, druk dan op de pijltjestoets omhoog en de seconden beginnen te lopen. Druk bij het juiste instelling op Suunto. U keert automatisch terug naar het functiemenu.

The datum heeft drie verschillende opmaken dd.mm, mm.dd of dag. Zie hoofdstuk 3.2.6. Units [eenheden] voor meer informatie over het wijzigen van de opmaak. Wijzigen van de datum Wijzigen van de datum:

1. Blader naar Date in het functiemenu en druk op Suunto.

Het menu van de datum wordt getoond met het eerste veld actief.

2. Wijzig de waarde van het eerste actieve veld (dag of

maand, afhankelijk van de opmaak) met de pijltjestoetsen en druk op Suunto. U gaat nu naar het tweede veld.

3. Wijzig de waarde van het tweede veld met de pijltjestoetsen en druk op Suunto. U kunt nu het jaar instellen.

4. Wijzig het jaar met de pijltjestoetsen en druk op Suunto.

(Alle jaren zijn in de 21ste eeuw.) U keert automatisch terug naar het functiemenu.

N.B.: De dag van de week wordt automatisch bijgewerkt in de derde regel op basis van de ingestelde datum.

3.2.5. General [Algemeen]

De functie Algemeen bevat algemene instellingen voor het gebruik van uw Suunto S6. Deze instellingen zijn Tones, Icons, en Light, en betreffen alle modi. Tonen aan of uit zetten [Tones] Tonen zijn de geluidjes die u hoort wanneer u op de juiste manier de toetsen heeft ingedrukt. Tonen kunnen op de on [aan] of off [uit] positie staan. Instellen van de tonen op aan of uit.

1. Blader naar General in het functiemenu en druk op

Suunto. Het menu Algemeen wordt nu getoond.

2. Blader naar Tones en druk op Suunto. Het On/Off

[aan/uit] veld wordt getoond en staat geselecteerd.

3. Wijzig het veld in On [aan] of Off [uit] met de pijltjestoetsen en druk op Suunto. De tonen zijn nu ingesteld.

Icoontjes aan of uit zetten [Icons] Icoontjes zijn de modus logo’s die u even ziet wanneer u van modus verandert. U kunt de icoontjes weergeven of verbergen. Icoontjes aan of uit zetten.

1. Blader naar General in het functiemenu en druk op

Suunto. Het menu Algemeen wordt nu getoond.

2. Blader naar Icons en druk op Suunto. Het on/off [aan/uit] veld wordt getoond en

3. Wijzig het veld in On [aan] of Off [uit] met de pijltjestoetsen en druk op Suunto.

De icoontjes zijn nu ingesteld. Instellen van het licht [Light] Licht betekent het achtergrondlicht van het Suunto S6 venster. Het kent drie mogelijke instellingen:

  • Normal: Het licht gaat aan indien u meer dan 2 seconden Start indrukt. Het licht blijft nog 5 seconden branden nadat u voor het laatst een toets heeft ingedrukt.
  • Off: Het licht gaat na het indrukken van een toets of tijdens het afgaan van het alarm niet aan.
  • Night Use: Het licht gaan aan als u een toets indrukt en blijft aan nog 5 seconden branden nadat u voor het laatst een toets heeft ingedrukt N.B.: Het achtergrondlicht gaat aan wanneer een alarm afgaat in de Normal en Night Use stand. Veranderen van de licht instellingen:

1. Blader naar General in het functiemenu en druk op Suunto. Het menu Algemeen

2. Blader naar Light en druk op Suunto. De huidige instelling van licht wordt getoond

en staat geselecteerd.

3. Kies uw lichtinstelling met de pijltjestoetsen en druk op Suunto. Het licht is nu

ingesteld en u keert terug naar het functiemenu.

Afstellen van de luchtdruksensor [Sensor] De luchtdruksensor van de Suunto S6 is in de fabriek geijkt. Toch kan na verloop van tijd een geringe afwijking in de afstelling ontstaan. U kunt deze afwijking corrigeren, maar dient dit uitsluitend te doen als de huidige luchtdruk die op de onderste regel in de modus Weather wordt weergegeven afwijkt van een referentiewaarde voor de barometrische druk die is gemeten met een geijkte precisiebarometer. U kunt de waarde instellen in stappen van 0,1 hPa of 0,01 inHg. De referentiewaarde moet minimaal met dezelfde precisie worden gemeten. Raadpleeg bij twijfel de technische dienst van Suunto alvorens u de sensor opnieuw gaat ijken. U kunt de luchtdruksensor als volgt ijken:

1. Scroll in het functiemenu naar General en druk op Suunto. Het menu General

2. Scroll naar Sensor en druk op Suunto. De vermelding “SENSOR CALIBRATION” [Sensor

ijken] verschijnt en de op dat moment gemeten absolute luchtdruk wordt als actieve waarde weergegeven.

3. Pas met de pijltoetsen de waarde van de absolute luchtdruk aan de gemeten

referentiewaarde aan en druk op Suunto. U keert terug naar het functiemenu. N.B.: U kunt de fabriekswaarde herstellen door verder te gaan met scrollen tot bij de waarde op de middelste regel “DEFAULT” wordt weergegeven.

3.2.6. Units [eenheden]

Dit menu bevat de eenheden die worden gebruikt voor alle Suunto S6 functies en instellingen. The instellingen zijn Time, Date, Temp, Pres, Elev, Asc/Dsc, Speed en Slope, en betreft alle gegevens die getoond worden in alle Suunto S6 modi. Instellen van het tijdopmaak [Time] De instelling voor tijd bepaalt of de 12- of 24-uurs klok wordt gebruikt. Veranderen van de tijdopmaak.

1. Blader naar Units in het functiemenu en druk op Suunto. Het menu Eenheden

2. Blader naar Time en druk op Suunto. Het veld tijdopmaak wordt geactiveerd.

3. Kies de juiste tijdopmaak met de pijltjestoetsen en druk op Suunto. De tijdopmaak is

nu ingesteld. Instellen van het datumopmaak [Date] De instelling voor datum bepaalt de opmaak waarin de datum wordt weergegeven. De mogelijke opmaken zijn:

  • MM.DD: Maand vóór de dag, bijv. 11.27.
  • DD.MM: Dag vóór de maand, bijv. 27.11.
  • Dag: Alleen de dag wordt weergegeven, bijv. 27. Veranderen van de datumopmaak.

1. Blader naar Units in het functiemenu en druk op Suunto. Het menu Eenheden

2. Blader naar Date en druk op Suunto. Het veld datumopmaak wordt geactiveerd.

3. Kies de juiste datumopmaak met de pijltjestoetsen en druk op Suunto. Het opmaak

is ingesteld en u keert terug naar het functiemenu.

Instellen van de temperatuureenheid [Temp] De temperatuur instelling bepaalt de eenheid waarmee temperatuur wordt weergegeven. De mogelijkheden zijn Celsius (°C) en Fahrenheit (°F). Veranderen van de temperatuureenheid:

1. Blader naar Units in het functiemenu en druk op Suunto. Het menu Eenheden

2. Blader naar Temp en druk op Suunto. Het veld voor temperatuureenheid wordt

3. Kies de juiste eenheid met de pijltjestoetsen en druk op Suunto. De eenheid voor

temperatuur is ingesteld. Instellen van de luchtdrukeenheid [Pres] De Pres [luchtdruk]-instelling bepaalt de eenheid waarmee luchtdruk wordt weergegeven. De mogelijkheden zijn hPa en inHg. Veranderen van de luchtdrukeenheid:

1. Blader naar Units in het functiemenu en druk op Suunto. Het menu Eenheden

2. Blader naar Pres en druk op Suunto. Het veld voor luchtdrukeenheid wordt

3. Kies de juiste eenheid met de pijltjestoetsen en druk op Suunto. De eenheid voor

luchtdruk is ingesteld.

Instellen van de hoogte-eenheid [Elev] De Elev-instelling bepaalt de eenheid waarmee hoogte wordt weergegeven. De mogelijkheden zijn meters (m) en voet (ft). Veranderen van de hoogte-eenheid:

1. Blader naar Units in het functiemenu en druk op Suunto. Het menu Eenheden

2. Blader naar Elev en druk op Suunto. Het veld voor hoogte wordt geactiveerd.

3. Kies de juiste eenheid met de pijltjestoetsen en druk op Suunto. De eenheid voor

hoogte is ingesteld. Instellen van de eenheid van de stijgings-/dalingssnelheid [Asc/Dsc] De Asc/Dsc instelling bepaalt de manier waarop de stijgings- en dalingssnelheid wordt weergegeven. De mogelijke opmaken zijn:

  • ft/h Veranderen van de stijgings/dalingsopmaak.

1. Blader naar Units in het functiemenu en druk op Suunto. Het menu Eenheden

2. Blader naar Asc/Dsc en druk op Suunto.

3. Kies de juiste opmaak met de pijltjestoetsen en druk op Suunto. De opmaak is

ingesteld en u keert terug naar het Units menu.

Instellen van de snelheidseenheid [Speed] De instelling van de snelheid bepaalt de eenheid waarmee snelheid wordt weergegeven. De mogelijkheden zijn kilometers (km/u) en miles (mph). Veranderen van de snelheidseenheid:

1. Blader naar Units in het functiemenu en druk op Suunto. Het menu Eenheden

2. Blader naar Speed en druk op Suunto.

3. Kies de juiste opmaak met de pijltjestoetsen en druk op Suunto. De opmaak is

ingesteld en u keert terug naar het Units menu. Instellen van de hellingseenheid [Slope] De instelling van de Slope bepaalt de eenheid waarmee helling wordt weergegeven. De mogelijkheden zijn graden (°) en percentage (%). Veranderen van de helllingseenheid:

1. Blader naar Units in het functiemenu en druk op Suunto. Het menu Eenheden

2. Blader naar Slope en druk op Suunto. Het veld voor hellingseenheid is geactiveerd.

3. Kies de juiste eenheid met de pijltjestoetsen en druk op Suunto. De eenheid voor

helling is ingesteld.

Wanneer u de kompasmodus kiest, wordt het hoofdvenster geopend. Het hoofdvenster heeft drie regels. Koers De eerste regel toont de koers, aangeduid met de waarnemingstekens van de Suunto S6. De koers wordt duidelijk aangegeven wanneer het kompas waterpas is. Een waterpas positie is nodig om een juiste koers te verkrijgen. Kompas De tweede regel geeft de richting van de Suunto S6 aan als een grafische presentatie van een kompasroos. De roos toont de hoofdwindstreken en de halve windstreken. De magnetische sensor van het kompas functioneert 40 seconden per keer. Daarna gaat het kompas in de spaarstand en verschijnt het bericht “start compass [start kompas]”. Om het kompas weer te activeren druk Start. Shortcuts De derde regel bevat shortcuts naar drie functies. Druk Stop/CL om binnen deze functies te veranderen.

  • Hoogte: Wanneer Alti wordt gebruikt, wordt de huidige hoogte aangegeven, en bij Baro wordt de referentiehoogte aangegeven.

Koers uitzetten: Met koers uitzetten kunt u een bepaalde koers op een terrein uitzetten. Wanneer u de eerste keer naar bearing tracking [koers uitzetten] bladert, staat deze op 0°. Beweeg uw Suunto S6 horizontaal om het zoeken naar een koers te activeren totdat de juiste koers op de eerste regel wordt weergegeven en druk op Start. De gekozen koers wordt weergegeven op de derde regel totdat u een nieuwe koers kiest. Wanneer u een koers heeft uitgezet, geeft de kompasroos in de middelste regel een verticaal stippellijntje die de uitgezette koers aangeeft. N.B.: Wanneer u de volgende keer naar koers uitzetten bladert, zal het de laatste geselecteerde koers aangeven.

  • Tijd: De huidige tijd. N.B.: De shortcuts functioneren normaal in de spaarstand. Wanneer u de shortcut voor koers uitzetten kiest, wordt het kompas automatisch geactiveerd.

3.3.2. Use [gebruik]

Met de Use functie kunt u bepalen of de meting voor luchtdruk wordt gebruikt om hoogte te meten of om weersomstandigheden aan te geven. Kiest u de optie Alti [hoogtemeter], dan wordt de luchtdruk weergegeven als hoogte en alle veranderingen in atmosferische druk worden gezien als veranderingen in hoogte. Wanneer Alti is gekozen, verandert de hoogtelezing van de modi Kompas, Skiën, en SkiChrono maar de atmosferische druk (zeeniveau) in de tweede regel van de Weather modus blijft constant. De absolute druk verandert als deze is gekozen als shortcut in de derde regel van de Weather modus. Kiest u voor Baro [barometer], dan wordt de luchtdruk weergegeven als weersinformatie en alle veranderingen in de atmosferische druk worden gezien als een gevolg van een verandering in het weer.

Wanneer Baro is gekozen, blijfft de hoogtelezing van de modi Kompas, Skiën, en SkiChrono constant. De atmosferische druk (zeeniveau en absoluut) in de Weather modus verandert dan. Kies het juiste gebruik voor wat u wilt meten. Bijvoorbeeld: tijdens een skitocht kunt Alti kiezen om te bekijken hoeveel u hebt geklommen. Wanneer u uw kamp opslaat voor de overnachting, kunt u dit veranderen naar Baro om er zeker van te zijn dat u niet verrast wordt door veranderende weersomstandigheden. Doe het volgende om gebruik Altimeter (hoogtemeter) of gebruik Barometer te kiezen:

1. Blader in het functiemenu naar Use met de pijltjestoetsen en druk op Suunto. Het veld Alti/Baro wordt

2. Verander de inhoud van het veld met de pijltjestoetsen

en druk op Suunto. U keert terug naar het functiemenu.

3.3.3. Altitude/Sealevel [Hoogte/Zeeniveau]

U moet de referentiehoogte instellen voor de correcte werking van de hoogtemeter. Dit betekent dat u een waarde moet instellen die gelijk is aan de werkelijke hoogte. Stel de referentiehoogte in op een locatie waarvan u de hoogte weet, bijvoorbeeld, aan de hand van een topografische kaart. De Suunto S6 krijgt in de fabriek een referentiehoogte die overeenkomst met de standaard

barometerstand (1013hPa/29.90inHG op zeeniveau). Als u niet weet wat de werkelijke hoogte of de juiste referentiedruk van het zeeniveau is dan kunt u uw hoogte bepalen door de referentiedruk van het zeeniveau in te stellen op 1013hPa/29.90inHg. In de Weather modus, is Altitude vervangen door Sealevel. Dit functioneert en is ingesteld op dezelfde manier als bij Altitude. Instellen van de referentiehoogte:

1. Blader in het functiemenu naar Altitude met de pijltjestoetsen en druk op Suunto. Het veld voor hoogte wordt

2. Stel met de pijltjestoetsen in het veld de referentiehoogte in, die overeen komt met de hoogte van uw

huidige locatie en druk op Suunto. U keert terug naar het functiemenu. Weet u de hoogte niet van uw locatie, gebruik dan de luchtdruk om de hoogte te bepalen. Dit doet u zo: ga naar de Weather modus en stel de huidige luchtdruk voor zeeniveau in. U kunt de luchtdruk van het zeeniveau opvragen bij bijvoorbeeld een luchthaven, weerstation of op de weerpagina’s van Internet.

3.3.4. Compass [Kompas]

Het menu kompas bevat functies voor het kalibreren van het kompas of voor het instellen van de afwijkingshoek. Het kompas kalibreren [Calib] Als het kompas niet goed lijkt te werken - bijv. het geeft de verkeerde kompasrichting aan of de richting verandert te langzaam - moet u het allereerst kalibreren. U moet het kompas ook kalibreren na het verwisselen van de Suunto S6 batterij. Krachtige elektromagnetische velden, zoals spanningskabels, luidsprekers en magneten, kunnen het kalibreren van het kompas beïnvloeden. Het is raadzaam het kompas te kalibreren als uw Suunto S6 aan dergelijke velden heeft blootgestaan. U moet het kompas ook kalibreren voordat u begint aan een langdurige skitrip. N.B.: Kalibreer het kompas voordat u het voor de eerste keer gaat gebruiken. N.B.: Houdt de Suunto S6 waterpas tijdens het kalibreren. Kalibreren van het kompas:

1. Blader in het functiemenu naar Compass met de pijltjestoetsen en druk op Suunto.

2. Blader in het functiemenu naar Calib en druk op Suunto.

3. Het scherm toont de tekst “ROTATE 360°” en begint een countdown van 5 naar 0.

Wanneer de countdown bij 0 is, begint het kalibreren. Houdt de Suunto S6 waterpas en roteer het instrument langzaam in een volledige cirkel met de klok mee of tegen de klok in.

  • Het waterpassymbool geeft het kalibreren aan. Wanneer het kruisje in het midden van het symbool staat, wordt de Suunto S6 waterpas gehouden. De animatie geeft de voortgang van het kalibreren weer.

Indien het kalibreren lukt, verschijnt het bericht “COMPLETE [voltooid]” en de Suunto S6 keert terug naar het functiemenu.

  • Indien het kalibreren mislukt, verschijnt het bericht “TRY AGAIN [opnieuw]” en de countdown begint weer voor een nieuwe poging.
  • Indien het kalibreren vijfmaal is mislukt verschijnt het bericht “FAILED, REFER MANUAL [mislukt, raadpleeg handleiding]” en de Suunto S6 keert terug naar het kompasmenu. Indien het kalibreren vijfmaal achter elkaar mislukt, kan het zijn dat u in een omgeving bent met magnetische bronnen, zoals grote metalen voorwerpen, spanningskabels, luidsprekers of elektrische motoren. Ga naar een andere locatie en probeer daar het kompas opnieuw te kalibreren. U kunt ook de batterij er even uithalen en weer inzetten. Let er op dat het kompas waterpas blijft tijdens het kalibreren. Het kalibreren kan mislukken als het niet waterpas wordt gehouden. Indien het kalibreren echt niet lukt, neem dan contact op met de officiële serviceafdeling van Suunto.

Het instellen van de kompasafwijking [Declin] U kunt het verschil tussen het ware noorden en het magnetische noorden compenseren door de kompasafwijking aan te passen. De afwijking kunt u vinden in bijv. topografische kaarten van uw huidige omgeving. Instellen van de kompasafwijking:

1. Blader in het functiemenu naar Compass met de pijltjestoetsen en druk op Suunto.

2. Blader in het functiemenu naar Declin met de pijltjestoetsen en druk op Suunto. De

eerste regel van het volgende venster wordt geactiveerd.

3. Kies de juiste optie (Off/East/West [uit/oost/west]) met de pijltjestoetsen en druk

op Suunto. Het veld voor graden wordt geactiveerd.

4. Stel de graden in met de pijltjestoetsen. De beginwaarde is of 0.0 of de waarde die

vastgelegd is bij de laatste instelling van de afwijking. Druk op Suunto. U keert terug naar het kompasmenu.

3.3.5. Slope [hellingshoek]

Deze functie is bedoeld om de hoek van een helling te meten. De hellingshoek kunt u als volgt meten:

1. Blader in het functiemenu naar Slope met de pijltjestoetsen en druk op Suunto. Wanneer u de Suunto S6

scheef houdt, wordt in de display de hoek weergegeven die aangeeft hoe stijl de helling is.

2. Wanneer de hoek is geselecteerd, vergrendelt u deze

door op Start te drukken. De hoek blijft in de display weergegeven.

3. Druk op Start om de hoek te ontgrendelen en de

hellingshoek te meten.

4. Druk op Suunto om terug te keren naar het functiemenu.

N.B.: De gemeten waarde wordt in de modus Compass niet in het geheugen van de Suunto S6 opgeslagen!

Wanneer u Weather modus kiest, wordt het hoofdvenster geopend. Het hoofdvenster heeft drie regels: Temperatuur De eerste regel toont de temperatuur in de gekozen eenheid. Zie hoofdstuk 3.2.6. Units [eenheden] voor meer informatie over het instellen van de temperatuureenheid. N.B.: Omdat de sensor vlakbij uw pols ligt, moet u de Suunto S6 tenminste 15 minuten van uw lichaamstemperatuur vandaan houden om de juiste temperatuur te meten. Luchtdruk De tweede regel toont de luchtdruk op zeeniveau. (Zie hoofdstuk 3.2.6. Units [eenheden] voor meer informatie over het instellen van de luchtdrukeenheid). Shortcuts De derde regel bevat shortcuts naar drie functies. Om onderling te wisselen gebruikt u de Stop/CL.

  • Trend: Een grafische presentatie van het verloop van de luchtdruk (zeeniveau) gedurende de laatste 6 uur met intervallen van 15 minuten. Een stap op de verticale as staat voor een hPa en een stap op de horizontale as staat voor 15 minuten.

De absolute luchtdruk: De absolute luchtdruk is de werkelijke luchtdruk op de plaats waar u zich bevindt op dat moment. Tijd: Toont de huidige tijd.

3.4.2. Use [gebruik]

Met de Use functie kunt u aangeven of de meting van luchtdruk wordt gebruikt om hoogte te bepalen of om de weersomstandigheden aan te geven. Zie hoofdstuk

3.3.2. Use [gebruik] voor meer informatie.

N.B.: Voor de meeste functies van de Weather modus is de juiste Use instelling Baro.

3.4.3. Sealevel [zeeniveau]

Met deze functie kunt u de barometrische druk op zeeniveau instellen. Dit is de waarde van de barometrische druk van de locatie waar u zich op dat moment bevindt gereduceerd naar zeeniveau. Doe het volgende om de luchtdruk op zeeniveau in te stellen:

1. Blader in het functiemenu naar Sealevel met de pijltjestoetsen en druk op Suunto.

Het veld zeeniveau wordt geactiveerd.

2. Stel met de pijltjestoetsen de druk van het zeeniveau in, die overeenkomt met de

huidige barometrische druk op zeeniveau druk op Suunto. U keert terug naar het functiemenu.

Indien geactiveerd waarschuwt het weeralarm u als de luchtdruk meer dan 4 hPa/ 0,118 inHg in 3 uur daalt. N.B.: U kunt het weeralarm alleen gebruiken als de Use functie op Baro staat.

Activeren of deactiveren van het weeralarm:

1. Blader in het functiemenu naar Alarm met de pijltjestoetsen. In het functiemenu ziet

u de huidige status van het alarm.

2. Druk op Suunto. Het On/Off [aan/uit] veld wordt geactiveerd.

3. Wijzig het veld in On [aan] of Off [uit] met de pijltjestoetsen en druk op Suunto.

Wanneer het weeralarm afgaat zal het alarmsymbool flikkeren en de achtergrondverlichting aan gaan. Druk op een willekeurige toets op het weeralarm te reageren.

3.4.5. Memory [Geheugen]

Het geheugen slaat weerinformatie van de afgelopen 48 uur op. Wanneer u door de opgeslagen informatie bladert, ziet u de informatie in deze volgorde:

  • Maximum luchtdruk op zeeniveau tijdens de gemeten periode, tijd en datum.
  • Minimum luchtdruk op zeeniveau tijdens de gemeten periode, tijd en datum.
  • Maximum temperatuur tijdens de gemeten periode, tijd en datum..
  • Minimum temperatuur tijdens de gemeten periode, tijd en datum..
  • Luchtdruk op zeeniveau en temperatuur in relatie tot de tijd en datum beginnend vanaf het huidige moment. De eerste 6 uur worden weergegeven in intervallen van 1 uur, de volgende 42 uur in intervallen van 3 uur. N.B.: Indien de Use functie op Alti staat, is de barometrische waarde, opgeslagen in het geheugen, altijd hetzelfde. Bekijken van de weersgegevens in het geheugen:

1. Blader in het functiemenu naar Memory met de pijltjestoetsen en druk op Suunto.

De eerste informatiepagina wordt weergegeven.

2. Blader door de informatie met de pijltjestoetsen. (Het up [omhoog] pijltje bladert

vooruit en het down [omlaag] pijltje achteruit.)

3. Druk op Suunto of Stop/CL om te stoppen met het lezen van de informatie.

Wanneer u de Skiing modus kiest, wordt het hoofdvenster geopend. Het hoofdvenster heeft drie regels: Vertical speed De bovenste regel geeft de stijging/dalingssnelheid in de eenheden die u heeft aangegeven. (Zie hoofdstuk 3.2.6. Units [eenheden] voor informatie over het bepalen van de eenheden) Huidige hoogte De middelste regel geeft de huidige hoogte aan in relatie tot de gebruikers aangegeven referentiehoogte. De hoogte verandert als u de Alti in the Use functie heeft geselecteerd. Indien u de Baro heeft geselecteerd geeft deze regel de referentiehoogte aan. (Zie hoofdstuk 3.3.2. Use [gebruik] voor meer informatie.) Shortcuts De derde regel bevat shortcuts naar drie functies. Druk Stop/CL om binnen deze functies te veranderen.

  • Total vertical: Aantal runs en totaal aantal verticale daling sinds het logbook werd geactiveerd. Een run voor een daling wordt gerekend na een stijging, samen met een verticaal verschil van tenminste 50m/150ft.

Verstreken tijd: Verstreken tijd sinds het logboek werd geactiveerd (hh:mm.ss) Tijd: Huidige tijd

3.5.2. Logbook [logboek]

Het logboek is een geheugenfunctie dat de hoogte profiel van de opgeslagen activiteit bewaart en alle extra informtie die hier van af zijn geleid. Het logbook is de standaardoptie en wordt geselecteerd getoond op het scherm. Starten van het logboek Starten van het logboek:

1. In het functiemenu staat Logbook al geselecteerd als eerste menu-item. Druk op

Suunto. om deze te selecteren

2. Blader naar Start en druk op Suunto.

Indien het logboek niet loopt en er is voldoende geheugen, dan begint het opslaan. Het bericht “LOGBOOK STARTED [logboek gestart]” verschijnt en u keert terug naar het functiemenu. Indien het logboek al is geactiveerd, verschijnt het bericht “LOGBOOK ALREADY RUNNING [logboek loopt al]” en u keert terug naar het functiemenu, waar het Stop veld geselecteerd wordt weergegeven. Indien er niet voldoende geheugen is, verschijnt het berichT “MEMORY FULL [geheugen vol]” en de Suunto S6 gaat naar een venster waarin u wordt gevraagd een logboekfile te wissen. Om een lap time te bewaren in het logboek gaat u naar het hoofvenster van de Skiing [ski] modus en druk op Start. Het bericht “LAP TIME SAVED”[lap time is bewaard] verschijnt. Het aantal lap times is onbeperkt.

Stoppen van het logboek Stoppen van het logboek:

1. In het functiemenu staat Logbook al geselecteerd als

eerste menu-item. Druk op Suunto om deze te selecteren.

2. Blader naar Stop en druk op Suunto. Het opslaan

stopt en het bericht “LOGBOOK STOPPED [logboek gestopt]” verschijnt. U keert automatisch terug naar het functiemenu.

3. Indien het logboek niet liep toen u het wilde stoppen,

keert u terug naar het functiemenu. Bekijken van de logboekfiles In de logboeklijst staan de files die opgeslagen zijn in het geheugen van de Suunto S6. Bekijken van de logboekfiles:

1. In het functiemenu staat Logbook al geselecteerd als

eerste menu-item. Druk op Suunto om deze te selecteren.

2. Blader naar View en druk op Suunto. Er wordt een

lijst van alle opgeslagen files getoond. De drie laatste bewaringen worden weergegeven op het scherm. De nieuwste staat geselecteerd bovenaan.

3. Blader door de lijst met de pijltjestoetsen totdat de

gewenste logboekfile actief is en druk op Suunto. Het eerste venster van het logboek verschijnt.

4. Ga met het up [omhoog] pijltje naar het volgende

venster. De weergaven verschijnen in deze volgorde:

  • Total [totaal]: De totale lengte van de bewaarde logboekfiles (h:mm:ss), en het totaal aantal runs (alleen degene met een hoogteverschil van meer dan 50 m)
  • Descent [daling]: De totale verticale daling en het gemiddelde dalingssnelheid in de eenheden die u heeft aangegeven in de Time modus
  • Ascent [stijging]: De totale verticale stijging en het gemiddelde stijgingssnelheid in de eenheden die u heeft aangegeven in de Time modus
  • High Point [hoogste punt]: Het hoogste gemeten punt, en de datum en tijd van de meting
  • Low Point [laagste punt]: Het laagste gemeten punt, en de datum en tijd van de meting
  • Weergaven in opgeslagen intervallen: - Bovenste regel: Verstreken tijd in de opgeslagen intervallen - Middelste regel links: Grafische weergave van de hoogte - Middelste regel rechts: Vertical speed van de verstreken tijd die getoond wordt op de bovenste regel - Onderste regel: Hoogte van de verstreken tijd die getoond wordt op de bovenste regel

Wissen van logboekfiles Wissen van logboekfiles:

1. In het functiemenu staat Logbook al geselecteerd als eerste menu-item. Druk op

Suunto om deze te selecteren.

2. Blader naar Erase en druk op Suunto. Er wordt een lijst van alle opgeslagen files

3. Blader door de lijst met de pijltjestoetsen totdat de gewenste logboekfile actief is

en druk op Suunto. De Suunto S6 toont de file en de tekst “ERASE? [wis?]”.

4. Druk op Suunto om het wissen te accepteren. U keert terug naar het vorige menu.

5. Indien u de file niet wilt wissen druk dan op Stop/CL. U keert terug naar de lijst met

logboekfiles. Interval Met deze functie kunt u kiezen hoe vaak u de informatie wilt bewaren. Interval geeft ook de vrije geheugencapaciteit aan. U kunt kiezen uit een van de volgende:

  • 2 seconden (Vrije geheugencapaciteit is 6 uur en 30 min.)
  • 10 seconden (Vrije geheugencapaciteit is 33 uur.)
  • 60 seconden (Vrije geheugencapaciteit is 200 uur.) Wijzigen van de interval:

1. In het functiemenu staat Logbook al geselecteerd als

eerste menu-item. Druk op Suunto om deze te selecteren.

2. Blader naar Interval en druk op Suunto. De huidige

instelling van interval wordt getoond en staat geselecteerd.

3. Verander de interval met de pijltjestoetsen. De vrije geheugencapaciteit wordt

onder de interval weergegeven.

4. Druk op Suunto om deze selectie te accepteren. U keert terug naar het functiemenu.

Bekijken van de logboekgeschiedenis De logboekgeschiedenis bevat de cumulatieve waarden van het stijgen en dalen en het hoogste punt van alle logboeken die de Suunto S6 ooit heeft opgeslagen. Bekijken van de geschiedenis:

1. In het functiemenu staat Logbook al geselecteerd als eerste menu-item. Druk op

Suunto om deze te selecteren.

2. Blader naar History en druk op Suunto.

3. Met het up [omhoog] pijltje bladert u door de geschiedenisinformatie.

Resetting the logbook history [logboekgeschiedenis resetten] Doe het volgende om de logboekgeschiedenis te resetten:

1. Sluit uw Suunto S6 op de PC aan en start de Suunto Ski Manager.

History Reset History. Hiermee slaat u de gegevens van de huidige logboekgeschiedenis in de SKIM-database op en wist u de opgeslagen waarden in de wristop computer.

Met deze functie kunt u bepalen of de luchtdrukmeting wordt gebruikt voor hoogte of om weersomstandigheden aan te geven. (Zie hoofdstuk 3.3.2. Use [gebruik] voor meer informatie).

3.5.4. Altitude [Hoogte]

U kunt de Altitude [hoogte] gebruiken om de referentiehoogte handmatig in te stellen. Het getal zal worden gebruikt om de hoogte veranderingen (Alti) en de luchtdruk op het zeeniveau veranderingen (Baro) te updaten. Zie hoofdstuk 3.3.3. Altitude/Sealevel [Hoogte/Zeeniveau] voor meer informatie over de referentiehoogte.

3.5.5. Alarms [alarmen]

Met deze functie kunt u de alarmen instellen die betrekking hebben tot uw hoogte en stijging/dalingssnelheid. Het hoogtealarm waarschuwt u wanneer u de vooraf ingestelde hoogtelimiet overschrijdt. Het stijging/dalingsalarm waarschuwt u als de snelheid waarmee u stijgt of daalt sneller is dan de ingestelde snelheid. Wanneer u het alarm hoort, kunt u reageren door op een van de toetsen te drukken. N.B.: De alarmen kunnen alleen worden geactiveerd en zijn alleen functioneel wanneer de Use functie op Alti staat. Instellen van de Asc/Dsc [stijgings/dalingsalarm] Instellen van de het stijgings/dalingsalarm:

1. Blader in het functiemenu naar Alarms met de pijltjestoetsen en druk op Suunto.

Het alarmmenu wordt nu weergegeven.

2. Blader naar Asc/Dsc en druk op Suunto. Het On/Off [aan/uit] veld van het volgende

venster wordt geactiveerd.

3. Wijzig de status van het alarm naar aan of uit met de pijltjestoetsen en druk op

Suunto. Het veld voor snelheid wordt geactiveerd.

4. Wijzig de stijgings/dalingssnelheid met de pijltjestoetsen en druk op Suunto. U keert

terug naar het functiemenu. N.B.: De stijging staat in positieve waarden, de daling in negatieve waarden. Instellen van de hoogtealarm Instellen van de hoogtealarm:

1. Blader in het functiemenu naar Alarms met de pijltjestoetsen en druk op Suunto.

Het alarmmenu wordt nu weergegeven.

2. Blader naar Altitude en druk op Suunto. Het On/Off [aan/uit] veld van het volgende

venster wordt geactiveerd.

3. Wijzig de status van het alarm naar aan of uit met de pijltjestoetsen en druk op

Suunto. Het veld voor hoogte wordt geactiveerd.

4. Wijzig de hoogte met de pijltjestoetsen en druk op Suunto. U keert terug naar het

3.5.6. Reminder [herinnering]

Met deze functie kunt u de alarmen instellen die onafhankelijk zijn van de applicatie van andere functies. Bijvoorbeeld, u kunt het instrument instellen om u om de 5 minuten aan iets belangrijks te herinneren. Instellen van de Reminder [herinnering]:

1. Blader in het functiemenu naar Reminder met de pijltjestoetsen en druk op Suunto.

2. Blader naar Int en druk op Suunto. U kunt nu de minuten kiezen.

3. Stel de minuten (0-59) in met de pijltjestoetsen en druk op Suunto. U kunt nu de

4. Stel de seconden (0-59) in met de pijltjestoetsen en druk op Suunto. De Start

sleutel wordt geactiveerd. N.B.: De minimum herinneringstijd is 5 seconden. Echter, met tijden die meer dan een minuut duren, kunt u indien u dit wenst, minder seconden instellen. N.B.: Indien de functie al actief is, wordt de Stop functie hierdoor geactiveerd.

5. Druk op Suunto, en de tekst Reminder started [herinnering gestart] wordt op het

scherm getoond. U keert terug naar het functiemenu. N.B.: Indien de functie al actief is, wordt de tekst “REMINDER ALREADY STARTED” [Herinnering loopt] op het scherm getoond, en keert u terug naar het vorige menu met Stop geselecteerd. Stoppen van de herinnering:

1. Blader in het functiemenu naar Reminder met de pijltjestoetsen en druk op Suunto.

2. Indien de functie actief is, wordt Stop geselecteerd op het scherm getoond Druk

op Suunto, en de tekst “REMINDER STOPPED” [herinnering gestopt] wordt op het scherm weergegeven. U keert terug naar het functiemenu.

Wanneer u de SkiChrono modus kiest, wordt het hoofdvenster geopend. Het hoofdvenster heeft drie regels: Bovenste regel

  • Huidige hoogte: De bovenste regel geeft de huidige hoogte aan die verband heeft met de gebruikers bepaalde (m/ft) referentiehoogte. Middelste regel
  • Verstreken tijd: De middelste regel geeft de verstreken tijd aan sinds de SkiChrono of Chrono werd geactiveerd. Laatste regel voordat de SkiChrono/Chrono functie wordt geactiveerd De onderste regel bevat shortcuts naar drie functies. Druk Stop/CL om binnen deze functies te veranderen.
  • SkiChrono met hellingshoekmeting De hellingshoek wordt permanent gemeten. De helling wordt gemeten langs de lijn op het deksel van uw Suunto S6. Om de hellingshoek te vergrendelen, drukt u op Start. Om de hellingshoek te ontgrendelen en een nieuwe hoek te meten, drukt u op Stop/CL. U heeft de hellingmeet functie nodig als u uw snelheid wilt meten op een nieuwe helling of om een nieuwe

hellingshoek in te stellen voor de huidige helling. SkiChrono met een vaste hellingshoek Suunto S6 onthoudt de vorige hellingshoek die u heeft vergrendeld met Start. Dit wordt geselecteerd getoond op de achtergrond U heeft de vaste hellingshoek nodig als u de vorige meting van de helling wilt gebruiken bij uw volgende run. Normal Chrono: 0.00,0 Dit is een stopwatch die u kunt gebruiken om evenementen te klokken zonder de snelheidsmeting en de hellingshoekmeting. Laatste regel nadat de SkiChrono/Chronofunctie wordt geactiveerd

  • In de SkiChrono modus wordt de actuele gemiddelde snelheid weergegeven vanaf de start van de run. Het is gebaseerd op de hellingshoek-meting voor de activering en op de vertical speed met de hoogtemeter.
  • In de Chrono modus wordt de tijd van de huidige lap weergegeven, e.g. de tijd vanaf het punt wanneer de vorige split/lap-tijd was opgeslagen. Om de split/laptijd te bewaren gaat u naar Chrono en druk op Start. Wanneer u de split/lap bewaart, zal de tijd 3 seconden stilstaan en daarna hervatten. Laatste regel nadat de SkiChrono/Chrono functie wordt gestopt
  • In de SkiChrono modus wordt de gemiddelde en de topsnelheid weergegeven tijdens de run
  • In de Chrono modus wordt de tijd van de laatste Lap weergegeven. N.B: U kunt onderling veranderen tussen SkiChrono en Chrono met een korte druk op Stop/CL, u moet eerst de vorige tijdwaarneming terug te zetten met een lange druk op Stop/CL.

Gebruik van de SkiChrono Het meten van uw snelheid op de helling:

1. Selecteer de hellingshoekmeting shortcut op de laatste regel.

2. Wijs naar de onderkant van de helling met Suunto S6.

3. Om de hellingshoek te vergrendelen druk Start.

4. Wanneer u start met uw run, druk opnieuw op Start om de snelheidsmeting te

starten. Laatste regel begint met het tonen van uw gemiddelde snelheid.

5. Onderaan de helling druk op Stop/CL. De laatste regel toont de gemiddelde snelheid

en de snelste tijd van de run.

6. Indien u steeds dezelfde helling blijft gebruiken en dezelfde hellingshoek gebruikt,

kunt u meteen een nieuwe run opslaan door op Start te drukken. U hoeft de SkiChrono niet terug te zetten of de hellingshoek opnieuw te meten.

7. Als u naar een andere helling gaat en de nieuwe hellingshoek gaat meten, dient u

de SkiChrono terug te zetten door de Stop/CL toets lang in te drukken. Daarna drukt u weer op Stop/CL om de hellingmeet functie te starten vanaf stap 1.

Gebruik van de Chrono

1. Druk Stop/CL om de Chrono functie te selecteren.

2. Druk Start om de tijd te starten.

3. Druk Start om de split/lap-tijden te bewaren.

4. Druk Stop/CL om de tijd te stoppen.

5. Om een nieuwe tijdwaarneming te starten of te veranderen van de Chrono naar

de SkiChrono functie, moet u de Chrono terugzetten door de Stop/CL lang in te drukken. Tips voor het beste resultaat van de snelheidsmeting

  • De gemiddelde snelheid van een run komt overeen met de werkelijke gemiddelde snelheid zolang de helling dicht bij de gemiddelde hoek van de helling is.
  • Door de calculatie algoritme, legt de Suunto S6 gewoonlijk de topsnelheid van het steilste deel van de helling vast. Als dit deel duidelijk steiler is dan de gemiddelde gemeten hellingshoek, is de vastgelegde snelheid hoger dan de werkelijke topsnelheid. Indien u meer geïnteresseerd bent in het meten van de juiste topsnelheid dan de gemiddelde snelheid, gebruik dan de hoek van het steilste deel van de helling.
  • Als u uw snelheid wilt vergelijken met uw vrienden, wees er dan zeker van dat iedereen dezelfde hellingshoek heeft voordat u aan de run begint.

3.6.2. Memory [Geheugen]

U kunt het geheugen gebruiken om de files te bekijken die opgeslagen zijn in uw Suunto S6 met de SkiChrono en Chrono functies. U kunt deze ook gebruiken om files te wissen als u meer vrije geheugenruimte nodig heeft. Het geheugen kan 40 SkiChrono files en 15 Chrono files bewaren. Elke Chrono file kan 20 Split/lap-tijden bevatten. SkiChrono files hebben geen Split/lap-tijden.

VIEW ski [bekijk ski] Een SkiChrono file bevat de informatie van een run. Bekijken van de SkiChrono files:

1. Blader in het functiemenu naar Memory met de

pijltjestoetsen en druk op Suunto.

2. Blader in het functiemenu naar View Ski met de

pijltjestoetsen en druk op Suunto. Er wordt een lijst van alle SkiChrono files getoond.

3. Blader met de pijltjestoetsen naar de file die u wilt

bekijken en druk op Suunto. Het eerste display wordt geopend.

4. Blader door de displays met de pijltjestoetsen. De

volgende displays kunnen worden bekeken:

  • Total [totaal]: De totale tijdsduur (h:mm.ss) en de totale verticale daling van de run in de eenheid van uw keuze (m of ft).
  • Speed [snelheid]: De gemiddelde (Avg) en maximum (Max) snelheid van de run in de eenheid van uw keuze (km/u of mph).
  • Vert: De gemiddelde (Avg) en maximum (Max) verticale snelheid van de run in de eenheid van uw keuze. (m/s, m/min, ft/s of ft/min).
  • Start: De hoogte gemeten toen de SkiChrono was gestart in de eenheid van uw keuze (m of ft), en de datum en de starttijd van de run (hetzelfde als in de lijst met files.)

Distance [afstand]: De totale afstand van de run in de eenheid van uw keuze (m of ft), en de hellingshoek gemeten voor de run in de eenheid van uw keuze (% of °). Finish: De hoogte gemeten toen de SkiChrono was gestopt in de eenheid van uw keuze (m of ft), en de totale duur van de run (hetzelfde als op de eerste display) VIEW chr [bekijk chr] Bekijken van de Chrono files:

1. Blader in het functiemenu naar Memory met de

pijltjestoetsen en druk op Suunto.

2. Blader naar View chr met de pijltjestoetsen en druk op

Suunto. Er wordt een lijst van alle Chrono files getoond.

3. Blader met de pijltjestoetsen naar de file die u wilt

bekijken en druk op Suunto. Het eerste display wordt geopend

4. Blader door de displays met de pijltjestoetsen. De

volgende displays kunnen worden bekeken:

  • Total [totaal]: Het totaal aantal van opgeslagen tijden.(0.00,0) en het aantal split/lap-tijden.
  • Split/ Lap 1, 2, 3 etc: Het split/lap nummer op de bovenste regel, de corresponderende splittijd op de middelste regel en de lap time op de onderste regel.

End/Lap #: Het nummer van de laatste lap op de bovenste regel, de totale duur van de file in de middelste regel en de laatste lap time op de onderste regel. Erase ski [Wis ski] Wissen van de SkiChrono files:

1. Blader in het functiemenu naar Memory met de pijltjestoetsen en druk op Suunto.

2. Blader naar Erase ski met de pijltjestoetsen en druk

op Suunto. Er wordt een lijst van alle SkiChrono files getoond.

3. Blader met de pijltjestoetsen naar de file die u wilt

bekijken en druk op Suunto. De Suunto S6 toont de file en de tekst “ERASE? [wis?]”.

4. Druk op Suunto om de file te wissen. U keert terug

naar het functiemenu.

5. Als u de file niet wilt wissen, druk op Stop/CL en u

keert terug naar de lijst zonder de file te hebben gewist. Erase chr [wis chr] Wissen van de Chrono files:

1. Blader in het functiemenu naar Memory met de

pijltjestoetsen en druk op Suunto.

2. Blader naar Erase chr met de pijltjestoetsen en druk

op Suunto. Er wordt een lijst van alle Chrono files getoond.

3. Blader met de pijltjestoetsen naar de file die u wilt bekijken en druk op Suunto. De

Suunto S6 toont de file en de tekst “ERASE? [wis?]”.

4. Druk op Suunto om de file te wissen. U keert terug naar het functiemenu.

5. Als u de file niet wilt wissen, druk op Stop/CL en u keert terug naar de lijst zonder

de file te hebben gewist.

3.6.3. Altitude [Hoogte]

Ú kunt de Altitude [hoogte] gebruiken om de referentiehoogte handmatig in te stellen. Het getal zal worden gebruikt om de hoogte veranderingen (Alti) en de luchtdruk op het zeeniveau veranderingen (Baro) bij te werken. (Zie hoofdstuk 3.3.3. Altitude/ Sealevel [Hoogte/Zeeniveau] voor meer informatie over de referentiehoogte.)

3.6.4. Use [gebruik]

Met deze functie kunt u bepalen of de luchtdrukmeting wordt gebruikt voor hoogte of om weersomstandigheden aan te geven. (Zie hoofdstuk 3.3.2. Use [gebruik] voor meer informatie).

Dit hoofdstuk beschrijft drie ideale situaties waarin u uw Suunto S6 kunt gebruiken. Deze instructies worden kort samengevat en zouden moeten worden gebruikt wanneer u de Suunto S6 meer eigen hebt gemaakt. Meer gedetailleerde instructies kunnen in de voorgaande hoofdstukken worden gevonden.

4.1 GEWONE SKI/SNOWBOARDDAG

1. Blader naar de Skiing modus

2. Stel de referentiehoogte in

3. Stel de logboekinterval in op 10s of 60s.

4. Start het logboek

1. Bewaar lap times in het logboek met de Start toets.

2. Bekijk de logboekinformatie

3. Verplaats de logboekinformatie naar de Suunto Ski Manager voor verdere inzage.

1. Blader naar de Skiing modus

2. Stel de referentiehoogte in

3. Stel de logboekinterval in op 2s of 10s.

4. Start het logboek

1. Blader naar de SkiChrono modus

2. Meet de hellingshoek (Indien u uw snelheid wilt vergelijken met de snelheid van

een ander, moet u dezelfde hellingshoek instellen).

3. Druk op Start wanneer u begint met de run.

4. Druk op Stop/CL wanneer u eindigt met de run.

5. Als u weer op dezelfde heuvel gaat skiën (zelfde hellingshoek), start u de snelheidsmeting opnieuw met Start.

6. Als u naar een andere heuvel gaat, moet u de SkiChrono terugzetten en de nieuwe

hellingshoek meten. Eind van de dag

2. Bekijk de logboekinformatie

3. Bekijk de snelheidsinformatie in het SkiChrono geheugen.

4. Verplaats de logboekinformatie naar de Suunto Ski Manager voor verdere inzage.

1. Blader naar de Skiing modus

2. Stel de referentiehoogte in

3. Stel de logboekinterval in op 2s.

4. Start het logboek

5. Tijdens de eerste run, geef alle lap times spots aan:

Stop bij iedere lap time gate en druk Start in de Skiing modus. De hoogte van de gate wordt bewaard in het Suunto S6 geheugen N.B.: U moet de lap time spots tenminste 10 seconden van elkaar instellen zodat de Suunto Ski Manager deze goed kan verwerken. Tijdens de oefensessie

1. Blader naar de SkiChrono modus

2. Meet de hellingshoek:

3. Druk op Start wanneer u begint met de run.

4. Druk op Stop/CL wanneer u eindigt met de run.

5. Omdat de hellingshoek altijd hetzelfde is hoeft u alleen op Start te drukken bij elke

volgende run. Na de oefensessie

2. Verplaats de logboekinformatie naar de Suunto Ski Manager voor verdere inzage.

Suunto Ski Manager maakt grafieken van alle individuele runs en maakt een vergelijking van de lap times van de ingestelde hoogtes voor de oefensessie.

3. Vergelijk de runs met elkaar om te bekijken op welk deel van de run u bijvoorbeeld

5.1. PC INTERFACE KABEL

Met de PC interface kabel kunt u de Suunto S6 logs overzetten op uw PC en ze hier bewaren. Dit kunnen bijvoorbeeld ski-logs zijn die in het geheugen van de Skiing modus zijn opgeslagen, weer-logs die in het geheugen van het weer zijn opgeslagen of SkiChrono of Chrono-logs die het geheugen van de SkiChrono zijn opgeslagen. Nadat de gegevens zijn verplaatst kunt u bijbehorende informatie gemakkelijk met behulp van de Suunto Ski Manager software ordenen, bekijken en toevoegen. De PC interface kabel en de Suunto Ski Manager worden in dezelfde verpakking van uw Suunto S6 meegeleverd. De installatie-instructies van de software bevinden zich op de verpakking van de Cd-rom van de Suunto Ski Manager.

5.1.1. Verplaatsen van Gegevens

Verplaatsen van Gegevens:

1. Zorg dat uw computer een vrije serial port heeft

2. Verbindt de kabel met de computer serial port en sluit

het andere eind aan uw Suunto S6.

3. Open de Suunto Ski Manager.

4. Klik op “Wristop” icoon en dan klik op “Connect”. De Suunto S6 logboeken worden

getoond in de loglijst.

5. Kies de logs die u wilt bewaren en klik op Download.

6. Voeg de gewenste informatie toe in het Downloadvenster en klik Download. De

logs worden nu bewaard op de harde schijf van uw PC.

7. Als u uw logs heeft ge-download, kunt u deze wissen van de Suunto S6 met

Suunto Ski Manager om meer ruimte te creëren voor nieuwe logs. Voor meer informatie raadpleeg de Suunto Ski Manager Help. Om toegang te krijgen voor Help, klik op de hulpicoon in de rechterbovenhoek van het venster. U kunt ook de Suunto Ski Manager Tutorial raadplegen voor de stap-voor-stap instructies. De tutorial staat in de Suunto Ski Manager Help.

5.1.2. Suunto Ski Manager

Suunto Ski Manager (SKIM) software staat op de Cd-rom die bijgesloten is in uw Suunto S6 verpakking. De instructies om de software te installeren staat op de voorkant van de CD. U kunt de laatste versie van de SKIM altijd downloaden van www.suunto.com of www.suuntosports.com. Zorg dat u regelmatig de updates controleert omdat nieuwe features continue worden ontwikkeld. Gebruiker U kunt een lijst aanmaken van uw activiteiten en uw wintersport uitrusting. Deze lijsten worden gebruikt om de activiteit en uitrusting te bepalen van uw logs in de Log sectie. Dit geeft u de beste voordeel van de analyse en statistisch gereedschap van de Log sectie.

Logs Nadat u de logs van de Suunto S6 heeft ge-download kunt u ze met de Log sectie ordenen en openen. U kunt ook een folder maken waarin u de logs kunt bewaren. U kunt de logs ook sorteren en ze van de ene map naar de andere verplaatsen en ze verwijderen of de log gegevens doorzoeken. Om de logheaderinformatie te editten in de loglijst (lognaam, activiteit, uitrusting e.d. ) klik op het veld dat u wilt editten met de rechter muisknop. Om de log op de SuuntoSports.com site te downloaden, selecteer de logs en klik op de “Suuntosports” icoon. U geeft uw gebruiksnaam en wachtwoord en klik op “download”. Grafieken, gegevens en analyse Om een of meerdere logs te openen voor nadere inzage, open de map met de inhoud van de logs die u wilt bekijken. Daarna selecteert u de logs en klik op Open logs. De logs gaan open op een “CHART” pagina. De schema’s tonen de loggegevens in grafische vorm. Ski-logs bevatten hoogte gerelateerde informatie en weer-logs barometrische druk en temperatuur. U kunt ook bladwijzers aan een grafiek toevoegen. De bladwijzers kunnen zowel tekst als plaatjes zijn. Om de grafiek te printen, wijzig het beeld naar uw wens en klik dan op Print. Afdrukvoorbeeld wordt geopend Indien het afdrukvoorbeeld naar wens is klik opnieuw op Print. Desgewenst kunt u de loggegevens ook bekijken in de vorm van een lijst waarin de waarden van individuele voorbeelden in chronologische volgorde worden weergegeven. Om dit te doen selecteer de “DATA” pagina nadat u de logs heeft geopend. Om de gegevens te exporteren naar een andere applicatie, klik op Copy data. Als u de “ANALYZE” pagina opent, toont de Suunto Ski Manager een statistische

presentatie van de open logs. U ziet bijvoorbeeld hoevel tijd u heeft getraind voor iedere activiteit in verschillende hoogtezones. De resultaten van de analyse worden in een 3-D bar diagram weergegeven die u op het scherm kunt roteren en kunt afdrukken op dezelfde manier als bij de grafieken. N.B.: De selectie Analyze is niet aanwezig in de SAM 1.0. Wijzigen van de instellingen Desgewenst kunt u bepaalde instellingen van de Suunto S6 wijzigen met de Wristop Computer van de Suunto Ski Manager. U kunt de volgende instellingen wijzigen:

  • Light [licht] – de lichtinstelling kiezen (Normal [normaal], NightUse [gebruik bij nacht], Off [Uit]).
  • Tones [tonen] – de knoppen voor tonen aan of uit zetten
  • Icons [icoontjes] – de modus voor icoontjes aan of uit zetten
  • Time [tijd] – kiezen tussen weergave in 12 of 24 uur.
  • Date [datum] – de datumopmaak kiezen (dag/maand, maand/dag, dag).
  • Asc/Dsc [stijging/daling] – de gebruikte stijgings-/afdalingseenheid selecteren (m/s, m/min, m/h, ft/s, ft/min, ft/h).
  • Altitude [hoogte] – de hoogte eenheid kiezen (m of ft).
  • Pressure unit [drukeenheid] – de drukeenheid kiezen (hPa of inHg).
  • Temperature [temperatuur] – de temperatuureenheid kiezen (F of C).
  • Slope [helling] – het gebruikte hellingspercentage kiezen (% of º).
  • Speed [snelheid] – de snelheidseenheid kiezen (km/u of mph). Voor meer informatie en stap-voor-stap uitleg van deze features, ga naar de SKIM Help of Tutorial.

5.2. SUUNTOSPORTS.COM SuuntoSports.com is een gratis internationale web community waar u de gegevens die u met uw eigen Suunto heeft gemeten en met de sportspecifieke PC interface heeft geanalyseerd kunt verfijnen en met anderen kunt uitwisselen. SuuntoSports.com biedt u een aantal mogelijkheden waarmee u het beste uit uw sport en uw Suunto S6 kunt halen. Als u reeds een Suunto sportinstrument heeft kunt u via registratie toegang krijgen tot alle sportspecifieke functies. Als dit uw eerste Suunto instrument is kunt u inloggen als gast of u laten registreren. Als gast kunt u bekijken en lezen, maar als u registreert kunt u gebruik maken van de andere functies en aan discussies deelnemen.

5.2.1. Systeemvereisten

Voor SuuntoSports.com gelden de volgende systeemvereisten:

  • Modem: aanbevolen: 56k of sneller
  • Browser: IE 4.0 of hoger, Netscape 4.7x of nieuwer
  • Resolutie: minimaal 800 x 600, het beste is 1024 x 768

5.2.2. SuuntoSports.com onderdelen

SuuntoSports.com bestaat uit drie onderdelen ieder met verscheidene functies. In de volgende alinea’s worden alleen de basisfuncties van SuuntoSports.com beschreven. Hier kunt u gedetailleerde beschrijvingen van alle functies en activiteiten en stap-voor-stap- instructies vinden om deze te gebruiken op de Help site. De Helpfunctie is op elke pagina beschikbaar en het pictogram bevindt zich aan de rechterkant van de balk die het scherm verdeelt. De Helpfunctie wordt regelmatig bijgewerkt naarmate de site zich verder ontwikkelt. SuuntoSports.com biedt verscheidene mogelijkheden voor het vinden van informatie

op de site. Naast de vrije zoekopdracht kunt u bijvoorbeeld ook zoeken naar groepen, gebruikers, locaties, logs en sporten. De informatie die op SuuntoSports.com wordt gepubliceerd bevat interne links zodat u niet altijd helemaal vanaf het begin naar informatie hoeft te zoeken. Bijvoorbeeld, als uw een uitleg over een resort [een bepaald gebied] bekijkt kunt u de links volgen en de persoonlijke informatie bekijken van degene die de resort informatie heeft gestuurd, de logs die verwant zijn aan het resort en de grafieken die gemaakt zijn van de logs als de verstuurder deze informatie openbaar heeft gemaakt. My Suunto Deze sectie is bedoeld voor uw persoonlijke gegevens. U kunt de gegevens over uzelf, uw wristop computer, uw skiactiviteiten, favoriete locatie e.d. opslaan. Wanneer u uw logs download bij SuuntoSports.com met de Suunto Ski Manager, worden ze getoond in uw persoonlijke gegevens maar worden niet getoond aan een ander. In My Suunto kunt u ook de logs beheren en besluiten of u ze wilt publiseren binnen de communities of aan alle SuuntoSport gebruikers wilt laten zien. Als u logs download naar SuuntoSports.com, kunt u hun hoogte profielen bekijken op de website. U kunt deze vergelijken met andere logs van gebruikers en tekst of plaatjes toevoegen om reisverslagen te maken. Communities In de Communities sectie, kunnen SuuntoSports.com gebruikers hun eigen groepen maken en beheren of zoeken naar andere groepen. Bijvoorbeeld, u kunt een groep maken voor al uw ski of snowboard vrienden, en informatie uitwisselen over elkaars resultaten, advies geven en vertellen waar en wanneer men het beste samen kunnen gaan skiën of snowboarden. Groepen kunnen zowel open als gesloten zijn. Gesloten betekent dat u zich moet aanmelden voor een lidmaatschap en moet worden geaccepteerd om deel te nemen in aan een groepsactiviteit.

Alle groepen hebben een eigen home page die informatie verstrekt over de groepsevenementen en heeft nieuws, mededelingen en overige informatie. Groepsleden kunnen ook gebruik maken van specifieke bulletinboards, chat rooms en group-calendar, links toevoegen en groepsactiviteiten creëren. Alle geregistreerde SuuntoSports gebruikers worden automatisch lid van de World of SuuntoSports community. Sportforums SuuntoSports.com heeft zijn eigen forum voor iedere Suunto sport. De basis structuur en functies zijn voor alle sport forums hetzelfde. Sportforums zijn openbaar en kunnen door iedereen worden bezocht. De forums hebben nieuws, discussies, presentaties van locaties die te maken heeft met de sport, een evenementenkalender, een lijst van de gepubliceerde reisverslagen, classificatielijsten, en links naar andere websites. Gebruikers kunnen evenementen, locaties en te publiceren links voorstellen. De classificatielijsten hebben de beste locaties, de meest actieve gebruikers, de grootste groepen en overige gerelateerde informatie. U kunt bijvoorbeeld een lijst krijgen met gebruikers die het grootse total vertical hebben tijdens het seizoen.

U kunt lid worden van de SuuntoSports.com community door verbinding met het Internet te maken, uw web browser te openen en naar www.suuntosports.com te gaan. Nadat de openingspagina is verschenen klikt u op het pictogram Register en registreert u zichzelf en uw Suunto sportinstrument. U kunt uw persoonsgegevens en uitrustingsprofielen daarna in het deel My Suunto wijzigen en bijwerken. Na de registratie komt u automatisch op de SuuntoSports.com home page waar de manier waarop de site is georganiseerd en de functieprincipes worden beschreven. N.B.: SuuntoSports.com wordt voortdurend verder ontwikkeld en de inhoud kan worden gewijzigd.

  • Operating temperatuur -20 °C tot +50 °C/-5 °F tot +120 °F
  • Storage temperatuur -30 °C tot +60 °C/-22 °F tot +140 °F
  • Waterbestendig tot 100m/330ft (volgens de ISO 2281)
  • Mineraal kristalglas
  • Door gebruiker verwisselbare batterij CR2032
  • PC interface met seriële connector
  • Verlengde polsband Hoogtemeter

Deze publicatie en de inhoud ervan zijn het eigendom van Suunto Oy en zijn uitsluitend bestemd voor gebruik door zijn klanten voor het verkrijgen van kennis en belangrijke informatie betreffende de bediening van de Suunto S6 producten. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, gekopieerd, vertaald of opgeslagen op welke medium dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Suunto Oy. Suunto, Suunto S6 en de bijbehorende logos zijn geregistreerde handelsmerken van Suunto Oy. Alle rechten zijn voorbehouden. Ondanks de grote zorgvuldigheid die we hebben betracht bij de samenstelling van deze handleiding, kunnen aan deze handleiding geen rechten worden ontleend. De inhoud hiervan kan te allen tijde zonder melding vooraf worden gewijzigd. De laatste versie van deze handleiding kan altijd worden ge-download in www.suunto.com.

Het CE merk wordt gebruikt om de conformity met de Europeese Unie EMC directive 89/336/EEC vast te stellen.

Wanneer dit product een defect vertoont dat te wijten is aan materiaal- en/of fabricatiefouten, zal Suunto Oy uitsluitend na goedkeuring, dit zonder kosten repareren of vervangen, tot twee (2) jaar vanaf de datum van de aankoop. Deze garantie betreft alleen de oorspronkelijke afnemer en dekt alleen gebreken die te wijten zijn aan materiaal en fabricage fouten die zich voordoen bij normaal gebruik in de garantieperiode. Het dekt niet vervanging van batterijen, schade of afwijkingen als gevolg van een ongeval, misbruik, slordigheid, verkeerd gebruik, verandering of wijziging aan het product, of elk gebruik van het product buiten het gebied van de gepubliceerde specificaties, of elke oorzaak die niet door deze garantie wordt gedekt. Er bestaan geen speciale garantiegevallen in aanvulling op bovengenoemde lijst. Tijdens de garantieperiode kan de klant goedkeuring aanvragen voor reparatie door contact op te nemen met onze klantenservice. Suunto Oy en zijn dochterondernemingen kunnen in geen enkel geval aansprakelijk worden gesteld voor directe of indirecte schade, veroorzaakt door het gebruik of een verkeerd gebruik van het product. Suunto Oy en zijn dochterondernemingen aanvaarden geen aansprakelijkheid voor verlies of schadeclaims door derden voortkomend uit het gebruik van dit instrument.

Verwijder het apparaat volgens de geldende voorschriften voor het verwijderen van elektronische apparatuur en bied het niet bij het gewone huisvuil aan. Eventueel kunt u het apparaat inleveren bij de dichtstbijzijnde Suunto-dealer.