TMR452-98H-SD - Tractor SCHEPPACH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis TMR452-98H-SD SCHEPPACH in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over TMR452-98H-SD SCHEPPACH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Tractor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TMR452-98H-SD - SCHEPPACH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TMR452-98H-SD van het merk SCHEPPACH.
GEBRUIKSAANWIJZING TMR452-98H-SD SCHEPPACH
Verklaring van de symbolen op het product
Het gebruik van symbolen in deze handleiding is bedoeld om uw aandacht te vestigen op eventuele risico's. De veiligheidssymbolen en de bijbehorende uitleg moeten goed worden begrepen. De waarschuwingen zelf voorkomen geen risico's en kunnen de juiste maatregelen betreffende ongevallenpreventie niet vervangen.
![]() | Neem voor het gebruik alle veiligheidsvoorschriften in acht. | |
![]() | Zorg ervoor dat u voor de ingebruikname de volledige tekst van de gebruikshandleiding doorleest en begrijpt. | |
![]() | Gevaar voor letse! Niet over steile hellingen van meer dan 10° (17%) rijden of maaien. Niet in de lengterichting rijden of maaien.Kantelgevaar! | |
![]() | Gevaar door wegslingerende onderdelen bij een draaiende motor.Neem absoluut de veiligheidsafstand in acht. | |
![]() | Zorg ervoor dat andere personen voldoende veiligheidsafstand aanhouden. Houd onbevoegde personen uit de buurt van het apparaat. | |
![]() | Haal altijd de bougiestekker eruit, voordat u onderhoudswerkzaamheden gaat uitvoeren. | |
![]() | Voor alle werkzaamheden aan het apparaat de contactsleutel verwijderen en de aanwijzing van deze handleiding in acht nemen. | |
![]() | Haal altijd de accu eruit, voordat u onderhoudswerkzaamheden gaat uitvoeren. | |
![]() | Houd uw handen en voeten uit de buurt van het roterende maairnes. | |
![]() | Houd uw handen en voeten uit de buurt van het roterende maairnes. | |
![]() | Belangrijk. De uitlaatgassen zijn giftig, gebruik de motor daarom niet in niet-geventi-leerde bereiken. | |
![]() | Let op hete oppervlakken - gevaar voor brandwonden. | |
![]() | Gehoor- en oogbescherming gebruiken! | |
![]() | Veiligheidsschoenen, veiligheidshandschoenen, nauwsluitende kleding dragen. | |
![]() | Stap nooit op de maaler, de zij-uitworp, de wielen of de behuizing van de tuintractor op benzine. | |
![]() | LET OP! Bedrijfsmiddelen zijn brandgevaarlijk en explosief - gevaar voor brandwon-den.Schakel eerst de motor uit voordat de brandstof wordt bijgevuld.Vul niet bij als de motor stationair draait. Geen open vuur. | |
![]() | Tankinhoud | |
![]() | Vermogen | |
![]() | Cilinderinhoud | |
![]() | Toerental | |
![]() | Maaihoogteverstelling min. max. | |
![]() | Max. snelheid | |
![]() | max. hangneiging | |
![]() | max. breedte | |
![]() | Gewicht | |
![]() | Volume vangkorf | |
![]() | Motorolie | |
![]() | Niet bij een hete of draaiende motor tanken. | |
![]() | Lang maaimes. Max. zaagbreedte. | |
![]() | Gegarandeerd geluidsvermogensniveau | |
![]() | Waarschuwing voor gevaarlijke elektrische spanning. | |
![]() | Stel het product niet bloot aan regen. Het product mag alleen in droge omgevingscondities worden gestationeerd, opgeslagen en gebruikt. | |
![]() | 1 Start2 Bedrijf3 ROS (functie Achteruit maaien)4 Motor uitschakelen |
![]() | Blokkeerrem |
![]() | Choke/Toerentalregelaar |
![]() | Rempedaal |
![]() | Gaspedaal (vooruit) |
![]() | Gaspedaal (achteruit) |
![]() | 7-voudige snijhoogteverstelling |
![]() | Maaier aan |
![]() | Maaier uit |
![]() | LED-koplampen in-/uitschakelen |
![]() | Kijk niet in de LED-koplampen van de tuintractor op benzine! |
![]() | Controleer/reinig het luchtfilter elke 10-50 bedrijfsuren. |
![]() | Het product voldoet aan de geldende EU-bepalingen. |
![]() | Het product voldoet aan de geldende Servische richtlijnen. |
Inhoudsopgave:
- Inleiding....112
- Productbeschrijving....112
- Meegeleverd (afb. 2, 3).... 113
- Beoogd gebruik 113
- Onjuist gebruik 114
- Veiligheidsvoorschriften 114
- Technische gegevens.... 117
- Uitpakken.... 118
- Montage 118
- Voor de ingebruikname 120
- Bediening 123
- Werkinstructies.... 125
- Reiniging en onderhoud 126
- Reparatie & bestellen van reserveonderdelen 129
- Opslag 129
- Transport (afb. 37-41) 130
- Afvalverwerking en hergebruik.... 130
- Verhelpen van storingen 132
- Conformiteitsverklaring 188
Pagina:
1. Inleiding
Fabrikant:
Scheppach GmbH
Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe product.
Aanwijzing:
De fabrikant van dit product is volgens de van kracht zijnde wet inzake productaansprakelijkheid niet aansprakelijk voor schade die aan dit product of door dit product ontstaan bij:
• Ondeskundige behandeling
- Het niet in acht nemen van de gebruikshandleiding
- Reparaties door derden, niet geautoriseerde vakmensen
- Inbouw en vervanging van niet-originele reserve-onderdelen
- Gebruik dat niet conform de voorschriften is
Let op:
De gebruikshandleiding maakt deel uit van dit product.
Deze bevat belangrijke aanwijzingen, hoe u met het product veilig, vakkundig en economisch werkt, hoe u gevaren vermijdt, reparatiekosten uitspaart, uitval- tijden vermindert en de betrouwbaarheid en levens- duur van het product verhoogt. Aanvullend op de veiligheidsbepalingen van deze gebruikshandleiding moet u absoluut de voor de werking van het product geldende voorschriften van uw land in acht nemen.
Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met alle bedienings- en veiligheidsinstructies. Gebruik het product uitsluitend als beschreven en voor de aangegeven toepassingen. Bewaar de gebruikshandleiding daarom goed, en verstrek alle documentatie als het apparaat wordt doorgegeven aan derden.
2. Productbeschrijving
- Bestuurdersstoel
1a. As
1b. Onderlegring
1c. Splitpen
1d. Instelhendel
1e. Stoelcontactschakelaar
- Stuurwiel
2a. Stuurwielafdekking
2b. Stuurring
2c. Onderlegring
2d. Zeskantmoer M12
2e. Zeskantbout M8
2f. Huls
2g. Afdekking stuurkolom
2h. Stuurstang
2i. Kruiskopschroef
3. Aan/uit-schakelaar (LED-koplamp)
4. Contactslot
4a. Contactsleutel
5. Knop aftakas
6. Motorkap
7. Bumper
7a. Zeskantbout
8. Gaspedalen
8a. Gaspedaal (vooruit)
8b. Gaspedaal (achteruit)
9. Blokkeerrem
10. Maaiwerk (bescherming)
10a. Steunrol
10b. Zeskantbout
10c. Zeskantmoer
11. Hendel voor de snijhoogteverstelling
12. Toerentalhendel
12a. Kruiskopschroef
12b. Zeskantmoer
13. Rempedaal
14. Wateraansluiting
15. Wielen
15a. Wielen achter
15b. Wielen voor
15c. Koppelingshendel (rijden)
16. LED-koplampen
17. Bedrijfsurenteller
18. Koppeling aanhangwagen
18a. Zeskantbout
18b. Dissel
18c. Splitpen
19. Afdekplaat
19a. Zeskantbout
19b. Zeskantmoer
20. Houder (vangkorf) (links)
20a. Houder (vangkorf) (rechts)
20b. Zeskantbout M8
20c. Veerring
20d. Onderlegring
20e. Veiligheidsschakelaar (vangkorf)
21. Vangkorf
21a. Zijdelingse steunbalk
21b. Zeskantbout
21c. Zeskantmoer
21d. Voorste frame
21e. Bovenste frame
21f. opvangzak
21g. Reservoirdeksel
21h. Zeskantbout
21i. Plaatmoeren
21j. Kantelhendel
21k. Zeskantbout
21I. Zeskantmoer
21m. Schakelaar vulniveau
22. Olietankdop met peilstok
22a. Olieafvoerslang
22b. Einddop (olieaftapplug)
- Brandstoftank
23a. Tankdop
23b. Brandstofkraan
23c. Tankindicator
-
Accu
-
uitwerpkanaal
25a. Splitpen
- Luchtfilterdeksel
26a. Sterschroeven (luchtfilterhuis)
26b. Filterpatroon
26c. Luchtfilter
26d. Papierfilter
- Bougiestekker
27a. Bougie
- Houder (borgring)
28a. Zekering 20A
-
Zij-uitworp
-
Steeksleutel SW 8/10 mm
30a. Steeksleutel SW 10/13 mm
30b. Steeksleutel SW 13/15 mm
-
Trechter
-
Montagesleutel
-
Kruiskopschroevendraaier
3. Meegeleverd (afb. 2, 3)
Pos. Aantal Aanduiding
| 1. | 1 x Bestuurdersstoel |
| 1a. | 1 x As |
| 1b. | 2 x Onderlegring |
| 1c. | 1 x Splitpen |
| 2. | 1 x Stuurwiel |
| 2a. | 1 x Stuurwielafdekking |
| 2b. | 1 x Stuurring |
| 2c. | 1 x Onderlegring |
| 2d. | 1 x Zeskantmoer M12 |
| 2e. | 4 x Zeskantbout M8 |
| 2f. | 1 x Huls |
| 2g. | 1 x Afdekking stuurkolom |
| 2h. | 1 x Stuurstang |
| 2i. | 2 x Kruiskopschroeven |
| 4a. | 2 x Contactsleutel |
| 7. | 1 x Bumper |
| 7a. | 4 x Zeskantbout |
| 10a. | 1 x Steunrol |
| 10b. | 1 x Zeskantbout |
| 10c. | 1 x Zeskantmoer |
| 12. | 1 x Toerentalhendel |
| 12a. | 1 x Kruiskopschroef |
| 12b. | 1 x Zeskantmoer |
| 18. | 1 x Koppeling aanhangwagen |
18a. 2 x Zeskantbout
18b. 1 x Dissel
18c. 1 x Splitpen
- 1 x Afdekplaat
19a. 4 x Zeskantbout
19b. 2 x Zeskantmoer
- 1 x Houder (vangkorf) (links)
20a. 1 x Houder (vangkorf) (rechts)
20b. 4 x Zeskantbout M8
20c. 4 x Veerring
20d. 4 x Onderlegring
- 1 x Vangkorf
21a. 2 x Zijdelingse steunbalk
21b. 6 x Zeskantbout
21c. 6 x Zeskantmoer
21d. 1 x Voorste frame
21e. 1 x Bovenste frame
21f. 1 x opvangzak
21g. 1 x Reservoirdeksel
21h. 8 x Zeskantbout
21i. 8 x Plaatmoer
21j. 1 x Kantelhendel
21k. 1 x Zeskantbout
21I. 1 x Zeskantmoer
-
1 x Accu 12V
-
1 x Steeksleutel SW 8/10
30a. 1 x Steeksleutel SW 10/13
30b. 1 x Steeksleutel SW 13/15
-
2 x Trechter
-
1 x Montagesleutel
-
1 x Kruiskopschroevendraaier
1 x Tuintractor op benzine
1 x Gebruiksaanwijzing
4. Beoogdgebruik
De tuintractor op benzine is ontworpen voor het efficiënt maaien van gazons in grotere tuinen en landschappen. Gebruikers kunnen de maaihoogte aanpassen aan hun individuele wensen voor een optimale verzorging van het gazon.
Het product mag uitsluitend worden gebruikt waar- voor het bedoeld is. Elk ander of verdergaand gebruik is niet volgens de voorschriften. De gebruiker/bedie- ner en niet de fabrikant is aansprakelijk voor ontstane schade of elke vorm van letsel.
Ook de naleving van de veiligheidsvoorschriften, de montagehandleiding en de aanwijzingen in de gebruikshandleiding maken deel uit van het beoogd gebruik.
Personen die het product gebruiken of onderhoud aan het product verrichten, moeten hiermee bekend zijn en op de hoogte zijn van de mogelijke gevaren.
De fabrikant is niet aansprakelijk voor wijzigingen die aan het product worden aangebracht en de hieruit voortvloeiende schade.
Het product mag uitsluitend met de originele onderdelen en originele accessoires van de fabrikant worden gebruikt.
De veiligheids-, werk- en onderhoudsvoorschriften van de fabrikant alsook de in de technische gegevens aan- gegeven afmetingen moeten in acht worden genomen.
5. Onjuistgebruik
Let erop dat onze producten volgens het beoogd gebruik niet voor bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriele toepassingen zijn ontworpen. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid wanneer het product in bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriele ondernemingen of bij soortgelijke werkzaamheden worden ingezet.
De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade die het gevolg is van oneigenlijk gebruik of onjuiste bediening.
⚠ WAARSCHUWING
Vanwege gevaar voor lichamelijk letsel van de gebruiker, mag de tuintractor op benzine niet voor de volgende werkzaamheden worden gebruikt:
- voor hakselen en verkleinen van snoeiafval van bo-
men en heggen,
• voor het reinigen van voetpaden (afzuigen, blazen), - voor het effenen van bodemverhogingen, zoals bijv. molshopen,
- voor het transporteren van snoeimateriaal anders dan in de daarvoor aanwezige grasopvangbak.
Verklaring van de signaalwoorden in de gebruikshandleiding
GEVAAR
Signaalwoord voor aanduiding van een direct aanwezige, gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, de dood of ernstige verwondingen tot gevolgd heeft.
⚠ WAARSCHUWING
Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, tot de dood of ernstige verwondingen kan leiden.
⚠️ VOORZICHTIG
Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, tot geringe of matige verwondingen kan leiden.
LET OP
Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, materiële schade aan producten of eigendommen tot gevolg kan hebben.
6. Veiligheidsvoorschriften
Bewaar alle veiligheidsvoorschriften en -aanwijzingen voor toekomstig gebruik!
⚠ WAARSCHUWING
Lees alle veiligheidsvoorschriften, aanwijzingen, afbeeldingen en technische gegevens die bij dit product zijn meegeleverd.
Het niet naleven van de onderstaande aanwijzingen kunnen ernstige verwondingen veroorzaken.
⚠ WAARSCHUWING
Voordat u met het product gaat werken, moet u zich vertrouwd maken met alle bedieningsonderdelen.
- Oefen het gebruik van het product en laat u de werking, het werkingsmechanisme en de werktechnieken uitleggen door een ervaren gebruiker of specialist.
- Zorg ervoor dat u het product onmiddellijk kunt stoppen in geval van nood.
- Ondeskundig onderhoud van het product kan leiden tot ernstig letsel.
- Als er zich tijdens het gebruik een ongeluk of storing voordoet, schakelt u het product onmiddellijk uit. Behandel verwondingen op de juiste manier of zoek medische hulp.
Wie mogen het apparaat niet gebruiken:
- Kinderen, personen met beperkte lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke vaardigheden of ontoereikende ervaring en kennis of personen die niet bekend zijn met de aanwijzingen, mogen dit apparaat niet gebruiken.
- Kinderen en andere personen, die niet bekend zijn met de gebruikshandleiding (plaatselijke voorschriften kunnen de minimumleeftijd van de gebruiker bepalen).
-
Laat nooit kinderen of tieners jonger dan 16 jaar het apparaat gebruiken. Lokale voorschriften kunnen de minimumleeftijd van de gebruiker definiëren.
-
Personen die onder invloed zijn van alcohol, drugs, medicijnen, moe of ziek zijn.
- Er moet voor gezorgd worden dat het product alleen gebruikt wordt door personen die de bijgevoegde gebruikshandleiding volledig gelezen en begrepen hebben en alle instructies en veiligheidsmaatregelen daarin in acht nemen. Alleen dan is gegarandeerd dat de persoon voldoende geïnstrueerd en getraind is.
⚠ Veiligheid van personen
Let op! Gevaar voor de gezondheid door trillingen!
Overmatige belasting door trillingen kan tot schade aan de bloedvaten of de zenuwen leiden, in het specifiek bij personen met vaatproblemen. Neem contact op met een arts, indien er symptomen optreden, die door trillingsbelasting veroorzaakt kunnen zijn.
Dergelijke symptomen, die hoofdzakelijk in de vingers, handen of polsen optreden, zijn bijvoorbeeld:
- gevoelloosheid,
- pijn,
- spierverzwakking,
- huidverkleuringen,
- onaangenaam gevoel.
Bekleding en apparatuur
- Tijdens de werkzaamheden moeten als goede schoenen met slipvaste zolen worden gedragen. Werkzaamheden nooit op blote voeten of bijvoorbeeld in sandalen uitvoeren.
- Het apparaat mag alleen met lange broek en in nauwsluitende kleding in gebruik worden genomen.
- Nooit losse kleding dragen, die aan bewegende delen (bedieningshendel) kan blijven hangen – ook geen sieraden, geen dassen en sjaals dragen.
- Bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden evenals bij het transport van het apparaat bovendien altijd goede handschoenen dragen en lang haar samenbinden en afdekken (pet, muts, etc.).
- Bij het slijpen van de maaimessen moet een geschikte veiligheidsbril worden gedragen.
Tijdens de werkzaamheden
- Zorg dat derden uit de buurt blijven.
- Werk nooit terwijl er personen, in het specifiek kinderen of dieren in de buurt zijn. Let erop dat het gras nooit in de richting van derden wordt uitgeworpen.
- Werken met het apparaat nooit bij regen, onweer en in het bijzonder niet bij risico op blikseminslag.
Uitlaatgassen:
- Levensgevaar door vergiftiging! Bij misselijkheid, hoofdpijn, verminderd gezichtsvermogen (bijv. verminderd gezichtsveld), gehoorstoornissen, duize-ligheid, concentratieverlies direct stoppen met wer-ken. Deze symptomen kunnen onder andere door hoge uitlaatgasconcentraties worden veroorzaakt.
- Dit apparaat produceert giftige uitlaatgassen zodra de verbrandingsmotor draait. Dit apparaat bevat giftige koolmonoxide, een kleur- en geurloos gas, evenals andere schadelijke stoffen. De verbrandingsmotor mag nooit in gesloten of slecht geventileerde ruimtes worden gebruikt.
- De uitlaatgassen van de verbrandingsmotor worden in de open lucht vóór het rechter voorwiel uitgestoten. Bij werkzaamheden met het apparaat moet erop worden gelet dat deze omgeving altijd schoon blijft en nooit wordt afgedekt, zodat uitlaatgas zich niet ophoopt.
⚠ Veiligheid op de werkplek
- Controleer volledig het terrein, waar het apparaat wordt gebruikt en verwijder alle stenen, stokken, draden, kluiven en andere vreemde voorwerpen, die door het apparaat omhoog geslingerd kunnen worden. Hindernissen (bijv. boomstompen, wortels) kunnen in hoog gras eenvoudig worden gemist.
- Markeer daarom voor het werken met dit apparaat, alle in het gras verborgen, vreemde objecten (hindernissen), die niet verwijderd kunnen worden.
- Let ook op verdiepingen (gaten) in het terrein en andere niet zichtbare gevarenpunten. Hindernissen kunnen in hoog gras eenvoudig worden gemist.
- Gebruikt het apparaat altijd bijzonder voorzichtig, als u in de buurt van hellingen, terreinranden, greppels en dijken werkt. In het specifiek op voldoende afstand tot dergelijke gevarenpunten letten.
- Bijzondere voorzichtigheid is geboden bij onoverzichtelijke punten, bosjes, bomen en andere hindernissen waarachter zich personen, in het specifiek kinderen, of dieren kunnen bevinden.
- De tuintractor op benzine direct stoppen en de maaimessen neerzetten als iemand het maaibereik betreedt.
- Houd het bereik voor het voertuig altijd in de gaten. Let op hindernissen om deze tijdig te kunnen ontwijken.
- Voor het achteruitrijden het bereik achter de tuintractor op benzine controleren en indien aanwezig, het aanbouwdeel loskoppelen. Nooit achteruit maaien als dit niet absoluut noodzakelijk is. Bij het achteruit maaien bijzonder voorzichtig te werk gaan en voor de start van het maaien het gehele bereik achter de tuintractor op benzine grondig controleren.
- Bij werken binnen een groep moet u anderen altijd direct meedelen wat u gaat doen. Veiligheidsafstand in acht nemen!
- Voor elke richtingswijziging moet de rijsnelheid zo worden gereduceerd, dat de gebruiker op elk moment de controle over het apparaat behoudt en de tuintractor op benzine ook niet kan omvallen.
- Bij het gebruik in de buurt van straten en bij het oversteken van verkeerswegen moet er op andere verkeersdeelnemers worden gelet.
- Bijzondere voorzichtigheid vereist bij het maaien in de buurt van straten, fietspaden en voetpaden. Weggeslingerde delen kunnen tot ernstige verwondingen en beschadigingen leiden.
⚠️ Omgang met benzine
⚠ Levensgevaar! Benzine is giftig en zeer ont- vlambaar.
- Bewaar benzine alleen in daarvoor bedoelde en gecontroleerde containers (jerrycans). De sluitkappen van het tankreservoir moeten altijd correct opgeschroefd en aangehaald worden. Defecte sluitingen moeten vanwege veiligheidsredenen worden vervangen.
- Houd benzine uit de buurt van vonken, open vuur, waakvlammen, warmtebronnen en andere ontstekingsbronnen. Niet roken!
- Vul de tank uitsluitend bij in de buitenlucht en rook niet tijdens het tanken.
- Schakel voor het tanken de verbrandingsmotor uit en laat deze afkoelen.
- Benzine moet voor het starten de verbrandingsmotor worden bijgevuld. Als de verbrandingsmotor loopt of bij een hete machine mag de tankdop niet geopend worden of er benzine worden bijgevuld.
- Open de tankdop voorzichtig en langzaam. Druk-compensatie afwachten en pas daarna de tankdop volledig afnemen.
- Gebruik voor het tanken een geschikte trechter of een invoerbuis, zodat er geen brandstof op de verbrandingsmotor en behuizing resp. het gazon kan terechtkomen.
Vul de brandstoftank niet te vol!
- Om de brandstof ruimte tot uitzetting te bieden, brandstoftank nooit tot boven de onderkant van de vulpijp vullen. Extra gegevens in de gebruikshandleiding van de verbrandingsmotor in acht nemen.
- Indien benzine is overstroomd, de verbrandingsmotor pas starten, nadat de met benzine vervuilde vlakken zijn gereinigd. Elke ontstekingspoging moet worden vermeden totdat de benzinedampen zijn verdampt (droogvegen).
• Veeg gemorste brandstof direct weg. - Als benzine op kleding is terechtgekomen, moet deze worden vervangen.
- De tankdop moet na elke keer tanken correct opgeschroefd en aangehaald worden. Het apparaat mag zonder opgeschroefde originele tankdop niet in gebruik worden genomen.
- Controleer vanwege veiligheidsredenen de brandstofleiding, brandstoftank, tankdop en aansluitingen regelmatig op beschadigingen, veroudering (breekbaarheid), op correcte bevestiging en ondichte plaatsen en vervang deze indien nodig.
-
Leeg de tank alleen in de open lucht.
-
Gebruik nooit drinkflessen of gelijksoortig voor het verwijderen of opslaan van bedrijfsmiddelen, zoals bijv. brandstof. Personen, in het specifiek kinderen, kunnen verleid worden daaruit te drinken.
- Bewaar nooit het apparaat met benzine in de tank binnen een gebouw. Ontstane benzinedampen kunnen met open vuur en vonken in aanraking komen en zich ontsteken.
- Apparaat en brandstoftank niet in de buurt van verwarmingen, warmtestralers, lasapparaten of andere warmtebronnen neerzetten.
Explosiegevaar!
Als tijdens het gebruik een defect aan de tank, de tankdop of aan brandstofgeleidende delen (brandstofleidingen) wordt vastgesteld, moet direct de verbrandingsmotor worden uitgeschakeld. Vervolgens moet contact met een leverancier worden opgenomen.
⚠ Veiligheidsinstructies voor tuintractor op benzine
Starten:
- Controleer het product regelmatig en zorg ervoor dat alle startvergrendelingen en drukknoppen goed werken voor elk gebruik.
- Let op dat de gebruiker geen verzegelde instellingen voor motortoerentalregeling mag wijzigen of manipuleren.
- Let erop dat de veiligheidssystemen of inrichtingen van het product niet gemanipuleerd of gedeactiveerd mogen worden. Verwijder nooit delen die voor de veiligheid dienen.
- Het apparaat mag alleen vanaf de bestuurdersstoel worden gestart.
- Wees voorzichtig bij instelwerkzaamheden aan het product en voorkom het inklemmen van vingers tussen de bewegende messen en stijve apparaat-delen.
- Het apparaat op een effen oppervlak starten, niet op een heling.
- De verbrandingsmotor mag alleen in een goed geventileerde werkomgeving worden gestart, vooral in garages moet op voldoende ventilatie worden gelet.
- Voor het starten van de verbrandingsmotor het snijgereedschap, aanbouwdelen en aandrijving loskoppelen evenals het rempedaal goed indrukken.
- Bij het starten moet erop worden gelet dat er voldoende afstand tussen de voeten en het snijgereedschap is.
- Start de motor niet indien u voor het uitwerpkanaal staat.
- Til of draag een grasmaaier nooit terwijl de motor loopt.
-
Het gebruik van de machine met overmatige snelheid kan het risico op ongevallen verhogen.
-
Voorzichtig! De grasmaaier mag niet worden gebruikt, zonder dat de volledige grasopvanginrichting, een evt. aangebrachte mulchinzet of de zelfsluitende veiligheidsvoorziening voor de uitwerpopening is aangebracht.
- Start nooit de verbrandingsmotor door het kortsluiten van de startklemmen. Als het normale startcircuit wordt omzeild, kan de tuintractor op benzine plotseling in beweging komen.
- Start de verbrandingsmotor nooit als u benzinegeuren ruikt – Explosiegevaar!
Gebruik:
⚠ Waarschuwing – Gevaar voor letsel!
- Neem de werkomgeving van het maaiimes in acht. Breng handen of voeten nooit tegen of over de draaiende delen. Raak nooit het draaiende maaiimes aan. Houd u altijd buiten het bereik van de uit-werpopening. Er moet altijd voldoende veiligheidsafstand worden aangehouden.
- Werk alleen bij daglicht of bij een goede kunstmatige verlichting.
- Bij het rijden buiten het gazon of indien er niet wordt gemaaid, moet het maairnes worden losgekoppeld en de maaier in de hoogste snijpositie worden gebracht.
- In het gras verborgen objecten (sprinklerinstallaties, palen, waterkleppen, funderingen, elektrische leidingen, etc.) moeten vermeden worden. Rijd nooit over dergelijke vreemde objecten.
- Tijdens het rijden moet het stuurwiel altijd goed met beide handen worden vastgehouden.
- Wees vooral voorzichtig bij het rijden op gazons en andere oneffen oppervlakken, omdat het stuurwiel uit zichzelf kan verdraaien als gevolg van gaten, heuvels, stoten, etc.
- Gevaar voor letsel aan handen en vingers!
- Rijd altijd met gematigde snelheid.
- Leeg de vangkorf alleen vanuit de bestuurdersstoel.
- Voor het legen van de vangkorf altijd het maairnes loskoppelen en wachten, totdat deze tot stilstand is gekomen.
Schakel de aandrijving uit, zet de verbrandingsmotor uit en wacht totdat het maairnes volledig stilstaat, activeer de blokkeerrem en verwijder de contactsleutel:
- voordat u blokkades verwijdert of verstoppingen in het uitwerpkanaal oplost,
- voordat u de tuintractor op benzine controleert, reinigt of daaraan werkt,
- als het maairnes een vreemd voorwerp raakt. Zoek naar beschadigingen aan de machine en aan het snijgereedschap en laat de vereiste reparaties uitvoeren, voordat u opnieuw start,
- indien het apparaat bij de start ongewoon sterk begint te trillen. Een directe controle is vereist.
- bij het verlaten resp. transport van het apparaat.
Restgevaren en voorzorgsmaatregelen
Nalatig gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM's)
Nalatig gebruik of het weglaten van persoonlijke beschermingsmiddelen kan ernstige verwondingen tot gevolg hebben.
- Voorgeschreven beschermende uitrusting dragen.
Menselijk gedrag, incorrect gedrag
- Wees tijdens alle werkzaamheden altijd volledig geconcentreerd.
⚠️ Restgevaar kan niet worden uitgesloten.
Gevaar door lawaai
Gehoorschade
Langere werkzaamheden met het apparaat zonder gehoorbescherming kan leiden tot gehoorschade.
- Altijd gehoorbescherming dragen.
Gedrag bij noodgevallen
Bij een eventueel ongeval moet u direct de noodzakelijke EHBO-maatregelen nemen en zo snel mogelijk hulp vragen aan een gekwalificeerde arts.
Motortype 4-taktmotor luchtgekoeld
| Cilinderinhoud 452 cm3 | |
| Stationair toerental 1800 +/-100 min | -1 |
| Vermogen 9,2 kW/ 12,5 PS | |
| Brandstof | Normale benzine/ loodvrij max. 10% bio- ethanol |
| CO2-uitstoot 903,8 g/kWh | |
| Tankinhoud/benzine 7,5 l | |
| Motorolie SAE 30 / 10W30 | |
| Tankinhoud/Olie 1,2 l | |
| Maaihoogteverstelling 7-voudig | |
| Vulhoeveelheid vangkorf | 245 l |
| zaagbreedte | 98 cm |
| Snijhoogte | 30 - 90 mm ±5 mm |
| Gewicht (zonder brandstof en volledig gemonteerd) | 200 kg |
| Rijsnelheid v | 10 km/u |
| Achteruitrijsnelheid | 6 km/u |
| Toegestane wielen | |
| Voorwielen (20000142) | 15 x 600-6 (15") |
| Luchtdruk voorwielen | 1,5 +/-0,15 bar |
| Achterwielen (20000138) | 18 x 850-8 (18") |
| Luchtdruk achterwielen | 1,8 +/-0,15 bar |
| BeschermingsklasseLED | IP65 |
| Bougie F7TC/F7RTC | |
| elektrodenafstand 0,7-0,8 mm | |
| Accu | |
| Nominale spanning 12 V | |
| Capaciteit 18 Ah | |
| Type Loodzuur | |
Technische wijzigingen voorbehouden!
De geluidswaarden zijn bepaald volgens EN ISO 3744:1995 en ISO 11094:1991.
| Geluidsdrukniveau L_PA | 77,4 dB |
| Geluidsvermogensniveau L_WA | 98 dB |
| Meetonnauwkeurigheid K 1,81 dB | |
Draag gehoorbescherming.
Het effect van lawaai kan gehoorverlies zijn.
Houd u zo nodig aan rustperiodes en beperk de duur van het werk tot het absolute noodzakelijke.
| Trilling ah(lichaam) | 1,263 m/s2 |
| na | |
| EN 1032:2003+A1:2008 | |
| Vibratie ah(Hand - Arm) | 2,866 m/s2 |
| na | |
| EN 1032:2003+A1:2008 | |
| Meetonnauwkeurigheid K 1,5 m/s | |
Beperk de geluidsproductie en trilling tot een mini- mum!
- Gebruik alleen optimale producten.
- Onderhoud en reinig het product regelmatig.
- Pas uw werkwijze aan het product aan.
- Zorg dat het product niet overbelast raakt.
- Laat het product eventueel controleren.
- Schakel het product uit als deze niet in bedrijf is.
- Draag veiligheidshandschoenen.
Bij langdurige werkzaamheden kunnen door de trillingen stoornissen in de doorbloeding in de handen van de gebruiker optreden (witte vinger syndroom).
Raynaud-syndroom (dove vingers) is een vaatziekte, waarbij kleine bloedvaten in de vingers en tenen acuut verkrampen. De desbetreffende lichaamsdelen worden dan niet meer voldoende van bloed voorzien waardoor ze een bleke kleur krijgen. Het frequente gebruik van trillende producten kan zenuwbeschadigingen veroorzaken bij personen met een verminderde doorbloeding (bijv. rokers, diabetici).
Als u ongewone beperkingen bespeurt, stopt u direct de werkzaamheden en raadpleegt u een arts.
- Houd uw lichaam en met name uw handen bij koud weer warm.
- Las regelmatig pauzes in en beweeg hierbij de handen om de doorbloeding te bevorderen.
- Houd de handgreep altijd vast, maar houd de handgreep niet continu met overmatige druk vast.
- Beperk het gebruik van gereedschap met hoge trillingen per dag en verdeel het over meerdere dagen. Maak een werkschema dat de blootstelling aan trillingen beperkt.
- Houd de trillingen van het product zo laag mogelijk door regelmatig onderhoud aan vaste onderdelen op het product.
- Vervang versleten componenten onmiddellijk.
8. Uitpakken
- Open de verpakking en haal het product er voorzichtig uit.
- Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de verpak-kings- en transportbeveiligingen (indien voorhanden).
- Controleer of de inhoud van de levering volledig is.
- Controleer het product en de hulpstukken op transportschade. Bij klachten moet direct contact worden opgenomen met de expediteur. Reclamaties op een later tijdstip worden niet erkend.
- Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het verstrijken van de garantietijd.
- Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met het product aan de hand van de gebruikshandleiding.
- Gebruik bij accessoires alsook slijtage- en reserveonderdelen uitsluitend originele onderdelen. Reserveonderdelen zijn verkrijgbaar bij de leverancier.
- Geef bij bestellingen onze artikelnummers alsook type en bouwjaar van het product aan.
⚠ WAARSCHUWING!
Het product en de verpakkingsmaterialen zijn geen kinderspeelgoed! Kinderen mogen niet met plastic zakken, folies en kleine onderdelen spelen! Er bestaat gevaar voor inslikken en verstikkingsgevaar!
9. Montage
⚠ WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel en materiële schade!
Het gebruik van incorrecte reserveonderdelen en toebehoren kan tot verwondingen en beschadigingen leiden. Deze kunnen loskomen en worden weggeslingerd. Bovendien kunnen deze de prestaties van het product verminderen.
- Gebruik uitsluitend reserveonderdelen en accessoires van de fabrikant. Originele onderdelen of originele accessoires zijn verkrijgbaar bij uw leverancier.
- Bij het niet in acht nemen kunnen de prestaties van het product verminderen en kunnen onderdelen evt. loskomen.
- Bij het niet in acht nemen vervalt de garantie van de fabrikant.
Bij de levering zijn er enkele delen gedemonteerd. De montage is eenvoudig, indien de volgende aanwijzingen in acht worden genomen.
Benodigd gereedschap:
• 1x steeksleutel SW 8/10 mm (30)
• 1x steeksleutel SW 10/13 mm (30a)
• 1x kruiskopschroevendraaier (33)
- 1x momentsleutel*
* = niet altijd meegeleverd!
Plaats het product op een vlak, recht oppervlak.
- Lijn de montagegaten van de bumper (7) uit met de houders aan de voorkant van het product.
- Monteer de bumperstang (7) met behulp van de vier meegeleverde zeskantbouten (7a). Gebruik een steeksleutel SW 8/10 mm (30).
9.2 Stuurstang (2h) monteren (afb. 5)
- Plaats de huls (2f) op de stuurstang.
- Steek de stuurstang (2h) in de huls (2f).
- Monteer de huls (2f) en de stuurstang (2h) met behulp van de vier bijgeleverde zeskantbouten M8 (2e). Gebruik een steeksleutel SW 10/13 mm (30a).
- Plaats de stuurkolomafdekking (2g) op het dashboard door de vergrendelingen op de corresponderende punten vast te klikken.
9.3 Stuurwiel (2) monteren (afb. 6)
- Plaats de stuurring (2b), het stuurwiel (2) en de onderlegring (2c) na elkaar op de stuurkolom (2h).
- Plaats de bijgeleverde zeskantmoer M12 (2d) op de stuurstang (2h). Gebruik een momentsleutel en zet de verbinding vast met 24 Nm.
- Plaats de stuurwielafdekking (2a) op het stuurwiel (2).
- Bevestig de twee bijgevoegde kruiskopschroeven (2i) van onderaf aan de stuurwielafdekking (2a). Gebruik hiervoor een kruiskopschroevendraaier (33).
9.4 Toerentalhendel (12) monteren (afb. 7)
- Plaats de toerentalhendel (12) op de houder en monteer deze met de bijgeleverde kruiskopbout (12a) en zeskantmoer (12b). Gebruik hiervoor een kruiskopschroevendraaier (33).
- Lijn de steunrol (10a) uit met een van de drie montagegaten op de maaier (10).
- Monteer de steunrol (10a) op de maaier (10) met behulp van de bijgeleverde zeskantbout (10b) en zeskantmoer (10c). Gebruik een steeksleutel SW 8/10 mm (30) en een steeksleutel SW 10/13 mm (30a).
- Herhaal deze werkwijze aan de andere zijde.
9.6 Bestuurdersstoel (1) monteren (afb. 9, 17)
- Plaats een van de bijgeleverde onderlegringen (1b) op de as (1a) en leid de as (1a) door de montagegaten op het frame van het product en door de montagegaten op de bestuurdersstoel (1).
- Plaats de andere onderlegring (1b) op het uiteinde van de as (1a) waarin het gat zich bevindt.
- Zet de as (1a) vast met de splitpen (1c).
- Ga op de bestuurdersstoel (1) zitten.
- Trek de instelhendel (1d) naar achteren en stel de bestuurdersstoel (1) in op een stand die bij u past.
- Laat de instelhendel (1d) los.
- Let erop dat u de bedieningshendel en de pedalen veilig kunt bereiken.
9.7 Afdekplaat (19) monteren (Afb. 10) (model met vangkorf)
- Lijn de montagegaten van de afdekplaat (19) aan de achterkant van het product uit.
- Monteer de afdekplaat (19) met behulp van de bijgeleverde zeskantbouten (19a) en zeskantmoeren (19b). Gebruik een steeksleutel SW 8/10 mm (30).
9.8 Monteer de aanhangerkoppeling (18) op de afdekplaat (19) (afb. 10) (model met vangkorf)
- Lijn de dissel (18b) uit met de montagegaten aan de bovenkant van de afdekplaat (19).
- Monteer de dissel (18b) met behulp van de mee-geleverde zeskantbouten (18a). Gebruik een steeksleutel SW 8/10 mm (30).
- Steek de aanhangerkoppeling (18) van bovenaf in de dissel (18b) en zet deze vast met de splitpen (18c).
9.9 Aanhangerkoppeling (18) monteren (afb. 10)
- Lijn de dissel (18b) uit met de montagegaten aan de achterkant van het product.
- Monteer de dissel (18b) met behulp van de mee-geleverde zeskantbouten (18a). Gebruik een steeksleutel SW 8/10 mm (30).
- Steek de aanhangerkoppeling (18) van bovenaf in de dissel (18b) en zet deze vast met de splitpen (18c).
9.10 Houders (20/20a) monteren (afb. 11) (model met vangkorf)
-
Lijn de houder (20/20a) uit met de montagegaten aan de achterkant van het product.
-
Monteer de houder (20/20a) met behulp van de bijgeleverde M8 zeskantbouten (20b), veerringen (20c) en onderlegringen (20d). Gebruik een steeksleutel SW 8/10 mm (30).
- Herhaal het proces met de houder (20/20a) aan de andere kant.
9.11 Vangkorf (21) monteren (afb. 12, 13)
- Lijn de montagegaten van het voorste frame (21d) en het bovenste frame (21e) uit.
- Monteer het voorste frame (21d) met het bovenste frame (21e). Gebruik de steeksleutel SW 8/10 mm (30) en de steeksleutel SW 10/13 mm (30a).
- Monteer de zijsteunstangen (21a) aan beide zijden aan het voorste en bovenste frame (21d/21e). Gebruik de zeskantbouten (21b), de zeskantmoeren (21c), de steeksleutel SW 8/10 mm (30) en de steeksleutel SW 10/13 mm (30a).
- Plaats de vangzak (21f) op het frame en bevestig de lipjes op de juiste punten.
- Plaats de plaatmoeren (21i) op de corresponderende punten in het deksel van de reservoirdeksel (21g).
- Monteer het tankdeksel (21g) door de acht zes- kantbouten (21h) van onderaf door het bovenste frame (21e) te schroeven met de plaatmetaalmo- ren (21i). Gebruik een steeksleutel SW 8/10 mm (30).
- Leid de kantelhendel (21j) van bovenaf door het reservoirdeksel (21g).
- Monteer de zeskantbout (21k) met de zeskantmoer (21l) om de kantelhendel (21j) vast te zetten. Gebruik de steeksleutel SW 8/10 mm (30) en de steeksleutel SW 10/13 mm (30a).
10. Voor de ingebruikname
⚠ Let op!
Het product voor de ingebruikstelling in ieder ge- val volledig monteren!
⚠ WAARSCHUWING!
Gevaar voor de gezondheid!
Bij het inademen van benzine-/smeeroliedampen en uitlaatgassen kan er ernstige gezondheidsschade, bewusteloosheid ontstaan en dit in extreme gevallen zelfs tot de dood leiden.
- Adem benzine-/smeeroliedampen en uitlaatgassen niet in.
- Gebruik het product alleen in de open lucht.
Controleer het product voor elke ingebruikname op:
• Dichtheid van brandstofsysteem,
- perfecte staat en volledigheid van de veiligheids- voorzieningen en de snij-inrichting,
- stevige bevestiging van alle schroefverbindingen,
- Soepel lopen van alle bewegende delen.
Controleer voor elke ingebruikname,
- of het snijgereedschap en het gehele maaielement (maaimes, meskoppeling, mesrem, bevestigingsbouten, maaibehuizing) in optimale toestand zijn. Er moet in het specifiek op een correcte zitting, beschadigingen en slijtage worden gelet.
- of de tankdop goed is vastgeschroefd.
- of de brandstoftank en de brandstofgeleidende de- len evenals de tankdop in optimale toestand zijn.
- of de veiligheidsvoorzieningen in optimale toestand zijn en correct functioneren.
- of banden (luchtdruk, schade, slijtage) en frame in optimale toestand zijn. Schroefverbindingen op goede bevestiging controlleren. In het specifiek moeten alle onderhoudswerkzaamheden worden uitgevoerd, die in het onderhoudsschema onder de rubriek "Onderhoud" zijn beschreven.
Vervang voor het gebruik van het product defecte evenals alle andere versleten en beschadigde onderdelen. Onleesbare of beschadigde gevaren en waarschuwingen op het product moeten worden vervangen.
Neem indien nodig contact op met een leverancier.
Brandstof en olie
AANWIJZING!
Risico op materiële schade!
Indien incorrect opgeslagen of niet afgetapte brandstoffen worden gebruikt, kan de carburateur verstoppen of de werking van de motor beïnvloeden.
- Voer brandstof wat u niet nodig heeft, in een luchtdichte tank en bewaar deze in een donkere, koele ruimte.
- Gebruik alleen aangewezen en goedgekeurde tanks voor het transport en de opslag van brandstof.
Benodigd gereedschap:
- 2x trechter (31)
• 1x steeksleutel SW 8 mm*
• 1x steeksleutel SW 8/10 mm (30)
• 1x luchtpomp met manometer*
* = niet altijd meegeleverd!
10.1 Motorolie bijvullen (afb. 14)
AANWIJZING!
Productbeschadiging
Als het product zonder of met te weinig motorolie wordt gebruikt, kan dit tot motorschade leiden.
- Vullen met olie vóór ingebruikname. Het product wordt geleverd zonder motorolie.
AANWIJZING!
Milieuschade!
Uitgelopen olie kan het milieu ernstig verontreinigen. De vloeistof is zeer giftig en kan snel tot waterverontreiniging leiden.
- Olie alleen vullen/aftappen op effen, stevige ondergronden.
- Gebruik een vulpijp of trechter.
- Vang afgetapte olie in een geschikte container op.
- Veeg gemorste olie direct zorgvuldig weg en verwijder de doek conform de lokale voorschriften.
- Verwijder olie conform de lokale voorschriften.
⚠ Let op!
De motor wordt zonder olie geleverd. Voor ingebruikname daarom altijd olie bijvullen. Gebruik hiertoe multifunctionele olie (SAE 30). Het oliepeil moet voor elke inbedrijfstelling gecontroleerd worden.
- Open de motorkap (6) door deze naar voren te klappen.
- Verwijder de olietankdop met peilstok (22) door deze linksom te draaien.
- Vul voorzichtig de nieuwe motorolie in de opening, let op de technische gegevens. Gebruik een trechter (31).
- Controleer het oliepeil met behulp van de olie-tankdop met peilstok (22); het oliepeil moet tussen de markeringen "ADD" en "FULL" staan.
- Sluit het oliereservoir weer met behulp van de olietankdop met peilstok (22).
10.2 Brandstof bijvullen (afb. 15)
⚠ GEVAAR!
Brand- en explosiegevaar!
Brandstof kan zich bij het vullen ontsteken en eventueel exploderen. Dit leidt tot ernstige verbrandingen of zelfs de dood.
- Schakel de motor uit en laat deze afkoelen.
- Houd uit de buurt van hitte, vlammen en vonken.
- Vul brandstof alleen in de open lucht bij.
- Draag veiligheidshandschoenen.
- Vermijd huid- en oogcontact.
- Start het product met een afstand van min. 3 m tot de vullocatie van de brandstof.
- Let op voor ondichte plekken. Start de motor niet als er benzine uitloopt.
⚠ WAARSCHUWING!
Gevaar voor de gezondheid!
Bij het inademen van benzine-/smeeroliedampen kan er ernstige gezondheidsschade, bewusteloosheid ontstaan en dit in extreme gevallen zelfs tot de dood leiden.
- Adem benzine-/smeeroliedampen niet in.
- Gebruik het product alleen in de open lucht.
⚠️ Let op!
Het product wordt geleverd zonder brandstof. Voor ingebruikname daarom altijd brandstof bijvullen. Gebruik hiervoor Super E5 benzine.
- Open de motorkap (6) door deze naar voren te klappen.
- Verwijder de tankdop (23a) door deze linksom te draaien.
- Vul voorzichtig brandstof in de opening, let op de technische gegevens. Gebruik een trechter (31).
- Sluit de brandstoftank (23) weer af met de tankdop (23a).
- Zet de brandstofkraan (23b) op de stand "ON".
- U kunt het brandstofpeil aflezen op de brandstofmeter (23c).
- Maak het tankdeksel en de omgeving goed schoon.
- Controleer de tank en de brandstofleidingen op lekkage.
- Neem minimaal drie meter van de plek waar u brandstof hebt bijgevuld voordat u de motor start.
10.3 Accu (24) aansluiten/verwijderen (afb. 16)
- Klap de bestuurdersstoel (1) omhoog.
- Verbind eerst de rode kabel met de pluspool (+) en aansluitend de zwarte kabel met de minpool (-).
- Gebruik de bijgeleverde zeskantbouten, onderlegringen, zeskantmoeren en een steeksleutel SW 8/10 mm (30) en een steeksleutel SW 8 mm.
- Om de accu (24) te verwijderen, gaat u in omgekeerde volgorde te werk en zorgt u ervoor dat u eerst de zwarte kabel met de minpool (-) losmaakt.
- Verwijder vervolgens de bevestigingsbeugel en verwijder de accu (24).
10.4 Bandenspanning controlleren (afb. 8)
De juiste bandenspanning is de wezenlijke voorwaarde voor een perfect uitgebalanceerd snijgereedschap en daarmee ook voor een gelijkmatig gemaaid gazon.
- Controleer de bandenspanning regelmatig met behulp van een luchtpomp met manometer.
- Vul indien nodig de bandenspanning bij. De juiste bandenspanning is 1,5 bar bij de voorwielen (15b) en 1,8 bar bij de achterwielen (15a).
Aanwijzing: Als u vaststelt dat de banden of wielen (15) beschadigd zijn, moet u contact opnemen met de klantenservice resp. gespecialiseerde werkplaats.
10.5 Veiligheidsschakelaar controleren
De tuintractor op benzine heeft verschillende veiligheidsschakelaars die voor elke start gecontroleerd moeten worden.
Aanwijzing: Als u vaststelt dat de veiligheidsschakelaar niet correct werkt, moet u contact opnemen met de klantenservice resp. een gespecialiseerde werkplaats.
10.5.1 Contactslot (4) controlleren (afb. 21)
- Steek de contactsleutel (4a) in het contactslot (4) en zet deze in de stand "I". Ga te werk zoals beschreven onder 11.2 om de motor te starten. De motor moet starten.
- Zet de contactsleutel (4a) in de stand "0". De motor moet onmiddellijk stoppen.
10.5.2 De functie Achteruit maaien (ROS) controleren (afb. 21)
Met de functie Achteruit maaien kunt u achteruit rijden, zelfs wanneer de maaier is ingeschakeld.
- Start de motor zoals onder 11.2 beschreven.
- Start de maaier zoals beschreven onder 11.5.2.
- Druk het gaspedaal (8b) in. De maaier moet stoppen.
-
Laat het gaspedaal (8b) los en schakel de maaier weer in.
-
Zet de contactsleutel (4a) op "ROS"() en druk het gaspedaal (8b) in. De maaier (10) moet blijven draaien.
10.5.3 Veiligheidsschakelaar van de maaier controleren (afb. 1, 25)
De veiligheidsschakelaar van de maaier garandeert dat de motor niet kan starten als de maaier is ingeschakeld.
- Zorg ervoor dat de motor is uitgeschakeld.
- Ga op de bestuurdersstoel (1) zitten.
- Druk het rempedaal (13) geheel in en bedien de blokkeerrem (9).
- Trek de aftakasknop (5) helemaal uit om de maai- er in te schakelen.
- Ga te werk zoals beschreven onder 11.2 om de motor te starten.
- De motor mag niet starten!
10.5.4 Veiligheidsschakelaar op de bestuurdersstoel (1) controlleren (afb. 17, 25)
De stoelcontactschakelaar (1e) garandeert dat de motor uitschakelt, zodra er geen persoon meer op de bestuurdersstoel (1) zit.
- Ga op de bestuurdersstoel (1) zitten.
- Trap het rempedaal (13) in en bedien de blokkeerrem (9).
- Ga te werk zoals beschreven onder 11.2 om de motor te starten.
- Ontlast de bestuurdersstoel (1) door op te staan (niet uitstappen!)
- De motor loopt verder.
- Trap het rempedaal (13) in en los de blokkeerrem (9).
- De motor moet zich uitschakelen!
10.5.5 Veiligheidsschakelaar van de vangkorf (21) controleren (bij modellen met vangkorf) (afb. 18)
De veiligheidsschakelaar (20e) op de vangkorf (21) garandeert dat de maaier uitschakelt zodra de vangkorf (21) bij een ingeschakelde motor niet correct is ingehangen.
- Ga op de bestuurdersstoel (1) zitten.
- Trap het rempedaal (13) in en bedien de blokkeerrem (9).
- Ga te werk zoals beschreven onder 11.2 om de motor te starten.
- Trek de aftakasknop (5) helemaal uit om de maai- er in te schakelen.
- Til de lege vangkorf (21) licht op.
- De maaier moet uitschakelen!
10.6 Messtopinrichting controleren
Bij het loskoppelen van de maaier wordt automatisch en tegelijkertijd een remproces geactiveerd, die het maaiimes binnen enkele seconden tot stilstand brengt.
Een draaiend mes veroorzaakt duidelijk waarneembare windgeluiden. Het lopen van de messen wordt door het veroorzaakte windgeluid aangegeven en kan zo worden gecontroleerd.
Aanwijzing: Als u merkt dat de messtopvoorziening niet correct werkt (bijvoorbeeld als u nog steeds windgeruis hoort), neem dan contact op met de klantenservice of een gespecialiseerde werkplaats en gebruik het product in geen geval.
10.7 Vulstandschakelaar (21m) instellen (afb. 10)
- Haak de vangkorf (21) los zoals beschreven onder 10.9.
- Om droog gras te maaien, trekt u de vulstandschakelaar (21m) zo ver mogelijk uit.
- Als u nat gras wilt maaien, duwt u de vulstandschakelaar (21m) naar binnen.
- Klap de vulstandschakelaar (21m) 90° omlaag om de zitmaaier op benzine te vervoeren.
10.8 Bestuurdersstoel instellen (1) (afb. 17)
- Ga op de bestuurdersstoel (1) zitten.
- Trek de instelhendel (1d) naar achteren en stel de bestuurdersstoel (1) in op een stand die bij u past.
- Laat de instelhendel (1d) los.
10.9 Vangkorf (21) inhaken/loshaken (afb. 18)
- Houd de vangkorf (21) bij de handgreep vast en kantel hem iets naar voren.
- Plaats de vangkorf (21) op de beide houders (20/20a) en klik het onderste deel van de vangkorf (21) vast op het product.
- Om de vangkorf (21) los te maken, tilt u deze aan het handvat uit de vergrendeling op het product en verwijdert u deze uit de houders (20/20a).
10.10 Maaivlak voorbereiden
- Onderzoek het te maaien oppervlak zorgvuldig voorafgaand aan het maaien.
-
Verwijder stenen, stokken, botten, draden, speelgoed en andere voorwerpen, die door het apparaat weggeslingerd kunnen worden.
-
Let erop dat er geen personen op het te maaien oppervlak aanwezig zijn.
11. Bediening
⚠ Let op!
Het product voor de ingebruikstelling in ieder geval volledig monteren!
11.1 LED-koplampen (16) in-/uitschakelen (afb. 1) LET OP! Kijk NIET rechtstreeks in het licht!Richt de lichtstraal nooit op de ogenvan mensen of dieren! Gevaar voor letsel.
De tuintractor op benzine heeft LED-koplampen (16), waarmee u voor voldoende verlichting kunt zorgen op bewolkte dagen of in schaduwrijke tuinen.
- Schakel de LED-koplampen (16) in en uit met de in/uit-schakelaar (3).
Aanwijzingen:
- Als de contactsleutel (4a) in stand "0" staat, kunnen de LED-koplampen (16) niet worden ingeschakeld.
- De LED-koplampen (16) blijven ook branden als de motor is uitgeschakeld en moeten handmatig worden uitgeschakeld, anders bestaat het risico dat de accu (24) volledig ontladt.
WAARSCHUWING!
Gebruik de tuintractor op benzine nooit 's nachts of in extreme duisternis. De LED-koplampen (16) worden alleen gebruikt om slecht verlichte delen van uw tuin te verlichten.
11.2 De blokkeerrem (9) activeren/ontgrendelen (afb. 19)
- Trap het rempedaal (13) volledig in en trek de blokkeerrem (9) omhoog om deze te activeren.
- Om de blokkeerrem (9) los te zetten, drukt u het rempedaal (13) eenmaal in en laat u het weer los.
11.3 Motor starten (afb. 20, 21, 34)
- Controleer voor elke start het brandstof- en motoroliepeil. Controleer of de bougiestekker (27) op de bougie (27a) is aangesloten.
- Bevestig de vangkorf (21) (bij modellen met vangkorf).
- Ga op de bestuurdersstoel (1) zitten.
- De maaier moet uitgeschakeld zijn om de motor te kunnen starten.
- Trek de blokkeerrem (9) aan en stel de gewenste maaihoogte in.
- Zet de toerentalhendel (12) in de stand "Choke" ( || ).
- Draai de contactsleutel (4a) in het contactslot (4) op "Start", totdat de motor start en laat deze in de positie "Bedrijf".
-
De toerentalhendel (12) springt automatisch in de stand "Haas" zodra de motor gestart is.
-
Op basis van een beschermplaat op de motor kan er een lichte rookvorming ontstaan, indien u het product voor de eerste keer gebruikt. Dit is een normaal proces.
11.4 Aandrijving loskoppelen (afb. 22)
Om het product te verplaatsen als de motor is uitgeschakeld, moet de aandrijving worden uitgeschakeld.
Hydro-versnellingsbak:
De hydro-versnellingsbak brengt het motorvermogen over via hydraulische olie voor een traploze snelheidsregeling.
Aanwijzingen:
- Zorg ervoor dat de koppelingshendel (15c) volledig uitgetrokken of ingedrukt is. Gebruik geen tussenstanden.
- De koppelingshendel (15c) voor het in- en uitschakelen van de aandrijving bevindt zich achter het rechter achterwiel.
- Duw de koppelingshendel (15c) volledig in om het aandrijfsysteem te activeren.
- Trek de koppelingshendel (15c) helemaal uit om het aandrijfsysteem te deactiveren.
11.5 Starten met uitgeschakelde maaier (afb. 23, 25)
Let op! Voer een versnellingswissel alleen in stilstand uit.
- Trap bij een lager toerental "Schildpad" het rempedaal (13) geheel in en ontgrendel de blokkeerrem (9).
- Laat het rempedaal (13) langzaam los en bedien het gaspedaal (8a), zodat de tuintractor op benzi-ne zich in beweging zet.
- Schuif de toerentalhendel (12) in de richting "Haas" om gas te geven.
- Om het apparaat te stoppen, neemt u uw voet van het gaspedaal (8a) en trapt u het rempedaal (13) in.
11.6 Maaien
⚠ WAARSCHUWING!
Ongevallengevaar bij achteruitrijden!
Neem de omgeving achter de maaier in acht bij het achteruitrijden!
- Achteruitrijden alleen indien noodzakelijk!
11.6.1 Instellen van de snijhoogte (afb. 24)
△ Let op! Het verstellen van de snijhoogte mag alleen bij een uitgeschakeld maaiwerk worden uitgevoerd.
Selecteer de snijhoogte, afhankelijk van de werkelijk graslengte. Voer meerdere passages uit, zodat er maximaal 4 cm gras in één keer wordt afgehaald.
-
Trek de hendel voor de maaihoogte (11) naar de bestuurdersstoel (1) en zet deze vast op de gewenste maaihoogte.
-
Er kunnen 7 verschillende snijhoogten worden ingesteld.
BELANGRIJK: Voor het transport moet u het snijgereedschap altijd in de hoogste positie (niveau 7) brengen.
11.6.2 Maaien/starten met ingeschakelde maai-er (afb. 25)
⚠ WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel en materiële schade!
Voorwerpen kunnen worden weggeslingerd en personen raken en verwonden. Vaste voorwerpen kunnen het product beschadigen.
Bovendien kunnen kleine stenen of andere voorwerpen minimaal 15 meter worden weggeslingerd. Dit kan tot beschadigingen aan auto's, huizen en vensters leiden.
- Let bij maaiwerkzaamheden op een afstand van minimaal 30 meter tot andere personen of dieren.
- Verwijder met het product geen voorwerpen van trottoirs, etc.
AANWIJZING!
Risico op materiële schade!
Als het product niet regelmatig wordt gereinigd, kunnen er gras-/onkruidresten onder de afdekking van de maaier vast komen te zitten. Dit kan de prestaties van het product beïnvloeden en de levensduur verkorten.
- Reinig het product na elk gebruik.
Let op! Voer een versnellingswissel alleen in stilstand uit.
- Activeer de blokkeerrem (9) bij lage toerental "schildpad".
- Trek de aftakasknop (5) helemaal uit om de maai- er in te schakelen.
- Trap bij een lager toerental "Schildpad" het rempedaal (13) geheel in en ontgrendel de blokkeerrem (9).
- Laat het rempedaal (13) langzaam los en bedien het gaspedaal (8a), zodat de tuintractor op benzi-ne zich in beweging zet.
- Schuif de toerentalhendel (12) in de richting "Haas" om gas te geven.
- Om het product te stoppen, neemt u uw voet van het gaspedaal (8a) en trapt u het rempedaal (13) in.
11.6.3 Achteruit rijden met ingeschakelde maaier (afb. 26)
⚠ WAARSCHUWING!
Ongevallengevaar bij achteruitrijden!
Neem de omgeving achter de maaier in acht bij het achteruitrijden!
Let op! Voer een versnellingswissel alleen in stilstand uit.
- Activeer de blokkeerrem (9) bij lage toerental "schildpad".
- Draai de contactsleutel in stand "ROS" ().
- Trek de aftakasknop (5) helemaal uit om de maai- er in te schakelen.
- Trap bij een lager toerental "Schildpad" het rempedaal (13) geheel in en ontgrendel de blokkeerrem (9).
- Laat het rempedaal (13) langzaam los en bedien het gaspedaal (8b), zodat de tuintractor op benzi-ne zich in beweging zet.
- Schuif de toerentalhendel (12) in de richting "Haas" om gas te geven.
- Om het product te stoppen, neemt u uw voet van het gaspedaal (8b) en trapt u het rempedaal (13) in.
11.6.4 Werken op hellingen (fb. 36)
⚠ WAARSCHUWING!
Gevaar door fouten bij rijden op hellingen!
Bij het rijden op hellingen is bijzondere voorzichtigheid geboden! Er zijn geen "veilige" hellingen. Neem daartoe vooral de volgende veiligheidsvoorschriften in acht!
- Als de wielen doordraaien of als het voertuig bij het berijden van een helling blijven steken, maaier en aanbouwdeel loskoppelen. Daarna door langzaam en recht neerwaarts rijden de helling verlaten!
- Een volle vangkorf verhoogt door dit gewicht het kiepgevaar van de tuintractor op benzine!
- Op hellingen moet de snijbaan dwars op de helling worden gemaakt. Wegglijden van de tuintractor op benzine kan worden voorkomen door een schuine stand naar boven.
- Hellingen zijn een van de belangrijkste oorzaken voor ongevallen, waarbij men de controle over de tuintractor op benzine verliest en het apparaat omvalt. Dit kan tot ernstige of zelfs dodelijke verwondingen leiden.
- Vanwege veiligheidsredenen mag het apparaat niet op hellingen met een stijging van meer dan 10° (17,6 %) worden gebruikt.
- Hellingen van 10° komen overeen met een verticale stijging van 17,6 cm bij een horizontale lengte van 100 cm.
- Voorkom het starten en stoppen op hellingen.
- Gebruik het apparaat niet op plaatsen zoals hellingen of greppels, waarop het apparaat kan omvallen of wegglijden. Het gevaar op omvallen of wegglijden wordt groter als de ondergrond los of vochtig is.
- Berijd hellingen altijd in de lengterichting. Bij dwars rijden bestaat een verhoogd kantelgevaar.
-
Bij rijden op hellingen mogen er geen abrupte snelheids- of richtingswijzigingen worden uitgevoerd. Het werken in dergelijke situaties vereist een voorzichtige, rustige en gelijkmatige bediening van de tuintractor op benzine.
-
Vermijd richtingswijzigingen op hellingen. Keer alleen op hellingen als dit onvermijdelijk is; indien mogelijk, rijd langzaam en in grote bogen in neerwaartse richting.
- Maai geen nat gras, in het specifiek niet op hellingen, omdat de tractie op nat gras afneemt. De tuintractor op benzine kan wegglijden en daarom niet meer gecontroleerd worden door de gebruiker.
- Bij het berijden van hellingen mag de aandrijving niet door middel van aandrijfvrijloop worden ontgrendeld.
- Als de wielen doordraaien of als het voertuig bij het berijden van een helling in opwaartse richting blijft steken, moet het maairnes resp. aanbouwdeel worden losgekoppeld. Daarna moet de helling door langzaam neerwaarts en rechtuit te rijden worden verlaten.
- Probeer nooit de tuintractor op benzine door ondersteunen met de voet op de ondergrond te stabiliseren.
- Het gewicht van de vangkorf verhoogt het kantelgevaar, vooral als deze gevuld is.
- Leeg of til de vangkorf nooit op een hellend vlak op.
11.6.5 Vangkorf (21) tijdens het zitten legen (afb. 25, 27)
Wanneer de maaier uitschakelt, is de vangkorf (21) vol en moet deze worden geleegd.
- Druk indien nodig de aftakas-knop (5) helemaal in om de maaier uit te schakelen.
- Rijd naar de plaats, waar u de vangkorf (21) wilt legen.
- Druk het rempedaal (13) in en activeer de blokkeerrem (9).
- Trek de kantelhendel (21j) helemaal omhoog en dan naar u toe, zodat de vangkorf (21) open gaat en geleegd wordt.
- Beweeg de kantelhendel (21j) naar achteren en laat hem zakken tot de laagste stand om de vangkorf (21) weer te sluiten.
Let op: Als de vangkorf (21) niet correct is vastgeklikt, kan de maaier niet worden ingeschakeld.
⚠ WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel!
Het ongewenst en onverwacht starten van het product kan leiden tot letsel.
- Schakel de motor voor het legen uit.
11.6.6 Vangkorf (21) legen tijdens het uithangen (afb. 18, 25)
Wanneer de maaier uitschakelt, is de vangkorf (21) vol en moet deze worden geleegd.
- Druk indien nodig de aftakas-knop (5) helemaal in om de maaier uit te schakelen.
- Rijd naar de plaats, waar u de vangkorf (21) wilt legen.
-
Druk het rempedaal (13) in en activeer de blokkeerrem (9).
-
Schakel de motor uit.
- Om de vangkorf (21) los te maken, tilt u deze aan het handvat uit de vergrendeling op het product en verwijdert u deze uit de houders (20/20a).
- Maak de vangkorf (21) leeg.
- Houd de vangkorf (21) bij de handgreep vast en kantel hem iets naar voren.
- Plaats de vangkorf (21) op de beide houders (20/20a) en klik het onderste deel van de vangkorf (21) vast op het product.
⚠ WAARSCHUWING!
Gevaar voor verwondingen en kantelen!
De tuintractor op benzine kan kantelen, indien deze niet op een effen ondergrond wordt geparkeerd.
- Het gevaar op omvallen of wegglijden wordt groter als de ondergrond los of vochtig is.
- Let bij het stoppen op de naloop van het snijgereedschap, die tot de stilstand enkele seconden bedraagt.
11.7 Na het maaien
- Laat de motor altijd eerst afkoelen, voordat u de tuin-tractor op benzine in een gesloten ruime parkeert.
- Verwijder gras, gebladerte. Voor opslag smeren en oliën. Plaats geen andere voorwerpen op de maaier.
- Controleer voor hernieuwd gebruik alle schroeven en moeren. Haal losgekomen schroeven aan.
- Leeg de vangkorf (21) voor het hernieuwde gebruik.
- Verwijder de contactsleutel (4a) uit het contactslot (4).
- Let erop dat de tuintractor op benzine niet naast een gevarenbron wordt geplaatst. Het uittreden van gas kan leiden tot explosies.
- Leeg de brandstoftank met een brandstofzuigpomp (niet meegeleverd) als de tuintractor op benzine langere tijd niet gebruikt zal worden.
12. Werkinstructies
- Controleer voor elk maaiproces of het maaiimes correct is bevestigd, in goede toestand en goed geslepen is. Draag daarbij altijd veiligheidshandschoenen!
- De kilometerstand van het product kan worden afgelezen op de bedrijfsurenteller (17).
- Controleer de maaier, het maaiimes en de andere delen, die tegen een vreemd voorwerp zijn gelopen of indien het apparaat sterker trilt dan normaal.
- Een hete motor, uitlaat of aandrijving kan verbrandingen veroorzaken.
- Maai alleen bij voldoende licht.
- Gebruik de LED-koplampen in slecht verlichte ge-bieden.
-
Let in de buurt van straten op het straatverkeer. Houd het uitwerpkanaal en de zij-uitworp (29) uit de buurt van de straat.
-
Vermijd plaatsen waarbij de wielen niet meer grijpen of het maaien niet stabiel is.
- Controleer voor een achterwaartse beweging of er geen kinderen achter u aanwezig zijn.
- Snij alleen met scherpe, optimale maaimessen, zo- dat de grassprieten niet gaan rafelen en het gazon niet geel wordt.
- Om een net snijbeeld te bereiken, moet de tuintractor op benzine in zo recht mogelijke banen worden geleid. Hierbij moeten deze banen altijd enkele centimeters overlappen zodat er geen stroken overblijven.
- Houd de onderzijde van de maaibehuizing schoon en verwijder direct grasafzettingen. Grasafzettingen maken het startproces lastiger, beïnvloeden de snijkwaliteit en het uitwerpen van gras.
13. Reiniging en onderhoud
⚠ WAARSCHUWING!
Gevaar voor verwondingen en brandwonden!
Het product kan onverwacht starten en kan daardoor verwondingen veroorzaken. Bovendien kunnen er temperaturen van 80 °C worden bereikt.
- Schakel voor alle reinigings- en onderhoudswerkzaamheden de motor uit.
- Laat voor werkzaamheden in het gebied van de verbrandingsmotor, uitlaatspruitstuk en geluiddemper het apparaat afkoelen – dit is ook van toepassing op alle onderhoudswerkzaamheden aan de maaier.
- Trek de bougiestekker van de bougie.
AANWIJZING!
Risico op materiële schade!
Als water de behuizing binnendringt, kan motorschade het gevolg zijn. Bovendien kan de staal van een hogedrukreiniger delen van het product beschadigen.
- Reinig het product met een doek, een handveger, etc.
- Dompel het product niet in water of andere vloeistoffen en spuit deze niet af met de hogedrukreiniger.
Plaats het product op een vlak, recht oppervlak.
| Onderhoudsschema | |||
| na 10 be-drijfsuren | na 25 be-drijfsuren | elke 50 be-drijfsuren | |
| Luchtfilter | reinigen | reinigen | vervangen |
| Bougie | controle-ren | reinigen | vervangen |
Benodigd gereedschap:
• 1x montagesleutel (32)
- 1x trechter (31)
- 1x opvangbak*
• 1x koperdraadborstel*
- 1x voelermaat*
- 1x handveger*
- 1x doek*
*= niet altijd meegeleverd!
13.1 Reiniging
⚠ WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel!
Het ongewenst en onverwacht starten van het product kan leiden tot letsel.
- Schakel voor alle reinigings- en onderhoudswerkzaamheden de motor uit en verwijder, nadat de motor is afgekoeld, de bougiestekker van de bougie.
AANWIJZING!
Risico op materiële schade!
Als het product en de aanbouwdelen niet regelmatig worden gereinigd, kunnen gras-/onkruidresten zich onder de tuintractor op benzine vastzetten. Dit kan de prestaties van het product beïnvloeden en de levensduur verkorten.
13.1.1 Product met water reinigen (afb. 28)
- Breng het slangaansluitstuk op de wateraansluiting (14) van de tuintractor op benzine aan en open de waterkraan.
- Start de tuintractor op benzine zoals beschreven onder 11.2 en schakel de maaier in. De roterende maaibalk slingert het water tegen de onderzijde van de tuintractor op benzine en reinigt deze.
- Schakel na ca. 30 seconden de tuintractor op benzine en de maaier weer uit.
- Sluit de waterkraan en verwijder het slangaansluitstuk.
- Herhaal de procedure voor de wateraansluiting (14) aan de andere kant.
- Reinig de bovenzijde met een doek (gebruik daarbij geen scherpe voorwerpen, bijv. messen).
13.1.2 Luchtinlaat van de motor reinigen (afb. 29)
- Open de motorkap (6) door deze naar voren te klappen.
- Zorg ervoor dat de luchtinlaat naar de motor niet geblokkeerd is.
- Verwijder indien nodig alle stof- en grasresten met een handborstel.
13.1.3 Uitwerpopening (25) demonteren (bij modellen met vangkorg) (afb. 30)
- Haak de grasvangkorf (21) los zoals beschreven onder 10.9.
- Verwijder de beide splitpennen (25a).
- Verwijder het uitwerpkanal (25).
13.1.4 Koelventilator van de tandwielkast reinigen (bij modellen met vangkorf) (afb. 31)
- Haak de vangkorf (21) los zoals beschreven onder 10.9.
- Demonteer het uitwerpkanaal (25) zoals beschreven in 14.1.3.
- Gebruik perslucht om alle afzettingen te verwijderen.
- Monteer het uitwerpkanaal (25) weer.
Aanwijzing: Het is het makkelijkst om vuil en gras direct na maaien te verwijderen. Gedroogde gras-resten en vuil kunnen een negatief effect op hebben op het maaivermogen. Reinig de maaier nooit met een waterstraal of hogedrukreiniger. De motor moet droog blijven.
Agressieve reinigingsmiddelen zoals koudreiniger of wasbenzine mogen niet worden gebruikt.
Rijd voor reinigingswerkzaamheden (bijv. aan het frame van de tuintractor op benzine) nooit vlakbij een rand of sloot.
Om brandgevaar te vermijden, houdt u de verbrandingsmotor, koelribben, accucompartiment, het bereik rond de tank en uitlaat vrij van gras, bladeren of uittredende olie (vet).
Reinig altijd de vangkorf (21).
13.2 Onderhoud
Er mogen alleen onderhoudswerkzaamheden worden uitgevoerd, die in deze gebruikshandleiding zijn beschreven, alle andere werkzaamheden door een leverancier laten uitvoeren. Als u niet de noodzakelijke kennis en hulpmiddelen hebt, moet u altijd contact opnemen met een leverancier.
Wij raden aan om onderhoudswerkzaamheden en reparaties alleen door leveranciers uit te laten voeren.
Gebruik alleen gereedschap, accessoires of aanbouwdelen, die door de fabrikant van dit product zijn toegestaan of technisch gelijksoortige delen, anders kan er gevaar op ongevallen met lichamelijk letsel of schade aan het product bestaan. Bij vragen moet u contact opnemen met een leverancier.
Origineel gereedschap, originele accessoires en reserveonderdelen zijn wat betreft eigenschappen optimaal op het apparaat en de vereisten van de gebruiker afgestemd.
De tuintractor op benzine moet eenmaal per jaar door leveranciers worden gecontroleerd.
Houd waarschuwings- en aanwijzingsstickers altijd schoon en leesbaar. Beschadigde of verloren gegane stickers moeten door originele stickers worden vervangen. Indien een component door een nieuw on-
derdeel wordt vervangen, moet u erop letten dat het nieuwe onderdeel dezelfde sticker krijgt.
Vanwege veiligheidsredenen moeten brandstofgeleidende componenten (brandstofleiding, brandstofkraan, brandstoftank, tankdop, aansluitingen, etc.) regelmatig op beschadigingen en lekkages worden gecontroleerd en indien nodig door een specialist worden vervangen.
Het apparaat is uitgerust met talrijke veiligheidsvoorzieningen. Deze voorzieningen mogen niet verwijderd of gewijzigd (overbrugd, etc.) worden en moeten in regelmatige intervallen worden gecontroleerd.
Werkzaamheden aan de veiligheidsvoorzieningen mogen alleen door een specialist worden uitgevoerd.
Versleten of beschadigde delen moeten vanwege veiligheidsredenen direct worden vervangen.
Controleer regelmatig de grasvanginrichting (bijv. vangkorf, uitwerpkanaal) op slijtage, beschadiging en verlies van de functionaliteit.
Werkzaamheden aan de machine vereisen bijzondere voorzichtigheid vanwege het gewicht van de tuintractor op benzine. Neem daarom contact op met uw leverancier.
Controleer de veilige bevestiging van de voor- en achterwielen.
Houd de tuintractor op benzine en de aanbouwdelen altijd in een optimale bedrijfstoestand; alle veiligheidsvoorzieningen moeten aanwezig en in optimale bedrijfstoestand zijn.
De functie van de rem regelmatig (elke 25 bedrijfsuren) controleren en eventueel de vereiste instellingen resp. onderhoudswerkzaamheden door een gespecialiseerde werkplaats laten uitvoeren.
13.2.1 Wisselen van het maaiimes
Laat het maairnes vanwege veiligheidsredenen alleen door een gespecialiseerde werkplaats vervangen, slijpen, ontbramen en monteren. Om een optimaal werkresultaat te bereiken, is het raadzaam om het maairnes eenmaal per jaar te laten controleren.
13.2.2 Controleer het oliepeil (afb. 14)
⚠ WAARSCHUWING!
Gevaar voor de gezondheid!
Bij het inademen van brandstof-/smeeroliedampen kan er ernstige gezondheidsschade, bewusteloosheid ontstaan en dit in extreme gevallen zelfs tot de dood leiden.
- Adem geen dampen van brandstof/smeerolie in.
- Gebruik het product alleen in de open lucht.
AANWIJZING!
Productbeschadiging
Als het product zonder of met te weinig motor- of transmissieolie wordt gebruikt, kan dit tot motorschade leiden.
- Vul voor de ingebruikname benzine en olie in. Het product wordt zonder motor- of transmissieolie geleverd.
- Gebruik alleen motorolie SAE 30.
AANWIJZING!
Milieuschade!
Uitgelopen olie kan het milieu ernstig verontreinigen. De vloeistof is zeer giftig en kan snel tot waterverontreiniging leiden.
- Olie alleen vullen/aftappen op effen, stevige ondergronden.
- Gebruik een vulpijp of trechter.
- Vang afgetapte olie in een geschikte container op.
- Veeg gemorste olie direct zorgvuldig weg en verwijder de doek conform de lokale voorschriften.
-
Verwijder olie conform de lokale voorschriften.
-
Open de motorkap (6) door deze naar voren te klappen.
- Verwijder de olietankdop met peilstok (22) door deze linksom te draaien.
- Controleer het oliepeil met behulp van de olie-tankdop met peilstok (22); het oliepeil moet tussen de markeringen "ADD" en "FULL" staan.
- Vul indien nodig olie bij, let op de technische gegevens. Gebruik een trechter.
- Sluit het oliereservoir weer met behulp van de olietankdop met peilstok (22).
13.2.3 Olie verversen (afb. 32)
Het verversen van de motorolie moet jaarlijks voor het begin van het seizoen bij bedrijfswarme en uitgeschakelde motor worden uitgevoerd.
Gebruik alleen motorolie (SAE 30).
- Open de motorkap (6) door deze naar voren te klappen.
- Verwijder de olietankdop met peilstok (22) door deze linksom te draaien.
- Plaats een geschikte opvangbak (minstens 1,2 li- ter) onder de olieaftapplug (22a).
- Verwijder de olieaftapslang (22a) uit de houder.
- Verwijder de einddop (22b) van de olieaftapplug (22a) en laat de olie in de opvangbak lopen.
- Plaats de einddop (22b) weer op de olieaftapplug (22a) en bevestig deze weer aan de houder.
- Vul voorzichtig de nieuwe motorolie in de opening, let op de technische gegevens. Gebruik een trechter (31).
-
Controleer het oliepeil met behulp van de olie-tankdop met peilstok (22); het oliepeil moet tussen de markeringen "ADD" en "FULL" staan.
-
Sluit het oliereservoir weer met behulp van de olietankdop met peilstok (22).
Verbruikte olie moet conform de geldende voorschriften worden verwijderd.
13.2.4 Onderhoud van het luchtfilter (26c) (afb. 33)
AANWIJZING!
Risico op materiële schade!
Het bedrijf van de motor zonder ingezet filterelement kan tot motorschade leiden.
- Laat de motor nooit zonder ingezet luchtfilterelement draaien.
Vervuilde luchtfilters verminderen het motorvermogen door een te geringe luchttoevoer naar de carburateur. Regelmatige controle is daarom absoluut noodzakelijk.
Het luchtfilter moet elke 10 bedrijfsuren worden gecontroleerd en indien nodig worden gereinigd. Bij een zeer stoffige lucht moet het luchtfilter (26c) vaker worden gecontroleerd.
- Open de motorkap (6) door deze naar voren te klappen.
- Draai de beide sterschroeven (26a) volledig los en verwijder het luchtfilterdeksel (26).
- Verwijder het filterpatroon (26b) naar boven van de schroefdraadbouten.
- Verwijder het luchtfilter (26c) van het filterpatroon (26b).
- Reinig het luchtfilter (26c) door het uit te wassen met een mild reinigingsmiddel.
- Reinig het papieren filter (26d) door het uit te kloppen en van binnenuit uit te blazen met perslucht.
- Laat het luchtfilter (26c) aan de lucht drogen en plaats het weer in het filterpatroon (26b).
- Vervang een defect luchtfilter (26c) of papieren filter (26d) door een nieuw exemplaar.
- Plaats het filterelement (26b) terug op de schroefdraadbouten en plaats het luchtfilterdeksel (26) terug.
- Monteer de sterschroeven (26a) weer op het luchtfilterdeksel (26).
13.2.5 De bougie (27a) onderhouden (afb. 34)
Controleer de bougie (27a) voor de eerste keer na 10 bedrijfsuren op verontreiniging en reinig deze eventueel met een koperdraadborstel. Daarna de bougie (27a) elke 50 bedrijfsuren indien nodig vervangen.
- Open de motorkap (6) door deze naar voren te klappen.
- Verwijder de bougiestekker (27) van de bougie (27a).
- Reinig het bereik rond de bougie (27a).
- Verwijder de bougie (27a). Gebruik een montage-sleutel (32).
-
Controleer de bougie visueel (27a). Verwijder evt. aangekoekte resten met een koperen staalborstel.
-
Controleer de elektrodeafstand van de bougie. Stel de elektrodenafstand met een voelermaat in op 0,6-0,7 mm.
- Breng de bougie (27a) weer aan en let erop dat u deze niet te vast draait.
- Plaats de bougiestekker (27) op de bougie (27a).
13.2.6 Zekering (28a) vervangen (afb. 35)
De elektrische start is beveiligd met een 20A-zeke- ring (28a).
Gebruik nooit een andere zekering en overbrug deze nooit.
- Open de motorkap (6) door deze naar voren te klappen.
- Open de houder van de borgring (28).
- Verwijder de defecte borgring (28a) uit de houder (28).
- Plaats een nieuwe borgring (28a).
- Sluit de houder (28) van de borgring.
14. Reparatie & bestellen van reserveonderdelen
Na reparatie of onderhoud controleren of alle veiligheidstechnische delen zijn bevestigd en in optimale toestand zijn. Delen, waarbij er gevaar voor verwonding voor andere personen en kinderen bestaat, on-toegankelijk bewaren.
Let op: Conform de wetgeving voor productgaranties wordt er geen garantie geboden voor schade die ontstaan is door incorrecte reparaties of door het niet gebruiken van originele reserveonderdelen.
Draag hiertoe een klantenservice of een geautoriseerde specialist op. Overeenkomstig geldt dit ook voor accessoires.
Reserveonderdelen en accessoires zijn verkrijgbaar bij ons servicecentrum. Scan hiertoe de QR-code op de titelpagina.
Aansluitingen en reparaties
Aansluitingen en reparaties aan de elektrische apparatuur mogen uitsluitend door een elektromonteur worden uitgevoerd.
Geef bij vragen de volgende gegevens door:
- Stroomtype van de motor
- Gegevens van het typeplaatje van de machine
- Gegevens van het typeplaatje van de motor
Belangrijke aanwijzing bij reparatie:
Houd er bij retourlevering van het product voor reparatie rekening mee dat het om veiligheidsredenen vrij van olie en brandstof naar het servicestation moet worden gestuurd.
14.1 Bestelling van reserveonderdelen
| Mesinformatie | |
| TMR452-98H-SD (59112116903) | |
| Fabrikant: Ducar | |
| Mescode: DJ831410 | |
| Mes-artikelnr.: 59112116001 | |
| TMR452-98H-RD (59112112903) | |
| Fabrikant: Ducar | |
| Mescode: DJ831253 (mes links) | |
| Mes-artikelnr.: 59112112001(mes links) | |
| Toegestane wielen | |
| Achterwiel 18"Artikelnr: | 20000138 |
| Voorwiel 15"Artikelnr: | 20000142 |
WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel! Gebruik bij accessoires alsook slijtage- en reserveonderdelen uitsluitend originele onderdelen.
14.2 Service-informatie
Let op dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan gebruiksmatige of natuurlijke slijtage, resp. de volgende delen als verbruiksmateriaal wordt gebruikt.
Slijtageonderdelen*: Bougie, luchtfilter, benzinefilter, maalimes, V-snaar, zekering, banden, accu
* niet persé meegeleverd!
15. Opslag
Let op: Reinig en onderhoud het product voordat u dit opbergt.
⚠ WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel!
Na het uitschakelen van de motor draait het mes nog enkele seconden door. Als u de roterende delen aanraakt, kunnen snijwonden het gevolg zijn.
- Wacht tot de stilstand van het messen.
- Rem het mes niet af met de hand.
- Draag veiligheidshandschoenen.
-
Verwijder de bougiedop (27) van de bougie (27a) om te voorkomen dat de motor onbedoeld start wanneer u het product uitschakelt of parkeert.
-
Trek de parkeerrem (9) aan.
- Houd het mes uit de buurt van uw voeten.
⚠ GEVAAR!
Brand- en explosiegevaar!
Bij het opslaan van het product in de buurt van mogelijke ontstekingsbronnen, kan er een brand of explosie ontstaan. Dit leidt tot ernstige verbrandingen of zelfs de dood.
- Verwijder mogelijke ontstekingsbronnen, zoals bijv. ovens, heetwaterboilers met gas, gasdrogers, etc.
AANWIJZING!
Risico op materiële schade!
Als het product niet correct wordt opgeslagen, kan dit tot motorschade leiden.
- Bewaar het product beschermd tegen vuil, stof en vocht.
15.1 Opslag bij langere bedrijfsonderbrekingen
Laat de motor afkoelen, voordat u het product in een gesloten ruimte parkeert.
Bewaar de tuintractor op benzine met een geleegde tank en bewaar de brandstofvoorraad bovendien in afsluitbare en goed geventileerde ruimte.
Bewaar het apparaat nooit met brandstof in de brandstoftank binnen een gebouwd, waarin mogelijke benzinedampen met open vuur of vonken in contact kunnen komen.
Indien de tank moet worden geleegd (bijv. stilleggen voor de winterpauze), moet het legen van de brandstoftank altijd in de open lucht gebeuren (tank bijv. legen door de verbrandingsmotor in de open lucht te laten draaien).
De contactsleutel (4a) moet altijd uit het contactslot (4) verwijderd en veilig bewaard worden, om het onbevoegde en incorrecte gebruik door kinderen en andere personen te verhinderen.
Plaats de tuintractor op benzine grondig voor de opslag (bijv. winterpauze). Droge grasresten en bladeren in de buurt van de geluiddemper kunnen ontsteken. Ontstekingsgevaar!
Laat het apparaat volledig afkoelen, voordat u deze afdekt.
Voor de opslag alle noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden uitvoeren.
15.2 Tap de brandstof af met een brandstof-afzuig-pomp (afb. 15)
-
Open de motorkap (6) door deze naar voren te klappen.
-
Houd een opvangbak onder de slang van de brandstofafzuigpomp (niet meegeleverd).
-
Schroef de tankdop (23a) los en haal deze van de opening af.
- Schuif de slang van de brandstof-afzuigpomp in de brandstoftank (23) en tap de brandstof met behulp van de brandstof-afzuigpomp volledig af.
- Schroef de tankdop (23a) er weer op.
16. Transport (afb. 37-41)
⚠ WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel!
Na het uitschakelen van de motor draait het mes nog enkele seconden door. Als u de roterende delen aanraakt, kunnen snijwonden het gevolg zijn.
- Wacht tot de stilstand van het messen.
- Rem het mes niet af met de hand.
- Draag veiligheidshandschoenen.
- Verwijder de bougiedop (27) van de bougie (27a) om te voorkomen dat de motor onbedoeld start wanneer u het product uitschakelt of parkeert.
- Houd het mes uit de buurt van uw voeten.
Bij het in een voertuig of aanhanger laden en lossen van de tuintractor op benzine voor het transport, moet men bijzonder voorzichtig te werk gaan, om brandstofverlies, schade of letsel te voorkomen.
Activeer altijd de blokkeerrem (9) en koppel de aan- drijving voor de maaier (10) los.
Neem bij het transport de tuintractor op benzine de regionale, wettelijke voorschriften, in het specifiek die betreffende de laadveiligheid en transport van voor-werpen op laadvlakken.
Deze tuintractor op benzine mag niet worden weggesleept. Voor het transport op openbare wegen moet een geschikt voertuig of een geschikte aanhanger worden gebruikt. Let bij het transport op voldoende draagvermogen van het transportmiddel en een correcte beveiliging van de tuintractor op benzine.
Houd het laadvlak en het bereik rond de geluiddemper en de verbrandingsmotor tijdens het transport vrij van brandbare materialen, zoals stro, bladeren of droge grasresten.
Verwijder na het laden altijd de contactsleutel (4a) uit het contactslot (4)!
17. Afvalverwerking en hergebruik
Aanwijzingen op de verpakking


De verpakkingsmaterialen zijn recyclebaar. Verpakkingen milieuvriendelijk afvoeren.
Aanwijzingen betreffende de wetgeving Afge- dankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA)

Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur behoort niet bij het huishoudelijke afval, maar moeten worden ingezameld resp. gescheiden worden afgevoerd!
- Oude batterijen of accu's die niet vast in het afge-dankte apparatuur zijn geïntegreerd, moeten vóór het afvoeren op niet-destructieve wijze worden verwijderd! Het afvoeren hiervan is geregeld in de wetgeving inzake batterijen.
- Eigenaars resp. gebruikers van elektrische en elektronische apparaten zijn wettelijk verplicht om na gebruik de batterijen en accu's in te leveren.
- De eindgebruiker is verantwoordelijk voor het wissen van persoonsgerelateerde gegevens op het af te voeren afgedankte apparaat!
- Het symbool van de doorgekruiste vuilnisbak betekent dat afgedankte elektrische en elektronische apparatuur niet bij het huishoudelijk afval mag worden gegooid.
- Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur kunnen bij de volgende punten kosteloos worden ingeleverd:
- Openbare afvalverwijderings- of inzamelpunten (bijv. gemeentewerven).
- Verkooppunten van elektrische apparaten (stationair en online), voor zover dealers verplicht zijn ze terug te nemen of dit vrijwillig aanbieden.
- Tot drie afgedankte elektronische apparaten per apparaattype, met een randlengte van niet meer dan 25 centimeter, kunnen gratis naar de fabrikant worden teruggebracht zonder eerst een nieuw apparaat van de fabrikant te hoeven kopen, of naar een ander erkend verzamelpunt in je omgeving worden gebracht.
- Voor verdere aanvullende terugnamevoorwaarden van de fabrikanten en distributeurs verzoeken wij u contact op te nemen met de betreffende klantenservice.
- Bij levering van een nieuw elektrisch apparaat door de fabrikant aan een particulier huishouden, kan de fabrikant op verzoek van de eindgebruiker zorgen voor het kosteloos afhalen van het afgedankte elektrische apparaat. Neem hiertoe contact op met de klantenservice van de fabrikant.
- Deze uitspraken zijn alleen geldig voor apparaten die in de landen van de Europese Unie worden geinstalleerd en verkocht en die onder de Europese Richtlijn 2012/19/EU vallen. In landen buiten de Europese Unie kunnen andere voorschriften gelden voor het afvoeren van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur.
Aanwijzingen voor de wetgeving op batterijen (het Duitse BattG)

Oude batterijen en accu's behoren niet bij het huishoudelijke afval, maar moeten worden ingezameld resp. gescheiden worden afgevoerd!
- Voor het veilig verwijderen van batterijen of accu's uit het elektrische apparaat en voor informatie over het type resp. het chemische systeem dient u de overige gegevens in de bedienings- en montagehandleiding in acht te nemen.
- Eigenaars resp. gebruikers van batterijen en accu's zijn wettelijk verplicht om na gebruik de batterijen en accu's in te leveren. Het inleveren beperkt zich tot teruggave van huishoudelijke hoeveelheden.
- Oude batterijen kunnen schadelijke stoffen of zware metalen bevatten die schadelijk kunnen zijn voor het milieu en de gezondheid. Het recyclen van oude batterijen en het gebruik van de hierin opgenomen ressources levert u een bijdrage om deze twee belangrijke goederen te beschermen.
- Het symbool van de doorgekruiste vuilnisbak betekent dat afgedankte batterijen en accu's niet bij het huishoudelijk afval mag worden gegooid.
-
Als er onder het vuilnisbaksymbool ook de tekens Hg, Cd of Pb staan, betekent dit het volgende:
-
Hg: Accu bevat meer dan 0,0005% kwikzilver
- Cd: Accu bevat meer dan 0,002% cadmium
- Pb: Accu bevat meer dan 0,004% lood
- Accu's en batterijen kunnen bij de volgende punten kosteloos worden ingeleverd:
- Openbare afvalverwijderings- of inzamelpunten (bijv. gemeentewerven)
- Verkooppunten van batterijen en accu's
- Verzamelpunten van het gezamenlijke inzamelsysteem voor oude batterijen van een apparaat
- Verzamelpunten van de fabrikant (indien geen deelnemer van het gezamenlijke inzamelsysteem)
- Deze uitspraken zijn alleen geldig voor accu's en batterijen die in de landen van de Europese Unie worden verkocht en die onder de Europese Richtlijn 2023/1542/EG vallen. In landen buiten de Europese Unie kunnen andere voorschriften gelden voor het afvoeren van accu's en batterijen.
Informatie over het afvoeren van versleten apparatuur kunt u opvragen bij uw gemeente.
Brandstoffen en oliën
- Voor het afvoeren van het apparaat moeten de brandstoftank en het motorreservoir worden geleegd!
- Brandstof en motorolie horen niet bij het huishoudelijke afval of in het riool, maar moeten worden ingezameld resp. gescheiden worden afgevoerd!
- Lege olie- en brandstoftanks moet milieuvriendelijk worden afgevoerd.
18. Verhelpen van storingen
Foutoplossing
De tabel toont mogelijke fouten, hun mogelijk oorzaak en mogelijke oplossing. Als het probleem echter niet kan worden opgelost, dient u een specialist te raadplegen.
⚠ VOORZICHTIG!
Eerst de motor uitschakelen en de voedingskabel verwijderen voordat er inspecties of afstellingen worden uitgevoerd.
⚠️ VOORZICHTIG!
Als na een afstelling of reparatie de motor enige minuten heeft gelopen, moet u eraan denken dat de uitlaat en andere delen heet zijn. Niet aanraken om verbrandingen te vermijden.
| Storing Mogelijke oorzaak | Oplossing | |
| Onrustige loop, sterk trillen van het product | 1. Bouten losdraaien2. Maaimesbevestiging los3. Maaimes niet uitgebalanceerd4. V-snaar beschadigd5. Uitwerpkanaal verstopt | 1. Bouten controleren2. Maaimesbevestiging controleren3. Maaimes vervangen door gespecialiseerde werkplaats4. Contact opnemen met de dealer/klanten-service5. Uitwerpkanaal reinigen |
| Motor loopt niet | 1. Onjuiste startvolgorde2. Choke-instelling incorrect3. Gashendel in incorrecte stand4. Bougie defect5. Brandstoftank leeg6. slechte brandstof, opslag zonder het legen van de brandstoftank, incorrect type benzine7. Bougie vervuild (koolresten op de elektroden), elektrode-afstand te groot8. De bougie is nat van de benzine (ver-zopen motor)9. Motor defect | 1. Startproces controleren2. Choke-instelling controleren3. Instelling controleren4. Bougie vervangen5. Brandstof bijvullen6. Brandstoftank en carburateur legen. Nieuwe benzine bijvullen7. Bougies reinigen, warmtewaarde van de bougies controleren evt. bougies vervan-gen, 0,6-0,7 mm instellen8. Bougies drogen en opnieuw terugplaatsen9. Erkende klantenservice raadplegen |
| Motor wordt zeer heet | 1. Koelribben zijn verontreinigd2. Te laag motoroliepeil3. V-snaar versleten | 1. Koelribben reinigen2. Vulpeil van de motorolie controleren en motorolie bijvullen3. Contact opnemen met de dealer/klanten-service |
| Product rijdt niet | 1. Aandrijving losgekoppeld2. V-snaar (aandrijving) versleten of beschadigd | 1. Aandrijving aankoppelen2. Contact opnemen met de dealer/klanten-service |
| Motor loopt onrustig | 1. Luchtfilter vervuild2. Bougie vervuild | 1. Luchtfilter reinigen2. Bougie reinigen |
| Gras wordt geel, snede onregelmatig | 1. Maaimes is bot2. Snijhoogte te gering | 1. Maaimes slijpen2. Juiste hoogte instellen |
| Uitwerping van het gras is rommelig | 1. Maaihoogte te laag2. Maaimes versleten3. Vangkorf verstopt4. Uitwerpkanaal verstopt5. Gras te nat6. Te hoge rijsnelheid | 1. Hoogte instellen2. Contact opnemen met de dealer/klanten-service3. Vangkorf legen of verstopping oplossen4. Uitwerpkanaal reinigen5. bij droog weer maaien6. Toerental aanpassen |
| Verlagen van het vermogen van de motor tijdens het maaien | 1. Rijsnelheid in verhouding tot de snij-hoogte te hoog | 1. Rijsnelheid verlagen en snijhoogte verho-gen |
| Remvermogen onvol-doende | 1. Rem niet meer correct ingesteld | 1. Contact opnemen met de dealer/klanten-service |
Zichtbare gebreken moeten binnen de 8 dagen na ontvangst van de goederen worden gemeld, zo niet verliest de verkoper elke aanspraak op grond van deze gebreken. Onze machines worden geleverd met een garantie voor de duur van de wettelijke garantietermijn. Deze termijn gaat in vanaf het moment dat de koper de machine ontvangt. De garantie houdt in dat wij elk onderdeel van de machine dat binnen de garantietermijn aantoonbaar onbruikbaar wordt als gevolg van ma-
teriaal- of productiefouten, kosteloos vervangen. De garantie vervalt echter bij verkeerd gebruik of verkeerde behandeling van de machine. Voor onderdelen die wij niet zelf produceren, geven wij enkel de garantie die wij zelf krijgen van de oorspronkelijke leverancier. De kosten voor de montage van nieuwe onderdelen vallen ten laste van de koper. Eisen tot het aanbrengen van veranderingen of het toestaan van een korting en overige schadeloosstellingsclaims zijn uitgesloten.













































