BENNING IT 105 - Meetinstrumenten

IT 105 - Meetinstrumenten BENNING - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis IT 105 BENNING in PDF-formaat.

📄 79 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice BENNING IT 105 - page 65
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Italiano IT Nederlands NL
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over IT 105 BENNING

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Meetinstrumenten in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding IT 105 - BENNING en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. IT 105 van het merk BENNING.

GEBRUIKSAANWIJZING IT 105 BENNING

Fig. 1a: Voorzijde van het apparaat/bovenpaneel

BENNING IT 105 - 1

text_image RISO 250 V 500 V 1 kV V≈ RLOW OFF Zs / Zi HIGH CURRENT ⚠️ Zs / Zi NO-TRIP AUTO x¹/₂ RCDt x1 x5 M RCDt

Fig. 1b: Functiekeuzeschakelaar

BENNING IT 105 - 2

text_image A L-NPE 180° B S C multi D IΔn E F G H I N M ● L-PE ● L-N ● N-PE ≥8.8.8.8 MkΩ msA VAC DC PFC≥1888 V Hz PSC<1888 mkA J AUTO 1/25 IΔn RCD L1 L2 L3 L1 L3 L2

Bild 1c: Displayanzeige
Figure 1c: Digital display
Fig. 1c: Écran numérique
Figura 1c: Visualizzazione display
Fig. 1c: Digitaal display

BENNING IT 105 - 3

text_image blau blue bleu blu blauw schwarz black noir nero swart CAT II 300V + V1 440V max ML3 EU2 LU1 N / L3 PE / L2 L / L1 V∞ / Rso / Row 9NNN38

Bild 2: R LOW-/RISO-Messung
Figure 2: R LOW-/RISO measurement
Fig. 2: Mesure de R LOW/RISO
Figura 2: Misurazione R LOW-/RISO
Fig. 2: R LOW-/RISO-meting

BENNING IT 105 - 4

text_image blau blue bleu blu blauw schwarz black noir nero swart CAT B 130V + V1 40V max NL3 ES2 L/L1 N / L3 PE / L2 L / L1 V≥ / Riso / Rlow BENNIN6

Fig. 3: Spanningsmeting via meetsnoeren van 4 mm

BENNING IT 105 - 5

text_image CAI L 300V + V1 10V max N13 FL2 L1 N / L3 PE / L2 L / L1 V≥ / Rise / Flow BENNING

Fig. 7: Roterende veldtest (fasevolgorde)

BENNING IT 105 - 6

text_image Seriennummer serial number FF1,6A 1000VDC

Fig. 8: Batterij en zekering vervangen

Gebruiksaanwijzing BENNING IT 105

De installatietester BENNING IT 105 is een multifunctioneel testapparaat voor het testen van elektrische systemen volgens IEC 60364-6 en EN 50110.

De volgende metingen en tests kunnen worden uitgevoerd:

  • Spannings-, frequentie- en rotatieveld (fasevolgorde)
  • Lage weerstand (RLOW) met teststroom van 200 mA
  • Isolatieweerstand (Riso) met testspanning van 250/500/1000 V
  • RCD-test (RCDt), (RCDl)
  • Lusimpedantie (Zs) zonder de RCD te activeren

- Lus-(Zs)/lijnimpedantie (Zl) met hoge teststroom en berekening van de fout- (PFC) en kortsluitstroom (PSC)

Inhoud

  1. Opmerkingen voor de gebruiker
  2. Veiligheidsvoorschriften
  3. Leveringsomvang en optionele accessoires
  4. Beschrijving van het apparaat
  5. Algemene kenmerken
  6. Gebruiksomstandigheden
  7. Elektrische gegeven
  8. Meten met de BENNING IT 105
    8.1 Voorbereiden van de metingen
    8.1.1 De BENNING IT 105 in- en uitschakelen
    8.1.2 Controleren van de batterijstatus
    8.1.3 Sonde met TEST-knop
    8.2 Spanning, frequentie en draaiveld (fasevolgorde)
    8.3 Lage weerstand (RLOW) met 200 mA teststroom
    8.4 Isolatieweerstand (Riso)
    8.5 Lusimpedantie (Zs) en lijnimpedantie (Zl)
    8.5.1 Meting met hoge teststroom (HIGH CURRENT)
    8.5.2 Meting met zwakke teststroom (NO-TRIP)
    8.6 RCD-test
    8.6.1 Uitschakeltijd RCDt (AUTO)
    8.6.2 Uitschakeltijd RCDt (x ^1/2 , x1, x5)
    8.6.3 Uitschakelstroom RCDI
  9. Onderhoud
  10. Milieu

1. Opmerkingen voor de gebruiker

BENNING IT 105 - Opmerkingen voor de gebruiker - 1

Deze handleiding is geschreven voor geschoold vakpersoneel! Gekwalificeerd personeel kan risico's identificeren en potentiële gevaren vermijden. Er bestaat gevaar voor letsel door ondeskundig gebruik!

BENNING IT 105 - Opmerkingen voor de gebruiker - 2

Waarschuwing voor gevaarlijke spanning! Het is essentieel om alle veiligheidsinstructies in acht te nemen!

Internationale, nationale en mogelijk regionale elektrotechnische voorschriften moeten in alle gevallen worden nageleefd. Relevante kennis van elektrotechniek is vereist.

De BENNING IT 105 is bedoeld voormetingen in drogeruimtes (zie hiervoorpunt. 6: Gebruiksomstandigheden). In de gebruiksaanwijzing en op de BENNING IT 105 worden de volgende symbolen gebruik:

Waarschuwing voor gevaarlijke spanning!Duidt op aanwijzingen die opgevolgd moeten worden om gevaar voor de gebruiker te vermijden.
Let op de gebruiksaanwijzing!Het symbool geeft aan, dat de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing in acht moeten worden genomen, om gevaren te voorkomen.
Dit waarschuwingssymbool wijst erop dat de BENNING IT 105 niet mag worden ingezet in ver- delersystemen met spanningen boven de 440 V.
De tester is oververhit. In het digitale display2wordt het symbool „Hot“ weergegeven en worden de metingen opgeschort totdat de interne temperatuur onder de toegestane limiet daalt. Koppel de tester los van het testobject en schakel de tester uit.
Dit symbool op de BENNING IT 105 betekent dat de BENNING IT 105 in overeenstemming met de EU-richtlijnen is.
Dit symbool verschijnt in het scherm bij een te lage batterijspanning. Zodra het batterijsymbool knippert, vervangt u de batterijen onmiddellijk door nieuwe batterijen.
Dit symbool verschijnt op het display voor een defecte zekering (zie paragraaf 9.4 Vervangen van de zekering).
(DC) gelijkspanning/-stroom
(AC) wisselspanning/-stroom
Aarding (spanning t.o.v. aarde)
Beschermingsklasse II

2. Veiligheidsvoorschriften

Dit apparaat is gebouwd en getest volgens de voorschriften:

VDE 0411 deel 1/ DIN EN 61010-1

VDE 0411 deel 2-030/ DIN EN 61010-2-030, VDE 0411 deel 031/ DIN EN 61010-031

VDE 0413 deel 1, 2, 3, 4, 6, 7 en 10/ DIN EN 61557-1, -2, -3, -4, -6, -7 en 10

en heeft, vanuit een technisch veiligheidsoogpunt, de fabriek verlaten in een perfecte staat. Om deze staat te handhaven en om zeker te zijn van gebruik zonder gevaar, dient de gebruiker goed te letten op aanwijzingen en waarschu wingen zoals aangegeven in deze gebruiksaanwijzing. Een verkeerd gebruik en niet-naleving van de waarschuwingen kan ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben.

Wees extreem voorzichtig tijdens het werken met blanke draden of hoofdleidingen. Contact met spanningsvoerende leidingen kan elektrocutie veroorzaken.Bedenk dat werken aan installaties of onderdelen die onder spanning staan, in principe altijd gevaar kan opleveren. Zelfs spanningen vanaf 30 V AC en 60 V DC kunnen voor mensen al levensgevaarlijk zijn.
Het apparaat mag alleen in stroomkringen van de overspanningscategorie III met max. 300 V tussen fase en aarde worden toegepast.Gebruik alleen passende meetsnoeren voor deze. Bij metingen binnen de meetcategorie III mag het uitstekende geleidende gedeelte van een contactpunt op de veiligheidsmeetleidingen niet langer zijn dan 4 mm.Voor metingen binnen de meetcategorie III moeten de bij de set gevoegde, met CAT III aangeduide opsteekdoppen op de contactpunten worden gestoken. Deze maatregel dient ter bescherming van de gebruiker.
De meting van de weerstand van de beschermingsgeleider kan worden vervalst door parallel geschakelde impedanties van extra bedrijfscircuits en door compenserende stromen.De meting van de beschermingsgeleider en isolatieweerstand mag alleen worden uitgevoerd op spanningsloze systeemcomponenten.Raak de meetpunten niet aan!Tijdens isolatieweerstandsmetingen kunnen hoge elektrische spanningen aanwezig zijn aan de meetpunten.
Raak metalen delen van het testobject tijdens de meting niet aan.
Het BENNING IT 105-testapparaat moet onmiddellijk na het einde van de test van het elektrische systeem worden losgekoppeld.
Gebruik alleen de meetsnoeren die bij de BENNING IT 105 worden geleverd.
Gebruik de BENNING IT 105-tester uitsluitend in overeenstemming met het beoogde gebruik dat in deze handleiding wordt vermeld. Als u dit niet doet, kan dit de beschermende functie van de BENNING IT 105 beïnvloeden.
Elke keer, voordat het apparaat in gebruik wordt genomen, moet het worden gecontroleerd op beschadigingen. Ook de veiligheidsmeetsnoeren dienen te worden nagekeken.

Bij vermoeden dat het apparaat niet meer geheel zonder gevaar kan worden gebruikt, mag het dan ook niet meer worden ingezet, maar zodanig worden opgeborgen dat het, ook niet bij toeval, niet kan worden gebruikt.

Er moet vanuit worden gegaan dat gebruik van het apparaat niet meer verantwoord is bij:

  • zichtbare schade aan de behuizing en/of meetsnoeren van het apparaat.
  • kennelijke meetfouten of gehele uitval van het apparaat.
  • waarneembare gevolgen van langdurige opslag onder minder gunstige omstandigheden.
  • vermoedelijke schade t.g.v. transport, onoordeelkundig gebruik etc..
  • indien het apparaat vochtig zijn.
Onderhoud:
Het apparaat niet openen, zij bevat geen onderdelen die door de gebruiker te repareren zijn.
Reparatie en service alleen door gekwalificeerd personeel (uitzondering: zie paragraaf 9.4 Vervanging van de zekering).
⚠️ Reiniging: Reinig de buitenkant regelmatig met een doek en reinigingsmiddel en wrijf deze aansluitend goed droog. Gebruik geen schuur- of oplosmiddelen.

3. Leveringsomvang en optionele accessoires

Bij de levering van de BENNING IT 105 behoren met indexniveau .01 omvat:

3.1 één BENNING IT 105 (meetleidingsconnectoren: zwart, blauw, groen) (10220312)
3.2 één stuk transportkoffer met accessoirevak (ond. nr. 10198412)
3.3 één stuk testpunt met TEST-knop (ond. nr. 10162173)
3.4 één stuk testkabel met veiligheidscontactstekker (zwart, blauw, groen) (10220313)
3.5 één stuk meetsnoer/krokodilklem set (zwart, blauw, groen) (10217751)
3.6 één stuk 4 mm adapter (blauw) (10217754)
3.7 één stuk draagriem (101198409)
3.8 zes batterijen van 1,5 V, mignon IEC LR6/ type AA en een zekering (ingebouwd)
3.9 één gebruiksaanwijzing
3.10 een kalibratiecertificaat

Let op:

Het indexniveau .01 houdt andere kleuren in voor de meetleidingsconnectoren van de testapparaten en de meettoebehoren.

Bij indexniveau .01 worden de volgende posities met een andere kleur geleverd:

3.1 Eén installatietestapparaat BENNING IT 105 (meetleidingsconnectoren: rood, zwart, groen) (10198414)

3.4 Eén testkabel met veiligheidscontactstekker (rood, zwart, groen) (10198407)
3.5 Eén set meetleidingen/krokodilklemmen (rood, zwart, groen) (10198406)
3.6 maakt geen deel uit van de leveringsomvang

Opmerking t.a.v. aan slijtage onderhevige onderdelen:

  • Voorts is de BENNING IT 105 voorzien van een smeltzekering tegen overbelasting, voor een nominale stroom van 1,6 A, 1000 V, FF, scheidingsvermogen ≥ 30 kA, D = 6,3 mm, L = 32 mm (ond. nr. 10194027)
  • De BENNING IT 105 wordt gevoed door zes batterijen van 1,5 V (mignon, IEC LR6, AA)

Opmerking t.a.v. optionele onderdelen:

- BENNING TA 5 40 m meetsnoer met opwikkelaar en handlus, voor het meten van de aardverbindingen (044039)

4. Beschrijving van het apparaat

Zie fig. 1a: Voorzijde van het apparaat/ bovenpaneel

Zie fig. 1b: Functiekeuzeschakelaar

Zie fig. 1c: Digitaal display

Hieronder volgt een beschrijving van de in fig. 1a, 1b en 1c aangegeven informatie- en bedieningselementen:

① Functiekeuzeschakelaar
② Digitaal display, afmetingen 95 x 55 mm, met achtergrondverlichting
③ Functietoetsen F1 tot F4
④ TEST-knop
⑤ Zwarte testkabelconnector L/ L1
6 Groene testkabelconnector PE/ L2
⑦ Blauwe testkabelconnector N/ L3

Functiekeuzeschakelaar

Ⓐ Spanning (V), frequentie (Hz), draaiveld
⑧ Isolatieweerstand (Riso) met 1000 V testspanning
© Isolatieweerstand (Riso) met 500 V testspanning
© Isolatieweerstand (Riso) met 250 V testspanning
⑤ Doorgangstest (RLow) met 200 mA teststroom
⑤ OFF, uitschakeling
Lus-/ lijnimpedantie (Zs/Zl HIGH CURRENT) met hoge teststroom en berekening van de kortsluiting/foutstroom (PSC/PFC)
Lus-/ lijnimpedantie (Zs/Z1 NO-TRIP) zonder activering van de RCD (foutstroombeveiligingsapparaat) en berekening van de kortsluiting/foutstroom (PSC/PFC)
① RCD uitschakeltijd (AUTO)
⑤ RCD uitschakeltijd met 12 x IΔN (RCDt)
© RCD uitschakeltijd met 1 x IΔN (RCDt)
L RCD uitschakeltijd met 5 x IΔN (RCDt)
M RCD uitschakelstroom met oploopmethode (RCD1)

Digitaal display

Symbolen van de functietoets F1. Herhaald indrukken van de F1 toets selecteert de beschikbare opties in de gekozen testfunctie.
⑧ Symbolen van de functietoets F2. Herhaald indrukken van de F2 toets selecteert de beschikbare opties in de gekozen testfunctie.
Symbolen van de functietoets F3. Herhaald indrukken van de F3 toets selecteert de beschikbare opties in de gekozen testfunctie.
Symbolen van de functietoets F4. Herhaald indrukken van de F4 toets selecteert de beschikbare opties in de gekozen testfunctie.
E Voortgangsbalkweergave van lusimpedantie (Zs, NO-TRIP).

F Symbolen van de geselecteerde RCD-testfuncties.
© RCD-Status. Informeert over het triggeren van de RCD.
H Draaiveldindicator
① Batterijsymbool, status van resterende batterijcapaciteit
J Subdisplay voor meetresultaten
K Hoofddisplay voor meetresultaten
Netspanningsindicator. Bevestigt de correcte spanningspotentialen tussen buitengeleider en aarde (L-PE), buitengeleider en neutraal (L-N) en neutraal en aarde (N-PE) voor de RCD-meting en de lus-/lijnimpedantiemetingen.

Display voor correcte netspanning:

BENNING IT 105 - Digitaal display - 1

Let op:

Controleer of de meetleidingen correct aangesloten zijn of draai de veiligheidscontactstekker van de testkabels 180° wanneer de indicator voor de voedingsspanning knippert:

  • Zwarte testkabelconnector L 5 met buitengeleider L verbinden
  • Blauwe testkabelconnector N ⑦ met neutraal N verbinden
  • Groene testkabelconnector PE 6 met aarde PE verbinden

Bij onjuiste netspanning wordt de meting geblokkeerd.

Waarschuwingslampjes. "Waarschuwing – elektrisch gevaar!", "Let op: raadpleeg documentatie!" en "Tester is oververhit", neem de relevante delen van deze handleiding in acht.
N Symbol voor een defecte zekering

5. Algemene kenmerken

De BENNING IT 105 voert elektrische veiligheidstesten uit op elektrische systemen in overeenstemming met IEC 60364-6 en EN 50110.

  • Afmetingen van het apparaat: (L x B x H) = 235 x 132 x 92 mm
  • Gewicht: 1370 g met batterijen

6. Gebruiksomstandigheden

  • De BENNING IT 105 is bedoeld om gebruikt te worden voor metingen in droge ruimtes
  • Barometrische hoogte bij metingen: 2000 m maximaal
  • Overspanningscategorie IEC 61010-1 → 300 V categorie III
  • Beschermingsgraad stofindringing: 2
  • Beschermingsgraad: IP 40 (EN 60529)

Betekenis IP 40: Het eerste cijfer (4); Bescherming tegen binnendringen van stof en vuil > 1 mm in doorsnede, (eerste cijfer is bescherming tegen stof/vuil). Het tweede cijfer (0); Niet beschermd tegen water, (tweede cijfer is waterdichtheid).

  • EMC: EN 61326-1
  • Omgevingstemperatuur en relatieve vochtigheid:

Bij een omgevingstemperatuur van 0 °C tot 40 °C, niet-condenserend

- Opslagtemperatuur: de BENNING IT 105 kan worden opgeslagen bij temperaturen van - 25 °C tot + 65 °C met een relatieve vochtigheid van de lucht < 90 %. Daarbij dienen dan wel de batterijen verwijderd te worden.

Opmerking: De nauwkeurigheid van de meting wordt aangegeven als som van:

  • een relatief deel van de meetwaarde
  • een aantal digits.

Deze nauwkeurigheid geldt bij temperaturen van 18 °C tot 28 °C bij een relatieve vochtigheid van de lucht < 80 %.

7.1 Spanning (V), frequentie (Hz)

Meetbereik ResolutieNauwkeurigheid van de meting
0 V - 440 V AC/DC1 V± (5 % + 2 digits)
45 Hz - 65 Hz1 Hz± 1 Hz

7.2 Doorgangstest (RLOW)

Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid van de meting

0,15 Ω - 199 Ω max. 0,01 Ω ± (2 % + 5 digits)

Teststroom: > 200 mA

Nullastspanning: > 4 V, < 8 VDC

Aantal herhaaltesten (EN 61557-4): ca. 4000

7.3 Isolatieweerstand (Riso)

Teststroom: > 1 mA, < 2 mA bij kortsluiting

Aantal herhaaltesten (EN 61557-2): ca. 3000

Testspanningindicatie: ± 5 %

7.4 Lusimpedantie (Zs)

Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid van de meting

Hoge teststroom:
0,20 Ω - 1999 Ωmax. 0,01 Ω ± (5 % + 5 digits)
Zonder RCD-triggering:
1,00 Ω - 1,99 Ω0,01 Ω± (5 % + 12 digits)
2,0 Ω - 19,9 Ω0,1 Ω± (5 % + 12 digits)
20 Ω - 1999 Ω1 Ω± (5 % + 5 digits)

Netspanning: 195 V - 253 V, 45 Hz - 65 Hz

Nominale teststroom: < 15 mA (zonder RCD triggering)

3 A (hoge teststroom)

Foutstroombereik (PFC): 0 A - 26 kA, voor meetwaarden < 10 A en > 999 A wordt een „-“ als decimaalscheidingsteken gebruikt

7.5 Lijnimpedantie (ZI)

Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid van de meting

0,20 Ω - 1999 Ωmax. 0,01 Ω ± (5 % + 5 digits)

Netspanning: 195 V - 253 V, 45 Hz - 65 Hz

328 V - 440 V, 45 Hz - 65 Hz

Nominale teststroom: 3 A

Kortsluiting stroombereik (PSC): 0 A - 26 kA, voor meetwaarden < 10 A en > 999 A wordt een „-“ als decimaalscheidingsteken gebruikt

7.6 RCD test

Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid van de meting

0 ms - 2000 ms ( 12 I N)1 ms± (5 % + 2 digits)
0 ms - 400 ms (I N, algemeen)1 ms± (5 % + 2 digits)
0 ms - 500 ms (I N, selectief)1 ms± (5 % + 2 digits)
0 ms - 40 ms (5 I N)1 ms± (5 % + 2 digits)

Netspanning: 195 V - 253 V, 45 Hz - 65 Hz

Nominale teststroom: 10 mA, 30 mA, 100 mA, 300 mA (type AC, A) 500 mA (type AC)

Nauwkeurigheid van teststroom: - 0 %, + 10 % bij IΔN en 5 IΔN

- 10 %, + 0 % bij ½ IΔN

Uitschakelstroombereik: 12 IΔN - 1,1 IΔN (type AC, sinusvormig)

12 IΔN - 1,5 IΔN (type A, pulserend)

Nauwkeurigheid uitschakelstroom: 10 %

type AC:

type A:

Teststroom sinusvormig

Teststroom pulserend

8. Meten met de BENNING IT 105

8.1 Voorbereiden van de metingen

Gebruik en bewaar de BENNING IT 105 uitsluitend bij de aangegeven werk- en opslagtemperaturen. Niet blootstellen aan direct zonlicht.

  • Controleer de gegevens op de veiligheidsmeetsnoeren ten aanzien van nominale spanning en stroom. Origineel met de BENNING IT 105 meegeleverde snoersets voldoen aan de te stellen eisen.
  • Storingsbronnen in de omgeving van de BENNING IT 105 kunnen leiden tot instabiele aanduiding en/of meetfouten.

BENNING IT 105 - Voorbereiden van de metingen - 1

Elke keer, voordat het apparaat in gebruik wordt genomen, moet het worden gecontroleerd op beschadigingen. Ook de veiligheidsmeetsnoeren dienen te worden nagekeken.

8.1.1 De BENNING IT 105 in- en uitschakelen

  • Draai de draaischakelaar ① van de schakelaarstand „OFF“ Ⓔ naar de gewenste meetfunctie om de BENNING IT 105 in te schakelen.
  • De BENNING IT 105 wordt na ongeveer 5 minuten automatisch uitgeschakeld (APO, Auto-Power-Off). Het schakelt weer in wanneer de draaischakelaar ① wordt ingeschakeld vanuit de schakelaarstand „OFF“.

8.1.2 Controleren van de batterijstatus

De BENNING IT 105 voert een automatische batterijtest uit tijdens het opstarten en tijdens het gebruik. Lege batterijen worden aangegeven door een batterijsymbool 📄 op de display ②. Zodra het batterijsymbool 📄 knippert, moeten de batterijen onmiddellijk worden vervangen (zie deel 9.3 „Batterij vervangen“).

8.1.3 Sonde met TEST-knop

De testsonde met geïntegreerde TEST-knop kan worden gebruikt in plaats van de zwarte 4 mm-testkabel. Het meetproces kan dus worden gestart via de TEST-knop op de BENNING IT 105 of via de TEST-knop op de testsonde.

8.2 Spanning, frequentie en draaiveld (fasevolgorde)

  • Met de draaischakelaar ① de gewenste functie (V) Ⓐ selecteren.
  • Verbind de meetsnoeren volgens afbeelding 3, 4, 5 of 7 met de BENNING IT 105 en maak contact met het testobject.
  • De spanningsmeting start automatisch, de TEST-knop ④ of de functietoetsen F1 t/m F4 ③ hoeven niet ingedrukt te worden.
  • De hoofddisplay K toont het spanningspotentiaal tussen de zwarte L/L1 ⑤ en de blauwe N/L3 ⑦ meetinvoer.
  • In het geval van wisselspanning (AC), toont de subdisplay ⓚ ook de frequentie (Hz).
  • Bovendien wordt de fasevolgorde (rotatieveld) weergegeven in het driefasige netwerk. Een rotatie met de klok mee (fase 1 vóór fase 2) wordt gegeven wanneer het symbool „L1 L2 L3“ Ⓗ wordt weergegeven en de meetinvoeren als volgt op de fasegeleiders (fasen) worden aangesloten:
    Zwart ⑤ met L1, groen ⑥ met L2 en blauw ⑦ met L3.
    Een rotatie tegen de klok in (fase 2 vóór fase 1) wordt aangegeven door het symbool „L1 L3 L2“ Ⓗ.

8.3 Lage weerstand (RLOW) met 200 mA teststroom

BENNING IT 105 - Lage weerstand (RLOW) met 200 mA teststroom - 1

De meting van de weerstand van de beschermingsgeleider mag alleen worden uitgevoerd op losgekoppelde systeemcomponenten.

BENNING IT 105 - Lage weerstand (RLOW) met 200 mA teststroom - 2

De meting van de weerstand van de beschermingsgeleider kan worden vervalst door paral- lel geschakelde impedanties van extra bedrijfscircuits en door compenserende stromen.

BENNING IT 105 - Lage weerstand (RLOW) met 200 mA teststroom - 3

Als een spanning van> 30 V AC/DC op het testobject wordt toegepast, waarschuwen een knipperend waarschuwingssymbool ⚠ en een signaaltoon over de aanwezigheid van een externe spanning. De externe spanning wordt weergegeven op het digitale display ② en de meting wordt geblokkeerd. Schakel het circuit spanningsloos en herhaal de meting

  • Kies met de draaischakelaar ① de gewenste functie (RLOW) Ⓔ.
  • Op de digitale display ② worden de symbolen van de functietoetsen F1 A tot F4 D kort weergegeven. Met behulp van de functietoetsen F1 tot F4 ③ kunnen de volgende instellingen worden gemaakt, die opgeslagen blijven tot de volgende wijziging:

F1 F2 F3 F4

BENNING IT 105 - Lage weerstand (RLOW) met 200 mA teststroom - 4

- AUTO

BENNING IT 105 - Lage weerstand (RLOW) met 200 mA teststroom - 5

Zoemer (F1):

Wanneer de zoemer wordt geactiveerd, klinkt er een continue signaalton bij meetwaarden < 1 Ω.

Nulregeling (F3):

Om de meetsnoerweerstand op nul te stellen, maakt u contact met de kabels met de krokodillenklemmen en drukt u op de F3-toets ③ totdat het Symbol in de digitale uitlezing ② verschijnt.

BENNING IT 105 - Nulregeling (F3): - 1

Meetsnoerweerstanden kunnen tot 10 Ohm gecompenseerd worden.

AUTO start (F4):

Als AUTO Start wordt geactiveerd, wordt de continuïteitstest automatisch gestart als de toegepaste weerstand bij de meetpunten < 20 kΩ is. De functie blijft opgeslagen, zelfs nadat de tester is uitgeschakeld.

  • Verbind de meetsnoeren met de BENNING IT 105 volgens afb. 2 en maak contact met het testobject.
  • De continuïteitstest start automatisch wanneer de AUTO-start-functie wordt geactiveerd via de functietoets F4 ③. U kunt ook op de TEST-knop ④ drukken en deze ingedrukt houden om een continuïteitstest te starten.
  • Herhaal de meting met omgekeerde meetsnoeren op het testobject voor polariteitswisseling van de teststroompolariteit.
  • De hoofddisplay Ⓚ geeft de weerstandswaarde en de subdisplay geeft Ⓙ de testspanning aan.

8.4 Isolatieweerstand (Riso)

BENNING IT 105 - Isolatieweerstand (Riso) - 1

De meting van de isolatieweerstand mag alleen worden uitgevoerd op spanningsloze systeemcomponenten.

BENNING IT 105 - Isolatieweerstand (Riso) - 2

Als een spanning van> 30 V AC/DC op het testobject wordt toegepast, waarschuwen een knipperend waarschuwingssymbool ⚠ en een signaaltoon over de aanwezigheid van een externe spanning. De externe spanning wordt weergegeven op het digitale display ② en de meting wordt geblokkeerd. Schakel het circuit spanningsloos en herhaal de meting.

  • Kies met de draaischakelaar ① de gewenste functie Riso (250 V Ⓓ, 500 V © of 1000 V Ⓔ).
  • Op de digitale display ② worden de symbolen van de functietoetsen F1 A tot F4 D kort weergegeven. Met behulp van de functietoetsen F1 tot F4 ③ kunnen de volgende instellingen worden gemaakt, die opgeslagen blijven tot de volgende wijziging:

F1 F2 F3 F4

BENNING IT 105 - Isolatieweerstand (Riso) - 3

BENNING IT 105 - Isolatieweerstand (Riso) - 4

Zoemer (F1):

Wanneer de zoemer wordt geactiveerd, klinkt er een continue signaalton bij meetwaarden < 1 MΩ.

Lock (vergrendelen) (F2):

De vergrendelingsfunctie maakt een continue meting van de isolatieweerstand mogelijk zonder de TEST-toets ④ opnieuw in te drukken of vast te houden. Druk voor een continue meting op de functietoets F2 ③ en druk vervolgens op de TEST-toets ④. Het LOCK-symbol ⑤ verschijnt op de digitale display ② en de testspanning wordt continu toegepast op de meetpunten. De vergrendelingsfunctie kan worden beëindigd door op de functietoets F2 ③ of de TEST-toets ④ te drukken.

- Verbind de meetsnoeren met de BENNING IT 105 volgens afb. 2 en maak contact met het testobject.

  • Houd de TEST-knop ④ ingedrukt om een meting van de isolatieweerstand te starten.
  • De hoofddisplay Ⓔ geeft de weerstandswaarde en de subdisplay geeft Ⓚ de testspanning aan.

8.5 Lusimpedantie (Zs) en lijnimpedantie (Zl)

BENNING IT 105 - Lusimpedantie (Zs) en lijnimpedantie (Zl) - 1

De meting vereist een correcte aansluiting van de netspanning volgens afbeelding 4, 5 of 6 op de BENNING IT 105. De netspanningsindicator moet permanent branden: ●L-PE

BENNING IT 105 - Lusimpedantie (Zs) en lijnimpedantie (Zl) - 2

Controleer of de meetleidingen correct aangesloten zijn of draai de veiligheidscontactstekker van de test-kabels 180° wanneer de indicator voor de voedingsspanning knippert.

8.5.1 Meting met hoge teststroom (HIGH CURRENT)

BENNING IT 105 - Meting met hoge teststroom (HIGH CURRENT) - 1

Een meting van de lusimpedantie Zs (L-PE) met een hoge teststroom triggert een stroomopwaartse RCD-stroomonderbreker! Als de aardlekschakelaar wordt geactiveerd, verschijnt „RCD“ in de digitale display ② en wordt de meting onderbroken.

  • Kies met de draaischakelaar ① de gewenste functie Zs / Zl (HIGH CURRENT) ©.
  • Op de digitale display ② worden de symbolen van de functietoetsen F1 A tot F4 D kort weergegeven. Met behulp van de functietoetsen F1 tot F4 ③ kunnen de volgende instellingen worden gemaakt:

F1 F2 F3 F4

L-PE / L-N -- AUTO

L-PE of L-N (F1):

De functietoets F1 ③ bepaalt of de meting moet worden uitgevoerd tussen L-PE (lusimpedantie Zs) of L-N (lijnimpedantie Z1).

AUTO start (F4):

Wanneer AUTO Start wordt geactiveerd, start de meting automatisch 4 seconden nadat de BENNING IT 105 op netspanning is aangesloten. Druk opnieuw op de functietoets F4 ③ om te deactiveren.

  • Verbind de meetsnoeren volgens afbeelding 4, 5 of 6 met de BENNING IT 105 en maak contact met het testobject.
  • Druk op de TEST-knop ④ om de meting te starten.
  • De hoofddisplay ⚫ toont de lusimpedantie (Zs)/lijnimpedantie (Zi) en de subdisplay ⚪ toont de onaangetaste foutstroom (PFC)/kortsluitstroom (PSC).

Let op:

Voor het meten van de lusimpedantie Zs (L-PE) op briefasige verbruikers zonder N-geleider (bijv. Motoren), de groene testkabelconnector PE/ L2 ⑥ en de blauwe testkabelconnector N/ L3 ⑦ kunnen worden overbrugd met de blauwe 4 mm adapter.

Het meten van de leidingsimpedantie Zl (L-L), fase tegen fase, kan enkel met een hoge teststroom uitgevoerd worden. Hiervoor moeten de meetleidingen zoals op afbeelding 6 aangesloten worden op de BENNING IT 105 en in contact gebracht worden met het testobject. Wanneer de groene meetleidingsconnector PE ⑥ niet met de PE-aarding van het testobject verbonden is, zal na een druk op TEST-toets ④ het symbool 'NO-E' verschijnen in display ② en zal de meting gestopt worden.

8.5.2 Meting met zwakke teststroom (NO-TRIP)

BENNING IT 105 - Meting met zwakke teststroom (NO-TRIP) - 1

Een meting van de lusimpedantie (Zs) L-PE met een zwakke teststroom veroorzaakt meestal geen stroomopwaartse RCD-stroomonderbreker! Bestaande foutstromen in het systeem kunnen echter de meting beïnvloeden. Als de aardlekschakelaar wordt geactiveerd, verschijnt „RCD“ in de digitale display ② en wordt de meting onderbroken.

  • Kies met de draaischakelaar ① de gewenste functie Zs/ Zl (NO-TRIP) Ⓗ.
  • Op de digitale display ② worden de symbolen van de functietoetsen F1 A tot F4 D kort weergegeven. Met behulp van de functietoetsen F1 tot F4 ③ kunnen de volgende instellingen worden gemaakt:

F1 F2 F3 F4

L-PE / L-N -- AUTO

L-PE of L-N (F1):

De meting met een zwakke teststroom voert tegelijkertijd een test uit van de lusimpedantie (Zs) en de lij-nimpedantie (Zl). Het meetresultaat kan na het uitvoeren van de meting met de functietoets F1 ③ worden opgeroepen.

AUTO start (F4):

Wanneer AUTO Start wordt geactiveerd, start de meting automatisch 4 seconden nadat de BENNING IT 105 op netspanning is aangesloten. Druk opnieuw op de functietoets F4 ③ om te deactiveren.

  • Verbind de meetsnoeren met de BENNING IT 105 volgens afb. 4, 5 of 6 en maak contact met het testobject.
  • Houd de TEST-knop ④ ingedrukt om een meting te starten.
  • De hoofddisplay ⚪ toont de lusimpedantie (Zs)/lijnimpedantie (Zi) en de subdisplay ⚪ toont de onaangetaste foutstroom (PFC)/kortsluitstroom (PSC).

Let op:

Voor het meten van de lusimpedantie Zs (L-PE) op driefasige verbruikers zonder N-geleider (bijv. Motoren), de groene testkabelconnector PE/ L2 ⑥ en de blauwe testkabelconnector N/ L3 ⑦ kunnen worden overbrugd met de blauwe 4 mm adapter.

8.6 RCD-test

BENNING IT 105 - RCD-test - 1

De meting vereist een correcte aansluiting van de netspanning volgens afbeelding 4, 5 of 6 op de BENNING IT 105. De netspanningsindicator moet permanent branden: ●L-PE ●L-N

Controleer of de meetleidingen correct aangesloten zijn of draai de veiligheidscontactstekker van de test-kabels 180° wanneer de indicator voor de voedingsspanning knippert.

BENNING IT 105 - RCD-test - 2

Tijdens de meting bewaakt de BENING IT 105 de contactspanning Uc die toegepast wordt op de beschermende geleider (PE). Als de contactspanning Uc > 25 V is, verschijnt „> 25 V“ in de digitale display ② en kan de gebruiker de meting naar eigen goeddunken voortzetten. Als de contactspanning Uc de waarde van > 50 V overschrijdt, wordt de meting afgebroken.

BENNING IT 105 - RCD-test - 3

Potentiaalvelden van andere aardingssystemen, grote spanningsverschillen tussen beschermingsgeleider en aarde, aardgeleider en neutraal of foutstromen achter de aardlekschakelaar kunnen de meting beïnvloeden.

BENNING IT 105 - RCD-test - 4

Aangesloten verbruikers achter het foutstroombeschermingsapparaat kunnen de meettijd verlengen.

8.6.1 Uitschakeltijd RCDt (AUTO)

De automatische meting van de uitschakeltijd is een testreeks van individuele metingen met verschillende vermenigvuldigers en startpolariteiten (0°/180°) van de nominale foutstroom (IΔN). Telkens wanneer de foutstroombeveiliging wordt ingeschakeld, wordt de test automatisch voortgezet.

12 × I N bij 0^, 12 × I N bij 180^ 1 × I N bij 0^, 1 × I N bij 180^ 5 × I N bij 0^, 5 × I N bij 180^

  • Kies met de draaischakelaar ① de gewenste functie RCDt (AUTO) ①.
  • Op de digitale display ② worden de symbolen van de functietoetsen F1 A tot F4 D kort weergegeven. Met behulp van de functietoetsen F1 tot F4 ③ kunnen de volgende instellingen worden gemaakt:

RCD-test (F2):

BENNING IT 105 - RCD-test (F2): - 1

Sinusvormige teststroom

BENNING IT 105 - RCD-test (F2): - 2

Pulserende teststroom

BENNING IT 105 - RCD-test (F2): - 3

Selectieve (tijdvertraagde) aardlekschakelaar

Bij het testen van selectieve aardlekbeveiligingen begint de meting na een vertraging van 30 sec.

BENNING IT 105 - RCD-test (F2): - 4

flowchart
graph LR
    A["Waveform"] --> B["Sine Waveform"]
    B --> C["Waveform"]
    C --> D["Sine Waveform"]
    D --> E["Output"]

BENNING IT 105 - RCD-test (F2): - 5

(F3):

RECALL-functie, elke keer dat u op de knop drukt, worden de gemeten waarden van de laatste AUTO-meting op de digitale display weergegeven.

BENNING IT 105 - (F3): - 1

flowchart
graph TD
    A["½ x IΔN bij 0°"] --> B["½ x IΔN bij 180°"]
    B --> C["IΔN bij 0°"]
    C --> D["IΔN bij 180°"]
    D --> E["5 x IΔN bij 0°"]
    E --> F["5 x IΔN bij 180°"]
    F --> G["Start de AUTO-meting"]

Gebruik de functietoets F4 om de nominale foutstroom te selecteren:

Beschikbare nominale foutstromen (sinusvormige teststroom)

BENNING IT 105 - (F3): - 2

  • Verbind de meetsnoeren met de BENNING IT 105 volgens afb. 4 of 5 en maak contact met het testobject.
  • Houd de TEST-knop ④ ingedrukt om een meting te starten.
  • Schakel de RCD na elke activering weer in totdat de testprocedure is voltooid.
  • Met de functietoets F4 ③ kunnen de uitschakeltijden voor de verschillende nominale foutstromen in de hoofddisplay K worden opgeroepen.

8.6.2 Uitschakeltijd RCDt (x½, x1, x5)

  • Gebruik de draaischakelaar ① om de vermenigvuldiger (x½ ③, x1 ⑤, x5 ⑥) van de teststroom voor de gewenste functie RCDt te selecteren.
  • Op de digitale display ② worden de symbolen van de functietoetsen F1 A tot F4 D kort weergegeven. Met behulp van de functietoetsen F1 tot F4 ③ kunnen de volgende instellingen worden gemaakt:

F1 F2 F3 F4

0^ / 180^

BENNING IT 105 - Uitschakeltijd RCDt (x½, x1, x5) - 1

- IΔN

0°/ 180° (F1):

0°: teststroom met positieve startpolariteit

180°: teststroom met negatieve startpolariteit

RCD-test (F2):

BENNING IT 105 - RCD-test (F2): - 1

Sinusvormige teststroom

BENNING IT 105 - RCD-test (F2): - 2

Pulserende teststroom

BENNING IT 105 - RCD-test (F2): - 3

Selectieve (tijdvertraagde) aardlekschakelaar

Bij het testen van selectieve aardlekbeveiligingen begint de meting na een vertraging van 30 sec.

BENNING IT 105 - RCD-test (F2): - 4

flowchart
graph LR
    A["Waveform"] --> B["S"]
    B --> C["M"]
    C --> D["S"]

Gebruik de functietoets F4 om de nominale foutstroom te selecteren:

Beschikbare nominale foutstromen (sinusvormige teststroom)

10 mA 30 mA 100 mA 300 mA 500 mA

1/2 IΔN
1 IΔN
5 IΔN
  • Verbind de meetsnoeren met de BENNING IT 105 volgens afb. 4 of 5 en maak contact met het test-object.
  • Houd de TEST-knop ④ ingedrukt om een meting te starten.
  • De hoofddisplay Ⓚ toont de gemeten uitschakeltijd.

8.6.3 Uitschakelstroom RCDI

  • Kies met de draaischakelaar ① de gewenste functie RCDi
  • Op de digitale display ② worden de symbolen van de functietoetsen F1 A tot F4 D kort weergegeven. Met behulp van de functietoetsen F1 tot F4 ③ kunnen de volgende instellingen worden gemaakt:
F1F2F3F4
0^ / 180^ - I N

0°/ 180° (F1):

0°: teststroom met positieve startpolariteit

180°: teststroom met negatieve startpolariteit

RCD-test (F2):

BENNING IT 105 - RCD-test (F2): - 1

Sinusvormige teststroom

BENNING IT 105 - RCD-test (F2): - 2

Pulserende teststroom

BENNING IT 105 - RCD-test (F2): - 3

Selectieve (tijdvertraagde) aardlekschakelaar

Bij het testen van selectieve aardlekbeveiligingen begint de meting na een vertraging van 30 sec.

BENNING IT 105 - RCD-test (F2): - 4

Gebruik de functietoets F4 om de nominale foutstroom te selecteren:

Nominale foutstroom voor RCD type AC

BENNING IT 105 - RCD-test (F2): - 5

  • Verbind de meetsnoeren met de BENNING IT 105 volgens afb. 4 of 5 en maak contact met het testobject.
  • Houd de TEST-knop ④ ingedrukt om een meting te starten.
  • De hoofddisplay Ⓚ toont de gemeten uitschakeltijd.

9. Onderhoud

BENNING IT 105 - Onderhoud - 1

De BENNING IT 105 mag nooit onder spanning staan als het apparaat geopend wordt! Gevaarlijke spanning!

Werken aan een onder spanning staande BENNING IT 105 mag uitsluitend gebeuren door elektrotechnische specialisten, die daarbij de nodige voor zorgsmaatregelen dienen te treffen om ongevallen te voorkomen.

Maak de BENNING IT 105 dan ook spanningsvrij alvorens het apparaat te openen.

  • Zet de draaischakelaar ① in de positie 'Off'.
  • Ontkoppel alle verbindingskabels van het apparaat

9.1 Veiligheidsborging van het apparaat

Onder bepaalde omstandigheden kan de veiligheid tijdens het werken met de BENNING IT 105 niet meer worden gegarandeerd, bijvoorbeeld in geval van:

  • Zichtbare schade aan de behuizing.
  • Meetfouten.
  • Waarneembare gevolgen van langdurige opslag onder verkeerde omstandigheden.
  • Transportschade.

In dergelijke gevallen dient de BENNING IT 105 direct te worden uitgeschakeld en niet opnieuw elders worden gebruikt.

9.2 Reiniging

Reinig de behuizing aan de buitenzijde met een schone, droge doek (speciale reinigingsdoeken uitgezonderd). Gebruik geen oplos- en/ of schuurmiddelen om de BENNING IT 105 schoon te maken. Let er in het bijzonder op dat het batterijvak en de batterijcontacten niet vervuilen door uitlopende batterijen.

Indien toch verontreiniging ontstaat door elektrolyt of zich zout afzet bij de batterij en/ of in het huis, dit eveneens verwijderen met een droge, schone doek.

9.3 Het wisselen van de batterij

BENNING IT 105 - Het wisselen van de batterij - 1

De BENNING IT 105 mag nooit onder spanning staan als het apparaat geopend wordt! Gevaarlijke spanning!

De BENNING IT 105 wordt gevoed door zes batterijen 1,5 V (Mignon IEC LR6, AA). De batterij moet verwisseld worden wanneer het batterijsymbool ⏻ op de display knippert.

De batterijen worden als volgt gewisseld (zie fig. 8):

  • Zet de draaischakelaar ① in de positie "OFF".
  • Leg de BENNING IT 105 op de voorkant en draai de schroef van het batterijdeksel los.
  • Neem het batterijdeksel van het apparaat weg.
  • Neem de ontladen batterijen uit het batterijvak.
  • Plaats de nieuwe batterijen in het batterijvak (op correcte polariteit letten).
  • Plaats het batterijdeksel en draai de schroef aan.

Zie fig. 8: Batterij en zekering vervangen

BENNING IT 105 - Het wisselen van de batterij - 2

Gooi batterijen niet weg met het gewone huisvuil, maar lever ze in op de bekende inzamelpunten. Zo levert u opnieuw een bijdrage aan een schoner milieu.

9.4 Testen en verwisselen van de zekering

BENNING IT 105 - Testen en verwisselen van de zekering - 1

De BENNING IT 105 mag nooit onder spanning staan als het apparaat geopend wordt! Gevaarlijke spanning!

De BENNING IT 105 wordt door een ingebouwde zekering (1,6 A, 1000 V, FF, scheidingsvermogen ≥ 30 kA, afmetingen D = 6,3 mm, L = 32 mm) (10194027), beschermd tegen overbelasting.

Deze zekering wordt als volgt gewisseld (zie fig. 8):

  • Zet de draaischakelaar ① in de positie "OFF".
  • Leg de BENNING IT 105 op de voorkant en draai de schroef van het batterijdeksel los.
  • Neem het batterijdeksel van het apparaat weg.
  • Til de zekering aan één kant met een schroevendraaier uit de zekeringhouder.
  • Neem de defecte zekering uit de zekeringhouder.
  • Plaats de nieuwe zekering. Gebruik alleen zekeringen met gelijke nominale stroom, gelijke nominale spanning, gelijk scheidingsvermogen, gelijke uitschakelkarakteristiek en gelijke afmetingen.
  • Plaats het batterijdeksel en draai de schroef aan.

Zie fig. 8: Batterij en zekering vervangen

9.5 Kalibrierung

BENNING waarborgt de naleving van de in de gebruiksaanwijzing vermelde technische gegevens en nauwkeurigheidsinformatie gedurende het 1ste jaar na de leveringsdatum. Op de nauwkeurigheid van de metingen te waarborgen, is het aan te bevelen het apparaat jaarlijks door onze servicedienst te laten kalibreren.

Wij raden u aan het apparaat aan het einde van zijn nuttige levensduur, niet bij het gewone huisafval te deponeren, maar op de daarvoor bestemde adressen.

Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BENNING

Model : IT 105

Categorie : Meetinstrumenten