DAIKIN EKOMB28AAV1H - Ketel

EKOMB28AAV1H - Ketel DAIKIN - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis EKOMB28AAV1H DAIKIN in PDF-formaat.

📄 448 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice DAIKIN EKOMB28AAV1H - page 173
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over EKOMB28AAV1H DAIKIN

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Ketel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding EKOMB28AAV1H - DAIKIN en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. EKOMB28AAV1H van het merk DAIKIN.

GEBRUIKSAANWIJZING EKOMB28AAV1H DAIKIN

Installatievoorschrift

1 Veiligheidsvoorschriften 5

2 Toestelomschrijving 6

2.1 Algemeen 6
2.2 Werking 6
2.3 Bedrijfstoestanden....6
2.4 PC Interface 8
2.5 Testprogramma's 8

3 Hoofdcomponenten 9

3.1 Accessoires....10

4 Installatie 11

4.1 Inbouwmaten....11
4.2 Opstellingsruimte....13
4.3 Montage 14

5 Aansluiten 16

5.1 CV-installatie aansluiten 16
5.2 Warmwaterinstallatie aansluiten....18
5.3 Elektrisch aansluiten 19
5.4 Kamerthermostaat aansluiten 20
5.5 Gas aansluiten 21
5.6 Rookgasafvoer- en luchttoevoerkanaal....22
5.7 Afvoersystemen 23
5.8 Rookgasafvoermateriaal 24
5.9 Aansluiting op een rookgasafvoersysteem zonder luchtinlaat (B23, B33)....26
5.10 Aansluiting op een afgedicht rookgasafvoersysteem....27

6 In bedrijf stellen van het toestel en de Installatie 36

6.1 Vullen en ontluchten van toestel en installatie 36
6.2 In bedrijf stellen van het toestel....37
6.3 Buiten bedrijf stellen van het toestel....38

7 Instelling en afregeling 39

7.1 Direct via bedieningspaneel 39
7.2 Parameter instellingen via de servicecode 40
7.3 Parameters....40
7.4 Instellen maximaal CV-vermogen 42
7.5 Instellen pompstand 42
7.6 Weersafhankelijke regeling 42
7.7 Ombouw naar andere gassoort....43
7.8 Gas/luchtregeling 43
7.9 Afstellen gas/luchtregeling 44

8 Storingen

8.1 Laatste storing tonen 46
8.2 Storingscodes....46
8.3 Overige storingen 47

9 Onderhoud

10 Technische specificaties

10.1 Technical Product Fiche in accordance to CELEX-32013R0811....54
10.2 Elektrisch schema EKOMB22AAV1H, EKOMB28AAV1H & EKOMB33AAV1H 55
10.3 NTC weerstanden 55

11 Garantiebepalingen

Alle rechten voorbehouden.

De verstrekte informatie geldt voor het product in standaard uitvoering. Daikin Europe NV kan derhalve niet aansprakelijk gesteld worden voor eventuele schade voortvloeiend uit de van de standaard uitvoering afwijkende specificaties van het product. De beschikbare informatie is met alle mogelijke zorg samengesteld, maar Daikin Europe NV kan niet aansprakelijk gesteld worden voor eventuele fouten in de informatie of voor de gevolgen daarvan. Daikin Europe NV kan niet aansprakelijk gesteld worden voor schade voortvloeiend uit werkzaamheden die door derden zijn uitgevoerd.

Wijzigingen voorbehouden.

Dit installatievoorschrift

Met dit installatievoorschrift kunt u het toestel op veilige wijze monteren, installeren en onderhouden. Volg de instructies nauwkeurig op.

Neem bij twijfel contact op met de fabrikant.

Bewaar dit installatievoorschrift bij het toestel.

Gebruikte afkortingen en benamingen

OmschrijvingTe noemen als
Daikin EKOMB22AAV1H, EKOMB28AAV1H, EKOMB33AAV1HToestel
Toestel met leidingwerk voor centrale verwarmingCV-installatie
Toestel met leidingwerk voor warm tapwaterWW-installatie

Pictogrammen

In deze handleiding is het volgende pictogram gebruikt:

DAIKIN EKOMB28AAV1H - Pictogrammen - 1

VOORZICHTIG

Procedures die –als ze niet met de nodige voorzichtigheid uitgevoerd worden– schade aan het product, de omgeving, het milieu of lichamelijk letsel tot gevolg kunnen hebben.

DAIKIN EKOMB28AAV1H - VOORZICHTIG - 1

BELANGRIJK

Procedures en/of voorschriften welke, bij niet opvolgen de werking van het toestel in negatieve zin kunnen beïnvloeden.

Service en technische ondersteuning ten behoeve van de installateur

Voor informatie over specifieke afstellingen, installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden, kunt u als installateur contact opnemen met je locale Daikin dealer.

Identificatie van het product

De toestelgegevens vindt u op het typeplaatje op de onderzijde van het toestel.

De typeplaat bevat naast de informatie over de leverancier en de toestel gegevens (type en model naam) de volgende gegevens:

*******-yymm******Product code – serienummer(yy = productie jaar, mm = producitemaand)
PINProduct Identificatie Nummer
Informatie met betrekking tot de warmwatervoorziening
Informatie met betrekking tot Centrale Verwarming
Informatie met betrekking tot de electrische aansluiting zoals voltage netfrequentie, elmax en IP klasse
PMSToegestane overdruk van het Centrale Verwarmingscircuit in bar
PWSToegestane overdruk van het warmwatercircuit
Qn HSBelasting op bovenwaarde in kilowatt
Qn HiBelasting op onderwaarde in kilowatt
PnVermogen in kilowatt
BE, FR, PL, IT, GR, PTBestemmingslanden (EN 437)
I2E(s), I2H, , II2H3P, II2Esi3PToegestane toestel categorie (EN 437)
G20-20 mbar G25-25 mbarGssoort en voordruk (fabrieksinstelling, EN 437)
B23, .... C93(x)Toegestane rookgascategorie (EN 15502)
TmaxMax. aanvoertemperatuur in °C
IPX4DElectrische beschermingsklasse

1 VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN

DAIKIN EKOMB28AAV1H - VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN - 1

BELANGRIJK

Dit product is uitsluitend voor huishoudelijk gebruik bestemd.

De fabrikant Daikin Europe NV aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade of letsel veroorzaakt door het niet (strikt) naleven van de veiligheidsvoorschriften en - instructies, dan wel door onachtzaamheid tijdens het installeren van de Daikin EKOMB*AAV1H gaswandketel en de eventueel bijbehorende accessoires.

Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (inclusief kinderen) met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke vermogens, of gebrek aan ervaring en kennis, tenzij zij toezicht of instructie over het gebruik van het apparaat door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid is gegeven.

De gehele installatie moet voldoen aan de geldende lokale technische en (veiligheids)voorschriften van toepassing en dit zowel voor de gasinstallatie, de elektrische installatie, rookgasafvoerinstallatie, dinkwaterinstallatie en CV- installatie.

Afhankelijk van het bouwjaar kan een Daikin EKOMB*AAV1H een onderdeel bevatten waarin keramische vezels zijn verwerkt. Dit kan van toepassing zijn op de kijkglaspakking en op de isolatiepakking van de voorplaat. Gebruik altijd de aanbevolen persoonlijke beschermingsmiddelen bij het werken met keramische vezels.

2 TOESTELOMSCHRIJVING

2.1 Algemeen

De Daikin EKOMB*AAV1H gaswandketel is een gesloten toestel. Het toestel is bedoeld om warmte te leveren aan het water van een CV-installatie en de WW-installatie.

De luchttoevoer en verbrandingsgasafvoer kunnen door middel van twee aparte leidingen op het toestel aangesloten worden. Een concentrische aansluiting kan op bestelling geleverd worden. Het toestel is in combinatie met de combidoorvoer gekeurd, maar het toestel kan ook aangesloten worden op combidoorvoeren die voldoen aan de universele keuringseisen voor combidoorvoeren.

Het toestel kan naar keuze aangesloten worden op een montagebeugel, een frame met bovenaansluiting en diverse aansluitsets. Deze worden separaat geleverd.

De Daikin EKOMB*AAV1H gaswandketels zijn voorzien van het CE keurmerk, electrische beschermingsklasse IPX4D

Het is mogelijk om het toestel alleen te gebruiken voor warmwater of alleen voor verwarming. Het niet gebruikte systeem hoeft niet aangesloten te worden (zie § 7.2). Het toestel wordt standaard geleverd voor aardgas (G20). Op bestelling kan een toestel geleverd worden voor propaan (G31).

2.2 Werking

De Daikin EKOMB*AAV1H gaswandketel is een modulerende hoog rendement ketel. Dit houdt in dat het vermogen wordt aangepast aan de gewenste warmtebehoefte. In de aluminium warmtewisselaar zijn twee van elkaar gescheiden koperen circuits geïntegreerd.

Door de gescheiden uitgevoerde circuits voor CV- en warmwater kunnen de verwarming en warmwatervoorziening onafhankelijk van elkaar werken. De warmwatervoorziening heeft voorrang ten opzichte van de verwarming. Beide kunnen niet gelijktijdig werken.

Het toestel is voorzien van een elektronische branderautomaat die bij iedere warmtevraag van de verwarming of de warmwatervoorziening de ventilator aanstuurt, de gasklep opent, de brander ontsteekt en de vlam continue bewaakt en regelt, afhankelijk van het gevraagde vermogen.

2.3 Bedrijfstoestanden

Op het servicedisplay van het bedieningspaneel wordt door een code de bedrijfstoestand van het toestel aangegeven.

- Uit

Het toestel is buiten bedrijf, maar staat wel onder elektrische spanning. Op vragen voor warm tapwater of CV-water wordt niet gereageerd. De toestelvorstbeveiliging is wel actief. Dit houdt in dat de pomp gaat draaien en de wisselaar wordt opgewarmd indien de temperatuur van het daarin aanwezige water te ver daalt.

Als de vorstbeveiliging ingrijpt dan is code 7 zichtbaar (opwarmen wisselaar).

Tevens kan in deze bedrijfstoestand de druk in de CV-installatie (in Bar) afgelezen worden op het temperatuurdisplay.

□Wachtstand

De LED bij de ① toets brandt en eventueel één van de LED's van de tapcomfort functie. Het toestel is gereed voor het beantwoorden van een vraag naar CV- of tapwater.

Nadraaien CV

Na het einde van CV-bedrijf draait de pomp na. De nadraaitijd staat van fabriekswege ingesteld op de waarde volgens § 7.2. Deze instelling kan gewijzigd worden. Bovendien gaat de pomp automatisch 1 keer per 24 uur gedurende 10 seconden draaien om vastzitten te voorkomen. Deze automatische inschakeling van de pomp vindt plaats op het tijdstip van de laatste warmtevraag. Om het tijdstip te wijzigen dient op het gewenste tijdstip de kamerthermostaat even omhoog gezet te worden.

7 Gewenste temperatuur bereikt

De branderautomaat kan de warmtevraag tijdelijk blokkeren. De brander wordt dan gestopt. De blokkering vindt plaats omdat de gevraagde temperatuur is bereikt. Als de temperatuur voldoende is gezakt wordt de blokkering opgeheven.

Zelftest

Eenmaal per 24 uur wordt door de branderautomaat de aangesloten sensoren gecontroleerd. Tijdens de controle voert de automaat geen andere taken uit.

DAIKIN EKOMB28AAV1H - Zelftest - 1

Bij het starten van het toestel wordt allereerst de ventilator naar het starttoerental gebracht. Als het starttoerental is bereikt wordt de brander ontstoken. Code 3 is eveneens zichtbaar als er na het stoppen van de brander wordt nageventileerd.

4 Ontsteken

Als de ventilator het starttoerental heeft bereikt vindt de ontsteking van de brander middels elektrische vonken plaats. Tijdens het ontsteken is code 4 zichtbaar. Indien de brander niet ontsteekt dan vindt na ongeveer 15 seconden een nieuwe ontsteekpoging plaats. Als na 4 ontsteekpogingen de brander nog niet brandt dan valt de automaat in storing.

5 CV-bedrijf

Op de automaat kan een aan/uit thermostaat, een OpenTherm thermostaat, een buitenvoeler of een combinatie met de laatste aangesloten worden (zie § 10.2) Bij een warmtevraag afkomstig van een thermostaat volgt na het aanlopen van de ventilator (code 3) het ontsteken (code 4) en de CV-bedrijfstoestand (code 5).

Tijdens CV-bedrijf wordt het toerental van de ventilator en daarmee het vermogen van het toestel aangepast zodanig dat de temperatuur van het CV-water naar de gewenste CV-aanvoertemperatuur toe geregeld wordt. Wanneer een aan/uit thermostaat is aangesloten, is dit de op het display ingestelde CV-aanvoertemperatuur. In het geval van een OpenTherm thermostaat wordt de gewenste CV-aanvoertemperatuur door de thermostaat bepaald. Bij een buitenvoeler wordt de gewenste CV-aanvoertemperatuur bepaald door de in de branderautomaat geprogrammeerde stooklijn. Voor de laatste twee situaties geldt echter als maximum de op het display ingestelde temperatuur.

Tijdens CV-bedrijf wordt de gevraagde CV-aanvoertemperatuur op het bedieningspaneel weergegeven.

De CV-aanvoertemperatuur kan ingesteld worden tussen 30 en 90°C (zie § 7.1). Let op: voor een laagtemperatuursysteem kan een lagere maximale instelling vereist zijn dan de standaardinstelling van 80°C.

Door de servicetoets in te drukken tijdens CV-bedrijf kan de werkelijke CV-aanvoertemperatuur afgelezen worden.

Als de tapcomfortfunctie is ingeschakeld (zie code 7), dan wordt een OpenTherm warmtevraag van minder dan 40 graden genegeerd.

5 Tapwaterbedrijf

De warmwatervoorziening heeft voorrang op de verwarming. Als door de stromingsschakelaar een behoefte van meer dan 2 l/min aan warm tapwater wordt gedetecteerd, zal een eventuele CV-vraag onderbroken worden. Na het aanlopen van de ventilator (code 3) en het ontsteken (code 4) komt de automaat in tapwaterbedrijf (code 5). Tijdens tapwaterbedrijf wordt het toerental van de ventilator, en daarmee het vermogen van het toestel, geregeld door de automaat op basis van de ingestelde tapwatertemperatuur.

De regeling draagt zorg voor de juiste tapwatertemperatuur. De water temperatuur kan worden ingesteld tussen 40°C en 65°C (zie § 7.1). De ingestelde tapwatertemperatuur wordt op het bedieningspaneel getoond. De standaardinstelling bedraagt 60°C.

Door de servicetoets in te drukken tijdens tapwaterbedrijf, kan de werkelijke tapwatertemperatuur afgelezen worden.

7 Opwarmen toestel

Ten behoeve van een snelle levering van warm tapwater is een zogenaamde tapcomfortfunctie in de automaat aangebracht. Door deze functie wordt de warmtewisselaar op temperatuur gehouden (deze temperatuur is instelbaar, zie § 7.2). De tapcomfortfunctie kent de volgende instellingen:

  • Aan: (① LED aan) De tapcomfortfunctie van het toestel is continue ingeschakeld. Het toestel levert altijd direct warm water.
  • Eco: (① LED aan) De tapcomfortfunctie van het toestel is zelflerend. Het toestel zal zich aanpassen aan het gebruikspatroon van het warm tapwater. Hierdoor zal de warmtewisselaar gedurende de nacht, of bij lange afwezigheid, niet op temperatuur gehouden worden.
  • Uit: (Beide LED's uit) De warmtewisselaar wordt niet warm gehouden waardoor de levering van warm tapwater even op zich laat wachten. Als er geen behoefte is aan snelle levering van warm tapwater, kan de tapcomfortfunctie uitgeschakeld worden. Bij de instellingen "aan" ① en "eco" ② voldoet het toestel aan de Gaskeur CW eisen.

2.4 PC Interface

De automaat is voorzien van een interface voor een PC. Door middel van een speciale dongle en bijbehorende software kan een PC aangesloten worden. Met deze voorziening is het mogelijk om het gedrag van de automaat, het toestel en de verwarmingsinstallatie over een lange periode te volgen.

2.5 Testprogramma's

In de branderautomaat is een voorziening aangebracht om het toestel in een test status te brengen.

Door het activeren van een testprogramma zal het toestel in bedrijf komen met een vast ventilator toerental, zonder dat de regelfuncties zullen ingrijpen.

De veiligheidsfuncties blijven wel actief.

Het testprogramma wordt beëindigd door de ten gelijktijdig in te drukken.

Testprogramma's

Omschrijving programmaToets combinatiesDisplay uitlezing
Brander aan met minimaal WW vermogen (zie parameter d § 7.2)DAIKIN EKOMB28AAV1H - Testprogramma's - 1“L”
Brander aan met ingesteld maximaal CV-vermogen (zie parameter 3 § 7.2)DAIKIN EKOMB28AAV1H - Testprogramma's - 2“h”
Brander aan met maximaal WW vermogen (zie parameter 3 § 7.2)DAIKIN EKOMB28AAV1H - Testprogramma's - 3“H”
Uitschakelen testprogrammaDAIKIN EKOMB28AAV1H - Testprogramma's - 4Actuele bedrijfssituatie

Als het toestel in test bedrijf is kunnen de volgende gegevens via het display worden uitgelezen:

  • Door de + toets blijvend in te drukken wordt op het display de CV-druk getoond.
  • Door de - toets blijvend in te drukken wordt op het display de gemeten ionisatiestroom getoond

DAIKIN EKOMB28AAV1H - Testprogramma's - 5

  • Om bevriezing van het toestel te voorkomen is het toestel voorzien van een vorstbeveiliging. Als de temperatuur van de warmtewisselaar te laag wordt, gaat de pomp draaien tot de temperatuur van de warmtewisselaar voldoende is. Als de vorstbeveiliging ingrijpt dan is code 1 zichtbaar (opwarmen wisselaar).
  • Als de installatie (of een deel daarvan) kan bevriezen, moet er op de koudste plaats een (externe) vorstthermostaat op de retourleiding aangebracht worden. Deze moet volgens het elektrisch schema aangesloten worden (zie § 10.2).

Opmerking

Als het toestel buiten bedrijf is ( - op het service display) blijft de toestelvorstbeveiliging actief, op een warmtevraag van een (externe) vorstthermostaat wordt echter niet gereageerd.

3 HOOFDCOMPONENTEN

DAIKIN EKOMB28AAV1H - HOOFDCOMPONENTEN - 1

C. Branderautomaat met bedieningspaneel

D. Aanvoersensor S1

E. Retoursensor S2

F. Ventilator

G. Stromingssensor

H. Druksensor CV

I. Aansluitsnoer 230 V \~ met steker met randaarde

J. Handontluchter

K. Kijkglas

L. Luchttoevoer

M. Rookgasafvoeradapter

N. Aansluitblok / klemmenlijst X4

O. Condensafvoerbak

S. Bedieningspaneel en uitlezing

T. Ionisatie- / ontsteekpen

U. Positie typeplaat

3.1 Accessoires

OmschrijvingArtikel nummers
B-pack small (1)EKFJS*AA
B-pack middle (1)EKFJM*AA
B-pack large (1)EKFJL*AA
Valve kit (1)EKVK4AA
SchermplaatEKCP1AADAIKIN EKOMB28AAV1H - Accessoires - 1
BuitenvoelerEKOSK1AA
3-Way valve setEK3WV1AA
Rookgasadapter Concentrische ∅80x125EKHY090717DAIKIN EKOMB28AAV1H - Accessoires - 2
Rookgasadapter Parallel 80 mmEKHY090707
Propaanset *KOMB28AAV1H & *KOMB33AAV1HEKHY075787
Propaanset *KOMB22AAV1HEKPS075867

(1) Deze set bevat een gaskraan dat voldoet aan EN 331 met de volgende specificaties:

• Zorg ervoor dat de gaskraan voldoet aan de vereisten voor de toepassing
- Gebruik de gaskraan niet bij zichtbare schade
- Wijzig niets aan de gaskraan.
- De Instructies bij de kraan moeten worden gevolgd
- Lokale wetgeving moet worden gevolgd

4 INSTALLATIE

4.1 Inbouwmaten

Toestel met leidingen naar onderen aangesloten:

DAIKIN EKOMB28AAV1H - Inbouwmaten - 1

text_image 161 161 Z

DAIKIN EKOMB28AAV1H - Inbouwmaten - 2

text_image 450 404 161 240 Z 120 225

DAIKIN EKOMB28AAV1H - Inbouwmaten - 3

text_image 360 120 180 Z 77 135 h H 50 65 65 65 65 65 77 F A E C D B ©20601002

Toestel + montagebeugel

Toestel Op B-pack aangesloten:
DAIKIN EKOMB28AAV1H - Inbouwmaten - 4

text_image 265 450 404 120 225 360 120 180 Z Z 77 16 265 50 65 65 65 65 77 F A E C D B

Toestel + B-pack

4.2 Opstellingsruimte

Het toestel dient aan een wand gemonteerd te worden die voldoende draagkracht heeft.

Bij lichte wandconstructies bestaat de mogelijkheid dat er resonantiegeluiden optreden.

Binnen een afstand van 1 meter van het toestel dient een wandcontactdoos met randaarde voorhanden te zijn.

Om bevriezing van de condensafvoer leiding te voorkomen, moet het toestel in een vorstvrije ruimte geïnstalleerd worden. Zorg bij voorkeur voor een minimaal vrij te houden ruimte naast de ketel van 2 cm. In verband met schroeigevaar is geen vrije ruimte vereist.

4.2.1 In een keukenkastje plaatsen

Het toestel kan tussen twee keukenkastjes of in een kastje geplaatst worden.

Zorg voor voldoende ventilatie aan de onder- en bovenzijde.

Als het toestel in een kastje geplaatst wordt, moeten er ventilatieopeningen van tenminste 50 cm² gemaakt worden.

en frontpaneel afnemen

Voor diverse werkzaamheden aan het toestel dienen de eventueel aangebrachte schermplaat en frontpaneel van het toestel verwijderd te worden. Ga hierbij als volgt te werk:

  • Neem de schermplaat (A), indien gebruikt, naar voren toe weg.
  • Draai de beide schroeven (1) achter het displayvenster van het toestel los.
  • Trek de onderzijde van het frontpaneel (2) naar voren toe.

Gevaar: risico van verbranding

In geval van hoge vertrek water temperaturen voor CV (of een hoog vast setpunt of een hoog weersafhankelijk instelpunt bij lage omgevingstemperaturen), kan de warmtewisselaar van de ketel zeer heet worden, bijvoorbeeld 70 °C.

Pas op, in geval van een warm water vraag kan het water in eerste instantie een hogere watertemperatuur hebben dan gevraagd.

In dit geval is het raadzaam om een thermostaatkraan te installeren om brandwonden te voorkomen.

Dit kan gedaan worden volgens het onderstaande schema.

DAIKIN EKOMB28AAV1H - en frontpaneel afnemen - 1

De ketel kan worden opgehangen aan de muur met behulp van:

  • deophangstrip en de montagebeugel EKVK4AA
  • een B-pakket met inbegrip van een expansion vat en een connection kit.

n montagebeugel monteren

• Zorg ervoor dat de bouw van de muur geschikt is voor de montage van de ketel.
- Boor de gaten voor de ophanging strip en de montagebeugel in de muur met behulp van het boorpatroon meegeleverd met de ketel.
- Monteer de ophangstrip en de montage beugel horizontaal op de muur met het bijbehorende bevestigingsmaterialen.
- De ketel kan nu op de ophangstrip geplaatst worden door gelijktijdig de leidingen van de ketel in de knelfitting van de beugel te schuiven.

DAIKIN EKOMB28AAV1H - n montagebeugel monteren - 1

  • Zorg ervoor dat de bouw van de muur geschikt is voor de montage van de ketel en de B-pack
  • Boor de gaten voor de B-pack in de muur met behulp van het boorpatroon meegeleverd met de ketel.
  • Monteer de B-pack op de muur met het bijbehorende bevestigingsmaterialen.
  • Monteer de montagebeugel in het frame zoals uitgelegd in de manual van de B-pack.
  • Sluit de flexibele buis op het expansievat en de aansltuiting op de terugslagklep. Zorg dat de dichtingsringen geplaatst zijn!
  • De ketel kan nu op de B-pack geplaatst worden door gelijktijdig de leidingen van de ketel in de knelfiting van de beugel te schuiven.

DAIKIN EKOMB28AAV1H - n montagebeugel monteren - 2

  1. Pak het toestel uit.

  2. Controleer de inhoud van de verpakking, deze bestaat uit:

  3. Toestel (A)

  4. Ophangstrip (B)
    • Sifon + flexibele buis (C)
    • Installatievoorschrift
  5. Bedieningsvoorschrift
    • Garantiekaart

  6. Controleer het toestel op eventuele beschadigingen: meldt beschadigingen direct aan de leverancier.

  7. Monteer de ophangstrip.
  8. Controleer of de knelringen recht in de koppelingen van de montagebeugel zijn geplaatst.
  9. Plaats het toestel: schuif deze van boven naar beneden over de ophangstrip (B). Zorg dat de leidingen tegelijkertijd in de knelfittingen schuiven.
  10. Draai de knelfittingen op de montagebeugel vast. De nippels en leidingen mogen niet meedraaien!
  11. Open de displayklep en draai de twee schroeven links en rechts naast de display los en demonteer het frontpaneel.
  12. Monteer de flexibele buis (D) op de uitloop van de sifon. Vul de sifon met water en schuif deze zo ver mogelijk naar boven op de condensafvoer aansluiting (E) onder het toestel.
  13. Sluit flexibele buis (D) van de sifon, eventueel samen met de overstortleiding van de inlaatcombinatie en het overstortventiel, aan op het riool via een open aansluiting (F).
  14. Monteer de luchttoevoer en de verbrandingsgasafvoer (zie § 5.6).
  15. Monteer de mantel en draai de twee schroeven links en rechts naast de display vast, sluit de displayklep.

DAIKIN EKOMB28AAV1H - n montagebeugel monteren - 3

aanbrengen (optioneel)

Hang de omgezette bovenrand van de schermplaat aan de sluitringen onder de bodem van het toestel en schuif de schermplaat zo ver mogelijk naar achteren.

N.B. Bij toepassing van de ketel in combinatie met een schermplaat zal de sifon uitsteken onder de schermplaat.

DAIKIN EKOMB28AAV1H - aanbrengen (optioneel) - 1

5.1 CV-installatie aansluiten

  1. Spoel de CV-installatie goed schoon.
  2. Monteer de aanvoerleiding (A) en retourleiding (B) aan de montagebeugel.
  3. Alle leidingen moeten spanningsvrij gemonteerd worden om tikken van de leidingen te voorkomen.
  4. Bestaande verbindingen mogen niet verdraaid worden om lekkages te voorkomen.

De CV-installatie dient voorzien te zijn van:

  • Een vul/aftapkraan (A) in de retourleiding direct onder het toestel.
  • Een aftapkraan op het laagste punt van de installatie.
  • Een overstortventiel (B) van 3 bar in de aanvoerleiding op een afstand van maximaal 500 mm van het toestel.
    Tussen het toestel en het overstortventiel mag zich geen afsluiter of vernauwing bevinden.
  • Een expansievat in de retourleiding (in de B-pack of in de installatie).
  • Een terugslagklep, als er op korte afstand van het toestel leidingen naar boven lopen. Hiermee wordt voorkomen dat er tijdens tapwaterbedrijf van het toestel thermosifonwerking optreedt (een niet veerbediende terugslagklep, dient verticaal gemonteerd te worden).

he radiatorkranen

Als alle radiatoren zijn uitgevoerd met thermostatische of afsluitbare radiatorkranen, dient een minimale watercirculatie te worden gewaarborgd. Zie § 7.5.

DAIKIN EKOMB28AAV1H - he radiatorkranen - 1

Vloerverwarmingsverdeler met pomp

Indien een vloerverwarmingssysteem niet hydraulisch neutraal is, kan de vloerverwarmingspomp ongewenste circulatie over de ketel genereren. Voor een goede werking van de warmtapwatervoorziening dient ongewenste circulatie over de ketel te worden voorkomen.

Sluit een vloerverwarmingssysteem indirect hydraulisch neutraal aan of voorzie de cv-installatie van een tweewegklepset 230 V \~ (E). Indien de vloerverwarmingspomp via de retour van de ketel warmte onttrekt is het mogelijk om met een terugslagklep (D) ongewenste circulatie tegen te gaan.

Zorg voor een minimale watercirculatie. Zie § 7.3.

Aansluitschema vloerverwarming

A. Ketel
B. Pomp
C. Thermostatische regelafsluiter
D. Terugslagklep veerbediend
E. Elektrische afsluiter 230 V \~
F. Radiatoren
G. Ruimte-/klok thermostaat
H. Maximaal thermostaat

DAIKIN EKOMB28AAV1H - Aansluitschema vloerverwarming - 1

flowchart
graph TD
    A["Component A"] -->|Flow| B["Component B"]
    B -->|Control| C["Component C"]
    C -->|Flow| D["Component D"]
    D -->|Control| E["Component E"]
    E -->|Flow| F["Component F"]
    F -->|Control| G["Component G"]
    G -->|Flow| H["Component H"]
    H -->|Control| I["Component I"]
    I -->|Flow| J["Component J"]
    J -->|Control| K["Component K"]
    K -->|Flow| L["Component L"]
    L -->|Control| M["Component M"]
    M -->|Flow| N["Component N"]
    N -->|Control| O["Component O"]
    O -->|Flow| P["Component P"]
    P -->|Control| Q["Component Q"]
    Q -->|Flow| R["Component R"]
    R -->|Control| S["Component S"]
    S -->|Flow| T["Component T"]
    T -->|Control| U["Component U"]
    U -->|Flow| V["Component V"]
    V -->|Control| W["Component W"]
    W -->|Flow| X["Component X"]
    X -->|Control| Y["Component Y"]
    Y -->|Flow| Z["Component Z"]

Vloerverwarmingsverdeler zonder pomp

Sluit het vloerverwarmingssysteem (D) aan en stel de maximale cv-aanvoertemperatuur van de ketel in op de ontwerpconditie. Monteer op de aanvoerbuis onder de ketel een klemthermostaat (A). De klemthermostaat met blinde kap dient ingesteld te worden op een maximale aanvoertemperatuur van 55°C.

Monteer de aan/uit kamerthermostaat (B) en sluit deze in serie met de klemthermostaat aan op connector X4 - 6/7 in het toestel. Zie § 10.1.

De pomp in de ketel wordt in deze situatie benut om het drukverlies van het vloerverwarmingssysteem te overbruggen. Met behulp van de drukverliesgrafiek § 7.5 is het maximale drukverlies van het vloerverwarmingssysteem te bepalen.

Zorg voor een minimale watercirculatie. Zie § 7.3. Plaats eventueel een by-pass ventiel (C).

Het is bij een vloerverwarmingssysteem zonder pomp aan te bevelen om onderstaande

parameter instellingen te wijzigen:

par. o van 0 naar 3.

par. P van 5 naar 2.

Tevens dient parameter 3 te worden ingesteld op minimaal niveau of het transmissieverlies van de woning.

5.1.3 Opdeling CV-installatie in groepen bij aanwezigheid extra warmtebron

Werkingsprincipe

Indien de kamerthermostaat de ketel uitschakelt doordat een andere verwarmingsbron (houtkachel, open haard, etc) de ruimte opwarmt, is het mogelijk dat de overige ruimten afkoelen. Dit kan worden opgelost door de CV-installatie op te delen in twee zones. De zone met de externe warmtebron (Z2) kan middels een elektrische afsluiter worden afgesloten van het hoofdcircuit. Beide zones worden voorzien van een eigen kamerthermostaat.

N.B. Deze regeling "externe warmtebron" kan alleen worden toegepast indien geen externe tank hoeft te worden opgewarmd (installatietype 1).

Installatievoorschrift

  1. Plaats de afsluiter volgens het aansluitschema.
  2. Sluit de kamerthermostaat van zone 1 aan op X4 - 6/7.
  3. Sluit de kamerthermostaat van zone 2 aan X4 - 11/12.
  4. Wijzig parameter A (zie Parameter instellingen via de servicecode § 7.2).
    Let op: De kamerthermostaat in zone 1 MOET een aan/uit thermostaat zijn, de kamerthermostaat in zone 2 mag zowel een OpenTherm thermostaat als ook een aan/uit thermostaat zijn.

Aansluitschema regeling "externe warmtebron"

A. Ketel
B. Elektrische afsluiter 230 V \~
C. Radiatoren
T1. Kamerthermostaat zone 1
T2. Kamerthermostaat zone 2
Z1. Zone 1
Z2. Zone 2

DAIKIN EKOMB28AAV1H - Installatievoorschrift - 1

text_image A B C D

DAIKIN EKOMB28AAV1H - Installatievoorschrift - 2

flowchart
graph TD
    A["Component A"] --> Z1["Control Valve Z1"]
    Z1 --> C1["Component C"]
    C1 --> B["Feedback Loop B"]
    B --> Z2["Component Z2"]
    Z2 --> C2["Component C"]
    C2 --> T1["T1"]
    T1 --> A
    Z2 --> T2["T2"]
    style Z1 fill:#f9f,stroke:#333
    style Z2 fill:#f9f,stroke:#333

5.2 Warmwaterinstallatie aansluiten

  1. Spoel de installatie goed schoon.
  2. Monteer indien voorgeschreven een inlaatcombinatie.
  3. Monteer de koud- (D) en warmwaterleiding (C) aan de montagebeugel.

Opmerkingen

  • Als het toestel alleen voor de warmwatervoorziening wordt gebruikt, kan de verwarmingsfunctie met de servicecode op het bedieningspaneel uitgeschakeld worden. De CV-installatie behoeft dan niet aangesloten of gevuld te worden.
  • Als het toestel tijdens de winter buiten bedrijf wordt gesteld en van het lichtnet afgesloten wordt, moet het sanitairwater afgetapt worden om bevriezing te voorkomen. Neem hiervoor de tapwateraansluitingen onder het toestel los.

In het geval van een oude installatie of WW circuits die kleine partikelen kunnen bevatten is het aan te raden een filter op het warm water circuit te installeren.

De vervuiling kan een fout genereren tijdens de warm water werking.

DAIKIN EKOMB28AAV1H - Opmerkingen - 1

text_image D C 020601015

Weerstandgrafiek tapcircuit toestel

A. EKOMB22AAV1H
B. EKOMB28AAV1H
C. EKOMB33AAV1H
X. Waterleidingdruk (Bar)
Y. Debiet (L/min, tolerantie ± 10 %)

DAIKIN EKOMB28AAV1H - Weerstandgrafiek tapcircuit toestel - 1

line | X | A | B | C | | ---- | ---- | ---- | ---- | | 0.0 | 1.0 | 1.0 | 1.0 | | 0.2 | 3.0 | 3.5 | 4.0 | | 0.4 | 5.0 | 6.0 | 7.0 | | 0.6 | 7.0 | 8.5 | 10.0 | | 0.8 | 9.0 | 11.0 | 12.5 | | 1.0 | 10.5 | 12.5 | 14.0 | | 1.2 | 11.5 | 13.5 | 15.0 | | 1.4 | 12.5 | 14.5 | 16.0 | | 1.6 | 13.5 | 15.5 | 17.0 | | 1.8 | 14.5 | 16.5 | 18.0 | | 2.0 | 15.5 | 17.5 | 19.0 |

5.3 Elektrisch aansluiten

DAIKIN EKOMB28AAV1H - Elektrisch aansluiten - 1

VOORZICHTIG

Een wandcontactdoos met randaarde mag maximaal 1 meter van het toestel verwijderd zijn.

De wandcontactdoos moet gemakkelijk bereikbaar zijn.

Voor opstelling in vochtige ruimten is een vaste aansluiting verplicht middels een all-polige hoofdschakelaar met een minimale contactopening van 3 mm.

Indien het netsnoer is beschadigd of om een andere reden moet worden vervangen, moet het vervangende netsnoer bij de fabrikant of diens vertegenwoordiger worden besteld. Neem bij twijfel contact op met de fabrikant of diens vertegenwoordiger.

DAIKIN EKOMB28AAV1H - VOORZICHTIG - 1

  1. Neem bij werkzaamheden aan het elektrisch circuit de steker uit de wandcontactdoos.

  2. Neem de schermplaat (A) (indien aanwezig) naar voren toe weg.

  3. Draai de beide schroeven (1) achter het displayvenster van het toestel los.

  4. Schuif de onderzijde van het frontpaneel (2) naar voren toe en neem deze vervolgens weg.

  5. Trek de branderautomaat unit naar voren, de branderautomaat unit zal daarbij naar beneden kantelen.

  6. Raadpleeg § 10.2 voor het maken van de aansluitingen.

  7. Schuif nadat de gewenste aansluitingen zijn aangebracht de branderautomaat terug in het toestel en breng de schermplaat (indien aanwezig) weer aan.

  8. Sluit na het maken van de gewenste aansluitingen het toestel aan op een wandcontactdoos met randaarde.

DAIKIN EKOMB28AAV1H - VOORZICHTIG - 2

5.3.1 Elektrische aansluitingen

TemperatuurregelingConnector X4Opmerkingen
Kamerthermostaat aan/uit6 - 7
Modulerende thermostaat met comfortfunctie in gebruik11 - 12
Buitentemperatuurvoeler8 - 9
Externe spaar-schakelaar4 - 5Instellen parameter c. op 0Zie ook § 7.2
Vorstthermostaat6 - 7Parallel overkamerthermostaat

DAIKIN EKOMB28AAV1H - Elektrische aansluitingen - 1

text_image X5 4 5 6 7 8 9 10 11 12 X4

5.4 Kamerthermostaat aansluiten

5.4.1 Kamerthermostaat aan/uit

  1. Sluit de kamerthermostaat aan (zie § 10.1).
  2. Stel, indien nodig de terugkoppelweerstand van de kamerthermostaat in op 0,1 A. Meet bij twijfel de stroom en stel deze overeenkomstig in. De maximale weerstand van de thermostaatleiding en de kamerthermostaat bedraagt totaal 15 Ohm.

5.4.2 Modulerende thermostaat, Open Therm

DAIKIN EKOMB28AAV1H - Modulerende thermostaat, Open Therm - 1

Het toestel is geschikt voor het aansluiten van een modulerende kamerthermostaat, volgens het OpenTherm communicatie protocol.

De belangrijkste functie van de modulerende kamerthermostaat is het berekenen van de aanvoertemperatuur bij een gewenste kamertemperatuur, om een optimaal gebruik te maken van het moduleren. Bij elke warmtevraag wordt op het display van het toestel de gewenste aanvoer temperatuur aangegeven.

Sluit de modulerende thermostaat aan (zie §10.1).

Indien men gebruik wil maken van de tapwater aan/uit schakel functie van de OpenTherm thermostaat dient de tapwatercomfort functie op eco of aan ingesteld te worden.

Raadpleeg voor meer informatie de handleiding van de kamerthermostaat.

5.4.3 Modulerende kamerthermostaat, draadloos

DAIKIN EKOMB28AAV1H - Modulerende kamerthermostaat, draadloos - 1

rf-module"

De EKOMB*AAV1H CV-ketel is geschikt om zonder zend-/ontvangstmodule draadloos te communiceren met de Honeywell kamerthermostaten T87RF1003 Round RF, DTS92 en CMS927. De CV-ketel en kamerthermostaat dienen aan elkaar te worden toegewezen:

  • Houdt de reset 📊 toets van het toestel circa 5 seconden ingedrukt om in het RF-kamerthermostaat menu te komen.
  • Eén van de volgende codes zal op het display van het toestel worden weergegeven:

  • rF en L / - : het display boven de ⚫ toets laat wisselend een L en een — zien rode led : knipperend

De CV-ketel is niet toegewezen. Een toestel in deze bedrijfstoestand, kan worden gekoppeld d.m.v. de methode van de desbetreffende kamerthermostaat.

De methode van toewijzing is afhankelijk van het soort kamerthermostaat en wordt beschreven in de installatie- en bedieningsvoorschriften van de draadloze kamerthermostaat.

  1. rF en L / 1 : het display boven de toets laat wisselend een L en een 1 zien rode led : uit

De CV-ketel is reeds toegewezen. Er is reeds een bestaande koppeling met een RF-kamerthermostaat aanwezig. Om een nieuwe koppeling mogelijk te maken, zal de bestaande koppeling verwijderd moeten worden.

Zie: De toewijzing van een RF-kamerthermostaat aan de CV-ketel ongedaan maken.

- Druk op de reset ⏻ toets om het RF-kamerthermostaat menu te verlaten of wacht 1 minuut.

De verbinding tussen het toestel en de RF-kamerthermostaat testen

  1. Houdt de reset toets van het toestel circa 5 seconden ingedrukt om in het RF-kamerthermostaat menu van de branderautomaat te komen.
  2. Druk de service toets 1x in. Op het display boven de toets wordt een t getoond.
  3. Zet de kamerthermostaat in testmode (zie de installatie en bedieningsvoorschriften van de kamerthermostaat).
  4. De rode led boven de reset ⚡ toets gaat knipperen indien de toewijzing correct is uitgevoerd.
  5. Druk op de reset 📊 toets van het toestel om het RF-kamerthermostaat menu van de branderautomaat te verlaten. De testmode wordt, 1 minuut nadat het laatste testbericht van de RF-kamerthermostaat is ontvangen, automatisch verlaten.

DAIKIN EKOMB28AAV1H - De verbinding tussen het toestel en de RF-kamerthermostaat testen - 1

De toewijzing van een RF-kamerthermostaat aan de CV-ketel ongedaan maken

  • Houdt de reset 📊 toets van het toestel circa 5 seconden ingedrukt om in het RF-kamerthermostaat menu van de CV-ketel te komen.
  • Druk de service toets 2x in. Op het display boven de toets wordt een C getoond.
  • Druk nogmaals op de reset toets van het toestel om de bestaande toewijzingen te verwijderen. Op het display van het toestel wordt weer rF getoond met een knipperende L / - . Indien gewenst kan opnieuw een RF-kamerthermostaat aan het toestel worden toegewezen.
  • Druk op de reset 📊 toets van het toestel om het RF-kamerthermostaat menu te verlaten of wacht 1 minuut.

atuurvoeler

Het toestel is voorzien van een aansluiting voor een buitentemperatuurvoeler. De buitentemperatuurvoeler dient in combinatie met een aan/uit kamerthermostaat toegepast te worden.

In principe kan elke willekeurige aan/uit kamerthermostaat gecombineerd worden met een buitenvoeler.

Bij vraag van de kamerthermostaat levert de ketel warmte tot de maximaal ingestelde temperatuur in de ketel bereikt is. Deze maximaal ingestelde temperatuur wordt automatisch geregeld via de buitenvoeler, volgens de ingestelde stooklijn in de ketel.

Sluit de buitentemperatuurvoeler aan (zie § 10.1).

Voor de stooklijninstelling, zie Weersafhankelijke regeling (zie § 7.6).

5.5 Gas aansluiten

  1. Monteer de koppeling van de gaskraan bij voorkeur direct in de 1/2" aansluiting van de montagebeugel.
  2. Plaats een gaszeef in de aansluiting voor het toestel als het gas vervuild kan zijn.
  3. Sluit het toestel aan op de gasleiding.
  4. Controleer de gasvoerende delen op lekkage op een druk van maximaal 50 mbar.
  5. De gasleiding dient spanningsvrij te worden gemonteerd.

DAIKIN EKOMB28AAV1H - Gas aansluiten - 1

5.6 Rookgasafvoer- en luchttoevoerkanaal

DAIKIN EKOMB28AAV1H - Rookgasafvoer- en luchttoevoerkanaal - 1

Om het materiaal te plaatsen van het rookgasafvoer- en luchttoevoerkanaal, raadpleeg de handleiding die met het materiaal werd meegeleverd. Neem contact op met de fabrikant van het betreffende rookgasafvoer- en luchttoevoerkanaalmateriaal voor uitgebreide technische informatie en specifieke montageinstructies.

DAIKIN EKOMB28AAV1H - Rookgasafvoer- en luchttoevoerkanaal - 2

Zorg ervoor dat de aansluitingen van het materiaal van het rookgasafvoer- en luchttoevoerkanaal op de juiste manier zijn afgedicht.

Wanneer van het rookgasafvoer- en luchttoevoerkanaal slecht is vastgemaakt, kunnen gevaarlijke situaties ontstaan of kan iemand letsels oplopen.

Controleer of alle rookgasonderdelen goed zijn vast gemaakt er aangespannen.

Gebruik geen al dan niet zelftappende schroeven om het rookgasafvoersysteem te bevestigen, anders is lekkage mogelijk.

Gebruik geen vet (van welke soort ook) om het leidingsysteem te monteren.

Gebruik water in de plaats. De afdichtingsrubbers kunnen in contact met vet beschadigd worden.

Gebruik geen onderdelen, materiaal of aansluitmanieren van verschillende fabrikanten.

5.6.1 Concentrische aansluiting 60/100

De ketel bevat een rookgasafvoeradapter die geschikt is voor een aansluiting op een concentrische rookgasafvoersysteem met een diameter van 60/100.

Steek de concentrische leiding zorgvuldig in de adapter. De ingebouwde afdichtringen zorgen voor een luchtdichte aansluiting.

5.6.2 Concentrische aansluiting 80/125

Indien nodig kan de 60/100-rookgasadapter vervangen worden door een versie voor een rookgasafvoersysteem met een diameter van 80/125.

  1. Volg de instructie zoals deze bij de adapterset 80/125 is meegeleverd nauwgezet uit.
  2. Steek de concentrische leiding zorgvuldig in de adapter. De ingebouwde afdichtringen zorgen voor een luchtdichte aansluiting.

5.6.3 Parallelle aansluiting 80/80

Indien nodig kan de 60/100-rookgasafvoeradapter vervangen worden door een versie voor een parallelle rookgassysteem (2 leidingen) met een diameter van 80 mm.

  1. Volg de instructie zoals deze bij de adapterset 80 is meegeleverd nauwgezet uit.
  2. Steek de leidingen voor de luchttoevoer en rookgasafvoer in de luchttoevoeropening en de rookgasadapter van de unit. De ingebouwde afdichtringen zorgen voor een luchtdichte aansluiting. Zorg ervoor dat de aansluitingen niet gemengd zijn.

5.7 Afvoersystemen

Let op: niet alle hieronder beschreven rookgasafvoerconfiguraties zijn toegestaan in alle landen. Raadpleeg daarom steeds de geldende locale regelgeving voordat u met de plaatsing begint, daar u deze reglementen moet naleven.

DAIKIN EKOMB28AAV1H - Afvoersystemen - 1

De schema's hierboven dienen slechts als voorbeeld en de uitvoering ervan kan in sommige details verschillen.

Uitleg over de rookgasafvoersystemen
Categorie overeenkomstig CE
B23Een rookgasafvoer die verbrandingsproducten buiten de kamer waarin het toestel staat, afvoert. De verbrandingslucht wordt rechtstreeks uit de kamer getrokken.Zorg ervoor dat de luchtinlaat open is en voldoende groot is voor de vraag.
B33Een rookgasafvoersysteem is aangesloten op een gemeenschappelijk kanaalsysteem. Dit gemeenschappelijk kanaalsysteem bestaat uit een enkele rookgasafvoer met natuurlijke trek. Alle onder druk gebrachte verbrandingsproductbevattende onderdelen van het toestel zijn volledig ingebouwd in de toestelonderdelen die verbrandingslucht toevoeren. De verbrandingslucht wordt via een in de rookgasafvoer zittende concentrisch kanaal uit de kamer in het toestel getrokken. De lucht wordt via hiertoe voorziene openingen in de mantel van het kanaal ingezogen.Zorg ervoor dat de luchtinlaat open is en voldoende groot is voor de vraag.
C13Horizontaal rookgasafvoersysteem. Afvoer in de buitenmuur.De luchttoevoeropening ligt in dezelfde drukzone als de afvoer.Bijvoorbeeld: een muurdoorvoer doorheen de gevel.
C33Verticaal rookgasafvoersysteem. Rookgasafvoer via het dak.De luchttoevoeropening ligt in dezelfde drukzone als de afvoer.Bijvoorbeeld: een verticale dakdoorvoer.
C43Gezamenlijk kanaal voor luchttoevoer en rookgasafvoer (CLV-systeem) Dubbele leiding of concentrische leidingen
C53Afzonderlijk luchttoevoerkanaal en afzonderlijk rookgasafvoerkanaal.Afvoer in verschillende drukzones
C63Vrij in de handel verkrijgbaar rookgasafvoermateriaal met CE-labelMeng geen rookgasafvoermateriaal van verschillende leveranciers.
C83Gezamenlijk kanaal voor luchttoevoer en rookgasafvoer (CLV-systeem)Afvoer in verschillende drukzonesEnkel als systeem metdubbele leiding
C93Luchttoevoer- en rookgasafvoerkanaal in schoorsteen of kanaal: concentrisch.Luchttoevoer uit bestaand kanaal. Rookgasafvoer via het dak. Luchttoevoer enrookgasafvoer in dezelfde drukzone.Concentrischrookgasafvoersysteem tussende ketel en het kanaal.

5.8 Rookgasafvoermateriaal

Het volgende rookgasafvoermateriaal kan bij Daikin worden besteld.

Raadpleeg ook deze website. fluegas.daikin.eu.

C13

Artnr.Beschrijving
EKFGP2978Kit muurdoorvoeren PP/GLV 60/100
EKFGP4651Verlengstuk PP/GLV 60/100 x 500 mm
EKFGP4652Verlengstuk PP/GLV 60/100 x 1000 mm
EKFGP4660Bochtstuk PP/GLV 60/100 90°
EKFGP4661Bochtstuk PP/GLV 60/100 45°
EKFGP2977Kit muurdoorvoeren laag profiel PP/GLV 60/100
EKFGP4664Bochtstuk PP/GLV 60/100 30°
EKFGP4631Muurbeugel ND 100
EKFGP4667Meet-T-stuk met inspectiepaneel PP/GLV 60/100

C33

Artnr.Beschrijving
EKFGP4631Muurbeugel ND 100
EKFGP4651Verlengstuk PP/GLV 60/100 x 500 mm
EKFGP4652Verlengstuk PP/GLV 60/100 x 1000 mm
EKFGP4660Bochtstuk PP/GLV 60/100 90°
EKFGP4661Bochtstuk PP/GLV 60/100 45°
EKFGP4664Bochtstuk PP/GLV 60/100 30°
EKFGP4667Meet-T-stuk met inspectiepaneel PP/GLV 60/100
EKFGP6837Dakdoorvoer PP/GLV 60/100 AR460

C53

Artnr.Beschrijving
EKFGP4651Verlengstuk PP/GLV 60/100 x 500 mm
EKFGP4652Verlengstuk PP/GLV 60/100 x 1000 mm
EKFGP6837Dakdoorvoer PP/GLV 60/100 AR460
EKFGW4085Bochtstuk PP 80 90°
EKFGW4086Bochtstuk PP 80 45°
EKFGV1102Set schoorsteenaansluitingen 60/100 luchtinlaat ND 80 C53
EKFGP4660Bochtstuk PP/GLV 60/100 90°
EKFGP4661Bochtstuk PP/GLV 60/100 45°
EKFGP4664Bochtstuk PP/GLV 60/100 30°
EKFGP4667Meet-T-stuk met inspectiepaneel PP/GLV 60/100
EKFGP4631Muurbeugel ND 100
EKFGW4001Verlengstuk PP 80x500
EKFGW4002Verlengstuk PP 80x1000
EKFGW4004Verlengstuk PP 80x2000

C93

Artnr.Beschrijving
EKFGP4678Schoorsteenaansluiting 60/100
EKFGP1856Flex-kit PP ND 60-80
EKFGP6340Verlengstuk Flex PP 80 L=10 m
EKFGP6344Verlengstuk Flex PP 80 L=15 m
EKFGP6341Verlengstuk Flex PP 80 L=25 m
EKFGP6342Verlengstuk Flex PP 80 L=50 m
EKFGP6324Connector Flex-Flex PP 80
EKFGP4664Bochtstuk PP/GLV 60/100 30°
EKFGP4661Bochtstuk PP/GLV 60/100 45°
EKFGP4660Bochtstuk PP/GLV 60/100 90°
EKFGP6333Afstandhouder PP 80-100
EKFGP4667Meet-T-stuk met inspectiepaneel PP/GLV 60/100
EKFGP4631Muurbeugel ND 100
EKFGP4651Verlengstuk PP/GLV 60/100 x 500 mm

5.9 Aansluiting op een rookgasafvoersysteem zonder luchtinlaat (B23, B33)

DAIKIN EKOMB28AAV1H - Aansluiting op een rookgasafvoersysteem zonder luchtinlaat (B23, B33) - 1

VOORZICHTIG

  • Zorg ervoor dat de kamer waar de ketel staat voldoet aan de voorgeschreven vereisten van B23 of B33 inzake de aansluiting op een rookgasafvoersysteem.
  • Wanneer de aansluiting van de ketel op een rookgasafvoersysteem voldoet aan B23 of B33, dan is de elektrische beveiligingsklasse IP20 in plaats van IPX4D

Montage (algemeen)

  1. Schuif de verbrandingsgasafvoerleidingen in elkaar.

Iedere leiding moet, vertrekkende van de unit, in de voorgaande worden geschoven.

Monteer een niet verticale verbrandingsgasafvoerleiding met helling naar het toestel (min.

5 mm/m).

5.9.1 Toegestane leidinglengtes voor systemen met parallelle luchttoevoer en rookgasafvoer

Toegestane leidinglengtes B23 en B33 voor toepassing ∅80 mm

C13C33C43C53C83
EKOMB22AAV1H100 m100 m100 m100 m100 m
EKOMB28AAV1H85 m85 m85 m85 m85 m
EKOMB33AAV1H80 m80 m80 m80 m80 m

5.10 Aansluiting op een afgedicht rookgasafvoersysteem.

5.10.1 Leidinglengtes

Naarmate de weerstand van de rookgasafvoer- en luchttoevoerleidingen toeneemt zal het vermogen van het toestel afnemen. De maximale toegestane vermogensafname bedraagt 5%.

De weerstand van de luchttoevoer en de verbrandingsgasafvoer is afhankelijk van de lengte, de diameter en alle componenten van het leidingsysteem. Per toestelcategorie is de totale toegestane leidinglengte aangegeven van de luchttoevoer en de verbrandingsgasafvoer.

5.10.2 Toegestane leidinglengtes voor concentrische rookgasafvoersystemen

Toegestane leidinglengen bij toepassing concentrisch 60/100

C13C33
EKOMB22AAV1H10 m11 m
EKOMB28AAV1H10 m10 m
EKOMB33AAV1H10 m10 m

Toegestane leidinglengen bij toepassing concentrisch 80/125

C13C33C93
EKOMB22AAV1H29 m29 mZie § 5.10.8
EKOMB28AAV1H29 m29 mZie § 5.10.8
EKOMB33AAV1H29 m29 mZie § 5.10.8

Neem contact op met de fabrikant om de berekeningen te laten controleren van de weerstand van de luchttoevoer- en verbrandingsgasafvoerleiding en de wandtemperatuur aan het einde van de verbrandingsgasafvoerleiding.

Vervanglengtes

Bocht 90°R/D=12 m
Bocht 45°R/D=11 m
Knie 90°R/D=0,54 m
Knie 45°R/D=0,52 m

Montage algemeen:

Voor alle uitmondingen geldt de onderstaande montage:

  1. Schuif de concentrische verbrandingsgasafvoerleiding en luchttoevoerleiding in de afvoer van het toestel.
  2. Schuif de concentrische leidingen in elkaar. Iedere leiding moet, vertrekkende van de unit, in de voorgaande worden geschoven.
  3. Monteer een niet verticale verbrandingsgasafvoerleiding met een helling naar het toestel (min. 5 mm/m).
  4. Monteer de bevestigingsbeugels conform het montagevoorschrift van de leverancier van het luchttoevoer/rookgasafvoersysteem.

5.10.3 Toegestane leidinglengtes voor systemen met parallelle luchttoevoer en rookgasafvoer

Toegestane leidinglengtes bij gebruik van ∅80 mm (totaal van de rookgasafvoerleiding en de luchtinlaatleiding samen genomen).

C13C33C43C53C83
EKOMB22AAV1H100 m100 m100 m100 m100 m
EKOMB28AAV1H85 m85 m85 m85 m85 m
EKOMB33AAV1H80 m80 m80 m80 m80 m

Vervanglengtes

Bocht 90°R/D=12 m
Bocht 45°R/D=11 m
Knie 90°R/D=0,54 m
Knie 45°R/D=0,52 m

Rekenvoorbeeld

LeidingLeidinglengtesTotale leidinglengte
RookgasafvoerL1 + L2 + L3 + 2x2 m13 m
LuchttoevoerL4 + L5 + L6 + 2x2m12 m

Opmerking:

De totale leidinglengte is: de som van de rechte leidinglengtes + de som van de vervangleidinglengtes van bochten/knieën bedragen samen 25 meter. Indien deze waarde minder is dan de maximaal toegestane leidinglengte voldoet de rookgasafvoer op dit punt aan de eisen.

DAIKIN EKOMB28AAV1H - Opmerking: - 1

text_image R/D=1 R/D=0.5

DAIKIN EKOMB28AAV1H - Opmerking: - 2

text_image L4=6m L3=7.5m L5=0.5m L2=0.5m L8=1.5m L1=1m φ(φ+α-φ+)

5.10.4 Vrij in de handel verkrijgbaar rookgasmateriaal (C63).

De eigenschappen van de verbranding bepalen de keuze van het rookgasafvoermateriaal.

Normen EN 1443 en EN 1856-1 bevatten de nodige informatie voor de keuze van het rookgasafvoermateriaal via een sticker met identificatie-informatie.

De identificatie-informatie bevat de volgende gegevens:

A CE-label

B De norm waaraan moet worden voldaan: Metaal, EN 1856-1 of EN 1856-2

Kunststof, EN 14471

De identificatie-informatie moet de volgende gegevens bevatten:

C Temperatuurklasse : T120
D Drukklasse : Druk (P) of hoge druk (Hi)
E Weerstandklasse : W ('wet' voor nat)
F Weerstandklasse in geval van brand : E

DAIKIN EKOMB28AAV1H - Vrij in de handel verkrijgbaar rookgasmateriaal (C63). - 1

text_image Example: EN 14471 : 2013 T120 H1W 1/2 O(00) LEE U0 PY: 2017 A CE 0000 F E D C B

Afmetingen C63 rookgasafvoersysteem (buitenafmetingen in mm)

ParallelConcentrisch 80/125Concentrisch 60/100
RookgasafvoerbuisLuchtinlaatRookgasafvoerbuisLuchtinlaat
80+0,3-0,7 80 +0,3-0,7 125 +2-0 60 +0,3-0,7 100 +2-0

DAIKIN EKOMB28AAV1H - Vrij in de handel verkrijgbaar rookgasmateriaal (C63). - 2

Rookgasafvoermateriaal van verschillende merken combineren is verboden!

5.10.5 Het rookgasafvoersysteem bevestigen

DAIKIN EKOMB28AAV1H - Het rookgasafvoersysteem bevestigen - 1

BELANGRIJK

  • Deze reglementen gelden zowel voor concentrische als voor parallele rookgasafvoersystemen.
  • Het rookgasafvoersysteem moet stevig op een vaste structuur worden vastgemaakt.
  • Het rookgasafvoersysteem moet een continue neerwaartse helling (1,5° tot 3°) naar de ketel hebben. N.B. De muurdoorvoeren moeten horizontaal worden geplaatst.
  • Gebruik alleen de bijgeleverde beugels.
  • Elk bochtstuk moet met een beugel stevig worden vastgemaakt. Behalve voor de aansluiting op de ketel: indien de lengte van de leidingen voor en na het eerste bochtstuk niet meer dan 250 mm bedraagt, moet h tweede element na het eerste bochtstuk een beugel bevatten. Opmerking: de beugel moet op het bochtstuk worden geplaatst!
  • Elk verlengstuk moet om de meter met een beugel worden vastgemaakt. Deze beugel mag de leiding niet rondom klemmen om ervoor te zorgen dat deze leiding vrij kan bewegen.
  • Zorg ervoor dat de beugel in de juiste stand wordt vergrendeld in functie van de plaats van deze beugel op de leiding of het bochtstuk:
  • Meng geen rookgasafvoeronderdelen en klemmen van verschillende leveranciers.

Klemrand beugel op buis

Klemrand beugel op mof

DAIKIN EKOMB28AAV1H - BELANGRIJK - 1

Maximumafstand tussen de klemmen

VerticaalAndere
2000 mm1000 mm
  • Verdeel de lengtes gelijkmatig tussen de beugels.
  • Elk systeem moet minstens 1 beugel bevatten.
  • Plaats de eerste klem op maximum 500 mm van de ketel.

DAIKIN EKOMB28AAV1H - BELANGRIJK - 2

text_image max. 1000 mm max. 2000 mm max. 1000 mm

DAIKIN EKOMB28AAV1H - BELANGRIJK - 3

5.10.6 Luchttoevoer vanuit de gevel en een dakuitmonding met gemeenschappelijk afvoersysteem.

Toestelcategorie: C83

Een luchttoevoer vanuit de gevel en een dakuitmonding met een gemeenschappelijk afvoersysteem is toegestaan.

DAIKIN EKOMB28AAV1H - Luchttoevoer vanuit de gevel en een dakuitmonding met gemeenschappelijk afvoersysteem. - 1

BELANGRIJK

  • De luchttoevoer in de gevel moet voorzien worden van een inlaatrooster (A).
  • Het gemeenschappelijk afvoersysteem moet voorzien worden van een trekkende afvoerkap (B).
  • Als het gemeenschappelijk afvoersysteem in de buitenlucht wordt gesitueerd, moet de afvoerleiding dubbelwandig of geïsoleerd uitgevoerd worden.

Toegestane leidinglengte

Verbrandingsgasafvoerleiding tussen het toestel en het gemeenschappelijk afvoersysteem en luchttoevoerleiding tussen het toestel en het inlaatrooster samen:

EKOMB22AAV1H100 m
EKOMB28AAV1H85 m
EKOMB33AAV1H80 m

De minimale diameters van het gemeenschappelijk afvoersysteem gebaseerd op onderdruk.

DAIKIN EKOMB28AAV1H - Toegestane leidinglengte - 1

text_image A B min.500 min.1500

Diameter rookgasafvoer

Aantal toestellenEKOMB22AAV1HEKOMB28AAV1HEKOMB33AAV1H
2110130130
3130150150
4150180180
5180200200
6200220220
7220230230
8230250250
9240270270
10260280280
11270290290
12280300300

Gemeenschappelijke verbrandingsgasafvoer

De uitmonding van de verbrandingsgasafvoer kan op een willekeurige plaats in het schuine dakvlak gemaakt worden, mits de uitmonding in het dakvlak dezelfde oriëntatie heeft als de luchttoevoer in de gevel. Bij een platdak moet de uitmonding van de verbrandingsgasafvoer in het "vrije" uitmondingsgebied gemaakt worden.

Breng een condensafvoer aan.

Opmerking

Het gemeenschappelijk afvoersysteem is in combinatie met het toestel gekeurd.

5.10.7 Dakuitmonding CLV-systeem

Toestelcategorie : C43

DAIKIN EKOMB28AAV1H - Dakuitmonding CLV-systeem - 1

BELANGRIJK

  • Een dakuitmonding door een Combinatie Luchttoevoer-Verbrandingsgasafvoersysteem (CLV-systeem) is toegestaan.
  • Voor de gemeenschappelijke verbrandingsgas-afvoerkap en luchttoevoerkap is een verklaring van geen bezwaar of een Gaskeur van het Gastec-Gasinstituut nodig.
  • De doortocht van de drukvereffeningsopening aan de onderzijde van het gemeenschappelijk luchttoevoer- en rookgasafvoer- systeem is gelijk aan 0.44 * het rookgasafvoer- oppervlak.

De gemeenschappelijke luchttoevoer en de gemeenschappelijke afvoer van de verbrandingsgassen mogen concentrisch of afzonderlijk uitgevoerd worden.

Toegestane leidinglengte

Voor parallel : Luchttoevoer- en verbrandingsgasafvoerleiding samen, exclusief de lengte van de combidoorvoer.

Voor concentrisch : Totale leidinglengte, exclusief de lengte van de combidoorvoer.

ParallelConcentrisch 60/100Concentrisch 80/125
EKOMB22AAV1H100 m10 m29 m
EKOMB28AAV1H85 m10 m29 m
EKOMB33AAV1H80 m10 m29 m

De minimale diameters van het gemeenschappelijk luchttoevoer- en rookgasafvoersysteem gebaseerd op het aanvullingsblad 2001-02 keuringseisen nr. 138 van Gastec.

DAIKIN EKOMB28AAV1H - Toegestane leidinglengte - 1

text_image min.300 min.300 A B
EKOMB22AAV1H en EKOMB28AAV1HEKOMB33AAV1H
Aantal toestellenConcentrischParallelConcentrischParallel
RGALTVRGALTVRGALTVRGALTV
2135253135214155291155246
3157295157249166311166263
4166311166263176330176279
5175328175278186349186295
6184345184292196367196311
7193362193306206386206326
8201376201318216404216342
9210393210332226423226358
10219410219347236442236374
11228427228361247463247391
12237444237375257482257407
13246461246389267500267423
14255478255404277519277439
15264494264418287538287454
16272509272431297556297470
17281526281445307575307486
18290543290459317594317502
19299560299473328614328519
20308577308488338633338535

5.10.8 Rookgasafvoer concentrisch horizontaal, vertikaal luchtomsloten door schacht

Toestelcategorie : C93

Een rookgasafvoersysteem volgens C93 (C33s) is toegestaan bij toepassing van CE goedgekeurd of het door Daikin toegeleverde afvoermateriaal. Onderstaande zaken moeten in acht genomen worden.

Algemeen

  • De rookgasafvoer in de schacht moet worden uitgevoerd d.m.v. starre buis of flexibel met een diameter van 60 of 80 mm.
  • Bij toepassing van kunststof rookgasafvoer materialen dient dit te voldoen aan de temperatuur klasse T120.
  • De verbinding tussen concentrisch horizontaal en de verticale aansluiting dient te worden ondersteund op de door de fabrikant aangegeven methode. Instructies van de fabrikant dienen correct en volledig te worden opgevolgd.
  • Indien de rookgaspijp in een bestaand kanaal moet worden geplaatst dient dit vooraf worden geïnspecteerd en indien nodig gereinigd.
  • De luchtdichtheid van de schacht dient te worden gewaarborgd.

Toegestane leidinglengte en systeemeisen

Indien gebruik gemaakt wodt van een schacht (bijv. een gemetseld schoorsteen-kanaal) als luchttoevoer is onderstaande van toepassing.

RookgafvoerpijpSchachtafmeting (mm)Max. lengte [mtr]
Diameter (mm)(star of flexibel)VierkantRond
DN 60115 x 11513511
DN 80135 x 13515529

DAIKIN EKOMB28AAV1H - Toegestane leidinglengte en systeemeisen - 1

6.1 Vullen en ontluchten van toestel en installatie

  1. Steek de steker van het toestel in een wandcontactdoos.

Het toestel kan een zelfcontrole uitvoeren: 2 (op service display). Daarna komt het toestel in de uit stand: - (op service display) en de CV-druk wordt getoond op het temperatuur display.

DAIKIN EKOMB28AAV1H - Vullen en ontluchten van toestel en installatie - 1

Bij een CV-druk lager dan 0,5 bar wordt de CV-druk knipperend op het display weergegeven. In de uit stand wordt de CV-druk weergegeven.

  1. Sluit de vulslang aan op de vul-/aftapkraan en vul de installatie met schoon drinkwater, tot een druk liggend tussen 1 en 2 bar bij een koude installatie (af te lezen op het temperatuur display).
  2. Ontlucht het toestel met de handontluchter (A). Eventueel kan er een automatische ontluchter op het toestel gemonteerd worden in plaats van de handontluchter.
  3. Ontlucht de installatie met de handontluchters op de radiatoren.
  4. Vul de CV installatie bij als de druk door het ontluchten te ver is gedaald.
  5. Controleer alle koppelingen op lekkage.
  6. Controleer of de sifon gevuld is met water.

DAIKIN EKOMB28AAV1H - Vullen en ontluchten van toestel en installatie - 2

WAARSCHUWING

Indien de sifon niet gevuld is met water kunnen verbrandingsgassen in de ruimte vrijkomen.

DAIKIN EKOMB28AAV1H - WAARSCHUWING - 1

WAARSCHUWING

Als een toevoegmiddel aan het CV-water wordt toegevoegd, moet dit geschikt zijn voor de in het toestel toegepaste materialen zoals koper, messing, roestvast staal, staal, kunststof en rubber. Het toevoegmiddel dient bij voorkeur voorzien te zijn van een KIWA -ATA-Atest keurmerk.

DAIKIN EKOMB28AAV1H - WAARSCHUWING - 1

  1. Open de hoofdkraan om het warmwatergedeelte op druk te brengen.
  2. Ontlucht de wisselaar en het leidingsysteem door een warmwaterkraan te openen. Laat de kraan open staan tot alle lucht uit het systeem is verdwenen.
  3. Controleer alle koppelingen op lekkage.

  4. Ontlucht de gasleiding met de voordrukmeetnippel (D) op het gasblok.

  5. Controleer alle koppelingen op lekkage.
  6. Controleer de voordruk en de offset druk (zie § 7.8).

DAIKIN EKOMB28AAV1H - WAARSCHUWING - 2

6.2 In bedrijf stellen van het toestel

DAIKIN EKOMB28AAV1H - In bedrijf stellen van het toestel - 1

text_image 1 2 3 4 1.8 - + A B C D

DAIKIN EKOMB28AAV1H - In bedrijf stellen van het toestel - 2

flowchart
graph TD
    A["① Task"] --> B["② Function"]
    B --> C["③ Display"]
    C --> D["④ Support"]
    D --> E["⑤ Check"]
    C --> F["⑥ Work"]
    C --> G["⑦ Update"]
    C --> H["⑧ Return"]

Uitlezing

1 Aan/uit
2 CV bedrijf of instellen maximale CV temperatuur
3 Tap bedrijf of instellen tap temperatuur
4 Gewenste temperatuur CV of tapwater in °C / druk CV water in bar / storingscode
5 Tap comfort functie eco
6 Tap comfort functie aan
7 Bedrijfscode
8 Bij storing knipperen

Bediening

A Aan/uit toets
B Tap/cv toets, voor instellen gewenste temperatuur
C - toets
D + toets
E Tap comfort functie uit / eco / aan
F Service toets / actuele temperatuur tijdens warmte vraag
G Reset toets

Nadat de voorgaande handelingen zijn uitgevoerd, mag het toestel in bedrijf gesteld worden.

  1. Druk op de knop, om het toestel in bedrijf te stellen.

De warmtewisselaar wordt opgewarmd en op het service ✝ display verschijnen 3. 4 en 7 (Afhankelijk status externe spaarschakelaar en/of OpenTherm regeling).

  1. Stel de pompstand in afhankelijk van het ingestelde maximaal vermogen en de waterzijdige weerstand van de installatie. Voor de opvoerhoogte van de pomp en het drukverlies van het toestel (zie § 7.5).
  2. Stel de kamerthermostaat hoger in dan de kamertemperatuur. Het toestel gaat nu op CV bedrijf: 5 op het service ✗ display.
  3. Stook de installatie op.
  4. Controleer het temperatuurverschil tussen de aanvoer en retour van het toestel en de radiatoren.

Dit moet ongeveer 20°C bedragen. Stel hiervoor het maximaal vermogen in op het service paneel (zie § 7.3). Stel eventueel de pompstand en/of radiatorafsluiters in. De standaard instelling van de pomp is stand 3. De minimale doorstroom hoeveelheid bedraagt:

155 l/h bij een ingesteld vermogen van 5.4 kW

510 l/h bij een ingesteld vermogen van 17,8 kW

750 l/h bij een ingesteld vermogen van 26,2 kW

1150 l/h bij een ingesteld vermogen van 40,9 kW

  1. Schakel het toestel uit.
  2. Ontlucht het toestel en de installatie na het afkoelen (zo nodig bijvullen).
  3. Controleer de verwarming en de warmwatervoorziening op de goede werking.
  4. Instrueer de gebruiker over het vullen, ontluchten en de werking van de verwarming en de warmwatervoorziening.

Opmerkingen

  • Het toestel is voorzien van een elektronische branderautomaat die de brander ontsteekt en de vlam continue bewaakt, bij iedere warmtevraag van de verwarming of van de warmwatervoorziening.
  • De circulatiepomp gaat bij iedere warmtevraag voor de verwarming draaien. De pomp heeft een nadraaitijd van 1 minuut. De nadraaitijd kan eventueel gewijzigd worden (zie § 7.3).
  • De pomp draait automatisch 1 maal per 24 uur gedurende 10 seconden om vastzitten te voorkomen. De automatische inschakeling van de pomp vindt plaats 24 uur na de laatste warmtevraag. Om het tijdstip te wijzigen dient de kamerthermostaat op het gewenste tijdstip kortstondig hoger gezet te worden.
  • Voor de warmwatervoorziening draait de pomp niet.

6.3 Buiten bedrijf stellen van het toestel

DAIKIN EKOMB28AAV1H - Buiten bedrijf stellen van het toestel - 1

VOORZICHTIG

Tap het toestel en de installatie af, als de netspanning is onderbroken en er kans is op bevriezing.

  1. Neem de steker uit de wandcontactdoos.
  2. Tap het toestel af met de vul-/aftapkraan.
  3. Tap de installatie af op het laagste punt.
  4. Sluit de hoofdkraan voor de watertoevoer van het warmwatergedeelte.
  5. Tap het toestel af door de tapwater koppelingen onder het toestel los te nemen.
  6. Ledig de sifon.

  7. Om bevriezing van de condensafvoer leiding te voorkomen, moet het toestel in een vorstvrije ruimte geïnstalleerd worden.

  8. Om bevriezing van het toestel te voorkomen is het toestel voorzien van een vorstbeveiliging. Als de temperatuur van de warmtewisselaar te laag wordt, schakelt de ketel in, tot de warmtewisselaar is opgewarmd. Als de mogelijkheid bestaat dat de installatie (of een deel daar van) kan bevriezen, moet er op de koudste plaats een (externe) vorstthermostaat op de retourleiding aangebracht worden. Deze moet volgens het bedradingschema aangesloten worden (zie § 10.2).

Opmerking

Indien een (externe) vorstthermostaat in de installatie is aangebracht en op het toestel aangesloten, is deze niet actief als het toestel op het bedieningspaneel is uitgeschakeld ( - op service → display).

7 INSTELLING EN AFREGELING

Het functioneren van het toestel is te beïnvloeden door de (parameter)instellingen in de branderautomaat. Een deel hiervan is direct via het bedieningspaneel in te stellen, een ander deel kan alleen m.b.v. de installateurscode worden aangepast.

7.1 Direct via bedieningspaneel

De volgende functies kunnen direct bediend worden.

Toestel aan/uit

M.b.v. de toets wordt het toestel in werking gezet.

Wanneer het toestel in werking is zal de groene LED boven de ①ets branden.

Wanneer het toestel uit is brandt er één balkje op de service display ( - ) om aan te geven dat er voedingsspanning aanwezig is. Tevens geeft in deze bedrijfstoestand de temperatuurdisplay de druk in de CV installatie (in bar) aan.

Zomerstand

Indien parameter q ingesteld is op een waarde ongelijk aan 0 kan met de foets ook de zomerstand worden ingeschakeld. Dit houdt in dat de CV-functie wordt uitgeschakeld maar warmwater beschikbaar blijft.

De zomerstand kan worden geactiveerd door de 0foets na het inschakelen nogmaals in te drukken. In het display verschijnt [Su], [So] of [Et]. (de vermelding in het display is afhankelijk van de instelling van parameter q)

De zomerstand kan worden uitgeschakeld door 2 keer de ①boets te drukken tot het toestel weer in bedrijfstoestand staat.

Tapcomfort

De tapcomfortfunctie kan met de tapcomfort -ets bediend worden en kent de volgende instellingen:

  • Aan: (① LED aan) De tapcomfortfunctie van het toestel is continue ingeschakeld. De warmtewisselaar wordt continue warm gehouden. Het toestel levert altijd direct warm water.
  • Eco: ( LED aan) De tapcomfortfunctie van het toestel is zelflerend. Het toestel zal zich aanpassen aan het gebruikspatroon van het warm tapwater. Hierdoor zal de warmtewisselaar gedurende de nacht, of bij lange afwezigheid, niet op temperatuur worden gehouden.
  • Uit: (Beide LED's uit.) De warmtewisselaar wordt niet warm gehouden waardoor de levering van warm tapwater even op zich laat wachten. Als er geen behoefte is aan warm tapwater of aan de directe levering hiervan dan kan de tapcomfortfunctie uitgeschakeld worden.

Resetten

Controleer aan de hand van de storingscodes onder § 8.1 de aard van de storing en los zo mogelijk de oorzaak van de storing op alvorens het toestel te resetten.

Wanneer een vergrendelende storing wordt aangegeven d.m.v. knipperende LED boven de toets en een cijfer op de display kan door het indrukken van de reset toets het toestel opnieuw gestart worden.

Instellingen van de diverse functies wijzigen:

Door de toets 2 seconden ingedrukt te houden komt u in het gebruikers instellingen menu (LED bij het cijferdisplay gaan knipperen). Door herhaald op de toets gaat telkens een andere functie LED knipperen. Wanneer de LED knippert kan de desbetreffend functie met de + en -toets ingesteld worden. De ingestelde waarde wordt op het display getoond.

Met de aan/uit toets wordt het instel menu afgesloten en worden de wijzigingen niet opgeslagen.

Met de reset 1oets wordt het instel menu afgesloten en worden de wijzigingen opgeslagen.

Wanneer gedurende 30 seconden geen toets wordt ingedrukt, wordt het instelmenu automatisch afgesloten en worden de wijzigingen opgeslagen.

Maximum CV aanvoertemperatuur

Druk op de toets tot de LED bij gaat knipperen.

Stel met de ten teets de temperatuur in tussen 30°C en 90°C (standaard instelling 80°C).

Tapwater temperatuur

Druk op de toets tot de LED bij gaat knipperen.

Stel met de ten toets de temperatuur in tussen 40°C en 65°C (standaard instelling 60°C).

7.2 Parameter instellingen via de servicecode

De parameters van de branderautomaat zijn in de fabriek ingesteld volgens onderstaande tabel.

Deze parameters kunnen alleen met de servicecode gewijzigd worden. Ga als volgt te werk om het programmageheugen te activeren:

  1. Druk gelijktijdig op de ♦ en ⏻ toets, tot een Ⓗ verschijnt op het servicedisplay en een Ⓗ op het temperatuurdisplay.
  2. Stel met de + toets 75 (servicecode) in op het temperatuurdisplay.
  3. Stel met de toets de in te stellen parameter in op het servicedisplay.
  4. Stel met de + en — toets de parameter in op de gewenste waarde (zichtbaar) op het temperatuurdisplay.
  5. Druk, nadat alle gewenste veranderingen zijn ingegeven, de ↑ toets in totdat P op het servicedisplay verschijnt.
    De branderautomaat is nu opnieuw geprogrammeerd.

Opmerking

Door de Ⓐ toets in te drukken gaat men uit het menu zonder de parameterwijzigingen op te slaan.

Voorbeeld: Wijzigen van de ketel van kombi werking naar 'alleen warmwater'

  1. Druk gelijktijdig op de ♦ en ⬆ toets.
  2. Ga met de de + toets naar 15.
  3. Druk 1 x op de toets. Op het display verschijnt 0 en 1.
  4. Wijzig met de toets de 0 in 2.
  5. Druk op de ↑ toets in totdat P verschijnt.
  6. De wijziging is doorgevoerd. Het toestel zal alleen reageren op een warmwater vraag.

7.3 Parameters

ParameterInstellingEKOMB*AAV1HBeschrijving
222833
0Servicecode [15]---Toegang tot installateurinstellingen, de servicecode moet ingegeven worden (=15)
1Installatietype0000= Kombi1= solo EKOMB**AAV1H + externe boiler2= enkel tapwater3= enkel verwarmen
2CV-pomp continue0000= alleen pomp nadraaien1= pomp continue actief2 - 5 = niet actief
3Ingesteld maximaal CV-vermogen707070Instelbereik ingestelde waarde parameter c tot 85%
3.Maximum capaciteit modulerende CV-pomp808080Instelbereik ingestelde waarde parameter c. tot 100%
4Ingesteld maximaal WW-vermogen999999Instelbereik ingestelde waarde parameter d tot 100% (=99 + 1x + )
5Min. aanvoertemperatuur van de stooklijn252525Instelbereik 10°C tot ingestelde waarde parameter 5
5.Max. instelwaarde aanvoertemperatuur via bedieningspaneel909090Instelbereik 30°C tot 90°C
6Min. buitentemperatuur van de stooklijn-7-7-7Instelbereik -30 tot 10°C
7Max. buitentemperatuur van de stooklijn252525Instelbereik 15°C tot 30°C
8CV-pomp nadraaitijd na CV-bedrijf111Instelbereik 0 tot en met 15 minuten
9CV-pomp nadraaitijd na boiler-bedrijf111Instelbereik 0 tot en met 15 minuten(n.v.t. voor Kombi toestel)
AStand driewegklep of afsluiter MIT0000= tijdens CV-bedrijf bekrachtigd1= tijdens WW-bedrijf bekrachtigd en rust2= driewegklep in stand CV indien toestel niet in rust3= zone-regeling4 en hoger = niet actief
bBooster110Niet actief
CStappenmodulatie1110= stappenmodulatie tijdens CV-bedrijf uit1= stappenmodulatie tijdens CV-bedrijf aan
cMinimaal toerental CV303030Instelbereik 20 - 50%
c.Minimum capaciteit modulerende CV-pomp404040Instelbereik 15 tot ingestelde waarde par. 3.
dMinimaal toerental WW252525Instelbereik 20 - 50%
EMin. aanvoertemperatuur bij OT (OpenTherm) of RF thermostaat303030Instelbereik 10 – 60°C
E.Reactie OT en RF kamerthermostaat1110= warmtevraag niet beantwoorden indien gevraagde temperatuur lager is dan ingestelde waarde par. E1= warmtevraag beantwoorden met minimale aanvoer-temperatuur begrensd op ingestelde waarde par. E2= warmtevraag beantwoorden met maximaal ingestelde aanvoertemperatuur (aan/uit functie)3= Low load gecontroleerd door Open Therm thermostaat ingeschakeld
FStarttoerental CV707070Instelbereik 40 – 99% van het ingestelde maximum toerental
F.Starttoerental WW707070Instelbereik 40 – 99% van het ingestelde maximum toerental
hMax. toerental ventilator (* 100 rpm)454646Instelbereik 40 – 50 (EKOMB22AAV1H, EKOMB28AAV1H en EKOMB33AAV1H)M.b.v. deze parameter kan het maximum toerental ingesteld worden
JCLV overdruk---Niet van toepassing
LLegionella preventie000Niet actief (alleen voor toestel met externe boiler)
nRegeltemperatuur tijdens boiler-bedrijf (Ta)858585Instelbereik 60°C - 90°C
n.Warmhoudtemperatuur bij Comfort/Eco000Instelbereik : 0 of 40°C – 60°C0 = warmthoudtemperatuur is gelijk aan tapwatertemperatuur
O.Wachttijd CV-vraag beantwoording000Instelbereik 0 – 15 minuten
oWachttijd CV-bedrijf na WW-bedrijf000Instelbereik 0 – 15 minuten
o.Aantal Ecodagen333Instelbereik 0,1 tot 10 dagen0 = Comfort functie controleerbaar door Open Therm thermostaat1 – 10 aantal eco dagen
PAntipendeltijd tijdens CV-bedrijf555Minimale uitschakeltijd op CV-bedrijfInstelbaar 0 - 15 minuten
P.Referentiewaarde tapwater24303624 = EKOMB22AAV1H30 = EKOMB28AAV1H36 = EKOMB33AAV1H
qZomerstand0000 = Geen zomerstand instelbaar via de Nbets1 = Zomerstand instelbaar via Nbets(code in display : Su)2 = Zomerstand instelbaar via Nbets(code in display : So)3 = Zomerstand instelbaar via Nbets(code in display : Et)
rStooklijn verschuiving coëfficiënt000Niet actief

7.4 Instellen maximaal CV-vermogen

Het maximaal CV-vermogen wordt in de fabriek ingesteld op 70%. Als er voor de CV-installatie meer of minder vermogen nodig is, kan het maximaal CV-vermogen gewijzigd worden door het toerental van de ventilator te wijzigen. Zie tabel: Instelling CV-vermogen.

Deze tabel geeft de relatie weer tussen het toerental van de ventilator en het toestelvermogen.

Gewenst CV-vermogen in kW (ca.)Instelling op service display(in % maximaal toerental)
EKOMB*AAV1H
222833
17,822,626.2± 83
14,819,122,070
12,716,419,060
10,613,715,950
8,311,012,740
6,48,39,630
5,46,97,025

Let op:

Het vermogen tijdens het branden wordt langzaam verhoogd en wordt verlaagd zodra de ingestelde aanvoertemperatuur wordt bereikt (modulatie op Ta).

7.5 Instellen pompstand

De EKOMB*AAV1H CV-ketels zijn voorzien van een modulerende A-klasse pomp welke op basis van het geleverd CV-vermogen moduleert. De minimale en maximale capaciteit van de pomp kan met de parameters 3. en c. worden aangepast. Zie ook § 7.2.

De ingestelde waarde van parameter 3. (max. pompstand) is het percentage van de maximale pomp capaciteit en is gekoppeld aan het ingesteld maximaal CV-vermogen zoals ingesteld met parameter 3

De ingestelde waarde van parameter c. (min. pompstand) is gekoppeld aan het minimaal CV-vermogen zoals ingesteld met parameter c

Indien de CV-belasting moduleert tussen de minimale en maximale waarde zal de pompcapaciteit evenredig mee moduleren.

Drukverlies grafiek toestel CV-zijdig

A. EKOMB22AAV1H
B. EKOMB28AAV1H
C. EKOMB33AAV1H

7.6 Weersafhankelijke regeling

Bij het aansluiten van een buitenvoeler wordt de aanvoertemperatuur automatisch geregeld afhankelijk van de buitentemperatuur, volgens de ingestelde stooklijn.

De maximale aanvoertemperatuur (T max) wordt ingesteld via het temperatuurdisplay. Indien gewenst kan de stooklijn met de servicecode gewijzigd worden (zie §7.3).

Stooklijn grafiek

X. T buiten in °C
Y. T aanvoer in °C

A. Fabrieksinstelling

7.7 Ombouw naar andere gassoort

DAIKIN EKOMB28AAV1H - Ombouw naar andere gassoort - 1

VOORZICHTIG

Werkzaamheden aan gasvoerende delen mogen uitsluitend door een erkend installateur uitgevoerd worden.

Als op het toestel een ander gassoort wordt aangesloten dan waarvoor het toestel door de fabrikant is afgesteld dient de gasdoseerring vervangen te worden. Ombouw sets t.b.v. andere gassoorten zijn op bestelling leverbaar.

Ombouwen van de doseerring

  1. Schakel de ketel uit en neem de steker uit het stopcontact.
  2. Sluit de gaskraan.
  3. Verwijder het frontpaneel van het toestel.
  4. Neem de koppeling (A) boven het gasblok los en draai de gasmengbuis (B) naar achteren.
  5. Vervang de O-ring (C) en de gasdoseerring (D) door de ringen van de ombouwset.
  6. In omgekeerde volgorde weer opbouwen.
  7. Open de gaskraan.
  8. Controleer de gaskoppelingen voor het gasblok op dichtheid.
  9. Plaats de steker in de wandcontactdoos en schakel de ketel in.
  10. Controleer de gaskoppelingen na het gasblok op dichtheid (tijdens bedrijf).
  11. Controleer nu de afstelling van de gas/luchtverhouding (zie § 7.9).
  12. Plak een sticker ingestelde gassoort over de bestaande sticker bij het gasblok.
  13. Plak een sticker ingestelde gassoort bij de typeplaat.
  14. Monteer het frontpaneel van het toestel.

7.8 Gas/luchtregeling

De gas/luchtregeling is in de fabriek ingesteld en behoeft in principe geen aanpassingen.

De afstelling kan gecontroleerd worden door het CO _2 percentage in de verbrandingsgassen te meten of door een drukverschil meting.

Bij een eventuele ontregeling, vervanging van het gasblok of ombouw naar een ander gassoort moet de regeling gecontroleerd en zonodig ingesteld worden volgens onderstaande tabel.

GassoortAardgasPropaan
Gascategorie2E/H G203P / G31
CO2% op Laagstand (L) (en —)Met geopende mantelZie § 7.9
CO2% op Hoogstand (H) (en + 2x)Met geopende mantelZie § 7.9
Gasvoordruk (mbar)20 mbar30/37/50 mbar
GasdoseerringAardgasPropaan
EKOMB22AAV1H600480
EKOMB28AAV1H, EKOMB33AAV1H655525

DAIKIN EKOMB28AAV1H - Gas/luchtregeling - 1

VOORZICHTIG

CO 2 controle dient met geopende mantel plaats te vinden. Met gesloten mantel kan het CO 2 % hoger zijn dan de in bovenstaande tabel vermelde waarden.

DAIKIN EKOMB28AAV1H - VOORZICHTIG - 1

text_image A B C D

7.9 Afstellen gas/luchtregeling

De CO 2 - instelling is ingesteld in de fabriek en heeft in principe geen aanpassingen nodig. De instelling kan worden gecontroleerd door het CO 2 percentage in de verbrandingsgassen te meten. In geval van een mogelijke storing van de aanpassing, moet de vervanging van de gasklep of de omzetting naar een ander gastype worden gecontroleerd en indien nodig ingesteld volgens de onderstaande instructies. Controleer altijd het CO _2 percentage wanneer het deksel open staat.

7.9.1 De CO 2 instelling controlleren

1 Schakel de gasboiler uit met de Ⓐ knop. - verschijnt op het servicedisplay.
2 Verwijder het voorpaneel van de gasboiler.
3 Verwijder de afdekkap van het monsterpunt (X) en voer een geschikte schoorsteengasanalysesonde in.

DAIKIN EKOMB28AAV1H - De CO 2 instelling controlleren - 1

BELANGRIJK

Zorg dat de opstartprocedure van het analyseapparaat is voltooid alvorens de sonde in het monsterpunt te steken.

DAIKIN EKOMB28AAV1H - BELANGRIJK - 1

text_image X Y

DAIKIN EKOMB28AAV1H - BELANGRIJK - 2

BELANGRIJK

Laat de gasboiler stabiel draaien. Er kunnen foute metingen voorkomen indien de meetsonde wordt aangesloten vooraleer de gasboiler stabiel draait.

4 Schakel de gasboiler in met de ①hop en creëer een verzoek voor ruimteverwarming.
5 Selecteer de instelling Hoog door tweemaal tegelijk de knoppen en in te drukken. Er verschijnt een hoofdletter "H" op het servicedisplay. De gebruikersinterface geeft symbool Bezig weer. Voer GEEN test uit wanneer kleine letter "h" wordt weergegeven. Als dit het geval is druk dan opnieuw en in
6 Laat de uitleeswaarden zich stabiliseren. Wacht minstens 3 minuten en vergelijk het CO _2 -percentage met de waarden in de onderstaande tabel.

CO2-waarde bij maximumvermogenAardgas G20 (20 mbar)Aardgas G25 (25 mbar)Alleen in België)Propaan G31 (30/37/50 mbar)
Maximumwaarde9,68,310,8
Minimumwaarde8,47,39,8

7 Noteer het CO₂ percentage bij maximumvermogen. Dit is belangrijk met betrekking tot de volgende stappen.

DAIKIN EKOMB28AAV1H - BELANGRIJK - 1

BELANGRIJK

Het is NIET mogelijk om het CO 2 percentage aan te passen wanneer het testprogramma wordt uitgevoerd. Wanneer het CO 2 percentage afwijkt van de waarden in de bovenstaande tabel, neem dan contact op met uw lokale serviceafdeling.

8 Selecteer de instelling Laag door eenmaal tegelijk de knoppen en □—□ in te drukken. "L" verschijnt op het servicedisplay. De gebruikersinterface geeft symbool Bezig weer.
9 Laat de uitleeswaarden zich stabiliseren. Wacht minstens 3 minuten en vergelijk het CO2-percentage met de waarden in de onderstaande tabel.

CO2-waarde bij minimumvermogenAardgas G20 (20 mbar)Aardgas G25 (25 mbar) (allen in België)Propaan G31 (30/37/50 mbar)
Maximumwaarde(a)
Minimumwaarde8,47,49,4

(a) CO _2 -waarde bij maximumvermogen geregistreerd bij instelling Hoog.

10 Als het CO₂-percentage bij maximum en minimumvermogen zich binnen het bereik vermeld in de bovenstaande tabellen bevindt, is de CO₂instelling van de ketel correct. Indien NIET, pas de CO₂-instelling dan aan volgens de instructies in het onderstaande hoofdstuk.
11 Schakel het apparaat uit door op de knop Ⓐ te drukken en zet het monsterpunt terug op zijn plaats. Zorg dat deze gasdicht is.
12 Zet het voorpaneel terug op zijn plaats.

DAIKIN EKOMB28AAV1H - BELANGRIJK - 1

VOORZICHTIG

Werken aan gasgeleidende onderdelen mogen ALLEEN worden uitgevoerd door een gekwalificeerd, competent persoon.

7.9.2 De CO _2 instelling aanpassen

DAIKIN EKOMB28AAV1H - De CO _2 instelling aanpassen - 1

BELANGRIJK

Pas alleen de CO₂ instelling aan wanneer u het eerst hebt gecontroleerd en zeker bent dat aanpassing noodzakelijk is. Er mag geen aanpassing aan de gasklep worden uitgevoerd zonder voorafgaande toestemming van uw Plaatselijke Daikin verdeler. In België mag de gasklep NIET worden aangepast en/of de zegel verwijderd of verbroken worden. Neem contact op met uw verdeler.

1 Verwijder de dop (A) die de afstelschroef afdekt.
2 Draai de schroef (B) om het CO₂-percentage te verhogen (rechtsom) of te verlagen (linksom). Zie de onderstaande tabel voor de gewenste waarde.

Gemeten waarde bij maximum-vermogenInstelwaarden CO2 (%) bij minimumvermogen (voorste deksel geopend)
Aardgas 2H (G20, 20 mbar)Propaan 3P (G31,30/50/37 mbar)
10,8-10,5±0,1
10,610,3±0,1
10,410,1±0,1
10,29,9±0,1
109,8±0,1
9,89,6±0,1
9,69,0±0,1-
9,48,9±0,1
9,28,8±0,1
9,08,7±0,1
8,88,6±0,1
8,68,5±0,1

3 Plaats na het meten van het CO _2 -percentage en de aanpassing van de instelling het afdekdopje en het monsterpunt terug op hun plaats. Zorg dat ze gasdicht zijn.
4 Selecteer de instelling Hoog door tweemaal tegelijk de knoppen en + in te drukken. Er verschijnt een hoofdletter op het servicedisplay.
5 Meet het CO₂-percentage. Als het CO₂-percentage nog steeds afwijkt van de waarden in de tabel die het CO₂-percentage bij maximumvermogen aangeeft, neem dan contact op met uw plaatselijke verdeler.
6 Druk tegelijk op + en - om het testprogramma te verlaten.
7 Zet het voorpaneel terug op zijn plaats.

DAIKIN EKOMB28AAV1H - BELANGRIJK - 1

8.1 Laatste storing tonen

Breng het toestel met de ① toets in de uit-stand en druk de ② toets in.

De rode storings-LED brandt continue, en de laatste storingscode wordt knipperend op het temperatuursdisplay getoond.

Indien het toestel nog nooit een vergrendelende storing heeft gedetecteerd, wordt geen code getoond.

De laatste vergrendelende storing kan gewist worden door tijdens het indrukken van de toets de — toets kort in te drukken.

8.2 Storingscodes

Als de storings-LED knippert detecteert de branderautomaat een fout. Op het temperatuur display wordt een storingscode weergegeven.

Als de storing is verholpen kan de branderautomaat opnieuw gestart worden door op de reset wets te drukken.

De volgende fouten worden onderscheiden:

Temperatuur displayOmschrijvingMogelijke oorzaak/oplossing
Toestel staat uit.
10, 11, 12, 13, 14Sensorfout S1Lucht in de installatie. Ontlucht ketel en cv-installatie.Controlleer de bevestiging van klem ntc om de warmwaterbuis.Controlleer bedrading op breuk.Vervang S1.
20, 21, 22, 23, 24Sensorfout S2Controleer bedrading op breuk.Vervang S2.
0Sensorfout na zelf controleVervang S1 en/of S2.
1Temperatuur te hoogLucht in installatie. Ontlucht ketel en cv-installatie.Pomp draait niet. Steek met een schroevendraaier in de gleuf van de as van de pomp en draai de as. Controleer de bedrading tussen de pomp en de branderautomaat.Te weinig doorstroming in installatie, radiatoren dicht, pompstand te laag.
2Verwisseling S1 en S2Controleer kabelboom.Vervang S1 of S2.
4Geen vlamsignaalGaskraan dicht.Gasvoordruk te laag of valt weg.Condensafvoer verstopt.Controlleer ontsteekunit en ontsteekkabel.Geen of niet goede ontsteekafstand.Gasblok of ontsteek unit krijgt geen spanning.Controlleer aarding.
5Slecht vlamsignaalCondensafvoer verstopt.Gasvoordruk te laag of valt weg.Controlleer ontsteekunit en ontsteekkabel.Afstelling gasblok controleren.Controlleer aarding.Controlleer luchttoevoer en rookgasafvoer i.v.m. mogelijke recirculatie van rookgassen.
6Vlam detectie foutVervang ontsteekkabel + bougiedop.Vervang ontsteekunit.Vervang branderautomaat.
8Ventilatortoerental niet juistVentilator loopt aan tegen mantel isolatie.Bedrading tussen ventilator en mantel.Controlleer bedrading op slecht contact draad.Controlleer en/of vervang ventilator.Vervang branderautomaat.
27Kortsluiting buitenvoelerControleer de bedrading van de buitenvoeler.Vervang buitenvoelerBranderautomaat is ongeschikt voor deze toepassing.Vervang branderautomaat voor de juiste versie.
29,30Gasklep relais defectVervang branderautomaat.

DAIKIN EKOMB28AAV1H - Storingscodes - 1

Vervang defecte onderdelen uitsluitend voor de originele Daikin onderdelen.

Het niet of onjuist monteren van de sensoren S1 en/of S2 kan leiden tot ernstige schade.

8.3 Overige storingen

eekt luidruchtig

DAIKIN EKOMB28AAV1H - eekt luidruchtig - 1

flowchart
graph TD
    A["Mogelijke oorzaken: Voordruk te hoog."] -->|Nee ↓| B["Onjuiste ontsteekafstand."]
    B -->|Nee ↓| C["Gas-luchtregeling niet goed ingeregeld."]
    C -->|Nee ↓| D["Zwakke vonk."]
    E["Oplossing: Mogelijk is de huisdrukregelaar defect. Neem contact op met het energiebedrijf"] --> F["Ja → Controleer de ontsteekpenafstand. Vervang de ontsteekpen."]
    F --> G["Ja → Controleer de afstelling, zie Gas- luchtregeling."]
    G --> H["Ja → Controleer de ontsteekafstand. Controleer en/of vervang de ontsteekkabel. Vervang de ontsteekunit op het gasblok. Vervang de ontsteekpen."]

DAIKIN EKOMB28AAV1H - eekt luidruchtig - 2

text_image Controlemal ontsteekpenpositie Art.nr. 074617 Pen moet mal raken. Pen mag mal niet raken.

ieert

DAIKIN EKOMB28AAV1H - ieert - 1

flowchart
graph TD
    A["Mogelijke oorzaken: Voordruk te laag."] -->|Nee ↓| B["Recirculatie verbrandingsgassen."]
    B -->|Nee ↓| C["Gas- luchtregeling niet goed ingeregeld."]
    C -->|Nee ↓| D["Branderpakking defect"]
    D -->|Nee ↓| E["Brander defect"]

    F["Oplossing: Mogelijk is de huisdrukregelaar defect. Neem contact op met het gasbedrijf."] --> G["Na ➔"]
    H["Controleer de verbrandingsgasafvoer en luchttoevoer."] --> I["Na ➔"]
    J["Controleer de afstelling, zie gas-luchtregeling."] --> K["Na ➔"]
    L["Vervang de branderpakking."] --> M["Na ➔"]
    N["Vervang de brander."] --> O["Na ➔"]

ing (CV)

Mogelijke oorzaken:Oplossing:
Het service display geeft een balkje ( - ) weer. De ketel staat uit.Ja ➔Schakel de ketel in m.b.v. de 10ets.
Nee ↓
Kamerthermostaat/weersafhankelijke regeling niet gesloten of defect.Ja ➔Controleer de bedrading. Controleer OpenTherm en Aan/uit aansluiting van het toestel Vervang de thermostaat. Vervang de weersafhankelijke regeling.
Nee ↓
Pomp draait niet. Display geeft 80 en 1 weer.Ja ➔Controleer de spanning. Controleer connector X2. Steek met een schroevendraaier in de gleuf van de as van de pomp en draai de as. Vervang defecte pomp.
Nee ↓
Geen spanning (24 V).Ja ➔Vervang defecte automaat. Controleer de bedrading volgens het schema. Controleer de connector X4. Vervang de defecte automaat.
is verminderd
Mogelijke oorzaken:Oplossing:
Op hoog toerental is het vermogen met meer dan 5% afgenomen.Ja ➔Controleer toestel, sifon en afvoersysteem op vervuiling. Reinig toestel, sifon en afvoersysteem.
p temperatuur
Mogelijke oorzaken:Oplossing:
Waterdruk in installatie is te laagJa ➔Vul de installatie bij.
Nee ↓
Instelling kamerthermostaat niet in orde.Ja ➔Controleer de instelling en pas deze eventueel aan: Instellen op 0,1 A.
Nee ↓
Temperatuur is te laag ingesteld.Ja ➔Verhoog de CV-temperatuur Zie Bedrijf CV. Indien een buitenvoeler aanwezig is: Controleer de buitenvoeler op kortsluiting: hef deze op.
Nee ↓
Pomp draait niet goed. Pompstand is te laag.Ja ➔Verhoog de pompstand, of vervang de pomp.
Nee ↓
Geen doorstroming in de installatie.Ja ➔Controleer of er doorstroming is: er moeten minimaal 2 of 3 radiatoren open staan.
Nee ↓
Het ketelvermogen is niet goed ingesteld voor de installatie.Ja ➔Pas het vermogen aan. Zie Instelling maximaal CV-vermogen.
Nee ↓
Geen warmte overdracht door vervuiling in de wisselaar/installatieJa ➔Spoel de wisselaar/installatie CV-zijdig.
ter (WW)
Mogelijke oorzaken:Oplossing:
Het service display geeft niets aan..Ja ➔Controleer of de stekker in het contact zit.
Nee ↓
Het service display geeft niets aan.Ja ➔Controleer de zekering. Zie electrisch schema §10.1
Nee ↓
Flow sensor is defect.Ja ➔Vervang de flow sensor.
Nee ↓
Tapflow < 1,5 l/min.Ja ➔Verhoog de tapflow.
Nee ↓
Geen spanning op de stromingsschakelaar (5V DC).Ja ➔Controleer de bedrading volgens het schema..
Nee ↓

DAIKIN EKOMB28AAV1H - ieert - 2

flowchart
graph TD
    A["S3 defect."] -->|Nee ↓| B["De douchemengkraan is defect"]
    C["Vervang S3."] --> D["Ja →"]
    E["De mengkraan laat alleen koud water door Hierdoor blijft de tapflow door de ketel onder de 1,5. l/min. Vervang de mengkraan."] --> F["Ja →"]

)mt niet op temperatuur

Mogelijke oorzaken:

Tapflow te hoog.

Nee ↓

CV-installatie wordt tijdens tappen warm

Ja →

Oplossing/oorzaak:

Reduceer de tapflow. Controleer doseerschijf (EKOMB22AAV1H en EKOMB28AAV1H)

Ja →

Ongewenste circulatie in het cv-circuit door thermosifonwerking of tweede pomp in het cv-circuit. Plaats een keerklep ingeval van thermosifonwerking of een tweewegklep ingeval van een tweede pomp.

Instelling warmwater temperatuur te laag.

Nee ↓

Onvoldoende warmte overdracht door kalk of vervuiling in de CV-ketel tapwaterzijdig.

Ja →

Verhoog de warmwater temperatuur, zie § 7.1.

Ja →

Ontkalk of spoel de CV-ketel tapwaterzijdig.

CV-installatie blijft ongewenst warm

Mogelijke oorzaken:

Kamerthermostaat/weersafhankelijke regeling defect of kort gesloten.

Nee ↓

CV-installatie wordt opgewarmd door middel van Tapcomfort. Het servicedisplay geeft regelmatig code 7 weer.

Ja →

Oplossing/oorzaak:

Controleer de bedrading.

Controleer OpenTherm en Aan/uit aansluiting van het toestel Vervang de thermostaat.

Vervang de weersafhankelijke regeling.

Ja →

Ongewenste circulatie in het cv-circuit door thermosifonwerking of tweede pomp in het cv-circuit. Plaats een keerklep ingeval van thermosifonwerking of een tweewegklep ingeval van een tweede pomp.

8.3.9 A-label pomp LED knippert afwisselend rood/groen

Mogelijke oorzaken:

Te hoge of te lage netspanning.

Nee ↓

Temperatuur pomp is te hoog.

Ja →

Oplossing:

Controleer de netspanning.

Ja →

Controleer de water- en omgevingstemperatuur.

8.3.10 A-label pomp LED knippert rood

Mogelijke oorzaken:

Pomp gestopt.

Ja →

Oplossing:

Reset de pomp door het toestel minimaal 20 seconden met de aan/uit knop ①it te zetten (let op: indien pomp op continue is ingesteld kan de pomp alleen worden gereset door de steker uit het stopcontact te nemen). Vervang de pomp.

9 ONDERHOUD

Het toestel en de installatie dienen elk jaar door een erkend installateur gecontroleerd en zo nodig gereinigd te worden.

DAIKIN EKOMB28AAV1H - ONDERHOUD - 1

VOORZICHTIG

Werkzaamheden aan gasvoerende delen mogen uitsluitend door een erkend installateur uitgevoerd worden.

Controleer na werkzaamheden alle rookgasvoerende delen op dichtheid.

Wanneer het toestel zojuist in bedrijf is geweest kunnen sommige onderdelen heet zijn.

DAIKIN EKOMB28AAV1H - VOORZICHTIG - 1

  1. Schakel het toestel uit met de toets.
  2. Neem de steker uit de wandcontactdoos.
  3. Sluit de gaskraan.
  4. Open de displayklep en draai de twee schroeven links en rechts naast de display los en demonteer het frontpaneel.
  5. Wacht tot het toestel is afgekoeld.
  6. Draai de wartelmoer onderaan de rookgaskoker linksom los.
  7. Schuif de rookgaskoker met een linksomdraaiende beweging naar boven (1) tot de onderkant van de pijp boven de aansluiting van de condensafvoerbak is gekomen. Trek de onderkant van de pijp naar voren (2) en neem de pijp linksom draaiend naar onder toe weg (3).
  8. Til de condensafvoerbak aan de linkerkant uit de aansluiting van de sifon (4) en draai hem naar rechts met de sifon aansluiting over de rand van de onderbak (5). Duw de condensafvoerbak aan de achterkant naar beneden van de aansluiting op de warmtewisselaar (6) en neem hem uit het toestel.
  9. Neem de connector van de ventilator en de ontsteekunit van het gasblok.
  10. Neem de koppeling onder het gasblok los.
  11. Schroef de borstbouten (inbus) van het voordeksel los en neem dit compleet met gasblok en ventilator naar voren toe weg (let op dat de brander, isolatieplaat, gasblok, gasleiding en de ventilator niet beschadigen). Leg de afgenomen voordeksel met de voetsteunen horizontaal op een vlakke ondergrond.
  12. De brander en de geïntegreerde isolatieplaat behoeven geen onderhoud (niet te worden gereinigd). Gebruik derhalve nooit een borstel of perslucht om deze onderdelen te reinigen, zodat het ontwikkelen van stof wordt vermeden.

DAIKIN EKOMB28AAV1H - VOORZICHTIG - 2

  1. Demonteer de stuwstrippen die dwars in de lamellen van de warmtewisselaar zijn geplaatst.

  2. Reinig de stuwstrippen en de lamellen van de warmtewisselaar van boven naar beneden met een borstel of stofzuiger.

  3. Reinig de onderzijde van de warmtewisselaar.
  4. Reinig de condensafvoerbak met water.
  5. Reinig de sifon met water.
  6. Reinig de binnen- en onderkant van de voorplaat met een zachte borstel.

DAIKIN EKOMB28AAV1H - VOORZICHTIG - 3

VOORZICHTIG

De geïntegreerde isolatieplaat en branderpakking bevatten ceramische vezels.

DAIKIN EKOMB28AAV1H - VOORZICHTIG - 1

Vervang bij onderhoud de afdichtring voorplaat.

Controleer bij het monteren de overige afdichtingen op beschadigingen, verharding, (haar)scheuren en/of verkleuringen. Plaats waar nodig een nieuwe afdichting. Controleer tevens de juiste positionering.

Het niet of onjuist monteren van de stuwtrippen kan leiden tot ernstige schade.

  1. Plaats de stuwstrippen in de warmtewisselaar.
  2. Controleer dat tussen de flens van de borstbout en de voorplaat een dunne laag keramisch vet aanwezig is. Als geen of onvoldoende vet aanwezig is moet dit alsnog worden aangebracht (zie afbeelding).
  3. Let op: Vervang de afdichtring rondom de voorplaat. Reinig de afdichtringkamer met een zachte borstel en zorg dat de nieuwe o-ring rondom goed wordt aangedrukt. Voorkom rekken of scheuren. Plaats de voorplaat op de warmtewisselaar en bevestig deze met de speciale borstbouten (inbus). Zorg dat de o-ring bij het plaatsen van de voorplaat goed op zijn plek blijft zitten. Draai de borstbouten gelijkmatig kruislings handvast aan (10 - 12 Nm). Zie voor de volgorde van het aandraaien de afbeelding.
    N.B. De afgebeelde voorplaat is voorzien van 11 borstbouten (EKOMB28AAV1H, EKOMB33AAV1H). De voorplaat van de EKOMB22AAV1H is voorzien van 9 borstbouten.
  4. Draai de branderboutjes gelijkmatig kruislings handvast aan.
  5. Monteer de gaskoppeling onder het gasblok.
  6. Monteer de connector op de ventilator en de ontsteekunit op het gasblok.
  7. Monteer de condensafvoerbak door deze met de sifon aansluiting nog voor de onderbak, op de afvoerstomp van de wisselaar te schuiven (1). Draai de condensafvoerbak daarna naar links (2) en druk deze naar beneden in de sifon aansluiting (3). Let er op dat daarbij de achterzijde van de condensafvoerbak op de nok achterin de onderbak (A) komt te rusten.
  8. Vul de sifon met water en monteer deze op de aansluiting onder de condensafvoerbak.
  9. Schuif de rookgaskoker naar links draaiend met de bovenkant om de rookgasadapter in het bovendeksel.
  10. Steek de onderkant in de condensafvoerbak, sleep de afdichtring naar beneden en draai de wartelmoer rechtsom vast.
  11. Open de gaskraan en controleer de gaskoppelingen onder het gasblok en op de montagebeugel op lekkage.
  12. Controleer de CV- en de waterleidingen op lekkage.
  13. Stop de steker in de wandcontactdoos.
  14. Stel het toestel in bedrijf met de ①bets.
  15. Controleer het voordeksel, de verbinding van de ventilator op het voordeksel en de rookgasafvoer onderdelen op lekkage.
  16. Controleer de gas-luchtregeling (zie § 7.8) en controleer de gaskoppeling op het gasblok op dichtheid.
  17. Monteer de mantel en draai de twee schroeven links en rechts naast de display vast, sluit de displayklep.
  18. Controleer de verwarming en de warmwatervoorziening op een goede werking.

DAIKIN EKOMB28AAV1H - VOORZICHTIG - 2

Overige gegevens
Gasverbruik G25 (1)m3/h0,67 – 2,650,85 – 3,360,86 – 3,93
Gasverbruik G20 (1)m3/h0,58 – 2,290,74 – 2,910,75 – 3,39
Gasverbruik G31 (1)m3/h0,22 – 0,870,28 – 1,110,28 – 1,29
Drukverlies toestel (CV)mH2OZie § 7.5
Max. rookgastemperatuur warm tapwater°C909090
Massadebiet rookgas G20 (max)g/s10,313,014,9
Beschikbare ventilatordrukPa757575
NOx-klasse666
NOxmg/kWh334434
P1, bij 30% nominale toevoer (30/37)kW6,07,78,9
P4, nominale uitlaat (80/60)kW17,822,826,3
η 1, Efficiëntie bij P1%96,497,197,7
η 4, Efficiëntie bij P4%85,986,686,9
Warmteverlies in stand-by, Pstby0,0370,0370,038
Dagelijks brandstofverbruik voor warm tapwater, QfuelkWh14,69123,4523,393
Dagelijks elektriciteitsverbruik voor warm tapwater, QeleckWh0,0640,0750,074
Elektrische gegevens
NetspanningV230
VeiligheidsklasseIPIPX4D (B23, B33 = IP20)
Opgenomen vermogen: vollastW80
Opgenomen vermogen: standbyW2
Aanvullend elektriciteitsverbruik bij volledige lading (elmax)kW0,0350,0350,035
Aanvullend elektriciteitsverbruik bij deellast (elmin)kW0,0150,0150,015
Aanvullend elektriciteitsverbruik in stand-by stand (Psb)kW0,0020,0020,002
Inbouwmaten en gewicht
Hoogtemm590650710
Breedtemm450
Dieptemm240
Gewichtkg303336
Gassoort (1) (EN 15502)B23; B33; C13x; C33x; C43x; C53x; C63x; C83x: C93x
Land van bestemmingToestelcategorie (EN437)Gassoort (1) en aansluitdruk (EN 437)
ITII2H3PG20, 20 mbar, G31: 37 mbar
FRII2Esi3PG20, 20 mbar, G25: 25 mbar, G31: 37 mbar
BEI2E(S)G20, 20 mbar, G25: 25 mbar
PLII2E3PG20, 20 mbar, G31: 37 mbar
GRII2H3PG20, 20 mbar, G31: 37 mbar
PTII2H3PG20, 20 mbar, G31: 37 mbar

(1) G20-Aardgas E/H
G25 - Aardgas LL/L
G31 – Vloeibaar gas Propaan

LeverancierDaikin Europe NVZandvoordestraat 3008400 OostendeBelgium
TypeaanduidingEKOMB22AAV1HEKOMB28AAV1HEKOMB33AAV1H
Seizoesgebonden energie efficiëntie- klasse voor ruimteverwarming--AAA
Nominale warmteafgifte (vermogen)PratedkW182326
Jaarlijks energieverbruikQHEGJ374651
Seizoesgebonden energie efficiëntie klasse voor ruimteverwarmingηS%919293
GeluidsniveauLWAdB454545
Capaciteitsprofiel tapwater--LXLXL
Energie efficiëntie klasse voor waterverwarming--AAA
Jaarlijks elektriciteitsverbruikAECkWh141616
Jaarlijks brandstofverbruikAFCGJ121818
Tapwater rendementηWH%788181
EfficiëntieklasseregelaarIIIIII
Bijdrage tot de jaarlijkse efficiëntie%2,02,02,0
BELANGRIJK
Lees voor het installeren het installatie voorschrift en bedieningsvoorschriften.Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (inclusief kinderen) met verminderde lichamelijke, zintuigelijke of geestelijke vermogens, of gebrek aan ervaring en kennis, tenzij toezicht door, of instructie over het gebruik van het apparaat door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid is gegeven.Het toestel en installatie dienen elk jaar door een erkend installateur gecontroleerd en zo nodig gereinigd worden.Het toestel kan met een vochtige doek gereinigd worden. Gebruik geen agressieve of schurende schoonmaak- of oplosmiddelen.

10.2 Elektrisch schema EKOMB22AAV1H, EKOMB28AAV1H & EKOMB33AAV1H

DAIKIN EKOMB28AAV1H - Elektrisch schema EKOMB22AAV1H, EKOMB28AAV1H &amp; EKOMB33AAV1H - 1

text_image A Aardaansluiting warmtewisselaar F Zekering (3,15 AT) P1 CV-pomp S5 Stromingssensor B Bougiekap G Gasklep + ontsteekunit S1 Aanvoersensor S7 CV-waterdruksensor C Branderautomaat I Ontsteek-/ionisatiepen S2 Retoursensor V Ventilator E Aardlippen branderautomaat M Netspanning S3 WW-sensor S1 S2 S7 S3 S5 C X4 X3 6 = 0V 1 = 0V 9 = 0V 2 = 24V= 11 = 0V 3 = Tacho 4 = PWM F X5 X7 M 230V~/ 50Hz P1 A E 3,15 AT F (230V~) X2 X1 (230V~) 3-4 = 2-3 = G 1 = 0
Aansluiten:
Connector X424V=5 - ± CV-pomp. (5= PWM signaal (rood), E=aarde)
6 - 7Aan/uit kamerthermostaat en/of vorstthermostaat (24Vdc of ± 125mA)
8 - 9Buitenvoeler (12k ohm / 25°C)
11 - 12OpenTherm thermostaat
Connector X2230V~2 - 4Netsnoer (2=L (bruin), 4=N (blauw), E=aarde)
7 - 8CV-pomp (8=L (bruin), 7=N (blauw), E=aarde)
3 - 5 - 6Afsluiter vloerverwarming of groepenregeling. (3=L (bruin), 5=schakel (zwart), 6=N (blauw)) (EK3WV1AA)
Connector X5Computer interface

10.3 NTC weerstanden

NTC 12kOhm
T [°C]R [ohm]T [°C]R [ohm]T [°C]R [ohm]T [°C]R [ohm]
-15760201518300455522751994
-10588802014770504609801717
-5459502512000553863851467
036130309805603253901266
528600358055652752951096
1022800406653702337100952

11 GARANTIEBEPALINGEN

Op dit product zijn de algemene garantievoorwaarden van Daikin Europe NV van toepassing.

De garantie vervalt indien wordt vastgesteld, dat de gebreken, beschadigingen of overmatige slijtage te wijten zijn aan of oneigenlijk gebruik of onoordeelkundige behandeling of aan ondeskundige reparatie, instelling, installatie of onderhoud, door niet erkende installateurs of aan het onderhevig zijn aan stoffen met agressieve chemicaliën (o.a. haarlak) en andere schadelijke stoffen.

De garantie vervalt tevens wanneer leidingen en koppelingen in de installatie zijn toegepast, die zuurstofdiffusie kunnen veroorzaken of het defect het gevolg is van ketelsteenafzetting (schadelijk voor het toestel en installatie). Oppervlaktebeschadigingen alsmede transportschade vallen buiten de garantie. Het recht op garantie vervalt indien niet kan worden aangetoond, dat de CV-ketel na ingebruikname niet tenminste 1 maal per jaar door een erkend installateur aan een onderhoudsbeurt is onderworpen. De installatie- en gebruiksvoorschriften die wij voor de betreffende toestellen afgeven, dienen geheel in acht te worden genomen.

Milieu

DAIKIN EKOMB28AAV1H - Milieu - 1

Als het toestel aan vervanging toe is kan dit meestal, na overleg, door uw dealer teruggenomen worden. Mocht dit niet mogelijk zijn, informeer dan bij uw gemeente naar de mogelijkheden voor hergebruik of milieuvriendelijke verwerking van de gebruikte materialen.

Voor de productie van het toestel is gebruik gemaakt van diverse kunststoffen en metalen. Bovendien bevat het toestel elektronische componenten die tot het elektronisch afval behoren.

Gebruik volgens bestemming

Het toestel, zoals beschreven in deze documentatie, is bestemd voor het verwarmen van ruimten via een centrale verwarmingsinstallatie en/of voor het leveren van warmwater. Ieder ander gebruik valt buiten de bestemming van het toestel. Op schade voortkomend uit onjuist gebruik, kan geen aansprakelijkheid genomen worden.

SOMMARIO

Zandvoordestraat 300, B-8400 Oostende, Belgium

DAIKIN EKOMB28AAV1H - SOMMARIO - 1

DAIKIN EKOMB28AAV1H - SOMMARIO - 2

008.1548599_05

05/2022 88551810

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : DAIKIN

Model : EKOMB28AAV1H

Categorie : Ketel