VT Digi Pro - Multimeter Weidmüller - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis VT Digi Pro Weidmüller in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over VT Digi Pro Weidmüller
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Multimeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding VT Digi Pro - Weidmüller en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. VT Digi Pro van het merk Weidmüller.
GEBRUIKSAANWIJZING VT Digi Pro Weidmüller
Beschrijving van het apparaat
1 Testpenbescherming
2 Testpennen
5 Lcd-display
6 Spanningsindicator, led
7 Fotocel
8 Functieled
9 Drukknop TEST
10 Drukknop Lastfunctie
11 Drukknop HOLD-functie
12 Batterijvak
3 Polariteitsaanduiding van de testpennen
4 Testpenverlichting (alleen type 1152/53)

Veiligheidsaanwijzingen

WAARSCHUWING

Bij het testen alleen aan de grepen vastpakken en de testelektroden niet aanraken; spanningsmeting alleen 2-polig uitvoeren.

VOORZICHTIG

- De spanningstesters zijn ontworpen voor gebruik door vakkrachten elektrotechniek in combinatie met een veilige werkwijze.
-
Onbevoegden mogen de spannings- tester en de bijbehorende uitbrei- dingsinrichtingen niet uit elkaar ne- men.
-
De digitale spanningstester mag alleen binnen het vermelde nominale spanningsbereik en in laagspanningssystemen tot 690 V worden gebruikt. De in DIN VDE 0105 Deel 100 en EN 50110-1 vermelde toepassingsbepalingen voor spanningstesters schrijven voor dat kort vóór aanvang van de controle op spanningsvrije staat, de spanningstester op werking moet worden gecontroleerd. Als hierbij de weergave uitvalt, mag de spanningstester niet langer worden gebruikt.
- De weergave van de overschrijding van de bovenste grenswaarde voor laagspanningen (ELV) dient slechts als waarschuwing voor de gebruiker en niet als meetwaarde.
- Op grond van de hoge ingangsweerstand kan een weergave van capacitieve en inductieve spanningen plaatsvinden. De spanningstester type 1152 bezit een inschakelbare lastfunctie voor demping van deze blindspanningen.
- De inschakeling en weergave vindt bij spanningen > 5 V automatisch plaats. Bij spanningen < 5 V inschakeling met de knop TEST (9) met kortgesloten testpennen (2) op elk moment mogelijk.
- Een juiste weergave is alleen in het temperatuurbereik van -15 °C tot +45 °C bij een relatieve luchtvochtigheid <95 % gewaarborgd.
- De werking van de spanningstester moet kort vóór en na de controle op spanningsvrije staat worden gecontroleerd. Als hierbij de weergave van een of meer stappen uitvalt of als geen functiegereedheid wordt weergegeven, mag de spanningstester niet langer worden gebruikt.
- De juiste werking van de fase- en draaiveld-controle kan bij ongunstige locaties, bijv. bij ladders met houten treden of isolerende vloerbedekkingen of in niet correct geaarde wisselspanningsnetten, niet worden gewaarborgd.
- Bij LOW-BAT-weergave moet de batterij zo spoedig mogelijk worden vervangen. Er kunnen foutieve meetwaarden worden weergegeven. De halfgeleidertest kan bij zwakke batterijen niet op de juiste manier worden uitgevoerd.
-
Het bewaren van het apparaat moet droog en in een schone omgeving plaatsvinden.
-
De spanningstester voldoet aan beschermingsgraad IP 65 en kan daardoor ook in vochtige omstandigheden (ook buiten) worden gebruikt.
- Het apparaat kan in het kader van zijn maximaal mogelijke inschakelduur (ID) maximaal 30 seconden op de hoogste nominale spanning van het nominale spanningsbereik worden gebruikt.
- De waarneembaarheid van de weergave kan bij ongunstige lichtomstandigheden, bijv. bij fel zonlicht, beperkt zijn.
OPMERKING

De spanningstester mag met geopend batterijvak niet worden gebruikt.
⚠️ VOORZICHTIG

VOORZICHTIG MAGNETISCH VELD: Beide handgrepen van de spannings- tester zijn voor gezamenlijke arrêtering voorzien van 2 Neodym-magneten per handgreep.

Neodym-magneten zijn veel sterker dan 'gewone' magneten. Houd daarom een goede veiligheidsafstand aan tot alle apparaten en objecten die door magnetisme beschadigd raken. Hiertoe behoren onder andere tv's en computermonitoren, creditcards en EC-passen, computers, diskettes en andere gegevensdragers, videotapes, mechanische klokken, gehoorapparaten en luidsprekers.
Ook pacemakers kunnen door een grote magneet worden gestoord – ga in geval van twijfel uiterst voorzichtig te werk.
Houd u aan de aanbevolen veiligheidsafstanden in de onderstaande tabel:
| Object Magneet- | veld schadelijk vanaf | Veilig-heidsaf-stand bij gebruikte magneet |
| Hoogwaardige magneetpas (creditcard, EC-pas, bankpas) | 40 mT = 400 G | 8 mm |
| Eenvoudige magneetpas (parkeer-garage, beursen-tree) | 3 mT = 30 G | 21 mm |
| Pacemaker nieuw 1 | mT = 10 G 31 | mm |
| Pacemaker oud 0,5 | mT = 5 G 40 | mm |
| Gehoorapparaat 20 | mT = 200 G | 10 mm |
| Mechanische klok, antimagnetisch vlg. ISO 764 | 6 mT 16 mm | |
| Mechanische klok, niet antimagne-tisch | 0,05 mT 85 mm |
Aanwijzingen voor de op het apparaat weergegeven symbolen!

LET OP! Waarschuwing voor een gevaarlijk punt, gebruiksaanwijzing aanhouden.
- De gebruiksaanwijzing bevat informatie en aanwijzingen die voor een veilige bediening en veilig gebruik van het apparaat noodzakelijk zijn. Voorafgaand aan het gebruik van het apparaat moet de gebruiksaanwijzing aandachtig worden gelezen en op alle punten worden gevolgd.
- Als de gebruiksaanwijzing niet wordt aangehouden of als u het nalaat de waarschuwingen en aanwijzingen op te volgen, kunnen levensgevaarlijk persoonlijk letsel en beschadigingen van het apparaat het gevolg zijn.

Geschikt voor werken onder spanning.

Aanduiding van elektrische en elektronische apparaten (AEEA-richtlijn).

CE-markering, bevestigt de naleving van de geldende EU-richtlijnen.
Gebruiksaanwijzing
- Digitale weergave van gelijk- en wisselspanningen tot 690 V (alleen type 1152/53)
- Groot display met achtergrondverlichting en met aanvullende staafdiagramweergave
- Achtergrondverlichting met fotocel
- HOLD-functie voor tussentijds opslaan van de meetwaarde
- Doorverbindingstest
• Fasecontrole zonder aanrakingspool
• Draaiveldcontrole (alleen type 1152)
• Inschakelbare lastfunctie (alleen type 1152)
• Optische weergave - Eenhandbediening bij contactdooscontrole door magnetische houdverbinding van de beide handgrepen
• Automatische batterijbewaking
• Testpenverlichting (alleen type 1152/53)
Technische gegevens
| Afmetingen 287 x 68 x 23 mm(l x b x h) | |
| Nominaal spanningsbereik | 5-690 V AC/DC(type 1152/53)5-500 V AC/DC(type 1154) |
| Frequentiebereik 0-100 Hz | |
| Piekspanningsbestendigheid | 8 kV |
| Ingangsweerstand ≥ 300 kohm | |
| Ingangsstroom Is < 2,5 mA bij 690 V | |
| Ingangsstroom bij last Is < 200 mA bij 690 V(alleen type 1152) | |
| Inschakelduur (ID) bij last | 30 s |
| Hersteltijd bij last 240 s | |
| Doorverbindingstest Doorverbinding< 250 kohm | |
| Eenpolige fasecontrole Weergave bij spanningen > 200 50/60 V AC | |
| Temperatuurbereik -15 °C tot +45 °C | |
| Type batterij | 2 x Micro 1,5 V AAAalkaline (geen oplaadbare batterijen gebruiken) |
| Veiligheidsklasse | IP 65 |
| Certificering | vlg. EN 61243-3:2010-10 VDE 0682 Deel 401 |
| Gewicht | 290 g |
| Overspanningscategorie | CAT III/690 VCAT IV/600 V |
| Vochtigheid max. 95 % rel. lucht-vochtigheid (31 °C),max. 45 % rel. lucht-vochtigheid (45 °C) |
Weergavebereiken bij spanningsmeting
| 0,2-20 V DC | Met ingedrukte knop TEST (9)Weergave met een positie na de komma (bijv. 10,5 V) + led* aan Gevoeligheid 0,1 V, afwijking ± 3 digits |
| 5,0-24 V AC/DC | Weergave met een positie na de komma (bijv. 20,5 V) + led aan Gevoeligheid 0,1 V, afwijking ± 3 digits |
| 24-240 V AC/DC | Weergave zonder positie na de komma (bijv. 230 V) + led aan Gevoeligheid 1 V, afwijking ± 3 digits |
| 240-450 V AC/DC | Weergave zonder positie na de komma (bijv. 400 V) + led aan Gevoeligheid 2 V, afwijking ± 3 digits |
| 450–690 V AC/DC | Weergave zonder positie na de komma (bijv. 500 V) + led aan Gevoeligheid 5 V, afwijking ± 3 digits |
* Led-spanningsindicator in het bereik 5-690 V AC/DC vlg. EN 61243-3, in het temperatuurbereik -15 °C tot +45 °C. De weergavebereiken worden door de microprocessor afhankelijk van de spanning (stijgend of dalend) bepaald en van een omschakelhysteresis voorzien, zo dat de weergave zo rustig mogelijk is.
Plaatsen van de batterij (afb. A)
Open het batterijvak met een schroevendraaier of een muntstuk door een 60°-draaiing tegen de klok in (de markering op de batterijdrager staat op de positie van de rechter markering op het apparaat). Plaats de beide batterijen volgens de afbeelding op de batterijdrager in het apparaat (geen oplaadbare batterijen gebruiken!).
Voor het sluiten van het batterijvak, de batterijdrager in uitneempositie in het apparaat invoeren en met een 60°-draaiing met de klok mee tot in de eindstand draaien (De markering op de batterijdrager staat tegenover de linker markering op het apparaat. Batterijdrager en behuizing vormen een vlak oppervlak).
⚠️ VOORZICHTIG

De spanningstester mag met geopend batterijvak niet worden gebruikt. Bij lekkende batterijen mag de spanningstester niet langer worden gebruikt. Gooi lege batterijen niet bij het normale huisvuil. Breng de batterijen naar de hiervoor bestemde KCA-depots.
Functietest (afb. B)
Voor de functietest moeten de testpennen (2) kortgesloten en de knop TEST (9) continu bediend worden. Alle segmenten van het display (5) moeten worden weergegeven. Vervolgens moet het apparaat ‘---’ weergeven en de functieled (8) moet oplichten.
Bij een mislukte functietest, bijv. omdat de testpennen (2) niet kortgesloten zijn, wordt na ongeveer 3 seconden de melding 'niet gereed voor gebruik' (afb. K) weergegeven (snel knipperen van de weergegeven segmenten). In dit geval moet de functietest opnieuw worden uitgevoerd. De spanningstester mag alleen na een geslaagde functietest worden gebruikt.
Als bij de functietest de melding 'bat' (afb. M) op het display verschijnt, moeten vóór verder gebruik van de spanningstester de batterijen worden vernieuwd.
Inschakelbare testpenverlichting (afb. B)
De testpenverlichting (4) kan handmatig door bediening van de drukknop TEST (9) worden ingeschakeld. De verlichting blijft slechts gedurende de toetsbediening ingeschakeld.
Gebruiksmodussen
In- of uitschakelautomaat
Bij spanningen > 5 V (AC/DC) schakelt het apparaat door het zetten van de testpennen (2) op de testspanning automatisch in. Als de testpennen van de testspanning worden gescheiden of als de testspanning onder 5 V (AC/DC) daalt, schakelt het apparaat automatisch uit.
- Doorverbindingstests evenals de meting van kleine spanningen (< 5 V DC) kunnen alleen met ingedrukte knop TEST (9) worden uitgevoerd. Het apparaat moet hiervoor vooraf worden gekalibreerd. Als de knop niet langer wordt bediend, schakelt het apparaat uit.
- Door korte bediening van de knop TEST (9) wordt het apparaat eveneens ingeschakeld.
Apparaat kalibreren (afb. B)
Voor de doorverbindingstest en voor meting van kleine spanningen (< 5 V DC) moet het apparaat als volgt worden gekalibreerd:
OPMERKING

Vóór uitvoering van de kalibratie moet het apparaat uitgeschakeld zijn, dat wil zeggen led uit en geen weergave op het display.
• Knop TEST (9) ingedrukt houden
• Testpennen (2) kortsluiten
Als de kalibratie op de juiste manier uitgevoerd is, verschijnt de melding ‘---’ op het display.
Doorverbindingstest (afb. C)
Vóór uitvoering van een doorverbindingstest in installaties moeten externe spanningen worden uitgeschakeld en indien nodig condensatoren worden ontladen.
1 Apparaat kalibreren.
2 Knop TEST (9) bij de kalibratie en gedurende de controle ingedrukt houden.
3 Te testen object met de testpennen (2) contacteren.
4 De weergave Doorverbinding/Onderbreking vindt plaats volgens afbeelding C.
Halfgeleidertest (afb. D)
Bij de polariteitsafhankelijke doorverbindingstest wordt de minpool van de interne spanningsbron bij bediening van de knop TEST (9) op de testpen van de weergavegreep geschakeld (minpool van de testspanningsbron). Voorwaarde voor een juist onderscheid van doorverbinding en sperrichting is dat de halfgeleider een sperspanning heeft die groter is dan 3 V. Anders kan ook in sperrichting een weergave plaatsvinden.
Door de hoge ingangsweerstanden kan bij deze controle geen halfgeleider worden beschadigd.
1 Apparaat kalibreren (afb. B).
2 Knop TEST (9) bij de kalibratie en gedurende de controle ingedrukt houden.
3 Te testen object met de testpennen (2) contacteren.
4 De weergave Doorverbinding/Onderbreking vindt plaats volgens afbeelding D.
OPMERKING

Bij ongunstige locaties, bijv. op ladders met houten treden of isolerende vloerbedekkingen en in niet correct geaarde wisselspanningsnetten, kan de fase-controle niet worden uitgevoerd.
De eenhandfasecontrole kan alleen in correct geaarde wisselspanningsnetten > 200 V bij 50-60 Hz worden uitgevoerd.
OPMERKING

De testpen die niet op fase ligt, moet bij de fasecontrole contactvrij blijven.
- Voor uitvoering van de fasecontrole, de kleine testpen met de aanduiding (−) met de fase (> 200 V AC) van het wisselspanningsnet contacteren en de weergavegreep stevig in de hand houden.
- Bij fasecontact vindt de weergave plaats volgens afbeelding E, op het lcd-display wordt de spanningspijl weergegeven.
Spanningsmeting (afb. F en G)
Testpennen (2) op te controleren potentiaalpun- ten zetten.
- Let voor de polariteit op de symbolen (3) (+/-) op de testpennen (2).
- Het voorhanden type spanning (gelijkspanning/wisselspanning) wordt automatisch herkend en weergegeven op het display (DC/AC).
- De polariteit (+/−) wordt eveneens automatisch herkend en weergegeven.
- Testspanningen > 5 V worden aanvullend op de weergavewaarde nog door de functieled (8) weergegeven.
- Als aanvulling op de weergave van de spanningswaarde, wordt de hoogte van de testspanning door afzonderlijke staafdiagramssymbolen weergegeven.
- Belangrijk: Beide testpennen moeten veilig met de testspanningsbron worden gecontacteerd.
Meting van gelijkspanningen (afb. F)
1 Testpennen (2) op te controleren potentiaal-punten zetten.
2 De gemeten spanningswaarde evenals het te- ken voor het type spanning (DC) en voor de polariteit (+/-) worden weergegeven.
Meting van wisselspanningen (afb. G)
1 Testpennen (2) op te controleren potentiaal-punten zetten.
2 De gemeten spanningswaarde evenals het teken voor het type spanning (AC) worden weergegeven.
Overloopweergave (afb. L)
Als op de testpennen bij de spanningstest een hogere spanning dan de toelaatbare nominale spanning van het apparaat staat, dan geeft het lcd-display de maximale nominale spanningswaarde weer. De overloop wordt door een naar rechts doorlopend staafdiagram weergegeven.
Meting van gelijkspanningen < 5 V
1 Apparaat kalibreren (afb. B).
2 Knop TEST (9) bij de kalibratie en gedurende de controle ingedrukt houden.
3 Te testen object met de testpennen (2) contacteren en de gemeten spanningswaarde aflezen.
OPMERKING

Bij de meting van kleine spanningen (< 5 V) moeten de polariteiten van de testspanningsbron met de polariteiten van de testpennen overeenkomen. Als de polariteiten bij de meting omgewisseld zijn, verschijnt op het lcd-display het symbool voor onderbreking (afb. C).
Weergave vasthouden (HOLD)
Op moeilijk toegankelijke punten, bijv. in een schakelkast, kan vaak de weergave niet eenduidig worden afgelezen. Om deze reden kan bij metingen van spanningen met de HOLD-knop (11) de weergave worden vastgehouden.
De displayverlichting waarborgt daarnaast zelf bij slecht licht probleemloos kan worden afgelezen. De HOLD-functie zorgt voor 'bevriezing' van de weergave waardoor meetwaarden na een meting goed kunnen worden afgelezen en geregistreerd. Opmerking: De HOLD-functie is gedurende de doorverbindingstest en de halfgeleidertest niet activeerbaar.
Displayverlichting
De achtergrondverlichting voor het display wordt gedurende het gebruik van het apparaat in donkere omgeving automatisch ingeschakeld. Bij voldoende omgevingslicht blijft de achtergrondverlichting uit, en spaart daardoor de batterij.
Inschakelbare lastfunctie (afb. H) (alleen type 1152)
Ontlading van capaciteiten
Door bediening van de beide drukknoppen (10) wordt een interne lastweerstand ingeschakeld. Hierdoor is het zonder gevaar mogelijk, condensatoren via deze lastweerstand te ontladen, waarbij tegelijkertijd de daling van de spanning op het lcd-display in het oog kan worden gehouden.
Demping van blindspanningen
In wisselspanningsnetten kunnen door inkoppeling van aangrenzende leidingen blindspanningen op de leidingen ontstaan, die door de spanningstester als voorhanden spanning worden weergegeven. Door gelijktijdige bediening van de beide drukknoppen (10) wordt een blindspanningsaandeel gedempt, zodat een veilig onderscheid kan worden gemaakt tussen een voorhanden blindspanning en een spanningvoerend net.
Verliesstroomschakelaar
Als gedurende een spanningsmeting tussen de uitwendige geleider (fase) en de aardgeleider (PE) de beide drukknoppen (10) worden bediend, kan de verliesstroomschakelaar worden geactiveerd.
Draaiveldcontrole (afb. I en J)
OPMERKING

Bij ongunstige locaties, bijv. op ladders met houten treden of isolerende vloerbedekkingen en in niet correct geaarde wisselspanningsnetten, kan de draai-veldcontrole niet worden uitgevoerd.
De draaiveldcontrole wordt automatisch gedurende de spanningsmeting tussen twee uitwendige geleiders van het driefasedraaistroomnet uitgevoerd.
Bij de draaiveldcontrole moet de weergavegreep (+) als L2 en de kleine testpen (−) als L1 worden geïnterpreteerd.
De weergave vindt plaats op het Icd-display door de draaipijl.
Bij een tegenproef met omgewisselde testpennen moet ook de weergegeven draairichting veranderen.
Afb. I
Rechts veld<<
(U > 340 V, 50-60 Hz)
Weergave Draaiveld 'Rechts'
Afb. J
Links veld<<
(U > 340 V, 50-60 Hz)
Weergave Draaiveld 'Links'
Automatische batterijbewaking
In alle gebruiksmodussen wordt op het lcd-display door middel van een batterijpictogram de oplading van de batterijen weergegeven.
- Als in het batterijpictogram alle binnenste segmenten worden weergegeven, zijn de batterijen vol.
- Als alleen het batterijpictogram zonder de binnenste segmenten wordt weergegeven, zijn de batterijen leeg en ze moeten worden vernieuwd.
- Als de melding 'bat' (afb. M) op het display verschijnt, moeten vóór verder gebruik van de spanningstester de batterijen worden vernieuwd.
Bedoeld gebruik/toepassingsgebied
Het apparaat is alleen bedoeld voor de in de gebruiksaanwijzing beschreven toepassingen.
Hiervoor moeten in het bijzonder de veiligheids-aanwijzingen en de technische gegevens met de voorgeschreven omgevingsomstandigheden worden opgevolgd.
Elke andere toepassing is niet toegestaan en kan tot ongevallen of onherstelbare schade aan het apparaat leiden. Dergelijke toepassingen leiden ertoe dat de gebruiker niet langer aanspraak kan maken op fabrieksgarantie.
Onderhoud/opslag
Als de spanningstester volgens de aanwijzingen van de gebruiksaanwijzing wordt gebruikt, is geen bijzonder onderhoud noodzakelijk.
Als u de spanningstester langere tijd niet gebruikt, moet u de batterijen uitnemen om een gevaarlijke situatie c.q. beschadiging door mogelijke lekkage van batterijen te voorkomen.
Reiniging/verzorging
Vóór aanvang van een reiniging moet de spanningstester van alle meetkringen worden gescheiden. Verontreinigingen op de spannings- tester kunnen met een vochtige doek worden schoongemaakt.
OPMERKING

Geen scherpe reinigingsmiddelen of oplosmiddelen gebruiken.
Na afloop van de reiniging mag de spanningstester tot aan de volledige droging niet worden gebruikt.
Recycling volgens AEEA

Geachte klant, Door de aankoop van ons product verwerft u de mogelijkheid om het apparaat na beëindiging van zijn levenscyclus kosteloos in het recyclingproces te laten opnemen.
De AEEA (Europese richtlijn 2002/96) regelt de terugname en recycling van afgedankte elektrische/elektronische apparatuur. In de B2C-sector (Business to Consumer) zijn fabrikanten van elektrische/elektronische apparatuur vanaf de 13-8-2005 verplicht om elektrische/elektronische apparatuur die na deze datum wordt verkocht, kosteloos terug te nemen en te recyclen. Elektrische/elektronische apparatuur mag dan niet langer in de 'normale' afvalstromen terechtkomen. Elektrische/elektronische apparatuur moet gescheiden worden gerecycled en afgevoerd. Alle apparatuur die onder deze richtlijn valt, draagt dit logo
Wat moet u doen?
Nadat het apparaat zijn levenseinde bereikt heeft, brengt u het apparaat eenvoudig naar het dichtstbijzijnde openbare inzamelingspunt voor afgedankte elektrische/elektronische apparatuur. Wij zorgen dan voor alle noodzakelijke recyclingen afvoermaatregelen. Voor u ontstaan hierdoor geen kosten en last. Beperking van de belasting van het milieu en bescherming van het milieu, staan bij al onze activiteiten centraal.
Gescheiden inzameling
Gooi oude apparaten, batterijen niet in het huisvuil, in het vuur of in het water. Batterijen moeten ingezameld, gerecycled of op milieuvriendelijke manier worden afgevoerd.
Alleen voor EU-Landen:
Volgens de Europese richtlijn 2006/66 moeten defecte of lege batterijen worden gerecycled. Niet langer bruikbare batterijen kunnen op het verkooppunt of een inzamelingspunt voor chemisch afval worden afgegeven.
CE-verklaring
Het product voldoet aan de
• Laagspanningsrichtlijn 2006/95 EG
• EMC-richtlijn 2004/108 EG
• RoHS-richtlijn 2002/95 EG
• AEEA-richtlijn 2002/96 EG