GEBRUIKSAANWIJZING PLL 360 BOSCH
Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
Originele gebruiksaanwijzing

Duits. Pagina 6
Engels. Pagina 11
Frans. Pagina 17
Spaans. Pagina 23
Portugees. Pagina 28
Italiaans. Pagina 33
Nederlands. Pagina 39
Deens. Pagina 44
Zweeds. Pagina 48
Noors. Pagina 52
Fins. Pagina 56
Grieks. Pagina 61





Veiligheidsvoorschriften

Veiligheidsvoorschriften

Alle aanwijzingen moeten worden gelezen en in acht worden genomen om zonder gevaren en veilig met het meetgereedschap te werken. Maak waarschuwingsplaatjes op het meetgereedschap nooit onleesbaar. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN GOED.
Voorzichtig: wanneer andere dan de hier vermelde bedienings- en instelvoorzieningen worden gebruikt of andere procedures worden uitgevoerd, kan dit tot gevaarlijke stralingsblootstelling leiden. Het meetgereedschap wordt geleverd met een waarschuwingsplaatje in het Duits (in de weergave van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen aangeduid met nummer 4).

IEC 60825-1:2007, <1 mW, 635 nm. Laserstraling - Kijk niet in de straal. Klasse 2 laserproduct.
Plak over het Duitse waarschuwingsplaatje de meegeleverde sticker in uw eigen taal voordat u het gereedschap voor het eerst gebruikt. Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk niet zelf in de laserstraal. Dit meetgereedschap brengt laserstraling van laserklasse 2 volgens IEC 60825-1 voort. Daardoor kunt u personen verblinden. Gebruik de laserbril niet als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het beter herkennen van de laserstraal, maar biedt geen bescherming tegen de laserstralen. Gebruik de laserbril niet als zonnebril en niet in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige bescherming tegen ultravioletstralen en vermindert de waarneming van kleuren. Laat het meetgereedschap repareren door gekwalificeerd, vakkundig personeel en alleen met originele vervangingsonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het meetgereedschap in stand blijft. Laat kinderen het lasermeetgereedschap niet zonder toezicht gebruiken. Anders kunnen personen worden verblind.
Werk met het meetgereedschap niet in een omgeving met explosiegevaar waarin zich brandbare vloeistoffen, brandbare gassen of brandbaar stof bevinden. In het meetgereedschap kunnen vonken ontstaan die het stof of de dampen tot ontsteking brengen.
Functiebeschrijving
Gebruik volgens bestemming
Het meetgereedschap is bestemd voor het bepalen en controleren van horizontale en verticale lijnen.
Het meetgereedschap is uitsluitend bestemd voor gebruik in een gesloten ruimte.
Afgebeelde componenten
De componenten zijn genummerd zoals op de afbeelding van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen.
1 Opening voor laserstraal 2 Aan/uit-schakelaar 3 Statiefopname 1/4" 4 Laser-waarschuwingsplaatje 5 Deksel van batterijvak 6 Vergrendeling van het batterijvakdeksel 7 Toets voor uitschakelen van automatisch waterpassen 8 Functietoets 9 Waterpaswaarschuwing
10 Functie-indicatie 11 Indicatie werkzaamheden zonder automatisch waterpassen 12 Universele houder 13 Draaiknop houder 14 Opnameplaat houder 15 Voetplaat houder 16 1/4"-schroef houder 17 Statief 18 Beschermetui 19 Laserbril * Niet elk afgebeeld en beschreven toebehoren wordt standaard meegeleverd.


40 | Nederlands
Technische gegevens
| Lijnlaser | PLL 360 |
| Zaaknummer | 3 603 F63 000 |
| Werkbereik (diameter)
tot ca.1) | 20 m |
| Waterpasnauwkeurigheid | ±0,4 mm/m |
| Zelfwaterpasbereik
kenmerkend | ±4° |
| Waterpastijd kenmerkend | 4 s |
| Bedrijfstemperatuur | +5 °C ... +40 °C |
| Bewaarttemperatuur | -20 °C ... +70 °C |
| Relatieve luchtvochtig-heid max. | 90 % |
| Laserklasse | 2 |
| Lasertype | 635 nm, <1 mW |
| C6 | 1 |
| Statiefopname | 1/4" |
| Batterijen | 4 x 1,5 V LR6 (AA) |
| Accu's | 4 x 1,2 V HR6 (AA) |
| Gebruiksduur ca. | 12 h |
| Gewicht volgens
EPTA-Procedure 01/2003 | 0,5 kg |
| Afmetingen | 125 x 85 x 70 mm |
1) De reikwijdte kan afnemen door ongunstige omgevingsomstandigheden (zoals fel zonlicht). Let op het zaaknummer op het typeplaatje van het meetgereedschap. De handelsbenamingen van afzonderlijke meetgereedschappen kunnen afwijken.
Montage
Batterijen inzetten of vervangen
Voor het gebruik van het meetgereedschap worden alkalinebatterijen of accu's geadviseerd.
Als u het batterijvakdeksel 5 wilt openen, drukt u op de vergrendeling 6 en klapt u het batterijvakdeksel open. Plaats de batterijen of accu's. Let daarbij op de juiste poolaansluitingen, zoals aangegeven op de binnenzijde van het batterijvakdeksel.
Vervang altijd alle batterijen of accu's tegelijkertijd. Gebruik alleen batterijen of accu's van één fabrikant en met dezelfde capaciteit.
Neem de batterijen of accu's uit het meetgereedschap als u het langdurig niet gebruikt. Als de batterijen of accu's lang worden bewaard, kunnen deze gaan roesten en leegraken.
Gebruik
Ingebruikname
Bescherm het meetgereedschap tegen vocht en fel zonlicht. Stel het meetgereedschap niet bloot aan extreme temperaturen of temperatuurschommelingen. Laat het bijvoorbeeld niet lange tijd in de auto liggen. Laat het meetgereedschap bij grote temperatuurschommelingen eerst op de juiste temperatuur komen voordat u het in gebruik neemt. Bij extreme temperaturen of temperatuurschommelingen kan de nauwkeurigheid van het meetgereedschap nadelig worden beïnvloed. Voorkom heftige schokken of vallen van het meetgereedschap. Door beschadigingen van het meetgereedschap kan de nauwkeurigheid worden geschaad. Vergelijk na een heftige schok of val de laserlijn ter controle met een bekende horizontale of verticale referentielijn. Schakel het meetgereedschap uit wanneer u het verplaatst of vervoert. Bij het uitschakelen wordt de pendeleenheid vergrendeld. Anders kan deze bij heftige bewegingen beschadigd raken.




In- en uitschakelen
Als u het meetgereedschap wilt inschakelen, duwt u de aan/uit-schakelaar 2 in de stand "On". Het meetgereedschap zendt onmiddellijk na het inschakelen laserstralen uit de uitgangsopeningen 1.
Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk zelf niet in de laserstraal, ook niet vanaf een grote afstand. Als u het meetgereedschap wilt uitschakelen, duwt u de aan/uit-schakelaar 2 in de stand "Off". Als u het meetgereedschap uitschakelt, wordt de pendeleenheid vergrendeld. Laat het ingeschakelde meetgereedschap niet onbeheerd achter en schakel het meetgereedschap na gebruik uit. Andere personen kunnen door de laserstraal verblind worden.
Functies
Na het inschakelen bevindt het meetgereedschap zich in de snijlijnfunctie met automatisch waterpassen.
Als u de functie van het meetgereedschap wilt veranderen, drukt u zo lang op de functietoets "Mode" 8 tot de gewenste functie door het branden van de bijbehorende functie-indicatie 10 wordt weergegeven.
U kunt kiezen uit de volgende functies:
Indicatie Functie

Snijlijnfunctie (zie afbeeldingen A, B en E): Het meetgereedschap brengt een horizontaal laservlak (360° rondlopende laserlijn) en een verticale laserlijn voort.

Horizontale functie
(zie afbeelding C): Het meetgereedschap brengt een horizontaal laservlak voort.

Verticale functie
(zie afbeelding D): Het meetgereedschap brengt een verticale laserlijn voort.
Alle drie functies kunt u met of zonder automatisch waterpassen kiezen.
Werkzaamheden met automatisch waterpassen (zie afbeeldingen F-G)
Tijdens werkzaamheden met automatisch waterpassen mag de indicatie voor automatisch waterpassen 11 niet verlicht zijn. Schakel indien nodig door het indrukken van de toets "Lock" 7 het automatisch waterpassen weer in, zodat de indicatie 11 uit gaat.
Plaats het meetgereedschap op een rechte en stabiele ondergrond of bevestig het op de houder 12 of het statief 17.
Door het automatisch waterpassen worden oneffenheden binnen het zelfwaterpasbereik van ±4° automatisch gecompenseerd. Het waterpassen is afgesloten zodra de laserlijnen niet meer bewegen.
Als automatisch waterpassen niet mogelijk is, bijvoorbeeld omdat het oppervlak waarop het meetgereedschap staat meer dan 4° van de waterpaslijn afwijkt, brandt de waterpaswaarschuwing 9 rood en wordt de laser automatisch uitgeschakeld. Stel in dit geval het meetgereedschap horizontaal op en wacht het zelfwaterpassen af. Zodra het meetgereedschap zich weer binnen het zelfwaterpasbereik van ±4° bevindt, brandt de waterpaswaarschuwing 9 en wordt de laser ingeschakeld.
Buiten het zelfwaterpasbereik van ±4° is werken met de functie automatisch waterpassen niet mogelijk. Anders kan niet worden gewaarborgd dat de laserlijnen haaks op elkaar verlopen.
Bij trillingen of veranderingen van plaats tijdens het gebruik worden het meetgereedschap automatisch opnieuw gewaterpast. Controleer na opnieuw waterpassen de stand van de horizontale en verticale laserlijn in relatie tot de referentiepunten om fouten te voorkomen.


42 | Nederlands
Werkzaamheden zonder automatisch waterpassen (zie afbeelding E)
Druk voor werkzaamheden zonder automatisch waterpassen op de toets "Lock" 7. Als automatisch waterpassen uitgeschakeld is, is de indicatie 11 rood verlicht.
Als automatisch waterpassen uitgeschakeld is, kunt u het meetgereedschap in uw hand houden of op een schuine ondergrond plaatsen. In de snijlijnfunctie verlopen de twee laserlijnen niet noodzakelijk loodrecht op elkaar.
Tips voor de werkzaamheden
Gebruik altijd alleen het midden van de laserlijn voor het markeren. De breedte van de laserlijn verandert met de afstand.
Werkzaamheden met het statief
Een statief 17 biedt een stabiele, in hoogte instelbare meetondergrond. Plaats het meetgereedschap met de statiefopname 3 op de 1/4"-schroefdraad van het statief 17 of een in de handel verkrijgbaar fotostatief en schroef het met de vastzetschroef van het statief vast.
Stel het statief grof af voordat u het meetgereedschap inschakelt.
Bevestigen met de universele houder (toebehoren) (zie afbeeldingen H-K)
Met de universele houder 12 kunt u het meetgereedschap op verticale oppervlakken bevestigen. De universele houder is eveneens geschikt als vloerstatief en vergemakkelijkt de hoogteafstelling van het meetgereedschap.
Klap de opnameplaat 14 van de houder 12 zoals in de afbeelding getoond omhoog (a), zodat de plaat in deze stand vastklikt. Draai de opnameplaat met de draaiknop 13 op de gewenste hoogte waar beneden (b).
Voor het gebruik als wandhouder bevestigt u de universele houder 12 met opengeklapte opnameplaat zo veel mogelijk verticaal op een muur. Bevestig de opnameplaat stevig, bijvoorbeeld met twee bevestigingsschroeven (in de handel verkrijgbaar), zodat de plaat niet kan wegglijden.
Voor gebruik van de houder als tafelstatief klapt u de voetplaat 15 open, zodat ze parallel aan de opnameplaat staat (c).
Draai de 1/4"-schroef 16 van de muurhouder in de statiefopname 3 van het meetgereedschap.
Stel de universele houder 12 grof af voordat u het meetgereedschap inschakelt.
Als u de houder 12 wilt samenvouwen, duwt u de voetplaat 15 tegen het achterstuk. Draai de opnameplaat 14 met de draaiknop 13 in de hoogste stand. Druk de opnameplaat vervolgens naar beneden tegen het achterstuk.
Laserbril (toebehoren)
De laserbril filtert het omgevingslicht uit. Daardoor lijkt het rode licht van de laser voor het oog helderder.
▷ Gebruik de laserbril niet als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het beter herkennen van de laserstraal, maar biedt geen bescherming tegen de laserstralen. ▷ Gebruik de laserbril niet als zonnebril en niet in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige bescherming tegen ultravioletstralen en vermindert de waarneming van kleuren.
Onderhoud en service
Onderhoud en reiniging
Bewaar en transporteert het meetgereedschap alleen in het meegeleverde beschermetui.
Houd het meetgereedschap altijd schoon.
Dompel het meetgereedschap niet in water of andere vloeistoffen.
Verwijder vuil met een vochtige, zachte doek. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen.
Reinig in het bijzonder de opening van de laser regelmatig en let daarbij op pluizen.
Mocht het meetgereedschap ondanks zorgvuldige fabricage- en testmethoden toch defect raken, dient de reparatie te worden uitgevoerd door een erkende klantenservice voor Bosch elektrische gereedschappen. Open het meetgereedschap niet.


Vermeld bij vragen en bestellingen van vervangingsonderdelen altijd het uit tien cijfers bestaande zaaknummer volgens het typeplaatje van het meetgereedschap.
Verzend het meetgereedschap in het beschermetui 18 in het geval van een reparatie.
Klantenservice en advies
Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw product en over vervangingsonderdelen. Explosietekeningen en informatie over vervangingsonderdelen vindt u ook op:
De medewerkers van onze klantenservice adviseren u graag bij vragen over de aankoop, het gebruik en de instelling van producten en toebehoren.
Nederland
Tel.: +31 (076) 579 54 54
Fax: +31 (076) 579 54 94
E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com
België en Luxemburg
Tel.: +32 (070) 22 55 65
Fax: +32 (070) 22 55 75
E-mail: outillage.gereedschap@be.bosch.com
Afvalverwijdering
Meetgereedschappen, toebehoren en verpakkingen dienen op een voor het milieu verantwoorde manier te worden hergebruikt.
Alleen voor landen van de EU:

Gooi meetgereedschappen niet bij het huisvuil.
Volgens de Europese richtlijn 2002/96/EG over elektrische en elektronische oude apparaten en de omzetting van de richtlijn in nationale wetgeving
moeten niet meer bruikbare meetgereedschappen apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze worden hergebruikt.
Accu's en batterijen:
Gooi accu's of batterijen niet bij het huisvuil en evenmin in het vuur of het water. Accu's en batterijen moeten worden ingezameld, gerecycled of op een voor het milieu verantwoorde wijze worden afgevoerd.
Alleen voor landen van de EU:
Volgens richtlijn 2006/66/EG moeten defecte of versleten accu's en batterijen worden gerecycled.
Wijzigingen voorbehouden.

