LR 2107 C - Bosmaaier JONSERED - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis LR 2107 C JONSERED in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Bosmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding LR 2107 C - JONSERED en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. LR 2107 C van het merk JONSERED.
GEBRUIKSAANWIJZING LR 2107 C JONSERED
Wij danken u voor het vertrouwen waarmee voor u onze maaimachine heeft gekozen. U zult langdurig plezier hebben van de kwaliteit van dit produkt.Leest u aandachtig dit handboek, dat speciaal bedoeld is om u te informeren over het juiste gebruik ervan volgens de vereiste veiligheidsvoorwaarden.
NEDERLAND VEILIGHEIDSNORMEN 1)Iedereen die de tractor gebruikt moet op de hoogte zijn van deze gebruiksaanwijzing. lBelangrijke regel: personen onder de 16 jaar en personen die alcohol gedronken hebben of medicijnen geslikt hebben mogen deze machine niet gebruiken.
2) Gasemissie van benzinemotoren: deze gassen bevatten giftige
koolmonoxide, zet de machine daarom niet aan in gesloten ruimten.
3) Verzeker u ervan dat er tijdens de werking geen enkele persoon en
vooral geen kinderen of huisdieren dichtbij de werkende machine verkeren. 4)Verzeker u er ook van dat er tijdens de werking geen vreemde voorwerpen (assen, takken, ijzerdraad) op de oppervlakken aanwezig is. Deze voorwerpen zouden naar buiten toe weg kunnen springen en kunnen schade, zware verwondingen of zelfs dodelijk zijn. 5)Tijdens het gebruik is het verboden om in de nabijheid van de machine te roken! 6)Werk alleen overdag of in ieder geval bij goede verlichting. 7)Werk altijd loodrecht op de lijn met de grootste helling. NOOIT hoekig of overlangs. XXX
8) Zorg ervoor dat de snijplaat uitgeschakeld is, indien u zich naar de
maaizone begeeft. 9)Gebruik de machine niet wanneer de draagcarrosserie beschadigd is of zonder veiligheidsorganen (bijv. grasbak enz.). 10)De juiste positie van het motorblok is bij het ontwerp en de vervaardiging bestudeerd en mag niet gewijzigd worden. 11)De machine niet hellen langs de zijkanten.
12) Deze tractor is voorzien van een veiligheidsinrichting waardoor de
motor uitgezet wordt als de bestuurder van zijn stoel opstaat. 13)Hou handen en voeten van de draaiende messen verwijderd. Houd u ook op afstand van het kanaal waar het gemaaide gras wordt afgevoerd gedurende het draaien van de messen. 14)De machine niet met de hand verplaatsen of opheffen met draaiende motor.
15) Schakel steeds de motor uit en maak de bougie los bij
onderhoudswerkzaamheden. OPGELET: Verwijder steeds de contactsleutel bij onbewaakte tractor. 16)Andere gevallen waarin de motor moet worden uitgezet: l wanneer u de machine verlaat of hem met de hand vervoert l voor brandstof bij te tanken l wanneer u de grasbak leegt
17) Let goed op tijdens het afstellen van het snijapparaat. Gevaar voor
verwondingen! Steek uw vingers niet tussen het mes en de draagcarrosserie. Trek beschermende handschoenen aan.
18) Laat de motor afkoelen voor de machine in een gesloten ruimte weg te
19) Om brandgevaar te voorkomen altijd de motor en de uitlaat schoon
houden van grasresten, bladeren, vet en dergelijke.
20) Controleer regelmatig de mate van slijtage van de graszak.
21) Het gras niet in achteruit maaien.
22) OPGELET! Bij het maaien of het verplaatsen en vooral bij ingeschakelde
achteruit, zich ervan verzekeren, dat er zich geen andere personen in de nabijheid bevinden. Onderhoud en opslag 1)Alle moeren, bouten en schroeven goed aangedraaid houden om in veilige omstandigheden te werken. 2)De machine nooit met gevulde brandstoftank opbergen in ruimten waar de benzinedampen open vuur of vonken kunnen bereiken. 3)Geef de motor de tijd om af te koelen alvorens het apparaat in een beperkte ruimte op te bergen. 4)De motor, uitlaat, accubak en benzinetank vrijhouden van gras, bladeren en overvloedig smeermiddel, om het brandgevaar te beperken. 5)Controleer regelmatig de grasbak op eventuele slijtage en aantasting. 6)Om veiligheidsredenen tijdig versleten of beschadigde onderdelen vervangen. 7)Het eventuele aftappen van de brandstoftank voor de winteropslag dient in de open lucht uitgevoerd te worden. 8)Monteer de messen volgens de instructies en gebruik alleen messen waarop het merk of de naam van de fabrikant of leverancier en het referentienummer vermeld staan. De vervanging of het onderhoud van de messen mag enkel door een bevoegde verkoper uitgevoerd worden. 9)Ter bescherming van de handen tijdens het verwisselen van de messen geschikte handschoenen aantrekken. De vervanging of het onderhoud van de messen mag enkel door een bevoegde verkoper uitgevoerd worden.
10) De tractor nooit met waterstralen reinigen. Gebruik een vochtige doek
voor het reinigen van de tractor om corrosie te vermijden. BESCHRIJVING ( zie pagina 119)
Versnellingshendel Afstelhendels snjihoogte Benzinetankdop Controlelampje in check-in/voor volle bak (enkel elektrisch startmodel) 15 Handgreep grasbak TECHNISCHE GEGEVENS 6,0 Hp ÷ 6,5 Hp Motor Startmechanisme Versnellingen elektrisch/ trekkoord vijf versnellingen vooruit en een achteruitversnelling 8,0 Km/h Maximumsnelheid Afmetingen met grasopvangzak 2000 mm x 630 mm x 1020 mm Behuizing Polypropyleen Snijblad staal 62 cm Snijbreedte Afstelling van de snijhoogte Af te stellen op vijf snijhoogten 1,5 m Draaidiameter Inhoud grasopvangzak 150 liter Max. toelaatbaar gewicht van berijder 120 Kg HET UITPAKKEN De tractor is verpakt in een doos en klaar voor het gebruik, zonder stoel, stuur, graszak en voorwielen (Sommige modellen worden met voorgemonteerde voorwielen geleverd). Let bij het uitpakken op het volgende. 1 - Verwijder alle onderdelen uit de verpakking en gooi de doos en het verpakkingsmateriaal op de daarvoor bestemde plaatsen weg, met inachtneming van de milieuverontreinigingwetten.
2 - Controleer de bijgeleverde toebehoren
3 - Begin met de montage
Het is ten strengste verboden de tractor aan te zetten (ook om hem te proberen) voor de montage geheel voltooid te hebben.
MONTAGE VAN DE GRASZAK (zie pagina 1191) De graszak wordt bij alle modellen standaard bijgeleverd. Voor de montage ervan zijn de volgende elementen nodig Noodzakelijke toebehoren: - Sterschroevendraaier - Sleutel diam. 8 Bijzonderheden: - 4 Schroeven M5x30 UNI7688 - 4 zelfblokkerende bouten M5 - voorframe voor graszak Montage: Bevestig de voorframe van de graszak aan de reeds gemonteerde frame van de graszak. Zorg ervoor dat het voorste deel van de graszak zich in de juiste positie bevindt, om een goede werking van de graszak en van de tractor te garanderen. Voeg de 4 schroeven M5x30 in de daarvoor voorziene openingen. Draai de schroeven en de zelfblokkerende nylonbouten goed aan. Beëindig de montage van de zak op de frame door de betrekkelijke rubberen haken vast te maken.
MONTAGE VAN DE WIELEN (zie pagina 119) (AANMERKING: Sommige modellen worden met voorgemonteerde wielen geleverd) 1-Monteer de voorwielen zo op de pennen (16): één ringetje (17), het wiel (18), één ringetje (19) 2-Met de stop (20) bevestigen Noodzakelijke toebehoren: - Tangen Bijzonderheden: 4 ringetjes 2 stoppen Let op! Monteer het wiel met het ventiel naar de buitenkant.
MONTAGE VAN HET STUUR (zie pagina 120) Noodzakelijke toebehoren: - sterschroevendraaier - sleutel diam. 10 mm Bijzonderheden: - 1 schroef M6x45 UNI 7687 - geflenste moer M6 Montage: Voeg het stuur in de stuurbuis en breng de opening van het stuur op een rechte lijn met de opening van de stuurbuis. Zich ervan verzekeren dat het stuur zich in de juiste positie bevindt (Fig. D1). - Voeg de schroeven in, schroef deze aan en bevestig de moer met de daarvoor bestemde toebehoren. AANMERKING: Het stuur kan op twee hoogten afgesteld worden, naargelang de voorkeur van de bediener – zie D1.
TOEGANG TOT DE MOTORRUIMTE (zie pagina 120) Gebruik een schroevendraaier om het deksel tot de motorruimte te verwijderen, door hem in de daarvoor bestemde openingen van het motordeksel in te voegen tot het loshaken van de twee voorste en twee achterste haken. MONTAGE VAN DE STOEL (zie pagina 1202) Noodzakelijke toebehoren: - Sleutel diam. 13 mm Bijzonderheden: - 4 schroeven M8x18 - 4 ringetjes 9x24 - 4 veiligheidsringetjes diam. 8 1-Bevestig de stoel (1) aan de steunplaat door middel van de 4 schroeven M8x18. Assembleren met 4 ringetjes Ø 9x24 en 4 veiligheidsringetjes Ø 8. 2-Voor de schroeven aan te draaien moet de positie van de stoel worden afgesteld op de gleuven in de plaat, naar gelang de eisen van de gebruiker Controleer regelmatig of de bouten goed bevestigd zijn.
Voor de snijhoogte af te stellen is het absoluut noodzakelijk het snijapparaat uit te schakelen en te wachten totdat de messen volkomen stilstaan.
1- Zet de regelhendel (12) naar de buitenkant, om hem van zijn plaats te haken.
2- Zet de hendel bij de gekozen inkeping (n.5 posities voor de overeenkomstige snijposties).
3- Laat langzaam de hendel los totdat hij in de inkeping vastraakt.
Maak de bak op tijd leeg, voordat hij overloopt. Het rode lampje (in de modellen met elektrische start) geeft aan dat de bak vol is. Vul de bak niet verder als het rode lampje onder het stuur gaat branden. Wanneer het rode lampje onder het stuur aangaat, dient men de zak te ledigen.
- Schakel de plaat uit. Zet de motor uit. - Pak de stang vast en keer de bak ondersteboven. Hem schudden tot volledige lediging. - Trek de zak langzaam weer in de oorspronkelijke stand. - Ga verder met de werking.
(zie pagina 121) Voor het maaien dienen vreemde voorwerpen van het terrein verwijderd te worden, die eventueel door de machine rondgeslingerd kunnen worden. Tijdens het maaien letten op eventueel op het gazon achtergebleven vreemde voorwerpen delen. Bij lopende motor in géén geval met handen of voeten onder de rand of in de uitwerpopening van het maaihuis komen. Opgelet! Zorg voor voldoende olie in de motor vooraleer de tractor in te schakelen.
EERSTE INWERKINGSTELLING VAN DE TRACTOR
Stel de tractor in werking nadat zijn montage vervolledigd is. Vul de benzinetank met loodvrije benzine en ook de olietank met olie vooraleer de tractor in te schakelen. De eerste inwerkstelling dient uitgevoerd te worden door personen die volledig op de hoogte zijn van de gebruiksaanwijzingen. Gebruik voor de tractor uitsluitend: benzine motorolie Loodvrij (nr. octanen minstens 92) SAE 30 (“SE”, “SF” O “SG”)
INBEDRIJFSTELLING VAN DE MOTOR
Stel de machine pas in bedrijf na de tanks voldoende met benzine en olie gevuld te hebben. Neem nauwlettend de normen in acht die in de bijgeleverde handleiding voor het gebruik en voor het onderhoud van de fabrikant zijn voorgeschreven!
BENZINE TANKEN (zie pagina 121) Explosiegevaar! Vul de tank alleen in de open lucht! Tank niet bij met de motor aan of met hete motor! Niet roken! De dop van de loodvrije benzinetank bevindt zich op de linker achterkant van de tractor
1 - Draai de dop van de tank (33) en vul hem met loodvrije benzine
2 – Sluit de dop van de tank terug na het eindigen van het tanken.
OLIE VERVERSENOLIE VERVERSEN
Gebruik alleen olie van het type SAE 30 (“SE”,”SF” o “SG”). Let op geen olie op de grond te knoeien.
1- Zet de stoel omhoog
De tankruimte voor de olie bevindt zich in het motorblok en is enkel toegankelijk door het verwijderen van de beschermstukken zoals aangegeven in Fig. D2.
2- Draai de dop van de olietank (21)
3- Vul hem met olie tot aan het niveau “max” van de oliepeilstok.
4- Draai de dop er weer op.
NEDERLAND HET STARTEN Controleer het olie en benzinepeil vooraleer de tractor te starten. Niet roken gedurende het bijvullen en de controle van de olie en de benzine. Vul de benzine en de olie bij indien noodzakelijk (volgens de gedetailleerde aanwijzingen uit het voorafgaande hoofdstuk) Het starten (motorstart) dient volgens de gedetailleerde beschrijving met de titel “beginstart” uitgevoerd te worden. Verander nooit van versnelling gedurende het rijden, de tractor dient steeds stil te staan. Snij nooit het gras met ingevoegde achteruitversnelling. MOTORSTART De uitlaatgassen bevatten koolmonoxyde, een gevaarlijk en dodelijk gas. Zet de motor nooit aan in gesloten of slecht geventileerde ruimten.
(zie pagina 122) Start de machine op een terrein met niet al te hoog gras. Activeer de elektrische ontsteking alleen vanaf de stoel met de hendel voor de inschakeling van het mes (9) in de stand stop en ingeschakelde rem. 1-Zet de hendel voor het inschakelen van het mes (9) in de stand STOP 2-Zet de gashendel (7) in de stand van START.
3- Druk het rempedaal (10) en breng hem in parkeerpositie.
ELEKTRISCH STARTEN (zie pagina 122)
4- Steek de startsleutel in het contactslot (5).
5-Draai de sleutel naar rechts en laat hem, nadat de motor is aangeslagen, weer los in stand “RUN”. Het groene lampje onder het stuur blijft branden.. Als de motor binnen 5 seconden niet aanslaat, wacht dan 10 seconden voor het opnieuw te proberen om schade aan de accu te voorkomen. RUKSTARTEN Plaats het rempedaal in parkeerpositie Controleer dat de inschakelinghendel van het mes voor de snijplaat niet ingeschakeld is. Breng de versnellingshendel in de START positie. Neem de startkabel (6) vast en trek eraan. De motor zou nu moeten starten. Herhaal indien noodzakelijk tot het starten van de motor. Zet u na het starten op de stoel om met de bewerkingen te beginnen.
6- Zet de hendel (7) tussen
, afhankelijk van het toerental dat gekozen wordt om goed te kunnen werken.
HET UITZETTEN VAN DE MOTOR
ELEKTRISCHE ONTSTEKING Zet de motor uit door de sleutel op STOP te zetten. Het groene lampje gaat uit. Zet de motor pas uit als de machine volledig stil staat. Haal altijd de startsleutel uit het contactslot om te voorkomen dat de machine per ongeluk gestart wordt. RUKONTSTEKING Schakel de motor uit door de versnellingshendel (7) voorwaarts in de STOP positie te brengen.
VOORTBEWEGING ZONDER INGESCHAKELDE VERSNELLING (zie pagina 122) Alleen toegestaan met uitgeschakelde motor. Als de tractor met de hand verplaatst moet worden, moet de hendel voor het inschakelen van de versnelling in zijn vrij worden gezet. Tenslotte de rem in parkeerpositie plaatsen.
AANWIJZINGEN VOOR HET RIJDEN
Verzeker u ervan dat er zich binnen de werkstraal van de machine geen personen of dieren bevinden. Kies de juiste snelheid en rij uiterst voorzichtig. Het is verboden andere personen te vervoeren!
RIJDEN (zie pagina 122) 1-Trap het rempedaal (10) in, dat tevens als koppeling dient, zet de hendel (12) in de gewenste versnelling, laat dan langzaam het pedaal (10) los totdat de tractor in beweging komt. Om de achteruitversnelling in te schakelen, stoppen, het pedaal (10) intrappen, de achteruitversnelling (R) inschakelen en het pedaal (10) langzaam weer op laten komen.
2- De snelheid kan nader gevarieerd worden door middel van de gashendel (7).
OPGELET! Gedurende de bewerkings – of verplaatsingsfasen waar men hellingen of stijgingen dient te bewerken, mag enkel de 1e versnelling benut worden.
REMMEN (zie pagina 122) Trap het rempedaal (10) in. Gebruik de hendel (10) om het rempedaal in parkeerpositie te plaatsen
AANWIJZINGEN VOOR HET SNIJAPPARAAT
Het snijapparaat kan enkel bij lopende motor ingeschakeld worden, de hendel (7) bevindt zich in en de graszak is ingeschakeld.
1 - Activeer de rem (9)
2 - Zet de hendel (10) op START.
Nu is het snijapparaat ingeschakeld en draait het mes!
3 - U kunt beginnen met het maaien in de vooruitversnelling nadat u het rempedaal heeft los gelaten.
Als de bestuurder van zijn stoel opstaat slaat de motor af.
UITSLUITING VAN HET SNIJAPPARAAT
Laat de inschakelinghendel voor het mes (9) los tot het uitschakelen. Het mes blijft binnen de 5 seconden stilstaan.
Alle onderhouds-, controle- en reinigingswerkzaamheden moeten met stilstaande en afgekoelde machine worden uitgevoerd. De volgende werkzaamheden mag de gebruiker zelf uitvoeren. Alle andere werkzaamheden voor het onderhoud, de controle en de reparaties moeten door bevoegde werkplaatsen worden uitgevoerd.
Luchtfilter vervangen
Accu en aansluitingen reinigen Remmen controleren
Beweeglijke delen controleren
Bij het gebruik in extreme situaties of bij zeer hoge temperaturen, de controles vaker uitvoeren!
HET VERVERSEN VAN DE OLIE (zie pagina 123) Verwijder de toegangscarter tot de motorruimte zoals aangeduid in punt D2. Verwijder de oliedop. Zuig de olie aan d.m.v. de meegeleverde spuit. Herhaal de bewerking tot het volledig ledigen van de tank. OPGELET ! De oude olie mag niet in de riolering of waterkanalen worden afgevoerd, om verontreiniging van het grondwater te voorkomen. Bij alle benzinestations kan de oude olie ingeleverd worden, of ook bij bevoegde stortplaatsen, volgens de normen van de gemeente in de woonplaats. CONTROLE OLIEPEIL Het oliepeil moet gecontroleerd worden met behulp van de oliepeilstok aan de dop van de tank. Het oliepeil moet tussen de streepjes “MAX” en “MIN” liggen (voor de voorbereiding van de motor het instructiehandboek van de motorfabrikant raadplegen).
LUCHTFILTER EN BOUGIES
Zie de gebruiksaanwijzing van de fabrikant van de motor die bij alle machines geleverd is en de tabel “Het opsporen van storingen”.
HET VERVANGEN VAN HET MES (zie pagina 123) Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen! Los steeds de bougie vooraleer onderhoudsbewerkingen aan het mes of op de snijplaat uit te voeren. Indien er onderhoudsbewerkingen aan de snijplaat of het mes noodzakelijk zijn breng de machine naar een bevoegde werkplaats. Draag beschermende handschoenen bij het verwisselen van de messen en trek de startsleutel uit het contactslot. 1-Maak het mes los d.m.v. een 17 mm sleutel. Monteer het nieuwe mes en trek de naaf goed aan met de meegeleverde sleutel. De minimum verlangde koppel voor het mes is 55 Nm.
Schakel de accu los bij de opslag! Het is raadzaam om de accu voor de eerste keer starten gedurende 2-3 uur op te laden. Indien de accu gedurende het starten onvoldoende lading blijkt te hebben, 24 uur opladen. Bij elke start niet langer dan 5 seconden aanhouden.
De accu’s met het symbool “doorgestreepte vuilniscontainer” en met het chemische symbool Pb (=accu met lood) mogen niet bij het huisvuil weggegooid worden. De gebruiker is verplicht de oude accu’s op de speciale verzamelpunten of bij de wederverkopers in te leveren.
HET OPNIEUW OPLADEN VAN DE ACCU
1. Verwijder het voorste deksel (22)
2. Verwijder de kabel met de kabel van de accu oplader
3. Sluit de accu kabel aan de kabel van de accu oplader aan
4. Sluit de accu oplader aan het wandcontact aan
5.Los de connectors en plaats het deksel weer op het einde van het opladen.
Laad de accu alleen op in een droge ruimte. BELANGRIJK! Bescherm de contacten tegen vuil en tegen vocht. SPROEI ER GEEN WATER OP!
REINIGING VAN DE TRACTOR (zie pagina 124) Om de tractor te reinigen moet de motor uitgeschakeld worden en moet wachten totdat de motor afkoelt. Gebruik geen waterstralen voor het reinigen van de machine. Dit zou corrosie en schade kunnen verwekken. Gebruik doeken of borstels om het vuil en het gras te verwijderen. Gebruik doeken of borstels, om het vuil en de grasresten te reinigen. NADERE AANWIJZINGEN VOOR HET ONDERHOUD EN DE REPARATIES Draag altijd handschoenen ter bescherming van de handen wanneer u met de messen bezig gaat (voor controle of reiniging)!
Controleer regelmatig het mes op eventuele schade. Controleer op het einde van ieder seizoen de grasmaaier door een technische klantendienst. l Reiniging van de onder-carrosserie Bij stilstaande en uitgeschakelde machine. - Sluit de verbinding (23) op de carrosserie aan de waterkraan aan. Open de waterkraan. - Start de motor (mes in rotatie) en laat het gedurende enkele minuten in werking. - Na beëindigde reiniging: schakel de motor uit. Sluit de waterkraan, los de buis van de verbinding/carrosserie. Om het brandgevaar mogen er geen gras, bladeren of ander brandbaar materiaal in de motor of in de uitlaat aanwezig zijn! Om veiligheidsredenen moeten de versleten of beschadigde onderdelen onmiddellijk vervangen worden (door een bevoegde werkplaats!) Controleer regelmatig of de grasverzamelaar heel is.
AANWIJZINGEN VOOR DE OPSLAG
Sla de machine nooit op met brandstof in de tank op plaatsen waar de brandstofdampen bij open vlammen of vonken kunnen komen.
Voor de grasmaaier in een gesloten ruimte te zetten moet u de motor laten afkoelen! NEDERLAND
ONDERHOUD DRIJFRIEMEN (zie pagina 124) De machine benut de volgende drijfriemen. Het ontbrekende gebruik van de verschillende drijfriemen zou een slechte werking of schade kunnen veroorzaken. Gebruik steeds originele drijfriemen - Controleer de reserveonderdelen met een bevoegde technische klantendienst: Drijfriem voor de besturing – Stile AX ¼” K – Kevlar Drijfriem voor snijplaat – 4H400
1 - Bij een nieuwe positie van de drijfriemen voor de besturing of voor de
snijplaat, dient men zich te betrekken op het schema voor een correcte nieuwe positionering.
2 - Schakel de motor uit vooraleer onderhoudsbewerkingen aan de drijfriemen
uit te voeren, plaat de rem in de parkeerpositie en verlaag de plaat tot een minimum snijhoogte. Wacht het afkoelen van de motor af. STORINGEN OPLOSSINGEN STORING De motor start niet Motor voldoet niet Geen perfecte snede De bak raakt niet vol De transmissie werkt niet Meskoppeling kapot MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING Geen benzine Vul loodvrije benzine bij. Geen goede of vuile benzine Gebruik altijd schone en nieuwe benzine. Gebruik loodvrije benzine Vuile luchtfilter Reinig de luchtfilter van de motor volgens de aanwijzingen uit het handboek van de motorfabrikant Geen vonk Reinig de bougie en eventueel vervangen volgens de aanwijzingen uit het handboek van de motorfabrikant Moeizame ontsteking, motor "verzopen". Draai de bougie los en droog hem. Volg de aanwijzingen uit het handboek van de motorfabrikant. Laat de machine gedurende enige minuten rusten. Accu leeg Opladen Startkabel niet goed aangesloten Controleer of de stekker er goed insteekt. Ingreep van de veiligheidstoestellen Controleer de correcte werking van deze toestellen (zie punt L) Te hoog en vochtig gras Wijzig de snijhoogte in de hoge stand. Verlangzaam de snelheid op het terrein of wacht tot het gras droog is Snijplaat verstopt Reinig de snijplaat (Opgelet: trek eerst de kabel van de bougie uit voor het reinigen) Vuile luchtfilter Reinig de luchtfilter (zie ook aanwijzingen motor) Carburator niet goed afgesteld Raadpleeg het bevoegde Servicecentrum Mes niet scherp Raadpleeg het bevoegde Servicecentrum Mes te versleten en niet geslepen Raadpleeg het bevoegde Servicecentrum Verkeerde snijhoogte Raadpleeg het bevoegde Servicecentrum Gras te vochtig - te zwaar om door de lucht vervoerd te worden Wacht met het maaien totdat het gras droog is Mes te versleten - geen perfecte snede Raadpleeg het bevoegde Servicecentrum Te lang gras veroorzaakt transportproblemen tot aan de bak Maai het gras in twee keer door de snijhoogte af te stellen Vuile snijplaat door de overblijfselen van het laatste maaien Reinig de snijplaat (geen water aanwenden) Opgelet: verwijder de bougiebedekking. Drijfriem voor besturing los Zie onderhoudsschema voor de drijfriemen pag. 124 Defecte transmissie Raadpleeg het bevoegde Servicecentrum Defecte aandrijving Raadpleeg het bevoegde Servicecentrum Kabelverlengstuk defect Raadpleeg het bevoegde Servicecentrum Koppeling beschadigd Raadpleeg het bevoegde Servicecentrum Drijfriem beschadigd Raadpleeg het bevoegde Servicecentrum De zak is niet correct geïnstalleerd Correct installeren en de montage controleren.
Notice-Facile