SinePower DSP 2012C - Batterijlader DOMETIC - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SinePower DSP 2012C DOMETIC in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over SinePower DSP 2012C DOMETIC
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Batterijlader in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SinePower DSP 2012C - DOMETIC en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SinePower DSP 2012C van het merk DOMETIC.
GEBRUIKSAANWIJZING SinePower DSP 2012C DOMETIC
NL Sinusomvormer met geïntegreerde acculader
Montagehandleiding en gebruiksaanwijzing....190
DA Sinus inverter med integreret batterilader
Lees deze handleiding voor de montage en de ingebruikname zorgvuldig door en bewaar hem. Geef de handleiding bij het doorgeven van het product aan de gebruiker.
Inhoudsopgave
1 Verklaring van de symbolen .... 191
2 Algemene veiligheidsinstructies ..... 191
3 Omvang van de levering ....195
4 Toebehoren....195
5 Doelgroep van deze gebruiksaanwijzing .....195
6 Beoogd gebruik ....196
7 Technische beschrijving .....196
8 Toestel bevestigen 202
9 Het toestel aansluiten 204
10 Voor het eerste gebruik 207
11 Het toestel gebruiken 209
12 Toestel reinigen en onderhouden .....213
13 Verhelpen van storingen....214
14 Garantie....216
15 Afvoer 216
16 Technische gegevens....217
1 Verklaring van de symbolen

GEVAAR!
Veiligheidsaanwijzing: Het niet naleven leidt tot overlijden of ernstig letsel.

WAARSCHUWING!
Veiligheidsaanwijzing: Het niet naleven kan leiden tot overlijden of ernstig letsel.

LET OP!
Het niet naleven ervan kan leiden tot materiële schade en de werking van het product beperken.

INSTRUCTIE
Aanvullende informatie voor het bedienen van het product.
2 Algemene veiligheidsinstructies
2.1 Algemene veiligheid
De fabrikant kan in de volgende gevallen niet aansprakelijk worden gesteld voor schade:
• montage- of aansluitfouten
- beschadiging van het product door mechanische invloeden en verkeerde aansluitspanning
- veranderingen aan het product zonder uitdrukkelijke toestemming van de fabrikant
- gebruik voor andere dan de in de handleiding beschreven toepassingen
Neem onderstaande algemene veiligheidsmaatregelen in acht bij het gebruik van elektrische toestellen ter bescherming tegen:
• elektrische schokken
- brand gevaar
• ver w on d i n g e n
2.2 Algemene veiligheid

GEVAAR!
- Gebruik in het geval van brand een brandblusser die geschikt is voor elektrische toestellen.

WAARSCHUWING!
- Gebruik het toestel alleen volgens de voorschriften.
- Let erop dat de rode en zwarte klemmen elkaar nooit raken.
-
Scheid het toestel van het net:
-
Voor iedere reiniging en ieder onderhoud
- N a e l k g e b r u i k
- voor het vervangen van een zekering
- Als u het toestel demonteert:
– Maak alle verbindingen los
- Zorg ervoor dat alle in- en uitgangen spanningsvrij zijn
- Als het toestel of de aansluitkabel zichtbaar beschadigd zijn, mag u het toestel niet in gebruik nemen.
- Als deze voedingskabel van dit toestel wordt beschadigd, moet deze om gevaar uit te sluiten door de fabrikant, diens klantenservice of een gelijkwaardig gekwalificeerd persoon worden vervangen.
- Dit toestel mag uitsluitend worden gerepareerd door gekwalificeerde personen. Door ondeskundige reparaties kunnen grote gevaren ont-staan.
- Dit toestel kan door kinderen vanaf 8 jaar en ouder evenals door personen met verminderde fysieke, zintuiglijke of geestelijke vermogens of tekortschietende ervaring en/of kennis gebruikt worden, als ze worden begeleid of hun is uitgelegd hoe ze het toestel veilig kunnen gebruiken. Ook dienen ze inzicht te hebben in de gevaren die het gebruik van het toestel met zich meebrengt.
- Elektrische toestellen zijn geen speelgoed.
Bewaar en gebruik het toestel buiten het bereik van kinderen.
- Kinderen moeten onder toezicht staan om te garanderen dat ze niet met het toestel spelen.

LET OP!
- Vergelijk voor de ingebruikneming de spanning op het typeplaatje met de aanwezige voeding.
-
Let erop dat andere voorwerpen geen kortsluiting bij de contacten van het toestel veroorzaken.
-
Trek de stekker nooit aan de aansluitkabel uit de contactdoos.
- Bewaar het toestel op een droge en koele plaats.
2.3 Veiligheid bij de montage van het toestel

GEVAAR!
- Monteer het toestel niet op plaatsen waar gevaar voor gas- of stofexplosie bestaat.

VOORZICHTIG!
- Let op een stabiele stand. Het toestel moet zo veilig opgesteld en bevestigd worden, dat het niet kan omvallen of naar beneden kan vallen.

LET OP!
- Stel het toestel niet bloot aan een warmtebron (zonnestralen, verwarming enz.). Vermijd zo een extra opwarming van het apparaat.
- Stel het toestel op een droge en tegen spatwater beschermde plaats op.
2.4 Veiligheid bij de elektrische aansluiting van het toestel

GEVAAR! Levensgevaar door elektrische schok
- Bij installatie op boten:
Bij een verkeerde installatie van elektrische toestellen op boten kan er corrosieschade aan de boot ontstaan. Laat de installatie van het toestel door een deskundige (boot-)elektricien uitvoeren.
- Als u aan elektrische installaties werkt, zorg er dan voor dat er iemand in de buurt is die u in geval van nood kan helpen.

WAARSCHUWING!
- Gebruik altijd geaarde en door aardlekschakelaars beveiligde stopcontacten.
- Zorg voor een voldoende grote leidingdiameter.
- Leg de leidingen zo aan, dat ze niet door deuren of motorkappen beschadigd kunnen raken.
Geplette kabels kunnen tot levensgevaarlijke verwondingen leiden.

VOORZICHTIG!
- Installeer de leidingen zodanig dat er niet over gestruikeld kan worden en beschadiging van de kabel uitgesloten is.

LET OP!
- Gebruik holle buizen of leidingdoorvoeren, als leidingen door plaatwanden of andere wanden met scherpe randen geleid moeten worden.
- Plaats het 230 V-netsnoer en de 12 V-gelijkstroomleiding niet samen in dezelfde kabelgoot.
- Leg de leidingen niet los of scherp geknikt.
- Bevestig de kabels op een veilige wijze.
- Trek niet aan de kabels.
2.5 Veiligheid bij het gebruik van het apparaat

GEVAAR! Levensgevaar door elektrische schok
- Raak blanke leidingen nooit met blote handen aan. Dit geldt vooral bij gebruik op het wisselstroomnet.

WAARSCHUWING!
- Gebruik het toestel uitsluitend in gesloten, goed geventileerde ruimtes.

VOORZICHTIG!
- Gebruik het toestel niet
- in een zouthoudende, vochtige of natte omgeving
– in de buurt van agressieve dampen -
in de buurt van brandbare materialen
– in explosieve omgevingen. -
Let er voor de ingebruikneming op dat voedingskabel en stekker droog zijn.
- Onderbreek bij werkzaamheden aan het apparaat altijd de voeding.
- Houd er rekening mee dat onderdelen van het toestel nog steeds onder spanning staan, ook als de zekering gesprongen is.
- Maak geen kabels los, als het toestel nog in gebruik is.

LET OP!
- Voorkom dat de luchtin- en uitlaten van het product bedekt zijn.
- Zorg voor goede ventilatie.
3 Omvang van de levering
Nr. in
afb. 1
Aanduiding
1 Sinusomvormer met geintegreerde acculader
2 D S P - E M
3 Aansluitkabel DSP-EM
- Gebruiksaanwijzing
4 T o e b e h o r
Aanduiding Artikelnr.
Accusensor MCA-HS1
9600000101
5 Doelgroep van deze gebruiks- aanwijzing
De elektrische installatie (hoofdstuk „Het toestel aansluiten“ op pagina 204) mag uitsluitend worden uitgevoerd door gekwalificeerde vakmensen die bekend zijn met de geldende richtlijnen en normen van het land waarin het toestel wordt geïnstalleerd en gebruikt.
Alle overige hoofdstukken zijn ook op de gebruikers van het toestel gericht.
6 Beoogd gebruik

WAARSCHUWING!
Het toestel mag niet worden gebruikt in voertuigen waarbij de pluspool van de accu met het chassis is verbonden.
De toestellen met geïntegreerde acculader zetten gelijkstroom om in een wisselstroomvoeding van 230 – 240 V en 50 Hz of 60 Hz:
• 12 V=: DSP1212C, DSP2012C
• 24 V---: DSP1224C, DSP2024C
Daarnaast kunnen de toestellen de volgende accu's laden:
- Startaccu's (loodaccu's)
- L o o d - g e l - a c c u ' s
- Onderhoudsvrije accu's
• Vliesaccu's' (AGM-accu's) - Lithium-ionen-accu's
Nooit andere accutypes met het toestel laden (zoals NiCd of NiMH).

WAARSCHUWING! Explosiegevaar
Laad geen accu's met een celkortsluiting. Hierbij bestaat er explosiegevaar door de ontwikkeling van knalgas.
Laad geen NiCd-accu's of niet-laadbare accu's met dit toestel. De behuizingen van deze accu's kunnen explosief barsten.
7 Technische beschrijving
De toestellen kunnen overal worden gebruikt waar een gelijkstroomaansluiting beschikbaar is:
• 12 V==: DSP1212C, DSP2012C
• 24 V==: DSP1224C, DSP2024C
Het toestel kan als volgt worden gebruikt:
• Als sinusomvormer: het toestel levert een zuivere 230 V-uitgangsspanning
- Als acculader (4-traps laadkarakteristiek)
- Power sharing: het toestel voorziet aangesloten verbruikers van 230 V en laadt gelijktijdig een accu op
- Generatorfunctie (netspanningsfunctie): het toestel ondersteunt 230 V-net-spanning door voeding met energie van een accu (gemeenschappelijke stroombron)
Door het geringe gewicht en de compacte constructie kan dit toestel zonder problemen in campers, bedrijfsvoertuigen of motor- en zeilboten worden ingebouwd.
De uitgangsspanning komt overeen met de huishoudspanning uit een wandcontactdoos (zuivere sinusspanning, THD < 3 %).
Neem de voorwaarden voor een constant uitgangsvermogen en piekuitgangsvermogen in acht zoals aangegeven in hoofdstuk „Technische gegevens“ op pagina 217. Toestellen met een hoger benodigd vermogen mogen niet worden aangesloten.

INSTRUCTIE
Houd er bij de aansluiting van toestellen met elektrische aandrijving (bijv. boormachine, koelkast enz.) rekening mee dat die voor het aanlopen vaak een hoger vermogen nodig hebben dan opgegeven op het typeplaatje.
Het prioriteitscircuit verlaagt de belasting van een aangesloten accu door het toestel altijd naar netspanning te schakelen als een wisselstroomnet beschikbaar is. Het toestel zorg ervoor dat een aangesloten belasting wordt voorzien van spanning:
- Als het wisselstroomnet uitvalt of niet stabiel is
- Als het wisselstroom onvoldoende stroom levert om de aangesloten verbruikers te voeden
Het toestel beschikt over verschillende beveiligingsmechanismen.
- Overspanningsuitschakeling: Het toestel schakelt uit, als de spanning van de aangesloten gelijkstroombron boven de uitschakelwaarde stijgt. Hij start weer, als de spanning tot de herstartwaarde daalt.
- Onderspanningsuitschakeling: Het toestel schakelt uit, als de spanning van de aangesloten gelijkstroombron onder de uitschakelwaarde daalt. Het toestel start weer, als de spanning tot de herinschakelwaarde stijgt.
- Oververhittingsuitschakeling: Het toestel schakelt uit als de temperatuur in het toestel of de temperatuur bij het koelelement tot boven de uitschakelwaarde stijgt. Het toestel start weer, als de spanning tot de herinschakelwaarde daalt.
- Uitschakeling bij overbelasting en kortsluiting: De led op het toestel meldt een bedrijfsstoring als er een te grote belasting is aangesloten of een kort-sluiting werd veroorzaakt.

INSTRUCTIE
De afzonderlijke waarden vindt u in hoofdstuk „Technische gegevens“ op pagina 217.
Het toestel wordt gebruikt in de volgende netwerkconfiguratie:
• TN-net (afb. 19):
De nuldraad van de wisselstroomuitgang is geaard. Er moet een veiligheids- schakelaar (ALS) geïnstalleerd zijn op de wisselstroom uit van het toestel.
Dankzij de softstartfunctie kunnen belastingen worden aangesloten met een hoge inschakelstroom.
Het toestel kan eenvoudig worden geregeld met de DSP-EM.
7.1 Bedieningselementen van het toestel
| Item in afb. 2 | Beschrijving Toelichting | |
| 1 | Hoofdschakelaar „ON/OFF/REMO” | Schakelt het toestel in, uit of in de modus met de afstandsbediening (toebehoren) |
| 2 | Status-led Zie hoofdstuk „Statusindicaties” op pagina 209 | |
| 3 | Aardlekschakelaar Beveiligt het toestel tegen overbelasting.De zekering kan weer worden ingedrukt,nadat deze is uitgevallen. | |
7.2 Aansluitingen
Item in
afb. 2
Beschrijving
6 Aardaansluiting (aarding op de voertuigcarrosserie)
7 Pluspool
8 Minpool
9 CI/LIN BUS-aansluitingen (LNA) Aansluiting voor accusensor of temperatuursensor
10 DSP-EM-aansluiting (LNB)
11 Aansluiting voor afstandsschakeling
12 Ventilator
7.3 Bedieningselementen DSP-EM
Item in
afb. 3
Beschrijving Toelichting
1 Selectieknop Draaien: Navigeren in menu's of waarden
wijzigen
Indrukken: Selectie van menuelementen of waarden
2 Deactiveen in de omvormerfunctie en

daarmee de accuvoeding van de 230 V-verbruikers. De verbruikers worden uit-sluitend gevoed door een extern wissel-stroomnet en de accu wordt niet ontladen door de omvormer.
3 Schakelt de nachtmodus van het toestel in of
uit.
De laadstroom van het toestel is beperkt en de ventilator werkt op lage snelheid.
4 Display Geeft de waarden en stroomstatus van de
aangesloten toestellen weer.
7.4 Beschrijving van de functies
Het toestel ondersteunt de onderstaande functies.
Power-sharing-functie
Als de belasting van de aangesloten verbruikers en de laadstroom van de accu hoger zijn dan de aangesloten 230 V-spanningsbron springt normaal de zekering. In de power-sharing-modus verlaagt het toestel de laadstroom van de accu en verhoogt daarmee het beschikbare vermogen voor de aangesloten verbruikers.
Het power-sharing-level (momenteel 230 V-ingang) kan met behulp van de DSP-EM worden geconfigureerd. Deze waarde moet worden aangepast aan de zekering van de spanningsbron. Bijvoorbeeld als het toestel een zekering heeft van 10 A moet het power-sharing-level eveneens 10 A bedragen.
Voorbeeld (waarden dienen slechts ter illustratie):

text_image
AC OUTPUT 8 A 10 A 2 A 12/24 V AC INPUT 230 V
INSTRUCTIE
U dient rekening mee te houden dat het toestel uitsluitend de stroom meet die door het toestel stroomt. Als u meerdere verbruikers parallel aansluit, bijvoorbeeld ijskast of een aparte lader, kan deze extra belasting de zekering doen springen. In dit geval stelt u het power-sharing-level in onder de zekeringwaarde.
Generatorfunctie (externe netvoeding)

LET OP!
Neem bij deze instelling de landspecifieke normen voor de generator- functie in acht.
Als de laadstroom groter is dan de zekering van de aangesloten 230 V-spanningsbron, zou de zekering normaal springen. De generatorfunctie stelt extra spanning uit de accu beschikbaar aan het toestel.
Als de benodigde spanning onder het power-sharing-level valt, laat het toestel de accu weer op.
In de generatormodus fungeren de 230 V-spanningsbron en de accu als een gemeenschappelijke spanningsbron. In deze situatie wordt de accu ontladen.
De generatormodus kan handmatig worden uitgeschakeld met de DSP-EM zodat de accu niet ontladen wordt.
Als de accuspanning of -capaciteit onvoldoende is om de netstroom te ondersteu- nen, wordt het toestel van het stroomnet gehaald en probeert de omvormer geïso- leerd te werken.
Voorbeeld (waarden dienen slechts ter illustratie):

text_image
AC OUTPUT 7A 4A 3A 12/24V AC INPUT 230 VAcculaadfunctie

INSTRUCTIE
Als een accusensor (toebehoren) aangesloten is, past het toestel de spanning aan op basis van de gemeten waarden. Hiervoor moet de accusensor geconfigureerd zijn met de DSP-EM.
De accu laadt met IUOU-karakteristieken (afb. 17).
1: I-fase (bulk)
Bij het begin van het laden wordt de lege accu met constante stroom (100 % laadstroom) geladen tot de accuspanning de eindspanning bereikt. Als de accu dit spanningsniveau bereikt, neemt de laadstroom af.
2: U0-fase (absorptie)
Nu begint de tweetraps absorptielaadfase (U0-fase) waarvan de laadspanning en - duur van de grootte en het type van de accu afhangt. De spanning blijft constant tot- dat de minimale laadstroom (6 % van de ingestelde stroom) of de maximale laadduur (10 uur) bereikt is.
3: U-fase (druppel)
De U-fase dient voor het behoud van de accucapaciteit (100 %).
Als er DC-verbruikers aangesloten zijn, worden deze door het toestel van stroom voorzien. Alleen als het vereiste vermogen de capaciteit van het toestel overschrijdt, wordt dit aanvullend vermogen door de accu geleverd. De accu wordt dan ontladen totdat het toestel weer in de l-fase komt en de accu oplaadt.
4: 12-daagse conditionering
Om de 12 dagen schakelt de acculader voor 85 min terug naar fase 3 om de accu te laden. Hierbij worden eventuele vermoeidheidsverschijnselen zoals sulfatering verhinderd.
8 Toestel bevestigen
8.1 Benodigd gereedschap
Voor de elektrische aansluiting heeft u de volgende hulpmiddelen nodig:
- Gelijkstroomaansluiting: twee flexibele aansluitkabels De vereiste diameter kunt u vinden in de tabel in hoofdstuk „Toestel bevestigen“ op pagina 202.
- Wisselstroomaansluiting: twee 3-fasekabels (ingang en uitgang)
• Aarding behuizing: een kabel - Krimptang
- Kabelschoenen en adereindhulzen
Voor de bevestiging heeft u de volgende hulpmiddelen nodig:
- Machineschroeven (M4) met onderlegschijven en zelfborgende moeren of
• Zelftappende of houtschroeven.
8.2 Montageaanwijzingen
Neem bij de keuze van de installatieplaats het volgende in acht:
- Het toestel kan horizontaal en verticaal worden gemonteerd.
- Het toestel moeten op een voor vocht beschermde plaats worden ingebouwd.
- Het toestel mag niet in omgevingen met ontvlambare materialen worden ingebouwd.
- Het toestel mag niet in stoffige omgevingen worden ingebouwd.
- De montageplaats moet goed geventileerd zijn. Bij installaties in gesloten, kleine ruimtes moet er ventilatie mogelijk zijn. De vrije afstand rondom het toestel moet minimaal 5 cm bedragen (afb. 4).
- De luchtinlaat aan de onderkant resp. de luchtuitlaat aan de achterkant van het toestel moet vrij blijven.
- Bij omgevingstemperaturen hoger dan 40° C (bijvoorbeeld in motor- of verwarmingsruimtes of in direct zonlicht) kan het toestel uitschakelen hoewel de aangesloten belasting onder de nominale belasting ligt (niet-nominaal).
- Het montagevlak moet vlak zijn en voldoende stevigheid bieden.

LET OP!
Controleer voor het boren of geen elektrische kabels of andere delen van het voertuig door boren, zagen en vijlen beschadigd kunnen raken.
8.3 Toestel monteren
▶ Monteer het toestel zoals weergegeven (afb. 5).
8.4 De DSP-EM monteren
▶ Monteer de DSP-EM zoals weergegeven (afb. 6).
9 Het toestel aansluiten
9.1 Algemene instructies

WAARSCHUWING!
- Uitsluitend hiervoor opgeleide vakmensen mogen het toestel aansluiten. De volgende informatie is bestemd voor vakmensen die vertrouwd zijn met de betreffende richtlijnen en veiligheidsmaatregelen.
- Het toestel mag nooit worden gebruikt in voertuigen waarbij de pluspool van de accu met het chassis is verbonden.
-
Als u geen zekering in de plusleiding van de accu plaatst, kunnen de leidingen overbelast raken. Dit kan brand tot gevolg hebben.
-
Het toestel moet bij installaties in voertuigen of boten met het chassis resp. met massa verbonden zijn.
- Houd u bij de opbouw van een distributiekring via het stopcontact (netopbouw) aan de geldende voorschriften.
- Gebruik uitsluitend koperkabels.
- Houd de kabels voor de gelijkstroomaansluiting zo kort mogelijk (<1 m).
- Houd u aan de vereiste kabeldiameter en plaats een kabelzekering (afb. 8 1, pagina 1) zo dicht mogelijk bij de accu in de plusleiding (zie tabel).
ToestelVereiste kabeldiameter Kabelzekering
| DSP1212C 25 mm ^2 >200 A | |
| DSP1224C 16 mm ^2 | >100 A |
| DSP2012C | 50 mm ^2 >400 A |
| DSP2024C | 25 mm ^2 >200 A |
9.2 Het toestel aansluiten

WAARSCHUWING!
Zorg er voor het aansluiten van de wisselstroom-uitgangsleiding voor, dat het toestel met de hoofdschakelaar is uitgeschakeld.

LET OP!
De polen mogen niet worden verwisseld. Onjuiste polariteit kan het toestel beschadigen.

INSTRUCTIE
Draai de schroeven of moeren vast met een aanhaalmoment van max. 15 Nm. Losse verbindingen kunnen tot oververhittingen leiden.
▶Monteer het toestel zoals weergegeven:
- Accu aansluiten: afb. 7 en afb. 8
– Aardaansluiting aansluiten afb. 9 - 230 V-voedingskabel aansluiten: afb. 10
- 230 V-uitgangskabel aansluiten: afb. 10
9.3 De DSP-EM aansluiten

LET OP!
Steek de aansluiting voor de DSP-EM alleen in de remote-poort. Door verkeerd aansluiten kan het toestel beschadigd raken.
▶ Sluit de DSP-EM zoals weergegeven aan (afb. 11).
9.4 Externe schakelaar voor het in- en uitschakelen aansluiten

INSTRUCTIE
Gebruik kabels met een kabeldiameter van 0,25 – 0,75 mm ^2 .
De volgende componenten kunnen worden gebruikt als externe schakelaar:
- externe schakelaar, voedingsspanning van he toestel: afb. 12 A
• stuureenheid met relais- of transistorschakeling (TR): afb. 12 B - externe schakelaar met spanningsvoorziening via de accu (BAT) van het voertuig: afb. 12 C
- externe schakelaar met eigen spanningsvoorziening (DC POWER), bijv. door de ontsteking: afb. 12D
Zet de hoofdschakelaar (afb. 2 1, pagina 1) op „OFF“.
▶ Controleer of de aansluiting voor de DSP-EM (afb. 2 10, pagina 1) niet toege-wezen is.
Zet de hoofdschakelaar (afb. 2 1, pagina 1) op „REMO“.
Sluit de externe aan-/uitschakelaar met de aansluitkabel aan op de klem (afb. 2 11, pagina 1).
9.5 Een relais aansluiten
U kunt een relais aansluiten om de controleren of de 230 V-ingang is aangesloten. Daarbij kunt u bijvoorbeeld een wegrijblokkering installeren zodat het voertuig niet kan worden gestart als de 230 V-ingang is aangesloten.
▶ Monteer het realis zoals weergegeven (afb. 13):
- N O : m a a k c o n t a c t
- COM: gemeenschappelijk contact
- NC: verbreekcontact
Specificatie relais:
| Maximumspanning Belasting | StroomverbruikNO NC | ||
| 250 V~ | Ohmic | 0,5 A | 0,5 A |
| 12 V/24 V--- | Ohmic | 1 A | 1 A |
10 Voor het eerste gebruik

LET OP!
Het instellen van onjuiste waarden kan storingen en schade veroorzaken.
Noteer de technische gegevens van de aangesloten toestellen.

INSTRUCTIE
Als de spanningsbron tijdens de initialisatie wegvalt, moet u het toestel resetten naar de fabrieksinstellingen (hoofdstuk „Toestel resetten naar fabrieksinstellingen“ op pagina 208) en opnieuw beginnen met de initialisatie.
Voordat u het toestel kunt gebruiken dient u het te initialiseren in de DSP-EM.
▶Schakel het systeem in.
√Het cijfer „1“ verschijnt op het display van de DSP-EM.
Zonder aangesloten accusensor
Draai de selectieknop totdat het cijfer 8 wordt weergegeven.
▶Druk op de selectieknop om de waarde op te slaan.
√Op het display verschijnt de servicecode „S-12“.
▶Draai de selectieknop om het accutype te markeren:
- 0 : L o o d s t r o o m a c c u
- 1 : G e l
- 2 : A G M
- 3 : e S to r e
- 4 : K I a n t
Druk op de selectieknop om de geselecteerde waarde op te slaan.
√Op het display verschijnt de servicecode „S-14“.
▶ Draai de selectieknop om de maximale laadstroom in procent in te stellen (25 %, 50 %, 75 % of 100 % van de nominale laadstroom).
▶Druk op de selectieknop om de geselecteerde waarde op te slaan.
√Op het display verschijnt de servicecode „S-15“.
Draai de selectieknop om de bulk-/absorptiespanning (13,5 V tot 15,0 V in stappen van 0,1 V) in te stellen.
Druk op de selectieknop om de geselecteerde waarde op te slaan.
√Op het display verschijnt de servicecode „S-16“.
Draai de selectieknop om de druppelspanning (12,8 V tot 14,3 V in stappen van 0,1 V) in te stellen.
Druk op de selectieknop om de geselecteerde waarde op te slaan.
√De DSP-EM schakelt uit.
Met aangesloten accusensor
▶ Draai de selectieknop totdat het cijfer 9 wordt weergegeven.
▶Druk op de selectieknop om de waarde op te slaan.
√Op het display verschijnt de servicecode „S-12“.
▶Draai de selectieknop om het accutype te markeren:
- 0 : L o o d s t r o o m a c c u
- 1 : G e l
- 2 : A G M
- 3 : e S to r e
- 4 : K I a n t
▶Druk op de selectieknop om de geselecteerde waarde op te slaan.
√Op het display verschijnt de servicecode „S-13“.
Draai de selectieknop om de accucapaciteit in te voeren (10 Ah tot 249 Ah in 10-Ah-stappen).
Druk op de selectieknop om de geselecteerde waarde op te slaan.
√Op het display verschijnt de servicecode „S-14“.
▶ Draai de selectieknop om de maximale laadstroom in procent in te stellen (25 %, 50 %, 75 % of 100 % van de nominale laadstroom).
▶Druk op de selectieknop om de geselecteerde waarde op te slaan.
√De DSP-EM schakelt uit.
Toestel resetten naar fabrieksinstellingen
▶Schakel het systeem in.
√Het cijfer „1“ verschijnt op het display van de DSP-EM.
▶ Draai de selectieknop totdat het cijfer 35 wordt weergegeven.
√Op het display verschijnt de servicecode „S-35“.
▶Druk op de selectieknop om het toestel te resetten.
11 Het toestel gebruiken
11.1 Toestel inschakelen
Zet de hoofdschakelaar (afb. 1 3, pagina 1) van het toestel in de stand „ON”. Om uit te schakelen, zet u de aan/uit-schakelaar op „OFF”.
▶Het toestel voert een zelftest uit.
√ Als de zelftest is geslaagd, brandt de led blauw (afb. 1 2, pagina 1).
11.2 Statusindicaties
De blauwe led (afb. 1 2, pagina 1) geeft de bedrijfstoestand van het toestel aan.
Display Ingangsspanning
| Continu branden Normale modus | |
| Lang flitslicht, korte onderbreking Toestel oververhit/overbelast | |
| Kort flitslicht Overspanning/onderspanning | |
| Uit | Andere storing |
Het toestel schakelt uit als:
- De accuspanning onder 10,5 V (12 V---aansluiting) resp. 21 V (24 V---aansluiting) daalt.
- De accuspanning boven 16,5 V (12 V---aansluiting) resp. 33 V (24 V---aansluiting) stijgt.
- Het toestel is overbelast.
- Het toestel is oververhit.
- Er is een overstroom opgetreden bij de stroomnet ingang.
▶ Als dit gebeurt, schakelt u het toestel uit met de hoofdschakelaar (afb. 1 3, pagina 1).
▶Controleer of het toestel voldoende geventileerd wordt en of de ventilator-openingen en ventilatiesleuven vrij zijn.
Wacht ca. 5 – 10 min. en schakel het toestel zonder elektrische verbruikers weer in.
11.3 DSP-EM gebruiken
Display
| Item in afb. 14 | Toelichting | |||||
| 1 | M | e | n | u | ' | s |
| 2 Statusindicaties | ||||||
| 3 Waarde-indicaties | ||||||
| 4 Waarde-indicaties als staafdiagram | ||||||
Menu's
| Symbool Menu Weergegeven waarden | ||
![]() | Menu Accu | Met accusensor• Duur totdat de accu volledig opgeladen is• Stroom op accu (gemeten bij accu)• Spanning op accuklemmenStaafdiagram: Laadstatus van accuZonder accusensorAccu laden:• Stroomrichting naar de omvormer• Spanning op accuklemmenBatterij ontladen:• Display toont de waarde „0”• Spanning op accuklemmenStaafdiagram: Geen indicatie |
![]() | Menu Wisselstroomlading • Uitgangsvermogen• Uitgangsstroom van omvormer• Uitgangsspanning van omvormerStaafdiagram: Percentage uitgangsvermo-gen in verhouding tot nominaal vermogen | |
![]() | Menu Wisselstroomvoeding • Stroom van wisselstroomvoeding• Spanning van wisselstroomvoedingStaafdiagram: Uitgangsvermogen wissel-stroomvoeding | |
Symbool Menu Weergegeven waarden

Menu Zekering Uitsluitend gebruik omvormer/lader
- Maximaal toegestane stroom van wisselstroomvoeding Staafdiagram: Geen indicatie
Opmerking: Deze waarde kan worden aan- gepast (hoofdstuk „Maximaal toegestane stroom van wisselstroomvoeding wijzigen" op pagina 213).

Menu Service Uitsluitend opgeleid personeel
Servicehandleiding: dometic.com/manuals
Statusindicaties
Symbool Menu

Accu wordt geladen

accu wordt ontladen

Wisselstroomnet is aangesloten

Omvormer is in bedrijf Verbruikers kunnen worden aangesloten

Energiebesparing is uitgeschakeld

De lader werkt in nachtmodus

Omvormer is uitgeschakeld De gebruikers worden gevoed via de wisselstroomvoeding.

Met accusensor
Lage acculading
In het menu bewegen
Beweeg als volgt door de menu's:
Draai de selectieknop (afb. 3 1, pagina 1) om door de menupagina's te scrollen.
De selectieknop kan in twee richtingen worden gedraaid. Als het laatste menu-item bereikt is, verschijnt weer het eerste menu-item op het display.
√ Het symbool van het geselecteerde menu (afb. 14 1, pagina 2) wordt weergegeven.
√De eerste waarde wordt weergegeven.
▶Druk op de selectieknop om de volgende waarde weer te geven.
De volgende afbeeldingen tonen, hoe u in het menu kunt navigeren:

flowchart
graph TD
A["Start"] --> B{Condition}
B -->|5.8 HOURS| C["Accumenu"]
B -->|55.1 WATT| D["Lastmenu Wisselspanning"]
B -->|35.3 AMP| E["Menu Wisselstroomvoeding"]
B -->|15.0 AMP| F["Menu Zekering"]
Druk op de selectieknop om de volgende waarde in het huidige menu (hoofdstuk „Menu’s” op pagina 210) weer te geven.
De omvormerfunctie in-/uitschakelen
Als een extern wisselstroomnet is aangesloten, kunt u de accu beschermen door de omvormerfunctie van het toestel uit te schakelen. Dan worden de verbruikers uitsluitend gevoed door het externe stroomnet.
▶Druk op om de omvormerfunctie uit te schakelen.
Druk nog een keer op omde omvormerfunctie in te schakelen.
Het display inschakelen
Na een bepaalde tijd schakelt het display uit.
▶Druk op de selectieknop of op of om het display te verlichten.
Maximaal toegestane stroom van wisselstroomvoeding wijzigen
Als het toestel alleen als omvormer/lader wordt gebruikt kan de maximaal toege- stane voeding worden ingesteld.
Als het toestel aangesloten is op de wisselstroomvoeding knippert het vorige power-sharing-level op het display van de DSP-EM.
▶ Draai de selectieknop om naar het menu Zekering te scrollen.
√ De huidige waarden voor de maximale voeding wordt weergegeven.
▶Druk op de selectieknop.
√De huidige waarde knippert.
▶Draai de selectieknop, om de waarde te wijzigen.
▶Druk op de selectieknop om de waarde op te slaan.
Als gedurende 2 min. niets wordt ingevoerd, wordt de vorige waarde gebruikt.
√Op het display verschijnt de nieuwe waarde.
12 Toestel reinigen en onderhouden

LET OP!
Geen scherpe of harde voorwerpen of reinigingsmiddelen bij het reinigen gebruiken. Dit kan het product beschadigen.
▶Reinig het product af en toe met een vochtige doek.
13 Verhelpen van storingen
13.1 Omvormers

WAARSCHUWING!
Open het toestel niet. Er bestaat gevaar voor een elektrische schok.

INSTRUCTIE
Bij specifieke vragen over de specificaties van het toestel neemt u contact op met de fabrikant (adressen op de achterzijde van de instructiehandleiding).
De led (afb. 2, 2, pagina 1) geeft de storing aan:
Led-indicatie Oorzaak Oplossing
| Kort flitslicht Ingangsspanning is te hoog | Controleer de ingangsspanning en verlaag deze. |
| Te lage ingangsspanning De accu moet worden opgeladen. Controleer de kabels en aansluitingen. | |
| 2 s branden, korte onderbreking | Oververhitting Schakel het toestel en de verbruikers uit.Wacht ca. 5 – 10 min. en schakel het toestel zonder elektrische verbruikers weer in.Verminder de belasting en zorg voor een betere ventilatie van het toestel. Schakel daarna de verbruiker weer in. |
| Te hoge belasting Schakel het toestel uit en verwijder de verbruikers.Schakel het toestel zonder de verbruiker weer in. Als er nu geen te hoge belasting meer wordt aangegeven, is er sprake van kortsluiting bij de verbruiker of de volledige belasting was hoger dan het vermogen dat in het gegevensblad stond.Controleer de kabels en aansluitingen.Druk met de hand op de wisselstroom-aard-lekschakelaar van het toestel. |
Uit Andere storing Neem contact op met de service.
13.2 DSP-EM
Als het systeem een storing detecteert, schakelt het automatisch uit. De werkbalk en de indicatiebalk zijn verborgen.
| Bron | Fout-code | Mogelijke oorzaak Mogelijke oplossing | |
| DSP E-01 Accu-onderspanning Laad de accu op. | |||
| E-02 Accu is overbelast Verlaag de ingangsspanning. | |||
| E-03 Omvormer is overbelast Verlaag de aangesloten belasting. | |||
| E-04 – Het toestel is oververhit Zorg voor voldoende luchttoevoer naar het toestel. | |||
| E-05 | |||
| E-06 Initialisatiefout Neem contact op met de klantenservice. | |||
| E-07 Er is geen noodstroom-voeding aanwezig | Activeer de omvormerfunctie (hoofd-stuk „De omvormerfunctie in-/uit-schakelen" op pagina 213).Controleer de aansluiting op het stroomnet. | ||
| E-09 Temperatuur te laag Neem contact op met de klantenservice. | |||
| E-10 Accu oververhit Zorg voor voldoende luchttoevoernaar de accu. | |||
| E-11 Stroomnetingang over-stroom | Neem contact op met de klantenservice. | ||
| E-12 Overspanning accu | Neem contact op met de klantenservice. | ||
| Display | E-16 CI-bus antwoordt niet | Controleer de BUS-bedrading van de accusensor. | |
| E-18 DSP-C antwoordt niet | Zet de hoofdschakelaar REMO.Controleer de BUS-bedrading van het DSP-C-toestel. | ||
| E-20 Laadstatus van accu te laag | Laad de accu op. | ||
14 Garantie
De wettelijke garantieperiode is van toepassing. Als het product defect is, wendt u zich tot het filiaal van de fabrikant in uw land (adressen zie achterkant van de handleiding) of tot uw speciaalzaak.
Voor de afhandeling van de reparatie of garantie dient u de volgende documenten mee te sturen:
- een kopie van de factuur met datum van aankoop,
- reden van de klacht of een beschrijving van de storing.
15 Afvoer
▶Laat het verpakkingsmateriaal indien mogelijk recyclen.

Als u het product definitief buiten bedrijf stelt, informeer dan bij het dichtstbijzijnde recyclingcentrum of uw speciaalzaak naar de betreffende afvoervoorschriften.
De onderstaande technische gegevens zijn van toepassing op alle toestellen:
| DSP1212C D | SP2012C DSP1 | 1224C DSP20 | 24C | |
| Artikelnr.: 9600002559 960 | 0002561 9600 | 002560 96000 | 02562 | |
| Warmteafvoer: Ventilator met temperatuur- belastingregeling | ||||
| Omgevingstemperatuur bedrijf: | -20°C tot +60°C | |||
| Omgevingstemperatuur opslag: | -30°C tot +70°C | |||
| Overbruggingsrelais: 16 A/250 V~ | ||||
| Overbruggingsschakeling met spannings-synchronisatie: | <20 ms | |||
| Luchtvochtigheid: 0 - 95 %, niet-compenserend | ||||
| Afmetingen: | afb. 15 | |||
| Gewicht: | 5,6 kg | 7,2 kg | ||
| Keurmerk/certificaat: | ![]() | |||
Ingangsgegevens
| DSP1212C | DSP2012C DSP1 | 1224C DSP20 | 24C | |
| Nominale ingangsspanning: | 12 V--- | 24 V--- | ||
| Ingangsspanningsbereik: | 10 – 16,5 V--- | 20 – 33 V--- | ||
| Maximale ingangsstroom: | 132 A | 220 A | 66 A | 110 A |
| Stroomverbruik bij nullast: | 3 A | 4 A | 1,5 A | 2 A |
| Stroomverbruik in stand-by: | <0,3 A | <0,2 A | ||
Uitgangsgegevens
| DSP1212C D | SP2012C DSP1 | 1224C DSP20 | 24C | |
| Uitgangsspanning: 230/240 V ±3 % | ||||
| Frequentie(programmeerbaar): | 50/60 Hz ±0.3 Hz | |||
| Continuuitgangsvermogen: | 1200 VA | 2000 VA | 1200 VA | 2000 VA |
| Piekvermogen voor 2 s: | 2400 VA | 4000 VA | 2400 VA | 4000 VA |
| Maximaaluitgangswisselstroomomvormer: | 5,3 A 8,7 A | 5,3 A 8,7 A | ||
| Uitgangswisselstroom: | 21,3 A | 24,7 A | 21,3 A | 24,7 A |
| Rendement: >88 % >89 % | ||||
| Vermogen niet-nominaal: | 40 W/°C | 60 W/°C | 40 W/°C | 60 W/°C |
| Kortsluitingsbeveiliging: | Ja, lpk | |||
| Golfvorm: | Zuivere sinusgolf,maximaal 3 % vervorming | |||
Veiligheidsinrichtingen
| 12 V | 24 V | |
| Ingang: | Overspanning, onderspanning, verwisselde polen (interne zekering) | |
| Wisselstroomuitgang: | Kortsluiting, overbelasting | |
| Wisselstroomingang: | 16A-zekeringautomaat | |
| Temperatuur: | Uitschakeling | |
| Temperatuur van de accu: Externe accusensor | ||
Overspanningsuitschakeling
| Toestel | Overspannings-waarschuwing | Overspanning | |
| Uitschakeling Herstart | |||
| DSP1212C, DSP2012C 16 V 16,5 V 15,5 V | |||
| DSP1224C, DSP2024C 32 V 33 V 31 V | |||
Onderspanningsuitschakeling
| Toestel | Onderspannings-waarschuwing | Onderspanning | |
| Uitschakeling Herstart | |||
| DSP1212C, DSP2012C 11 V 10,5 V 12,5 V | |||
| DSP1224C, DSP2024C 22 V 21 V 25 V | |||
Temperatuurcompensatie met accusensor
Zie afb. 18
Ingangsgegevens voor opladen
| DSP1212C D | SP2012C DSP1 | 1224C | DSP2024C | |
| Nominale ingangsspanning: | 230 V~ | |||
| Ingangsspanningsbereik: | 180 – 264 V~ | |||
| Ingangsfrequentie: | 50/60 Hz | |||
| Bereik ingangsfrequentie Bij 50 Hz: | 47 – 53 Hz | |||
| Bij 60 Hz: | 57 – 63 Hz | |||
| Nominale stroom (bij 230 V): | 3,8 A | 7,5 A | 3,8 A | 7,5 A |
| Rendement: | >88 % | |||
| Nominale ingangsstroom: | 16 A | |||
| Maximale vermogen-correctiefactor | >0,95 | |||
Uitgangsgegevens voor opladen
| DSP1212C D | SP2012C DSP1 | 1224C DSP20 | 24C | |
| Laadstroom: 12.5 A/25 A/ | 37.5 A/50 A | 25 A/50 A/75 A/100 A | 6.25 A/12,5 A/18.75 A/25 A | 12.5 A/25 A/37.5 A/50 A |
| Maximaleuitgangsspanning: | 15,4 V 30,8 V | |||
| Referentietemperatuur +20 °C | ||||
| Accutemperatuur-compensatie: | ±25 mV/°C ±50 mV/°C | |||
| Bereiktemperatuurcompensatie: | -0,75 V - +0.25 V | -1,5 V - +0.5 V | ||
DSP-EM
| DSP-EM | |
| Artikelnr.: | 9600002565 |
| Voedingsspanning: | 9 - 35 V--- |
| Opgenomen vermogenIn displaymodus:In stand-bymodus: | 170 mA40 mA |
| Afmetingen: | afb. 16 |
| Certificaat: | ![]() |
Voor de actuele EU-conformiteitsverklaring voor uw toestel, zie de desbetreffende productpagina op dometic.com of raadpleeg de fabrikant direct (zie achterzijde).




