PS-221 TH - Kettingzaag MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PS-221 TH MAKITA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over PS-221 TH MAKITA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Kettingzaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PS-221 TH - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PS-221 TH van het merk MAKITA.
GEBRUIKSAANWIJZING PS-221 TH MAKITA
Voordat u de machine de eerste keer in gebruik neemt moet u deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig doornemen. U dient er vooral op te letten dat u alle veiligheidsvoorschriften goed heef begren zodat u die strikt in acht kunt nemen! Deze motorzaag mag uitsluitend door „motorzaagbestuurders met extra scholing voor het werken in hef- of ladderkooien, resp. bekend zich met de touwklimtechniek" worden bediend. Berg de gebruiksaanwijzing goed op!
Atencion:
De hettingaag is voorzien van stickers met symbolen die ook in de handleiding gebruikt worden. Hier volgt de lijst van symbolen die voor dit apparaat gebruikt worden:
Símbolos
Dank u voor de aankoop van dit DOLMAR product!
Gefeliciteerd met uw keuze van deze DOLMAR kettingzaag! Wij zijn ervan overtuigd dat u tevreden zult�zemit dit geavanceerde gereedschap.
De PS-220 TH/PS-221 TH/PS-222 TH (Tophandle) is een uiterst lichte en handige kettingzaag met het handvat bovenop de zaag gemonteerd. Dit model is special voor boomchirurgie enBoomverzorging ontwikkel. Deze kettingzaag mag enkel worden bediend door personen die geschoold zijn voor het werkken vanaf een verhoogd platform (kraankooi, hiskooi) of ladderkooien, of die vertrouwd zijn met de touwklimtechniek.

De kettingzaag kan zonder problemen worden bediend bzwat de toevoer van smeerolie voor de ketting automatisch worden geregelend en de elektronische ontsteking geen onderhoud vereist. Bovendien is de zaag uiterust met een trillingabsorberend system er bescherming van de polsgewrichten en met ergonomische handgrepen en bedieningselementen. Deze voorzieingen makeh het werk eenvoudiger, veiliger en minder vermoeiend.
De PS-220 TH/PS-221 TH/PS-222 TH is voorzien van de allernieuwste veiligheidsnrichtingen die voldoen aan alle nationale en internationale veiligheidsnormen.
De veiligheidsinrichtingen omvatten ondereer hanbeschemers op beide handgrepen, handgrepen met een veilige grip, een kettingvanger, een veiligheidszaagketting en een kettingrem. De kettingrem kan Niet alleen handmatig bediend worden, maar treedt ook automatisch in werking door de terugslagracht (inertie) in geval van terugslag.

Om een optimale werkung en optimale prestaties van uw nieuwe kettingzaag te garanderen en uw persoonlijke verilgheid te waarborgen, is het absolutnoodzakelijk dat u deze gebruiksaanwijzing aandachtig leest alvorens het gereedschap voor de erste keer te gebruiken. Let vooral op dat u alle verilgheidsvoorschriften in ache neemt! Niet-inachtneming kan levensgevaarlijke verwondingen veroorzaken!
EU-conformiteitsverklaring
De ondergetekenden, Shigeharu Kominami en Rainer Bergfeld gevolmachtigd door, verklaren hiermede dat de DOLMAR gereedschappen,
vervaardigd door Makita Corporation, 3-11-8, Sumiyoshi-cho, Anjo, Aichi, Japan, voldoen aan de veiligheids- en gezondheidseisen van de toepasselijkke EU-richtlijnen:
EU-machinerichtlijn 98/37/EG,
EU EMC richtlijn 89/336/ EWG (gewijzigd door 91/263/ EWG, 92/31/ EWG en 93/68/ EWG),
Geluidsemissie 2000/14/EG.
Om te voldoen aan de vereisten van deze EU-richtlijnen werden hoofdzakelijk de volgige normen toegepast: EN 14982, EN ISO 11681-2, EN 61000-4-2, EN 61000-4-3, CISPR 12.
Het conformiteitsbeordelingsprocédé 2000/14/EG is volgens Appendix V uitgevoerd. Het gemeten geluidsniveau (Lwa) bedraagt 106 dB(A). Het gegardeerde geluidsniveau (Ld) is 107 dB(A).
De EG-bouwmodelkeuring conform 98/37/EG werk uitgevoerd door: TÜV Product Service GmbH, Zertifizierstelle, Ridlerstr. 31, D-80339 Munich.
Hamburg, CE2004
Voor DOLMAR GmbH
EU-conformiteitsverklaring 50
Verpakking 50
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
Algemene voorzorgsmaatregelen 51
Beschermingsuitrusting 51
Brandstoffen / Bijtanken 51
Ingebruikneming 51
Terugslag ("kickback") 51
Werkomstandigheden / Werktechnieken 51-52
Transport en opslag 52
Onderhoud 52
Eerste hulp (EHBO) 52
Benaming van de onderdelen 54
INGEBRUIKNEMING
De kettinggeleider en de zaagketting monteren 54
De zaagketting spannen 54
Kettingrem 54
Brandstoffen / Bijtanken 54-55
De kettingsmering afstellen 55
De kettingsmering controleren 55
De motor starten 55
Koud starten 55
Warm starten 55
De motor afzetten 55
De kettingrem controlleren 55
De carburator afstellen 56
ONDERHOUD
De zaagketting slijpen 56
De kettinggeleider reinigen, het kettingwiel smeren. 56
De zaagkettingervangen 56
De zuigkop verrangen 56
Het luchtfilter reinigen 56
De bougie verrangen 56
De knaldemper reinigen 56
De cylinderruimte reinigen 57
Instructies voor periodiek onderhoud 57
Service, reserveronderdelen en garantie 57
Problemen oplossen 58
Verpakking
Ter bescherming gegen transportschade worden uw DOLMAR hettingzaag in een doosuit versterkt karton geleverd.
Karton is een basisgrondstof en is derhalve opnieuw bruikbaar of geschikt voor recy- cling (oudpapierhandel).


VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
LET OP:
Deze kettingzaag is special ontworpen voor de verzorging en chirurgie van bomen. Alleen deskundig geschoolde Personen moogen met deze zaag werkden. Volg alle relevante literatur, procedures en aanbevelingen van de betreffende beroepsorganisatie op. Als u dat Niet doet, loopt u een verhoogd risico op ongevallen! Wij raden u aan om voor het zagen in boomkruinen steeds een verhoogplattom (kraankooi, hijskooi) te gebruiken. Werken in een hangende positie (bergbeklimmerstechniek) is uiterst gevaarlijk en vertg speciale opleiding! Als er op这家伙 wordt gewerkt, dient de gebruiker van het gereedschap getraind te zich in het gebruik van klimveiligheidsuitrusting en klimtechnieken! Gebruik bij het werk den boomkruiinen.altijd de geschikte riemen, touwen en beschermingsmiddelen. Gebruik.altijd de vereiste utrusting voor het ondersteunen en opvangen van zowel de gebruiker als de zaag zich!
Algemene voorzorgsmaatregelen (Afb. 1 en 2)
- Om een correcte bediening te verzekeren dient de gebruiker.Deze gebruiskaanwijzing grondig te lezen om zich vertrouwd te maken met de kenmerken en werking van de kettingzaag. Slecht geinformeer gebruikers stellen zichelfen andereen in gevaar door verkeerd gebruik van het gereedschap.
- U mag de kettingzaag alleen uittenen aan Personen die ervaring hebben met kettingzagen voor boomchirurgie. Geef altijd ook de gebruiksaanwijzing mee wanner u het gereedschap uitleent.
- Het gebruik van de kettingzaag door kinderen of Personen onder de 18aar is verboden. Jongeren boven de 16aar mogen de kettingzaag bedieren in het kader van een opleading, maar uitsluitend onder het toezicht van een bevoegde opleder.
- Het werknen met een kettingzaag vergt alsd een hoge mate van voorzichtigheid en concentratie.
- Gebruik de hettingzaag alleen wonneer u in goede lichamelijk conditie verkeert. Bij vermoeidheid verslapt de aandacht. Wees vooral op uw hoede gegen het einde van een dag hard werken. Voer alle werkzaamheden rustig en zorgvuldiguit. De gebruiker is namelijk verantwoordelijk voor schade toegebracht aan derden.
- Werk nooit onder de invloed van alcohol, drugs of medicamenten.
- U要去 een brandblusser bij de hand hebben wanneser u werk in de buurt van gemakkelijk ontvlambare vegetatie of wanneser het al gelduimeijd neteer gere-gend heeft (brandgevaar).
Beschermingsuitrusting (Afb. 3 en 4)
- Tijdens het werken met de kettingzaag moet de hieronder beschren bewerteten beschermingsuitrusting worden gedragen om verwondingen aan het hoofd, ogen, handen of voeten te voorkomen en uw gehoor te beschemperen:
- Draag aangepaste kleding, d.w.z. goed aansluitend maar zonder te hinderen. Draag geen sieraden of kleding die aan takken of struiken hunken haken. Als u lang haar heeft, draag dan altdij een haarnetje!
- Wonneer u met de kettingzaag werk,要去 u altijd een veiligheidshelm dragen. De veiligheidshelm (1)要去 regelmatig op beschadiging gecontroleerd worden en dient na maximaal 5aar gebruik te worden verrangen. Gebruik uitsluitend goedgekeurde veiligheidshelmen.
- De doorzlichtige beschemkap (2) van de veiligheidshelm (eventuel een veiligheidsbril) beschermt de gebruiker gegen rondvliegend zaagsel en houtsplinters. Draagijdens het werkden met de kettingzaag altiden een beschemkap of een veiligheidsbril om oogletsel te voorkommen.
- Draag gesape gehoorbescherming (oorbeschemers (3), oordopjes, enz.).
- Het verilgheidsvest (4) is gemaakt uit 22 lagen nylon en biedt bescherming gegen snijwonden. Draag algtdijd een verilgheidsvest wanneer u werkt vanaf een verhoogd platform (kraankooi, hijskooi) ofwerk met klimtouwen.
- De veiligheidsgordel en het beschermende werkpak (5) zijn gemaaktuit een nylonweefselen van 22LAGEN en bieden beschemming gegen snijwonden. Het dragen van deze kleding worden ten zeerste aangeraden.
- Werkhandsschoenen (6) van dik leder behoren tot de verplicht voorgeschreven uitrusting bij het werken met de kettingzaag.
- Tijdens het werkken met de kettingzaag is het dragen van verilheidsschoenen of verilheidslaarzen (7) met antislip profielzolen, stalen neuzen enBeenbeschemmers verplicht. Dit soort verilheidsschoeisel biedt bescheming gegen snijwonden en geeft vaste steun voor de voeten. Bij het werkken in boomkruinen dient het schoeisel eveneens aangepast te zijn voor het nodige klimwerk.
Brandstoffen / Bijtanken
- Zet de motor af voordat u de kettingzaag bijtankt.
- Rook Niet en tank Niet bij in de buurt van een open vuur (Afb. 5).
- Laat de motor afkoelen alvorens bij te tanken.
- Brandstoffen können oplosmiddelen bevatten. Vermijd huid- en oogcontact met minerale oliën. Tijdens het bijtanken moet u steeds verilgheidshandschoenen dragen. Reinig en vervoang uw beschermende kleding regelmatig. Adem geen brandstofdampen in.
- Mors geen brandstof of kettingolie. Als u toch brandstof olie gemorst heeft, kaan dan de kettingzaag onmiddelijk schoon. Zorg dat er geen brandstof op uw kledingterechtkomt. Als dat toch gebeurd is, kleed u dan ommiddelijk om.
- Zorg dat er geen brandstof of kettingolie in de grond wegloopt (bescherming van het milieu). Gebruik een geschikte onderplaat wanner u bijankt.
- Bijtanken in een gesloten ruimte is verboden. Brandstofdampen zullen zich name-lijk bij de vloer verzamelen (explosiegevaar!).
- Draai na het bijtanken de dappen van de brandstof- en olietank goed vast.
- Start de kettingzaag Niet op bezelfde plaat'saar u getankt heeft (verwijder u ten-minste 3 meter van de plaat's van bijtanken) (Afb.6).
- Brandstoffen zijn maar voor beperkte tijd houdbaar. Koop waarom nooit meer dan het geschatte verbruik voor een redelijkere peiode.
- Vervoer en bewaar de brandstof en kettingolie alleen in goedgekeurde en gewaarmerkte jerrycans. Sla brandstof en kettingolie buiten het bereik van kinderen op.
Ingebruikneming
- Werk nooit alleen. In geval van noood moet er iemand in de buurt+zijn.
- Zorg dat er zich geen kinderen of andere Personen in de werkomgeving bevinden. Let ook op dat er geen dieren in de werkomgevingkommen (Afb. 7).
- Voordat u met het werk begint, moet u controlleren of de kettingzaag gezood functioneert en of alle veiligheidsvoorschriften zijn nageleefd.
Controleer in het bijzonder of de kettingrem goed werkt, of de kettinggeleider juist gemonteerd is, of de zaagketting correct geslepen en gespannen is, of de beschemkap van het kettingwiel stevig vastzit, of de gashendel soepel beweegt en zicheilwegheidsschakelaar goed werkt, of de handgrepen droog en schoon zijn, en of de ON/OFF schakelaar functioneert. - Neem de kettingzaag pas in gebruik wanner deze volledig gemonteerd is. Gebruik de kettingzaag nooit wanner deze nicht volledig gemonteerd is.
- Zorg ervoor dat u stevige steun voor de voeten hebt voordat u begint met zagen.
- Start de kettingzaaguitsluitend op de manier die in deze gebruiksaanwijzing is beschreiben (Afb. 8). Het gebruik van andere startmethoden is verboden.
- Bij het starten moet u de kettingzaag goed ondersteunen en stevig vasthouden. De kettinggeleider en de ketting mogen met geen enkel voorwerp in aanraking komen.
- Tijdens het zagen要去 u de kettingzaag alsijd met beiden handen vasthouden. Houd de hoofdhandgreep vast met de rechterhand, en de beugelgreep met de linkerhand. Houd de handgrepen stevig vast met uw duimen eromheen in de richting van de vingers. Het werken met een hand is uiterst gevaarlijk, odomat u dan bij het doorzagen van een tak de contrôle over het gereedschap kunt verliezen (gevaar van zware verwondingen!). Bovendien is het Niet möglichk om het gevaar van terugslag met een hand op te vangen.
- LET OP: Wanner u de gashendel loslaat, za de ketting nog een vrij doorlopen (freewheelen).
- Zorg dat u stevig op beiden voeten staat.
- Houd de kettingzaag zodenig dat u geen uitlaatgassen zult inademen. Werk Niet in gesloten ruimten (vergiftigingsgevaar!).
- Schakel de kettingzaag onmiddelijk uit wanner u een abnormale verandering in de werking ervan vaststelt.
- Zet altijd eerst de motor uit voordat u de kettingspanning controeert, de ketting aanspant of verrangt, of probeert om storingen op te losers (Afb. 9).
- Als de zaag met harde voorwerpen (stenen, spijkers, enz.) is aanraking is gekommen,要去 und motor onmiddelijk uitzetten en controlleren of de zaag nicht beschadigd is.
- Wonneer u het werk stopzet of onderbreekt en de werkplaats verlaat, moet u de kettingzaag uitschakelen (Afb. 9) en dusdanig opbergen dat niemand gevaar kan lopen.
- Laat de nog hete kettingzaag nooit in droog gras of op een brandbare ondergrond acheter. De knaldemper is namelijk zeer heet (brandgevaar!).
- LET OP: Na het afzetten van de kettingzaag kan er olie van de ketting of ketting-geider druppelen met alsGeVolbodemverontreiniging. Zorg voor een gpaste opvangmogelijkheid.
Terugslag ("kickback")
- Bij het werken met een kettingzaag bestaat er gevaar voor gevaarlijke terugslag.
- Terugslag ontstaat wanner het bovenste uiteinde van de kettinggeleider door onopletendheid in aanraking komt met hout of andere harde voorwerpen (Afb. 10).
- Voordat de zaag "de snede inzet" kan hij ongewild zijwaarts slippen of wegprin-gen (let op: in dit geval is er groot gevaar voor terugslag!).
- In beiden situations kan de zaag ongecontroleerd en met große kracht in de richting van de gebruiker worden teruggeslagen. Gevaar voor lichamelijk lets!
Om terugslag te voorkomen, dient u de volgende regels in acht te nemen:
- Invalzaagwerk, d.w.z. het uiteinde van de zaag direct op het hout aanzetten, maguitsluitend door special aan voor opgeleid personeel worden uitgevoerd!
- Houd het uiteinde van de kettinggeleider altijd goed in het oog. Wees vooral voorzichtig wanner u in een reeds aangezette snede verder wilt zagen.
- De ketting moet lopen wanner u een snede inzet.
- Zorg dat de ketting algid goed geslepen is. Let vooral goed op de hoogte van dieptebegrenzing.
- Probeer nooit om meertere takken tegelijk door te zagen. Let op dat u bij het zagen van een tak Niet per toeval een andere tak raakt.
- Bij het dwarszagen van een stam moet u op andere nabije stammen letten.
Werkomstandigheden / Werktechnieken
- Werk alleen bij goed zich en goede verlichting. Let in het bijzonder op gladheid, nattigheid, ijns en sneeuw (slipgevaar!). Er is vooral groot slipgevaar wanneer u werkct op vers ontbast hout (schilhout).
Werk nooit op een onstabile ondergrund. Zorg dat er geen obstkels zich in de werkomgeving (gevaar voor struikelen!). Zorg dat u altijd vaste en veilige steun voor de voeten hebt. - Zaag nooit boven schouderhoogte (Afb. 11).
- Zaag nooit vanop een ladder (Afb. 11).
- Klim nooit in eenBoom om er te werkden zonder de nodige steun- en veiligheidsvoortzieningen voor uzeloen voor de zaag. Wij raden u aan om steeds vanaf een hoogteplatform (kraankooi, hijskooi) te werkden.
- Buig tijdens het werk Niet te ver voorover.
- Houd de kettingzaag zodanig dat geen enkel deel van uw lichaam zich in het verlengde van het zwenkbereik van de zaag bevindt (Afb. 12).
- Gebruik de kettingzaag uitsluitend voor het zagen van hout.
- Zorg dat de kettingzaag de grond Niet raakt terwijl de ketting nog loopt.
- Gebruik de hettingzaag nooit voor het optillen of verwijdersen van stukken hout of andere voorwerpen.
- Verwijder vreeimde voorwerpen zoals zand, stenen, spijkers e.d. uit de werkkomgeveig. Vreemde voorwerpen konnen de zaag beschadigen en gaarlijke terugslagveroorzaken.
Voor het inkorten van reeds gezaagde stukken hout moet u een stevige steun (zaagbok, (Afb. 13)) gelebruiken. Probeer niem om het werkstuk met uw voet op zijn plaat te houden en LAST het Niet door myself anders vasthouden. -
Zet ronde stukken goed vast om te voorkomen dat ze können draaien.
-
Om dwars door te zagen, dient u de Voorkant van het zaaghuis eerst stevig gegen het stuk hout te drukken. Pas daarna kut u de snede inzetten met de lopende zaagketting. U doet dit door de kettingzaag met de hoofdhandgreep omhoog te halen terwijl u met de beugelgreep leidt. De voorkant van het zaaghuis dient hierbij als het scharnierpunt. Met een lichte druk op de beugelgreep zaagt u nu dieper terwijl u tegelijk de kettingzaag met de hoofdhandgreep een weinig hinteruit trekt. Zet verrolgens de voorkant van het zaaghuis iets dieper aan en breng de hoofdhandgreep oppieuw iets verder omhoog.
- Wanneer invalidaagsneden of langssneden nodig zijn, is het ten zeerste aan te raden dat deze allelen door special geschoold personeel worden uitgevoerd (vanwege het groot gevaar voor terugslag).
- Langssneden要去nderdekleinstmogelijkehoekingezetworden(Afb.14). Wees bij dit soort sden uiterst voorzichtig,umat de voorkant van het zaaghuis geengreepopehertwerkstukheeft.
- De zaagketting moet lopen wanner u de zaag uit het hout haalt.
- Als u meerdere zaagsneden maakt, moet u de gashendel tussendoor loslaten.
- Let op bij het zagen van gesplinterd hout. Rondvliegende houtsplinters konnen megetrokken worden (gevaar voor lichamelijk letse!).
- Als u zaagt met de bovenkant van de kettinggeleider en de zaagketting komt klem te zitten, dan kan de kettingzaag teruggestoten worden in de richting van de gebruiker. Zaag waarom, in de mate van het möglichke, algid met de onderkant van de kettinggeleider. Als de zaagketting klem kommt te zitten, zal de zaag dan van u weg worden gestoten (Afb. 15).
- Bij hout dat onder spanning staat (Afb. 16), moet u altijd eerst inzetten aan de zijde van de drukspanning (A). Pas daarnaUNT u doorzagen vanaf de zijde van de trekspanning (B). Op deze manier worden voorkomen dat de kettinggeber ingelekmed raakt.
LET OP:
Alleen special getrainde personen mogen bomen vellen of takken uit boomkruinen afzagen. Groot gevaar voor persoonlijk letse!
-
Bij het afzagen van takken dient de kettingzaag op de stam ondersteund te worden. Gebruik voor dit soort werk nooit het vooreinde van de kettinggeber (gevaar voor terugslag).
-
Pas goed op bij het zagen van takken die onder spanning staan. Zaag nooit vrij-hangende takken vanaf de onderkant.
-
Ga nooit op de stam staan om takken die onder spanning staan door te zagen.
-
Voordat u begint met het vellen van een boom, dient u er zeker van te zich dat a) enkel de Personen, die bij het vellen betrokken zijn, zich op de werkplek bevinden.
b) ongehinderd uitwijken möglich is voor iedere werkman die bij het vellen betrokken is (d.w.z. dat)iedere werkman schuin waar afterwards bij een hoek van ongeveeer 45^ moet hunnen uitwijken).
c) de voet van de stam vrij is van vreemde voorwerpen, struikgewas en takken. Zorg dat u stevige steun voor de voeten hebt (struikelgevaar!).
d) de volgende werkplek tenminste 2 1/2 boomlengtes verwijderd is (Afb. 17). Voordat u deBoom gaat vellen, moet u de valrichting bepalen en ervoor zorgen dat er zich geen Personen of voorwerpen binnen een afstand van 2 1/2 boomlengtes bevinden.
- Beoordeling van deBoom:
Richting van overhelling? Losse of dorre takken? Hoogte van de boom? Natuurlijke overhanging? Is deBoom rot?
- Houd rekening met de windrichting en windnelheid. Bij sterke windstoten mogen er geen bomen worden geveld. Vermijd dat het zaagsel door de wind worden megenomen (houd rekening met de windrichting!).
- Inzagen van de worteluiitlopers:
- De valkerf aanbrengen (Afb. 18, A):
Begin bij de grootste worteluiitloper. Breng eerst een zaagsnede in verticale en vervolgens in horizontale richting aan.
De valkferbepaalt de valrichting en dwingt de boom in de gewenste richting. De valkfer wordt haeks op de valrichting aangebracht tot een zaagdiepte van 1/3 tot 1/5 van de stamdoorsnede. Breng de valkfer zo zicht möglich bij de grond aan.
- Eventuele correcties van de valkerf要去en over de gehele bredte van de valkerf aangebracht worden.
- De valzaagsnede (Afb. 19, B)要去 hoger dan de valkerfbasis (D) worden aangebracht. De valzaagsnede要去 helemaal horizontaal zich. Het breukvlak (het nicht doorgezaagde deltussen beide zaagsneden)要去 ongeveer 1/10 van de stam-diameter bedragen.
- Het breukvlak (C) werkkt als valscharnier. Zaag dit gedeelte nooit door, waar de boom anders ongecontroleerd za vallen. Brengijdig velspieën aan.
- Gebruik uitsluitend kunststoff of aluminium spielen om de zaagsnede te borgen. Gebruik geen ijzeren spielen. Als de zaag een ijzeren spi raakt, kan de zaagketting maar beschadig raden of scheuren.
- Wonneer u een boom velt, moet u altijd zijdelings staan van deplaats waar de boom gaat vallen.
- Wonneer de boom gaat vallen en u zich terugtrekt, moet u oppassen voor vallende takken.
- Wonneer er op een helling worden gewerkt,要去 de gebruiker van de kettingzaag alsijd bergopwaarts of zijwaarts van de te vellen boom of reeds gavelde boom staan.
- Pas op dat de gevelde boomstam Niet maar u toe rolt.
Transport en opslag
- Als uijdens het werkken van werkplek verandert,要去 u de kettingzaag afzetten en de kettingrem aanzetten om ongewild starten van de kettingzaag te voorkommen.
- Draag of vervoer de kettingzaag nooit terwijl de zaagketting loopt.
- Als u de kettingzaag over een lange afstand vervoert, moet u de beschemkap (meegeleverd) over de kettinggeleider aanbrengen.
- Draag de kettingzaag allijd bij de beugelgreep met de kettinggeleideraar achefteren (Afb. 20). Pas op dat u de nog hete knaldemper niert aanraakt (gevaar voor brandwonden!).
- Zet de kettingzaagijdens transport met een voertuig goed vast om lekke van brandstof of kettingolie te voorkomen.
- Bewaar de kettingzaag op een veilige en droge plaats. De kettingzaag mag nicht in de buitenlucht bewaard worden. Houd de kettingzaag buiten het bereik van kinderen.
- Voordat u de kettingzaag gedurende langere tijd gaat opslaan of met een vervoer-firma meegeeft, moet u de brandstofank en de olietank helemaal leeg make.
Onderhoud
- Voordat u met onderhoudswerkzaamheden begint, moet u de kettingzaag uitzetten (Afb. 21) en de bougiedop eruit trekken.
- Controller voordat u met het werk begint of de zaagketting veilig wert, en let vooral op het jeut functioneren van de kettingrem. Controller ook of de zaagketting goed geslepen en gespannen is (Afb. 22).
- Gebruik de kettingzaag alleen bij een laag geluidsniveau en emissieniveau. U kurz dit bereiken door de carburator juist af te stellen.
- Reinig de hettingzaag regelmatig.
- Controller regelmatig of de tankdoppen goed sluiten.
Volg de voorschriften ter voorkoming van ongevallen, uitgevaardigd door de betreffende handelsverenigingen en verzekeringsgmaatschappijen, strict op. Breng nooit veranderingen aan in de constructie van de kettingzaag. Als u dat doet, brengt u uw eigengleid in gevaar.
Voer alleien de onderhouds- en reparatiewerkzaamheden uit die in deze gebruiksaanwijzing zichen beschren. Alle andere werkzaamheden要去en door een DOLMAR Servicecentrum worden uitgevoerd. (Afb. 23)
Gebruik uitsluitend originele verwangstukken en accessoires van DOLMAR.
Het gebruik van andere dan originèle DOLMAR verwangstukken of accessoires en Niet-goedekeurde kettinggeleider/ketting combinaties de lenghts verhoegt het risico op ongeveallen. DOLMAR wijst iedere aansprakelijkheid af voor ongeveallen en schade die voortvloeijen uit het gebruik van Niet-goedekeurde onderdelen of accessoires.
Eerste hulp (EHBO) (Afb. 24)
Wees voorbereid op eventuele ongelukken en zorg dat er steeds een verbandtrommel op de werkplek voorhanden is. Eventuel gebruikt materiaal要去 onmiddelijk aangevuld worden.
Als u om hulp vraagt, geef dan de volgende informatatie:
- Plaats van het ongeluk
- Aard van het ongeluk
- Aantal gewonden
- Soort verwondingen
Uw naam!
OPMERKING
Personen met bloedcirculatiestoornissen können door herhaalde sterke vibraties beschadiging van de bloedvaten of van het zenuwstelsel oplopen.
Overdreven vibraties können aan vingers, handen of polsen de volgende symptomenveroorzaken: gevoelloosheid, tintelen, bijn of pijnlijke steken, verandering van de huidiskleur of van de huid.
Als u een van deze symptopen waarneemt, raadpleeg dan een dokter!
Technische gegevens
| Cylinderinhoud | cm3 | 22,2 |
| Boring | mm | 33 |
| Slag | mm | 26 |
| Maximaal vermogen bij toenental | kW/min-1 | 0,74/8 000 |
| Maximaal koppel bij toenental | Nm/min-1 | 0,97/6 500 |
| Stationair toenental/max. mortoroerental met kettinggeleider en ketting | min-1 | 3 000/11 500 (PS-220 TH), 3 000/10 500 (PS-221 TH), 3 000/10 000 (PS-222 TH) |
| Koppeltoerental | min-1 | 4 500 |
| Geluidsdrukniveau op de werkplek LpA av vlgs. ISO/CD 228681) | dB (A) | 95,0 |
| Geluidsniveau LWA av vlgs. ISO/CD 228681) | dB (A) | 104,1 |
| Trilversnelling ahw av vlgs. ISO 75051) | ||
| - Beugelgreep | m/s2 | 4,3 |
| - Hoofhandgreep | m/s2 | 5,6 |
| Carburator (membraancarburator) | Type | Walbo WYL |
| Ontstekingssystem | Type | elektronisch |
| Bougie | Type | NGK CMR 6A |
| Elektrodenafstand | mm | 0,6-0,7 |
| Brandstofverbruik bij max. vermogen vlgs. ISO 7293 | kg/h | 0,41 |
| Specifiek verbruik bij max. vermogen vlgs. ISO 7293 | g/kWh | 561 |
| Inhoud brandstoffank | cm3 | 200 |
| Inhoud olietank | cm3 | 190 |
| Mengverhouding (brandstof/2-taktolie) | 25:1 | |
| Kettingrem | Activering met de hand of door terugslag | |
| Kettingsnelheid2) | m/s | 14,9 (91VG) 13,6 (25AP) |
| Steek van kettingwiel | duim (inch) | 3/8 (91VG) 1/4 (25AP) |
| Aantal tanden | Z | 6 (91VG) 8 (25AP) |
| Steek/Sterkte aandrijfelement | duim (inch) | 3/8 /0,050 (91VG) 1/4 /0,050 (25AP) |
| Snijlengte kettinggeleider | cm | 25 |
| Gewicht (brandstoffank leeg, zonder ketting en kettinggeleider) | kg | 2,5 |
1) De opgegeven waarden houden in gelijke mate rekening met stationair toerental, volle belasting en maximaal toerental.
2) Bij max. vermogen
Benaming van de onderden
- Hoofdhandgreep
- Veiligheidsschakelaar (gashendel vergrendelen)
- Gashendel
- Handbescherming (ontkoppeling voor hettingrem)
- Zaagketting
- Kettinggeber
- Beschermkap van hettinggeleider
- Borgmoeren
- Kettingvanger (veiligheidsinrichting)
- Kettingwielbeschemkap
- Knaldemper
- Bougie
- Beugelgreep (voorst greep)
- Starterhendel
- I/STOP schakelaar (kortsluitschakelaar)
- Bevestigingsoog voor veriligeidstouw of veriligeidshaak
- Olietankdop
- Ventilatorkast met starterblok
- Brandstoftankdop
- Luchtfilterdeksel
- Chokehendel
- Voorinspuitpomp


21
INGEBRUIKNEMING (Afb. 25)
LET OP:
Voordat u begint te werkken aan de kettinggeleider of ketting, moet u altijd de motor afzetten et de bougiedop eraf trekken (zie "De bougie verrangen"). Draag altiijd verligheidshandsochoenen!
LET OP:
Start de kettingzaag pas nadat deze volledig ineengezet en geinspecteerd is!
De kettinggeleider en de zaagketting monteren (Afb. 26)
Gebruik voor de onderstaande werkzaamheden de bijgeleverde combinatiesleutel.
Plaats de kettingzaag op een stabiele ondergrond en monteer de kettinggeleider en de zaagketting als volgt:
Ontkoppel de kettingrem door de handbeschermingshendel (1) in de richting van de pijte te trekken.
Draai de borgmoer (2) los.
Trek de kettingwielbeschemkap (3) voorzichtig los van+zijn bevestiging (4) en verwijder hem.
Draai de kettingspanschroef (5) linksom (tegen de klok in) totdat de pen (6) gegen derrechter aanslag zit. (Afb. 27 en 28)
Monteer de kettinggeleider (7). (Afb. 29)
Leg de zaagketting (9) op het kettingwiel (10). Voer de zaagketting met uwrecht- hand in de bovenste geleidegroef (11) van de kettinggeleider. (Afb. 30)
De snijkanten bovenaan de zaagketting要去en in de richting van de pijl wijzen! Trek de zaagketting (9) in de richting van de pijl over de neus (12) van de kettinggeleider. Trek de kettinggeleider met de hand volledig maar aan jin neus toe. Zorg dat de kettingmesjes goed in de groeven van de kettinggeleider zitten. (Afb. 31)
Druk eerst de kettingwielbeschemkap (3) in zijn bevestiging (4). Controller of de pen (8) van de kettingspanner in het gat in de kettinggeleider zit. Duw daarna de kap over de borgbout verwijl u tegelijk de zaagketting (9) over de kettingvanger (13) maar omhoog brengt.
Draai de borgmoer (2) handvast aan. (Afb. 32)
De zaagketting spannen
Draai de kettingspanschroef (5) rechtsom (met de klok mee) tot de zaagketting in de geleidegroef op de onderzijde van de kettinggeleider zit (zie detail in de cirkel).
Breng het vooreinde van de kettinggeleider iets omhoog en draai de kettingspanschroef (5) rechtsom (met de klok mee) tot de zaagkettingeer tegen de onderzijde van de kettinggeleider aanligt.
Houd het vooreinde van de kettinggeleider nog steeds omhoog en draai de borgmoeren (2) vast met de combinatiesleutel. (Afb. 33)
De gettingspanning controlleren (Afb. 34)
De zaagketting is juist gespannen indien hij nog gemakkelijk met de hand kan worden bewogen verwijl hij gegen de onderzijde van de kettinggeleider aanligt.
Hierbij moet de kettingrem ontkoppeld zijn.
Controleer regelmatig de kettingspanning, odomat neue zaagkettingen na verloop vanijd uitrekken en longer worden!
Wanner u de kettingspanning controleert, moet de motor afgezet zich.
OPMERKING:
Het is aan te raden dat u 2 tot 3 zaagkettingen afwisselend gebruikt.
Om een geleijkmatte slijtage van de kettinggeleider te krijgen, moet u hem omkeren
(onderzijde boven en bovenzijde onder) telkens wanner u de ketting verwisselt.
Kettingrem (Afb. 35)
De PS-220 TH/PS-221 TH/PS-222 TH is standarduutgerust met een traagheidsbestuurdegrem. Als er terugslag optreedt doort hevoireinde van de kettingeileider met het hout in aanraking komt (zie "VEILIGIEHSVOORSCHRIFTEN"), za de kettingrem bij voldoende sterke terugslag door traagheidskracht in werkung treden.
De zaagketting worden dan in een fractie van een seconde stilgezet.
De kettingrem is aangebracht om de zaagketting vór het starten te blokkeren en om hem onmiddelijk stop te zetten in noodgevallen.
BELANGRIJK: Bedien de kettingzaag NOOIT verwij de kettingrem is aangezet! Als u dat noch doet, kan de motor na zeer korteijd zwaar beschadigd raken!

Zet ALTIJD de kettingrem vrij alvorens met het werk te beginnen!
OPMERKING:
De kettingrem is een zeer belangrijke verilghteinsrichting en is zoals ieder anderer onderdeel onderhevig aan slijtage. Laat voor uw eigen verilghte de kettingrem regelmatig inspecteren en nazien door een DOLMAR servicecentrum.
De kettingrem aanzetten (remming) (Afb. 36)
Als de terugslagkracht sterk genoeg is, zal de plotselinge versnelling van de ketting-geleider in combinatie met de inertie van de handbeschermingshendel (1) de kettingrem automatisch aanzetten.
Om de kettingrem handmatig aan te zetten, drukt u met de linkerhand de handbeschermingshendel (1) gewoo n maar voren (pijl 1) (aar het vooreinde van de zaag toe).
De kettingrem loses
Trek de handbeschemingshendel (1) maar u toe (pijl 2) tot u voelt dat de hendel aan-grijpt. De kettingrem is nu gelost.
Brandstoffen (Afb. 37)
LET OP:
Deze zaag werkt op aardolieproducten (benzine en olie).
Wees vooral voorzichtig bij het omgaan met benzine.
Vermijd vlammen of open vuur. Rook Niet (ontploffingsgevaar!).
Brandstofmengsel
De motor van de kettingzaag is een hoogvermogen tweetaktmotor. Hij werkt op een(AP) mengsel van benzine en tweetaktmotorolie.
De motor is ontwerpen voor gebruik op loodvrijne normale benzine met een minimaal octaangetal van 91 ROZ. Als deze brandstof Niet beschikbaar is, mag u ook brandstoff met een hoger octaangetal gebruiken. Dit hebelt geen nadelig effect op de motor.
Gebruik uitsluitend loodvrije brandstof om optimale motorprestaties te krijgen en om zowel uw gezondheid als het leefmilieu te beschemen.
Voor de smering van de motor wordt tweetaktmotorolie (kwaliteitsklasse JASO FC, ISO EGO) Gebruikt, die bij de benzine worden gevoegt.

Let op: Gebruik nooit een kant-en-kaar brandstofmengsel van benzine-stations.
Juiste mengverhouding:
25:1 d.w.z. 25 delen brandstof(AP) met 1 deel oie.
OPMERKING:
Om het benzine/olie messgel gereed te makeen, meng erst er de totale hoeveelheid olie met de helft van de benodighe hoeveelheid benzine en voegt daarna de rest van de benzine toe. Schud het messgel goed voordat u het in de tank doeet.
Het is Niet aan te raden dat uuit veiligeidsoverwegingen meer dan de voorgeschreven hoeveelheid motorolie gebrukt. Dit za enkel leiden toteer verbrandingsresten die het milieu verruilen en het uitaatkanaal in de cilinder evenals de knaldemper verstappen. Bovendien za het brandstofverbruik daardoor stijgen en zullen de prestaties minder goed+zijn.
Opslag van brandstof
Brandstoffen können enkel voor een beperkteijd worden opgeslagen. Brandstof en brandstoffmengsels verouderen. Het gebruik van te lang opgeslagen brandstof en brandstoffmengsels kanARArom leiden tot problemen bij het starten. Koop Niet meer brandstof in dan in enkele maanden worden verbruikt.
Sla brandstofuitsluitend op een droge en veilige plaat en in goedgekeurde containers op!
VERMIJD HUID- EN OOGCONTACT
Aardolieproducten ontvetten de huid. Bij herhaaldelijk en langdurig contact van de huid met dergelijk producten, za de huid uitdrogen. Verschillende huidziekten kunnen hiervan het gevolg zich. Ook allergische reacties hunnen worden veroorzaakt. Contact van de ogen met olie kan oogirritaties veroorzaken. Als er olie in uw ogen is terechtgekommen, spoel dan uw ogen onmiddelijk met schoon water.
Bij aanhoudende irritatie onmiddelijk een dokter raadplegen!
Zaagkettingolie

Gebruik olie met lijmadditief voor het smeren van de zaagketting en de kettinggeleider. Het lijmadditief voorkomt dat de olie te snel van de ketting wordenweggeslingerd.
Ter bescherming van het milieu worden het gebruik van biologisch afbreekbare zaagkettingolie aangeraden. In sommige landen is het gebruik van biologisch afbreekbare olie wettelijk verplicht.
De door DOLMAR aangeboden zaagkettingolie BIOTOP worden vervaardigd op basis van speciale plantaardige oliën en is 100% biologisch afbreekbaar. BIOTOP werk bekroond met de "Blauwe Milieu-Engel" prijs omwille van zijn groe milieuvriendelijkheid (RAL UZ 48).

BIOTOP zaagkettingolie is beschikbaar in de volgende hoeveelheden:
1 Bestelnummer 980 008 210
5 I Bestelnummer 980 008 211
Biologisch abfreekbare olie is slechts beperkt houdhaar. Dergelijk olei dient binnen 2aar na de fabricagedatum (gedrukt op de verpakking) te worden opgebruikt.
Belangrijke opmerking betreffende afbreekbare hettingoliën:
Als u de zaag voor genuimeijd Niet gaat gebruiken, moet u de olietank leegmaken, eenkleine hoeveelheid gewone motorolie (SAE 30) erin doen, en dan de zaag eenijdte latenten lopen. Op deze manier worden alle resten afbreekbare oliieuit de olietank, de olieleidingen, de ketting en de kettinggeleider wegspoeld. Deze maatregel is nodig waar dat vele afbreekbare olién na verloop vanijd plakkerige resten nalaten die schadelijk hunnen voor de oliepomp of andere onderden.
Vul de tankeer met BIOTOP kettingolie voordat u de zaag later opnieuw in gebruik neemt. Bij schade vervooraakt door het gebruik van afgewerkte of ongeschikte kettingolieervalt iedere aanssprak op garantie.
Uw handelaar of verkoper zal u graag informeren over het gebruik van geschikte kettingolie.
GEBRUK NOOIT AFGWERKTE OLIE (Afb. 38)
Afgewerkte olie is zeer schadelijk voor het milieu.
Afgewerkte olie bevat hoge concentraties van kankerverwekkende stoffen. De verwuiing in afgewerkte olie veroorzaakt snelle slijtage van de oliepomp en het zaagmechanisme.
Bij schade veroorzaakt door het gebruik van afgewerkte of ongeschikte kettingolie verwalt iedere aanspraak op garantie.
Uw handelaar of verkoper za u graag informeren over het gebruik van geschikte kettingolie.
VERMIJD HUID- EN OOGCONTACT
Aardolieproducten ontvetten de huid. Bij herhaaldelijk en langdurig contact van de huid met dergelijk producten, za de huid uittdrogen. Verschillende huidziekten kunnen hiervan het gevolg zich. Ook allergische reacties hunken worden veroorzaakt. Contact van de ogen met olie kan oogirritaties voorzaken. Als er olie in uw ogen is terechtgekommen, spoel dan uw ogen onmiddelijk met schoon water.
Bij aanhoudende irritatie onmiddelijk een dokter raadplegen!
Bijtanken (Afb. 39)



NEEM DE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN IN ACHT!
Wees voorzichtig en oplettend bij het omgaan met brandstoffen.
Zet de motor af!
Maak de omgeving rond de vuldoppen goed schoon, zatat er geen vuil in de brandstof- of olietank kankommen.
Draai de vuldop los en vul de tanks respectievelijk met brandstof (brandstof/olie mengsel) of zaagkettingolie. Vul bij tot aan de onderrand van de vulhals. Pas op dat u geen brandstof of kettingolie morst!
Draai de vuldop zo stevig möglichk wee vast.
Veeg de vuldop en de tank na het bijvullen schoon.

Smering van de ketting
Om de zaagketting goed te konnen smeren要去 het kettingolietank tijdens het gebruik altijd voldoende gemvuid zijn. Met een volledig gemvulde tank Aunt u onceveer een half uur continu werken. Controller tijdens het werk of er nog voldoende kettingolie in de tank is en vul desnoods bij. Controller de olie alleen terwijl de motor is afgezet!
1 brandstof/olie mengsel
2 kettingolie
De kettingsmering afstellen (Afb. 40)
Zet de motor af!
U kunt de olieteevoer van de oliepomp instellen met de afstelschroef (1). Gebruik de combinatisleutel om de hoeveelheid olieteevoer in te stellen.
Om een problemoze werkung van de oliepomp te verzekeren, die-nen de olieleigroef bij het huis (2) en het olie-inaatgat in de ketting-geleider (3) regelmatig te worden gereinigd. (Afb. 41)
De kettingsmering controleren (Afb. 42)
Zaag nooit met onvoldoende kettingsmering. Als u dit doet, zullen de ketting en de kettinggeleider minder lang meegaan.
Controleer vór het begin van het werk altijd het oliepeil in de tank en ook de olietoevoer.
Controller de olieteovoer als volgt: Start de kettingzaag (zie "De motor starten").
Houd de lopende kettingzaag onceveer 15 cm boven een boomstam of de grond (leg er iets onder als bescherming).
Als de smering voldoende is, zult u eenlicht oliespoor zich dat ontstaat doordat er olie van de ketting afspat. Let op de windrichting en vermijd onnodige bloatstelling aan de oliemist!
Opmerking:
Na hetuitschaken van de zaag is het normal dat resten van kettingolie nog een tijdje uit het olietoevoersystem, de kettinggeleider en de ketting lopen. Dit is geen defect!
Leg de zaag op een geschikte onderlegger.
De motor starten (Afb. 43)
Start de kettingzaag pas nadat deze volledig ineengezet en geinspecteerd is!
Verwijder u tenminste 3 meter van deplaats waar getankt werden.
Zorg dat u stabiel staat en leg de zaag zo op de grond dat de zaagketting en de kettinggeleider de grond Niet raken.
Zet de kettingrem aan (blokkeren).
Pak de hoofdhandgreep met eén hand goed vast en druk de kettingzaag stevig gegen de grond. Zet waarbij ook uw knie op hetchterste van de handgreep.
BELANGRIJK: De chokehendel (5) is aan de gashendel (1) gekoppeld. Hij keert automatisch terug maar zijn uitgangspositie zodra de gashendel worden ingedrukt.
Als de gashendel worden ingedrukt voordat de motor is gestart, moet de chokehendel (5) waar aan de geschikte positie worden gedraaid. (Afb. 44)
Koud starten:
Druk de kortsluitschakelaar (3) maar voren.
Draai de chokehendel (5) maar de positie
Druk de voorinspuitpomp 7-10 maal in.
Trek de starterhendel (4) langzaam uit tot u wee-
stand voelt (de zuiger staat dan net voor het boven
ste dode punt). (Afb. 44)



Trek cervolgens snel en krachtig. Na 2 tot 4 pogingen zal de motor starten en blijven draaien (bij lage temperaturen kan het nodig zich om meermaals te trekken).
LET OP: Trek de starterkabel Niet meer dan ca. 50~cm uit en breng hem altijd langzaam terug met de hand. Voor een goede start is het belangrijk dat de starterkabel snel en krachtig worden doorgetrokken.
Zodra de motor soepel draait, drukt u eenmaal zachtjes op de gashendel (1) (houd waar bijde de beugelgreep vast, de veilgheidsschakelaar (2) zal de gashendel vrijzen. ten). Hierdoor za de chokehendel (5) maar zichnuitgangspositie terugspringen, waarna de motor onbelast zal lopen. (Afb. 44)
Los nu de kettingrem.

Warm starten
Ga te werk Zoals bij koud starten, maar zet de chokehendel (5) in de positie | (Afb. 44)
Belangrijk: Als de brandstoftank—helemaal leeg gewerkt is en de motor bij gebrek aan brandstof tot stilstand is gekomen,要去 de Voorinspuitpomp 7 - 10 maal indrukken. (Afb. 44)
De motor afzetten

Zet de kortsluitschakelaar (3) in de "STOP" stand. (Afb. 44)
De kettingrem controlleren (Afb. 45)
Begin nooit te werknen met de kettingzaag zonder dat u eerst de kettingrem hebt gecontroleerd!
Start de motor zoals beschreiben op de vorige pagina (zorg dat u stabel staat en leg de zaag zo op de grund dat de zaagketting en de kettinggeleider de grund nicht raken). Houd de beugelgreep stevig vast met een hand en de hoofdhandgreep met uw andere hand.
Laat de motor op halve snelheid lopen en druk de handbescherming (6) met de rug van uw hand in die richting van de pijt tot de kettingrem is aangezet. De zaagketting moet nu onmiddelijk stoppen.
Laat de gashendel onmiddellijk los en zet de kettingrem weir los.
BELANGRIJK: Indien de zaagketting in deze controle nicht onmiddelijk stopt, mag u in geen geval met het werk beginnen. Neem contact op met een DOLMAR servicecentrum.

De carburator afstellen (Afb. 46)
De carburator is een injectiecarburator met vaste sproeiers. Afstelling van de vrijloopen hoofdsproeier is dus overbodig en kan ook nicht worden UITgevoerd.
Indien nodig kurz u het onbelaste toerental afstellen met de aifstelschroef (11).


De carburator is in de fabriek uitergerust met vaste sproeiers voor luchtdrukwaarden op zeiniveau. Bij hoogten boven de 1000 meter kan hetoodzakelijk zijn om de carburatorsproeiers te vervangen.
Stel de carburator af met een schroevendraier (7, klingbreedte).
Laat de motor 3 tot 5 Minutes warm lopen (niet met hoog toerental!) voordat u afstelt.
Het stationair toerental afstellen
Wanner u de afstelschroef (11) rechtsom indraait: het stationair toerental vermeerdert.
Wanner u hem linksom uuitdraait: het stationair toerental vermindert.
Let op: De zaagketting mag in geen geval meelopen.
ONDERHOUD (Afb. 47)
De zaagketting slijpen


LET OP: Voordat u begint te werken aan de kettinggeleider of ketting, moet u alsijd de motor afzetten en de bougiedop eraf trekken (zie "De bougie verrangen"). Draag alsijd verilgheidshandsochoenen!
De zaagketting要去en geslepen wanner:
Meelachtig zaagsel ontstaat bij het zagen van vochtig hout.
De ketting trekt enkel bij große druk in het hout. De snijkant is zichtaar beschadigd.
De zaag trekt waar links of rechtsijdens het zagen. Dit is te wijten aan een ongelijmatige scherpte van de zaagketting.
Belangrijk: Slijk de ketting regelmatig, maar zonder te veel metaal eraf te lijpen!
Normaal zijn 2 tot 3 streken van de vijl voldoende.
Laat de ketting in een servicecentrum nasljpen nadat u hem al Meerdre malen zich nageslepen hierst.
Juiste manier van slijpen: (Afb. 48)
LET OP: Gebruikuitsluitend kettingen en kettinggeleiders die voor deze zaag zich ontworpen!
Alle zaagtenden要去en even lang zijn (maat a). Zaagtenden van ongelijke lenghte着眼oorzaak van een ongelijkmatige kettingloop en kuren ook kettingbreuk veroorzaken.
De minimumlengte van de zaagtanden is 3mm . Slijp de ketting Niet meer wanner deze minimumlengte is bereikt; u dient dan een neue ketting op te leggen.
De zaagdiepte worden bepaald door het hoogteverschilussen de dieptebegrenzer (ronde neus) en de snijkant.
De beste resultaten worden verkreten bij een begrenzerdiepte van 0,65 mm (.025").
LET OP:
Een te große zaagdiepte verhoogt het gevaar voor terugslag!

Alle zaagtanden moeten met bezelfde hoek van 30^ worden geslepen. Verschil in de hoeken veroorzaakt een ruwe en onregelmatige kettingloop, vergroot de slijtage en kan leiden tot kettingbreuk.
De 85^ hoek van de zaagtand volgtuit de indringdiepte van de rondvijl. Als de voorgeschreiben vijl op de juiste manier worden gebruikt, za de correcte hoek automatisch worden verkregen. (Afb. 49)
Geschikte vijlen en hun gebruik (Afb. 50)
Slijp de ketting met een speciale Ronde vrij (4 mm diameter) voor zaagkettingen. Normale Ronde vrijen zijn nicht geschikt voor dit soort werk.
De vijl mag alleen bij de voorwaartse streek (pijl) vrijlen. Breng de vijl bij het terughalen omhoog.
Slijp eerst de kortste zaagtand. De lengte van deze tand is dan de maatstaf voor alle andere tanden van de ketting.
Houd de vijl algid horizontal (90° ten opzichte van de kettinggeleider).
De vijlhoeder vergemakkelijkt de vrijgeleiding. Hij is voorzien van markeringen voor de correcte slijphoek van 30^ (houd de markeringenijdens het vrijen evenwijidig met de ketting, zoals afgebeeld) en begrenst ook de insteekdiepte tot de correcte 4/5 van de vilddoorsnee. (Afb. 51)
Na het nasijpen van de ketting, moet u de hoogte van de dieptebegrenzers controle- ren met een kettingmaat.
Zelfs de geringste uitsteekhoogte dient met een speciale platte vijl (12) te worden verwijderd.
Rond de voorzijde van de dieptebegrenzer (13) af. (Afb. 52)
Het binnenste van het kettingwiel reinigen, de kettingvanger controleren en verrangen (Afb. 53)
LET OP: Voordat u begint te werken aan de kettinggeleider of ketting, moet u algijd de motor afzetten en de bougieedop eraf trekken (zie "De bougie verrangen"). Draag algijd veriligeidshandsochoenen!
LET OP: Start de kettingzaag pas nadat deze volledig ineeengezet en geinspecteerd is!
Verwijder de het hoofdstuk "INGEBRUIKNEMING") en reinig de binnenruimte met een borstel.
Verwijder de ketting (3) en de kettinggeleider (2).
OPMERKING:
Zorg dat er geen vuilresten darüberblijven in de olieleigroef (1) en de kettingspanner (6).
Voor het opnieuw monteren van de kettinggeleider, ketting en kettingwiel, zie het hoofdstuk "INGEBRUIKNEMING".
Kettingvanger
Inspecteer de hettingvanger (5) op zichbare beschadiging en verwang deze indien nodig.
De kettinggeleider reinigen, het kettingwiel smeren (Afb. 54)
LET OP: U要去 veiligheidshandschoenen dragen.
Controleer regelmatig de loopvlakken van de kettinggeleider op beschadiging, en kaak deze schoon met een geschikt gereedschap.
KettingwieIneustype:
Als de zaag intensief worden gebruikt,要去en de lagers van het voorste tandwiel (keerrol) regelmatig (eens per week) worden gesmeerd. Hiertoe dient u eerst het 2-mm gaatie aan het vooreind van de kettinggeleider grondig schoon te makeen. Sput daarna eenkleine hoeveelheid universeelvet in het gaatie.
Universeeltvet en vetspuiten zich beschikbaar als accessoires.
Universeelvet 944 360 000
Vetspuiten 944 350 000
De zaagketting verrangen (Afb. 55)
LET OP: Gebruikuitsluitend kettingen en kettinggeleiders die voor deze zaag zich ontworpen!
Controller eerst het kettingwiel (10) alvorens een neue ketting te monteren.
LET OP: Versletten kettingwielien konnen de neue zaagketting beschadigen en diejen daßrom verrangen te worden.
De zuigkop verrangen (Afb. 56)
Het vilen filter (12) van de zuigkop kan verstopt raken. Om een onbelemmerde brandstoffevoer aan de carburator te garanderen, is het aan te bevelen dat de zuigkop eens per drie maanden worden verrangen.
Om de oude zuigkop te verwijderen, trekt u hem met een draadhaak door de tankvulhals.
Het luchtfilter reinigen (Afb. 57)

Draai de schroef (14) los en verwijder het deksel van de filterkast (13).
BELANGRIJK: Dek de inlaatopening af met een schone doek om te voorkomen dat er vuil in de carburator kan vallen. Verwijder het luchtfilter (15).
LET OP: Blaas de vuildeeltjes NIET eruit, odomat u anders uwogen=kunt verwonden! Gebruik geen brandstof om het luchtfilter te reinigen.
Reinig het luchtfilter met een zachte borstel.
Als het filter erg vuil is, was het dan in lauw water met een gewoon afwasschoonmaakmiddel.
Laat het luchtfilter volledig drogen.
Als het filter erg vuil is, dient u het vaak (meermaals per dag) te reinigen,,ondat het volle motorvermögen alleen met een schoon luchtfilter worden verkreten.
LET OP:
Een beschadigd luchtfilter dient onmiddelijk te worden verrangen!
Afgescheurde stukken weefselen grof vuil kunnen de motor onherstelbaar beschadigen!
De bougie cervangen (Afb. 58)


LET OP:
Raak de bougie of de bougiedop Niet aan verwijl de motor loopt (hoogspanning!).
Zet de motor af voordat u met de onderhoudswerkzaamheden begint. Een hare motor kan brandwonden veroorzaken. Draag veiligheidshandschoenen!
De bougie moet cervangen worden wanner de isolator beschadigd is, de elektronen verbrand zich, of de elektronen erg vuil of vetig zich.
Verwijder het deksel van de filterkast (zie "Het luchtfilter reinigen").
Trek de bougiedop (1) af van de bougie. Gebruik uitsluitend de meegeleverde combinatiesleutel om de bougie te verwijdenen.
LET OP: Gebruik uitsluitend de volgende bougies: NGK CMR6A.
Elektrodenafstand (Afb. 59)
De elektrodenafstand moet 0,6 - 0,7mm zijn.
De inlaatopening voor koellucht reinigen (Afb. 60)
Verwijder vier schroeven (2). Verwijder de terugloopstarter (3).
Reinig de inlaatopening (4) en de koelribben.
De knaldemper reinigen (Afb. 61)


LET OP: Zolang de motor nog heet is, bestaat er gevaar voor brandwonden. Draag verilgheidshandschoenen.
Verwijder de hettingwielbeschemermkap (zie "INGEBRUIKNEMING").
Verwijder koolaanslag uit de uitlaatopeningen (11) van de knaldemper.
De cylinderruimte reinigen (Afb. 62)
Verwijder de hettingwelbeschemkap (zie "INGEBRUIKNEMING").
Verwijder desnoods de knaldemper door de twee schroeven (14) los te draaien en te verwijdersen.
Sluit de cilinderopening (15) af met een lap.
Gebruik een geschikt werktuig (houten schraper) om de cilinderruimte (16), in het bijzonder de koelribben, schoon te make.
Verwijder de lap uit de cilinderopening en breng de knaldemper weeer aan, zoals getoond op het schema.
Vervang zo nodig de pakking (13). Verwijder alle eventuele resten van de oude pakking voorzichtig van de knaldemper.
Let goed op de juiste montagepositie.
De warmtegeleplaat moet overeenkomen met de contouren van de cilinder, om een correcte warmte-overdracht te verzekeren.
Draai de schroeven (14) met 10 Nm vast verwijl de motor koud is.
Instructies voor periodiek onderhoud
De onderstaande onderhoudswerkzaamheden moeten regelmatig worden uitgevoerd om een lange levensduur te verzekeren, schade te voorkomen, en het optimaal functioneren de veiligeheinsrichtingen te waarborgen. Garantieclaims worden alleen in overweging genommen indien dit onderhoudswerk regelmatig en correct ward uitgevoerd. Het nicht uitovieren van de voorgeschreven onderhoudswerkzaamheden kan leiden tot ongelukken!
De gebruiker van de kettingzaag mag geen onderhoudswerk uitvoeren dat Niet in deze gebruiksaanwijzing is beschreven. Alle dergelijk werk mag alleen door een DOLMAR servicecentrum worden uitgevoerd.
| Algemeen | Kettingzaag Zaagketting Kettingrem Kettinggeleider | De buitenkant schoonmaken en op beschadiging controlleren. In geval van beschadiging, direct laden repareren door een erkend servicecentrum. Regelmatig nasijpen,ijdig vernieuwen. Regelmatig in een erkend servicecentrum laden inspectoren. Omkeren om gelijkmatige slijtage van de draagvlakken te verzekeren. Tijdig vernieuwen. |
| Telkens voör het starten | Zaagketting Kettinggeleider Kettingsmering Kettingrem OFF-schakelaar, Veilgheidsschakelaar, Gashendel Dop van brandstof/olie tank | Inspecteren op beschadiging en juiste scherpte. Kettingspanning controlleren. Controleren op beschadiging. Werkung controlleren. Werkung controlleren. Werkung controlleren. Controleren op goede aflsuiting. |
| Dagelijks | Luchtfilter Kettinggeleider Steu van kettinggeleider Stationair toerental | Reinigen. Controleren op beschadiging, olie-inlaatgat reinigen. Reinigen, in het bijzonder de oliegeleigroef. Controleren (ketting mag nicht meelopen). |
| Wekelijks | Ventilorhuis Cilinderruimte Bougie Knaldemper Beschemhuls van kettingvanger | Reinigen om ongehinderde toevoer van koellucht te waarborgen. Reinigen. Controleren en desnoods verwangen. Controleren op stevige bevestiging. Controleren op beschadiging, desnoods verwangen. |
| Iedere 3 maanden | Zuigkop Brandstoftank, olietank | Vervangen. Reinigen. |
| Opslag | Kettingzaag Kettinggeleider/ketting Brandstoftank, olietank Carburator | De buitenkant schoonmaken en op beschadiging controlleren. In geval van beschadiging, direct laden repareren door een erkend servicecentrum. Verwijden, reinigen enlicht oliën. Geleidingsgroef van kettinggeleider reinigen. Leegmaken en reinigen. Leeg draaien. |
Service, resrveronderdelen en garantie
Onderhoud en reparations
Het onderhoud en de reparatie van een geavanceerde motor en van alle veiligheidsinrichtingen vereisen een gediplomeerde technische opleding en een gespecialiseerde werkplaatie die voorzin is van speciaal gereedschapen et testapparatuur.
DOLMAR advisecr aanom dat u alle werkzaamheden die nicht in deze gebruiksaanwijzing+zijn beschreiben laat uitvoeren door een DOLMAR servicecentrum.
De DOLMAR servicecentra beschikten over al de nodige apparatuur en over geschoold en ervaren personeel om u steeds met zo weinig möglichk kosten een oplossing te bieden en met raad en daad bij te staan.
Aarzel Niet om contact op te nemen met het dichtstbijzijdene servicecentrum.
Reserveronderdelen
De betrouwbaarheid, lange levendsduur en veiligheid van uw kettingzaag zich onder更是 ook afhankelijk van de kwaliteit van de gebruike resveronderdelen. Gebruik uitsluitend originèle DOLMAR resveronderdelen.
Alleen originele reserveonderdelen en accessoires garanderen de Beste kwaliteit van materiaal, nauwkeurigheid van afmetingen, feilloze werkung en veriligheid.
Originèle reserveonderdelen en accessoires zijb bij uw plaatselijke vakhandelaar verkrijbaar. Deze beschicht ook over de lijsten van reserveonderdelen om de juiste onderdeelnummers te bepalen, en worden doorlopend op de hoogte gehonden van verbeteringen en veranderingen in het aanbod van reserveonderdelen.
Houdt u er tevens rekening mee dat de garantie van het DOLMAR product automatisch ongeldig worden wanner andere dan originele DOLMAR reserveonderdelen worden gebruikt.
Garantie
DOLMAR garandeert de hoogste kwaliteit en vergoedt waarom alle reparatiekosten voor het verrangen van beschadigde onderdelen ten gevolge van materiaal- of fabricagefouten die binnen de garantieperiode na de datum van aankoop optreden. Houdt u er rekening mee dat in sommige landen specifieke garantievoorwaarden gelden. Voorragen of twijfels, gelieve u te wenden tot de verkoper die verantwoordelijk is voor de garantie van het product.
Beschadiging die voortvloeit uit een van de volgende oorzaken valt buiten de garantie:
- Het Niet opvolgen van de gebruiksaanwijzing.
- Het niet uittvoeren van de voorgeschreven onderhouds- en reinigingswerkzaamheden.
- Onjuiste afstelling van de carburator.
- Normale slijtage.
- Duidelijkke overbelasting door aanhoudende overschrijding van de maximaal togete-stane belasting.
- Gebruik van Niet-goedgekeurde hettinggeleiders en zaagkettingen.
- Het gebruik van hettinggeleiders en zaagkettingen waarvan de lengte nicht is goedgekeurd.
- Gebruik van geweld, verkeerd gebruik, misbruik of oncevallen.
- Schade door oververhitting als gevolg van verruiling van de terugloopstarter.
- Werk aan de kettingzaag door onbevoegde Personen of slechte reparaties.
- Gebruik van ongeschichte reserveonderdelen die geen originele DOLMAR onderden,zijn, voorzover deze de schade hebben voortgebracht.
- Gebruik van ongeschichte of oude olie.
- Schade die betrekking heeft op de voorwaarden van een verhuurcontract e.d.
Reinigings-, onderhouds- en afstelwerkzaamheden vallen nicht onder de garantie. Alle reparaties die onder de garantie vallen,要去en door een DOLMAR servicecentrum worden uitgevoerd.
Problemen oplossen
| Storing | System | Waarneming | Oorzaak |
| Ketting loopt nicht | Kettingrem | Motor loopt | Kettingrem is ingeschakeld. |
| Motor start nicht of start moeizaam | Ontstekingssystem | Ontstekingsvonk aanwezig | Fout in brandstoffevoer, compressiesystem, Mechanisch defect. |
| Geen ontstekingsvonk | STOP-schakelaar ingedrukt, fouf of kortsluiting in de bedrading, bougiedop of bougie defect. | ||
| Brandstoffevoer | Brandstoffank is gebuld | Choke in onjuiste stand, carburator defect, zuigkop vuil, brandstoffleiding geknikt of onderbroken. | |
| Compressiesystem | Binnenin de zaag | Pakking van krukkest defect, afdichtingen van radiaalias beschadigd, cilinder- of zuigerringen beschadigd. | |
| Buitenzijde van de zaag | Bougie Niet goed afgedicht. | ||
| Mechanisch defect | Starter grijt net aan | Veer in de starter gebroken, kapotte onderden binnenin de motor. | |
| Problemen bij warm starten | Carburator | Brandstoffank is gebuld Ontstekingsvonk aanwezig | Foute carburatorafstelling. |
| Motor slaat aan, maar slaat direct waar af | Brandstoffevoer | Brandstoffank is gebuld | Stationair toerenal slecht afgesteld, zuigkop of carburator verruild. Tankontluchting defect, brandstoffleiding onderbroken, babel beschadigd, STOP-schakelaar defect. |
| Onvoldoende vermogen | Er kuren meerere systemen tegelijkertijd betrokken zijn | De motor loopt stationair | Luchtfilter verruild, foute carburatorafstelling, knaldemper verstopt, uitaatkanaal in cilinder verstopt. |
| Geen kettingsmering | Olietank, oliepomp | Geen olie op de ketting | Olietank is leeg. Oliegeleidegroef verruild. |