PMA-1500RII - Audioversterker DENON - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PMA-1500RII DENON in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Audioversterker in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PMA-1500RII - DENON en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PMA-1500RII van het merk DENON.
GEBRUIKSAANWIJZING PMA-1500RII DENON
GEBRUIKSAANWIJZING BRUKSANVISNING
1. Zorg er altijd voor dat de stroomschakelaar (POWER)
van het hoofdtoestel in de ingeschakelde stand staat.
2. Schakel de stroom in en uit m.b.v. de afstandsbediening.
3. Trek het netsnoer uit wanneer u denkt het toestel
gedurende een lange periode niet te gebruiken. GER Alleen wanneer het spanningsiampje rood oplicht, betek- ent, dit dat de spanning is uitgeschakeld met de afstands- bediening. Schakel de spanning in met de afstandsbediening. OBSERVERA:
VOORPANEEL . 2 AANSLUITINGEN BI BEDIENING 1 WERKING AFSTANDSBEDIENING . [5] IN GEVAL VAN PROBLEMEN ... [6] TECHNISCHE GEGEVENS Kontroleer of de volgende accessoires bij het hoofdtoestel in de doos zijn verpakt: (1) Gebruiksaanwijzing. . dedeeeeieneeseeeeere (2) Afstandsbediening (RC-885). @ Batterien R R6P P (A) . (4) Netsnoer . (5) Ligst van service-centra : — INNEHÂLL —
Laat voor een goede warmteafvoer minstens 10 cm ruimte tussen de boven-, achter- en zijkanten van dit toestel en de muur of andere elementen.
VOORPANEEL (zie bladzijde 5) C1] Spanningsschakelaar (POWER) Wanneer de spanningsschakelaar is ingeschakeld (ON) (a) licht de POWER LED @ op. Wanneer de spanningsschakelaar wordt aangezet (ON), wordt spanning toegevoerd naar het toestel. Na inschakelen van de spanning duurt het slechts een paar sekonden voor het toestel is opgewarmd. Dit is te dan- ken aan het ingebouwde dempingscircuit dat ruis uitschakelt tidens het in/uitschakelen. Koptelefoonaansluiting (PHONES) Deze aansluiting wordt gebruikt om de koptelefoon op aan te sluiten. (De SPEAKER-uitgang wordt uitgeschakeld wanneer de hoofdtelefoon wordt ingestoken.) Zet, om gehoorverlies te vermijden, het volumeniveau niet te hoog wanneer u een hocfdtelefoon gebruikt. Lage toonregelaar (BASS) Deze knop wordt gebruikt om de kwaliteit van de hoge tonen van het geluid te regelen. Wanneer de knop in de middenstand wordt gezet, worden de frekwentiekarakteristieken afgevlakt in het bereik boven de 1000 Hz. De hoge tonen worden ver- sterkt als de knop vanuit het midden naar rechts (() wordt gedraaid, en verzwakt als deze naar links ({) wordt gedraaid. Hoge toonregelaar (TREBLE) Deze knop wordt gebruikt om de kwaliteit van de hoge tonen van het geluid te regelen. Wanneer de knop in de middenstand wordt gezet, worden de frekwentiekarakteristieken afgevlakt in het bereik boven de 1000 Hz. De hoge tonen worden ver- sterkt als de knop vanuit het midden naar rechts (() wordt gedraaid, en verzwakt als deze naar links (() wordt gedraaid. OPMERKING: Wanneer de volumeregelaar @ naar rechts (G) wordt gedraaid vanuit de middelste stand, verkleint het instelbereik van de regelaars BASS ©, TREBLE @ en LOUDNESS @ (lage en hoge tonen). Wan- neer de volumeregelaar @ volledig naar rechts wordt gedraaid, kunnen de lage en de hoge tonen niet worden ingesteld. 6 Loudness-schakelaar (LOUDNESS)
Bij een laag volume is het voor het menselijk oor moeilijk een duidelijk on-derscheid te maken tussen tonen in het lage- en het hogefrequentiebe-reik. Dit probleem wordt verholpen door een “één-toets” correctie met de loud- ness-schakelaar. Zet de loudness-schakelaar aan (ON) (=) Wanneer u luistert naar muziek met een laag vol- ume. De lage en hoge to-nen worden gecorrigeerd, zodat een natuurlijke klank ontstaat. NEDERLSN [1] BENAMINGEN EN FUNKTIES VAN DE BEDIENINGSORGANEN OP HET Balansregelaar (BALANCE) Deze knop wordt gebruikt om de balans tussen de inker- en rechterkanalen bij te regelen. Wanneer deze in de middenpositie wordt gezet, is de amplitude van de versterker aan beide zijden gelijk. Als het volume aan de rechterkant te laag is, dient u de knop naar rechts (() te draaien om dit bij te regelen. Als het volume aan de linkerkant te laag is, dient u de knop naar links (() te draaien. Hierdoor wordt een gelijke balans aan de linker-en rechterkant verkregen. Volumeregelaar (VOLUME) Deze knop regelt het totale volumeniveau. Draai de knop naar rechts (3) om het volume te verho- gen en naar links ((5) om het volume te verlagen. Opname-uitgangskeuzeschakelaar (REC OUT SELECTOR) Gebruik deze toets om de uitgangsbron te kiezen voor opname op een cassettedeck, enz. + TAPE-2B 1: Gebruik deze stand voor het kopiëren van tapes met twee cassettedecks. Het ingangssignaal van het deck aangesloten op de TAPE-2/MD-ingangsklemmen wordt naar de TAPE-1/DAT REC OUT-klemmen (opname-uitgang) gestuurd. + TAPE-1 2: Gebruik deze stand voor het kopiëren van tapes met twee cassettedecks. Het ingangssignaal van het deck aangesloten op de TAPE-1/DAT-ingangsklemmen wordt naar de TAPE-2/MD REC OUT-klemmen (opname-uitgang) gestuurd. + PHONO: Dient om op te nemen van de platenspeler. + CD: Dient om op te nemen van de kompakt diskspeler. + TUNER: Dient om op te nemen van de tuner. + DVD/AUX Voor het opnemen van een element aangesloten op de DVD/AUX-klemmen gebruikt. Ingangskeuzeschakelaar (INPUT SELECTOR) Deze schakelaar wordt gebruikt om het ingangssignaal te kienzen voor de programmabron. + TAPE-2/MD: Gebruik deze stand wanneer u het cassettedeck, enz., aangesloten op de TAPE-2/MD-klemmen gebruikt. TAPE-1/DAT: Gebruik deze stand wanneer u het cassettedeck, enz., aangesloten op de TAPE-1/DAT-klemmen gebruikt. + PHONO: Gebruik deze stand wanneer u de platenspeler aangesloten op de PHONO-klemmen gebruikt. Gebruik de elementkeuzeschakelaar (CARTRIDGE) ® om de gevoeligheid over te schakelen overeenko- mstig het gebruikte type element.
NEDERLSNDS + CD: Gebruikt om naar een compact-discspeler of een ander element te luisteren dat is aangesloten op de CD-klemmen. + TUNER: Gebruikt voor het weergeven van een element, zoals een FM/AM-tuner of een TV-tuner, dat is aangesloten op de TUNER-klemmen. + DVD/AUX: Gebruikt voor het weergeven van een element, zoals een HiFi-videorecorder, een TV-tuner of een casset- tedeck, dat is aangesloten op de DVD/AUX-klemmen. © Brondirekt-schakelaar (SOURCE DIRECT) De regelaars (BASS @ , TREBLE @ .LOUDNESS @ en BALANCE @}) (lage tonen, hoge tonen, Loudness- schakelaar en balans) kunnen worden gebruikt wanneer deze schakelaar in de stand OFF (1m) staat. In de stand ON (.) worden bovenstaande regelaars genegeerd en worden de signalen rechtstreeks naar het volumeregelcircuit gezonden voor een klank van hoge kwaliteit. © POWER LED De LED geeft de werkingsstand van het toestel aan. Spanningss- chake-laar | Stand roofdtoes- Kieur van LED hoofdtoestel e In werking Brandt oranje Demping Knippert groen <> oranje ON (=) Stand-by _(toestel uigeschakeld met | aan rooû behulp van de afstandsbediening) OFF(m) Uit De dempingsfunctie wordt gedurende enkele seconden ingeschakeld zodra de netschakelaar van het toestel op ON (=) Wordt gezet of wanneer het toestel met behulp van de afstandsbediening van stand-by wordt gehaald. @ Ontvanger afstandsbediening (REMOTE SENSOR) Deze ontvanger ontvangt het infrarood-licht dat wordt overgeseind vanuit de draadloze afstandsbediening. Richt de draadloze afstandsbediening op de ontvanger voor de bediening van het toestel. ® Ingang-aansluitpunten (INPUTS) Dit zijn ingangsaansluitpunten voor CD-spelers, draaitafels, AM/FM-tuners, cassettedecks en andere weergavecomponenten. OPMERKING: + De PHONO-ingangsklemmen zijn voorzien van een korte penstekker. Verwijder deze stekker om een platenspeler aan te sluiten. Bewaar de verwijderde korte penstekker op een veilige plaats, zodat u hem niet verliest. + Steek geen stekker met korte pinnen in de REC- klemmen (opname-uitgang).Dit zal leiden tot gelu- idsverlies en kan de aangesloten uitrusting bescha- digen. @ Aansluitingen voor cassetteweergave- en opname (TAPE-1/DAT, TAPE-2/MD) Weergave- en opnameaansluitingen. + Weergaveaansluitingen (PB). + Opnameaansluitingen (REC). ® Vooruitgangsaansluitingen (PRE OUT) Gebruik deze aansluitingen voor het aansluiten van een vermogenversterker, subwoofer met ingebouwde ver- mogensversterker, enz. Sluit de vooruitgangsaansluitingen aan op de ingang- saansluitingen van de vermogensversterker, subwoofer, enz. OPMERKING: De signalen worden zelfs wanneer een hoofdtelefoon wordt gebruikt via de vooruitgangsaansluitingen uit- gevoerd. Om deze signalen uit te schakelen dient u het aangesloten component (vermogensversterker, enz.) Te bedienen. 6] Luidsprekersystemen-aansluitpunten (SPEAKER SYSTEMS) Sluit hierop de luidsprekersystemen aan. @ Elementkeuzeschakelaar (CARTRIDGE) Deze schakelaar is ingesteld overeenkomstig het type platenspelerelement dat wordt gebruikt. Zet deze schakelaar op MM (m ) of MC (nn ) overeenko- mstig het type element dat uw platenspeler gebruikt. ® Aarding-aansluitpunt (SIGNAL GND) Sluit hierop het aardingssnoer van de draaitafel aan. OPMERKING: Deze klem wordt gebruikt om ruis te onderdrukken wanneer een platenspeler enz. is aangesloten. De klem is niet volledig geaard. © Aansluitingen (AC OUTLETS) Netuitgangen worden gebruikt voor de aansluiting van versterker-komponentunits, Zzoals een tuner, plat- enspeler, tape-deck, enz. + SWITCHED Deze uitgangen worden in-/uitgeschakeld (ON/OFF) als de hoofdspanningsschakelaar wordt in-/uitge- schakeld. @ Netingang (AC IN) Sluit hierop het bijgeleverde netsnoer aan. Gebruik uitsluitend het bijgeleverde netsnoer.
NEDERLSNDS [2] AANSLUITINGEN Aansluiten van de luidsprekers Æ Luidsprekerimpedantie WAARSCHUWING: + Wanneer luidsprekersystemen A en B afzonderlijk worden gebruikt, kunnen luidsprekers met een impe- dantie van 4 tot 16(Q/ohm worden aangesloten. + In geval van een luidsprekersysteem met dubbele bedrading, kunnen luidsprekers met een impedantie van 4 tot 16Q/ohm worden aangesloten. + Merk op dat, wanneer u twee sets luidsprekersyste- men samen gebruikt (A + B), het gebruik van luid- sprekers met een impedantie die niet tussen 8 en 16Q/ohm ligt, kan leiden tot schade. Merk op dat dit toestel niet is uitgerust met een schakelaar waarmee u het luidsprekersysteem kunt kiezen. De luidsprekeruitgangsklemmen van A en B zijn parallel verbonden. + Het beveiligingscircuit treedt mogelijk in werking als luidsprekers met een andere impedantie worden aangesloten. M Slit de snoeren die de luidsprekerklemmen verbinden met de luidsprekersystemen aan met de juiste polar- iteiten (@ op ®, © op ©). Indien u dit niet doet, zal de centrale klank zwak klinken en is de positie van de ver- schillende instrumenten onduid elijk, met nefaste gevol- gen voor het stereo-effect. B Zorg er bij het aansluiten van de luidsprekers voor dat de kerndraden van de luidsprekersnoeren niet uit de klem- men steken en met andere klemmen, met elkaar of met het achterpaneel in contact komen. M Aansluiten van de luidsprekersnoeren
1. Verwijder de isolatie van het uiteinde van het snoer.
2. Strengel de kerndraden in elkaar.
3. Draai de luidsprekerklem in tegenwijzerzin om los te
de klem in wijzerzin om vast te zetten. Raak NOOIT de luidsprekerklemmen aan wanneer de spanning is ingeschakeld. Dit zou kunnen resulteren in een elektrische schok. OPMERKING: Beschermingscircuit Dit toestel is uitgerust met een ingebouwd uiterst snel bes- chermingscircuit. Dit circuit beschermt de luidsprekers in geval van kortsluiting van de versterkeruitgangen of een abnormale omgevingstemperatuur. Wanneer het bescher- mingscircuit in werking treedt, wordt de luidsprekeruitvoer automatisch onderbroken. Als dit gebeurt, schakelt u het toestel uit, controleert u de aansluitingen van de luid- sprekerkabels en schakelt u het toestel weer in. Na enkele seconden, zodra het dempingscircuit is uitgeschakeld, zal het toestel weer normaal werken. Waarschuwingen en aansluitingen + Steek het netsnoer pas in nadat alle aansluitingen zijn voltooid. +_ Sluit de linker-en rechterkanalen juist aan. + Steek de stekkers stevig in. Losse aansluitingen kunnen ruis veroorzaken. + _Gebruik de geschakelde netuitgangen (SWITCHED) om audiocomponenten op aan te sluiten. Gebruik ze niet voor haardrogers of andere apparaten.
+ Merk op dat als u de penstekkersnoeren in de buurt van netsnoeren of vermogensversterkers legt, dit aanleiding kan geven tot bromruis of andere storingen. De PHONO-ingangsaansluitingen zijn uiterst gevoelig; vermijd dus onnodig verhogen van het volume wanneer geen penstekkersnoeren zijn aangesloten. Als u dit wel doet, kan dit leiden tot inductieruis (gebulder) in de luid- sprekers. Wanneer geen penstekke rsnoeren zijn aangesloten, moet u de bijgeleverde kortsluit-penstekker insteken.
Platenspeler {Voor MC, MM) <— Aarddraad + Sluit het aardingssnoer aan, maar koppel het los als bromruis of een ander soort ruis wordt opgewekt. LINE IN (REC) LINE OUT (PB) Kompakt diskspeler : ce CRD CRT LINE OUT LUIDSPREKERSYSTEEM (B) 8 ® LOW ! Q bamme L R LUIDSPREKERSYSTEEM (DUBBELE BEDRADING) Bij het dubbel bedraden met dubbel bedrade luidsprekers, moet u de aansluitpunten voor midden en hoog bereik aansluiten op SYSTEM (A) (of SYSTEM (B)), en de aansluit- punten voor het lage bereik op SYSTEM (B) (of SYSTEM (A)).
[3] BEDIENING (zie bladzijde 5) VOORBEREIDING
1. KONTROLEREN VAN DE AANSLUITINGEN
+ Kontroleer of alle aansluitingen goed tot stand zijn gebracht door het achterpaneel te bekijken. + _Kontroleer de polariteit (positieve en negatieve) van de aansluitingen en de gevoeligheid van de stereosc- heiding (rechtersnoer op rechterkanaalaansluitpunt, en linkersnoer op linkerkanaalaansluitpunt). + _Kontroleer de gevoeligheid van de pensnoeraansluiting.
2. NSTELLING VAN IEDERE KNOP
Draai de volumeknop @ naar links (() in de mini- mumstand. Zet de toonregelaars @, @ en de balansregelaar Q in de middenpositie. Om de LOUDNESS-schakelaar @ op “OFF (m)' te zetten. Zet de SOURCE DIRECT (directe bron) @ op “OFF (a )" (uitgeschakeld). Na kontroleren van bovenstaande punten, de spanning inschakelen, waarna na een paar sekonden de versterker klaar is voor gebruik.
3. Stel de platenspeler in werking en geef de plaat weer.
4. Draai aan de volumeregelaar @, de toonregelaars @,
@ en de balansregelaar @ om het gewenste volume en de gewenste geluidskwaliteit te verkrijgen.
3. Draai aan de volumeregelaar @, de toonregelaars ©,
@ en de balansregelaar Q om het gewenste volume en de gewenste geluidskwaliteit te verkrijgen.
2. Stel de tuner in werking en stem af op een radiopro-
3. Draai aan de volumeregelaar @, de toonregelaars @,
@ en de balansregelaar @ om het gewenste volume en de gewenste geluidskwaliteit te verkrijgen.
3. Draai aan de volumeregelaar @, de toonregelaars @,
@ en de balansregelaar @ om het gewenste volume en de gewenste geluidskwaliteit te verkrijgen.
3. Draai aan de volumeregelaar @, de toonregelaars @,
@ en de balansregelaar @ om het gewenste volume en de gewenste geluidskwaliteit te verkrijgen.
gangskiezer) @ in op de programmabron die u wilt opnemen. Start de weergave van de programmabron. . Start de opname met het komponent dat is aangesloten op “TAPE-1/DAT” of “TAPE-2/MD”. In de PMA-1500RIl, worden het REC OUT-signaal (opname-uitgang) en het luidsprekersignaal (hoofdtele- foonsignaal) verzonden via afzonderlijke circuits, zodat de knoppen en schakelaars die de toon en het volume regelen geen enkele invloed hebben op het geluid dat wordt opgenomen. Bovendien kan, aangezien de opnamefunctie wordt gekozen met de REC OUT SELECTOR-schakelaar (opname-uitgangskiezer) @ , de vrije programmabron worden weergegeven door de luidsprekers (of door de hoofdtelefoon), zelfs tijdens de opname.
KONTROLEREN VAN DE OPNAME
+ Een opname die aan de gang is kan worden gekon- troleerd indien een tape-deck met drie afzonderlijke koppen voor opname en weergave wordt ge-bruikt. Een tape-deck met een gewone kop die wordt gebruikt voor zowel opname als weergave kan niet worden gebruikt voor het meeluisteren metde opname. Indien een opname wordt gemaakt m.b.v. TAPE-1/DAT, en TAPE- 1/DAT wordt gekozen met de ingangskiezer (INPUT SELECTOR) zal de opnamemonitor (RECORDING MONITOR) worden ingeschakeld en een kontrole van de opnamekonditie mogelijk worden.
1. Verwijder de batterij-afdekking op de afstandsbediening.
2. Leg twee droge cel batterijen in zoals op het schema op
de voedingseenheid van de batterij wordt aangegeven. Ong. 8 meter Opmerking bij bediening Opmerkingen m.b:t. het gebruik van batterijen M De RC-885 gebruikt droge cel batterijen van het formaat RGP (AA). M De batterijen moeten ongeveer eens per jaar worden ver- vangen door nieu-we. Dit is afhankelijk van hoe vaak u de afstandsbediening gebruikt. M indien, na minder dan een jaar dat u nieuwe batterijen heeft ingelegd, de afstandsbediening de versterker niet meer van een niet te grote afstand kan bedienen, is het tijd om de batterijen te vervangen. M De bigeleverde batterij dient enkel om de werking te con- troleren. Vervang ze zo snel mogelijk door een nieuwe. M Leg de batterijen korrekt in, waarbij u het polariteiten- schema binnenin het batterijenkompartiment volgt. H Batterijen zijn gevoelig voor schade en lekken. Om deze reden: + _Geen nieuwe en oude batterijen door elkaar gebruiken. + _Geen verschillende soorten batterijen gebruiken. + De tegenovergestelde polen van de batterijen niet geleiden; de batterijen niet blootstellen aan warmte, ze evenmin openbreken of in de open haard gooien. M Als de batterijen zijn gaan lekken, eventuele sporen van batterijvloeistof grondig uit het batterikompartiment vegen met een droog doekje. Daarna legt u nieuwe bat- terijen in. M Gebruik de afstandsbediening door deze op de ont- vanger voor de afstandsbediening op de versterker te richten (zie links op het schema). M De afstandsbediening kan worden gebruikt op afstanden van maximaal 8 meter in een rechte lijn tot de versterker. Deze afstand neemt af als voorwerpen de infraroodlicht- transmissie blokkeren of als de afstandsbediening niet recht op de versterker wordt gericht. + _ Druk niet tegelijk op de bedieningstoetsen op de versterker en op de afstandsbediening. Dit veroorzaakt slechte werking. + De afstandsbediening werkt minder goed of maakt fouten als de infrarood ontvanger op de versterker wordt blootgesteld aan fel licht of als zich voorwerpen tussen de afstandsbediening en de ontvanger bevinden. + Gebruik niet tegelijk toetsen op twee verschillende afstandsbedieningen als u een VCR, TV of andere komponenten met afstandsbediening bedient. Dit veroorzaakt slechte werking. U kunt met deze handige en zeer functionele afstandsbediening niet alleen de geïntegreerde versterker PMA-1500RII, maar ook een cassettedeck, MD-recorder, tuner en CD-speler van DENON bedienen.
Spanningstoetsen (POWER) Deze toets kan worden gebruikt voor het inschakelen van de netspanning en het stand-by zetten van de versterker. Deze toets kan echter alleen worden gebruikt om het toestel in te schakelen of stand-by te zetten wanneer de stekker van het netsnoer in het stopcontact zit en de netschakelaar van het hoofdtoestel op aan/stand-by stat. Deze toets werkt niet als de spanning is uitgevallen, als het netsnoer niet is aangesloten, of bij gebruik van een audiotimer. Deze toets kan worden gebruikt wanneer de POWER LED @) brandt. Dempingstoets (MUTING) Als u deze schakelaar indrukt wordt het geluid gedempt en worden geen signalen naar de luidsprekers uitgevoerd. Andere toetsen De andere toetsen zijn uitsluitend voor de PMA-1500RII, en ze werken op dezelfde manier als de overeen- stemmende toetsen op het toestel WEERGAVETOETS STOPTOETS Automatische opsporingsachteruit- TOETS Automatische opsporingsvooruit- TOETS PAUZETOETS Raadpleeg de handieidingvan uw DENON CD-speler TERUGSPOELTOETS SNEL VOORWAARTS NEDERLSNDS Afstandsbediening RC-885 bijgeleverd bij de PMA-1500RII
000) Voorkeuzetoets (PRESET) # Druk deze toets in om de voorkeuzezender-nummers > | omhoog of omlaag te doorlopen
mSToP STOPTOETS LI TERUGSPOELTOETS > SNEL VOORWAARTS Raadpleeg de bedienings- instructies van uw DENON cassettedeck. A/B-DECK- KEUZETOETS + De afstandsbediening RC-885 kan worden gebruikt voor het bedienen van CD-spelers, MD-recorders, tuners en casset- tedecks van DENON. + Merk op dat bij bepaalde modellen de bediening eventueel niet mogelik is. + Toetsen zijn handig in groepen onderverdeeld, waarbij elke groep een bepaald komponent bedient. De groepen zijn als volgt aangeduid AMP, CD, MD, DECK en TUNER, enz. Raadpleeg de gebruiksaanwijzingen van de CD-spelers, de MD-recorderm de tuner en/of het cassettedeck voor details over de bediening van deze componenten. WAARSCHUWING: + Als de spanning wordt uitgeschakeld met de afstandsbediening, wordt het toestel in de spanningsstandbystand geschakeld. Trek het netsnoer uit als u voor een lange periode afwezig bent. -+_Enkel de POWER LED dj) licht op in de spanning-standbystand. + U kunt experimenteren om te zien of de afstandsbediening fouten maakt als u deze gebruikt terwijl er tl-verlichting of direkt zonlicht op schijnt, vooral als dit licht op de ontvanger op de versterker schijnt. Dit is echter geen teken van slechte werking, en als het zou gebeuren, moet u de ontvanger gewoon tegen dergelik licht afschermen.
EH Controleer het volgende alvorens te veronderstellen dat er een probleem is met het toestel.
1. Zijn alle aansluitingen correct ?
2. Wordt het toestel gebruikt volgens de bedieningsinstructies ?
3. Worden de luidsprekers en de ingangselementen juist bediend ?
Als het toestel niet lijkt te werken zoals het hoort, controleer dan onderstaande punten. Als geen van deze punten van toepassing is, is het toestel mogelik defect. Schakel de spanning onmiddellijk uit en wend u tot uw verkooppunt. Symptomen Oorzaak Maatregelen Vaak voorkomende problemen bij het luisteren naar CD's platen, cassettes, FM-uitzendingen, enz. De @ en © polen van de batteri liggen in de verkeerde richting POWER LED licht niet op en er is geen | + Het netsnoer is niet aangesloten + Controleer of de stekker in het contact 55 geluid wanneer de POWER-schakelaar steekt. wordt ingeschakid. + De luidsprekersnoeren zijn slecht | + Suit goed aan 54,55 aangesloten. POWER LED licht op maar er is geen + De INPUT SELECTOR (ingangskeuze- | + Zet in de juiste stand 52, 53, 56 geluid. schakelaar) staat niet in de juiste stand. + De VOLUME-regelaar is omlaag | + Stelin op een geschikt niveau. 52,56 gedraaid. + De luidsprekersnoeren zijn slecht | + Suit goed aan 54,55 aangesloten. De klank komt slechts van één kant. + De ingangssnoeren zin slecht | + Sluit goed aan 55 aangesloten. + Links/rechts-balans verkeerd ingesteld. | + Stel de BALANCE-regelaar (balans) in. 52,56 + Tuneren platenspeleruitgangen ver- | + Pas de uitgang van de tuner aan aan de - nee en tuner en platenspeler Schillen van elkaa uitgang van de platenspeler als de tuner à voorzien is van een uitgangsregelaar. Posities van instrumenten omgekeerd bij | + Linkse en rechtse luidspreker-of inga- | + Controleer de aansluitingen links/rechts. 54,55 stereobronnen. ngssnoeren zin verwisseld. Problemen die zich voordoen tijdens het afspelen van grammofoonplaten. + Aardingssnoer van platenspeler is niet | + Sluit goed aan 55 aangesloten. U hoort een dreunend geluïd tijdens het | + Ingangssnoeren slecht aangesloten op | + Sluit goed aan. 55 afspelen van grammofoonplaten. de PHONO-klemmen gebruikt. +_Interferentie van een TV of videore- | + Verander van installatieplaats. - corder die dicht bi de platenspeler staat. +_ De platenspeler en de luidspreker-syste- | + Zet de luidsprekersystemen zo ver - men staan te dicht bij elkaar. mogelik van de platenspeler. U hoort een fluittoon wanneer u het vol. |” Miper is Z2ChE en sterk onderhevig aan | + Gr een en ne ner de : ume omhoog draait tijdens het afspelen ingen. de luidsprekers op te ange. We de van grammafoonplaten. platenspeler niet is uitgerust met isola- toren, moet u audio-isolatoren, verkrijg- baar in audiozaken, gebruiken. + Naalddruk niet sterk genoeg. + Zorg voor de juiste druk - Geluid is vervormd + Vuil op het puntje van de naald. + Controleer het puntje van de naald. - + Defect platenspelerelement + Vervang het element. - Afstandsbediening + Batterijen zijn leeg. + Vervang de batterijen 57 + Afstandsbediening te ver van het toes- | + Breng de afstandsbediening dichter. 57 tel Dit toestel werkt niet naar behoren wan- |. Obstakel tussen dit toestel en de | + Verwijder het obstakel 57 neer de afstandsbediening wordt afstandsbediening, gebruikt + De verkeerde toets wordt ingedrukt. + Druk op de juiste toets. 58 : +_Leg de batterijen juist in. 57
[6] TECHNISCHE GEGEVENS M VERMOGENSVERSTERKERGEDEELTE Nominaal uitgangsvermogen: Beide kanalen aangedreven (8Q/ohm belasting) (4Q/ohm belasting) vervorming: VOORVERSTERKERGEDEELTE Nominale uitgang: Input Sensi aangegeven (_ ) verwijst naar de ingangsimpedantie indien de SOURCE DIRECT-funktie is ingeschakeld (ON). PHONO: CD, TUNER, DVD/AUX,
TAPE-1/DAT, TAPE-2/MD
RIAA-afwijking: PHONO: GLOBALE KENMERKEN Signaal-tot-ruis verhouding (IHF A netwerk): SOURCE-DIRECT: ON Frequentiebereik Instelbaar bereik toonregeling: Lage tonen (BASS): Hoge tonen (TREBLE): ANDERE Voeding: Netuitgangen (AC): Geschakeld x 3: Stroomverbruik: Afmetingen: Netto gewicht: AFSTANDSBEDIENING (RC-885) Afstandsbedieningssysteem: Voeding: Buitenafmetingen: Gewicht: ity/Input Impedance: De waarde die tussen haakjes wordt 70 W + 70 W (20 Hz t/m 20 kHz, T.H.V. 0,07%) 140 W + 140 W (DIN, 1 kHz, T.H.D. 0,7 %) 0,01 % (3 dB bij nominale uitgang, 8Q/ohm) (1 kHz) 150 mV (opname-uitgangsaansluiting) MM: 2,5 mV/47 kQ/kohm MC: 200 pV/100 Q/ohm 150 mV/47 KQ/kohms (150 mV/13 kQ/kohms) MM: 20 Hz — 20 kHz +0,5 dB MC: 30 Hz — 20 kHz +0,5 dB PHONO MM: 91 dB (bij een invoer van 5 mV) (ingangsaansluitingenkortgesloten) MC: 76 dB (bij een invoer van 0,5 mV) CD, TUNER, DVD/AUX, TAPE-1/DAT, TAPE-2/MD: 110 dB 5 Hz - 100 kHz (0 - -3dB) 100 Hz +8 dB 10 kHz +8 dB 230 V Wisselstroom, 50 Hz 100 W (Totale) 305 W (IEC) Max. 2 W (Stand-by) 434 (B) x 134 (H) x 407 (D) mm 14,6 kg Infrarood-impulssysteem 3 V gelijkstroom, twee R6P (“AA”) droge-celbatterijen 54 (B) x 155 (H) x 29 (D) mm 100 g (batterijen inbegrepen)
- De maximale afmetingen omvatten regelaars, aansluitingen en afdekkingen.
(B) = breedte, (H) = hoogte, op verbeteringen. (D) = diepte + Technische gegevens en functies zijn onder voorbehoud en kunnen zonder kennisgeving worden gewijzigd met het oog
Notice-Facile