PBKS 46 A1 - Zaag PARKSIDE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PBKS 46 A1 PARKSIDE in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over PBKS 46 A1 PARKSIDE
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PBKS 46 A1 - PARKSIDE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PBKS 46 A1 van het merk PARKSIDE.
GEBRUIKSAANWIJZING PBKS 46 A1 PARKSIDE
Bedienings- en veiligheidsinstructies.
Vertaling van de originele handleiding.
Voor gebruik zorgvuldig lezen en veilig opbergen voor toekomstig gebruik.
IT MT CH
MOTOSEGA A BENZINA
Vouw voor het lezen de pagina met de afbeeldingen uit en maak u vervolgens vertrouwd met alle functies van het product.
ES
- Verklaring van de symbolen op het apparaat....59
- Inleiding....62
- Apparaatbeschrijving (afb. 1 - 18)....62
- Inhoud van de levering (afb. 2)....62
- Beoogd gebruik....62
- Veiligheidsvoorschriften 63
- Technische gegevens....66
- Uitpakken 67
- Voor de ingebruikname 67
- Ingebruikname....68
- Algemene werkinstructies voor kapwerkzaamheden....70
- Onder spanning staand hout bewerken....71
- Transport 71
- Reiniging en onderhoud ....71
- Opslag....74
- Afvalverwerking en hergebruik....74
- Verhelpen van storingen....75
- Garantiebewijs....76
- Explositietekening 207
-
Conformiteitsverklaring....208
-
Verklaring van de symbolen op het apparaat
![]() | Lees de volledige gebruikshandleiding voor het eerste gebruik goed door en bewaar de handleiding, om deze later te kunnen raadplegen. | ![]() | Benzine: RON 95 / RON 98 |
![]() | Waarschuwing! Bij werkzaamheden met de kettingzaag moeten er speciale veiligheidsmaatregelen worden genomen. Lees alle waarschuwingen en neem deze in acht! | ![]() | 2-takt-motorolie: ISO - L - EGD / JASO FD |
![]() | Draag nauw aansluitende beschermende kleding met zaagbeschermingslaag. | ![]() | Een open vlam of roken in de na-bijheid van het apparaat is streng verboden! |
![]() | Draag een veiligheidshelm met gelaatbescherming, resp. een veiligheidsbril en gehoorbescherming. | ![]() | Gegarandeerd geluidsvermogens-niveau van het apparaat. |
![]() | Draag veiligheidshandschoenen. | ![]() | Waarschuwing voor hete oppervlakken. |
![]() | Draag antislip veiligheidsschoenen! | PULL | Starthendel (choke) “koude start” |
![]() | WAARSCHUWING! Gevaar voor terugslag. Pas op voor de terug-slag van de kettingzaag en voorkom contact met het uiteinde van het zaagblad. | ![]() | Het apparaat mag niet bij regen of in vochtige omgevingen worden gebruikt. |
![]() | Bedien de kettingzaag altijd met beide handen tegelijk.Werk niet met maar één hand aan de kettingzaag. | ![]() | Looprichting van de zaagketting. |
![]() | Druk 6x op brandstofpomp “Primer”. | ![]() | Kettingrem (geopend / gesloten) |
![]() | Brandstoftank;Mengverhouding: 40 delen ben-zine op 1 deel olie | ![]() | Lengte geleideblad |
![]() | Instelling kettingsmering Groefbreedte | ![]() | |
![]() | Snijlengte Aantal aandrijfschakels. | ![]() | |
![]() | Kettingsteek Kettingrem activeren. | ![]() | |
![]() | Kettingrem losmaken. | ![]() | Het product voldoet aan de geldende EU-bepalingen. |
Beknopte verklaring
| Kaltstart Warmstart | |||
![]() | Verwijder het deksel (30) van het geleideblad (16). Druk de voorste handbescherming (1) naar voren tot deze vastklikt. | ![]() | Verwijder het deksel (30) van het geleideblad (16). Druk de voorste handbescherming (1) naar voren tot deze vastklikt. |
![]() | Zet de aan/uithendel (6) in de stand “I”. | ![]() | Zet de aan/uithendel (6) in de stand “I”. |
![]() | Druk 6x op de brandstofpomp “Primer” (7). | ![]() | Druk 6x op de brandstofpomp “Primer” (7). |
![]() | Trek de koudstarthendel (choke) (8) aan. | ![]() | Houd de kettingzaag bij de voor- ste handgreep (2) vast en trek het starterkoord (4) er langzaam tot aan de eerste weerstand uit, tot de motor kort start. |
![]() | Houd de kettingzaag bij de voor- ste handgreep (2) vast en trek het starterkoord (4) er langzaam tot aan de eerste weerstand uit, tot de motor kort start. | ![]() | Trek de voorste handbescherming (1) naar achteren. |
![]() | Zodra de motor is uitgegaan, drukt u de gashendelblokkering (9) en de gashendel (10) gelijktijdig in. | ||
![]() | Trek nu opnieuw snel aan het star- terkoord (4) tot de motor start. | ||
![]() | Trek de voorste handbescherming (1) naar achteren. | ||
Verklaring van de signaalwoorden in de gebruikshandleiding
| GEVAAR | Signaalwoord voor aanduiding van een direct aanwezige, gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, de dood of ernstige verwondingen tot gevolgd heeft. |
| WAARSCHUWING | Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt verme-den, tot de dood of ernstige verwondingen kan leiden. |
| VOORZICHTIG | Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt verme-den, tot geringe of matige verwondingen kan leiden. |
| LET OP | Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt verme-den, materiële schade aan producten of eigendommen tot gevolg kan hebben. |
| AANWIJZING | Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt verme-den, materiële schade aan producten of eigendommen tot gevolg kan hebben. |

ACHTUNG!
Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe apparaat.
Aanwijzing:
De fabrikant van dit apparaat is volgens de van kracht zijnde wet inzake productaansprakelijkheid niet aansprakelijk voor schade die aan dit apparaat of door dit apparaat ontstaan bij:
- ondeskundige behandeling,
- Het niet in acht nemen van de gebruiksaanwijzing,
- reparaties door derden, niet geautoriseerde vakmensen,
- inbouw en vervanging van niet-originele reserveonderdelen,
- Dat niet conform de voorschriften is.
Let op:
De gebruikshandleiding maakt deel uit van dit product.
Deze bevat belangrijke aanwijzingen, hoe u met het product veilig, vakkundig en economisch werkt, hoe u gevaren vermijdt, reparatiekosten uitspaart, uitvaltijden vermindert en de betrouwbaarheid en levensduur van het product verhoogt. Aanvullend op de veiligheidsbepalingen van deze gebruikshandleiding moet u absoluut de voor de werking van het product geldende voorschriften van uw land in acht nemen.
Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met alle bedienings- en veiligheidsinstructies. Gebruik het product uitsluitend als beschreven en voor de aangegeven toepassingen. Bewaar de gebruikshandleiding daarom goed, en verstrek alle documentatie als het product wordt doorgegeven aan derden.
3. Apparaatbeschrijving (afb. 1 - 18)
- Voorste handbescherming
- Voorste handgreep
- Luchtfilterdeksel
3a. Schroef voor luchtfilter
3b. Luchtfilter - Starterkoord
- Clipsluiting voor luchtfilterdeksel
- Aan-/uithendel
- Brandstofpomp "Primer"
- Koudstarthendel (choke)
- Gashendelblokkering
- Gashendel
- Achterste handgreep
- Achterste handbescherming
- Dop brandstoftank
13a Strip - Dop kettingolietank
14a Strip - Klauwaanslag (voorgemonteerd)
- Geleideblad
- Zaagketting
- Slijpmachinesteun
-
Olieregelschroef
-
Bevestigingsmoeren
- Kettingspanschroef
- Kettingwielafdekking
- Kettingspanstift
- Kettingvanger
- Boorgat voor de kettingspanstift
- Kettingwiel
- Bio-kettingzaagolie
- Mengvat
- Bougiesleutel / sleufschroevendraaier
- Deksel van het geleideblad
- Bougiestekker
- Valmarkering
4. Inhoud van de levering (afb. 2)
Pos. Aantal Aanduiding
| 1x kettingzaag | |
| 16 1x Geleideblad | |
| 17 1x Zaagketting | |
| 22 1x Kettingwielafdekking | |
| 27 1x Bio-kettingzaagolie | |
| 28 1x Mengvat | |
| 29 1x Bougiesleutel / sleufschroevendraaier | |
| 30 1x Deksel voor het geleideblad(kettingbeschermer) | |
| 1x Gebruiksaanwijzing |
5. Beoogd gebruik
De kettingzaag mag uitsluitend worden gebruikt om hout in de buitenlucht mee te zagen. Voor andere doeleinden mag de kettingzaag niet worden gebruikt.
Gebruik de kettingzaag niet voor werkzaamheden waarvoor deze niet geschikt is. Voorbeeld: Gebruik de kettingzaag niet voor het zagen van metaal, kunststof, metselwerk of bouwmaterialen die niet van hout zijn.
Voer geen wijzigingen uit aan de kettingzaag. De veiligheid loopt hierdoor eventueel gevaar. De gebruiker/bediener en niet de fabrikant is aansprakelijk voor ontstane schade of elke vorm van letsel.
Let erop dat het apparaat volgens de voorschriften niet voor bedrijfsmatige toepassingen is ontworpen.
Beginnende gebruikers moeten zich de eigenschappen en het gebruik van het apparaat laten uitleggen. Bezoek voor uw eigen veiligheid een door de overheid georganiseerde motorzaagcursus.
De kettingzaag mag uitsluitend door personen worden gebruikt die de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt. Een uitzondering hierop vormt het gebruik door jongeren, mits dit gebruik plaatsvindt in het kader van een beroepsopleiding met betrekking tot het verkrijgen van vaardigheden onder toezicht van de opleider. Personen die niet bekend zijn met de gebruikshandleiding, en personen die onder invloed van alcohol, drugs of medicijnen, of moe of ziek zijn.
Nationale regelgeving kan het gebruik van het apparaat beperken!
Let erop dat onze apparaten volgens het beoogd gebruik niet voor bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële toepassingen zijn ontworpen. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid wanneer het apparaat in bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële ondernemingen of bij soortgelijke werkzaamheden wordt ingezet.
6. Veiligheidsvoorschriften
BELANGRIJK!
VOOR GEBRUIK ZORGVULDIG DOORLEZEN EN GOED BE- WAREN VOOR LATER GEBRUIK.
De gebruikshandleiding bevat belangrijke informatie over hoe u veilig en vakkundig met de kettingzaag kunt werken en hoe u gevaren kunt voorkomen.
GEVAAR
Voor een direct dreigend gevaar dat tot ernstig of dodelijk letsel kan leiden.
⚠ WAARSCHUWING
Voor een mogelijk gevaarlijke situatie die tot ernstig of dodelijk letsel kan leiden.
⚠️ VOORZICHTIG
Geeft een mogelijk gevaarlijke situatie aan die tot licht letsel kan leiden.
LET OP
Geeft een mogelijk gevaarlijke situatie aan die tot materiële schade kan leiden.
6.1 Algemene veiligheidsvoorschriften
⚠ WAARSCHUWING
Wees altijd voorzichtig, let op waar u mee bezig bent en ga met gezond verstand te werk bij werkzaamheden met het apparaat. Gebruik het apparaat niet als u ziek of moe bent of onder invloed bent van drugs, alcohol of medicamenten. Een moment van onachtzaamheid bij het gebruik van het apparaat kan leiden tot ernstig letsel.
Voorkom verkeerd gebruik en pas de machine uitsluitend toe voor werk genoemd onder "Beoogd gebruik".
- Lees voor de ingebruikname de gebruikshandleiding van uw apparaat en neem hierbij met name de veiligheidsvoorschriften in acht.
- De op het apparaat aangebrachte waarschuwings- en instructiebordjes geven belangrijke aanwijzingen voor een veilig gebruik.
- Naast de aanwijzingen in de gebruikshandleiding moeten de algemene veiligheids- en ongevallenpreventievoorschriften van de wetgever in acht worden genomen.
-
Verpakkingsfolies uit de buurt van kinderen houden. Er bestaat verstikkingsgevaar!
-
Bij onvakkundig gebruik kunnen onvoldoende geïnformeerde gebruikers zichzelf en anderen in gevaar brengen. De gebruiker is verantwoordelijk voor derden.
- Let bijzonder goed op bij de omgang met het apparaat. Ga verstandig te werk en let precies op, wat u doet.
- Werk niet langer dan 10 minuten achter elkaar. Wij adviseren, om tussen de bewerkingen steeds een pauze van 10 tot 20 minuten te nemen.
- Leen het apparaat alleen uit aan gebruikers die ervaring hebben met het apparaat. Overhandig daarbij de gebruikshandleiding.
- Bepaald zaagwerk vraagt om een speciale training en vaardigheden. Raadpleeg een specialist als u twijfelt of vragen heeft.
- Beginnende gebruikers moeten zich de eigenschappen en het gebruik van het apparaat laten uitleggen. Bezoek voor uw eigen veiligheid een door de overheid georganiseerde motor - zaagcursus.
- Wanneer het apparaat niet wordt gebruikt, moet het zo worden bewaard dat niemand in gevaar wordt gebracht. Zorg dat onbevoegden er niet bij kunnen.
- De gebruiker is verantwoordelijk voor alle ongevallen en gevaren waarbij andere personen of hun eigendommen betrokken zijn.
- Kinderen, jongeren en personen met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke vermogens mogen de kettingzaag niet gebruiken. Er kan een uitzondering worden gemaakt voor jongeren vanaf 16 jaar in het kader van een opleiding en onder toezicht van een beroepsbeoefenaar.
- De elektrische ontsteking van het apparaat genereert een laag elektromagnetisch veld. Als u een pacemaker of een soortgelijk implantaat draagt, raadpleeg dan uw arts voordat u het apparaat gebruikt om gezondheidsrisico's te voorkomen.
- Let op: onjuist onderhoud, het gebruik van niet-conforme reserveonderdelen of het verwijderen of wijzigen van veiligheidsvoorzieningen kan materiële schade aan het apparaat en lichamelijk letsel van de persoon die ermee werkt tot gevolg hebben.
6.2 Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)
GEVAAR
Draag altijd persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)!
- Draag een veiligheidshelm met gelaatbescherming, resp. een veiligheidsbril en gehoorbescherming.
- Draag nauw aansluitende beschermende kleding met zaagbeschermingslaag.
- Voorkom het dragen van wijde kleding, deze kan verstrikt raken.
- Draag geen sjaal, halsdoek of das en ook geen sieraden!
- Draag antislip veiligheidsschoenen.
- Draag veiligheidshandschoenen.
- Maak bij lang haar gebruik van een haarnetje!
-
Draag bij alle soorten werkzaamheden in het bos een veiligheidshelm. Deze geeft bescherming tegen vallende takken. Controleer de veiligheidshelm regelmatig op beschadigingen. Deze uiterlijk na 5 jaar te worden vervangen. Gebruik uitsluitend goedgekeurde veiligheidshelmen.
-
De gelaatbescherming en/of de veiligheidsbril biedt bescherming tegen zaagsel en houtsplinters. Om oogletsel te voorkomen, dient bij het werken met het apparaat altijd een gelaatbescherming of veiligheidsbril te worden gedragen.
- Draag altijd gehoorbescherming. Het door het apparaat voortgebrachte geluid kan gehoorschade veroorzaken.
- Draag stevige veiligheidshandschoenen van robuust materiaal, zoals leer.
- Draag een stofmasker bij het zagen van droog hout. Er kan zaagstof vrijkomen.
6.3 Veiligheid van de omgeving
- Nationale en/of plaatselijke voorschriften kunnen een tijdslimiet stellen aan het gebruik van luidruchtige, door een motor aangedreven apparatuur. Vraag uw lokale overheid hiernaar.
- Het apparaat mag niet in binnenruimten of andere slecht geventileerde ruimten worden gebruikt. Er bestaat gevaar voor verstikking door de giftige uitlaatgassen/smeeroliedampen.
- In geval van misselijkheid, hoofdpijn, visuele stoornissen of duizeligheid moet het werk onmiddellijk worden gestopt. Deze symptomen kunnen onder andere door hoge uitlaat-gasconcentraties worden veroorzaakt.
Tijdens het zagen kan ook stof, bijv. houtstof, dampen en rook ontstaan. Hierbij moet voor een betere ventilatie worden gezorgd en er moet een stofmasker worden gedragen.
- Voer werkzaamheden alleen uit bij daglicht.
- Werk ook niet bij ongunstige weersomstandigheden, zoals bijv. regen of wind. Dat geeft een verhoogd risico op ongelukken.
- Houd uw werkomgeving schoon en opgeruimd.
- Houd niet-betrokken personen (vooral kinderen en dieren) ten minste 15 meter uit de buurt van het werkgebied wanneer u de kettingzaag gebruikt. Bij afleiding kunt u de controle over het apparaat verliezen.
- Controleer vóór het begin van de werkzaamheden of zich geen personen, dieren of voorwerpen in de gevarenzone bevinden.
- Werk niet in de buurt van draadafrasteringen of in gebieden met losse oude draad.
- Houd een brandblusser gereed wanneer u werkt in een licht ontvlambare omgeving, zoals droog gras, enz. Er bestaat brandgevaar!
6.4 Brandstof bijvullen
- Benzine is zeer licht ontvlambaar. Houd bij het tanken afstand van open vuur en rook niet tegelijk. Er bestaat brandgevaar!
- Let erop dat u geen benzine morst. Benzine of kettingzaagolie mag niet in de grond terecht komen. Zorg voor een geschikte onderlegger.
- Tank uitsluitend op een voldoende geventileerde plaats. Ben-zinedampen kunnen gemakkelijk ontvlammen of exploderen.
- Schakel de motor uit voordat u gaat tanken en laat het apparaat afkoelen. Als er benzine is gemorst, dient u de betreffende plekken direct te reinigen. Laat ook geen brandstof op uw kleding komen. Wissel deze anders direct.
- Voorkom ook huid- en oogcontact met benzine of smeerstoffen (olie).
- Adem benzinedampen/smeeroliedampen niet in.
- Let op voor ondichte plekken. Start de motor niet als er benzine uitloopt. Er bestaat gevaar door verbranding.
- Open het tankdeksel voorzichtig, zodat eventuele overdruk langzaam kan ontsnappen en er geen benzine uitspat.
6.5 Voor de ingebruikname
⚠ WAARSCHUWING
Voer inspecties altijd voor het in bedrijf stellen uit en alleen als de motor uitgeschakeld is.
Controleer altijd of het apparaat veilig kan worden gebruikt voordat u ermee gaat werken of wanneer het op de grond is gevallen. Controleer of alle bewegende delen goed werken. Veel ongevallen ontstaan door slecht onderhouden gereedschap. Laat beschadigde onderdelen repareren door een bevoegde specialist. Gebruik de kettingzaag en de accessoires alleen overeenkomstig deze aanwijzingen. Houd daarbij rekening met de omstandigheden waarin gewerkt wordt en de uit te voeren werkzaamheden. Het gebruik van gemotoriseerd gereedschap voor andere toepassingen dan het voorgeschreven gebruik kan leiden tot gevaarlijke situaties.
- Controleer regelmatig of de kettingrem naar behoren functioneert (voorste handbescherming (1), zie afb. 6).
- Controleer of het geleideblad goed gemonteerd is.
- Controleer de inbouw-/looprichting en of de zaagketting in perfecte staat (scherp) is.
- Controleer of de zaagketting goed gespannen is. Neem de aanwijzingen inzake het smeren, de kettingspanning en het vervangen van accessoires in acht. Een ondeskundig gespannen of gesmeerde ketting kan breken of meer kans op terugslag opleveren.
- Een nieuwe zaagketting rekt op en moet vaker worden opgespannen. Controleer de kettingspanning regelmatig en stel deze zo nodig bij.
- Controleer de werking van de koppeling. De zaagketting mag bij stationair draaien, niet bewegen.
- Houd snijgereedschap scherp en schoon. Slijp regelmatig bij en vervang versleten onderdelen op tijd. Zorgvuldig onderhouden snijgereedschap met scherpe snijranden klemt minder snel vast en is makkelijker te gebruiken.
- Controleer de gashendel en de gashendelblokkering op soepele werking. De gashendel moet naar de uitgangspositie terugveren.
- Controleer of er voldoende brandstof en kettingsmeerolie in de tank zitten.
- Let erop dat de handgrepen droog, schoon en vrij van olie en vuil zijn.
- Werk nooit helemaal alleen. In geval van nood moet er iemand in de buurt zijn.
- Gebruik de kettingzaag alleen als u op veilige, stabiele en vlakke grond staat. Voorkom een onnatuurlijke lichaamshouding. Een gladde of een onstabiele ondergrond (bijv. op een ladder) kan leiden tot evenwichtsverlies of verlies van de controle over de kettingzaag. Zorg voor een stabiele positie en zorg ervoor dat u altijd stabiel staat. Hierdoor kunt u de kettingzaag in onverwachte situaties beter controleren.
- Werk niet op een boom met de kettingzaag. Bij gebruik op een boom bestaat gevaar voor letsel.
- Zaag nooit boven schouderhoogte.
-
Houd de kettingzaag altijd vast met uw rechterhand op de achterste handgreep en uw linkerhand op de voorste handgreep (zie afb. 7). Het vasthouden van de kettingzaag in een omgekeerde werkpositie verhoogt het risico op letsel en mag niet worden gebruikt.
-
Houd u bij een draaiende kettingzaag alle lichaamsdelen uit de buurt van de zaagketting. Controleer voor het starten van de kettingzaag of de zaagketting niets raakt. Tijdens werkzaamheden met een kettingzaag kan een moment onoplettendheid er toe leiden dat bekleding of lichaamsdelen door de zaagketting worden vastgegrepen.
- Schakel de kettingzaag direct uit bij merkbare veranderingen in het gedrag van het apparaat.
- Als de kettingzaag stenen, spijkers of andere harde voorwerpen heeft geraakt, moet u de motor onmiddellijk uitschakelen en zowel de zaagketting als het geleideblad op beschadigingen controleren.
- Laat de kettingzaag niet vallen, stoot hem niet tegen obstakels en gebruik het geleideblad nooit als hefboom.
- Zaag alleen in hout met de kettingzaag.
- Let er tijdens het zagen op dat een onder spanning staande tak, zal terugveren. Als de spanning in de houtvezels vrijkomt, kan de onder spanning staande tak de gebruiker raken en/of de controle over de kettingzaag laten verliezen.
- Wees met name voorzichtig bij het zagen van kreupelhout en jonge boompjes. Het dunne materiaal kan in de zaagketting verstrikt raken en op u slaan of u uit evenwicht brengen.
6.6 Trillingen
⚠ WAARSCHUWING
Het witte vinger syndroom is een vaatziekte waarbij kleine bloedvaten in de vingers en tenen acuut verkrampen. Symptomen zijn onder andere: Verlies van gevoel, verlies van gevoeligheid, tintelingen, jeuk, pijn, krachtverlies, verandering in kleur of conditie van de huid. De desbetreffende lichaamsdelen worden dan niet meer voldoende van bloed voorzien waardoor ze een bleke kleur krijgen.
Het frequente gebruik van trillende gereedschappen kan ze- nuwbeschadigingen veroorzaken bij personen met een verminderde doorbloeding (bijv. rokers, diabetici). Als u ongewone beperkingen bespeurt, stopt u direct de werkzaamheden en raadpleegt u een arts. Voor langdurige en regelmatige gebruikers is het daarom aan te raden om de conditie van uw handen en vingers goed in de gaten te houden. Neem de volgende aanwijzingen in acht om de gevaren te beperken:
- Houd uw lichaam warm, vooral uw handen, met name bij koel weer.
- Las regelmatig pauzes in en beweeg hierbij de handen om de doorbloeding te bevorderen.
- Beperk het gebruik van gereedschap met hoge trillingen per dag en verdeel het over meerdere dagen. Maak een werk-schema dat de blootstelling aan trillingen beperkt.
- Houd de trillingen van het apparaat zo laag mogelijk door regelmatig onderhoud en vaste onderdelen op het apparaat. Vervang versleten componenten onmiddellijk.
- Wissel regelmatig van werkpositie.
- Als de machine vaak wordt gebruikt, moet u contact opne- men met uw leverancier en eventueel antitrilingsaccessoires (grepen) aanschaffen.
6.7 Veiligheidsfuncties van de kettingzaag (afb. 1)
- De voorste handbescherming (1) beschermt de linkerhand van de bedieningspersoon als deze van de voorste handgreep (2) wegglijdt terwijl de kettingzaag loopt.
- De achterste handbescherming (12) beschermt de rechterhand tegen contact met een gevallen of gebroken zaagketting (17).
- De kettingrem is een veiligheidsfunctie om letsel te beperken als gevolg van terugslagen, doordat een draaiende zaagketting (17) in milliseconden kan worden gestopt. Deze wordt door de voorste handbescherming (1) bij terugslag geactiveerd.
- De gashendelblokkering (9) voorkomt een onvoorziene aceleratie van de motor. De gashendel (10) kan alleen worden ingedrukt, als de gashendelblokkering (9) is ingedrukt.
- De klauwaanslag (15) ondersteunt de kettingzaag op het hout tijdens het werk. Werk nooit zonder klauwaanslag (15), de kettingzaag kan de bediener naar voren trekken. Gebruik de klauwaanslag (15) voor het zagen van boomstammen of dikke takken. Het gebruik van de klauwaanslag (15) verhoogt de arbeidsveiligheid, vermindert de persoonlijke belasting tijdens het werk en vermindert ook de trillingen.
De klauwaanslag (15) moet altijd tegen de boomstam bevestigd zijn wanneer u de kettingzaag gebruikt. Gebruik de achterste handgreep (11) om de klauwaanslag (15) tegen de boomstam te drukken. Om te zagen drukt u de voorste handgreep (2) in de richting van de zaaglijn. Het kan nodig zijn om de klauwaanslag (15) te verplaatsen om verder te kunnen zagen.
6.8 Voorzorgsmaatregelen tegen terugslag
⚠ WAARSCHUWING
Let bij het werken op de terugslag van het apparaat. Er bestaat gevaar voor letsel. U voorkomt terugslag door voorzichtig en met de juiste zaagtechniek te werk te gaan.
- In sommige gevallen kan contact met het uiteinde van het zaagblad een onverwachte, naar achteren gerichte reactie veroorzaken, waarbij het geleideblad in de richting van de gebruiker omhoog wordt geslagen (afb. 12).
- Terugslag kan optreden als het uiteinde van het geleideblad een voorwerp raakt of als de zaagketting in de snede wordt vastgeklemd door ombuigend hout.
- Voordat de zaagketting in de verwerkingszone wordt geplaatst, kan deze zijwaarts wegslippen of kan de motorzaag gaan stuiteren.
- (Let op! Verhoogde terugslagrisico!)
- Wanneer de zaagketting aan de bovenrand van het geleideblad is vastgelopen, kan de kettingzaag al snel onverwacht terugslaan in de richting van de gebruiker (zie afb 12).
- Als de zaagketting aan de onderkant van het geleideblad vastloopt, kan de kettingzaag snel en ongecontroleerd uit de werkrichting worden getrokken (zie afb. 13).
- Wees uiterst voorzichtig wanneer u de zaagketting van de kettingzaag gebruikt om verder te zagen in een zaagsnede die al is begonnen.
- Zaag geen takken of stukken hout die tijdens het zagen van positie kunnen veranderen of waarbij de zaagsnede zich tijdens het zagen sluit.
- Elk van deze reacties kan ertoe leiden dat u de controle over de zaag verliest en mogelijk ernstig gewond raakt. Vertrouw niet uitsluitend op de veiligheidsvoorzieningen die in de kettingzaag zijn ingebouwd. Tref als gebruiker van de kettingzaag diverse maatregelen om zonder gevaar voor ongevallen of letsel te kunnen werken.
Een terugslag is het gevolg van een onjuist of verkeerd gebruik. Dit kan door passende voorzorgsmaatregelen worden voorkomen, zoals hieronder beschreven:
- Houd de kettingzaag met beide handen vast, waarbij de duimen en vingers de grepen van de kettingzaag omsluiten. Breng lichaam en armen in een houding waarbij u de terugslagkrachten kunt opvangen. Als de juiste maatregelen worden getroffen, kan de gebruiker de terugslagkrachten beheersen. Laat de kettingzaag nooit los (zie afb. 7).
- Neem geen onnatuurlijke lichaamshouding aan en zaag niet boven schouderhoogte. Dit voorkomt onopzettelijk contact met het uiteinde van het zaagblad en zorgt voor een betere controle van de kettingzaag in onverwachte situaties.
- Gebruik ter vervanging altijd geleidebladen en zaagkettingen die door de fabrikant zijn voorgeschreven. Onjuiste vervangende geleidebladen en zaagkettingen kunnen breuk van de zaagketting en/of terugslag tot gevolg hebben.
- Volg de aanwijzingen van de fabrikant voor het slijpen en onderhouden van de zaagketting. Te lage dieptebegrenzers verhogen de kans op terugslag.
- Zaag niet met het uiteinde van het zaagblad. Er bestaat gevaar voor terugslag.
- Controleer of er zich geen spijkers of metalen delen in het zaag- of snoeigebied bevinden. Let goed op voor met name spijkers of ijzeren delen rondom het zaag- of snoeigebied. Wees ook voorzichtig bij het zagen van hardhout waarbij de zaagketting vast kan komen te zitten. Hierdoor kan er terugslag optreden.
- Begin op vol vermogen te zagen en houd de kettingzaag altijd op maximum snelheid tijdens het zagen.
- Zorg ervoor dat er geen voorwerpen op de grond liggen, waar u over kunt struikelen.
6.9 Restrisico's
⚠ GEVAAR
GEVAAR VOOR LETSEL!
Aanraking met de zaagketting kan leiden tot dodelijk snijletsel. Nooit met de handen in een draaiende zaagketting grijpen.
GEVAAR VOOR TERUGSLAG!
Terugslag kan leiden tot dodelijk snijletsel.
GEVAAR VOOR BRANDWONDEN!
De ketting en het geleideblad worden warm tijdens het gebruik.
Gewicht zonder brandstof, zonder zaagblad en zaagkettingset .... 5,5 kg Gewicht zonder brandstof, met zaagblad en zaagkettingset .... 6,4 kg Brandstoftank .... ca. 550 cm ^3 (0,55 l) Tank voor kettingsmeerolie....ca. 260 cm ^3 (0,26 liter)
Bruikbare zaaglengte*......36 cm Geleideblad......40 cm (16")
Max. kettingsnelheid....22 m/s Kettingverdeling....8,255 mm (0,325") Dikte aandrijfschakel....1,47 mm (0,058")
Type zaagketting ....KANGXIN ....325,058-64 Type geleideblad ....KANGXIN ....BE16-64-5810P Kettingwiel aantal tanden/steek ...7 tanden/8,255 mm (0,325")
Cilinderinhoud....46 cm ^3 Max. motorvermogen volgens ISO 7293....1,8 kW Stationair toerental n 0 ....3100 ± 300 min ^-1 Toerental n max ....11000 min ^-1 Bougie.....L8RTC
* De werkelijke snijlengte kan korter zijn dan de aangegeven snijlengte. De geluidswaarden zijn bepaald volgens EN ISO 22868.
Geluid
Geluidsdrukniveau L_pA 98,6 dB
Onzekerheid K_pA 3 dB
Gemeten geluidsvermogensniveau L_WA 109,9 dB
Gewaarborgd geluidsvermogensniveau L_WA 114,0 dB
Onzekerheid K_WA 3 dB
Informatie over geluidsemissie in overeenstemming met de wet op de productveiligheid (ProdSG) en de EG-machinerichtlijn: Het geluidsdrukniveau op de werkplek kan meer dan 80 dB zijn.
In dit geval zijn geluidbeschermingsmaatregelen voor de gebruiker vereist (bijvoorbeeld het dragen van geschikte en aangewezen gehoorbescherming en het nemen van regelmatige pauzes).
De trillingswaarden zijn bepaald volgens EN ISO 22867.
Trilling
Trillingswaarde aan de achterste handgreep 7,07 m/s ^2 Trillingswaarde aan de voorste handgreep 6,67 m/s ^2 Onzekerheid K 1,5 m/s ^2
⚠ WAARSCHUWING
Voorkom de risico's van trillingen, bijvoorbeeld het risico van wittevingerziekte (doorbloedingsstoornissen) door frequente werkpauzes in te lassen waarbij u bijvoorbeeld uw handen tegen elkaar wrijft.
⚠ WAARSCHUWING
De werkelijke trillingsemissiewaarde tijdens het gebruik van de machine kan verschillen van de waarde die in de gebruikshand - leiding of door de fabrikant wordt vermeld. Dit kan worden veroorzaakt door de volgende beïnvloedende factoren, waarmee voor en tijdens het gebruik rekening moet worden gehouden:
- Wordt de machine correct gebruikt
- Is het type snijden van het materiaal of de manier waarop het verwerkt wordt correct?
- Is de conditie van de machine in orde?
- Is het snijgereedschap scherp of juist
- Zijn de handgrepen of optionele trillingsgrepen gemonteerd en zijn ze stevig aan de behuizing van de machine bevestigd?
8. Uitpakken
- Open de verpakking en haal het apparaat er voorzichtig uit.
- Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de verpakkingsen transportbeveiligingen (indien voorhanden).
- Controleer of de inhoud van de levering volledig is.
- Controleer het apparaat en de hulpstukken op transportschade.
- Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het verstrijken van de garantietijd.
- Verwijder de beknopte handleiding van het starterkoord (4)
LET OP
Het apparaat en de verpakkingsmaterialen zijn geen kinderspeelgoed! Kinderen mogen niet met plastic zakken, folies en kleine onderdelen spelen! Er bestaat gevaar voor inslikken en verstikkingsgevaar!
9. Voor de ingebruikname
9.1 Montage van het geleideblad (16) en de zaagketting (17) (afb. 2, 3)
LET OP
Voer de montage en instellingen op het apparaat altijd bij een uitgeschakelde motor uit en verwijder de bougiestekker (31).
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel!
Draag altijd veiligheidshandschoenen als u de zaagketting (17) aanraakt. Letselgevaar door de scherpe snijtanden!
aanwijzing
Een nieuwe zaagketting (17) rekt op en moet vaker worden opgespannen. Controleer de kettingspanning regelmatig na elke snede en stel deze zo nodig bij.
Al naar gelang de slijtage kan het geleideblad (16) worden gekeerd.
- Leg de kettingzaag op een vlakke en stabiele ondergrond neer.
- Trek de voorste handbescherming (1) tot aan de aanslag naar achteren om, indien nodig, de kettingrem te ontgrendelen.
- Verwijder beide bevestigingsmoeren (20) met de bougie-sleutel (29).
- Schuif het langgat van het geleideblad (16) over de twee uitstekende bouten.
- Leg de zaagketting (17) over de vertanding van het ketting-wiel (26). Voer de zaagketting (17) nauwkeurig in de op het geleideblad (16) aangegeven richting in. In het uiteinde van het geleideblad (16) bevindt zich een geleidewiel. Zorg dat de tanden van de zaagketting (17) hier in vallen.
- Trek enigszins aan het geleideblad (16), om de zaagketting (17) licht voor te spannen.
-
Breng de beschermkap van het kettingwiel (22) aan. Let erop dat de binnenliggende kettingspanstift (23) in het passende boorgat (25) van het geleideblad (16) zit. Verstel evt. de ket- tingspanschroef (21) met de sleufschroevendraaier (29).
-
Schroef beide bevestigingsmoeren (20) er met de hand weer op. Draai ze echter nog niet helemaal vast.
- Draai met de sleufschroevendraaier (29) de kettingspan-schroef (21) met de klok mee, tot het onderste deel van de zaagketting (17) in het geleideblad (16) valt. De zaagketting (17) moet tegen de onderzijde van het blad aanliggen.
Als de kettingrem ontgrendeld is, moet het mogelijk zijn om de zaagketting (17) met de hand over het geleideblad (16) te trekken. - Draai beide bevestigingsmoeren (20) stevig vast met de bougiesleutel (29).
9.2 Brandstof mengen (afb. 2)
Der motor moet met een brandstofmengsel van benzine en motorolie worden gebruikt.
⚠ WAARSCHUWING
Voorkom direct contact van brandstof met de huid en adem geen brandstofdamp in.
Gebruik uitsluitend een mengsel van loodvrije benzine (min. RON 95) en speciale 2-taktmotorolie (JASO FD/ISO - L - EGD). Meng het brandstofmengsel volgens de brandstofmengtabel.
Doe de juiste hoeveelheid benzine en 2-takt-olie in de mee-geleverde mengfles (28) (zie "Brandstofmengtabel"). Schud de mengfles (28) vervolgens goed door.
9.2.1 Brandstofmengtabel
Mengmethode: 40 delen benzine op 1 deel olie
Benzine 2-takt olie
9.3 Brandstof bijvullen (afb. 1)
⚠ WAARSCHUWING
Vul de brandstof alleen bij als de motor is uitgeschakeld en afgekoeld. Er bestaat brandgevaar!
- Reinig altijd het gebied rondom de dop van de brandstof-tank (13) voor het bijvullen, zodat er geen viezigheid in de tank terecht kan komen. Gebruik hiervoor een droge, niet-pluizende doek.
- Leg het apparaat op zijn kant, zo dat de dop van de brandstoftank (13) naar boven wijst.
- Klap de grendel (13a) open.
- Draai de tankdop (13) linksom en maak hem open. De tankdop (13) is via een verlieszekering verbonden met de brandstoftank en kan zo niet vallen.
- Vul de brandstoftank met het brandstofmengsel. Mors geen brandstof en maak de brandstoftank niet helemaal tot aan de rand vol.
- Veeg gemorste brandstof direct op.
- Draai de tankdop (13) rechtsom om de tank af te sluiten.
- Klap de grendel (13a) weer dicht.
AANWIJZING
Controleer elke keer na het bijvullen van brandstof ook de kettingzaagolie.
9.4 Kettingzaagolie bijvullen (afb. 1)
⚠ WAARSCHUWING
Vul de kettingzaagolie alleen bij als de motor is uitgeschakeld en afgekoeld. Er bestaat brandgevaar!
Werk nooit zonder kettingsmering! Bij een droog lopende zaagketting wordt de zaagblad en zaagketting set in korte tijd onherstelbaar beschadigd.
Controleer voor het werk altijd de kettingsmering.
AANWIJZING
Gebruik uitsluitend kettingzaagolie. Liefst een biologisch af-breekbare soort. Gebruik geen afgewerkte olie, motorolie enz.
Controleer ook tijdens het werken of de kettingsmering goed werkt.
- Reinig altijd het gebied rondom de dop van de kettingolietank (14) voor het bijvullen, zodat er geen viezigheid in de kettingolietank terecht kan komen. Gebruik hiervoor een droge, niet-pluizende doek.
- Leg het apparaat zo op zijn kant, dat de dop van de kettingolietank (14) naar boven wijst.
- Klap de grendel (14a) open.
- Draai de kettingolietankdop (14) linksom en maak hem open. De dop van de kettingolietank (14) is via een verlieszekering verbonden met de kettingolietank en kan daardoor niet vallen.
- Vul de meegeleverde biologische kettingzaagolie (27) in de kettingolietank. Mors geen kettingolie (27) tijdens het bijvullen en maak de kettingolietank niet helemaal tot aan de rand vol.
- Veeg gemorste kettingzaagolie (27) direct op.
- Draai de dop van de kettingolietank (14) rechtsom, dus met de klok mee, om de tank af te sluiten.
- Klap de grendel (14a) weer dicht.
9.5 Zaagketting spannen en controleren
⚠ WAARSCHUWING
Doe veiligheidshandschoenen aan! Letselgevaar door de scherpe snijtanden!
Controleer de kettingspanning regelmatig voor elk gebruik.
- Voor het spannen moet u de twee bevestigingsmoeren (20) iets losdraaien met de bougiesleutel (29).
- Draai de kettingspanschroef (21) met de sleufschroevendraaier (29) rechtsom voor een hogere spanning.
- Draai beide bevestigingsmoeren (20) stevig vast met de bougiesleutel (29).
- De zaagketting (17) moet ook aan de onderkant van het blad goed aansluiten. Controleer of de zaagketting (17) (bij ontgrendelde kettingrem, trek de voorste handbescherming (1) naar achter) met de hand over het geleideblad (16) kan worden getrokken.
AANWIJZING
Een nieuwe zaagketting (17) rekt op en moet vaker worden opgespannen.
10. Ingebruikname
⚠️ VOORZICHTIG
Neem de wettelijke voorschriften inzake geluidsbescherming in acht.
Werkinstructies
Maakt u zich voor het gebruik vertrouwd met de omgang met de kettingzaag.
Het is verplicht om de kettingzaag voor elk gebruik of na het laten vallen zorgvuldig te controleren op eventuele schade.
Als er schade wordt gevonden, moet deze onmiddellijk door u of een erkend servicecentrum worden gerepareerd. Controleer de volgende punten voordat u de kettingzaag gebruikt:
- Correcte plaatsing van het geleideblad
- Installatie/looprichting, evenals perfecte (scherpe) zaagketting
- Spanning van de zaagketting (meerdere keren controleren en opnieuw afstellen met een nieuwe ketting)
• Werking van de kettingsmering - Werking van de kettingrem
- Werking van de koppeling (geen beweging van de ketting bij stationair draaien)
• Dichtheid van brandstofsysteem - perfecte staat en volledigheid van de veiligheidsvoorzieningen en de snij-inrichting
- stevige bevestiging van alle schroefverbindingen
- Soepel lopen van alle bewegende delen
AANWIJZING
De kettingzaag heeft geen startgasblokkering.
10.1 De motor starten (afb. 4 - 6)
⚠ LET OP
Trek het starterkoord (4) er altijd recht uit. Houd de greep van het starterkoord (4) vast tot de starterkoord (4) weer opwikkelt. Laat het starterkoord (4) nooit terugschieten.
10.1.1 Starten bij koude motor
⚠ WAARSCHUWING
Schakel de kettingrem voor elke ingebruikname in (voorste handbescherming (1) naar voren drukken).
LET OP
Laat nooit het starterkoord (4) terugschieten. Dit kan tot schade leiden.
- Verwijder het deksel (30) van het geleideblad (16).
- Plaats de kettingzaag op een stabiele en vlakke ondergrond. De zaagketting (17) mag hierbij de grond niet raken.
- Druk de voorste handbescherming (1) naar voren tot deze vastklikt. De zaagketting (17) werd door de kettingrem geblokkeerd.
- Zet de aan/uithendel (6) in de stand "I".
-
Druk 6x op de brandstofpomp "Primer" (7).
-
Trek de koudstarthendel (choke) (8) aan ( ).
- Zet de punten van uw schoen in de achterste handbescherming (12) (zie afb 5).
- Houd de kettingzaag bij de voorste handgreep (2) vast en trek het starterkoord (4) er langzaam tot aan de eerste weerstand uit.
- Trek nu het starterkoord (4) snel aan tot de motor start. Als de motor niet start, herhaalt u de werkwijze. Zo lang de koudstarthendel (choke) (8) is uitgetrokken ( ), start de motor slechts kort en gaat daarna weer uit.
- Zodra de motor is uitgegaan, drukt u de gashendelblokkering (9) en de gashendel (10) gelijktijdig in. De koudstarthendel (choke) (8) springt automatisch in de bedrijfsstand "warme start".
- Trek nu opnieuw snel aan het starterkoord (4) tot de motor start.
Als de motor ook na meerdere pogingen niet aanspringt, dient u hoofdstuk "Verhelpen van storingen" te raadplegen.
AANWIJZING
Bij hoge buitentemperaturen kan het voorkomen dat ook bij een koude motor zonder choke moet worden gestart!
- Laat de kettingrem los door de voorste handbescherming (1) naar achteren te trekken (zie afb. 6). VOORZICHTIG! De kettingrem is nu gelost. Als de gashendel (10) samen met de gashendelblokkering (9) wordt bediend, start de zaagketting (17).
10.1.2 Starten bij warme motor
(Het apparaat stond minder dan 15–20 minuten stil.)
⚠ WAARSCHUWING
Schakel de kettingrem voor elke ingebruikname in (handbescherming (1) naar voren drukken).
- Druk de voorste handbescherming (1) naar voren tot deze vastklikt. De zaagketting (17) werd door de kettingrem geblokkeerd.
- Zet de aan/uithendel (6) in de stand "I".
- Druk 6x op de brandstofpomp "Primer" (7).
- De koudstarthendel (choke) (8) moet voor het starten van de warme motor niet worden aangetrokken.
- Zet de punten van uw schoen in de achterste handbescherming (12) (zie afb 5).
- Houd de kettingzaag bij de voorste handgreep (2) vast en trek het starterkoord (4) er langzaam tot aan de eerste weerstand uit.
- Trek nu hard en snel aan het starterkoord (4). Het apparaat moet na 1-2 keer trekken starten. Als het apparaat na 6 keer aantrekken nog altijd niet start, herhaalt u de werkwijze onder "Starten bij koude motor".
10.2 Motor uitzetten
10.2.1 Nood-uit stappen
Mocht het nodig zijn om het apparaat direct te stoppen, zet u de aan-/uithendel (6) op "0" en houdt hem in deze stand ingedrukt tot de motor stilstaat.
10.2.2 Normaal uitschakelen
- Laat de gashendel (10) los. De motor loopt nu stationair.
- Druk de aan-/uithendel (6) in de "0" stand en houdt hem in deze stand ingedrukt tot de motor stilstaat.
10.3 Bedrijf bij stationair draaien
⚠ LET OP
Als de motor stationair loopt, moet de zaagketting (17) stilstaan. Als de zaagketting (17) wel meedraait, moet het stationair toerental worden bijgesteld!
AANWIJZING
Als de zaagketting (17) bij stationair toerental zich beweegt of als de motor bij het wegnemen van gas uit zichzelf uitgaat, moet een instelling aan de carburateur worden aangebracht (zie hoofdstuk "Onderhoud van de carburateur").
- Til de kettingzaag op.
- Houd met de linkerhand de voorste handgreep (2) vast.
- Houd met de rechterhand de achterste handgreep (11) vast. Hierbij ligt de handpalm op de gashendelblokkering (9) en de wijsvinger bedient de gashendel (10) (zie afb. 7).
- Na hernieuwde bediening van de gashendel (10) loopt de motor bij stationair toerental.
- Laat de motor kort warmlopen.
10.4 Kettingsmering controleren en instellen
LET OP
- Werk nooit zonder kettingsmering! Bij een droog lopende zaagketting wordt de zaagblad en zaagketting set in korte tijd onherstelbaar beschadigd.
- Controleer voor het werk altijd de kettingsmering.
aanwijzing
Gebruik uitsluitend kettingzaagolie, bij voorkeur biologisch afbreekbaar. Gebruik geen afgewerkte olie, motorolie enz. Controleer ook tijdens het werken of de kettingsmering goed werkt.
Houd de kettingzaag terwijl hij loopt, bij gemiddelde snelheid, boven een afgezaagde boomstronk of een geschikte ondergrond. Als de smering voldoende is, vormt zich een lichte oliefilm op de boomstronk of op de ondergrond (zie afb. 8).
- Indien nodig kan de kettingsmering worden verhoogd of verlaagd door middel van de olieregelschroef (19).
- Gebruik de meegeleverde sleufschroevendraaier (29) hiervoor als volgt:
- Druk eerst en draai dan de olieregelschroef (19) rechtsom voor minder kettingsmering.
- Druk eerst en draai dan de olieregelschroef (19) linksom voor meer kettingsmering.
10.5 Kettingrem controleren
⚠ WAARSCHUWING
De kettingrem moet elke ingebruikname worden gecontroleerd.
De kettingrem remt de zaagketting (17) bij terugslag onmiddel- lijk af.
- Let erop dat de voorste handbescherming (1) schoon is en gemakkelijk beweegt.
- Start de kettingzaag zoals beschreven onder 10.1, en breng de zaagketting (17) op volle snelheid (vol gas).
- Bedien de voorste handbescherming (1) terwijl de zaagketting (17) loopt. De kettingrem moet de zaagketting (17) bij maximale snelheid afremmen en blokkeren.
⚠ WAARSCHUWING
Als het motortoerental te lang wordt opgevoerd terwijl de kettingrem is geblokkeerd, raken de motor en de kettingaandrijving beschadigd.
Als de zaagketting (17) desondanks beweegt, moet u contact opnemen met de klantenservice.
11. Algemene werkinstructies voor kapwerkzaamheden
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel!
Het zagen en kappen van bomen en alle daarmee verbonden werkzaamheden mogen alleen door speciaal hiervoor opgeleide en getrainde personen worden uitgevoerd.
aanwijzing
Neem de betreffende nationale voorschriften voor kapwerkzaamheden in acht en win informatie in bij de bevoegde instantie.
- Let op dat de vallende takken en bomen niemand kunnen raken.
- In de werkomgeving mogen zich alleen de voor het kappen benodigde personen ophouden.
- Houd de werkomgeving rondom de stam vrij en opgeruimd, zodat iedereen die er werkt veilig kan staan.
- Houd vluchtwegen vrij en opgeruimd om de werkomgeving snel te kunnen verlaten.
- Voer geen kapwerkzaamheden uit bij harde wind, slecht weer of slecht zicht.
- Houd steeds een afstand tot de dichtstbijzijnde werkplek van ten minste 2 1/2 boomlengte aan.
11.1 Gebruik en behandeling
- Start het apparaat nooit voordat het geleideblad (16), de zaagketting (17) en de beschermkap van het kettingwiel (22) correct zijn gemonteerd.
- Snijd geen hout dat op de grond ligt en probeer geen wortels door te snijden die uit de grond steken. Voorkom in ieder geval dat de zaagketting (17) in de grond wordt gestoken, anders wordt de zaagketting (17) onmiddellijk bot.
-
Als u per ongeluk een hard voorwerp raakt met het apparaat, schakel dan onmiddellijk de motor uit en controleer het apparaat op eventuele schade.
-
Onderhoud het apparaat zorgvuldig. Controleer of bewegende delen probleemloos functioneren en niet klemmen, of onderdelen gebroken of beschadigd zijn, waardoor de functie van het apparaat wordt beïnvloed. Laat beschadigde onderdelen voor gebruik van het apparaat eerst repareren. Veel ongevallen ontstaan door slecht onderhouden apparatuur.
- Houd snijgereedschap scherp en schoon. Zorgvuldig onderhouden snijgereedschap met scherpe snijranden klemt minder snel vast en is makkelijker te gebruiken.
- Als er toch een verstopping optreedt tussen het snoeimateriaal en de zaagketting (17), dient u de machine onmiddellijk uit te schakelen. Wacht tot de zaagketting (17) tot stilstand is gekomen. Verwijder de bougiestekker (31) en trek snijbestendige handschoenen aan om de verstopping te verwijderen.
- Als het geleideblad (zwaard) (16) moet worden verwijderd, volg dan de aanwijzingen zoals beschreven in het hoofdstuk 9.1. Na het verwijderen van de verstopping en het opnieuw monteren, moet een testrun worden gemaakt. Indien tijdens dit proces trillingen of mechanische geluiden worden waargenomen, stop dan met de werkzaamheden en neem contact op met een erkend servicecentrum. Mocht dit gevaar zich vaker voordoen, dan adviseren wij een instructie.
- Laat het apparaat onderhouden door gekwalificeerd personeel. Gebruik uitsluitend door de fabrikant aanbevolen originele reserveonderdelen.
11.2 Een valkerf maken
aanwijzing
De valkerf bepaalt de valrichting van de te kappen boom.
Zet de valkerf in een rechte hoek op de valrichting aan.
Zaag zo dicht mogelijk bij de grond.
Ondersteun de kettingzaag met de klauwaanslag (15).
11.2.1 Valrichting bepalen - met markering op het apparaat (afb. 9)
De kettingzaag is voorzien van een valmarkering (32) die u bij het uitlijnen van de kettingzaag helpt.
Plaats de kettingzaag tegen de stam. De valmarkering (32) geeft de mogelijke valrichting van de boom aan.
11.2.2 Valkerf maken (afb. 10)
- Begin eerst met het inzagen van de snede voor valkerf A.
- De valkerf moet ongeveer een 1/4 van de doorsnee van de boom diep worden en een hoek van 45°-60° hebben.
11.2.3 Valrichting controleren (afb. 11)
- Kettingzaag met het geleideblad (16) in de valkerfzool leggen.
- De valmarkering (32) geeft de mogelijke valrichting aan.
- Voor zover noodzakelijk de valkerf overeenkomstig nazagen.
11.3 Velsnede uitvoeren (afb. 10)
- Zet de velsnede B ca. 2-3 cm hoger aan dan de horizontale snede voor valkerf A. Let erop dat velsnede B exact horizontaal wordt uitgevoerd.
- Laat ca. 1/10 van de doorsnee van de boom staan, de breuklijst C voor velsnede B. Breuklijst C geleidt de boom als een scharnier naar de grond en zorgt ervoor dat hij niet te vroeg omvalt.
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor ongevallen!
Zaag niet in breuklijst C als u bezig bent met velsnede B, anders kan de boom in een onvoorziene valrichting vallen!
Wees erop voorbereid, dat de boom bij het vallen ongecontroleerd kan gaan "glijden" over de snede.
Wees erop voorbereid, dat de boom bij het tegen de grond slaan ongecontroleerd in een richting kan "springen".
- Om te voorkomen dat de kettingzaag vast komt te zitten in velsnede B, drijft u op tijd wiggen van aluminium of kunststof in velsnede B. Gebruik geen wiggen van ijzer.
⚠ LET OP
Materi'le schade!
Let erop dat de wig niet in aanraking komt met de zaagketting (17). Deze kan hierdoor ernstig beschadigd raken.
11.4 Snoeien
- Pas er altijd voor op dat takken kunnen terugspringen.
- Sta niet op de stam bij het verwijderen van takken.
- Zaag niet met het uiteinde van het zaagblad.
- Zaag nooit meerdere takken tegelijk.
- Ondersteun de kettingzaag bij het verwijderen van takken zoveel mogelijk met de klauwaanslag (15).
- Denk eraan dat de kettingzaag aan het einde van de zaagsnede onder zijn eigen gewicht kan doorzwaaien. De zaag ondervindt geen steun meer in de snede. Houd de zaag goed vast en zorg voor tegendruk.
- Zorg ervoor dat u zelf stevig, stabiel en veilig staat bij het snoeien en verwijderen van takken.
11.4.1 Snoeien in deelstukken
Maak lange of dikke takken korter voordat u ze volledig van de boom scheidt met een eindsnede (zie afb. 16). De zaagketting (17) kan anders gemakkelijk vastgeklemd raken.
12. Onder spanning staand hout bewerken
Het is zeer belangrijk dat de juiste volgorde wordt aangehouden bij het bewerken van hout dat onder spanning staat. Anders kan de zaagketting (17) vastklemmen of kan er een terugslag optreden.
Hout waar spanning op staat moet altijd eerst worden ingezaagd aan de zijde waar drukkrachten op staan. Daarna kan pas de eindsnede worden gemaakt aan de zijde waar trekkrachten op staan.
Zo wordt voorkomen dat de zaagketting (17) vastklemt.
LET OP
Materi'le schade!
Liggend hout mag de grond aan de onderkant van de zaagsnede niet raken, anders kan de zaagketting (17) beschadigd raken.
Terugstoot (afb. 17)
- Als de zaagketting (17) aan de bovenrand van het geleideblad (16) is vastgeklemd, kan de kettingzaag al snel onverwacht terugslaan in de richting van de gebruiker.
Intrekken (afb. 13)
- Als de zaagketting (17) aan de onderkant van het geleideblad (16) vastgeklemd, kan de kettingzaag al snel ongecontroleerd uit de werkrichting en het hout in worden getrokken.
Veilig werken
- Houd het apparaat in goede staat om verwondingen te voorkomen.
- Controleer het apparaat als het is gevallen op significant schade of defecten.
- Gebruik het apparaat niet als u op een ladder staat of op een bewegende ondergrond.
- Laat u niet tot een spontane, ondoordachte snede verleiden. Daarmee kunt u zichzelf en anderen in gevaar brengen.
- Wissel regelmatig van werkpositie. Door de trillingen kan langdurig gebruik van het apparaat leiden tot problemen met de bloedsomloop in de handen. U kunt de gebruiksduur echter door geschikte handschoenen of regelmatige pauzes verlengen. Denk er ook aan dat een persoonlijke aanleg tot slechte doorbloeding; lage buitentemperaturen of grote grijpkrachten bij het werken de gebruiksduur verkorten.
12.1 Houten stam is naar beneden gebogen (afb. 14)
- Zaag eerst onlastingssnede 1 (ca. 1/3 van de stamdiameter) aan de zijde waar drukkrachten op staan (zie afb. 14).
- Voer vervolgens eindsnede 2 uit (ca. 2/3 van de stamdiameter) aan de trekzijde (zie afb. 14).
12.2 Houten stam is naar boven gebogen (afb. 14)
- Zaag eerst onlastingssnede 1 (ca. 1/3 van de stamdiameter) aan de zijde waar drukkrachten op staan (zie afb. 14).
- Voer vervolgens eindsnede 2 uit (ca. 2/3 van de stamdiameter) aan de trekzijde (zie afb. 14).
13. Transport
- Gebruik steeds de beschermkap van het geleideblad (30) voor transport.
- Schakel de kettingzaag vóór elk transport uit, ook bij korte afstanden. Beveilig het apparaat tegen omvallen tijdens transport (ook in voertuigen) om brandstofverlies, schade of letsel te voorkomen.
- Draag het apparaat alleen aan de voorste handgreep (2). Het geleideblad (16) wijst daarbij naar achteren, weg van uw li-chaam (zie afb. 15).
- Houd de hete geluiddemper uit de buurt van uw lichaam. Er bestaat gevaar voor brandwonden!
14. Reiniging en onderhoud
Alle instructies met betrekking tot onderhoud en reiniging moeten regelmatig of dagelijks en voor elk gebruik worden uitgevoerd. Onjuist onderhoud kan ernstige schade aan eigendommen of persoonlijk letsel tot gevolg hebben. Als de gebruiker deze werkzaamheden niet zelf kan uitvoeren, moet een gespecialiseerde dealer worden geraadpleegd.
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel!
Schakel het apparaat voor reinigingswerkzaamheden altijd uit en trek de bougiestekker (31) eruit. (zie hoofdstuk 14.4 Onderhoud van de bougie).
aanwijzing
Na elk gebruik moet het apparaat grondig worden gereinigd. Voer de reinigings- en onderhoudswerkzaamheden alleen uit, zoals in deze gebruikshandleiding is aangegeven. Overige werkzaamheden mogen uitsluitend worden uitgevoerd door deskundig vakpersoneel.
Onderhoudswerkzaamheden moeten regelmatig worden uitgevoerd (zie het hoofdstuk 14.10 "Onderhoudsintervallen").
14.1 Reinigen van de motoreenheid
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor brandwonden!
Raak geen hete geluiddempers, cilinders of koelribben aan.
- Houd de veiligheidsvoorzieningen, ventilatiesleuven en de motorbehuizing zo stof- en vuilvrij mogelijk. Blaas deze delen met perslucht onder lage druk uit.
- Reinig het apparaat regelmatig met een vochtige doek en wat afwasmiddel. Let op dat er geen water in het apparaat terecht komt.
14.2 Reiniging van het luchtfilter
Vervuilde luchtfilters (3b) verminderen het motorvermogen door een te geringe luchttoevoer naar de carburateur.
Regelmatige controle is daarom absoluut noodzakelijk. Het luchtfilter (3b) moet regelmatig worden gecontroleerd en indien nodig worden gereinigd.
Bij erg stoffige lucht moet het luchtfilter (3b) vaker worden gecontroleerd.
- Open de clipsluiting voor het luchtfilterdeksel (5).
- Verwijder het luchtfilterdeksel (3).
- Schroef de luchtfilterschroef (3a) er uit.
- Haal het luchtfilter (3b) eruit.
- Reinig het luchtfilter (3b) door het uit te kloppen of uit te blazen (met lage druk).
- De assemblage volgt in omgekeerde volgorde.
LET OP
Luchtfilter nooit met benzine of brandbare oplosmiddelen reinigen.
14.3 Reinigen van de kettingaandrijving
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel!
Draag altijd veiligheidshandschoenen als u de zaagketting (17) aanraakt. Letselgevaar door de scherpe snijtanden!
aanwijzing
Reinig de aandrijving van de ketting na elk gebruik.
-
Leg de kettingzaag op een vlakke en stabiele ondergrond neer.
-
Trek de voorste handbescherming (1) tot aan de aanslag naar achteren om de kettingrem te ontgrendelen (zie afb. 6).
- Draai de kettingspanschroef (21) met de sleufschroevendraaier (29) linksom om de spanning te verlagen.
- Verwijder beide bevestigingsmoeren (20) met de bougie-sleutel (29).
- Verwijder de beschermkap van het kettingwiel (22).
- Maak de zaagketting (17) voorzichtig los van het geleideblad (16) en van het kettingwiel (26).
- Verwijder het geleideblad (16). Reinig het met een kwast.
- Reinig nu grondig rondom de kettingaandrijving en de beschermkap van het kettingwiel (22) met behulp van een kwast of door middel van uitblazen (met lage druk).
- De assemblage volgt in omgekeerde volgorde.
14.4 Onderhoud van de bougie
- Demonteer het luchtfilter (3b) zoals onder 14.2 "Reiniging van het luchtfilter" beschreven.
- Trek de bougiestekker (31) los door deze naar links en rechts te draaien en er gelijktijdig aan te trekken. De bougiestekker (31) uitsluitend aan de stekker vasthouden en trekken. Trek nooit aan de kabel!
- Maak de bougie met de meegeleverde bougiesleutel (29) los.
- De assemblage volgt in omgekeerde volgorde.
Elektrodenafstand = 0,6 mm (afstand tussen de elektroden, waar de vonk overspringt). Controleer de bougie voor de eerste keer na 10 bedrijfsuren op verontreiniging en reinig deze eventueel met een koperdraadborstel.
Daarna de bougie elke 50 bedrijfsuren onderhouden.
14.5 Onderhoud van de kettingsmering
- Zie het hoofdstuk "10.4 Kettingsmering controleren en afstellen".
14.6 Onderhoud van de carburateur instellingen
- Als de zaagketting (17) bij stationair draaien beweegt of als de motor bij het wegnemen van gas vanzelf uitgaat, moet de carburateur opnieuw worden afgesteld.
aanwijzing
Laat de instellingen van de carburateur (bijv. het stationair toerental) uitsluitend door gekwalificeerd vakpersoneel wijzigen, om schade aan de motor te voorkomen.
14.7 Onderhoud van het geleideblad
- Verwijder eventueel opgetreden bramen in de rand van het geleideblad met behulp van een metaalvijl.
- Reinig de groef van het geleideblad (16) met behulp van een kwast of met perslucht (met lage druk). Vervang het geleideblad (16) zodra de groef is versleten.
- Keer het geleideblad (16) na elk gebruik om, zodat het gelijkmatig slijt.
- Controleer het tandwiel aan het uiteinde van het geleideblad (16) op soepele werking. Smeer het evt. in met een lagerolie.
14.8 Monteren van het geleideblad en spannen van de zaagketting (afb. 3)
⚠ LET OP
Voer de montage altijd uit bij uitgeschakelde motor.
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel!
Draag altijd veiligheidshandschoenen als u de zaagketting aan- raakt. Letselgevaar door de scherpe snijtanden!
- Zie hoofdstuk "9.1. Monteren van het geleideblad en spannen van de zaagketting.
14.9 De zaagketting slijpen en onderhouden
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel!
De tanden van de zaagketting zijn zeer scherp. Draag bij het hanteren altijd dikke handschoenen om het risico op letsel te voorkomen!
Houd de kettingzaag in goede staat, effectief werken met de kettingzaag is alleen mogelijk als de zaagketting scherp, goed gesmeerd en correct gespannen is. Dit vermindert ook het risico van een terugslag.
De juist geslepen zaagketting (17)
Een correct geslepen zaagketting (17) gaat moeiteloos door het hout en heeft daarbij weinig druk nodig. Werk niet met een botte of beschadigde zaagketting (17).
Er is dan meer fysieke inspanning nodig, de trillingen nemen toe en het leidt tot onbevredigende resultaten en meer slijtage.
- Reinig de zaagketting (17) regelmatig.
- Controleer de zaagketting (17) op breuken in de schakels en op beschadigde klinknagels.
- De zaagketting (17) mag alleen door ervaren gebruikers worden geslepen!
- Houd rekening met onderstaande hoeken en maten. Als de zaagketting (17) niet goed is geslepen of de zaagdiepte te gering is, bestaat er een verhoogd risico op terugslageffecten die verwondingen tot gevolg kunnen hebben! De zaagketting (17) kan niet op het geleideblad (16) worden vastgezet. Het is daarom het beste om de zaagketting (17) van het geleideblad (16) te nemen en daarna te slijpen.
- Kies het juiste slijpgereedschap voor de kettingsteek.
De kettingsteek (bijv. 3/8") staat op elke kettingtand als dieptemaat vermeld.
Gebruik uitsluitend speciale vijlen voor zaagkettingen!
Andere vijlen hebben een verkeerde vorm en geven een verkeerd slijpresultaat. Kies de diameter van vijl op basis van de kettingsteek. Neem beslist onderstaande hoek in acht bij het slijpen van de zaagschakels.

text_image
A BA = vijlhoek
B = hoek van de zijplaat
Deze hoek moet identiek zijn voor alle zaagschakels.
Bij onregelmatig geslepen hoeken zal de zaagketting (17) onregelmatig lopen, snel slijten en voortijdig breken.
Aan deze eisen kan alleen worden voldaan door regelmatig en voldoende lang te oefenen. Houd rekening met het volgende:
- Gebruik een vijlgeleider.
-
Een vijlgeleider moet worden gebruikt als de zaagketting (17) met de hand wordt geslepen. De juiste vijlhoek staat hierop aangegeven.
-
Houd de vijl horizontaal (onder de juiste hoek) ten opzichte van het geleideblad (16) en vijl volgens de hoekmarkering op de vijlgeleider. Steun de vijlhouder op het tanddak en de dieptemaat.
- Vijl de zaagschakel steeds van binnen naar buiten.
- De vijl scherpt alleen in voorwaartse beweging. Licht de vijl op tijdens de teruggaande beweging.
- Raak de aandrijf- en verbindingsschakels niet aan met de vijl.
- Draai de vijl regelmatig verder om eenzijdige slijtage te voorkomen.
- Neem een stuk hard hout om bramen van de snijranden te verwijderen.
Alle zaagschakels moeten dezelfde lengte hebben omdat anders ook de hoogte zal variëren.
De zaagketting (17) loopt dan onregelmatig, wat het risico op defecten vergroot.
14.10 Onderhoudsintervallen
De hier gegeven informatie heeft betrekking op normale bedrijfsomstandigheden. In moeilijke omstandigheden, zoals bij veel stofontwikkeling en langere dagelijkse werktijden, moeten de aangegeven intervallen dienovereenkomstig worden verkort.
| Deel van het ap- paraat | Actie | Voordat u begint te werken | Wekelijks Bij storingen Bij beschadigingen Indien nodig | |||
| Kettingsmering Controleren X | ||||||
| Zaagketting (17) Co | ontroleren en op scherpte letten | X | ||||
| Kettingspanning controleren | X | |||||
| slijpen X | ||||||
| Geleideblad (16) Inspecteren (slij-tage, beschadi-ging) | X | |||||
| Reinigen X X | ||||||
| Vervangen X | X | |||||
14.11 Service-informatie
Let op dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan gebruiksmatige of natuurlijke slijtage, resp. de volgende delen als verbruiksmateriaal wordt gebruikt.
Slijtageonderdelen*: Zaagketting, geleideblad, kettingwiel, kettingzaagolie, motorolie, klauwaanslag, kettingvanginrichting, bougie, luchtfilter, brandstofffilter, kettingoliefilter
* niet persé meegeleverd!
⚠ Waarschuwing!
Gebruik uitsluitend reserveonderdelen en accessoires van de fabrikant. Als dit wordt nagelaten, kunnen de prestaties afnemen, kan letsel optreden en kan uw garantie vervallen.
Belangrijke aanwijzing bij reparatie:
Als het apparaat voor reparatie geretourneerd wordt, moet het apparaat vanwege veiligheidsredenen vrij van olie en benzine geretourneerd worden aan het servicestation.
Bestelling van reserveonderdelen
Bij het bestellen van reserveonderdelen moeten de volgende gegevens worden vermeld:
- Type apparaat
- Artikelnummer van het apparaat
Gehoorbescherming....7909601702
Veiligheidsbril....7909601701
Goedgekeurde zaagblad en zaagkettingset
Zaagketting
Kangxin,325,058-64 7910100733
Geleideblad
Kangxin BE16-64-5810P 7910100746
15. Opslag
- Gebruik steeds de beschermkap van het geleideblad (30) voor opslag van de zaag.
- De bougiesleutel / schroevendraaier met platte kop (29) kan om te bewaren aan de zijkant van de beschermkap van het geleideblad (30) worden geplaatst (afb. 18).
- Reinig en onderhoud het apparaat altijd voordat u het in de opslag weglegt, zie hoofdstuk "14. Reiniging en onderhoud".
- Bewaar het apparaat op een veilige, droge, vorstvrije, goed geventileerde en tegen weersinvloeden beschermde plaats. Opslag in de buitenlucht wordt afgeraden. Beveilig het ook tegen onrechtmatige toegang.
- Maak de olie- en brandstoftank leeg met behulp van een afzuigpomp.
⚠ WAARSCHUWING
Verwijder de benzine niet in gesloten ruimtes, in de buurt van vuur of bij het roken. Gasdampen kunnen explosies of brand veroorzaken.
- Start de motor en laat hem net zo lang lopen totdat de resterende benzine is verbruikt
16. Afvalverwerking en hergebruik
Aanwijzingen op de verpakking


De verpakkingsmaterialen zijn recyclebaar. Verpakkingen milieuvriendelijk afvoeren.
Informatie over het afvoeren van versleten apparatuur kunt u opvragen bij uw gemeente.
Brandstoffen en oliën
- Voor het afvoeren van het apparaat moeten de brandstoftank en het motorreservoir worden geleegd!
- Brandstof en motorolie horen niet bij het huishoudelijke afval of in het riool, maar moeten worden ingezameld resp. gescheiden worden afgevoerd!
- Lege olie- en brandstoftanks moet milieuvriendelijk worden afgevoerd.
17. Verhelpen van storingen
| Storing Mogelijke oorzaak | Oplossing | |
| De motor start niet, of start maar slaat niet aan. | Verkeerde startprocedure. Neem de aanwijzingen in deze handleiding in acht. | |
| Verkeerd ingesteld carburateurmengsel. Laat de carburateur afstellen door een erkende service-dienst. | ||
| Vervuilde bougie. Reinig de bougie, stel deze af of vervang deze. | ||
| Verstopt brandstofffilter. Vervang het brandstofffilter. | ||
| De motor springt aan, maar heeft niet het vol-ledige vermogen | Vervuilde luchtfilter (3b) Luchtfilter (3b) reinigen | |
| De motor draait onregel-matig | Onjuiste elektrodeafstand van de bougie Bougie reinigen en elektrode-afstand instellen of nieuwe bougie plaatsen | |
| Weggeslipte of vochtige bougie | Onjuiste instelling carburateur Laat de carburateur instellen en reinig indien nodig de bougie of vervang deze door een nieuw exemplaar | |
18. Garantiebewijs
Geachte klant,
onze producten zijn aan een strenge kwaliteitscontrole onderhevig. Mocht dit apparaat echter ooit niet naar behoren functioneren, spijt het ons ten zeerste en vragen u zich tot onze servicedienst onder het adres vermeld op dit garantiebewijs te wenden. Wij staan ook graag telefonisch tot uw dienst via het hieronder vermelde servicetelefoonnummer. Voor vorderingen in verband met garantie geldt het volgende:
- Deze garantievoorwaarden regelen bijkomende garantieprestaties. Uw wettelijke garantieclaims blijven onaangetast door deze garantie. Onze garantieprestatie is voor uw gratis.
- De garantieprestatie heeft uitsluitend betrekking op gebreken die te wijten zijn aan materiaal- of fabricagefouten en is beperkt tot het verhelpen van deze gebreken of het vervangen van het apparaat. Wij wijzen erop dat onze apparaten overeenkomstig hun bestemming niet geconstrueerd zijn voor commercieel, ambachtelijk of industrieel gebruik. Een garantieovereenkomst komt daarom niet tot stand als het apparaat in ambachtelijke of industriële bedrijven alsmede bij gelijk te stellen activiteiten wordt gebruikt. Uitgesloten van onze garantie zijn verder schadeloosstellingen voor transportschade, schade door nietnaleving van de montage-instructies of op grond van ondeskundige installatie, niet-naleving van de handleiding (zoals door b.v. aansluiting op een verkeerde netspanning of stroomsoort), oneigenlijke of onoordeelkundige toepassingen (zoals b.v. overbelasting van het apparaat of gebruik van niet toegestane inzetgereedschappen of toebehoren), niet-naleving van de onderhouds- en veiligheidsbepalingen, binnendringen van vreemde voorwerpen in het apparaat (zoals b.v. zand, stenen of stof), gebruikmaking van geweld of invloeden van buitenaf (zoals b.v. schade door neervallen) alsmede door normale slijtage die zich bij het doelmatig gebruik van het apparaat voordoet.
Er kan geen aanspraak op garantie worden gemaakt als op het apparaat reeds ingrepen werden uitgevoerd.
- De garantieperiode bedraagt 3 jaar en gaat in op de datum van aankoop van het apparaat. Garantieclaims dienen voor het verloop van de garantieperiode binnen de twee weken na het vaststellen van het defect geldend te worden gemaakt. Het geldend maken van garantieclaims na verloop van de garantieperiode is uitgesloten. De herstelling of vervanging van het apparaat leidt noch tot een verlenging van de garantieperiode noch wordt door deze prestatie een nieuwe garantieperiode voor het apparaat of voor eventueel ingebouwde wisselstukken op gang gebracht. Dit geldt ook bij het ter plaatse uitvoeren van een serviceactiviteit.
- Om een garantieclaim geldend te maken neem contact op met het hieronder vermelde serviceadres. Als de klacht binnen de garantieperiode valt, ontvangt u van ons een retourbon waarmee u uw defecte apparaat gratis naar ons kunt retourneren. Wij verzoeken u de reden van de klacht zo nauwkeurig mogelijk te beschrijven. Valt het defect van het apparaat binnen onze garantieprestatie bezorgen wij u per omgaande een hersteld of nieuw apparaat terug.
Uiteraard staan wij ook tot u dienst om mits betaling van de kosten defecten van het apparaat te verhelpen die buiten de garantieomvang vallen. Te dien einde stuurt u het apparaat aan ons serviceadres op.
18.1 Afhandeling van een garantieclaim
Volg de onderstaande instructies om ervoor te zorgen dat uw claim snel wordt afgehandeld:
- Houd voor alle aanvragen de kassabon en het artikelnummer (bijv. IAN 458204_2404) bij de hand als bewijs van aankoop.
- Het artikelnummer vindt u op het typeplaatje op het product, een gravure op het product, de titelpagina van uw handleiding (links-onder) of op de sticker op de achterkant of onderkant van het product.
- Neem bij functiestoringen of andere defecten eerst telefonisch of per e-mail contact op met de hieronder genoemde serviceafdeling.
- U kunt dan een als defect geregistreerd product, met bijvoeging van het aankoopbewijs (kassabon) en met vermelding van wat het defect is en wanneer het defect is opgetreden, gratis opsturen naar het aan u opgegeven serviceadres.
- U kunt deze en vele andere handleidingen bekijken en downloaden op parkside-diy.com. Met deze QR-code komt u direct op parkside-diy.com. Selecteer uw land en gebruik het zoekvenster om de gebruikshandleiding te zoeken. Als u het artikelnummer (IAN) 458204_2404 invoert, gaat u naar de gebruikshandleiding voor uw artikel.
Vestiging: Duitsland
Vestiging: Duitsland












PULL



























