DCMWP500 - Robotmaaier DEWALT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DCMWP500 DEWALT in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over DCMWP500 DEWALT
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Robotmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DCMWP500 - DEWALT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DCMWP500 van het merk DEWALT.
GEBRUIKSAANWIJZING DCMWP500 DEWALT
Nederlands (vertaald vanuit de originele instructies) 121
Hartelijk gefeliciteerd!
U hebt gekozen voor een DEWALT gereedschap. Jarenlange ervaring, grondige productontwikkeling en innovatie maken DEWALT tot een van de betrouwbaarste partners voor gebruikers van professioneel gereedschap.
Technische Gegevens
| DCMWP500 DCMWSP550 | ||||
| Spanning V | DC | 54 54 | ||
| Accutype Li-lon Li-lon | ||||
| Snelheid onbelast /min 2500 2500 | ||||
| Maximale snelheid /min 2800 2800 | ||||
| Maaibladlengte cm 53 53 | ||||
| Gewicht kg 26 29 | ||||
| Geluidswaarden en/of vibratiewaarden (triax-vectorsom) volgensEN62841-1 | ||||
| L_PA | (niveau emissie geluidsdruk) | dB(A) | 77 | 77 |
| K | (onzekerheid over het gegeven geluidsniveau) | dB(A) | 3 | 3 |
| L_WA | (niveau geluidsvermogen) | dB(A) | 84 | 84 |
| K | (onzekerheid over het gegeven geluidsniveau) | dB(A) | 1.3 | 1.3 |
| Waarde gewogen trilling hand/arm: | ||||
| Trillingsemissiewaarde a_h = m/s | 2 | 2,5 | 2,5 | |
| Onzekerheid K = | m/s2 | 1,5 | 1,5 | |
Het trillings- en/of geluidsemissieniveau dat in dit gegevensblad wordt gegeven, is gemeten overeenkomstig een gestandaardiseerde test opgegeven in EN62841 voor het vergelijken van het ene gereedschap met het andere. Er kan een eerste beoordeling van blootstelling mee worden uitgevoerd.
WAARSCHUWING: Het opgegeven trillings- en/af geluidsemissieniveau geldt voor de belangrijkste toepassingen van het gereedschap. Als het gereedschap echter voor andere toepassingen of met andere accessoires wordt gebruikt, of slecht wordt onderhouden, kan de vibratie- en/of geluidsemissie verschillen. Dit kan het blootstellingsniveau aanzienlijk verhogen gedurende de totale werkperiode.
Bij een schatting van het blootstellingsniveau aan vibratieen/of geluid moet ook rekening worden gehouden met de tijd dat het gereedschap is uitgeschakeld, of aanstaat maar niet werkelijk wordt ingezet bij werkzaamheden. Dit kan het blootstellingsniveau gedurende de totale werkperiode aanzienlijk verlagen.
Stel vast of er nog aanvullende veiligheidsmaatregelen zijn ter bescherming van de gebruiker tegen de effecten van trilling en/of geluid, zoals: goed onderhoud van gereedschap en de accessoires, de handen warm houden (relevant voor trilling), organisatie van werkpatronen.
EG-conformiteitsverklaring Machinerichtlijn

54V Maaier DCMWP500, DCMWSP550
DEWALT verklaart dat de producten die zijn beschreven onder Technische Gegevens voldoen aan: 2006/42/EC, EN 62841-1:2015 + A11:2022; EN IEC 62841-4-3:2021 + A11:2021. Deze producten zijn ook conform richtlijnen 2014/30/EU en 2011/65/EU. 2000/14/EC, Grasmaaier, 50 < L ≤ 70, Annex VI DEKRA Testing and Certification GmbH, Handwerkstraße 15, 70565 Stuttgart, Duitsland ID nr. aangemelde instantie: 0158
Niveau van akoestisch vermogen overeenkomstig 2000/14/EC (Artikel 12, bijlage VI, 50 < L ≤ 70 cm): L_WA (gemeten geluidsvermogen) 84 dB(A) Onzekerheid (K) 1.3 = dB(A) L_WA (gegarandeerd geluidsvermogen) 88 dB(A)
Neem voor meer informatie contact op met DEWALT op het volgende adres of raadpleeg de achterzijde van de handleiding. De ondergetekende is verantwoordelijk voor de samenstelling van het technische bestand en legt deze verklaring af namensDEWALT.

text_image
Mr. RergelMarkus Rompel Vice-President Engineering, PTE-Europe DEWALT, Richard-Klinger-Straße 11, 65510, Idstein, Duitsland 02.08.2023

WAARSCHUWING: Lees de instructiehandleiding om het risico op letsel te verminderen.
Definities: Veiligheidsrichtlijnen
De definities hieronder beschrijven de ernstgraad voor elk signaalwoord. Gelieve de handleiding te lezen en op deze symbolen te letten.
GPVAAR: Wijst op een dreigende gevaarlijke situatie dependien niet vermeden, zal leiden tot de dood of ernstige verwondingen.
WAARSCHUWING: Wijst op een mogelijk gevaarlijke stiehe die, indien niet vermeden, zou kunnen leiden tot de dood of ernstige letsels.
| Accu's Laders/Laadtijden (Minuten)** | ||||||||||||
| Cat # V | IX | Ah Gewicht(kg) | DCB104 DCB107 | DCB112/DCB1102 | DCB113 | DCB115/DCB1104 | DCB116 DCB117 DCB118 DCB132 | |||||
| DCB546 | 18/54 | 6,0/2,0 | 1,08 | 60 | 270 | 170 | 140 | 90 | 80 | 40 | 60 | 90 |
| DCB547/G | 18/54 | 9,0/3,0 | 1,46 | 75* | 420 | 270 | 220 | 135* | 110* | 60 | 75* | 135* |
| DCB548 | 18/54 | 12,0/4,0 | 1,46 | 120 | 540 | 350 | 300 | 180 | 150 | 80 | 120 | 180 |
| DCB549 | 18/54 | 15,0/5,0 | 2,12 | 125 | 730 | 450 | 380 | 230 | 170 | 90 | 125 | 230 |
*Datumcode 201811475B of later
**Deze matrix is uitsluitend bestemd als richtlijn, de tijden zijn afhankelijk van de temperaturen en de accustatus.
VOORZICHTIG: Wijst op een mogelijk gevaarlijke situatie, danien niet vermeden, kan leiden tot kleine of matige letsels.
OPMERKING: Geeft een handeling aan waarbij geen persoonlijk letsel optreedt die, indien niet voorkomen, schade aan goederen kan veroorzaken.

op risico van een elektrische schok.

op brandgevaar.
ALGEMENE VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN VOOR ELEKTRISCH GEREEDSCHAP
Verrijheidswaarschuwingen, instructies, illustraties en specificaties die bij dit gereedschap zijn meegeleverd. Het niet opvolgen van alle onderstaande instructies kan leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig persoonlijk letsel.
BEWAAR ALLE WAARSCHUWINGEN EN INSTRUCTIES ALS
TOEKOMSTIG REFERENTIEMATERIAAL
De term „elektrisch gereedschap“ in de waarschuwingen verwijst naar uw (met een snoer) op de netspanning aangesloten elektrische gereedschap of naar (draadloos) elektrisch gereedschap met een accu.
1) Veiligheid Werkplaats
a) Houd het werkgebied schoon en goed verlicht.
Rommelige of donkere gebieden zorgen voor ongelukken.
b) Bedien elektrische gereedschappen niet in een explosieve omgeving, zoals in de nabijheid van ontvlambare vloeistoffen, gassen of stof. Elektrische gereedschappen veroorzaken vonken die het stof of de dampen kunnen doen ontbranden.
c) Houd kinderen en omstanders op een afstand terwijl u een elektrisch gereedschap bedient. Als u wordt afgeleid kunt u de controle over het gereedschap verliezen.
2) Elektrische Veiligheid
a) Stekkers van elektrisch gereedschap moeten in het stopcontact passen. Pas de stekker nooit op enige manier aan. Gebruik geen adapterstekkers samen met geaard elektrisch gereedschap. Niet aangepaste stekkers en passende contactdozen verminderen het risico op een elektrische schok.
b) Vermijd lichamelijk contact met geaarde oppervlaktes zoals buizen, radiatoren, fornuizen en ijskasten. Er bestaat een verhoogd risico op een elektrische schok als uw lichaam geaard is.
c) Stel elektrisch gereedschap niet bloot aan regen of natte omstandigheden. Als er water in een elektrisch gereedschap terecht komt, verhoogt dit het risico op een elektrische schok.
d) Behandel het stroomsnoer voorzichtig. Gebruik het stroomsnoer nooit om het elektrische gereedschap te dragen of te trekken, of de stekker uit het stopcontact te halen. Houd het snoer uit de buurt van warmte, olie, scherpe randen, of bewegende onderdelen. Beschadigde snoeren of snoeren die in de war zijn verhogen het risico op een elektrische schok.
e) Als u een elektrisch gereedschap buitenshuis gebruikt, gebruikt u een verlengsnoer dat geschikt is voor gebruik buitenshuis. Het gebruik van een verlengsnoer dat geschikt is voor buitenshuis, vermindert het risico op een elektrische schok.
f) Als het gebruik van een elektrisch gereedschap op een vochtige locatie onvermijdelijk is, gebruikt u een stroomvoorziening die beveiligd is met een aardlekschakelaar. Het gebruik van een aardlekschakelaar vermindert het risico op een elektrische schok.
3) Persoonlijke Veiligheid
a) Blijf alert, kijk wat u doet en gebruik uw gezonde verstand als u een elektrisch gereedschap bedient. Gebruik het gereedschap niet als u vermoeid bent of onder de invloed van drugs, alcohol of medicatie bent. Een moment van onoplettendheid tijdens het bedienen van elektrische gereedschappen kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
b) Gebruik een beschermende uitrusting. Draag altijd oogbescherming. Beschermende uitrusting zoals een stofmasker, antislip veiligheidsschoenen, een helm, of gehoorbescherming gebruikt in de juiste omstandigheden zal het risico op persoonlijk letsel verminderen.
c) Vermijd onbedoeld starten. Zorg ervoor dat de schakelaar in de 'off' (uit) stand staat voordat u het gereedschap aansluit op de stroombron en/ of accu, het oppakt of ronddraagt. Het ronddragen van elektrische gereedschappen met uw vinger
op de schakelaar of het aanzetten van elektrische gereedschappen waarvan de schakelaar aan staat, zorgt voor ongelukken.
d) Verwijder alle stelsleutels of moersleutels voordat u het elektrische gereedschap aan zet. Een moersleutel of stelsleutel die in een ronddraaiend onderdeel van het elektrische gereedschap is achtergelaten kan leiden tot persoonlijk letsel.
e) Rek u niet te ver uit. Blijf altijd stevig en in balans op de grond staan. Dit zorgt voor betere controle van het elektrische gereedschap in onverwachte situaties.
f) Draag geschikte kleding. Draag geen loszittende kleding of sieraden. Houd uw haar, kleding en handschoenen uit de buurt van bewegende onderdelen. Loszittende kleding, sieraden of lang haar kunnen door bewegende delen worden gegrepen.
g) Als er in apparaten wordt voorzien voor het aansluiten van stofverwijdering- of verzamelapparatuur, zorg er dan voor dat deze correct worden aangesloten en gebruikt. Het gebruik van een stofverzamelaar kan aan stof gerelateerde gevaren verminderen.
h) Denk niet dat u, doordat u het gereedschap veel hebt gebruikt, het allemaal wel weet en dat u de veiligheidsbeginselen kunt negeren. Een onvoorzichtige actie kan in een fractie van een seconde ernstig letsel tot gevolg hebben.
4) Gebruik en Verzorging van Elektrisch Gereedschap
a) Forceer het gereedschap niet. Gebruik het juiste elektrische gereedschap voor uw toepassing. Het juiste elektrische gereedschap voert de werkzaamheden beter en veiliger uit waarvoor het is ontworpen.
b) Gebruik het gereedschap niet als de schakelaar het niet aan en uit kan zetten. Leder gereedschap dat niet met de schakelaar kan worden bediend is gevaarlijk en moet worden gerepareerd.
c) Trek de stekker uit het stopcontact en/of neem de accu, als deze kan worden losgenomen, uit het elektrisch gereedschap en voer daarna pas aanpassingen uit, wissel daarna pas accessoires of berg daarna pas het gereedschap op. Dergelijke preventieve veiligheidsmaatregelen verminderen het risico dat het elektrisch gereedschap per ongeluk opstart.
d) Bewaar gereedschap dat niet wordt gebruikt buiten het bereik van kinderen en laat niet toe dat personen die onbekend zijn met het elektrische gereedschap of deze instructies het gereedschap bedienen.
Elektrische gereedschappen zijn gevaarlijk in handen van ongetrainde gebruikers.
e) Onderhoud elektrische gereedschappen. Controleer op verkeerde uitlijning en het grijpen van bewegende onderdelen, breuk van onderdelen en andere omstandigheden die de werking van het gereedschap nadelig kunnen beïnvloeden. Zorg dat
het gereedschap voor gebruik wordt gerepareerd als het beschadigd is. Veel ongelukken worden veroorzaakt door slecht onderhouden gereedschap.
f) Houd snijdgereedschap scherp en schoon. Correct onderhouden snijdgereedschappen met scherpe snijdranden lopen minder snel vast en zijn gemakkelijker te beheersen.
g) Gebruik het elektrische gereedschap, de accessoires en gereedschapsonderdelen enz. in overeenstemming met deze instructies, waarbij u rekening houdt met de werkomstandigheden en de werkzaamheden die dienen te worden uitgevoerd. Gebruik van het elektrische gereedschap voor werkzaamheden die anders zijn dan het bedoelde gebruik, kunnen leiden tot een gevaarlijke situatie.
h) Houd de handgrepen en oppervlakken die u beet pakt, droog, schoon en vrij van olie en vet. Door gladde handgrepen en oppervlakken die u beet pakt, kan veilig werken en bedienen van het gereedschap in onverwachte situaties onmogelijk worden.
5) Gebruik en Verzorging van Gereedschap op Accu
a) Gebruik alleen de lader die door de fabrikant wordt opgegeven. Een lader die geschikt is voor één accutype, kan een risico op brand veroorzaken indien gebruikt met een andere accu.
b) Gebruik elektrische gereedschappen uitsluitend met speciaal omschreven accu's. Gebruik van andere accu's kan leiden tot letsel en brandgevaar.
c) Als de accu niet in gebruik is, dient u deze uit de buurt te houden van andere metalen voorwerpen zoals paperclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven of andere kleine metalen voorwerpen die een verbinding van het ene contactpunt met het andere kunnen maken. Het kortsluiten van de accucontactpunten samen kan brandwonden of brand veroorzaken.
d) Als het gereedschap te zwaar wordt belast, kan er vloeistof uit de accu lekken; vermijd contact hiermee. Als u per ongeluk hier toch mee in contact komt, spoelt u met water. Als de vloeistof in contact met de ogen komt, dient u daarnaast medische hulp in te roepen. Vloeistof afkomstig uit de accu kan irritatie of brandwonden veroorzaken.
e) Werk niet met een accu of met gereedschap dat beschadigd is of waaraan wijzigingen zijn aangebracht. Beschadigde of gemodificeerde accu's kunnen onvoorspelbaar gedrag vertonen dat kan leiden tot brand, explosie of een risico van letsel.
f) Stel een accu of gereedschap niet bloot aan open vuur of uitzonderlijk hoge temperatuur. Brand of een temperatuur boven de 130 °C kunnen de accu doen exploderen.
g) Volg alle instructies voor het opladen en laad de accu of het gereedschap niet op buiten het
temperatuurbereik dat in de instructies wordt opgegeven. Door op onjuiste wijze opladen of opladen bij een temperatuur buiten het opgegeven bereik kan de accu beschadigd raken en het risico van brand toenemen.
6) Service
a) Zorg dat u gereedschap wordt onderhouden door een erkende reparateur die uitsluitend identieke vervangende onderdelen gebruikt. Dit zorgt ervoor dat de veiligheid van het gereedschap blijft gegarandeer.
b) Probeer nooit beschadigde accu's te repareren. De reparaties aan accu's mogen alleen worden uitgevoerd door de fabrikant of door geautoriseerde servicecentra.
Veiligheidswaarschuwingen voor grasmaaiers
- Gebruik de grasmaaier niet in de regen of in natte omstandigheden. Dit kan het risico op een elektrische schok vergroten.
- Gebruik de grasmaaier niet in slechte weersomstandigheden, vooral niet wanneer er onweer dreigt. U loopt dan minder het risico door de bliksem te worden getroffen.
- Controleer het gebied waar de grasmaaier gebruikt zal worden grondig op wilde dieren. Wilde dieren kunnen gekwetst raken door een grasmaaier in werking.
- Inspecteer altijd het gebied waar de grasmaaier gebruikt zal worden grondig en verwijder alle stenen, takken, draden, hondenkluiven en andere vreemde voorwerpen. Voorwerpen die worden weggeslingerd, kunnen persoonlijk letsel veroorzaken.
- Controleer voor gebruik van de grasmaaier altijd of het mes en de meseenheid niet versleten of beschadigd zijn. Versleten of beschadigde onderdelen kunnen het risico op letsel vergroten.
- Controleer de grasvanger regelmatig op slijtage of beschadiging. Een versleten of beschadigde grasvanger kan het risico op persoonlijk letsel vergroten.
- Houd beschermkappen op hun plaats. Beschermkappen moeten in goede werkende staat zijn en goed zijn gemonteerd. Een beschermkap die los zit of beschadigd is of niet goed werkt, moet worden gerepareerd of vervangen.
- Houd alle inlaten van koellucht vrij van vuil. Geblokkeerde luchtinlaten en vuil kunnen leiden tot oververhitting of een risico op brand.
- Draag tijdens het bedienen van de grasmaaier altijd antislip- en veiligheidsschoenen. Bedien de grasmaaier niet op blote voeten of met open sandalen. Dit vermindert de kans op letsel van de voeten als gevolg van contact met het bewegende mes.
-
Draag altijd een lange broek tijdens het bedienen van de grasmaaier. Blote huid verhoogt de kans op letsel vanwege weggeslingerde voorwerpen.
-
Gebruik de grasmaaier niet op nat gras. Loop rustig, ren nooit. Dit vermindert de kans op struikelen en vallen, wat persoonlijk letsel kan veroorzaken.
- Gebruik de grasmaaier niet op te steile hellingen. Dit vermindert de kans verlies van de controle, wat persoonlijk letsel kan veroorzaken.
- Zorg er tijdens het werken op hellingen altijd voor dat u stevig staat, werk altijd dwars ten opzichte van de helling, nooit omhoog en omlaag, en wees uiterst voorzichtig tijdens het veranderen van richting. Dit vermindert de kans verlies van de controle, wat persoonlijk letsel kan veroorzaken.
- Ga zeer voorzichtig te werk als u de grasmaaier achteruit beweegt of naar u toe trekt. Wees u altijd bewust van uw omgeving. Dit vermindert het risico op struikelen tijdens gebruik.
- Raak de messen of andere gevaarlijke bewegende onderdelen niet aan als deze nog in beweging zijn. Dit vermindert het risico op letsel door bewegende onderdelen.
- Zorg er tijdens het vrijmaken van geblokkeerd materiaal of tijdens het uitvoeren van onderhoud voor dat alle voedingsschakelaars uit staan en dat de accu losgekoppeld is. Onverwacht starten van de grasmaaier kan ernstig persoonlijk letsel veroorzaken.
- Stop met maaien betekent dat wanneer de machine moet opgetild worden voor transport bij het kruisen van andere oppervlakken dan gras en wanneer de machine wordt vervoerd van en naar het gebied waar deze gebruikt moet worden.
- Kantel de machine niet tijdens het starten van de motor.
- Stop de machine en verwijder de veiligheidssleutel en verwijderbare accu('s) en verzeker dat alle bewegende delen volledig tot stilstand zijn gekomen.
- Na het raken van een vreemd voorwerp en om de machine op schade te inspecteren en om reparaties uit te voeren, voor het opnieuw starten en gebruiken van de machine.
- Als de machine abnormaal begint te trillen en om onmiddellijk daarna te inspecteren op schade, beschadigde onderdelen te vervangen of repareren en om te controleren op en het vastzetten van losse onderdelen.
- Maak de grasvanger leeg voordat u de grasmaaier opbergt.
Instructies voor de veiligheid
WAARSCHUWING: Bij snoerloze apparaten moeten bepalde elementaire voorzorgsmaatregelen, waaronder de navolgende, in acht worden genomen zodat het gevaar voor brand, elektrische schokken, persoonlijk letsel en materiële schade tot een minimum wordt beperkt.
WAARSCHUWING: De veiligheidsregels moeten worden op gevolgd wanneer u de machine gebruikt. Lees voor uw eigen veiligheid en de veiligheid van omstanders deze instructies voordat u de machine gebruikt. Bewaar de instructies voor later gebruik.
- Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u de machine in gebruik neemt.
- In deze handleiding wordt het bedoelde gebruik beschreven. Het gebruik van andere accessoires of hulpstukken dan wel de uitvoering van andere handelingen dan in deze gebruikershandleiding worden aanbevolen, kan tot persoonlijk letsel leiden.
- Bewaar deze handleiding zorgvuldig zodat u deze altijd nog eens kunt raadplegen.
BEWAAR ALLE WAARSCHUWINGEN EN INSTRUCTIES ZODAT U DEZE LATER OOK KUNT RAADPLEGEN
Uw apparaat gebruiken
Ga bij gebruik van de machine altijd voorzichtig te werk.
- Dit apparaat mag niet zonder toezicht door jonge of lichamelijk zwakke mensen worden gebruikt.
- De machine mag niet als speelgoed worden gebruikt.
- Laat kinderen of dieren niet in de buurt van de werkomgeving komen en laat ze de machine niet aanraken.
- Let extra goed op wanneer u de machine in de buurt van kinderen gebruikt.
- Gebruik de machine alleen op een droge locatie. Het apparaat mag niet nat worden.
• Dompel het apparaat niet onder in water. - Open de carrosserie niet. Binnenin bevinden zich geen onderdelen waaraan de gebruiker onderhoud kan uitvoeren.
- Gebruik het apparaat niet in een omgeving met explosiegevaar, zoals in de nabijheid van brandbare vloeistoffen, gassen of stof.
- Controleer voor gebruik altijd of de bladen, de bouten van de bladen en het maagedeelte niet versleten of beschadigd zijn. Vervang versleten of beschadigde bladen en bouten tegelijkertijd zodat alles beter op elkaar afgestemd blijft.
- Werk nooit met de machine terwijl er mensen, en in het bijzonder kinderen of huisdieren, dicht bij u in de buurt zijn.
- Bedenk dat de gebruiker van de machine verantwoordelijk is voor eventuele ongelukken of voor gevaren waaraan andere mensen of hun eigendommen worden blootgesteld.
Vóór gebruik
- Draag altijd stevige schoenen en een lange broek wanneer u de machine gebruikt. Werk niet met de machine op blote voeten of op sandalen. Draag geen kleding die ruim zit of die loshangende koorden of riemen heeft.
- Inspecteer het gebied waar u met de machine aan het werk gaat grondig en verwijder alle voorwerpen die door de machine kunnen worden weggeslingerd.
- Controleer voor gebruik altijd of het blad, de mesmoer en het maigedeelte niet versleten of beschadigd zijn. Vervang versleten of beschadigde componenten in sets zodat de machine in balans blijft. Vervang beschadigde of onleesbare etiketten.
Na gebruik
- Bewaar de machine na gebruik op een droge, goed geventileerde plaats, buiten het bereik van kinderen.
- Kinderen mogen geen toegang hebben tot de opslaglocatie.
- Wanneer de machine in de auto staat, moet u de machine in de kofferruimte plaatsen of goed vastzetten, zodat de machine niet kan wegschieten bij plotselinge veranderingen in snelheid of richting.
Inspectie en reparaties
- Controleer de machine vóór gebruik op beschadigingen en defecte onderdelen. Controleer de machine vooral op gebroken onderdelen, schade aan de schakelaars en andere omstandigheden die de werking ervan kunnen beïnvloeden.
- Gebruik de machine niet in geval van een of meer beschadigde of defecte onderdelen.
- Laat beschadigde of defecte onderdelen repareren of vervangen door erkende reparateur.
- Probeer nooit andere onderdelen te verwijderen of vervangen dan in deze handleiding zijn vermeld.
- Zorg dat uw vingers bij aanpassingen aan de maaimachine niet klem komen te zitten tussen de bewegende bladen/delen en de vaste delen van de machine.
- Onthoud dat bij het verrichten van onderhoud de bladen kunnen bewegen, ook al is de machine uitgeschakeld.
Aanvullende veiligheidsinstructies voor grasmaaiers
- Vervoer de machine niet terwijl de stroomvoorziening is ingeschakeld.
- Houd de handgreep stevig met beide handen vast wanneer u met de grasmaaier werkt.
- Als de grasmaaier op enig moment moet worden gekanteld, zorg er dan voor dat tijdens het kantelen beide handen in de werkpositie blijven. Houd beide handen in de werkpositie tot de grasmaaier weer goed op de grond staat.
- Draag nooit een hoofdtelefoon voor radio of muziek wanneer u de grasmaaier bedient.
- Probeer nooit de wielhoogte aan te passen terwijl de motor draait of terwijl de veiligheidssleutel zich in de behuizing van de schakelaar bevindt.
- Schakel de grasmaaier als deze vastloopt, uit door de handgreep los te laten, wacht tot het mes tot stilstand is gekomen, en probeer vervolgens pas de blokkering van de uitwerpopening te verwijderen of iets van onder de grasmaaier weg te halen.
- Blijf met uw handen en voeten uit de buurt van het maalgebied.
- Houd zaagbladen scherp. Draag altijd handschoenen bij het hanteren van het mes van de grasmaaier.
-
Als u de grasopvang gebruikt, moet u deze regelmatig controleren op slijtage en beschadigingen. Als de grasopvang ernstig is versleten, moet u deze voor uw eigen veiligheid vervangen.
-
Ga zeer voorzichtig te werk wanneer u de grasmaaier achteruit laat rijden of naar u toe trekt.
- Kom niet met uw handen of voeten bij of onder de grasmaaier. Blijf altijd uit de buurt van uitwerpopening.
- Maak het gebied waar u de grasmaaier gaat gebruiken vrij van voorwerpen zoals stenen, stokken, draad, speelgoed, botten, enz. Deze kunnen door het mes worden weggeslingerd. Voorwerpen die door het blad worden geraakt, kunnen ernstige verwondingen toebrengen aan personen. Blijf achter de handgreep wanneer de motor draait.
- Gebruik de grasmaaier niet op blote voeten en niet wanneer u sandalen draagt. Draag altijd stevig schoeisel.
- Trek de grasmaaier alleen achteruit wanneer dat niet anders kan. Kijk altijd omlaag en achter u voordat en terwijl u achteruit loopt.
- Richt uitgeworpen materiaal niet op anderen. Zorg dat uitgeworpen materiaal niet tegen een muur of obstakel komt. Het materiaal kan terugkaatsen naar de gebruiker van de grasmaaier. Schakel, wanneer u op grindoppervlakken stuit, de grasmaaier uit door de handgreep los te laten, en laat het mes tot stilstand komen.
- Gebruik de grasmaaier niet zonder dat de volledige grasopvang, het uitwerpschild, de achterste beschermkap en andere veiligheidsvoorzieningen op hun plaats zitten en goed functioneren. Controleer regelmatig of alle beschermkappen en veiligheidsvoorzieningen in goede staat zijn en of ze goed werken en hun bedoelde functie uitvoeren. Vervang een beschadigde beschermkap of andere veiligheidsvoorziening voordat u de grasmaaier weer gebruikt.
- Laat een ingeschakelde grasmaaier nooit onbeheerd achter.
- Voordat u de grasmaaier reinigt, de grasopvangzak verwijdert, het uitwerpschild vrijmaakt, de grasmaaier onbeheerd achterlaat of aanpassingen, reparaties of inspecties uitvoert, moet u altijd de handgreep loslaten zodat de grasmaaier wordt uitgeschakeld en wachten tot het mes tot stilstand is gekomen.
- Gebruik de grasmaaier alleen bij daglicht of goed kunstlicht, wanneer voorwerpen op de route van het mes duidelijk zichtbaar zijn voor wie met de grasmaaier werkt.
- Werk niet met de grasmaaier wanneer u onder invloed bent van alcohol of drugs, of wanneer u moe bent of ziek. Blijf altijd goed opletten, kijk wat u doet en gebruik uw gezond verstand.
- Vermijd gevaarlijke omgevingen. Gebruik de grasmaaier nooit in vochtig of nat gras en nooit wanneer het regent. Let er altijd goed op waar u uw voeten zet. Loop rustig en ren niet.
- Laat, als de grasmaaier ernstig gaat trillen, de handgreep los, wacht tot het mes tot stilstand is gekomen en onderzoek vervolgens onmiddellijk wat de oorzaak van het trillen is. Trillen is over het algemeen een waarschuwing voor problemen zie De Gids Problemen oplossen voor advies in het geval van abnormale trilling.
- Draag altijd goede bescherming voor uw ogen en luchtwegen wanneer u met de grasmaaier werkt.
- Gebruikt u hulpstukken die niet worden aanbevolen voor deze grasmaaier, dan kan dat leiden tot gevaarlijke situaties.
Gebruik uitsluitend accessoires die zijn goedgekeurd door DEWALT.
- Reik nooit buiten uw macht tijdens het werken met de grasmaaier. Zorg er altijd voor dat u stevig staat en dat u niet uw evenwicht verliest tijdens het werken met de grasmaaier.
- Maai dwars over het vlak van een helling, nooit omhoog en omlaag. Ga zeer voorzichtig te werk wanneer u op een helling van richting verandert.
- Pas op voor gaten, geulen, hobbels, stenen of andere verborgen voorwerpen. Op oneffen terrein kunt u uitglijden en vallen. Hoog gras kan obstakels verbergen.
- Maai niet op nat gras of zeer steile hellingen. Als u niet stevig staat, kunt u uitglijden en vallen.
- Maai niet in de buurt van steile hellingen, sloten of kades. U kunt uw houvast of evenwicht verliezen.
- Laat de maaimachine afkoelen voordat u deze opbergt.
- Trek de stekker uit het stopcontact en haal de accu uit de machine. Controleer dat alle bewegende onderdelen volledig tot stilstand zijn gekomen:
- Wanneer u maar de machine onbeheerd achterlaat;
- Voordat u een blokkade verwijdert;
- Voordat u de machine controleert, reinigt of eraan werkt.
Veiligheid van anderen
- Het is niet de bedoeling dat deze machine wordt gebruikt door personen (waaronder kinderen) met verminderde fysieke, zintuiglijke of psychische vermogens, of met een gebrek aan ervaring en kennis, tenzij onder toezicht van of met aanwijzingen over het gebruik van de machine door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid.
- Er moet toezicht worden gehouden op kinderen zodat zij niet met het gereedschap kunnen spelen.
- Inspecteer het apparaat na het raken van een vreemd voorwerp op schade en voer de nodige reparaties uit.
Overige risico's
Ondanks het toepassen van de relevante veiligheidsvoorschriften en het implementeren van veiligheidsvoorzieningen kunnen sommige overige risico's niet worden vermeden. Dit zijn:
- Verwondingen die worden veroorzaakt door het aanraken van draaiende of bewegende onderdelen.
- Verwondingen die worden veroorzaakt bij het vervangen van onderdelen, bladen of accessoires.
- Letsel dat wordt veroorzaakt door langdurig gebruik van gereedschap. Wanneer u langere periodes met gereedschap werkt, kunt u het beste regelmatig een pauze nemen.
- Gehoorbeschadiging.
- Gezondheidsrisico's door het inademen van stof dat vrijkomt tijdens het gebruiken van uw gereedschap (bijvoorbeeld: het werken met hout, met name eiken, beuken en MDF).
- Risico op persoonlijk letsel door deeltjes die worden weggeslingerd.
- Til nooit een machine op of draag nooit een machine terwijl de motor loopt.
- Risico van brandwonden omdat accessoires tijdens het gebruik heet worden.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES
Laders
Laders van DEWALT vereisen geen aanpassingen en zijn ontworpen voor een zo eenvoudig mogelijk gebruik.
Elektrische veiligheid
De elektrische motor is slechts voor één voltage ontworpen. Controleer altijd dat het voltage van de accu overeenkomt met de voltage op het typeplaatje. Let er ook op dat het voltage van uw lader overeenkomt met dat van uw netstroomvoorziening.

Deze DEWALT lader is dubbel geïsoleerd volgens EN60335; daarom is een aardedraad niet vereist.
Als de voedingskabel is beschadigd mag deze uitsluitend vervangen worden door DEWALT of een erkende serviceorganisatie.
Een verlengsnoer gebruiken
Gebruik alleen een verlengsnoer als het absoluut noodzakelijk is. Gebruik een goedgekeurd verlengsnoer dat geschikt is voor het ingangsvermogen van uw lader (zie Technische gegevens). De minimumafmeting van de geleider is 1 mm ^2 ; de maximumlengte is 30 m.
Rol het snoer altijd volledig af, wanneer u een haspel gebruikt.
Belangrijke veiligheidsinstructies voor alle acculaders
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES: Deze handleiding bevat belangrijke instructies voor de veiligheid en voor de bediening van geschikte acculaders (raadpleeg Technische gegevens). Lees voordat u de lader gebruikt, alle instructies en aanwijzingen voor de veiligheid op de lader, de accu en het product dat de accu gebruikt.

RSCHUWING: Gevaar voor elektrische schok. Laat vloeistof in de lader dringen. Dit zou kunnen leiden en elektrische schok.

RSCHUWING: Wij adviseren u een kschakelaar te gebruiken met een nominale oomwaarde van 30 mA of minder.

RZICHTIG: Gevaar voor brandwonden. Beperk het van letsel, laad uitsluitend DEWALT oplaadbare op. Andere typen accu's zouden uit elkaar en barsten en persoonlijk letsel en materiële e veroorzaken.

RZICHTIG: Er moet op worden toegezien dat den niet met het gereedschap kunnen spelen.
OPMERKING: Onder bepaalde omstandigheden, wanneer de stekker van de lader in het stopcontact zit, kunnen de niet-afgeschermde laadcontacten binnenin de lader door materiaal of een voorwerp worden kortgesloten. Bepaalde materialen die geleidend zijn, zoals, maar niet uitsluitend, staalwol, aluminiumfolie of een opeenhoping van metaalachtige deeltjes, kunnen beter bij de holtes van de lader worden weggehouden.
Trek altijd de stekker uit het stopcontact wanneer er geen accu in de lader zit. Trek de stekker van de lader uit het stopcontact voor u de lader gaat reinigen.
- Probeer NIET de accu op te laden met andere laders dan de laders die in deze handleiding worden genoemd. De lader en de accu zijn speciaal voor elkaar ontworpen.
- Deze laders zijn niet bedoeld voor andere toepassingen dan het opladen van DEWALT oplaadbare accu's. Andere toepassingen kunnen leiden tot brand, een elektrische schok of elektrocutie.
- Stel de lader niet bloot aan regen of sneeuw.
- Trek aan de stekker van de lader en niet aan het snoer wanneer u de stekker uit het stopcontact wilt halen. Er is dan minder risico op beschadiging van het snoer en van de stekker.
- Controleer dat het snoer zo is geplaatst dat niemand erop kan stappen of erover kan struikelen of het snoer op andere wijze beschadigd of bekneld raakt.
- Gebruik alleen een verlengsnoer als dat absoluut noodzakelijk is. Gebruik van een ongeschikt verlengsnoer kan leiden tot het risico van brand, elektrische schok of elektrocutie.
- Plaats niet iets boven op een lader en plaats de lader niet op een zacht oppervlak omdat hierdoor de ventilatiesleuven kunnen worden geblokkeerd en de lader binnenin veel te heet wordt. Plaats de lader niet in de buurt van een warmtebron. De lader wordt gekoeld door de ventilatiesleuven boven en onder in de behuizing.
- Werk niet met de lader met een beschadigd snoer of een beschadigde stekker—laat eventuele beschadigde onderdelen onmiddellijk vervangen.
- Gebruik de lader niet als er hard op is geslagen, als de lader is gevallen of op een andere manier beschadigd is. Breng de unit naar een officieel servicecentrum.
- Haal de lader niet uit elkaar; breng de lader naar een officieel servicecentrum wanneer service of reparatie nodig is. Onjuiste montage kan leiden tot het risico van een elektrische schok, elektrocutie of brand.
- Als het netsnoer is beschadigd, moet het onmiddellijk worden vervangen door de een servicemonteur van de fabrikant of een dergelijk vakbekwaam persoon, zodat risico is uitgesloten.
- Trek, voordat u met reinigingswerkzaamheden begint, de stekker van de lader uit het stopcontact. Er is dan minder risico van een elektrische schok. Het risico is niet minder wanneer u de accu uitneemt.
- Sluit NOOIT twee laders op elkaar aan.
- De lader is ontworpen voor een gewone huishoudelijke elektrische installatie van 230V. Gebruik de lader niet op een andere spanning. Dit geldt niet voor de 12V-lader.
Een accu opladen (Afb. [Fig.] B)
- Steek de stekker van de lader in een geschikt stopcontact voor u de accu plaatst.
- Plaats de accu 26 in de lader, en let er daarbij op dat de accu geheel in de lader komt te zitten. Het rode lampje
(opladen) knippert herhaaldelijk en dat duidt erop dat de laadprocedure is gestart.
- Een volledig opgeladen accu wordt aangegeven door het rode lampje dat constant AAN blijft. De accu is nu volledig opgeladen en kan worden gebruikt of kan in de acculader blijven zitten. Om de accu uit de lader te nemen, drukt u op de accu-vrijgaveknop 27 op de accu.
OPMERKING: U kunt maximale prestaties en levensduur van lithium-ion-accu's garanderen door de accu's volledig op te laden voor u deze voor het eerst in gebruik neemt.
Werking van de lader
Raadpleeg onderstaande indicatoren voor de laadstatus van de accu.

text_image
Laadindicatoren Bezig met opladen Geheel opgeladen Vertraging Hete/Koude Accu** Het rode lampje blijft knipperen, maar er brandt ook een geel indicatielampje wanneer de functie actief is. Wanneer de accu een geschikte temperatuur heeft bereikt, gaat het gele lampje uit en hervat de lader de laadprocedure.
De geschikte lader(s) laden niet een kapotte accu op. Wanneer de laadindicator niet gaat branden, is dat een teken dat de accu kapot is.
OPMERKING: Dit kan ook betekenen dat er iets mis is met de oplader.
Als de lader laat zien dat er een probleem is, laat de lader en de accu dan testen door een geautoriseerd servicecentrum.
Vertraging Hete/Koude Accu
Wanneer de lader waarneemt dat een accu te warm of te koud is, wordt onmiddellijk een vertraging hete/koude accu gestart en wordt het laden uitgesteld tot de accu een geschikte temperatuur heeft bereikt. De lader schakelt dan automatisch over op de accu-laadstand. Deze functie waarborgt een maximale levensduur van de accu.
Een koude accu zal minder snel opladen dan een warme accu. De accu zal gedurende de gehele laadcyclus minder snel worden opgeladen en zal niet maximaal worden opgeladen, ook niet als de accu warmer wordt.
De lader van het type DCB118 is voorzien van een interne ventilator voor het koelen van de accu. De ventilator gaat automatisch draaien wanneer de accu moet worden gekoeld. Gebruik de lader nooit als de ventilator niet goed werkt of als de ventilatiesleuven zijn geblokkeerd. Zorg ervoor dat er geen vreemde voorwerpen in de lader kunnen komen.
XR Li-Ion-gereedschap is ontworpen met een Elektronisch Beveiligingssysteem dat voorkomt dat de accu te veel wordt geladen, te heet wordt of te diep wordt ontladen.
Het product zal automatisch uitgeschakeld worden, als het elektronisch beschermingssysteem actief wordt. Zet, als dit gebeurt, de Lithium-Ion-accu op de lader, tot deze volledig geladen is.
Montage aan de wand
Deze laders kunnen aan de wand worden gemonteerd of rechtop op een tafel of werkoppervlak staan. Plaats bij wandmontage de accu dichtbij een stopcontact en uit de buurt van een hoek of andere obstakels die de doorstroming van lucht kunnen verhinderen. Gebruik de achterzijde van de lader als sjabloon voor de plaatsing van de montageschroeven aan de wand. Monteer de lader stevig met gipsplaatschroeven (afzonderlijk aan te schaffen), van tenminste 25,4 mm lang waarvan de schroefkop een diameter heeft van of 7–9 mm, in hout geschroefd tot op een optimale diepte, waarbij ongeveer 5,5 mm van de schroef uitsteekt. Houd de sleuven aan de achterzijde van de lader tegenover de uitstekende schroeven en steek montagesleuven volledig op de schroeven.
Instructies voor het reinigen van de lader
WAARSCHUWING: Gevaar voor elektrische schok. Noem, voordat u met de reiniging begint, de stekker van de lader uit het stopcontact. U kunt stof en vet van de buitenzijde van de lader verwijderen met een doek of een zachte, niet-metalen borstel. Gebruik geen water of schoonmaakmiddelen. Laat nooit vloeistof in het gereedschap komen; dompel nooit een onderdeel van het gereedschap onder in een vloeistof.
Accu
Belangrijke veiligheidsinstructies voor alle accu's
Als u vervangende accu's bestelt, zorg er dan voor dat u het catalogusnummer en voltage vermeldt.
De accu is niet volledig opgeladen als deze uit de verpakking komt. Voordat u de accu en oplader gebruikt, dient u de onderstaande veiligheidsinstructies te lezen. Volg vervolgens de oplaadprocedures zoals die zijn uitgelegd.
LEES ALLE INSTRUCTIES
- Laad de accu niet op en gebruik deze niet in een explosieve omgeving, zoals in de nabijheid van ontvlambare vloeistoffen, gassen of stof. Wanneer u de accu plaatst in of verwijdert uit de lader kan het stof of de damp door een vonk vlamvatten.
- Gebruik nooit geweld bij het plaatsen van de accu in de lader. Wijzig de accu op geen enkele manier als deze niet past in een lader die niet geschikt is, omdat de accu kan openbarsten waardoor ernstig persoonlijk letsel kan ontstaan.
- Laad de accu's alleen op in DEWALT-laders.
- Spat NIET met water en dompel de accu niet onder in water of andere vloeistoffen.
- Berg het gereedschap en de accu niet op plaatsen op waar de temperatuur kan dalen tot onder 4 °C (39,2 °F) (zoals in een schuur buiten of een metalen gebouw in de winter), of kan oplopen tot tot 40 °C (104 °F) of hoger
(zoals in een schuur buiten of een metalen gebouw in de zomer).
- Verbrand de accu niet, zelfs niet als deze ernstig beschadigd is of volledig verbruikt. De accu kan in vuur exploderen. Als lithium ion accu's worden verbrand, komen giftige dampen en materialen vrij.
- Als de inhoud van de accu in contact met de huid komt, wast u dit onmiddellijk af met water en een milde zeep. Als accuvloeistof in de ogen komt spoelt u 15 minuten met water in het geopende oog, of totdat de irritatie stopt. Als medische hulp nodig is dient u te vermelden dat de accuelektrolyt is samengesteld uit een mengsel van vloeibare organische carbonaten en lithiumzouten.
- De inhoud van geopende accucellen kan irritatie aan de luchtwegen veroorzaken. Zorg voor frisse lucht. Zoek als de symptomen aanhouden medische hulp.
WAARSCHUWING: Gevaar voor brandwonden. Aedeloeistof kan ontvlambaar zijn als deze aan een vonk of vlam wordt blootgesteld.
WAARSCHUWING: Probeer nooit om welke reden dan de accu te openen. Als de behuizing van de accu is gescheurd of beschadigd, zet de accu dan niet in de lader. Klem een accu niet vast, laat een accu niet vallen, beschadig een accu niet. Gebruik een accu of lader waar hard op is geslagen, die is gevallen, waar overheen is gereden of die op welke manier dan ook is beschadigd (dat wil zeggen, doorboord met een spijker, geraakt met een hamer, vertrapt) niet. Een elektrische schok of elektrocutie kan het gevolg zijn. Breng beschadigde accu's terug naar het servicecentrum zodat ze kunnen worden gerecycled.
WAARSCHUWING: Brandgevaar. Berg de accu met op en vervoer de accu niet op een manier dat metalen voorwerpen in contact kunnen komen met de aansluitpunten van de accu. Bijvoorbeeld, steek de accu niet in een schortzak, broekzakken, gereedschapskisten, gereedschapsdozen, laden, enz., waar een losse spijkers, schroeven, sleutels, enz. liggen.
VOORZICHTIG: Plaats het gereedschap wanneer het gebruik is, op z'n zijkant op een stabiel oppervlak waar het niet kan vallen of omvallen. Sommige gereedschappen met grote accu's kunnen rechtop staan op de accu maar kunnen gemakkelijk worden omgegooid.
Transport
WAARSCHUWING: Brandgevaar. Tijdens het transport karten accu's mogelijk vlam vatten als de aansluitingen van de accu onbedoeld in aanraking komen met geleidende materialen. Controleer dat tijdens het transport de aansluitingen van de accu afgeschermd zijn en goed geïsoleerd van materialen die ermee in contact kunnen komen en kortsluiting kunnen veroorzaken.
OPMERKING: Lithium-ion batterijen mogen niet in gecontroleerde bagage worden gestopt.
DEWALT accu's voldoen aan alle van toepassing zijn verzendvoorschriften zoals deze zijn bepaald door de bedrijfstak en door wettelijke normen, zoals Aanbevelingen voor het Transport van Gevaarlijke Goederen van de UN; Voorschriften voor Gevaarlijke Goederen van de International Air Transport Association (IATA), Voorschriften Internationale Maritieme Gevaarlijke Goederen (IMDG) en de Europese Overeenkomst Betreffende het Internationale Vervoer van Gevaarlijke Goederen over de Weg (ADR). Lithium-ion cellen en accu's zijn getest in overeenstemming met Hoofdstuk 38,3 van de Aanbevelingen voor het Transport van Gevaarlijke Goederen Handleiding van Testen en Criteria.
In de meeste gevallen zal bij de verzending van een DEWALT-accu deze naar verwachting worden geclassificeerd als volledig gereguleerd Klasse 9 Gevaarlijk materiaal. Over het algemeen zullen alleen verzendingen die een lithium-ion-accu bevatten met een energie-classificatie hoger dan 100 Wattuur (Wh), moeten worden verzonden als volledig gereguleerd Klasse 9. Bij alle lithium-ion-accu's wordt de Wattuur-classificatie op de accu vermeld. Verder adviseert DEWALT in verband met complicaties met de voorschriften, lithium-ion-accu's niet als luchtvracht alleen te verzenden, ongeacht de Wattuur-classificatie. Zendingen van gereedschap met accu's (combo-sets) kunnen naar verwachting per luchtvracht worden verzonden, als de Wattuur-classificatie van de accu niet hoger is dan 100 Wh.
Ongeacht of een verzending wordt geacht een vrijstelling te hebben of volledig voorgeschreven, is voor de verantwoordelijkheid van de verzender de meest recente voorschriften voor verpakking, labeling/markering en vereisten ten aanzien van documentatie.
De informatie die in dit hoofdstuk van de handleiding wordt verstrekt, wordt verstrekt in goed vertrouwen en wordt geacht nauwkeurig te zijn op het moment dat het document werd opgesteld. Er wordt echter geen garantie gegeven, impliciet of expliciet. Het is voor de verantwoordelijkheid van de koper ervoor te zorgen dat zijn activiteiten in overeenstemming zijn met de geldende voorschriften.
Aanbevelingen voor opslag
- De beste plaats om het apparaat op te bergen is koel en droog, uit direct zonlicht en niet in overmatige hitte of koude. Voor optimale accuprestaties en levensduur bergt u accu's op bij kamertemperatuur als deze niet in gebruik zijn.
- Wanneer u de accu lange tijd opbergt, kunt u deze voor optimale resultaten het beste volledig opgeladen opslaan op een koele, droge plaats buiten de lader.
OPMERkInG: Accu's kunnen beter niet volledig ontladen worden opgeslagen. De accu moet voor gebruik weer worden opgeladen.
Labels op de oplader en accu
Behalve de pictogrammen die in deze handleiding worden gebruikt, kunnen de volgende pictogrammen op de labels op de lader en op de accu staan:

Lees gebruiksaanwijzing voor gebruik.


Zie Technische gegevens voor de oplaadtijd.

Niet doorboren met geleidende voorwerpen.

Laad geen beschadigde accu's op.

Niet blootstellen aan water.

Zorg dat defecte snoeren onmiddellijk worden vervangen.

Uitsluitend opladen tussen 4 °C en 40 °C.

Alleen voor gebruik binnenshuis.

Bied de accu als chemisch afval aan en houd rekening met het milieu.

Laad DEWALT-accu's alleen op met de aangewezen DEWALT-laders. Wanneer u andere accu's dan de aangewezen DEWALT-accu's oplaadt met een DEWALT-lader dan kunnen deze barsten of kan dit leiden tot andere gevaarlijke situaties.

Gooi de accu niet in het vuur.
Accutype
Deze accu's kunnen worden gebruikt: DCB546, DCB547, DCB547G, DCB548, DCB549. Raadpleeg Technische gegevens voor meer informatie.
Inhoud van de verpakking
De verpakking bevat:
1Grasmaaier
1Grasopvangzak
1 Afvoertrechterzijkant
1Veiligheidssleutel
1Gebruiksaanwijzing
OPMERkInG: Bij de N-modellen worden geen accu's, laders en gereedschapskoffers geleverd. Bij de NT-modellen worden geen accu's en laders geleverd. Bij de B-modellen worden Bluetooth®-accu's geleverd.
OPMERkInG: Het merkteken met het woord Bluetooth® en logo's zijn geregistreerde handelsmerken die eigendom zijn van Bluetooth®, SIG, Inc. en ieder gebruik van dergelijke merktekens door DEWALT is onder licentie. Overige handelsmerken en merknamen zijn eigendom van hun respectievelijke eigenaren.
- Controleer het gereedschap, de onderdelen of accessoires op eventuele beschadiging tijdens het transport.
- Neem de tijd om deze handleiding grondig door te lezen en te begrijpen voordat u het apparaat in gebruik neemt.
Markeringen op het gereedschap
De volgende pictogrammen staan op het gereedschap vermeld:

Lees de gebruikershandleiding vóór gebruik.


Richtlijn 2000/14/EC Gegarandeerd geluidsvermogen.

Stel het apparaat niet bloot aan regen.

Niet besproeien met water.

Draag altijd gepaste oogbescherming.

Draag altijd gepaste gehoorbescherming.

Let op de scherpe messen.

Maai niet op hellingen met een hoek van meer dan 15 °/25% om het risico op ernstig letsel te vermijden.

Geen dalende stroken maaien.

Geen stijgende stroken maaien.

Maai dwars over het vlak van hellingen met een hoek kleiner dan 15 °/25%.

Kijk altijd omlaag en achter u voordat en terwijl u achteruit loopt.


Gebruik de machine niet zonder de achterflap of de afvoertrechter achteraan geplaatst.

Gebruik de machine met de achterflap of de afvoertrechter achteraan geplaatst.

Gebruik de machine met de achterflap of de grasopvangzak geplaatst.

Inspecteer altijd het maalgebied voordat u gaat maaien en verwijder voorwerpen die door het mes kunnen worden weggeslingerd.

Draaiende messen kunnen ernstige letsels veroorzaken. Houd handen en voeten te allen tijde weg bij het maimechanisme en de uitwerpopening. Let er altijd op dat het blad tot stilstand is gekomen. Laat de beugelhandgreep voor in-/uitschakelen los zodat de maaier wordt uitgeschakeld, wacht tot het mes tot stilstand is gekomen (ongeveer 3 seconden) en verwijder de veiligheidssleutel en de accu voordat u de grasopvangbak verwijdert of teruggeplaatst, de maaimachine schoonmaakt, onderhoudt vervoert of optilt.

Schakel de grasmaaier uit en wacht tot het mes is gestopt met draaien (ongeveer 3 seconden) en verwijder de veiligheidssleutel en de accu vóór het reinigen, onderhouden, vervoeren of optillen van de maaier.



Voorwerpen die door het blad worden geraakt, kunnen ernstige verwondingen toebrengen aan personen. Blijf achter de handgreep als de motor draait. Zorg er altijd voor dat personen en huisdieren zich op voldoende afstand van de grasmaaier bevinden wanneer deze in werking is. Laat de beugelhandgreep voor in-/uitschakelen los zodat de maaier wordt uitgeschakeld, wacht tot het maaiblad tot stilstand is gekomen (ongeveer 3 seconden) voordat u trottoirs, wegen, terrassen en grindpaden oversteekt.


Houd kinderen en omstaanders op een afstand terwijl u een grasmaaier gebruikt.
Positie datumcode (Afb. E)
De productiedatumcode 61 bestaat uit een 4-cijferig jaar gevolgd door een 2-cijferige week en wordt uitgebreid met een 2-cijferige fabriekscode.
Beschrijving (Afb. A)
WAARSCHUWING: Pas het gereedschap of een onderdeel dien nooit aan. Dit kan schade of persoonlijk letsel tot gevolg hebben.
1 Aandrijfhandgreep
2 Handgreepsteun
3 Ontgrendelknop handgreep
4 Hoofdhandgreep
5 Ontgrendelknop handgreep
6 Veiligheidssleutel
7 Schakeldoos
8 Beugelhandgreep
9 Zelfaandrijving hendel (alleen DCMWSP550)
10 Knop voor snelheidsinstelling (alleen DCMWSP550)
11 Aan/uit-knop
12 Bedieningspaneel
13 Indicatielampje oververhit
14 Indicatielampje meter uitschakelen belasting
15 Indicatielampje vouwen handgreep
16 Indicatielampje mes snijden
17 Resetknop mes
18 Laadniveau-indicator
19 Kap accu-ingang
20 Instelhendel maaihoogte
21 Deksel achterklep
22 Grasopvangzak
23 Handgreep grasopvangzak
24 Mulchstop
25 Afvoertrechter achteraan
Bedoeld gebruik
Deze grasmaaier is ontworpen voor het professioneel maaien van gazons.
nIET gebruiken in natte omstandigheden of in de aanwezigheid van ontvlambare vloeistoffen of gassen.
Deze grasmaaier is een professionele machine voor de verzorging van gazons.
LAAT KINDeren niet met het gereedschap in contact komen. Toezicht is vereist als onervaren gebruikers met dit product werken.
- Jonge kinderen en personen met een zwakke gezondheid. Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door jonge kinderen en personen met een zwakke gezondheid, zonder toezicht.
- Dit product is niet bedoeld voor gebruik door personen (waaronder kinderen) die verminderde fysieke, zintuiglijke of psychische mogelijkheden hebben; wanneer sprake is van gebrek aan ervaring, kennis of vaardigheden is gebruik alleen toegestaan onder toezicht van een persoon die verantwoordelijk is voor de veiligheid van gebruikers. Kinderen mogen nooit alleen gelaten worden met dit product.
MONTAGE EN AFSTELLINGEN
GENAAR: Schakel, om het risico op ernstig per zijn onlijk letsel te beperken, de unit uit en verwijder de veiligheidssleutel en de accu voordat u aanpassingen uitvoert of hulpstukken of accessoires plaatst/verwijdert. Per ongeluk starten van de machine kan letsel veroorzaken.
Instellingen aandrijfhandgreep (Afb. D, E)
De grasmaaier wordt verzonden in de opbergstand. U zult de aandrijfhandgreep 1 in de bedrijfsstand moeten zetten voordat u verder gaat.
De aandrijfhandgreep omhoog zetten (Afb. D, E)
- Knijp om de aandrijfhandgreep 1 uit de opbergstand te zetten, op de ontgrendelknop van de handgreep 3.
OPMERKING: De ontgrendelknop van de handgreep 3 bevindt zich op de achterkant van de handgreepsteun 2.
OPMERKING: De hoofdhandgreep 4 moet aan beide kanten iets voorbij de stangen van de aandrijfhandgreep komen voordat de aandrijfhandgreep 1 uit de opbergstand getilt kan worden, zoals weergegeven op Afb. D. - Til de aandrijfhandgreep 1 op tot de vergrendelde positie. Luister tot u de klik hoort en verzeker dat de aandrijfhandgreep 1 in positie vergrendeld is voordat u verder gaat.
- Schuif de hoofdhandgreep 4 naar buiten tot u een reeks klikken hoort. De aandrijfhandgreep 1 staat nu in de bedrijfsstand.
OPMERKING: Let erop dat u net snoer niet inknijpt, uittrekt of onder spanning zet 28.
De hoogte van de hoofdhandgreep instellen (Afb. F)
De hoofdhandgreep 4 kan worden verlengd voor grote gebruikers.
- Druk, om de hoofdhandgreep 4 lager te zetten, op de vrijgaveknop van de hendel 5 en trek de hoofdhandgreep weg van de handgreepsteun 2 tot u een klik hoort, die aangeeft dat de handgreep is vergrendeld in de lagere stand.
OPMERKING: De vrijgaveknop van de handgreep 5 bevindt zich op de onderkant van de handgreepsteun 2.
- Druk, om de hoofdhandgreep 4 hoger te zetten, op de vrijgaveknop van de hendel 5 en trek de hoofdhandgreep weg van de handgreepsteun 2 tot u een klik hoort, die aangeeft dat de handgreep is vergrendeld in de hogere stand.
- Verzeker dat de hoofdhandgreep 4 in positie is vergrendeld voordat u verder gaat.
OPMERKING: Als de accu 26 en veiligheidssleutel 6 geplaatst zijn en er aan de beugelhandgreep 8 wordt getrokken, zal het indicatielampje voor het samenvouwen van de handgreep 15 gaan branden als de aandrijfhandgreep 1 niet in positie is vergrendeld.
-
Druk, om de hoofdhandgreep 4 op de lagere stand te zetten, op de vrijgaveknop van de hendel 5 en duw de hoofdhandgreep 4 in de richting van de handgreepsteun 2 tot u een klik hoort, die aangeeft dat de handgreep is vergrendeld in de lagere stand.
-
Verzeker dat de hoofdhandgreep 4 in positie is vergrendeld voordat u verder gaat.
Opslagmodus (Afb. G-L)
GENAAR: CONTROLEER, VOORDAT U DE VERWIJDERT OF PLAATST, DAT DE VEILIGHEIDSSLEUTEL IS VERWIJDERD ZODAT WORDT VOORKOMEN DAT DE MAAIMACHINE WORDT INGESCHAKELD.
GEYAAR: Schakel de unit uit en verwijder de verigheidssleutel en accu.
- Druk, om de hoofdhandgreep 4 in te trekken, op de vrijgaveknop van de handgreep 5 en duw de hoofdhandgreep 4 in de richting van de handgreepsteun 2 tot u twee klikken hoort, wat aangeeft dat beide kanten van de handgrepen in vergrendelde positie staan. De hoofdhandgreep 4 moet volledig tegen de handgreepsteun staan.
OPMERKING: De hoofdhandgreep 4 moet zich volledig binnen de handgreepopeningen bevinden 29. Als ze niet vast staan zoals weergegeven op Afb. G, druk de hoofdhandgreep 4 dan in de richting van de handgreepsteun 2 tot u twee klikken hoort en beide kanten van de handgreepopeningen 29 dicht zijn, zoals weergegeven op Afb. H.
OPMERKING: Verzeker dat de twee opslaggrendels 30 op de achterkant van de stangen van de aandrijfhandgreep 1 naar buiten gericht zijn zoals weergegeven op Afb. J voordat u de aandrijfhandgreep 1 laat zakken naar de opbergstand.
-
Vouw de aandrijfhandgreep 1 in de richting van de voorwielen 32 naar de opbergstand. Luister tot u twee klikken hoort wanneer de twee opslaggrendels 30 in de opslagsleuven 31 schuiven, zoals weergegeven op Afb. K.
-
Verzeker dat de aandrijfhandgreep 1 in de bewaarstand is vergrendeld voordat u verder gaat.
-
De grasmaaier kan rechtop worden opgeslagen, met de grasopvangbak verwijderd, of plat op de wielen zoals
weergegeven op AfbL.
OPMERkInG: Let erop dat u net snoer niet inknijpt, uittrekt of onder spanning zet 28.
Grasopvangzak (Afb. M)
GEVAAR: Schakel de unit uit en verwijder de vorgheidssleutel en accu.
- Til het deksel van de achterklep op 21, verwijder de mulchstop 24 en plaats de grasopvangzak 22 op de maaier zodat de zak 33 in de sleuven 39 in de binnenste plastic oppervlakken op de beugels van de handgreep schuift. Laat daarna het deksel van de achterklep zakken 21. OPMERkInG: Verwijder, indien geplaatst, de uitlaattrechter achteraan 25 en verzeker dat het deksel van de achterklep 21 volledig omhoog staat voordat u de grasopvangzak plaatst 22.
Mulchen (Afb. N)
GEYAAR: Schakel de unit uit en verwijder de vergneidssleutel en accu.
- Verwijder de grasopvangzak 22 of de uitlaattrechter achteraan 25 om de maaier in de mulch-stand te gebruiken.
- Til het deksel van de achterklep op 21 en schuif de mulchstop 24 volledig in de maaier.
- Verzeker dat de pinnen 35 op de mulchstop 24 in de sleuven op de maaier 36 klikken zoals weergegeven op Afb. N.
- Verzeker dat het deksel van de achterklep 21 dicht is.
Zijopening (Afb.0)
GFYAAR: Schakel de unit uit en verwijder de verigneidssleutel en accu.
- U kunt de maaimachine met de zijopening laten werken door de grasopvangzak 22 te verwijderen.
OPMERkInG: Verwijder de mulchstop 24, indien geplaatst. - Til het deksel van de achterklep 21 op en haak de afvoertrechter achteraan 25 op de maaier en in de sleuven aan de linkerkant zoals weergegeven op Afb. O.
- Laat het deksel van de achterklep 21 los en verzeker dat de afvoertrechter achteraan 25 op zijn plaats bevestigd is voordat u de maaier gebruikt.
Hoogte van de maaimachine afstellen (Afb. P)
U kunt de maaihoogte afstellen met de hendel 20 voor de hoogteafstelling.
OPMERkInG: Als u niet zeker weet op welke hoogte u moet maaien, begin dan te maaien met hendel voor de hoogte-afstelling 20 in hoogste stand en stel de hoogte, naar behoefte, lager in.
De maaihoogte instellen
- Trek de hendel 20 van de hoogte-afstelling los van de vergrendelnok 37.
-
Verplaats de hendel 20 in de richting van de achterzijde van de maaimachine als u de maaihoogte wilt verhogen.
-
Verplaats de hendel 20 in de richting van de voorzijde van de maaimachine als u de maaihoogte wilt verlagen.
- Duw de hendel voor de afstelling van de maaihoogte 20 in één van de vergrendelnokken 37.
WERKING
GFVAAR: Schakel, om het risico op ernstig pazoonlijk letsel te verminderen, de eenheid uit en verwijder de veiligheidssleutel en de accu voordat u aanpassingen uitvoert of hulpstukken of accessoires plaatst/verwijdert. Per ongeluk starten kan letsel veroorzaken.
Juiste handpositie (Afb. Q, R)
WAARSCHUWING: Beperk het risico op ernstig persoonlijk letsel, plaats ALTIJD uw handen in de juiste positie, zoals afgebeeld.
WAARSCHUWING: Beperk het risico van ernstig persoonlijk letsel, houd het gereedschap ALTIJD stevig vast, zodat u bent voorbereid op een plotselinge terugslag.
DCMWP500
Voor de juiste handpositie zet u beide handen op de hoofdhandgreep 4 en de beugelhandgreep 8 zoals weergegeven op Afb. Q.
DCMWsP550
Voor de juiste handpositie zet u beide handen op de hoofdhandgreep 4 en de beugelhandgreep 8 terwijl de grasmaaier niet in de zelftrekkende modus staat; en beide handen op de hoofdhandgreep en de beugelhandgreep en de hendel voor zelftrekken 9 in de zelftrekkende modus, zoals weergegeven op Afb. R.
LEES DEZE INSTRUCTIEHANDLEIDING VOOR GEBRUIK VAN UW GRASMAAIER
Raadpleeg Afb. A aan het begin van deze handleiding voor de volledige lijst van componenten. Bewaar deze handleiding zodat u deze later ook nog kunt raadplegen.
GFNAAR: Scherp bewegend mes. Gebruik de grasmaaier niet in de mulch-stand, als de achterste opening niet onder veerdruk is gesloten, omdat dit ernstige verwondingen tot gevolg kan hebben. Breng uw grasmaaier naar het servicecentrum bij u in de buurt voor reparatie.
GEVAAR: Werk niet met de maaimachine als de A. A. greep niet op z'n plaats is vergrendeld.
GPVAAR: Scherp bewegend mes. Gebruik de grasmaaier nooit in combinatie met de grasopvang als de haken van de grasopvangzak niet goed op de grasmaaier zijn bevestigd en de achterste uitwerpopening niet stevig tegen de grasopvangzak is aangedrukt, omdat dit tot ernstig letsel kan leiden.
GFVAAR: Scherp bewegend mes. Gebruik de maaier met in de modus met zijdelings uitwerpen, tenzij de uitvoertrechter opzij juist geïnstalleerd is, met de achterklep er stevig tegenaan rustend.
WAARSCHUWING: Laat de maaimachine op z'n eigen schreid werken. Overbelast het gereedschap niet.
De accu plaatsen en verwijderen (Afb. S)
GEVAAR: CONTROLEER, VOORDAT U DE A. VERWIJDERT OF PLAATST, DAT DE VEILIGHEIDSSLEUTEL IS VERWIJDERD ZODAT WORDT VOORKOMEN DAT DE MAAIMACHINE WORDT INGESCHAKELD.
De grasmaaier zal uitschakelen en het indicatielampje oververhit 13 zal knipperen als de accu de limiet voor hoge temperatuur bereikt, wat kan worden veroorzaakt door het maaien van dik gras. Als dit zich voordoet, laat de accu dan afkoelen en ga verder met maaien met het maaidek hoger ingesteld.
OPMERkInG: U bereikt het beste resultaat wanneer de accu volledig is opgeladen.
De accu plaatsen
- Maak de accupoort toegankelijk door de kap 19 van de opening op te tillen en de accu zichtbaar te maken 38.
- Schuif de accu 26 in de accupoort 38 tot u een klik hoort (Afb. S).
OPMERkInG: Verzeker dat de accu volledig op z'n plaats zit en goed is vergrendeld. - Sluit het deksel van de accupoort 19 . Verzeker dat het deksel van de accupoort volledig dicht is voordat u de grasmaaier start.
De accu verwijderen
- Til het deksel van de accupoort 19 op om de accupoort toegankelijk te maken 38.
- Druk de vrijgaveknop van de accu 27 in en trek de accu 26 uit de accupoort.
Accu's met vermogenmeter (Afb. C)
Er zijn accu's van de merken DEWALT met een vermogenmeter en deze bestaat uit drie groene LED-lampjes die een aanduiding geven van de resterende lading van de accu.
U kunt de vermogenmeter activeren door de knop 62 van de vermogenmeter ingedrukt te houden. Een combinatie van de drie groene LED-lampjes gaat branden en dat geeft een aanduiding van de hoeveelheid lading die de accu nog heeft. Wanneer de lading in de accu onder het bruikbare niveau ligt, gaat de vermogenmeter niet branden en moet de accu worden opgeladen.
OPMERkInG: De accumeter geeft slechts een indicatie van de hoeveelheid lading die de accu nog heeft. De indicator geeft geen aanwijzingen over de functionaliteit van het gereedschap en is onderhevig aan schommelingen afhankelijk van productcomponenten, temperatuur en de toepassing door de eindgebruiker.
Veiligheidssleutel (Afb. T)
GENAAR: Scherp bewegend mes. Om onbedoeld starten devoegd gebruik van uw snoerloze grasmaaier te voorkomen, is er een verwijderbare veiligheidssleutel in het
ontwerp van de grasmaaier opgenomen. De maaimachine wordt volledig uitgeschakeld wanneer u de veiligheidssleutel uit de maaimachine haalt.
GFVAAR: Draaiende messen kunnen ernstige letsels voor erzaken. Schakel de machine uit en verwijder de veiligheidssleutel en de accu wanneer u de grasmaaier onbeheerd achterlaat of wanneer u deze oplaadt, schoonmaakt, onderhoudt, vervoert, optilt of opbergt.
- Steek de veiligheidssleutel 6 in het sleutelgat 50 op de hoofdhandgreep 4, tot deze volledig in het sleutelgat steekt 50 zoals weergegeven op Afb. T.
- De grasmaaier is nu klaar voor gebruik.
LED-indicatielampjes dashboard (Afb. A, U)
Het bedieningspaneel 12 bevat het indicatielampje voor het laadniveau, het indicatielampje meter maaibelasting, het indicatielampje voor oververhitting, het indicatielampje voor het vouwen van de handgreep, het indicatielampje voor het slijpen van het mes en een resetknop.
Indicatielampje laadniveau (Afb. U)

De DCMWP500 en DCMWSP550 zijn uitgerust met een indicatielampje voor het laadniveau. Dit zal het huidige laadniveau van de accu weergeven tijdens gebruik. De meter geeft geen aanwijzingen over de functionaliteit van het gereedschap en is onderhevig aan schommelingen afhankelijk van productcomponenten, temperatuur en de toepassing door de eindgebruiker.
- De indicatie-LED's voor het laadniveau 18 zullen gaan branden, om het laadniveau van de batterij in procenten weer te geven.
- Als alle 5 indicatie-LED's voor het laadniveau 18 branden, is de accu volledig opgeladen.
- Als er slechts een indicatie-LED voor het laadniveau brandt, is het laadniveau laag en zal het daarna knipperen als de accu ontladen wordt. Verwijder de accu en laad deze op.
Indicatie-LED's voor het laadniveau
LAADNIVEAU KLEUR LAAD-LED

85% - 100% Wit

70% - 85% Wit

50% - 70% Wit
LAADNIVEAU KLEUR LAAD-LED

25% - 50% Wit

≤25% Wit

Uitschakelen vanwege laag accuniveau
Wit en knipperend
Indicatielampje voor vouwen handgreep (Afb. U)

Het indicatielampje vouwen handgreep 15 zal branden als de aandrijfhandgreep 1 niet in de bedrijfsstand staat terwijl de veiligheidssleutel 6 en de accu 26 geïnstalleerd zijn en er aan de beugelhandgreep 8 getrokken wordt. Om het indicatielampje vouwen handgreep te wissen 15, raadpleeg het deel Aandrijfhandgreep in deze handleiding.
Indicatielampje meter maaibelasting (Afb. U)

Het indicatielampje meter maaibelasting 14 gaat wit, geel of rood branden tijdens het maaien.
- Wit wijst op een lage maaibelasting.
- Geel wijst op een gemiddelde maabelasting.
- Rood wijst op een hoge maaibelasting. De bedrijfstijd zal afnemen als er lange tijd een hoge belasting is tijdens het maaien.
Indicatielampje oververhit (Afb. U)

- Het indicatielampje oververhit 13 zal oranje gaan branden en daarna knipperen als de accu of motor overbelast is tijdens gebruik.
- Het indicatielampje oververhit 13 zal rood gaan branden en daarna knipperen als de module een hoge temperatuur heeft bereikt.
- Laat, om het indicatielampje oververhit 13 te wissen, de accu en de maaier afkoelen. Start, na het afkoelen, de grasmaaier opnieuw en ga verder met maaien met het dek van de grasmaaier hoger ingesteld.
Indicatielampje mes slijpen (Afb. U)

Het indicatielampje voor het slijpen van het mes 16 zal gaan branden als de messen onderhoud vereisen. Slijp of vervang de messen, raadpleeg het deel Mes slijpen in deze handleiding.
Resetknop mes (Afb. U)

OPMERkInG: Verzeker dat de accu 26 en de veiligheidssleutel 6 geïnstalleerd zijn voordat u probeert om te resetten.
Schakel, om het indicatielampje mes slijpen 16 te wissen, het bedieningspaneel 12 in door aan de beugelhandgreep 8 te trekken en deze tegen de hoofdhandgreep te houden 4. Houd de resetknop van het mes 17 ingedrukt tot het indicatielampje mes snijden 16 uit gaat.
De maaimachine starten (Afb. Q-T)
GFVAAR: Scherp bewegend mes. Probeer nooit de wering van het systeem met de schakelkast en de veiligheidssleutel uit te schakelen omdat dit tot ernstig letsel kan leiden.
WAARSCHUWING: Controleer of zelftrekken is u#geschakeld, voordat de maaier wordt gestart.
OPMERkInG: De grasmaaier is klaar voor gebruik wanneer de accu 26 en de veiligheidssleutel 6 zijn geplaatst.
- Maak de accupoort toegankelijk door de kap 19 van de opening op te tillen en de accu zichtbaar te maken 38.
-
Schuif de accu 26 in de accupoort 38 tot u een klik hoort. OPMERkInG: Controleer dat de accu volledig geplaatst is en goed is vergrendeld voordat u de grasmaaier start.
-
Sluit het deksel van de accupoort 19 . Verzeker dat het deksel van de accupoort 19 volledig dicht staat voordat u de grasmaaier start.
-
Steek de veiligheidssleutel 6 in het sleutelgat 50 op de hoofdhandgreep 4, tot deze volledig in het sleutelgat steekt 50 zoals weergegeven op Afb. T.
-
Trek om het bedieningspaneel 12 in te schakelen aan de beugelhandgreep 8 en houd deze tegen de hoofdhandgreep 4.
-
Blijf om de messen te starten de beugelhandgreep 8 tegen de hoofdhandgreep 4 houden en druk daarna op de aan/uit-knop 11.
OPMERkInG: Zodra de grasmaaier gestart is, kunt u de aan/uit-knop 11 loslaten maar moet u de beugelhandgreep 8 tegen de hoofdhandgreep 4 houden om de grasmaaier in werking te houden.
- SCHAKEL DE GRASMAAIER uit door de beugelhandgreep 8 los te laten.
WAARSCHUWING: Probeer nooit een schakelaar of de beugelhandgreep in de ON-stand te vergrendelen.
OPMERkInG: Zodra de beugelhandgreep 8 terug naar de originele positie is gekeerd, zal het "Automatisch remmechanisme" geactiveerd worden. De motor wordt afgeremd en de messen zullen na drie seconden of sneller stoppen met draaien. Als de messen langer dan drie seconden blijven draaien, stop dan met de grasmaaier te gebruiken en laat de machine nakijken.
DCMWSP550 ALLEEN
Zelftreksysteem (Afb. V)
GPYAAAR: Scherp bewegend mes. Probeer nooit om de Marking van de schakelkast, het zelftreksysteem of het veiligheidssleutelsysteem te overbruggen, dit kan ernstig letsel veroorzaken.
Uw grasmaaier DCMWSP550 is uitgerust met een zelftreksysteem, dat onafhankelijk van de messen werkt.
- Druk om zelftrekken te gebruiken de hendel voor zelftrekken 9 in de richting van de hoofdhandgreep 4.
- Laat om zelftrekken uit te schakelen de hendel voor zelftrekken los 9.
OPMERkInG: Tijdens het maaien, is het mogelijk eenvoudiger om rond objecten, zoals een boom of planten, te maaien als de functie voor zelftrekken is uitgeschakeld. De grasmaaier kan gemakkelijk worden gebruikt met de functie zelftrekken uitgeschakeld.
DCMWSP550 ALLEEN
Knop voor snelheidsregeling (Afb. W)
Uw DCMWSP550 grasmaaier is uitgerust met een knop voor snelheidsregeling 10 naast het bedieningspaneel 12. De cijfers op de knop voor snelheidsregeling 10 geven aan hoe snel of traag het zelftreksysteem de grasmaaier zal aandrijven. Door een lager cijfer te kiezen, zal de grasmaaier trager bewegen. Door een hoger cijfer te kiezen, zal de grasmaaier sneller bewegen.
- Draai om de snelheid van het zelftreksysteem te verhogen de knop voor snelheidsregeling 10 in de richting van het konijnpictogram 40.
OPMERkInG: De knop voor snelheidsregeling 10 zal een hoger cijfer weergeven. - Draai om de snelheid van het zelftreksysteem te verlagen de knop voor snelheidsregeling 10 in de richting van het slakpictogram 41.
OPMERkInG: De knop voor snelheidsregeling 10 zal een lager cijfer weergeven.
Overbelasting van de maaimachine
Voorkom beschadiging door overbelasting, maai niet te veel gras tegelijkertijd. Ga langzamer maaien of verhoog de maaihoogte.
Maaitips (Afb. T)
WAARSCHUWING: INSPECTEER ALTIJD HET GEBIED WAAR DE GRASMAAIER GEBRUIKT ZAL WORDEN EN VERWIJDER ALLE STENEN, TAKKEN, DRADEN, HONDENKLUIVEN EN ANDER VUIL DIE DOOR
HET DRAAIEND MES WEGGESLINGERS ZOUDEN KUNNEN WORDEN.
WAARSCHUWING: Maai dwars over het vlak van een helling, nooit omhoog en omlaag. Ga zeer voorzichtig te werk wanneer u op een helling van richting verandert. Maai niet op te steile hellingen (meer dan 15 graden). Zorg er altijd voor dat u stevig op uw voeten staat.
- Laat de beugelhandgreep 8 los om de grasmaaier "UIT" te schakelen wanneer u over grindoppervlakken loopt (de stenen kunnen weggeslingerd worden door het mes).
- Stel de grasmaaier op de hoogste maaihoogte in wanneer u een ruwe ondergrond of in hoog onkruid maait. Wanneer u te veel gras tegelijk verwijdert, kan de motor overbelast raken en stoppen.
- Als u een grasopvangzak 22 gebruikt in perioden dat het gras snel groeit, kan het gras bij de uitwerpopening een verstopping veroorzaken. Laat de beugelhandgreep los en schakel de maaimachine uit, verwijder vervolgens de veiligheidssleutel 6 en de accu 26. Verwijder de grasopvangzak 22 en schud het gras naar de onderkant van de zak. Verwijder ook het gras of de rommel die zich misschien rond de uitwerpopening heeft verzameld. Plaats de grasopvangzak 22 opnieuw.
- Als de maaimachine abnormaal begint te trillen, schakel de machine dan uit door de handgreep los te laten en neem de veiligheidssleutel en de accu uit. Zoek onmiddellijk naar de oorzaak. Trillen is een waarschuwing dat er een probleem is. Gebruik de grasmaaimachine niet tot er een onderhoudscontrole is uitgevoerd.
- Houd voor het beste maairesultaat de messen scherp en uitgebalanceerd.
- Inspecteer en reinig de grasmaaier grondig na elk gebruik. Een dek met aangekoekt gras zal de prestaties verminderen.
- Laat altijd de beugelhandgreep los en zet de maaimachine uit, neem de veiligheidssleutel uit en neem de accu uit, wanneer u de maaimachine onbeheerd achter laat, ook al is het maar voor even.
Onderstaande suggesties zullen u helpen om maximaal plezier te hebben van uw snoerloze grasmaaier:
- Maai langzamer op plekken waar het gras zeer lang of dik is.
- Maai geen gras dat nat is door de regen of van de dauw.
- Maai uw gazon regelmatig, vooral wanneer het gras hard groeit.
OPMERkInG: Het wordt aanbevolen om uw accu op te laden na elk gebruik, om de levensduur van de accu te verlengen. Vaak opladen is niet schadelijk voor uw accu, en maakt dat de accu volledig is opgeladen en klaar is voor de volgende maaibeurt van uw gazon.
OPMERkInG: De accu niet volledig opgeladen opbergen, zal de levensduur verkorten.
ONDERHOUD
Dit product is ontworpen om gedurende een lange periode te werken met een minimum aan onderhoud. Of het product
voortdurend naar tevredenheid zal functioneren, hangt af van de juiste zorg en regelmatige reiniging.
GENAAR: Beperk het risico op ernstig persoonlijk letsel, savel de unit uit en verwijder de veiligheidssleutel en de accu's voordat u aanpassingen uitvoert of hulpstukken of accessoires plaatst/verwijdert. Per ongeluk starten kan letsel veroorzaken.
Aan de lader en de accu kan geen onderhoud worden verricht.
Als optie verkrijgbare accessoires
WAARSCHUWING: Omdat accessoires die niet worden dangeboden door DEWALT niet met dit product zijn getest, kan het gebruik van dergelijke accessoires met dit gereedschap gevaarlijk zijn. Beperk het risico van letsel, gebruik uitsluitend door DEWALT Door aanbevolen accessoires moeten worden gebruikt met dit product.
Vraag uw dealer nadere informatie over de juiste accessoires.
Messen verwijderen en plaatsen (Afb. X-DD)
GENAAR: RISICO VAN LETSEL. WANNEER U HATRYSTEEM VAN MESSEN WEER MONTEERT, IS HET BELANGRIJK DAT U IEDER ONDERDEEL GOED INSTALLEERT, ZOALS HIERONDER WORDT BESCHREVEN. ONJUISTE MONTAGE VAN DE MESSEN OF VAN ANDERE ONDERDELEN VAN HET MESSYSTEEM, KAN ERNSTIG LETSEL VEROORZAKEN.
GENAAR: Beperk het gevaar op ernstig persoonlijk let is tot een minimum: zet de machine uit, en neem de veiligheidssleutel en de accu's uit voor u aanpassingen uitvoert of hulpstukken of accessoires plaatst/verwijdert. Wanneer het gereedschap per ongeluk wordt gestart, kan dat leiden tot letsel.
Vervangmessen zijn verkrijgbaar bij het erkend servicecentrum bij u in de buurt. Deze grasmaaier vereist vervangmessen: DT20902.
Zaag een stuk van 38 mm x 89 mm hout 42 (ongeveer 61 cm lang) om te voorkomen dat de messen draaien tijdens het verwijderen van de bevestigingsbout van het mes 43.
WAARSCHUWING: Gebruik handschoenen en geschikte o geerscherming. Draai de maaimachine op z'n zij. Let op de scherpe randen van het mes.
- Plaats de grasmaaier op zijn kant, met twee wielen plat op de grond.
- Plaats het stuk hout van 38 mm x 89 mm 42 tussen de meseenheid 47 en de buitenste lip van de kap zoals weergegeven op Afb. X om te voorkomen dat de messen draaien.
- Schroef de bout van de meseenheid 43 los en verwijder deze met 14 mm (9/16") moersleutel 44 (niet meegeleverd) zoals weergegeven op Afb. X, Y.
- Verwijder de afstandsring 45 en de meseenheid 47 van de as van het mes 49.
-
Zet de meseenheid 47 vast in een bankschroef 34 zoals weergegeven op Afb. Z.
-
Schroef de vier mesbouten 51 los met een 14 mm (9/16") moersleutel 44 (niet meegeleverd) zoals weergegeven op Afb. Z. Draai eerst de twee mesmoeren 51 los voor mes 1 52 en verwijder mes 1. Schroef daarna de mesmoeren 51 los voor mes 2 53 en trek mes 2 van de mesnaaf 48.
OPMERKING: De messen van de maaier 52 en 53 hebben bevestigingsgaten 55 waardoor ze alleen in de juiste richting op de mesnaaf 48 geplaatst kunnen worden.
- Inspecteer alle onderdelen op beschadiging en vervang onderdelen als dat nodig is.
- Plaats geslepen of nieuwe messen op de mesnaaf 48 zoals weergegeven op Afb. AA, BB.
- Mes 2 53 wordt eerst geplaatst, de boutgaten uitgelijnd met de buitenste mesbouten 56 en het bevestigingsgat 55 op de mesnaaf 48 zoals weergegeven op Afb. AA.
OPMERKING: Verzeker dat het bevestigingsgat 55 het gat 57 op de mesnaaf 48 omvat, zoals weergegeven op Afb. AA. Het gat 57 moet voorbij mes 2 53 uitsteken.
- Mes 1 52 wordt als tweede geplaatst, met de boutgaten uitgelijnd met de binnenste mesbouten 58 en het bevestigingsgat 55 op de mesnaaf 48 zoals weergegeven op Afb. BB.
OPMERKING: Verzeker dat het bevestigingsgat 55 het gat 57 op de mesnaaf 48 omvat, en vlak zit zoals weergegeven op Afb. BB.
OPMERKING: Als mes 1 52 niet gelijk zit met het gat 57 op de mesnaaf 48, dan werden de messen in de foute volgorde gemonteerd en moeten ze verwisseld worden.
- Schroef de vier mesmoeren 51 op de mesbouten 56 en 58 zoals weergegeven op Afb. AA, BB. Zet de vier mesmoeren 51 met de hand vast.
OPMERKING: Zorg er bij het plaatsen van geslepen of nieuwe messen op de mesnaaf 48 voor dat de onderkant van het mes gemarkeerd als Graskant naar de grond gericht is als de maaier opnieuw in de normale rechte positie gezet wordt. - Zet de meseenheid 47 vast in een bankschroef 34. Zet de vier mesmoeren 51 vast met een 14 mm (9/16") moersleutel 44 (niet meegeleverd). Zet de vier mesmoeren vast met een aanhaalmoment 51 tot 18-27 Nm (13-20 ft-lbs).
- Plaats, in deze volgorde, de meseenheid 47 en de afstandsring met gat 45 op de mesas 49 zoals weergegeven op Afb. CC.
OPMERKING: Lijn de gaten 46 op de afstandsring 45 uit met de sleuven 60 op de mesas 49 zoals weergegeven op Afb. CC.
-
Plaats de bout van de meseenheid 43 en zet deze met de hand vast.
-
Plaats het stuk hout van 38 mm x 89 mm 42 tussen de meseenheid 47 en de buitenste lip van de kap zoals weergegeven op Afb. DD om te voorkomen dat de messen draaien.
-
Zet de bout van de meseenheid 43 volledig vast met een 14 mm (9/16") moersleutel 44 (niet meegeleverd). Zet de
bout van de meseenheid vast met een aanhaalmoment 43 tot 50-68 Nm (37-50 ft-lbs).
- Zet de grasmaaier opnieuw normaal rechtop.
Slijpen van het mes (Afb. EE)
HOUD HET MES SCHERP ZODAT DE MAAIMACHINE OPTIMAAL KAN PRESTEREN. EEN BOT MES MAAIT HET GRAS NIET GOED.
WAARSCHUWING: Draag handschoenen en geschikte oogescherming wanneer u een mes verwijdert, slijpt en plaatst. Verzeker dat de veiligheidssleutel en accu verwijderd zijn.
Het mes twee keer per maaiseizoen slijpen is onder normale omstandigheden gewoonlijk voldoende. Zand maakt dat het blad snel bot wordt. Als uw gazon zanderige aarde heeft, zult u het maaiblad misschien vaker moeten slijpen. VERVANG GEBOGEN OF BESCHADIGDE MESSEN ONMIDDELLIJK.
Bij het slijpen van een mes:
- Verzeker dat het mes in balans blijft.
- Slijp het mes onder de oorspronkelijke maaihoek.
- Slijp de snijkanten aan beide zijden van het mes en verwijder gelijke hoeveelheden materiaal van beide zijden.
Een mes slijpen in een bankschroef (Afb. EE)
- Verzeker dat de beugelhandgreep is vrijgegeven, de messen zijn gestopt en de veiligheidssleutel en accu zijn verwijderd vóór het verwijderen van de messen.
- Messen van de grasmaaier verwijderen. Zie instructies voor Messen verwijderen en installeren.
- Zet het mes 52 of 53 vast in een bankschroef 34.
- Draag de juiste oogbescherming en handschoenen, ga voorzichtig te werk zodat u zich niet snijdt.
- Vijl de snijranden van het blad voorzichtig met een fijne vijl 54 (niet meegeleverd) of een slijpsteen (niet meegeleverd), handhaaf de hoek van de oorspronkelijke snijrand.
- Controleer de balans van het maaiblad. Zie instructies voor Maaiblad uitbalanceren.
- Plaats het mes opnieuw op de grasmaaier en zet het stevig vast.
Mes balanceren (Afb )
Controleer de balans van elk mes 52 of 53 door het bevestigingsgat 55 over een nagel of ronde schroevendraaier 59, horizontaal in een bankschroef geklemd 34 te plaatsen. Als een uiteinde van het mes omlaag draait, vijl dan langs de scherpe rand van dat omlaag draaiende deel. Het maaiblad is goed uitgebalanceerd wanneer geen van de uiteinden omlaag draait.
Reiniging (Afb. A)
WAARSCHUWING: Blaas minstens een keer per week stof uit alle luchtuitlaten met schone, droge lucht. Draag om het risico op oogletsel te minimaliseren, altijd gepaste oogbescherming en een goedgekeurd stofmasker tijdens het uitvoeren van deze procedure.
WAARSCHUWING: Gebruik nooit oplosmiddelen andere bijtende chemicaliën voor het reinigen van niet- metalen onderdelen van het gereedschap. Deze
chemicaliën kunnen de kunststof materialen die in deze onderdelen worden gebruikt, week maken. Gebruik een doek die alleen met water en een milde zeep vochtig is gemaakt. Laat nooit vloeistof in het gereedschap komen; dompel nooit een onderdeel van het gereedschap onder in een vloeistof.
- Laat de beugelhandgreep 8 los om de grasmaaier uit te schakelen, laat de messen tot stilstand komen.
- Verwijder de accu en de veiligheidssleutel.
- Verwijder grasresten die zich aan de onderzijde van het maimechanisme hebben verzameld. Niet besproeien met water of andere vloeistoffen.
- Controleer na meerdere malen gebruiken dat alle blootstelde bevestigingen nog vast zitten.
Corrosie (Afb. A)
Kunstmest en andere chemicaliën voor de tuin bevatten actieve stoffen die de corrosie van metalen zeer versnellen. Als u op plaatsen maait waar meststoffen of andere chemicaliën zijn gebruikt, moet de maaimachine daarna onmiddellijk als volgt worden gereinigd:
Laat de beugelhandgreep 8 los om de grasmaaier uit te schakelen en verwijder de accu en de veiligheidssleutel. Neem alle blootgestelde onderdelen af met een vochtige doek.
OPGELET: Probeer niet de om de grasmaaier schoon te maken door er water op te spuiten. Berg het gereedschap niet op bij of op kunstmest of chemicaliën. Het gereedschap kan als het zo is opgeborgen snel gaan roesten.
Smering
Uw elektrische gereedschap heeft geen aanvullende smering nodig.
Bescherming van het milieu

Gescheiden afvalinzameling. Producten en accu's die zijn voorzien van dit symbool mogen niet bij het normale huishoudafval worden weggegooid.
Producten en accu's bevatten materialen die kunnen worden herwonnen en gerecycled waardoor de vraag naar grondstoffen afneemt. Recycle elektrische producten en accu's volgens de ter plaatse geldende voorschriften. Nadere informatie is beschikbaar op www.2helpU.com.
Oplaadbare accu
Deze accu met lange levensduur moet worden opgeladen wanneer de accu niet voldoende vermogen levert voor werkzaamheden die eerder zonder veel moeite werden gedaan. Ruim de accu aan het einde van zijn technische levensduur op en houd daarbij rekening met het milieu:
- Maak de accu geheel leeg en haal de accu vervolgens uit het gereedschap.
- Li-lon-cellen kunnen worden gerecycled. Breng ze terug bij uw leverancier of naar het milieupark bij u in de buurt. De ingezamelde accu's zullen worden gerecycled of op juiste wijze tot afval worden verwerkt.
GIDS VOOR HET OPLOSSEN VAN PROBLEMEN
GEFAAR: Beperk het gevaar op ernstig persoonlijk letsel tot een minimum: zet de machine uit en neem de veiligheidssleutel en de accu u wordt u een aanpassing uitvoert of hulpstukken of accessoires verwijdert/installeert. Een onvoorziene opstart kan letsel veroorzaken.
Voor hulp met uw product, bel uw plaatselijk DEWALT erkend servicecentrum.
PROBLEEM OPLOSSING
| De maaimachineloopt niet wanneerde beugelhandgreepwordt geactiveerd | Controleer om te verzekeren dat de veiligheidssleutel is geinstalleerd en volledig geplaatst is en dat de aan/uit-knop is ingedrukt. |
| Laat de beugelhandgreep los. Schakel de grasmaaier uit. Verwijder veiligheidssleutel en accu. Keer de maaier om en controleer of de messenvrij kunnen draaien. | |
| Controleer dat de accuruimte vrij is van vuil en de accu goed is aangesloten. | |
| Is de accu volledig opgeladen? Druk op de knop voor het laadniveau. | |
| Als het indicatielampje voor het vouwen van de handgreep 15 brandt, raadpleeg dan het deel De aandrijfhandgreep omhoogzetten in deze handleiding. | |
| De mesmotor stopttijdens het maaien | Laat de beugelhandgreep los. Schakel de grasmaaier uit. Verwijder veiligheidssleutel en accu. Keer de maaier om en controleer of de messenvrij kunnen draaien. |
| Verhoog de maaihoogte van de wielen naar de hoogste positie en start de maaimachine. | |
| Controleer dat er zich geen vuil in de accuruimte bevindt. | |
| Is de accu volledig opgeladen? Druk op de knop voor het laadniveau. | |
| Voorkom overbelasting van de maaimachine. Ga langzamer maaien of verhoog de maaihoogte. | |
| Als het indicatielampje voor oververhitting 13 brandt, laat de accu en de grasmaaier dan afkoelen. Start de grasmaaier na het afkoelenopnieuw en ga verder met maaien met de maaihoogte hoger ingesteld. | |
| De aandrijfh-andgreep 1 wil nietin de opslagstandvergrendelen | Verzeker dat de twee opslaggrendels 30 op de onderkant van de stangen van de aandrijfhandgreep 1 naar buiten gericht zijn voordat u de aandrijfhandgreep 1 naar de opslagstand laat zakken. |
| De hoofdhandgreep 4 moet zich volledig binnen de handgreepopeningen bevinden 29 . Als ze niet vast staan zoals weergegevenop Afb. G, druk de hoofdhandgreep 4 dan in de richting van de handgreepsteun 2 tot u twee klikken hoort en beide kanten van dehandgreepopeningen 29 dicht zijn, zoals weergegeven op Afb. H. | |
| De zelftrekmotor stopttijdens gebruik | Schakel de voeding naar de zelftrekkende grasmaaier uit. |
| Haal vuil van de behuizing van de motor voor zelf rijden. | |
| Controleer dat de wielen vrij draaien. | |
| De grasmaaierdraait maar demaiprestaties zijnniet naar behoren ofde grasmaaier maaithet volledige gazonniet | Is de accu volledig opgeladen? Druk op de knop voor het laadniveau. |
| Laat de beugelhandgreep los en zet de maaimachine uit. Verwijder veiligheidssleutel en accu. Keer de maaimachine om en controleer:• De messen op scherpte – houd messen scherp.• Het dek en de uitwerpopening op verstoppingen. | |
| De aanpassing van de wielhoogte kan te laag zijn ingesteld voor de staat van het gras. Verhoog de maaihoogte. | |
| Het indicatielampje voor het slijpen van het mes 16 zal gaan branden als de messen onderhoud vereisen. Slijp of vervang de messen,raadpleeg het deel Mes slijpen in deze handleiding. | |
| De maaimachine ismoeilijk te duwen | Laat de beugelhandgreep los en zet de maaimachine uit. Verwijder veiligheidssleutel en accu. Verhoog de maaihoogte zodat de wrijvingtussen het dek en het gras afneemt. Controleer dat de wielen allemaal vrij kunnen draaien. |
| Als het indicatielampje voor oververhitting 13 brandt, laat de accu en de grasmaaier dan afkoelen. Start de grasmaaier na het afkoelenopnieuw en ga verder met maaien met de maaihoogte hoger ingesteld. | |
| De maaimachine isluidruchtiger dannormaal en trilt | Laat de beugelhandgreep los en zet de maaimachine uit. Verwijder veiligheidssleutel en accu. Draai de maaimachine op zijn kant en controleer hetblad zodat u er zeker weet dat het niet gebogen of beschadigd is. Als het mes is beschadigd, vervang het dan door eenDEWALT vervangmes. Alsde onderzijde van het dek beschadigd is, breng de grasmaaier dan naar eenDEWALT erkend servicecentrum. |
| Als er geen zichtbare schade aan het blad is en de maaimachine blijft trillen: Laat de beugelhandgreep los en zet de maaimachine uit.Verwijder veiligheidssleutel en accu. Demonteer de volledige meseenheid zoals wordt beschreven in het deel Messen verwijderen eninstalleren. Verwijder alle vuil en maak de verschillende delen schoon. Vervang elk onderdeel zoals wordt beschreven in het deel Messenverwijderen en installeren. Als de grasmaaier nog altijd trilt, breng deze dan naar een erkendDEWALT servicecentrum. | |
| De maaimachine pakthet gemaaide grasniet op met de zak | De uitwerpopening is verstopt. Laat de beugelhandgreep los en zet de maaimachine uit. Verwijder veiligheidssleutel en accu. Haal hetgemaaide gras uit de grasopvang. |
| Verhoog de maaihoogte van de wielen zodat het gras minder kort wordt gemaaid. | |
| De zak is vol. Leeg de zak vaker. |