BAS300K - Garage deur motor systeem CHAMBERLAIN - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis BAS300K CHAMBERLAIN in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Garage deur motor systeem in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding BAS300K - CHAMBERLAIN en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. BAS300K van het merk CHAMBERLAIN.
GEBRUIKSAANWIJZING BAS300K CHAMBERLAIN
- Functional check of the safety equipment. REPAIRS The authorized Service Centres are responsible for repair work. 709304D-GB © Chamberlain GmbH, 2004 Barbara P. Kelkhoff Manager, Reg. Affairs GB-7 TECHNICAL DATA INITIAL OPERATION BELANGRIJKE AANWIJZINGEN M.B.T. MONTAGE EN GEBRUIK BEGIN MET HET LEZEN VAN DEZE BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES! Deze waarschuwingstekens betekenen ”voorzichtig!” en zijn een aansporing om goed op te letten, omdat het veronachtzamen ervan lichamelijk letsel of materiële schade teweeg kan brengen. Lees deze instructies a.u.b. zorgvuldig. Deze garagedeuropener is ontworpen en getest om veilig te functioneren mits hij geïnstalleerd en bediend, onderhouden en beproefd in overeenstemming met de aanwijzingen in deze handleiding.
WAARSCHUWING - ONJUISTE INSTALLATIE KAN
ZWAAR LETSEL TOT GEVOLG HEBBEN. VOLG DE INSTALLATIEAANWIJZINGEN ZORGVULDIG OP. De deur mag tijdens bedrijf niet boven de openbare weg of het trottoir uitsteken. Voor inbouw van de opener moeten alle niet noodzakelijke draden of kettingen worden verwijderd en alle inrichtingen die na de montage van de opener niet meer noodzakelijk zijn, worden uitgeschakeld. De deuropener mag alleen worden geïnstalleerd op een juist gebalanceerde en goed werkende garagedeur. Deuren die blijven hangen of aanlopen moeten eerst worden gerepareerd. Garagedeuren en de eraan bevestigde onderdelen kunnen onder zware mechanische spanning staan. Niet gebruiken, wanneer reparaties of onderhoudswerkzaamheden moeten worden uitgevoerd, omdat een fout in de installatie of een verkeerd uitgebalanceerd hek letsel kan veroorzaken. Probeer nooit zelf het mechaniek te repareren of af te regelen; laat dit over aan een vakman. Bij installaties die moeten worden bestuurd door een schakelaar met UIT-voorinstelling, moet het regelbedieningsgedeelte in het directe gezichtsveld van het aangedreven hek worden gemonteerd, maar buiten bereik van de bewegende delen en tenminste op een hoogte van 1,5 m. Conform de desbetreffende geldende installatievoorschriften moet in de permanent geïnstalleerde elektrische installatie een onderbrekingssysteem worden ingebouwd met een contactopening van minimaal 3 mm bij elke pool. Dit apparaat mag niet in een vochtige of natte ruimte geïnstalleerd worden. Na inbouw van de opener moet een meting worden uitgevoerd conform hoofdstuk 20 van de EN60335-295:2001. Wanneer de waarden van deze meting de maximumwaarden overschrijden, moet een contactlijst worden gebruikt. Na installatie en afregelen plaatst u een 50mm hoog voorwerp op de grond en controleert u of de deur automatisch opengaat wanneer deze het voorwerp raakt. Herhaal deze controle maandelijks en regel het mechaniek zo nodig bij. Inhoud Veiligheidsinstructies Inhoud / box Alvorens te beginnen & Installatie Montage van de aandrijf Elektrische aansluiting, veiligheid Controle Onderhoud, reparatie Technische gegevens Reserve onderdelen Pagina
Afbeelding 1-3 1-14 5-8 +15-24
INHOUD / BOX Afbeelding 1
- Sleutel voor ontgrendeling
- Zakje met toebehoren voor de montage
- Besturingselektronica
- Afstandsediening GESCHIKTE DEURTYPES Afbeelding 3 A – Kanteldeur met verticale looprail B – Niet naar buiten kantelende deuren met verticale en horizontale looprail C – Vouwdeuren Deuren tot 8 m2 kunnen met een opener worden aangedreven. Deuren van 8 tot 14 m2 moeten worden voorzien van 2 openers. 709304D-NL WAARSCHUWING - HET IS VOOR UW PERSOONLIJKE VEILIGHEID EN DIE VAN ANDEREN VAN BELANG DAT DEZE AANWIJZINGEN WORDEN OPGEVOLGD. BEWAAR ZE DAAROM ZORGVULDIG! Houd de deur tijdens bedrijf in de gaten en houd anderen uit de buurt tot de deur volledig is geopend of gesloten. Laat kinderen niet met de bediening spelen. Houd de afstandsbediening buiten bereik van kinderen. Kinderen niet met afstandsbedieningen laten spelen. De waarschuwingsborden voor afklemmen duurzaam bevestigen op een opvallende plaats of in de nabijheid van de vaste besturings- of regelvoorziening. Het bord voor de handbediening duurzaam bevestigen in de nabijheid van het bedieningselement ervan. Wees voorzichtig bij het bedienen van de handontgrendeling wanneer de deur geopend is. Een geopende deur kan dichtvallen als de deur niet in balans is of als de veren verzwakt of gebroken zijn. Schade of letsel kan het gevolg zijn. Schakel de electriciteit naar de garagedeur-opener uit voordat u reparaties uitvoert of beschermingen verwijdert. Dit product is voorzien van een speciale netkabel. Bij beschadiging moet de kabel worden vervangen door een kabel van hetzelfde type. Deze kabel is te verkrijgen bij uw Chamberlain-leverancier, en dient te worden geïnstalleerd door een vakman. Na de montage moet worden gecontroleerd of de opener de openingsbeweging verhindert of stopt wanneer het hek met een gewicht van 20 kg wordt belast, die in het midden aan de onderkant van de deur bevestigd is (voor openers die kunnen worden toegepast bij deuren die voorzien zijn van openingen in de deurvleugel met een diameter van meer dan 50mm). EN 60335-2-95, subclausule 7.12.1
AANVULLEND NOODZAKELIJK OF OPTIONEEL
TOEBEHOREN Voor A is nodig (Afb. 2): BAS-1 deurversterkingsrail: Bij dunwandige deuren moet het deurversterkingsframe worden gebruikt. De openerkap kan alleen worden bevestigd bij gebruik van deze rails. BAS-2-draaistangen: modellen leverbaar voor deuren tot ca. 3,0 m of 4,0 m. Grotere deuren moeten worden voorzien van 2 openers (L+R). BAS-3 rechte deurarm = standaardarm: de opener kan dusdanig worden gemonteerd dat deze niet in de weg zit van de aandrijfarm. De arm wordt zijdelings in de verlenging van de deurarm van de deur bevestigd of kan aan de binnenzijde van het deurframe worden bevestigd. BAS-4 gebogen deurarm: de gebogen arm moet worden gebruikt wanneer de rechte arm gaat kruisen met de aandrijfarm van de deur. Met name bij deuren met een geringe zijdelingse ruimte. De gebogen arm wordt dan meestal aan de binnenzijde van het deurframe bevestigd.
- Aansluitkabel geschikt voor 230 volt (type: 3 x 1,5 VV, RR of RN-F)
- Aansluitkabel voor toebehoren (type: VV of hoogwaardiger)
- Kabeltrekontlastingen
- Min. 2 stuks verdeeldozen
- Flexibele kabelbuis (gewapende buis) B optioneel (Afb. 4):
- 771E Extra fotocellen
- 60008 Staande kolom voor fotocellen
ALVORENS TE BEGINNEN: Uit oogpunt van de veiligheid en om een storingsvrije werking van de opener te kunnen garanderen, moeten de volgende punten in acht worden genomen:
- De deur moet geschikt zijn voor automatische bediening. Met name moet worden gecontroleerd of de deurafmetingen overeenstemmen met de gegevens in de technische eigenschappen en of de deur voldoende stabiel is.
- Functioneren van de deurlagers en verbindingspunten moet worden gecontroleerd.
- Controleren of de deur geen schuurplekken heeft; looprails zo nodig reinigen en met siliconen-smeermiddel (geen vet) smeren.
- Controleren of de deur juist gebalanceerd is.
- Om de deur met de opener te kunnen afsluiten, moeten de mechanische deurvergrendelingen worden verwijderd.
- Voor de aansluiting van de opener moet een goedwerkende aarding aanwezig zijn. De opener BAS kan op contragewicht-kanteldeuren van verschillende uitvoeringen worden geïnstalleerd. In Afb. 3 zijn een aantal modellen weergegeven: a) Kanteldeur met enkel blad b) Kanteldeur met vouwblad c) Kanteldeur met enkelblad en plafondlooprail Als u behalve de garagedeur geen aparte toegangsdeur tot de garage heeft, is een ontkoppelingsslot vereist. Hiermee kunt u in geval van een stroomstoring de garagedeur van buitenaf met de hand bedienen.
OVERZICHT TOTALE ELEKTRISCHE AANSLUITING
Aansluiting van de elektronische besturingskaart Voor alle werkzaamheden aan de elektronische besturingskaart (aansluiten, programmeren, onderhouden, enz.) steeds de stroomtoevoer onderbreken. De punten van de ALGEMENE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN moeten in acht worden genomen. De leidingkanalen voorbereiden en de elektrische aansluitingen van de besturing met het bijbehorende toebehoren uitvoeren. Altijd de stroomkabel scheiden van de besturings- en beveiligingskabels (schakelaars, ontvangers, fotocellen enz.). Ter voorkoming van elektrische storingen moeten gescheiden leidingen worden gebruiken. Programmeer vervolgens naar wens de elektrische besturingseenheid conform de overeenkomstige instructies. In het overzicht ziet u een algemeen overzicht van de manier waarop de elektrische bedrading moet worden aangelegd. Het kan zijn dat er andere wegen moeten worden gekozen. De afbeeldingen tonen uitsluitend de normale wegen (Afb. 5-8). A. Typisch B. Volledige installatie C. Volledige installatie met 2 motoren D. Besturing extern aan de wand gemonteerd.
AANSLUITING VAN EEN OPENER
De motor is een wisselstroommotor voorzien van een condensator waarvoor een speciale besturing noodzakelijk is. De draairichting wordt bepaald door het omwisselen van de polariteit bij de kabels L-L door de besturing. N is de nuldraad (blauw). Kabeldiameter: 0,75mm2 of groter. Spanning: 230Volt AC. Geen starre koperdraden gebruiken. Kabels met laagspanning niet parallel installeren.
AANSLUITING VAN TWEE OPENERS
Bij aansluiting van 2 motoren wordt in principe op dezelfde manier gewerkt. De tweede motor heeft geen eindschakelaar en ook geen besturing. Deze wordt als 'piggyback' via de eerste motor aangestuurd en in de besturing net als de eerste motor aangesloten. Kabeldiameter: 0,75mm2 of groter. Spanning: 230Volt AC. Geen starre koperdraden gebruiken. Kabels met laagspanning niet parallel installeren. 709304D-NL
MONTAGE VAN DE DEURVERSTEVIGINGSRAILS
(OPTIONEEL) De deurverstevigingsrail moet worden toegepast bij dunwandige of torderende deuren. De opener is zwaar en hiervoor is een veilige, stabiele bevestiging absoluut noodzakelijk. De als toebehoren leverbare rail is ook in hoogte verstelbaar en de openerkap kan hierop eenvoudig worden bevestigd. Bij toepassing van 2 openers op een deur, zijn twee verstevigingsrails noodzakelijk. De deurverstevigingsrail wordt gewoonlijk boven in het deurframe vastgezet en aan het onderste uiteinde bevestigd op een verstevigingsbalk van de deur. De verstevigingsrail kan heel stabiel aan het frame worden bevestigd. Het is vanuit technisch oogpunt gezien niet van belang of de opener in het midden van de deur zit of niet. Een montage naast het midden van de deur vindt gewoonlijk plaats wanneer de deurgreep of het slot in de weg zitten en deze niet mogen worden gedemonteerd. De opener verlaagt de hoogte van de garage met ca. 10 cm. In lage garages wordt een plaats uit het midden gebruikt zodat hogere auto's alsnog in de garage kunnen rijden. Hierdoor zijn eventueel langere draaistangen aan een zijde noodzakelijk.
MONTAGE VAN DE OPENER AAN DEUR
De opener kan op verschillende hoogten aan de deurverstevigingsrail worden gemonteerd. De onderstaande punten moeten in acht worden genomen:
1. De draaistangen met geleidingslager die later moeten worden
gemonteerd op het deurframe of daarin de buurt, waarvoor eveneens een stabiele montagepositie noodzakelijk is. Een verstevigingsbalk op de deur zelf is hiervoor geschikt.
2. De hoogte van de draaistangen van de opener moeten bij 1 rail
(verticaal) typische kanteldeur ongeveer 10 cm onder de koppeling bevinden waaraan de deur draait op opgehangen is (zie afbeelding 12 a+b). Bij een kanteldeur met vouwblad ligt het draaipunt ongeveer 10 cm onder het punt waar gevouwen wordt. Bij een nietuitzwenkende deur met dubbele rails wordt de hoogte van de deur gehalveerd.
3. De hoogte van de draaistangen is ook afhankelijk van de algemene
hoogte van de deur. De later zijdelings te bevestigen telescoopdeurarmen mogen maximaal 80% worden uitgetrokken (max. lengte: 120 cm). Bij kleine deuren moeten de telescooparmen worden ingekort (zie afbeelding 12). MONTAGE DRAAISTANGEN (OPTIONEEL) Het lager (platenstalen hoekstuk) waarin de draaistangen zijdelings in de deur moeten worden gevoerd, moet zeer stabiel bevestigd zijn en later na afloop van de installatie met vet worden ingesmeerd. Aan de aandrijfzijde zijn de draaistangen voorzien van hulzen en worden deze alleen op de opener geschoven. Een kleine inbusschroef in de huls dient als beveiliging tegen verschuiven. Het wordt dringend aangeraden de bevestiging van de zijarmen eerst uit te voeren, voordat de draaistangen op maat worden gezaagd. NL-2 INSTALLATIE – Of de gebogen of rechte telescoopdeuraandrijvingsarmen worden gebruiken, is afhankelijk van de plaats die aan de zijkant beschikbaar is (Afb. 9). Waar de openerarmen op het frame worden bevestigd, is afhankelijk van het deurtype en de beschikbare montageplaats. Mogelijk dicht bij het punt waar de deur ook draait (zwenkt) is ideaal. Deze bevestiging moet absoluut stabiel worden gelast. Hierop worden hoge krachten overgebracht.
1. Rechte telescooparmen werken naast de deurarmen die de deur
draaien (de arm die de deur draait, kruist niet de baan van de telescoopaandrijvingsarm). Er is voldoende plaats op het deurframe om de openerarmen zijdelings, er onder of erboven te bevestigen.
2. Gebogen telescooparmen kantelen om de deurarmen die de deur
draaien en worden gemonteerd wanneer er onvoldoende zijdelingse plaats is om uit te wijken. Beide telescoopdeurarmen mogen maximaal 80% worden uitgetrokken (max. lengte: 120 cm). Bij kleine deuren moeten de telescooparmen eventueel worden ingekort. De telescooparmen moeten voor het samenbouwen worden gesmeerd, zodat ze soepel functioneren. Wanneer de zijdelingse telescooparmen gemonteerd zijn, kan de exacte lengte van de draaistangen worden bepaald. Aan de telescooparmen bevinden zich hulzen waarin de draaistangen moeten worden geschoven. Naar keuze kan deze verbinding met behulp van boorgaten en bouten (10 mm) tot stand worden gebracht of via een lasverbinding. De laatste vormt met zekerheid de veiligste verbinding.
MONTAGE VAN DE OPENERKAP
De openerkap wordt met 4 schroeven zijdelings bevestigd. Vóór het plaatsen van de openerkap moeten de kunststof schroefdraadpluggen op de geschikte hoogtes in de deurverstevigingsrail worden gedrukt. Voordat de kap van voren wordt opgeschoven, moeten de schroeven al iets ingedraaid zijn.
VERVANGEN VAN DE GLOEILAMP
Let op: opener van netvoeding loskoppelen! De kunststofkap is aan de zijkanten vastgeschroefd en kan na het verwijderen van de schroeven 2x links en 2x rechts naar beneden worden getrokken. De daaronder liggende transparante lichtkap is met 4 kruiskopschroeven (PZ1) bevestigd en wordt na losdraaien eveneens verwijderd. De gloeilamp is bevestigd in een schroeffitting E14/25 watt. Nooit sterkere gloeilampen gebruiken! Na het vervangen van de gloeilamp vindt de montage in omgekeerde volgorde plaats. Let op: de omlopende afdichting van de transparante lichtkap moet absoluut op zijn plaats blijven. Gloeilampen vallen niet onder de garantie.
OPENER VERGRENDELEN / ONTGRENDELEN
Wanneer de opener ontgrendeld is, kan de deur met de hand worden geopend of gesloten. Wanneer de opener vergrendeld is, kan de deur alleen met de opener worden bediend.
BALANCEREN VAN DE DEUR
Na de mechanische installatie moet worden gecontroleerd of de kanteldeur na het verhogen van het gewicht door de opener en het toebehoren nog steeds in evenwicht blijft. indien nodig moeten contragewichten of torsieveren worden toegepast. Een optimale kanteling is gegarandeerd wanneer de deur in de middelste stand (45°) en met ontgrendelde opener in evenwicht blijft. Tevens moet door handmatige beweging van de deur worden bepaald of de draaiing tijdens het openen en sluiten lineair en zonder springerige of abrupte bewegingen verloopt. Ontgrendelen: aan de achterzijde van de kunststofkap bevindt de ontgrendelingssleutel zich in een uitsparing. Neem deze uit de uitsparing en steek deze in de gemarkeerde opening eveneens aan de achterzijde van de opener. Door de sleutel circa 180 graden rechtsom te draaien, wordt de opener ontgrendeld. Vergrendelen: Draai de ingestoken ontgrendelingssleutel volledig linksom tot u een harde weerstand voelt. Aansluitend beweegt u de deur iets met de hand tot deze hoorbaar klikt of u voelt dat de deur weer vergrendeld is. Wanneer 2 openers op de deur gemonteerd zijn, moeten beide openers ontgrendeld en vergrendeld worden.
INSTELLING VAN DE EINDSCHAKELAARS (ALLEEN
BAS300K) DDe eindschakelaar bevindt zich bij de opener rechts onder een zwarte kunststofdeksel. Door het losdraaien van 4 schroeven (kruiskop, PZ1), kan de deksel worden verwijderd. De eindschakelaar wordt door twee nokken op de as aangestuurd die met een beetje kracht of met behulp van een schroevendraaier kunnen worden versteld. De eindschakelaarpositie bepaalt het punt deur OPEN en deur DICHT. Door het verdraaien van de nokken wordt het uitschakelpunt in beide richtingen ingesteld. Instelling voor toepassing met 1 motor (aandrijving centraal gemonteerd): De buitenste eindschakelaar is voor DEUR OPEN De op de motor aanwezige binnenste eindschakelaar is DEUR DICHT Instelling voor toepassing met 2 motoren (één aandrijving rechts en één links): is de opener met de eindschakelaar RECHTS gemonteerd, dan vindt de instelling plaats overeenkomstig de beschrijving hierboven. 709304D-NL Beschikt de garage niet over een toegang van buitenaf, dan moet er een externe ontgrendeling worden gemonteerd voor het geval de opener geen stroom heeft. Werking van de noodontgrendeling (zie afbeelding 24D). NL-3
MONTAGE VAN DE ZIJDELINGSE TELESCOOPARMEN
(OPTIONEEL) De opener is reeds bedraad en bij de minimale installatie hoeft alleen de bedrading voor klem N, Massa, L en de fotocel COM, OP, CL worden aangesloten, of kortgesloten (gevaar). Beschrijving van de klemtoewijzing Kabelklemmenblok M1 (linksonder) N Neutraal (blauw) Massa PE (groen-geel) 230 V (zwart) Kabelklemmenblok M2 (rechtsonder) Motor bewegingsrichting OPEN Motor N neutraal (blauw) Motor bewegingsrichting DICHT De condensator wordt tussen de klemmen OP en CL aangesloten. Bij aansluiting van 2 openers worden deze parallel aangesloten. De tweede opener heeft geen eindschakelaar. C.LP Verlichting in de opener 230V/25 W (zwart) COM Verlichting in de opener en knipperlicht 230 V/25 W (COM blauw) Lamp Lamp Extern knipperlicht 230 V/40 W Klemmenblok M3 (linksboven) 24V Voeding voor externe apparaten 24 V wisselspanning, max. 500 mA 24V Voeding voor externe apparaten 24 V wisselspanning, max. 500 mA INGANGEN St1 Start ingang kanaal 1 St2 Start ingang kanaal 2 Stop COM fabriekmatig kortgesloten met COM Com COM fabriekmatig kortgesloten met Stop EDGE Contactlijsten fabriekmatig kortgesloten met 8,2 ohm EDGE Contactlijsten fabriekmatig kortgesloten met 8,2 ohm Klemmenblok M4 (rechtsboven) Photocells Fotocel actief deur OPEN (+ pool) COM Fotocel (com, gemeenschappelijk of (-- pool) Fotocel actief deur DICHT (+ pool) Ant Antenne (fabriekmatig met korte antenne) Antenne-aarde (buitenste kabel 75 ohm) Insteekplaats CN1-startknop voor kanaal CH1 (links boven) Ingang COM Insteekplaats CN2-eindschakelaars (midden boven) OPEN voor eindpositie deur OPEN COM CLOSE voor eindpositie deuren DICHT Insteekplaats CN3 RPM-sensor (boven midden) OPEN voor eindpositie deur OPEN COM CLOSE voor eindpositie deuren DICHT Insteekplaats CN4 elektrisch slot (boven midden) Schakelingang Uitgang elektrisch slot COM Potentiometer (midden rechts) Precieze functie: zie beschrijving potentiometer OPEN Krachtinstelling bij openen CLOSE Krachtinstelling bij sluiten RPM-Sensor Gevoeligheid RPM-sensor Dipschakelaar (midden) Precieze functie: zie beschrijving dipschakelaar SW1 1-4 midden onder SW2 midden boven 709304D-NL FOTOCEL Infraroodsensoren (IR-fotocellen) moeten ten minste in de sluitrichting worden geïnstalleerd om aan de veiligheidsvoorschriften te voldoen. Als er geen IR-sensors voor de sluitrichting geïnstalleerd zijn, werkt de aandrijving alleen met een stopfunctie voor de aandrijfrichting. Indien correct geïnstalleerd en uitgelijnd werkt de deur met tijdelijke regeling of handzender. De montageplaats is afhankelijk van het ontwerp van de deur. Gewoonlijk is de IR-sensor aan de binnenkant van de deur gemonteerd op ca. 50 - 200 mm boven de vloer parallel aan de deuropening. De IRsensors bestaan uit een zender- en een ontvangergedeelte die recht tegenover elkaar moeten worden geplaatst. De sensorbehuizing (kunststof) kan met een schroevendraaier worden geopend. De IRsensors worden aan de wand bevestigd met behulp van kleine schroeven en wandpluggen. Er is een optie om extra IR-sensors aan te sluiten die geactiveerd worden in de stand "OPEN" (klem 20) . Eén enkele IR-sensor die op beide veiligheidsingangen (klemmen 18 en 20) is aangesloten, zal actief zijn in beide richtingen. Het is mogelijk om 2 IR-sensors parallel aan te sluiten. IR-sensors van Chamberlain maken gebruik van een storingsdetectiesysteem (2-kabelsysteem). De automatische sluitfunctie is alleen mogelijk wanneer het IR-sensorsysteem geïnstalleerd is en werkt. Een combinatie van verschillende typen IR-sensors is niet mogelijk. Na elke stroomstoring of nieuwe aansluiting controleert de regelaar of IR-sensors zijn aangesloten en werkt vervolgens aan de hand hiervan. De IR-sensors hebben een kleine LED die van buitenaf zichtbaar is vanaf twee kanten waarmee de status van de fotocellen wordt aangegeven. Chamberlain levert twee modellen IR-sensors met storingsdetectie. Een is geschikt voor bevestiging op wanden die tegenover elkaar staan. Het andere type is ideaal voor montage aan de binnenzijde van de deur omdat de bevestigingspunten reeds aanwezig zijn. Diagnose voor IR-sensors met storingsdetectie van Chamberlain: Licht constant
Licht knippert IR-sensors niet uitgelijnd of geblokkeerd Licht uit Geen spanning, verbinding verbroken of verkeerde polariteit Kabeldoorsnede: 0,5 mm2 of groter Spanning: 12/24 volt AC/DC Gebruik geen onbuigzaam koperdraad. Leg geen 230 volt-kabels parallel aan of in hetzelfde kanaal. CONTACTLIJST (OPTIONEEL) Contactlijst (vereist wanneer de sluitkracht groter is dan 600N (60kg)). Op de besturing kan een contactstrip worden aangesloten die werkt volgens het 8,2 kOhm-principe, d.w.z. dat er een 8,2 kOhm grote weerstand aan het einde van de contactstrip is bevestigd. Deze staat garant voor de continue controle van de stroomkring. De besturing wordt geleverd met een ingebouwde 8,2 kOhm weerstand. De contactstrip moet bij naar buiten kantelende deuren aan de binnenzijde omlopend worden gemonteerd. Hiervoor zijn omleggingen voor het rubberprofiel leverbaar. Er hoeft alleen maar een contactstrip te worden gesloten. Verwijder na installatie de 8,2 kOhm-weerstand op de aansluitkaarten. Kabeldiameter: 0,5 mm2 of groter. Spanning: 12/24 volt wissel-/gelijkspanning. Geen starre koperdraden gebruiken. Niet parallel installeren van kabels met 230 volt of aanleg in hetzelfde kanaal. SNELONTKOPPELING DEURKRUK (OPTIONEEL) Wanneer er zich in de garagedeur nog een deur bevindt, dan moet deze speciaal worden beveiligd, zodat de opener alleen functioneert wanneer de deur op de juiste wijze gesloten is. De aansluiting gebeurt via het noodstopcontact. Kabeldiameter: 0,5 mm2 of groter. Spanning: 12/24 volt wissel-/gelijkspanning. Geen starre koperdraden gebruiken. Niet parallel installeren van kabels met 230 volt of aanleg in hetzelfde kanaal. NL-4 OVERZICHT Wanneer een schakelaar wordt aangesloten, kan hiermee de installatie worden gestopt of geblokkeerd. Een beweging van de vleugels wordt meteen onderbroken. Het contact kan ook, afhankelijk van de gewenste beveiligingsbehoefte, op de deur met de contacten van de fotocellen worden aangesloten. Hiermee wordt elke vleugelbeweging direct gestopt. Kabeldiameter: 0,5 mm2 of groter. Spanning: 12/24 volt wissel-/gelijkspanning. Geen starre koperdraden gebruiken. Niet parallel installeren van kabels met 230 volt of aanleg in hetzelfde kanaal. KNIPPERLICHT (OPTIONEEL) Op de besturing kan een knipperlicht worden aangesloten. Deze waarschuwt personen voor de bewegende deur. Het knipperlicht moet, indien mogelijk, hoog en duidelijk zichtbaar worden gemonteerd. De besturing geeft een constant signaal dat door de lamp wordt omgezet in een knippersignaal. Kabeldiameter: 0,5 mm2 of groter. Spanning: 230V 40W Geen starre koperdraden gebruiken. Niet parallel installeren van kabels met 230 volt of aanleg in hetzelfde kanaal. ELEKTRISCH SLOT (OPTIONEEL) Via stekker CN4 kan een elektrisch slot op de besturing worden aangesloten. Een leverbare aanvullende kleine relaisbesturing wordt tussen de openerelektronica en het elektrische slot aangesloten. Kabeldiameter: 0,5 mm2 of groter. Spanning: 12/24 volt wissel-/gelijkspanning. Geen starre koperdraden gebruiken. Niet parallel installeren van kabels met 230 volt of aanleg in hetzelfde kanaal. SLEUTELSCHAKELAAR (OPTIONEEL)
BESCHRIJVING VAN DE POTENTIOMETERS
De uitgeoefende kracht, zoals gemeten op de sluitende rand van de deur, mag niet hoger zijn dan 600N (60kg). Als de sluitkracht op een waarde wordt afgesteld die hoger is dan 600N, dan moet het Protector System geïnstalleerd worden. Gebruik het bijstellen van de kracht niet om het klemmen van de garagedeur te compenseren. Excessieve kracht beïnvloedt de deugdelijke werking van het veiligheidssysteem en kan schade aan de deur veroorzaken. Krachtafstelregelaars bevinden zich op de bedieningspaneel. Als de kracht te zwak is afgesteld, kan de beweging van de deur onderbroken worden door ongewild weer omhooggaan tijdens de neergaande beweging of door ongewenst stoppen tijdens de opgaande beweging. Weersomstandigheden kunnen van invloed zijn op de beweging van de deur, daarom kan het nodig zijn de kracht af en toe bij te stellen. De kracht kan maximaal over een gebied van 260 graden worden bijgesteld, dat is ongeveer 3/4 van een hele slag. Forceer de stelschroeven niet voorbij dat punt. Draai de stelschroeven voor het afstellen van de kracht met een schroevedraaier. Test de neergaande (sluit) kracht: grijp de deurhandgreep of onderkant van de deur als deze halverwege de neergaande (sluit) slag is. De deur moet nu vanzelf weer omhoog gaan. (Omkering halverwege het naar beneden gaan garandeert niet dat omkering op een obstructie van 50mm zal plaatsvinden.) Als het moeite kost de deur tegen te houden, of als hij niet weer omhoog gaat, verminder dan de neergaande (sluit) kracht door de stelschroef naar links te draaien. Stel met kleine beetjes bij totdat de deur normaal omkeert. Laat de opener na elke bijstelling een complete bewegingscyclus uitvoeren. DIP-SCHAKELAARS Via de dipschakelaar kunnen de verschillende programma's worden gekozen. Het wordt aangeraden de dipschakelaars pas na beëindiging van de installatie te wijzigen en deze tijdens de eerste inbedrijfneming op de fabrieksinstelling ingesteld te laten. Opdat een nieuwe functie van kracht wordt, moet de opener kortstondig van het lichtnet worden losgekoppeld! Aan = Schakelaar in positie "ON" schuiven. Bij de plexiglaskap bevindt zich een ingebouwde schakelaar. Hiermee wordt de deur met een druk op de knop geopend of gesloten. Deze is op Input St.1 vast aangesloten voor normaal bedrijf. Schakelaarblok SW1 = onderste rode schakelblok De besturing / opener kan via verschillende ingangen worden geactiveerd. Het activeren kan worden gedaan met een handzender of een sleutelschakelaar. Algemene instelling van de functielogica Automatisch met automatisch sluiten of handmatig sluiten. Alleen met aangesloten en niet-blokkerende failsafefotocellen met pulserend signaal (2 kabel-fotocellen)!
- Handzender = zie punt Afstandsbediening programmeren No 1 No 2
- Schakelingang 1 = Input St. 1 normaal bedrijf aan aan Automatische regeling met pauze in Openen 90 sec.
- Schakelingang 2 = Input St. 2 actief bij speciale instellingen (zie dipschakelaar SW2 Dip1 + Dip2). uit aan Automatische regeling met pauze in Openen 60 sec. aan uit Automatische regeling met pauze in Openen 30 sec. uit uit Handmatig bedrijf = Fabrieksinstelling
BESCHRIJVING VAN DE POTENTIOMETERS
Schakelaar 1+2 Schakelaar 3+4 De potentiometers bevinden zich in het midden van de besturing en zitten naast elkaar. Met behulp van een kleine schroevendraaier kunnen de waarden worden gewijzigd. Let op, voorzichtig draaien, zodat de onderdelen niet kapot gedraaid worden. Rechtsom draaien resulteert in hogere instelwaarden. Bepaalt de reactie van de opener bij het bereiken van de eindschakelaar. Wijziging van de fabrieksinstellingspositie is alleen noodzakelijk wanneer bijv. de deur niet volledig kan worden gesloten. Wordt de fabrieksinstelling gewijzigd, dan moet ook de eindschakelaar "Sluiten" worden gewijzigd (vroeger), omdat de opener na bereiken van de schakelaar gedurende 5 seconden blijft doorbewegen (ca. 30-45 graden). De maximale looptijd van de besturing is vast ingesteld op 40 seconden. No 3 No 4 Potentiometer aan aan Schakelt direct uit = Fabrieksinstelling uit aan Zachte stop beweegt 5 seconden lang verder op lage snelheid. RPM-sensor niet actief. OPEN Regelt de kracht voor de openingsbeweging CLOSE Regelt de kracht voor de sluitingsbeweging RPM Potentiometer voor regeling van de gevoeligheid van de toerentalsensor: aan uit Beweegt gedurende 5 seconden verder met normale snelheid. RPM-sensor niet actief. deze regelt de benodigde tijd tussen 0 en 2 sec. Voor het omkeren van de werkingsrichting 2 sec., dan schakelt hij over op stoppen. Alleen actief wanneer de RPM-sensor geïnstalleerd is. De toerentalsensor moet altijd zo gevoelig mogelijk worden ingesteld. Toerentalsensor: stekker CN3 op van de besturing. uit uit Beweegt gedurende 4 seconden verder op lage snelheid, dan 1 seconde op normale snelheid. RPM-sensor niet actief. 709304D-NL NL-5 NOODSTOP (OPTIONEEL) AFSTANDSBEDIENING PROGRAMMEREN Schakelaarblok SW2 = bovenste rode schakelblok No1 No2 Schakelingang 1 (CH1 en ST1) Schakelingang 2 (CH2 en ST2) Ein Ein Functie standaard = Fabrieksinstelling Eerste impuls schakelt het openen in, de volgende schakelt het stoppen in, de volgende het sluiten, de volgende het stoppen, de volgende het openen, enz. Aus Ein Functie kanaalscheiding: Ingang: impuls schakelt het openen in, de volgende het stoppen, de volgende weer het openen, de volgende het stoppen enz. In de automatische modus zorgt een impuls tijdens de pauze voor een herstart van het tellen van de pauze. Een impuls tijdens de sluitbeweging zorgt voor het stoppen, de volgende impuls voor het opnieuw openen. Ein Aus Aus Aus alleen openen, alleen sluiten Ingang: een impuls tijdens het openen resulteert in een stop; de volgende impuls in sluiten. Een impuls tijdens de pauzetijd resulteert zowel in de automatische als de handbediende modus tot het direct hernieuwd sluiten. Een impuls tijdens de sluitbeweging resulteert in stoppen, de volgende impuls in sluiten, de volgende impuls in stoppen, de volgende impuls in sluiten enz. Functie verzamelgarage met kanaalscheiding Ingang: De eerste impuls zorgt Ingang: een impuls voor het openen, eventuele tijdens het openingsproces volgende impulsen van ingang 1 resulteert in stoppen, de tijdens het openen worden volgende impuls in sluiten. Een genegeerd. In de automatische impuls tijdens de pauzetijd modus zorgt een impuls tijdens resulteert zowel in de de pauzetijd voor een herstart automatische als de van het tellen van de pauze. handbediende modus tot het Een impuls tijdens de sluitbeweging zorgt voor het direct sluiten. Een impuls tijdens stoppen, de volgende impuls de sluitbeweging wordt voor het opnieuw openen. genegeerd. Functie dodeman met kanaalscheiding Ingang: tijdens het indrukken Ingang: Tijdens het en ingedrukt houden van de indrukken en ingedrukt houden impulsgever gaat de deur open. van de impulsgever schakelt de Na loslaten blijft de deur installatie over op sluiten. Na stilstaan. In dat geval zijn niet loslaten blijft de deur stilstaan. alle beveiligingsvoorzieningen In dat geval zijn alle ingeschakeld. De beveiligingsvoorzieningen niet eindschakelaars zijn actief: ingeschakeld. De automatisch sluiten niet actief. eindschakelaars zijn actief. Radio niet actief. Radio niet actief. Fabrieksinstelling BAS300K: Handzender is geprogrammeerd met grote knop op CH1/St1 en kleine knop CH2/St2. Wanneer een radiografische module aanwezig is op de insteekplaats rechts (alleen BAS300K) dan kunnen tot 15 handzenderknoppen worden geprogrammeerd. De besturing beschikt over 2 kanalen waarmee verschillende functietypen mogelijk zijn, zie Beschrijving dipschakelaars SW2 Dip 1 + 2. Aan de rechterkant van de besturing bevinden zich 2 knoppen, aangeduid met CH1 en CH2. Dat zijn de programmeerknoppen. Programmeren:
1. Druk 3x kort op de een van de programmeerknoppen of net zolang tot
de LED naast de knop wordt ingeschakeld.
2. Druk aansluitend op de gewenste knop op de handzender die deze
functie moet krijgen. Met een "klikgeluid" wordt de geslaagde programmering bevestigd.
4. Wanneer u andere handzenders wilt programmeren, dan begint u
weer bij stap 1 Wissen van de handzenders:
1. Houd de programmeerknop stevig ingedrukt tot de LED naast de
programmeerknop oplicht en weer dooft. Ca. 8 seconden
2. Klaar, alle geprogrammeerde handzenders op dit kanaal zijn nu
gewist. Het bereik van de radiografische bediening is afhankelijk van de omgevingsomstandigheden. Houd de knop van de handzender zolang ingedrukt (ca. 2 seconden), tot een beweging van de deur merkbaar is. Uw radiografische bediening is digitaal gecodeerd, d.w.z. een onopzettelijke bediening van de deuropener kan zo goed als worden uitgesloten. Afstandsbediening: De lithiumbatterijen gaan maximaal vijf jaar mee. Om de batterijen te vervangen wrikt u de behuizing aan de zijde waar aan de achterzijde "Open" staat met een schroevendraaier open. Steek de batterijen met de pluspool naar beneden in het apparaat en klik de behuizing weer langs beide zijden dicht. Gooi de oude batterij niet met het huisvuil weg. Breng gebruikte batterijen naar een speciaal inzamelingspunt. U kunt altijd losse afstandsbedieningen bijkopen voor gebruik vanuit ander auto's die van de garage gebruik maken. Om met een nieuwe afstandsbediening te kunnen werken moet de ontvanger worden geprogrammeerd. No 3 Beginstoot met max. kracht in elke eindpositie van de deur. Aan actief Uit niet actief = Fabrieksinstelling No 4 Voorknipperfunctie van het knipperlicht 2 seconden voor begin van elke beweging. Aan actief Uit niet actief = Fabrieksinstelling 709304D-NL XX X
NL-6 DIP-SCHAKELAARS Gaat u voorzichtig en rustig te werk. Neem voldoende tijd voor de basisinstelling. De benodigde tijd voor de eerste instelling kan tot 30 minuten duren. Eventueel moet een tweede persoon helpen zodat wijzigingen in de besturing eenvoudiger plaats kunnen vinden (stroom AAN resp. UIT).
1. Sluit de besturing en opener inclusief de beveiligingsingangen
2. Zet alle dipschakelaars op de fabrieksinstelling.
3. Stel de eindschakelaars in (zie Instelling van de eindschakelaars).
4. Sluit de opener aan op het lichtnet. De verlichting op de opener gaat
branden (alleen BAS300K).
5. De handzenders zijn reeds geprogrammeerd (alleen BAS300K).
6. Stel de potentiometers "OPEN" "CLOSED" in op ca. 30%. Bij zeer
zware deuren eventueel iets hoger. Monteer de openerkap (alleen BAS300K).
7. Zet de deur handmatig in een halfgeopende stand en vergrendel de
8. Druk op de startknop op de opener (alleen BAS300K) of druk op de
geprogrammeerde handzender. Sluit de deur in plaats van te openen, dan is de (die) motor verkeerd aangesloten. De klemmen bij de besturing moeten worden omgewisseld (bruin/zwart). De kabel waarop ook de condensator is aangesloten, wordt omgewisseld. U bepaalt de draairichting van de motoren. Herhaal aansluitend het volledige proces in de eerste beweging dat de opener opent. Model Voedingsspanning Frequentie Nominaal vermogen Maximaal vermogen Max. draaimoment Bedrijfscondensator Thermische beveiliging Motortoerental Omgevingstemperatuur Bedrijfsfrequentie cycli/uur Gewicht Beschermingsklasse Max. deurbreedte (m) 1 motor Max. deurhoogte (m) 1 motor Max. deuroppervlak (m2) 1 motor BAS300K 230Volt 50Hz 250W 400W 350Nm 10µF 140OC 1400 omw/min -20 tot + 55OC ca. 9kg IP44
9. Test een complete cyclus en stel aan de hand van deze gegevens
andere, betere waarden in en herhaal vervolgens het proces.
10. De functietypen (dipschakelaars) moeten pas dan worden veranderd
wanneer de eindposities en de krachten al ingesteld zijn.
11. Zijn alle instellingen uitgevoerd, controleer dan de functie van de
fotocellen, schakelaars, knipperlichten, handzenders, toebehoren enz. Wanneer u Automatisch sluiten wilt, wijzig dan nu de instelling van de dipschakelaar.
12. Laat alle personen die met de deur te maken hebben, zien hoe de
deur beweegt, hoe de beveiligingsfuncties werken en hoe de opener met de hand kan worden bediend. CONTROLE Opener en toebehoren onderwerpen aan een grondige functiecontrole. De klant de pagina "Gebruikersinformatie" overhandigen, de juiste werking en het gebruik van de opener volgens de voorschriften uitleggen, alsmede wijzen op de potentieel gevaarlijke punten. Ve r k l a r i n g v a n o v e r e e n s t e m m i n g De ondergetekende verklaart hierbij dat de gespecificeerde apparatuur en alle accessoires voldoen aan de vermelde richtlijnen en normen. Model: ............................................................................................................BAS300K EN55014, EN61000-3, EN61000-4, ETS 300 683, EN 300 220-3, EN60335-1, en EN60335-2-95 MAINTENANCE Onderstaande stappen moeten minimaal elk half jaar worden uitgevoerd:
- Controle van de regeling van het motorkoppel.
- Controle van de rollen en looprails van de deur; indien nodig reinigen en smeren.
- Functiecontrole van het ontgrendelingssysteem.
- Functiecontrole van de veiligheidsvoorzieningen. ✓ 89/336/EEC ✓ 73/23/EEC ✓ 1999/5/EC Inbouwverklaring Een elektrische garagedeuropener, in combinatie met een garagedeur, moet worden geïnstalleerd en onderhouden overeenkomstig alle instructies van de fabrikant, om aan de bepalingen van de Machinerichtlijn 89/392/EEG te voldoen. REPARATIE Voor reparatiewerkzaamheden zijn erkende onderhoudsbedrijven verantwoordelijk. 709304D-NL B. P. Kelkhoff Manager, Regulatory Affairs THE CHAMBERLAIN GROUP, INC. Elmhurst, IL 60126 USA May, 2004 © Chamberlain GmbH, 2004 Barbara P. Kelkhoff Manager, Reg. Affairs NL-7 TECHNISCHE GEGEVENS INGEBRUIKNEMING INDICACIONES IMPORTANTES PARA EL MONTAJE Y USO ANTES DE COMENZAR, LEA LAS NORMAS DE SEGURIDAD QUE RESULTAN FUNDAMENTALES Importantes indicaciones en materia de seguridad ATENCIÓN: Se requiere su cumplimiento ya que, en caso contrario, se podrían provocar daños personales o materiales. El presente automatismo para puertas de garaje se ha construido y verificado de tal forma que la instalación, utilización, mantenimiento y revisión aporte la adecuada seguridad siempre que se respeten las siguientes regulaciones sobre seguridad. ATENCIÓN - UN MONTAJE ERRÓNEO PUEDE PROVOCAR LESIONES DE CARÁCTER GRAVE. RESPETE TODAS LAS INDICACIONES DE MONTAJE. Durante el servicio, la puerta no podrá sobresalir por encima de una vía pública. Antes de montar el automatismo, se retirarán las cuerdas o cadenas que no se necesiten, y aquellos dispositivos que no se requieran después del montaje del automatismose deberán poner fuera de servicio. Antes de montar el automatismo, compruebe que la puerta se halla equilibrada y que se pueda abrir y cerrar correctamente. Las puertas de garaje que se queden encajadas o se atasquen, se deberán reparar sin dilación. Periódicamente, se comprobará si el equipo, y en particular los cables, los muelles y las piezas de sujeción, presenta alguna muestra de desgaste, deterioro o un equilibrado defectuoso. No utilizar cuando se deben llevar a cabo tareas de reparación o de ajuste, ya que un error en la instalación o una puerta equilibrada erróneamente pueden provocar lesiones. Solicite el servicio de personal especializado para efectuar las reparaciones. Solicite el servicios de personal especializado para efectuar las reparaciones. En caso de una instalación que se deba controlar por un interruptor con preajuste de DESC., se deberá colocar el elemento de control al alcance directo de la vista desde la puerta accionada, no obstante alejado de las piezas móviles, y ubicarse a una altura mínima de 1,5m. De acuerdo a las correspondientes regulaciones vigentes en materia de cableado, en una instalación eléctrica conectada permanentemente se deberá incorporar un dispositivo de separación con 3mm. de apertura de contacto como mínimo en cada polo. Este equipo no se puede montar en lugares ni mojados ni húmedos. Después de incorporar el automatismo, se deberá llevar a cabo una medición según se expone en el capítulo 20 de EN60335-2-95:2001. Si los valores que aquí se midan, superan los valores máximos, se deberá emplear una regleta de contacto. Después de montar y ajustar el automatismo, asegúrese de que al entrar en contacto con un obstáculo de 50 mm. de altura en el suelo del garaje, procede a invertir la marcha. La verificación de inversión y los ajustes necesarios que de ella se puedan derivar se deberán ejecutar una vez al mes. Índice Regulaciones sobre seguridad Contenido de la caja Antes de comenzar & instalación Montaje del automatismo Conexión eléctrica, seguridad Controles Mantenimiento, reparación Características técnicas Piezas de repuesto Página
Notice-Facile