D61 - Sporthorloge SUUNTO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis D61 SUUNTO in PDF-formaat.
| Producttype | Sporthorloge |
| Merk | Suunto |
| Model | D61 |
| Afmetingen (behuizing) | 45 mm diameter |
| Gewicht | 62 g |
| Waterbestendigheid | 50 meter (ISO 2281:2010) |
| Weergavetype | Gekleurd touchscreen (260x260 pixels) |
| Accu | Oplaadbare lithium-ion 300 mAh |
| Accuduur | Tot 14 dagen in smartwatch-modus |
| GPS | Ingesloten GPS + GLONASS |
| Hartslagsensor | Optische hartslagmeting |
| Sensoren | Accelerometer, barometer, kompas, thermometer |
| Connectiviteit | Bluetooth 5.0 |
| Activiteitenmodi | Hardlopen, fietsen, zwemmen, wandelen, indoor sporten |
| Meldingen | Smartphone-meldingen (oproepen, berichten, apps) |
| Onderhoud | Reinig het horloge met een zachte, vochtige doek; vermijd agressieve schoonmaakmiddelen |
| Veiligheid | Volg de instructies in de handleiding voor veilig gebruik; gebruik alleen door Suunto goedgekeurde accessoires |
| Reparatie en onderdelen | Neem contact op met Suunto-klantenservice of een erkend servicepunt voor reparaties |
| Garantie | 2 jaar (consumenten) |
| Oplaadmethode | Magnetische oplaadkabel (USB) |
Veelgestelde vragen - D61 SUUNTO
Gebruikersvragen over D61 SUUNTO
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Sporthorloge in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding D61 - SUUNTO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. D61 van het merk SUUNTO.
GEBRUIKSAANWIJZING D61 SUUNTO
3.1. Navigeren in de menu's 21
3.2. Symbolen en functies van knoppen 23
- AAN DE SLAG 25
4.1. Instellingen voor de modus TIME . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
4.1.1. Het alarm instellen 28
4.1.2. De tijd instellen 28
4.1.3. Dual time instellen .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
4.1.4. De datum instellen 29
4.1.5. De eenheden instellen 30
4.1.6. De displayverlichting instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
4.1.7. Instellen van het contrast. 31
4.1.8. Geluidssignalen in-/uitschakelen. 31
4.2. Stopwatch 31
4.3. AC-watercontacten 32
4.4. Het kompas gebruiken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
4.4.1. Kompasvenster 35
4.4.2. Een koers vergrendelen 35
4.4.3. Kompasinstellingen 36
4.5. Apnea Timer 40
- VOOR HET DUIKEN 42
5.1. Het Suunto RGBM 43
5.2. Noodopstijgingen ....
5.3. Beperkingen van duikcomputers 44
5.4. Freediving
5.5. Akoestische en optische alarmsignalen ....
5.6. Activering van de modus Error 51
5.7. Draadloze verbinding 52
5.7.1. Monteren van de draadloze zender 5
5.7.2. Paren en coderen ....
5.7.3. Gegevensoverdracht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
5.8. Instellingen voor de modus DIVE 58
5.8.1. De nitrox-waarden instellen 60
5.8.2. Hoogte en persoonlijke correctiefactor aanpassen 63
5.8.3. Paring van flesdruk instellen .... . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
5.8.4. Het flesdrukalarm instellen 64
5.8.5. Het dieptealarm instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
5.8.6. Het waarschuwingsalarm voor diepte instellen (modus FREE) ..... 65
5.8.7. Het duiktijdalarm instellen ....
5.8.8. Het waarschuwingsalarm voor oppervlaktetijd instellen (modus FREE)
5.8.9. De meetinterval instellen 66
5.8.10. Dieptestops instellen 67
5.8.11. De luchttijd instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
5.8.12. De eenheden instellen ....
5.9. Activering en controle vooraf ....
7.5.1. Weergegeven duiknummering tijdens duikplanning .. ... ... ... ... ... 107
7.6. Modus MEMORY 108
7.6.1. Duiklogboek (MEM Logbook) 108
7.6.2. Duikhistorie (MEM History) . ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ...
7.7.Suunto DM4 112
7.8. Movescount 114
- ZORG EN ONDERHOUD VAN MIJN SUUNTO DUIKCOMPUTER .. ... ... ... . 115
- BATTERIJEN VERVANGEN 118
9.1. Vervangen van de zenderbatterij .... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ...
9.1.1. Batterijset voor zender . ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ...
9.1.2. Vereiste gereedschappen 119
9.1.3. De zenderbatterij vervangen . ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ...
10.2.2. Nultijdlimieten voor perslucht 127
10.2.3. Bergmeerduiken 129
10.3. Zuurstofblootstelling 130
De Suunto D6i wristop duikcomputer is ontworpen om uw duikactiviteiten optimaal te laten verlopen.

Dankzij een geïntegreerd digitaal kompas en de mogelijkheid tussen verschillende gasmengsels over te schakelen, maakt de Suunto D6i duiken eenvoudiger. Bovendier is alle informatie die u nodig hebt over diepte, tijd, decompressiestatus, optionele flesdruk en richting nu beschikbaar op één overzichtelijke display.
De gebruikershandleiding van de Suunto D6i bevat belangrijke informatie die u nodig hebt om vertrouwd te raken met uw Suunto wristop duikcomputer. Lees deze gebruikershandleiding zorgvuldig zodat u bekend bent met de bediening, displays en beperkingen van het instrument voordat u het gebruikt, en bewaar de handleiding te referentie. Achter in de gebruikershandleiding vindt u een verklarende woordenlijst met duikterminologie.
2. WAARSCHUWINGEN, MELDINGEN EN OPMERKINGEN
In deze gehele gebruikershandleiding worden belangrijke veiligheidsaanwijzingen aangegeven. Er worden drie classificaties gebruikt om deze aanwijzingen te onderscheiden op volgorde van belang:

WAARSCHUMING
wordt gebruikt voor handelingen of situaties die kunnen tot ernstig letsel of de dood

LET OP
wordt gebruikt voor handelingen of situaties die zullen in schade aan het apparaat

OPMERKING
wordt gebruikt om belangrijke informatie samen te vatter
Voordat u de gebruikershandleiding verder doorneemt, is het zeer belangrijk dat volgende waarschuwingen leest. Deze waarschuwingen zijn bedoeld om maximale veiligheid te bieden bij het gebruik van de Suunto D6i en mogen niet worden gen

WAARSCHUWING
U moet de brochure en bedieningshandleiding LEZEN V GEBRUIK van uw duikcomputer. Het niet lezen van de informatie kan leiden tot onjuist gebruik, ernstig letsel c
WAARSCHUWING
ALLERGISCHE REACTIES OF HUIDIRRITATIES KUNNEN OPTREDEN WANNEER HET PRODUCT IN CONTACT STAI MET DE HUID, OOK AL VOLDOEN ONZE PRODUCTEN DE NORMEN VAN DE BEDRIJFSTAK. IN DERGELIJKE GEVALLEN DIENT U HET GEBRUIK ONMIDDELLIJK TE STOPPEN EN EEN DOKTER TE RAADPLEGEN.
WAARSCHUWING
NIET VOOR PROFESSIONEEL GEBRUIK! Suunto-duikcomputers zijn alleen bestemd voor recreatief gebruik. Bij commerciële professionele duiken kan de duiker worden blootgesteld aan diepten en omstandigheden die een verhoogd risico op decompressieziekte met zich mee brengen. Daarom wijst Su er uitdrukkelijk op dat het apparaat niet bestemd is voor commerciële of professionele duikactiviteiten.
WAARSCHUWING
ALLEEN DUIKERS DIE ZIJN GETRAIND IN HET GEBRUIK APPARATUUR VOOR PERSLUCHTDUIKEN, MOGEN EEN DUIKCOMPUTER GEBRUIKEN! Een duikcomputer kan de noodzaak van goede duikopleiding niet wegnemen. Onvoldoen of slechte training kunnen leiden tot het maken van fouten ernstig letsel of de dood tot gevolg kunnen hebben.
WAARSCHUWING
BIJ ELK DUIKPROFIEL BESTAAT ALTIJD KANS OP DECOMPRESSIEZIEKTE, ZELFS BIJ HET VOLGEN VAN DUIKPLAN DAT IS BEREKEND DOOR EEN DUIKCOMP OF MET BEHULP VAN DUIKTABELLEN. GEEN ENKELE PROCEDURE, DUIKCOMPUTER OF DUIKTABEL NEEMT KANS OP DECOMPRESSIEZIEKTE OF ZUURSTOFVERGIFTIGING VOLLEDIG WEG! De fysiologische toestand van het lichaam kan per dag verschillen. Een duikcomputer kan met dergelijke variaties geen rekening Om het risico op decompressieziekte te verminderen, wo daarom ten zeerste aangeraden de door het apparaat voorgeschreven blootstellinglimieten niet te overschrijden. A extra voorzorg dient u voordat gaat u duiken een arts raadplegen over uw fysieke gesteldheid.
WAARSCHUWING
SUUNTO RAADT SPORTDUIKERS AAN OM NIET DIEPI DUIKEN DAN 40 M OF DE DIEPTE DIE DOOR DE WORDT BEREKEND OP BASIS VAN DE GESELECTEEN WAARDE VOOR _2 EN EEN MAXIMALE VAN 1,4 BAR! Blootstelling aan grotere diepten vergroot het risico van zuurstoftoxiciteit en decompressieziekte.
WAARSCHUWING
DUIKEN WAARVOOR DECOMPRESSIESTOPS ZIJN VEREIST, WORDEN NIET AANBEVOLEN. NADAT DE DUIKCOMPUTER HEEFT AANGEGEVEN DAT EEN DECOMPRESSIESTOP VEREIST IS, DIENT U ONMIDDELLIJK OP TE STIJGEN I MET DE DECOMPRESSIE TE BEGINNEN! Let op de knipperende aanduiding ASC TIME en de naar boven wijze pijl.
WAARSCHUWING
GEBRUIK BACK-UPINSTRUMENTEN! Zorg bij het duiken me een duikcomputer dat u altijd de beschikking hebt over decompressietabellen en back-upinstrumenten, waaronder een dieptemeter, een meter voor uw flesdruk en een timer of
WAARSCHUWING
VOER VOORAFGAANDE CONTROLES UIT! Schakel het apparaat altijd in en controleer voordat u gaat duiken of displaysegmenten volledig worden weergegeven, of de batterijcapaciteit toereikend is en of de instellingen voor zu hoogte, persoonlijk correctiefactor en veiligheidsstops/dieptestops juist zijn.
WAARSCHUWING
GA NIET VLIEGEN ZOLANG DE DUIKCOMPUTER EEN VLIEGVERBOD AANGEEFT. SCHAKEL VOORDAT U WIL GAAN VLIEGEN ALTIJD DE DUIKCOMPUTER IN OM L RESTERENDE DUUR VAN HET VLIEGVERBOD TE CONTROLEREN. Het risico op decompressieziekte kan s toenemen wanneer u tijdens het vliegverbod gaat vlieger een grotere hoogte reist. Neem de aanbevelingen van Alert Network (DAN) door. Geen enkele regel voor vlieg duiken is een garantie voor het volledig voorkomen van decompressieziekte!
WAARSCHUWING
DE DUIKCOMPUTER MAG TERWIJL HIJ IN GEBRUIK I DOOR TWEE GEBRUIKERS WORDEN GEDEELD OF UITGEWISSELD. De vermelde gegevens zijn niet van toe op iemand die het apparaat niet heeft gedragen tijdens of een serie herhalingsduiken. De duikprofielen van het moeten overeenkomen met de gebruiker. Als de duikcon tijdens een duik aan de oppervlakte blijft, zullen de ge latere duiken onjuist zijn. Een duikcomputer kan nooit r houden met duiken die zijn uitgevoerd zonder de comp duikactiviteiten tot vier dagen voor het aanvankelijke geb de computer kunnen leiden tot onjuiste informatie en d worden vermeden.
WAARSCHUWING
STEL GEEN ENKEL ONDERDEEL VAN DE DUIKCOMPUTE BLOOT AAN GASMENGELS DIE MEER DAN 40% ZUURS BEVATTEN! Verrijkte lucht met een hoger zuurstofgehalte ze voor brand- of explosiegevaar met mogelijk ernstig letsel o dood tot gevolg.
WAARSCHUWING
DE DUIKCOMPUTER ACCEPTEERT GEEN DECIMALE WAARDEN VOOR HET ZUURSTOFPERCENTAGE. ROND DECIMALE WAARDEN NIET NAAR BOVEN AF. Een zuurstofpercentage van 31,8% moet u bijvoorbeeld invoeren 31%. Als u de waarde naar boven afrondt, worden het stikstofpercentage te laag ingeschat wat gevolgen heeft voor decompressieberekeningen. Als u de berekeningen conservatieve wilt maken, kunt u een hogere persoonlijke correctiefactor in of een lagere 2- Waarde om de zuurstofblootstelling te wijzigen overeenkomstig de ingevoerde 2% en P2 Waarden. Bij de zuurstofgerelateerde berekeningen wordt door de duikcomputer een veiligheidsmarge van 1% boven de ingezstevaarde aangehouden.
WAARSCHUWING
SELECTEER DE JUISTE HOOGTE-INSTELLING! Als u o dan 300 meter boven de zeespiegel gaat duiken, moet hoogte instellen om de duikcomputer de juiste decompress te laten berekenen. De duikcomputer is niet bedoeld vo op meer dan 3000 meter boven de zeespiegel. Als u hoogte hebt ingesteld of boven de maximale hoogtelimie duiken, zijn de duik- en planningsgegevens onjuist.
WAARSCHUWING
SELECTEER DE JUISTE PERSOONLIJKE CORRECTIEFACTOR! Wanneer u meent dat er sprake factoren die zorgen voor een verhoogde kans op decompressieziekte, kunt met deze optie de berekeninger behoudender maken. Als u niet de juiste persoonlijke correctiefactor instelt, zijn de duik- en planningsgegevens
WAARSCHUWING
OVERSCHRIJD NOOIT DE MAXIMALE OPSTIJGSNELHEID Een te snelle opstijging vergroot de kans op lichamelijk Maak altijd de verplichte en aanbevolen veiligheidsstops u de maximale aanbevolen opstijgsnelheid hebt overschre Als u de verplichte veiligheidsstop niet maakt, wordt da uw volgende duik(en) in het decompressiemodel rekening gehouden.
WAARSCHUWING
DE WERKELIJKE OPSTIJGTIJD KAN LANGER ZIJN DAN TIJD DIE DOOR HET APPARAAT WORDT WEERGEGEVEN De vereiste opstijgtijd neemt toe als u:
- langer op diepte blijft
• langzamer dan 10 meter per minuut stijgt of - een decompressiestop onder het decompressieplafond maak Houd er rekening mee dat deze factoren ook van invloed de hoeveelheid lucht die u nodig hebt om de oppervlakte bereiken.
WAARSCHUWING
STIJG NOOIT OP TOT BOVEN HET DECOMPRESSIEPLAFOND! U mag nooit opstijgen tot boven het decompressieplafond. Om te voorkomen dat u dit per doet, is het raadzaam altijd iets onder het decompressiepla te blijven.
WAARSCHUWING
DUIK NIET MET VERRIJKTE LUCHT ALS U DE FLESINH NIET PERSOONLIJK HEBT GECONTROLEERD EN DE MENGSELSAMENSTELLING NIET IN DE DUIKCOMPUTER HEBT INGEVOERD. Als u de cilinder niet controleert en k O₂% niet in de duikcomputer invoert, leidt dit tot onjuiste duikplanningsgegevens.
WAARSCHUWING
DUIK NIET MET EEN GASMENGSEL ALS U DE FLES NIET PERSOONLIJK HEBT GECONTROLEERD EN DE MENGSELSAMENSTELLING NIET IN DE DUIKCOMPUTER HEBT INGEVOERD. Als u de cilinder niet controleert e gaswaarden niet op de juiste plaats in de duikcomputer leidt dit tot onjuiste duikplanningsgegevens.
WAARSCHUWING
Duiken met luchtmengsels brengt specifieke risico's met die anders zijn dan bij het duiken met perslucht. Het van en omgaan met deze niet voor de hand liggende vereist speciale training. Onderschatting van deze risico's ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben.
WAARSCHUWING
Wanneer u naar een plaats reist die op grotere hoogt het evenwicht tussen de partiële stikstofdruk en die var omgeving tijdelijk verstoord raken. Het wordt daarom aan na aankomst ten minste drie uur te wachten voordat u
WAARSCHUWING
WANNEER DE AANDUIDING VAN DE OLF-WAARDE AANGEEFT DAT DE MAXIMALE WAARDE IS BEREIKT, U ONMIDDELLIJK ACTIE TE ONDERNEMEN OM DE ZUURSTOFBLOOTSTELLING TE VERLAGEN. Als u na f afgaan van het alarm geen actie onderneemt, kan het zuurstofvergiftiging snel toenemen met ernstig letsel of a tot gevolg.
WAARSCHUWING
Suunto adviseert freediving alleen te beoefenen na het volg van een speciale opleiding waarbij aandacht wordt geschonk aan de speciale technieken en de fysiologische aspecten v apneaduiken. Een duikcomputer kan de noodzaak van goed duikopleiding niet wegnemen. Onvoldoende of slechte training kunnen leiden tot het maken van fouten die ernstig letsel dood tot gevolg kunnen hebben.
WAARSCHUWING
Als meer duikers in hetzelfde gebied gebruik maken van de duikcomputer met draadloze verbinding, dient u voor de du te gaan of elke duiker een andere code gebruikt.
WAARSCHUWING
Gebruik van het programma Suunto Dive Planner kan nooi vervanging zijn voor een goede duiktraining. Duiken met gasmengsels brengt gevaren met zich mee waarmee duikers duiken met lucht, niet bekend zijn. Duikers die duiken met triox, heliox en nitrox of al deze mengsels, moeten een gespecialiseerde training hebben gevolgd voor het type duik ze uitvoeren.
WAARSCHUWING
Gebruik altijd realistische SAC-snelheden en conservatieve schakeldrukken voor het plannen van een duik. Een te optimistische of onjuiste gasplanning kan resulteren in onvoldoende ademgas tijdens decompressie of in een grot wrak.
WAARSCHUWING
CONTROLEER HET INSTRUMENT OP WATERDICHTHEID Vocht in het apparaat en/of batterijvak kan het instrume beschadigen. Laat onderhoud en reparatie alleen uitvoere een erkend SUUNTO servicecentrum.
LET OP
Til of draag een fles nooit aan de draadloze flesdrukze hierdoor de afsluiting kan breken en de eenheid kan als uw fles valt terwijl de zender is bevestigd op de van de automaat, dient u te controleren of de zender is voordat u ermee duikt.
OPMERKING
Zolang het vliegverbod van kracht is, kunt u niet over naar de modus AIR na een duik in de modus NITRO Wanneer u in één serie duiken wilt maken met zowel als nitrox, moet u het instrument instellen op de modu en het gasmengsel overeenkomstig wijzigen.
OPMERKING
In de modus GAUGE is het vliegverbod altijd 48 uur.
3. GEBRUIKERSINTERFACE VAN SUUNTO


OPMERKING
Als er gedurende vijf minuten niet op een knop wordt ge wordt klinkt er een geluidssignaal en wordt automatisch overgeschakeld naar de modus TIME.
3.1. Navigeren in de menu's
De Suunto D6i beschikt over vier hoofdmodi: de modus TIME (tijd), de modus E (duiken), de modus PLAN (plannen) en de modus MEM (geheugen). De Suunto ook de submodus COMPASS (kompas) die kan worden geactiveerd vanuit de m TIME of DIVE, en een submodus APNEA TIMER die kan worden geactiveerd va de submodus TIME. U schakelt tussen de hoofdmodi met de knop MODE. Als u submodus wilt selecteren in de modi DIVE en MEM, drukt u op de knoppen UP/

3.2. Symbolen en functies van knoppen
De volgende tabel geeft een overzicht van de hoofdfuncties van de knoppen op duikcomputer. Een uitgebreide beschrijving van de knopfuncties vindt u in de desbetreffende paragrafen van de gebruikershandleiding.
Tabel 3.1. Symbolen en functies van knoppen
| HoofdfunctiesDrukkenKnopSymbol | ||||
![]() | KortMO | Schakelen tussen hoofdmodiSchakelen van submodus naar hoofdmodusDisplayverlichting inschakelen in de modus DIVE | ||
![]() | LangMO | Displayverlichting inschakelen in andere modiStopwatch inschakelen in de modus DIVE | ||
![]() | KortSE | EET submodus selecterenInstellingen selecteren en accepterenStopwatch stoppen of starten in de modus DIVEDaghistorie weergeven in de modus FREE (modus vrij duiken) | ||
![]() | Kompas inschakelen in de modi TIME en DIVELang | |||
| HoofdfunctiesDrukkenKnopSymbool | |||
![]() | KortUP | Schakelen tussen alternatieve venstersSubmodus wijzigenWaarden verhogen | |
![]() | LangUP | Schakelen tussen gasmengsels activeren in de modus NITROXApnea Timer activeren in de modus TIME | |
![]() | KortDOV | Schakelen tussen alternatieve venstersSubmodus wijzigenWaarden verminderen | |
![]() | LangDOV | Winstellingsmodus openenSchakelen tussen venster voor decompressieplafen resterende luchttijd |
4. AAN DE SLAG
Als u optimaal van uw Suunto D6i gebruik wilt kunnen maken, is het belangrijk tijd te nemen om het apparaat aan uw persoonlijke voorkeuren aan te passen e uw duikcomputer te maken. Stel de juiste tijd en datum in en geef de gewenste instellingen op voor alarmen en geluidssignalen, de eenheden en de displayverlich Kalibreer en test vervolgens de kompasfunctie.
De Suunto D6i is een zeer gebruiksvriendelijke duikcomputer en u zult snel met functies van het apparaat vertrouwd raken. Zorg dat u voldoende kennis hebt ov het apparaat en dat u de instellingen aan uw voorkeuren hebt aangepast VOOR u ermee gaat duiken.
4.1. Instellingen voor de modus TIME
Het eerste dat u op de Suunto D6i wilt instellen, zijn waarschijnlijk de shortcuts de modus TIME: tijd, alarm, dual time, datum, eenheden, displayverlichting, contraren geluidssignalen.
In de volgende afbeelding ziet u hoe u schakelt tussen de verschillende shortcut de modus TIME:


OPMERKING
Het secondevenster wordt na vijf minuten vervangen door i datumvenster om de batterij te sparen.

OPMERKING
Het venster wordt verlicht als u de knop MODE langer c seconden ingedrukt houdt.
Nu u weet hoe u kunt overschakelen tussen de alternatieve displays, kunt u deze instellen.
In de afbeelding hieronder ziet u hoe u het menu TIME Settings opent.

DRUK OP DE KNOPPEN UP/DOWN OM TE SCHAKELEN TUSSEN ALARM, TIJD, DUAL TIME, DATUM, EENHEDEN, CONTRAST EN GELUIDSSIGNALEN.
4.1.1. Het alarm instellen
Deze Suunto-duikcomputer is voorzien van een dagalarmfunctie. U kunt instellen dat het alarm één keer, op weekdagen of elke dag wordt geactiveerd.Wanneer het dagalarm wordt geactiveerd, knippert de display en klinkt het alarm gedurende 60 seconden. Druk op een willekeurige knop om het alarm te beëindigen.

STEL IN MET DE KNOPPEN UP/DOWN. BEVESTIG MET DE KNOP SELECT.
4.1.2. De tijd instellen
In de modus Time setting kunt u de uren, minuten en seconden instellen en kunt u bovendien kiezen tussen de 12- en 24-uursweergave.

4.1.3. Dual time instellen
In de modus Dual Time setting kunt u de uren en minuten van een tweede tijd Dit is handig wanneer u naar een andere tijdzone reist.

STEL IN MET DE KNOPPEN UP/DOWN. BEVESTIG MET DE KNOP SELECT.
4.1.4. De datum instellen
Gebruik de modus Date setting om het jaar, de maand en de dag in te stellen. van de week wordt automatisch berekend in overeenstemming met de datum. In metrische eenheden wordt de datum weergegeven als DD/MM, en in Engelse eenhals MM/DD.

STEL IN MET DE KNOPPEN UP/DOWN. BEVESTIG MET DE KNOP SELECT.
4.1.5. De eenheden instellen
In de modus Units setting kunt u instellen of waarden worden weergegeven in metrisch of Engelse eenheden (meters/feet, Celsius/Fahrenheit, enzovoort).

4.1.6. De displayverlichting instellen
In de modus Backlight setting schakelt u de displayverlichting in en uit en bepaalt u hoe lang deze blijft aanstaan (5, 10, 20, 30 of 60 seconden).
OPMERKING
Als de displayverlichting is uitgeschakeld, gaat deze niet br. wanneer er een alarm klinkt.

4.1.7. Instellen van het contrast.
In de modus Contrast setting kunt u het contrast van de display instellen (het waardebereik is van 0 tot 10).

4.1.8. Geluidssignalen in-/uitschakelen.
In de modus Tone setting kunt u de geluidssignalen in- en uitschakelen.

OPMERKING Als de tonen uit zijn, zijn er geen geluidssignalen.
4.2. Stopwatch
Met de functie Stopwatch in de Suunto D6i kunt u de verstreken tijd en tussent meten.
U kunt bovendien een afzonderlijke stopwatch (duiktimer) gebruiken in de modus DIVE. Raadpleeg voor meer informatie Paragraaf 6.1.6, "Stopwatch (timer)".

DRUK OP DE KNOP DOWN OM STOPWATCH TE STARTEN EN EEN TUSSENTIJD OP TE NEMEN. MET DE KNOP UP STOPT U DE STOPWATCH. ALS U TUSSENTIJDEN HEBT OPGENOMEN, KUNT U HIERDOOR BLADEREN DOOR DE KNOP UP KORT IN TE DRUKKEN. HOUD DE KNOP UP INGEDRUKT OM DE STOPWATCH TE RESETTEN.
4.3. AC-watercontacten
Het watercontact voor gegevensoverdracht bevindt zich aan de zijkant van het apparaat. Onder water worden de watercontactpolen verbonden met de geleiding var het water en verschijnt de aanduiding 'AC' in de display. De aanduiding AC wordt weergegeven totdat het watercontact wordt uitgeschakeld.

ZODRA DE DUIKCOMPUTER IN CONTACT MET WATER KOMT, VERSCHIJNT RECHTSBOVEN IN DE DISPLAY DE AANDUIDING 'AC'. DE MODUS 'DIVE' IS NU ACTIEF.
De automatische activering kan mislukken als gevolg van vuil op het watercontact Daarom is het belangrijk om het watercontact schoon te houden. Het contact ka worden gereinigd met schoon water en een zachte borstel, bijvoorbeeld een tandenborstel.
DIEPTE-SENSOR

WATER-/DATASENSOR
OPMERKING
Het watercontact kan automatisch worden geactiveerd als en water of vocht op komt. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als van zweten of wanneer u uw handen wast. Als het water wordt geactiveerd in de modus TIME, verschijnt het symbo op de display totdat het watercontact wordt gedeactiveerd. de batterij wilt sparen, moet u het watercontact uitschakele het te reinigen en/of af te drogen met een zachte doek.
4.4. Het kompas gebruiken
De Suunto D6i beschikt over een geïntegreerd kompas dat u kunt gebruiken tijdens het duiken en op vaste wal. U start het kompas via de modus DIVE of de modus

IN DE MODUS TIME WORDEN ONDER IN DE DISPLAY DE TIJD EN KOERS WEERGEGEVEN.
IN DE MODUS DIVE WORDEN DE HUIDIGE DIEPTE EN TIJD OF MAXIMUMDIEPTE, FLESDRUK, EN KOERS OF DUIKTIJD OF TEMPERATUUR WEERGEGEVEN.

OPMERKING
Nadat u het kompas via de modus DIVE hebt gestart, tussen de verschillende vensters overschakelen met de UP/DOWN.
Op de Suunto D6i wordt het kompas grafisch weergegeven als een kompasroos. de roos worden de windstreken weergegeven. De huidige richting wordt ook num weergegeven.
4.4.2. Een koers vergrendelen
U kunt een koers vergrendelen om een geselecteerd parcours te volgen. De vergrendelde koers wordt aangegeven door richtingspijlen. De laatste vergrendelde koers wordt opgeslagen en is beschikbaar de volgende keer dat u het kompas ac In de modus DIVE worden de vergrendelde koersen ook opgeslagen in het logb

De Suunto D6i biedt ook hulp bij zwemmen in vierkante en driehoekige patroner bij het terugkeren. Hiervoor kunt u de grafische symbolen volgen die in het mid van het kompasvenster worden weergegeven:
Tabel 4.1. Symbolen voor vergrendelde koersen
| UitlegSymbool | |
![]() | U gaat in de richting van de vergrendelde koers |
![]() | U bevindt zich op 90 (of 270) graden van de vergrendelde koers |
![]() | U bevindt zich op 180 graden van de vergrendelde koers |
![]() | U bevindt zich op 120 (of 240) graden van de vergrendelde koers |
4.4.3. Kompasinstellingen
U kunt de kompasinstellingen vastleggen (kalibratie, declinatie en time-out) in de modus COMPASS:

Kalibratie
Vanwege de wijzigingen in het omringende magnetische veld, moet het elektronis kompas van de Suunto D6i zo nu en dan opnieuw worden gekalibreerd. Tijdens kalibratieproces, wordt het kompas aangepast aan het omringende magnetische v. Als basisregel moet u het kompas kalibreren wanneer het niet goed lijkt te we of nadat u de batterij van de duikcomputer hebt vervangen.

OPMERKING
Het kalibratieproces wordt automatisch gestart als u het voor de eerste keer gebruikt.
Krachtige elektromagnetische velden, die bijvoorbeeld worden veroorzaakt door hoogspanningskabels, luidsprekers en magneten, kunnen de kalibratie van het kom beïnvloeden. Het is daarom raadzaam het kompas te kalibreren als uw Suunto I aan dergelijke velden is blootgesteld.

OPMERKING
Wanneer u verre reizen maakt, wordt het aangeraden (kompas op de nieuwe locatie opnieuw kalibreert voordat gebruikt.

OPMERKING
Zorg dat u de Suunto D6i tijdens het kalibratieproces
Het kompas kalibreren:

HOUD HET APPARAAT VLAK EN DRAAI HET LANGZAAM 360° ROND.

DRAAI HET APPARAAT DAARNA LANGZAAM 90° IN EEN VERTICALE POSITIE.
Als de kalibratie verschillende keren achtereen mislukt, bevindt u zich mogelijk in een omgeving met magnetische bronnen, zoals grote metalen objecten,
hoogspanningskabels of elektrische apparaten. Ga naar een andere plaats en probeer het kompas opnieuw te kalibreren. Neem contact op met een erkende Suunto-dealer als de kalibratie blijft mislukken.
Declinatie
U kunt het verschil tussen het werkelijke noorden en het magnetische noorden compenseren door de kompasafwijking aan te passen. U kunt de declinatie bijvoorl vinden op zeekaarten of topografische kaarten van de lokale omgeving.

U kunt de time-out van het kompas instellen op 1 tot en met 20 minuten. Als ge de ingestelde tijd niet op een knop wordt gedrukt, wordt de modus COMPASS v en keert de duikcomputer terug naar de modus TIME of DIVE.

STEL IN MET DE KNOPPEN UP/DOWN. BEVESTIG MET DE KNOP SELECT.
U kunt de modus COMPASS ook sluiten door de knop SELECT enige tijd ingec te houden.
4.5. Apnea Timer
U kunt de functie Apnea Timer gebruiken voor intervaltraining tijdens freediving. Voe de volgende stappen uit om de Apnea Timer in te stellen:
- Druk lang op UP in de modus TIME om de Apnea Timer te activeren.
- Druk in de Apnea Timer lang op DOWN om naar de instellingen te gaan waarin u de duur van de ventilatieperiode en de incrementele toename/afname van de tijd voor elke cyclus (herhaling) kunt vastleggen. U kunt de waarden aanpassen met de knop UP en DOWN.
- Druk kort op SELECT en leg het aantal cycli vast.
- Start de eerste cyclus door kort op DOWN te drukken.
De timer telt de ventilatietijd af. Dit wordt ook aangegeven door twee korte pieptonen. - Druk kort op DOWN om de Apneacyclus te starten. Druk opnieuw op DOWN wanneer een nieuwe ventilatiecyclus begint. Herhaal dit tot het einde van het vastgelegde aantal cycli.
U kunt de apneatimer terugzetten door lang te drukken op UP.
Met de apneatimer zijn tot 20 cycli mogelijk en het aantal toegestane cycli is afhank van de lengte van de ventilatieperiode en van de incrementele toename/afname. De laatste ventilatieperiode kan niet korter zijn dan 5 seconden of langer dan 20 minute

5. VOOR HET DUIKEN
Ga niet met deze duikcomputer duiken zonder eerst deze gebruikershandleiding - en alle waarschuwingen die erin staan - volledig te hebben gelezen. Zorg dat u precies weet hoe het apparaat moet worden gebruikt, dat u alle beperkingen ervan kent en dat u bekend bent met alle displays. Neem voordat u met de duikcomputer gaat dui contact op met uw Suunto-dealer als u vragen hebt over de handleiding of de duikcomputer.
Onthoud: U BLIJFT ALTIJD ZELF VERANTWOORDELIJK VOOR UW EIGEN VEILIGHEID!
Mits goed gebruikt, is de Suunto D6i voor goedgetrainde, gebrevetteerde duikers een ideaal hulpmiddel voor sportduiken. Een duikcomputer vormt NOOIT EEN VERVANGING VAN EEN OPLEIDING DOOR EEN ERKENDE DUIKINSTRUCTEUR, waarbij onder andere de principes van decompressie aan de orde komen.
WAARSCHUWING
Duiken met luchtmengsels brengt specifieke risico's met zich die anders zijn dan bij het duiken met perslucht. Het lero van en omgaan met deze niet voor de hand liggende ris vereist speciale training. Onderschatting van deze risico's ka ernstig letsel of overlijden tot gevolg hebben.
Ga nooit duiken met andere luchtmengsels dan standaard perslucht zonder hiervoor de juiste training bij een erkende duikschool te hebben gevolgd.
5.1. Het Suunto RGBM
De Suunto D6i maakt gebruik van het Suunto's Reduced Gradient Bubble Model (RGBM) voor het schatten van de hoeveelheid stikstof in opgeloste vorm en gas in het bloed en de weefsels van de duiker. Dit biedt een groot voordeel boven traditionele Haldane-modellen die geen voorspelling kunnen geven over de vormir van gas in vrije toestand. Het Suunto Technical RGBM biedt extra veiligheid doc dit model zich aanpast aan verschillende situaties en duikprofielen.
Met de Suunto D6i kunt u kiezen tussen de traditionele aanbevolen veiligheidssta en dieptestops. Dieptestops zijn veiligheidsstops op diepte die worden gemaakt o de vorming van microbelletjes tot een minimum te beperken.
Om nog beter te kunnen inspelen op situaties met verhoogd risico, is bij deze S duikcomputer een extra categorie stops geïntroduceerd: de verplichte veiligheidssta De combinatie van de verschillende soorten stops is afhankelijk van de gekozen instellingen of de specifieke duikomstandigheden.
Om optimaal te kunnen profiteren van de voordelen die het Suunto Technical RO op het gebied van de veiligheid te bieden heeft, adviseren wij u Paragraaf 5.8. "Dieptestops instellen" en Paragraaf 5.11, "Dieptestops" aandachtig te lezen.
5.2. Noodopstijgingen
In het onwaarschijnlijke geval dat uw duikcomputer tijdens een duik defect raakt, u een gecontroleerde opstijging te maken zoals u dat bij uw opleiding aan een e duikschool hebt geleerd. U kunt ook het volgende doen:
-
Beoordeel de situatie rustig en stijg direct op naar een diepte van minder d meter.
-
Matig vanaf 18 meter uw stijgsnelheid tot 10 meter per minuut en stijg door tot een diepte van 3 tot 6 meter.
- Blijf op deze diepte zolang als uw huidige voorraad lucht dat toelaat. Wacht na het bereiken van de oppervlakte ten minste 24 uur voordat u opnieuw gaat duike. In het geval dat de duikcomputer functioneert maar een vereist gas niet beschikbaar is, kunt u gas van uw duikpartner gebruiken. Dit wordt op de duikcomputer ingestel als secundair gas. De weergegeven ASC TIME (opstijgtijd) is niet correct, maar de decompressie wordt correct berekend.
Als een benodigd gas helemaal niet beschikbaar is, maakt u een zo lang mogelijke decompressiestop door het meest geschikte gas met het hoogste zuurstofgehalte te gebruiken. Houd er rekening mee dat het zuurstofgehalte laag genoeg moet zijn om te voorkomen dat de maximale partiële zuurstofdruk wordt overschreden _2 .(PO
5.3. Beperkingen van duikcomputers
De duikcomputer is gebaseerd op de meest recente inzichten over decompressie. Ondanks gebruik van de modernste technologie kan een computer echter nooit de feitelijke fysiologische gesteldheid van een individuele duiker bepalen. Alle momenteel bekende decompressieschema's, waaronder de US Navy-tabellen, zijn gebaseerd op theoretische wiskundige modellen die zijn bedoeld als richtlijn om de kans op decompressieziekte te beperken.
5.4. Freediving
Freediving, en met name de combinatie van freediving en persluchtduiken, kan risico' met zich meebrengen die nog niet goed zijn onderzocht en daarom niet algemeen bekend zijn.
Zo bestaat er bij alle vormen van apneaduiken altijd het risico op plotselinge bewusteloosheid als de duiker bij het opstijgen in de laatste meters onder de oppervlakte komt (shallow water blackout). Dit komt door de optredende drukversch en het zuurstofgebrek dat hiervan het gevolg is.
Bij apneaduiken vindt altijd opname van stikstof in het bloed en andere snelle we plaats. Doordat de duiker meestal maar kort op grote diepte verblijft, is de conce ervan doorgaans verwaarloosbaar. Mits de inspanning bij het freediving gering is geweest, is het risico van persluchtduiken na apneaduiken klein. Over het omgeke is minder bekend, maar het zorgt waarschijnlijk wel voor een aanmerkelijk groten kans op decompressieziekte. Daarom wordt FREEDIVING NA PERSLUCHTDUIKE STERK AFGERADEN. Wacht na persluchtduiken ten minste twee uur voordat u freedive gaat maken of ga niet dieper dan 5 meter.

WAARSCHUMING
Suunto adviseert freediving alleen te beoefenen na het van een speciale opleiding waarbij aandacht wordt gesch aan de speciale technieken en de fysiologische aspecter apneaduiken. Gebruik van een duikcomputer kan nooit e vervanging zijn voor een goede duiktraining. Onvoldoende slechte training kunnen leiden tot het maken van fouten letsel of overlijden tot gevolg kunnen hebben.
5.5. Akoestische en optische alarmsignalen
De duikcomputer kan akoestische en optische alarmsignalen geven wanneer gevaarlimieten of vooraf ingestelde waarden worden bereikt. De tabel hieronder geeft er overzicht van de verschillende alarmsignalen en de betekenis ervan.
Tabel 5.1. Alarmsignalen van duikcomputer
| DuurGeluidspatroonSo | ||
![]() | 2,4 s geluid + 2.4 s pauzeHoge | |
| Lage prioriteit | 0,8 s geluid + 3,2 s pauze |
Tabel 5.2.
| instructie | BetekenisGeluidspatroonPi | ||
| Omhoog | ![]() | Begin met opstijgen | |
| Begin met afdalenOmlaag | |||
| omhoog | ![]() | Gasmengsel wisselenOmlaag- | |
De visuele informatie op de duikcomputer wordt tijdens de pauze in het alarmsig weergegeven om de batterij te sparen.
Tabel 5.3. Soorten akoestische en optische alarmsignalen
| Reden van alarmSoort alarm | |
| Alarm met hoge prioriteit gevolgd door het piepsigna "Begin met opstijgen", word maximaal drie minuten achtereen herhaald. De waarde PO_2 knippert. | PO_2 -waarde is groter dan de aangepaste waarde.Huidige diepte is te diep voor het gebruikte gasmengsel. U moet direct opstijgen of overschakeler naar een gasmengsel met een lager zuurstofpercentage. |
| Alarm met hoge prioriteit gevolgd door het piepsigna "Begin met afdalen", wordt maximaal drie minuten achtereen herhaald. Het symbool Er (fout) knippert een pijl wijst omlaag. | Decompressieplafond is overschreden. Daal onmiddellijk tot op of onder het decompressieplafond.en |
| Alarm met hoge prioriteit, de keer achter elkaar. Het symbool LANGZAAM knippert. | Maximaal toegestane opstijgsnelheid van 10 meter per minuut is overschreden. Verlaag de opstijgsnelheid. |
| Alarm met lage prioriteit gevolgd door het piepsigna "Begin met opstijgen", twee keer achter elkaar. Het pictogram ASC TIME knippert en een pijl wijst omhoog. | Nultijdduik gaat over in decompressieduik Diepte is onder de decompressie ondergrens. Stijg op tot of boven de decompressieondergrens. |
| Alarm met lage prioriteit gevolgd door het piepsigna "Gasmengsel wisselen", klink één keer. De gasmengselwaarde ( O_2% ) knippert. | Gasmengsel wisselen wordt aanbevolen. Alleen in de ahodus DIVE Nitrox. U moet overschakelen naar een gasmengsel dat geschikter is voor decompressie. ASC TIME veronderstelt dat het gasmengsel is gewijzigd. De waarde is alleen correct als u het gasmengsel aanpast. |
| Alarm met lage prioriteit gevolgd door het piepsigna "Begin met afdalen", gedurende het overschrijden van de dieptestop. Het symbool DEEPSTOP knippert en een pijl wijst omlaag. | Verplichte veiligheidsstop genegeerd. U moet dalen om de dieptestop te voltooien. |
| Alarm met lage prioriteit gevolgd door twee korte piepsignalen, klinkt één keer.De pictogram DIEPTESTOP en timer worden afgebeeld. | Verplichte veiligheidsstop is bereikt. Maak de verplichte dieptestop zolang als wordt aangegeven door de time. |
| Alarm met lage prioriteit, twee keer achter elkaar. De waar Flesdruk knippert. | Flesdruk bereikt de geselecteerde alarmwaarde, 10 - 20 bar. Flesdruk bereikt de vaste alarmwaarde, 50 bar. Dit alarm werkt alleen als de paring aan de draadloze flesdrukzender correct is uitgevoerd en de verzending van flesdrukgegevens tijdens de duik niet wordt onderbroken. U kunt het alarm uitschakelen. |
| Alarm met lage prioriteit, twee keer achter elkaar. De OLF%-waarde knippert als deitschakelen. PO_2 -waarde groter is dan 0,5 bar. | De OLF-waarde heeft de vaste 80% of 100% bereik Alleen in de modus DIVE Nitrox. U kunt het alarm deitschakelen. |
| Alarm met lage prioriteit, twee keer achter elkaar. De waar Maximumdiepte knippert. | De geselecteerde diepte (3 - 120 m) is overschreden. De vaste maximumdiepte (120 m) is overschreden. U kunt het alarm uitschakelen. |
| Alarm met lage prioriteit, twee keer achter elkaar. De waar Duiktijd knippert. | De geselecteerde duiktijd (1 - 999 min) is overschreden. U kunt het alarm uitschakelen. |
| Alarm met lage prioriteit, klin één keer. De waarde Maximumdiepte knippert. | Geeft aan dat een bepaalde diepte is bereikt. Alleen in de modus DIVE Free. U kunt het alarm bevestigen. |
| Alarm met lage prioriteit, klin één keer. De aangegeven oppervlaktetijd knippert. | Geeft de lengte van de oppervlaktetijd voor een nieuwe duik aan. Alleen in de modus DIVE Free. U kunt het alarm uitschakelen. |

OPMERKING
Als de displayverlichting is uitgeschakeld, gaat deze niet br. wanneer een alarm wordt geactiveerd.

OPMERKING
Als de geluidssignalen zijn uitgeschakeld, zijn de alarmen i hoorbaar als er een alarm wordt geactiveerd.

WAARSCHUWING
WANNEER DE AANDUIDING VAN DE OLF-WAARDE AANGEEFT DAT DE MAXIMALE WAARDE IS BEREIKT, DU ONMIDDELLIJK ACTIE TE ONDERNEMEN OM DE ZUURSTOFBLOOTSTELLING TE VERLAGEN. Als u na het afgaan van het alarm geen actie onderneemt, kan het riszuurstofvergiftiging snel toenemen met ernstig letsel of overlie tot gevolg.
5.6. Activering van de modus Error
De duikcomputer geeft waarschuwingssignalen in bepaalde situaties waarin het ris op decompressieziekte sterk toeneemt. Wanneer u niet op deze signalen reageer wordt de modus Error geactiveerd, wat erop duidt dat het risico op decompressie sterk is toegenomen. Als u de werking van de duikcomputer goed begrijpt en vers met het apparaat omgaat, is het echter onwaarschijnlijk dat u ooit in een situatie terechtkomt waarin de modus Error wordt geactiveerd.
Overgeslagen decompressiestops
De modus Error wordt geactiveerd als u een decompressiestop overslaat, bijvoorb als u langer dan drie minuten boven het decompressieplafond blijft. Gedurende c drie minuten wordt in de display de aanduiding 'Er' weergegeven en klinken con geluidssignalen. Daarna wordt de modus Error permanent geactiveerd. Wanneer u binnen drie minuten terugkeert tot onder het decompressieplafond, gaat het appa weer normaal functioneren.
Als de modus Error permanent is geactiveerd op de duikcomputer, wordt alleen waarschuwing 'Er' weergegeven in het middelste displaysegment. Er worden geer tijden voor opstijgen of stops meer weergegeven. Alle andere displayaanduidinger zijn echter normaal te zien, zodat u genoeg informatie krijgt om veilig de opperv te bereiken. U dient direct naar een diepte van 3 tot 6 meter te gaan en daar zolang uw luchtvoorraad dit toelaat.
Nadat u boven bent gekomen, mag u minimaal 48 uur niet duiken. Zolang de n Error permanent actief is, wordt de aanduiding 'Er' in het middelste displaysegme weergegeven en kan de duikplanner niet worden geactiveerd.
5.7. Draadloze verbinding
Om de zender te kunnen gebruiken, moeten de instellingen van de Suunto D6i word aangepast. Zie Paragraaf 5.8.3, "Paring van flesdruk instellen" voor meer inform over het in- of uitschakelen van de draadloze verbinding.
5.7.1. Monteren van de draadloze zender
Laat de zender bij voorkeur direct bij aanschaf van de Suunto D6i door de Suunto-dealer op de eerste trap van uw ademautomaat monteren.
Mocht u de zender zelf willen monteren, ga dan als volgt te werk:
- Verwijder met behulp van een geschikt gereedschap de afdichting van de hogedrukpoort van de eerste trap van uw ademautomaat.
- Draai de hogedruktzender van de Suunto D6i handvast aan op de hogedrukpoor van de ademautomaat. NIET TE VAST AANDRAAIEN! Het maximale aanhaalmoment bedraagt 6 Nm. Een luchtdichte afdichting vindt plaats met een statische O-ring, niet door veel kracht!
- Bevestig de ademautomaat op de persluchtfles en draai de kraan langzaam oper Controleer de afdichting op lekkage door de eerste trap van de automaat onder water te dompelen. Controleer bij lekkage de conditie van de O-ring en de afdichtingsoppervlakken.
5.7.2. Paren en coderen
Om gegevensoverdracht via de draadloze verbinding mogelijk te maken, moeten de zender en de Suunto D6i worden gepaard. Tijdens de paringsprocedure wordt de duikcomputer vergrendeld op de code van de zender.
De zender wordt geactiveerd als de druk hoger wordt dan 15 bar en begint daa met het verzenden van de huidige flesdruk samen met een codenummer. Bij het slaat de Suunto duikcomputer dat codenummer op en vervolgens wordt alleen de drukwaarde in de display weergegeven die bij die specifieke code is ontvangen. wordt het verwisselen van gegevens voorkomen wanneer meer duikers in hetzelf gebied gebruik maken van een draadloze Suunto-zender.
Wanneer er geen code is opgeslagen, verschijnt in de display van de Suunto D aanduiding 'cd:--'. Uit voorzorg wordt dan de ontvangstgevoeligheid beperkt, zodaal alleen nog gegevens op zeer korte afstand worden ontvangen (0,1-0,5 m). Het knippersignaal wordt niet weergegeven in deze fase. Wanneer u de Suunto D6i bij de zender brengt, zal de code alsnog worden opgeslagen. Het ontvangstberei wordt weer normaal en alleen de bij de code horende drukwaarde wordt weergege

OPMERKING
De paringsprocedure hoeft maar één keer, voor het eers te worden uitgevoerd. U hoeft de paring niet opnieuw u tenzij u de zender vervangt door een nieuwe of als duiker in uw groep dezelfde code gebruikt als u.
Om de zender aan de Suunto D6i duikcomputer te paren, doet u het volgende:
-
Controleer of de zender goed op de hogedrukpoort van de ademautomaat is bevestigd en of de automaat goed op de fles is bevestigd.
-
Zorg dat de D6i aan is en dat de draadloze integratie ingeschakeld is in de instellingen van de Suunto D6i (Tank Press staat op ON. Raadpleeg voor meer informatie Paragraaf 5.8.3, "Paring van flesdruk instellen"). Als de D6i in de TIME is, activeert u de modus DIVE door kort te drukken op de knop MODE. Linksonder in het venster van de display van de D6i moet nu de aanduiding 'o -' verschijnen.
- Draai nu langzaam de kraan van de persluchtfles open en zet het systeem ond druk. De zender wordt geactiveerd bij een druk hoger dan 15 bar.
- Houd de Suunto D6i dicht bij de zender. In de display verschijnt nu kort het geselecteerde codenummer en daarna wordt de huidige flesdruk weergegeven. Telkens wanneer de Suunto D6i een geldig signaal ontvangt, wordt de indicator van de draadloze zender (knipperend symbool van een bliksemschicht) weergegeven.
WAARSCHUWING
Als meer duikers in hetzelfde gebied gebruikmaken van een draadloze Suunto-zender, dient u voor de duik na te gaar duiker een andere code gebruikt.
Als meerdere duikers dezelfde gebruiken, moet de code van de zender vóór het duik worden gewijzigd.
Ga als volgt te werk om een nieuwe zendercode toe te wijzen:
-
Draai nu langzaam de kraan van de persluchtfles open om het systeem onder druk te zetten.
-
Sluit de tankkraan onmiddellijk en laat snel druk uit de ademautomaat ontsna zodat de druk wordt teruggebracht tot minder dan 10 bar. Wacht ongeveer seconden en open de kraan van de persluchtfles langzaam totdat de druk w hoger is dan 15 bar.
De zender wijst automatisch een nieuwe code toe.

OPMERKING
Om de zender met de nieuwe code te paren, moet code eerst worden gewist.
Ga als volgt te werk om de zender met de nieuwe code en de Suunto D6i duik opnieuw te paren:
- Activeer de modus DIVE van de Suunto D6i en druk lang op de knop DOV de duikinstellingen te openen. Ga naar het menu Tank Press Pairing (zie Paragraaf 5.8.3, "Paring van flesdruk instellen"). Druk kort op de knop S om de selectie flesdruk ON/OFF over te slaan (de verzending van de flesdruk moet aan blijven).

- In het volgende menu wordt een codenummer weergegeven. Wis de code d kort op de knop UP te drukken (schakelen van "Ok" naar "Clear"), en druk knop SELECT.

- Druk kort op de knop MODE om de duikinstellingen te verlaten.
- Houd de Suunto D6i dicht bij de zender (het systeem moet een druk van meer dan 15 bar hebben). De duikcomputer geeft u het ontvangen nieuwe codenumme weer en begint met het weergeven van de verzonden flesdruk. Telkens wanneer de Suunto D6i een geldig signaal ontvangt, wordt de indicator van de draadloze zender (symbool van een bliksemschicht) weergegeven.
OPMERKING
Om batterijenergie te sparen, gaat de zender over naar d spaarstand met een lagere transmissiesnelheid als de flesdr langer dan vijf (5) minuten ongewijzigd blijft. De zender bu verzenden met de opgeslagen code zodra er een verander de druk wordt gedetecteerd (als de gebruiker bijvoorbeeld wisknop druk of ademt met de ademautomaat).
5.7.3. Gegevensoverdracht
Na het paren van de Suunto aan de zender ontvangt de Suunto D6i gegevens ove de flesdruk van de zender. De gemeten flesdruk wordt weergegeven in bar of psi, afhankelijk van de gekozen eenheid. Elke keer dat de Suunto D6i een geldig signaat ontvangt, wordt linksonder het pictogram van een bliksemschicht weergegeven.
Tabel 5.4. Displayaanduidingen m.b.t. de flesdruk
| aanduiding | AfbeeldingBete | |
| Cd:-- | Geen code opgeslagen, de Suunto is gereed voor paken aan de zender. | Aen |
| Cd:10 | Code instellen. Codenummer kan tussen 01-40 zijn. | B |
| - - - | Het symbool van de bliksemschicht knippert. Flesdruk os hoger dan toegestane limiet (meer dan 360 bar). | |
| no connaanduiding | De tekst "no conn" wordt weergegeven als de eenheid geen gegevenspakketten ontvangt van de zender.Er zijn langer dan 1 minuut geen flesdrukgegevens ontvangen. De laatst gemeten flesdruk wordt afwisselend weergegeven. Het symbool van de bliksemschicht wordt niet weergegeven.De zender bevindt zich buiten het ontvangstbereik (>1,2 m), staat in de standby-stand of op een ander kanaal.Activeer de zender door uit de automaat te ademen en breng de Suunto D-series dichter bij de zender. Controleer vervolgens of het symbool van de bliksemschicht verschijnt. Als dit niet het geval is, wist u de code op de Suunto D-series. | AfbeeldingBeteker |
| batt | De batterij van de zender is bijna leeg. De gemeten E flesdruk wordt afwisselend weergegeven. Vervang de batterij! |

5.8. Instellingen voor de modus DIVE
De Suunto D6i beschikt over een aantal functies die door de gebruiker kunnen wordt ingesteld, zoals alarmen voor het overschrijden van zelf ingestelde diepte- en tijdlimieten. Welke instellingen in de modus DIVE beschikbaar zijn, is afhankelijk van de geselecteerde submodus (AIR, NITROX, GAUGE, FREE), zo zijn bijvoorbeeld de instellingen voor nitrox alleen beschikbaar in de submodus NITROX.
In de tabel hieronder ziet u welke duikinstellingen in de verschillende submodi van DIVE beschikbaar zijn.
Tabel 5.5. Instellingen voor de modus DIVE
| modus AIRInstellingNITROX | modus FREEmod | ||
| XNitrox | |||
| XXPersoonlijk/Hoogte | |||
| flesdruk | XXXParen van | ||
| XXXFlesdrukalarm | |||
| diepte | |||
| oppervlaktetijd | |||
| XXDieptestop | |||
| XXLuchttijd | |||
In de volgende afbeelding ziet u hoe u het menu voor de modus DIVE opent.


OPMERKING
Sommige instellingen kunnen pas vijf (5) minuten na afloop een duik worden gewijzigd.
5.8.1. De nitrox-waarden instellen
Wanneer de modus NITROX is ingesteld, dient u altijd het juiste zuurstofpercentage (en het percentage andere gassen) van het mengsel in de fles in te voeren: alleen dan kunt u erop vertrouwen de alle stikstof- en zuurstofgerelateerde berekeningen juist zijn.
In de modus NITROX wordt, op basis van de gekozen instelling, de maximale gebruiksdiepte weergegeven. Nadat u waarden hebt ingevoerd voor Mix1, kunt u aanvullende mengsels instellen: Mix2 en Mix3. U kunt Mix2 en Mix3 instellen op 'Primary', 'Secondary' of 'Off'. Stel het gasmengsel in op 'Primary' als u het wilt gebruiken voor decompressie. Stel het gasmengsel in als "Secondary" als dit gasmengsel alleen bestemd is als back-up of voor noodgevallen (bijvoorbeeld als duikpartner een ander gasmengsel gebruikt dan uw primaire gasmengsel). Bij de decompressieberekeningen wordt geen rekening gehouden met het secundaire gasmengsel, tenzij u dit inschakelt. Mix1 wordt altijd ingesteld als het primaire gasmengsel. Het standaard zuurstofpercentage (Q 2 %) is 21% (perslucht) en de maximale partiële zuurstofdruk (P 2 ) is 1,4 bar.
Om de kans op fouten tijdens het duiken zo klein mogelijk te maken, dient u de gasmengsels in te stellen in de volgorde waarin u ze onder water gaat gebruiker. Geef een mengsel met een hoger zuurstofpercentage daarom een hoger nummen aangezien u dit mengsel tijdens de duik normaal gesproken later gebruikt. Schak voor een duik alleen de gasmengsels in die daadwerkelijk beschikbaar zijn en cont altijd de ingestelde waarden.
De berekening van de ASC TIME is gebaseerd op de veronderstelling dat u het stijgprofiel direct start en dat u overschakelt naar de primaire gasmengsels die z ingesteld als primair, zodra de maximale gebruiksdiepte dit toestaat. Dit betekent als u de gasmengsels gebruikt die zijn ingesteld als primair, het op dat moment c opstijgschema wordt berekend.
Als u het meest pessimistische opstijgschema wilt weergeven (een schema voor een situatie waarin het gasmengsel helemaal niet wordt gewisseld), kunt u het gasmengse of de gasmengsels instellen als secundair gasmengsel. De tijd die nodig is om decompressie te voltooien met het huidige ademgas, wordt dan getoond als de ASC time (opstijgtijd). Het kan voorkomen dat de opstijgtijd voor het meest pessimistische opstijgschema tijdens een lange duik niet in het gereserveerde veld past. De duikcomputer geeft dan "---" weer (max. 199 min).

STEL IN MET DE KNOPPEN UP/DOWN. BEVESTIG MET DE KNOP SELECT.
U KUNT O₂ SNEL OMSTELLEN VAN 21% NAAR 99% DOOR TE DRUKKEN OP DOWN.
OPMERKING
Houd er bij het instellen van gasmengsels rekening mee berekende maximale gebruiksdiepte wordt weergegeven in het bovenste veld. U kunt niet overschakelen naar dit gasmeng voordat u bent opgestegen boven deze diepte.
5.8.2. Hoogte en persoonlijke correctiefactor aanpassen
De huidige instellingen voor de persoonlijke en hoogte correctiefactor worden weergegeven in het startvenster van de modus DIVE. Als de getoonde instellingen niet overeenkomen met de huidige hoogte boven zeeniveau of uw lichamelijke cor (zie Paragraaf 5.9.4, "Bergmeerduiken" en Paragraaf 5.9.5, "Persoonlijke factoren"), dient u altijd de juiste waarden in te stellen voordat u gaat duiken. Met de func Altitude Adjustment (hoogte-aanpassing) kunt u de juiste hoogte boven zeeniveau selecteren en met de functie Personal Adjustment (persoonlijke correctiefactor) ku u het decompressiemodel behoudender maken.

5.8.3. Paring van flesdruk instellen
In de modus voor het instellen van de flesdruk kan de draadloze verbinding wor in- of uitgeschakeld, afhankelijk van het feit of de draadloze drukzender wordt gel Wanneer deze optie op 'OFF' staat ingesteld, worden er geen drukgegevens ontva en wordt er geen flesdruk gerelateerde informatie weergegeven. Met deze optie l u de geselecteerde zendercode verifiëren en de opgeslagen zendercode wissen. u de code wist, kan de zender opnieuw worden gepaard. Dit kan nodig zijn als nieuwe zender wordt gebruikt of als meerdere gebruikers dezelfde zendercode gebruiken.

STEL IN MET DE KNOPPEN UP/DOWN. BEVESTIG MET DE KNOP SELECT.
5.8.4. Het flesdrukalarm instellen
Het flesdrukalarm kan worden ingesteld op 'ON' of 'OFF' in een bereik van 10 - 20 bar. Het alarm is het alarmpunt voor de secundaire flesdruk. Het alarm wordt geactiveerd als de flesdruk onder de ingestelde limiet komt. U kunt dit alarm bevestige. Het alarm bij 50 bar staat echter vast en kan niet worden veranderd. U kunt dit ala bevestigen.

STEL IN MET DE KNOPPEN UP/DOWN. BEVESTIG MET DE KNOP SELECT.
5.8.5. Het dieptealarm instellen
Standaard staat het dieptealarm ingesteld op 30 meter, maar al naar gelang uw voorkeur kunt u een andere waarde instellen of het alarm uitschakelen. Het dieptealar kan worden ingesteld op een waarde tussen 3 m en 120 m.

STEL IN MET DE KNOPPEN UP/DOWN. BEVESTIG MET DE KNOP SELECT.
5.8.6. Het waarschuwingsalarm voor diepte instellen (modus FREE)
U kunt vijf waarschuwingsalarmen voor diepte instellen om een bepaalde diepte te geven, bijvoorbeeld begin van vrije val of vullen van de mond bij freediving.

STEL IN MET DE KNOPPEN UP/DOWN. BEVESTIG MET DE KNOP SELECT.
5.8.7. Het duiktijdalarm instellen
Het duiktijdalarm kan worden geactiveerd en gebruikt voor diverse doeleinden die bijdragen aan uw veiligheid tijdens het duiken.

STEL IN MET DE KNOPPEN UP/DOWN. BEVESTIG MET DE KNOP SELECT.
OPMERKING
U kunt hiermee bijvoorbeeld de geplande maximale duiktijd instellen op een waarde tussen de 1 en 999 minuten.
5.8.8. Het waarschuwingsalarm voor oppervlaktetijd instellen (modus FREE
U kunt een waarschuwingsalarm voor oppervlaktetijd instellen om de lengte van de oppervlaktetijd voor een nieuwe duik aan te geven. De Suunto D6i begint de tijd automatisch te tellen als u aan de oppervlakte komt (bij 0,5 meter).

STEL IN MET DE KNOPPEN UP/DOWN. BEVESTIG MET DE KNOP SELECT.
5.8.9. De meetinterval instellen
De meetinterval van een duikprofiel bepaalt om hoe vaak de diepte, tijd, flesdruk (indien ingeschakeld) en watertemperatuur in het geheugen worden opgeslagen.
De standaardinstelling is 20 seconden.
U kunt de meetinterval van een duikprofiel in de modus FREE instellen op 1, 2 seconden. De meetinterval voor de modus Gauge, perslucht- en nitroxduiken is 20, 30 of 60 seconden.

In de modus voor het instellen van dieptestops van de modus AIR kunt u de die in- of uitschakelen, afhankelijk daarvan of de dieptestops worden gebruikt.

STEL IN MET DE KNOPPEN UP/DOWN. BEVESTIG MET DE KNOP SELECT.
5.8.11. De luchttijd instellen
In de instelmodus Air Time kunt u de weergave van de resterende luchttijd instellen op 'ON' of 'OFF', afhankelijk van het feit of u de weergave van de geschatte restere luchttijd gebruikt of niet. De luchttijd kan alleen worden weergegeven als de draadlo: flesdrukzender wordt gebruikt.

5.8.12. De eenheden instellen
Met deze optie kunt instellen of de waarden worden weergegeven in metrische eenheden (meter/Celsius/bar) of Engelse eenheden (feet/Fahrenheit/psi).

5.9. Activering en controle vooraf
In deze paragraaf leest u hoe u de modus DIVE kunt activeren en staan aanbev over de controles die u moet uitvoeren voordat u het water in gaat.
5.9.1. De modus DIVE starten
De Suunto D6i heeft vier duikmodi: de modus AIR voor duiken met standaard per de modus NITROX voor duiken met mengsels die zijn verrijkt met zuurstof, de r GAUGE voor het gebruik als bodemtimer en de modus Free voor freediving.
Wanneer u de modus DIVE activeert, wordt weergegeven welke submodus actief Met de knoppen UP/DOWN kunt u een andere duikmodus selecteren.

5.9.2. De modus DIVE activeren
De duikcomputer wordt automatisch geactiveerd bij een diepte van 0,5 meter of me tenzij de modus DIVE is ingesteld op OFF. U dient echter de modus DIVE t activeren VOORDAT u gaat duiken om de hoogte en persoonlijke corred de batterijconditie, de zuurstofinstellingen, etc. te controleren.
Na activering worden alle displaysegmenten weergegeven. Daarnaast gaat de displayverlichting kort aan en klinkt er een kort geluidssignaal. Hierna worden de instellingen voor hoogte, persoonlijke correctiefactor weergegeven. Enkele seconden later verschijnen de aanduiding voor de batterijconditie, de maximale gebruiksdiepte (MOD, 66,2 m), 2 % (21%) en P 2 waarde (1,6) weergegeven. Tijdens een duikserie (tussen twee opeenvolgende duiken) wordt de actuele weefselverzadiging grafisch weergegeven. Enkele seconden later verschijnt de aanduiding voor de batterijconditie.
WAARSCHUWING
SUUNTO RAADT SPORTDUIKERS AAN OM NIET DIEPER DUIKEN DAN 40 M OF DE DIEPTE DIE DOOR DE CO WORDT BEREKEND OP BASIS VAN DE GESELECTEERDE WAARDE VOOR 2 EN EEN MAXIMALE 2 VAN 1,4 BAR! Blootstelling aan grotere diepten vergroot het risico van zuurstoftoxiciteit en decompressieziekte.


Na de activeringscyclus dient u een aantal controles uit te voeren om er zeker zijn dat:
- de juiste modus is geactiveerd (AIR/NITROX/GAUGE/FREE) en alle displaysegmenten worden weergegeven
• de batterijcapaciteit toereikend is. - de juiste instellingen voor hoogte, persoonlijke correctiefactor, dieptestops zijn geselecteerd.
- waarden in de gewenste eenheden (metrisch/Engels) worden weergegeven.
- de juiste temperatuur en diepte (0,0 meter) worden aangegeven.
- het geluidssignaal van de alarmfunctie werkt.
Als de modus NITROX is geactiveerd, dient u bovendien te controleren of:
- het juiste aantal gasmengsels is ingesteld en de percentages voor zuurstof overeenkomstig de gemeten nitrox- mengsels in uw flessen
- de maximale partiële zuurstofdruk voor elk mengsel correct is ingesteld
Voor meer informatie over de modus NITROX zie Paragraaf 6.2, "Duiken in de NITROX (DIVE Nitrox)".
De duikcomputer is nu klaar voor gebruik.
5.9.3. Aanduiding batterijspanning
Een lage temperatuur of interne oxidatie kunnen de batterijspanning negatief beïnvloeden. In een koude omgeving of als de duikcomputer langere tijd niet is gebruik kan de waarschuwing voor te lage batterijspanning worden weergegeven, zelfs als de batterij niet leeg is. Activeer in dat geval opnieuw de modus DIVE om de batterijspanning te controleren.
Als de batterij inderdaad leeg is of dreigt te raken, zal het symbool voor te lage batterijspanning in de display zichtbaar blijven.

Als het symbool voor te lage batterijspanning te zien is in de modus Surface of als displayaanduidingen niet meer of slechts vaag te zien zijn, is de batterij waarschijnlij leeg of bijna leeg en dient deze te worden vervangen.

OPMERKING
Uit veiligheidsoverwegingen kan de displayverlichting niet v ingeschakeld zolang het symbool voor te lage batterijsp wordt weergegeven.
De optionele draadloze flesdruktzender verzendt een waarschuwingssignaal (batt) a de batterijspanning te laag wordt. In de display worden afwisselend de aanduidin LOBT (lage batterijspanning) en de flesdruk weergegeven. Wanneer deze waarschuwing te zien is, moeten de batterijen van de flesdruktzender worden vervangen.
5.9.4. Bergmeerduiken
De duikcomputer kan worden ingesteld voor bergmeerduiken. Deze functie kan of worden gebruikt om het decompressiemodel behoudender te maken.
Bij het programmeren van de juiste hoogte, dient u de juiste instelling voor Altitu Adjustment te selecteren aan de hand van Tabel 5.6, "Hoogte-instellingen". De duikcomputer past dan het decompressiemodel aan de ingevoerde hoogte aan, waardoor de multijden op grotere hoogten korter worden.
Voor meer informatie zie Paragraaf 10.2.3, "Bergmeerduiken".
Tabel 5.6. Hoogte-instellingen
| HoogtebereikBergmeerprogramma | |
| 0 - 300 meterA0 | |
| 300 - 1.500 meterA1 | |
| 1500 - 3000 meterA2 |

OPMERKING
In Paragraaf 5.8.2, “Hoogte en persoonlijke correctiefactor aanpassen” staat beschreven hoe u een ander bergmeerprogramma kunt kiezen.

WAARSCHUWING
Wanneer u naar een plaats reist die op grotere hoogte I het evenwicht tussen de partiële stikstofdruk en die van omgeving tijdelijk verstoord raken. Het wordt daarom aanbev na aankomst ten minste drie (3) uur te wachten voordat duiken.
5.9.5. Persoonlijke factoren
Er zijn verschillende factoren bekend die de kans op decompressieziekte kunnen vergroten. Een aantal daarvan kunnen vooraf worden voorspeld, zodat er in het decompressiemodel rekening mee kan worden gehouden. De invloed van deze factoren verschilt echter per duiker en kan ook van dag tot dag variëren. Er is een persoon correctiefactor in drie stappen beschikbaar voor de berekening van een behoudender duikplan.
De persoonlijke factoren die de kans op decompressieziekte kunnen vergroten zijn onder andere:
- blootstelling aan kou (watertemperaturen lager dan 20 °C)
- een slechte lichamelijk conditie
- vermoeidheid
- dehydratatie
- een decompressieongeval in het verleden
- stress
- zwaarlijvigheid
• patent foramen ovale (PFO)
• training vlak voor of na duik
Kies aan de hand van Tabel 5.7, “Instelling persoonlijke correctiefactor” de juiste instelling voor de persoonlijke correctiefactor om de decompressieberekening zo noch behoudender te maken. Onder ideale omstandigheden kunt u gebruikmaken van standaardinstelling P0. Kies programma P1, of het nog behoudender programma als een van de bovengenoemde factoren meespelen of wanneer de omstandighe minder ideaal zijn. De duikcomputer past dan het decompressiemodel aan de ingevoerde persoonlijke correctiefactor aan, waardoor de nultijden korter worden (raadpleeg ook Paragraaf 10.2.2, “Nultijdlimieten voor perslucht”, Tabel 10.1, “Nultijdlimieten voor verschillende diepten (m)” en Tabel 10.2, “Nultijdlimieten verschillende diepten (ft)”).
Tabel 5.7. Instelling persoonlijke correctiefactor
| Persoonlijke correctiefactor | Gewenste tabellenOmstandigheden | |
| P0 | StandaardIdeale omstandigheden | |
| P1 | toepassing/omstandigheden niet ideaal | Steeds conservatieverRisicofactoren va |
| P2 | Meer risicofactoren van toepassing/omstandigheden verre van ideaal |
5.10. Veiligheidsstops
Veiligheidsstops worden algemeen gezien als een goede gewoonte bij recreatief duiken en vormen een onderdeel van de meeste duiktabellen. De redenen voor het inlassen van veiligheidsstops zijn onder andere: verminderen van subklinische decompressieziekte, vermindering van de vorming van microbelletjes, betere controle over het opstijgen en oriëntatie alvorens op te stijgen.
De Suunto D6i kent twee soorten veiligheidsstops: aanbevolen en verplichte veiligheidsstops.
5.10.1. Aanbevolen veiligheidsstops
Bij elke duik dieper dan 10 meter, start de duikcomputer een countdown van drie minuten voor een aanbevolen veiligheidsstop die moet worden gemaakt op een diept tussen de 3 en 6 meter. In het middelste displaysegment verschijnt in plaats van de nultijd de aanduiding STOP en een countdowntimer die terugtelt vanaf drie minuten.

MAAK EEN AANBEVOLEN VEILIGHEIDSSTOP VAN 3 MINUTEN ALS DE AANDUIDING 'STOP' WORDT WEERGEGEVEN.

OPMERKING
De aanbevolen veiligheidsstop is, zoals de naam al aan verplicht. Als deze stop niet wordt gemaakt, heeft dat gevolgen voor de komende oppervlakte-interval en latere
5.10.2. Verplichte veiligheidsstops
Wanneer de opstijgsnelheid continu of langer dan vijf (5) seconden hoger ligt da meter per minuut, is de vorming van microbelletjes naar verwachting hoger dan decompressiemodel is toegestaan. De Suunto RGBM-berekening reageert hierop door een verplichte veiligheidsstop toe te voegen. De duur van deze verplichte veiligheidsstop is afhankelijk van de mate waarin de maximaal toegestane opstijgsnelheid is overschreden.
In de display verschijnt de aanduiding STOP en bij het bereiken van een diepte de 6 en 3 meter worden ook de aanduiding CEILING, de plafonddiepte en de voorgeschreven duur van de verplichte stop weergegeven. Wacht tot de waarschur voor de verplichte veiligheidsstop verdwijnt. De totale lengte van de verplichte veiligheidsstop is afhankelijk van de ernst van de overschrijding van de opstijgsnel

MAAK EEN VERPLICHE VEILIGHEIDSSTOP VAN 1 MINUUT OP EEN DIEPTE TUSSEN DE 6 EN 3 METER ALS DE AANDUIDINGEN 'CEILING' WORDEN WEERGEGEVEN.
Zolang de waarschuwing voor de verplichte veiligheidsstop wordt weergegeven, mag u nooit opstijgen tot een diepte boven de drie meter. Als u boven het plafond voor verplichte veiligheidsstop stijgt, verschijnt er een pijl omlaag in de display en klinken er continu korte geluidssignalen. Daal in dat geval onmiddellijk af tot op of onder he decompressieplafond. Wanneer u in deze situatie snel en adequaat reageert, zijn er geen gevolgen voor de berekening van eventuele latere duiken.

BEGEEF U DIRECT (BINNEN DRIE MINUTEN) TOT OP OF ONDER HET DECOMPRESSIEPLAFOND ALS DE AANDUIDINGEN 'STOP' EN 'CEILING' WORDEN WEERGEGEVEN MET EEN PIJL OMLAAG.
Als u de verplichte veiligheidsstop niet maakt of te lang wacht met terugkeren tot on het decompressieplafond, wordt het berekeningsmodel aangepast en wordt de nultijd voor een volgende duik verkort. In dat geval verdient het aanbeveling een lange oppervlakte-interval tot de volgende duik in te lassen.
5.11. Dieptestops
Dieptestops zijn veiligheidsstops die dieper worden gemaakt dan traditionele stops met als doel de vorming en het groter worden van microbelletjes tot een minimu beperken.
Het Suunto RGBM berekent meerdere dieptestops, waarbij de eerste stop ongeve halverwege de maximale diepte en het decompressieplafond komt te liggen. Na l maken van deze eerste dieptestop, wordt een volgende dieptestop berekend. Dez komt halverwege de eerste stop en het plafond te liggen. Dit gaat zo verder tot decompressieplafond bereikt.

Door het uitschakelen van de dieptestops wordt het berekening van de aanbevol dieptestops niet uitgeschakeld. De verplichte veiligheidsstops, bijvoorbeeld als de opstijgsnelheid constant te hoog, worden nog steeds gegeven.
Als een dieptestop niet of niet volledig wordt uitgevoerd, schakelt de duikcomputen niet over naar de foutmodus (Er). Er wordt echter extra tijd toegevoegd aan de vo decompressie.

OPMERKING
Als dieptestops zijn ingeschakeld, worden de aanbevolen veiligheidsstops nog steeds geactiveerd aan het einde va duik.
6. DUIKEN
In dit hoofdstuk vindt u instructies voor het gebruik van de duikcomputer en het afle van de displays. U zult merken dat beide zeer eenvoudig zijn. In elk display worden alleen de gegevens weergegeven die van belang zijn voor de specifieke duikmodus.
6.1. Duiken in de modus AIR (DIVE Air)
In deze sectie vindt u informatie over het duiken met standaardperslucht. Voor informatie over het activeren van de modus DIVE Air zie Paragraaf 5.9.1, "De mo DIVE starten".

DE DUIK IS NET GESTART, WAARDOOR DE NULTIJD LANGER IS DAN 99 MINUTEN EN DAAROM NIET WORDT WEERGEGEVEN.

OPMERKING
Op diepten tot 1,2 meter blijft de modus SURFACE actief u dieper dan 1,2 meter, dan schakelt het apparaat autom over naar de modus DIVE. Het verdient echter aanbeveling de modus SURFACE handmatig te activeren voordat u het ingaat om de vereiste controles voor het duiken uit te vo

OPMERKING
De velden die u in de modus SURFACE selecteert, wordt modus DIVE op uw duikcomputer weergegeven als standaardvelden.
6.1.1. Basisgegevens
Tijdens een multijdduik, worden de volgende gegevens weergegeven:
• uw huidige diepte in meters (feet)
- de beschikbare nultijd in minuten, aangeduid met NO DEC TIME
- de opstijgsnelheid (grafisch), langs de rechterkant van de display
- het attentiesymbool, verschijnt als de oppervlakte-interval moet worden verleng (zie Tabel 7.1, "Alarmen")

DISPLAY IN DE MODUS DIVE: HUIDIGE DIEPTE IS 15 METER, NULTIJD IS 46 MINUTEN, MAXIMALE DIEPTE BIJ DEZE DUIK WAS 21,5 METER, DUIKTIJD IS 22 MINUTEN.
In de tweede vensters, die u kunt openen door te drukken op de knop UP/DOV wordt het volgende weergegeven:
- de verstreken duiktijd in minuten, aangeduid met DIVE TIME
• de watertemperatuur in °C (°F) - de bij deze duik behaalde maximumdiepte in meters (feet), aangeduid met M,
• de huidige tijd, aangeduid met TIME

MET DE KNOP DOWN SCHAKELT U TUSSEN MAXIMUMDIEPTE, HUIDIGE TIJD EN FLESDRUK.

DRUK OP DE KNOP UP OM OVER TE SCHAKELEN TUSSEN DE DUIKTIJD EN WATERTEMPERATUUR.
Als de optionele draadloze zender is ingeschakeld, wordt bovendien het volgende weergegeven:
- de resterende luchttijd, links van het midden aangeduid met AIR TIME (Air Time moet zijn ingesteld op ON)
• de flesdruk in bar (of psi), linksonder
• de flesdruk (grafisch), langs de linkerkant van de display
6.1.2. Aandachtspunten
Tijdens een duik kunt u momentmarkeringen in het profielgeheugen vastleggen. Deze momentmarkeringen worden weergegeven bij het doorbladeren van het profielgeheugen in de display. Momentmarkeringen kunnen ook worden bekeken met de gratis te downloaden software Suunto DM4.
Bij een momentmarkering worden de diepte, tijd en watertemperatuur opgeslagen alsmede de kompasrichting (als het kompas is ingeschakeld).
Als u tijdens een duik een momentmarkering in het profielgeheugen wilt opslaan, u op de knop SELECT drukken. Er wordt een korte bevestiging gegeven.

DRUK OP DE KNOP SELECT OM TIJDENS EEN DUIK EEN MOMENTMARKERING AAN HET PROFIELGEHEUGEN TOE TE VOEGEN.
6.1.3. Flesdrukgegevens
Als u de optionele draadloze flesdrukzender gebruikt, wordt linksonder in het twe venster de flesdruk digitaal in bar (of psi) weergegeven. Zodra u aan een duik I wordt de resterende luchttijd berekend. Na 30 tot 60 seconden (soms meer afhai van uw luchtverbruik), wordt de eerste schatting van de resterende luchttijd links het middelste displaysegment weergegeven. De berekening is altijd gebaseerd op huidige drukdaling in de fles en wordt automatisch aangepast aan de flesinhoud het huidige luchtverbruik.

HUIDIGE FLESDRUK IS 165 BAR EN DE RESTERENDE LUCHTTIJD IS 52 MINUTEN.
Veranderingen van uw luchtverbruik worden geregistreerd aan de hand van constante drukmetingen die gedurende perioden van 30 tot 60 seconden plaatsvinden met een interval van 1 seconde. Een toename in luchtverbruik is vrijwel direct van invloed op de resterende luchttijd, terwijl een afname in het luchtverbruik de resterende luchttijd slechts langzaam doet toenemen. Zo wordt de resterende luchttijd nooit te optimistisch ingeschat wanneer uw luchtverbruik kortstondig daalt.
Bij de berekening van de resterende luchttijd wordt een veiligheidsmarge van 35 bar aangehouden. Dit betekent dat wanneer een resterende luchttijd van nul minuten wordt aangegeven, er nog een flesdruk van minimaal 35 bar resteert, afhankelijk van uw luchtverbruik. Bij een hoog luchtverbruik zal de reservedruk dichter bij de 50 bar liggen, bij een laag luchtverbruik dichter bij de 35 bar.

OPMERKING
Het vullen van uw trimvest is door de tijdelijke toename luchtverbruik van invloed op de luchttijdberekening.

OPMERKING
De resterende luchttijd wordt niet weergegeven als dieptest of het decompressieplafond is geactiveerd. U kunt de reste luchttijd op elk moment oproepen door lang te drukken op maar het plafond verdwijnt.

OPMERKING
Een verandering van temperatuur heeft invloed op de f en daardoor ook op de luchttijdberekening.

OPMERKING
Als de luchttijd is uitgeschakeld, wordt de luchttijd niet weergegeven en wordt er geen alarm gegeven als de nul bereikt.
Waarschuwingen voor lage flesdruk
De duikcomputer waarschuwt u met twee (2) dubbele geluidssignalen en het late knipperen van de drukaanduiding wanneer de flesdruk daalt tot 50 bar.
De twee (2) dubbele geluidssignalen worden ook gegeven wanneer de flesdruk een door uzelf ingestelde reservedruk daalt en wanneer de resterende tijd nul is
6.1.4. Stijgsnelheidsmeter
De opstijgsnelheid wordt grafisch weergegeven langs de rechterkant door een verti balk. Wanneer de maximaal toegestane opstijgsnelheid wordt overschreden, begin het onderste segment van de balk te knipperen, het bovenste segment niet. Dit aan dat de maximaal toegestane opstijgsnelheid is overschreden.
Als u voortdurend de maximale opstijgsnelheid overschrijdt, moet u meer verplich veiligheidsstops maken. De duur van eventuele aanbevolen dieptestops wordt aangegeven in seconden.

OVERSCHRIJD NOOIT DE MAXIMALE OPSTIJGSNELHEID! Een te snelle opstijging vergroot de kans op lichamelijk le Maak altijd de verplichte en aanbevolen veiligheidsstops wan u de maximale aanbevolen opstijgsnelheid hebt overschreden Als u de verplichte veiligheidsstop niet maakt, wordt daarm uw volgende duik(en) in het decompressiemodel rekening gehouden.
6.1.5. Veiligheidsstops
Een aanbevolen veiligheidsstop van drie (3) minuten wordt aan het einde van elke duik dieper dan 10 meter voorgeschreven.
6.1.6. Stopwatch (timer)
U kunt tijdens het duiken ook een stopwatch gebruiken voor diverse tijdmetingen. U activeert de stopwatch in de modus DIVE AIR of NITROX door lang op de knop M te drukken. Start en stop deze vervolgens door kort op de knop SELECT te drukke

6.1.7. Decompressieduiken
Wanneer de NO DEC TIME (nultijd) is gedaald tot nul, gaat uw duik over in een decompressieduik. Dit betekent dat u bij terugkeer naar de oppervlakte een of m decompressiestops moet maken. De aanduiding NO DEC TIME in de display wo vervangen door de aanduiding ASC TIME (opstijgtijd) en er verschijnt een waard voor CEILING (decompressieplafond). Een pijl naar boven adviseert u met opstijg te beginnen.
Als u tijdens een duik een multijdlimiet hebt overschreden, geeft de computer de v decompressiegegevens om veilig te kunnen opstijgen. Na de duik geeft het appa zo nodig informatie over de oppervlakte-interval en herhalingsduiken.
De duikcomputer schrijft geen traditionele stops op vaste diepten voor, maar laa decompressiestops maken binnen een bereik van variabele diepten (continue decompressie).
De opstijgtijd (ASC TIME) is de minimaal vereiste tijd om bij een decompressed veilig de oppervlakte te bereiken. Deze tijd omvat:
• de vereiste wachttijd bij de dieptestop
- de vereiste tijd om op te stijgen tot het decompressieplafond bij een opstijgsnelhe van 10 meter per minuut Het decompressieplafond is de geringste diepte tot well u moet opstijgen.
- de vereiste wachttijd bij het decompressieplafond
- de vereiste tijd voor de verplichte veiligheidsstop (indien van toepassing)
- de tijd die nodig is voor het bereiken van de oppervlakte na de laatste decompressie- of veiligheidsstop

WAARSCHUMNG
DE WERKELIJKE OPSTIJGTIJD KAN LANGER ZIJN DAN TIJD DIE DOOR HET APPARAAT WORDT WEERGEGEVEN De vereiste opstijgtijd neemt toe als u:
- langer op diepte blijft
• langzamer dan 10 meter per minuut stijgt of - een decompressiestop onder het decompressieplafond maak Houd er rekening mee dat deze factoren ook van invloed de hoeveelheid lucht die u nodig hebt om de oppervlakte bereiken.
Decompressieplafond, -zone, -ondergrens en -bereik
Wanneer u een decompressieduik maakt, is het van groot belang dat u bekend ben met de begrippen decompressieplafond, decompressieondergrens en decompressiebereik.
- Het decompressieplafond is de geringste diepte tot welke u tijdens de decompressi mag opstijgen. Alle decompressiestops moeten op of onder deze diepte worden gemaakt.
- De decompressiezone is het optimale gebied voor een decompressiestop. Dit het gebied tussen het decompressieplafond en 1,2 meter daaronder.
- De decompressieondergrens is de grootste diepte waarop decompressie kan plaatsvinden. De decompressie begint wanneer u deze diepte tijdens het opst passeert.
- Het decompressiebereik is het gebied tussen het decompressieplafond en de decompressieondergrens. Binnen dit bereik vindt de decompressie plaats. Houer rekening mee dat de decompressie aan of nabij de decompressieondergren zeer traag verloopt.

De diepte van het decompressieplafond en decompressieondergrens zijn afhankeli van uw duikprofiel. Op het moment dat uw duik in een decompressieduik overga zal het decompressieplafond tamelijk hoog liggen. Als u langere tijd op diepte bl komt het plafond echter steeds dieper te liggen en neemt de opstijgtijd toe. Op d wijze komen de decompressieondergrens en het decompressieplafond tijdens de decompressie steeds dichter bij elkaar te liggen.
Onder zware omstandigheden kan het moeilijk zijn om op een constante diepte nabi de oppervlakte te blijven. Blijf in zo'n situatie iets onder het decompressieplafond om te voorkomen dat u door de golven over het decompressieplafond wordt getild. Suun adviseert om decompressiestops altijd op een diepte onder de 4 meter te maken, ze als het aangegeven decompressieplafond hoger ligt.

OPMERKING
Een decompressiestop onder het decompressieplafond kost u meer tijd en lucht.

WAARSCHUWING
STIJG NOOIT OP TOT BOVEN HET DECOMPRESSIEPLAFOND! U mag nooit opstijgen tot boven het decompressieplafond. Om te voorkomen dat u dit per doet, is het raadzaam altijd iets onder het decompressiepla te blijven.
Display-aanduidingen beneden de decompressieondergrens
Als de aanduiding ASC TIME knippert en er een pijl naar boven wordt weergegever bevindt u zich onder de decompressieondergrens. In dat geval moet u direct opstijge De diepte van het decompressieplafond wordt weergegeven aan de linkerkant van het middelste displaysegment en de minimaal benodigde opstijgtijd aan de rechterkant. Hieronder ziet u een voorbeeld van een decompressieduik zonder dieptestops, waarbij de duiker zich onder de decompressieondergrens begeeft.

DOOR EEN PIJL OMHOOG, KNIPPEREN VAN DE ASC TIME EN EEN GELUIDSSIGNAAL WORDT U GEWAARSCHUWD DAT U MOET OPSTIJGEN. DE MINIMAAL BENODIGDE OPSTIJGTIJD INCLUSIEF VEILIGHEIDSSTOP IS 9 MINUTEN. HET DECOMPRESSIEPLAFOND LIGT OP 3 METER.
Display-aanduidingen boven de decompressieondergrens
Wanneer u opstijgt tot boven de decompressieondergrens, stopt de aanduiding A TIME met knipperen en verdwijnt de naar boven gerichte pijl. Hieronder ziet u e voorbeeld van een decompressieduik waarbij de duiker zich boven de decompressieondergrens bevindt.

DE PIJL NAAR BOVEN IS VERDWENEN EN DE AANDUIDING ASC TIME KNIPPERT NIET MEER: U BEVINDT ZICH NU IN HET DECOMPRESSIEBEREIK.
De decompressie begint nu, maar slechts zeer langzaam. Daarom moet u verder opstijgen.
Display-aanduidingen in de decompressiezone
Wanneer u de decompressiezone bereikt, verschijnen er twee pijlen die naar elkaar wijzen (het zandlopersymbool) in de display. Hieronder ziet u een voorbeeld van een decompressieduik waarbij de duiker zich in de decompressiezone bevindt.

TWEE NAAR ELKAAR GERICHTE PIJLEN ('ZANDLOPER'): U BEVINDT ZICH IN DE OPTIMALE DECOMPRESSIEZONE OP EEN DIEPTE VAN 3 METER EN DE MINIMAAL BENODIGDE OPSTIJGTijd IS 9 MINUTEN.
Tijdens de decompressiestop wordt de waarde voor ASC TIME afgeteld tot nul. Wanneer het decompressieplafond hoger komt te liggen, kunt u opstijgen tot het nieuwe decompressieplafond. U mag pas terugkeren naar de oppervlakte nadat de aanduidingen ASC TIME en CEILING (decompressieplafond) zijn verdwenen: in dat geval zijn alle decompressiestops en eventuele verplichte veiligheidsstops uitgevoerd. Het wordt echter aangeraden om te wachten totdat ook de aanduiding STOP is verdwenen. In dat geval is namelijk ook de aanbevolen veiligheidsstop van drie (3) minuten voltooid.
Displayaanduidingen boven het decompressieplafond
Als u tijdens een decompressiestop opstijgt tot boven het decompressieplafond, verschijnt er een naar beneden gerichte pijl in de display en klinkt er een continu geluidssignaal.

TIJDENS EEN DECOMPRESSIEDUIK BEVINDT U ZICH BOVEN HET DECOMPRESSIEPLAFOND. DE PIJL NAAR BENEDEN, DE AANDUIDING 'ER' EN EEN GELUIDSSIGNAAL WAARSCHUWEN U DAT U DIRECT (BINNEN 3 MINUTEN) MOET AFDALEN TOT OP OF ONDER HET DECOMPRESSIEPLAFOND.
Bovendien geeft de waarschuwing 'Er' in de display aan dat u binnen drie (3) m moet terugkeren tot onder het plafond. Daal direct af tot het decompressieplafond lager.
Wacht u langer met het opvolgen van de decompressie-instructies, dan wordt automatisch de modus Error permanent geactiveerd. In deze modus kan het app alleen nog als dieptemeter en timer worden gebruikt. Na terugkeer moet u ten r 48 uur wachten voordat u opnieuw mag gaan duiken (zie Paragraaf 5.6, "Activ van de modus Error").
6.2. Duiken in de modus NITROX (DIVE Nitrox)
De modus NITROX (DIVE Nitrox) is de tweede duikmodus van de Suunto D6i e bestemd voor duiken met gasmengsels die zijn verrijkt met zuurstof.
6.2.1. Voor een duik in de modus NITROX
Wanneer de modus NITROX is ingesteld, dient u altijd het juiste percentage zuursto van het mengsel in de fles in te voeren. Alleen dan kunt u erop vertrouwen dat all berekeningen voor stikstof en zuurstof correct zijn. De duikcomputer past namelijk de wiskundige berekeningsmodellen voor stikstof en zuurstof daarop aan. De duikcomputer accepteert geen decimale percentagewaarden voor de zuurstofconcentratie. Rond decimale percentages niet naar boven af. Een zuurstofpercentage van 31,8% moet u bijvoorbeeld invoeren als 31%. Als u de waarde naar boven afrondt, wordt het stikstofpercentage te laag ingeschat wat gevolgen heeft voor de decompressieberekeningen. Als u bij berekeningen ruimere marges wilt aanhouden, kunt u een hogere persoonlijke correctiefactor instellen of een lagere 2 Waarde instellen om de zuurstofblootstelling te wijzigen overeenkomstig de ingevoerde O en PO 2 waarden. Berekeningen op basis van nitrox- in plaats van persluchtgebruik leiden tot langere nultijden en geringere maximale diepten.

OPMERKING
Bij de zuurstofgerelateerde berekeningen wordt door de duikcomputer een veiligheidsmarge van 1% boven de ingest O _2 %-waarde aangehouden.
In de modus NITROX worden ook voor de duikplanning de ingestelde 2 ^2 - en PO _2 -waarden gebruikt.
Meer informatie over het invoeren van nitroxgegevens vindt u in Paragraaf 5.8.1, "nitrox-waarden instellen".
Standaardinstellingen voor
In de modus NITROX kunt u met de Suunto D6i tot drie (3) nitroxmengsels met zuurstofpercentage van 21-99 instellen.
In de modus NITROX is de standaardinstelling voor Mix1 standaardlucht (21)% O Dit blijft de standaardinstelling totdat een andere waarde voog% O wordt ingesteld (22% - 99%). De standaardinstelling voor de maximale partiele zuurstofdruk is 1, bar, maar u kunt deze instellen in een bereik van 0,5 - 1,6 bar.
Mix2 en Mix3 zijn standaard uitgeschakeld (OFF). Zie Paragraaf 6.2.4, “Gebruik meerdere ademgassen en van gasmengsel wisselen” voor meer informatie de instellen van Mix2en Mix3. De zuurstofpercentages en maximale partiële zuurstofd voor Mix2en Mix3 worden permanent opgeslagen.
6.2.2. Weergegeven zuurstofwaarden
Wanneer de modus NITROX is ingeschakeld, wordt de informatie weergegeven du u in de onderstaande afbeelding ziet. In de modus NITROX wordt de maximale gebruiksdiepte berekend op basis van de ingestelde% en PQwaarden.

Daarnaast toont de Suunto D6i in de modus NITROX de volgende gegevens in tweede venster:
- het zuurstofpercentage, aangeduid met _2
- de ingestelde limiet voor de partiële zuurstofdruk, aangeduid met PO
- de huidige blootstelling aan zuurstoftoxiciteit, aangeduid met OLF%
• de maximumdiepte
• de huidige diepte
• de watertemperatuur - de duiktijd

MET DE KNOP DOWN SCHAKELT U TUSSEN O₂:HE, MAXIMALE DIEPTE, HUIDIGE TIJD EN FLESDRUK.
MET DE KNOP UP SCHAKELT U TUSSEN PO _2 , OLF%, DUIKTIJD EN WATERTEMPERATUUR.
6.2.3. Zuurstoflimietpercentage (OLF%)
In de modus NITROX wordt niet alleen de stikstofblootstelling bijgehouden, maar ook de zuurstofblootstelling. Deze twee berekeningen worden los van elkaar uitgevoerd.
Er worden tevens afzonderlijke berekeningen gemaakt voor CNS-zuurstofvergiftiging en pulmonaire zuurstofvergiftiging. Dit laatste risico wordt berekend door het opte van de Oxygen Toxicity Units (OTU). Beide percentages worden ingedeeld in een schaal, zodat de maximaal toegestane blootstelling wordt uitgedrukt als 100%.
Voor het zuurstoflimietpercentage (OLF%) wordt alleen de hogere waarde van de twee berekeningen weergegeven. De berekeningen voor de zuurstoftoxiciteit zijn gebaseerd op de factoren die worden vermeld in Paragraaf 10.3, "Zuurstofblootst
6.2.4. Gebruik van meerdere ademgassen en van gasmengsel wisseler
Een van de speciale functies van de Suunto D6i is de mogelijkheid om twee ex nitroxmengsels in te stellen die u tijdens de duik kunt wisselen. U kunt deze fur activeren door Mix2 en Mix3 in te stellen als primair (of secundair) gasmengsel, de overige parameters in te voeren zoals u dat voor het gasmengsel Mix1 hebt g De instellingen voor Mix2 en Mix3 blijven bewaard totdat u ze wijzigt (deze wordt niet automatisch op de standaardwaarden teruggezet). Een duik wordt altijd gesta met Mix1. Tijdens de duik kunt u met de Suunto D6i overschakelen naar het ar geactiveerde mengsel, mits de ingestelde maximale partiële zuurstofdruk niet wordt overschreden. De berekening van de weefselverzadiging tijdens de duik vindt pla op basis van de gasmengsels die hebt geselecteerd als primaire gasmengsels.
Met de Suunto D6i kunt u tijdens de duik van gasmengsel wisselen. U doet dat volgt:

WISSELEN VAN GASMENGSEL: DRUK LANG OP UP, BLADER VERVOLGENS MET DE KNOPPEN UP EN DOWN DOOR DE GEACTIVEERDE MENGSELS. SELECTEER EEN NIEUW MENGSEL DOOR OP DE KNOP SELECT TE DRUKKEN.
OPMERKING
Tijdens het bladeren worden voor elk gasmengsel het num het Q% en de 2Waarde weergegeven. Als de ingestelde PO₂-limiet wordt overschreden, gaat de waarde knipperen. U kunt niet overschakelen naar een gas waarvoor de inge PO₂-waarde is overschreden. Het mengsel wordt wel weergegeven, maar u kunt het niet selecteren.
OPMERKING
Als u gedurende vijftien seconden geen knop indrukt, wo duikvenster weer geactiveerd zonder dat het gasmengsel is gewijzigd. Bij het opstijgen geeft de computer een signaal v het op basis van 2 daarde is toegestaan over te schakele naar het volgende gasmengsel. Dit alarm met lage prioriteit gevolgd door het piepsignaal "Gasmengsel wisselen", en het klinkt één keer. De waarde voor het gasmengselppeet.
6.3. Duiken in de modus GAUGE (DIVE Gauge)
In de modus GAUGE kunt u de duikcomputer gebruiken als bodemtimer.
In de modus GAUGE wordt rechtsonder in de display altijd de totale duiktijd in weergegeven. In het middelste displaysegment wordt bovendien een duiktimer met minuten- en secondenaanduiding weergegeven. De duiktimer in het middelste displaysegment wordt aan het begin van de duik automatisch geactiveerd. Door de knop SELECT te drukken kan de timer tijdens de duik handmatig worden teru om zo als stopwatch te worden gebruikt.

DOOR TIJDENS EEN DUIK OP DE KNOP SELECT TE DRUKKEN, WORDT ER EEN MOMENTMARKERING AAN HET PROFIELGEHEUGEN TOEGE-VOEGD, WORDT DE DUIKTIMER TERUG OP NUL GEZET EN WORDT DE EERDER GEKLOKTE INTERVAL ONDER IN DE DISPLAY WEERGEGEVEN.
OPMERKING
In de modus GAUGE worden geen decompressiegegever berekend.
OPMERKING
In de modus GAUGE wordt de opstijgsnelheid niet bew
OPMERKING
Na een duik met de modus GAUGE kunt u niet naa modus overschakelen zolang het vliegverbod van kracht modus GAUGE is het vliegverbod altijd 48 uur.
6.4. Duiken in de modus FREE (DIVE Free)
In de modus FREE kunt u de duikcomputer gebruiken als instrument voor freedi
In de modus FREE wordt in het middelste displaysegment altijd de totale duiktijd in minuten en seconden (mm:ss) weergegeven.

De vrije duik is beëindigd zodra u aan de oppervlakte komt (bij 0,5 meter).


OPMERKING
In de modus FREE worden geen decompressiegegevens berekend.

OPMERKING
In de modus FREE wordt de opstijgsnelheid niet bewaakt.
6.4.1. Daghistorie
Met de functie Daghistorie geeft u freedriving-historie van uw laatste duikdag weer. In de modus SURFACE activeert u de Daghistorie door te drukken op de knop SELE 100

In de daghistorie wordt het volgende weergegeven: de gemiddelde diepte van all duiken, de diepste diepte van de dag alsmede de tijd, de langste duik, en de cumulatieve duiktijd in uren en minuten, alsmede het aantal op de dag uitgevoer duiken.

OPMERKING
Door de eerste duik van de volgende dag wordt de Daghistorie teruggezet en wordt een nieuwe daghistorie
6.4.2. Tijdlimiet voor freediving
De modus FREE heeft een tijdlimiet van 10 minuten. Na 10 minuten gaat de Si D6i automatisch over van Free Dive naar Scuba Bottom Timer (GAUGE). Na de wordt teruggeteld vanaf een vliegverbod van 48 uur. Bovendien kunt u niet duike de modi AIR of NITROX totdat het vliegverbod is teruggeteld tot nul. U kunt alle modus DIVE instellen op GAUGE of OFF.

OPMERKING
Vergeet niet naar de juiste modus te schakelen als u in de modus FREE, wilt duiken in de modus AIR of Anders wordt de de tijdlimiet voor freediving na 10 mi geactiveerd.
7. NA HET DUIKEN
Wanneer u terugkeert naar de oppervlakte, blijft de Suunto D6i veiligheidsinformatie en waarschuwingen voor na de duik bieden. De veiligheid van de duiker wordt optima bewaakt dankzij berekeningen voor het plannen van herhalingsduiken.
Tabel 7.1. Alarmen
| BetekenisSymbool in display | |
![]() | Attentiesymbool - Oppervlakte-interval verlengen |
![]() | Decompressieplafond genegeerd of Bodemtijd te lang |
![]() | Symbool voor vliegverbod |
7.1. Oppervlakte-interval
Als u opstijgt naar een diepte van minder dan 1,2 meter, wordt het venster DIVE vervangen door het venster SURFACE:

U BENT ZES MINUTEN GELEDEN TERUGGEKEERD VAN EEN DUIK VAN 35 MINUTEN. DE MAXIMALE DIEPTE BIJ DIE DUIK WAS 21,5 METER EN DE HUIDIGE DIEPTE IS 0,0 METER. MET HET VLIEGTUIGSYMBOOL EN DE WEERGEGEVEN DUUR VAN HET VLIEGVERBOD WORDT AANGEGEVEN DAT U PAS OVER 14 UUR EN 28 MINUTEN WEER MAG GAAN VLIEGEN. HET ATTENTIESYMBOOL GEEFT AAN DAT U UW OPPERVLAKTE-INTERVAL MOET VERLENGEN.
In de tweede alternatieve display wordt de volgende informatie weergegeven:
• de maximale diepte bij de laatste duik in meters (feet)
- de duur van laatste duik in minuten, aangeduid met DIVE TIME
• de huidige tijd, aangeduid met TIME
• de huidige temperatuur in °C (°F)
- de flesdruk in bar (psi) (indien flesdruktzender is geactiveerd)
Als de modus NITROX is geactiveerd, wordt bovendien de volgende informatie weergegeven:
- het zuurstofpercentage, aangeduid met Q%
- de partiële zuurstofdruk, aangeduid met P _2 O
- de huidige blootstelling aan zuurstoftoxiciteit, aangeduid met OLF%
7.2. Duiknummering
Herhalingsduiken worden beschouwd als onderdeel van één serie zolang de duur het vliegverbod niet is verstreken. Binnen elke serie worden de duiken afzonderlij genummerd. De eerste duik van de serie wordt genummerd als DIVE 1, de twee als DIVE 2, de derde als DIVE 3, enzovoort.
Als u een nieuwe duik start na een oppervlakte-interval van minder dan vijf (5) n interpreteert de duikcomputer dit als een vervolg op de vorige duik en worden b duiken als één duik beschouwd. Het duikvenster wordt opnieuw weergegeven, he duiknummer blijft ongewijzigd en het tellen van de duiktijd wordt voortgezet van a punt waar dit was gestopt. Na een oppervlakte-interval van langer dan vijf (5) m is elke volgende duik per definitie een herhalingsduik. De nieuwe duik krijgt een duiknummer dat wordt weergegeven in de modus MEMplan (duikplanning).
7.2.1. FREE-diving
Elke duikserie bestaat uit de duiken die op één dag zijn uitgevoerd. De duiknummer voor de dag en de gegevens voor de laatste duik wordt op middernacht teruggezet op 0. Elke dag is er een nieuwe serie duiken die wordt vastgelegd in het logboek. De duik is voltooid als u opstijgt boven 0,5 meter. Er wordt een nieuwe duik vastge in het logboek zodra u weer afdaalt.
7.3. Herhalingsduiken plannen
De Suunto D6i is voorzien van een duikplanner waarmee u de nultijdlimieten voor e volgende duik kunt bepalen, waarbij rekening wordt gehouden met de stikstofsaturatie als gevolg van voorgaande duiken.. Meer informatie over de modus voor duikplannin vindt u in Paragraaf 7.5, “Modus DIVE PLANNING (PLAN NoDec)”.
7.4. Vliegen na het duiken
In de modus DIVE wordt de duur van het vliegverbod weergegeven in het middelste displaysegment (naast het symbool van een vliegtuig). In de modus TIME wordt het symbool van een vliegtuig weergegeven in de hoek linksboven. Zolang het vliegverbo van kracht is, mag u niet vliegen of naar een grotere hoogte reizen.
De duur van het vliegverbod is altijd ten minste twaalf uur of gelijk aan de zogenaa desaturatietijd (indien langer dan twaalf uur). Voor desaturatietijden van minder dan zeventig minuten wordt geen vliegverbod afgegeven.
In de modus Permanent Error en GAUGE duurt het vliegverbod altijd 48 uur.
Divers Alert Network (DAN) beveelt de volgende tijden voor een vliegverbod aan:
- Een minimale oppervlakte-interval van twaalf uur is vereist om er redelijk zeker van te zijn dat een duiker geen symptomen van decompressieziekte ervaart het opstijgen in een lijnvliegtuig (cabinedruk vergelijkbaar met een hoogte tot meter).
- Duikers die van plan zijn om gedurende langere tijd dagelijks meerdere maler duiken of te duiken met decompressiestops, moeten speciale voorzorgsmaatregelnemen en langer dan twaalf uur wachten voordat zij aan een vliegreis beginn Bovendien beveelt de Undersea and Hyperbaric Medical Society (UHMS) aan duikers die met gewone perslucht duiken, na hun laatste duik ten minste 24 wachten voordat zij beginnen met een vliegreis waarbij de cabinedruk vergelijk is met een hoogte van 2400 meter. Hierop bestaan slechts twee uitzondering
- Als een duiker tijdens de laatste 48 uur in totaal minder dan twee (2) uur gedoken, wordt een oppervlakte-interval van twaalf uur aanbevolen.
- Na een duik met een verplichte decompressiestop mag pas na 24 uur en voorkeur na 48 uur worden gevlogen.
- Suunto adviseert om niet te gaan vliegen totdat is voldaan aan alle richtlijner DAN en UHMS en het door de duikcomputer afgegeven vliegverbod is verstre
7.5. Modus DIVE PLANNING (PLAN NoDec)
In de modus DIVE PLANNING worden de nultijden voor een nieuwe duik weergeg. Hierbij wordt rekening gehouden met voorgaande duiken.
Wanneer u de modus DIVE PLANNING (PLAN NoDec) activeert, wordt eerst kor resterende desaturatietijd weergegeven voordat de duikplanner verschijnt.
Met de knoppen UP/DOWN kunt u de nultijdlimieten in stappen van 3 meter doorbladeren tot een maximale diepte van 45 meter. Nultijdlimieten langer dan 99 minuten worden weergegeven als '—'. Tijdens een duikserie (tussen twee opeenvolgende duiken) kunt u ook de tijd van de oppervlakte-interval invoeren als planningparameter. Als het O _2 % te hoog is voor de geplande diepte, wordt NA weergegeven in plaats van een numerieke nultijdlimiet.

BIJ HET ACTIVEREN VAN DE MODUS PLAN VERSCHIJNT IN DE DISPLAY EERST KORT DE RESTERENDE DESATURATIETIJD VOORDAT DE DUIKPLANNER ACTIEF WORDT. DRUK OP DE KNOPPEN UP/DOWN OM DOOR DE NULTIJDLIMIETEN BIJ VERSCHILLENDE DIEPTEN TE BLADEREN. U KUNT DE DUUR VAN DE OPPERVLAKTE-INTERVAL AAN UW PLAN AANPASSEN. NULTIJDLIMIETEN LANGER DAN 99 MINUTEN WORDEN WEERGEGEVEN ALS '-'.
In de duikplanner wordt rekening gehouden met de volgende informatie uit vorige duiken:
• alle berekende reststikstof
- de gehele duikhistorie van de afgelopen vier dagen
De nultijden voor de verschillende diepten zullen daarom korter zijn dan bij een nieuwe duik.
U kunt de modus DIVE PLANNING verlaten door op de knop MODE te drukken

OPMERKING
De modus DIVE PLANNING kan niet worden ingeschakem modi GAUGE en Error (zie Paragraaf 5.6, "Activering v modus Error").
In de modus DIVE PLANNING worden alleen nultijden berekend. Als er een aanvullend mengsel is geactiveerd modus Nitrox, heeft dit geen invloed op de berekeninge modus PLAN NoDec.
De multijdlimieten worden korter wanneer een grotere hoogte en of hogere persoo correctiefactor is ingesteld. Meer informatie over de nultijden bij verschillende hoc instellingen en persoonlijke correctiefactoren vindt u in Paragraaf 5.9.4, "Bergmeerduiken" en Paragraaf 5.9.5, "Persoonlijke factoren".
7.5.1. Weergegeven duiknummering tijdens duikplanning
Wanneer aan het begin van een duik nog een vliegverbod van kracht is, behoor duik tot de voorafgaande serie herhalingsduiken.
Een duik wordt pas als een herhalingsduik beschouwd bij een oppervlakte-interval van ten minste vijf (5) minuten. Anders wordt de duik beschouwd als een voortzettir van de voorgaande duik. In dat geval blijft het duiknummer ongewijzigd en wordt he tellen van de duiktijd voortgezet vanaf het punt waar dit was gestopt. (Zie ook Paragraaf 7.2, "Duiknummering").
7.6. Modus MEMORY
De geheugenopties van de modus MEMORY bestaan uit het duiklogboek (MEM Logbook) en duikhistorie (MEM History). Deze zijn toegankelijk vanuit de modus DIVE Met de knoppen UP/DOWN schakelt u tussen de functies.
De aanvangstijd en -datum van de duik worden opgeslagen in het logboekgeheugen Controleer voordat u gaat duiken altijd of de tijd en datum correct zijn ingesteld, vo wanneer u tussen verschillende tijdzones reist.

7.6.1. Duiklogboek (MEM Logbook)
De Suunto D6i beschikt over een zeer geavanceerd logboek en omvangrijk profielgeheugen. De gegevens worden op basis van de geselecteerde meetinterval in het profielgeheugen opgeslagen.
Duiken die korter zijn dan de meetinterval, worden niet geregistreerd (zie Paragraaf 5.8.9, "De meetinterval instellen").
De aanduiding END OF LOGS wordt weergegeven tussen de oudste en recentst duik. De volgende gegevens worden weergegeven op drie pagina's:

ER ZIJN DRIE PAGINA'S MET LOGBOEKGEGEVENS. DRUK OP DE KNOP SELECT OM DE LOGBOEKPAGINA'S I, II EN III EEN VOOR EEN TE BEKIJKEN. DE GEGEVENS VAN DE MEEST RECENTE DUIK WORDEN ALS EERSTE WEERGEGEVEN. MET DE KNOP UP BLADERT U NAAR HET GRAFISCHE DUIKPROFIEL OP PAGINA III.
Pagina I, hoofdvenster
• maximumdiepte
- datum van de duik
• soort duik (AIR, NITROX, GAUGE, FREE)
- begintijd van de duik
- duiknummer
- zuurstofpercentage voor het eerstgebruikte gasmengsel
• totale duiktijd (in minuten in alle modi)
Pagina II
• maximumdiepte
- gemiddelde diepte
• verbruikte druk (indien geactiveerd)
• waarschuwingen
Pagina III
• diepte/tijd-profiel van de duik
• de watertemperatuur
• flesdruk (indien geactiveerd)

OPMERKING
De geheugencapaciteit is afhankelijk van de geselecteerde meetinterval. Met de standaardinstelling (20 s) en zonder zendergegevens is de capaciteit ongeveer 140 uur. Met zendergegevens is de capaciteit minimaal 35 uur. In de n Dive Free is de maximale geheugencapaciteit 35 uur. Daar worden de oudste duiken verwijderd als er nieuwe duiken toegevoegd. De inhoud van het geheugen blijft bij het ver van de batterij bewaard (indien dit volgens de instructies g

OPMERKING
Zolang een vliegverbod van kracht is, worden herhalingsduik beschouwd als onderdeel van dezelfde serie duiken. Zie Paragraaf 7.2, "Duiknummering" voor meer informatie.

OPMERKING
Afhankelijk van de meetinterval kan de meetwaarde voor d maximale diepte tot 0,3 meter verschillen van de waarde maximale diepte van de duikhistorie.
7.6.2. Duikhistorie (MEM History)
De duikhistorie is een samenvatting van alle duiken die door de duikcomputer zijn vastgelegd.
De volgende gegevens worden in de display weergegeven:

WEERGAVE DUIKHISTORIE: TOTAAL AANTAL DUIKEN, TOTAAL AANTAL DUIKUREN EN MAXIMAAL BEREIKTE DIEPTE.
Het geheugen voor de duikhistorie kan maximaal 999 duiken en 999 duikuren bev Wanneer deze maximumwaarden worden bereikt, worden de tellers opnieuw op r gezet.

OPMERKING
De maximale diepte kan opnieuw op 0,0 meter worden de duikcomputer met de PC-aansluitkabel op een PC a sluiten waarop het gratis te downloaden programma Suu is geïnstalleerd.
Historie voor freediving
In de historie voor freediving (Free Dive History) worden de diepste en langste van alle freedives weergegeven, en de cumulatieve duiktijd in uren en minuten, als het totale aantal duiken.
Het geheugen voor freediving kan maximaal 999 duiken en 99 duikuren en 59 minuit bevatten. Wanneer deze maximumwaarden worden bereikt, worden de tellers op nul gezet.

In de historie voor freediving worden gegevens over de hele reeks vrije duiken vastgelegd. In tegenstelling tot de daghistorie wordt het geheugen voor freediving nie teruggezet.
7.7. Suunto DM4
Suunto DM4 is optionele software waarmee de functionaliteit van de Suunto D6i ste wordt uitgebreid. Met het programma DM4 kunt u duikgegevens van uw duikcompute naar een laptop downloaden. U kunt vervolgens alle gegevens bekijken en ordenen die door de Suunto D6i zijn vastgelegd. U kunt duiken plannen (met Suunto Dive Planner), kopieën van uw duikprofielen afdrukken en duiklogboeken uploaden om deze met uw vrienden te delen. http://www.movescount.com (zie Paragraaf 7.8, "Movescount"). U kunt de meest recente versie van DM4 downloaden van http://www.suunto.com. Controleer regelmatig of er updates zijn. Er worden namelijk voortdurend nieuwe voorzieningen ontwikkeld. De volgende gegevens worden van uw duikcomputer naar uw laptop overgebracht (optioneel, kabel vereist):
• diepteprofiel van de duik
- duiktijd
• voorafgaande oppervlakte-interval - duiknummer
- begintijd van de duik (jaar, maand, dag en tijd)
- instellingen van de duikcomputer
- instellingen voor zuurstofpercentage en maximale OLF-waarde (in de modus NITROX)
- weefselverzadigingsgegevens
- actuele watertemperatuur
- gegevens over flesdruk (indien geactiveerd)
- aanvullende duikgegevens (bijvoorbeeld SLOW (langzaam) en overschreden verplichte veiligheidsstops, attentiesymbolen, momentmarkeringen, markeringen van momenten van bovenkomen, markeringen voor decompressiestops en markeringen voor decompressie-overtredingen)
• serienummer van duikcomputer - persoonlijke gegevens (30 tekens)
Met DM4 kunt configuratieopties invoeren zoals:
- persoonlijke gegevens invoeren in het Suunto-instrument (maximaal 30 tekens)
- handmatig opmerkingen, multimediagevens en andere persoonlijke informatie toevoegen aan logboekbestanden op de PC
7.8. Movescount
Movescount is een online sportscommunity die u een grote set tools biedt waarmee u al uw sportactiviteiten kunt beheren en interessante verhalen kunt maken van uw duikervaringen. Op Movescount vindt u inspirerende berichten en u kunt er uw beste duiken delen met andere leden van de community.
U maakt als volgt verbinding met Movescount:
- Ga naar www.movescount.com.
- Meldt u aan en maak een gratis Movescount-account.
-
Download en installeer de software Suunto DM4 van de website van Movescount.com als u de software DM4 nog niet hebt geïnstalleerd op uw lapt Overbrengen van Gegevens:
-
Sluit de duikcomputer aan op uw laptop.
- Download uw duiken naar DM4 op uw laptop.
- Voer de aanwijzingen in DM4 op voor het uploaden van uw duiken naar uw accd bij Movescount.com.
8. ZORG EN ONDERHOUD VAN MIJN SUUNTO DUIKCOI
De SUUNTO duikcomputer is een geavanceerd precisie-instrument. Hoewel het is ontworpen om bestand te zijn tegen de ontberingen van het duiken, moet u er zorgvuldig en voorzichtig mee omgaan als elk ander precisie-instrument.
• WATERCONTACTEN EN DRUKKNOPPEN
Vervuiling of modder op de watercontacten/verbinding of drukknoppen kan de automatische activering van de duikmodus verhinderen en problemen veroorzak bij gegevensoverdracht. Het is daarom belangrijk dat de watercontacten en de drukknoppen schoon worden gehouden. Als de watercontacten actief zijn (AC tekst blijft getoond worden) of als de duikmodus uit zichzelf start, dan is de hiervoor waarschijnlijk vervuiling of een onzichtbare laag verontreiniging die stroomgeleiding tussen de contacten veroorzaakt. Het is belangrijk dat de duikcomputer zorgvuldig wordt gewassen in schoon kraanwater na afronden va een dag duiken. De contacten kunnen worden schoongemaakt met schoon kraanwater of, indien nodig, een mild schoonmaakmiddel en een zachte borst. Het kan soms nodig zijn om het instrument uit de beschermkap te halen om te maken.
• ZORG VOOR UW DUIKCOMPUTER
Probeer NOOIT de behuizing van de duikcomputer te openen.
- Zorg dat de duikcomputer om de twee jaar of na 200 duiken (als dat eerd wordt nagekeken door een erkend Suunto servicecentrum. Bij deze onderhoudsbeurt zal een algemene controle, vervanging van de batterij en waterbestendigheidscontrole plaatsvinden. Voor dit onderhoud is speciaal gereedschap en een speciale opleiding nodig. Probeer geen onderhoud uit voeren waar u niet zeker van bent.
- Laat het instrument onmiddellijk controleren door uw SUUNTO servicecentrum als er vocht in de kast of het batterijvak zichtbaar is.
- De beschermfolie voor de D6i is ontworpen om de display te beschermen tegen krassen. Deze is verkrijgbaar bij uw lokale Suunto dealer. De beschermfolie kan eenvoudig worden aangebracht en zo nodig worden vervangen (zie voor meer informatie de instructies op www.suunto.com).
- Als u krassen, barsten of andere soortgelijke fouten op het beeldscherm ontdekt die de levensduur nadelig kunnen beïnvloeden, moet u het glas onmiddellijk laten vervangen door uw SUUNTO dealer of distributeur.
- Was en spoel de eenheid na elk gebruik in schoon kraanwater.
- Bescherm de computer tegen schokken, extreme hitte, direct zonlicht en aantasting door chemische middelen. De duikcomputer is niet bestand tegen stoten tegen zware objecten zoals persluchtflessen en niet tegen chemische substanties zoals benzine, reinigingsoplosmiddelen, spuitbussprays, lijm, verf, aceton, alcohol en dergelijke. Chemische reacties met dergelijke middelen leiden tot beschadigingen aan de afdichtingen, behuizing en coating.
- Sla uw duikcomputer op in een droge omgeving wanneer u hem niet gebruikt.
- De duikcomputer zal een batterijsymbool weergeven als waarschuwing wanneer de batterijspanning te laag wordt. Wanneer u dit symbool ziet, moet u de computer niet gebruiken totdat de batterij vervangen is.
- Trek het bandje van uw duikcomputer niet te strak aan. U moet uw vinger tuss het bandje en uw pols in kunnen steken.
- ONDERHOUD
De computer moet na iedere duik weken in schoon kraanwater, grondig afgesj worden en daarna gedroogd met een zachte handdoek. Verzeker u er van da zoutkristallen en zanddeeltjes weggewassen zijn. Controleer het beeldscherm d mogelijk vocht of water. Gebruik de duikcomputer NIET als er vocht of water de binnenzijde zichtbaar is. Neem contact op met een erkend Suunto servicecentrum om de batterij te vervangen of voor ander onderhoud.
BELANGRIJK!
- Gebruik geen perslucht om water van de computer af te blazen.
- Gebruik geen oplos- of schoonmaakmiddelen die de computer kunnen beschadigen.
- Test of gebruik de duikcomputer niet onder droge druk.
• CONTROLEREN OP WATERDICHTHEID
De waterdichtheid van de duikcomputer moet gecontroleerd worden na het plaa van de batterij of andere onderhoudshandelingen. Deze controle vereist specia apparatuur en training. U moet het beeldscherm regelmatig controleren op moge lekken. Als u vocht in uw duikcomputer vindt, is er een lekkage. Een lek mo zonder uitstel hersteld worden omdat vocht de duikcomputer ernstig en zelfs onherstelbaar kan beschadigen. SUUNTO neemt geen verantwoordelijkheid vod schade als gevolg van vocht in de duikcomputer tenzij de instructies in deze handleiding zorgvuldig zijn opgevolgd. Breng de duikcomputer direct naar een erkend Suunto servicecentrum wanneer u een lek constateert.
Veel gestelde vragen
Voor meer informatie over service zie de veelgestelde vragen op www.suunto.com.
9. BATTERIJEN VERVANGEN
OPMERKING
Voor het vervangen van de batterij kunt u zich het beste erkend Suunto-servicecentrum wenden. Het is noodzakelijk da de batterij op de juiste manier wordt vervangen om te vu dat er water naar het batterijcompartiment of de computer
LET OP
Wanneer de batterij wordt vervangen, gaan alle gegevens stikstof- en zuurstofopname verloren. Daarom moet de duur een eventueel weergegeven vliegverbod zijn verstreken of u ten minste 48 uur - en bij voorkeur tot 100 uur - wach u weer gaat duiken.
Alle historie- en profielgegevens, alsmede de instellingen voor de hoogte, alarmen er de persoonlijke correctiefactor blijven ook na het vervangen van de batterij in het geheugen opgeslagen. De instellingen voor de kloktijd en het tijdalarm gaan echter verloren. In de modus NITROX worden de instellingen voor nitrox ook teruggezet op de standaardinstellingen (Mix1 21% 2 O1,4 bar P 2 O Mix2-Mix3 OFF).
9.1. Vervangen van de zenderbatterij
OPMERKING
Voor het vervangen van de zenderbatterij kunt u zich het tot een erkend Suunto-servicecentrum wenden. Het is noodzak dat de batterij op de juiste manier wordt vervangen om voorkomen dat er water naar het batterijvak lekt.
9.1.1. Batterijset voor zender
De batterijset bevat een 3,0 V CR 12 AA-lithiumbatterij en een gesmeerde O-ring Wanneer u de batterij vasthoudt, moet u niet tegelijkertijd contact maken met be polen. Raak geen metalen oppervlakken van de batterij aan met de blote hand.
- Een kruiskopschroevendraaier
- Een zachte reinigingsdoek
9.1.3. De zenderbatterij vervangen
U vervangt de zenderbatterij als volgt:
- Verwijder de zender van de hogedrukpoort van de ademautomaat.
- Schroef de vier kruiskopschroeven aan de achterkant van de zender los en verwijder deze.
- Verwijder het deksel van de zender.
- Verwijder de O-ring voorzichtig. Zorg dat u de oppervlakken van de afdichtin niet beschadigt.
- Haal de batterij voorzichtig uit het batterijvak. Raak de elektrische contacten de printplaat niet aan.
Controleer of er sporen van lekkage of andere schade zijn. Breng de zende controle of reparatie naar een erkende Suunto-dealer of de importeur als u l of andere schade aantreft. -
Controleer de staat van de O-ring. Een beschadigde O-ring kan duiden op problemen met de afdichting of andere problemen. Vervang de O-ring, ook a deze in goede staat lijkt te zijn.
-
Controleer of de groef voor de O-ring en het oppervlak van de afdichting op de klep schoon zijn. Reinig deze zo nodig met een zachte doek.
- Plaats de nieuwe batterij voorzichtig in het batterijvak. Controleer de polariteit van de batterij. Het plusteken (+) moet naar de bovenkant van het vak wijzen (het minteken (-) naar de onderkant.

OPMERKING
Het is noodzakelijk dat u ten minste dertig seconden voordat u de zenderbatterij terugplaatst.
Wanneer de batterij is teruggeplaatst, verzendt de zender een overdruksignaal ('---') op code 12 gedurende tien seconden. Daarna wordt overgeschakeld naar een normale status en na vijf (5) minuten wordt de zender uitgeschakeld.
-
Controleer of de nieuwe gesmeerde O-ring in goede staat is. Plaats deze O-ring in de juiste positie in de daarvoor bestemde groef. Zorg dat er geen vuil komt de O-ring of de oppervlakken van de afdichtingen.
-
Plaats de klep van de zender voorzichtig terug. De klep past slechts in één pos De drie sleuven aan de binnenkant van de klep moeten in de drie randen onder de batterij vallen.
-
Breng de vier schroeven aan en draai ze vast.
Afmetingen en gewicht:
• Diameter: 50,0 mm
• Hoogte: 16,0 mm
- Gewicht: 113g
Flesdrukzender:
• Max. diameter: 40 mm
- Lengte: 80 mm
- Gewicht: 118 g
• Schermresolutie: 1 bar
Dieptemeter:
- Druksensor met temperatuurcompensatie
• Gekalibreerd in overeenstemming met EN 13319 - Te gebruiken op maximale diepte: 100 m (in overeenstemming met EN 13319)
- Nauwkeurigheid: ± 1% van volledige schaal of beter van 0 tot 100 m bij 20 ° overeenstemming met EN 13319)
• Weergavebereik diepte: 0 tot 150 m
• Nauwkeurigheid: 0,1 m van 0 tot 100 m
Flesdrukmeter:
• Nominale druk tijdens gebruik: 300 bar
• Nauwkeurigheid: 1 bar
Andere vensters
- Duiktijd: 0 tot 999 minuten, tellen start en stopt bij 1,2 meter diepte
- Oppervlaktetijd: 0 tot 99 u 59 min
- Duikteller: 0 tot 99 voor herhalingsduiken
- Nultijd: 0 tot 99 min (- - na 99)
- Opstijgtijd: 0 tot 199 min (- - na 199)
• Maximale diepten: 3,0 tot 100 m
• Luchttijd: 0 tot 99 min (- - na 99)
Temperatuurvenster:
• Nauwkeurigheid: 1 °C
• Weergavebereik: -20 tot +50 °C
Weergavebereik: -9 tot +50 □
- Nauwkeurigheid: ± 2 °C binnen 20 minuten na een temperatuurwijziging
Kalender/klok
• Nauwkeurigheid: ± 25 sec/maand (bij 20 °C)
• 12/24-uursweergave
Wordt alleen weergegeven in de modus NITROX:
• Zuurstofpercentage: 21–99
- Weergave partiële zuurstofdruk: 0,2 - 3,0 bar.
• Zuurstoflimietpercentage: 1 - 200% met resolutie van 1%
Logboek/duikprofielgeheugen:
- Meetinterval in de modi Air en Nitrox: standaard 20 seconden, instelbaar op 10, 20, 30, 60s
- Meetinterval in de modus FREE: standaard 2 seconden, instelbaar op 1, 2, 5 sec
Registreert de maximumdiepte en minimumtemperatuur voor elk interval
- Geheugencapaciteit: ongeveer 140 uur duiken met een meetinterval van 20 seconden en zonder zendergegevens. In de modus Dive Free is de geheugencapaciteit maximaal 35 uur.
• Diepteresolutie: 0,3 m
Gebruiksomstandigheden:
- Normaal hoogtebereik: 0 tot 3000 m boven zeeniveau
• Bedrijfstemperatuur: 0 tot 40 °C - Bewaartemperatuur: -20 tot +50 °C
Aanbevolen wordt het apparaat op een droge plaats bij kamertemperatuur te bew

OPMERKING
Bewaar de duikcomputer niet op een plaats waar deze blootgesteld aan direct zonlicht.
Berekeningsmodel lichaamsweefsel:
- Suunto RGBM-algoritme (ontwikkeld door Suunto en Bruce R. Wienke, BSc, MPhD)
• 9 weefselcompartimenten - Halfwaardetijden weefselcompartimenten: 2,5, 5, 10, 20, 40, 80, 120, 240 en 4 minuten (bij gassing). De halfwaardetijden voor ontgassing worden verminderd
- Lagere (variabele) 'M'-verloopwaarden op basis van duikgewoonten en duikfouter De 'M'-waarden worden bijgehouden tot 100 uur na een duik
- De EAN- en zuurstofdrukberekeningen zijn gebaseerd op aanbevelingen van R.V. Hamilton en de momenteel gangbare tabellen en principes voor maximale blootstelling.
Batterij:
• Eén 3-V lithiumbatterij: CR 2450
- Maximale bewaartijd batterij: drie jaar
- Vervangen: om de drie jaar of vaker afhankelijk van duikactiviteit
• Verwachte levensduur bij 20 °C:
• 0 duiken/jaar -> 3 jaar
• 100 duiken/jaar ->2 jaar
• 300 duiken/jaar ->1,5 jaar
Flesdrukzender:
- Eén 3-V lithiumbatterij: 1/2AA O-ring 2,00 mm x 2,00 mm
- Maximale bewaartijd batterij: drie jaar
• Vervangen: om de twee jaar of vaker afhankelijk van duikactiviteit
• Verwachte levensduur bij 20 °C:
• 0 duiken/jaar -> 3 jaar
• 100 duiken/jaar -> 2 jaar
• 400 duiken/jaar -> 1 jaar
De volgende omstandigheden hebben gevolgen voor de verwachte levensduur van de batterij:
• De duur van de duiken
- De omstandigheden waarin het apparaat wordt gebruikt en bewaard (bijvoorbeeld temperatuur). Onder de 10 °C is de verwachte levensduur van de batterij ongeve 50 tot 75% van de levensduur bij 20 °C
• Het gebruik van het kompas
- De kwaliteit van de batterij. (Sommige lithiumbatterijen kunnen plotseling leeg raken, wat niet van tevoren kan worden getest.)
- De tijd dat de zender in het magazijn heeft gelegen totdat deze is aangesch door de klant. (De batterij wordt in de fabriek in het apparaat geplaatst)

OPMERKING
De batterijwaarschuwing kan door lage temperaturen of interne oxidatie van de batterij worden geactiveerd wann batterijcapaciteit nog voldoende is. In dat geval verdwijnt waarschuwing doorgaans wanneer de modus DIVE opnie wordt ingeschakeld.
10.2. Suunto RGBM
RGBM (Reduced Gradient Bubble Model) van Suunto is een modern algoritme of voorspellen hoeveel opgelost en vrij gas aanwezig is in de weefsels en het bloer de duiker. Het algoritme is ontwikkeld door Suunto in samenwerking met Bruce I Wienke. Het is gebaseerd op laboratoriumexperimenten en duikgegevens, waaron gegevens van DAN.
Het algoritme vormt een grote verbetering ten opzichte van de klassieke Haldane modellen, die geen voorspelling kunnen geven over de vorming van gas in vrije toestand (microbelletjes). Het voordeel van Suunto RGBM is grote veiligheid door het model kan worden aangepast aan vele situaties. Suunto RGBM is geschikt v diverse duikomstandigheden die buiten het bereik liggen van modellen die alleen voorspellingen kunnen doen voor opgelost gas. Dit komt door het volgende:
- Duiken op meerdere dagen worden voortdurend geregistreerd
- Kort opeenvolgende herhalingsduiken worden verwerkt
- Er wordt gereageerd op een duik die dieper is dan een voorgaande duik
- Aanpassingen aan snelle opstijgingen waarbij veel microbelletjes worden gevorr
- Consistent met natuurwetten voor kinetische gastheorie
10.2.1. Adaptieve decompressie van Suunto RGBM
Bij het Suunto RGBM-algoritme worden voorspellingen aangepast voor de effecten van vrijgekomen microbelletjes en nadelige duikprofielen in de huidige duikserie. Deze berekeningen worden ook gewijzigd in overeenstemming met de persoonlijke correctiefactor die u selecteert.
Het patroon en de snelheid van decompressie aan de oppervlakte worden aangepas in overeenstemming met de invloed van microbelletjes.
Bij herhalingsduiken kan de correctie ook worden toegepast op de maximaal toegestan stikstofoverdruk in elke theoretische weefselgroep.
Afhankelijk van de omstandigheden worden de decompressieverplichtingen aangepast door een of meer van de volgende handelingen uit te voeren:
- Duiktijden zonder decompressiestop verminderen
• Verplichte veiligheidsstops toevoegen - De duur van decompressiestops verlengen
- Een langere oppervlakte-interval aanbevelen (attentiesymbool)
Attentiesymbool – Aanbeveling van langere oppervlakte-interval
Bepaalde patronen van meerdere duiken brengen een verhoogd risico op decompressieziekte met zich mee, bijvoorbeeld duiken met korte oppervlakte-intervallen, herhalingsduiken naar steeds grotere diepten, meerdere opstijgingen en veelvuldig duiken op meerdere dagen. Als dergelijke patronen worden vastgesteld, wordt niet alleen het decompressiealgoritme aangepast, maar kan via het attentiesymbool ook een langere oppervlakte-interval worden aanbevolen.
10.2.2. Nultijdlimieten voor perslucht
De multijdlimieten die voor de eerste duik naar één diepte (zie Tabel 10.1, "Nultijdlimieten voor verschillende diepten (m)" en Tabel 10.2, "Nultijdlimieten verschillende diepten (ft)") door de duikcomputer worden weergegeven, zijn iets behoudender dan de uiterste limieten volgens de US Navy-tabellen.
Tabel 10.1. Nultijdlimieten voor verschillende diepten (m)
| Nultijdlimieten (min) voor verschillende diepten (m) voor de eerste duik van een serie | |||||||||
| Diepte (m) | Persoonlijke correctiefactor / hoogte-instelling | ||||||||
| P2/A2P2/A | |||||||||
| 9 | 205 | 148 | 97 | 181 | 133 | 86 | 160 | 120 | 76 |
| 12 | 124 | 77 | 54 | 108 | 69 | 50 | 93 | 63 | 46 |
| 15 | 71 | 51 | 34 | 65 | 47 | 31 | 59 | 42 | 29 |
| 18 | 51 | 34 | 24 | 47 | 32 | 22 | 43 | 29 | 20 |
| 21 | 37 | 26 | 17 | 34 | 24 | 15 | 31 | 21 | 13 |
| 24 | 29 | 19 | 11 | 27 | 17 | 10 | 25 | 16 | 9 |
| 27 | 22 | 13 | 8 | 20 | 12 | 7 | 19 | 11 | 7 |
| 30 | 17 | 10 | 6 | 16 | 9 | 5 | 14 | 9 | 5 |
| 33 | 13 | 8 | 4 | 12 | 7 | 4 | 11 | 6 | 4 |
| 36 | 10 | 6 | 4 | 9 | 5 | 3 | 9 | 5 | 3 |
| 39 | 8 | 5 | 3 | 8 | 4 | 3 | 7 | 4 | 3 |
| 42 | 6 | 4 | 3 | 6 | 4 | 3 | 5 | 3 | 2 |
| 45 | 5 | 3 | 2 | 5 | 3 | 2 | 4 | 3 | 2 |
Tabel 10.2. Nultijdlimieten voor verschillende diepten (ft)
| Nultijdlimieten (min) voor verschillende diepten ft) voor de eerste duik van een serie | |||||||||
| Diepte (ft) | Persoonlijke correctiefactor / hoogte-instelling | ||||||||
| P2/A2P2/A1P2 | |||||||||
| 30 | 199 | 144 | 93 | 176 | 130 | 82 | 156 | 117 | 73 |
| 40 | 120 | 74 | 52 | 103 | 67 | 48 | 90 | 61 | 44 |
| 50 | 69 | 50 | 33 | 63 | 45 | 30 | 57 | 41 | 28 |
| 60 | 50 | 33 | 23 | 46 | 31 | 21 | 41 | 28 | 19 |
| 70 | 36 | 25 | 16 | 33 | 23 | 14 | 30 | 21 | 12 |
| 80 | 28 | 18 | 10 | 26 | 17 | 10 | 23 | 15 | 9 |
| 90 | 21 | 13 | 8 | 19 | 11 | 7 | 18 | 10 | 6 |
| 100 | 17 | 10 | 5 | 15 | 9 | 5 | 13 | 8 | 5 |
| 110 | 12 | 7 | 4 | 11 | 7 | 4 | 10 | 6 | 4 |
| 120 | 10 | 6 | 4 | 9 | 5 | 3 | 8 | 5 | 3 |
| 130 | 8 | 5 | 3 | 7 | 4 | 3 | 6 | 4 | 3 |
| 140 | 6 | 4 | 3 | 6 | 4 | 2 | 5 | 3 | 2 |
| 150 | 5 | 3 | 2 | 5 | 3 | 2 | 4 | 3 | 2 |
10.2.3. Bergmeerduiken
Op grote hoogten is de atmosferische druk lager dan op zeeniveau. Als u naar grote hoogte reist, bevat uw lichaam meer stikstof ten opzichte van de homeosta op de oorspronkelijke hoogte. Dit aanvullende stikstof komt geleidelijk vrij totdat h evenwicht is hersteld. Het verdient aanbeveling op de nieuwe hoogte eerst te acclimatiseren door ten minste drie uur te wachten voordat u gaat duiken.
Voordat u gaat duiken op hoogte, moet de hoogte-instelling aan de nieuwe hoog worden aangepast. De maximale partiële stikstofdruk die is toegestaan volgens h wiskundige model van de duikcomputer, wordt dan verminderd in overeenstemmir met de lagere luchtdruk in de omgeving.
Hierdoor worden de multijdlimieten sterk verkort.
10.3. Zuurstofblootstelling
De berekeningen voor zuurstofblootstelling zijn gebaseerd op de momenteel gangbare tabellen en principes voor maximale blootstelling. Bovendien maakt de duikcomputer gebruik van verschillende methoden om een behoudende schatting te maken van de zuurstofdruk. Voorbeeld:
- De weergegeven berekeningen voor de zuurstofblootstelling worden verhoogd tot de volgende procentuele waarde.
- De procentuele CNS-limieten tot 1,6 bar zijn gebaseerd op de limieten uit de NO. Diving Manual van 1991.
- De OTU-registratie is gebaseerd op het dagelijkse tolerantieniveau op de lange termijn en de herstelfactor is verlaagd.
De zuurstofgegevens die worden weergegeven door de duikcomputer zijn zodanig ingesteld dat alle waarschuwingen en vensters tijdens de juiste fasen van de duik worden weergegeven. De volgende gegevens worden bijvoorbeeld tijdens een duik weergegeven als de computer is ingesteld in de modus NITROX:
- Het geselecteerde Q% wordt weergegeven in het tweede venster.
- Tweede OLF%-venster voor CNS% of OTU% (afhankelijk van welke waarde het grootst is).
- Er klinken geluidssignalen en de OLF-waarde begint te knipperen wanneer de limieten van 80% en 100% worden overschreden.
- Er klinken geluidssignalen en de werkelijke PO _2 -waarde begint te knipperen wanneer de vooraf ingestelde limiet wordt overschreden.
- Bij het plannen van een duik wordt de maximale diepte geselecteerd in overeenstemming met de 2%-waarde en de maximumwaarde voor P.O
11. INTELLECTUEEL EIGENDOM
11.1. Handelsmerken
Suunto is een geregistreerd handelsmerk van Suunto Oy.
11.2. Copyright
© Suunto Oy 08/2012. Alle rechten voorbehouden.
11.3. Patenten
Patenten zijn verleend of aangevraagd voor één of meerdere functies van dit produc
12. AANSPRAKELIJKHEID
12.1. CE
Het CE merk wordt gebruikt om de conformiteit met de Europese Unie EMC ricl 89/336/EEC vast te stellen.
12.2. EN 13319
EN 13319 is een Europese norm voor duikdieptemeters. Suunto duikcomputers z zodanig ontworpen dat aan deze norm wordt voldaan.
12.3. EN 250 / FIOH
De flesdrukmeter en de delen van het duikinstrument die worden gebruikt voor meten van de flesdruk, voldoen aan de vereisten die worden beschreven in de van Europese norm EN 250 die betrekking heeft op flesdrukmetingen. FIOH, aangemelde instantie nr. 0430, heeft het EC-onderzoek uitgevoerd voor dit type persoonlijke beschermingsmiddelen.
13. BEPERKTE GARANTIE VAN SUUNTO
Suunto garandeert dat Suunto of een door Suunto geautoriseerd servicecentrum (hierna servicecentrum) gedurende de garantieperiode, ter eigen beoordeling, defecten in materialen of uitvoering gratis zal herstellen door a) reparatie, b) vervanging of c) terugbetaling, onderhevig aan de voorwaarden en condities van deze beperkte garantie. Deze beperkte garantie is alleen geldig en uitvoerbaar in het land van aankoop, ten de lokale wet dit anders bepaalt.
Garantieperiode
De beperkte garantieperiode begint op de datum van de oorspronkelijke aankoop in de winkel. De garantieperiode is twee (2) jaar voor apparaten met een beeldscherm. De garantieperiode is één (1) jaar voor accessoires en gebruiksonderdelen, waaronder maar niet beperkt tot oplaadbare batterijen, opladers, docking stations, bandjes, kabels en slangen.
Uitsluitingen en beperkingen
Door deze beperkte garantie wordt niet gedekt:
- a) normale slijtage, b) defecten die veroorzaakt zijn door ruwe behandeling of c defecten of schade die veroorzaakt is door verkeerd gebruik in strijd met bedoef of aanbevolen gebruik;
- handleidingen of producten van derden;
- defecten of beweerde defecten die veroorzaakt zijn door het gebruik met enig product, accessoire, software en/of service die niet gefabriceerd of geleverd is door Suunto;
- vervangbare batterijen.
Deze beperkte garantie is niet afdwingbaar als het product:
- meer geopend is dan het bedoelde gebruik;
- gerepareerd is met gebruik van niet geautoriseerde reserveonderdelen; aangepa of gerepareerd is door een niet geautoriseerd servicecentrum;
- het serienummer verwijderd, gewijzigd of op enige manier onleesbaar gemaal is, zoals bepaald naar goeddunken van Suunto;
- het product is blootgesteld aan chemische producten waaronder maar niet bep tot anti-insectenmiddel.
Suunto garandeert niet dat het product ononderbroken of zonder fouten zal werk of dat het product zal werken in combinatie met enige hardware of software die een derde partij wordt geleverd.
Toegang tot de Suunto garantiedienst
Registreer uw product op www.suunto.com/register en bewaar het aankoopbewijs en/of de registratiekaart. Voor instructies over het verkrijgen van de garantieservic gaat u naar www.suunto.com. U kunt ook contact opnemen met uw lokale geautoriseerde Suunto servicecenter of bellen naar de Suunto-helpdesk op +358 2.284 1160 (landelijke of hogere tarieven kunnen van toepassing zijn).
Beperking van aansprakelijkheid
Voor zover maximaal is toegestaan op grond van toepasselijk recht is deze garantie uw enige en exclusieve rechtsmiddel en vervangt deze alle andere expliciete of impliciete garanties. Suunto kan niet aansprakelijk worden gehouden voor bijzondere, incidentele of gevolgschade of hoge schadevergoeding, waaronder, maar niet beperkt tot, verlies van verwachte voordelen, verlies van gegevens, kapitaalkosten, kosten van vervangende apparatuur of voorzieningen, claims van derden, schade aan eigendommen als gevolg van de aankoop of het gebruik van het item of als gevolg van garantiebreuk, nalatigheid, benadeling of enige andere wettelijke of gelijkwaardige en eerlijke theorie, zelfs als Suunto op de hoogte was van de kans op dergelijke schade. Suunto zal niet aansprakelijk zijn voor vertraging bij het verlenen van garantieservice.
14. AFDANKEN VAN HET APPARAAT
Dank dit apparaat op de juiste wijze af conform de voorschriften voor kleine huishoudelijke apparaten. Gooi het niet in de vuilnisbak. Desgewenst kunt u het apparaat inleveren bij een Suunto-dealer bij u in de buurt.

| ASC RATE | Afkorting die op de duikcomputer wordt gebruikt voor opstijgsnelheid. |
| ASC TIME | Afkorting die op de duikcomputer wordt gebruikt voor opstijgtijd. |
| Bergmeerduik | Een duik op een hoogte groter dan 300 meter boven zeeniveau. |
| Central Nervous System Toxicity | Vergiftiging die wordt veroorzaakt door zuurstof. Kan diverse neurologische symptomen veroorzaken. De belangrijkste is een epileptische aanval waardoor de duiker kan verdrinken. |
| CNS | Afkorting voor Central Nervous System Toxicity. |
| CNS% | Limietpercentage voor CNS. Zie ook Zuurstoflimietpercentage |
| Compartiment | Zie Weefselgroep. |
| DAN | Afkorting voor Divers Alert Network. |
| DCI | Afkorting die op de duikcomputer wordt gebruikt voor decompressieziekte (decompression illness). |
| Decompressie | Duur van een decompressiestop of doorgebrachte tijd in het decompressiebereik om opgenomen stikstof op natuurlijke wijze de weefsels te laten verlaten. |
| Decompressiebereik | Tijdens een duik met decompressiestops is dit het dieptebereik tussen de decompressieondergrens en het decompressieplafond waarin een duiker enige tijd moet wachten bij het opstijgen. |
| Decompressieondergrens | De grootste diepte waarop decompressie plaatsvindt tijdens een duik met decompressiestop. |
Decompressieplafond
Decompressieziekte
DM4
Duikserie
Duiktijd
EAD
EAN
Enriched Air Nitrox
Equivalent Air Depth
Halfwaardetijd
Tijdens een duik met decompressiestops is dit de geringste diepte tot welke een duiker mag opstijgen op basis van de berekende stikstofbelasting.
Een van de verschillende ziekten die direct of indirect worden veroorza door de vorming van stikstofbellen in de weefsels en lichaamsvloeistoff als gevolg van inadequate decompressie. Wordt ook caissonziekte genoemd.
Suunto DM4 with Movescount, software voor het beheer van uw duike. Een groep herhalingsduiken waarvoor de duikcomputer stikstofopname aangeeft. Wanneer de stikstofopname is teruggebracht tot nul, wordt d duikcomputer gedeactiveerd.
De verstreken tijd tussen het afdalen vanaf de oppervlakte tot het terugkeren naar de oppervlakte aan het einde van een duik.
Afkorting voor Equivalent Air Depth ofwel equivalente luchtdiepte.
Afkorting voor Enriched Air Nitrox.
Wordt ook nitrox of verrijkte lucht genoemd en komt overeen met EAN op de duikcomputer. Betreft lucht waaraan zuurstof is toegevoegd.
Standaardmengsels zijn EAN32 (NOAA Nitrox I = NN I) en EAN36 (NC Nitrox II = NN II).
Tabel met equivalente waarden voor de partiële stikstofdruk.
Dit is na een wijziging in de omgevingsdruk de tijd die vereist is om partiële stikstofdruk in een theoretisch compartiment vanaf de helft van de voorgaande waarde te laten dalen tot een verzadigingsniveau bij die nieuwe omgevingsdruk.
| Herhalingsduik | Elke duik waarbij de decompressietijdslimieten worden beïnvloed door reststikstof dat is opgenomen bij vorige duiken. |
| MOD | Afkorting voor Maximum Operating Depth (maximale gebruiksdiepte). Dit is de diepte van een ademgas waarop de partiele zuurstofdkv#ho het gasmengsel een veilige limiet overschrijdt. |
| Multilevelduik | Een afzonderlijke duik of herhalingsduik waarbij tijd wordt doorgebracht op verschillende diepten en waarbij de decompressielimieten daarom niet alleen zijn gebaseerd op de maximale diepte. |
| Nitrox | Bij sportduiken verwijst deze term naar elk mengsel met verhoudingsgewijs meer zuurstof dan bij gewone lucht. |
| NOAA | United States National Oceanic and Atmospheric Administration. |
| NO DEC TIME | Afkorting die op de duikcomputer wordt gebruikt voor 'nultijdlimiet'. |
| Nultijd | De maximale tijd die een duiker op een bepaalde diepte mag doorbrengen om op te kunnen stijgen zonder decompressiestops. |
| Nultijdduik | Elke duik waarbij op elk moment zonder onderbreking kan worden opgestegen naar de oppervlakte. |
| O_2% | Zuurstofpercentage in ademgas. Gewone lucht bevat 21% zuurstof. |
| OEA = EAN = EANx | Afkortingen voor Oxygen Enriched Air Nitrox. |
| OLF | Afkorting die op de duikcomputer wordt gebruikt voor zuurstoflimietpercentage. |
| Oppervlakte-interval | Verstreken tijd tussen het bovenkomen van een duik en het afdalen voor de volgende duik. |
| Opstijgsnelheid | De snelheid waarmee de duiker naar de oppervlakte opstijgt. |
Opstijgtijd
OTU
Partiële zuurstofdruk
PFO
PO_2
RGBM
Zuurstoftolerantie-eenheid
De minimaal vereiste tijd om de oppervlakte te bereiken tijdens een d met decompressiestops.
Afkorting die op de duikcomputer wordt gebruikt voor zuurstoftolerantie-eenheid.
Beperkt de maximale diepte waarop een nitroxmengsel veilig kan wordt gebruikt. De maximale partiële druk voor duiken met verrijkte lucht is bar. De maximale partiële druk met veiligheidsmarge is 1,6 bar. Als d'limiet wordt overschreden, bestaat er kans op acute zuurstofvergiftiging
Afkorting voor patent foramen ovale. Dit is een aangeboren hartafwijkir waardoor bloed kan stromen tussen de linker- en rechterboezem via h interatrial septum.
Afkorting die op de duikcomputer wordt gebruikt voor partiële zuurstofdr. Afkorting voor Reduced Gradient Bubble Model.
Modern algoritme voor het bijhouden van de hoeveelheid opgelost en gas in het bloed en de weefsels van een duiker.
Hoeveelheid overtollige stikstof die na een of meer duiken in het bloer en de weefsels van een duiker achterblijft.
Afkorting die op de duikcomputer wordt gebruikt voor oppervlakte-interva Afkorting voor Undersea and Hyperbaric Medical Society.
Theoretisch concept voor het modelleren van lichaamsweefsels om decompressietabellen of -berekeningen te maken.
Suunto-term voor de grafisch weergegeven zuurstoftoxiciteitwaarden. De waarde wordt aangegeven door CNS% of OTU%.
Hiermee wordt de toxiciteit voor het zenuwstelsel gemeten.
Zuurstofvergiftiging van centrale zenuwstelsel
Een andere vorm van zuurstofvergiftiging die wordt veroorzaakt door langdurige blootstelling aan een hoge partiële zuurstofdruk. De meest voorkomende symptomen zijn irritaties in de longen, een branderig gevoel in de buik, hoesten en verminderde vitaliteit. Wordt ook pulmonaire zuurstofvergiftiging genoemd. Zie ook OTU.


















