C10FCE2 - Zaag HiKOKI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis C10FCE2 HiKOKI in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over C10FCE2 HiKOKI
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding C10FCE2 - HiKOKI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. C10FCE2 van het merk HiKOKI.
GEBRUIKSAANWIJZING C10FCE2 HiKOKI
- Draaiend gedeelte scharnier
- Draaiend gedeelte klem-montage
1. Houd de plaats waar gewerkt wordt schoon. Niet
opgeruimde werkplaatsen en werkbanken verhogen het gevaar van ongelukken.
2. Kies een geschikte omgeving om te werken. Stel
electrisch gereedschap niet aan regen bloot. Gebruik electrisch gereedschap niet op vochtige of natte plaatsen. Zorg dat de werkplaats goed verlicht is. Gebruik elektrisch gereedschap niet op plaatsen waar brand- of explosiegevaar is.
3. Vermijd een electrische schok. Let er daarom op
dat er geen contact is met geaarde oppervlakken zoals pijpen, radiators, keukenfornuis of ijskast.
4. Houd kinderen en onbevoegden uit de buurt. Laat
bezoekers het gereedschap of snoer niet aanraken. Alle bezoekers moeten een veilige afstand tot de werkplaats aanhouden.
5. Ruim overbodig gereedschap op. Gereedschap dat
niet gebruikt wordt moet op een droge, hooggelegen of af te sluiten plaats buiten bereik van kinderen en onbevoegden opgeborgen worden.
6. Forceer het gereedschap niet. Het levert een betere
en veiligere prestatie op de snelheid waarvoor zij werd ontworpen.
7. Gebruik het juiste gereedschap. Gebruik een klein
gereedschap of hulpstuk niet voor werkzaamheden waarvoor een apparaat met groot vermogen vereist is. Gebruik het gereedschap niet voor doeleinden waarvoor dit niet bestemd is (bijvoorbeeld gebruik van de cirkelzaag voor het zagen van bomen).
8. Draag de juiste kleding. Draag geen loszittende
kleren of armbanden e.d. daar deze in de bewegende delen verstrikt kunnen raken. Bij het werken buitenshuis wordt het gebruik van rubber handschoenen en stevige, niet glijdende schoenen aanbevolen. Draag een haarnetje wanneer u lang haar hebt.
9. Draag een veiligheidsbril. Ontstaat er veel stof
tijdens het werken, draag dan eveneens een gezichtsbeschermer en/of stofmasker.
10. Sluit apparatuur voor het verzamelen van stof
aan. Bij het zagen met deze machine kunnen aanzienlijke hoeveelheden stof geproduceerd worden, hetgeen wordt afgevoerd via de afvoer bevestigd aan de vaste afscherming. (Materiaal stof: hout of aluminium) Indien apparatuur voor het verzamelen van stof is bijgeleverd, moet u deze apparatuur op de vereiste wijze verbinden en gebruiken zoals wordt beschreven.
11. Behandel het snoer voorzichtig. Draag het gereed
schap nooit door dit bij het snoer vast te houden. Bescherm het snoer tegen hitte, olie en scherpe hoeken.
12. Neem de uiterste veiligheid in acht. Gebruik
klemmen of een bankschroef om het werkstuk vast te zetten. Hierdoor heeft u uw handen vrij om het gereedschap te bedienen.
13. Buig u nooit te ver naar voren. Kies een goede
plaats en behoud altijd uw evenwicht.
14. Behandel het gereedschap voorzichtig. Zorg ervoor
dat het gereedschap scherp en schoon is zodat een goed en veilig prestatievermogen wordt verkregen. Volg de gebruiksaanwijzing voor het smeren en het verwisselen van toebehoren. Inspecteer de snoeren regelmatig op beschadiging en laat deze zonodig door een erkend servicecenter repareren. Controleer de verlengsnoeren ook regelmatig en vervang deze bij beschadiging. Houd alle handgrepen droog en schoon en vrij van olie en vet.
15. Trek de stekker uit het stopcontact als het gereed
schap niet wordt gebruikt en ook bij onderhoudsbeurten, het verwisselen van toebehoren zoals bladen, boren, messen e.d.
16. Verwijder sleutels en moersleutels. Maak er een
gewoonte van voor het inschakelen te controleren of alle sleutels en moersleutels verwijderd zijn.
17. Schakel het gereedschap niet onverwacht in. Draag
geen aangesloten gereedschap met de vinger op de schakelaar. Controleer altijd of het gereedschap uitgeschakeld staat alvorens dit aan te sluiten.
18. Bij het werken buitenshuis dient een verlengsnoer
te worden gebruikt. Gebruik dan alleen verlengsnoeren die geschikt zijn voor het werken buitenshuis en desbetreffend gemerkt zijn.
19. Let altijd goed op tijdens het werken. Kijk uit wat
u doet en gebruik het gereedschap niet als u moe bent.
20. Bij beschadiging van een van de onderdelen dient
dit nauwkeurig te worden nagekeken en gerepa reerd alvorens het gereedschap opnieuw in gebruik wordt genomen. Let erop dat het betreffende on derdeel zijn functie goed vervult. Controleer of de bewegende delen goed zijn gemonteerd en vrij kunnen bewegen. Dit om een foutief functioneren van het gereedschap te voorkomen. Bij de beschadiging van een onderdeel dient de reparatie altijd te worden overgelaten aan een erkend ser vice-center, tenzij in deze gebruiksaanwijzing an ders wordt voorgeschreven. Laat ook defekte schakelaars vervangen door een erkend service- center. Gebruik het gereedschap niet als de aan/ uit-schakelaar niet werkt.
Het gebruik van toebehoren of verlengstukken waarvan het gebruik niet in deze gebruiksaanwijzing is aangegeven, veroorzaakt mogelijk letsel.
22. Laat het elektrisch gereedschap door een vakman
repararen. Dit elektrisch gereedschap voldoet aan de vereiste eisen voor de veiligheid. Voorkom mogelijk zeer ernstige ongelukken en laat derhalve reparatie over aan een erkend vakman die de originele reserve-onderdelen gebruikt. 05Ned_C10FCH2_WE_7L 3/11/09, 9:534445 Nederlands
1. Werk op een vlakke, horizontale ondergrond die
schoon en goed opgeruimd is, dus zonder splinters en ander afvalmateriaal.
2. Zorg voor een degelijke verlichting van de
Gebruik elektrisch gereedschap niet voor andere doeleinden dan in de gebruiksaanwijzing beschreven.
4. Laat reparatie uitsluitend door een erkende
onderhoudsfaciliteit uitvoeren. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor beschadigingen en letsel veroorzaakt door een onjuiste reparatie door een niet-erkende instantie of een onjuist gebruik van het gereedschap.
5. Voor een veilige werking van elektrisch
gereedschap mogen de geplaatste afdekkingen, kappen en schroeven nooit worden verwijderd.
6. Raak beweegbare onderdelen of toebehoren niet
direct aan tenzij het netsnoer van het gereedschap is ontkoppeld.
7. Gebruik het gereedschap met een lager
ingangsvermogen dan op het naamplaatje aangegeven; de afwerking zou anders kunnen worden aangetast en de efficiëntie worden verminderd door een overbelaste motor.
8. Reinig plastic onderdelen nooit met oplosmiddelen.
Oplosmiddelen als bijvoorbeeld benzine, thinner, petroleum, koolstof tetrachloride en alcohol kunnen de plastic onderdelen beschadigen of veroorzaken barsten. Veeg plastic onderdelen dus nooit met doeken die met deze middelen zijn bevochtigd af. Reinig plastic onderdelen met een zachte doek die licht met een oplossing van water en een neutraal schoonmaakmiddel is bevochtigd.
9. Gebruik uitsluitend de gespecificeerde
oorspronkelijke HITACHI onderdelen voor het vervangen van onderdelen.
Dit gereedschap mag uitsluitend worden gedemonteerd voor het vervangen van de koolborstels.
11. De gedetailleerde tekeningen van de montage in
deze gebruiksaanwijzing dienen uitsluitend voor gebruik door een erkende onderhoudsfaciliteit.
12. Probeer in geen geval metaal of steen te zagen.
Er dient te worden gezorgd voor voldoende algemene of plaatselijke verlichting. Benodigdheden en afgewerkte werkstukken dienen zich in de nabijheid van de normale werkplek van de gebruiker te bevinden.
14. Draag indien nodig geschikte beschermende
kledingsstukken, zoals: Gehoorbescherming om het risico van beschadiging van uw gehoor tegen te gaan. Oogbescherming om de kans op oogletsel te voorkomen. Gezichtsmasker om het risico van het inademen van schadelijke stofdeeltjes tegen te gaan. Handschoenen voor het hanteren van zaagbladen (zaagbladen dienen indien mogelijk in een houder vervoerd te worden) en ruwe materialen.
De gebruiker dient voldoende getraind te zijn in het gebruik, de afstelling en de bediening van de machine.
16. U mag in geen geval afgezaagde delen of andere
onderdelen van het werkstuk verwijderen terwijl de machine nog loopt en de zaagkop nog niet in de ruststand is teruggekeerd.
17. Gebruik de afkort- en paneelzaagmachine nooit
wanneer de onderste afscherming in open positie vergrendeld is.
18. Zorg dat de onderste afscherming soepel beweegt.
19. Gebruik de zaag niet wanneer de afschermingen
niet juist zijn aangebracht, wanneer deze niet goed werken of als ze niet in degelijke staat zijn.
20. Gebruik scherpe zaagbladen. Neem het maximale
toerental in acht dat op het zaagblad staat.
21. Gebruik geen zaagbladen die beschadigd of
22. Gebruik geen zaagbladen die gemaakt zijn van
23. Gebruik uitsluitend zaagbladen die door HITACHI
worden aanbevolen. Gebruik zaagblad overeenkomstig EN847-1.
24. De zaagbladen moeten een buitendiameter hebben
tussen 235 en 255 mm.
25. Gebruik het juiste zaagblad voor het materiaal dat
26. Hanteer de afkort- en paneelzaagmachine nooit
wanneer het zaagblad naar boven of naar de zijkant is gericht.
27. Zorg dat er geen vreemde bestanddelen zoals
nagels in het werkstuk zitten.
28. Vervang het tafel-inzetstuk wanneer dit versleten
29. Gebruik de zaag enkel voor het zagen van hout,
aluminium en dergelijke.
30. Gebruik de zaag niet voor het snijden van andere
materialen dan die door de fabrikant worden aanbevolen.
31. Zorg dat het vervangen en positioneren van het
zaagblad juist wordt uitgevoerd en alle waarschuwingen en instructies in acht worden genomen.
32. Bevestig een stofopvanginrichting aan de afkort-
en paneelzaagmachine wanneer er hout wordt gezaagd.
33. Wees voorzichtig bij het maken van gleuven.
34. Pak niet de houder vast wanneer u het gereedschap
draagt. Draag het gereedschap altijd aan de handgreep.
35. Begin pas met zagen wanneer het motortoerental
de maximumsnelheid heeft bereikt.
36. Schakel het gereedschap onmiddellijk uit wanneer
dit niet normaal werkt.
37. Schakel het gereedschap uit en wacht totdat het
zaagblad tot stilstand is gekomen voordat u begint met onderhoud of afstellingen.
38. Bij afschuinen of verstekzagen mag het zaagblad
pas omhooggehaald worden nadat dit volledig tot stilstand is gekomen.
39. Houd rekening met alle mogelijke gevaren bij het
zagen, met name het weerkaatsen van laserstralen in uw ogen, het onbedoeld aanraken van bewegende onderdelen van de machine enzovoort. 05Ned_C10FCH2_WE_7L 3/11/09, 9:534546 Nederlands SPECIFICATIES 59 mm × 144 mm 0° of 89 mm × 101 mm Verstek 45° 59 mm × 102 mm Afschuining links 45° 41 mm × 144 mm Samengesteld (Afschuining links 45°, verstek 45°) 41 mm × 102 mm Zaagbladafmetingen (Buitendiam. × Binnendiam. × Dikte) 255 mm × 30 mm × 2,3 mm Verstekhoek Rechts en links 0° – 52° Afschuinhoek Links 0° – 45° Samengestelde snijhoek Verstek (Rechts en links) 0° – 45° Spanning (afhankelijk van land van verkoop)* (110 V, 230 V) Stroomverbruik* 1520 W Onbelast toerental 5000 min
VERKRIJGBAAR) (1) Steunen en stopper (2) Kroonvormklem (met kroonvormstopper (L)) (3) Kroonvormstopper (L) (4) Kroonvormstopper (R) Optionele toebehoren zijn zonder voorafgaande kennisgeving wijzigbaar. TOEPASSING
Zagen van diverse soorten hout en aluminium kozijnen. UITPAKKEN 䡬 Pak het elektrische gereedschap en de bijgeleverde toebehoren (standaardtoebehoren) voorzichtig uit. 䡬 Controleer dat alle bijgeleverde standaardtoebehoren aanwezig zijn. VOOR GEBRUIK
Controleer dat de te gebruiken spanningsbron aan de spanningsvereisten die op het naamplaatje zijn aangegeven voldoet.
2. Spanningsschakelaar
Controleer dat de spanningsschakelaar (oftewel startschakelaar) in de uit-stand (OFF) is gedrukt. Indien u de stekker van het netsnoer in een stopcontact steekt met deze schakelaar op ON gedrukt, zal het elektrische gereedschap direct in werking treden en mogelijk ernstig letsel of ongelukken veroorzaken.
Gebruik een verlengsnoer dat dik genoeg is en de aanbevolen capaciteit heeft indien er geen stopcontact in de buurt van de uit te voeren klus is. Houd het verlengsnoer zo kort als mogelijk.
4. Bij het klaarmaken voor vervoer van het elektrisch
gereedschap zijn de belangrijkste onderdelen vastgezet met een grendelpen Verplaats de hendel een stukje zodat u de grendelpen los kunt maken. LET OP 䡬 Gereedmaking voor transport Steek de vergrendelpen in de tandwielkast (Afb. 3) Draai de 6 mm vleugelbout los. Draai de draaischijf als in Afb. 5 en draai de 6 mm vleugelbout weer vast. Bedek de zaagtanden door de onderste afscherming naar de voorkant van de machine te schuiven. 䡬 Zaagwerk Beweeg de greep lichtjes zodat de vergrendelpen los kan worden gemaakt. Draai de 6 mm vleugelbout los. Draai de draaischijf als in Afb. 6 en draai de 6 mm vleugelbout weer vast.
5. Bevestig de stofzak aan het gereedschap (Afb. 1)
(1) Wanneer de stofzak vol zit, zal deze bij doorzagen stof verliezen. Controleer regelmatig de stofzak en ledig deze wanneer nodig. *Controleer de waarde op het naamplaatje van de cirkelzaagmachine daar het vermogen per gebied mogelijk vers chillend is. 05Ned_C10FCH2_WE_7L 3/11/09, 9:534647 Nederlands (2) Bevestig de stofzak bij afschuin- en samengesteld zagen met een rechte hoek ten opzichte van het basisoppervlak, zoals afgebeeld in Afb. 4. LET OP 䡬 Voorkom verstopping van de buis en veiligheidskap door de stofzak frequent te ledigen. Bij afschuinzagen komt meer stof vrij dan normaal.
Zorg ervoor dat de machine altijd goed bevestigd is aan de werkbank. Bevestig het elektrische gereedschap op een vlakke, horizontale werkbank. Gebruik 8 mm bouten met een geschikte lengte voor de dikte van de werkbank. De lengte van de bouten moet tenminste 35 mm plus de dikte van de werkbank bedragen. Gebruik bijvoorbeeld 8 × 60 mm bouten voor een werkbank van 25 mm dik.
LET OP Maak alle nodige afstellingen alvorens de stekker van het netsnoer in een stopcontact te steken.
1. Controlexer of de onderste afscherming soepel werkt
LET OP 䡬 Als extra veiligheidsmaatregel is deze afkort- en paneelzaagmachine voorzien van een zaagkopslot. 䡬 Druk met de duim op het vergrendelgreep (C) om de zaagkop te vrij te maken voor het zagen. (1) Controleer, terwijl u de zaagkop naar beneden beweegt door de vergrendelgreep (C) in te drukken, of de onderste afscherming soepel rond zijn as draait (Afb. 7). (2) Controleer of de onderste afscherming naar de oorspronkelijke positie terugkeert wanneer de handgreep omhoog wordt gehaald. PRACTISCHE TOEPASSINGEN WAARSCHUWING 䡬 Om lichamelijk letsel te voorkomen moet u het werkstuk nooit verwijderen of plaatsen op de tafel terwijl het apparaat wordt bediend. 䡬 Plaats tijdens de bediening van het apparaat nooit uw ledematen binnen het gebied dat de lijn naast het waarschuwingssymbool aangeeft. Dit kan gevaarlijke gevolgen hebben (Afb. 8). LET OP 䡬 Het is uitermate gevaarlijk om onderdelen te verwijderen of te installeren wanneer het zaagblad nog draait. 䡬 Verwijder zaagsel van de draaitafel tijdens het zagen. 䡬 Indien er te veel zaagsel is opgehoopt, zal het zaagblad van het te zagen materiaal te zien zijn. Houd uw hand uit de buurt van het blad.
1. Zet de te zagen klus goed vast met een bankschroef
zodat het tijdens het zagen niet kan verplaatsen
2. Bediening van de schakelaar
De werking wordt gestart door de startschakelaar in te drukken. Laat de schakelaar los om de werking te stoppen.
3. Houder (B), bijstellen van de klemhendel: (Afb. 9)
Bevestig de meegeleverde houder (B) zoals weergegeven in Afb. 9 en positioneer de houder (B) zodanig dat deze net de oppervlakte van de werkbank raakt. Draai de 6mm vleugelbout na het maken van de aanpassingen stevig vast met de meegeleverde 10mm steeksleutel. Draai de M6 × 20 schroef op de klemhendel los en plaats de klemhendel op zo’n positie dat hij eenvoudig kan worden bediend.
4. Gebruik van de klem (standaard toebehoren) (Afb. 10)
(1) De bankschroef kan worden bevestigd aan de linker geleider {Geleider (B)} of aan de rechter geleider {Geleider (A)} door de 6 mm bout (A) los te draaien. (2) De schroefhouder kan worden verhoogd of verlaagd overeenkomstig de hoogte van het werkstuk door de 6 mm vleugelbout (B) los te draaien. Draai de 6 mm vleugelbout (B) na verstelling weer strak aan zodat de schroefhouder wordt gefixeerd. (3) Draai de bovenknop vast om het werkstuk stevig op zijn plaats te bevestigen. WAARSCHUWING 䡬 U moet het werkstuk altijd stevig aan de geleider vastmaken of klemmen; anders kan het werkstuk van de tafel geworpen worden en persoonlijk letsel veroorzaken. LET OP 䡬 Let er altijd op dat de motorkop de klem niet kan raken wanneer u deze omlaag brengt om te zagen. Als er de kans bestaat dat dit gebeurt, dient u de 6 mm vleugelbout los te draaien en de klem te verplaatsen naar een plek waar deze het zaagblad en dergelijke niet kan raken.
5. Het installeren van de subgeleider (B) (Afb. 11)
Gebruik de subgeleider bij het snijden van rechte en schuine hoeken. De subgeleider (B) kan worden bevestigd aan de rechterkant van de geleider (B). Plaats de bevestigde schijf (A) in de positie zoals weergegeven in Afb. 11 en steek de punt in de groef van geleider (B) terwijl u tegelijkertijd de M6 platkopschroef in de geleider (B), subgeleider (B) en schijf (A) steekt; draai de nylon M6 moer vervolgens vast met de meegeleverde 10mm steeksleutel totdat de subgeleider (B) soepel rond kan draaien. U verkrijgt dan een stabiele snijbewerking van het materiaal met een breed achtervlak. WAARSCHUWING 䡬 Bij links afschuinen dient u de subgeleider (B) te draaien. Wanneer de het niet mogelijk is de subgeleider te draaien zal deze in contact komen met het zaagblad of een ander gedeelte van het gereedschap, hetgeen ernstig letsel aan de bediener van het gereedschap toe kan brengen.
6. Gebruik van een inktstreep
Wanneer u het motorgedeelte laat zakken, komt de onderste afscherming omhoog en verschijnt het zaagblad. Lijn de inkstreep uit met het zaagblad. LET OP Til nooit de onderste afscherming omhoog terwijl het zaagblad ronddraait. De subgeleider zal niet alleen contact maken en daarmee de snijprestatie negatief beïnvloeden, dit kan tevens leiden tot beschadiging van de bescherming.
7. Het installeren van de zijgreep (Afb.12)
Verwijder de M10 bout en installeer de meegeleverde zijgreep.
8. Positie van de laserstreep afstellen (alleen voor
model C10FCH2) De inktstreep kan gemakkelijk aan de lasermarkeerinrichting worden gekoppeld. De lasermarkeerinrichting wordt met een schakelaar ingeschakeld (Afb. 13). 05Ned_C10FCH2_WE_7L 3/11/09, 9:534748 Nederlands Afhankelijk van uw snijkeuze kan de laserlijn worden uitgelijnd met de linkerkant van de snijwijdte (zaagblad), of de inktstreep aan de rechterkant. Bij het verlaten van de fabriek wordt de laserstreep afgesteld op de breedte van het zaagblad. Stel de positie van het zaagblad en de laserstreep af overeenkomstig de hierna volgende instructies. (1) Laat de lasermarkeerinrichting oplichten en maak een groef van ongeveer 5 mm diep in het werkstuk dat 38 mm hoog en 89 mm breed is. Houd het gegroefde werkstuk dan in de klem vast en beweeg het niet. (2) Stop vervolgens de 4 mm imbus steeksleutel in het 12 mm gat aan de zijkant van de tandwielkast en draai de imbus-stelschroef om de laserlijn te verplaatsen. (Indien u de imbus-stelschroef met de klok meedraait, zal de laserlijn naar rechts verschuiven, en wanneer u de de imbus-stelschroef tegen de klok in draait, zal de laserlijn naar links verschuiven.) Wanneer u werkt met de inktstreep uitgelijnd met de linkerkant van het zaagblad, dient de laserstreep met het linker eind van de groef te worden uitgelijnd (Afb. 14). Wanneer u uitlijnt op de rechterkant van het zaagblad, breng de laserstreep dan in lijn met de rechterkant van de groef. (3) Nadat de positie van de laserstreep is uitgelijnd, trekt u een haakse inktstreep op het werkstuk en lijnt dan de inktstreep uit met de laserstreep. Bij het uitlijnen van de inktstreep schuift u het werkstuk steeds een klein stukje en bevestigt het dan met behulp van de klem op de plaats waar de laserstreep de inktstreep overlapt. Werk opnieuw aan de groef en controleer de positie van de laserstreep. Als u de positie van de laserstreep wilt veranderen, moet u de afstellingen beschreven in de stappen (1) t/m (3) opnieuw maken. WAARSCHUWING (Afb. 16 en Afb. 17) 䡬 Zorg dat het hoofdapparaat en de lasermarkeerinrichting zijn uitgeschakeld voordat u de stekker in het stopcontact steekt. 䡬 Let erop dat u de trekschakelaar niet bedient tijdens het afstellen van de laserstreep, want de stekker zit in het stopcontact tijdens het maken van deze afstelling. Als u de trekschakelaar per ongeluk bedient, kan het zaagblad gaan draaien, met mogelijk letsel tot gevolg. 䡬 Verwijder de lasermarkeerinrichting niet om deze voor andere doeleinden te gebruiken. LET OP 䡬 Laserstraling – Kijk niet in de straal. 䡬 Laserstraling op de werktafel. Kijk niet in de straal. Als u rechtstreeks in de straal kijkt, kan dit oogletsel veroorzaken. 䡬 Probeer de laser niet te demonteren. 䡬 Stel de lasermarkeerinrichting (hoofdblok van het gereedschap) niet aan harde schokken bloot. De positie van de laserstreep kan namelijk verstoord worden en de laserinrichting kan beschadigd raken. 䡬 Laat de laser alleen oplichten tijdens het snijden. Onnodig oplichten van de laser kan resulteren in een kortere levensduur. 䡬 Het gebruik van regelaars of het maken van afstellingen die niet in deze handleiding staan beschreven, kan resulteren in blootstelling aan gevaarlijke laserstraling. OPMERKING 䡬 Zagen als de inktlijn overlapt met laserlijn. 䡬 Indien de inktlijn en de laserlijn elkaar overlappen, zal de intensiteit van het licht veranderen, hetgeen zal resulteren in een stabiele snijoperatie omdat de eenduidigheid van de lijnen gemakkelijk te onderscheiden is. Dit leidt tot een minimum aan zaagfouten. 䡬 Bij gebruik buitenshuis of in de buurt van een raam is het mogelijk dat u de laserstreep niet goed ziet als gevolg van het zonlicht. Werk in dat geval op een plaats die niet in de zon is zodat u de laserstreep duidelijk kunt zien. 䡬 Trek niet aan het snoer achter het motorblok en wikkel het snoer ook niet om uw vinger, een stuk hout e.d., want het snoer kan losraken waardoor de lasermarkeerinrichting niet meer oplicht. 䡬 Controleer regelmatig of de positie van de laserlijn in orde is. Om dit controleren tekent u op een werkstuk een rechthoek met een hoogte van 38 mm en een breedte van 89 mm, waarna u controleert of de laserlijn gelijk loopt aan de inktlijn [Het verschil tussen de inktlijn en laserlijn dient minder te zijn dan de breedte van inktlijn (0.5mm)] (Afb. 15).
(1) De breedte van het zaagblad is tevens de breedte van de zaagsnede (zie Afb. 18). Als gevolg hiervan, schuift u het werkstuk naar rechts (bezien vanuit de bediener) wanneer lengte is verlangd, of naar links, wanneer lengte is is verlangd. (Alleen geldig voor model C10FCH2) Indien een lasermarkering wordt gebruikt, lijn dan de laserlijn uit met de linkerzijde van het zaagblad, en vervolgens lijnt u de inktlijn uit met de laserlijn. (2) Nadat het zaagblad op het maximum toerental is gekomen, dient u de vergrendelgreep langzaam naar beneden te brengen terwijl u de hendel (C) ingedrukt houdt en het zaagbald in de buurt van het te zagen materiaal brengt. (3) Wanneer het zaagblad contact maakt met het werkstuk, duwt u de handgreep geleidelijk naar beneden om in het werkstuk te snijden. (4) Wanneer het werkstuk tot de gewenste diepte is gesneden, schakelt u het gereedschap uit en laat het zaagblad dan volledig tot stilstand komen voordat u de handgreep omhooghaalt van het werkstuk om deze weer in de volledig ingetrokken positie te zetten. LET OP 䡬 Raadpleeg de tabel met “SPECIFICATIES” voor de maximale zaagcapaciteit. 䡬 Een hogere druk op de handgreep resulteert niet in een hogere snijsnelheid. Integendeel, bij een te hoge druk kan de motor overbelast worden en/of het snijrendement afnemen. 䡬 Zorg dat de trekschakelaar in de OFF stand staat en de stekker uit het stopcontact is gehaald wanneer het gereedschap niet wordt gebruikt. 䡬 Schakel het gereedschap altijd uit en laat het zaagblad volledig tot stilstand komen voordat u de handgreep vanaf het werkstuk omhooghaalt. Als de handgreep omhooggehaald wordt terwijl het zaagblad nog ronddraait, kan het afgesneden stuk materiaal vast komen te zitten tegen het zaagblad waardoor er gevaarlijke splinters kunnen rondvliegen. 䡬 Telkens wanneer een normale of een diepe snijbewerking is voltooid, zet u de schakelaar uit en controleert dan of het zaagblad volledig tot stilstand is gekomen. Haal daarna de handgreep omhoog en zet deze weer in de volledig teruggetrokken stand. 䡬 U moet absoluut eerst het gezaagde materiaal van de bovenkant van de draaitafel verwijderen voor u doorgaat naar de volgende stap. 05Ned_C10FCH2_WE_7L 3/11/09, 9:534849 Nederlands
10. Procedure voor verstekzagen
(1) Draai de zijgreep los en trek de hendel omhoog voor hoekstoppers. Stel daarna de draaitafel af totdat de indicator is uitgelijnd met de gewenste instelling op de verstekschaal (Afb. 19). (2) Draai de zijgreep weer vast om de draaitafel in de gewenste positie te vergrendelen. OPMERKING 䡬 Er zijn positieve stops aan de rechter- en linkerkant van de middelste 0° instelling, op de plaats van de 15°, 22,5°, 31,6° en 45° instellingen. Zorg dat de verstekschaal en het uiteinde van de indicator juist zijn uitgelijnd. 䡬 Wanneer de zaag wordt gebruikt terwijl de verstekschaal en de indicator niet juist zijn uitgelijnd, of wanneer de zijhandgreep niet juist is vastgedraaid, kan dit resulteren in een slechte snijprestatie. LET OP 䡬 Verwijder nooit de zijgreep: het gebruik van het apparaat zonder dit onderdeel is gevaarlijk. Draai de verstekgreep altijd goed vast om een ongeluk of persoonlijk letsel te voorkomen.
11. Procedure voor afschuinen (Abb. 20 en Abb. 21)
(1) Draai de klemhendel los en draai het zaagblad naar de linker afschuinpositie. (2) Stel de gewenste afschuinhoek in terwijl u naar de afschuinhoekschaal en de indicator kijkt en zet dan de klemhendel vast. WAARSCHUWING 䡬 Wanneer het werkstuk aan de linker- of rechterkant van het zaagblad is vastgezet, zal het korte afsnijgedeelte op de rechter- of linkerkant van het zaagblad rusten. Schakel de stroom altijd uit en laat het zaagblad volledig tot stilstand komt voordat u de handgreep van het werkstuk omhooghaalt. Als de handgreep omhooggehaald wordt terwijl het zaagblad nog ronddraait, kan het afgesneden stuk materiaal vast komen te zitten tegen het zaagblad waardoor er gevaarlijke splinters kunnen rondvliegen. 䡬 Wanneer een afschuinzaagoperatie halverwege is gestaakt, en u wilt deze operatie afmaken, start dan vanuit de beginpositie, met de motorkop geheel omhoog. Begint u halverwege, zonder de motorkop eerst geheel naar boven te brengen, dan kan de veiligheidskap vast raken in de zaaggroef en contact maken met het zaagblad.
12. Procedure voor samengesteld snijden
Samengesteld snijden doet u door de aanwijzingen in 9 en 10 hiervoor uit te voeren. Zie de “SPECIFICATIES” voor de maximale afmetingen die mogelijk zijn bij samengesteld snijden. LET OP 䡬 Houd het werkstuk altijd met de rechterhand vast voor samengesteld snijden. Draai de tafel nooit naar rechts bij samengesteld snijden, omdat het zaagblad dan in contact kan komen met de klem of bankschroef die het werkstuk op zijn plaats houdt, hetgeen schade of persoonlijk letsel kan veroorzaken.
13. Snijden van lange materialen
Bij het snijden van lange materialen moet een extra plateau worden gebruikt dat dezelfde hoogte heeft als de houder (optioneel toebehoren) en de basis van de speciale extra uitrusting. Capaciteit: hout (b × h × l) 120 mm × 40 mm × 1000 mm
14. Montage van de houders (Optioneel toebehoren)
Met de houders kunnen lange werkstukken stabiel op de plaats worden gehouden tijdens het snijden. (1) Gebruik een stalen tekenhaak om de bovenrand van de houders uit te lijnen met het basisvlak zoals aangegeven in Afb. 22. Draai de 6 mm vleugelmoer los. Draai de hoogte- stelbout 6 mm en stel de hoogte van de houder af. (2) Draai na het afstellen de vleugelmoer stevig vast en maak de houder vast met de 6 mm knopbout (optioneel toebehoren). Als de lengte van de 6 mm hoogte-stelbout onvoldoende is, leg er dan een dunne plaat onder. Zorg dat het uiteinde van de 6 mm hoogte- stelbout niet uit de houder steekt.
15. Stopper voor precisiewerk (Stopper en houder los
verkrijgbaar) De stopper maakt het mogelijk doorlopend zeer precies te zagen in lengten van 280 mm t/m 450 mm. Om de stopper te installeren, dient u deze te bevestigen aan de houder met de 6 mm vleugelbout zoals aangegeven in Afb. 23.
16. Benodigdheden voor de kroonlijstklem: Kroonlijst-
stopper (L) en (R) (los verkrijgbaar) (1) De kroonlijst-stoppers (L) en (R) (los verkrijgbaar) maken het zagen van kroon- of kooflijsten makkelijker zonder het zaagblad te kantelen. Installeer ze in de basis, aan beide zijden, zoals u kunt zien op Afb. 24. Draai nadat u ze ingebracht heeft de 6 mm knopbouten aan om de kroonlijst-stoppers vast te zetten. (2) De kroonlijstklem (B) (los verkrijgbaar) kan op de linker (B) of de rechter (A) afscherming worden gemonteerd. Hij kan worden aangepast aan de hoek van de kroonlijst voor deze wordt vastgezet. Draai vervolgens de bovenste knop aan voorzover nodig om de kroonlijst in de juiste stand vast te zetten. Om de klem-assemblage hoger of lager te zetten, moet u eerst de 6 mm vleugelbout los maken. Nadat u de hoogte heeft ingesteld, dient u de 6 mm vleugelbout vast te draaien; verdraai vervolgens de bovenste knop voorzover nodig om de kroonlijst in de juiste stand vast te zetten (zie Afb. 25). Plaats de kroon- of kooflijst met de MUURKANT tegen de geleider en de PLAFONDKANT tegen de kroonlijst- stoppers, zoals u kunt zien op Afb. 25. Stel de kroonlijst-stoppers in op de maten van de kroonlijst. Draai de 6 mm vleugelbout aan om de kroonlijst- stoppers vast te zetten. WAARSCHUWING 䡬 Zorg ervoor dat de kroonlijst altijd goed vast zit tegen de afscherming, want anders kan deze los springen en letsel veroorzaken. Niet afschuinen. De behuizing of het zaagblad kan hierbij de sub-afscherming raken, hetgeen kan leiden tot letsel. LET OP 䡬 Controleer altijd dat wanneer de motorkop (Afb. 1) naar beneden wordt gebracht, deze geen contact maakt met de kroonvormklem. Indien er enige kans is dat dit zal gebeuren, maak dan de 6 mm knopbout los en herpositioneer de kroonvormklem zodanig dat het geen contact zal maken met het zaagblad. 05Ned_C10FCH2_WE_7L 3/11/09, 9:534950 Nederlands
BEVESTIGEN EN VERWIJDEREN VAN HET
ZAAGBLAD WAARSCHUWING 䡬 Voorkom ongelukken en letsel en schakel het gereedschap derhalve altijd uit en trek de stekker van het netsnoer uit het stopcontact alvorens een zaagblad te bevestigen of te verwijderen. Waneer er wordt gezaagd terwijl de bout niet voldoende is vastgedraaid, kan deze losraken. Hierdoor kan het zaagblad los raken en de onderste afscherming beschadigen, met letsel als gevolg. Controleer altijd of de bouten goed zijn vastgedraaid voordat u de stekker van het netsnoer in het stopcontact steekt. 䡬 Indien de bouten met andere gereedschappen dan de 10 mm naafbussleutel (standaard toebehoren) worden aan- of losgedraaid, leidt dit tot over- of onderbevestiging, hetgeen leidt tot letsel.
1. Bevestigen van het zaagblad (Afb. 26, Afb. 27 , Afb.
28 en Afb. 29) (1) Draai de onderste afscherming (van plastic) naar de bovenste positie. (2) Gebruik een schroevedraaier om de 4 mm bout waarmee de asafdekking wordt vastgedraaid, los te draaien en verwijder vervolgens de asafdekking. (3) Druk de drijfas-vergrendeling naar binnen en draai de bout los met de 10 mm naafbussleutel (standaard toebehoren). De bout heeft een linksdraaiend schroefdraad en wordt derhalve losgedraaid door naar rechts te draaien, zoals afgebeeld in Afb. 28. OPMERKING 䡬 Als de drijfas-vergrendeling niet gemakkelijk naar binnen gedrukt kan worden om de drijfas te vergrendelen, draait u de bout aan met de 10 mm naafbussleutel (standaard toebehoren) terwijl u de drijfas-vergrendeling drukt. De drijfas van het zaagblad wordt vergrendeld wanneer de drijfas-vergrendeling naar binnen wordt gedrukt. (4) Verwijder de bout en de sluitring (B). (5) Til de onderste afscherming omhoog en monteer het zaagblad. WAARSCHUWING Bij het bevestigen van het zaagblad moet u controleren of de draai-indicatiemarkering op het zaagblad en de draairichting op de tandwielkast (Afb. 1) correct op elkaar afgestemd zijn. (6) Reinig sluitring (B) en de bout en plaats deze op de zaagbladdrijfas. (7) Druk de drijfas-vergrendeling naar binnen en haal de bout aan door met de 10 mm naafbussleutel (standaard toebehoren) naar links te draaien, zoals afgebeeld in Afb. 28. LET OP 䡬 Controleer of de drijfas-vergrendeling naar de teruggetrokken positie is teruggekeerd nadat u het zaagblad aangebracht of verwijderd hebt. 䡬 Draai de bout goed vast zodat deze tijdens de werking van het gereedschap niet los kan schieten. 䡬 Controleer dat de bout goed is vastgedraaid alvorens de werking van het elektrische gereedschap te starten.
2. Verwijderen van het zaagblad
Maak het zaagblad los door de bevestigingsprocedure in bovenstaande paragraaf 1 in de omgekeerde volgorde uit te voeren. Het zaagblad kan gemakkelijk verwijderd worden nadat de onderste afscherming is opgetild. LET OP 䡬 Gebruik uitsluitend zaagbladen met een diameter van 235 – 255 mm.
ONDERHOUD EN INSPECTIE
WAARSCHUWING Voorkom ongelukken en letsel en controleer derhalve altijd dat het gereedschap met de startschakelaar is uitgeschakeld (OFF) en de stekker van het netsnoer uit het stopcontact is getrokken alvorens onderhoud uit te voeren of het gereedschap te inspecteren.
1. Inspecteren van het zaagblad
Vervang het zaagblad onmiddelijk bij de eerste tekenen van botheid of schade. Een beschadigd zaagblad kan leiden tot persoonlijk letsel en een bot zaagblad levert slechte prestaties en overbelas mogelijk de motor. LET OP 䡬 Gebruik nooit een bot zaagblad. Een bot zaagblad leidt meestal tot een grotere druk op de zaaghendel en maakt het gebruik van de electrische machine onveilig.
2. Inspecteren van de hendel (Afb. 30 en Afb. 31)
Indien M6 Imbus hoofdbouten (2) loszitten, lijnt u de zijden van de geleider en het zaagblad uit met het ijzeren vierkant. Maak tussen het zaagblad en de geleider een hoek van 90 graden en draai de imbus hoofdbouten (2) weer vast.
3. Inspecteren van de koolborstels (Afb. 32 en Afb. 33)
De koolborstels in de motor zijn vervangbare onderdelen. Motorstoringen kunnen optreden wanneer koolborstels overmatig verslijten. Controleer daarom regelmatig de koolborstels en vervang deze zodra ze zijn versleten tot aan de "slijtagegrens" (Afb. 32). Zorg er tevens voor dat de koolborstels schoon zijn en dat deze soepel in de borstelhouders heen en weer schuiven. Demonteer de borstelkappen (Afb. 33) met een kruiskopschroevendraaier om daarna eenvoudig de koolborstels te verwijderen.
4. Onderhoud van de Motor (zie Afb. 1)
De motorspoelwikkel is het 'hart' van dit stuk gereedschap. Wees uiterst voorzichtig dat dit onderdeel niet wordt beschadigd en/of in aanraking komt met water of olie. OPMERKING 䡬 Opeenhoping van stof en dergelijke in de motor kan leiden tot storingen. Laat de motor zo om de 50 uur lopen zonder iets te zagen. Op deze mnaier wordt via een gat aan de achterkant van het motor lucht naar binnen gezogen, waardoor stof en dergelijke kan ontsnappen.
5. Inspecteren van de schroeven
Inspecteer regelmatig of de verschillende onderdelen van het gereedschap stevig vastzitten. Draai alle losse onderdelen aan. WAARSCHUWING 䡬 Gebruik, om persoonlijk letsel te voorkomen, dit electrisch gereedschap nooit indien enig onderdeel loszit.
6. Inspecteren van de onderste afscherming voor correct
gebruik Controleer voor elk gebruik of de onderste afscherming (Afb. 7) soepel heen en weer kan bewegen. 05Ned_C10FCH2_WE_7L 3/11/09, 9:535051 Nederlands Gebruik het gereedschap alleen wanneer de onderste afscherming correct functioneert en in goede mechanische conditie verkeert.
Controleer of na gebruik de volgende stappen zijn ondernomen: (1) De aan/uitknop staat op 'OFF', (2) De stekker van het netsnoer is uit het stopcontact gehaald, (3) Bewaar de machine op een droge plek buiten het bereik van kinderen.
Smeer de volgende oppervlakken éénmaal per maand zodat het elektrische gereedschap langdurig uitermate goed blijft functioneren (zie Afb. 1 en Afb. 2). Gebruik bij voorkeur machine-olie. Te smeren punten:
- Draaiend gedeelte scharnier
- Draaiend gedeelte klem-montage
Verwijder regelmatig al het zaagsel, stof en ander restafval van het oppervalk van de machine met een in sop gedrenkte vochtige doek. Laat de motor niet in aanraking komen met water of olie om beschadigen te voorkomen. (Alleen bij Model C10FCH2) Indien de laserstraal onzichtbaar wordt wegens zaagsel en dergelijke op het venster van de zender van de laserstraal, maak dit venster dan schoon met een droge doek of met een in sop gedrenkte vochtige doek.
10. Lijst vervangingsonderdelen
A:Ond.nr. B:Codenr. C:Gebr.nr. D:Opm. LET OP Reparatie, modificatie en inspectie van Hitachi elektrisch gereedschap dient te worden uitgevoerd door een erkend Hitachi Service-centrum. De laserinrichting in het bijzonder dient uitsluitend te worden nagezien en onderhouden door een erkende vertegenwoordiger van de fabrikant. Laat reparatie van de laserinrichting te allen tijde over aan uw erkende Hitachi Service-centrum. Deze Onderdelenlijst komt van pas wanneer u deze samen met het gereedschap aanbiedt bij het erkende Hitachi Service-centrum wanneer u om reparatie of ander onderhoud verzoekt. Bij gebruik en onderhoud van elektrisch gereedschap dienen de in het land waar u zich bevindt geldende veiligheidsregelgeving en veiligheidsstandaarden stipt te worden opgevolgd. MODIFICATIES Hitachi elektrisch gereedschap wordt voortdurend verbeterd en gewijzigd teneinde gebruik te kunnen maken van de nieuwste technische ontwikkelingen. Daarom is mogelijk dat sommige onderdelen (zoals codenummers en/of ontwerp) zonder voorafgaande kennisgeving gewijzigd worden. GARANTIE De garantie op het elektrisch gereedschap van Hitachi is in overeenstemming met de wettelijke/landspecifieke richtlijnen. Deze garantie dekt geen defecten of schade als gevolg van foutief gebruik, misbruik of normale slijtage. In geval van klachten verzoeken wij u het elektrisch gereedschap samen met het GARANTIECERTIFICAAT dat u achterin deze handleiding aantreft naar een erkend servicecentrum van Hitachi te sturen. Indien door de gebruiker de machine wordt gedemonteerd vervalt de aanspraak op garantie. OPMERKING HITACHI volgt continu een research-en ontwikkelingsprogramma. De hier gegeven specificaties zijn derhalve zonder voorafgaande kennisgeving wijzigbaar. Informatie betreffende luchtgeluid en trillingen De gemeten waarden zijn verkregen overeenkomstig EN61029. Het doorsnee A-gewogen geluiddruknivo is 95 dB (A) Het standaard A-gewogen geluiddruknivo: 108 dB (A) Draag gehoorbescherming. Typische gewogen effektieve versnellingswaarde: 2,6 m/s
Informatie omtrent de te gebruiken stroomvoorziening met elektrisch gereedschap met een opgegeven voltage van 230 V~ In- en uitschakelen van elektrische apparatuur kan fluctuaties in de spanning teweeg brengen. Gebruik van dit elektrische gereedschap op een stroomnet in twijfelachtige toestand kan een negatief effect hebben op de werking van andere elektrische apparatuur. Wanneer de impedantie van de stroomvoorziening gelijk is aan of minder dan 0,29 Ohm, zullen zich waarschijnlijk geen negatieve effecten voordoen. Normaal gesproken wordt de maximaal toelaatbare impedantie van de stroomvoorziening niet overschreden wanneer de betreffende groep waar het gebruikte stopcontact toe behoort gevoed wordt via een verdeeldoos met een opgegeven belaste stroomsterkte van 25 Ampère, of hoger. Als de stroom uitvalt of als de stekker uit het stopcontact wordt getrokken, dient u de schakelaar onmiddellijk uit (OFF) te zetten. Zo voorkomt u dat het apparaat per ongeluk weer begint te werken wanneer de stroomvoorziening hersteld wordt. 05Ned_C10FCH2_WE_7L 3/11/09, 9:535152 Español
SimpelGids