AVH-5300DVD - Autoradio DVD PIONEER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis AVH-5300DVD PIONEER in PDF-formaat.

📄 76 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice PIONEER AVH-5300DVD - page 61
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Español ES Italiano IT Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : PIONEER

Model : AVH-5300DVD

Categorie : Autoradio DVD

Download de handleiding voor uw Autoradio DVD in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding AVH-5300DVD - PIONEER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. AVH-5300DVD van het merk PIONEER.

GEBRUIKSAANWIJZING AVH-5300DVD PIONEER

Nadelzange einklemmen.

Hoofdstuk De toestellen aansluiten ! Om ongevallen en mogelijke wetsovertreding te voorkomen, mag de video-functie voorin nooit worden gebruikt terwijl het voertuig wordt bestuurd. De displays achterin mogen niet worden gemonteerd op een plaats waar de bestuurder ze kan zien of erdoor kan worden afgeleid. ! In sommige landen of staten is het verbod op kijken naar beelden op een display in een voertuig niet beperkt tot de bestuurder. Waar dergelijke regels van toepassing zijn, dient u zich daaraan te houden en mag u de dvd-functies van dit toestel niet gebruiken. LET OP

Belangrijk ! Dit toestel kan niet geïnstalleerd worden in een voertuig met een contactschakelaar zonder ACC-stand (accessory-stand).

! PIONEER raadt montage en onderhoud van het display door de gebruiker zelf af. Bij installatie of onderhoud van het toestel bestaat er risico op elektrische schokken en andere gevaren. Laat installatie en onderhoud van het display dan ook over aan erkend servicepersoneel van Pioneer. ! Gebruik kabelklemmen of isolatietape om de bekabeling op een veilige manier aan te brengen. Laat geen niet-aangesloten kabels loshangen. ! Boor geen gat in het motorcompartiment om de gele kabel van het display op de accu aan te sluiten. De trilling van de motor kan er na verloop van tijd toe leiden dat de isolatie van de kabel wordt beschadigd op het punt tussen het passagiersgedeelte en het motorcompartiment. Bevestig de kabel op dit punt dan ook met extra zorg. ! Het is zeer gevaarlijk om de microfoon zo te installeren dat het snoer zich om de stuurkolom of de versnellingspook kan wikkelen. Installeer het toestel zodanig dat deze het rijden op geen enkele wijze kan belemmeren. ! Zorg ervoor dat de kabels geen beweegbare onderdelen van het voertuig blokkeren, zoals de versnellingspook, de handrem of het mechanisme om de stoelen te verschuiven. ! Maak de kabels niet korter. Als u dat doet, kan het gebeuren dat het beveiligingscircuit niet werkt als dat nodig is.

Geen ACC-stand ! Gebruik van dit toestel onder andere omstandigheden dan de volgende kan leiden tot brand of storingen. — Voertuigen met een accu van 12 volt en negatieve aarding. — Luidsprekers van 50 W (uitgangswaarde) en 4 ohm tot 8 ohm (impedantiewaarde). ! Om kortsluiting, oververhitting en storingen te voorkomen, moet u onderstaande aanwijzingen opvolgen. — Koppel de negatieve aansluiting van de accu los voordat u het toestel installeert. — Gebruik kabelklemmen of plakband om de bekabeling veilig aan te brengen. Bescherm de kabels met plakband op plaatsen waar deze tegen metalen onderdelen liggen. — Plaats de kabels niet in de buurt van beweegbare onderdelen, zoals de versnellingspook of de rails van de stoelen. Hoofdstuk De toestellen aansluiten

Nederlands — Leg kabels niet op plaatsen die heet kunnen worden, zoals dicht bij de kachel. — Sluit de gele kabel niet op de accu aan via een gat in het motorcompartiment. — Dek alle ongebruikte kabelaansluitingen af met isolatietape. — Maak de kabels niet korter. — Verwijder nooit de isolatie van de voedingskabel van dit toestel om andere apparaten van stroom te voorzien. De stroomcapaciteit van de voedingskabel is beperkt. — Gebruik een zekering met het voorgeschreven vermogen. — Verbind de negatieve luidsprekerkabel nooit rechtstreeks met de aarding. — Voeg de negatieve kabels van verschillende luidsprekers nooit samen. ! Als dit apparaat aan staat, wordt het bedieningssignaal doorgegeven via de blauw/witte kabel. Verbind deze kabel met de afstandsbediening van een externe versterker of met de bedieningsaansluiting van de automatische antenne van het voertuig (maximaal 300 mA, 12 V gelijkstroom). Als het voertuig is uitgerust met een glasantenne, verbindt u deze met de voedingsaansluiting van de antenne-booster. ! Verbind de blauw/witte kabel nooit met de voedingsaansluiting van een externe versterker of automatische antenne. Anders kan de accu leeglopen of kan er storing optreden. ! De zwarte kabel is de aarding. Dit toestel moet gescheiden worden geaard van andere apparaten (met name apparaten die veel stroom verbruiken zoals een versterker). Anders kan er brand of storing ontstaan wanneer de aarding per ongeluk losraakt.

De toestellen aansluiten De elektriciteitskabel aansluiten Microfoon (Alleen voor de AVH-6300BT) Ingangsaansluiting voor afstandsbediening met draad (WIRED REMOTE INPUT) Hierop kan een afstandsbedieningsadapter met draad worden aangesloten (los verkrijgbaar). 17 cm Microfoon-ingangsaansluiting (MIC) (Alleen voor de AVH-6300BT) RGB ingang 17 cm

Opmerking: Afhankelijk van het soort voertuig is het mogelijk dat de functies van 2* en 4* verschillen. Let er in een dergelijk geval op dat u 1* op 4* en 3* op 2* aansluit.

Dit product Sluit in het algemeen draden van dezelfde kleur op elkaar aan. Geel (2*) Back-up (of accessoire) Geel (1*) Verbinden met de continue 12 V stroomaansluiting. Rood (4*) Accessoire (of back-up) Rood (3*) Verbinden met een elektrische aansluiting die aangestuurd wordt via het contactslot (12 V gelijkstroom). Oranje/wit Verbinden met de aansluiting van de verlichtingsschakelaar. Zekering Zekering Zwart (chassis aarde) Aansluiten op een schone, blank metalen plek. ISO stekker Opmerking: In sommige voertuigen kan de ISO stekker in twee stukken gedeeld zijn. Sluit in een dergelijk geval beide stekkers aan.

Luidsprekerdraden Wit: Links voor Wit/zwart: Links voor Grijs: Rechts voor Grijs/zwart: Rechts voor Groen: Links achter of subwoofer Groen/zwarte: Links achter of subwoofer Paars: Rechts achter of subwoofer Paars/zwarte: Rechts achter of subwoofer Hoofdstuk De toestellen aansluiten

Antenne-ingang Navigatiesysteem (AVIC-F220 (los verkrijgbaar)). 26-pens kabel (meegeleverd met het navigatiesysteem) Breng de 26-pens kabel in op de manier en in de richting zoals aangegeven op de afbeelding. Neem contact op met uw dealer voor informatie over geschikte navigatiesystemen. Paars/wit Van de twee draden van de achteruitrijlamp moet u de draad verbinden waarvan het voltage verandert wanneer de versnellingspook in REVERSE (R) wordt gezet. Middels deze verbinding kan het apparaat waarnemen of de auto vooruit of achteruit rijdt. Zekering Geel/zwart Als u apparatuur met dempingsfunctie gebruikt, verbindt u deze draad met de draad voor audiodemping op die apparatuur. Als u zulke apparatuur niet gebruikt, verbindt u de draad voor audiodemping niet. Aansluitmethode

stekkerhelften met een kabeltang dicht.

1. Doe de draad in de klem.

  • De plaats waar de handremschakelaar zich bevindt, hangt af van het automodel. Zie het instructieboekje van de auto of vraag uw autodealer. Licht groen Via deze draad wordt de stand van de handrem (aangetrokken/ontspannen) doorgegeven. De draad moet verbonden worden met de stroomaansluiting van de handremschakelaar. Stroomdraad Handremschakelaar Nederlands Blauw/wit Verbinden met de systeembedieningsaansluiting van de eindversterker (max. 300 mA 12 V gelijkstroom). Massadraad Blauw/wit (5*) Blauw/wit (6*) Verbinden met de stuuraansluiting van het relais van de antenne van het voertuig (max. 300 mA 12 V gelijkstroom). De pinpositie van de ISO-connector verschilt naargelang het type voertuig. Als pin 5 de antenne aanstuurt, verbindt u 5* en 6*. In andere typen voertuigen verbindt u 5* en 6* nooit. Opmerkingen:
  • Verander de basisinstelling van dit toestel (zie bladzijde de Gebruiksaanwijzing). De subwoofer weergave van dit toestel is in mono.
  • Bij gebruik van een subwoofer van 70 W (2 Ω) moet u de aansluiting maken met de paarse en paars/zwarte draden van dit toestel. Sluit in geen geval iets aan op de groene en groen/zwarte draden.

De toestellen aansluiten Aansluiten op een los verkrijgbare versterker Achteruitgang 13 cm (REAR OUTPUT) Naar achteruitgang 13 cm Vooruitgang (FRONT OUTPUT) Naar vooruitgang Subwoofer uitgang (SUBWOOFER OUTPUT) 17 cm Naar subwoofer-uitgang Eindversterker (los verkrijgbaar) Eindversterker (los verkrijgbaar) Aansluiten met RCA (tulpstekker) kabels (los verkrijgbaar) Eindversterker (los verkrijgbaar) Dit product Blauw/wit Verbinden met de systeembedieningsaansluiting van de eindversterker (max. 300 mA 12 V gelijkstroom). Systeemafstandsbediening Blauw/wit (5*) Links Subwoofer De pinpositie van de ISO-connector verschilt naargelang het type voertuig. Als pin 5 de antenne aanstuurt, verbindt u 5* en 6*. In andere typen voertuigen verbindt u 5* en 6* nooit. Voer deze verbindingen uit wanneer u de los verkrijgbare versterker gebruikt.

Rechts Blauw/wit (6*) Verbinden met de stuuraansluiting van het relais van de antenne van het voertuig (max. 300 mA 12 V gelijkstroom). Voorluidspreker Achterluidspreker

Subwoofer Voorluidspreker Achterluidspreker Hoofdstuk De toestellen aansluiten

Het externe videoapparaat op het scherm aansluiten Uitgang achtermonitor (REAR MONITOR OUTPUT) RCA-kabels (los verkrijgbaar) Naar de video ingangsaansluiting 13 cm Display met RCA (tulp) ingangsaansluitingen (los verkrijgbaar) Dit product Naar audio-ingangen Achter audio-uitgang (REAR MONITOR OUTPUT(AUDIO)) Kabel met ministekker (los verkrijgbaar) RCA-kabels (los verkrijgbaar) 17 cm Naar video uitgangsaansluiting Video ingang (VIDEO INPUT) 13 cm Audio-ingangen (AUDIO INPUT) Externe videocomponent (los verkrijgbaar) Naar de audio uitgangsaansluitingen ! Wanneer u het externe videoapparaat aansluit moet u AV Input wijzigen in System Menu. Een scherm aansluiten op de video-uitgang aan de achterzijde De video-uitgang en audio-uitgang aan de achterzijde van dit product zijn bedoeld voor aansluiting op een display zodat passagiers op de achterbank naar een DVD, video-CD of de TV kunnen kijken. Nederlands WAARSCHUWING ! Installeer het display nooit op een plaats waar het voor de bestuurder zichtbaar is tijdens het rijden.

De toestellen aansluiten Aansluiten op een achteruitrijcamera Dit product Als u dit product in combinatie met een achteruitrijcamera gebruikt, kunt u het beeld automatisch laten schakelen naar weergave van de achteruitrijcamera wanneer u de versnellingspook in de stand ACHTERUIT (R) zet. Ingang achteruitkijk-camera (REAR VIEW CAMERA IN) WAARSCHUWING

EEN ACHTERUITRIJCAMERA DIE HET

WEERGEEFT. ANDER GEBRUIK KAN RESULTEREN IN VERWONDINGEN OF SCHADE. 13 cm Zekering Naar de video uitgangsaansluiting LET OP ! Het beeld wordt mogelijk in spiegelbeeld weergegeven. ! De mogelijkheid om het beeld van de achteruitrijcamera weer te geven is bedoeld als een hulpmiddel om beter zicht te hebben op een aanhangwagen of bij het parkeren. Gebruik deze functie niet voor andere doeleinden of spelletjes. ! Voorwerpen in het achteruitzicht lijken mogelijk dichterbij of verder weg dan dat ze in werkelijkheid zijn. RCA kabel (los verkrijgbaar) Paars/wit Van de twee draden van de achteruitrijlamp moet u de draad verbinden waarvan het voltage verandert wanneer de versnellingspook in REVERSE (R) wordt gezet. Middels deze verbinding kan het apparaat waarnemen of de auto vooruit of achteruit rijdt. Achteruitrijd-camera (los verkrijgbaar) LET OP U moet een camera gebruiken die gespiegelde beelden uitzendt. Wanneer u de achteruitrijcamera aansluit moet u Camera Polarity correct instellen in System Menu.

Hoofdstuk Installatie Opmerkingen ! Controleer alle aansluitingen en systemen voordat u de installatie voltooit. ! Gebruik geen onderdelen van andere fabrikanten; deze kunnen storingen veroorzaken. ! Neem contact op met uw dealer als er voor de installatie gaten moeten worden geboord of als er andere aanpassingen aan het voertuig nodig zijn. ! Installeer dit toestel niet op een plaats waar: — het de besturing van het voertuig kan belemmeren. — het de inzittenden kan verwonden bij een noodstop. ! Monteer het display niet op plaatsen waar het (i) het zicht van de bestuurder kan hinderen, (ii) de bediening of veiligheidsvoorzieningen van het voertuig, zoals de airbags of alarmlichten, kan belemmeren, of (iii) de bestuurder kan hinderen bij het veilig besturen van het voertuig. ! De halfgeleiderlaser raakt bij oververhitting beschadigd. Plaats dit apparaat niet op plaatsen waar het warm wordt, zoals nabij de uitlaat van een kachel. ! U bent verzekerd van een optimale prestatie als het toestel wordt geplaatst onder een hoek van minder dan 30°.

! Om ervoor te zorgen dat warmte altijd goed wordt afgevoerd tijdens gebruik van het toestel, moet u bij het plaatsen ervan voldoende ruimte vrij houden achter het achterpaneel en losse kabels zo wikkelen dat ze de ventilatiegaten niet blokkeren. Laat voldoende 5 cm ruimte vrij 5 cm 5cm

! De kabels mogen het hieronder aangegeven gebied niet bedekken. Dat is nodig om de warmte van de versterker vrij te kunnen afvoeren.

1 Dek dit gedeelte niet af. ! Zorg ervoor dat u voldoende ruimte laat tussen het dashboard en het lcd-paneel van het toestel, zodat het lcd-paneel geopend en gesloten kan worden zonder in aanraking te komen met het dashboard.

1 Dashboard 2 Laat ruimte open 3 lcd-paneel DIN-bevestiging voor/achter Dit toestel kan geïnstalleerd worden via een voor- of achtermontage.

Installatie Gebruik voor installatie in de handel verkrijgbare onderdelen. DIN-voormontage 1 Bepaal de positie van de zijklemmen. Wijzig de positie van de zijklemmen (klein) als u het toestel installeert in een ondiepe ruimte. DIN-achtermontage 1 Bepaal de juiste positie waar de gaten in de klem en in de zijde van het toestel op een lijn liggen. Gebruik de volgende schroefgaten als u het toestel in een ondiepe ruimte monteert.

1 Gebruik alleen verbindingsschroeven (4 mm x 3 mm). 1 Zijklem (klein) 2 Verzonken schroef (5 mm x 6 mm) 2 Monteer het toestel in het dashboard. Schuif de montagebehuizing in het dashboard. Zet de montagebehuizing vervolgens vast door met een schroevendraaier de metalen lipjes op hun plaats te buigen (90°). 2 Draai aan elke kant twee schroeven vast. Gebruik verbindingsschroeven (4 mm x 3 mm), verbindingsschroeven (5 mm x 6 mm) of verzonken schroeven (5 mm x 6 mm), afhankelijk van de vorm van de schroefgaten in de klem.

Dashboard Montagebehuizing Zijklem Schroef (2 mm × 3 mm) Opmerking In sommige voertuigen kan er een discrepantie ontstaan tussen het toestel en het dashboard. Als dit het geval is, gebruikt u het meegeleverde montuur om het gat te vullen. Hoofdstuk Installatie

Het toestel verwijderen Verwijder de sierlijst door deze aan de bovenen onderkant naar buiten te trekken. Draai vervolgens de schroeven (2 mm x 3 mm) los om de montagebehuizing te verwijderen. ! Plaats de sierlijst terug door hem op het toestel te drukken tot hij vastklikt. (Als de sierlijst ondersteboven wordt vastgezet, zal hij niet goed passen.) De microfoon installeren (alleen AVH-6300BT) LET OP Het is zeer gevaarlijk om de microfoon zo te installeren dat het snoer zich om de stuurkolom of de versnellingspook kan wikkelen. Installeer het toestel zodanig dat deze het rijden op geen enkele wijze kan belemmeren. Opmerking Installeer de microfoon op een plaats waar de stem van degene die het toestel bedient kan worden opgevangen.

1 Montagebehuizing 2 Schroef (2 mm × 3 mm) 3 Sierlijst

Als u de microfoon op de zonneklep installeert 1 Plaats de microfoon op de microfoonklem.

Nederlands 2 Plaats de microfoonklem op de zonneklep. Installeer de microfoonklem terwijl de zonneklep omhoog staat. (Als u de zonneklep lager zet, vermindert de herkenning bij stemopdrachten.)

1 Microfoonklem 2 Klem Gebruik waar nodig los verkrijgbare klemmen om de kabel in het voertuig vast te zetten.

Als u de microfoon op de stuurkolom installeert 1 Plaats de microfoon op de microfoonklem.

1 Dubbelzijdige tape 2 Klem Gebruik waar nodig los verkrijgbare klemmen om de kabel in het voertuig vast te zetten. De hoek van de microfoon aanpassen

1 Microfoon 2 Microfoonstatief 3 Microfoonklem 4 Zet de microfoonkabel vast in de groef. # De microfoon kan ook zonder microfoonklem gemonteerd worden. In dat geval schuift u het microfoonstatief uit de microfoonklem. U kun de richting waarin de microfoon staat aanpassen.