SCHEPPACH MS225-56 - Grasmaaier

MS225-56 - Grasmaaier SCHEPPACH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis MS225-56 SCHEPPACH in PDF-formaat.

📄 384 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice SCHEPPACH MS225-56 - page 72
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over MS225-56 SCHEPPACH

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MS225-56 - SCHEPPACH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MS225-56 van het merk SCHEPPACH.

GEBRUIKSAANWIJZING MS225-56 SCHEPPACH

NL Benzine grasmaaier (aangedreven) | Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing...... 72

1 Inleiding....72
2 Productbeschrijving (afb. 1-22) 73
3 Meegeleverd (afb. 1-2)....73
4 Beoogd gebruik.... 73
5 Veiligheidsvoorschriften 74
6 Technische gegevens 76
7 Uitpakken 77
8 Montage 77
9 Voor de ingebruikname.... 77
10 In gebruik nemen 78
11 Bedrijf....79
12 Werkinstructies.... 81
13 Reiniging 81
14 Onderhoud 82
15 Transport....84
16 Opslag....84
17 Reparatie & bestellen van reserveonderdelen... 85
18 Verhelpen van storingen 85
19 Afvalverwerking en hergebruik.... 86
20 EU-conformiteitsverklaring.... 86
21 Explositietekening 375

Verklaring van de symbolen op het product

Het gebruik van symbolen in deze handleiding is bedoeld om uw aandacht te vestigen op eventuele risico's. De veiligheidssymbolen en de bijbehorende uitleg moeten goed worden begrepen. De waarschuwingen zelf voorkomen geen risico's en kunnen de juiste maatregelen betreffende ongevallenpreventie niet vervangen.

Let op! Het niet in acht nemen van de op het product aangebrachte veiligheidstekens en waarschuwingen alsook het niet in acht ne-men van de veiligheids- en bedieningsaan-wijzingen kan tot ernstig of zelfs dodelijk let-sel leiden.
Lees voorafgaand aan de ingebruikname de gebruikshandleiding en de veiligheidsvoor-schriften!
Maai op hellingen nooit omhoog of omlaag.
Verwijder voor het bedrijf van de grasmaaier de omliggende kleine onderdelen, die rond-geslingerd kunnen worden.
Gevaar door wegslingerende onderdelen bij een draaiende motor.
Zorg ervoor dat andere personen voldoende veiligheidsafstand aanhouden.
Haal altijd de bougiestekker eruit, voordat u onderhoudswerkzaamheden gaat uitvoeren.
Houd uw handen en voeten uit de buurt van de roterende messen.
De motor wordt tijdens gebruik zeer heet, niet aanraken!
Draag gehoorbescherming. Draag een veiligheidsbril.
LET OP! Bedrijfsmiddelen zijn brandgevaarlijk en explosief - gevaar voor brandwonden. Niet bij een hete of draaiende motor tanken.
Tankinhoud
Motorolie
Lange messen. Max. zaagbreedte.
Gegarandeerd geluidsvermogensniveau van het product.
Oliepeil controleren.
DRIVE - Beugel rijaandrijving STOP - Motorremhendel
Gevaar voor vergiftiging! Gebruik het product alleen buitenshuis en nooit in gesloten of slecht geventileerde ruimten.
Het product voldoet aan de geldende EU-bepalingen.
SCHEPPACH MS225-56 - Verklaring van de symbolen op het product - 1Het product voldoet aan de geldende Servische richtlijnen.

1 Inleiding

Fabrikant:

Scheppach GmbH

Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe product.

Aanwijzing:

De fabrikant van dit product is volgens de van kracht zijn- de wet inzake productaansprakelijkheid niet aansprakelijk voor schade die aan dit product of door dit product ont- staan bij:

• Ondeskundige behandeling
- Het niet in acht nemen van de gebruikshandleiding
- Reparaties door derden, niet geautoriseerde vakmensen
- Inbouw en vervanging van niet-originele reserveonderdelen
- Gebruik dat niet conform de voorschriften is

Let op:

De gebruikshandleiding maakt deel uit van dit product.

Deze bevat belangrijke aanwijzingen, hoe u met het product veilig, vakkundig en economisch werkt, hoe u geva- ren vermijdt, reparatiekosten uitspaart, uitvaltijden vermindert en de betrouwbaarheid en levensduur van het product verhoogt. Aanvullend op de veiligheidsbepalingen van deze gebruikshandleiding moet u absoluut de voor de werking van het product geldende voorschriften van uw land in acht nemen.

Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met alle bedienings- en veiligheidsinstructies. Gebruik het product uitsluitend als beschreven en voor de aangegeven toepassingen. Bewaar de gebruikshandleiding daarom goed, en verstrek alle documentatie als het product wordt doorgegeven aan derden.

2 Productbeschrijving (afb. 1-22)

  1. Stuur
  2. Beugel rijaandrijving
  3. Motorremhendel
  4. Bovenste duwbeugel
  5. Snelspanhendel
  6. Stermoer van kunststof
  7. Kabelklem
  8. Onderste duwbeugel
  9. Geleiding (duwbeugel)
  10. Tankdop
  11. Brandstoftank
  12. Luchtfilterdeksel
    12a. Luchtfilter
  13. Wateraansluiting
  14. Loopwiel
  15. Bougiestekker
    16a. Bougie
  16. Uitlaat
  17. Oliepeilstok
  18. Zij-uitwerpklep
    19a. Zij-uitwerp
  19. Maaihoogteverstelling
  20. Aandrijfwiel
  21. Uitwerpklep
  22. Grasopvangzak
  23. Kabelhaak
  24. Startmotor met trekkabel
  25. Mulchinzetstuk
  26. Mes
  27. Messchroef
  28. Volgring
  29. Motorspil
  30. Carburateurschroef
  31. V-snaar

Pos. Aantal Aanduiding

  1. 1 x Benzine grasmaaier met bovenste duwbeugel

  2. 2 x Snelspanhendel

  3. 4 x Stermoer van kunststof

  4. 1 x Kabelklem

  5. 1 x Onderste duwbeugel

  6. 2 x Geleiding (duwbeugel)

19a. 1 x Zij-uitwerp

  1. 1 x Grasopvangzak

  2. 1 x Mulchinzetstuk

A. 2 x Bout M8

B. 2 x Volgring klein

C. 2 x Volgring groot

D. 2 x Afstandhouder

1 x Gebruikshandleiding

4 Beoogd gebruik

Het product mag uitsluitend worden gebruikt waarvoor het bedoeld is. Elk ander of verdergaand- is niet volgens de voorschriften. De gebruiker/bediener en niet de fabrikant is aansprakelijk voor ontstane schade of elke vorm van letsel.

Ook de naleving van de veiligheidsvoorschriften, de montagehandleiding en de aanwijzingen in de gebruikshandleiding maken deel uit van het beoogd gebruik.

Personen, die het product bedienen of onderhoud aan het product verrichten, moeten hiermee bekend zijn en op de hoogte zijn van de mogelijke gevaren.

De fabrikant is niet aansprakelijk voor wijzigingen die aan het product worden aangebracht en de hieruit voortvloei- ende schade.

Het product mag uitsluitend met de originele onderdelen en originele accessoires van de fabrikant worden gebruikt.

De veiligheids-, werk- en onderhoudsvoorschriften van de fabrikant alsook de in de technische gegevens aangegeven afmetingen moeten in acht worden genomen.

Let erop dat onze producten volgens het beoogd gebruik niet voor bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële toepassingen zijn ontworpen. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid wanneer het product in bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële ondernemingen of bij soortgelijke werkzaamheden worden ingezet.

SCHEPPACH MS225-56 - Beoogd gebruik - 1

WAARSCHUWING

Lees voor de ingebruikname van het product deze handleiding voor uw eigen veiligheid en de algemene veiligheidsvoorschriften grondig door. Als u het product aan derden geeft om te gebruiken, dient u deze gebruikshandleiding altijd mee te leveren.

Verklaring van de signaalwoorden in de gebruikshandleiding

SCHEPPACH MS225-56 - Verklaring van de signaalwoorden in de gebruikshandleiding - 1

GEVAAR

Signaalwoord voor aanduiding van een direct aanwezige, gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, de dood of ernstige verwondingen tot gevolgd heeft.

! WAARSCHUWING

Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, tot de dood of ernstige verwondingen kan leiden.

VOORZICHTIG

Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, tot geringe of matige verwondingen kan leiden.

LET OP

Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, materiële schade aan producten of eigendommen tot gevolg kan hebben.

5 Veiligheidsvoorschriften

LET OP

Let op!

Bij het gebruik van producten moeten enkele veiligheidsmaatregelen in acht genomen worden, om letse en schade te voorkomen. Lees deze gebruikshandleiding/veiligheidsvoorschriften daarom zorgvuldig door. Indien u het product aan andere personen mocht overhandigen, overhandig dan tevens deze gebruikshandleiding/veiligheidsvoorschriften. Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor ongevallen of schade, veroorzaakt door niet-naleving van deze handleiding of de veiligheidsvoorschriften.

GEVAAR

Bij het niet in acht nemen van deze aanwijzing bestaat het gevaar op zeer ernstig of dodelijk letsel.

! WAARSCHUWING

Bij het niet in acht nemen van deze aanwijzing bestaat het gevaar op ernstig of dodelijk letsel.

VOORZICHTIG

Bij het niet in acht nemen van deze aanwijzing bestaat er gevaar voor licht tot gemiddeld ernstige verwonding.

AANWIJZING

Bij het niet in acht nemen van deze aanwijzing bestaat het gevaar op een beschadiging van de motor of van andere zaken of goederen.

Wie mogen het product niet gebruiken:

  • Kinderen en andere personen, die niet bekend zijn met de gebruikshandleiding (plaatselijke voorschriften kunnen de minimumleeftijd van de gebruiker bepalen).
  • Personen die onder invloed zijn van alcohol, drugs, medicijnen, moe of ziek zijn.

Veiligheidsvoorschriften voor handgevoerde grasmaaier

  • Lees de gebruikshandleiding zorgvuldig door. Zorg ervoor dat u bekend bent met de instellingen en het correcte gebruik van het product.
  • Laat de grasmaaier niet gebruiken door kinderen of andere personen die de gebruikshandleiding niet kennen. Lokale voorschriften kunnen de minimumleeftijd van de gebruiker definiëren.
  • Maai nooit wanneer er personen, kinderen of dieren in de buurt zijn. Denk eraan dat de bestuurder of de gebruiker van de machine verantwoordelijk is voor ongevallen met andere personen of hun eigendommen.
  • Maai alleen bij voldoende zicht. Zorg dat derden uit de buurt blijven.
  • Als u het product aan een andere persoon overdraagt, moet deze gebruikshandleiding eveneens worden verstrekt.
  • Draag altijd stevig schoeisel met anti-slip zolen en een lange broek tijdens het maaien. Maai nooit op blote voeten of in lichte sandalen.
  • Controleer het terrein, waarop het product wordt gebruikt en verwijder alle voorwerpen, zoals stenen, speelgoed, stokken en draden, enz., die vastgegrepen en weggeslingerd kunnen worden.
  • Zet de motor uit, wacht tot deze volledig stil staat en koppel de bougiestekker los als
  • Als u het product verlaat.
  • u blokkades of verstoppingen verwijdert.
  • Het product in aanraking komt met vreemde voorwerpen.
  • storingen en ongewone trillingen aan het product optreden.

⚠ WAARSCHUWING

Brandstof is zeer ontvlambaar:

  • Bewaar brandstof alleen in daarvoor bedoelde containers (jerrycans).
  • Vul de tank uitsluitend bij in de buitenlucht en rook niet tijdens het tanken.
  • Brandstof moet voor het starten de motor worden bijgevuld. Open de tankdop niet terwijl de motor loopt of onmiddellijk na het uitschakelen van het product en vul geen brandstof bij.
  • Indien er brandstof is overgelopen mag er in geen geval gepoogd worden om de motor te starten. In plaats daarvan moet het product uit de buurt van met brandstof vervuilde oppervlakken worden gehouden. Elke ontstekingspoging moet worden vermeden totdat de brandstofdampen zijn verdampt.
  • Vanwege veiligheidsredenen moeten brandstoftank en tankdeksel bij beschadiging worden vervangen.
  • Brandstof mag nooit in de buurt van ontstekingsbronnen worden bewaard. Gebruik altijd een gecontroleerde container. Houd brandstof uit de buurt van kinderen.
    • Vervang defecte geluiddempers.

- Voor gebruik moet door een visuele controle altijd worden gecontroleerd of het mes en de bevestigingsbouten versleten of beschadigd zijn. Om eventueel onbalans te vermijden, moeten versleten of beschadigde messen en bevestigingsbouten altijd per set worden vervangen.

Gebruik:

- Zorg dat alle moeren, bouten en schroeven zijn vastgedraaid om er zeker van te zijn dat het product zich in een veilige werktoestand bevindt.

- Bewaar het product nooit met brandstof in de tank binnen een gebouw, waarin mogelijke brandstofdampen met open vuur of vonken in contact kunnen komen.

- Laat de motor afkoelen, voordat u het product in gesloten ruimtes plaatst.

- Om brandgevaar te vermijden, dient u de motor, uitlaat en het bereik rond de brandstoftank vrij het houden van gras, bladeren en uittredend vet (olie).

- Controleer regelmatig de grasvanginrichting op slijtage of verlies van de functies.

- Vervang vanwege veiligheidsredenen versleten of beschadigde onderdelen.

- Als de brandstoftank moet worden geleegd, moet dit in de buitenlucht gebeuren.

- Laat de verbrandingsmotor niet in gesloten ruimtes lopen, waarin zich gevaarlijke koolmonoxide kan vormen.

- Maai alleen bij daglicht of bij geschikt kunstlicht.

- Indien mogelijk moet het gebruik van het product bij nat gras worden vermeden.

- Het gebruik van het product bij onweer is verboden - Bliksemgevaar!

- Let altijd op een goede positie op hellingen.

- Geleid het product alleen in looppas.

- Bij producten op wielen geldt: Maai dwars op de helling, nooit op- en neerwaarts. Wees met name voorzichtig als u uw rijrichting op de helling verandert.

- Maai nooit op overmatig steile hellingen en op aangrenzende stortplaatsen, groeven of dijken. Wees met name voorzichtig als het product moet worden gekeerd of als u deze naar u toe trekt.

- Stop de messen indien de grasmaaier moet worden gekanteld, bij transport of op andere oppervlakken als gras en indien de grasmaaier voor en naar het te maaien oppervlak wordt verplaatst.

⚠️ VOORZICHTIG

De grasmaaier mag niet worden gebruikt, zonder dat de volledige grasopvanginrichting of de zelfsluitende veiligheidsvoorziening voor de uitwerpopening is aangebracht.

- Gebruik de grasmaaier nooit met beschadigde veiligheidsvoorzieningen of veiligheidsroosters of zonder aangebouwde veiligheidsvoorzieningen bijv. stootplaat en/of inrichtingen om het gras op te vangen.

- Verander nooit de regelinstellingen van de motor en zorg ervoor dat deze niet te zwaar wordt belast.

• Activeer de motorrem en koppel alle snijgereedschappen en aandrijvingen los, voordat u de motor start.

- Start de motor voorzichtig, overeenkomstig de aanwijzingen van de fabrikant. Let op voldoende afstand van de voeten tot de messen.

- Bij het starten van de motor mag de grasmaaier niet worden gekanteld, alleen indien de grasmaaier bij het proces moet worden opgetild. In dit geval kantelt u de grasmaaier slechts zo ver, als absoluut noodzakelijk, en tilt u uitsluitend de zijde op die richting de bediener is gekeerd.

- Start de motor niet indien u voor het uitwerpkanaal staat.

- Breng handen of voeten nooit tegen of over de draaiende delen. Houd u altijd buiten het bereik van de uit-werpopening.

- Til of draag een grasmaaier nooit terwijl de motor loopt.

- Zet de motor uit en controleer of alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen en de contactsleutel, indien voorhanden, is geactiveerd:

- Voordat u blokkades verwijdert of verstoppingen in het uitwerpkanaal oplost.

- Voordat u het product controleert, reinigt of er werkzaamheden aan uitvoert.

- Indien een vreemd voorwerp is geraakt. Controleer het product op beschadigingen en voer de noodzakelijke reparaties uit voordat u het product opnieuw start en ermee gaat werken. Indien het product bij het starten ongewoon sterk trilt, moet deze direct worden onderzocht.

- Indien u zich van het product verwijdert.

- Voor het bijtanken.

- Bij het nalopen van de motor moet de smoorklep worden gesloten. Als de motor over een benzineafsluit-klep beschikt, moet deze na het gebruik worden gesloten.

- Het gebruik van het product met overmatige snelheid kan het risico op ongevallen verhogen.

- Wees voorzichtig bij instelwerkzaamheden aan het product en voorkom het inklemmen van vingers tussen de bewegende messen en stijve apparaatdelen.

- Wees bijzonder voorzichtig bij het maaien op oneffen ondergrond, op aangrenzende stortplaatsen, groeven of dijken.

- Vermijd plaatsen waarbij de wielen niet meer grijpen of het maaien niet stabiel is.

- Let in de buurt van straten op het wegverkeer.

GEVAAR

Struikelgevaar!

Wees met name voorzichtig bij het achterwaarts verplaatsen en bij het trekken van het product.

Controleer voor een achterwaartse beweging of er geen kinderen achter u aanwezig zijn.

- De gebruiker moet voldoende zijn geschoold in het toepassen, instellen en bedienen van de machine (inclusief verboden handelingen).

- Controleer het product regelmatig en zorg ervoor dat alle startvergrendelingen en drukknoppen goed werken voor elk gebruik.

  • Let op: onjuist onderhoud, het gebruik van niet-conforme reserveonderdelen of het verwijderen of wijzigen van veiligheidsvoorzieningen kan schade aan het product en lichamelijk letsel van de persoon die ermee werkt tot gevolg hebben.
  • Let erop dat de veiligheidssystemen of inrichtingen van het product niet gemanipuleerd of gedeactiveerd mogen worden. Verwijder nooit delen die voor de veiligheid dienen.
  • Let op dat de gebruiker geen verzegelde instellingen voor motortoerentalregeling mag wijzigen of manipuleren.
  • Gebruik alleen messen en accessoires die door de fabrikant worden aanbevolen. Bij gebruik van andere inzetstukken en accessoires bestaat gevaar voor verwonding.
  • Houd het product altijd in een goede bedrijfstoestand.
  • Het is noodzakelijk om voldoende pauzes te nemen om lawaai en trillingen te verminderen.

Restgevaren en voorzorgsmaatregelen

Het niet naleven van de ergonomische basisprincipes

Nalatig gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM's)

Nalatig gebruik of het weglaten van persoonlijke beschermingsmiddelen kan ernstige verwondingen tot gevolg hebben.

• Voorgeschreven beschermende uitrusting dragen.

Menselijk gedrag, incorrect gedrag

- Wees tijdens alle werkzaamheden altijd volledig geconcentreerd.

Restgevaar

- Kan niet worden uitgesloten

Gevaar door lawaai

Gehoorschade

Langere werkzaamheden met het product zonder gehoorbescherming kan leiden tot gehoorschade.

- Altijd gehoorbescherming dragen.

Gedrag bij noodgevallen

Bij een eventueel ongeval moet u direct de noodzakelijke EHBO-maatregelen nemen en zo snel mogelijk hulp vragen aan een gekwalificeerde arts.

Inhoud grasopvangzak65 l
zaagbreedte56 cm
Gewicht31,0 kg

Technische wijzigingen voorbehouden!

Geluid en trilling

! WAARSCHUWING

Lawaai kan ernstige gezondheidsklachten tot gevolg hebben. Als het geluid van de machine hoger is dan 85 dB, draag dan geschikte gehoorbescherming voor u en personen in de omgeving.

Geluidswaarden

Geluidsdrukniveau L_pA 74,7 dB
Meetonnauwkeurigheid K_pA 1,92 dB
Geluidsvermogensniveau L_wA 94,7 dB
Meetonzekerheid K_wA 1,92 dB

Houd u zo nodig aan rustperiodes en beperk de duur van het werk tot het absolute noodzakelijke.

Trillingseigenschappen

Trilling ahv5,7 m/s2
Meetonnauwkeurigheid Kh2,3 m/s2

Beperk de geluidsproductie en trilling tot een mini- mum!

  • Gebruik alleen optimale producten.
  • Onderhoud en reinig het product regelmatig.
  • Pas uw werkwijze aan het product aan.
    • Zorg dat het product niet overbelast raakt.
  • Laat het product eventueel controleren.
  • Schakel het product uit als deze niet in bedrijf is.
  • Draag handschoenen.

⚠ WAARSCHUWING

Bij langdurige werkzaamheden kunnen door de trillingen stoornissen in de doorbloeding in de handen van de gebruiker optreden (witte vinger syndroom).

Raynaud-syndroom (dove vingers) is een vaatziekte, waarbij kleine bloedvaten in de vingers en tenen acuut verkrampen. De desbetreffende lichaamsdelen worden dan niet meer voldoende van bloed voorzien waardoor ze een bleke kleur krijgen. Het frequente gebruik van trillende producten kan zenuwbeschadigingen veroorzaken bij personen met een verminderde doorbloeding (bijv. rokers, diabetici).

Als u ongewone beperkingen bespeurt, stopt u direct de werkzaamheden en raadpleegt u een arts.

Neem de volgende aanwijzingen in acht om de risico's te beperken:

  • Houd uw lichaam en met name uw handen bij koud weer warm.
  • Las regelmatig pauzes in en beweeg hierbij de handen om de doorbloeding te bevorderen.
  • Houd de trillingen van het product zo laag mogelijk door regelmatig onderhoud aan vaste onderdelen op het product.

7 Uitpakken

SCHEPPACH MS225-56 - Uitpakken - 1

WAARSCHUWING

Het product en de verpakkingsmaterialen zijn geen kinderspeelgoed!

Kinderen mogen niet met plastic zakken, folies en kleine onderdelen spelen! Er bestaat gevaar voor inslikken en verstikkingsgevaar!

  • Open de verpakking en haal het product er voorzichtig uit.
  • Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de verpakkings- en transportbeveiligingen (indien voorhanden).
  • Controleer of de inhoud van de levering volledig is.
  • Controleer het product en de hulpstukken op transportschade. Meld eventuele schade direct bij het transportbedrijf dat het product heeft bezorgd. Reclamaties op een later tijdstip worden niet erkend.
  • Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het verstrijken van de garantietijd.
  • Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met het product aan de hand van de gebruikshandleiding.
  • Gebruik bij accessoires alsook slijtage- en reserveonderdelen uitsluitend originele onderdelen. Reserveonderdelen zijn verkrijgbaar bij de leverancier.
  • Geef bij bestellingen onze artikelnummers alsook type en bouwjaar van het product aan.

8 Montage

SCHEPPACH MS225-56 - Montage - 1

VOORZICHTIG

Gevaar voor verwonding door draaiend mes. Voer de werkzaamheden aan het product uitsluitend uit bij een uitgeschakeld en stilstaand mes!

LET OP

Let op dat bij de montage van de duwbeugels de gas-kabel niet bekneld raakt.

Plaats het product op een vlak, recht oppervlak.

Benodigd gereedschap:

• Kruiskopschroevendraaier*

* = niet altijd meegeleverd!

8.1 Montage van de onderste duwbeugel (8) (afb. 1, 3, 4)

  1. Demonteer het onderdeel van de bout M8 (A), afstandhouder (D) en kunststof stermoer (6).
  2. Schuif telkens een geleiding (9) op de bout aan de onderste duwbeugel (8).
  3. Plaats de onderste duwbeugel (8) op de geleidingen (9).
    Let op dat de onderste duwbeugel (8) in de bouten zit en de bevestigingsgaten overeenkomen.
  4. Breng telkens een bout M8 (A) door de bevestigingsgaten van de onderste duwbeugel (8) aan.

  5. Plaats een afstandhouder (D) op elke bout M8 (A) en borg deze met telkens een kunststofstermoer (6).

8.2 Montage van de bovenste duwbeugel (4) (afb. 1, 5, 6)

  1. Lijn de bovenste duwbeugel (4) uit met de overeenkomstige bevestigingspunten van de onderste duwbeugel (8).
  2. Plaats een sluitring (C) op de snelspanhendels (5) en breng deze door de bevestigingsgaten van de bovenste en onderste duwbeugel (4/8) aan.
  3. Plaats een sluitring (B) op elke snelspanhendel (5).
  4. Borg de snelspanhendel (5) met telkens een kunststofstermoer (6).
    Let hierbij op dat de gaskabel en de Bowdenkabel, die later met een kabelclip (7) wordt bevestigd, niet in de weg zit.

8.3 Aanbrengen van de starter (25) (afb. 7, 8)

  1. Hang de greep van het starterkoord (25) in de kabelhaak (24).
  2. Fixeer de gaskabel met de meegeleverde kabelklem (7) op de onderste duwbeugel (8).

9 Voor de ingebruikname

LET OP

Het product voor de ingebruikstelling in ieder geval volledig monteren!

SCHEPPACH MS225-56 - LET OP - 1

WAARSCHUWING

Gevaar voor de gezondheid!

Bij het inademen van brandstof-/smeeroliedampen en uitlaatgassen kan er ernstige gezondheidsschade, bewusteloosheid ontstaan en dit in extreme gevallen zelfs tot de dood leiden.

  • Adem geen brandstof-/smeeroliedampen en uitlaatgassen in.
  • Gebruik het product alleen in de open lucht.

LET OP

Productbeschadiging!

Als het product zonder of met te weinig motor- of transmissieolie wordt gebruikt, kan dit tot motorschade leiden.

- Vul voor de ingebruikname brandstof en olie in. Het product wordt zonder motor- of transmissieolie geleverd.

LET OP

Milieuschade!

Uitgelopen olie kan het milieu ernstig verontreinigen. De vloeistof is zeer giftig en kan snel tot waterverontreini- ging leiden.

  • Olie alleen op een vlakke, verharde ondergrond vullen/aftappen.
  • Gebruik een vulpijp of trechter.
  • Vang afgetapte olie in een geschikte container op.
  • Veeg gemorste olie direct zorgvuldig weg en verwijder de doek conform de lokale voorschriften.
  • Verwijder olie conform de lokale voorschriften.

LET OP

Risico op materiële schade!

Indien incorrect opgeslagen of niet afgetapte brandstoffen worden gebruikt, kan de carburateur verstoppen of de werking van de motor beïnvloeden.

- Giet de niet benodigde brandstof in een luchtdicht reservoir en bewaar dit in een donkere, koele ruimte.

Plaats het product op een vlak, recht oppervlak.

Benodigd gereedschap:

• Maatbeker 1 liter (olie-/brandstoftest)*
- Trechter*
- Doek*

9.1 Motorolie bijvullen (afb. 9)

LET OP

Het product wordt geleverd zonder motorolie. Voor ingebruikname daarom altijd olie bijvullen. Gebruik hiertoe multifunctionele olie (SAE 10W-30 of SAE 10W-40).

Controleer regelmatig voor elke ingebruikname het oliepeil. Een te laag oliepeil kan de motor beschadigen.

  1. Schroef de oliepeilstok (18) los.
  2. Vul de tank met behulp van een trechter met motorolie. Let op de max. vulhoeveelheid (zie de technische gegevens). Vul de olie voorzichtig bij tot aan de onderkant van de vulpijp.
  3. Veeg de oliepeilstok (18) met een schone, pluisvrije doek schoon.
  4. Plaats de oliepeilstok (18) weer terug en er weer uit. Controleer het oliepeil, zonder de peilstok er weer in te schroeven.
  5. Het oliepeil moet binnen de middelste markering op de oliepeilstok (18) staan.
  6. Als het oliepeil te laag is, voeg dan de aanbevolen hoeveelheid olie toe (zie technische gegevens).
  7. Schroef de oliepeilstok (18) vervolgens weer vast.

9.2 Brandstof bijvullen (afb. 10)

SCHEPPACH MS225-56 - Brandstof bijvullen (afb. 10) - 1

GEVAAR

Brand- en explosiegevaar!

Brandstof kan zich bij het vullen ontsteken en eventueel exploderen. Dit leidt tot ernstige verbrandingen of zelfs de dood.

  • Schakel de motor uit en laat deze afkoelen.
  • Houd uit de buurt van hitte, vlammen en vonken.
    • Vul brandstof alleen in de open lucht bij.
    • Draag veiligheidshandschoenen.
  • Vermijd huid- en oogcontact.
  • Start het product met een afstand van min. 3 m tot de vullocatie van de brandstof.
  • Let op voor ondichte plekken. Start de motor niet als er brandstof uitloopt.

LET OP

Het product wordt geleverd zonder brandstof. Voor ingebruikname daarom altijd brandstof bijvullen. Gebruik hiervoor Super E10 benzi- ne.

  1. Reinig de omgeving van het vulgedeelte. Verontreinigingen in de brandstoftank (11) veroorzaken bedrijfsstoringen.
  2. Open voorzichtig de tankdop (10) zodat eventuele overdruk kan ontsnappen.
  3. Vul de brandstoftank (11) met behulp van een trechter met brandstof. Let op de max. vulhoeveelheid (zie de technische gegevens). Vul de brandstof voorzichtig tot aan de onderkant van de vulpijp.
  4. Sluit de tankdop (10) weer. Controleer of de tankdop goed is afgesloten.
  5. Reinig de tankdop (10) en de omgeving.

10 In gebruik nemen

AANWIJZING

Enige geluidsoverlast van dit product is onvermijdelijk. Stel werkzaamheden met lawaai uit tot goedgekeurde en aangewezen tijden. Houd u zo nodig aan rustperiodes en beperk de duur van het werk tot het absolute noodzakelijke.

Voor uw persoonlijke bescherming en de bescherming van personen in de buurt, dient u geschikte gehoorbescherming te dragen.

10.1 Instellen van de maaihoogte (afb. 11)

LET OP

Het verstellen van de maaihoogte mag alleen bij uitgeschakelde motor en verwijderde bougiestekker worden uitgevoerd.

  • In dicht, hoog gras, stelt u de hoogste snijhoogte in en maait u langzamer. Voor de eerste keer maaien in het seizoen, stelt u een hoge snijhoogte in. Stel de maaihoogte zo in dat het product niet overbelast raakt.
  • Selecteer de maaihoogte, afhankelijk van de werkelijk graslengte.
  • Voer meerdere passages uit, zodat er maximaal 4 cm gras in één keer wordt afgehaald.
  • De juiste maaihoogte is bij
  • een siergazon ca. 30 mm - 45 mm
  • een gebruiksgazon ca. 40 mm - 65 mm.

Het instellen van de maaihoogte gebeurt via de hendel voor de maaihoogteverstelling (20). Er kunnen verschillende maaihoogten worden ingesteld.

  1. Trek de hendel voor de maaihoogteverstelling (20) naar buiten.
  2. Verschuif de hendel voor de maaihoogteverstelling (20) in de gewenste maaihoogtepositie.
  3. Laat de hendel voor de snijhoogteverstelling (20) weer los. De hendel klikt vast in de gewenste positie.

10.2 Messtopinrichting

Voor elke ingebruikname moet u de messtopinrichting controleren. Start de motor zoals beschreven onder 11.4.1.

  1. Laat de motorremhendel (3) los. De motor schakelt uit en het mes (27) wordt afgeremd.
  2. Het mes (27) moet binnen 7 seconden stoppen.

10.3 Maaivlak voorbereiden

  1. Onderzoek het te maaien oppervlak zorgvuldig voorafgaand aan het maaien.
  2. Verwijder stenen, stokken, botten, draden, speelgoed en andere voorwerpen, die door het product weggeslingerd kunnen worden.
  3. Let erop dat er geen personen op het te maaien oppervlak aanwezig zijn.

11 Bedrijf

De grasmaaier wordt aangedreven door een krachtige, luchtgekoelde 4-taktmotor.

Het product is uitgerust met een 7-voudige maaihoogteverstelling, een grasvanger en een inklapbare duwbeugel. Zie de volgende beschrijvingen voor de functie van de bedieningselementen.

Controle voor gebruik

  • Controleer alle zijdes van de motor op olie of brandstoflekken.
  • Controleer het motoroliepeil.
  • Controleer het brandstofpeil – de brandstoftank moet minstens halfvol zijn.
  • Controleer de conditie van het luchtfilter.
  • Controleer de conditie van de brandstofleidingen.
  • Controleer of de bougiestekker aan de bougie is bevestigd.
  • Let op tekenen van schade.

- Controleer of alle veiligheidsafdekkingen zijn aangebracht en of alle schroeven, moeren en pennen zijn aangedraaid.

11.1 Maaien met grasopvangzak

LET OP

Gebruik het product niet zonder volledig aangebrachte grasopvangbak of zonder mulchinzetstuk.

LET OP

Grasopvangbak alleen bij een uitgeschakelde motor en stilstaand mes wegnemen of aanbrengen.

11.1.1 Plaatsen van de grasopvangzak (23) (afb. 12)

  1. Til de achterste uitwerpklep (22) op.
  2. Grijp de grasopvangzak (23) vast aan de handgreep.
  3. Hang de grasopvangzak (23) in de daarvoor bestemde ophanging van de grasopvangzak aan de achterkant van het product.
  4. Verwijder de achterste uitwerpklep (22), hierdoor wordt de grasopvangzak (23) in positie gehouden.

11.1.2 Legen van de grasopvangzak (23) (afb. 12)

SCHEPPACH MS225-56 - Legen van de grasopvangzak (23) (afb. 12) - 1

WAARSCHUWING

Voor het wegnemen van de grasopvangbak de motor uitschakelen en de stilstand van het mes afwachten.

LET OP

Gevaar voor letsel!

Grasopvangbak alleen bij een uitgeschakelde motor en stilstaand mes wegnemen.

Zodra tijdens het maaien grasresten blijven liggen, moet de grasopvangbak worden geleegd.

  1. Om de grasopvangzak (23) weg te nemen, tilt u de achterste uitwerpklep (22) op.
  2. Neem de grasopvangzak (23) aan de handgreep er uit. Overeenkomstig het veiligheidsvoorschrift valt de uitwerpklep (22) bij het uithangen van de grasopvangzak (23) dicht en sluit de achterste uitwerpopeningen af.

Als er daarbij grasresten in de opening blijven hangen, dan is het voor het makkelijker starten van de motor doelmatig om de grasmaaier ongeveer 1m terug te trekken.

LET OP

Resten snijgoed in de maaierbehuizing en op het werkgereedschap niet met de hand of met de voeten verwijderen, maar met geschikte hulpmiddelen, bijv. borstels of een veger.

Om een goede verzameling te garanderen, moeten de grasopvangzak (23) en in het specifiek het luchtfilter (12a) na gebruik worden gereinigd.

11.2 Maaien met mulchinzetstuk

Bij het mulchen wordt het snijgoed in de gesloten maaier- behuizing verkleind en weer over het gras verdeeld. Het opnemen van gras en de verwijdering vervallen. Het fijne groene maaisel valt als een natuurlijke meststof terug in de grasmat en brengt vocht in het gazon en voorziet het van belangrijke voedingsstoffen.

AANWIJZING

Mulchen is alleen mogelijk bij relatief kort gras.

11.2.1 Mulchinzet (26) plaatsen (afb. 1, 13)

  1. Til de achterste uitwerpklep (22) op.
  2. Neem de grasopvangzak (23) (indien geplaatst) aan de handgreep er uit.
  3. Druk de ontgrendelknop op het mulchinzetstuk (26) in en plaats het mulchinzetstuk (26). De ontgrendelknop klikt hoorbaar vast. Controleer of het mulchinzetstuk (26) goed in de uit-sparingen zit.

  4. Stel de snijhoogte in (zie 10.1).

Tips voor het mulchen:

- Maai het gras ca. 2 cm terug bij een grashoogte van 4-6 cm.

11.3 Maaien met zij-uitwerp

Met de zij-uitwerp (19a) kunt u ook hoog en wild gras, dat slechts zelden wordt gemaaid, maaien.

11.3.1 Zij-uitwerp (19a) plaatsen (afb. 1, 14)

  1. Verwijder vervolgens de grasopvangzak (23) en plaats de mulchinzet (26) in (zie 11.2).
  2. Activeer de vergrendeling van de uitwerpklep aan de zijkant (19), klap hem omhoog en houd hem stevig vast.
  3. Plaats de zij-uitwerp (19a) er in.
  4. Sluit langzaam de zij-uitwerpklep (19). De zij-uitwerpklep (19) borgt de zij-uitwerp (19a) tegen er uit vallen.

11.3.2 Zij-uitwerp (19a) verwijderen (afb. 14)

  1. Klap de zij-uitwerpklep (19) omhoog en houd deze vast.
  2. Verwijder de zij-uitwerp (19a) en sluit de zij-uitwerp-klep (19). Deze klikt hoorbaar vast.

11.4 Motor starten

AANWIJZING

Het mes draait, als de motor wordt gestart.

Product niet starten, als het uitwerpkanaal niet door een van de volgende onderdelen is afgedekt:

- Grasopvangzak

- Mulchinzetstuk

11.4.1 Motor starten (afb. 1, 15, 21)

  1. Controleer voor elke start het brandstof- en motoroliepeil (zie paragraaf 9.1 en 9.2). Controleer of de bougiestekker (16) op de bougie (16a) is aangesloten.
  2. Sta achter de grasmaaier. Druk met één hand de motorremhendel (3) naar het stuur (1), de andere hand moet op het starterkoord (25) liggen.
  3. Start de motor met starterkoord (25). Trek hiertoe de greep ca. 10-15 cm (tot een weerstand voelbaar is) er uit. En trek hier vervolgens krachtig met een ruk aan. Als de motor niet is gestart, nogmaals aan starterkoord (25) trekken.
  4. Op basis van een beschermplaat op de motor kan er een lichte rookvorming ontstaan, indien u het product voor de eerste keer gebruikt. Dit is een normaal proces.

LET OP

  • Laat het starterkoord niet terugschieten. Dit kan tot schade leiden.
  • Bij koel weer kan het noodzakelijk zijn om het startproces meerdere te herhalen.

11.5 Motor uitschakelen (afb. 1, 18, 21)

! WAARSCHUWING

Gevaar voor letsel!

Na het uitschakelen van de motor draait het mes nog enkele seconden door. Als u de roterende delen aanraakt, kunnen snijwonden het gevolg zijn.

  • Wacht tot de stilstand van het messen.
  • Rem het mes niet af met de hand.
    – Draag veiligheidshandschoenen.
  • Houd het mes uit de buurt van uw voeten.

  • Om de motor uit te schakelen, laat u eerst de beugel rijaandrijving (2) en vervolgens de motorremhendel (3) los. Wacht tot het mes (27) stilstaat.

  • Verwijder de bougiestekker (16) uit de bougie (16a) om ongewenst starten van de motor te voorkomen.

11.6 Rijaandrijving (afb. 1, 16)

De grasmaaier is voorzien van een achterwielaandrijving.

11.6.1 Rijaandrijving inschakelen

  1. Start de grasmaaier (zie 11.4).
  2. Trek en houd de beugel van de rijaandrijving (2) richting het stuur (1).
  3. De rijaandrijving wordt ingeschakeld (aandrijfwiel (21) beweegt) en de grasmaaier beweegt naar voren

LET OP

Beschadigingen aan het product vermijden! Beugel rij-aandrijving altijd volledig (tot aan de aanslag) bedienen, om vervolgschade aan de aandrijving te vermijden.

11.6.2 Rijaandrijving uitschakelen

  1. Laat de beugel rijaandrijving (2) los. De rijaandrijving wordt uitgeschakeld en de grasmaaier blijft staan.
  2. De motor loopt verder.

12 Werkinstructies

  • Maai alleen met scherpe, optimale messen, zodat de grassprieten niet gaan rafelen en het gazon niet geel wordt.
  • Om een net snijbeeld te bereiken moet de grasmaaier in zo recht mogelijke banen worden geleid. Hierbij moeten deze banen altijd enkele centimeters overlappen zodat er geen stroken overblijven.
  • Houd de onderzijde van de maaibehuizing schoon en verwijder direct grasafzettingen. Afzettingen verzwaren het starten, beïnvloeden de snijkwaliteit en het uitwerpen van het gras.
  • Op hellingen moet de snijbaan dwars op de helling worden gemaakt. Het wegglijden van de grasmaaier wordt door de schuine stand naar boven voorkomen.

12.1 Na het maaien

  • Laat de motor altijd eerst afkoelen, voordat u de grasmaaier in een gesloten ruime parkeert.
    Verwijder gras, gebladerte. Voor opslag smeren en oliën. Geen andere voorwerpen op de grasmaaier bewaren.
  • Controleer voor hernieuwd gebruik alle schroeven en moeren. Haal losse schroeven aan.
  • Leeg de grasopvangbak voor het hernieuwde gebruik.
  • Neem ook het hoofdstuk "Opslag" in acht.

13 Reiniging

SCHEPPACH MS225-56 - Reiniging - 1

WAARSCHUWING

Gevaar voor verwondingen en brandwonden!

Het product kan onverwacht starten en kan daardoor verwondingen veroorzaken.

  • Schakel de motor uit voordat u reinigings- of onderhoudswerkzaamheden uitvoert.
  • Laat de motor afkoelen.
    – Trek de bougiedop van de bougie.

SCHEPPACH MS225-56 - Gevaar voor verwondingen en brandwonden! - 1

WAARSCHUWING

Gevaar voor de gezondheid!

Bij het inademen van brandstof-/smeeroliedampen en uitlaatgassen kan er ernstige gezondheidsschade, bewusteloosheid ontstaan en dit in extreme gevallen zelfs tot de dood leiden.

- Adem geen brandstof-/smeeroliedampen en uitlaatgassen in.

- Gebruik het product alleen in de open lucht.

Benodigd gereedschap:

  • Spatel*
  • Handvegertje*
  • Perslucht*
    * = niet altijd meegeleverd!

13.1 Grasmaaier reinigen (afb. 1)

- Een reiniging met de tuinslang is alleen aan te bevelen met een lage druk. Een hogedrukreiniger is niet geschikt om het product te reinigen.

  • Hang de grasopvangbak uit en borstel deze met een handborstel schoon. De behuizing van de grasmaaier kunt u ook grof met een bezem reinigen.
  • Bij grotere verontreinigingen kunt u het product met een vochtige doek schoonmaken.

AANWIJZING

Voordat u de grasmaaier kantelt, leegt u de brandstof-tank volledig met een brandstof-afzuigpomp (niet mee-geleverd).

De grasmaaier mag niet meer dan 90 graden worden gekanteld.

  1. U kunt de grasmaaier het beste naar achteren kante- len. Let er op dat de bougie (16a) hierbij naar boven wijst. Als de bougie (16a) naar onderen wijst, kan er olie weglekken en grote schade aan de motor en car- burateur veroorzaken.
  2. U kunt het product als alternatief ook op de zijkant kantelen. Hierbij moet u er op letten dat de luchtfilterafdekking (12) zich aan de bovenzijde bevindt.
  3. Reinig de onderkant van de grasmaaier met een spatel en handveger. De spatel helpt om grove en grotere plantenresten uit het bereik van het mes (27) te verwijderen. De reiniging van de onderkant is eenvoudiger direct na gebruik en kan daardoor grondiger worden uitgevoerd. Dan is het vuil en de plantenresten nog vers en laat dan eenvoudiger los.
  4. Indien nodig en bij moeilijk te verwijderen vuil, kunt u ook een speciale reiniging gebruiken. Agressieve reinigingsmiddelen zoals koudreiniger of wasbenzine mogen niet worden gebruikt.
  5. Controleer of het uitwerpen van gras vrij is van grasresten en verwijder deze indien nodig.

13.2 Grasmaaier middels de wateraansluiting (14) reinigen (afb. 1, 16)

AANWIJZING

  1. Verwijder eerst het mulchinzetstuk (26) of de grasopvangzak (23).
  2. Sluit voor het reinigen via de ingebouwde steekkoppeling op de wateraansluiting (14) een tuinslang aan.
  3. Draai het water open en start de grasmaaier (zie 11.4.1).
  4. Met het draaiende mes (27) wordt het water verspreid.
  5. Na enkele minuten is de grasmaaier vrij van alle hechtende vuil- en grasresten.
  6. Laat de grasmaaier aansluitend nog enige tijd zonder water nadraaien, om door de circulerende lucht van het mes (27) een groot gedeelte van het vocht te verwijderen.

13.3 Reinig de V-snaar (32) (afb. 17)

  1. Kantel de grasmaaier naar achteren.
  2. Reinig de V-snaar (32) na elk gebruik met een handvegertje of perslucht.

14 Onderhoud

SCHEPPACH MS225-56 - Onderhoud - 1

WAARSCHUWING

Laat reparatie- en onderhoudswerkzaamheden, die niet in deze gebruikshandleiding beschreven staan, uitvoeren door een gespecialiseerde werkplaats. Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen.

Er bestaat gevaar voor ongevallen! Voer onderhouds- en reinigingswerkzaamheden altijd uit met uitgeschakelde motor. Er bestaat gevaar voor verwonding! Laat het product altijd afkoelen voordat onderhouds- of reinigingswerkzaamheden worden uitgevoerd. Elementen van de motor zijn heet. Er bestaat gevaar voor letsel en brandwonden!

Het product kan onverwacht starten en kan daardoor verwondingen veroorzaken.

  • Schakel de motor uit voordat u reinigings- of onderhoudswerkzaamheden uitvoert.
    – Trek de bougiedop van de bougie.
    – Laat de motor afkoelen.

  • Regelmatig, zorgvuldig onderhoud is noodzakelijk om het veiligheidsniveau en het vermogen van het product ongewijzigd te garanderen.

  • Zorg dat alle moeren, bouten en schroeven zijn vastgedraaid om er zeker van te zijn dat het product zich in een veilige werktoestand bevindt.
  • Controleer regelmatig de grasopvangzak op slijtage of verlies van werking.
  • Vervang vanwege veiligheidsredenen versleten of beschadigde onderdelen.
  • Controleer de veilige bevestiging van de voor- en achterwielen.
  • Om de soepelheid van de wielen te garanderen, raden wij aan om de wielassen en de wielnaven minimaal eenmaal per seizoen te reinigen.
  • Werkzaamheden die in deze gebruikshandleiding niet zijn beschreven, mogen alleen worden uitgevoerd door een gespecialiseerde werkplaats.
  • Plaats het product op een vlak, recht oppervlak.

Benodigd gereedschap:

  • Brandstof-afzuigpomp*
  • Doek*
  • Steeksleutel / moersleutel SW 17 mm*
    • Steeksleutel / moersleutel SW 10 mm*
  • Oliepomp*
  • Olieopvangcarter plat (voor olieverversing)*
  • Opvangbak*
    • Koperdraadborstel*
  • Bougiesleutel*
    * = niet altijd meegeleverd!

14.1 Vervangen van het mes (27) (afb 1, 18)

SCHEPPACH MS225-56 - Vervangen van het mes (27) (afb 1, 18) - 1

WAARSCHUWING

Bij het werken met een beschadigd mes be- staat er gevaar voor persoonlijk letsel.

– Draag veiligheidshandschoenen!
- Laat het mes vanwege veiligheidsredenen alleen door een gespecialiseerde werkplaats slijpen en afstellen. Om een optimaal werkresultaat te bereiken, is het raadzaam om het mes eenmaal per jaar te laten controleren.
- Bij het vervangen van het mes mogen alleen originele reserveonderdelen worden gebruikt.

  1. Leeg de brandstoftank (11) met een brandstof-afzuigpomp, voordat u het zaagblad verwijdert. Kantel de grasmaaier nooit opzij of naar voren met een volle brandstof- of olietank! Hierdoor raakt de motor beschadigd en vervalt de garantie.
  2. Houd het mes (27) met één hand vast.
  3. Draai de messchroef (28) linksom met behulp van een steeksleutel SW17 van de motorspil (30). Verwijder de volgring (29).
  4. Plaats het nieuwe mes (27) in de omgekeerde volgorde terug. Bevestig de messchroef (28) conform de voorschriften. Let op dat het mes (27) juist is geplaatst en goed tegen de motorspil (30) ligt.
  5. Het aanhaalmoment van de messchroef (28) is 45Nm. Vervang ook de messchroef (28) als u het mes (27) vervangt.

14.1.1 Beschadigde messen (27)

Als het mes (27) ondanks alle voorzichtigheid met een obstakel in aanraking komt, direct de motor uitschakelen en de bougiestekker (16) eruit trekken.

  • Mes (27) op beschadiging controleren.
  • Beschadigde of verbogen messen (27) moeten worden vervangen.
  • Nooit een verbogen mes (27) weer rechtbuigen.
  • Nooit met een verbogen of sterk versleten mes (27) werken, want dit veroorzaakt trillingen en kan tot meer beschadigingen aan de grasmaaier leiden.

14.2 Controle van het oliepeil (afb. 9)

SCHEPPACH MS225-56 - Controle van het oliepeil (afb. 9) - 1

WAARSCHUWING

Gevaar voor de gezondheid!

Bij het inademen van brandstof-/smeeroliedampen en uitlaatgassen kan er ernstige gezondheidsschade, bewusteloosheid ontstaan en dit in extreme gevallen zelfs tot de dood leiden.

  • Adem geen brandstof-/smeeroliedampen en uitlaatgassen in.
  • Gebruik het product alleen in de open lucht.

LET OP

Productbeschadiging!

Als het product zonder of met te weinig motor- of transmissieolie wordt gebruikt, kan dit tot motorschade leiden.

  • Vul voor de ingebruikname brandstof en olie in. Het product wordt zonder motor- of transmissieolie geleverd.
  • Gebruik uitsluitend motorolie SAE 10W-30 of SAE 10W-40.

LET OP

Milieuschade!

Uitgelopen olie kan het milieu ernstig verontreinigen. De vloeistof is zeer giftig en kan snel tot waterverontreini- ging leiden.

  • Olie alleen op een vlakke, verharde ondergrond vullen/aftappen.
  • Gebruik een vulpijp of trechter.
  • Vang afgetapte olie in een geschikte container op.
  • Veeg gemorste olie direct zorgvuldig weg en verwijder de doek conform de lokale voorschriften.
  • Verwijder olie conform de lokale voorschriften.

  • Schroef de oliepeilstok (18) los door naar links te draaien en veeg deze met een schone pluisvrije doek af.

  • Steek de oliepeilstok (18) weer in en controleer het oliepeil zonder de peilstok weer vast te schroeven.
  • Trek de oliepeilstok (18) eruit en lees in horizontale positie het oliepeil af. Het oliepeil moet binnen de middelste markering op de oliepeilstok (18) staan.
  • Schroef de oliepeilstok (18) vervolgens weer vast.

14.3 Olieverversing

Het verversen van de motorolie moet jaarlijks voor het begin van het seizoen bij bedrijfswarme en uitgeschakelde motor worden uitgevoerd.

Gebruik uitsluitend motorolie (SAE 10W-30/SAE 10W-40).

  1. Schroef de oliepeilstok (18) door naar links te draaien er uit.
  2. Zuig met een oliepomp (met slang) de motorolie door de vulpijp af.
  3. Vul verse motorolie bij en controleer het oliepeil (zie 9.1.).

14.4 Tap de brandstof af met een brandstof-afzuigpomp (afb. 10, 19)

  1. Houd een opvangbak onder de slang van de brandstofafzuigpomp.
  2. Schroef de tankdop (10) los en haal deze van de opening af.
  3. Schuif de slang van de brandstof-afzuigpomp in de brandstoftank (11) en tap de brandstof met behulp van de brandstof-afzuigpomp volledig af.
  4. Schroef de tankdop (10) er weer op.

  5. Om ervoor te zorgen dat er geen brandstof in de carburateur achterblijft, moet de resterende brandstof uit de carburateur worden afgetapt. Plaats daartoe een geschikt reservoir onder de carburateur en open de carburateurschroef (31) met behulp van een steeks-leutel SW10.

14.5 Onderhoud van het luchtfilter (12a) (afb. 20)

SCHEPPACH MS225-56 - Onderhoud van het luchtfilter (12a) (afb. 20) - 1

GEVAAR

Brand- en explosiegevaar!

Brandstof kan bij een incorrecte reiniging ontsteken en eventueel exploderen. Dit leidt tot ernstige verbrandingen of zelfs de dood.

  • Reinig het luchtfilter uitsluitend door uitkloppen.
  • Reinig het luchtfilter nooit met benzine of brandbare oplosmiddelen.

LET OP

Risico op materiële schade!

Het bedrijf van de motor zonder of met een beschadigd filterelement kan tot motorschade leiden.

- Laat de motor nooit zonder of met een beschadigd luchtfilterelement draaien. Dan komen er verontreinigingen in de motor terecht, die de motor ernstig kunnen beschadigen.

Vervuilde luchtfilters (12a) verminderen het motorvermo-gen door een te lage luchttoevoer naar de carburateur. Regelmatige controle is daarom absoluut noodzakelijk.

Het luchtfilter (12a) moet elke 25 bedrijfsuren worden gecontroleerd en indien nodig worden gereinigd. Bij een zeer stoffige lucht moet het luchtfilter (12a) vaker worden gecontroleerd.

  1. Verwijder de afdekking van het luchtfilter (12) en verwijder het luchtfilter (12a).
  2. Reinig het luchtfilter (12a) uitsluitend door uitkloppen.
  3. Vervang een defecte luchtfilter (12a) door een nieuwe.
  4. Plaats het luchtfilter (12a) weer terug en brengt de afdekking van het luchtfilter (12) weer aan.

14.6 Onderhoud van de bougie (16a) (afb. 21, 22)

Controleer de bougie (16a) voor de eerste keer na 10 bedrijfsuren op verontreiniging en reinig deze eventueel met een koperdraadborstel. Daarna de bougie (16a) elke 50 bedrijfsuren onderhouden.

  1. Trek de bougiestekker (16) er met een draaibeweging af.
  2. Verwijder de bougie (16a) met een bougiesleutel.
  3. Stel met gebruik van een voelermaat de afstand op 0,75 mm (0,030") in. Breng de bougie (16a) weer aan en let erop dat u deze niet te vast draait.

14.7 Motorremhendel (3) (afb. 1, 18)

De motor is voorzien van een mechanische rem, die regelmatig moet worden gecontroleerd. Bij het loslaten van de motorremhendel (3) moet het mes (27) binnen 7 seconden tot stilstand zijn gekomen.

Een draaiend mes (27) veroorzaakt duidelijk waarneembare windgeluiden. Het lopen van de messen (27) wordt door het veroorzaakte windgeluid aangegeven en kan zo worden gecontroleerd.

AANWIJZING

Als u vaststelt dat de messtopinrichting niet correct functioneert, moet u contact opnemen met de klantenservice resp. een gespecialiseerde werkplaats.

Zorg ervoor dat het product zich gedurende de gehele levensduur in een optimale staat bevindt. Een ondeskundig onderhoud kan leiden tot levensgevaarlijk letsel.

15 Transport

⚠ WAARSCHUWING

Gevaar voor verwondingen en brandwonden!

Het product kan onverwacht starten en kan daardoor verwondingen veroorzaken.

  • Schakel de motor uit voordat u reinigings- of onderhoudswerkzaamheden uitvoert.
  • Laat de motor afkoelen.
    – Trek de bougiedop van de bougie.

AANWIJZING

Voor het transport moet u de maaihoogte altijd in de hoogste stand zetten.

  1. Leeg de brandstoftank in een goedgekeurde container met behulp van een brandstofzuigpomp.
  2. Leeg de motorolie uit de warme motor.
  3. Reinig de koelribben van de cilinder en de behuizing.
  4. Klap de onderste duwbeugel (4) in (zie 16.2).
  5. Wikkel enkele lagen golfkarton tussen de bovenste en onderste duwbeugel (4/8) en de motor om schuren te voorkomen.
  6. Om beschadigingen en letsel te vermijden, moet het product tijdens het transport in voertuigen worden beveiligd tegen omvallen en wegglijden.

16 Opslag

LET OP

Reinig en onderhoud het product voordat u dit opbergt.

LET OP

Bewaar het product niet met een volle grasopvangzak. Bij warm weer begint het gras door warmteontwikkeling te fermenteren. Er bestaat brandgevaar!

Bewaar het product en de bijbehorende accessoires op een donkere, droge en vorstvrije en voor kinderen ontoe-gankelijke plaats.

De optimale bewaartemperatuur ligt tussen 5 °C en 30 °C.

Bewaar het product in de originele verpakking.

Dek het product af om het te beschermen tegen stof of vocht. Bewaar de gebruikshandleiding bij het product.

  • Bewaar het product nooit met brandstof in de brandstoftank binnen een gebouw, waarin mogelijke brandstofdampen met open vuur of vonken in contact kunnen komen.
  • Laat de motor afkoelen, voordat u het product in gesloten ruimtes plaatst.
  • Leeg, bij langdurige opslag de brandstoftank met een brandstof-afzuigpomp (niet meegeleverd).
  • Om brandgevaar te vermijden, dient u de motor, uitlaat en het bereik rond de brandstoftank vrij het houden van gras, bladeren en uittredend vet (olie).

16.1 Voorbereiden voor het opslaan van de grasmaaier

⚠ WAARSCHUWING

Verwijder de brandstof niet in gesloten ruimtes, in de buurt van vuur of bij het roken. Gasdampen kunnen explosies of brand veroorzaken.

  1. Leeg de brandstoftank (11) (zie 14.4).
  2. Voer een olieverversing uit (zie 14.3).
  3. Verwijder de bougiestekker (16) van de bougie (16a). Verwijder de bougie (16a) met een bougiesleutel (zie 14.6).
  4. Vul met een oliekan ca. 0,2 l olie in de cilinder.
  5. Trek langzaam aan het starterkoord (25), zodat de olie de cilinder aan de binnenkant beschermt.
  6. Schroef de bougie (16a) weer vast.
  7. Reinig de koelribben van de cilinder en de behuizing (zie 13).
  8. Reinig het gehele product om de lakverf te bescher- men.
  9. Bewaar het product op een goed geventileerde plaats.

16.2 De bovenste duwbeugel (4) inklappen (afb. 1)

⚠ WAARSCHUWING

Klemgevaar!

Houd de duwbeugel altijd met een hand op het hoogste punt.

- Nooit vingers tussen de bovenste en onderste duwbeugel plaatsen.

Voor een plaatsbesparende opslag is de bovenste duwbeugel (4) inklapbaar.

  1. Verwijder de grasopvangzak (23).
  2. Hang het starterkoord (25) aan de kabelhaak (24) los.
  3. Draai de snelspanhendel (5) op de onderste duwbeugel (8).
  4. Draai de snelspanhendel (5) dwars naar de duwbeugel. Hiertoe moet de snelspanhendel (5) iets van de onderste duwbeugel (8) worden weggetrokken.
  5. Klap de bovenste duwbeugel (4) omlaag. De kabels mogen hierbij niet worden vastgeklemd.

17 Reparatie & bestellen van reserveonderdelen

Na reparatie of onderhoud controleren of alle veiligheids-technische delen zijn bevestigd en in optimale toestand zijn. Delen, waarbij er gevaar voor verwonding voor andere personen en kinderen bestaat, ontoegankelijk bewaren.

LET OP

Conform de wetgeving voor productgaranties wordt er geen garantie geboden voor schade die ontstaan is door incorrecte reparaties of door het niet gebruiken van originele reserveonderdelen.

Neem contact op met een servicecentrum of een erkende specialist. Overeenkomstig geldt dit ook voor accessoires.

Reserveonderdelen en accessoires zijn verkrijgbaar bij ons servicecentrum. Scan hiertoe de QR-code op de titelpagina.

AANWIJZING

Belangrijke aanwijzing bij reparatie

Houd er bij retourlevering van het product voor reparatie rekening mee dat het product om veiligheidsredenen vrij van olie en brandstof naar het servicestation moet worden gestuurd.

17.1 Bestelling van reserveonderdelen

Bij het bestellen van reserveonderdelen moeten de volgende gegevens worden vermeld:

  • Modelaanduiding
  • Artikelnummer
  • Gegevens op het typeplaatje

Reserveonderdelen/accessoires

Mes - Artikelnr.: 7911200639
Motorolie - Artikelnr.: 7850000025

17.2 Service-informatie

Let op dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan gebruiksmatige of natuurlijke slijtage, resp. de volgende delen als verbruiksmateriaal wordt gebruikt.

Slijtageonderdelen*: Bougie, luchtfilter, mes, V-snaar

* = niet meegeleverd!

18 Verhelpen van storingen

Storing Mogelijke oorzaak Oplossing
Onrustige loop, sterk trillen van het product.Bouten los. Bouten controleren.
Mesbevestiging los. Mesbevestiging controleren.
Messen niet in balans.Messen vervangen.
Motor loopt niet.Motorremhendel niet ingedrukt.Motorremhendel indrukken.
Gashendel in incorrecte stand.Instelling controleren.
Bougie defect.Bougie vervangen.
Brandstoftank leeg. Brandstof bijvullen.
Vervuilde brandstof.Brandstoftank legen en met schone brandstof vullen.
Motor defect.Erkende klantenservice raadplegen.
Motor loopt onrustig.Luchtfilter vervuild.Luchtfilter reinigen.
Bougie vervuild.Bougie reinigen.
Gras wordt geel, snede onregelmatig.Luchtfilter vervuild.Luchtfilter reinigen.
Bougie vervuild.Bougie reinigen.
Uitwerpen van het gras is rommelig.Maaihoogte te laag. Maaihoogte instellen.
Mes versleten.Messen vervangen.
Grasopvangzak verstopt.Grasopvangzak legen of verstopping verhelpen.

19 Afvalverwerking en hergebruik

Aanwijzingen op de verpakking

SCHEPPACH MS225-56 - Aanwijzingen op de verpakking - 1

SCHEPPACH MS225-56 - Aanwijzingen op de verpakking - 2

SCHEPPACH MS225-56 - Aanwijzingen op de verpakking - 3

De verpakkingsmaterialen zijn recyclebaar. Verpakkingen milieu-vriendelijk afvoeren.

Informatie over het afvoeren van versleten apparatuur kunt u opvragen bij uw gemeente.

Brandstoffen en oliën

  • Voor het afvoeren van het apparaat moeten de brandstoftank en het motorolie-reservoir worden leeggemaakt!
  • Brandstof en motorolie horen niet bij het huishoudelijke afval of in het riool, maar moeten worden ingezameld resp. gescheiden worden afgevoerd!
  • Lege olie- en brandstoftanks moet milieuvriendelijk worden afgevoerd.

20 EU-conformiteitsverklaring

Vertaling van de originele conformiteitsverklaring

Fabrikant:

Scheppach GmbH

Wij verklaren onder eigen verantwoordelijkheid dat het hier beschreven product voldoet aan de geldende richtlijnen en normen.

Merk: Scheppach

Art.-aanduiding: BENZINE GRASMAAIER – MS225-56

Art.nr. 5911277903, 59112779942, 59112779958, 59112779969

EU-richtlijnen:

2014/30/EU, 2011/65/EU*, 2006/42/EG, 2000/14/EG_2005/88/EG, 2016/1628/EU

* Het hierboven beschreven onderwerp van deze verklaring voldoet aan de voorschriften van richtlijn 2011/65/EU van het Europese Parlement en de Raad van 8 juni 2011 omtrent de beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparaten.

Toegepaste normen:

EN ISO 5395-1:2013/A1:2018; EN 5395-2:2013/A2:2017; EN 14982:2009

Conformiteitsbeoordelingsprocedure:

2000/14/EG\_2005/88/EG - Bijlage: VI

Gegarandeerd geluidsver- mogensniveau (L WA ): Gemeten geluidsvermo- gensniveau (L WA ): 98 dB 94,7 dB

Vermelde instantie: TÜV SÜD

Industrie Service GmbH, Westendstrasse 199, 80686 München, Duitsland

Nummer: 0036

2016/1628/EU

Emissie. Nr.: e24*2016/1628*2018/989SRA1/P*0456*00

Documentatie gevolmachtigde:

Stefan Hartinger

Günzburger Str. 69

D-89335 Ichenhausen

Zichtbare defecten moeten binnen 8 dagen na ontvangst van de goederen worden gemeld, anders verliest de koper alle aanspraken op grond van dergelijke defecten. Wij verstrekken garantie voor onze machines, bij juiste behandeling, voor de duur van de wettelijke garantieperiode vanaf het moment van overdracht, op dusdanige wijze dat wij elk machineonderdeel dat binnen deze periode aantoonbaar onbruikbaar wordt als gevolg van materiaal- of fabricagefouten, kosteloos vervangen. Voor onderdelen, die wij niet zelf vervaardigen, verlenen wij uitsluitend garantie, voor zover wij recht hebben op garantieclaims bij de toeleveranciers. De kosten voor het plaatsen van nieuwe onderdelen zijn voor rekening van de koper. Aanspraak op vorderingen tot omzetting en vermindering en overige vorderingen op schadevergoeding zijn uitgesloten.

Garantía ES

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : SCHEPPACH

Model : MS225-56

Categorie : Grasmaaier