Universal Sprayer W 510 - Verfspuit WAGNER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Universal Sprayer W 510 WAGNER in PDF-formaat.
| Producttype | Elektrisch lagedrukpistool voor verf |
| Merk | Wagner |
| Model | Universal Sprayer W 510 |
| Categorie | Verfspuit |
| Voeding | 230 V ~ 50 Hz |
| Opgenomen vermogen | 460 W |
| Sproeivermogen | 110 W |
| Gewicht | 1,9 kg |
| Dubbele isolatie | Ja |
| Max. productdebiet | 230 ml/min |
| Maximale viscositeit (Standard) | 120 DIN/s |
| Maximale viscositeit (Wall) | 3000 mPas |
| Geluidsdrukniveau | 80 dB(A) (onzekerheid K=4 dB) |
| Geluidsvermogen | 93 dB(A) (onzekerheid K=4 dB) |
| Trillingen | < 2,5 m/s² (onzekerheid K=1,5 m/s²) |
| Instelbare sproeipatronen | Verticaal vlak, Horizontaal vlak, Rond |
| Debietregeling | Ja, met instelring |
| 2-traps trekker | Ja (1e stand turbine, 2e stand verf) |
| Luchtfilter | Ja, verwijderbaar en vervangbaar |
| Verwijderbare sproeikoppen inbegrepen | Standaard (voor vloeistoffen) en Wall (voor muurverf) |
| Inhoud Standard-beker | 800 ml |
| Inhoud Wall-beker | 1300 ml |
| Onderhoud | Reiniging na elk gebruik, luchtfilter vervangen, mondstukafdichting controleren |
| Veiligheid | Adembescherming aanbevolen, niet op personen/dieren richten, uitschakelen voor onderhoud |
| Garantie | 3 jaar + 1 jaar na online registratie |
Veelgestelde vragen - Universal Sprayer W 510 WAGNER
Gebruikersvragen over Universal Sprayer W 510 WAGNER
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Verfspuit in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Universal Sprayer W 510 - WAGNER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Universal Sprayer W 510 van het merk WAGNER.
GEBRUIKSAANWIJZING Universal Sprayer W 510 WAGNER
Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing
HARTELIJK DANK VOOR UW VERTROUWEN
Wij feliciteren u met de aankoop van dit merkproduct van Wagner en zijn ervan overtuigd, dat u er veel plezier van zult hebben.
Lees voor inbedrijfname de bedieningshandleiding aandachtig door en neem de veiligheidsaanwijzingen in acht. Bewaar de bedieningshandleiding zorgvuldig en houd deze bij het product, als u dit eens zou doorgeven.
Voor vragen, suggesties en wensen staan wij graag voor u klaar via de website www.wagner-group.com/service.
Inhoudsopgave
- Uitleg van de gebruikte symbolen....52
- Algemene veiligheidsaanwijzingen....52
- Veiligheidsaanwijzingen voor spuitpistolen.... 55
- Beschrijving/ Leveringsomvang .... 56
- Toepassingsbereik 56
- Verwerkbare materialen.... 57
- Niet-verwerkbare materialen....57
- Voorbereiding van de werkplek (bij binnenwandverf)....57
- Voorbereiden van het materiaal 58
- Inbedrijfstelling 58
- Instelling van de gewenste spuitstraalvorm 59
- Instelling van de materiaalhoeveelheid (fig. 6)....59
- Spuittechniek 59
- Werkonderbreking 60
- Buiten bedrijf stellen en reinigen....60
- Buiten bedrijf stellen en reinigen.... 61
- Onderhoud 62
- Reserveonderdelenlijst 62
- Accessoires....63
- Verhelpen van storingen.... 64
- Technische gegevens 65
- Milieu....66
- Belangrijke aanwijzing m.b.t. productaansprakelijkheid! 66
1. Uitleg van de gebruikte symbolen
![]() | Dit symbool duidt op een potentieel gevaar voor u, resp. het apparaat. Onder dit symbool vindt u belangrijke informatie over het vermijden van letsel en schade op het apparaat. |
![]() | Gevaar voor een elektrische schok |
![]() | Duidt toepassingstips en andere bijzonder nuttige aanwijzingen aan. |
![]() | Met dit symbool aangeduide apparaten en accessoires zijn geschikt voor de verwerking van dunvloeibare materialen zoals bijvoorbeeld lak, lazuurverf en speciaal daarop ingestelde muurverf. Als het materiaal dit logo heeft is het bijzonder goed geschikt voor het gebruik met het overeenkomstige apparaat. |
![]() | Met dit symbool aangeduide apparaten en accessoires zijn geschikt voor de verwerking van dikvloeibare materialen zoals bijvoorbeeld binnenwandverf (dispersies en latexverf). Als het materiaal dit logo heeft is het bijzonder goed geschikt voor het gebruik met het overeenkomstige apparaat. |
2. Algemene veiligheidsaanwijzingen
Waarschuwing! Lees alle veiligheidstips en instructies. Door het niet in acht nemen van


de veiligheidstips en de vermelde instructies kunnen er een elektrische schok, brand en/of ernstige verwondingen optreden. Bewaar de bedieningshandleiding zorgvuldig en houd deze bij het product, als u dit eens zou doorgeven. Met het hieronder gebruikte begrip "elektrisch gereedschap" wordt zowel elektrisch gereedschap op netvoeding (met netkabel) bedoeld als oplaadbaar elektrisch gereedschap (zonder netkabel).
1. Veiligheid op de werkplek
a) Houd de werkplek schoon en goed verlicht. Wanorde en niet verlichte werkplekken kunnen tot ongevallen leiden.
b) Gebruik het apparaat niet in een explosiegevaarlijke omgeving met brandbare vloeistoffen, gassen of stof. Elektrisch gereedschap wekt vonken op die stof of dampen kunnen ontsteken.
c) Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik van elektrisch gereedschap op afstand. Wanneer u wordt afgeleid, kunt u de controle over het apparaat verliezen.
2. Elektrische veiligheid
a) De netstekker van het apparaat moet passen in de wandcontactdoos. De stekker mag op geen enkele manier worden gewijzigd. Gebruik geen stekkeradapter voor geaarde apparaten. Ongewijzigde stekkers en passende wandcontactdozen verminderen het risico van elektrische schokken.
b) Voorkom contact van uw lichaam met geaarde oppervlakken van b.v. buizen, radiatoren, fornuizen en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico op elektrische schokken wanneer uw lichaam is geaard.
c) Houd het apparaat uit de regen en breng het niet in contact met water. In en elektrisch apparaat binnendringend water verhoogd het risico van elektrische schokken.
d) Gebruik de netkabel niet voor andere doeleinden, b.v. om het apparaat aan te dragen, op te hangen of om de stekker uit de wandcontactdoos te trekken. Houd de kabel verwijderd van warmtebronnen, olie, scherpe randen of bewegende delen van apparaten. Beschadigde kabels en kabels die in de war zijn verhogen het risico van elektrische schokken.
e) Als u met elektrisch gereedschap buiten werkt, gebruik dan uitsluitend verlengsnoeren die ook voor buiten geschikt zijn. Het gebruik van voor buitengebruik geschikte verlengkabels vermindert het risico van elektrische schokken.
f) Als het gebruik van het apparaat in een vochtige omgeving niet valt te vermijden, gebruik dan een aardlekschakelaar. Het gebruik van een aardlekschakelaar voorkomt het risico van een elektrische schok.
3. Veiligheid van personen
a) Wees alert, let op wat u doet en gebruik uw gezond verstand bij het werken met elektrisch gereedschap. Gebruik het apparaat niet wanneer u moe bent of onder de invloed bent van drugs, alcohol of medicijnen. Eén moment van onachtzaamheid tijdens het gebruik van het apparaat kan leiden tot ernstig letsel.
b) Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen en draag altijd een veiligheidsbril. Het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals stofmasker, antislip veiligheidsschoenen, veiligheidshelm of gehoorbescherming, afhankelijk van type en gebruik van het elektrisch gereedschap, vermindert het risico van letsel.
c) Voorkom onbedoeld starten van het gereedschap. Overtuig u ervan, dat het elektrische gereedschap is uitgeschakeld voordat u het op de stroomtoevoer aansluit, het oppakt of draagt. Wanneer u tijdens het dragen van het apparaat een vinger op de schakelaar houdt of het apparaat ingeschakeld op de netvoeding aansluit, kan dit leiden tot ongevallen.
d) Verwijder afstelgereedschap of moersleutels voordat u het apparaat inschakelt.
Gereedschap of een moersleutel die zich in een draaiend deel van het apparaat bevindt, kan leiden tot letsel.
e) Vermijd een abnormale lichaamshouding. Zorg voor een goede houding en bewaar op elk moment uw evenwicht. Dan kunt u het apparaat in onverwachte situaties beter onder controle houden.
f) Draag geschikte kleding. Draag geen loszittende kleding of sierraden. Houd haren, kleding en handschoenen verwijderd van bewegende delen. Loszittende kleding, sierraden of lange haren kunnen door bewegende delen worden gegrepen.
g) Pas op voor een vals gevoel van veiligheid en neem de veiligheidsvoorschriften voor elektrisch gereedschap in acht, ook wanneer u na veelvuldig gebruik vertrouwd met het elektrisch gereedschap bent. Onoplettendheid kan binnen een fractie van een seconde tot ernstig letsel leiden.
4. Gebruik en behandeling van het elektrische gereedschap
a) Zorg dat u het apparaat niet overbelast. Gebruik voor uw werkzaamheden het daarvoor bedoelde elektrische gereedschap. Met het juiste elektrische gereedschap werkt u beter en veiliger binnen het aangegeven vermogensbereik.
b) Gebruik geen elektrisch gereedschap waarvan de schakelaar defect is. Elektrisch gereedschap dat niet meer kan worden in- of uitgeschakeld, is gevaarlijk en moet worden gerepareerd.
c) Verwijder de stekker uit de wandcontactdoos voordat u afstellingen aan het apparaat uitvoert, accessoires vervangt of het apparaat aan de kant legt. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt dat het apparaat onbedoeld wordt gestart.
d) Bewaar elektrisch gereedschap, wanneer het niet wordt gebruikt, buiten bereik van kinderen. Laat geen personen met het apparaat werken die daar niet mee vertrouwd zijn of die deze aanwijzingen niet hebben gelezen. Elektrisch gereedschap is gevaarlijk wanneer dit door onervaren personen wordt gebruikt.
e) Onderhoud het apparaat zorgvuldig. Controleer dat bewegende delen correct functioneren en niet klemmen en dat er geen onderdelen zijn gebroken of zodanig beschadigd dat de werking van het apparaat nadelig wordt beïnvloed. Laat beschadigde onderdelen voor gebruik van het apparaat repareren. Veel ongevallen worden veroorzaakt door slecht onderhouden elektrisch gereedschap.
f) Gebruik elektrisch gereedschap, accessoires, hulpmiddelen enz. in overeenstemming met deze aanwijzingen en zoals voor dit specifieke type apparaat is voorgeschreven. Houddaarbij rekening met de werkomstandigheden en de uit te voeren werkzaamheden. Het gebruik van elektrisch gereedschap voor ander dan het bedoelde gebruik kan leiden tot gevaarlijke situaties.
g) Zorg ervoor dat de grepen en greepvlakken schoon en vrij van olie en vet blijven. Gladde grepen en greepvlakken maken een veilig gebruik en controle over het elektrisch gereedschap in onverwachte situaties onmogelijk.
5. Service
a) Laat het apparaat uitsluitend repareren door gekwalificeerd technisch personeel en uitsluitend met originele onderdelen. Daarmee blijft de veiligheid van het apparaat gewaarborgd.
b) Wanneer het netsnoer van dit apparaat is beschadigd, moet dit door de fabrikant, zijn klantenservice of een gelijkwaardig gekwalificeerd persoon worden vervangen om gevaren te voorkomen.
3. Veiligheidsaanwijzingen voor spuitpistolen
- Let op! Draag adembescherming: verfnevel en oplosmiddeldampen zijn schadelijk voor de gezondheid. Werk uitsluitend in ruimten met goede natuurlijke ventilatie of gebruik geforceerde ventilatie. Het dragen van werkkleding, veiligheidsbril, gehoorbescherming en handschoenen wordt aanbevolen.

LET OP! GEVAAR VOOR LETSEL!
Richt de spuitstraal nooit op personen of dieren!

Stopcontacten en schakelaars beslist afplakken. Gevaar voor een elektrische schok door binnendringend spuitmateriaal!

Pas op! Apparaat nooit met beschadigde of ontbrekende spuitkopafdichting laten werken. Bij ontbrekende of beschadigde spuitkopafdichting kan vloeistof in het apparaat binnendringen en daardoor het risico op een elektrische schok toenemen.
Controleer de spuitkopafdichting voor elk gebruik.
- De spuitpistolen mogen niet worden gebruikt voor het verspuiten van brandbare stoffen.
- De spuitpistolen mogen niet worden gereinigd met brandbare oplosmiddelen.
- Houd rekening met gevaren die het gevolg kunnen zijn van het verspoten materiaal en neem tevens de aanwijzingen op de verpakking of van de fabrikant van het materiaal in acht.
- Verspuit geen materialen waarvan u de eventuele gevaren niet kent.
- De spuitpistolen mogen niet worden gebruikt op arbeidsplaatsen, die vallen onder de wetgeving voor plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen.
- Om explosiegevaar tijdens spuitwerkzaamheden te voorkomen, moet worden gezorgd voor goede natuurlijke of geforceerde ventilatie.
- Tijdens het spuiten mogen zich in de omgeving geen ontstekingsbronnen bevinden, zoals open vuur, brandende sigaretten, vonken, gloeidraden en hete oppervlakken.
- Let erop, dat tijdens het gebruik van de W 510, zowel binnen als buiten, geen oplosmiddeldampen door het apparaat worden aangezogen.
- Het spuitpistool is geen speelgoed. Laat nooit kinderen met het spuitpistool werken of ermee spelen.
- Verwijder voor alle werkzaamheden aan het spuitpistool de netstekker uit de wandcontactdoos.
- Dek de oppervlakken die niet moeten worden gespoten af. Houd er tijdens de werkzaamheden rekening mee dat verfnevel b.v door de wind over grote afstanden kan worden verplaats en daardoor schade kan veroorzaken.
- Open het apparaat nooit om zelf reparaties uit te voeren aan elektrische delen!
- Het apparaat mag uitsluitend worden gebruikt met goede werkend ventiel. Stop het gebruik van het apparaat wanneer er verf in de ventilatieslang (Afb. 1, 12) omhoog komt! Demonteer en reinig de ventilatieslang, het ventiel en het membraan; vervang zonodig het membraan.
• Leg het spuitpistool niet neer.
Met originele WAGNER accessoires en reserveonderdelen heeft u de garantie dat aan alle veiligheidsvoorschriften is voldaan.
4. Beschrijving/ Leveringsomvang
| Beschrijving/ Leveringsomvang (Afb. 1) | |
| 1) Luchtkap 2) Sproeikop | |
| 3) Wartelmoer 4) Standard spuitopzet | |
| 5) Trekker 6) Spuitpistool achterstuk | |
| 7) Luchtfilter kap (rechts + links) 8) Materiaal | hoeveelheidregulering |
| 9) Netsnoer 10) Container | |
| 11) Ventiel 12) Ventilatieslang | |
| 13) Wall spuitopzet 14) Oefeningsposter | |
| 15) Reserveluchtfilterr (2 stuks) 16) Reservem | ondstukafdichting (zonder afbeelding)* |
| 17) Smeervet (zonder afbeelding)* | |
* Bevindt zich in het reservoir, a.u.b. voor inbedrijfname verwijderen!
5. Toepassingsbereik
Met de W 510 kan een groot aantal coatingmaterialen verwerkt worden.
Afhankelijk van het coatingmateriaal moet een ander spuitopzetstuk gebruikt worden:
| Materiaal Spuitopzet | |
| DunvloeibStandardmaterialen:Oplosmiddelhoudende enwaterverdunbare lakken, beitsen,grondverven, 2-componentlakken,blanke lakken, autolakken enhoutveredelingsmiddelen.Alle coatingmaterialen met rood PerfectSpray-logo | ![]() |
| Binnenwandverf (dispersies en latexverf)Alle coatingmaterialen met groen PerfectSpray-logo | Wall ![]() |
6. Verwerkbare materialen
Binnenwandverf (dispersies en latexverf)
Oplosmiddelhoudende en waterverdunbare lakken, beitsen, grondverven, 2-componentlakken, blanke lakken, autolakken en houtveredelingsmiddelen.
7. Niet-verwerkbare materialen
Materialen die sterk schurende bestanddelen bevatten, pleisters, façadeverf, logen en zuurhoudende coatingmaterialen.
Brandbare coatingmaterialen.
8. Voorbereiding van de werkplek (bij binnenwandverf)


Stopcontacten en schakelaars beslist afplakken. Gevaar voor een elektrische schok door binnendringend spuitmateriaal!
Dek alle oppervlakken en objecten af, die niet gespoten moeten worden of verwijder deze uit het werkbereik. Wagner stelt zich niet aansprakelijk voor schade die ontstaat door verfnevel (overspray).
Silicaatverf tast bij contact glas- en keramiekvlakken aan! Alle overeenkomstige oppervlaken moeten daarom beslist compleet worden afgedekt.

Let op de kwaliteit van het gebruikte afplakband.
Gebruik op behang en geverfde ondergronden niet een te sterk hechtend plakband om beschadigingen bij het verwijderen te vermijden. Verwijder de plakbanden langzaam en gelijkmatig; in geen geval schoksgewijs. Laat de oppervlakken alleen zo lang als nodig is afgeplakt, om mogelijke resten bij het verwijderen te minimaliseren.
Let ook op de instructies van de plakbandfabrikant.
9. Voorbereiden van het materiaal
- Roer het materiaal door en vul de benodigde hoeveelheid in het verfreservoir.
| Verdunningsadvies | |||
| Spuitopzet Te verspuiten materiaal | |||
![]() | Beits onverdund | ||
| Houtveredelingsmiddel, beits, olie, desinfectiemiddel, plantenbeschermingsmiddel | onverdund | ||
| Oplosmiddelhoudende of waterverdunbare lak, grondverf, autolak, hoogviskeuze beits | 0 - 10 % verdunnen | ||
![]() | Binnenwandverf (dispersies en latexverf) 0 - | 10 % verdunnen | |
- Als de transporthoeveelheid ook bij maximale hoeveelheidsinstelling te gering is, stap voor stap 5 - 10 % verdunnen tot de transporthoeveelheid voldoet aan uw eisen.
10. Inbedrijfstelling
Voor aansluiting op het stroomnet erop letten, dat de netspanning overeenkomt met de gegevens op het machineplaatje.
- Container van het spuitpistool losschroeven.
•Aanzuigstok uitrichten (afb. 2)
Bij een juiste stand van de aanzuigstok kan de inhoud van het container nagenoeg zonder restant worden verspoten.
Bij spuitwerkzaamheden op liggende voorwerpen: aanzuigstok naar voren draaien. (Afb. 2 A)
Bij spuitwerkzaamheden boven het hoofd: aanzuigstok naar achteren draaien. (Afb. 2 B)
- Container op papieren onderlaag zetten en geprepareerd coatingmateriaal m.b.v. de meegeleverde vultrechter vullen. Draai het reservoir stevig aan het spuitpistool vast.
- Voor- en achterstuk van het pistool aan elkaar koppelen (afb. 3).
- Apparaat alleen op vlakke en schone oppervlakken neerzetten om kantelen te voorkomen!
- Haal de trekker over. De W 510 is voorzien van een tweetraps trekker. Eerst wordt de turbine gestart. Wanneer de trekker verder wordt ingedrukt, wordt materiaal getransporteerd.
- Spuitbeeld aan het spuitpistool instellen.

De bijgevoegde oefeningsposter is ideaal, om zich met de bediening van het spuitpistool vertrouwd te maken. Na deze eerste spuitpogingen, moet doelmatig op karton of soortgelijke ondergrond een spuittest worden uitgevoerd, om de materiaal- en luchthoeveelheid voor een optimaal spuitbeeld vast te stellen.
11. Instelling van de gewenste spuitstraalvorm

WAARSCHUWING! Gevaar voor verwonding! Nooit tijdens het instellen van de luchtkap aan de handbeugel trekken.
Draai de wartel (afb. 4, 1) iets los en draai de luchtkap (2) in de gewenste spuitvormstand (pijl). Draai vervolgens de wartel weer vast.
Afb. 5 A = verticale vlakke straal → voor het horizontaal opbrengen van verf
Afb. 5 B = horizontale vlakke straal → voor het verticaal opbrengen van verf
Afb. 5 C = ronde straal → voor hoeken en randen en voor moeilijk bereikbare oppervlakken
12. Instelling van de materiaalhoeveelheid (fig. 6)
Hoeveelheid materiaal instellen door de stelschroef op de trekker te verdraaien.
minder materiaal → linksom draaien (-)
meer materiaal → rechtsom draaien (+)
13. Spuittechniek

Het spuitresultaat wordt grotendeels bepaald door hoe glad en schoon het te spuiten oppervlak vooraf is gemaakt. Behandel het oppervlak daarom zorgvuldig voor en houd het stofvrij.
- Dek oppervlakken die niet moeten worden gespoten af.
- Dek schroefdraden en dergelijke aan het spuitobject af.

Belangrijk: Begin buiten het te spuiten oppervlak en voorkom onderbrekingen binnen het te spuiten oppervlak.
- De spuitbeweging moet niet met de pols worden uitgevoerd, maar met de arm. Zo blijft tijdens het spuiten de afstand tussen het spuitpistool en het oppervlak altijd gelijk. Kies een afstand van 5 - 15 cm, afhankelijk van de gewenste straalbreedte. Bij de verwerking van binnenwandverf moet de afstand ca. 20-30 cm bedragen.
Afb. 7 A/ 7 B: GOED gelijkmatige afstand tot het object.
Afb. 7 C: FOUT ongelijke afstand heeft een ongelijke verfaanbrenging als resultaat.
- Beweeg het spuitpistool gelijkmatig heen en weer of op en neer, afhankelijk van de instelling van de spuitstraalvorm.
- Gelijkmatige bewegingen met het spuitpistool geven een uniforme oppervlaktekwaliteit.

Belangrijk: Mondstuk en luchtkap tijdens het gebruik regelmatig afvegen, zodat het mondstuk niet verstopt raakt

Spuit bij slecht dekkende verf of sterk zuigende ondergrund in "kruisgang" (afb. 8).
- Binnenwandverf in krachtige tinten minstens tweemaal aanbrengen (eerste verflaag eerst laten drogen). Daardoor word een dekkende aanbrenging bereikt.
14. Werkonderbreking
•Schakel het apparaat uit.
- Bij langere pauzes reservoir door kort opendraaien en vervolgens weer afsluiten ontluchten.
- Na de werkonderbreking mondstukopeningen reinigen.
- Bij het verwerken van 2-componentenlakken moet het apparaat direct worden gereinigd.
15. Buiten bedrijf stellen en reinigen
Deskundige reiniging is een voorwaarde voor een storingsvrij gebruik van het verfopbrengapparaat. Bij niet of ondeskundig uitgevoerde reiniging vervalt elke aanspraak op garantie.

WAARSCHUWING!
Het achterstuk van het pistool nooit in water of andere vloeistof onderdompelen. Behuizing uitsluitend met een doordrenkte doek reinigen.
1) Netstekker verwijderen. Ontlucht het container bij lange werkonderbrekingen en bij het beëindigen van de werkzaamheden. Dit kan worden gedaan door het container kort open te draaien en weer af te sluiten of door de trekker in te drukken en de verf
terug te laten lopen in de verfemmer.
2) Pistool demonteren. Haak (afb. 3 b "klik") iets omlaag drukken. Voorste en achterste pistooldeel tegen elkaar draaien en uit elkaar halen.
3) Container losschroeven. Overig coatingmateriaal in verfblik teruggieten.
4) Maak container en stijgbuis met een kwast zo ver mogelijk schoon. Reinig de ontluchtingsboring (Afb. 9, 1).
5) Vul het reservoir met water resp. oplosmiddel. Draai het reservoir weer vast. Gebruik voor het schoonmaken geen brandbare materialen.
6) Pistool weer in elkaar zetten (afb. 3).
7) Netstekker insteken, apparaat inschakelen en water resp. oplosmiddel in een container of op een doek spuiten.
8) De hierboven beschreven procedure herhalen, totdat zuiver water resp. oplosmiddel uit de sproeier komt.
9) Apparaat uitschakelen en netstekker verwijderen.
10) Pistool demonteren. Haak (afb. 3 b "klik") iets omlaag drukken. Voorste en achterste pistooldeel tegen elkaar draaien en uit elkaar halen.
16. Buiten bedrijf stellen en reinigen
1) Draai het reservoir los en maak het leeg. Verwijder de stijgbuis met reservoir-afdichting. LET OP! Reinig nooit afdichtingen, membraan en sproeier- of luchtopeningen van het spuitpistool met spitse metalen voorwerpen.
Luchttoevoerslang en membraan zijn slechts beperkt oplosmiddelbestendig. Niet in oplosmiddel leggen, maar alleen afvegen.
2) Het apparaat mag uitsluitend met onbeschadigd membraan (afb. 10, 3) worden gebruikt. Indien er verf in de beluchtingsslang is gekomen, dient u het membraan te controleren en te reinigen (zie hoofdstuk Onderhoud).
3) Draai de wartel los en verwijder luchtkap en spuitkop. Reinig luchtkap, spuitkopafdichting en spuitkop met kwast en oplosmiddel resp. water (Afb. 11)
4) Maak de buitenzijde van spuitpistool en reservoir schoon met een in oplosmiddel resp. water gedrenkte doek.
5) Zet alle delen weer in elkaar (zie "Montage").
Montage

Pas op! Apparaat nooit met beschadigde of ontbrekende spuitkopafdichting laten werken. Bij ontbrekende of beschadigde spuitkopafdichting kan vloeistof in het apparaat binnendringen en daardoor het risico op een elektrische schok toenemen.
1) Spuitkopafdichting (afb. 12, 1) over de naald (3) schuiven, de groef (gleuf) moet daarbij naar u wijzen.
2) Breng de spuitkop (afb. 12, 2) aan op het pistoollichaam en zoek de juiste positie door deze te draaien.
3) Breng de luchtkap aan op de spuitkop en draai deze met de wartel vast.
4) Steek de reservoirafdichting van onder af op de stijgbuis en schuif deze door tot over de kraag. Draai de reservoirafdichting daarbij licht heen en weer.
5) Steek de stijgbuis met reservoirafdichting in het pistoollichaam.
Om het pistool gemakkelijker te kunnen monteren, kunt u na het reinigen een ruime hoeveelheid smeervet (bijgeleverd) aanbrengen op de O-ring van het voorstuk (afb. 14, 5 en 15, 5).
17. Onderhoud
Luchtfilter
Waarschuwing!

Apparaat nooit zonder luchtfilter in werking zetting, eventueel aangezogen vuil kan het functioneren beïnvloeden. Controleer het luchtfilter na ieder gebruik op vervuiling. Voor het wisselen stekker eruit trekken.
1) Luchtfilter-afdekking openen. (Afb. 13)
2) Luchtfilter eruit trekken en afhankelijk van de vervuiling het luchtfilter vervangen.
Ventilatieslang / Membraan
- Trek de ventilatieslang (afb. 10, 1) boven van het pistoollichaam af. Draai het ventieldeksel (2) los. Verwijder het membraan (3). Reinig alle onderdelen zorgvuldig en vervang ze bij beschadiging.
- Plaats het membraan (Afb. 10, 3) met de stift naar boven op het onderste deel van het ventiel. Zie daarvoor ook de markering op het pistoollichaam.
- Breng voorzichtig het ventieldeksel (Afb. 10, 2) aan en draai het vast.
- Steek de ventilatieslang (Afb. 10, 1) op het ventieldeksel en op de nippel op het pistoollichaam.
18. Reserveonderdelenlijst
| Reserveonderdelenlijst Wall spuitopzet (Afb. 14) | ||
| Pos. Ben | aming Bestelnr. | |
| Wall spuitopzet compl. met reservoir 1300 ml 2301 734 | ||
| 1 Wartel | 0417 471 | |
| 2 Luchtkap | 0417 470 | |
| 3 Spuitkop | 0417 468 | |
| 4 Spuitkopafdichting | 2304 433 | |
| 5 O-ring | spuitopzet 2362 875 | |
| 6 Ventilatieslang, ventieldeksel, membraan | 2304 027 | |
| 7 Stijgbuis | 2328 922 | |
| 8 Reservoirafdichting | 2328 919 | |
Reserveonderdelenlijst Wall spuitopzet (Afb. 14)
| 9 Reservoir (1300 ml) met deksel 2305 155 |
Reserveonderdelenlijst Standard spuitopzet (Afb. 15)
| Pos. Benaming Bestelnr. | ||
| Standard spuitopzet compl. met reservoir 800 ml 2361 730 | ||
| 1 Wartel 2362 873 | ||
| 2 Luchtkap 2362 877 | ||
| 3 Spuitkop 2362 878 | ||
| 4 Spuitkopafdichting 0417 706 | ||
| 5 O-ring spuitopzet 2362 875 | ||
| 6 Ventilatieslang, ventieldeksel, membraan 2304 027 | ||
| 7 Stijgbuis 2362 876 | ||
| 8 Reservoirafdichting 2323 039 | ||
| 9 Reservoir (800 ml) met deksel | 0413 909 | |
* Controleer voor de bestelling, of zich onderaan de binnenkant van uw spuitopzetstuk een markering bevindt. Schroef hiervoor het reservoir eraf en verwijder de reservoirafdichting.

Reserveonderdelenlijst W 510 (Afb. 16)
| Pos. Benaming | Bestelnr. | |
| 1 Luchtfilter kap (rechts + links) | 2335 172 | |
| 2 Luchtfilterset (2 stuks) | 2367 285 | |
| 3 Vultrechter (3 stuks) | 2304 028 | |
| Smeervet (zonder afb.) | 2315 539 | |
19. Accessoires
Het CLICK&PAINT SYSTEM biedt met het juist opzetstuk en diverse toebehoren voor elke klus het juiste gereedschap.
Meer informatie over de productenreeks van WAGNER voor renovatiewerkzaamheden onder www.wagner-group.com
- Verhelpen van storingen
| Storing | Oorzaak | Oplossing |
| Er komt geen coating-materiaal uit de spuitkop | Spuitkop verstoptAanzuigstok verstoptStelschroef materiaalhoeveelheid te ver naar rechts gedraaid (-)Aanzuigstok losGeen drukopbouw in de containerOntluchtingsboring (Afb. 9, 1) verstopt | ReinigenReinigenNaar links draaien (+)InstekenContainer vastdraaienReinigen |
| Coatingmateriaal druppelt na uit de spuitkop | Spuitkop losSpuitkop versletenSpuitkopafdichting ontbreekt of is versletenOphoping coatingmateriaal aan luchtkap, spuitkop of naald | AandraaienVervangenVervangenReinigen |
| Te grove verstuiving | Coatingmateriaal te dikvloeibaarMateriaalhoeveelheid te hoog. Stelschroef materiaalhoeveelheid te ver naar links gedraaid (+)Sproeier verontreinigdLuchtfilter sterk vervuildTe lage drukopbouw in container | VerdunnenStelschroef materiaalhoeveelheid naar rechts draaien (-)ReinigenVervangenContainer vastdraaien |
| Spuitstraal trilt | Coatingmateriaal in container is bijna opRaakt op luchtfilter sterk vervuildSpuitkopafdichting ontbreekt of is versleten | NavullenVervangenVervangen |
| Coatingmateriaal vormt uitlopers | Teveel coatingmateriaal opgespoten. | Stelschroef materiaalhoeveelheid naar rechts draaien (-) |
| Teveel coatingmateriaalnevel (Overspray) | Afstand tot het spuitobject te grootTeveel coatingmateriaal-opgespoten | Spuitafstand verkleinenStelschroef materiaalhoeveelheid naar rechts draaien (-) |
| Verf in de ventilatieslang | Membraan vuilMembraan defect | Membraan reinigenMembraan vervangen |
| Slechte dekkracht aan de wand | Spuitmateriaal te koudSterk zuigende ondergrond of verf met slechte dekkrachtAfstand te groot | Spuitmateriaal moet eerst op kamertemperatuur zijnIn kruisgang spuiten (afb. 8)Dichter bij het object |
* Gemeten volgens EN 62841-1
Informatie over het trillingsniveau
Het aangegeven trillingsniveau is volgens een genormaliseerde testprocedure gemeten en kan ter vergelijking van elektrisch gereedschap worden gebruikt.
Het trillingsniveau dient ook voor een inleidende inschatting van de trillingsbelasting.
Pas op! De trillingsemissiewaarde kan tijdens het feitelijke gebruik van het elektrische gereedschap van de aangegeven waarde afwijken, afhankelijk van de wijze waarop het elektrische gereedschap wordt gebruikt. Het is noodzakelijk om veiligheidsmaatregelen ter bescherming van de bedienende persoon vast te leggen, die op een schatting van de blootstelling tijdens de feitelijke gebruiksvoorwaarden berusten (hierbij dienen alle delen van de bedrijfscyclus in acht genomen te worden, bijvoorbeeld tijden, waarin het elektrische gereedschap is uitgeschakeld, en zulke, waarin het weliswaar is ingeschakeld maar zonder belasting draait).
22. Milieu

Het toestel met toebehoren en verpakking moet milieuvriendelijk gerecycled worden. Deponeer het apparaat niet bij het huisvuil. Bescherm het milieu en lever het apparaat in bij een lokaal inzamelpunt of informeer bij de winkel. Verfresten en oplosmiddelen mogen niet in de riolering, het afvoersysteem of het huisvuil worden gestort. Deze dienen als speciaal afval apart te worden afgevoerd. Neem daarvoor de aanwijzingen op de productverpakkingen in acht.
23. Belangrijke aanwijzing m.b.t. productaansprakelijkheid!
Op grond van een EU-verordening is de fabrikant alleen volledig aansprakelijk voor zijn product bij productfouten, als alle onderdelen van de fabrikant komen of door de fabrikant zijn vrijgegeven en als de toestellen vakkundig gemonteerd en gebruikt worden. Bij het gebruik van vreemde toebehoren en reserveonderdelen kan de aansprakelijkheid geheel of gedeeltelijk vervallen, als het gebruik van de vreemde toebehoren of vreemde reserveonderdelen tot een productfout leidt.
EU-conformiteitsverklaring
Wij verklaren dat dit product voldoet aan de volgende normen:
2006/42/EG, 2014/30/EU, 2011/65/EU, 2012/19/EU
En normatieve dokumenten:
EN 62841-1, EN 50580, EN 55014-1, EN 55014-2, EN IEC 61000-3-2, EN 61000-3-3,
EN 62233
De EU-conformiteitsverklaring wordt met het product meegeleverd.
Indien nodig kan de verklaring met bestelnummer 2386150 worden nabesteld.
3 + 1 jaar garantie op dit WAGNER product voor doe-het-zelvers
J. Wagner GmbH, gevestigd in D-88677 Markdorf, verleent u naast de wettelijke garantie een garantie (apparaatgarantie) voor dit product voor een periode van 36 maanden. De garantieperiode wordt met nog 12 maanden verlengd als het product binnen 28 dagen na aankoop via internet wordt geregistreerd op https://go.wagner-group.com/3plus1.
De garantie omvat het gratis verhelpen van gebreken die terug te voeren zijn op het gebruik van defect materiaal tijdens de fabricage van het product of op montagefouten van het product, evenals het gratis vervangen van defecte onderdelen, tenzij een garantie-uitsluiting van toepassing is.
De wettelijke rechten met betrekking tot materiële gebreken, waarop u als koper voor het beoogde doel vanaf het moment van levering van het gekochte artikel recht hebt, worden door de bovenstaande garantie niet beperkt. De garantie, evenals uw wettelijke garantierecht, vervalt als het apparaat door iemand anders dan het geautoriseerde servicepersoneel van WAGNER wordt geopend.
De gedetailleerde garantievoorwaarden kunt u op aanvraag verkrijgen bij onze geautoriseerde WAGNER partners (zie de website of de gebruiksaanwijzing) of in tekstvorm op onze website:
- Wijzigingen voorbehouden -
NL Een speciaal soort inspiratie
Bent u op zoek naar uw volgende project? Bekijk dan onze projectzoeker eens. Hier vindt u praktische handleidingen voor renoveren, verfraaien en zelf maken. Zo wordt uw huis uniek. Maak het mooi voor uzelf!









