58G950 - Batterijen Graphite - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 58G950 Graphite in PDF-formaat.
| Producttype | Benzine kettingzaag |
| Merk | Graphite |
| Model | 58G950 |
| Cilinderinhoud | 25.4 cm³ |
| Motorvermogen | 0.9 kW (1.2 PK) |
| Maximaal toerental | 10500 min⁻¹ |
| Stationair toerental | 3000 min⁻¹ |
| Brandstofmengselverhouding | 25:1 (benzine:2-takt olie) |
| Brandstoftankinhoud | 230 ml |
| Kettingolietankinhoud | 160 ml |
| Effectieve snijlengte | 250 mm |
| Totale lengte geleiderail | 12" (300 mm) |
| Kettingsteek | 3/8" (9.525 mm) |
| Kettingdikte | 0.050" (1.27 mm) |
| Kettingtype | Oregon 3/8 0.050 |
| Gewicht (zonder geleiderail en ketting) | 3.2 kg |
| Afmetingen (L x B x H, zonder geleiderail) | 270 x 235 x 225 mm |
| Geluidsdrukniveau | 95 dB(A) (K=3 dB(A)) |
| Geluidsvermogenniveau | 115 dB(A) (K=3 dB(A)) |
| Trillingsniveau | 0.5 m/s² (K=1.5 m/s²) |
| Veiligheidsvoorzieningen | Kettingrem, handbeschermer, antivibratie, kettingsluitvanger |
| Inbegrepen accessoires | Geleiderailbeschermer, geleiderail, ketting, bougiesleutel, carburateur schroevendraaier, schouderriem, vijl, brandstof-olie mengtank, inbussleutels |
Veelgestelde vragen - 58G950 Graphite
Gebruikersvragen over 58G950 Graphite
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Batterijen in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 58G950 - Graphite en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 58G950 van het merk Graphite.
GEBRUIKSAANWIJZING 58G950 Graphite
- Het is verboden om de kettingzaag door personen die geen kennis met deze gebruiksaanwijzing hebben genomen te gebruiken.
- Gebruik de kettingzaag alleen voor het snijden van hout.
- Alleen de gebruiker is aansprakelijk voor ander gebruik van de kettingzaag en is bewust van ermee verbonden gevaar.
- De producent is niet aansprakelijk voor schade die uit onjuist gebruik van de kettingzaag voortvloeit.
WERKPLEK
a) Houd het werkplek schoon en goed verlicht. Wanorde en slechte verlichting kunnen ongelukken bij gebruik van kettingzagen tot gevolg hebben.
b) Het is verboden om kinderen en toeschouwers in de buurt van het werkplek toe te laten. Verminderde aandacht van de operator kan het verlies van controle over het gereedschap tot gevolg hebben.
PERSOONLIJKE VEILIGHEID
a) Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen zoals overal, beschermende bril, veiligheidsschoeisel, veiligheidshelm, gehoorbescherming en leren handschoenen. Het gebruik van juiste beschermingsmiddelen vermindert het risico van letsels.
b) Overschat niet je mogelijkheden. Sta zeker met uw voeten en houd evenwicht. Op die manier verkrijgt u betere controle over de kettingzaag in onverwachte situaties.
c) Draag geen losse kleding of sieraden. Kom niet in de buurt van bewegende onderdelen met uw haar, kleding en handschoenen. Losse kleding, sieraden of lang haar kunnen door bewegende onderdelen ingedraaid worden.
TRANSPORT EN OPSLAG
a) Bij het verplaatsen van de zaag zet de motor uit, plaats de kettingbeschermer en trek de kettingrem aan. Het verplaatsen van aangezette en niet beschermde zaag kan letsels tot gevolg hebben.
b) Het verplaatsen van de zaag is mogelijk alleen bij het vasthouden aan de voorste handgreep.
Andere wijze kan geen juiste greep garanderen en zelfs tot letsels leiden.
c) Controleer de zaag met het oog op rechtheid en bevestiging van bewegende en gebroken onderdelen en alle andere factoren die van invloed op het werk van de zaag kunnen zijn. Bij vaststelling van beschadigingen dient de zaag eerst hersteld te worden. Onjuiste onderhoudswijze vormt de reden van vele ongevallen.
d) De ketting dient scherp en schoon te zijn. Juiste scherpte van de ketting vermindert het risico van beknelling en vergemakkelijkt de bediening.
GEBRUIK EN ONDERHOUD VAN DE ZAAG
a) Controleer regelmatig de juiste werking van de kettingrem. Bij onjuist werkende rem kan de ketting in een gevaarsituatie niet stoppen.
b) Telkens na beeindiging van het werk maakt het toestel alsook de gebruikte persoonlijke beschermingsmiddelen goed schoon en conserveer de sensibele onderdelen.
WERK
- Alvorens de kettingrem vrij te zetten, zet de motor van de zaag uit.
- Wees bijzonder aandachtig aan het einde van het snijden omdat als de weerstand van het materiaal wegvalt, valt de zaag onder de schijnkracht naar beneden wat letsels als gevolg kan hebben.
- Bij langdurig werk kan de operator het tintelen of gevoelsverlies in de vingers en handen ervaren. Zet de werkzaamheden dan stop omdat gevoelsverlies de nauwkeurigheid bij gebruik van de zaag vermindert.
- Het is verboden om open vuur te gebruiken en te roken.
- Vul de benzine-olietank altijd bij uitgezette en afgekoelde motor zodat bij het morsten van de brandstof de hete elementen van de zaag niet in brand raken.
- Bij constatering van lekkage van de brandstof zet de zaag niet aan omdat er een brandgevaar ontstaat.
- Tijdens het werk loopt de zaag aanzienlijk heet, wees voorzichtig en raak de hete onderdelen van de zaag niet met blotte lichaamsdelen.
- De zaag mag alleen door één persoon bediend te worden. Alle andere personen mogen niet in de werkzone van de zaag verblijven. In het bijzonder houd kinderen en dieren niet in de buurt van het werkplek van de zaag.
- Tijdens het aanzetten van de zaag mag de ketting het te snijden materiaal of andere voorwerpen niet aanraken.
- Tijdens het werk met de zaag houd het met beide handen aan beide handgrepen vast. Neem een zekere werkhouding.
- Het is verboden om de zaag door kinderen of minderjarigen te gebruiken. De zaag mag alleen door volwassen personen met de kennis over het gebruik bedienen. Bij het ter beschikking stellen van de kettingzaag draag ook deze gebruiksaanwijzing over.
- Bij verschijnselen van vermoeidheid zet onmiddellijk het werk met de kettingzaag stop.
- Alvorens met het snijden te beginnen, plaats de hendel van de kettingrem in de juiste positie (naar zichzelf trekken). Het vormt tegelijkertijd een bescherming voor de hand.
- Schuif de kettingzaag vanaf het te snijden materiaal alleen bij werkende ketting weg.
- Bij het snijden van sprokkelhout of dunne stammen gebruik een steun (zaagbok). Het is verboden om meerdere planken tegelijkertijd (geplaatst op elkaar) of een materiaal dat door iemand anders met de hand of voet wordt gehouden te snijden.
- Lange te snijden elementen dienen op een juiste manier bevestigd worden.
- Bij het werken op schuine ondergrond steeds tegen de helling in staan.
- Bij het langssnijden gebruik altijd de klauwaanslag als ondersteuningspunt. Houd de zaag aan de achterste handgreep vast en leid met gebruik van de voorste handgreep.
- Indien niet mogelijk is om de snede met één keer uit te voeren, trek de zaag een beetje naar achteren, zet de klauwaanslag om en voer de snede met de achterste handgreep een beetje omhoog door.
- Bij horizontaal snijden sta onder de hoek die niet minder dan 90° ten opzichte van de snijlijn is. Zulke handeling eist een grote aandacht.
- Bij het klem raken van de ketting tijdens het snijden met de bovenkant van de ketting kan de zgn. terugslag in de richting van de operator ontstaan. Om die reden indien mogelijk is het aangeraden om met de onderste kant van de ketting te snijden omdat bij het klem raken van de ketting de terugslag vanaf het lichaam van de operator gericht wordt.
- Pas op bij het zagen van versplinterd hout. Er kunnen afgezaagde houtsplinters meegetrokken worden (gevaar van letsel!).
- Het verwijderen van takken mag alleen gedaan worden door geschoold personeel! Ongecontroleerd vallen van de takken kan letsels als gevolg hebben.
- Het is verboden om met de punt van de kettinggeleider te snijden (gevaar van terugslag).
- In het bijzonder let op onder spanning zijnde takken. Zaag vrijhangende takken niet van onder af door.
- Sta nooit in de verwachte vallijn van de boom die gesneden wordt.
- Bij het vellen van de boom bestaat er een risico van breken en vellen van takken of andere bomen. Wees bijzonder aandachtig omdat er een groot risico van lichaamsletsels bestaat.
- Op hellingen dient de operator altijd hoger dan de te snijden boom staan.
- Let op de stammen die naar de operator kunnen aanrollen. Spring weg!
- De werkende zaag kan omdraaien als de punt van de kettinggeleider het bewerkte materiaal aanraakt. In zulk geval kan de zaag op een ongecontroleerde manier naar de operator schuiven (gevaar van lichamsletsels!).
- Het vellen van bomen eist een voorbereiding van het werkplek die bestaat uit het verwijderen van de onderste, hinderende takken en het schoonmaken van de oppervlakte rond de stam.
- Het is verboden om bij grote windkracht te werken, het kan de valrichting van de boom wijzigen waardoor het oncontroleerbaar wordt.
- Het is verboden om bomen tijdens geringe zichtbaarheid veroorzaakt door bv. mist, regen of sneeuw te vellen.
- Zaag nooit boven schouderhoogte of wanneer u op een boom, lader, stelling, stam ezv. staat.
- Zorg voor een volledig uitgeruste EHBO-trommel in de buurt van het werkplek.
Om de terugslag van de zaag te vermijden, volg de navolgende regels op:
- Nooit begin of leid de snede met de punt van de kettinggeleider!
- Altijd begin het snijden met een aangezette zaag!
- Verzeker u zich of de ketting voldoende scherp is.
- Nooit snij meer dan één tak tegelijk. Tijdens het snijden neem de andere takken in acht. Tijdens het langssnijden neem de stammen van de naburige bomen in acht.
Ondanks toepassing van veilige constructie, gebruik van veiligheidsmiddelen en aanvullende beschermende middelen altijd bestaat er een klein risico van lichaamsletsels tijdens de werkzaamheden.
UITLEG VAN DE GEBRUIKTE PICTOGRAMMEN.

- Wees bijzonder voorzichtig
- Brandgevaar
- Gevaar van vergiftiging door uitlaatgassen
- Draag beschermende handschoenen
- Alvorens met de bedienings- of herstelwerkzaamheden te beginnen, zet de motor uit en trek de leiding van de ontstekingskaars uit
- Lees de gebruiksaanwijzing, volg de opgenomen waarschuwingen en veiligheidsvoorschriften op!
- Gebruik hoofd-, oog- en gehoorbescherming
- Gevaar van terugslag
- Draag beschermende kleding
-
Draag veiligheidsschoenen
-
Houd de ledematen niet in de buurt van snijdende onderdelen
- Raak de hete elementen niet aan.
OPBOUW EN TOEPASSING
De benzine kettingzaag is een handgereedschap aangedreven door een tweefasig verbrandingsmotor afgekoeld met de lucht. Het toestel is bestemd voor werkzaamheden in de tuin. De zaag kan voor het vellen van bomen, afsnijden van takken, voorbereiden van stookhout, schoorsteenhout of andere toepassingen op het gebied van het snijden van hout gebruikt worden.

Gebruik het elektrisch gereedschap alleen in overeenstemming met het beoogde doel.
BESCHRIJVING VAN DE GRAFISCHE PAGINA'S
De onderstaande nummering heeft betrekking op de elementen van het toestel weergegeven op de grafische pagina's van deze gebruiksaanwijzing.
- Blokkade van de gashendel
- Dwarsstang
- Draaiknop van de deksel van de luchtfilter
- Deksel van de luchtfilter
- Voorste handgreep
- Remhendel
- Moer van de geleider
- Regelschroef van de kettingspanning
- Regelschroef van het olieniveau
- Behuizing
- Gashendel
- Hoofdhandgreep
- Startkoord
- Aanzetknop
- Kurk van brandstoftank
- Regelschroeven van de carburateur L en H
- Regelschroef van het lage toerental T
- Kurk van de olietank
- Klauwaanslag
- Geleider
- Ketting
- Tandwiel van de geleider
- Schouderband
- Karabijnhaak van de schouderband
- Greep van de schouderband
- Membranepomp
- Beveiligende moer
* Er kunnen verschillen tussen de afbeelding en het product optreden.
OMSCHRIJVING VAN DE GEBRUIKTE GRAFISCHE TEKENS




LET OP!
W AARSCHUWING
MONTAGE / INSTELLINGEN
INFORMATIE
UITRUSTING EN ACCESSOIRES
- Beschermer van de geleider – 1 st.
- Geleider - 1 st.
- Ketting - 1 st.
- Combisleutel - 1 st.
- Schroevendraaier voor carburateur - 1 st.
- Schouderband - 1 st.
- Vijl voor het slijpen van de ketting - 1 st.
- Tank voor (benzine-olie mengsel) - 1 st.
- Zeskantsleutel - 2 st.
WERKVOORBEREIDING
VERPLAATSEN VAN DE KETTINGZAAG

Alvorens de kettingzaag te verplaatsen, schuif altijd de beschermer op de geleider en ketting. Grijp de kettingzaag aan de voorste handgreep. Het is verboden om de kettingzaag aan de hoofdhandgreep vast te houden. Indien enkele snijoperaties uitgevoerd worden, zet de zaag tussen deze operaties met gebruik van de aanzetknop uit.
MONTAGE VAN DE GELEIDER EN KETTING

De regulatie van de kettingspanning gebeurt met behulp van de pen of regelschroef. Het is zeer belangrijk om tijdens de montage van de geleider de pen van de regelschroef in de opening van de geleider komt te zitten.
Door het omdraaien van de regelschroef kan de pen naar voren en naar achteren geschoven worden. Alvorens met de montage van de geleider in de zaag te beginnen, dienen deze elementen juist geplaatst te worden.

De kettinggeleider en ketting worden apart geleverd.
- De remhendel (6) dient zich in de bovenste positie te bevinden (horizontaal) (afb. A).
- Draai de moer van de geleider (7) en (27) los en neem de behuizing (10) weg.
- Plaats de ketting (21) op het aandrijvingskettingwiel achter de koppeling.
- Plaats de geleider (20) (schuif achter de koppeling) op de leidende schroeven (c) en schuif naar het aandrijvingskettingwiel (afb. B).
- Plaats de ketting (21) vanaf het beneden op het kettingwiel van de geleider (22).
- Schuif de geleider (20) vanaf aandrijvingskettingwiel zodat de leidende schakels van de ketting in de gleuf van de geleider zitten.
- Controleer of de pen (a) op de regelschroef van de kettingspanning (8) zich in het midden van de onderste opening (b) van de geleider (20) bevindt (indien nodig regel het af) (afb. B).
- Plaats de behuizing (10) op de juiste plaats en draai licht met behulp van de moeren voor bevestiging van de geleider (7) en (27) vast.
- Span de ketting met behulp van de regelschroef van de kettingspanning (8). De juiste spanning wordt bereikt, als de ketting met 3 – 4 mm in het midden van de horizontaal geplaatste geleider omhoog kan worden getrokken.
- Draai de moer van de geleider (7) en (27) vast en houd tegelijkertijd de punt van de geleider vast.

Alvorens de geleider en ketting te monteren, controleer de juiste positie van de snijbladen van de ketting (juiste positie van de ketting op de geleider wordt op de punt van de geleider aangegeven). Om letsels veroorzaakt door scherpe randen tijdens het controleren en monteren van de ketting te vermijden, gebruik altijd beschermende handschoenen.

Nieuwe zaagketting eist een tijd van inloop van ong. 5 minuten. In deze fase is de smering van de ketting van zeer groot belang. Na een periode van inloop controleer de kettingspanning en indien nodig regel het af.
Het is noodzakelijk om de spanning redelijk vaak te controleren en afregelen omdat een losse ketting kan makkelijk van de geleider vallen, snel verslijten of snelle slijtage van de geleider veroorzaken.
VULLEN VAN DE OLIETANK VAN DE ZAAG

Nieuwe zaag wordt met een lege olietank geleverd. Vul de tank alvorens de zaag beginnen te gebruiken.
- Draai de kurk van de olietank (18) los.
- Giet olie tot max. 160 ml (let op zodat tijdens het vullen van de tank geen verontreinigingen doordringen).
- Draai de kurk van de olietank vast (18).

Het is verboden om afgedankte of geregenereerde olie te gebruiken omdat het de beschadiging van de oliepomp kan veroorzaken. Gebruik SAE 10W/30 olie door het gehele jaar of SAE 30W/40 olie voor de zomer en SAE 20W/30 olie voor de winter.
VULLEN VAN DE BRANDSTOFTANK

Tijdens het vullen met de brandstof volg de navolgende regels op:
• De motor mag niet werken.
- De brandstof mag niet gemorst worden.

Meng de benzine (loodvrije van 95 octaan) met een goede kwaliteit motorolie voor tweetaktmotoren volgens de onderstaande tabel.
Tabel voor het mengsel 25 : 1
| Benzine [l] 1 2 3 4 5 | |||||
| Olie voor tweetaktmotoren [ml] 40 80 120 160 200 |

- Giet de juiste hoeveelheid olie in de benzinebus en vervolgens giet de nauwkeurig afgemeten hoeveelheid benzine.
- Draai de kurk vast en meng zorgvuldig.
Draai de kurk van de brandstoftank (15) los.
• Giet het voorbereidde mengsel (max. 230 ml).
Draai de kurk van de brandstoftank (15) vast.

De meeste problemen met de verbrandingsmotoren zijn direct of indirect met de gebruikte brandstof verbonden. Let op om geen olie voor viertaktmotoren te gebruiken.
MONTAGE EN VERSTELLEN VAN DE SCHOUDERBAND

Tijdens de montage en het verstellen van de schouderband alsook de greep van de schoulderband zet de motor uit.

De juiste aanpassing van de schoulderband maakt het werk aanzienlijk eenvoudiger.
- Trek de schoulderband (23) over je hoofd en schoulder (afb. Q).
- Plaats de karabijnhaak van de schoulderband (24) (afb. V) in de greep van de schoulderband (25).
- Verstel de klem van de schoulderband (23) (afb. Q) zodat de lengte van de schoulderband het meest comfortabele werkhouding garandeert.
WERK / INSTELLINGEN
AANZETTEN VAN DE MOTOR

Tijdens het werk houd de kettingzaag met beide handen vast.
- Controleer het niveau van de brandstof- en olietank.
- Controleer of de remhendel (6) in de 'aan' stand zich bevindt (naar voren geschoven).
- Bij een koude motor trek de dwarsstang uit (2).
- Plaats de aanzetknop (14) in de 'aan' stand (afb. C).
- Plaats de zaag op een stabiele ondergrond (grond).
- Laat de zaag zeker op de grond rusten en trek eerst het startkoord (13) langzaam totdat de overschakeling van de koppeling hoorbaar is en vervolgens trek het koord met grote kracht (afb. D).
- Na het aanzetten, druk op de blokkade van de gashendel (1) en licht op de gashendel (11) (de dwarsstang komt vanzelf terug in de 'uit' stand).
GRAPHITE
- Laat de motor met een licht ingedrukte gashendel (11) opwarmen.
- Plaats de remhendel (6) in de 'uit' stand (naar achteren geschoven).
- Maak de snede.
Indien de motor niet de eerste kaar gaat opstarten, neem de dwarsstang (2) voor de helft weg en op nieuw trek het startkoord.
Indien enkele proeven geen resultaat geven, pomp de brandstof met een membranepomp (26) en probeer nog een keer.

Het is verboden om de motor met de zaag in de hand aan te zetten. Tijdens het aanzetten moet de zaag op de grond rusten en vastgehouden worden. Controleer of de ketting onbelemmerd zonder iets aan te raken kan bewegen. Het is verboden om te snijden als de dwarsstang er niet zit.
STOPZETTEN VAN DE MOTOR

- Maak de gashendel (11) vrij zodat de motor enkele minuten op nulversnelling kan werken.
- Plaats de aanzetknop (14) in de (STOP) stand.
CONTROLE VAN DE KETTINGSMERING

Alvorens met het werk te beginnen, controleer de smering van de zaagketting en olieniveau in de tank. Zet de zaag aan en houd boven de grond. Indien de smeersporen vergroten, is de smering van de ketting juist (afb. E). Indien er geen smeersporen zichtbaar zijn of ze minimaal zijn, regel met behulp van de regelschroef van het olieniveau (9) af. Bij geen reactie op zulke regeling maak de olieopening, bovenste opening van de kettingspanning en oliekanaal schoon of ga in contact met de technische servicedienst.

Het afregelen dient met het uitgezette toestel en met de nodige voorzichtigheid te gebeuren, de geleider mag de grond niet aanraken. Met het oog op de veiligheid bewaar een ten minste 20 cm afstand van de grond.

Met behulp van de regelschroef van olieniveau (9) regel de hoeveelheid van de olie conform de aanwezige werkomstandigheden af.
- „MIN“ stand – de toestroom van de olie vermindert.
- „MAX“ stand – de toestroom van de olie vergroot (afb. F).
Bij het snijden van hard en droog hout alsook bij gebruik van de gehele werklengte van de geleider plaats de regelschroef (9) in de "MAX" stand.
Bij het snijden van zacht en nat hout alsook bij gebruik van alleen maar een deel van de geleiderlengte kan de hoeveelheid olie vermindert worden door de regelschroef (9) naar de "MIN" stand te draaien.
Afhankelijk van de omgevingstemperatuur en de ingestelde hoeveelheid olie kan de zaag van 15 tot 40 minuten op één olietank werken (inhoud van de tank bedraagt 160 ml).

De olietank dient op hetzelfde moment als de brandstoftank bijna leeg te zijn. Bij het bijvullen van de brandstof vul tegelijkertijd de olietank bij.
SMEERMIDDELEN VOOR DE KETTING

De duurzaamheid van de ketting en geleider zijn in grote mate afhankelijk van de kwaliteit van de toegepaste smeermiddel. Gebruik alleen smeermiddelen bestemd voor kettingzagen.

Het is verboden om afgedankte of geregenereerde olie voor het smeren van de zaagketting te gebruiken.
KETTINGGELEIDER

De voorste en onderste delen van de geleider (20) zijn bijzonder kwetsbaar voor slijtage. Om eenzijdige slijtage van de geleider door wrijving te vermijden, keer de geleider bij elk slijpen van de ketting om en maak de gleuf van de geleider en olieopeningen schoon. De gleuf van de geleider heeft een rechthoekige vorm. Controleer de gleuf met het oog op slijtage. Plaats de meetliniaal aan de geleiderlijst en de buiten oppervlakte van de kettingtang. Indien er tussen een speling zit, is de gleuf goed. In een ander geval is de geleider versleten en dient vervangen te worden.
KETTINGWIEL

Het aandrijvingskettingwiel is bijzonder kwetsbaar voor slijtage. Bij constatering van zichtbare tekens van slijtage op de kettingwieltanden dient deze vervangen te worden. Versleten kettingwiel verkort de levensduur van de zaagketting. Het kettingwiel dient door een geautoriseerde servicedienst vervangen te worden.
De carburateur van de zaag wordt fabrieks ingesteld maar bij wijziging van werkomstandigheden kan het afregelen nodig zijn. Alvorens de carburateur af te regelen, verzeker u zich of een nieuwe lucht- en brandstofffilter gemonteerd werd en of het juiste mengsel van brandstof gegoten werd.

Regel de carburateur met de gemonteerde geleider en ketting af.
- Draai beide regelschroeven (L en H) (16) tot het einde vast (niet te sterk) (afb. G).
- Draai eerst beide regelschroeven (16) op de navolgende wijze los:
-Schroef L: 11/2 ± ¼ van de omdraaiing
-Schroef H: 11/4 ± ¼ van de omdraaiing
- Zet de motor aan en laat het met de half ingedrukte gashendel (11) opwarmen.
- Na het opwarmen van de motor verminder de druk op de gashendel (11) en laat de motor met laag toerental lopen.
- Draai langzaam de schroef (L) naar rechts tot de stand waarin het lage toerental maximaal wordt en vervolgens draai naar links met 14 van de omdraaiing.
- Draai de schroef van laag toerental (T) (17) naar links totdat de ketting stopgezet wordt. Indien het lage toerental te laag is, draai de schroef naar rechts (afb. G).

Vermijd het aanraken van de demper. Hete demper kan brandwonden veroorzaken.
KETTINGREM

De beschreven zaag is voorzien van automatische rem die bij de terugslag tijdens het snijden met de zaag de ketting stopzet. De rem komt automatisch in werking als gevolg van interactie tussen de schijnkracht en het gewichtje in de behuizing van de rem. De kettingrem kan ook handmatig in werking worden gezet door de remhendel (6) in de richting van de geleider (20) te verschuiven. Het aanzetten van de kettingrem stopt de beweging van de ketting binnen 0,12 sec.
CONTROLE VAN REMFUNCTIE

Telkens alvorens met het werk te beginnen, controleer de remwerking.
- Plaats de werkende zaag op de grond en door 1 – 2 seconden laat de motor op het hoogste toerental bij volledige opening van de gashendel werken.
- Duw de remhendel (6) naar voren. De ketting dient onmiddellijk stopgezet te worden.
- Indien de ketting langzaam stopt of helemaal niet stopt, vervang de remband en koppelingstrommel voordat de zaag opnieuw te gebruiken.
- Om de rem vrij te maken, trek de remhendel (6) in de richting van hoofdhandgreep (12) totdat een karakteristiek geluid van blokkade hoorbaar is.

Het is zeer belangrijk om de werking van de kettingrem en de scherpte van de ketting vóór elk gebruik van de zaag te controleren. Dankzij zulke handelingen kan de eventuele terugslag op een veilig niveau blijven.
CONTROLE VAN REMACTIVATIE

Alvorens deze controle uit te voeren, zet de motor van de zaag uit.
- Houd de zaag aan de voorste handgreep (5) en hoofdhandgreep (12) vast en plaats ong. 35 cm boven het houten element.
- Maak de voorste handgreep (5) vrij en laat de geleider onder eigen gewicht naar voren buigen en het houten element aanraken (afb. H).
- Bij het aanraken met het houten element dient de zaagrem in werking komen (remhendel (6) wordt vanzelf naar voren verschuift).

Alvorens met het werk te beginnen, controleer de werking van de kettingrem. Indien de rem niet juist werkt, alvorens met het werk te beginnen, regel het af of herstel in de geautoriseerde servicedienst.

Indien de motor op hoog toerental bij aangetrokken kettingrem gaat werken, wordt de koppeling van de zaag oververhit. Indien de kettingrem in werking komt als de motor werkt, maak de gashendel onmiddellijk vrij en laat de motor op laag toerental lopen.
SPANNEN VAN DE ZAAGKETTING

Tijdens het werk van de zaag verlengt de ketting als gevolg van het opwarmen. Zulke ketting wordt losser en kan van de geleider aflopen.
- Draai de moer van de geleider (7) los.
- Verzeker u zich of de ketting (21) in de gleuf van de geleider (20) zich bevindt.
- Met gebruik van een schroevendraaier draai de spanningsschroef van de ketting (8) naar rechts totdat de ketting op de juiste manier gespannen is (houd de geleider zacht horizontaal vast).
- Controleer opnieuw de kettingspanning (de ketting dient met 3 – 4 mm in het midden van de horizontaal geplaatste geleider omhoog te worden getrokken) (afb. I).
- Draai de moer van de geleider (7) goed vast.

Span de ketting niet te sterk. Het spannen op sterk opgewarmde ketting kan te grote kettingspanning na het afkoelen veroorzaken.
WERK MET DE KETTINGZAAG

- Alvorens met het werk te beginnen, neem kennis met de veiligheidsregels bij gebruik van de kettingzaag. Het is aangeraden om eerst een beetje ervaring op te doen door onnodige stukken hout te snijden. Op die manier kan de operator ook de kennis met de mogelijkheden van de zaag nemen.
• Volg altijd de veiligheidsregels.
- De kettingzaag mag alleen voor het snijden van hout gebruikt worden. Het is verboden om andere materialen te snijden.
- De volume van de trillingen en de kracht van de terugslag zijn afhankelijk van de soort hout.
- Het is verboden om de kettingzaag als een hefboom voor het optillen, verschuiven of afscheiden van de objecten te gebruiken. Bij het klem raken van de ketting zet de motor uit en sla een kunststof of houten wig in het hout om de zaag te bevrijden (afb. J). Zet het toestel opnieuw aan en ga met het snijden voorzichtig door.
- Het is verboden om de zaag aan vaste werkplaats te monteren.
- Het is verboden om de zaagaandrijving op toestellen die niet door de producent genoemd worden aan te sluiten.
- Het is niet nodig om de zaag tijdens het snijden met grote kracht te drukken. Indien de motor bij volledig geopende gashendel werkt, mag de uitgeoefende druk alleen maar gering zijn.

Bij het klem raken van de zaag tijdens het snijden is het verboden om het toestel met grote kracht uit te trekken. Het dreigt met verlies van controle over de zaag en verwondingen van de operator en/of beschadiging van de zaag.

Alvorens met het werk te beginnen, zet de kettingrem vrij.
- Druk op de blokkadeknop van de gashendel (1) en gashendel (11) (alvorens met het snijden te starten, wacht totdat de motor de volledige snelheid bereikt).
- Houd door de gehele tijd de volledige snelheid vol.
- Laat de ketting het hout snijden. Druk de zaag zacht naar beneden (afb. K).
- Om de controle bij het einde van het snijden niet te verliezen, stop met het drukken op de zaag.
Na beeindiging van het snijden maak de gashendel (11) vrij zodat de motor op nulversnelling loopt. - Alvorens de zaag neer te leggen, zet de motor uit.

Hoog toerental van de zaag tijdens niet snijden van het hout leidt tot onnodig verlies en slijtage van onderdelen.
BESCHERMING TEGEN TERUGSLAG

Met de terugslag word de beweging van de kettinggeleider van de zaag naar boven en/of naar beneden begrepen die kan voorkomen als een deel van zaagketting die op de punt van de geleider zit op een belemmering bootst.
- Verzeker u zich dat het te snijden materiaal op een juiste manier bevestigd werd.
- Gebruik klemmen om het materiaal te bevestigen.
- Houd de zaag met beide handen bij het aanzetten en werk vast.
- Tijdens terugslag slingert de zaag ongecontroleerd, de ketting raakt los (afb. L).
- Onvoldoende scherpe ketting verhoogt het gevaar van terugslag.
• Zaag nooit boven schoulderhoogte.
- Onvoldoende scherpe ketting verhoogt het gevaar van terugslag. - Zaag nooit boven schoulderhoogte.

Snij nooit met de punt van de geleider omdat op die manier kan stevige terugslag naar achteren of boven ontstaan. Tijdens het werk met de kettingzaag gebruik altijd de complete uitrusting van de zaag en juiste werkkleding.

De demontage van de beschermingen, onjuiste bediening, onderhoud of onjuist uitgevoerde uitwisseling van de geleider of ketting kunnen het gevaar van lichaamsletsels bij eventuele terugslag vergroten. Het is verboden om enkele manipulaties bij de zaag uit te voeren. Enige manipulaties bij de zaag hebben het vervallen van de garantierechten van de gebruiker als gevolg. Eveneens het gebruik van de zaag strijdig met deze gebruiksaanwijzing heeft het vervallen van de garante tot gevolg.
SNIJDEN VAN HOUTSTUKKEN

Tijdens het snijden van het stuk hout volg de aanwijzingen op het gebied van werkveiligheid en voer de werkzaamheden op de navolgende wijze uit:
- Verzeker u zich dat het stuk hout niet kan verschuiven.
- Alvorens met het snijden te beginnen, bevestig korte stukken materiaal met behulp van klemmen.
- Snij voorzichtig alleen maar hout of houtimiterende materialen.
- Alvorens met het snijden te beginnen, verzeker u zich dat de zaag geen stenen of nagels gaat aanraken. Het kan de zaag terugtrekken en de ketting beschadigen.
- Vermijd situaties waarin de werkende zaag een draden hekwerk of grond kon aanraken.
- Bij het snijden van takken, indien mogelijk steun de zaag en snij niet met de punt van de kettinggeleider.
- Let op op zulke belemmeringen als uitlopende stammen, wortels, holtes of gaten in de grond omdat deze een ongeval kunnen veroorzaken.
VELLEN VAN BOOM

Bepaal de valrichting van de boom, met inachtneming van waaiende wind, boomhelling, positie van zware takken, eenvoud van het uitvoeren van het werk na het vellen alsook andere factoren.
- Tijdens het schoonmaken van de plaats rond de boom verzeker u zich over de stabiele positie en zorg voor mogelijkheid van ongehinderd vluchten tijdens het vellen van de boom.
- Verwacht en maak schoon twee vluchtwegen onder een hoek van ca. 45° schuin van de verwachte valrichting. Er mogen geen belemmeringen op de vluchtwegen zich bevinden (afb. M).
- Maak eerst een snede van 1/3 van de stam aan de zijde van de valrichting (afb. N).
- Maak een valzaagsnede aan de tegenovergestelde kant, hoger dan de onderste oppervlakte van de vorige snede.
- Plaats op het juiste moment de wig zodat de zaagketting niet geklemd raakt.
- Vel de boom door de wig aan te brengen en niet door het langssnijden van de stam.

Tijdens het vellen van de bomen volg alle veiligheidsregels en voer de activiteiten op de navolgende manier uit:
- Bij het vastklemmen van de zaagketting zet de zaag uit en maak de ketting met gebruik van de wig vrij. Gebruik houten of kunststof wiggen. Het is verboden om stalen of gietijzeren wiggen te gebruiken.
• Vallende boom kan andere bomen laten omvallen.
- De gevaarlijke zone bedraagt 2,5 van de boomlengte (afb. M).
- Vallende boom kan andere bomen laten omvallen. - De gevaarlijke zone bedraagt 2,5 van de boomlengte (afb. M).
-ndien de operator een beginnende of onervaren persoon is, is het nodig om de ervaring niet zelf op te doen maar een scholing volgen.

Het is verboden om een boom te vellen als:
Het is onmogelijk om de omstandigheden in de gevaarlijke zone door mist, regen, sneeuw of duisternis vast te stellen.
- Indien door de wind er niet mogelijk is om de valrichting te bepalen.
SNIJDEN VAN STAMMEN

- Druk de klauwaanslag (19) aan het materiaal en maak de snede (afb. O).
- Indien de volledige snede niet mogelijk is, ondanks de zaag niet verder kan verschuiven:
- Trek de geleider op een bepaalde afstand naar achteren (bij bewegende ketting), verschuif een beetje de hoofdhandgreep (12) naar beneden en ondersteun de klauwaanslag (19). Eindig de snede door de hoofdhandgreep (12) een beetje omhoog te trekken.
SNIJDEN VAN DE STAM OP DE GROND

- Verzeker u zich over stabiele werkpositie. Sta nooit op de stam.
- Let op op het omdraaien van de liggende stam.
- Volg de veiligheidsaanwijzingen zodat er geen terugslag van de zaag ontstaat.
- Eindig de snede altijd aan de trekzijde zodat de ketting niet in de snede klem raakt.

- Alvorens met het werk te beginnen, controleer de richting van de spanning in de te snijden stam zodat het klem raken van de ketting kan worden voorkomen.
- De eerste snede moet altijd aan de drukzijde worden uitgevoerd zodat de trekspanning losraakt.
- Bij het snijden van een stam op de grond maak eerst een snede van 1/3 diepte van de stam, vervolgens draai de stam om en eindig de snede aan de tegenovergestelde zijde.
- Bij het snijden van de stam op de grond, let op zodat de ketting niet in de grond onder de stam komt. Op die manier kan de ketting onmiddellijk beschadigd raken.
- Bij het snijden op schuine ondergrond sta altijd boven de stam.
SNIJDEN VAN DE STAM BOVEN DE GROND
Plaats de stam op een stabiele ondersteuning of zaagbok, afhankelijk van de snijplaats en snij eerst tot de 1/3 diepte van de stam aan de drukzijde en vervolgens maak de scheidingssnede aan de trekzijde (afb. P en R).
BIJSNIJDEN / SNIJDEN VAN TAKKEN EN STRUIKEN

- Begin het afsnijden van takken van een gevelde boom altijd bij de basis van de boom en ga in de richting van de boomtop door. Kleine takken snij met één snede af.
- Controleer eerst in welke richting de tak buigt. Vervolgens maak de eerste snede aan de buigzijde en de scheidingssnede aan de tegenovergestelde kant. Let op op het afspringen van de tak.
- Tijdens het snijden van de boomtakken snij altijd van boven naar beneden zodat de tak ongehinderd kan vallen. Soms kan noodzakelijk zijn om de tak een beetje van beneden te snijden (afb. S).
- Wees bijzonder aandachtig bij het snijden van een tak die gespannen kan zijn. Zulke tak kan na het afsnijden afspringen en de operator slaan.

Het is verboden om de takken vanaf de boom af te snijden. Het is verboden om vanaf lader, platform, stam of in andere werkposities die het verlies van evenwicht en controle over de zaag kunnen veroorzaken te werken. Het is verboden om tijdens het snijden de zaag boven de schoulderhoogte vast te houden. Houd de zaag altijd met beide handen vast.
BEDIENING EN ONDERHOUD

Alvorens met het reinigen, controleren of herstellen van de zaag te beginnen, verzeker u zich dat de motor van het toestel stopgezet en afgekoeld is. Trek de snoer van de ontstekingskaars uit zodat de motor niet onverwacht kan aanzetten.
OPSLAG

- Bij opslag die langer dan één maand duurt, maak het brandstofsysteem volledig leeg.
- Maak de brandstoftank leeg, zet de motor aan en laat het toestel door gebrek aan brandstof stoppen.
-
Vervang de brandstof elk seizoen. Gebruik nooit enige reinigingsmiddelen voor de brandstoftank omdat deze de motor kunnen beschadigen.
-
Verzeker u zich of de ventilatieopeningen van de motor schoon zijn.
- Gebruik een zacht detergent en spons om de kunststof elementen te reinigen.
- Voer alleen onderhoudswerkzaamheden die in deze gebruiksaanwijzing worden beschreven uit. Alle andere werkzaamheden dienen door een geautoriseerde servicedienst te worden uitgevoerd.
- Voer geen wijzigingen in de zaagconstructie in.
- Indien de zaag niet gebruikt wordt, bewaar deze schoon, op een vlakke ondergrond en droge plek, buiten bereik van kinderen.

Het is van belang dat tijdens de opslag geen rubberresudu in de basisonderdelen van het brandstofsysteem zoals carburateur, brandstofffilter, brandstofleiding of brandstoftank zich verzamelt. Brandstoffen met alcohol (ethyleen of methyleen) kunnen vocht absorberen, wat tijdens de opslag naar afscheiding van brandstofmengsel en zuurproductie leidt. Met name benzine kan beschadiging van de motor veroorzaken.
LUCHTFILTER

Vervuilde luchtfilter verlaagt de efficiency van de verbrandingsmotor en vergroot het brandstofverbruik. Maak de luchtfilter om de elke 5 uur werk van de zaag schoon.
- Maak de deksel van de luchtfilter (4) en de omgeving schoon zodat na het afnemen het vuil niet in de carburateurkast doordringt.
- Draai de schroef van de deksel van de luchtfilter (3) los en demonteer de deksel van de luchtfilter (4).
- Neem de filter weg (d) (afb. T).
- Was de luchtfilter met water en zeep, spoel met schoon water en laat afdrogen.
- Monteer de luchtfilter en verzeker zich dat de sparingen aan de rand van de luchtfilter goed in de uitsparingen op de deksel van de luchtfilter (4) passen.
- Bij de montage van de deksel van de luchtfilter (4) verzeker u zich dat de leiding van de ontstekingskaars en verloopringen van de regelschroeven van de carburateur op de juiste plaats zich bevinden.

Om brandgevaar of het ontstaan van gevaarlijke dampen te vermijden, was de luchtfilter nooit in benzine of ander makkelijk brandbare oplosmiddelen.
CILINDERRIBBEN

Het stof dat op de cilinderribben verzamelt kan oververhitting van de motor veroorzaken. Tijdens onderhoud van de luchtfilter regelmatig controleer en maak de cilinderribben schoon.
GELEIDER EN KETTING

Na elk 5 uur van werk controleer de staat van de geleider en ketting.
- Plaats de aanzetknop (14) in de 'aan' stand.
- Draai de moeren van de geleider (7) los.
- Neem de bekisting (10) weg en demonteer de geleider (20) en ketting (21).
- Maak de olieopeningen en gleef (in de geleider (20) schoon (afb. U).
- Controleer de staat van de ketting (21).
- Smeer het voorste kettingwiel van de geleider (22) door de opening (f) in de punt van de geleider (afb. W).
SLIJPEN VAN DE ZAAGKETTING

Besteed de nodige aandacht aan de snijwerktuigen. Snijwerktuigen dienen scherp en schoon te zijn, waardoor het werk effectief en veilig kan worden uitgevoerd. Het werk met zaag met een onscherpe ketting versnelt de slijtage van de ketting, geleider en het aandrijvingswiel van de ketting en in sommige gevallen kan tot onderbreking van de ketting leiden. Daarom is het zo belangrijk om de ketting tijdelijk te slijpen.
BRANDSTOFFILTER

- Draai de kurk van de brandstoftank (15) los.
- Met behulp van een draadhaakje neem de luchtfilter (g) door de opening van de brandstoftank weg (afb. X).
- Het slijpen van de ketting is een gecompliceerde operatie. Zelfstandig slijpen van de ketting eist gebruik van speciale gereedschappen alsook vaardigheden. Het is aangeraden om het slijpen van de ketting aan vakbekwame personen laten uitvoeren.
GRAPHITE
- Demonteer de luchtfilter en was in benzine of vervang voor een nieuwe.
- Monteer de filter in de brandstoftank.
- Draai de kurk van de brandstoftank (15) vast.

Na demontage van de luchtfilter gebruik een draadhaakje om het einde van de afzuigleiding vast te houden. Let op bij de montage van de luchtfilter zodat geen verontreinigingen in de afzuigleiding doordringen.
OLIEFILTER

- Draai de kurk van de olietank (18) los.
- Met behulp van de draadhaakje neem de oliefilter (h) door de opening van de olietank weg (afb. Y).
- Was de oliefilter in benzine of vervang voor de nieuwe.
• Verwijder alle vuil uit de tank.
• Monteer de oliefilter in de tank. - Draai de kurk van de olie tank (18) vast.

Bij het plaatsen van de oliefilter in de tank verzeker u zich, dat deze de voorste, rechte hoek aanraakt.
ONTSTEKINGSKAARS

Om een juiste werking van het toestel te verkrijgen, controleer regelmatig de staat van de ontstekingskaars.
- Demonteer de deksel van de luchtfilter (4).
- Trek de leiding (i) van de ontstekingskaars uit.
- Plaats de sleutel voor ontstekingskaars (in de uitrusting) en draai de ontstekingskaars los (afb. Z).
- Maak schoon en regel de afstand tussen de pluggen (0,65 mm) af (indien nodig vervang de ontstekingskaars).
OVERIGE AANWIJZINGEN

Controleer of er geen lekkage, losse onderdelen of beschadigingen aanwezig zijn, in het bijzonder controleer de staat van de bevestiging van de handgrepen en geleider. Bij constatering van beschadigingen, alvorens de zaag te gebruiken, verzeker u zich dat de zaag herseld werd.

Allerlei soorten van stoornissen dienen door een geautoriseerde servicedienst van de producent verwijderd te worden.
| Benzine kettingzaag | |
| Parameter Waarde | |
| Cilinderinhoud 25,4cm3 | |
| Gebruikslengte van de geleider 250 mm | |
| Motorkracht 0,9 kW (1,2 KM) | |
| Toerental van de motor met snijsysteem (max) 10500 min | -1 |
| Toerental op nulversnelling 3000min | -1 |
| Gemiddeld brandstofverbruik 0,95 l/h | |
| Brandstof – mengsel benzine : olie voor tweetakt 25 : 1 | |
| Inhoud van de brandstoftank 230 ml | |
| Inhoud van de kettingolietank 160 ml | |
| Carburateur | MC14A6-3 |
| Ontstekingssysteem | CDI |
| Ontstekingskaars | L7T |
| Olie aandrijvingssysteem | Automatische pomp met regelaar |
| Kettingwiel (tanden x naaf) | 6T x 9,525mm |
| Soort geleider | Met kettingtandwiel |
| Maat geleider | GRAPHITE 12" (300 mm) |
| Soort ketting | Oregon 3/8 0,050 |
| Steek van de ketting | 3/8" (9,525mm) |
| Dikte van de ketting | 0,050" (1,27 mm) |
| Afmetingen (LxWxH) (zonder geleider) | 270x235x225 mm |
Massa (zonder geleider en ketting) 3,2 kg
Bouwjaar 2016
GEGEVENS BETREFFENDE LAWAAI EN TRILLINGEN
Akoestische druk niveau: Lp_A=95 dB(A) K=3 dB(A)
Akoestische kracht niveau: Lw_=116 dB(A) K=3 dB(A)
Waarde van de trillingen versnelling: a_h=0,5 m/s^2 K=1,5 m/ s^2
MILIEUBESCHERMING

Producten aangedreven met benzinemotor dienen niet tezamen met huisafval verzameld maar naar speciale bedrijven voor utilisatie afgevoerd te worden. Informatie over utilisatie wordt door de verkoper van het product of locale overheid verstrekken. Afgedankte elektrische en elektronische toestellen bevatten stoffen die van invloed voor het milieu kunnen zijn. Toestellen die niet naar de recyclage worden doorgegeven vormen een potentieel gevaar voor het milieu en menselijke gezondheid.
* Met voorbehoud van wijzigingen invoering.
„Topex Groep Vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [Grupa Topex Spółka z ograniczoną odpowiedzialnością]“ Commanditaire Vennootschap [Spółka komandytowa] met zetel te Warszawa, ul. Pograniczna 2/4 (verder: „Topex Groep”) deelt u mede, dat alle auteursrechten op de inhoud van deze gebruiksaanwijzing (verder: „Gebruiksaanwijzing”), waaronder de tekst, geplaatste foto’s, schema’s, tekeningen, alsook de opbouw aan Topex Groep behoren en worden op basis van de Wet van 4 februari 1994 inzake auteursrechten en aanverwante rechten (Stb. 2006, Nr. 90, Pos. 631 met latere aanpassingen) beschermd. Kopiëren, bewerken, publiceren en modificeren voor handelsdoeleinden van deze Gebruiksaanwijzing alsook enkele delen ervan zonder schriftelijke toestemming van Topex Groep is strikt verboden en kan civielrechtelijke of