PPBKS 56 B2 - Zaag PARKSIDE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PPBKS 56 B2 PARKSIDE in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over PPBKS 56 B2 PARKSIDE
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PPBKS 56 B2 - PARKSIDE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PPBKS 56 B2 van het merk PARKSIDE.
GEBRUIKSAANWIJZING PPBKS 56 B2 PARKSIDE
Benzine kettingzaag met elektrische start
Gebruiks- en veiligheidsvoorschriften
Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing
Vouw voor het lezen de pagina met de afbeeldingen uit en maak u vervolgens vertrouwd met alle functies van het product.
ES
NL / BE Gebruiks- en veiligheidsvoorschriften Pagina 104
1 Verklaring van de symbolen op het product.... 105
2 Beknopte toelichting - Juist starten van een benzinemotor kettingzaag.... 107
3 Inleiding.... 109
4 Productbeschrijving (afb. 1-21).... 109
5 Inhoud van de levering (afb. 2).... 109
6 Beoogd gebruik.... 110
7 Niet-beoogd gebruik.... 110
8 Veiligheidsvoorschriften 110
9 Technische gegevens 114
10 Uitpakken 115
11 Voor de ingebruikname.... 115
12 Bediening (afb. 1).... 118
13 Werkinstructies 121
14 Reiniging en onderhoud.... 126
15 Opslag en transport 132
16 Reparatie en reserveonderdelen bestellen 133
17 Afvalverwerking en hergebruik.... 133
18 Verhelpen van storingen 134
19 EU-conformiteitsverklaring 135
20 Garantiebewijs 136
21 Explosietekening.... 209
1 Verklaring van de symbolen op het product
LET OP
Lees deze gebruikshandleiding voorafgaand aan het eerste gebruik grondig door en volg altijd de veiligheidsvoorschriften!
Het wordt aanbevolen dat u een professionele veiligheidscursus "Deelnamecertificaat kettingzaagcursus" met een nationale trainingsnorm over het gebruik en onderhoud van kettingzagen en een EHBO-cursus volgt. Als u de kettingzaag gedurende langere tijd niet gebruikt en om te oefenen, dient u voor aanvang altijd een aantal eenvoudige zaagsnedes in veilig ondersteund hout te maken om weer vertrouwd te raken met de kettingzaag.
Bewaar de gebruikshandleiding zorgvuldig!
Aanwijzing:
Houd er rekening mee dat bepaalde nationale voorschriften, zoals bijv. werkveiligheid, milieu, het gebruik van de machine kunnen beperken.
![]() | Lees voorafgaand aan de ingebruik-name de gebruikshandleiding en de veiligheidsvoorschriften! | ![]() | Druk 8x op brandstofpomp “Pri-mer”. |
![]() | Let op! Het niet in acht nemen van de op het product aangebrachte veiligheidstekens en waarschuwingen alsook het niet in acht nemen van de veiligheids- en bedienings-aanwijzingen kan tot ernstig of zelfs dodelijk letsel leiden. | ![]() | Stel het product niet bloot aan re-gen. Het product mag alleen in dro-ge omgevingscondities worden ge-stationeerd, opgeslagen en ge-bruikt. |
![]() | Het is belangrijk om beschermende kleding te dragen voor handen, on-derarmen, benen en voeten. | ![]() | Zwaardlengte |
![]() | Draag een veiligheidshelm met ge-laatbescherming, resp. een veilig-heidsbril en gehoorbescherming. | ![]() | Instelling kettingsmering |
![]() | Draag veiligheidshandschoenen. Instelling kettingsmering. | ![]() | |
![]() | Stevig schoeisel dragen! Groefbreedte. | ![]() | |
![]() | Alleen voor tweehandige bediening. Looprichting van de zaagketting. | ![]() | |
![]() ![]() | Waarschuwing! Gevaar voor terug-slag (kickback).Pas op voor terugslag van het pro-duct en vermijd contact met het uit-einde van het zaagblad.Open vuur of roken in de nabijheid van het apparaat is streng verbo-den! | ![]() ![]() | Instelling kettingspanningSnijlengte |
![]() | Waarschuwing voor hete oppervlak-ken. | ![]() | Kettingsteek. |
![]() | Let op! De uitlaat en andere delen van de motor worden tijdens het bedrijf zeer heet, niet aanraken! | ![]() | Aantal aandrijfschakels. |
![]() | Tankinhoud. Brandstof: RON 95 / RON 98 | ![]() | Kettingrem (geopend / gesloten). |
| B + 40:1 | Brandstoftank; mengverhouding: 40 delen brandstof op 1 deel olie | ![]() | Kettingrem losmaken. |
![]() | 2-takt-motorolie: ISO L EGD / JA-SO FD | ![]() | Kettingrem activeren. |
![]() | Niveau-indicator | ![]() | Gegarandeerd geluidsvermogensni-veau van het product. |
![]() | Starthendel (choke) “koude start” | ![]() | Het product voldoet aan de gelden-de EU-bepalingen. |
2 Beknopte toelichting - Juist starten van een benzinemotor kettingzaag
Koude start (stap 1–8) – Warme start (stap 1–3, 7, 8)
1 Verwijder de zwaard- en ketting![]() | bescherming (25) van het kettingzwaard (18).Druk de voorste handbescherming (1) naar voren tot deze vastklikt. |
2 Zet de aan/uithendel (10) in de stand "I".![]() | |
3 Druk 8x op de brandstofpomp "Primer" (23).![]() | |
4 Trek de choke (24) aan.![]() | |
5 a De kettingzaag met de trekstarter starten:![]() | ter starten:1. Zet de punten van uw schoen in de achterste handbescherming (7).2. Houd de kettingzaag bij de voorste handgreep (2) vast en trek het starterkoord (14) er langzaam tot aan de eerste weerstand uit.3. Trek nu het starterkoord (14) snel aan tot de motor start. Als de motor niet start, herhaalt u de werkwijze tot de motor kort start. |
5b Of middels de elektrische starter:![]() | 1. Schuif de accu (8) in de accu-houder (9). De accu (8) klikt hoorbaar vast.2. Klap de afdekking (13a) omhoog en druk de elektrische starter (13b) in.3. Druk de elektrische starter (13b) op de elektrische starterunit (13) in en houd deze ingedrukt.Zo lang de choke (24) is uitgetrokken, start de motor slechts kort en gaat daarna weer uit. |
6 De kettingzaag heeft geen startgasblokkering.![]() | |
| 7 Zodra de motor is uitgegaan, drukt u de gashendelblokkering (5) en de gashen-del (4) gelijktijdig in. De choke (24) springt automatisch in de bedrijfsstand “war-me start”.Start de kettingzaag zoals onder stap 5a/5b beschreven. | |
CHOKE |↓| | |
| 8 Trek de voorste handbescherming (1) naar achteren. | |
![]() | |
3 Inleiding
Fabrikant:
Scheppach GmbH
Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe product.
Aanwijzing:
De fabrikant van dit product is volgens de van kracht zijnde wet inzake productaansprakelijkheid niet aansprakelijk voor schade die aan dit product of door dit product ontstaan bij:
• Ondeskundige behandeling
- Het niet in acht nemen van de gebruikshandleiding
- Reparaties door derden, niet geautoriseerde vakmensen
- Inbouw en vervanging van niet-originele reserveonderdelen
- Gebruik dat niet conform de voorschriften is
- uitvallen van de elektrische installatie bij het niet in acht nemen van de elektrische voorschriften en VDE-voorschriften 0100, DIN 57113 / VDE0113.
Let op:
De gebruikshandleiding maakt deel uit van dit product.
Deze bevat belangrijke aanwijzingen, hoe u met het product veilig, vakkundig en economisch werkt, hoe u gevaren vermijdt, reparatiekosten uitspaart, uitvaltijden vermindert en de betrouwbaarheid en levensduur van het product verhoogt. Aanvullend op de veiligheidsbepalingen van deze gebruikshandleiding moet u absoluut de voor de werking van het product geldende voorschriften van uw land in acht nemen.
Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met alle bedienings- en veiligheidsinstructies. Gebruik het product uitsluitend als beschreven en voor de aangegeven toepassingen. Bewaar de gebruikshandleiding daarom goed, en verstrek alle documentatie als het product wordt doorgegeven aan derden.
4 Productbeschrijving (afb. 1-21)
- Voorste handbescherming (kettingrem)
- Voorste handgreep
- Luchtfilterdeksel
3a. Clipvergrendeling
3b. Schroef voor luchtfilter
3c. Luchtfilter - Gashendel
- Gashendelblokkering
- Achterste handgreep
- Achterste handbescherming
-
Accu
8a. Ontgrendelingsknop -
Accu-houder
- Aan-/uithendel
- Tankdop
11a. strip - Brandstoftank
12a. Niveau-indicator - Elektrische starterunit
13a. Afdekking
13b. Elektrische start - Startmotor met trekkabel
- Olietank
- olietankdop
16a. strip - Zaagketting
- Kettingzwaard (geleideblad)
- Klauwaanslag (voorgemonteerd)
- Kettingvanginrichting
- Kettingspanschroef
- Kettingwielafdekking
22a. bevestigingsmoer - Brandstofpomp "Primer"
- Choke
- Zwaard- en kettingbescherming
- Accu-oplader
- Kettingzaagolie (bio)
- Mengfles olie-benzine
- Montagesleutel
- Afkorthulpmiddel
30a. Adaptermoer
30b. Snelkoppeling
30c. Eindschijf - Draagtas
- Stelschroef (smering zaagketting)
- Valmarkering
- Geleidepen
- Bougiestekker
35a. Bougie
36 Kettingspanstift
36a. Boorgat
37 Kettingwiel
5 Inhoud van de levering (afb. 2)
Pos. Aantal Aanduiding
| 8. | 1 x | Accu (2Ah) |
| 17. | 1 x | Zaagketting (voorgemonteerd) |
| 18. | 1 x | Zwaard (geleideblad)(voorgemonteerd) |
| 25. | 1 x | Zwaard- en kettingbescherming |
| 26. | 1 x | Accu-oplader |
| 27. | 1 x | Kettingzaagolie (bio) |
| 28. | 1 x | Mengfles olie-benzine |
| 29. | 1 x | Montagesleutel |
| 30. | 1 x | Afkorthulpmiddel |
| 30a. | 1 x | Adaptermoer |
| 31. | 1 x | Draagtas |
| 1 x | kettingzaag | |
| 1 x | Gebruiksaanwijzing |
6 Beoogd gebruik
De benzine kettingzaag is alleen ontworpen voor het zagen van hout. Het product is niet bedoeld voor andere toepassingen (bijv. snijden van metselwerk, kunststof of voedsel).
Het product mag uitsluitend worden gebruikt waarvoor het bedoeld is. Elk ander of verdergaand- is niet volgens de voorschriften. Voor hieruit ontstane schade of verwondingen, van welke soort dan ook, is de gebruiker en niet de fabrikant aansprakelijk.
Ook de naleving van de veiligheidsvoorschriften, de montagehandleiding en de aanwijzingen in de gebruikshandleiding maken deel uit van het beoogd gebruik.
Personen, die het product bedienen of onderhoud aan het product verrichten, moeten hiermee bekend zijn en op de hoogte zijn van de mogelijke gevaren.
De fabrikant is niet aansprakelijk voor wijzigingen die aan het product worden aangebracht en de hieruit voortvloeiende schade.
Het product mag uitsluitend met de originele onderde- len en originele accessoires van de fabrikant worden gebruikt.
De veiligheids-, werk- en onderhoudsvoorschriften van de fabrikant alsook de in de technische gegevens aangegeven afmetingen moeten in acht worden genomen.
Let erop dat onze producten volgens het beoogd gebruik niet voor bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële toepassingen zijn ontworpen. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid wanneer het product in bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële ondernemingen of bij soortgelijke werkzaamheden worden ingezet.
7 Niet-beoogd gebruik
Breng geen wijzigingen aan in het product. De veiligheid loopt hierdoor eventueel gevaar. Voor hieruit ontstane schade of verwondingen, van welke soort dan ook, is de gebruiker en niet de fabrikant aansprakelijk.
Beginnende gebruikers moeten zich de eigenschappen en het gebruik van het product laten uitleggen. Bezoek voor uw eigen veiligheid een door de overheid georganiseerde motorzaagcursus. De kettingzaag mag uitsluitend door personen worden gebruikt die de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt. Een uitzondering hierop vormt het gebruik door jongeren, mits dit gebruik plaatsvindt in het kader van een beroepsopleiding met betrekking tot het verkrijgen van vaardigheden onder toezicht van de opleider.
Personen die niet bekend zijn met de gebruikshandleiding, en personen die onder invloed van alcohol, drugs of medicijnen, of moe of ziek zijn.
Nationale regelgeving kan het gebruik van het product beperken!
Verklaring van de signaalwoorden in de gebruikshandleiding

GEVAAR
Signaalwoord voor aanduiding van een direct aanwezige, gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, de dood of ernstige verwondingen tot gevolgd heeft.

WAARSCHUWING
Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, tot de dood of ernstige verwondingen kan leiden.

VOORZICHTIG
Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, tot geringe of matige verwondingen kan leiden.
LET OP
Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, materiële schade aan producten of eigendommen tot gevolg kan hebben.
8 Veiligheidsvoorschriften
BELANGRIJK
VOOR GEBRUIK ZORGVULDIG DOORLEZEN VOOR EIGEN GEBRUIK BEWAREN
De gebruikshandleiding bevat belangrijke informatie over hoe u veilig en vakkundig met de kettingzaag kunt werken en hoe u gevaren kunt voorkomen.
8.1 Algemene
veiligheidsvoorschriften
- Wees altijd voorzichtig, let op waar u mee bezig bent en gebruik gezond verstand bij werkzaamheden met het product. Gebruik het product niet, als u moe bent of onder invloed bent van drugs, alcohol of medicamenten. Een moment van onachtzaamheid bij het gebruik van het product kan leiden tot ernstige verwondingen.
De gebruikshandleiding bevat belangrijke informatie over hoe u veilig en vakkundig met de kettingzaag kunt werken en hoe u gevaren kunt voorkomen.
- Lees voor de ingebruikname de gebruikshandleiding van uw product en neem hierbij met name de veiligheidsvoorschriften in acht.
- De op het product aangebrachte waarschuwingsen instructiebordjes geven belangrijke aanwijzingen voor een veilig gebruik.
- Naast de aanwijzingen in de gebruikshandleiding moeten de algemene veiligheids- en ongevallenpreventievoorschriften van de wetgever in acht worden genomen.
- Verpakkingsfolies uit de buurt van kinderen houden. Er bestaat verstikkingsgevaar!
- Bij onvakkundig gebruik kunnen onvoldoende geïnformeerde gebruikers zichzelf en anderen in gevaar brengen. De gebruiker is verantwoordelijk voor derden.
- Let bijzonder goed op bij de omgang met het product. Ga verstandig te werk en let precies op, wat u doet.
- Werk niet langer dan 10 minuten achter elkaar. Wij adviseren, om tussen de bewerkingen steeds een pauze van 10-20 minuten te nemen.
- Leen het product alleen uit aan gebruikers die ervaring hebben met het product. Overhandig daarbij de gebruikshandleiding.
- Bepaald zaagwerk vraagt om een speciale training en vaardigheden. Raadpleeg een specialist als u twijfelt of vragen heeft.
- Beginnende gebruikers moeten zich de eigen- schappen en het gebruik van het product laten uit- leggen. Bezoek voor uw eigen veiligheid een door de overheid georganiseerde motorzaagcursus.
- Wanneer het product niet wordt gebruikt, moet het zo worden bewaard dat niemand in gevaar wordt gebracht. Zorg dat onbevoegden er niet bij kunnen.
- De gebruiker van het product is verantwoordelijk voor alle ongevallen en gevaren waarbij andere personen of hun eigendommen betrokken zijn.
- Kinderen, jongeren en personen met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke vermogens mogen de kettingzaag niet gebruiken. Er kan een uitzondering worden gemaakt voor jongeren vanaf 16 jaar in het kader van een opleiding en onder toezicht van een beroepsbeoefenaar.
- Let op: onjuist onderhoud, het gebruik van niet-conforme reserveonderdelen of het verwijderen of wijzigen van veiligheidsvoorzieningen kan tot een langere kettingremtijd, een hogere terugslag, schade aan het product en lichamelijk letsel van de persoon die ermee werkt tot gevolg hebben.
- Houd het product altijd in een goede bedrijfstoestand.
- Reinig en onderhoud het product voordat u dit opbergt.

WAARSCHUWING
Schakel de kettingrem voor elke ingebruikname in (voorste handbescherming naar voren drukken).

WAARSCHUWING
Houd de kettingzaag altijd vast met uw rechterhand op de achterste greep en uw linkerhand op de voor- ste handgreep. Het vasthouden van de kettingzaag in een omgekeerde werkpositie verhoogt het risico op letsel en mag niet worden gebruikt.
8.2 Persoonlijke
beschermingsmiddelen (PBM)

GEVAAR
Gevaar voor letsel!
Draag altijd persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)!
- Draag een veiligheidshelm met gelaatbescherming of veiligheidsbril en gehoorbescherming.
- Draag nauw aansluitende beschermende kleding met zaagbeschermingslaag.
-
Draag antislip veiligheidsschoenen.
– Draag veiligheidshandschoenen. -
Draag geen wijde kleding of sieraden, deze kunnen door bewegende delen worden vastgegrepen.
- Draag geen sjaal, halsdoek of das en ook geen sie-raden
- Draag bij lang haar een haarnetje.
- Draag bij alle soorten werkzaamheden in het bos een veiligheidshelm. Deze geeft bescherming tegen vallende takken. Controleer de veiligheidshelm regelmatig op beschadigingen. De helm dient uiterlijk na 5 jaar te worden vervangen. Gebruik uitsluitend goedgekeurde veiligheidshelmen.
- De gelaatbescherming en/of de veiligheidsbril biedt bescherming tegen zaagsel en houtsplinters. Om oogletsel te voorkomen, dient bij het werken met het product altijd een gelaatbescherming of veiligheidsbril te worden gedragen.
- Draag gehoorbescherming.
- Draag stevige veiligheidshandschoenen van robuust materiaal, zoals leer.
- Draag een stofmasker bij het zagen van droog hout. Er kan zaagstof vrijkomen.
- Tijdens de kettingsmering vormt zich een oliespoor door de wegspattende olie. Let op de windrichting en zorg dat u niet wordt blootgesteld aan de smeerolienevel.
- Als in de boom wordt gewerkt, kan de gebruiker vallen. De gebruiker kan ernstig gewond raken of worden gedood. Draag een valbeveiliging.
8.3 Veiligheid van de omgeving
- Nationale en/of plaatselijke voorschriften kunnen een tijdslimiet stellen aan het gebruik van luidruchtige, door een motor aangedreven product. Vraag uw lokale overheid hiernaar.
- Het product mag niet in binnenruimten of andere slecht geventileerde ruimten worden gebruikt. Er bestaat gevaar voor verstikking door de giftige uitlaatgassen/smeeroliedampen.
- In geval van misselijkheid, hoofdpijn, visuele stoornissen of duizeligheid moet het werk onmiddellijk worden gestopt. Deze symptomen kunnen onder andere door hoge uitlaatgasconcentraties worden veroorzaakt. Tijdens het zagen kan ook stof, bijv. houtstof, dampen en rook ontstaan. Hierbij moet voor een betere ventilatie worden gezorgd en er moet een stofmasker worden gedragen
- Werk alleen bij daglicht.
- Werk ook niet bij ongunstige weersomstandigheden, zoals bijv. regen of wind. Hierbij bestaat een verhoogd risico op ongelukken!
- Houd uw werkomgeving schoon en goed verlicht. Rommel of slecht verlichte werkplaatsen kunnen leiden tot ongevallen.
- Mensen moeten een veiligheidsafstand van minstens 15 meter tot het werkgebied bewaren.
- Bedien het product nooit als er mensen, vooral kinderen, of dieren in de buurt zijn.
- Werk niet in de buurt van draadafrasteringen of in gebieden met losse oude draad.
- Houd een brandblusser gereed wanneer u werkt in een licht ontvlambare omgeving, zoals droog gras, enz. Er bestaat brandgevaar!
8.4 Trillingen
- Draag warme kleding wanneer u in een koude omgeving werkt en houd uw handen warm en droog.
- Las regelmatig pauzes in en beweeg hierbij de handen om de doorbloeding te bevorderen.
- Beperk het gebruik van gereedschap met hoge trillingen per dag en verdeel het over meerdere dagen. Maak een werkschema dat de blootstelling aan trillingen beperkt.
- Houd de trillingen van het product zo laag mogelijk door regelmatig onderhoud aan vaste onderdelen op het product.
- Vervang versleten componenten onmiddellijk.
- Wissel regelmatig van werkpositie. Als het product vaak wordt gebruikt, moet u contact opnemen met uw leverancier en eventueel antitrilingsaccessoires (grepen) aanschaffen.

WAARSCHUWING
Bij langdurige werkzaamheden kunnen door de trillingen stoornissen in de doorbloeding in de handen van de gebruiker optreden (witte vinger syndroom).
Raynaud-syndroom (dove vingers) is een vaatziekte, waarbij kleine bloedvaten in de vingers en tenen acuut verkrampen. De desbetreffende lichaamsdelen worden dan niet meer voldoende van bloed voorzien waardoor ze een bleke kleur krijgen. Het frequente gebruik van trillende producten kan zenuwbeschadigingen veroorzaken bij personen met een verminderde doorbloeding (bijv. rokers, diabetici).
Als u ongewone beperkingen bespeurt, stopt u direct de werkzaamheden en raadpleegt u een arts.
8.5 Voorzorgsmaatregelen tegen terugslag

WAARSCHUWING
Let bij het werken op de terugslag van het product. Er bestaat gevaar voor letsel. U voorkomt terugslag door voorzichtig en met de juiste zaagtechniek te werk te gaan.
- In sommige gevallen kan contact van het uiteinde van het zaagblad een onverwachte naar achteren gerichte reactie veroorzaken waarbij het geleideblad in de richting van de gebruiker omhoog wordt geslagen.
- Terugslag kan optreden als het uiteinde van het geleideblad een voorwerp raakt of als de zaagketting in de snede wordt vastgeklemd door ombuigend hout.
- Voordat de zaagketting in de verwerkingszone wordt geplaatst, kan deze zijwaarts wegslippen of kan de motorzaag gaan stuiteren.
- (Let op! Verhoogde terugslagrisico!)
- Als de zaagketting aan de bovenrand van het geleideblad is vastgeklemd, kan de kettingzaag al snel onverwacht terugslaan in de richting van de gebruiker.
- Als de zaagketting aan de onderkant van het geleideblad vastgeklemd, kan de kettingzaag al snel ongecontroleerd uit de werkrichting en het hout in worden getrokken.
-
Wees uiterst voorzichtig wanneer u de zaagketting van de kettingzaag gebruikt om verder te zagen in een zaagsnede die al is begonnen.
-
Zaag geen takken of stukken hout die tijdens het zagen van positie kunnen veranderen of waarbij de zaagsnede zich tijdens het zagen sluit.
- Elk van deze reacties kan ertoe leiden dat u de controle over de zaag verliest en mogelijk ernstig gewond raakt. Vertrouw niet uitsluitend op de veiligheidsvoorzieningen die in de kettingzaag zijn ingebouwd. Tref als gebruiker van de kettingzaag diverse maatregelen om zonder gevaar voor ongevalen of letsel te kunnen werken.
- Tref als gebruiker van het product diverse maatregelen om zonder gevaar voor ongevallen of letsel te kunnen werken.
Een terugslag is het gevolg van incorrect gebruikt van de zaag. Dit kan door geschikte voorzorgsmaatregelen, zoals hierna zijn beschreven, worden voorkomen.
- Houd de kettingzaag met beide handen vast, waarbij de duimen en vingers de grepen van het product omsluiten. Breng lichaam en armen in een houding waarbij u de terugslagkrachten kunt opvangen. Als de juiste maatregelen worden genomen, kan de gebruiker de terugslagkrachten onder controle houden. Nooit het product loslaten.
- Neem geen onnatuurlijke lichaamshouding aan en zaag niet boven schouderhoogte. Dit voorkomt onopzettelijk contact met het uiteinde van het zaagblad en zorgt voor een betere controle van de kettingzaag in onverwachte situaties.
- Gebruik ter vervanging altijd geleidebladen en zaagkettingen die door de fabrikant zijn voorgeschreven. Onjuiste vervangende geleidebladen en zaagkettingen kunnen breuk van de zaagketting en/of terugslag tot gevolg hebben.
- Volg de aanwijzingen van de fabrikant voor het slijpen en onderhouden van de zaagketting. Een te lage dieptebegrenzer verhoogt de kans op terugslag.
- Zaag niet met het uiteinde van het zaagblad. Er bestaat gevaar voor terugslag.
- Controleer of er zich geen spijkers of metalen delen in het zaag- of snoeigebied bevinden. Let goed op voor met name spijkers of ijzeren delen rondom het zaag- of snoeigebied.
- Wees ook voorzichtig bij het zagen van hardhout waarbij de zaagketting vast kan komen te zitten. Hierdoor kan er terugslag optreden.
- Begin op vol vermogen te zagen en houd de kettingzaag altijd op maximum snelheid tijdens het zagen.
- Zorg ervoor dat er geen voorwerpen op de grond liggen, waar u over kunt struikelen.
Restrisico's
Het product is vervaardigd volgens de stand van de techniek en de erkende veiligheidstechnische regels. Toch kan tijdens de werkzaamheden sprake zijn van enkele restrisico's.
- Beschadiging van het gehoor, als de voorgeschreven gehoorbescherming niet wordt gedragen.
- Restrisico's kunnen worden geminimaliseerd als de "veiligheidsvoorschriften" en het "gebruik conform de voorschriften" alsook de bedieningshandleiding worden opgevolgd.
- Gebruik het product zoals in deze gebruikshandleiding wordt aanbevolen. U verkrijgt dan optimale prestaties met uw product.
- Bovendien kunnen er ondanks alle getroffen voorzieningen verborgen restrisico's bestaan.

GEVAAR
GEVAAR VOOR LETSEL!
Aanraking met de zaagketting kan leiden tot dodelijk snijletsel. Nooit met de handen in een draaiende zaagketting grijpen.

GEVAAR
GEVAAR VOOR TERUGSLAG!
Terugslag kan leiden tot dodelijk snijletsel.

WAARSCHUWING
GEVAAR VOOR BRANDWONDEN!
De ketting en het geleideblad worden warm tijdens het gebruik.

WAARSCHUWING
Dit elektrisch apparaat genereert een elektromagnetisch veld als het is ingeschakeld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden interfereren met actieve of passieve medische implantaten. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we personen met medische implantaten aan om hun arts en de fabrikant van het medische implantaat te raadplegen voordat het elektrische apparaat wordt gebruikt.

WAARSCHUWING
Bij langdurige werkzaamheden kunnen door de trillingen stoornissen in de doorbloeding in de handen van de gebruiker optreden (witte vinger syndroom).
Raynaud-syndroom (dove vingers) is een vaatziekte, waarbij kleine bloedvaten in de vingers en tenen acuut verkrampen. De desbetreffende lichaamsdelen worden dan niet meer voldoende van bloed voorzien waardoor ze een bleke kleur krijgen. Het frequente gebruik van trillende producten kan zenuwbeschadigingen veroorzaken bij personen met een verminderde doorbloeding (bijv. rokers, diabetici).
Als u ongewone beperkingen bespeurt, stopt u direct de werkzaamheden en raadpleegt u een arts.
| Motortype 2-taktmotor/ luchtgekoeld | |
| Cilinderinhoud 56 cm3 | |
| Stationair toerental n_0 | 3100 ± 300 min-1 |
| Toerental n_max | 11500 min-1 |
| Motorvermogen 2,3 kW/3,13 PS | |
| Tankinhoud 0,55 l | |
| Tankinhoud/Olie 0,26 l | |
| Bougie L8RTC/L8RTF | |
| Kettingsnelheid 22 m/s | |
| Geleideblad 52 cm/18" | |
| Snijlengte* 44 cm | |
| Kettingsteek 8,255 mm (0,325") | |
| Kettingwiel aantal tanden 7 | |
| Type zaagketting Royal Garden .325.058-72 | |
| Type geleideblad Royal Garden BE18-72-5810P | |
| Dikte aandrijfschakel | 1,47 mm (0.058") |
| CO2-uitstoot | 646 g/kWh |
| Gewicht (met lege tank en zonder zaagblad en zaagkettingset) | ca. 6,3 kg |
| Gewicht (met lege tank en volledig gemonteerd) | ca. 7,4 kg |
Technische wijzigingen voorbehouden!
* De werkelijke snijlengte kan korter zijn dan de aangegeven snijlengte.
Accu/oplader
De technische gegevens van de accu en de oplader kunt u in de meegeleverde gebruikshandleiding vinden.
LET OP
Het product maakt deel uit van de serie Parkside X 20 V TEAM en kan met accu's van de serie Parkside X 20 V TEAM worden gebruikt. De accu's mogen alleen met opladers van de serie Parkside X 20 V TEAM worden opgeladen.
Geluid en trilling

WAARSCHUWING
Er wordt gewezen op de risico's van blootstelling aan lawaai en er worden maatregelen aanbevolen om deze risico's te minimaliseren. Op verzoek is een octaafbandanalyse beschikbaar om geschikte gehoorbescherming te kunnen kiezen.
Geluidswaarden
De geluidswaarden zijn bepaald volgens EN ISO 22868.
| Geluidsdrukniveau L_pA | 97,3 dB |
| Meetonnauwkeurigheid K_pA | 3 dB |
| Gemeten geluidsvermogensniveau L_wA | 108,4 dB |
| Gegarandeerd geluidsvermogensniveau L_wA | 111 dB |
| Meetonzekerheid K_wA | 3 dB |
Trillingskenwaarden (hand-arm-trilling)
De trillingswaarden zijn bepaald volgens EN ISO 22867.
| Trillingswaarde aan de achterste handgreep 7,728 m/s ^2 |
| Trillingswaarde aan de voorste handgreep 15,226 m/s ^2 |
| Onzekerheid K 1,5 m/s ^2 |

WAARSCHUWING
De werkelijke trillingsemissiewaarde tijdens het gebruik van het product kan afwijken van de waarde die in de gebruiksaanwijzing of door de fabrikant is opgegeven. Dit kan worden veroorzaakt door de volgende beïnvloedende factoren, waarmee voor en tijdens het gebruik rekening moet worden gehouden:
- Wordt het product correct gebruikt.
- Is het type snijden van het materiaal of de manier waarop het verwerkt wordt correct.
- Is de gebruikstoestand van het product in goede staat.
- Scherpteconditie van het snijgereedschap of juiste snijgereedschap.
- Zijn de handgrepen of optionele trillingsgrepen gemonteerd en zijn ze stevig aan het product bevestigd.
10 Uitpakken

WAARSCHUWING
Het product en de verpakkingsmaterialen zijn geen kinderspeelgoed!
Kinderen mogen niet met plastic zakken, folies en kleine onderdelen spelen! Er bestaat gevaar voor inslikken en verstikkingsgevaar!
- Open de verpakking en haal het product er voorzichtig uit.
- Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de verpakkings- en transportbeveiligingen (indien voorhanden).
- Controleer of de inhoud van de levering volledig is.
- Controleer het product en de hulpstukken op transportschade. Meld eventuele schade direct bij het transportbedrijf dat het product heeft bezorgd. Reclamaties op een later tijdstip worden niet erkend.
- Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het verstrijken van de garantietijd.
- Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met het product aan de hand van de gebruikshandleiding.
- Gebruik bij accessoires alsook slijtage- en reserve-onderdelen uitsluitend originele onderdelen. Reserveonderdelen zijn verkrijgbaar bij de leverancier.
- Geef bij bestellingen onze artikelnummers alsook type en bouwjaar van het product aan.
11 Voor de ingebruikname
LET OP
Voer de montage en instellingen op het product altijd bij een uitgeschakelde motor uit en verwijder de bougiestekker.
LET OP
Het product wordt geleverd zonder brandstof-/oliemengsel. Voor ingebruikname daarom altijd brandstof-/oliemengsel bijvullen.
Gebruik uitsluitend een mengsel van loodvrije brandstof (min. RON 95) en speciale 2-taktmotorolie (JASO FD/ISO L EGD).

WAARSCHUWING
Gebruik nooit brandstof die niet gemengd is met 2-taktolie. Dit kan permanente motorschade veroorzaken en maakt de fabrieksgarantie op dit product on-geldig. Gebruik nooit een brandstofmengsel dat langer dan 90 dagen opgeslagen is geweest.

WAARSCHUWING
Gevaar voor de gezondheid!
Bij het inademen van brandstof-/smeeroliedampen en uitlaatgassen kan er ernstige gezondheidsschade, bewusteloosheid ontstaan en dit in extreme gevallen zelfs tot de dood leiden.
- Adem geen brandstof-/smeeroliedampen en uitlaatgassen in.
- Gebruik het product alleen in de open lucht.

WAARSCHUWING
Brandstoffen en brandstofdampen zijn brandgevaarlijk en kunnen bij het inademen en bij contact met de huid ernstig letsel veroorzaken. Bij de omgang met brandstof is daarom voorzichtigheid geboden en moet voor een goede ventilatie worden gezorgd.

WAARSCHUWING
Brandstof en het brandstof-olie-mengsel zijn zeer licht ontvlambaar!
Aanwijzingen:
- Plaats het product op een vlak, recht oppervlak.
- Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met het product aan de hand van de gebruikshandleiding.
Het is verplicht om het product voor elk gebruik of na het laten vallen zorgvuldig te controleren op eventuele schade. Als er schade wordt gevonden, moet deze onmiddellijk door u of een erkend servicecentrum worden gerepareerd.
De volgende punten moeten in acht worden genomen om ervoor te zorgen dat het product perfect functioneert en een lange levensduur heeft:
- Correcte plaatsing van het geleideblad.
- Installatie/looprichting, evenals perfecte (scherpe) zaagketting.
- Spanning van de zaagketting (meerdere keren controleren en opnieuw afstellen met een nieuwe ketting).
-
Werking van de kettingsmering.
-
Werking van de kettingrem.
- Werking van de koppeling (geen beweging van de ketting bij stationair draaien).
- Perfecte staat en volledigheid van de veiligheids- voorzieningen en de snij-inrichting.
- Stevige bevestiging van de schroefverbindingen.
- Soepel lopen van alle bewegende delen.
Benodigd gereedschap:
• Montagesleutel (29)
- Lap/doek*
* = niet altijd meegeleverd!
11.1 Brandstof mengen (afb. 2)

WAARSCHUWING
Voorkom direct contact van brandstof met de huid en adem geen brandstofdamp in.
- De motor moet met een brandstofmengsel van brandstof en motorolie worden gebruikt.
- Gebruik uitsluitend een mengsel van loodvrije brandstof (min. RON 95) en speciale 2-taktmotorolie (JASO FD/ISO L EGD).
- Meng het brandstofmengsel volgens de brandstofmengtabel.
- Giet altijd de juiste hoeveelheid brandstof en 2-takt-olie in de meegeleverde mengfles voor olie-benzine (28). Zie 11.1.1.
- Schud aansluitend de mengfles voor olie-benzine (28) goed door.
11.1.1 Brandstofmengsel
Aanwijzing:
Het brandstofmengsel niet in de tank mengen.
Voeg de 2-taktolie toe volgens de brandstof-mengta-bel.
| Brandstof 2-takt motorolie (1:40) | |
| 0,5 liter 12,5 ml | |
11.2 Brandstof bijvullen (afb. 3)

GEVAAR
Brand- en explosiegevaar!
Vul de brandstof alleen bij als de motor is uitgeschakeld en afgekoeld. Rook niet wanneer u het product tankt.

GEVAAR
Brand- en explosiegevaar!
Brandstof kan zich bij het vullen ontsteken en even-tueel exploderen. Dit leidt tot ernstige verbrandingen of zelfs de dood.
- Gebruik altijd een vers brandstof/oliemengsel.
- Houd uit de buurt van hitte, vlammen en vonken.
- Vul brandstof alleen in de open lucht bij.
• Draag veiligheidshandschoenen. - Vermijd huid- en oogcontact.
- Start het product met een afstand van min. 3 m tot de vullocatie van de brandstof.
- Let op voor ondichte plekken. Start de motor niet als er brandstof uitloopt.
- Gebruik voor het tanken een geschikte trechter of een invoerbuis, zodat er geen brandstof op de verbrandingsmotor en behuizing kan terechtkomen. Vul de brandstoftank niet te vol!
Aanwijzing:
Controleer elke keer na het bijvullen van brandstof ook de kettingzaagolie.
- Meng de brandstof zoals beschreven onder 11.1.
- Reinig altijd het gebied rondom de tankdop (11) voor het bijvullen, zodat er geen vuil in de brandstoftank (12) terechtkomt. Gebruik hiervoor een droge, niet-pluizende doek.
- Leg het product op zijn kant, zo dat de tankdop (11) naar boven wijst.
- Klap de grendel (11a) open.
- Draai de tankdop (11) linksom en maak hem open. De tankdop (11) is via een verlieszekering verbonden met de brandstoftank (12) en kan zo niet vallen.
- Vul de brandstoftank met het brandstofmengsel. Mors geen brandstof en maak de brandstoftank niet helemaal tot aan de rand vol.
- Veeg gemorste brandstof direct weg.
- Draai de tankdop (11) rechtsom, dus met de klok mee, om de tank af te sluiten.
- Klap de grendel (11a) weer dicht.
11.2.1 Controleer het peil van het brandstof/oliemengsel (afb. 1)
- Controleer het brandstofpeil op de vulpeilindicator (12a).
- Voeg brandstof toe als het brandstofpeil te laag is.
- Let op de juiste mengverhouding!
11.3 Kettingzaagolie (27) bijvullen (afb. 2, 4)

WAARSCHUWING
Vul de kettingzaagolie alleen bij als de motor is uitgeschakeld en afgekoeld. Er bestaat brandgevaar!
Werk nooit zonder kettingsmering! Bij een droog lopende zaagketting wordt de zaagblad en zaagkettingset in korte tijd onherstelbaar beschadigd.
Controleer voor het werk altijd de kettingsmering.
Aanwijzing:
- Gebruik uitsluitend kettingzaagolie. Liefst een biologisch afbreekbare soort.
- Gebruik geen afgedankte olie, motorolie enz. Controleer ook tijdens het werken of de kettingsmering goed werkt.
- Reinig altijd het gebied rondom de olietankdop (16) voor het bijvullen, zodat er geen vuil in de olietank (15) terechtkomt. Gebruik hiervoor een droge, niet-pluizende doek.
- Leg het product op zijn kant, zo dat de olietankdop (16) naar boven wijst.
- Klap de grendel (16a) open.
- Draai de olietankdop (16) linksom en maak hem open. De olietankdop (16) is via een verlieszekering verbonden met de olietank (15) en kan zo niet vallen.
- Vul de meegeleverde kettingzaagolie (27) in de olietank (15). Mors geen kettingzaagolie (27) tijdens het bijvullen en maak de olietank (15) niet helemaal tot aan de rand vol.
- Veeg gemorste kettingzaagolie (27) direct op.
- Draai de olietankdop (16) rechtsom, om de tank af te sluiten.
- Klap de grendel (16a) weer dicht.
11.4 Zaagketting (17) spannen en controleren (afb. 1, 2, 12)

WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel bij het hanteren van de zaagketting of het zwaard!
– Draag snijbestendige handschoenen.
Aanwijzing:
- Een nieuwe zaagketting rekt op en moet vaker worden opgespannen. Controleer de kettingspanning regelmatig na elke snede en stel deze zo nodig bij.
-
Voor het spannen moet u de beide bevestigingsmoeren (22a) iets losdraaien met de montagesleutel (29).
-
Draai de kettingspanschroef (21) met de montage-sleutel (29) rechtsom voor een hogere spanning.
- Draai beide bevestigingsmoeren (22a) stevig vast met de montagesleutel (29).
- De zaagketting (17) moet ook aan de onderkant van het blad goed aansluiten. Controleer of de zaagketting (17) (bij ontgrendelde kettingrem, trek de voorste handbescherming (1) naar achter) met de hand over het geleideblad (18) kan worden getrokken.
11.5 Accu (8) in de accu-houder (9) plaatsen/verwijderen (afb. 5, 6)

VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel!
Plaats de accu pas, als het product klaar is voor gebruik.
Accu plaatsen
- Controleer of de accu (8) voldoende geladen is.
- Schuif de accu (8) in de accu-houder (9). De accu (8) klikt hoorbaar vast.
Accu uitnemen
- Druk op de ontgrendelingsknop (8a) van de accu (8) en trek de accu (8) uit de accu-houder (9).
11.6 Veiligheidsvoorzieningen (afb. 1)
- Kettingrem / voorste handbescherming (1)
- Veiligheidsvoorziening die de zaagketting onmiddellijk stopt in geval van terugslag.
- De kettingrem kan ook handmatig worden bediend.
- Beschermt de linkerhand van de gebruiker, als deze van de voorste handgreep afglijdt.
• Gashendelblokkering (5)
- Voorkomt een onvoorzien gas geven. De gashendel kan alleen worden bediend, als de gashendelblokkering bewust is gelost.
- Achterste handbescherming (7)
- Beschermt de hand tegen takken en twijgen en in het geval dat de ketting eraf springt.
• Zaagketting (17) met lage terugslag
- Helpt u om terugslag te ondervangen met speciaal ontwikkelde veiligheidsvoorzieningen.
- Klauwaanslag (19)
- Verhoogt de stabiliteit bij verticale snedes en maakt zagen gemakkelijker.
• Kettingvanginrichting (20)
– Vangt de zaagketting op als deze breekt of slipt.
Draag altijd persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)!
- Draag een veiligheidshelm met gelaatbescherming of veiligheidsbril en gehoorbescherming.
- Draag nauw aansluitende beschermende kleding met zaagbeschermingslaag.
– Draag antislip veiligheidsschoenen.
– Draag veiligheidshandschoenen.

WAARSCHUWING
Neem de wettelijke voorschriften inzake geluidsbescherming in acht.
Aanwijzing:
De kettingzaag heeft geen startgasblokkering.
Deactiveer daarom alleen een getrokken choke (24) met behulp van de gashendelblokkering (5) en de gashendel (4).
De choke (24) springt vervolgens automatisch in de bedrijfsstand "warme start".
Schuif een uitgetrokken choke (24) niet met de hand terug naar de stand "warme start", anders kan de motor met verhoogd stationair toerental aanslaan.
Werkinstructies
Maakt u zich voor het gebruik vertrouwd met de omgang met de kettingzaag.
Het is verplicht om het product voor elk gebruik of na het laten vallen zorgvuldig te controleren op eventuele schade. Als er schade wordt gevonden, moet deze onmiddellijk door u of een erkend servicecentrum worden gerepareerd.
De volgende punten moeten in acht worden genomen om ervoor te zorgen dat het product perfect functioneert en een lange levensduur heeft:
- Correcte plaatsing van het geleideblad
- Controleer de inbouw-/looprichting, evenals een optimale (scherpe) zaagketting.
- Spanning van de zaagketting (meerdere keren controleren en opnieuw afstellen met een nieuwe ketting)
- Werking van de kettingsmering
- Werking van de kettingrem
- Controleer de functie van de koppeling. De zaagketting mag tijdens stationair niet draaien.
• Dichtheid van brandstofsysteem
- Perfecte staat en volledigheid van de veiligheids- voorzieningen en de snijinrichting
- Stevige bevestiging van de schroefverbindingen.
- Soepel lopen van alle bewegende delen.
12.1 Kettingrem (afb. 1, 7)

WAARSCHUWING
De kettingrem moet elke ingebruikname worden gecontroleerd.
De kettingrem remt de zaagketting bij terugslag onmiddellijk af.

WAARSCHUWING
Productbeschadiging!
Als het motortoerental te lang wordt opgevoerd terwijl de kettingrem is geblokkeerd, raken de motor en de zaagkettingaandrijving beschadigd.
Als de zaagketting desondanks beweegt, moet u contact opnemen met de klantenservice.
12.1.1 De kettingrem/voorstehandbescherming activeren (1)
- Kantel de kettingrem/voorste handbescherming (1) in de richting van het kettingzwaard (18).
12.1.2 Draai de kettingrem/voorste handbescherming (1) los
- Trek de kettingrem/voorste handbescherming (1) naar de voorste handgreep (2) toe.
12.1.3 De kettingrem/voorstehandbescherming controleren (1)
- Maak de kettingrem/voorste handbescherming (1) los, zoals beschreven in 12.1.2.
- Let erop dat de voorste handbescherming (1) schoon is en gemakkelijk beweegt.
- Houd de kettingzaag stevig vast met beide handen.
- Schakel de kettingzaag in zoals beschreven onder 12.2 en bedien de gashendel (4).
- Kantel de kettingrem/voorste handbescherming (1) in de richting van het kettingzwaard (18). De zaagketting (17) moet onmiddellijk stoppen! Als de zaagketting nog steeds beweegt, mag u het product niet gebruiken. Er bestaat een risico op letsel door de slepende zaagketting (17). Neem contact op met de klantenservice.
12.2 Motor starten (afb. 7-10)

VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel!
Plaats de accu pas, als het product klaar is voor gebruik.

WAARSCHUWING
Schakel de kettingrem voor elke ingebruikname in (voorste handbescherming naar voren drukken).
LET OP
Trek het starterkoord er altijd recht uit. Houd de greep van het starterkoord vast tot de starterkoord weer opwikkelt. Laat het starterkoord nooit terug- schieten.
12.2.1 Motor starten zonder elektrische starter (afb. 1, 7)
LET OP
– Laat het starterkoord niet terugschieten. Dit kan tot schade leiden.
- Bij koel weer kan het noodzakelijk zijn om het startproces meerdere te herhalen.
12.2.1.1 Bij koude motor starten
LET OP
Laat het starterkoord nooit terugschieten. Dit kan tot schade leiden.
Aanwijzing:
Bij hoge buitentemperaturen kan het voorkomen dat ook bij een koude motor zonder choke moet worden gestart!
- Controleer voor elke start het brandstof- en kettingzaagoliepeil (zie hoofdstuk 11.3 en 11.2). Controleer of de bougiestekker (35) op de bougie (35a) is aangesloten.
- Verwijder de zwaard- en kettingbescherming (25) van het kettingzwaard (18).
- Plaats de kettingzaag op een stabiele en vlakke ondergrond. De zaagketting (17) mag hierbij de grond niet raken.
- Druk de voorste handbescherming (1) naar voren tot deze vastklikt. De zaagketting (17) werd door de kettingrem geblokkeerd.
- Zet de aan/uithendel (10) in de stand "I".
- Druk 8x op de brandstofpomp "Primer" (23).
- Trek de choke (24) aan (●).
- Zet de punten van uw schoen in de achterste handbescherming (7).
-
Houd de kettingzaag bij de voorste handgreep (2) vast en trek het starterkoord (14) er langzaam tot aan de eerste weerstand uit.
-
Trek nu het starterkoord (14) snel aan tot de motor start.
Zo lang de choke (24) is uitgetrokken (), start de motor slechts kort en gaat daarna weer uit.
Als de motor niet start, herhaalt u de werkwijze. - Zodra de motor is uitgegaan, drukt u de gashendelblokkering (5) en de gashendel (4) gelijktijdig in. De choke (24) springt automatisch in de bedrijfsstand "warme start".
- Trek nu opnieuw snel aan het starterkoord (14) tot de motor start.
- Als de motor ook na meerdere pogingen niet aanspringt, dient u hoofdstuk 18 te raadplegen.
- Ontgrendel de kettingrem door de voorste handbescherming (1) naar achteren te trekken.
- Druk op de gashendelblokkering (5) op de achterste handgreep (6) en bedien de gashendel (4). De zaagketting (17) draait.
Met de gashendel (4) kunt u het toerental traploos regelen. Hoe dieper u de gashendel (4) indrukt, hoe hoger het toerental.
12.2.1.2 Bij warme motor starten
(Het product stond minder dan 15–20 minuten stil.)
- Controleer voor elke start het brandstof- en kettingzaagoliepeil (zie hoofdstuk 11.3 en 11.2). Controleer of de bougiestekker (35) op de bougie (35a) is aangesloten.
- Verwijder de zwaard- en kettingbescherming (25) van het kettingzwaard (18).
- Plaats de kettingzaag op een stabiele en vlakke ondergrond. De zaagketting (17) mag hierbij de grond niet raken.
-
Druk de voorste handbescherming (1) naar voren tot deze vastklikt. De zaagketting (17) werd door de kettingrem geblokkeerd.
-
Zet de aan/uithendel (10) in de stand "I".
-
Druk 8x op de brandstofpomp "Primer" (23).
-
De choke (24) moet voor het starten van de warme motor niet worden aangetrokken.
-
Zet de punten van uw schoen in de achterste handbescherming (7).
-
Houd de kettingzaag bij de voorste handgreep (2) vast en trek het starterkoord (14) er langzaam tot aan de eerste weerstand uit.
-
Trek nu snel aan het starterkoord (14). Het product moet na 1-2 keer trekken starten. Als het product na 6 keer aantrekken nog altijd niet start, herhaalt u de werkwijze onder 12.2.1.1" of 12.2.2.
-
De motor start.
-
Ontgrendel de kettingrem door de voorste handbescherming (1) naar achteren te trekken.
-
Druk op de gashendelblokkering (5) op de achterste handgreep (6) en bedien de gashendel (4). De zaagketting (17) draait.
Met de gashendel (4) kunt u het toerental traploos regelen. Hoe dieper u de gashendel (4) indrukt, hoe hoger het toerental.
12.2.2 Motor starten met elektrische starter (afb. 1, 6, 8, 9)
12.2.2.1 Bij koude motor starten
- Controleer voor elke start het brandstof- en kettingzaagoliepeil (zie hoofdstuk 11.3 en 11.2). Controleer of de bougiestekker (35) op de bougie (35a) is aangesloten.
- Plaats de accu (8) zoals beschreven onder 11.5 in de accu-houder (9).
- Verwijder de zwaard- en kettingbescherming (25) van het kettingzwaard (18).
- Plaats de kettingzaag op een stabiele en vlakke ondergrond. De zaagketting (17) mag hierbij de grond niet raken.
- Druk de voorste handbescherming (1) naar voren tot deze vastklikt. De zaagketting (17) werd door de kettingrem geblokkeerd.
- Zet de aan/uithendel (10) in de stand "I".
- Druk 8x op de brandstofpomp "Primer" (23).
- Trek de choke (24) aan (●).
- Klap de afdekking (13a) naar boven.
- Druk de elektrische starter (13b) op de elektrische starterunit (13) in en houd deze ingedrukt.
- De motor start. Zo lang de choke (24) is uitgetrokken (*), start de motor slechts kort en gaat daarna weer uit. Als de motor niet start, herhaalt u de werkwijze.
- Zodra de motor is uitgegaan, drukt u de gashendelblokkering (5) en de gashendel (4) gelijktijdig in. De choke (24) springt automatisch in de bedrijfsstand "warme start".
- Klap de afdekking (13a) naar boven.
- Druk opnieuw op de elektrische starter (13b) tot de motor start.
- Zodra het product is opgestart, kunt u de elektrische starter (13b) weer loslaten.
- Als de motor ook na meerdere pogingen niet aanspringt, dient u hoofdstuk 18 te raadplegen.
- Ontgrendel de kettingrem door de voorste handbescherming (1) naar achteren te trekken.
- Druk op de gashendelblokkering (5) op de achterste handgreep (6) en bedien de gashendel (4). De zaagketting (17) draait.
Met de gashendel (4) kunt u het toerental traploos regelen. Hoe dieper u de gashendel (4) indrukt, hoe hoger het toerental.
12.2.2.2 Bij warme motor starten
- Controleer voor elke start het brandstof- en kettingzaagoliepeil (zie hoofdstuk 11.3 en 11.2). Controleer of de bougiestekker (35) op de bougie (35a) is aangesloten.
- Plaats de accu (8) zoals beschreven onder 11.5 in de accu-houder (9).
- Verwijder de zwaard- en kettingbescherming (25) van het kettingzwaard (18).
- Plaats de kettingzaag op een stabiele en vlakke ondergrond. De zaagketting (17) mag hierbij de grond niet raken.
- Druk de voorste handbescherming (1) naar voren tot deze vastklikt. De zaagketting (17) werd door de kettingrem geblokkeerd.
- Zet de aan/uithendel (10) in de stand "I".
- Druk 8x op de brandstofpomp "Primer" (23).
- Klap de afdekking (13a) naar boven.
- Druk de elektrische starter (13b) op de elektrische starterunit (13) in en houd deze ingedrukt.
- De motor start.
- Zodra het product is opgestart, kunt u de elektrische starter (13b) weer loslaten.
- Ontgrendel de kettingrem door de voorste handbescherming (1) naar achteren te trekken.
- Druk op de gashendelblokkering (5) op de achterste handgreep (6) en bedien de gashendel (4). De zaagketting (17) draait. Met de gashendel (4) kunt u het toerental traploos regelen. Hoe dieper u de gashendel (4) indrukt, hoe hoger het toerental.
12.2.3 Bedrijf bij stationair draaien
LET OP
Als de motor stationair loopt, moet de zaagketting stilstaan. Als de zaagketting wel meedraait, moet het stationair toerental worden bijgesteld!
Aanwijzing:
- Als de zaagketting bij stationair draaien beweegt of als de motor bij het wegnemen van gas vanzelf uitgaat, moet de carburateur opnieuw worden afgesteld.
-
Zie Onderhoud van de carburateurinstellingen.
-
Schakel het product in zoals beschreven bij 12.2.
-
Na hernieuwde bediening van de gashendel (4) loopt de motor bij stationair toerental.
-
Laat de motor kort warmlopen.
12.3 Kettingsmering controleren en instellen (afb. 11)
Aanwijzingen:
Controleer voor het begin van de werkzaamheden het oliepeil en de werking van de kettingsmering.
Als er geen oliespoor te zien is, reinig dan eventueel de oliedoorvoer en laat de benzine kettingzaag door onze klantenservice repareren.
- Vul de olietank (15) zoals onder 11.3 beschreven.
- Houd de kettingzaag terwijl hij loopt, bij gemiddelde snelheid, boven een afgezaagde boomstronk of een geschikte ondergrond. Als de smering voldoende is, vormt zich een lichte oliefilm op de boomstronk of op de ondergrond.
Met de regelschroef (32) kunt u de oliehoeveelheid reduceren of verhogen.
Gebruik een montagesleutel (29).
- Rechtsom - oliehoeveelheid verkleinen (-)
- Linksom - Oliehoeveelheid verhogen (+)
12.4 Motor uitschakelen (afb. 1)
12.4.1 Nood-uit stappen
- Mocht het nodig zijn om het product direct te stoppen, zet u de aan-/uithendel (10) op "0" en houdt hem in deze stand ingedrukt tot de motor stilstaat.
12.4.2 Normaal uitschakelen
- Laat de gashendel (4) los. De motor loopt nu stationair.
- Druk de aan-/uithendel (10) in de "0" stand en houdt hem in deze stand ingedrukt tot de motor stilstaat.
13 Werkinstructies

GEVAAR
Gevaar voor letsel!
Dit hoofdstuk behandelt de basistechniek voor het gebruik van het product.
De hier verstrekte informatie vervangt niet de jaren-lange opleiding en ervaring van een vakman.
Vermijd werkzaamheden waarvoor u niet voldoende gekwalificeerd bent!
Onzorgvuldig gebruik van het product kan ernstig letsel of zelfs de dood tot gevolg hebben!

GEVAAR
Gevaar voor letsel!
Het zagen en kappen van bomen en alle daarmee verbonden werkzaamheden mogen alleen door speciaal hiervoor opgeleide en getrainde personen worden uitgevoerd.

WAARSCHUWING
Wij raden onervaren gebruikers vanwege veiligheidsredenen af om boomstammen te vellen met een zwaardlengte die kleiner is dan de diameter van de stam.
Aanwijzingen:
Let er voor het inschakelen op dat het product geen voorwerpen aanraakt.
Neem de betreffende nationale voorschriften voor kapwerkzaamheden in acht en win informatie in bij de bevoegde instantie.
- Let op dat de vallende takken en bomen niemand kunnen raken.
- In de werkomgeving mogen zich alleen de voor het kappen benodigde personen ophouden.
- Houd de werkomgeving rondom de stam vrij en opgeruimd, zodat de gebruiker die er werkt veilig kan staan.
- Houd vluchtwegen vrij en opgeruimd om de werkomgeving snel te kunnen verlaten.
- Voer geen kapwerkzaamheden uit bij harde wind, slecht weer of slecht zicht.
- Houd steeds een afstand tot de dichtstbijzijnde werkplek van ten minste 2 1/2 boomlengte aan.
- Schakel de motor uit als de zaag in aanraking komt met vreemde objecten. Controleer de zaag en repareer deze zo nodig.
- Beveilig de zaagketting tegen vuil en zand. Zelfs bij een geringe hoeveelheid vuil kan de zaagketting snel bot worden, waardoor het gevaar voor terugslag toeneemt.
- Begin met het zagen van kleinere boomstammen om te oefenen en om gevoel voor het product te krijgen voordat u de lastige taken gaat uitvoeren.
- Druk de behuizing van de kettingzaag tegen de boomstam, als u met zagen begint.
- Laat de zaag het werk doen. Oefen slechts lichte druk naar beneden uit.
-
Om te voorkomen dat u de controle over het product verliest als de zaagketting uit het hout komt, mag u aan het einde van de zaagsnede geen druk op de zaag uitoefenen.
-
Snijd geen hout dat op de grond ligt en probeer geen wortels door te snijden die uit de grond steken.
- Voorkom een onnatuurlijke lichamshouding. Zorg voor een stabiele positie en zorg ervoor dat u altijd stabiel staat. Daardoor kunt u het elektrische gereedschap in onverwachte situaties beter onder controle houden.
- U hebt betere controle als u met de onderkant van het zwaard zaagt (met trekketting).
- De zaagketting mag tijdens en na het zagen de grond of een ander voorwerp niet raken.
- Neem ook de voorzorgsmaatregelen tegen terugslag in acht (zie veiligheidsinstructies).
13.1 Juiste houding

GEVAAR
Gevaar voor letsel!
- Nooit op onstabiele oppervlakken werken!
- Nooit boven schouderhoogte werken!
– Nooit staand op ladders werken! - Werk niet te ver vooruit!
- Gebruik het product alleen bij gunstige weers- en terreinomstandigheden!
- Sta met beide voeten stevig op de grond.
– Wacht op obstakels in het werkgebied. - Houd het product tijdens het werken altijd met beide handen vast!
13.2 Zo zaagt u op de juiste wijze!
- Oefen gelijkmatige druk uit op het product, maar gebruik geen overmatige kracht.
- Plaats indien mogelijk het product met de klauwaanslag op de te zagen tak.
- Werk nooit zonder klauwaanslag. Het product kan de operator naar voren trekken.
- Gebruik de klauwaanslag voor het zagen van boomstammen of dikke takken.
- Het gebruik van de klauwaanslag verhoogt de arbeidsveiligheid, vermindert de persoonlijke belasting tijdens het werk en vermindert ook de trillingen.
- Indien een vreemd voorwerp is geraakt. Controleer het product op beschadigingen en voer de noodzakelijke reparaties uit voordat u het product opnieuw start en ermee gaat werken. Indien het product bij het starten ongewoon sterk trilt, moet deze direct worden onderzocht.
13.3 Zaagtechnieken
13.3.1 Trekkend zagen
Bij deze techniek met de onderkant van het kettingzwaard van boven naar beneden gezaagd.
De zaagketting schuift het product naar voren, weg van de gebruiker. Hier vormt de voorkant van het product een steun die de krachten absorbeert die op de boomstam ontstaan tijdens het zagen. Bij het trekken van de zaag heeft de gebruiker veel meer controle over het product en kan hij terugslag beter vermijden.
13.3.2 Duwend zagen

GEVAAR
Levensgevaarlijke letsels!
Als het kettingzwaard kantelt, kan het product met grote kracht naar de gebruiker worden geslingerd. Als de gebruiker de kracht van de naar achteren duwende zaagketting niet compenseert met zijn lichaamskracht, bestaat het risico dat alleen het uit-einde van het kettingzwaard nog in contact is met het hout, met terugslag als gevolg.
Bij deze techniek wordt met de bovenkant van het geleideblad van onder naar boven gezaagd.
De zaagketting duwt het product naar achteren in de richting van de gebruiker.
13.3.3 Afkorten
Afkorten is het zagen van gekapte boomstammen in kleine stukken. Indien mogelijk moet de stam worden onderbouwd en ondersteund door takken, balken of wiggen.
- Neem altijd een stevige stabiele stand in en gebruik de kettingzaag uitsluitend als u op een stevige, veilige en vlakke grond staat. Een gladde of een onstabiele ondergrond kan leiden tot evenwichtsverlies of verlies van de controle over de kettingzaag.
- Ga altijd boven de tak staan als u op hellingen zaagt. Let op dat de zaagketting niet in aanraking komt met de grond. Wacht na het zagen tot de zaagketting tot stilstand is gekomen voordat u het product verwijdert.
- Schakel de motor van het product altijd uit voordat u van werkstation naar werkstation gaat.
13.3.3.1 Afkorthulpmiddel (30) monteren/ demonteren (afb. 12)
Monteren:
- Demonteer de voorste bevestigingsmoer (22a) van de kettingwielafdekking (22).
Gebruik montagegereedschap (29). -
Monteer de adaptermoer (30a) op de geleidebout (34).
Gebruik montagegereedschap (29). -
Trek de snelkoppeling (30b) naar achteren en schuif het afkorthulpmiddel (30) op de adaptermoer (30a).
- Laat de snelkoppeling (30b) los.
- Controleer een stevige bevestiging van het afkorthulpmiddel (30).
Demonteren:
- Trek de snelkoppeling (30b) naar achteren en verwijder het afkorthulpmiddel (30) van de adaptermoer (30a).
- De adaptermoer (30a) kan op de geleidebout (34) gemonteerd blijven.
13.3.3.2 Afkorthulpmiddel juist gebruiken (afb. 12)
- Alleen bij gesnoeide stammen gebruiken, die horizontaal op de grond liggen.
- Let op de lengte van de stam en op krachten die de vorige zaagspleet zouden kunnen sluiten en de eindschijf (30c) zouden kunnen vastklemmen. Als de eindschijf (30c) vastklemt, moet u de kettingzaag onmiddellijk stoppen, het afkorthulpmiddel (30) ontkoppelen en de klem losmaken.
- Het afkorthulpmiddel (30) mag alleen tijdens het afkorten aan de kettingzaag worden bevestigd. Voor het snoeien en tanken van de kettingzaag moet het afkorthulpmiddel (30) worden verwijderd (zie 13.3.3.1).
- Na ca. 100 keer afkorten moet het afkorthulpmiddel (30) worden gecontroleerd op goede bevestiging en zo nodig worden aangehaald. Gebruik montagegereedschap (30).
- Zorg ervoor dat de adaptermoer (30a) en de snelkoppeling (30b) zeer schoon zijn. Als de snelkoppeling (30b) stroef wordt, smeer deze dan.
- Vermijd buigen, stoten, knellen, schuren enz. op het afkorthulpmiddel (30). Het afkorthulpmiddel (30) moet regelmatig gecontroleerd worden op schade.
13.3.3.3 Stam ligt op de grond
- De zaagketting mag tijdens en na het zagen de grond of een ander voorwerp niet raken.
- Zaag vanaf de bovenkant helemaal door de stam heen.
- Als de mogelijkheid bestaat om de stam te draaien, zaag deze tot 2/3 door. Dan draait u de stam om en zaagt u de rest van de stam van bovenaf door.
13.3.3.4 De stam wordt aan één uiteinde ondersteund
- Zaag eerst 1/3 van de stamdiameter van onder naar boven door (met de bovenkant van het kettingzwaard) om splinteren te voorkomen.
- Zaag vervolgens van boven naar beneden (met de onderkant van het kettingzwaard) in de richting van de eerste zaagsnede om vastlopen te voorkomen.
13.3.3.5 De stam wordt aan beide uiteinden ondersteund
- Zaag eerst 1/3 van de stamdiameter van boven naar beneden door (met de onderkant van het kettingzwaard).
- Zaag vervolgens van onder naar boven (met de bovenkant van het kettingzwaard) totdat de zaagsneden samenkomen.
13.3.3.6 Zagen op een werkbok
- Houd het product stevig met beide handen vast en leid het product voor het lichaam terwijl u zaagt.
- Geef het product bij het zagen van het hout rechts van het lichaam door.
Houd de linkerarm zo recht mogelijk. Neem de val- lende stam in acht. - Plaats uzelf zodanig dat de afgehakte stam geen gevaar oplevert.
- Let op uw voeten. De afgezaagde stam kan verwondingen veroorzaken als hij valt.
- Zorg ervoor dat uw lichaam in evenwicht is en dat u een stabiele stand hebt.
Er gebeuren veel ongelukken tijdens het snoeien.
- Houd het product stevig met beide handen vast en leid het product voor het lichaam terwijl u zaagt.
- Buig tijdens de werkzaamheden nooit te ver naar voren.
- Zaag nooit takken af als u op de boomstam staat.
- Houd het terugslaggebied in de gaten wanneer takken onder spanning staan.
Snoeien is de term voor het verwijderen van takken en twijgen van een boom.
- Verwijder ondersteunende takken pas nadat u ze op lengte hebt afgekort.
- Takken onder spanning moeten van onder naar boven worden gezaagd om te voorkomen dat het product vastloopt.
- Werk links van de stam en zo dicht mogelijk bij het product. Indien mogelijk rust het gewicht van het product op de stam.
- Verander de locatie om takken voorbij de stam te zagen.
- Vertakte takken worden afzonderlijk op lengte afgekort.
-
Laat bij het snoeien de grotere neerwaartse takken die de boom ondersteunen eerst zitten. Snoei kleinere takken met één snede.
-
Verwijder naar beneden hangende takken door de snede boven de tak te maken.
- Snoei nooit hoger dan schouderhoogte.
- Pas er altijd voor op dat takken kunnen terugspringen.
- Zaag niet met het uiteinde van het zaagblad.
- Zaag nooit meerdere takken tegelijk.
- Ondersteun de kettingzaag bij het verwijderen van takken zoveel mogelijk met de klauwaanslag (19).
- Denk eraan dat de kettingzaag aan het einde van de zaagsnede onder zijn eigen gewicht kan doorzwaaien. De zaag ondervindt geen steun meer in de snede. Houd de zaag goed vast en zorg voor tegendruk.
- Zorg ervoor dat u zelf stevig, stabiel en veilig staat bij het snoeien en verwijderen van takken.
13.3.4.1 Snoeiwerkzaamheden in gedeeltes (afb. 1, 13)
Kort lange of dikke takken in voordat u de laatste eind- snede maakt. De zaagketting (17) kan anders gemak- kelijk vastgeklemd raken.
13.3.5 Een valkerf maken

GEVAAR
Gevaar voor letsel!
Het zagen en kappen van bomen en alle daarmee verbonden werkzaamheden mogen alleen door speciaal hiervoor opgeleide en getrainde personen worden uitgevoerd.

GEVAAR
Er is veel ervaring nodig om bomen te kappen. Kap alleen bomen als u het product veilig kunt hanteren. Gebruik het product nooit als u zich onveilig voelt.

GEVAAR
Levensgevaarlijke letsels!
- Zaag de stam nooit helemaal door!
- Bij het kappen alleen aan de zijkant van de te kappen boom gaan staan!

GEVAAR
Zaag een boom niet om als er een sterke of veranderlijke wind staat, als er gevaar is voor schade aan eigendommen of als de boom elektriciteitskabels zou kunnen raken.

GEVAAR
Bij het vellen van bomen moet erop worden gelet dat andere personen niet aan gevaar worden blootgesteld, geen voedingsleidingen geraakt worden en er geen materiële schade wordt veroorzaakt. Als een boom met een voedingsleiding in contact komt, moet het nutsbedrijf direct op de hoogte worden gebracht.

GEVAAR
Ga nooit voor een boom staan die is ingekerfd.

GEVAAR
Zodra de boom begint te vallen, trekt u het product uit de zaagsnede, stopt u de motor, legt u het product neer en verlaat u de werkplek via het terugtrekpad.
Kijk uit voor vallende takken en struikel niet.
- Zorg ervoor dat er zich geen mensen of dieren in de buurt van het werkgebied bevinden. De veiligheidsafstand tussen de te kappen boom en de dichtstbijzijnde werkplek moet 2 1/2 boomlengte zijn.
- Let op de kaprichting: De gebruiker moet zich veilig in de buurt van de gekapte boom kunnen bewegen om de boom gemakkelijk te kunnen omzagen en snoeien. Voorkomen moet worden dat de vallende boom in een andere boom verstrikt raakt. Let op de natuurlijke valrichting, die afhangt van de helling en kromming van de boom, de windrichting en het aantal takken.
- Kleine bomen met een diameter van 15-18 cm kunnen meestal met één zaagsnede worden afgezaagd.
- Ga altijd boven de tak staan als u op hellingen zaagt. Let op dat de zaagketting niet in aanraking komt met de grond. Wacht na het zagen tot de zaagketting tot stilstand is gekomen voordat u het product verwijdert.
- Ga altijd boven de boomstam staan als u op hellingen zaagt. Om tijdens het "doorzagen" volledige controle te behouden, moet tegen het einde van de zaagsnede de aanpersdruk worden gereduceerd, zonder de stevige greep aan de handgrepen van het product losser te maken. Let op dat de zaagketting niet in aanraking komt met de grond. Wacht na het snijden tot het product gestopt is voordat u het product daar weghaalt.
Het product altijd uitschakelen en de voedingsstekker eruit trekken, voordat men van boom naar boom wisselt.
- Bij bomen met een grotere diameter moeten inkepingen en een velsnede worden gemaakt.
- Zorg ervoor dat de zaagketting niet vast komt te zitten in de zaagsnede. De tak mag niet breken of versplinteren.
- Vuil, stenen, losse schors, spijkers, nietjes en draad moeten van de boom verwijderd worden.

WAARSCHUWING
Klap direct na het beëindigen van het zaagproces de gehoorbescherming omhoog, zodat u tonen en waarschuwingssignalen kunt horen.
Aanwijzing:
De valkerf bepaalt de valrichting van de te kappen boom.
- Zet de valkerf in een rechte hoek op de valrichting aan.
- Zaag zo dicht mogelijk bij de grond.
- Zorg voor vluchtroutes. Verwijder de ondergroe i rond de boom zodat u zich gemakkelijk kunt terugtrekken. Het vluchtbereik moet ongeveer 45° achter de geplande kaprichting liggen.
- Ondersteun de kettingzaag met de klauwaanslag (19).
13.3.5.1 Valrichting bepalen - met marking op het product (afb. 13)
De kettingzaag is voorzien van een valmarkering (33) die u bij het uitlijnen van de kettingzaag helpt.
- Plaats de kettingzaag tegen de stam. De valmarkering (33) geeft de mogelijke valrichting van de boom aan.
13.3.5.2 Valkerf maken (afb. 13)
- Begin eerst met het inzagen van de snede voor valkerf A. De valkerf moet ongeveer een 1/4 van de doorsnee van de boom diep worden en een hoek van 45°-60° hebben.
13.3.5.3 Valrichting controleren (afb. 1, 13)
- Kettingzaag met het zwaard (18) in de valkerfzool leggen.
- De valmarkering (33) geeft de mogelijke valrichting aan.
- Voor zover noodzakelijk de valkerf overeenkomstig nazagen.
13.3.5.4 Velsnede uitvoeren (afb. 13)

WAARSCHUWING
Gevaar voor ongevallen!
Zaag niet in breuklijst C als u bezig bent met velsne- de B, anders kan de boom in een onvoorziene val- richting vallen!
Wees erop voorbereid, dat de boom bij het vallen ongecontroleerd kan gaan "glijden" over de snede.
Wees erop voorbereid, dat de boom bij het tegen de grond slaan ongecontroleerd in een richting kan "springen".
Om te voorkomen dat de kettingzaag vast komt te zitten in velsnede B, drijft u op tijd wiggen van aluminium of kunststof in velsnede B. Gebruik geen wiggen van ijzer.
LET OP
Materièle schade!
Let erop dat de wig niet in aanraking komt met de zaagketting. Deze kan hierdoor ernstig beschadigd raken.
- Zet de velsnede B ca. 2-3 cm hoger aan dan de horizontale snede voor valkerf A. Let erop dat velsnede B exact horizontaal wordt uitgevoerd.
- Laat ca. 1/10 van de doorsnee van de boom staan, de breuklijst C voor velsnede B. Breuklijst C geleidt de boom als een scharnier naar de grond en zorgt ervoor dat hij niet te vroeg omvalt.
13.3.5.5 Een vastzittende kettingzaag losmaken
Als de kettingzaag tijdens het zagen vastloopt, gaat u als volgt te werk:
- Schakel de kettingzaag uit en zet hem vast aan de binnenkant van de stam (d.w.z. in de richting van de boomstam) of maak hem vast aan een apart gereedschapstouw.
- Trek de kettingzaag uit de inkeping terwijl u de tak zo ver mogelijk optilt.
- Gebruik zo nodig een handzaag of een tweede kettingzaag om de vastzittende kettingzaag los te maken door ten minste 30 cm van de vastzittende kettingzaag af te zagen.
Ongeacht of een handzaag of een kettingzaag wordt gebruikt om een vastzittende kettingzaag te bevrijden, moeten de zaagsneden om de kettingzaag te bevrijden altijd aan de buitenkant (in de richting van de uiteinden van de takken) worden gemaakt, zodat de kettingzaag niet met de afgezaagde delen wordt meegenomen en de situatie nog ingewikkelder maakt.
13.3.6 Onder spanning staand hout bewerken (afb. 1, 14)
LET OP
Materiële schade!
Liggend hout mag de grond aan de onderkant van de zaagsnede niet raken, anders kan de zaagketting beschadigd raken.
Het is zeer belangrijk dat de juiste volgorde wordt aangehouden bij het bewerken van hout dat onder spanning staat. Anders kan de zaagketting (17) vastklemmen of kan er een terugslag optreden.
Hout waar spanning op staat moet altijd eerst worden ingezaagd aan de zijde waar drukkrachten op staan. Daarna kan pas de eindsnede worden gemaakt aan de zijde waar trekkrachten op staan.
Zo wordt voorkomen dat de zaagketting (17) vastklemt.
terugstoot
- Als de zaagketting (17) aan de bovenrand van het zwaard (18) is vastgeklemd, kan de kettingzaag al snel onverwacht terugslaan in de richting van de gebruiker.
Naar binnen trekken
- Als de zaagketting (17) aan de onderkant van het zwaard (18) vastgeklemd, kan de kettingzaag al snel ongecontroleerd uit de werkrichting en het hout in worden getrokken.
Veilig werken
- Houd het product in goede staat om verwondingen te voorkomen.
- Het is noodzakelijk om voor gebruik en na laten vallen of andere stoten een dagelijkse inspectie uit te voeren om significante schade of defecten vast te stellen.
- Gebruik dit product op vloerhoogte, niet staand op een ladder of op een onveilige, onstabiele standplaats.
- Laat u niet tot een spontane, ondoordachte snede verleiden. Daarmee kunt u zichzelf en anderen in gevaar brengen.
- Wissel regelmatig van werkpositie. Door de trillingen kan langdurig gebruik van het product leiden tot problemen met de bloedsomloop in de handen. U kunt de gebruiksduur echter door geschikte handschoenen of regelmatige pauzes verlengen. Denk er ook aan dat een persoonlijke aanleg tot slechte doorbloeding; lage buitentemperaturen of grote grijpkrachten bij het werken de gebruiksduur verkorten.
13.3.6.1 Houten stam is naar beneden gebogen (afb. 15)
- Zaag eerst onlastingssnede 1 (ca. 1/3 van de stamdiameter) aan de zijde waar drukkrachten op staan.
- Voer vervolgens eindsnede 2 uit (ca. 2/3 van de stamdiameter) aan de trekzijde.
13.3.6.2 Houten stam is naar boven gebogen (afb. 15)
- Zaag eerst onlastingssnede 1 (ca. 1/3 van de stamdiameter) aan de zijde waar drukkrachten op staan.
- Voer vervolgens eindsnede 2 uit (ca. 2/3 van de stamdiameter) aan de trekzijde.
13.4 Na gebruik
- Schakel het product voor het neerleggen altijd uit en wacht tot het product tot stilstand is gekomen.
- Plaats de zwaard- en kettingbescherming op het zwaard.
• Activeer de kettingrem. - Laat het product afkoelen.
- Verwijder de bougiestekker uit de bougie en de accu als het product niet in gebruik is.
14 Reiniging en onderhoud

WAARSCHUWING
Laat reparatie- en onderhoudswerkzaamheden, die niet in deze gebruikshandleiding beschreven staan, uitvoeren door onze gespecialiseerde werkplaats. Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen.

WAARSCHUWING
Onjuist onderhoud of onjuiste reiniging kan letsel veroorzaken!

WAARSCHUWING
Tijdens reinigings-, reparatie- en onderhoudswerkzaamheden kan het product onverwacht starten en letsel en brandwonden veroorzaken.
– Schakel het product uit.
- Trek de bougiedop van de bougie.
- Verwijder de accu.
- Laat het product afkoelen.

WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel bij het hanteren van de zaagketting of het zwaard!
– Draag snijbestendige handschoenen.

WAARSCHUWING
Gevaar voor brandwonden!
Raak geen hete geluiddempers, cilinders of koelribben aan.
Aanwijzingen:
Alle instructies met betrekking tot onderhoud en reini- ging moeten regelmatig of dagelijks en voor elk ge- bruik worden uitgevoerd. Onjuist onderhoud kan ern- stige schade aan eigendommen of persoonlijk letsel tot gevolg hebben. Als de gebruiker deze werkzaamheden niet zelf kan uitvoeren, moet een gespecialiseerde dea- ler worden geraadpleegd.
Na elk gebruik moet het product grondig worden gereinigd.
- Voer de reinigings- en onderhoudswerkzaamheden alleen uit, zoals in deze gebruikshandleiding is aangegeven. Overige werkzaamheden mogen uitsluitend worden uitgevoerd door deskundig vakpersoneel.
14.1 Reiniging
- Wij adviseren u, om het product direct na elk gebruik te reinigen.
- Gebruik een kwast of handvegertje om de zaagketting schoon te maken en geen vloeistoffen.
- Houd grepen en greepoppervlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Als grepen en greepoppervlakken glad zijn, kan het elektrisch gereedschap in onvoorziene situaties niet veilig bediend en onder controle gehouden worden.
- Reinig de grepen indien nodig met een doekje, bevochtigd met een sopje.
- Zorg dat de veiligheidsinrichtingen, de ventilatiesleuven en de motorbehuizing zo stof- en vuilvrij mogelijk zijn. Wrijf het product met een schone doek* af en blaas deze met perslucht* bij lage druk uit. Wij adviseren u, om het product direct na elk gebruik te reinigen.
- Ventilatieopeningen moeten altijd vrij zijn.
- Gebruik geen reinigingsmiddelen of oplosmiddelen; deze kunnen de kunststofonderdelen van het product aantasten. Zorg ervoor dat er geen water in het product kan komen.
- Reinig de groef van het kettingzwaard met behulp van een kwast of met perslucht.
- Reinig het kettingwiel.
* = niet altijd meegeleverd!
14.2 Onderhoud
Aanwijzingen:
Onderhoud het product zorgvuldig. Controleer of bewegende delen probleemloos functioneren en niet klemmen, of onderdelen gebroken of beschadigd zijn, waardoor de functie van het product wordt beïnvloed. Laat beschadigde onderdelen voor gebruik van het elektrische product eerst repareren.
Plaats het product op een vlak, recht oppervlak.
Benodigd gereedschap:
• Montagesleutel (29)
• Koperdraadborstel*
• Voelermaat*
- Testmeter*
• Vijlmeter*
- Ronde vijl*
- Platte vijl*
* = niet altijd meegeleverd!
14.2.1 Luchtfilter onderhouden (afb. 17, 18)

GEVAAR
Brand- en explosiegevaar!
Brandstof kan bij een incorrecte reiniging ontsteken en eventueel exploderen. Dit leidt tot ernstige verbrandingen of zelfs de dood.
- Reinig het luchtfilter uitsluitend door uitkloppen.
– Reinig het luchtfilter nooit met benzine of brandbare oplosmiddelen.
LET OP
Risico op materiële schade!
Het bedrijf van de motor zonder of met een beschadigd filterelement kan tot motorschade leiden.
- Laat de motor nooit zonder of met een beschadigd luchtfilterelement draaien. Dan komen er verontreinigingen in de motor terecht, die de motor ernstig kunnen beschadigen.
LET OP
Vervuilde luchtfilters verminderen het motorvermogen door een te geringe luchttoevoer naar de carburateur. Regelmatige controle is daarom absoluut noodzakelijk.
Aanwijzing:
Het luchtfilter moet elke 25 bedrijfsuren worden gecontroleerd en indien nodig worden gereinigd. Bij een zeer stoffige lucht moet het luchtfilter vaker worden gecontroleerd.
- Verwijder de luchtfilterafdekking (3) door de clipsluitingen (3a) te openen.
- Demonteer de luchtfilterbout (3b) en verwijder het luchtfilter (3c).
- Reinig het luchtfilter(3c) uitsluitend door uitkloppen.
- Vervang een defecte luchtfilter (3c) door een nieuwe.
- Plaats het luchtfilter (3c) weer terug en monteer de luchtfilterbout (3b)
- Breng de luchtfilterafdekking (3) aan en fixeer deze met de clipsluitingen (3a).
14.2.2 Bougie onderhouden (afb. 17-20)
Controleer de bougie voor de eerste keer na 20 bedrijfsuren op verontreiniging en reinig deze eventueel met een koperdraadborstel. Daarna de bougie elke 50 bedrijfsuren onderhouden.
- Verwijder de luchtfilterafdekking (3) door de clipsluitingen (3a) te openen.
- Demonteer de luchtfilterbout (3b) en verwijder het luchtfilter (3c).
- Verwijder de bougiestekker (35) en demonteer de bougie (35a). Gebruik een montagesleutel (29).
- Verwijder eventueel vuil van de basis van de bougie (35a).
- Controleer de bougie visueel (35a). Verwijder evt. aangekoekte resten met een koperen staalborstel.
- Controleer de elektrodeafstand van de bougie. Stel de elektrodenafstand met een voelermaat in op 0,6-0,7 mm.
- Breng de bougie (35a) weer aan en let erop dat u deze niet te vast draait.
- Plaats de bougiestekker (35) op de bougie (35a).
14.2.3 De instellingen van de carburateur onderhouden
Als de zaagketting (17) bij stationair draaien beweegt of als de motor bij het wegnemen van gas vanzelf uit-gaat, moet de carburateur opnieuw worden afgesteld.
Aanwijzing:
Laat de instellingen van de carburateur (bijv. het stationair toerental) uitsluitend door gekwalificeerd vakpersoneel wijzigen, om schade aan de motor te voorkomen.
14.2.4 Kettingwiel (37) controlleren (afb. 21)
- Draai de kettingspanschroef (21) linksom om de kettingspanning los te maken. Gebruik een montagesleutel (29).
- Draai de bevestigingsmoer (22a) linksom om de kettingwielafdekking (22) te verwijderen. Gebruik een montagesleutel (29).
- Verwijder het kettingzwaard (18) en de zaagketting (17).
- Controleer de inloopmarkeringen op het kettingwiel (37) met een testmeter.
- Als de inloopmarkeringen dieper zijn dan a=0,5 mm, gebruik het product dan niet en raadpleeg een gespecialiseerde dealer. Het kettingwiel (37) moet vervangen worden.
- Monteer het zwaard (18) en de zaagketting (17) zoals beschreven onder 14.2.6.
14.2.5 Kettingzwaard (18) controleren (afb. 21)
- Draai de kettingspanschroef (21) linksom om de kettingspanning los te maken. Gebruik een montagesleutel (29).
- Draai de bevestigingsmoer (22a) linksom om de kettingwielafdekking (22) te verwijderen. Gebruik een montagesleutel (29).
- Verwijder het kettingzwaard (18) en de zaagketting (17).
- Meet de groefdiepte van het kettingzwaard (18) met de peilstok van een vijlmeter.
- Het kettingzwaard (18) moet vervangen worden als een van de volgende punten van toepassing is:
- Het kettingzwaard is beschadigd.
- De gemeten groefdiepte is kleiner dan de minimale groefdiepte van het kettingzwaard (4 mm).
- De groef van het kettingzwaard is versmald of gespreid.
- Monteer het zwaard (18) en de zaagketting (17) zoals beschreven onder 14.2.6.
14.2.6 Zwaard (18) en zaagketting (17) monteren/demonteren/vervangen (afb. 21)

GEVAAR
Ernstig letsel mogelijk door scheuren of springen van de zaagketting!
- Monteer nooit een nieuwe zaagketting op een versleten kettingrondsel of op een beschadigd of versleten geleideblad. De zaagketting kan eraf springen of breken.

WAARSCHUWING
Draag altijd veiligheidshandschoenen als u de zaagketting aanraakt. Letselgevaar door de scherpe snijtanden!
LET OP
Voer de montage en instellingen op het product altijd bij een uitgeschakelde motor uit en verwijder de bougiestekker.
Aanwijzingen:
- Een nieuwe zaagketting rekt op en moet vaker worden opgespannen. Controleer de kettingspanning regelmatig na elke snede en stel deze zo nodig bij.
- Gebruik alleen zaagkettingen en zaagbladen die voor dit product ontworpen zijn.
- Voordat u de zaagketting verwisselt, moet u de groef van het kettingzwaard reinigen, omdat de zaagketting uit het zaagblad kan springen als er vuil aanwezig is. De afzettingen kunnen ook de kettingzaagolie opzuigen. Het gevolg zou zijn dat de kettingzaagolie de onderkant van de rail niet of slechts in geringe mate bereikt en smering wordt verminderd.
Al naar gelang de slijtage kan het zwaard (18) worden gekeerd.
- Plaats het product op een vlakke, stabiele ondergrond.
- Trek de voorste handbescherming (1) tot aan de aanslag naar achteren om, indien nodig, de kettingrem te ontgrendelen.
- Draai de kettingspanschroef (21) linksom om de kettingspanning los te maken. Gebruik een montagesleutel (29).
- Draai de bevestigingsmoer (22a) linksom om de kettingwielafdekking (22) te verwijderen. Gebruik een montagesleutel (29).
- Plaats het zwaard (18) op de beide geleidebouten (34). De geleidebouten (34) moeten in het sleufgat op het zwaard (18) geplaatst worden.
- Leid de zaagketting (17) rond het kettingwiel (37) en controleer de uitlijning van de zaagketting (17). In het uiteinde van het zwaard(18) bevindt zich een geleidewiel. Zorg dat de tanden van de zaagketting (17) hier in vallen.
- Trek enigszins aan het zwaard (18), om de zaagketting (17) licht voor te spannen.
-
Breng de beschermkap van de kettingwielafdekking (22) aan. Let erop dat de binnenliggende kettingspanstift (36) in het passende boorgat (36a) van het zwaard (18) zit. Verstel evt. de kettingspanschroef (21) met de montagesleutel (29).
-
Schroef beide bevestigingsmoeren (22a) er met de hand weer op. Draai ze echter nog niet helemaal vast.
- Draai met de montagesleutel (29) de kettingspan-schroef (21) met de klok mee, tot het onderste deel van de zaagketting (17) in het zwaard (18) valt. De zaagketting (17) moet ook aan de onderkant van het blad goed aansluiten.
Als de kettingrem (1) ontgrendeld is, moet het mogelijk zijn om de zaagketting (17) met de hand over het zwaard (16) te trekken. - Draai beide bevestigingsmoeren (22a) stevig vast met de montagesleutel (29).
- Controleer nogmaals de zitting van de zaagketting (17) en span de zaagketting (17) zoals beschreven onder 11.4.
- De demontage gebeurt in omgekeerde volgorde.
Aanwijzing:
Bij een nieuwe zaagketting neemt de spankracht na enige tijd af. Daarom moet u de zaagketting na de eerste 5 zaagsneden, of uiterlijk na 10 minuten zagen, naspannen.
14.2.7 Zaagketting (17) slijpen en onderhouden

WAARSCHUWING
De tanden van de zaagketting zijn zeer scherp. Draag bij het hanteren altijd dikke handschoenen om het risico op letsel te voorkomen!
Houd de kettingzaag in goede staat, effectief werken met de kettingzaag is alleen mogelijk als de zaagketting scherp, goed gesmeerd en correct gespannen is.
Dit vermindert ook het risico van een terugslag.
De juist geslepen zaagketting (17)
Een correct geslepen zaagketting (17) gaat moeiteloos door het hout en heeft daarbij weinig druk nodig. Werk niet met een botte of beschadigde zaagketting (17).
Er is dan meer fysieke inspanning nodig, de trillingen nemen toe en het leidt tot onbevredigende resultaten en meer slijtage.
- Reinig de zaagketting (17) regelmatig.
- Controleer de zaagketting (17) op breuken in de schakels en op beschadigde klinknagels.
- De zaagketting (17) mag alleen door ervaren gebruikers worden geslepen!
- Houd rekening met onderstaande hoeken en ma- ten.
Als de zaagketting (17) niet goed is geslepen of de zaagdiepte te gering is, bestaat er een verhoogd risico op terugslageffecten die verwondingen tot gevolg kunnen hebben! De zaagketting (17) kan niet op het geleideblad (18) worden vastgezet. Het is daarom het beste om de zaagketting (17) van het geleideblad (18) te nemen en daarna te slijpen.
- Kies het juiste slijpgereedschap voor de kettingsteek.
De kettingsteek (bijv. 3/8") staat op elke kettingtand als dieptemaat vermeld.
Gebruik uitsluitend speciale vijlen voor zaagkettingen!
Andere vijlen hebben een verkeerde vorm en geven een verkeerd slijpresultaat.
Kies de diameter van vijl op basis van de kettingsteek. Neem beslist onderstaande hoek in acht bij het slijpen van de zaagschakels.

text_image
A BA = vijlhoek
B = hoek van de zijplaat
Deze hoek moet identiek zijn voor alle zaagschakels.
Bij onregelmatig geslepen hoeken zal de zaagketting (17) onregelmatig lopen, snel slijten en voortijdig breken.
Aan deze eisen kan alleen worden voldaan door regelmatig en voldoende lang te oefenen. Houd rekening met het volgende:
- Gebruik een vijlgeleider.
- Een vijlgeleider moet worden gebruikt als de zaagketting (17) met de hand wordt geslepen. De juiste vijlhoek staat hierop aangegeven.
- Houd de vijl horizontaal (onder de juiste hoek) ten opzichte van het geleideblad (18) en vijl volgens de hoekmarkering op de vijlgeleider. Steun de vijlhouder op het tanddak en de dieptemaat.
- Vijl de zaagschakel steeds van binnen naar buiten.
- De vijl scherpt alleen in voorwaartse beweging. Licht de vijl op tijdens de teruggaande beweging.
- Raak de aandrijf- en verbindingsschakels niet aan met de vijl.
-
Draai de vijl regelmatig verder om eenzijdige slijtage te voorkomen.
-
Neem een stuk hard hout om bramen van de snijranden te verwijderen.
Alle zaagschakels moeten dezelfde lengte hebben omdat anders ook de hoogte zal variëren.
De zaagketting (17) loopt dan onregelmatig, wat het risico op defecten vergroot.
14.2.8 Zaagketting (17) slijpen

WAARSCHUWING
Verhoogd risico op ongelukken door een onjuist geslepen zaagketting!
Afwijkingen van de afmetingen van de snijkantgeometrie tijdens het slijpen verhogen het risico op terugslag van het product.
- Laat de zaagketting door een vakman slijpen.
De zaagketting kan in een erkende werkplaats opnieuw worden geslepen. Probeer de zaagketting niet zelf te slijpen als u niet over geschikt gereedschap en de nodige ervaring beschikt.

VOORZICHTIG
Voor het slijpen van de ketting is speciaal gereedschap nodig om ervoor te zorgen dat de snijgereedschappen onder de juiste hoek en tot de juiste diepte worden geslepen.
Na het slijpen moeten alle snijschakels dezelfde breedte en lengte hebben.
Aanwijzingen:
Een scherpe zaagketting zorgt voor optimale zaag-prestaties. Het vreet moeiteloos door het hout heen en laat grote, lange houtspaanders achter.
Een zaagketting is bot als u het zaaggereedschap door het hout moet duwen en de houtspaanders erg klein zijn. Met een zeer botte zaagketting worden er helemaal geen spaanders geproduceerd, alleen houtstof.
- Voor het slijpen moet de zaagketting (17) strak ge-spannen zijn om correct slijpen mogelijk te maken.
- Voor het slijpen is een rondvijl met 4,8 mm diameter vereist.

VOORZICHTIG
Andere diameters beschadigen de zaagketting en kunnen tot gevaar bij de werkzaamheden leiden!
- Slijp alleen van binnen naar buiten. Leid de rondvijl van de binnenzijde van de zaagtand naar buiten. Til de rondvijl op als deze zich terugtrekken.
-
Slijp eerst de tanden aan de ene zijde. Draai dan de zaagketting (17) om en slijp de tanden aan de andere zijde.
-
De zaagketting (17) is versleten en moet door een nieuwe zaagketting (17) worden vervangen indien nog slechts ca. 4 mm van de zaagtanden over is.
-
Na het slijpen moeten alle snijschakels even lang en breed zijn.
-
Na de derde keer slijpen moet de slijpdiepte (diep-tebegrenzing) worden gecontroleerd en de hoogte met behulp van een vlakvijl worden nagevijld. De dieptebegrenzing moet ca. 0,65 mm ten opzichte van de zaagtand terug worden gezet. Rond na het terugzetten van de dieptebegrenzing iets naar voren af.
* = niet altijd meegeleverd!
14.2.8.1 Instructies voor het slijpen van de ketting
| Type zaagketting | Vijldiameter Bovenste hoek Onderste hoek Bovenste | kantel-hoek (55°) | Standaard diepte-meter | ||
![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | |
| Inspan-rotatie-hoek | Inspan-kantel-hoek | Zijwaartse hoek | |||
![]() | ![]() | ![]() | |||
| 21PBX ca. 4,8 mm 30° 10° 85° | 0,64 mm | ||||
![]() | ![]() | ||||
| Diepteaanslag Vijl | |||||
Diepteaanslag Vijl
14.2.9 Onderhoudsintervallen
De hier gegeven informatie heeft betrekking op normale bedrijfsomstandigheden. In moeilijke omstandigheden, zoals bij veel stofontwikkeling en langere dagelijkse werktijden, moeten de aangegeven intervallen dienovereenkomstig worden verkort.
| Producton-derdeel | Actie Voordat | u be-gint te werken | Wekelijks Bij storingen | Bij | beschadi-gingen | Indien nodig |
| Kettingsmering | Controleren | X | ||||
| Zaagketting (17) | Controleren en op scherpte letten | X | ||||
| Kettingspan-ning controle-ren | X | |||||
| slijpen | X | |||||
| Zwaard (18) Inspecteren (slijtage, beschadiging) | X | |||||
| Reinigen X X | ||||||
| Vervangen X X |
15 Opslag en transport

WAARSCHUWING
Gevaar voor verwondingen en brandwon- den!
Het product kan onverwacht starten en kan daardoor verwondingen veroorzaken.
- Schakel voor alle reinigings- en onderhoudswerkzaamheden de motor uit.
- Laat de motor afkoelen.
- Trek de bougiestekker van de bougie.
- Verwijder de accu.
• Maak het product helemaal leeg.
- Reinig en controleer het product op schade.
15.1 Opslag (afb. 2)
Bewaar het product en de bijbehorende accessoires op een donkere, droge en vorstvrije en voor kinderen ontoegankelijke plaats.
De optimale bewaartemperatuur ligt tussen 5 °C en 30 °C.
Bewaar het product in de originele verpakking.
Dek het product af om het te beschermen tegen stof of vocht. Bewaar de gebruikshandleiding bij het product.
- Bewaar het product nooit met brandstof in de brandstoftank binnen een gebouw, waarin mogelijke brandstofdampen met open vuur of vonken in contact kunnen komen.
-
Leeg, bij langdurige opslag de brandstoftank met een brandstof-afzuigpomp (niet meegeleverd).
-
Gebruik steeds de zwaard- en kettingbescherming (25) bij opslag.
- De montagesleutel (29) kan om te bewaren aan de zijkant van de zwaard- en kettingbescherming (25) worden geplaatst.
- Berg het product op in de draagtas (afb. 31).
15.2 Voorbereiden voor de opslag
15.2.1 Tap de brandstof af met een brandstof-afzuigpomp (afb. 3)

WAARSCHUWING
Verwijder de brandstof niet in gesloten ruimtes, in de buurt van vuur of bij het roken. Gasdampen kunnen explosies of brand veroorzaken.
Bij opslag voor langere tijd moet de brandstof worden afgetapt.
Benodigd gereedschap:
- Brandstof-afzuigpomp*
-
Opvangbak*
-
Houd een opvangbak onder de slang van de brandstofafzuigpomp.
- Leg het product op zijn kant, zo dat de tankdop (11) naar boven wijst.
- Klap de grendel (11a) open.
- Draai de tankdop (11) linksom en maak hem open. De tankdop (11) is via een verlieszekering verbonden met de brandstoftank (12) en kan zo niet vallen.
- Schuif de slang van de brandstofafzuigpomp in de brandstoftank (12).
- Leeg de brandstoftank in een goedgekeurde container met behulp van een brandstofzuigpomp.
- Draai de tankdop (11) rechtsom, dus met de klok mee, om de tank af te sluiten.
- Klap de grendel (11a) weer dicht.
- Gebruik steeds de zwaard- en kettingbescherming (25) bij transport.
- Schakel het product vóór elk transport uit, ook bij korte afstanden. Beveilig het product tegen omvallen tijdens transport (ook in voertuigen) om brandstofverlies, schade of letsel te voorkomen.
- Draag het product alleen aan de voorste handgreep (2). Het zwaard (18) wijst daarbij naar achteren, weg van uw lichaam.
- Houd de hete geluiddemper uit de buurt van uw lichaam. Er bestaat gevaar voor brandwonden!
- Wanneer u het product vervoert per auto, enz., gebruik dan altijd de draagtas (31).
16 Reparatie en reserveonderdelen bestellen
Na reparatie of onderhoud controleren of alle veiligheidstechnische delen zijn bevestigd en in optimale toestand zijn. Delen, waarbij er gevaar voor verwonding voor andere personen en kinderen bestaat, ontoegankelijk bewaren.
LET OP
Conform de wetgeving voor productgaranties wordt er geen garantie geboden voor schade die ontstaan is door incorrecte reparaties of door het niet gebruiken van originele reserveonderdelen.
Neem contact op met een servicecentrum of een erkende specialist. Overeenkomstig geldt dit ook voor accessoires.
Reserveonderdelen en accessoires zijn verkrijgbaar bij ons servicecentrum. Scan hiertoe de QR-code op de titelpagina.
AANWIJZING
Belangrijke aanwijzing bij reparatie
Houd er bij retourlevering van het product voor reparatie rekening mee dat het product om veiligheidsredenen vrij van olie en brandstof naar het servicestation moet worden gestuurd.
16.1 Bestelling van reserveonderdelen
Bij het bestellen van reserveonderdelen moeten de volgende gegevens worden vermeld:
- Modelaanduiding
- Artikelnummer
- Gegevens op het typeplaatje
Reserveonderdelen/accessoires
| Afkorthulpmiddel: 3910137002 | |
| Mengfles olie-benzine: 7904800701 | |
| Kettingzaagolie: 7910100745 | |
| Draagtas: 3910137003 | |
| Montagesleutel: 1910103076 | |
| Accu: | |
| PAP 20 B1 Grizzly 7911200719 | |
| Oplader (geldt niet voor artikelnr.: 3910137979): | |
| PLG 20 C1 Grizzly 7911200720 | |
| Toegestane zaagblad en zaagkettingsets: | |
| Zwaard 18“: | |
| Royal Garden BE18-72-5810P 3910137001 |
| Zwaard 20": | |
| Kangxin BE20-76-5812P | 7910100724 |
| Oregon 208PXBK095 (546876) | 7910100718 |
| Zaagketting 18": | |
| Royal Garden .325.058-72 | 7910100721 |
| Zaagketting 20": | |
| Kangxin .325.058.76 | 7910100723 |
| Oregon 21BPX078X | 7910100717 |
16.2 Service-informatie
Let op dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan gebruiksmatige of natuurlijke slijtage, resp. de volgende delen als verbruiksmateriaal wordt gebruikt.
Slijtageonderdelen*: Zaagketting, geleideblad, kettingwiel, kettingzaagolie, motorolie, klauwaanslag, kettingvanginrichting, bougie, luchtfilter,
* = niet meegeleverd!
17 Afvalverwerking en hergebruik
Aanwijzingen op de verpakking



De verpakkingsmaterialen zijn recyclebaar. Verpakkingen mili- euvriendelijk afvoeren.
Aanwijzingen betreffende de wetgeving Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA)

Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur behoort niet bij het huishoudelijke afval, maar moeten worden ingezameld resp. gescheiden worden afgevoerd!
- Oude batterijen of accu's die niet vast in het afge-dankte apparatuur zijn geïntegreerd, moeten vóór het afvoeren op niet-destructieve wijze worden verwijderd! Het afvoeren hiervan is geregeld in de wet-geving inzake batterijen.
- Eigenaars resp. gebruikers van elektrische en elektronische apparaten zijn wettelijk verplicht om na gebruik de batterijen en accu's in te leveren.
- De eindgebruiker is verantwoordelijk voor het wissen van persoonsgerelateerde gegevens op het af te voeren afgedankte apparaat!
- Het symbool van de doorgekruiste vuilnisbak betekent dat afgedankte elektrische en elektronische apparatuur niet bij het huishoudelijk afval mag worden gegooid.
- Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur kunnen bij de volgende punten kosteloos worden ingeleverd:
-
Openbare afvalverwijderings- of inzamelpunten (bijv. gemeentewerven)
-
LIDL biedt u direct in de winkels en op de markten retourmogelijkheden aan. Terugzending en verwijdering zijn voor u gratis.
- Tot drie afgedankte elektronische apparaten per apparaattype, met een randlengte van niet meer dan 25 centimeter, kunnen gratis naar de fabrikant worden teruggebracht zonder eerst een nieuw apparaat van de fabrikant te hoeven kopen, of naar een ander erkend verzamelpunt in je omgeving worden gebracht.
- Voor verdere aanvullende terugnamevoorwaarden van de fabrikanten en distributeurs verzoeken wij u contact op te nemen met de betreffende klantenservice.
- Bij levering van een nieuw elektrisch apparaat door de fabrikant aan een particulier huishouden, kan de fabrikant op verzoek van de eindgebruiker zorgen voor het kosteloos afhalen van het afgedankte elektrische apparaat. Neem hiertoe contact op met de klantenservice van de fabrikant.
- Deze uitspraken zijn alleen geldig voor apparaten die in de landen van de Europese Unie worden ge-installeerd en verkocht en die onder de Europese Richtlijn 2012/19/EU vallen. In landen buiten de Europese Unie kunnen andere voorschriften gelden voor het afvoeren van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur.
Aanwijzingen voor de lithium-ion accu's

Accu voor het afvoeren van het apparaat de- monteren!
- Gooi de accu niet bij het huishoudelijk afval, in open vuur (explosiegevaar) of in water. Beschadigde accu's kunnen het milieu en uw gezondheid schaden, als er giftige dampen of vloeistoffen gaan lekken.
- Defecte of verbruikte accu's moeten overeenkomstig richtlijn 2023/1542/EG worden gerecycled.
- Lever het apparaat en de oplader in bij een afvalverwerkingsstation. De gebruikte kunststof- en metalen onderdelen kunnen per type gescheiden worden en zo worden gerecycled.
- Voer accu's in ontladen toestand af. Wij adviseren de polen af te plakken met tape om ze te beschermen tegen kortsluiting. Open de accu niet.
- Gooi uw accu's weg volgens de lokale voorschriften. Lever accu's in bij een afvalverwerkingsstation voor verbruikte accu's, waar ze milieuvriendelijk kunnen worden gerecycled. Neem hiertoe contact op met het plaatselijke afvalverwerkingsstation.
Informatie over het afvoeren van versleten apparatuur kunt u opvragen bij uw gemeente.
Brandstoffen en oliën
- Voor het afvoeren van het apparaat moeten de brandstoftank en het motorolie-reservoir worden leeggemaakt!
- Brandstof en motorolie horen niet bij het huishoudelijke afval of in het riool, maar moeten worden ingezameld resp. gescheiden worden afgevoerd!
- Lege olie- en brandstoftanks moet milieuvriendelijk worden afgevoerd.
18 Verhelpen van storingen
De volgende tabel toont storingssymptomen en beschrijft hoe u deze op kunt lossen, als uw product niet goed werkt. Als u het probleem hiermee niet kunt vinden en oplossen, neem dan contact op met uw service-werkplaats.
| Storing Mogelijke oorzaak Oplossing | ||
| De motor start niet, of start maar slaat niet aan. | Verkeerde startprocedure. Neem de aanwijzingen in deze handleiding in acht. | |
| Verkeerd ingesteld carburateurmengsel. Laat de carburateur afstellen door een erken-de servicedienst. | ||
| Vervuilde bougie. Reinig de bougie, stel deze af of vervang deze. | ||
| Verstopt brandstofffilter. Vervang het brandstofffilter. | ||
| De motor springt aan, maar heeft niet het volle-dige vermogen | Vuil luchtfilter | Luchtfilter reinigen |
| De motor draait onregel-matig | Onjuiste elektrodeafstand van de bougie Bougie reinigen en elektrode-afstand instel-len of nieuwe bougie plaatsen | |
Storing Mogelijke oorzaak Oplossing
| Weggeslipte of vochtige bougie | Onjuiste instelling carburateur Laat de carburateur instellen en reinig indien nodig de bougie of vervang deze door een nieuw exemplaar |
19 EU-conformiteitsverklaring
Vertaling van de originele conformiteitsverklaring
Fabrikant:
Scheppach GmbH
Wij verklaren onder eigen verantwoordelijkheid dat het hier beschreven product voldoet aan de geldende richtlijnen en normen.
Merk: PARKSIDE PERFORMANCE
Art.-aanduiding: Benzine kettingzaag met elektrische start - PPBKS 56 B2
Art.nr. 3910137974,
3910137976-3910137980, 39101379915, 39101379959
IAN-nr. 478539_2410
Serienr. 01001-27003
EU-richtlijnen:
2014/30/EU, 2006/42/EG, 2000/14/EG_2005/88/EG, 2016/1628/EU, 2011/65/EU*,
* Het hierboven beschreven onderwerp van deze verklaring voldoet aan de voorschriften van richtlijn 2011/65/EU van het Europese Parlement en de Raad van 8 juni 2011 omtrent de beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparaten.
Toegepaste normen:
EN ISO 11681-1:2022; EN ISO 14982:2009
2006/42/EG - Bijlage IV
Vermelde instantie: TÜV SÜD
Documentatie gevolmachtigde:
Tobias Ihle
Günzburger Str. 69
D-89335 Ichenhausen
onze producten zijn aan een strenge kwaliteitscontrole onderhevig. Mocht dit apparaat echter ooit niet naar behoren functioneren, spijt het ons ten zeerste en vragen u zich tot onze servicedienst onder het adres vermeld op dit garantiebewijs te wenden. Wij staan ook graag telefonisch tot uw dienst via het hieronder vermelde servicetelefoonnummer. Voor vorderingen in verband met garantie geldt het volgende:
- Deze garantievoorwaarden regelen bijkomende garantieprestaties. Uw wettelijke garantieclaims blijven onaangetast door deze garantie. Onze garantieprestatie is voor uw gratis.
- De garantieprestatie heeft uitsluitend betrekking op gebreken die te wijten zijn aan materiaal- of fabricagefouten en is beperkt tot het verhelpen van deze gebreken of het vervangen van het apparaat. Wij wijzen erop dat onze apparaten overeenkomstig hun bestemming niet geconstrueerd zijn voor commercieel, ambachtelijk of industrieel gebruik. Een garantieovereenkomst komt daarom niet tot stand als het apparaat in ambachtelijke of industriele bedrijven alsmede bij gelijk te stellen activiteiten wordt gebruikt. Uitgesloten van onze garantie zijn verder schadeloosstellingen voor transportschade, schade door nietnaleving van de montage-instructies of op grond van ondeskundige installatie, niet-naleving van de handleiding (zoals door b.v. aansluiting op een verkeerde netspanning of stroomsoort), oneigenlijke of onoordeelkundige toepassingen (zoals b.v. overbelasting van het apparaat of gebruik van niet toegestane inzetgereedschappen of toebehoren), niet-naleving van de onderhoudsen veiligheidsbepalingen, binnendringen van vreemde voorwerpen in het apparaat (zoals b.v. zand, stenen of stof), gebruikmaking van geweld of invloeden van buitenaf (zoals b.v. schade door neervallen) alsmede door normale slijtage die zich bij het doelmatig gebruik van het apparaat voordoet.
Er kan geen aanspraak op garantie worden gemaakt als op het apparaat reeds ingrepen werden uitgevoerd.
- De garantieperiode bedraagt 5 jaar en gaat in op de datum van aankoop van het apparaat. Garantieclaims dienen voor het verloop van de garantieperiode binnen de twee weken na het vaststellen van het defect geldend te worden gemaakt. Het geldend maken van garantieclaims na verloop van de garantieperiode is uitgesloten. De herstelling of vervanging van het apparaat leidt noch tot een verlenging van de garantieperiode noch wordt door deze prestatie een nieuwe garantieperiode voor het apparaat of voor eventueel ingebouwde wisselstukken op gang gebracht. Dit geldt ook bij het ter plaatse uitvoeren van een serviceactiviteit.
- Om een garantieclaim geldend te maken neem contact op met het hieronder vermelde serviceadres. Als de klacht binnen de garantieperiode valt, ontvangt u van ons een retourbon waarmee u uw defecte apparaat gratis naar ons kunt retourneren. Wij verzoeken u de reden van de klacht zo nauwkeurig mogelijk te beschrijven. Valt het defect van het apparaat binnen onze garantieprestatie bezorgen wij u per omgaande een hersteld of nieuw apparaat terug.
Uiteraard staan wij ook tot u dienst om mits betaling van de kosten defecten van het apparaat te verhelpen die buiten de garantieomvang vallen. Te dien einde stuurt u het apparaat aan ons serviceadres op.
Afhandeling van een garantieclaim
Volg de onderstaande instructies om ervoor te zorgen dat uw claim snel wordt afgehandeld:
- Houd voor alle aanvragen de kassabon en het artikelnummer (bijv. IAN 478539_2410bij de hand als bewijs van aankoop.
- Het artikelnummer vindt u op het typeplaatje op het product, een gravure op het product, de titelpagina van uw handleiding (linksonder) of op de sticker op de achterkant of onderkant van het product.
- Neem bij functiestoringen of andere defecten eerst telefonisch of per e-mail contact op met de hieronder genoemde serviceafdeling.
- U kunt dan een als defect geregistreerd product, met bijvoeging van het aankoopbewijs (kassabon) en met vermelding van wat het defect is en wanneer het defect is opgetreden, gratis opsturen naar het aan u opgegeven serviceadres.
- U kunt deze en vele andere handleidingen bekijken en downloaden op parkside-diy.com. Met deze QR-code komt u direct op parkside-diy.com. Selecteer uw land en gebruik het zoekvenster om de gebruikshandleiding te zoeken. Als u het artikelnummer (IAN) 478539_2410 invoert, gaat u naar de gebruikshandleiding voor uw artikel.

text_image
PDF ONLINE parkside-diy.comVestiging: Duitsland Vestiging: Duitsland






































CHOKE |↓|









