PTKS 2200 A1 - Zaag PARKSIDE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PTKS 2200 A1 PARKSIDE in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over PTKS 2200 A1 PARKSIDE
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PTKS 2200 A1 - PARKSIDE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PTKS 2200 A1 van het merk PARKSIDE.
GEBRUIKSAANWIJZING PTKS 2200 A1 PARKSIDE
Bedienings- en veiligheidsinstructies.
Vertaling van de originele handleiding.
○ MT CH
SEGA CIRCOLARE DA BANCO
Vouw voor het lezen de pagina met de afbeeldingen uit en maak u vervolgens vertrouwd met alle functies van het product.
ES
- Verklaring van de symbolen op het product 79
- Inleiding 80
- Productbeschrijving 80
- Meegeleverd....81
- Beoogd gebruik....81
- Veiligheidsvoorschriften 82
- Technische gegevens....88
- Uitpakken 89
- Opbouw....89
- Voor de ingebruikname 91
- Bediening 92
- Zagen 93
- Reiniging....95
- Transport 96
- Onderhoud 96
- Reparatie & bestellen van reserveonderdelen....97
- Opslag 98
- Elektrische aansluiting....98
- Afvalverwerking en hergebruik 99
- Verhelpen van storingen....100
- Garantiebewijs.... 101
- Explositietekening 279
- Conformiteitsverklaring 280
1. Verklaring van de symbolen op het product
![]() | Lees voorafgaand aan de ingebruikname de gebruikshandleiding en de veiligheids-voorschriften. |
![]() | Draag een veiligheidsbril. |
![]() | Draag gehoorbescherming. |
![]() | Draag een stofmasker. |
![]() | LET OP: Gevaar voor letsel! Raak het draaiende zaagblad niet aan. |
![]() | Zaaghoogte bij 90°: 85 mm |
![]() | Zaaghoogte bij 45°: 63 mm |
![]() | Dikte van de splijtwig: 2,5 mm |
![]() | Beschermingsklasse II (dubbel geïsoleerd) |
![]() | Het product voldoet aan de geldende EU-bepalingen. |
2. Inleiding
Fabrikant:
Scheppach GmbH
Günzburger Str. 69
D-89335 Ichenhausen
Geachte klant,
Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe product.
Uitsluiting van aansprakelijkheid
De fabrikant van dit product is volgens de van kracht zijnde wet inzake productaansprakelijkheid niet aansprakelijk voor schade die aan dit product of door dit product ontstaan bij:
• Ondeskundige behandeling,
- Het niet in acht nemen van de gebruiksaanwijzing,
- reparaties door derden, niet geautoriseerde vakmensen,
- Inbouw en vervanging van niet-originele onderdelen,
- Niet-beoogd gebruik.
- Uitvallen van de elektrische installatie bij het niet in acht nemen van de elektrische voorschriften en-voorschriften 0100, DIN 57113 / 0113.
Let op:
De gebruikshandleiding maakt deel uit van dit product.
Deze bevat belangrijke aanwijzingen, hoe u met het product veilig, vakkundig en economisch werkt, hoe u gevaren vermijdt, reparatiekosten uitspaart, uitval- tijden vermindert en de betrouwbaarheid en levens- duur van het product verhoogt. Aanvullend op de veiligheidsbepalingen van deze gebruikshandleiding moet u absoluut de voor de werking van het product geldende voorschriften van uw land in acht nemen. Maak u voor aanvang van de werkzaamheden be- kend met alle bedienings- en veiligheidsinstructies. Gebruik het product uitsluitend als beschreven en voor de aangegeven toepassingen. Bewaar de ge- bruikshandleiding daarom goed, en verstrek alle documentatie als het product wordt doorgegeven aan derden.
3. Productbeschrijving
- Zaagbladbescherming
1a. Borgbout - Splijtwig
2a. Bevestigingsschroef - Zaagblad
3a. Binnenflens
3b. Buitenflens
3c. Flensbout - Zaagtafel
- Aanslagrail
- Parallelaanslag
6a. Peilglas
6b. Vleugelmoeren
6c. Volgring
6d. Slotbout
6e. Vleugelmoer - Tafelverbreding
- Dwarsarm tafelverbreding
- Geleiding parallelaanslag rechts (incl. schaal-verdeling)
- Reset-knop
- Klemming hoekafstelling
- Handwiel
- Aan/uit-schakelaar
- STOP-schakelaar
- Onderstelvoet
- Dwarsarm onderstel (kort) (B)
16a. Dwarsarm onderstel (lang) (A) - Kantelbeveiligingsbeugel
- Rubbervoet
- Klemming parallelaanslag
- Geleiding parallelaanslag links (incl. schaalverdeling)
- Afschuiningsaanslag
21a. vastzetgreep
21b. Aanslagrail
21c. Vleugelmoer - Klemrail links
- Klemrail rechts
- afzuigmof
- Tafelinzetstuk
25a. Kruiskopschroeven - Opslag zaagblad + ringsleutel
- Koolborstels
- Opslag afschuiningsaanslag
4. Meegeleverd
Pos. Aantal Aanduiding
| 1 1x Zaagbladbescherming | |
| 5 1x Aanslagrail | |
| 6 1x Parallelaanslag | |
| 6b 2x Vleugelmoer | |
| 6c 2x Volgring | |
| 6d 2x Slotbout (M6x40) | |
| 7 2x Tafelverbreding | |
| 8 4x Dwarsarm tafelverbreding | |
| 9 1x | Geleiding parallelaanslag rechts(incl. schaalverdeling) |
| 15 4x Onderstelvoet | |
| 16 2x Dwarsarm onderstel (kort) (B) | |
| 16 a 2x | Dwarsarm onderstel (lang) (A) |
| 17 2x Kantelbeveiligingsbeugel | |
| 18 4x Rubbervoet | |
| 20 1x | Geleiding parallelaanslag links(incl. schaalverdeling) |
| 21 1x Afschuiningsaanslag | |
| 22 1x Klemrail links | |
| 23 1x Klemrail rechts | |
| A 48x Borgtandmoer | |
| B 16x Inbusbout (M6x12) | |
| C 32x Slotbout (M6x12) | |
| D 1x Steek-/ ringsleutel (SW10/SW13) | |
| E 1x Ringsleutel (SW10/SW22) | |
| F 1x Schuifstok | |
| 1x Gebruiksaanwijzing | |
5. Beoogd gebruik
De tafelcirkelzaag dient voor het in de lengte en dwars (alleen met afschuiningsaanslag) zagen van alle soorten hout en kunststof, overeenkomstig de machinegrootte. Rondhout, van welke soort dan ook, mag niet gezaagd worden.
Er mogen uitsluitend voor de machine geschikte zaagbladen (HM- of CV-zaagbladen) worden gebruikt.
Het gebruik van alle typen HSS-zaagbladen en snijwielen is verboden.
Aanwijzingen:
Voor het juiste gebruik van de installatie dienen de voorschriften, veiligheidsvoorschriften, beschrijvingen en aanwijzingen en in deze gebruikshandleiding te worden opgevolgd.
De veiligheids-, werk- en onderhoudsvoorschriften van de fabrikant alsook de in de gebruikshandleiding aangegeven afmetingen moeten in acht worden genomen.
Er mogen uitsluitend werkzaamheden aan het product worden uitgevoerd die in deze gebruikshandleiding zijn beschreven. Alle overige onderhouds- en reparatiewerkzaamheden die niet in deze gebruikshandleiding worden beschreven, moeten door een servicecentrum worden uitgevoerd.
Let erop dat onze apparaten volgens het beoogd gebruik niet voor bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële toepassingen zijn ontworpen. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid wanneer het apparaat in bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële ondernemingen of bij soortgelijke werkzaamheden wordt ingezet.
Andere algemene arbo-, gezondheids- en veiligheidsvoorschriften moeten in acht worden genomen.
⚠ LET OP
Bij het gebruik van het product moeten enkele veiligheidsmaatregelen in acht genomen worden, om letsel en schade te voorkomen. Lees daarom zorgvuldig deze gebruikshandleiding en de veiligheidsvoorschriften door. Bewaar deze daarom goed, zodat u de informatie te allen tijde ter beschikking heeft. Als het product aan een derde wordt overhandigd, dient u tevens deze gebruikshandleiding en de veiligheidsvoorschriften te overhandigen. Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor ongevallen of schade, veroorzaakt door niet-naleving van deze gebruikshandleiding of de veiligheidsvoorschriften.
De fabrikant is niet aansprakelijk voor wijzigingen die aan de machine worden aangebracht en de hieruit voortvloeiende schade.
Ondanks beoogd gebruik kunnen bepaalde restrisicofactoren niet volledig worden vermeden. Op grond van de constructie en montage van de machine kunnen de volgende risico's optreden:
- Aanraken van het zaagblad in het niet afgedekte zaaggebied.
- In het draaiende zaagblad grijpen (snijwonden)
- Terugslag van werkstukken en delen van werkstukken
- Zaagbladbreuk
- Wegslingeren van slechte hardmetalen delen van het zaagblad
- Gehoorschade wanneer de vereiste gehoorbescherming niet wordt gedragen.
- Schadelijke emissies van houtstof bij gebruik in afgesloten ruimtes.
Verklaring van de signaalwoorden in de gebruikershandleiding
| GEVAAR | Signaalwoord voor aanduiding van een direct aanwezige, gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, de dood of ernstige verwondingen tot gevolgd heeft. |
| WAAR-SCHUWING | Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt verme-den, tot de dood of ernstige verwondingen kan leiden. |
| VOOR-ZICHTIG | Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt verme-den, tot geringe of matige verwon-dingen kan leiden. |
| LET OP | Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt verme-den, materiële schade aan produc-ten of eigendommen tot gevolg kan hebben. |
| AANWIJ-ZING | Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt verme-den, materiële schade aan produc-ten of eigendommen tot gevolg kan hebben. |
6. Veiligheidsvoorschriften
Algemene veiligheidsvoorschriften voor elektrische apparaten
⚠ WAARSCHUWING: Lees alle veiligheidsvoorschriften, aanwijzingen, afbeeldingen en technische gegevens die bij dit elektrische gereedschap zijn meegeleverd.
Nalatigheden bij het niet naleven van de onderstaande aanwijzingen kunnen elektrische schok, brand en/of ernstige verwondingen veroorzaken.
Bewaar alle veiligheidsvoorschriften en -aanwijzingen voor toekomstig gebruik.
Het in de veiligheidsvoorschriften gebruikte begrip "Elektrisch gereedschap" is van toepassing op netgevoed elektrisch gereedschap (met netsnoer) of op accugevoed elektrisch gereedschap (zonder netsnoer).
- Veiligheid op de werkplek
a) Houd uw werkomgeving schoon en goed verlicht. Rommel of slecht verlichte werkplaatsen kunnen leiden tot ongevallen.
b) Werk met het elektrisch gereedschap niet in een explosiegevaarlijke omgeving, waarin zich brandbare vloeistoffen, gas of stof bevinden. Elektrisch apparaat produceert vonken, waardoor stof of dampen kunnen ontbranden.
c) Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik uit de buurt van het elektrische gereedschap. Bij afbuiging kunt u de controle over het elektrische apparaat verliezen.
- Elektrische veiligheid
a) De aansluitstekker van het elektrische gereedschap moet in het stopcontact passen.
De stekker mag op geen enkele wijze wor - den gewijzigd. Gebruik geen adapterstekker samen met geaard elektrisch gereedschap. Ongewijzigde stekkers en passende stopcontacten verminderen het risico op elektrische schok.
b) Let op dat u geen fysiek contact maakt met geaarde onderdelen zoals bijv. buizen, radiatoren, elektrische haarden, koelkasten.
Er bestaat een verhoogd risico op een elektrische schok als uw lichaam geaard is.
c) Houd elektrisch gereedschap uit de buurt van regen of vocht. Het indringen van water in een elektrisch apparaat vergroot het risico op een elektrische schok.
d) Gebruik het netsnoer niet om het elektrische gereedschap te dragen, aan op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trek - ken. Houd het netsnoer uit de buurt van hitte, scherpe randen of bewegende delen. Beschadigde of opgewikkelde snoeren verhogen het risico op een elektrische schok.
e) Als u met een elektrisch gereedschap in de open lucht werkt, gebruik dan alleen een verlengsnoer dat ook geschikt is voor gebruik buitenshuis. De toepassing van een voor buitenshuis gebruik geschikt verlengsnoer vermindert het risico op een elektrische schok.
f) Als het gebruik van het elektrische gereedschap in een vochtige omgeving niet kan worden vermeden, gebruik dan een aardlekschakelaar. Het gebruik van een aardlekschakelaar voorkomt het risico op een elektrische schok.
3. Veiligheid van personen
a) Wees altijd voorzichtig, let op waar u mee bezig bent en ga verstandig te werk bij werk - zaamheden met elektrisch gereedschap. Maak geen gebruik van elektrisch gereedschap als u moe bent of onder invloed bent van drugs, alcohol of medicamenten. Een moment van onachtzaamheid bij gebruik van het elektri - sche gereedschap kan leiden tot ernstig letsel.
b) Draag persoonlijke beschermingsmiddelen en ook altijd een veiligheidsbril. Het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen zoals een stofmasker, antislip-veiligheidsschoenen, een veiligheidshelm of gehoorbescherming, al naar gelang het soort gereedschap en de toepas - sing ervan, verkleint het risico op verwondingen.
c) Vermijd ingebruikname zonder toezicht. Con -troleer of het elektrisch gereedschap is uitgeschakeld voordat u het op de stroomvoorziening en/of de accu aansluit, het gereedschap oppakt of draagt. Als u tijdens het dragen van het elektrische gereedschap uw vinger op de schakelaar hebt of het reeds ingeschakelde elektrische apparaat op de stroom voorziening aansluit, kan dit tot letsel en ongevallen leiden.
d) Verwijder instelgereedschap of de moersleutel, voordat u het elektrische gereedschap inschakelt. Een gereedschap of sleutel dat/die zich in een draaiend onderdeel van het elektrische gereedschap bevindt, kan verwondingen veroorzaken.
e) Voorkom een onnatuurlijke lichaamshouding. Zorg voor een stabiele positie en zorg ervoor dat u altijd stabiel staat. Daardoor kunt u het elektrische gereedschap in onverwachte situaties beter onder controle houden.
f) Draag geschikte kleding. Draag geen wijde kleding of sieraden. Houd haren en kleding uit de buurt van bewegende delen. Loszittende kleding, sieraden of lange haren kunnen worden vastgegrepen door bewegende delen.
g) Als stofafzuig- en -opvanginrichtingen kunnen worden gemonteerd, moeten deze worden aangesloten en juist worden toegepast. Het gebruik van een stofafzuiging kan gevaar door stof verminderen.
h) Voorkom een vals gevoel van zekerheid en houd u altijd aan de veiligheidsvoorschriften voor elektrische apparaten, ook als u ervaren bent met het elektrisch apparaat. Achteloos handelen kan in een fractie van een seconde tot ernstige verwondingen leiden.
4. Gebruik en behandeling van het elektrisch gereedschap
a) Zorg dat het elektrische gereedschap niet overbelast raakt. Gebruik voor de werkzaamheden het daarvoor bedoelde elektrische gereedschap. Met het juiste elektrische apparaat werkt u beter en veiliger in het aangegeven vermogensbereik.
b) Gebruik geen elektrisch apparaat, waarvan de schakelaar defect is. Een elektrisch gereedschap, dat niet meer in- of uitgeschakeld kan worden, is gevaarlijk en moet gerepareerd worden.
c) Trek de stekker uit het stopcontact en/of verwijder de uitneembare accu voordat u de apparaatinstellingen wijzigt, inzetstukken vervangt of het elektrische apparaat weglegt. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt dat het elektrische gereedschap per ongeluk wordt gestart.
d) Bewaar niet-gebruikte elektrische appa- raten buiten bereik van kinderen. Laat het elektrisch apparaat niet gebruiken door per- sonen die er niet mee vertrouwd zijn of deze aanwijzingen niet hebben gelezen. Elektri- sche apparaten zijn gevaarlijk als deze door on- ervaren personen worden gebruikt.
e) Voer zorgvuldig onderhoud uit aan elektrische apparaten en inzetstukken. Controleer of bewegende delen probleemloos functionen en niet klemmen, of onderdelen gebroken of beschadigd zijn, waardoor de functie van het elektrische gereedschap wordt be invloed. Laat beschadigde onderdelen voor gebruik van het elektrische apparaat eerst repareren. Veel ongevallen ontstaan door slecht onderhouden elektrische apparaten.
f) Houd snijgereedschap scherp en schoon. Zorgvuldig onderhouden snijgereedschap met scherpe snijranden klemt minder snel vast en is makkelijker te gebruiken.
g) Gebruik elektrische apparaten, accessoires en inzetstukken, etc. overeenkomstig deze aanwijzingen. Houd daarbij rekening met de omstandigheden waarin gewerkt wordt en de uit te voeren werkzaamheden. Het gebruik van elektrisch gereedschap voor andere toepassingen dan het voorgeschreven gebruik kan leiden tot gevaarlijke situaties.
h) Houd grepen en greepoppervlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Als grepen en greepoppervlakken glad zijn, kan het elektrisch gereedschap in onvoorziene situaties niet veilig bediend en onder controle gehouden worden.
5. Service
a) Laat uw elektrisch gereedschap uitsluitend door gekwalificeerd deskundig personeel repareren met uitsluitend originele reserve-onderdelen. Hiermee wordt de veiligheid van het elektrische gereedschap gewaarborgd.
m WAARSCHUWING
Gevaar door elektrische elektromagnetisch veld Dit elektrisch apparaat genereert een elektromagnetisch veld als het is ingeschakeld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden interfereren met actieve of passieve medische implantaten.
- Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we personen met medische implantaten aan om hun arts en de fabrikant van het medische implantaat te raadplegen voordat het elektrische apparaat wordt gebruikt.
Veiligheidsvoorschriften voor tafelcirkelzagen
Veiligheidsafdekkingsgerelateerde veiligheidsvoorschriften
a) Laat de veiligheidsafdekkingen gemonteerd. Veiligheidsafdekkingen moeten functionerend en juist gemonteerd zijn. Losse, beschadigde of niet juist functionerende veiligheidsafdekkingen moeten worden gerepareerd of worden vervangen.
b) Gebruik voor eindsneden altijd de zaagblad-veiligheidsafdekking en de splijtwig. Voor eindsneden waarbij het zaagblad volledig door de werkstukdikte zaagt, reduceert de veiligheidsafdekking en andere veiligheidsvoorzieningen het risico op letsel.
c) Bevestig na het voltooien van afgedekte sneden, zoals vouwen, opdelen tijdens het omslaan of gutsen, de splijtwig weer in de bovenste eindstand. Plaats de veiligheidsafdekking terug, terwijl de splijtwig zich in de bovenste eindstand bevindt. De veiligheidsafdekking en de splijtwig verminderen het risico op letsel.
d) Controleer voor het inschakelen van het elektrisch gereedschap of het zaagblad niet de veiligheidsafdekking, de splijtwig of het werkstuk raakt. Onvoorziene aanraking van deze componenten met het zaagblad kan tot een gevaarlijke situatie leiden.
e) Stel de splijtwig af volgens de beschrijving in deze gebruikshandleiding. Onjuiste afstanden, positie en uitlijning kunnen de reden er voor zijn dat de splijtwig een terugslag niet vermijdt.
f) Opdat de splijtwig kan functioneren, moet deze zich in de zaagsnede bevinden. Bij sne den in werkstukken die te kort zijn, om de splijtwig te laten functioneren, is de splijtwig niet actief. Onder deze voorwaarden kan een terugslag niet door de splijtwig worden voorkomen.
g) Gebruik het zaagblad dat bij de splijtwig past. Om ervoor te zorgen dat de splijtwig goed werkt, moet de diameter van het zaagblad dunner zijn dan bij de splijtwig passen, moet het basisblad van het zaagblad dunner zijn dan de splijtwig en moet de bandbreedte dikker zijn dan de dikte van de splijtwig.
Veiligheidsvoorschriften voor het zagen
a) △ GEVAAR: Kom met uw vingers en handen nooit in de buurt van het zaagblad of in het zaaggebied. Een moment van onachtzaamheid of bij wegslippen kan uw hand in het zaagblad schieten wat kan leiden tot ernstig letsel.
b) Geleid het werkstuk alleen tegen de draairichting van de het zaagblad of snijwerktuig in. Aanvoeren van het werkstuk in dezelfde richting als de draairichting van het zaagblad boven de tafel kan er toe leiden dat het werkstuk en uw hand in het zaagblad wordt getrokken.
c) Gebruik bij langssneden nooit de verstek-aanslag om het werkstuk aan te voeren, en gebruik bij dwarssneden met de verstekaanslag nooit de parallelaanslag voor de lengte-instelling.
Het gelijktijdig aanvoeren van het werkstuk met de parallelaanslag en de verstekaanslag verhoogt de risico dat het zaagblad komt vast te zitten en er een terugslag ontstaat.
d) Houd bij langssneden het werkstuk altijd volledig in contact met de aanslagrail en voer de aanvoerkracht op het werkstuk altijd uit tussen de aanslagrail en het zaagblad. Gebruik een schuifstok als de afstand tussen de aanslagrail en het zaagblad minder is dan 150 mm en een schuifblok als de afstand minder is dan 50 mm. Dergelijke hulpmiddelen zorgen er voor dat uw hand op veilige afstand van het zaagblad blijft.
e) Gebruik uitsluitend de meegeleverde schuifstok van de fabrikant of een die overeenkomstig de instructies is vervaardigd. De schuifstok zorgt voor voldoende afstand tussen hand en zaagblad.
f) Gebruik nooit een beschadigde of ingezaagde schuifstok. Een beschadigde of ingezaagde schuifstok kan breken en er toe leiden dat uw hand in het zaagblad terecht komt.
g) Werk niet "zonder handbescherming". Gebruik altijd de parallelaanslag of de verstekaanslag om het werkstuk aan te leggen en te geleiden. "Zonder handbescherming" betekent dat het werkstuk in plaats van met de parallelaanslag of de verstekaanslag met de handen wordt ondersteund of geleid. Het zagen zonder handbescherming leidt tot onjuiste uitlijning, vastklemmen en terugslag.
h) Grijp nooit om of over een draaiend zaagblad. Het grijpen naar een werkstuk kan tot on- voorzien aanraken van het draaiende zaagblad leiden.
i) Ondersteun lange en/of brede werkstukken achter en/of aan de zijkant van de zaagtafel zodat deze horizontaal blijven. Lange en/of brede werkstukken kunnen aan de rand van de zaagtafel kantelen; dit leidt tot minder controle, vastklemmen van het zaagblad en terugslag.
j) Voer het werkstuk gelijkmatig aan. Verbuig, verdraai of verschuif het werkstuk niet. Als het zaagblad vastklemt, schakelt u het elektrisch gereedschap direct uit, trekt u de voedingsstekker los en verhelpt u de oorzaak voor het vastklemmen. Het vastklemmen van het zaagblad door het werkstuk kan leiden tot terugslag of het blokkeren van de motor.
k) Verwijder niet het afgezaagde materiaal terwijl de zaag loopt. Afgezaagd materiaal kan zich vastzetten tussen het zaagblad en de aan-slagrail of in de veiligheidsafdekking vast komen te zitten en bij het verwijderen uw vingers in het zaagblad trekken. Schakel de zaag uit en wacht tot het zaagblad tot stilstand is gekomen, voordat u het materiaal verwijdert.
I) Gebruik voor langssneden aan de werkstukken die dunner zijn dan 2 mm, een extra parallelaanslag die contact heeft met het tafeloppervlak. Dunnere werkstukken kunnen vastlopen achter de parallelaanslag wat tot terugslag kan leiden.
Terugslag - Oorzaken en overeenkomstige veiligheidsvoorschriften
Een terugslag is een plotselinge reactie van het werkstuk als gevolg van een hakend, vastklemmend zaagblad of een door het zaagblad schuin uitgevoerde zaagsnede in het werkstuk of als een deel van het werkstuk tussen het zaagblad en de parallelaanslag of een ander vast object wordt vastgeklemd.
In de meeste gevallen wordt bij een terugslag het werkstuk door het achterste gedeelte van het zaagblad vastgegrepen, van de zaagtafel opgetild en in de rich -ting van de operator geslingerd. Een terugslag is het gevolg van een onjuist of verkeerd gebruik van de ta -felcirkelzaag. Dit kan door passende voorzorgsmaatregelen worden voorkomen, zoals hieronder beschreven.
a) Sta nooit direct in lijn met het zaagblad. Verblijf altijd aan de zijde van het zaagblad waar de aanslagrail zich bevindt. Bij een terugslag kan het werkstuk met hoge snelheid naar personen worden geslingerd die voor en op lijn met het zaagblad staan.
b) Grijp nooit over of achter het zaagblad om het werkstuk aan te trekken of te steunen. Hierdoor kan het zaagblad onvoorzien worden aangeraakt of kan een terugslag ontstaan waardoor uw vingers in het zaagblad kunnen worden getrokken.
c) Houd en druk het werkstuk, dat wordt afgezaagd, nooit tegen het draaiende zaagblad. Door het werkstuk, dat wordt afgezaagd, tegen het zaagblad te drukken, wordt deze vastgeklemd en ontstaat er een terugslag.
d) Lijn de aanslagrail parallel uit met het zaagblad. Een niet uitgelijnde aanslagrail drukt het werkstuk tegen het zaagblad en genereert zo een terugslag.
e) Gebruik bij afgedekte zaagsneden (bijv. vouwen, gutsen of opdeling tijdens het omslaan) een drukkam om het werkstuk tegen de tafel en de aanslagrail te geleiden. Met een drukkam kunt u het werkstuk bij terugslag beter onder controle houden.
f) Weeg met name voorzichtig bij het zagen in verborgen bereiken van samengevoegde werkstukken. Het invallende zaagblad kan in objecten zagen die een terugslag kunnen veroorzaken.
g) Ondersteun grote platen om het risico op een terugslag door een ingeklemd zaagblad te verminderen. Grote platen kunnen onder het eigen gewicht doorbuigen. Platen moeten overal worden ondersteund waar deze uitsteken ten opzichte van het tafelblad.
h) Wees met name voorzichtig bij het zagen van werkstukken die verdraaid, los zitten of vervormd zijn of niet over een rechte kant beschikken waarmee ze met een verstekaan-slag of langs een aanslagrail kunnen worden geleid. Een vervormd, losgeraakt of verdraaid werkstuk is instabiel en leidt tot onjuiste uitlij- ning van de zaagvoeg met het zaagblad, zal vastklemmen en een terugslag veroorzaken.
i) Zaag nooit meerdere op elkaar of achter el-
kaar gestapelde werkstukken. Het zaagblad
kan een of meer onderdelen vastgrijpen en een
terugslag veroorzaken.
j) Als u een zaag, die in het werkstuk steekt, weer wilt starten, centreert u het zaagblad in de zaagsnede dusdanig dat de zaagtanden niet in het werkstuk vastzitten. Als het zaagblad vastklemt, kan deze het werkstuk optillen en een terugslag veroorzaken als de zaag opnieuw wordt gestart.
k) Zorg dat de zaagbladen schoon blijven, scherp en voldoende geschrankt is. Gebruik nooit vervormde zaagbladen of zaagbladen met scheuren of afgebroken tanden. Scherpe en juist geschrankte zaagbladen minimaliseren het vastklemmen, blokkeren of terugslag.
Veiligheidsvoorschriften voor het gebruik van de tafelcirkelzagen
a) Schakel de tafelcirkelzaag uit en koppel deze los van de stroomvoorziening voordat u het tafelinzetstuk verwijderd, het zaagblad vervang, instellingen aan de splijtwig of de afdekking van het zaagblad aanbrengt en als de machine zonder toezicht is. Voorzorgsmaatregelen dienen ter vermijding van ongevallen.
b) Laat de tafelcirkelzaag nooit zonder toezicht lopen. Schakel het elektrisch gereedschap uit en ga pas weg als deze volledig tot stilstand is gekomen. Een zaag die zonder toezicht draait, vormt een ongecontroleerd gevaar.
c) Stel de tafelcirkelzaag op een locatie op die waterpas is en goed wordt geventileerd en waar u veilig kunt staan en het evenwicht kunt bewaren. De opstellingslocatie moet voldoende ruimte bieden om de maat van uw werkstukken goed te kunnen hanteren.
Rommel en slecht verlichte werkomgevingen en oneffen, gladde vloeren kunnen leiden tot ongevallen.
d) Verwijder regelmatig het zaagsel en zaagmeel onder de zaagtafel en/of uit de stofafzuiging. Opgehoopt zaagmeel is brandbaar en kan uit zichzelf gaan ontbranden.
e) Borg de tafelcirkelzaag. Een tafelcirkelzaag die niet volgens de voorschriften is geborgd, kan gaan bewegen of kantelen.
f) Verwijder instelgereedschap, houtresten etc. van de tafelcirkelzaag voordat u deze inschakelt. Afleiding of mogelijk vastklemmen kan gevaarlijk zijn.
g) Gebruik altijd zaagbladen van het juiste formaat en met passende opnameboring (bijv. ruitvormig of rond). Zaagbladen, die niet bij de montagedelen van de zaag passen, lopen niet rond en leiden tot verlies van de controle.
h) Gebruik nooit beschadigd of onjuist montagemateriaal voor het zaagblad, zoals bijv. flensen, onderlegringen, schroeven of moeren. Het montagemateriaal van dit zaagblad is speciaal voor de zaag gemaakt, voor optimaal vermogen en bedrijfsveiligheid.
i) Ga nooit op de tafelcirkelzaag staan en gebruik de tafelcirkelzaag niet als opstapkrukje. Er kan ernstig letsel ontstaan als het elektrisch gereedschap kantelt of als u onvoorzien met het zaagblad in aanraking komt.
j) Controleer of het zaagblad in de juiste draai- richting is gemonteerd. Gebruik geen slijp- schijf of staalborstel met de tafelcirkelzaag. Ondeskundige montage van het zaagblad of het gebruik van niet aanbevolen accessoires kan tot ernstig letsel leiden.
Veiligheidsvoorschriften voor de behandeling van zaagbladen
-
Gebruik alleen inzetstukken als u weet hoe u er-mee om moet gaan.
-
Houd rekening met het maximale toerental. Het maximale toerental dat op het inzetstuk staat vermeld, mag niet worden overschreden. Houd u, indien aangegeven, aan het toerentalbereik.
-
Let op de draairichting van de motor en het zaagblad.
-
Gebruik geen inzetstukken dat barsten vertoont. Gooi het inzetstukken weg als het barsten vertoont. Reparatie is niet toegestaan.
-
De klemoppervlakken moeten van vuil, vet, olie en water worden ontdaan.
-
Gebruik geen losse pasringen of -bussen om het boorgat van cirkelzaagbladen te verkleinen.
-
Zorg ervoor dat de bevestigde pasringen voor de borging van het inzetstuk dezelfde parameter hebben en dat ze minimaal 1/3 van de snijdiameter hebben.
-
Zorg, dat bevestigde pasringen evenwijdig staan aan elkaar.
-
Wees voorzichtig bij het gebruik van de inzetstukken. Bewaar ze bij voorkeur in de originele verpakking en of in speciale houders. Draag veiligheidshandschoenen om de grip te vergroten en de kans op persoonlijk letsel nog verder terug te dringen.
-
Controleer voordat u de inzetstukken gebruikt of de veiligheidsvoorzieningen correct zijn bevestigd.
-
Controleer vóór gebruik of het toegepaste inzetstuk aan de technische eisen van deze machine voldoet en of het goed bevestigd is.
-
Gebruik het meegeleverde zaagblad alleen voor het zagen van hout en nooit voor het bewerken van metalen.
-
Gebruik het juiste zaagblad voor het te bewerken materiaal.
-
Gebruik alleen een zaagblad met een diameter die op de zaag staat aangegeven.
-
Gebruik alleen zaagbladen, die met een gelijk of hoger toerental dan op het elektrisch gereedschap gemarkeerd zijn.
-
Gebruik alleen door de fabrikant aanbevolen zaagbladen, die, indien deze voor het zagen van hout of gelijksoortige materialen zijn bedoeld, overeenkomen met EN 847-1.
-
Draag geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals bijv.:
- Gehoorbescherming;
- Veiligheidshandschoenen bij het hanteren van zaagbladen.
- Gebruik alleen door de fabrikant aanbevolen zaagbladen die voldoen aan EN 847-1. Waarschuwing! Let er bij het wisselen van het zaagblad op, dat de zaagbreedte niet geringer en de dikte van het stamblad niet groter is dan de dikte van de splijtwig!
- Voorkom bij het zagen van hout en kunststoffen een oververhitting van de zaagtanden. Reduceer de aanvoersnelheid om te voorkomen dat het kunststof smelt.
- Houd er rekening mee dat gecompliceerde processen met verborgen sneden en het snijden van afschuiningen/wiggen niet zijn toegestaan.
- Voer lengtesneden met een neiging niet op de zijde uit, waarnaar de neiging is gericht.
- Controleer bij de montage of instelling van de parellelaanslag of de parallelaanslag parallel ten opzichte van het zaagblad staat.
Aantal tanden.... 24
Dikke splijtwig....2,5 mm
Min. maat werkstuk B x L x H .....10 x 50 x 1 mm
Tafelgrootte....630 x 545 mm
Tafelverbreding links/rechts....630 x 935 mm
Zaaghoogte max. 45°....63 mm
Zaaghoogte max. 0°....85 mm
Zaagblad zwenkbaar.... 0 tot 45° links
Verstekhoek....-60 tot 60°
Afzuigaansluiting .... 0 35 mm
Beschermingsklasse ...... II
*S1: Continubedrijf met constante belasting
**S6 25%:
Continubedrijf met tussenbelasting (cyclusduur 10 min.)
Om de motor niet ontoelaatbaar te verwarmen, mag de motor 25% van de cyclusduur met het aangegeven nominale vermogen worden gebruikt en moet vervolgens 75% van de cyclusdoor zonder last doorlopen.
Geluid
De geluidswaarden zijn overeenkomstig EN 62841 bepaald.
Geluidsdrukniveau L_pA .....93,6 dB
Onzekerheid K_pA 3 dB
Geluidsvermogensniveau L_WA .....106,6 dB
Onzekerheid K _WA ....3 dB
⚠ WAARSCHUWING
Overmatige en frequente geluidsbelasting kan leiden tot gehoorbeschadiging of gehoorverlies.
- Draag gehoorbescherming
- Las regelmatig pauzes in.
Totale trillingswaarden (vectorsom van drie richtingen) bepaald conform EN 62841.
Trillingseigenschap:
Trilling ah: ≤ 2,5 m/s²
AANWIJZING: De opgegeven geluidsemissiewaarden zijn gemeten volgens een standaard testmethode en kunnen worden gebruikt om elektrische apparaten met elkaar te vergelijken.
De aangegeven geluidsemissiewaarden kunnen ook worden gebruikt als eerste indicatie van de belasting.
WAARSCHUWING: De geluidsemissies kunnen van de opgegeven waarde afwijken wanneer de machine daadwerkelijk wordt gebruikt. Dit is afhankelijk van de wijze waarop het elektrisch apparaat wordt gebruikt en de aard van het werkstuk dat wordt bewerkt.
Neem maatregelen om uzelf tegen geluidshinder te beschermen.
Houd daarbij rekening met het complete werkproces, dus ook tijden, waarin het elektrisch gereedschap onbelast draait of uitgeschakeld is. Passende maatregelen omvatten onder andere het regelmatig onderhouden en verzorgen van het elektrisch gereedschap en van de inzetstukken, regelmatige pauzes evenals een goede planning van de werkprocessen.
8. Uitpakken
GEVAAR
Gevaar op inslikken en verstikking
Verpakkingsmateriaal, verpakkings- en transportbeveiligingen zijn geen speelgoed. Kunststofzakken, folie en kleine onderdelen kunnen worden ingeslikt en tot verstikking leiden.
- Zorg dat verpakkingsmateriaal, verpakkingsen transportbeveiligingen buiten het bereik van kinderen worden gehouden.
- Open de verpakking en haal het product er voorzichtig uit.
- Verwijder het verpakkingsmateriaal, de verpak-kings- en transportbeveiligingen (indien aanwezig).
- Controleer de volledigheid van de leveringsomvang. Reclamaties moeten onmiddellijk worden gemeld aan de klantenservice. Reclamaties op een later tijdstip worden niet erkend.
- Controleer de leveringsomvang op transportschade. Reclamaties moeten direct bij de “expediteur” worden gemeld. Reclamaties op een later tijdstip worden niet erkend.
- Bewaar de verpakking tot na het verstrijken van de garantietijd.
- Lees de gebruikshandleiding volledig door.
- Gebruik alleen originele reserveonderdelen of accessoires. Originele onderdelen of originele accessoires zijn verkrijgbaar bij uw leverancier.
- Controleer of de gegevens op het typeplaatje overeenkomen met de gegevens van het stroomnet.
9. Opbouw
⚠ WAARSCHUWING: Voor alle onderhouds-, ombouw- en montagewerkzaamheden aan de tafelcirkelzaag moet de voedingsstekker worden losgekoppeld.
⚠ Let op!
Het apparaat moet voor de ingebruikname volledig zijn gemonteerd!
Voor de montage heb je nodig:
1x steek-/ringsleutel (SW10/SW13) (D)
1x ringsleutel (SW10/SW22) (E)
1x kruiskopschroevendraaier (niet meegeleverd)
- Plaats alle meegeleverde onderdelen op een vlakke ondergrond.
- Groepeer gelijke delen.
AANWIJZING:
- Als verbindingen met een bout (ronde kop of zeskant), zeskantmoeren en onderlegring worden geborgd, moet de onderlegring onder de moer worden aangebracht.
- Schroeven van buiten naar binnen aanbrengen, verbindingen met moeren van binnenuit vastzetten.
- Haal de moeren en bouten tijdens de montage alleen handvast aan, zodat ze er niet uitvallen. Als u de moeren en schroeven als voor de eindmontage aanhaalt, kan de eindmontage niet correct en sta - biel worden opgesteld.
9.1 Onderstel monteren (afb. 2, 3)
- Draai de tafelcirkelzaag andersom (d.w.z. op de zaagtafel) op een vlak oppervlak.
- Steek de vier onderstelpoten (15) in de betreffende uitsparingen in de machinebehuizing.
- Schroef deze telkens met een inbusbout (B) en een borgtandmoer (A) vast. Gebruik hiertoe de steek-/ringsleutel SW10 (D) en de ringsleutel SW10 (E).
- Plaats telkens een dwarsarm onderstel (kort) (16) en een dwarsarm onderstel (lang) (16a) tussen de onderstelpoten (15) aan de binnenzijde. Let op dat de lange zijde naar voren en de korte zijde aan de zijkant wordt geplaatst.
- Bevestig de dwarsarmen onderstel (kort) (16) en een dwarsarmen onderstel (lang) (16a) met telkens vier slotbouten (C) en vier borgtandmoeren (A) op de onderstelpoten (15). Gebruik hiertoe de bijgevoegde steek-/ringsleutel SW10 (D) om deze aan te halen.
-
Plaats een rubbervoet (18) op elke onderstelpoot (15).
-
Monteer telkens een kantelbeveiligingsbeugel (17) aan de achterste onderstelpoten (15). Schroef hiertoe telkens twee slotbouten (C) en twee borgtandmoeren (A) vast. Haal deze aan met de meegeleverde steek-/ringsleutel SW10 (D).
9.2 Tafelverbredingen monteren (afb. 4)
-
Monteer de beide tafelverbredingen (7) met in totaal twee inbusbouten (B) en twee borgtandmoeren (A) op de zaagtafel (4). Neem hierbij de betreffende boorgaten op de zaagtafel (4) in acht. Gebruik hiertoe de steek-/ringsleutel SW10 (D) en de ringsleutel SW10 (E).
-
Aanwijzing: Let bij deze stap op de correcte uitlijning van de tafelverbredingen (7) tot de zaagtafel (4).
9.3 Dwarsarmen monteren (afb. 3, 4, 5)
- Verwijder de zijdelings op de machinebehuizing aangebrachte inbusbouten (B) en borgtandmoeren (A).
- Positioneer de dwarsarmen (8) op de tafelverbredingen aan de binnenzijde.
- Fixeer de tafelverbredingen (7) en de onderstelpoten (15) met de eerder verwijderde inbusbouten (B) en de borgtandmoeren (A) vast.
- Bevestig de vier dwarsarmen (8) op de tafelverbredingen (7) met telkens een inbusbout (B) en een borgtandmoer (A).
- Haal aansluitend alle inbusbouten (B) met de meegeleverde steek-/ringsleutel SW10 (D) en de ringsleutel SW10 (E) aan.
- Draai het product voorzichtig om en leg deze op de grond.
9.4 Geleiding parallelaanslag (incl. schaalverdeling) links/rechts (9 + 20) monteren (afb. 6)
- Steek de beide geleidingen parallelaanslag (9 + 20) in elkaar.
- Steek zes slotbouten (C) vanaf de buitenkant door de voorste gaten en bevestig deze losjes met een borgtandmoer (A).
-
Schuif nu de geleiding parallelaanslag (incl. schaalverdeling) (9 + 20) over de koppen van de slotbouten (C) tot deze in het midden van de zaagtafel (4) staat.
-
Draai de borgtandmoeren (A) aansluitend met de ringsleutel SW10 (D) vast.
Aanwijzing:
Vervolgens worden de beide samengevoegde geleidingen parallelaanslag (9 + 20) geleideblad genoemd.
9.5 Klemrails (22 + 23) monteren (afb. 6)
- Steek de beide klemrails (22 + 23) in elkaar.
- Steek zes slotbouten (C) vanaf de buitenkant door de achterste gaten en bevestig deze losjes met een borgtandmoer (A).
- Schuif nu de aangebrachte klemrails (22 + 23) over de koppen van de slotbouten (C) tot deze in het midden van de zaagtafel (4) staat.
- Draai de borgtandmoeren (A) aansluitend met de ringsleutel SW10 (D) vast.
9.6 Zaagbladbescherming
9.6.1 Tafelinzetstuk verwijderen (afb. 7, 8)
- Stel het zaagblad (3) in op max. zaagdiepte, breng deze in de 0°-positie en borgen het (zie 11.2 en 11.3).
- Draai de beide kruiskopschroeven (25a) los met behulp van een kruiskopschroevendraaier.
- Verwijder het tafelinzetstuk (25) van de zaagtafel (4).
9.6.2 Splijtwig plaatsen en instellen (afb. 8) Aanwijzing:
De splijtwig (2) moet voor de ingebruikname zijn ingesteld.
- Draai de bevestigingsschroef (2a) los. Gebruik hiervoor de steek-/ringsleutel SW10 (D).
- Duw de splijtwig (2) in de houder. AANWIJ-ZING: Deze stap is niet nodig als de splijtwig (2) al is aangebracht.
- Lijn de splijtwig (2) zodanig uit dat a) de afstand tussen het zaagblad (3) en de splijtwig (2) max. 3-8 mm (afb. 8) is en b) het zaagblad (3) evenwijdig aan de splijtwig (2) is. c) de uitsparingen in de splijtwig (2) in de tappen van de splitwighouder grijpen.
- Draai de bevestigingsschroef (2a) weer vast. Gebruik hiervoor de steek-/ringsleutel SW10 (D).
9.6.3 Tafelinzetstuk plaatsen (afb. 7)
- Plaats het tafelinzetstuk (25) in de uitsparing.
- Schroef de beide kruiskopschroeven (25a) vast met behulp van een kruiskopschroevendraaier.
9.6.4 Zaagbladbescherming (1) monteren (afb. 1, 8)
- Schuif het zaagblad (3) maximaal naar buiten, door het handwiel (12) met de klok mee tot aan de aanslag te draaien.
- Druk de borgbouten (1a) op de zaagbladbescherming (1).
- Breng de ingedrukte borgbouten (1a) in de groef van de splijtwig (2) en laat deze weer los.
- Zorg ervoor dat de zaagbladbescherming (1) vrij kan bewegen.
- De demontage gebeurt in omgekeerde volgorde.
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel door verkeerd gemonteerde zaagbladbescherming
- Voordat u begint met zagen, moet u ervoor zorgen dat de zaagbladbescherming (1) automatisch op het te zagen materiaal wordt neergelaten.
9.6.5 Zaagbladbescherming controleren (afb. 1, 8)
Controleer de zaagbladbescherming (1) na de montage op de correcte werking.
- Zet de zaagbladbescherming (1) omhoog en laat deze los.
- De zaagbladbescherming (1) moet zelfstandig terugkeren naar de uitgangspositie.
9.7 Parallelaanslag plaatsen (afb. 11, 13)
- Plaats de parallelaanslag (6) met een geopende klemming parallelaanslag (19) op de onder het 9.4 samengevoegde geleideblad geleiding parallelaanslag links/rechts (incl. schaalverdeling) (9 + 20) op de zaagtafel (4).
- Om de positie van de parallelaanslag (6) te veranderen, verschuift u de parallelaanslag (6) met geopende klemming parallelaanslag (19) langs het geleideblad.
- Om de parallelle aanslag (6) in de gewenste positie vast te zetten, drukt u de klemming parallelaanslag (19) helemaal in en stelt u de spanning zo nodig bij met de vleugelmoer (6e).
9.8 Afschuiningsaanslag monteren (afb. 1)
- Duw de afschuiningsaanslag (21) in de groef van de zaagtafel (4).
- Maak de vastzetgreep (21a) los door deze tegen de wijzers van de klok in te draaien.
- Draai de afschuiningsaanslag (21) tot de pijl naar de gewenste hoek wijst.
- Zet deze positie vast door de vastzetgreep (21a) met de wijzers van de klok mee te draaien.
9.9 Afzuiginstallatie aansluiten (afb. 10) ⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor oogletsel door ronddwarrelende spaanders
- Draag een veiligheidsbril.
-
Bedien het product alleen met een geschikte spanenafzuiginstallatie. Gebruik geen huis-houdstofzuiger.
-
Sluit een geschikte spanenafzuiginstallatie (niet meegeleverd) aan op de afzuigmof (24).
- Sluit de afzuigslang van een geschikte spanen-afzuiginstallatie (bijv. een multifunctionele stofzuiger) aan op de afzuigmof (24).
LET OP
Controleer en reinig regelmatig de afzuigkanalen.
10. Voor de ingebruikname
10.1 Algemene aanwijzingen
- Controleer of het product geheel gemonteerd is.
- Controleer of de veiligheidsafdekkingen aanwezig, geïnstalleerd en gebruiksklaar zijn.
- Controleer of de schakelaar conform de voorschriften functioneren.
- Controleer of het product stabiel is opgesteld.
- Controleer of de stickers op het product aanwezig en leesbaar zijn. Ontbrekende of beschadigde stickers moeten worden vervangen of verwisseld.
- Controleer of de netspanning en de bedrijfsspanning overeenkomen, zie Technische gegevens.
- Controleer of de toevoerleidingen, verlengstukken, kabelhaspel, etc. niet te lang zijn. Anders kan er een spanningsval of een vertraagde start van de motor optreden.
- Controleer of de omgevingstemperatuur in acht wordt genomen.
10.2 Productspecifieke opmerkingen
- De machine moet stabiel staan.
- Het zaagblad (3) moet vrij kunnen draaien.
- Let bij al bewerkt hout op vreemde voorwerpen, zoals bijv. spijkers of schroeven etc.
- Voordat u de aan/uit-schakelaar (13) bedient, controleert u of het zaagblad (3) correct is gemonteerd en dat de bewegende delen soepel bewegen.
- Sluit de machine alleen aan op een correct geïnstalleerd geaard stopcontact dat met minimaal 16 A is gezekerd.
11. Bediening
11.1 Schakelaar (afb. 1)
11.1.1 Aan/uit-schakelaar en STOP-schakelaar
- Om de zaag in te schakelen, drukt u op de "I"-toets van de aan/uit-schakelaar (13). Wacht met zagen tot het zaagblad (3) zijn maximale toerental heeft bereikt.
- Om de zaag uit te schakelen, drukt u de STOP-schakelaar (14) in of tilt u de afdekkap op en drukt u op de aan/uit-schakelaar (13) de toets "0" in.
Bij overbelasting van de motor schakelt deze vanzelf uit. Na een afkoeltijd (deze tijd is verschillend) kan de motor weer worden ingeschakeld.
- Laat het product afkoelen.
- Druk op de reset-knop (10).
- Schakel de machine weer in zoals beschreven onder 11.1.1.
11.2 Zaagdiepte instellen (afb. 1)
Door te draaien aan het handwiel (12) kan het zaagblad (3) op de gewenste zaagdiepte worden ingesteld.
• Met de klok mee: grotere snijdiepte
- Tegen de klok in: kleinere zaagdiepte
Controleer de instelling aan de hand van een test- snede.
Met de tafelcirkelzaag kunnen versteksneden naar links worden gemaakt van 0° tot 45° tot aan de parallelaanslag (6).
⚠ Controleer voor elke snede of er geen botsing mogelijk is tussen de parallelaanslag (6), afschui- ningsaanslag (21) en het zaagblad (3).
- Draai de klemming hoekafstelling (11) los.
- Stel de gewenste hoek op de schaalverdeling in door tegelijkertijd het handwiel (12) in te drukken en te draaien.
- Vergrendel de klemming hoekafstelling (11) in de gewenste hoekstand.
11.4 Gebruik van de parallelaanslag
11.4.1 Aanslaghoogte (afb. 15)
- De aanslagrail (5) van de parallelaanslag (6) heeft twee geleidingsvlakken met verschillende hoogte.
- Afhankelijk van de dikte van het te zagen materiaal, moet de aanslagrail (5) voor dik materiaal (meer dan 25 mm werkstukdikte) en voor dun materiaal (minder dan 25 mm werkstukdikte) worden gebruikt.
11.4.2 Aanslagrail instellen (afb. 11, 15)
- Om de aanslagrail (5) naar het onderste geleideoppervlak te verplaatsen, maakt u de twee vleugelmoeren (6b) los om de aanslagrail (5) van de parallelaanslag (6) los te maken.
- Trek de aanslagrail (5) langs de groef naar buiten.
- Draai de aanslagrail (5) en schuif groefblokjes langs de tweede sleuf in.
- De omzetting naar het hoge geleidingsvlak moet analoog worden uitgevoerd.
11.4.3 Zijde van de parallelaanslag wisselen (afb. 11, 15)
- Draai de vleugelmoeren (6b) volledig los.
- Verwijder de aanslagrail (5) en plaats de slotbouten (6d) op de tegenoverliggende zijde van de parallelaanslag (6) weer terug.
- Plaats de volgringen (6c) en de vleugelmoeren (6b) weer terug en haal deze aan.
11.4.4 Peilglas(6a) en schaalverdeling controle- ren (afb. 6, 11)
-
Er bevindt zich een schaalverdeling op het geleideblad aan de voorkant van de zaagtafel (4).
Om de parallelaanslag (6) op een specifieke afmeting in te stellen, gaat u als volgt te werk: -
Draai de klemming parallelaanslag (19) los.
- Verschuif de parallelaanslag (6) tot de gewenste afmeting op de schaalverdeling van het geleideblad in het kijkglas (6a) zichtbaar is.
- Druk de klemming parallelaanslag(19) volledig naar beneden om deze te fixeren.
- Voer een testsnede uit en meet het afgezaagde werkstuk.
- Als de maat niet met de schaalverdeling overeenkomt, gaat u als volgt te werk.
- Draai de klemming parallelaanslag (19) los.
- Draai de borgtandmoeren (A) achter het geleideblad op de zaagtafel (4) los.
- Houd de parallelaanslag (6) vast en verschuif het geleideblad, tot het kijkglas (6a) op de schaalverdeling de maat van het zojuist afgezaagde werkstuk weergeeft.
- Haal de borgtandmoeren (A) vervolgens weer vast.
11.4.5 Zaagbreedte instellen (afb. 11)
- Bij het in de lengte zagen van houten delen moet de parallelaanslag (6) worden gebruikt.
- De parallelaanslag (6) kan op beide zijden van de zaagtafel (4) worden gemonteerd.
- Er bevindt zich een schaalverdeling op het geleideblad aan de voorkant van de zaagtafel (4).
Om de parallelaanslag (6) op een specifieke afmeting in te stellen, gaat u als volgt te werk:
- Draai de klemming parallelaanslag (19) los.
- Verschuif de parallelaanslag (6) tot de gewenste afmeting op de schaalverdeling van het geleideblad in het kijkglas (6a) zichtbaar is.
- Druk de klemming parallelaanslag(19) volledig naar beneden om deze te fixeren.
11.5 Instellen van de afschuiningsaanslag (21) (afb. 1, 12)
Schuif de aanslagrail (21b) niet te ver in de richting van het zaagblad (3). De afstand tussen aanslagrail (21b) en zaagblad (3) moet ca. 2 cm bedragen.
11.5.1 Afschuiningsaanslag instellen (afb. 1, 12)
- Bevestig de aanslagrail (21b) op de afschui- ningsaanslag (21) door de vleugelmoer (21c) aan te draaien.
-
Schuif de afschuiningsaanslag (21) in een van de beide geleidingsgroeven van de zaagtafel (4).
-
Maak de vastzetgreep (21a) los en draai de af- schuiningsaanslag (21) tot de gewenste hoek is ingesteld.
-
Draai de vastzetgreep (21a) weer vast.
12. Zagen
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel door verkeerde installatie
- Controleer of het product correct is geinstalleerd.
- Controleer het zaagblad op beweegbaarheid en controleer de bewegende delen op soepel lopen.
LET OP
Na het inschakelen van de zaag moet u wachten tot het zaagblad (3) het maximum toerental heeft bereikt, voordat u de zaagsnede uitvoert.
12.1 Werkinstructies
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel!
Onjuist gebruik kan leiden tot ernstig letsel.
- Neem de veiligheidsvoorschriften en werkin- structies in acht en volg ze op.
- Ga bij het uitvoeren van langssneden niet voor de tafelcirkelzaag staan, maar plaats uzelf in een hoek ten opzichte van het zaagverloop.
- Gebruik altijd de parallelaanslag voor versteksne- den.
- Gebruik een schuifstok of duwhout om het werkstuk langs het zaagblad te geleiden. Vervang direct een beschadigde of versleten schuifstok.
- Beveilig lange werkstukken tegen omkantelen aan het einde van het snijproces. Gebruik hiervoor bijvoorbeeld een rolstaander.
- Wacht na het inschakelen van de tafelcirkelzaag tot het zaagblad zijn maximale snelheid heeft bereikt alvorens de zaagsnede te maken.
- Bedien de tafelcirkelzaag alleen met een afzuiginstallatie.
- Voer na elke nieuwe instelling een testsnede uit om de ingestelde afmetingen te controleren.
- Controleer en reinig regelmatig de afzuigkanalen.
12.2 Langssneden uitvoeren (afb. 16) Gevaar!
Zaag rechthoekige werkstukken altijd met de langste zijde langs de parallelaanslag. Nooit met de korte zijde! Gevaar voor terugslag!
Met een langssnede zaagt u een werkstuk in de lengterichting. Een kant van het werkstuk moet hierbij tegen de parallelaanslag (6) worden gedrukt, terwijl de platte zijde op de zaagtafel (4) rust
- Stel de parallelaanslag (6) overeenkomstig in op de hoogte van het werkstuk en de gewenste breedte (zie 11.4).
- Tijdens het zagen wordt de zaagbladbescherming (1) door het werkstuk omhoog geschoven.
- Schakel eerst de afzuiginstallatie in en daarna de tafelcirkelzaag.
- Plaats uw handen met gesloten vingers plat op het werkstuk en schuif deze op de parallelaanslag (6) langs het zaagblad (3).
- Geef het werkstuk een zijdelingse geleiding door het met de linkerhand slechts tot aan de voorste rand van de zaagbladbescherming (1) vast te houden.
- Schuif het werkstuk altijd tot het einde van de splijtwig (2) met de schuifstok (F) door.
12.2.1 Versteksneden uitvoeren (afb. 17)
Versteksneden worden altijd gemaakt met behulp van de parallelaanslag (6). De parallelaanslag (6) moet altijd rechts van het zaagblad (3) worden ge-monteerd. Anders kunnen werkstukken tijdens het zagen tussen de parallelaanslag (6) en het zaagblad (3) worden vastgeklemd en worden weggeslingerd.
- Stel het zaagblad (3) in op de gewenste hoek (zie 11.3).
- Stel de parallelaanslag (6) in op basis van de breedte en hoogte van het werkstuk (zie 11.4).
- Laat de zaagbladbescherming (1) op de zaagtafel (4) zakken.
- Voer de snede uit volgens de breedte van het werkstuk (zie 12.2).
12.3 Dwarssneden uitvoeren (afb. 18) ⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel door draaiende delen en scherperanden
- Houd het geleide werkstuk vast.
- Schuif het werkstuk met de afschuiningsaanslag naar voren tot het volledig is doorgezaagd.
- Stel de afschuiningsaanslag (21) naar wens in (zie 11.5.1). Als het zaagblad (3) ook gekanteld moet worden, schuift u de afschuiningsaanslag (21) in de rechter geleidingsgroef. Zo voorkomt u dat noch uw hand, noch de afschuiningsaanslag (21) in contact komt met de zaagbladbescherming (1).
- Laat de zaagbladbescherming (1) op de zaagta-fel (4) zakken. Tijdens het zagen wordt de zaag-bladbescherming (1) door het werkstuk omhoog geschoven.
- Druk het werkstuk stevig tegen de afschuinings-aanslag (21).
- Schakel de afzuiginstallatie en vervolgens de tafelcirkelzaag in.
- Om de snede uit te voeren, schuift u de afschui- ningsaanslag (21) en het werkstuk in de richting van het zaagblad (3).
12.4 Smalle werkstukken snijden (afb. 19)
Langssneden van werkstukken met een breedte van minder dan 120 mm moet worden uitgevoerd met behulp van een schuifstok (F).
Voor korte werkstukken moet de schuifstok (F) al direct aan het begin van de snede worden gebruikt.
- Stel de parallelaanslag (6) overeenkomstig in op de hoogte van het werkstuk en de gewenste breedte (zie 11.4).
- Plaats uw handen met gesloten vingers plat op het werkstuk en schuif deze op de parallelaanslag (6) langs het zaagblad (3).
- Schuif het werkstuk altijd tot het einde van de splijtwig (2) met de schuifstok (F) door.
12.5 Zagen van zeer smalle werkstukken (afb. 19)
Voor langssneden van zeer smalle werkstukken met een breedte van 50 mm en minder moet absoluut een duwhout worden gebruikt. Het duwhout is niet meegeleverd! (Verkrijgbaar bij uw lokale vakhandel) Vervang een versleten duwhout op tijd.
Werkstukken kunnen bij het zagen tussen de parallelaanslag (6) en het zaagblad (3) vastgeklemd raken, door het zaagblad (3) worden vastgegrepen of wor - den weggeslingerd. Daarom moet de voorkeur worden gegeven aan het lage geleideoppervlak van de parallelaanslag (6) (zie afb. 15). Zet indien nodig de aanslagrail (5) om (zie 11.4.2).
- Stel de parallelaanslag (6) overeenkomstig in op de hoogte van het werkstuk en de gewenste breedte (zie 11.4).
- Druk het werkstuk met het duwhout tegen de aanslagrail (5) en schuif het werkstuk met de schuifstok (F) tot het einde van de splijtwig (2) door.
12.6 Spaanplaten zagen
Om te voorkomen dat de snijranden bij het zagen van spaanplaat afbreken, gaat u als volgt te werk:
Het zaagblad (3) mag niet hoger dan 5 mm boven de dikte van het werkstuk worden ingesteld (zie ook 11.2).
12.7 Na het zagen
- Schakel eerst de tafelcirkelzaag en daarna de afzuiginstallatie uit. Het zaagblad draait nog enige tijd na.
- Koppel de tafelcirkelzaag los van het stroomnet, door de voedingsstekker uit het stopcontact te trekken.
- Verwijder het zaagafval van de zaagtafel pas als het zaagblad zich weer in rustpositie bevindt.
- Laat de tafelcirkelzaag volledig afkoelen.
12.8 Vastgelopen materiaal verwijderen ⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel aan vingers en handen door scherpe randen
- Draag veiligheidshandschoenen.
- Als het zaagblad in het werkstuk zich heeft vastgeklemd of als er andere blokkades optreden, gaat u als volgt te werk: Schakel de tafelcirkelzaag direct uit en trek de voedingsstekker uit het stopcontact.
- Gebruik veiligheidshandschoenen, grijp het zaagblad niet vast met blote handen.
13. Reiniging
GEVAAR
Gevaar voor elektrische schokken door het binnendringen van water in het inwendige gedeelte van het apparaat
- Spuit het product nooit af met water.
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel door onverwacht opstarten van de machine
- Neem de voedingsstekker uit het stopcontact.
13.1 Product en zaagbladbescherming reinigen
LET OP
Productschade door onvoldoende reiniging
- Reinig het product na elk gebruik.
LET OP
Productbeschadiging door agressieve oplos- of reinigingsmiddelen
- Verwijder grof vuil met een borstel.
-
Maak het product schoon met een vochtige, schone, pluisvrije doek en wat zachte zeep.
-
Verwijder stof en spaanders met een borstel na elke werkstap.
- Reinig de ventilatieopeningen zorgvuldig met een pluisvrije doek.
13.2 Product met perslucht reinigen LET OP
Productbeschadiging door het gebruik van een te hoge druk op het persluchtinstallatie
Door met een hoge druk op de persluchtinstallatie het product te reinigen, kunnen elektrische componenten beschadigd raken.
- Gebruik een persluchtinstallatie met een lage druk van max. 2 bar.
- Zorg voor een geschikte afstand tot het product.
- Verwijder zware verontreinigingen met een persluchtinstallatie (max. 2 bar).
13.3 Spanenafzuiginstallatie reinigen
Een spanenafzuiginstallatie is niet meegeleverd. Volg voor de correcte reiniging van de afzuiginstallatie altijd de gebruikshandleiding van de desbetreffende fabrikant.
14. Transport
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel door onverwacht opstarten van de machine
- Neem de voedingsstekker uit het stopcontact.
14.1 Algemene aanwijzingen
- Draag het product niet aan de tafelverbredingen (7), maar aan de zaagtafel (4).
- Verpak het product om transportschade t te voorkomen. Gebruik de originele verpakking.
- Bescherm het product tegen trillingen en schokken, met name wanneer u het in een voertuig vervoert.
- Let op voldoende borging van de lading, tijdens transport in een voertuig.
14.2 Productspecifieke opmerkingen
- Let bij het tillen van het product op het gewicht, zie technische gegevens.
- Schakel het elektrisch apparaat altijd uit voor transport en koppel het los van de voeding.
- Draag het elektrisch gereedschap in ieder geval met twee personen, grijp het niet vast bij de tafelverbredingen. Om te transporteren, tilt u het elektrische apparaat op aan de machinebehuizing.
- Bescherm het elektrische apparaat tegen schokken, stoten en sterke trillingen, bijvoorbeeld bij het transport in voertuigen.
- Beveilig het elektrisch apparaat tegen kantelen en wegglijden.
- Gebruik nooit de veiligheidsvoorzieningen om het apparaat te hanteren of te transporteren.
15. Onderhoud
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel door onverwacht opstarten van de machine
- Neem de voedingsstekker uit het stopcontact.
⚠ WAARSCHUWING
Waarschuwing voor onvoorzienbare gevaren en productschade
- Voer nooit ongeoorloofde wijzigingen of reparaties aan het product uit die niet zijn beschreven in de gebruikshandleiding.
- Laat de hier niet beschreven werkzaamheden uitvoeren door een gespecialiseerde werkplaats.
15.1 Algemene aanwijzingen
- Controleer het product op losse, versleten of beschadigde componenten.
- Controleer de stevige bevestiging van moeren, bouten en schroeven.
- Controleer afdekkingen en veiligheidsvoorzieningen op beschadigingen en juiste bevestiging.
- Controleer de elektrische aansluitingen. Reparaties aan de elektrische aansluitingen mogen alleen door een gespecialiseerde werkplaats worden uitgevoerd.
15.2 Product oliën
- Olie om de levensduur van het apparaat te ver- lengen eenmaal per maand de draaiende delen.
- De motor niet oliën.
15.3 Koolborstels controleren en onderhouden (afb. 20)
Controleer de koolborstels bij een nieuwe machine na de eerste 50 bedrijfsuren of wanneer nieuwe koolborstels worden gemonteerd. Controleer na de eerste controle om de 10 bedrijfsuren.
Wanneer de koolstof tot een lengte van 6 mm versleten is of de veer of shuntdraad verbrand of beschadigd is, moet u beide borstels vervangen. Wanneer de borstels na het demonteren als inzetbaar beschouwd worden, kunt u ze weer inbouwen.
- Draai de tafelcirkelzaag op de zijkant op een vlak oppervlak.
- Open de vergrendeling (zoals in afb. 20 weergegeven) linksom met een kruiskopschroevendraaier (niet meegeleverd).
- Verwijder vervolgens de koolborstels (27).
- Controleer de koolborstels (27) zoals hierboven beschreven.
- Plaats de koolborstels (27) in omgekeerde volgorde terug.
15.4 Zaagblad vervangen
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel! Bij ondeskundig gebruik van de tafelcirkelzaag bestaat er gevaar op ernstige verwondingen.
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel door onverwacht opstarten van de machine
- Neem de voedingsstekker uit het stopcontact.
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel aan vingers en handen door scherpe randen
- Draag veiligheidshandschoenen.
15.4.1 Zaagbladbescherming en tafelinzetstuk verwijderen (afb. 7, 8)
- Druk de borgbouten (1a) op de zaagbladbescherming (1).
- Houd de borgbouten (1a) ingedrukt en neem de zaagbladbescherming (1) uit de groef van de splijtwig.(2).
- Stel het zaagblad (3) in op max. zaagdiepte, breng deze in de 0°-positie en borgen het (zie 113).
- Draai de beide kruiskopschroeven (25a) los met behulp van een kruiskopschroevendraaier.
- Verwijder het tafelinzetstuk (25) van de zaagtafel (4).
15.4.2 Zaagblad verwijderen (afb. 7, 8, 9)
VOORWAARDE: Het zaagblad (3) moet op de maximale zaagdiepte worden ingesteld (zie 11.2).
- Steek de ringsleutel SW22 (E) op de buitenste zaagbladflens (3b) en bevestig zo de aandrijfas.
- Draai de flensbout (3c) met de steek-/ringsleutel SW13 (D) tegen de klok in, om de flensbout (3c) te openen.
- Houd het zaagblad (3) voorzichtig met één hand vast.
- Haal de flensbout (3c) en de buitenste zaagbladflens (3b) van de aandrijfas af.
- Haal nu het zaagblad (3) van de aandrijfas en trek dit voorzichtig naar boven uit de zaagtafel (4).
15.4.3 Zaagblad plaatsen (afb. 9)
-
Reinig zorgvuldig de buitenste zaagbladflens (3b) voordat u een nieuw zaagblad (3) monteert.
-
Reinig de binnenflens (3a) en plaats deze weer terug.
- Plaats een nieuw zaagblad (3) op de aandrijfas. Let op de draairichting: De versteksneden van de tanden moet in de looprichting (naar voren) wijzen. Normaal gesproken wordt de looprichting ook op het zaagblad (3) aangegeven.
- Plaats de buitenste zaagbladflens (3b) terug op de aandrijfas. Zorg ervoor dat de buitenste zaagbladflens (3b) correct is uitgelijnd.
- Schroef de flensbout (3c) met de hand op de aandrijfas.
- Draai voorzichtig het zaagblad (3) in de looprichting: Het moet nauwkeurig gecentreerd zijn en mag geen "ei" zijn. Controleer op juiste bevestiging van het zaagblad (3) en de buitenste zaagbladflens (3b). Lijn de onderdelen opnieuw uit als het zaagblad niet precies gecentreerd is.
⚠ WAARSCHUWING
Waarschuwing voor onvoorzienbare gevaren en productschade.
- Controleer de instelling van het zaagblad na elke zaagbladvervanging.
-
Houd de buitenste zaagbladflens (3b) met de ringsleutel SW22 (E) vast.
-
Draai de flensbout (3c) met de steek-/ringsleutel SW13 (D) met de klok mee vast.
-
Monteer het tafelinzetstuk (25) en zaagbladbescherming (1) (zie 9.6.3 en 9.6.4).
-
Controleer de juiste instelling van de splijtwig (2) (zie 9.6.2).
16. Reparatie & bestellen van reserveonderdelen
Na reparatie of onderhoud controleren of alle veiligheidstechnische delen zijn bevestigd en in optimale toestand zijn. Delen, waarbij er gevaar voor verwonding voor andere personen en kinderen bestaat, on-toegankelijk bewaren.
Let op: Conform de wetgeving voor productgaranties wordt er geen garantie geboden voor schade die ontstaan is door incorrecte reparaties of door het niet gebruiken van originele reserveonderdelen. Draag hiertoe een klantenservice of een geautoriseerde specialist op. Overeenkomstig geldt dit ook voor accessoires.
Aansluitingen en reparaties
Aansluitingen en reparaties aan de elektrische apparatuur mogen uitsluitend door een elektromonteur worden uitgevoerd.
Geef bij vragen de volgende gegevens door:
- Stroomtype van de motor
- Gegevens van het typeplaatje van de machine
- Gegevens van het typeplaatje van de motor
16.1 Bestelling van reserveonderdelen
Bij de bestelling van reserveonderdelen moeten de volgende gegevens worden vermeld:
- Modelaanduiding
- Artikelnummer
- Gegevens op het typeplaatje
Reserveonderdelen/accessoires
Zaagblad - artikelnr. 7901301604
Tafelinzetstuk - artikelnr. 5901313036
Schuifstok - artikelnr. 5901313021
Koolborstels - artikelnr. 5901308021
16.2 Service-informatie
Let op dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan gebruiksmatige of natuurlijke slijtage, resp. de volgende delen als verbruiksmateriaal wordt gebruikt.
Slijtageonderdelen*: Koolborstels, tafelinzetstuk, schuifstok, zaagblad
* niet persé meegeleverd!
17. Opslag
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel door onverwacht opstarten van de machine
- Neem de voedingsstekker uit het stopcontact.
LET OP
Productbeschadiging door verkeerde opslag
- Bewaar het product beschermd tegen vuil, stof en vocht.
-
Bewaar het product in de originele verpakking.
-
Bewaar het product op een donkere, droge en vorstvrije locatie buiten het bereik van onbevoegden.
-
De optimale opslagtemperatuur ligt tussen 5 °C en 30 °C.
- Bewaar de gebruikshandleiding bij het product.
- Schuif het zaagblad (3) maximaal omlaag, door het handwiel (12) met de klok mee tot aan de aan - slag te draaien (zie afb. 1).
- Reservezaagbladen en de meegeleverde ringsleutels (E + D) kunnen worden opgeborgen in de daarvoor bestemde opbergruimte voor zaagbladen + ringsleutels (26) (zie afb. 6).
- De afschuiningsaanslag (21) kan in de betreffende houder (opslag afschuiningsaanslag) (28) worden bewaard (zie afb. 10).
18. Elektrische aansluiting
De geïnstalleerde elektromotor is bedrijfsklaar aangesloten. De aansluiting voldoet aan de relevante VDE- en DIN-voorschriften. De netaansluiting ter plaatse en de gebruikte verlengsnoeren moeten eveneens aan deze voorschriften voldoen.
- Het product voldoet aan de eisen van EN 61000-3-11 en valt onder de speciale aansluitvoorwaarden. Dit betekent dat gebruik op een willekeurig vrij te kiezen aansluitpunt niet toegestaan is.
- Het product kan tijdelijke spanningsschommelingen veroorzaken bij ongunstige condities van het elektriciteitsnet.
- Het product is uitsluitend voorzien voor het gebruik op aansluitpunten, die a) een maximaal toegestane netimpedantie "Z" niet overschrijden, (Zmax. = 0,292 Ω) mag niet worden overschreden, of b) een duurstroombelastbaarheid van het netwerk van ten minste 100 A per fase hebben.
- Als gebruiker moet u, zo nodig in overleg met uw energiebedrijf, ervoor zorgen dat het aansluitpunt dat u voor het product wilt gebruiken aan een van beide genoemde eisen a) of b) voldoet.
18.1 Defect elektrisch netsnoer
Bij elektrische aansluitkabels treedt vaak schade aan de isolatie op.
Mogelijke oorzaken zijn:
- Drukpunten, als aansluitkabels door venster- of deuropeningen worden geleid
- Knikken door een onvakkundige bevestiging of geleiding van het netsnoer
- Snijplekken omdat over het netsnoer is gereden
- Beschadigde isolatie omdat de stekker uit de wandcontactdoos is getrokken
- Scheuren door veroudering van de isolatie
Dergelijke defecte elektrische aansluitkabels mogen niet worden gebruikt en zijn levensgevaarlijk als de isolatie is beschadigd.
Controleer de elektrische aansluitkabels regelmatig op schade. Let erop dat bij het controleren het netsnoer niet op het stroomnet is aangesloten. Elektrische aansluitkabels moeten aan de relevante VDE-en DIN-voorschriften voldoen. Gebruik uitsluitend snoeren met dezelfde aanduiding.
Op de aansluitkabel moet de type-aanduiding vermeld staan.
Aansluitingen en reparaties aan de elektrische apparatuur mogen uitsluitend door een elektromonteur worden uitgevoerd.
18.2 Wisselstroommotor
- De netspanning moet 220–240 V\~ zijn.
- Verlengsnoeren moeten tot een lengte van 25 m een doorsnede hebben van 1,5 mm ^2 .
- Verlengsnoeren met een lengte van meer dan 25 m moeten een doorsnede van 2,5 mm ^2 hebben.
Aansluittype Y
Als het netsnoer moet worden vervangen, dan moet dit door de fabrikant of zijn vertegenwoordiger wor - den gedaan om veiligheidsrisico's te voorkomen.
19. Afvalverwerking en hergebruik
Aanwijzingen op de verpakking



De verpakkingsmaterialen zijn recyclebaar. Verpakkingen milieuvriendelijk afvoeren.
Aanwijzingen betreffende de wetgeving Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA)

Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur behoort niet bij het huishou-delijke afval, maar moeten worden ingezameld resp. gescheiden worden afgevoerd!
- Oude batterijen of accu's die niet vast in het afge-dankte apparatuur zijn geïntegreerd, moeten vóór het afvoeren op niet-destructieve wijze worden verwijderd! Het afvoeren hiervan is geregeld in de wetgeving inzake batterijen.
- Eigenaars resp. gebruikers van elektrische en elektronische apparaten zijn wettelijk verplicht om na gebruik de batterijen en accu's in te leveren.
- De eindgebruiker is verantwoordelijk voor het wissen van persoonsgerelateerde gegevens op het af te voeren afgedankte apparaat!
- Het symbool van de doorgekruiste vuilnisbak betekent dat afgedankte elektrische en elektro-nische apparatuur niet bij het huishoudelijk afval mag worden gegooid.
-
Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur kunnen bij de volgende punten kosteloos worden ingeleverd:
-
Openbare afvalverwijderings- of inzamelpun- ten (bijv. gemeentewerven)
- LIDL biedt u direct in de winkels en op de markten retourmogelijkheden aan. Terugzending en verwijdering zijn voor u gratis.
- Tot drie afgedankte elektronische apparaten per apparaattype, met een randlengte van niet meer dan 25 centimeter, kunnen gratis naar de fabrikant worden teruggebracht zonder eerst een nieuw apparaat van de fabrikant te hoeven kopen, of naar een ander erkend verzamelpunt in je omgeving worden gebracht.
- Voor verdere aanvullende terugnamevoorwaarden van de fabrikanten en distributeurs verzoeken wij u contact op te nemen met de betreffende klantenservice.
- Bij levering van een nieuw elektrisch apparaat door de fabrikant aan een particulier huishouden, kan de fabrikant op verzoek van de eindgebruiker zorgen voor het kosteloos afhalen van het afgedankte elektrische apparaat. Neem hiertoe contact op met de klantenservice van de fabrikant.
- Deze uitspraken zijn alleen geldig voor apparaten die in de landen van de Europese Unie worden geinstalleerd en verkocht en die onder de Europese Richtlijn 2012/19/EU vallen. In landen buiten de Europese Unie kunnen andere voorschriften gelden voor het afvoeren van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur.
20. Verhelpen van storingen
| Storing Mogelijke oorzaak Oplossing | ||
| Zaagblad laat los na het uit-schakelen van de motor | Bevestigingsmoer te licht aangedraaid | Bevestigingsmoer rechts schroefdraad vastdraaien |
| Motor start niet Uitval netzekering Netzekering controleren | ||
| Verlengsnoer defect Verlengsnoer vervangen | ||
| Aansluitingen op de motor of schakelaar niet OK | Door elektricien laten controleren | |
| Motor of schakelaar defect Door elektricien laten controleren | ||
| Motor heeft geen vermogen, de zekering wordt geactiveerd | Onvoldoende doorsnede van het verlengsnoer | Zie "Elektrische aansluiting |
| Overbelasting door stomp zaagblad | Zaagblad vervangen | |
| Brandplekken op de zaagsnede | Stomp zaagblad Zaagblad slijpen | (alleen door een geautoriseerde slijper) of vervangen |
| Onjuist zaagblad Zaagblad vervangen | ||
| Motor verkeerde Draairichting | Condensator defect Door elektricien laten controleren | |
| Onjuiste aansluiting Laat een elektricien de polariteit van de wandcontact-doos veranderen | ||
21. Garantiebewijs
Geachte klant,
onze producten zijn aan een strenge kwaliteitscontrole onderhevig. Mocht dit apparaat echter ooit niet naar behoren functioneren, spijt het ons ten zeerste en vragen u zich tot onze servicedienst onder het adres vermeld op dit garantiebewijs te wenden. Wij staan ook graag telefonisch tot uw dienst via het hieronder vermelde servicetelefoonnummer. Voor vorderingen in verband met garantie geldt het volgende:
- Deze garantievoorwaarden regelen bijkomende garantieprestaties. Uw wettelijke garantieclaims blijven onaangetast door deze garantie. Onze garantieprestatie is voor uw gratis.
- De garantieprestatie heeft uitsluitend betrekking op gebreken die te wijten zijn aan materiaal- of fabricagefouten en is beperkt tot het verhelpen van deze gebreken of het vervangen van het apparaat. Wij wijzen erop dat onze apparaten overeenkomstig hun bestemming niet geconstrueerd zijn voor commercieel, ambachtelijk of industrieel gebruik. Een garantieovereenkomst komt daarom niet tot stand als het apparaat in ambachtelijke of industriële bedrijven alsmede bij gelijk te stellen activiteiten wordt gebruikt. Uitgesloten van onze garantie zijn verder schadeloosstellingen voor transportschade, schade door nietnaleving van de montage-instructies of op grond van ondeskundige installatie, niet-naleving van de handleiding (zoals door b.v. aansluiting op een verkeerde netspanning of stroomsoort), oneigenlijke of onoordeel-kundige toepassingen (zoals b.v. overbelasting van het apparaat of gebruik van niet toegestane inzetgereedschappen of toebehoren), niet-naleving van de onderhouds- en veiligheidsbepalingen, binnendringen van vreemde voorwerpen in het apparaat (zoals b.v. zand, stenen of stof), gebruikmaking van geweld of invloeden van buitenaf (zoals b.v. schade door neervallen) alsmede door normale slijtage die zich bij het doelmatig gebruik van het apparaat voordoet.
Er kan geen aanspraak op garantie worden gemaakt als op het apparaat reeds ingrepen werden uitgevoerd.
- De garantieperiode bedraagt 3 jaar en gaat in op de datum van aankoop van het apparaat. Garantieclaims dienen voor het verloop van de garantieperiode binnen de twee weken na het vaststellen van het defect geldend te worden gemaakt. Het geldend maken van garantieclaims na verloop van de garantieperiode is uitgesloten. De herstelling of vervanging van het apparaat leidt noch tot een verlenging van de garantieperiode noch wordt door deze prestatie een nieuwe garantieperiode voor het apparaat of voor eventueel ingebouwde wisselstukken op gang gebracht. Dit geldt ook bij het ter plaatse uitvoeren van een serviceactiviteit.
- Om een garantieclaim geldend te maken neem contact op met het hieronder vermelde serviceadres. Als de klacht binnen de garantieperiode valt, ontvangt u van ons een retourbon waarmee u uw defecte apparaat gratis naar ons kunt retourneren. Wij verzoeken u de reden van de klacht zo nauwkeurig mogelijk te beschrijven. Valt het defect van het apparaat binnen onze garantieprestatie bezorgen wij u per omgaande een hersteld of nieuw apparaat terug.
Uiteraard staan wij ook tot u dienst om mits betaling van de kosten defecten van het apparaat te verhelpen die buiten de garantieomvang vallen. Te dien einde stuurt u het apparaat aan ons serviceadres op.
21.1 Afhandeling van een garantieclaim
Volg de onderstaande instructies om ervoor te zorgen dat uw claim snel wordt afgehandeld:
- Houd voor alle aanvragen de kassabon en het artikelnummer (bijv. IAN 480679_2410) bij de hand als bewijs van aankoop.
- Het artikelnummer vindt u op het typeplaatje op het product, een gravure op het product, de titelpagina van uw handleiding (linksonder) of op de sticker op de achterkant of onderkant van het product.
- Neem bij functiestoringen of andere defecten eerst telefonisch of per e-mail contact op met de hieronder genoemde serviceafdeling.
- U kunt dan een als defect geregistreerd product, met bijvoeging van het aankoopbewijs (kassabon) en met vermelding van wat het defect is en wanneer het defect is opgetreden, gratis opsturen naar het aan u opgegeven serviceadres.
- U kunt deze en vele andere handleidingen bekijken en downloaden op parkside-diy.com. Met deze QR-code komt u direct op parkside-diy.com. Selecteer uw land en gebruik het zoekvenster om de gebruikshandleiding te zoeken. Als u het artikelnummer (IAN) 480679_2410 invoert, gaat u naar de gebruikshandleiding voor uw artikel.
Vestiging: Duitsland
Servicekontakt (BE):
Naam:TeleMarComEuropean
Services GmbH
Am Ziegelweiher 24
DE - 61130 Nidderau
Telefoon: 00800 4003 4003
E-mail: service.BE@scheppach.com
Vestiging: Duitsland










