P3 Auto - Lasapparaat GYS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis P3 Auto GYS in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over P3 Auto GYS
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Lasapparaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding P3 Auto - GYS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. P3 Auto van het merk GYS.
GEBRUIKSAANWIJZING P3 Auto GYS
Voor het in gebruik nemen van dit apparaat moeten deze instructies zorgvuldig gelezen en goed begrepen worden.
Voer geen onderhoud of wijzigingen uit die niet in de handleiding vermeld staan.
Ieder lichamelijk letsel en iedere vorm van materiële schade veroorzaakt door het niet naleven van de instructies in deze handleiding kan niet verhaald worden op de fabrikant van het apparaat.
In geval van problemen of twijfels over het gebruik dient u een bekwaam persoon te raadplegen om de installatie correct uit te voeren.
OMGEVING
Dit apparaat mag uitsluitend gebruikt worden voor het uitvoeren van laswerkzaamheden, en alleen volgens de in de handleiding en/of op het typeplaatje vermelde instructies. De veiligheidsvoorschriften moeten altijd gerespecteerd worden. Bij foutief of gevaarlijk gebruik kan de fabrikant niet aansprakelijk worden gesteld.
De installatie moet worden gebruikt in een stofvrije, zuurvrije omgeving, zonder ontvlambare gassen of andere corrosieve substanties. Voor de opslag van deze apparatuur gelden dezelfde voorwaarden. Zorg voor voldoende ventilatie tijdens het gebruik van dit apparaat.
Temperatuurbereik:
Gebruikstemperatuur tussen -10 en +40°C (+14 en +104°F).
Opslag tussen -20 en +55°C (-4 en 131°F).
Luchtvochtigheid:
Lager of gelijk aan 50% bij 40°C (104°F).
Lager of gelijk aan 90% bij 20°C (68°F).
Hoogte :
Tot 1000 m boven de zeespiegel (3280 voet).
PERSOONLIJKE BESCHERMING EN BESCHERMING VAN ANDEREN
Booglassen kan gevaarlijk zijn en ernstige en zelfs dodelijke verwondingen veroorzaken.
Bij het lassen worden de individuen blootgesteld aan een gevaarlijke warmtebron, aan lichtstraling van de lasboog, aan elektro-magnetische velden (waarschuwing voor dragers van een pacemaker), aan elektrocutie gevaar, aan lawaai en gasvormige dampen.
Bescherm uzelf en bescherm anderen, respecteer de volgende veiligheidsinstructies :

Om u te beschermen tegen brand- en stralingsgevaar, dient u kleding zonder omslagen te dragen, die Isolerend, droog, brandwerend en in goede staat zijn, en die het gehele lichaam bedekt.

Draag handschoenen die een elektrische en thermische isolatie garanderen.

Draag een lasbescherming en/of een lashelm die voldoende bescherming biedt (afhankelijk van de lastoepassing). Bescherm uw ogen tijdens schoonmaakwerkzaamheden. Het dragen van contactlenzen is uitdrukkelijk verboden.
Soms is het nodig om het lasgebied met brandwerende gordijnen te beschermen tegen de straling van de boog, en tegen lasspetters en vonken.
Informeer de personen in het lasgebied om niet naar de boog of naar gesmolten stukken te staren, en om aangepaste kleding te dragen die hen voldoende bescherming biedt.

Gebruik een bescherming tegen lawaai als de laswerkzaamheden een hoger geluidsniveau bereiken dan de toegestane norm (dit geldt tevens voor alle personen die zich in de las-zone bevinden).
Houd bewegende delen (ventilator) op veilige afstand van handen, haar, en kleding.
Verwijder nooit de behuizing van de koelgroep wanneer de las-installatie aan een elektrische voedingsbron is aangesloten en onder spanning staat. de fabrikant zal in geval van een ongeluk niet aansprakelijk gehouden kunnen worden.

De elementen die net gelast zijn zijn heet, en kunnen brandwonden veroorzaken wanneer ze aangeraakt worden. Tijdens onderhoudswerkzaamheden op het pistool of de elektrode-houder moet u zich ervan verzekeren dat deze voldoende afgekoeld zijn, en na het uitschakelen van het apparaat moet u minstens tien minuten wachten alvorens over te gaan tot het uitvoeren van onderhoud. Om te voorkomen dat de vloeistof brandwonden veroorzaakt moet de koelgroep in werking zijn tijdens het gebruik van een watergekoelde toorts.
Het is belangrijk om, voor vertrek, het werkgebied veilig achter te laten, om mensen en goederen niet in gevaar te brengen.
LASDAMPEN EN GASSEN

Rook, dampen, gassen en stof die worden uitgestoten tijdens het lassen zijn gevaarlijk voor de gezondheid. Er moet altijd voldoende ventilatie zijn, en soms is de toevoer van frisse lucht noodzakelijk. Een lashelm met verse lucht-aanvoer kan een oplossing zijn als er onvoldoende ventilatie is.
Controleer of de afzuigkracht voldoende is, en verifieer of deze aan de gerelateerde veiligheidsnormen voldoet.
Waarschuwing: bij het lassen in kleine ruimtes moet de veiligheid op afstand gecontroleerd en geobserveerd worden. Bovendien kan het lassen van
bepaalde materialen die lood, cadmium, zink, kwik of beryllium bevatten bijzonder schadelijk zijn. Ontvet de te lassen stukken alvorens met het lassen te beginnen.
De gasflessen moeten worden opgeslagen in een open of goed geventileerde ruimte. Ze moeten in verticale positie gehouden worden, in een houder of op een trolley.
Lassen in de buurt van vet of verf is verboden.
BRAND EN EXPLOSIE-RISICO

Scherm de laszone volledig af, ontvlambare stoffen moeten op ten minste 11 meter afstand gehouden worden. Een brandblusinstallatie moet aanwezig zijn in de buurt van laswerkzaamheden.
Pas op voor projectie van hete onderdelen of vonken die, zelfs door kieren heen, brand of explosions kunnen veroorzaken.
Houd personen, ontvlambare voorwerpen en containers onder druk op veilige en voldoende afstand.
Het lassen in containers of gesloten buizen of houders is verboden, en als ze open zijn dan moeten ze ontdaan worden van ieder ontvlambaar of explosief product (olie, brandstof, gasresten...).
Slijpwerkzaamheden mogen niet worden gericht naar de lasstroombron of in de richting van brandbare of ontvlambare materialen.
GASFLESSEN

Het gas dat uit de gasflessen komt kan, in geval van hoge concentraties in de lasruimte, verstikking veroorzaken (goed ventileren is absoluut noodzakelijk).
Het transport moet absoluut veilig gebeuren : de flessen moeten gesloten zijn en de lasstroombron moet uitgeschakeld zijn. De flessen moeten verticaal bewaard worden en door een ondersteuning rechtop gehouden worden, om te voorkomen dat ze omvallen.
Sluit de flessen na ieder gebruik. Wees alert op temperatuurveranderingen en blootstelling aan zonlicht.
De fles mag niet in contact komen met een vlam, een elektrische boog, een toorts, een massaklem of andere warmtebronnen of gloeiende voorwerpen.
Houd de fles uit de buurt van elektrische circuits en lascircuits, en las nooit een fles onder druk.
Waarschuwing : Pas op tijdens het openen van de kraan van de fles, houd uw hoofd zo ver mogelijk af van de gaskraan, en verzeker u ervan dat het gebruikte gas geschikt is voor uw type werkzaamheden.
Het elektrische netwerk dat wordt gebruikt moet altijd geaard zijn. Gebruik het op de veiligheidstabel aanbevolen type zekering. Een elektrische schok kan, direct of indirect, ernstige en zelfs dodelijke ongelukken veroorzaken.
Raak nooit delen aan de binnen- of buitenkant van de machine aan die onder spanning staan wanneer de machine aanstaat (Toortsen, klemmen, kabels, elektroden) daar deze aangesloten zijn op het lascircuit.
Voordat u de lasstroombron opent, moet deze van het stroomnet worden afgesloten, en moet u ten minste 2 minuten wachten totdat alle condensatoren ontladen zijn.
Raak nooit tegelijkertijd de toorts of de elektrodehouder en de massa-klem aan.
Let er op dat u de kabels en toortsen laat vervangen indien deze versleten zijn. door gekwalificeerde en bevoegde personen. Gebruik alleen kabels met de geschikte doorsnede. Draag altijd droge, in goede staat verkerende kleren om uzelf van het lascircuit te isoleren. Draag isolerende schoenen, waar u ook werkt.
EMC CLASSIFICATIE VAN HET MATERIAAL

Dit Klasse A materiaal is niet geschikt voor gebruik in een woonomgeving waar de stroom wordt aangeleverd door een openbaar laagspanningsnet. Het is mogelijk dat er problemen ontstaan met de elektromagnetische compatibiliteit in deze omgevingen, vanwege storingen of radiofrequente straling.

Op voorwaarde dat de impedantie van het openbare laagspanningsnetwerk op het punt van aansluiting lager is dan Zmax = 0.450 Ohms, is dit materiaal conform aan de norm IEC 61000-3-11, en kan het aangesloten worden aan een openbaar laagspanningsnetwerk. Het is de verantwoordelijkheid van de installateur en de gebruiker om ervoor te zorgen, indien nodig in samenspraak met de beheerder van het netwerk, dat de impedantie van het netwerk conform is aan de impedantie-restricties.
Dit materiaal voldoet aan de IEC 61000-3-12 norm.
ELEKTROMAGNETISCHE EMISSIES

Elektrische stroom die door geleidend materiaal of kabels gaat veroorzaakt plaatselijk elektrische en magnetische velden (EMF). De lasstroom wekt een elektromagnetisch veld op rondom de laszone en het lasmateriaal.
Elektro-magnetische velden (EMF) kunnen de werking van sommige medische apparaten verstoren, bijvoorbeeld pacemakers. Voor mensen met medische implantaten moeten speciale veiligheidsmaatregelen in acht genomen worden. Bijvoorbeeld : toegangsbeperking voor voorbijgangers, of
een individuele risico-evaluatie voor de lassers.
Alle lassers zouden de volgende adviezen op moeten volgen om blootstelling aan elektro-magnetische straling van het lascircuit tot een minimum te beperken:
- plaats de laskabels samen - maak ze aan elkaar vast indien mogelijk ;
- houd uw romp en uw hoofd zo ver mogelijk verwijderd van het lascircuit;
- wikkel de laskabels nooit rond uw lichaam;
- ga niet tussen de laskabels in staan. Houd de twee laskabels aan dezelfde kant van uw lichaam;
- sluit de massaklem aan op het werkstuk, zo dicht mogelijk bij de te lassen zone;
- werk niet naast de voedingsbron, ga er niet op zitten en leun er niet tegenaan ;
- niet lassen tijdens het verplaatsen van de lasstroombron of het draadaanvoersysteem.

Personen met een pacemaker moeten eerst een arts raadplegen voordat ze het apparaat gaan gebruiken.
Blootstelling aan elektromagnetische straling tijdens het lassen kan gevolgen voor de gezondheid hebben die nog niet bekend zijn.
AANBEVELINGEN OM DE LASZONE EN DE LASINSTALLATIE TE EVALUEREN
Algemene aanbevelingen
De gebruiker van dit apparaat is verantwoordelijk voor het installeren en het gebruik van het booglasmateriaal volgens de instructies van de fabrikant. Indien er elektromagnetische verstoringen worden waargenomen, is het de verantwoordelijkheid van de gebruiker van het booglasmateriaal om dit probleem op te lossen, met hulp van de technische dienst van de fabrikant. In sommige gevallen kan de oplossing liggen in een eenvoudige aarding van het lascircuit. In andere gevallen kan het nodig zijn om met behulp van filters een elektromagnetisch schild rondom de stroomvoorziening en om het gehele werkvertrek te creëren. In ieder geval moeten de storingen, veroorzaakt door elektromagnetische stralingen, beperkt worden tot een aanvaardbaar niveau.
Evaluatie van de lasruimte
Voordat u booglasmateriaal installeert moeten alle potentiële elektromagnetische problemen in de omliggende zone geëvalueerd worden. De volgende gegevens moeten in aanmerking worden genomen :
a) de aanwezigheid boven, onder en naast het booglasmateriaal van andere voedingskabels, besturingskabels, of signaal- of telefoonkabels;
b) de aanwezigheid van radio- en televisiezenders en ontvangers;
c) de aanwezigheid van computers en overig besturingsmateriaal;
d) van belangrijke veiligheidsapparatuur, bijvoorbeeld : industrieel beveiligingsmateriaal ;
e) de gezondheid van personen in de directe omgeving, bijvoorbeeld : dragers van pacemakers of gehoorapparaten ;
f) materiaal dat wordt gebruikt voor het kalibreren of het uitvoeren van metingen;
g) de immuniteit van overig materiaal aanwezig in de omgeving.
De gebruiker moet zich ervan verzekeren dat alle apparatuur in de werkruimte compatibel is. Het is mogelijk dat er extra beschermende maatregelen nodig zijn;
h) een aanpassing van het moment dat het lassen of andere activiteiten plaatsvinden.
De afmeting van het omliggende gebied dat in acht moet worden genomen en/of moet worden beveiligd hangt af van de structuur van het gebouw en van de overige activiteiten die er plaatsvinden. Dit omliggende gebied kan groter zijn dan de begrenzingen van het gebouw.
Een evaluatie van de lasinstallatie
Behalve een evaluatie van de zone, kan een evaluatie van de booglasinstallaties helpen met het detecteren en oplossen van storingen. Bij het evalueren van de emissies moeten de werkelijke meetresultaten worden bekeken, zoals deze zijn gemeten in de reële situatie, zoals vermeld in Artikel 10 van de CISPR 11. De metingen in de specifieke situatie, op een specifieke plek, kunnen tevens helpen de doeltreffendheid van de maatregelen te testen.
AANBEVELINGEN VOOR METHODES OM ELEKTROMAGNETISCHE EMISSIES TE REDUCEREN
a. Openbaar stroomnet: U kunt de booglasinstallatie aansluiten op een openbaar stroomnet, met inachtneming van de aanbevelingen van de fabrikant. Als er storingen ontstaan, kan het nodig zijn om extra voorzorgsmaatregelen te nemen, zoals het filteren van het openbare stroomnetwerk. Er kan overwogen worden om de voedingskabel van de lasinstallatie af te schermen in een metalen leiding of een gelijkwaardig materiaal. Het is wenselijk om de elektrische continuïteit van deze afscherming over de gehele lengte te verzekeren. De bescherming moet aangekoppeld worden aan de lasstroomvoeding, om er zeker van te zijn dat er een goed elektrisch contact is tussen de geleider en het omhulsel van de lasstroomvoeding.
b. Onderhoud van het booglasmateriaal : De booglasapparatuur moet regelmatig worden onderhouden, en hierbij moeten de aanwijzingen van de fabrikant worden opgevolgd. Alle openingen, serviceklepjes en behuizingen moeten gesloten en correct vergrendeld zijn wanneer het booglasmateriaal in werking is. Het booglasmateriaal mag op geen enkele manier gewijzigd worden, met uitzondering van veranderingen en instellingen zoals genoemd in de handleiding van de fabrikant. Het is bovendien zeer belangrijk dat het vonkenhiaat van de toorts correct afgesteld is en goed onderhouden wordt, volgens de aanbevelingen van de fabrikant.
c. Laskabels : De kabels moeten zo kort mogelijk zijn, en dichtbij elkaar geplaatst worden, dichtbij de grond of op de grond.
d. Equipotentiaal verbinding : Het is wenselijk om alle metalen objecten in en om de werkomgeving te aarden. Evenwel : metalen objecten die verbonden zijn aan het te lassen voorwerp vergroten het risico op elektrische schokken voor de lasser, wanneer hij tegelijkertijd deze objecten en de elektrode aanraakt. Het wordt aangeraden de lasser van deze voorwerpen te isoleren.
e. Aarding van het te lassen onderdeel : Wanneer het te lassen voorwerp niet geaard is, vanwege elektrische veiligheid of vanwege de afmetingen en de locatie, wat het geval kan zijn bij bijvoorbeeld : scheepsrompen of metalen structuren van gebouwen, kan een verbinding tussen het voorwerp en de aarde, in sommige gevallen maar niet altijd, emissies verminderen. Vermijd het aarden van voorwerpen wanneer daarmee het risico op verwondingen van de lassers of op beschadigingen van ander elektrisch materiaal vergroot wordt. Indien nodig, kan het aarden van het te lassen voorwerp rechtstreeks plaatsvinden, maar in sommige landen waar deze directe aarding niet toegestaan is is het aan te raden te aarden met een daarvoor geschikte condensator, die voldoet aan de regelgeving van het betreffende land.
f. Beveiliging en afscherming : Selectieve afscherming en beveiliging van andere kabels en materiaal in de omgeving kan eventuele problemen verminderen. Voor speciale toepassingen kan de beveiliging van de gehele laszone worden overwogen.
TRANSPORT EN VERVOER VAN DE LASSTROOMBRON

Gebruik niet de kabels of de toorts om het apparaat te verplaatsen. Het apparaat moet in verticale positie verplaatst worden. Til nooit het apparaat boven personen of voorwerpen.
Til nooit een gasfles en het apparaat tegelijk op. De vervoersnormen zijn verschillend.
Het is beter om eerst de spoel te verwijderen voordat u de lasstroomvoeding op wilt tillen of wilt verplaatsen.
INSTALLATIE VAN HET MATERIAAL
- Plaats de voeding op een ondergrond met een helling van minder dan 10^ .
- Zorg dat er voldoende ruimte is om de machine te ventileren en om toegang te hebben tot het controlepaneel.
- Niet geschikt voor gebruik in een ruimte waar geleidend metaalstof aanwezig is.
- Plaats het lasapparaat niet in de stromende regen, en stel het niet bloot aan zonlicht.
- Het materiaal heeft een beschermingsklasse IP23S, wat betekent dat :
- het apparaat is beveiligd tegen toegang in gevaarlijke delen van solide elementen met een diameter van >12,5mm en
- het beveiligd is tegen regendruppels als deze 60° ten opzichte van een verticale lijn vallen, wanneer de bewegende delen (ventilator) stationair zijn.
Deze apparaten kunnen dus buiten opgeslagen worden, in overeenstemming met veiligheidsindicatie IP23S.

Niet gecontroleerde lasstroom kan de aardgeleiders vernietigen, gereedschap en elektrische installaties beschadigen en onderdelen verhitten, wat kan leiden tot brand.
- Alle lasconnecties moeten goed en correct aangesloten worden, en deze moeten regelmatig gecontroleerd worden!
- Verzekert u zich ervan dat de bevestiging van het werkstuk solide is en geen elektrische problemen heeft!
- Zet alle elektrisch geleidende elementen van het lasapparaat zoals het chassis, de trolley en de hefsystemen goed vast zodat ze geïsoleerd zijn!
- Leg of zet geen ander gereedschap zoals boormachines, slijpgereedschap, enz. op de lasstroombron, op de trolley, of op de hefsystemen zonder dat deze geïsoleerd zijn!
- Leg altijd de lastoortsen of elektrodehouders op een geïsoleerd oppervlak wanneer ze niet gebruikt worden!
De voedingskabels, verlengsnoeren en laskabels moeten helemaal afgerold worden om oververhitting te voorkomen.

De fabrikant kan niet verantwoordelijk gehouden worden voor lichamelijk letsel of schade aan voorwerpen veroorzaakt door niet correct of gevaarlijk gebruik van dit materiaal.
ONDERHOUD / ADVIES


- Het onderhoud mag alleen door gekwalificeerd personeel uitgevoerd worden. We raden u aan een jaarlijkse onderhoudsbeurt uit te laten voeren.
-
Haal de stekker uit het stopcontact om de elektriciteitsvoorziening te onderbreken, en wacht vervolgens minstens twee minuten voordat u werkzaamheden gaat uitvoeren op het apparaat. Aan de binnenkant van het apparaat is de spanning hoog en gevaarlijk.
-
Haal regelmatig de behuizing van het apparaat af, en maak het apparaat met een blazer stofvrij. Maak van deze gelegenheid gebruik om met behulp van geïsoleerd gereedschap ook de elektrische verbindingen te laten controleren door gekwalificeerd personeel.
- Controleer regelmatig de voedingskabel. Als de voedingskabel beschadigd is, moet deze vervangen worden door de fabrikant, de after-sales dienst of een bekwaam en gekwalificeerd persoon, om ieder risico te vermijden.
- Laat de ventilatie-opening van de lasstroombron vrij zodat de lucht goed kan circuleren.
- Deze lasstroombron mag niet worden gebruikt voor het ontdooien van leidingen, het opladen van batterijen of accu's of het opstarten van motoren.
INSTALLATIE - GEBRUIK EN FUNCTIONEREN VAN HET APPARAAT
Alleen ervaren en door de fabrikant gekwalificeerd personeel mag de installatie van dit apparaat uitvoeren. Tijdens de installatie dient u zich er van te verzekeren dat de generator niet is aangesloten op het stroomnet. Seriële en parallelle generator-verbindingen zijn verboden. Om de optimale lasomstandigheden te creëren wordt aanbevolen om de laskabels te gebruiken die worden meegeleverd met het apparaat.
OMSCHRIJVING
Dit materiaal is een krachtige enkelfase lasstroombron voor semi-automatisch "synergetisch" lassen (MIG of MAG). De P1 accepteert spoelen draad met een diameter van 200 en 300 mm. De P3 accepteert spoelen draad ∅ 200 mm.
BESCHRIJVING VAN HET MATERIAAL (II)
P1
1- Spoelhouder ∅ 200/300 mm. 9- Aansluiting gas
2- Klepje accessoire-doos 10- Aansluiting netspanning
3- Kabelhouder 11- Houder flessen 4m
4- Toortshouder 12- Draadaanvoersysteem
5- HMI (Human Machine Interface) 13- USB aansluiting
6- START/STOP schakelaar
7- Massa kabel (-) 3.5 m
8- Euro-aansluiting (toorts X1)
P3
1- Spoelhouder ∅ 200 mm 9- Aansluiting gas
2- Klepje accessoire-doos 10- Aansluiting netspanning
3- Kabelhouder 11- Houder flessen 2x4m
4- Toortshouder 12- Draadaanvoersysteem
5- HMI (Human Machine Interface) 13- USB aansluiting
6- START/STOP schakelaar
7- Massa kabel (-) 3.5 m
8- Euro-aansluiting (toorts X3)
INTERFACE HUMAN - MACHINE (HMI)

HMI
Lees de handleiding voor het gebruik van de bediening (HMI), die deel uitmaakt van de complete handleiding van het materiaal.
ELEKTRISCHE VOEDING - OPSTARTEN
- Het model 230 V wordt geleverd met een 16 A aansluiting type CEE7/7 en mag alleen worden gebruikt met een 230 V (50 - 60 Hz) enkelfase geaarde elektrische
installatie. - Het model 208/240 V wordt geleverd zonder aansluiting en moet worden gebruikt met een geaarde 208-240V (50-60 Hz)enkelfase elektrische installatie.
De effectieve stroomafname (I1eff) staat aangegeven op het apparaat, (stroomgebruik onder optimale omstandigheden). Controleer of de stroomvoorziening en de bijbehorende beveiligingen (netzekering en/of hoofdschakelaar) geschikt zijn voor de stroom die nodig is voor het gebruik van dit apparaat. In sommige landen kan het nodig zijn om elektrische aansluiting aan te passen om het toestel optimaal te kunnen gebruiken. - De vermogensbron is geschikt om te functioneren met een elektrische spanning van 230V -20% +15%. De stroombron schakelt over op beveiliging wanneer de voedingsspanning lager is dan 185 Veff of hoger dan 265 Veff. (een storingscode verschijnt dan op het scherm).
- Het opstarten gebeurt met een druk op de knop START/STOP (Aan), en u schakelt het apparaat uit met behulp van dezelfde knop (Uit). Waarschuwing! Nooit de stroomvoorziening afsluiten wanneer het apparaat oplaadt.
AANSLUITEN OP EEN STROOMGENERATOR
Deze apparatuur kan worden gebruikt met een stroomgenerator, op voorwaarde dat deze hulpspanning aan de volgende eisen voldoet :
- De spanning moet wisselspanning zijn, van 230 V -20% + 15%, en de piekspanning mag niet hoger zijn dan 400 V.
- De frequentie moet tussen de 50 en 60 Hz liggen.
Deze voorwaarden moeten absoluut geverifieerd worden, omdat veel stroomgeneratoren hogere spanningspieken produceren die het materiaal kunnen beschadigen.
Alle gebruikte verlengsnoeren moeten de voor het apparaat geschikte lengte en kabelsectie hebben. Gebruik een verlengsnoer dat voldoet aan de nationale regelgeving.
| Ingangsspanning | Lengte - Sectie van het verlengsnoer (Lengte < 45m) |
| 230 V | 2.5 mm ^2 |
| 208/240 V | 4 mm ^2 (AWG 12) |
INSTALLEREN VAN DE SPOEL

text_image
a b a b c- Verwijder de nozzle (a) en de contact-buis (b) van uw MIG/MAG toorts.
- Open het klepje van de generator.
- Plaats de spoel op de houder.
- Houd rekening met de aandrijf-pen (c) van de spoelhouder. Voor het plaatsen van een spoel van 200 mm : draai de plastic houder van de spoel (a) maximaal aan,
- Stel de rem van de spoel (b) correct af, om te voorkomen dat tijdens de lasstop de draad in de war raakt. Over het algemeen : niet te strak aandraaien, dit kan de motor oververhitten.
INBRENGEN VAN DE LASDRAAD

Voor het vervangen van de rollers handel als volgt :
- Draai de draaiknop (a) maximaal los en laat deze neerkomen.
- Ontgrendel de rollers door de bevestigingsschroeven (b) los te draaien.
- Plaats de aanvoerrollen die geschikt zijn voor de door u uit te voeren werkzaamheden en schroef de schroeven weer vast.

- Controleer het opschrift op de rol, om er zeker van te zijn dat deze geschikt is voor de diameter en het materiaal van het door u gebruikte draad (voor een draad van ∅ 1.0 gebruikt u de groef ∅ 1.0).
- Gebruik rollen met een V-groef voor staaldraad en andere hardere draadsoorten.
- Gebruik rollen met een U-groef voor aluminiumdraad en andere soepele draadsoorten. souples.
: de aanduiding is af te lezen op de rol (bijvoorbeeld : 10 = ∅ 1.0)
→ : de te gebruiken groef

text_image
Ø 10
Voor het installeren van lasdraad handel als volgt :
- Draai het wieltje zo ver mogelijk los en laat het zakken.
- Breng de draad in, sluit vervolgens de draadaanvoer en draai het wieltje volgens de aanwijzingen aan.
- Druk op de trekker van de toorts om de motor te activeren, een procedure wordt op het scherm getoond.
Opmerkingen :

- Een te krappe mantel kan problemen bij de draadaanvoer geven en de motor oververhitten.
- De aansluiting van de toorts moet eveneens goed aangedraaid worden, dit om oververhitting te voorkomen.
- Controleer of noch de draad, noch de spoel met het mechanische deel van het apparaat in aanraking is, dit zou kortsluiting kunnen veroorzaken.
RISICO OP BLESSURES ALS GEVOLG VAN BEWEGENDE ONDERDELEN

De draadaanvoer systemen zijn uitgerust met mobiele componenten die uw handen kunnen verwonden, waar uw haren uw kleding of gereedschap in verstrikt kunnen raken, wat kan leiden tot ernstige verwondingen!
- Raak met uw hand(en) geen bewegende, draaiende of aandrijvende onderdelen aan!
- Let goed op dat de afdekkingen van de behuizing van het apparaat correct gesloten blijven wanneer het apparaat in werking is!
- Draag geen handschoenen tijdens het afwikkelen van de lasdraad en het verwisselen van de spoelen.
SEMI-AUTOMATISCH LASSEN IN STAAL/INOX (MAG MODULE)
Met dit apparaat kunt u lassen met staaldraad en roestvrijstaaldraad met een ∅ 0.6 tot 1,0 mm (I-A).
Voor het lassen van staal dient u een speciaal lasgas (Ar+CO2) te gebruiken. De CO2 verhouding kan variëren, afhankelijk van het gebruikte type
gas. Voor Inox gebruikt u een mengsel van 2% CO2. Wanneer u last met puur CO2, is het noodzakelijk om een gasvoorverwarmer aan te sluiten op de gasfles. Voor specifieke vragen over gas dient u contact op te nemen met uw gasleverancier. De gastoevoer voor staal ligt tussen de 8 en 15 liter per minuut, afhankelijk van de omgeving. Om de gastoevoer op de manometer te kunnen controleren zonder het draad aan te voeren, kunt u een langere druk uitoefenen op de drukknop n°1 en de procedure op het scherm volgen. Deze controle moet regelmatig worden uitgevoerd, om optimale lasresultaten te garanderen. Raadpleeg de HMI-handleiding
- Gebruik de rollers die geschikt zijn voor het lassen van staal / inox.
- Gebruik de capillaire buis (bestemd om het draad van de rollen van het draadaanvoersysteem naar de EURO-aansluiting te geleiden) uitsluitend voor het lassen van staal/inox (I-B).
- Gebruik een speciale staal / inox toorts. Deze toorts heeft een teflon mantel om wrijving te verminderen.
- Contact buis : gebruik een SPECIALE staal / inox contactbuis die geschikt is voor de diameter van de door u gebruikte draad.
SEMI-AUTOMATISCH LASSEN VAN ALUMINIUM (MIG MODULE)
Met dit apparaat kunt u lassen met aluminiumdraad met een ∅ van 0.8 tot 1.2 mm (I-B).
Voor aluminium dient u een specifiek zuiver Argon (Ar) gas te gebruiken. De contact buis, de groef van de roller, en de mantel van de toorts zijn geschikt voor deze toepassing. Voor de juiste keuze van het gas kunt u contact opnemen met uw gasleverancier. De gastoevoer voor aluminium ligt tussen 15 en 20 L/m, afhankelijk van de omgeving en de ervaring van de lasser.

Tijdens het gebruik van de rode of de blauwe mantel (aluminium lassen) wordt het gebruik van accessoire 90950 (I-C) aanbevolen. Deze inox geleidingshuls zorgt voor een betere centrering van de mantel en verbetert de aanvoer van de draad.

Video
- Gebruik specifieke rollen voor het lassen van aluminium.
- Oefen minimale druk uit op de gemotoriseerde drukrollen van de opwikkelaar om te voorkomen dat de draad geplet wordt.
- Gebruik een speciale aluminium toorts. Deze toorts heeft een teflon mantel om wrijving te verminderen. Snijd de mantel NIET door aan de rand van de fitting! Deze mantel wordt gebruikt om de draad van de rollen te geleiden.
- Contactbuis: gebruik een SPECIAL aluminium contactbuis die overeenkomt met de diameter van de draad.
SEMI-AUTOMATISCH LASSEN CUSI EN CUAL (HARDSOLDEREN)
Dit materiaal is geschikt voor het lassen van CuSi en CuAl draad met een ∅ van 0,8 tot 1,0 mm.
Net zoals bij staaldraad moet er een capillaire buis geplaatst worden, en moet men een toorts met een staal-mantel gebruiken. Bij hardsolderen moet er puur Argon (Ar) gebruikt worden.
AANSLUITING GAS
- Installeer een geschikte drukregelaar op de gasfles. Sluit deze aan op het lasapparaat met de bijgeleverde slang. Bevestig de klemmen om eventuele lekkages te voorkomen.
- Verzekert u zich ervan dat de gasfles goed is bevestigd, en volg nauwkeurig de aanwijzingen op voor het vastmaken van de ketting op de generator.
- Regel de gastoevoer door aan het wieltje op de drukregelaar te draaien.
NB : om de afstelling van de gastoevoer eenvoudiger te maken : activeer de rollers van de draadaanvoer met een druk op de trekker van de toorts (draai het wieltje van de rem van de draadaanvoer losser zodat de draad niet wordt meegevoerd). Maximale gasdruk 0.5 Mpa (5 bars).
Deze procedure is niet van toepassing op het lassen in de « No Gaz » module.
AANBEVOLEN COMBINATIES
| (mm) | Stroom (A) ∅ draad | (mm) ∅ Nozzle (mm) Toevoer | (in L/min) | ||
| MIG | 0.8 > 2 20 > 100 | 0.8 12 10-12 | |||
| 2 > 4 100 > 200 | 1.0 12-15 12-15 | ||||
| 4 > 8 200 > 300 | 1.0/1.2 15-16 15-18 | ||||
| 8 > 15 | 300 > 500 | 1.2/1.6 | 16 | 18-25 | |
| MAG | 0.6 > 1.5 | 15 > 80 | 0.6 12 | 8-10 | |
| 1.5 > 3 80 > 150 | 0.8 12-15 10-12 | ||||
| 3 > 8 150 > 300 | 1.0/1.2 15-16 12-15 | ||||
| 8 > 20 | 300 > 500 1.2/1.6 | 16 15-18 |
LASMODULE MIG/MAG (GMAW/FCAW)
De toegang tot sommige las-instellingen hangt af van de gekozen schermweergave : Instellingen/Weergave : Easy of Expert. Raadpleeg de HMI-handleiding
| Lasprocedures | ||||
| Instellingen | Instellingen | Handmatig | Synergetisch | |
| Koppel materiaal/gas | - Fe Ar 15% CO2- ... | -- | √ | Keuze van het te lassen materiaal.Synergetische lasinstellingen |
| Draad diameter | ∅ 0.6 > ∅ 1.2 mm | -- | √ | Keuze draaddiameter |
| Gebruik van de trekker | 2T, 4T Keuze besturing van de trekker. | |||
| Punt module Spot, Spot-Delay Keuze module punten | ||||
| 1ste Instelling | Dikte Stroom Snelheid | -- | √ | Keuze te tonen hoofdinstelling (Dikte van het te lassen onderdeel, gemiddelde lasstroom of draadsnelheid). |
LASPROCEDURES
Voor meer informatie betreffende de GYS synergieën en de lasprocedures kunt u de QR code scannen :

EASY
2 LASMODULES
- Lassen (continu)
- Kettinglassen
Met deze lasmodule kunt u zeer fijn plaatwerk lassen en het risico van doorboren of vervormen van het plaatwerk beperken. Het Kettinglassen gebeurt handmatig met behulp van de trekker.
EXPERT
PUNTLASSEN
- Spot
Met deze lasmodule kunnen de te lassen onderdelen voor het lassen geassembleerd worden. Het punten kan handmatig, per trekker, of getemporiseerd gebeuren, in een van te voren gedefinieerd ritme. Deze «punt-duur» zorgt voor een betere reproduceerbaarheid en het realiseren van niet-geoxideerde punten.
- Spot Delay
Dit is een punt-module die veel lijkt op de SPOT-module, maar die, zolang u de trekker ingedrukt houdt, zal puntlassen in een vooraf gedefinieerd ritme. Met deze functie kunt u zeer fijn plaatwerk van staal en aluminium lassen, en hierbij het risico op doorboren en vervormen van het plaatwerk (vooral bij het lassen van aluminium) beperken.
LASMODUS
• 2T 4T
DEFINITIE INSTELLINGEN
| Een-heid | ||
| Burnback -- | Functie die het risico op het plakken van de draad aan het eind van de lasnaad voorkomt. De duur komt overeen met het terugtrekken van de draad uit het smeltbad. | |
| Crater Filler %/s | Dit stroomniveau bij het uitdoven is de fase die volgt op het verlagen van de stroom.Dit wordt ingesteld in intensiteit (% van de lasstroom) en in tijd (seconden). | |
| Delay s | De duur tussen het einde van een punt (buiten Post gas) en het hervatten van een nieuw punt (inclusief Pre-Gas). | |
| Dikte mm | Dankzij de synergie is een volledig automatische instelling mogelijk. De ingegeven dikte bepaalt automatisch de spanning en de aangepaste draadsnelheid. | |
| Downslope s Dalende stroom | ||
| Hot Start %/s | De Hot Start geeft een zeer hoge stroom-intensiteit tijdens de ontsteking, die voorkomt dat de draad aan het werkstuk blijft plakken. Dit wordt ingesteld in intensiteit (% van de lasstroom) en in tijd (seconden). | |
| Stroomsterkte | A | De lasstroom wordt geregeld op basis van het type draad dat wordt gebruikt en het te lassen materiaal. |
| I Start | -- | Regelen van de stroom tijdens de ontsteking. |
| Booglengte | -- | Voor het aanpassen van de afstand tussen het uiteinde van de draad en het smeltbad (afstellen van de spanning). |
| Pre-gas | s | Duur van het zuiveren van de toorts en het creëren van een beschermgas voorafgaand aan de ontsteking. |
| Punt | s Bepaalde duur. | |
| Post gas | s | Tijdsduur van het in stand houden van de gasbescherming, na het uitschakelen van de lasboog. Beschermthet werkstuk en de elektrode tegen oxidatie. |
| Smoorklep | -- | Vlakt min of meer de lasstroom af. Instelling afhankelijk van de laspositie. |
| Spot | s Bepaalde duur. | |
| Spanning V | Invloed op de breedte van de lasnaad. | |
| UpSlope s Progressieve stijging van de stroom. | ||
| Creep speed -- | Progressieve draadsnelheid. Voor de ontsteking, komt de draad langzaam uit de toorts om zo zonder schokken het eerste contact te creëren. | |
| Draadsnelheid m/min Hoeveelheid toegevoegd metaal en indirect de lasintensiteit en de inbranding. | ||
De toegang tot sommige las- en puntinstellingen hangt af van de lasprocedure (Handmatig, Synergetisch) en van de gekozen weergave (Easy of Expert). Raadpleeg de HMI-handleiding
CONTROLE GASTOEVOER
Om de gastoevoer op de manometer te kunnen controleren zonder het draad aan te voeren, kunt u een langere druk uitoefenen op de drukknop n°1 en de procedure op het scherm volgen. Deze controle moet regelmatig worden uitgevoerd, om optimale lasresultaten te garanderen. Raadpleeg de HMI-handleiding
AFWIJKINGEN OORZAKEN OPLOSSINGEN
| SYMPTOMEN MOGELIJKE OORZAKEN OPLOSSINGEN | ||
| De draadaanvoer is niet constant. | Spatten verstoppen de opening | Maak de contact-tip schoon of vervang deze, breng anti-hechtmiddel aan. |
| De draad wordt niet goed door de rollen mee-genomen. | Breng een anti-hechtmiddel aan. | |
| Eén van de rollen draait niet goed. | Controleer de afstelling van de schroef van de roller. | |
| De kabel van de toorts zit gedraaid. | De kabel van de toorts moet zo recht mogelijk lopen. | |
| De motor van het draadaanvoersysteem werkt niet. | De rem van de spoel of van de rollen zit te strak. | Stel de rem en de rollen losser af. |
| Slechte draadaanvoer. | De mantel die de draad geleidt is vuil of beschadigd. | Reinigen of vervangen. |
| De pin van de as van de rollen mist Breng de pin | weer in de houder | |
| De rem van de draadspoel is te strak afges-teld. | Stel de rem losser af. | |
| Slechte of geen lasstroom. | Stopcontact en/of stekker zijn niet correct aangesloten. | Controleer de aansluiting en kijk of deze cor-rect op het stroomnet is aangesloten. |
| Slechte aarding. | Controleer de massa-kabel (de aansluiting en de staat van de klem). | |
| Geen vermogen. Controleer de trekker van de toorts. | ||
| De draad loopt vast na de rollers. | De mantel die de draad geleidt is geplet. Controleer de mantel en de toorts. | |
| De draad blokkeert in de toorts. Vervangen of schoonmaken. | ||
| Geen capillaire buis. | Controleer de aanwezigheid van de capillaire buis. | |
| De snelheid van de draadaanvoer is te hoog. Verlaag de aanvoersnelheid van de draad. | ||
| De lasrups is poreus. | De gastoevoer is te laag. | Regelbereik tussen 15 en 20 L/min.Reinigen van het basismetaal. |
| De gasfles is leeg. Vervang de gasfles. | ||
| De kwaliteit van het gas is onvoldoende. | Vervang het gas door een ander gas. | |
| Tochtstroom of invloed van de wind. | Voorkom tocht, scherm de laszone af. | |
| Gas-nozzle is vies. | Maak de nozzle schoon of vervang deze. | |
| Slechte draadkwaliteit. | Gebruik een lasdraad dat geschikt is voor MIG-MAG lassen. | |
| Het las-oppervlak is van slechte kwaliteit (roest enz.) | Maak voor het lassen het werkstuk schoon. | |
| Het gas is niet aangesloten. | Controleer of het gas aangesloten is aan de ingang van de generator. | |
| Zeer grote vonkdelen. | Boogspanning is te laag of te hoog. | Controleer de lasinstellingen. |
| Slechte aarding. | Controleer en plaats de massaklem zo dicht mogelijk bij de laszone. | |
| Beschermgas is onvoldoende. | Pas de gastoevoer aan. | |
| Geen gas aan de uitgang van de toorts. | Slechte gasaansluiting. | Controleer de aansluiting van het gas |
| Controleer of de elektro-klep correct werkt | ||
| Fout tijdens het downloaden | De data op de USB-stick is onleesbaar of beschadigd. | Controleer uw gegevens. |
| Probleem met de back-up | U heeft het maximaal mogelijke aantal back-ups overschreden. | U moet opgeslagen programma's verwijderen. Het aantal back-ups is gelimiteerd tot 200. |
| Automatisch verwijderen van JOBS. | Enkele van uw jobs zijn gewist, omdat deze niet meer werden erkend door de nieuwe synergieën. | -- |
| Probleem met de USB-stick | Geen enkele JOB gedetecteerd op de USB-stick | -- |
| Geen geheugenplaats meer beschikbaar Maak ruimte vrij op de USB-stick | ||
| Probleem bestand | Het File «...» komt niet overeen met de ge-downloade synergieën | Het bestand is gecreëerd met synergieën die niet aanwezig zijn op het apparaat. |
| Probleem update | De USB-stick wordt niet herkend. Stap n° 5 van de update-procedure wordt niet weerge-geven op het scherm. | 1- Breng de USB-stick in.2 - Zet de generator aan.3- Druk langer op het wieltje van de HMI, om de update te forceren. |
GARANTIEVOORWAARDEN
De garantie dekt alle gebreken of fabricage-fouten gedurende 2 jaar, vanaf de aankoopdatum (onderdelen en arbeidsloon).
De garantie dekt niet :
- Alle andere schade als gevolg van vervoer.
- De gebruikelijke slijtage van onderdelen (Bijvoorbeeld : kabels, klemmen, enz.) .
- De incidenten als gevolg van verkeerd gebruik (verkeerde elektrische voeding, vallen, demonteren van het apparaat).
- Gebreken ten gevolge van de gebruiksomgeving (vervuiling, roest, stof).
In geval van storing kunt u het apparaat terugsturen naar uw distributeur, vergezeld van :
- een gedateerd aankoopbewijs (kassabon, factuur...)
- een beschrijving van de storing.
AVVERTENZE - NORME DI SICUREZZA
ISTRUZIONI GENERALI

Deze handleiding voor het gebruik van de Human Machine Interface (HMI) bediening maakt deel uit van een volledige documentatie. Een algemene en volledige handleiding wordt meegeleverd met het apparaat. Lees de instructies zoals beschreven in deze algemene handleiding en respecteer ze te allen tijde, in het bijzonder de veiligheidsmaatregelen!
Gebruik uitsluitend met de volgende producten
| P1 GYS AUTO | √ |
| P2 GYS AUTO | √ |
| P3 GYS AUTO | √ |
Software versie
Deze handleiding beschrijft de volgende software versies :
1.0
De software versie van de interface wordt getoond in het algemene menu : Systeem / Informatie
Bediening van de generator
Het hoofdscherm bevat alle informatie die u nodig heeft voor, tijdens en na het lassen.
De bediening kan worden ingesteld met 2 weergave-modules : Easy of Expert.
Easy Expert

text_image
SMART INVERTER TECHNOLOGY 1 13:43 2 1.0 mm 1.0 mm 0.0 Dikte 3 Lassen Fe Ar 15-20%CO₂ · Ø0.8 4 5 6 71 Gebruikte toorts (P2 / P3) Uur
2 In gang zijnde instellingen
3 Langere druk BP1 Controle gastoevoer
4 Keuze van de lasmodule : Lassen/Rups Lassen
5 Drukknop n°1 (BP1) Navigatie-wieltje
6 Korte druk om te bevestigen Lange druk = Algemeen menu
7 Drukknop n°2 (BP2)
8 Instellingen van de in gang zijnde procedure

text_image
SMART INVERTER TECHNOLOGY 1 13:50 2 1.0 mm 3 0.0 4 m 0.0 Fe M21 Ø0.8 2T 3.2 mm 51A 14.6V 1.0 mm Dikte 9 8 7 press 3s 61 Gebruikte toorts (P2 / P3) Uur
2 In gang zijnde instellingen
3 Langere druk BP1 Controle gastoevoer
4 Instellingen van de in gang zijnde procedure
5 Drukknop n°1 (BP1)
Navigatie-wieltje 6 Korte druk om te bevestigen Lange druk = Algemeen menu
7 Drukknop n°2 (BP2)
8 Geavanceerde instellingen
9 Langere druk BP2 Toegang tot JOB
Module Easy (eenvoudig) :
Deze eenvoudige weergave-module is voor iedere lasser toegankelijk.
- 2 lasmodules : Lassen en Rups Lassen
- 4 Instellingen : Keuze van het te lassen materiaal (synergieën), diameter van het draad, dikte en lengte van de boog.
Expert module :
Deze iets complexere weergave-module is bij uitstek geschikt voor de meer ervaren lassers.
- Lasmodules : Standaard & Puls
- Gebruik van de trekker : 2T en 4T
- Punt-modules : Spot en Spot Delay
- Keuze van de hoofd-instelling op het scherm
- Complete instelling van de lascyclus : Lengte van de boog, Self, Pre-gas, Hot Start, Burn Back, Post gas etc.
Algemene menu
U kunt met het draaiwieltje door de verschillende blokken navigeren.
Als u in het hoofdmenu bent, kunt u met een langere druk op het wieltje toegang krijgen tot het algemene menu. Met een korte druk op de drukknop n°1 («kunt terugkeren naar het vorige menu, of naar het hoofdscherm gaan.

text_image
SMART INVERTER TECHNOLOGY Instellingen Systeem Portability DRESS 3sInstellingen
Weergave modules
- Easy : eenvoudige weergave, geschikt voor de meeste lassers.
- Expert : complete weergave, speciaal voor de meer ervaren lassers. Hierin kunt u de duur van de verschillende fases van de lascycli bijstellen.
Taal
Keuze van de taal van de interface (Frans, Engels, Duits enz.)
Meet-eenheden
Keuze weergave eenheden : Internationaal (SI) of Imperiaal (USA).
Naamgeving materialen
Europese norm (EN) of Amerikaanse norm (AWS).
Helderheid
Past de helderheid van het scherm van de interface aan (in te stellen van 1 (donker) tot 10 (zeer helder)).
Systeem
Naam van het apparaat
Informatie betreffende de naam van het apparaat en de mogelijkheid tot personaliseren.
Klok
Instellen tijd, datum en formaat (AM / PM).
Informatie
Gegevens configuratie van de componenten van het apparaat :
- Model
- Serienummer
- Naam van het apparaat
- Software versie

Druk op de drukknop n°2 :
Het exporteren van de instelling van het apparaat op een USB-stick (niet meegeleverd)
Reset
Reset van de instellingen van het apparaat :
- Gedeeltelijk : standaardwaarde van de actief zijnde lasprocedure.
- Totaal : alle gegevens betreffende de instellingen van het apparaat zullen worden gereset en teruggebracht naar de fabriekswaarden.
Portability
Import Config.
Overzetten van de instelling naar een apparaat vanaf een USB-stick (repertoire : USB stick\Portability\Config) naar het apparaat. Met een langere druk op de drukknop n°1 (💡) kunt u instellingen op de USB-stick wissen.
Export Config.
Exporteren van de instelling van het apparaat naar de USB-stick (repertoire : USB stick\Portability\Config).
Import Job
Importeren van Jobs volgens de procedures aanwezig onder het repertoire USB-stick\Portability van de USB stick naar het apparaat.
Export Job
Exporteren van Jobs van het apparaat naar de USB stick volgens de procedures (repertoire : USB stick\Portability\Job)
Waarschuwing : de vorige jobs van de USB stick kunnen gewist worden.
Om verlies van gegevens tijdens het importeren of exporteren ervan te voorkomen, moet u de USB stick niet verwijderen en het apparaat niet uitschakelen tijdens de procedure. De naam van het file is gelinkt aan de naam en het serie n° van het apparaat.
De USB stick wordt niet meegeleverd.
Controle gastoevoer

Op het hoofdscherm kunt u, met een langere druk op de drukknop n°1, de gastoevoer op de nanometer regelen zonder dat het draad aangevoerd wordt. Wanneer de procedure gelanceerd wordt, wordt deze uitgelegd aan de hand van een animatiefilmpje op het scherm. De toevoer van het gas moet regelmatig worden gecontroleerd om een optimale laskwaliteit te garanderen.
Inbrengen van de draad

Om het draad in een MIG/MAG toorts aan te voeren zonder gas te verbruiken kunt u de volgende procedure volgen :
1 - Druk de trekker langer in, zonder los te laten, buiten het lassen om.
2 - Er zal automatisch een procedure op het scherm worden getoond :
3 - Het draad zal aangevoerd worden. Standaard zal er 3 m aangevoerd worden met een snelheid van 5m/min. U kunt deze waarden wijzigen met behulp van het wieltje.
Opslaan en oproepen van jobs
Toegankelijk via het icoon «JOB» op het hoofdscherm.
De in gebruik zijnde instellingen worden automatisch opgeslagen, en weer opgeroepen wanneer het lasapparaat opnieuw opgestart wordt.
Naast de in gebruik zijnde instellingen is het mogelijk om instellingen genaamd « JOBS » op te slaan en weer op te roepen. Er zijn 200 JOBS. Het memoriseren is gebaseerd op de instellingen van de in gang zijnde procedure.
Job
Met deze module JOB kunnen JOBS gecreëerd, opgeslagen, weer opgeroepen en verwijderd worden.
1 - Opslaan onder - Creëren van een Job
Personaliseren van de naam van de Job met een druk op het wieltje. Bevestigen met een druk op de drukknop n°2.
Weergave van de Job die wordt uitgevoerd
Rechtsonder in het scherm wordt het nummer van de Job getoond.
De in uitvoering zijnde Job wordt gestopt
Om de in uitvoering zijnde Job af te sluiten moet u terugkeren naar het menu Job en «Afsluiten» kiezen.
2- Openen - Organiseren van Jobs
Het scherm toont Jobs die recent zijn gecreëerd.
Met een langere druk op de drukknop n°1 kunt u de actieve Job of alle Jobs wissen.
Met een korte druk op de drukknop n°1 kunt u terugkeren naar het vorige menu
Met een korte druk op de drukknop n°2 kunt u in detail iedere eerder gecreëerde Job inzien.
Error codes
De volgende tabel toont een (niet complete) lijst met meldingen en error codes die op uw apparaat kunnen verschijnen. Voer eerst de beschreven controles uit, voordat u een beroep doet op een door GYS erkende technicus.

Wanneer de lasser het apparaat moet openen, moet eerst de stroom worden afgesloten en de stekker uit het stopcontact worden gehaald. Daarna nog minstens 2 minuten wachten alvorens het apparaat te openen.
| Codes error | Meldingen Oplossingen | |
| 001 | STORING OVERSPANNINGControleer de elektrische installatie | Laat uw elektrische installatie nakijken door een gekwalificeerde persoon. |
| 002 | STORING ONDERSPANNINGControleer de elektrische installatie | |
| 005 Fout | in de aarding | Aanwezigheid van stray voltage. Controleer de bekabeling van het accessoires van het lasapparaat (toorts, massaklem, enz). |
| 010 | GENERATORThermische beveiliging | Wacht enkele minuten totdat de generator is afgekoeld.Waarschuwing : let er op dat de aanbevolen inschakelduur voor de gebruikte lasstroom niet wordt overschreden.Verzekert u zich ervan dat de ingangen en de uitgangen niet zijn geblokkeerd. |
| 011 | VentilatorStoring ventilator | Haal de stekker uit het stopcontact en controleer of de ventilator niet geblokkeerd is. |
| 012 | TREKKEREen trekker is ingedrukt | Controleer of de trekker van de MIG/MAG toorts niet geblokkeerd is. |
| 015 | MOTOROnmogelijk om de gevraagde snelheid te be-reiken | Controleer de druk op de aandrijfrollen van het draadaanvoer-systeem.Controleer of het draad niet geblokkeerd is in de mantel van de toorts. |
| 019 | Overladen, Controleer uw instellingenDruk op de trekker en laat weer los om te wissen | Controleer de instellingen van de generator en de installatie (draad, rollers, gas, toorts enz)Indien het probleem voortduurt moet u een update uitvoeren (Via Planet GYS) |
| 020 | Probleem met het opstarten van het lassenControleer uw lasinstellingenDruk op de trekker en laat weer los om te wissen | Controleer de instellingen van de generator en de installatie (draad, rollers, gas, toorts enz)Indien het probleem voortduurt moet u een update uitvoeren (Via Planet GYS) |
| 024 | Overladen USBKoppel uw USB af | Vervang de USB stick. |
| - | Intern system error.Start uw apparaat opnieuw op | Schakel het apparaat uit en daarna weer aan.Indien het probleem voortduurt moet u een update uitvoeren (Via Planet GYS) |
| - Geen geheugenplaats meer vrij in het apparaat Verwijder | Jobs, om zo ruimte vrij te maken in uw interne geheugen. | |
| - | File %s niet geaccepteerdErr %dToch doorgaan ? | De data op de USB-stick is onleesbaar of beschadigd. Controleer uw gegevens. |
| - | Onmogelijk om gegevens op de USB stick op te slaan | Maak ruimte vrij op de USB-stickIndien het probleem aanhoudt moet u de USB stick vervangen. |
Als er een niet vermelde error code verschijnt, of als uw problemen voortduren, neem dan contact op met uw dealer.
