PS-221 TH - MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PS-221 TH MAKITA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Onbepaald in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PS-221 TH - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PS-221 TH van het merk MAKITA.
GEBRUIKSAANWIJZING PS-221 TH MAKITA
NL Gebruiksaanwijzing
Belangrijk: Voordat u de machine de eerste keer in gebruik neemt moet u deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig doornemen. U dient er vooral op te letten dat u alle veiligheidsvoorschriften goed heeft begrepen zodat u die strikt in acht kunt nemen! Deze motorzaag mag uitsluitend door „motorzaagbestuurders met extra scholing voor het werken in hef- of ladderkooien, resp. bekend zijn met de touwklimtechniek“ worden bediend. Berg de gebruiksaanwijzing goed op!
Symbolen De kettingzaag is voorzien van stickers met symbolen die ook in de handleiding gebruikt worden. Hier volgt de lijst van symbolen die voor dit apparaat gebruikt worden:
NEDERLANDS Inhoudsopgave
Dank u voor de aankoop van dit DOLMAR product!
EU-conformiteitsverklaring 50 Verpakking 50 VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN Algemene voorzorgsmaatregelen 51 Beschermingsuitrusting 51 Brandstoffen / Bijtanken 51 Ingebruikneming 51 Terugslag (“kickback”) 51 Werkomstandigheden / Werktechnieken51-52 Transport en opslag 52 Onderhoud 52 Eerste hulp (EHBO) 52 Technische gegevens 53 Benaming van de onderdelen 54 INGEBRUIKNEMING De kettinggeleider en de zaagketting monteren 54 De zaagketting spannen 54 Kettingrem 54 Brandstoffen / Bijtanken 54-55 De kettingsmering afstellen 55 De kettingsmering controleren 55 De motor starten 55 Koud starten 55 Warm starten 55 De motor afzetten 55 De kettingrem controleren 55 De carburator afstellen 56 ONDERHOUD De zaagketting slijpen 56 De kettinggeleider reinigen, het kettingwiel smeren 56 De zaagketting vervangen 56 De zuigkop vervangen 56 Het luchtfilter reinigen 56 De bougie vervangen 56 De knaldemper reinigen 56 De cilinderruimte reinigen 57 Instructies voor periodiek onderhoud 57 Service, reserveronderdelen en garantie 57 Problemen oplossen 58
Gefeliciteerd met uw keuze van deze DOLMAR kettingzaag! Wij zijn ervan overtuigd dat u tevreden zult zijn met dit geavanceerde gereedschap. De PS-220 TH/PS-221 TH/PS-222 TH (Tophandle) is een uiterst lichte en handige kettingzaag met het handvat bovenop de zaag gemonteerd. Dit model is speciaal voor boomchirurgie en boomverzorging ontwikkeld. Deze kettingzaag mag enkel worden bediend door personen die geschoold zijn voor het werken vanaf een verhoogd platform (kraankooi, hijskooi) of ladderkooien, of die vertrouwd zijn met de touwklimtechniek.
De kettingzaag kan zonder problemen worden bediend omdat de toevoer van smeerolie voor de ketting automatisch wordt geregeld en de elektronische ontsteking geen onderhoud vereist. Bovendien is de zaag uitgerust met een trillingabsorberend systeem ter bescherming van de polsgewrichten en met ergonomische handgrepen en bedieningselementen. Deze voorzieningen maken het werk eenvoudiger, veiliger en minder vermoeiend. De PS-220 TH/PS-221 TH/PS-222 TH is voorzien van de allernieuwste veiligheidsinrichtingen die voldoen aan alle nationale en internationale veiligheidsnormen. De veiligheidsinrichtingen omvatten onder meer handbeschermers op beide handgrepen, handgrepen met een veilige grip, een kettingvanger, een veiligheidszaagketting en een kettingrem. De kettingrem kan niet alleen handmatig bediend worden, maar treedt ook automatisch in werking door de terugslagkracht (inertie) in geval van terugslag. Om een optimale werking en optimale prestaties van uw nieuwe kettingzaag te garanderen en uw persoonlijke veiligheid te waarborgen, is het absoluut noodzakelijk dat u deze gebruiksaanwijzing aandachtig leest alvorens het gereedschap voor de eerste keer te gebruiken. Let vooral op dat u alle veiligheidsvoorschriften in acht neemt! Niet-inachtneming kan levensgevaarlijke verwondingen veroorzaken!
EU-conformiteitsverklaring
Ter bescherming tegen transportschade wordt uw DOLMAR kettingzaag in een doos uit versterkt karton geleverd.
De ondergetekenden, Shigeharu Kominami en Rainer Bergfeld gevolmachtigd door, verklaren hiermede dat de DOLMAR gereedschappen,
Karton is een basisgrondstof en is derhalve opnieuw bruikbaar of geschikt voor recycling (oudpapierhandel).
Type: 023 EU-modelkeuringsattest Nr. PS-220 TH/PS-221 TH/PS-222 TH M6 04 10 24243 059 vervaardigd door Makita Corporation, 3-11-8, Sumiyoshi-cho, Anjo, Aichi, Japan, voldoen aan de veiligheids- en gezondheidseisen van de toepasselijke EU-richtlijnen: EU-machinerichtlijn 98/37/EG,
RE Y EU EMC richtlijn 89/336/ EWG (gewijzigd door 91/263/ EWG, 92/31/ EWG en 93/68/ EWG), Geluidsemissie 2000/14/EG. Om te voldoen aan de vereisten van deze EU-richtlijnen werden hoofdzakelijk de volgende normen toegepast: EN 14982, EN ISO 11681-2, EN 61000-4-2, EN 61000-43, CISPR 12. Het conformiteitsbeoordelingsprocédé 2000/14/EG is volgens Appendix V uitgevoerd. Het gemeten geluidsniveau (Lwa) bedraagt 106 dB(A). Het gegarandeerde geluidsniveau (Ld) is 107 dB(A). De EG-bouwmodelkeuring conform 98/37/EG werd uitgevoerd door: TÜV Product Service GmbH, Zertifizierstelle, Ridlerstr. 31, D-80339 Munich.
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
- Werk nooit alleen. In geval van nood moet er iemand in de buurt zijn. - Zorg dat er zich geen kinderen of andere personen in de werkomgeving bevinden. Let ook op dat er geen dieren in de werkomgeving komen (Afb. 7). - Voordat u met het werk begint, moet u controleren of de kettingzaag goed functioneert en of alle veiligheidsvoorschriften zijn nageleefd. Controleer in het bijzonder of de kettingrem goed werkt, of de kettinggeleider juist gemonteerd is, of de zaagketting correct geslepen en gespannen is, of de beschermkap van het kettingwiel stevig vastzit, of de gashendel soepel beweegt en zijn veiligheidsschakelaar goed werkt, of de handgrepen droog en schoon zijn, en of de ON/OFF schakelaar functioneert. - Neem de kettingzaag pas in gebruik wanneer deze volledig gemonteerd is. Gebruik de kettingzaag nooit wanneer deze niet volledig gemonteerd is. - Zorg ervoor dat u stevige steun voor de voeten hebt voordat u begint met zagen. - Start de kettingzaag uitsluitend op de manier die in deze gebruiksaanwijzing is beschreven (Afb. 8). Het gebruik van andere startmethoden is verboden. - Bij het starten moet u de kettingzaag goed ondersteunen en stevig vasthouden. De kettinggeleider en de ketting mogen met geen enkel voorwerp in aanraking komen. - Tijdens het zagen moet u de kettingzaag altijd met beide handen vasthouden. Houd de hoofdhandgreep vast met de rechterhand, en de beugelgreep met de linkerhand. Houd de handgrepen stevig vast met uw duimen eromheen in de richting van de vingers. Het werken met één hand is uiterst gevaarlijk, omdat u dan bij het doorzagen van een tak de controle over het gereedschap kunt verliezen (gevaar van zware verwondingen!). Bovendien is het niet mogelijk om het gevaar van terugslag met één hand op te vangen. - LET OP: Wanneer u de gashendel loslaat, zal de ketting nog een tijdje vrij doorlopen (freewheelen). - Zorg dat u stevig op beide voeten staat. - Houd de kettingzaag zodanig dat u geen uitlaatgassen zult inademen. Werk niet in gesloten ruimten (vergiftigingsgevaar!). - Schakel de kettingzaag onmiddellijk uit wanneer u een abnormale verandering in de werking ervan vaststelt. - Zet altijd eerst de motor uit voordat u de kettingspanning controleert, de ketting aanspant of vervangt, of probeert om storingen op te lossen (Afb. 9). - Als de zaag met harde voorwerpen (stenen, spijkers, enz.) is aanraking is gekomen, moet u de motor onmiddellijk uitzetten en controleren of de zaag niet beschadigd is. - Wanneer u het werk stopzet of onderbreekt en de werkplaats verlaat, moet u de kettingzaag uitschakelen (Afb. 9) en dusdanig opbergen dat niemand gevaar kan lopen. - Laat de nog hete kettingzaag nooit in droog gras of op een brandbare ondergrond achter. De knaldemper is namelijk zeer heet (brandgevaar!). - LET OP: Na het afzetten van de kettingzaag kan er olie van de ketting of kettinggeleider druppelen met als gevolg bodemverontreiniging. Zorg voor een gepaste opvangmogelijkheid.
LET OP: Deze kettingzaag is speciaal ontworpen voor de verzorging en chirurgie van bomen. Alleen deskundig geschoolde personen mogen met deze zaag werken. Volg alle relevante literatuur, procedures en aanbevelingen van de betreffende beroepsorganisaties op. Als u dat niet doet, loopt u een verhoogd risico op ongevallen! Wij raden u aan om voor het zagen in boomkruinen steeds een verhoogplatform (kraankooi, hijskooi) te gebruiken. Werken in een hangende positie (bergbeklimmerstechniek) is uiterst gevaarlijk en vergt speciale opleiding! Als er op deze manier wordt gewerkt, dient de gebruiker van het gereedschap getraind te zijn in het gebruik van klimveiligheidsuitrusting en klimtechnieken! Gebruik bij het werken in boomkruinen altijd de geschikte riemen, touwen en beschermingsmiddelen. Gebruik altijd de vereiste uitrusting voor het ondersteunen en opvangen van zowel de gebruiker als de zaag zelf! Algemene voorzorgsmaatregelen (Afb. 1 en 2) - Om een correcte bediening te verzekeren dient de gebruiker deze gebruiksaanwijzing grondig te lezen om zich vertrouwd te maken met de kenmerken en werking van de kettingzaag. Slecht geïnformeerde gebruikers stellen zichzelf en anderen in gevaar door verkeerd gebruik van het gereedschap. - U mag de kettingzaag alleen uitlenen aan personen die ervaring hebben met kettingzagen voor boomchirurgie. Geef altijd ook de gebruiksaanwijzing mee wanneer u het gereedschap uitleent. - Het gebruik van de kettingzaag door kinderen of personen onder de 18 jaar is verboden. Jongeren boven de 16 jaar mogen de kettingzaag bedienen in het kader van een opleiding, maar uitsluitend onder het toezicht van een bevoegde opleider. - Het werken met een kettingzaag vergt altijd een hoge mate van voorzichtigheid en concentratie. - Gebruik de kettingzaag alleen wanneer u in goede lichamelijke conditie verkeert. Bij vermoeidheid verslapt de aandacht. Wees vooral op uw hoede tegen het einde van een dag hard werken. Voer alle werkzaamheden rustig en zorgvuldig uit. De gebruiker is namelijk verantwoordelijk voor schade toegebracht aan derden. - Werk nooit onder de invloed van alcohol, drugs of medicamenten. - U moet een brandblusser bij de hand hebben wanneer u werkt in de buurt van gemakkelijk ontvlambare vegetatie of wanneer het al geruime tijd niet meer geregend heeft (brandgevaar).
Beschermingsuitrusting (Afb. 3 en 4) - Tijdens het werken met de kettingzaag moet de hieronder beschreven beschermingsuitrusting worden gedragen om verwondingen aan het hoofd, ogen, handen of voeten te voorkomen en uw gehoor te beschermen: - Draag aangepaste kleding, d.w.z. goed aansluitend maar zonder te hinderen. Draag geen sieraden of kleding die aan takken of struiken kunnen haken. Als u lang haar heeft, draag dan altijd een haarnetje! - Wanneer u met de kettingzaag werkt, moet u altijd een veiligheidshelm dragen. De veiligheidshelm (1) moet regelmatig op beschadiging gecontroleerd worden en dient na maximaal 5 jaar gebruik te worden vervangen. Gebruik uitsluitend goedgekeurde veiligheidshelmen. - De doorzichtige beschermkap (2) van de veiligheidshelm (eventueel een veiligheidsbril) beschermt de gebruiker tegen rondvliegend zaagsel en houtsplinters. Draag tijdens het werken met de kettingzaag altijd een beschermkap of een veiligheidsbril om oogletsel te voorkomen. - Draag gepaste gehoorbescherming (oorbeschermers (3), oordopjes, enz.). - Het veiligheidsvest (4) is gemaakt uit 22 lagen nylon en biedt bescherming tegen snijwonden. Draag altijd een veiligheidsvest wanneer u werkt vanaf een verhoogd platform (kraankooi, hijskooi) of werkt met klimtouwen. - De veiligheidsgordel en het beschermende werkpak (5) zijn gemaakt uit een nylonweefsel van 22 lagen en bieden bescherming tegen snijwonden. Het dragen van deze kleding wordt ten zeerste aangeraden. - Werkhandschoenen (6) van dik leder behoren tot de verplicht voorgeschreven uitrusting bij het werken met de kettingzaag. - Tijdens het werken met de kettingzaag is het dragen van veiligheidsschoenen of veiligheidslaarzen (7) met antislip profielzolen, stalen neuzen en beenbeschermers verplicht. Dit soort veiligheidsschoeisel biedt bescherming tegen snijwonden en geeft vaste steun voor de voeten. Bij het werken in boomkruinen dient het schoeisel eveneens aangepast te zijn voor het nodige klimwerk.
Terugslag (“kickback”) - Bij het werken met een kettingzaag bestaat er gevaar voor gevaarlijke terugslag. - Terugslag ontstaat wanneer het bovenste uiteinde van de kettinggeleider door onoplettendheid in aanraking komt met hout of andere harde voorwerpen (Afb. 10). - Voordat de zaag “de snede inzet” kan hij ongewild zijwaarts slippen of wegspringen (let op: in dit geval is er groot gevaar voor terugslag!). - In beide situaties kan de zaag ongecontroleerd en met grote kracht in de richting van de gebruiker worden teruggeslagen. Gevaar voor lichamelijk letsel! Om terugslag te voorkomen, dient u de volgende regels in acht te nemen: - Invalzaagwerk, d.w.z. het uiteinde van de zaag direct op het hout aanzetten, mag uitsluitend door speciaal daarvoor opgeleid personeel worden uitgevoerd! - Houd het uiteinde van de kettinggeleider altijd goed in het oog. Wees vooral voorzichtig wanneer u in een reeds aangezette snede verder wilt zagen. - De ketting moet lopen wanneer u een snede inzet. - Zorg dat de ketting altijd goed geslepen is. Let vooral goed op de hoogte van de dieptebegrenzing. - Probeer nooit om meerdere takken tegelijk door te zagen. Let op dat u bij het zagen van een tak niet per toeval een andere tak raakt. - Bij het dwarszagen van een stam moet u op andere nabije stammen letten.
Brandstoffen / Bijtanken -
Zet de motor af voordat u de kettingzaag bijtankt. Rook niet en tank niet bij in de buurt van een open vuur (Afb. 5). Laat de motor afkoelen alvorens bij te tanken. Brandstoffen kunnen oplosmiddelen bevatten. Vermijd huid- en oogcontact met minerale oliën. Tijdens het bijtanken moet u steeds veiligheidshandschoenen dragen. Reinig en vervang uw beschermende kleding regelmatig. Adem geen brandstofdampen in. Mors geen brandstof of kettingolie. Als u toch brandstof of olie gemorst heeft, maak dan de kettingzaag onmiddellijk schoon. Zorg dat er geen brandstof op uw kleding terechtkomt. Als dat toch gebeurd is, kleed u dan onmiddellijk om. Zorg dat er geen brandstof of kettingolie in de grond wegloopt (bescherming van het milieu). Gebruik een geschikte onderplaat wanneer u bijtankt. Bijtanken in een gesloten ruimte is verboden. Brandstofdampen zullen zich namelijk bij de vloer verzamelen (explosiegevaar!). Draai na het bijtanken de doppen van de brandstof- en olietank goed vast. Start de kettingzaag niet op dezelfde plaats waar u getankt heeft (verwijder u tenminste 3 meter van de plaats van bijtanken) (Afb. 6). Brandstoffen zijn maar voor beperkte tijd houdbaar. Koop daarom nooit meer dan het geschatte verbruik voor een redelijke periode. Vervoer en bewaar de brandstof en kettingolie alleen in goedgekeurde en gewaarmerkte jerrycans. Sla brandstof en kettingolie buiten het bereik van kinderen op.
Werkomstandigheden / Werktechnieken - Werk alleen bij goed zicht en goede verlichting. Let in het bijzonder op gladheid, nattigheid, ijs en sneeuw (slipgevaar!). Er is vooral groot slipgevaar wanneer u werkt op vers ontbast hout (schilhout). - Werk nooit op een onstabiele ondergrond. Zorg dat er geen obstakels zijn in de werkomgeving (gevaar voor struikelen!). Zorg dat u altijd vaste en veilige steun voor de voeten hebt. - Zaag nooit boven schouderhoogte (Afb. 11). - Zaag nooit vanop een ladder (Afb. 11). - Klim nooit in een boom om er te werken zonder de nodige steun- en veiligheidsvoorzieningen voor uzelf en voor de zaag. Wij raden u aan om steeds vanaf een hoogteplatform (kraankooi, hijskooi) te werken. - Buig tijdens het werk niet te ver voorover. - Houd de kettingzaag zodanig dat geen enkel deel van uw lichaam zich in het verlengde van het zwenkbereik van de zaag bevindt (Afb. 12). - Gebruik de kettingzaag uitsluitend voor het zagen van hout. - Zorg dat de kettingzaag de grond niet raakt terwijl de ketting nog loopt. - Gebruik de kettingzaag nooit voor het optillen of verwijderen van stukken hout of andere voorwerpen. - Verwijder vreemde voorwerpen zoals zand, stenen, spijkers e.d. uit de werkomgeving. Vreemde voorwerpen kunnen de zaag beschadigen en gevaarlijke terugslag veroorzaken. - Voor het inkorten van reeds gezaagde stukken hout moet u een stevige steun (zaagbok, (Afb. 13)) gebruiken. Probeer niet om het werkstuk met uw voet op zijn plaats te houden en laat het niet door iemand anders vasthouden. - Zet ronde stukken goed vast om te voorkomen dat ze kunnen draaien.
- Om dwars door te zagen, dient u de voorkant van het zaaghuis eerst stevig tegen het stuk hout te drukken. Pas daarna kunt u de snede inzetten met de lopende zaagketting. U doet dit door de kettingzaag met de hoofdhandgreep omhoog te halen terwijl u met de beugelgreep leidt. De voorkant van het zaaghuis dient hierbij als het scharnierpunt. Met een lichte druk op de beugelgreep zaagt u nu dieper terwijl u tegelijk de kettingzaag met de hoofdhandgreep een weinig achteruit trekt. Zet vervolgens de voorkant van het zaaghuis iets dieper aan en breng de hoofdhandgreep opnieuw iets verder omhoog. - Wanneer invalzaagsneden of langssneden nodig zijn, is het ten zeerste aan te raden dat deze alleen door speciaal geschoold personeel worden uitgevoerd (vanwege het groot gevaar voor terugslag). - Langssneden moeten onder de kleinst mogelijke hoek ingezet worden (Afb. 14). Wees bij dit soort sneden uiterst voorzichtig, omdat de voorkant van het zaaghuis geen greep op het werkstuk heeft. - De zaagketting moet lopen wanneer u de zaag uit het hout haalt. - Als u meerdere zaagsneden maakt, moet u de gashendel tussendoor loslaten. - Let op bij het zagen van gesplinterd hout. Rondvliegende houtsplinters kunnen meegetrokken worden (gevaar voor lichamelijk letsel!). - Als u zaagt met de bovenkant van de kettinggeleider en de zaagketting komt klem te zitten, dan kan de kettingzaag teruggestoten worden in de richting van de gebruiker. Zaag daarom, in de mate van het mogelijke, altijd met de onderkant van de kettinggeleider. Als de zaagketting klem komt te zitten, zal de zaag dan van u weg worden gestoten (Afb. 15). - Bij hout dat onder spanning staat (Afb. 16), moet u altijd eerst inzetten aan de zijde van de drukspanning (A). Pas daarna kunt u doorzagen vanaf de zijde van de trekspanning (B). Op deze manier wordt voorkomen dat de kettinggeleider ingeklemd raakt.
Transport en opslag - Als u tijdens het werken van werkplek verandert, moet u de kettingzaag afzetten en de kettingrem aanzetten om ongewild starten van de kettingzaag te voorkomen. - Draag of vervoer de kettingzaag nooit terwijl de zaagketting loopt. - Als u de kettingzaag over een lange afstand vervoert, moet u de beschermkap (meegeleverd) over de kettinggeleider aanbrengen. - Draag de kettingzaag altijd bij de beugelgreep met de kettinggeleider naar achteren (Afb. 20). Pas op dat u de nog hete knaldemper niet aanraakt (gevaar voor brandwonden!). - Zet de kettingzaag tijdens transport met een voertuig goed vast om lekkage van brandstof of kettingolie te voorkomen. - Bewaar de kettingzaag op een veilige en droge plaats. De kettingzaag mag niet in de buitenlucht bewaard worden. Houd de kettingzaag buiten het bereik van kinderen. - Voordat u de kettingzaag gedurende langere tijd gaat opslaan of met een vervoerfirma meegeeft, moet u de brandstoftank en de olietank helemaal leeg maken.
Onderhoud - Voordat u met onderhoudswerkzaamheden begint, moet u de kettingzaag uitzetten (Afb. 21) en de bougiedop eruit trekken. - Controleer voordat u met het werk begint of de zaagketting veilig werkt, en let vooral op het juist functioneren van de kettingrem. Controleer ook of de zaagketting goed geslepen en gespannen is (Afb. 22). - Gebruik de kettingzaag alleen bij een laag geluidsniveau en emissieniveau. U kunt dit bereiken door de carburator juist af te stellen. - Reinig de kettingzaag regelmatig. - Controleer regelmatig of de tankdoppen goed sluiten. Volg de voorschriften ter voorkoming van ongevallen, uitgevaardigd door de betreffende handelsverenigingen en verzekeringsmaatschappijen, strict op. Breng nooit veranderingen aan in de constructie van de kettingzaag. Als u dat doet, brengt u uw eigen veiligheid in gevaar.
LET OP: Alleen speciaal getrainde personen mogen bomen vellen of takken uit boomkruinen afzagen. Groot gevaar voor persoonlijk letsel! - Bij het afzagen van takken dient de kettingzaag op de stam ondersteund te worden. Gebruik voor dit soort werk nooit het vooreinde van de kettinggeleider (gevaar voor terugslag). - Pas goed op bij het zagen van takken die onder spanning staan. Zaag nooit vrijhangende takken vanaf de onderkant. - Ga nooit op de stam staan om takken die onder spanning staan door te zagen. - Voordat u begint met het vellen van een boom, dient u er zeker van te zijn dat a) enkel de personen, die bij het vellen betrokken zijn, zich op de werkplek bevinden. b) ongehinderd uitwijken mogelijk is voor iedere werkman die bij het vellen betrokken is (d.w.z. dat iedere werkman schuin naar achteren bij een hoek van ongeveer 45° moet kunnen uitwijken). c) de voet van de stam vrij is van vreemde voorwerpen, struikgewas en takken. Zorg dat u stevige steun voor de voeten hebt (struikelgevaar!). d) de volgende werkplek tenminste 2 1/2 boomlengtes verwijderd is (Afb. 17). Voordat u de boom gaat vellen, moet u de valrichting bepalen en ervoor zorgen dat er zich geen personen of voorwerpen binnen een afstand van 2 1/2 boomlengtes bevinden. - Beoordeling van de boom: Richting van overhelling? Losse of dorre takken? Hoogte van de boom? Natuurlijke overhanging? Is de boom rot? - Houd rekening met de windrichting en windsnelheid. Bij sterke windstoten mogen er geen bomen worden geveld. Vermijd dat het zaagsel door de wind wordt meegenomen (houd rekening met de windrichting!). - Inzagen van de worteluitlopers: Begin bij de grootste worteluitloper. Breng eerst een zaagsnede in verticale en vervolgens in horizontale richting aan. - De valkerf aanbrengen (Afb. 18, A): De valkerf bepaalt de valrichting en dwingt de boom in de gewenste richting. De valkerf wordt haaks op de valrichting aangebracht tot een zaagdiepte van 1/3 tot 1/5 van de stamdoorsnede. Breng de valkerf zo dicht mogelijk bij de grond aan. - Eventuele correcties van de valkerf moeten over de gehele breedte van de valkerf aangebracht worden. - De valzaagsnede (Afb. 19, B) moet hoger dan de valkerfbasis (D) worden aangebracht. De valzaagsnede moet helemaal horizontaal zijn. Het breukvlak (het niet doorgezaagde deel tussen beide zaagsneden) moet ongeveer 1/10 van de stamdiameter bedragen. - Het breukvlak (C) werkt als valscharnier. Zaag dit gedeelte nooit door, daar de boom anders ongecontroleerd zal vallen. Breng tijdig velspieën aan. - Gebruik uitsluitend kunststof of aluminium spieën om de zaagsnede te borgen. Gebruik geen ijzeren spieën. Als de zaag een ijzeren spie raakt, kan de zaagketting zwaar beschadigd raken of scheuren. - Wanneer u een boom velt, moet u altijd zijdelings staan van de plaats waar de boom gaat vallen. - Wanneer de boom gaat vallen en u zich terugtrekt, moet u oppassen voor vallende takken. - Wanneer er op een helling wordt gewerkt, moet de gebruiker van de kettingzaag altijd bergopwaarts of zijwaarts van de te vellen boom of reeds gevelde boom staan. - Pas op dat de gevelde boomstam niet naar u toe rolt.
Voer alleen de onderhouds- en reparatiewerkzaamheden uit die in deze gebruiksaanwijzing zijn beschreven. Alle andere werkzaamheden moeten door een DOLMAR Servicecentrum worden uitgevoerd. (Afb. 23) Gebruik uitsluitend originele vervangstukken en accessoires van DOLMAR. Het gebruik van andere dan originele DOLMAR vervangstukken of accessoires en niet-goedgekeurde kettinggeleider/ketting combinaties of lengtes verhoogt het risico op ongevallen. DOLMAR wijst iedere aansprakelijkheid af voor ongevallen en schade die voortvloeien uit het gebruik van niet-goedgekeurde onderdelen of accessoires.
Eerste hulp (EHBO) (Afb. 24) Wees voorbereid op eventuele ongelukken en zorg dat er steeds een verbandtrommel op de werkplek voorhanden is. Eventueel gebruikt materiaal moet onmiddellijk aangevuld worden. Als u om hulp vraagt, geef dan de volgende informatie: - Plaats van het ongeluk - Aard van het ongeluk - Aantal gewonden - Soort verwondingen - Uw naam! OPMERKING Personen met bloedcirculatiestoornissen kunnen door herhaalde sterke vibraties beschadiging van de bloedvaten of van het zenuwstelsel oplopen. Overdreven vibraties kunnen aan vingers, handen of polsen de volgende symptomen veroorzaken: gevoelloosheid, tintelen, pijn of pijnlijke steken, verandering van de huidskleur of van de huid. Als u een van deze symptomen waarneemt, raadpleeg dan een dokter!
Technische gegevens Cilinderinhoud
Maximaal vermogen bij toerental
Maximaal koppel bij toerental
Stationair toerental/max. motortoerental met kettinggeleider en ketting
Geluidsdrukniveau op de werkplek LpA av vlgs. ISO/CD 228681)
Walbo WYL Ontstekingssysteem
Brandstofverbruik bij max. vermogen vlgs. ISO 7293
Specifiek verbruik bij max. vermogen vlgs. ISO 7293
Inhoud brandstoftank
Activering met de hand of door terugslag
Steek van kettingwiel
Steek/Sterkte aandrijfelement
3/8 /0,050 (91VG) 1/4 /0,050 (25AP)
Snijlengte kettinggeleider
Gewicht (brandstoftank leeg, zonder ketting en kettinggeleider)
1) De opgegeven waarden houden in gelijke mate rekening met stationair toerental, volle belasting en maximaal toerental. 2) Bij max. vermogen
Benaming van de onderdelen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19. 20. 21. 22.
Hoofdhandgreep Veiligheidsschakelaar (gashendel vergrendelen) Gashendel Handbescherming (ontkoppeling voor kettingrem) Zaagketting Kettinggeleider Beschermkap van kettinggeleider Borgmoeren Kettingvanger (veiligheidsinrichting) Kettingwielbeschermkap Knaldemper Bougie Beugelgreep (voorste greep) Starterhendel I/STOP schakelaar (kortsluitschakelaar) Bevestigingsoog voor veiligheidstouw of veiligheidshaak Olietankdop Ventilatorkast met starterblok Brandstoftankdop Luchtfilterdeksel Chokehendel Voorinspuitpomp
Kettingrem (Afb. 35)
LET OP: Voordat u begint te werken aan de kettinggeleider of ketting, moet u altijd de motor afzetten en de bougiedop eraf trekken (zie “De bougie vervangen”). Draag altijd veiligheidshandschoenen! LET OP: Start de kettingzaag pas nadat deze volledig ineengezet en geïnspecteerd is!
De PS-220 TH/PS-221 TH/PS-222 TH is standaard uitgerust met een traagheidsbestuurde kettingrem. Als er terugslag optreedt doordat het vooreinde van de kettinggeleider met het hout in aanraking komt (zie “VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN”), zal de kettingrem bij voldoende sterke terugslag door traagheidskracht in werking treden. De zaagketting wordt dan in een fractie van een seconde stilgezet. De kettingrem is aangebracht om de zaagketting vóór het starten te blokkeren en om hem onmiddellijk stop te zetten in noodgevallen.
De kettinggeleider en de zaagketting monteren (Afb. 26)
BELANGRIJK: Bedien de kettingzaag NOOIT terwijl de kettingrem is aangezet! Als u dat toch doet, kan de motor na zeer korte tijd zwaar beschadigd raken!
Gebruik voor de onderstaande werkzaamheden de bijgeleverde combinatiesleutel. Plaats de kettingzaag op een stabiele ondergrond en monteer de kettinggeleider en de zaagketting als volgt: Ontkoppel de kettingrem door de handbeschermingshendel (1) in de richting van de pijl te trekken. Draai de borgmoer (2) los. Trek de kettingwielbeschermkap (3) voorzichtig los van zijn bevestiging (4) en verwijder hem.
Zet ALTIJD de kettingrem vrij alvorens met het werk te beginnen! OPMERKING: De kettingrem is een zeer belangrijke veiligheidsinrichting en is zoals ieder ander onderdeel onderhevig aan slijtage. Laat voor uw eigen veiligheid de kettingrem regelmatig inspecteren en nazien door een DOLMAR servicecentrum.
Draai de kettingspanschroef (5) linksom (tegen de klok in) totdat de pen (6) tegen de rechter aanslag zit. (Afb. 27 en 28) Monteer de kettinggeleider (7). (Afb. 29)
De kettingrem aanzetten (remming) (Afb. 36) Als de terugslagkracht sterk genoeg is, zal de plotselinge versnelling van de kettinggeleider in combinatie met de inertie van de handbeschermingshendel (1) de kettingrem automatisch aanzetten. Om de kettingrem handmatig aan te zetten, drukt u met de linkerhand de handbeschermingshendel (1) gewoo n naar voren (pijl 1) (naar het vooreinde van de zaag toe).
Leg de zaagketting (9) op het kettingwiel (10). Voer de zaagketting met uw rechterhand in de bovenste geleidegroef (11) van de kettinggeleider. (Afb. 30) De snijkanten bovenaan de zaagketting moeten in de richting van de pijl wijzen! Trek de zaagketting (9) in de richting van de pijl over de neus (12) van de kettinggeleider. Trek de kettinggeleider met de hand volledig naar zijn neus toe. Zorg dat de kettingmesjes goed in de groeven van de kettinggeleider zitten. (Afb. 31)
De kettingrem lossen Trek de handbeschermingshendel (1) naar u toe (pijl 2) tot u voelt dat de hendel aangrijpt. De kettingrem is nu gelost.
Druk eerst de kettingwielbeschermkap (3) in zijn bevestiging (4). Controleer of de pen (8) van de kettingspanner in het gat in de kettinggeleider zit. Duw daarna de kap over de borgbout terwijl u tegelijk de zaagketting (9) over de kettingvanger (13) naar omhoog brengt. Draai de borgmoer (2) handvast aan. (Afb. 32)
Brandstoffen (Afb. 37) LET OP: Deze zaag werkt op aardolieproducten (benzine en olie).
De zaagketting spannen Draai de kettingspanschroef (5) rechtsom (met de klok mee) tot de zaagketting in de geleidegroef op de onderzijde van de kettinggeleider zit (zie detail in de cirkel). Breng het vooreinde van de kettinggeleider iets omhoog en draai de kettingspanschroef (5) rechtsom (met de klok mee) tot de zaagketting weer tegen de onderzijde van de kettinggeleider aanligt. Houd het vooreinde van de kettinggeleider nog steeds omhoog en draai de borgmoeren (2) vast met de combinatiesleutel. (Afb. 33)
Wees vooral voorzichtig bij het omgaan met benzine. Vermijd vlammen of open vuur. Rook niet (ontploffingsgevaar!).
Brandstofmengsel De motor van de kettingzaag is een hoogvermogen tweetaktmotor. Hij werkt op een mengsel van benzine en tweetaktmotorolie. De motor is ontworpen voor gebruik op loodvrije normale benzine met een minimaal octaangetal van 91 ROZ. Als deze brandstof niet beschikbaar is, mag u ook brandstof met een hoger octaangetal gebruiken. Dit heeft geen nadelig effect op de motor. Gebruik uitsluitend loodvrije brandstof om optimale motorprestaties te krijgen en om zowel uw gezondheid als het leefmilieu te beschermen. Voor de smering van de motor wordt tweetaktmotorolie (kwaliteitsklasse JASO FC, ISO EGO) gebruikt, die bij de benzine wordt gevoegd.
De kettingspanning controleren (Afb. 34) De zaagketting is juist gespannen indien hij nog gemakkelijk met de hand kan worden bewogen terwijl hij tegen de onderzijde van de kettinggeleider aanligt. Hierbij moet de kettingrem ontkoppeld zijn. Controleer regelmatig de kettingspanning, omdat nieuwe zaagkettingen na verloop van tijd uitrekken en langer worden! Wanneer u de kettingspanning controleert, moet de motor afgezet zijn. OPMERKING: Het is aan te raden dat u 2 tot 3 zaagkettingen afwisselend gebruikt. Om een gelijkmatige slijtage van de kettinggeleider te krijgen, moet u hem omkeren (onderzijde boven en bovenzijde onder) telkens wanneer u de ketting verwisselt.
Let op: Gebruik nooit een kant-en-klaar brandstofmengsel van benzinestations. Juiste mengverhouding: 25:1 d.w.z. 25 delen brandstof mengen met 1 deel olie. OPMERKING: Om het benzine/olie mengsel gereed te maken, meng eerst de totale hoeveelheid olie met de helft van de benodigde hoeveelheid benzine en voeg daarna de rest van de benzine toe. Schud het mengsel goed voordat u het in de tank doet.
Het is niet aan te raden dat u uit veiligheidsoverwegingen meer dan de voorgeschreven hoeveelheid motorolie gebruikt. Dit zal enkel leiden tot meer verbrandingsresten die het milieu vervuilen en het uitlaatkanaal in de cilinder evenals de knaldemper verstoppen. Bovendien zal het brandstofverbruik daardoor stijgen en zullen de prestaties minder goed zijn.
Smering van de ketting Om de zaagketting goed te kunnen smeren moet de kettingolietank tijdens het gebruik altijd voldoende gevuld zijn. Met een volledig gevulde tank kunt u ongeveer een half uur continu werken. Controleer tijdens het werk of er nog voldoende kettingolie in de tank is en vul desnoods bij. Controleer de olie alleen terwijl de motor is afgezet! 1 brandstof/olie mengsel 2 kettingolie
Opslag van brandstof Brandstoffen kunnen enkel voor een beperkte tijd worden opgeslagen. Brandstof en brandstofmengsels verouderen. Het gebruik van te lang opgeslagen brandstof en brandstofmengsels kan daarom leiden tot problemen bij het starten. Koop niet meer brandstof in dan in enkele maanden wordt verbruikt. Sla brandstof uitsluitend op een droge en veilige plaats en in goedgekeurde containers op!
De kettingsmering afstellen (Afb. 40) Zet de motor af! U kunt de olietoevoer van de oliepomp instellen met de afstelschroef (1). Gebruik de combinatiesleutel om de hoeveelheid olietoevoer in te stellen.
VERMIJD HUID- EN OOGCONTACT Aardolieproducten ontvetten de huid. Bij herhaaldelijk en langdurig contact van de huid met dergelijke producten, zal de huid uitdrogen. Verschillende huidziekten kunnen hiervan het gevolg zijn. Ook allergische reacties kunnen worden veroorzaakt. Contact van de ogen met olie kan oogirritaties veroorzaken. Als er olie in uw ogen is terechtgekomen, spoel dan uw ogen onmiddellijk met schoon water.
Om een probleemloze werking van de oliepomp te verzekeren, dienen de olieleigroef bij het huis (2) en het olie-inlaatgat in de kettinggeleider (3) regelmatig te worden gereinigd. (Afb. 41)
De kettingsmering controleren (Afb. 42)
Bij aanhoudende irritatie onmiddellijk een dokter raadplegen!
Zaag nooit met onvoldoende kettingsmering. Als u dit doet, zullen de ketting en de kettinggeleider minder lang meegaan. Controleer vóór het begin van het werk altijd het oliepeil in de tank en ook de olietoevoer. Controleer de olietoevoer als volgt: Start de kettingzaag (zie “De motor starten”). Houd de lopende kettingzaag ongeveer 15 cm boven een boomstam of de grond (leg er iets onder als bescherming). Als de smering voldoende is, zult u een licht oliespoor zien dat ontstaat doordat er olie van de ketting afspat. Let op de windrichting en vermijd onnodige blootstelling aan de oliemist! Opmerking: Na het uitschakelen van de zaag is het normaal dat resten van kettingolie nog een tijdje uit het olietoevoersysteem, de kettinggeleider en de ketting lopen. Dit is geen defect! Leg de zaag op een geschikte onderlegger. De motor starten (Afb. 43)
Zaagkettingolie Gebruik olie met lijmadditief voor het smeren van de zaagketting en de kettinggeleider. Het lijmadditief voorkomt dat de olie te snel van de ketting wordt weggeslingerd. Ter bescherming van het milieu wordt het gebruik van biologisch afbreekbare zaagkettingolie aangeraden. In sommige landen is het gebruik van biologisch afbreekbare olie wettelijk verplicht. De door DOLMAR aangeboden zaagkettingolie BIOTOP wordt vervaardigd op basis van speciale plantaardige oliën en is 100% biologisch afbreekbaar. BIOTOP werd bekroond met de “Blauwe Milieu-Engel” prijs omwille van zijn grote milieuvriendelijkheid (RAL UZ 48). BIOTOP zaagkettingolie is beschikbaar in de volgende hoeveelheden: 1 l Bestelnummer 980 008 210 5 l Bestelnummer 980 008 211 Biologisch afbreekbare olie is slechts beperkt houdbaar. Dergelijke olie dient binnen 2 jaar na de fabricagedatum (gedrukt op de verpakking) te worden opgebruikt.
Start de kettingzaag pas nadat deze volledig ineengezet en geïnspecteerd is! Verwijder u tenminste 3 meter van de plaats waar getankt werd. Zorg dat u stabiel staat en leg de zaag zo op de grond dat de zaagketting en de kettinggeleider de grond niet raken. Zet de kettingrem aan (blokkeren). Pak de hoofdhandgreep met één hand goed vast en druk de kettingzaag stevig tegen de grond. Zet daarbij ook uw knie op het achterste van de handgreep.
Belangrijke opmerking betreffende afbreekbare kettingoliën: Als u de zaag voor geruime tijd niet gaat gebruiken, moet u de olietank leegmaken, een kleine hoeveelheid gewone motorolie (SAE 30) erin doen, en dan de zaag een tijdje laten lopen. Op deze manier worden alle resten afbreekbare olie uit de olietank, de olieleidingen, de ketting en de kettinggeleider weggespoeld. Deze maatregel is nodig omdat vele afbreekbare oliën na verloop van tijd plakkerige resten nalaten die schadelijk kunnen zijn voor de oliepomp of andere onderdelen. Vul de tank weer met BIOTOP kettingolie voordat u de zaag later opnieuw in gebruik neemt. Bij schade veroorzaakt door het gebruik van afgewerkte of ongeschikte kettingolie vervalt iedere aanspraak op garantie. Uw handelaar of verkoper zal u graag informeren over het gebruik van geschikte kettingolie.
BELANGRIJK: De chokehendel (5) is aan de gashendel (1) gekoppeld. Hij keert automatisch terug naar zijn uitgangspositie zodra de gashendel wordt ingedrukt. Als de gashendel wordt ingedrukt voordat de motor is gestart, moet de chokehendel (5) weer naar de geschikte positie worden gedraaid. (Afb. 44)
Koud starten: Druk de kortsluitschakelaar (3) naar voren. Draai de chokehendel (5) naar de positie . Druk de voorinspuitpomp 7–10 maal in. Trek de starterhendel (4) langzaam uit tot u weerstand voelt (de zuiger staat dan net voor het bovenste dode punt). (Afb. 44)
GEBRUIK NOOIT AFGEWERKTE OLIE (Afb. 38) Afgewerkte olie is zeer schadelijk voor het milieu. Afgewerkte olie bevat hoge concentraties van kankerverwekkende stoffen. De vervuiling in afgewerkte olie veroorzaakt snelle slijtage van de oliepomp en het zaagmechanisme. Bij schade veroorzaakt door het gebruik van afgewerkte of ongeschikte kettingolie vervalt iedere aanspraak op garantie. Uw handelaar of verkoper zal u graag informeren over het gebruik van geschikte kettingolie.
Trek vervolgens snel en krachtig. Na 2 tot 4 pogingen zal de motor starten en blijven draaien (bij lage temperaturen kan het nodig zijn om meermaals te trekken). LET OP: Trek de starterkabel niet meer dan ca. 50 cm uit en breng hem altijd langzaam terug met de hand. Voor een goede start is het belangrijk dat de starterkabel snel en krachtig wordt doorgetrokken. Zodra de motor soepel draait, drukt u eenmaal zachtjes op de gashendel (1) (houd daarbij de beugelgreep vast, de veiligheidsschakelaar (2) zal de gashendel vrijzetten). Hierdoor zal de chokehendel (5) naar zijn uitgangspositie terugspringen, waarna de motor onbelast zal lopen. (Afb. 44)
VERMIJD HUID- EN OOGCONTACT Aardolieproducten ontvetten de huid. Bij herhaaldelijk en langdurig contact van de huid met dergelijke producten, zal de huid uitdrogen. Verschillende huidziekten kunnen hiervan het gevolg zijn. Ook allergische reacties kunnen worden veroorzaakt. Contact van de ogen met olie kan oogirritaties veroorzaken. Als er olie in uw ogen is terechtgekomen, spoel dan uw ogen onmiddellijk met schoon water. Bij aanhoudende irritatie onmiddellijk een dokter raadplegen!
Los nu de kettingrem.
Ga te werk zoals bij koud starten, maar zet de chokehendel (5) in de positie (Afb. 44)
Belangrijk: Als de brandstoftank helemaal leeg gewerkt is en de motor bij gebrek aan brandstof tot stilstand is gekomen, moet u de voorinspuitpomp 7 – 10 maal indrukken. (Afb. 44)
NEEM DE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN IN ACHT!
Wees voorzichtig en oplettend bij het omgaan met brandstoffen.
Zet de kortsluitschakelaar (3) in de “STOP” stand. (Afb. 44)
De kettingrem controleren (Afb. 45)
Maak de omgeving rond de vuldoppen goed schoon, zodat er geen vuil in de brandstof- of olietank kan komen. Draai de vuldop los en vul de tanks respectievelijk met brandstof (brandstof/olie mengsel) of zaagkettingolie. Vul bij tot aan de onderrand van de vulhals. Pas op dat u geen brandstof of kettingolie morst! Draai de vuldop zo stevig mogelijk weer vast.
Begin nooit te werken met de kettingzaag zonder dat u eerst de kettingrem hebt gecontroleerd! Start de motor zoals beschreven op de vorige pagina (zorg dat u stabiel staat en leg de zaag zo op de grond dat de zaagketting en de kettinggeleider de grond niet raken). Houd de beugelgreep stevig vast met één hand en de hoofdhandgreep met uw andere hand. Laat de motor op halve snelheid lopen en druk de handbescherming (6) met de rug van uw hand in de richting van de pijl tot de kettingrem is aangezet. De zaagketting moet nu onmiddellijk stoppen. Laat de gashendel onmiddellijk los en zet de kettingrem weer los.
Veeg de vuldop en de tank na het bijvullen schoon.
BELANGRIJK: Indien de zaagketting in deze controle niet onmiddellijk stopt, mag u in geen geval met het werk beginnen. Neem contact op met een DOLMAR servicecentrum.
De carburator afstellen (Afb. 46)
Het binnenste van het kettingwiel reinigen, de kettingvanger controleren en vervangen (Afb. 53)
De carburator is een injectiecarburator met vaste sproeiers. Afstelling van de vrijloopen hoofdsproeier is dus overbodig en kan ook niet worden uitgevoerd. Indien nodig kunt u het onbelaste toerental afstellen met de afstelschroef (11). De carburator is in de fabriek uitgerust met vaste sproeiers voor luchtdrukwaarden op zeeniveau. Bij hoogten boven de 1000 meter kan het noodzakelijk zijn om de carburatorsproeiers te vervangen. Stel de carburator af met een schroevendraaier (7, klingbreedte). Laat de motor 3 tot 5 minuten warm lopen (niet met hoog toerental!) voordat u afstelt.
LET OP: Voordat u begint te werken aan de kettinggeleider of ketting, moet u altijd de motor afzetten en de bougiedop eraf trekken (zie “De bougie vervangen”). Draag altijd veiligheidshandschoenen! LET OP: Start de kettingzaag pas nadat deze volledig ineengezet en geïnspecteerd is! Verwijder de kettingwielbeschermkap (4) (zie het hoofdstuk “INGEBRUIKNEMING”) en reinig de binnenruimte met een borstel. Verwijder de ketting (3) en de kettinggeleider (2). OPMERKING: Zorg dat er geen vuilresten achterblijven in de olieleigroef (1) en de kettingspanner (6).
Het stationair toerental afstellen Wanneer u de afstelschroef (11) rechtsom indraait: het stationair toerental vermeerdert. Wanneer u hem linksom uitdraait: het stationair toerental vermindert.
Voor het opnieuw monteren van de kettinggeleider, ketting en kettingwiel, zie het hoofdstuk “INGEBRUIKNEMING”.
Let op: De zaagketting mag in geen geval meelopen.
ONDERHOUD (Afb. 47) De zaagketting slijpen
Kettingvanger Inspecteer de kettingvanger (5) op zichtbare beschadiging en vervang deze indien nodig.
STOP De kettinggeleider reinigen, het kettingwiel smeren (Afb. 54)
LET OP: Voordat u begint te werken aan de kettinggeleider of ketting, moet u altijd de motor afzetten en de bougiedop eraf trekken (zie “De bougie vervangen”). Draag altijd veiligheidshandschoenen!
LET OP: U moet veiligheidshandschoenen dragen. Controleer regelmatig de loopvlakken van de kettinggeleider op beschadiging, en maak deze schoon met een geschikt gereedschap.
De zaagketting moet worden geslepen wanneer: Meelachtig zaagsel ontstaat bij het zagen van vochtig hout. De ketting trekt enkel bij grote druk in het hout. De snijkant is zichtbaar beschadigd. De zaag trekt naar links of rechts tijdens het zagen. Dit is te wijten aan een ongelijkmatige scherpte van de zaagketting. Belangrijk: Slijp de ketting regelmatig, maar zonder te veel metaal eraf te slijpen! Normaal zijn 2 tot 3 streken van de vijl voldoende. Laat de ketting in een servicecentrum naslijpen nadat u hem al meerdere malen zelf nageslepen heeft.
Kettingwielneustype: Als de zaag intensief wordt gebruikt, moeten de lagers van het voorste tandwiel (keerrol) regelmatig (eens per week) worden gesmeerd. Hiertoe dient u eerst het 2mm gaatje aan het vooreind van de kettinggeleider grondig schoon te maken. Spuit daarna een kleine hoeveelheid universeelvet in het gaatje. Universeelvet en vetspuiten zijn beschikbaar als accessoires. Universeelvet 944 360 000 Vetspuiten 944 350 000
De zaagketting vervangen (Afb. 55)
Juiste manier van slijpen: (Afb. 48) LET OP: Gebruik uitsluitend kettingen en kettinggeleiders die voor deze zaag zijn ontworpen!
LET OP: Gebruik uitsluitend kettingen en kettinggeleiders die voor deze zaag zijn ontworpen! Controleer eerst het kettingwiel (10) alvorens een nieuwe ketting te monteren. LET OP: Versleten kettingwielen kunnen de nieuwe zaagketting beschadigen en dienen daarom vervangen te worden.
Alle zaagtanden moeten even lang zijn (maat a). Zaagtanden van ongelijke lengte zijn oorzaak van een ongelijkmatige kettingloop en kunnen ook kettingbreuk veroorzaken. De minimumlengte van de zaagtanden is 3 mm. Slijp de ketting niet meer wanneer deze minimumlengte is bereikt; u dient dan een nieuwe ketting op te leggen. De zaagdiepte wordt bepaald door het hoogteverschil tussen de dieptebegrenzer (ronde neus) en de snijkant. De beste resultaten worden verkregen bij een begrenzerdiepte van 0,65 mm (.025”).
De zuigkop vervangen (Afb. 56) Het vilten filter (12) van de zuigkop kan verstopt raken. Om een onbelemmerde brandstoftoevoer naar de carburator te garanderen, is het aan te bevelen dat de zuigkop eens per drie maanden wordt vervangen. Om de oude zuigkop te verwijderen, trekt u hem met een draadhaak door de tankvulhals.
LET OP: Een te grote zaagdiepte verhoogt het gevaar voor terugslag!
Het luchtfilter reinigen (Afb. 57)
STOP Draai de schroef (14) los en verwijder het deksel van de filterkast (13).
Alle zaagtanden moeten met dezelfde hoek van 30° worden geslepen. Verschil in de hoeken veroorzaakt een ruwe en onregelmatige kettingloop, vergroot de slijtage en kan leiden tot kettingbreuk. De 85° hoek van de zaagtand volgt uit de indringdiepte van de rondvijl. Als de voorgeschreven vijl op de juiste manier wordt gebruikt, zal de correcte hoek automatisch worden verkregen. (Afb. 49)
BELANGRIJK: Dek de inlaatopening af met een schone doek om te voorkomen dat er vuil in de carburator kan vallen. Verwijder het luchtfilter (15). LET OP: Blaas de vuildeeltjes NIET eruit, omdat u anders uw ogen kunt verwonden! Gebruik geen brandstof om het luchtfilter te reinigen. Reinig het luchtfilter met een zachte borstel. Als het filter erg vuil is, was het dan in lauw water met een gewoon afwasschoonmaakmiddel. Laat het luchtfilter volledig drogen. Als het filter erg vuil is, dient u het vaak (meermaals per dag) te reinigen, omdat het volle motorvermogen alleen met een schoon luchtfilter wordt verkregen. LET OP: Een beschadigd luchtfilter dient onmiddellijk te worden vervangen! Afgescheurde stukken weefsel en grof vuil kunnen de motor onherstelbaar beschadigen!
Geschikte vijlen en hun gebruik (Afb. 50) Slijp de ketting met een speciale ronde vijl (4 mm diameter) voor zaagkettingen. Normale ronde vijlen zijn niet geschikt voor dit soort werk. De vijl mag alleen bij de voorwaartse streek (pijl) vijlen. Breng de vijl bij het terughalen omhoog. Slijp eerst de kortste zaagtand. De lengte van deze tand is dan de maatstaf voor alle andere tanden van de ketting. Houd de vijl altijd horizontaal (90° ten opzichte van de kettinggeleider). De vijlhouder vergemakkelijkt de vijlgeleiding. Hij is voorzien van markeringen voor de correcte slijphoek van 30° (houd de markeringen tijdens het vijlen evenwijdig met de ketting, zoals afgebeeld) en begrenst ook de insteekdiepte tot de correcte 4/5 van de vijldoorsnee. (Afb. 51)
De bougie vervangen (Afb. 58)
STOP LET OP: Raak de bougie of de bougiedop niet aan terwijl de motor loopt (hoogspanning!). Zet de motor af voordat u met de onderhoudswerkzaamheden begint. Een hete motor kan brandwonden veroorzaken. Draag veiligheidshandschoenen!
Na het naslijpen van de ketting, moet u de hoogte van de dieptebegrenzers controleren met een kettingmaat. Zelfs de geringste uitsteekhoogte dient met een speciale platte vijl (12) te worden verwijderd. Rond de voorzijde van de dieptebegrenzer (13) af. (Afb. 52)
De bougie moet vervangen worden wanneer de isolator beschadigd is, de elektroden verbrand zijn, of de elektroden erg vuil of vettig zijn. Verwijder het deksel van de filterkast (zie “Het luchtfilter reinigen”). Trek de bougiedop (1) af van de bougie. Gebruik uitsluitend de meegeleverde combinatiesleutel om de bougie te verwijderen. LET OP: Gebruik uitsluitend de volgende bougies: NGK CMR6A.
Elektrodenafstand (Afb. 59) De elektrodenafstand moet 0,6 – 0,7 mm zijn.
De inlaatopening voor koellucht reinigen (Afb. 60) Verwijder vier schroeven (2). Verwijder de terugloopstarter (3). Reinig de inlaatopening (4) en de koelribben.
De knaldemper reinigen (Afb. 61)
STOP LET OP: Zolang de motor nog heet is, bestaat er gevaar voor brandwonden. Draag veiligheidshandschoenen. Verwijder de kettingwielbeschermkap (zie “INGEBRUIKNEMING”). Verwijder koolaanslag uit de uitlaatopeningen (11) van de knaldemper.
De cilinderruimte reinigen (Afb. 62) Verwijder de kettingwielbeschermkap (zie “INGEBRUIKNEMING”). Verwijder desnoods de knaldemper door de twee schroeven (14) los te draaien en te verwijderen. Sluit de cilinderopening (15) af met een lap. Gebruik een geschikt werktuig (houten schraper) om de cilinderruimte (16), in het bijzonder de koelribben, schoon te maken. Verwijder de lap uit de cilinderopening en breng de knaldemper weer aan, zoals getoond op het schema. Vervang zo nodig de pakking (13). Verwijder alle eventuele resten van de oude pakking voorzichtig van de knaldemper. Let goed op de juiste montagepositie. De warmtegeleiplaat moet overeenkomen met de contouren van de cilinder, om een correcte warmte-overdracht te verzekeren. Draai de schroeven (14) met 10 Nm vast terwijl de motor koud is.
Instructies voor periodiek onderhoud De onderstaande onderhoudswerkzaamheden moeten regelmatig worden uitgevoerd om een lange levensduur te verzekeren, schade te voorkomen, en het optimaal functioneren van de veiligheidsinrichtingen te waarborgen. Garantieclaims worden alleen in overweging genomen indien dit onderhoudswerk regelmatig en correct werd uitgevoerd. Het niet uitvoeren van de voorgeschreven onderhoudswerkzaamheden kan leiden tot ongelukken! De gebruiker van de kettingzaag mag geen onderhoudswerk uitvoeren dat niet in deze gebruiksaanwijzing is beschreven. Alle dergelijk werk mag alleen door een DOLMAR servicecentrum worden uitgevoerd. Algemeen
Telkens vóór het starten
De buitenkant schoonmaken en op beschadiging controleren. In geval van beschadiging, direct laten repareren door een erkend servicecentrum.
Regelmatig naslijpen, tijdig vernieuwen.
Regelmatig in een erkend servicecentrum laten inspecteren.
Omkeren om gelijkmatige slijtage van de draagvlakken te verzekeren. Tijdig vernieuwen.
OFF-schakelaar, Veiligheidsschakelaar, Gashendel
Werking controleren.
Dop van brandstof/olie tank
Controleren op goede afsluiting.
Controleren op beschadiging, olie-inlaatgat reinigen.
Steun van kettinggeleider
Reinigen, in het bijzonder de oliegeleigroef.
Stationair toerental
Controleren (ketting mag niet meelopen).
Reinigen om ongehinderde toevoer van koellucht te waarborgen.
Controleren op stevige bevestiging.
Beschermhuls van kettingvanger
Controleren op beschadiging, desnoods vervangen.
De buitenkant schoonmaken en op beschadiging controleren. In geval van beschadiging, direct laten repareren door een erkend servicecentrum.
Kettinggeleider/ketting
Verwijderen, reinigen en licht oliën. Geleidingsgroef van kettinggeleider reinigen.
Onderhoud en reparaties
DOLMAR garandeert de hoogste kwaliteit en vergoedt daarom alle reparatiekosten voor het vervangen van beschadigde onderdelen ten gevolge van materiaal- of fabricagefouten die binnen de garantieperiode na de datum van aankoop optreden. Houdt u er rekening mee dat in sommige landen specifieke garantievoorwaarden gelden. Voor vragen of twijfels, gelieve u te wenden tot de verkoper die verantwoordelijk is voor de garantie van het product. Beschadiging die voortvloeit uit een van de volgende oorzaken valt buiten de garantie: • Het niet opvolgen van de gebruiksaanwijzing. • Het niet uitvoeren van de voorgeschreven onderhouds- en reinigingswerkzaamheden. • Onjuiste afstelling van de carburator. • Normale slijtage. • Duidelijke overbelasting door aanhoudende overschrijding van de maximaal toegestane belasting. • Gebruik van niet-goedgekeurde kettinggeleiders en zaagkettingen. • Het gebruik van kettinggeleiders en zaagkettingen waarvan de lengte niet is goedgekeurd. • Gebruik van geweld, verkeerd gebruik, misbruik of ongevallen. • Schade door oververhitting als gevolg van vervuiling van de terugloopstarter. • Werk aan de kettingzaag door onbevoegde personen of slechte reparaties. • Gebruik van ongeschikte reserveonderdelen die geen originele DOLMAR onderdelen zijn, voorzover deze de schade hebben voortgebracht. • Gebruik van ongeschikte of oude olie. • Schade die betrekking heeft op de voorwaarden van een verhuurcontract e.d.
Het onderhoud en de reparatie van een geavanceerde motor en van alle veiligheidsinrichtingen vereisen een gediplomeerde technische opleiding en een gespecialiseerde werkplaats die voorzien is van speciaal gereedschap en testapparatuur. DOLMAR adviseert daarom dat u alle werkzaamheden die niet in deze gebruiksaanwijzing zijn beschreven laat uitvoeren door een DOLMAR servicecentrum. De DOLMAR servicecentra beschikken over al de nodige apparatuur en over geschoold en ervaren personeel om u steeds met zo weinig mogelijk kosten een oplossing te bieden en met raad en daad bij te staan. Aarzel niet om contact op te nemen met het dichtstbijzijnde servicecentrum.
Reserveronderdelen De betrouwbaarheid, lange levensduur en veiligheid van uw kettingzaag zijn onder meer ook afhankelijk van de kwaliteit van de gebruikte resrveronderdelen. Gebruik uitsluitend originele DOLMAR resrveronderdelen. Alleen originele reserveonderdelen en accessoires garanderen de beste kwaliteit van materiaal, nauwkeurigheid van afmetingen, feilloze werking en veiligheid. Originele reserveonderdelen en accessoires zijn bij uw plaatselijke vakhandelaar verkrijgbaar. Deze beschikt ook over de lijsten van reserveonderdelen om de juiste onderdeelnummers te bepalen, en wordt doorlopend op de hoogte gehouden van verbeteringen en veranderingen in het aanbod van reserveonderdelen. Houdt u er tevens rekening mee dat de garantie van het DOLMAR product automatisch ongeldig wordt wanneer andere dan originele DOLMAR reserveonderdelen worden gebruikt.
Reinigings-, onderhouds- en afstelwerkzaamheden vallen niet onder de garantie. Alle reparaties die onder de garantie vallen, moeten door een DOLMAR servicecentrum worden uitgevoerd.
Motor start niet of start moeizaam
Ontstekingsvonk aanwezig
Pakking van krukkast defect, afdichtingen van radiaalas beschadigd, cilinder- of zuigerringen beschadigd.
Buitenzijde van de zaag
Bougie niet goed afgedicht.
Starter grijpt niet aan
Veer in de starter gebroken, kapotte onderdelen binnenin de motor.
Problemen bij warm starten
Brandstoftank is gevuld Ontstekingsvonk aanwezig
Foute carburatorafstelling.
Motor slaat aan, maar slaat direct weer af
Brandstoftank is gevuld
Stationair toerental slecht afgesteld, zuigkop of carburator vervuild. Tankontluchting defect, brandstofleiding onderbroken, kabel beschadigd, STOP-schakelaar defect.
Onvoldoende vermogen
Er kunnen meerdere systemen tegelijkertijd betrokken zijn
De motor loopt stationair
Luchtfilter vervuild, foute carburatorafstelling, knaldemper verstopt, uitlaatkanaal in cilinder verstopt.
Geen olie op de ketting
Olietank is leeg. Oliegeleidegroef vervuild.
Notice-Facile