MT BCB2520 - Batterijlader DOMETIC - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MT BCB2520 DOMETIC in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over MT BCB2520 DOMETIC
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Batterijlader in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MT BCB2520 - DOMETIC en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MT BCB2520 van het merk DOMETIC.
GEBRUIKSAANWIJZING MT BCB2520 DOMETIC
Montagehandleiding en gebruiksaanwijzing ....82
DA Batteristyreboosteren
Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en volg alle instructies, richtlijnen en waarschuwingen in deze handleiding op om ervoor te zorgen dat u het product te allen tijde op de juiste manier installeert, gebruikt en onderhoudt. Deze gebruiksaanwijzing MOET bij dit product bewaard worden.
Door het product te gebruiken, bevestigt u hierbij dat u alle instructies, richtlijnen en waarschuwingen zorgvuldig hebt gelezen en dat u de voorwaarden zoals hierin beschreven begrijpt en accepteert. U gaat ermee akkoord dit product alleen te gebruiken voor het beoogde doel en de beoogde toepassing en in overeenstemming met de instructies, richtlijnen en waarschuwingen zoals beschreven in deze gebruiksaanwijzing en in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving. Het niet lezen en opvolgen van de hierin beschreven instructies en waarschuwingen kan leiden tot letsel voor uzelf en anderen, schade aan uw product of schade aan andere eigendommen in de omgeving. Deze gebruiksaanwijzing, met inbegrip van de instructies, richtlijnen en waarschuwingen, en de bijbehorende documentatie kan onderhevig zijn aan wijzigingen en updates. Actuele productinformatie vindt u op documents.dometic.com.
Inhoudsopgave
Verklaring van de symbolen 82
Veiligheidsaanwijzingen 82
Veiligheid bij de omgang met accu's ..... 84
Accessoires 85
Beoogd gebruik. 85
Technische beschrijving 86
De accuregelbooster monteren 89
Accuregelbooster aansluiten 90
Gebruik 92
Reiniging en onderhoud 95
Problemen oplossen 96
Garantie....97
Verwijdering.... 98
Verklaring van de symbolen

GEVAAR!
Veiligheidsaanwijzing: duidt op een gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt voorkomen, leidt tot ernstig letsel of de dood.

WAARSCHUWING!
Veiligheidsaanwijzing: duidt op een gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt voorkomen, kan leiden tot ernstig letsel of de dood.

VOORZICHTIG!
Veiligheidsaanwijzing: duidt op een gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt voorkomen, kan leiden tot licht of matig letsel.

LET OP!
Duidt op een situatie die, indien deze niet wordt voorkomen, kan leiden tot materiële schade.

INSTRUCTIE
Aanvullende informatie voor het gebruik van het product.
Veiligheidsaanwijzingen
Neem ook de veiligheidsaanwijzingen en voorschriften van de voertuigfabrikant en erkende werkplaatsen in acht.
Algemene veiligheid

WAARSCHUWING! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen kan leiden tot ernstig letsel of de dood.
Gevaar voor elektrische schokken
- Montage en demontage van de acculader mogen alleen worden uitgevoerd door bevoegd personeel.
- Gebruik het toestel niet als het zichtbaar beschadigd is.
- Als de stroomkabel van het toestel beschadigd is, moet de stroomkabel, om gevaren te voorkomen, worden vervangen door de fabrikant, diens klantenservice of gelijkwaardig bevoegd personeel.
- Dit toestel mag uitsluitend worden gerepareerd door bevoegd personeel. Ondeskundige reparaties kunnen leiden tot aanzienlijke gevaren.
- Als u het toestel demonteert:
- Maak alle aansluitingen los.
-
Zorg ervoor dat alle in- en uitgangen spanningsvrij zijn.
-
Gebruik het toestel niet onder vochtige omstandigheden en dompel het niet onder in een vloeistof. Berg het toestel op op een droge plaats.
- Gebruik uitsluitend door de fabrikant aanbevolen accessoires.
- Bewerk de componenten niet zelf en maak geen aanpassingen.
-
Ontkoppel het toestel van de stroomvoorziening:
-
Voor elke reiniging en elk onderhoud
- Na elk gebruik
- Voor het vervangen van een zekering
- Voor het uitvoeren van elektrische laswerkzaamheden of werkzaamheden aan het elektrische systeem
Gevaar voor de gezondheid
- Elektrische toestellen zijn geen speelgoed.
- Dit toestel mag worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en ouder evenals door personen met verminderd fysiek, zintuiglijk of mentaal vermogen of gebrek aan kennis en ervaring, mits zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilig gebruik van het toestel en zij inzicht hebben in de gevaren die het gebruik van het toestel met zich meebrengt.
Houd en gebruik het toestel buiten het bereik van zeer jonge kinderen.
- Kinderen moeten onder toezicht staan om te garanderen dat ze niet met het toestel spelen.
- Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet door kinderen zonder toezicht worden uitgevoerd.

LET OP! Gevaar voor schade
- Controleer voor de ingebruikname of de spanning op het typeplaatje overeenkomt met de aanwezige stroomvoorziening.
- Let erop dat andere voorwerpen geen kortsluiting bij de contacten van het toestel veroorzaken.
- Let op dat de negatieve en positieve polen nooit in contact komen.
Het toestel veilig monteren

GEVAAR! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen leidt tot ernstig letsel of de dood.
Explosiegevaar
- Monteer het toestel niet op plaatsen waar gevaar voor gas- of stofexplosie bestaat.

VOORZICHTIG! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen kan leiden tot licht of matig letsel.
Gevaar voor letsel
- Let op een stabiele stand.
Het toestel moet zo veilig opgesteld en bevestigd worden, dat het niet kan omvallen of naar beneden kan vallen. - Zorg er bij het opstellen van het toestel voor dat alle kabels veilig zijn bevestigd, om struikelen te voorkomen.

LET OP! Gevaar voor schade
- Plaats de acculader niet in de buurt van warmtebronnen (verwarming, direct zonlicht, gaskachels enz.).
- Stel het toestel op een droge en tegen spatwater beschermde plaats op.
Veiligheid bij de elektrische aansluiting van het toestel

GEVAAR! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen leidt tot ernstig letsel of de dood.
Gevaar voor elektrische schokken
- Bij installatie op boten:
Bij een verkeerde installatie van elektrische toestellen op boten kan er corrosieschade aan de boot ontstaan. Laat het toestel monteren door een gespecialiseerde (scheeps-)elektricien.
- Als u aan elektrische installaties werkt, zorg er dan voor dat er iemand in de buurt is die u in geval van nood kan helpen.

WAARSCHUWING! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen kan leiden tot ernstig letsel of de dood.
Gevaar voor elektrische schokken
- Neem de aanbevolen kabeldoorsneden in acht.
- Leg de kabels zodanig dat deze niet beschadigd kunnen raken door de deuren of de motorkap. Geplette kabels kunnen tot levensgevaarlijke verwondingen leiden.

LET OP! Gevaar voor schade
- Gebruik holle buizen of leidingdoorvoeren, als leidingen door plaatwanden of andere wanden met scherpe randen geleid moeten worden.
- Plaats het 230V-netsnoer en de 12V-gelijkstroomleiding niet samen in dezelfde kabelgoot.
- Leg de leidingen niet los of scherp geknikt.
- Bevestig de kabels op een veilige wijze.
- Trek niet aan de kabels.
Veiligheid bij het gebruik van het toestel

GEVAAR! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen leidt tot ernstig letsel of de dood.
Gevaar voor elektrische schokken
- Raak blanke leidingen nooit met blote handen aan. Dit geldt vooral bij gebruik op het wisselstroomnet.
- Om bij gevaar het toestel snel van het wisselstroomnet te kunnen loskoppelen, moet het stopcontact zich in de buurt van het toestel bevinden en gemakkelijk toegankelijk zijn.

WAARSCHUWING! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen kan leiden tot ernstig letsel of de dood.
Explosiegevaar
- Gebruik het toestel uitsluitend in gesloten, goed geventileerde ruimtes.

VOORZICHTIG! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen kan leiden tot licht of matig letsel.
Explosiegevaar
- Gebruik het toestel niet on de volgende omstandigheden:
– in een zouthoudende, vochtige of natte omgeving
– in de buurt van agressieve dampen
– in de buurt van brandbare materialen
– in explosieve omgevingen
Gevaar voor elektrische schokken
- Voordat u het toestel start, moet u ervoor zorgen dat het netsnoer en de stekker droog zijn en de stekker vrij is van roest of vuil.
- Scheid het toestel bij werkzaamheden altijd van de stroomvoorziening.
- Houd er rekening mee dat onderdelen van het toestel nog onder spanning kunnen staan, zelfs als de zekering is gesprongen.
- Maak geen kabels los als het toestel nog in gebruik is.

LET OP! Gevaar voor schade
- Zorg ervoor dat de luchtinlaten en -uitlaten van het toestel niet afgedekt zijn.
• Zorg voor goede ventilatie. - Trek de stekker nooit aan de aansluitkabel uit de contactdoos.
- Het toestel mag niet aan regen worden blootgesteld.
Veiligheid bij de omgang met accu's

WAARSCHUWING! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen kan leiden tot ernstig letsel of de dood.
Gevaar voor letsel
- Accu's kunnen agressieve en bijtende zuren bevatten. Vermijd elk lichamelijk contact met de accuvloeistof. Indien uw huid in aanraking komt met accuvloeistof, was dan het desbetreffende lichaamsdeel grondig met water. Consulteer bij verwondingen door zuren in ieder geval een arts.

VOORZICHTIG! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen kan leiden tot licht of matig letsel.
Gevaar voor letsel
- Draag bij het werken met accu's geen metalen voorwerpen zoals horloges of ringen. Loodzuuraccu's kunnen kortsluitstromen veroorzaken, die tot ernstige verbrandingen kunnen leiden.
- Draag een veiligheidsbril en veiligheidskleding als u aan accu's werkt. Raak uw ogen niet aan wanneer u aan accu's werkt.
Explosiegevaar
- Probeer geen bevoren of defecte accu's te laden.
Plaats de accu in een vorstvrije ruimte en wacht tot de accu op omgevingstemperatuur is. Start dan pas de laadprocedure.
- Rook niet, gebruik geen open vuur of veroorzaak geen vonken in de buurt van de motor of een accu.

LET OP! Gevaar voor schade
- Gebruik uitsluitend herlaadbare accu's.
- Voorkom dat metalen onderdelen op de accu vallen. Dit kan leiden tot vonken of kortsluiting van de accu en andere elektrische delen.
- Let bij het aansluiten van de accu op de juiste polariteit.
- Neem de handleidingen in acht van de accufabrikant en van de fabrikant van de installatie of het voertuig waarin de accu wordt gebruikt.
- Als u de accu moet verwijderen, koppel dan eerst de aardverbinding los. Verbreek alle verbindingen en maak alle verbruikers van de accu los, voordat u deze verwijdert.
- Bewaar alleen volledig opgeladen accu's. Laad opgeslagen accu's regelmatig op.
- Laad diep ontladen loodaccu's onmiddellijk op om sulfatering te voorkomen.
- Controleer regelmatig het zuurniveau van open loodzuuraccu's.
Veiligheidsmaatregelen bij het gebruik van lithium-ion-accu's

VOORZICHTIG! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen kan leiden tot licht of matig letsel.
Gevaar voor letsel
- Gebruik alleen accu's met geïntegreerd accu-managementsysteem en celbalancering.

LET OP! Gevaar voor schade
- Installeer de accu uitsluitend in omgevingen met een omgevingstemperatuur van ten minste 0 °C.
- Voorkom diepe ontlading van de accu's.
Omvang van de levering
Aantal Beschrijving
| 1 | M | T | B | C | B | 2 |
| 1 Lastrelais (NC 12 V/100 A) met installatie-kabelset | ||||||
| 1 Temperatuursensor met kabel (3 m) | ||||||
| 1 Verlengkabel (5 m) met adapter voor dis-playpaneel voor afstandsbediening | ||||||
| 1 Montagehandleiding en gebruiksaanwij-zing | ||||||
Accessoires
Verkrijgbaar als accessoires (niet bij de levering inbegrepen):
Aanduiding Artikelnr.
Actieve D+-simulator 9620000336
(MT 02159)
Beoogd gebruik
De acculader (ook wel accuregelbooster genoemd) is bedoeld voor het opladen van 12V-accu's in voertuigen tijdens het rijden en op netspanning. Bovendien kan het apparaat worden gebruikt als een stabiele stroomvoorziening voor consumenten om de accu's volledig opgeladen te houden. Als er geen oplaadbron beschikbaar is, zorgt de pulserende werking ervoor dat loodzuuraccu's worden hersteld.
De accuregelbooster is bedoeld voor het opladen van de volgende accutypen:
De accuregelbooster is niet bestemd voor het opladen van andere typen accu's (bijv. NiCd, NiMH enz.).
De accuregelbooster is geschikt voor:
• Installatie in campers
• Stationair of mobiel gebruik
- Gebruik binnenshuis
De accuregelbooster is niet geschikt voor: - Gebruik buiten
Dit product is alleen geschikt voor het beoogde gebruik en de toepassing in overeenstemming met deze gebruiksaanwijzing.
Deze handleiding geeft informatie die nodig is voor een correcte installatie en/of correct gebruik van het product. Een slechte installatie en/of onjuist gebruik of onderhoud leidt tot onbevredigende prestaties en mogelijke storingen.
De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid voor letsel of schade aan het product als gevolg van:
- Onjuiste montage of aansluiting, inclusief te hoge spanning
- Onjuist onderhoud of gebruik van andere dan door de fabrikant geleverde originele reserve-onderdelen
- Wijzigingen aan het product zonder uitdrukkelijke toestemming van de fabrikant
- Gebruik voor andere doeleinden dan beschreven in deze handleiding
Dometic behoudt zich het recht voor om het uiterlijk en de specificaties van het product te wijzigen.
Technische beschrijving
Algemene beschrijving
Het toestel laadt op met 20 A op het 230V-elektriciteitsnet en 25 A tijdens het rijden.
Als geen van deze laadbronnen beschikbaar is, zorgt de geïntegreerde pulsgever voor het accuonderhoud.
De accuregelbooster heeft 3 bedrijfsmodi:
- Werking op netspanning: Opladen van de huishoudaccu, druppelladen van de startaccu en voeding van 12V-apparatuur via het 230V-elektriciteitsnet.
- Werking als versterker: Opladen van de huis-houdaccu door de wisselstroomdynamo via de startaccu tijdens het rijden.
- Werking als pulsgever: De pulsgever kan worden geactiveerd wanneer er geen laadbron beschikbaar is om de accu te beschermen tegen sulfatering.
De accuregelbooster biedt de volgende functies:
- Microprocessorgestuurde IUOU-laadprogramma's met temperatuurcompensatie voor verschillende accutypen
- Hulplaaduitgang voor de startaccu
- Buffermodus: voldoet aan de laadkarakteristieken, zelfs wanneer de accu wordt opgeladen terwijl er verbruikers zijn aangesloten
- Filter voor boordnetonderdrukking: zorgt voor parallelle werking van de accuregelbooster met andere oplaadbronnen, bijvoorbeeld netvoedingsladers of generatoren.
- Automatische compensatie van spanningsverlies veroorzaakt door de lengte van de laadkabel (huishoudaccu)
De accuregelbooster heeft de volgende beschermende mechanismen:
• Overspanningsbeveiliging
• Onderspanningsuitschakeling
- Bescherming tegen hoge temperaturen
- Bescherming tegen lage temperaturen (alleen LFP-accu's)
- Beveiliging tegen kortsluiting
- Beveiliging tegen omgekeerde polariteit (alleen voor aansluiting van de huishoudaccu)
De accuregelbooster kan via DIP-schakelaars aan de verschillende accutypen worden aangepast (zie hoofdstuk „Het laadprogramma instellen“ op pagina 92).
De temperatuursensor bewaakt de accutemperatuur tijdens het laadproces (zie hoofdstuk „Temperatuursensor“ op pagina 89).
De accuregelbooster is voorzien van een afneembaar displaypaneel voor afstandsbediening.
Toestelbeschrijving
| Nr. in afb. 1, Aanduiding pagina 3 | |||||||
| 1 Aansluitkabel | |||||||
| 2 Displaypaneel | |||||||
| 3 DIP-schakelaar | |||||||
| 4 Aansluitingen en bedieningselementen | |||||||
| 5 | R | u | b | b | e | r | e |
| 6 | T | e | m | p | e | r | a |
| 7 Verlengkabel (5 m) met adapter voor dis-playpaneel voor afstandsbediening | |||||||
| 8 Kabelboom met verdeelblok en lastrelais (verbreekrelais, 12 V/100 A) | |||||||
Aansluitingen en bedieningselementen
| Nr. in afb. 2, pagina 3 | Aanduiding Beschrijving |
| 1 DIP-schakelaars Instelling van het laadprogramma (zie hoofdstuk „Het laadprogramma instellen“ op pagina 92) en andere functies | |
| 2 T T-aansluiting 2 aansluitingen voor temperatuursensors | |
| 3 TR-aansluiting Uitgang voor het regelen van een maakrelais (aansluitvariant D) of een verbreekrelais (aansluitvariant C1) | |
| 4 D+-aansluiting Ingang voor D+-signaal van de wisselstroomdynamo of contactslotsignaal (klem 15) | |
| Nr. in afb. 2, Aanduiding Beschrijving pagina 3 | |||||||
| 5 Netz-aansluiting | Uitgang voor 12V-signaal indien aangesloten op elektriciteitsnet (max. 100 mA) | ||||||
| 6 BORD+ Aansluiting op de plus-pool van de 12V-huishou-daccu | |||||||
| n t | 7 COM-Aansluiting op de min- u r s pool van de huishou-daccu/het chassis | ||||||
| 8 S T A R T + A pool van de 12V-startaccu | |||||||
Displaypaneel
| Nr. in afb. 3, pagina 4 | Aanduiding |
| 1 | Toets Aan/uit |
| 2 | Indicatielampjes |
Ledlampje op het displaypaneel
| Led | Status | Beschrijving |
| Current (rood) | Aan | Laadstroom aan-wezig; laadmodus netspanning of ver-sterker; lichtsterkte geeft de intensiteit van de laadstroom aan |
| Uit | Laadstroom <0,2 A |
Led Status Beschrijving
| Batt. I (geel) | Aan Huishoudaccu | |
| wordt opgeladen in de laadmodus netspanning of versterker | ||
| Knippert langzaam | Bescherming tegen hoge temperaturenAlleen LFP-accu's: Bescherming tegen lage temperaturen | |
| Knippert snel Alleen LFP-accu's: Bescherming tegen lage temperaturen | ||
| Uit Niet opladen | ||
| Battery full (groen) | Aan Huishoudaccu volledig opgeladen (100%); U2/U3-fase | |
| Knippert Laadproces in U1-fase (loodaccu's: <75%, LiFePO4-accu's:< 90%) | ||
| Knippert langzaam | Laadtoestand 75–100% (loodaccu's: >75%, LFP-accu's: >90%) | |
| Main Charging (geel) | Aan | Laadproces I/U1-fase |
| Knippert • Overspannings-beveiligingAlleen LFP-accu's: temperatuursensor is niet aangesloten | ||
Led Status Beschrijving
| Batt. II (geel) | Aan | Laadmodus sterker; startaccu laadt de huishou-daccu op |
| Uit Opladen met ver-sterker niet geacti-veerd | ||
| Power (groen) | Aan Spanning aanwe-zig; laadmodus netspanning of ver-sterker | |
| Knippert lang-zaam | Veiligheidsuitscha-keling (hoofdstuk „Problemen oplos-sen" op pagina 96) | |
| Knippert met een interval van 20 s | Pulserende bedrijfsmodus | |
Acculaadfunctie
In de volgende situaties wordt een hoofdlaadcyclus van de huishoudaccu gestart:
- Na stilstand van de wisselstroomdynamo of een stroomstoring
- Nadat de spanning voor 30 s onder de resets- panning van 12,75 V voor loodaccu's of 13,10 V voor LFP-accu's is gedaald

INSTRUCTIE
In alle laadfasen (U1-fase tot U3-fase) is bijna de gehele mogelijke laadstroom beschikbaar voor de aanvullende voeding van gelijkstroomverbruikers zonder de accu te ontladen.
De laadkarakteristieken voor geautomatiseerd continubedrijf zonder bewaking worden aangepaste IUOU-karakteristieken genoemd (zie curve in afb. 6, pagina 5).
1: analysefase
De accu is diepontladen (>10%). De acculading wordt geanalyseerd met een toenemende laadstroom.
2: I-fase (constante-stroomfase)
Aan het begin van het laadproces wordt de lege accu continu opgeladen met de maximale laadstroom (100%). De laadstroom neemt af wanneer de accu een laadtoestand van 75% (90% bij LFP-accu's) heeft bereikt. Accu's met een spanning van 0 V worden opgeladen met een lagere laadstroom totdat de accuspanning hoger is dan 9 V.
De duur van de l-fase is afhankelijk van de toestand van de accu, de belasting door verbruikers en de laadtoestand. Om veiligheidsredenen wordt de l-fase na uiterlijk 15 uur beëindigd (in het geval van defecte accucellen of iets dergelijks).
3: U1-fase (constante-spanningsfase)
De U1-fase begint wanneer de accu volledig is opgeladen. De laadstroom wordt verlaagd. Tijdens de U1-fase wordt de accuspanning constant op een hoog niveau gehouden. De duur van de U1-fase is afhankelijk van het accutype en de mate van ontlading.
4: U2-fase (druppelladen)
De U2-fase dient om de accucapaciteit (100%) in stand te houden. De U2-fase werkt met een lagere laadspanning en variabele stroom. Als er gelijkstroomverbruikers zijn aangesloten, worden deze door het toestel van stroom voorzien. Alleen als het vereiste vermogen de capaciteit van het toestel overschrijdt, wordt dit aanvullend vermogen door de accu geleverd. De accu wordt vervolgens ontladen totdat het toestel weer in de I-fase komt en de accu oplaadt. De U2-fase is beperkt tot 24 tot 48 uur, afhankelijk van het accutype.
5: U3-fase (bufferladen)
Bij langdurig gebruik op het elektriciteitsnet voorkomt de U3-fase verdere ontlading van de accu (bijv. als deze langere tijd niet wordt gebruikt, bij seizoensgebruik of als deze gedurende de winter wordt opgeslagen). Verder minimaliseert deze fase knalgasvorming en hij voorkomt plaatcorrosie.
Twee keer per week schakelt de oplader voor korte tijd terug naar de U1-fase (max. 1 uur) om de accu te reactiveren. Dit voorkomt vermoeidheidsverschijnselen zoals sulfatering of elektrolytstratificatie.
Temperatuursensor
Als de temperatuursensor is aangesloten, past de accuregelbooster de laadspanning (voor loodaccu's) of de laadstroom (voor LFP-accu's) aan aan de gemeten temperatuur van de accu.

INSTRUCTIE
- Voor loodaccu's: zonder de temperatuursensor wordt de laadspanning aangepast op basis van een referentie-temperatuur van 20 °C.
- Voor LFP-accu's: Als de temperatuursensor niet is aangesloten, werkt de accuregelbooster niet.
De laadkarakteristieken worden als volgt aangepast:
- Voor loodzuuraccu's zie afb. 7, pagina 5
- Voor AGM-accu's zie afb. 8, pagina 5
- Voor gelaccu's zie afb. 9, pagina 5
- Voor LFP-accu's, zie afb. 10, pagina 5
Legenda
| ---- | Laadkarakteristiek zonder aangesloten temperatuursensor |
| — | Laadkarakteristiek met aangesloten temperatuursensor |
De accuregelbooster monte- ren
Montageplaats

LET OP! Gevaar voor schade
Controleer voor het boren of er geen elektrische kabels of andere onderdelen van het voertuig door boren, zagen en vijlen beschadigd kunnen raken.

INSTRUCTIE
De accuregelbooster kan zowel liggend als hangend worden geïnstalleerd (afb. 5, pagina 4).
Neem de volgende instructies in acht bij de keuze van de montageplaats:
- Zorg ervoor dat het montageoppervlak vlak en stevig is.
- Neem de aangegeven afstanden in acht (afb. 4, pagina 4).
Het displaypaneel gebruiken
Het displaypaneel kan worden gemonteerd afhankelijk van de montagepositie van de accuregel-booster.
▶Ga te werk zoals weergegeven om het displaypaneel te draaien en weer aan te brengen (afb. 11, pagina 6).
▶Ga te werk zoals weergegeven om het displaypaneel als afstandsbediening te gebruiker (afb. 12, pagina 6).
Accuregelbooster aansluiten

De elektrische aansluiting moet worden uitgevoerd door een bevoegde elektricien met aantoonbare kennis en vaardigheden op het gebied van de constructie en werking van elektrische apparaten en installaties, die is opgeleid om de geva- ren die elektrische apparaten en installaties met zich meebrengen veilig te herkennen en te voorkomen.

WAARSCHUWING! Gevaar voor elektrische schokken
Neem de aanbevolen kabeldoorsneden, kabellengtes en zekeringen in acht (zie tabel op pagina 90).

Breng de zekeringen in de buurt van de accu's aan om de kabel te beschermen tegen kortsluiting en mogelijk verschroeien.

LET OP! Gevaar voor schade
Zorg ervoor dat de polariteit niet wordt verwisseld.

INSTRUCTIE
Voor LFP-accu's van Dometic Büttner: om de interne temperatuur van de LFP-accu te meten, gebruikt u de aansluiting voor de temperatuursensor om de voeler van de temperatuursensor aan te sluiten op de minpool van de huishoudaccu.
Neem de volgende instructies in acht bij het aan-sluiten van de accuregelbooster:
- Kies de geschikte aansluitvariant.
Legenda

Huishoudaccu

Startaccu
- Sluit altijd de accuregelbooster aan voor aansluiten van de accu's.
- Gebruik geen adereindhulzen. Strip de kabelui-teinden als volgt:
- Signaalkabel 9 mm (0,75–1,5 mm ^2 )
- Laadkabel 12 mm
▶Bepaal de kabeldoorsnede:
Kabeldoor- snede
Kabellengte START+ BORD+
Kabellengte COM- naar huishou- daccu
4 mm^2-0,5-2,0 m
6 mm ^2 <5,5 m 1,5-3,5 m
Aansluitvariant voor voertuigen die moeten worden uitgerust met een huishoudaccu en een laadtoestel.
- De maximale laadstroom tijdens het rijden bedraagt 25 A.
- Bij aansluiting op het elektriciteitsnet is de stroom voor het opladen van de huishoudaccu en voor het druppelladen van de startaccu beperkt tot 1 A.

INSTRUCTIE
- Als de accuregelbooster is geactiveerd via klem 15 kan de startaccu worden ontladen wanneer het contact wordt ingeschakeld terwijl de motor niet draait. Gebruik een actieve D+-simulator als er geen D+-signaal beschikbaar is.
-
Het lastrelais (NC 12 V/100 A) met installatiekabelset is niet vereist.
-
Zet de DIP-schakelaar (afb. 2 1, pagina 3) in de stand „D+”.
- Ga voor het aansluiten van de accuregelbooster te werk zoals weergegeven in afb. 13, pagina 7.
Nr. in afb. 13
, Beschrijving pagina 7
1 Massa (chassis) of minpool van huishou-daccu
2 Temperatuurvoeler
Aansluitvariant B (afb. 14, pagina 8)
Aansluitvariant voor voertuigen met een aanwezig scheidingsrelais.
- Als aangesloten verbruikers een hogere stroom dan 25 A van de huishoudaccu afnemen (bijv. airconditioning tijdens het rijden), blijft het scheidingsrelais gesloten om laadstromen van meer dan 25 A mogelijk te maken. Nadat de stroom onder deze waarde is gedaald, wordt het relais geopend.
- Voor LFP-accu's: Het scheidingsrelais blijft geopend als de temperatuur < 0^ of >50^ bereikt.
- Bij aansluiting op het elektriciteitsnet is de stroom voor het opladen van de huishoudaccu en voor het druppelladen van de startaccu beperkt tot 1 A.

INSTRUCTIE
Het lastrelais (NC 12 V/100 A) met installatiekabelset is niet vereist.
- Zet de DIP-schakelaar (afb. 2 1, pagina 3) in de stand „D+”.
- Verbind het scheidingsrelais met de TR-aansluiting.
- Ga voor het aansluiten van de accuregelbooster te werk zoals weergegeven in afb. 14, pagina 8.
Nr. in
afb. 14
Beschrijving
pagina
8
1 Massa (chassis) of minpool van huishou-daccu
2 Temperatuurvoeler
3 Scheidingsrelais (maakrelais/NO)
Aansluitvariant C (afb. 15, pagina 9)
Aansluitvariant voor campers met bestaand centraal elektrisch systeem.
- Het lastrelais wordt geregeld via de TR-aansluiting. Nadat de motor is gestart, blijft het relais gesloten en is een laadstroom van meer dan 25 A mogelijk. Wanneer de stroom onder deze waarde daalt, opent de accuregelbooster het lastrelais en neemt deze het laadproces over.
- Voor LFP-accu's: het lastrelais wordt afhankelijk van de temperatuur geactiveerd via de TR-aansluiting om het gecontroleerd opladen van de huishoudaccu bij extreme temperaturen (<0 °C en >50 °C) mogelijk te maken.
Het geïntegreerde scheidingsrelais blijft geopend als de temperatuur <0 °C of >50 °C bereikt.
- Bij werking op het elektriciteitsnet wordt alleen de huishoudaccu opgeladen. Tegelijkertijd druppelladen van de startaccu met een maximum van 1 A is alleen mogelijk als het centrale elektrische systeem een hulplaaduitgang biedt voor de startaccu.

INSTRUCTIE
- Bij gebruik op netspanning worden de laadstromen van de geïntegreerde oplader en de accuregelbooster opgeteld.
- Voor LFP-accu's: Schakel de geïntegreerde oplader uit als deze niet is uitgerust met temperatuurregeling en laadkarakteristiek voor LFP-accu's.
-
Voor LFP-accu's: temperatuurgere-geld opladen werkt alleen als de oorspronkelijk geïntegreerde oplader ook is voorzien van temperatuurcompensatie.
-
Zet de DIP-schakelaar (afb. 2 1, pagina 3) in de stand „V”.
- Koppel de bestaande kabel tussen de huis-houdaccu en het centrale elektrische systeem los op een geschikt punt. Sluit de twee kabe-luiteinden aan op het verdeelblok.
- Kies een geschikte locatie voor de lastrelaishouder, rekening houdend met de kabellengte van de kabelboom.
- Steek het lastrelais in de lastrelaishouder.
- Ga te werk zoals weergegeven in afb. 15, pagina 9 om de accuregelbooster, het lastrelais en het verdeelblok te verbinden.
Nr. in
afb. 15
Beschrijving
pagina
9
1 Massa (chassis) of minpool van huishou-daccu
2 Temperatuurvoeler
3 Geïntegreerd scheidingsrelais van het centrale elektrische systeem
4 Bestaande kabel tussen de huishoudaccu en het centrale elektrische systeem
5 Verdeelblok
6 Lastrelais (verbreekrelais, 12 V/100 A)
Gebruik

INSTRUCTIE
Gebruik een kleine schroevendraaier om de DIP-schakelaars voorzichtig in de gewenste stand te zetten.
Het laadprogramma instellen

LET OP! Gevaar voor schade
Gebruik alleen accu's die geschikt zijn voor de aangegeven laadspanning.

INSTRUCTIE
- Selecteer het laadprogramma dat geschikt is voor het gebruikte accutype op basis van de specificaties van de fabrikant, de informatie in onderstaande tabel en de technische gegevens (zie hoofdstuk „Technische gegevens“ op pagina 98).
- De aangegeven laadtijden zijn van toepassing op een gemiddelde omgevingstemperatuur van 20 °C.
▶Schuif de DIP-schakelaars (afb. 2 1, pagina 3) in de posities die zijn weergegeven in onderstaande tabel om het laadprogramma voor het betreffende type huishoudaccu in te stellen.
| DIP-schakelaarposi-tie (grijs) | Gewenst laadpro-gramma | U1Volledig opla-den | U2Volledig druppelladen | U3Bufferladen |
![]() | Lood-zuuraccu's/AGM-accu's(14,4 V)(afb. 7, pagina 5) | 14,4 V(1,5–6 h) | 13,5 V(24 h) | 13,2 V(regeneratie 2 keer per week: 14,4 V binnen 1 h) |
![]() | AGM-accu's (14,7 V)(afb. 8, pagina 5) | 14,7 V(1,5–5 h) | 13,6 V(24 h) | 13,2 V(regeneratie 2 keer per week: 14,7 V binnen 1 h) |
![]() | Gelaccu's(14,4 V)(afb. 9, pagina 5) | 14,4 V(4–12 h) | 13,8 V(48 h) | 13,5 V(regeneratie 2 keer per week: 14,4 V binnen 1 h) |
![]() | LFP-accu's(14,4 V)(afb. 10, pagina 5) | 14,4 V(0,3 h) | 13,8 V(24 h) | 13,5 V(geen regeneratie) |
De functie voor de TR-aansluiting selecteren

INSTRUCTIE
- Als u de instellingen wilt wijzigen, koppelt u het toestel tijdelijk los van de stroomvoorziening, de startaccu en de huishoudaccu.
- E6-voertuigen: Werking met regelsignaal is vereist. Werking zonder regelsignaal is niet beschikbaar.
▶ Schuif de DIP-schakelaars (afb. 2 1, pagina 3) in de positie die is weergegeven in onderstaande tabel om de functie voor de TR-aansluiting in te stellen.
| DIP-schakelaarpositie (grijs) | Aan-sluitva- riant | Verhoging van het laadvermogen | Verlaging van het laadvermogen | TR-uitgangsfunctie |
![]() | A • Werking met regel-signaal: >10,5 V• Werking zonder regelsignaal: >13,2 V | • W er k i n g signaal: <10,2 V• Werking zonder regelsignaal: <13,0 V | m-e t r e g e l - | |
![]() | B • Werking met regel-signaal: >10,5 V• Werking zonder regelsignaal: >13,2 V | • W er k i n g signaal: <10,2 V• Werking zonder regelsignaal: <13,0 V | mRegeling van een maakrelais (NO):• Stroom <25 A: Accuregel-booster actief, TR inactief (maakcontact open, nor-male werking).• Stroom >25 A: Accuregel-booster inactief, TR actief (maakcontact gesloten) | |
![]() | C • Werking met regel-signaal: >10,5 V• Werking zonder regelsignaal: - | • W er k i n g signaal: <10,2 V• Werking zonder regelsignaal: - | mRegeling van een verbreekre-lais (NC):• Stroom <25 A: Accuregel-booster actief, TR actief (verbreekrelais open)• Stroom >25 A: Accuregel-booster inactief, TR inactief (verbreekrelais gesloten, normale werking) | |
De pulserende bedrijfsmodus instellen
▶ Schuif de DIP-schakelaars in de stand die is weergegeven in onderstaande tabel om de pulserende bedrijfsmodus te activeren of deactive-ren.
√ De groene led „Power“ knippert om de 20 s.
√ Pulsgever is geactiveerd. De huishoudaccu is getraind.
DIP-schakelaarpositie (grijs)
Functie

De pulsgever wordt automatisch geactiveerd wanneer noch de netspanningsmodus, noch versterkingsmodus is ingesteld:
- Activering van pulsgever bij spanning op klem BORD+ van <13,5 V
- Deactivering van pulsgever bij spanning op klem BORD+ van <11,00 V

Pulsgever is gedeactiveerd.
De nachtmodus instellen

INSTRUCTIE
Bij gebruik van de nachtmodus blijft het systeem voor 10 uur in deze modus en keert het vervolgens terug naar de nor- male werking.
In de nachtmodus wordt de koelventilator in de laagste stand gezet voor een stille werking. Het bedieningspaneel wordt gedimd. Alle leds op het bedieningspaneel behalve de led „Current“ worden uitgeschakeld.
Druk één keer op de knop On/Off op het bedieningspaneel om de nachtmodus te activeren of te deactiveren.
√ Het ledlampje „Current“ gaat gedimd rood branden.
De laadstroom beperken
▶Om de laadstroom in de versterkermodus te beperken, gebruikt u de DIP-schakelaar aan de achterkant van het displaypaneel (afb. 1 3, pagina 3).
DIP-schakelaarpositie (grijs)
Functie

Laadstroom beperkt tot 20 A (fabrieksinstelling)
Opmerking: Aanbevolen voor loodaccucapaciteiten >80 Ah

Laadstroom beperkt tot 25 A
Opmerking: Aanbevolen voor loodaccucapaciteiten >100 Ah
Reiniging en onderhoud

WAARSCHUWING! Gevaar voor elektrische schokken
Koppel de accu's los alvorens reiniging en onderhoud uit te voeren.

LET OP! Gevaar voor schade
- Reinig het toestel nooit onder stromend water of in afwaswater.
- Gebruik geen scherpe of harde voorwerpen, schurende reinigingsmiddelen of bleekmiddel bij het reinigen. Daardoor kan het toestel beschadigd raken.
▶Reinig het toestel geregeld met een zachte, vochtige doek.
▶Controleer onder spanning staande kabels regelmatig op beschadigde isolatie, kabelbreuk of losse contacten.
Problemen oplossen
Fout Mogelijke oorzaak Voorgestelde oplossing
| De accuregelbooster werkt niet. De groene led „Power" brandt niet. | Beschadigde isolatie, kabelbreuk of losse contacten van onder spanning staande kabels. | ► Controleer onder spanning staande kabels op beschadigde isolatie, kabelbreuk of losse contacten.Neem contact op met een erkende klantenservice als u geen fout kunt vinden. |
| Er is kortsluiting ontstaan. Als de zekering van het toestel is geactiveerd door overstroom, moet deze worden verrangen door een bevoegde klantenservice. | ||
| De accuregelbooster werkt niet. De gele led „Main Charging" knippert. | Overspanningsbeveiliging van de huis-houdaccu. Accuspanningen zijn te hoog (>15,5 V). | ► Verlaag de aangesloten spanningen.De accuregelbooster start automatisch opnieuw op wanneer de spanning daalt tot de herstartwaarde (<13,2 V). |
| Aansluiting van defecte laadsystemen. | ► Controleer en verwijder defecte laadsystemen indien nodig. | |
| Alleen LFP-accu's: temperatuursensor is niet aangesloten. | ► sluit de temperatuursensor aan. | |
| Ongebruikelijk lange laadtijd. De gele led „Batt. I" knippert langzaam. | Oververhittingsbeveiliging: de accure-gelbooster schakelt over naar een lagere laadspanning (12,8 V) en de maximale laadstroom wordt gehal-veerd als de temperatuur van de accu de uitschakelwaarde (>50 °C) over-schrijdt. | ► Zorg ervoor dat de luchtinlaten en -uit-laten niet zijn afgedekt of geblok-keerd.► Laat de accu afkoelen.De accuregelbooster keert automatisch terug naar de volledige laadspanning wanneer de temperatuur daalt tot de her-startwaarde (<48 °C). |
| Uitschakeling bij lage temperaturen (alleen voor LFP-accu's): de accuregel-booster schakelt over naar een lagere laadspanning (12,8 V) als de temperatuur van de accu onder de uitschakel-waarde daalt (< 20 °C). | ► Verplaats de accu naar een warmere locatie.De accuregelbooster keert automatisch terug naar de volledige laadspanning wanneer de temperatuur de herstart-waarde overschrijdt (>18 °C). | |
| Ongebruikelijk lange laadtijd. De gele led „Batt. I" knippert snel. | Bescherming tegen lage temperaturen (alleen voor LFP-accu's): De accuregel-booster schakelt over naar een lagere laadstroom als de temperatuur van de accu onder de uitschakelwaarde daalt (<0 °C). | ► Zet de accu op een andere plek (>0 °C).De accuregelbooster start automatisch opnieuw wanneer de temperatuur de startwaarde (> 0 °C) overschrijdt. |
| Ongebruikelijk lange laadtijd. De gele led „Batt. II" knippert langzaam. | Onderspanningsbeveiliging: De accu-regelbooster schakelt over naar een lagere laadstroom (< 30%) om de accu te beschermen. | De accuregelbooster keert automatisch terug naar de volledige laadstroom wan-neer de spanning stijgt tot de herstart-waarde. |
Fout Mogelijke oorzaak Voorgestelde oplossing
| De accuregelbooster stopt het laadproces. De groene led „Power“ knippert langzaam. | Uitschakeling door veiligheidstimer. De l-fase heeft te lang geduurd (>15 uur). | Reset het toestel door het regelsignaal op D+ te verwijderen. Schakel de motor uit en koppel het toestel los van het elektriciteitsnet. |
| Te veel gelijkstroomverbruikers aange-sloten. | Verminder de aangesloten gelijkstroomverbruikers. | |
| De accu is defect. | Vervang de accu. | |
| Oververhitting van de accuregelbooster. | De accuregelbooster start automatisch opnieuw wanneer de temperatuur daalt. | |
| De accu wordt niet meer opgeladen of kan de lading niet meer vasthouden. | De accu is defect. | Vervang de accu. |
| De volledige laadstroom wordt niet bereikt. De groene led „Power“ brandt. | De huishoudaccu is al opgeladen. | Belasting met krachtige verbruikers. |
| De accuklemmen zijn niet correct verbonden. | Controleer de verbindingen.Controleer de kabeldoorsneden en - lengtes (zie tabel op pagina 90).Controleer de gestripte kabeluiteinden.Controleer de spanningen direct aan de klemcontacten. | |
| De accu is sterk gesulfateerd. | Vervang de accu. | |
| De DIP-schakelaar aan de achterkant van het displaypaneel is verkeerd ingesteld. | Controleer de instelling van de DIP-schakelaar aan de achterkant van het displaypaneel (zie hoofdstuk „De laadstroom beperken“ op pagina 95). | |
| Bedieningspaneel is slechts gedimd verlicht. | Nachtmodus is geactiveerd. | Schakel de nachtmodus uit (zie hoofdstuk „De nachtmodus instellen“ op pagina 95). |
| Aansluitvariant C: lastrelais klikt. | Positie „V“ van de DIP-schakelaar(afb.2 1, pagina 3) niet geselecteerd. | Koppel de accubedrading los van de accuregelbooster.Zet de DIP-schakelaar (afb.2 1, pagina 3) in de stand „V”.Wacht 10 s.Sluit de accubedrading weer aan op de accuregelbooster. |
| Zwak D+-signaal. | Controleer het D+-signaal.Gebruik anders het contactsleutelsignaal (klem 15) of installeer een actieve D+-simulator. |
Garantie
De wettelijke garantieperiode is van toepassing.
Als het product defect is, neem dan contact op
met de detailhandel of met het filiaal van de fabrikant in uw land (zie dometic.com/dealer).
Stuur voor de afhandeling van reparaties of garantie de volgende documenten mee:
- Een kopie van de factuur met datum van aankoop
- De reden voor de claim of een beschrijving van de fout
Houd er rekening mee dat eigenmachtige of niet-professionele reparatie gevolgen voor de veiligheid kan hebben en dat de garantie hierdoor kan komen te vervallen.
Verwijdering
Verpakkingsmateriaal recyclen


Gooi het verpakkingsmateriaal indien mogelijk altijd in recyclingafvalbakken.
Producten met niet-vervangbare batterijen, oplaadbare batterijen of lichtbronnen recyclen

Als het product niet-vervangbare batterijen, oplaadbare batterijen of lichtbronnen bevat, hoeft u die niet te verwijderen voordat u het product afvoert.
Als u het product definitief weg wilt doen, vraag dan bij het dichtstbijzijnde afvalverwerkingsbedrijf of uw dealer naar de betreffende afvoervoorschriften.
▶ Het product kan gratis worden afgevoerd.
Technische gegevens
| Laaduitgang huishoudaccu | |
| Nominale accuspanning 12 V--- | |
| Aanbevolen accucapaciteit 80-300 Ah | |
| Maximale voorlaadstroom van een diepontladen accu (0-9 V) | 10 A |
| Minimale accuspanning voor het begin van het laden | 0 V |
| Laadingang/-uitgang startaccu | |
| Nominale accuspanning 12 V--- | |
| Aanbevolen accucapaciteit 80 Ah | |
| Werking op netspanning | |
| Nominale bedrijfsspanning | 230 V~ /45-65 Hz |
| Spanningsbereik• Volledig laadvermogen 190-265 V~• Kortstondig (5 s) 305 V~ | |
| Sinusoidaal stroomverbruik, arbeidsfactorcorrectie (CosPhi = 1) | Ja |
| Max. opgenomen vermogen (AC) | 320 W |
| Max. stroomverbruik (AC) | 0,001 A |
| Signaaluitgang „Netz“, indicatielampje/max. | 12 V/0,1 A |
| Laadstroom, gereguleerd (I-fase) | 20 A |
| Laad-/buffer-/belastings-stroom, gereguleerd (U1-, U2-, U3-fase) | 0-20 A |
| Werking als versterker | |
| Max. opgenomen vermogen (AC) | 390 W |
| Max. stroomverbruik (AC) | 33,0 A |
| Minimale accuspanning voor het begin van het laden | 9,5 V |
| Laad-/buffer-/belastings-stroom, gereguleerd (U1-, U2-, U3-fase) | 0-25 A |
| Gereduceerde laad-/buffer-/belastingsstroom, gereguleerd (U1-, U2-, U3-fase) | 0–20 A |
| Werking op netspanning en als versterker | |
| Sperstroom van accu 0,003 A | |
| Werking als pulsgever | |
| Dubbele-piekstroomimpulsen, kortstondig | >100 A |
| Algemene technische gegevens | |
| Beschermingsklasse/IP-code I/IP21 | |
| Omgevingstemperatuur voor bedrijf | -20 °C tot +45 °C |
| Omgevingsvochtigheid ≤ 95%, niet-condenserend | |
| Afmetingen (b x d x h) 270 x 223 | x 74 mm (afb. 16, pagina 10) |
| Gewicht 2,85 kg | |
| Inspectie/certificering | ![]() |







