BENNING IT 105 - Meetinstrumenten

IT 105 - Meetinstrumenten BENNING - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis IT 105 BENNING in PDF-formaat.

📄 79 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice BENNING IT 105 - page 65
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Italiano IT Nederlands NL

Gebruikersvragen over IT 105 BENNING

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Meetinstrumenten in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding IT 105 - BENNING en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. IT 105 van het merk BENNING.

GEBRUIKSAANWIJZING IT 105 BENNING

Gebruiksaanwijzing Installatietester BENNING IT 105 (Indexniveau .01)

Gebruiksaanwijzing BENNING IT 105 De installatietester BENNING IT 105 is een multifunctioneel testapparaat voor het testen van elektrische systemen volgens IEC 60364-6 en EN 50110. De volgende metingen en tests kunnen worden uitgevoerd: - Spannings-, frequentie- en rotatieveld (fasevolgorde) - Lage weerstand (RLOW) met teststroom van 200 mA - Isolatieweerstand (RISO) met testspanning van 250/500/1000 V - RCD-test (RCDt), (RCDI) - Lusimpedantie (ZS) zonder de RCD te activeren - Lus-(ZS)/lijnimpedantie (ZI) met hoge teststroom en berekening van de fout- (PFC) en kortsluitstroom (PSC) Inhoud

1. Opmerkingen voor de gebruiker

2. Veiligheidsvoorschriften

3. Leveringsomvang en optionele accessoires

4. Beschrijving van het apparaat

5. Algemene kenmerken

6. Gebruiksomstandigheden

7. Elektrische gegeven

8. Meten met de BENNING IT 105

8.1 Voorbereiden van de metingen

8.1.1 De BENNING IT 105 in- en uitschakelen

8.1.2 Controleren van de batterijstatus

8.1.3 Sonde met TEST-knop

8.2 Spanning, frequentie en draaiveld (fasevolgorde)

8.3 Lage weerstand (RLOW) met 200 mA teststroom

8.4 Isolatieweerstand (RISO)

8.5 Lusimpedantie (ZS) en lijnimpedantie (ZI)

8.5.1 Meting met hoge teststroom (HIGH CURRENT)

8.5.2 Meting met zwakke teststroom (NO-TRIP)

8.6.1 Uitschakeltijd RCDt (AUTO)

8.6.2 Uitschakeltijd RCDt (x½, x1, x5)

1. Opmerkingen voor de gebruiker

Deze handleiding is geschreven voor geschoold vakpersoneel! Gekwalificeerd personeel kan risico‘s identificeren en potentiële gevaren vermijden. Er bestaat gevaar voor letsel door ondeskundig gebruik!

Waarschuwing voor gevaarlijke spanning! Het is essentieel om alle veiligheidsinstructies in acht te nemen! Internationale, nationale en mogelijk regionale elektrotechnische voorschriften moeten in alle gevallen worden nageleefd. Relevante kennis van elektrotechniek is vereist. De BENNING IT 105 is bedoeld voor metingen in droge ruimtes (zie hiervoor punt. 6: Gebruiksomstandigheden). In de gebruiksaanwijzing en op de BENNING IT 105 worden de volgende symbolen gebruik:04/ 2020 BENNING IT 105

Waarschuwing voor gevaarlijke spanning! Duidt op aanwijzingen die opgevolgd moeten worden om gevaar voor de gebruiker te vermijden.

Let op de gebruiksaanwijzing! Het symbool geeft aan, dat de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing in acht moeten worden genomen, om gevaren te voorkomen. > 440 V Dit waarschuwingssymbool wijst erop dat de BENNING IT 105 niet mag worden ingezet in ver- delersystemen met spanningen boven de 440 V. De tester is oververhit. In het digitale display

wordt het symbool „Hot“ weergegeven en worden de metingen opgeschort totdat de interne temperatuur onder de toegestane limiet daalt. Koppel de tester los van het testobject en schakel de tester uit. Dit symbool op de BENNING IT 105 betekent dat de BENNING IT 105 in overeenstemming met de EU-richtlijnen is. Dit symbool verschijnt in het scherm bij een te lage batterijspanning. Zodra het batterijsymbool knippert, vervangt u de batterijen onmiddellijk door nieuwe batterijen. Dit symbool verschijnt op het display voor een defecte zekering (zie paragraaf 9.4 Vervangen van de zekering). (DC) gelijkspanning/-stroom

2. Veiligheidsvoorschriften

Dit apparaat is gebouwd en getest volgens de voorschriften: VDE 0411 deel 1/ DIN EN 61010-1 VDE 0411 deel 2-030/ DIN EN 61010-2-030, VDE 0411 deel 031/ DIN EN 61010-031 VDE 0413 deel 1, 2, 3, 4, 6, 7 en 10/ DIN EN 61557-1, -2, -3, -4, -6, -7 en 10 en heeft, vanuit een technisch veiligheidsoogpunt, de fabriek verlaten in een perfecte staat. Om deze staat te handhaven en om zeker te zijn van gebruik zonder gevaar, dient de gebruiker goed te letten op aanwijzingen en waarschu wingen zoals aangegeven in deze gebruiksaanwijzing. Een verkeerd gebruik en niet-naleving van de waarschuwingen kan ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben.

Wees extreem voorzichtig tijdens het werken met blanke draden of hoofdleidingen. Contact met spanningsvoerende leidingen kan elektrocutie veroorzaken. Bedenk dat werken aan installaties of onderdelen die onder spanning staan, in principe altijd gevaar kan opleveren. Zelfs spanningen vanaf 30 V AC en 60 V DC kunnen voor men- sen al levensgevaarlijk zijn.

Het apparaat mag alleen in stroomkringen van de overspanningscategorie III met max. 300 V tussen fase en aarde worden toegepast. Gebruik alleen passende meetsnoeren voor deze. Bij metingen binnen de meetcategorie III mag het uitstekende geleidende gedeelte van een contactpunt op de veiligheidsmeetleidin- gen niet langer zijn dan 4 mm. Voor metingen binnen de meetcategorie III moeten de bij de set gevoegde, met CAT III aan- geduide opsteekdoppen op de contactpunten worden gestoken. Deze maatregel dient ter bescherming van de gebruiker.

De meting van de weerstand van de beschermingsgeleider kan worden vervalst door paral- lel geschakelde impedanties van extra bedrijfscircuits en door compenserende stromen.04/ 2020 BENNING IT 105

De meting van de beschermingsgeleider en isolatieweerstand mag alleen worden uitge- voerd op spanningsloze systeemcomponenten. Raak de meetpunten niet aan! Tijdens isolatieweerstandsmetingen kunnen hoge elektrische spanningen aanwezig zijn aan de meetpunten.

Raak metalen delen van het testobject tijdens de meting niet aan.

Het BENNING IT 105-testapparaat moet onmiddellijk na het einde van de test van het elek- trische systeem worden losgekoppeld.

Gebruik alleen de meetsnoeren die bij de BENNING IT 105 worden geleverd.

Gebruik de BENNING IT 105-tester uitsluitend in overeenstemming met het beoogde gebruik dat in deze handleiding wordt vermeld. Als u dit niet doet, kan dit de beschermende functie van de BENNING IT 105 beïnvloeden.

Elke keer, voordat het apparaat in gebruik wordt genomen, moet het worden gecontroleerd op beschadigingen. Ook de veiligheidsmeetsnoeren dienen te worden nagekeken. Bij vermoeden dat het apparaat niet meer geheel zonder gevaar kan worden gebruikt, mag het dan ook niet meer worden ingezet, maar zodanig worden opgeborgen dat het, ook niet bij toeval, niet kan worden gebruikt. Er moet vanuit worden gegaan dat gebruik van het apparaat niet meer verantwoord is bij: - zichtbare schade aan de behuizing en/of meetsnoeren van het apparaat. - kennelijke meetfouten of gehele uitval van het apparaat. - waarneembare gevolgen van langdurige opslag onder minder gunstige omstandigheden. - vermoedelijke schade t.g.v. transport, onoordeelkundig gebruik etc.. - indien het apparaat vochtig zijn.

Onderhoud: Het apparaat niet openen, zij bevat geen onderdelen die door de gebruiker te repareren zijn. Reparatie en service alleen door gekwalificeerd personeel (uitzondering: zie paragraaf 9.4 Vervanging van de zekering).

Reiniging: Reinig de buitenkant regelmatig met een doek en reinigingsmiddel en wrijf deze aanslui- tend goed droog. Gebruik geen schuur- of oplosmiddelen.

3. Leveringsomvang en optionele accessoires

Bij de levering van de BENNING IT 105 behoren met indexniveau .01 omvat:

3.1 één BENNING IT 105 (meetleidingsconnectoren: zwart, blauw, groen) (10220312)

3.2 één stuk transportkoffer met accessoirevak (ond. nr. 10198412)

3.3 één stuk testpunt met TEST-knop (ond. nr. 10162173)

3.4 één stuk testkabel met veiligheidscontactstekker (zwart, blauw, groen) (10220313)

3.5 één stuk meetsnoer/krokodilklem set (zwart, blauw, groen) (10217751)

3.6 één stuk 4 mm adapter (blauw) (10217754)

3.7 één stuk draagriem (101198409)

3.8 zes batterijen van 1,5 V, mignon IEC LR6/ type AA en éen zekering (ingebouwd)

3.9 één gebruiksaanwijzing

3.10 een kalibratiecertificaat

Let op: Het indexniveau .01 houdt andere kleuren in voor de meetleidingsconnectoren van de testapparaten en de meettoebehoren.04/ 2020 BENNING IT 105

Bij indexniveau .01 worden de volgende posities met een andere kleur geleverd:

3.1 Eén installatietestapparaat BENNING IT 105 (meetleidingsconnectoren: rood, zwart, groen)

3.4 Eén testkabel met veiligheidscontactstekker (rood, zwart, groen) (10198407)

3.5 Eén set meetleidingen/krokodilklemmen (rood, zwart, groen) (10198406)

3.6 maakt geen deel uit van de leveringsomvang

Opmerking t.a.v. aan slijtage onderhevige onderdelen: - Voorts is de BENNING IT 105 voorzien van een smeltzekering tegen overbelasting, voor een nomi- nalestroomvan1,6A,1000V,FF,scheidingsvermogen≥30kA,D=6,3mm,L=32mm(ond.nr. 10194027) - De BENNING IT 105 wordt gevoed door zes batterijen van 1,5 V (mignon, IEC LR6, AA) Opmerking t.a.v. optionele onderdelen: - BENNING TA 5 40 m meetsnoer met opwikkelaar en handlus, voor het meten van de aardverbindingen (044039)

4. Beschrijving van het apparaat

Zie fig. 1a: Voorzijde van het apparaat/ bovenpaneel Zie fig. 1b: Functiekeuzeschakelaar Zie fig. 1c: Digitaal display Hieronder volgt een beschrijving van de in fig. 1a, 1b en 1c aangegeven informatie- en bedieningsele- menten:

Functiekeuzeschakelaar

Digitaal display, afmetingen 95 x 55 mm, met achtergrondverlichting

Functietoetsen F1 tot F4

Blauwe testkabelconnector N/ L3 Functiekeuzeschakelaar A Spanning (V), frequentie (Hz), draaiveld B Isolatieweerstand (RISO) met 1000 V testspanning C Isolatieweerstand (RISO) met 500 V testspanning D Isolatieweerstand (RISO) met 250 V testspanning E Doorgangstest (RLOW) met 200 mA teststroom F OFF, uitschakeling G Lus-/ lijnimpedantie (ZS/ZI HIGH CURRENT) met hoge teststroom en berekening van de kortsluiting/ foutstroom (PSC/PFC) H Lus-/ lijnimpedantie (ZS/ZI NO-TRIP) zonder activering van de RCD (foutstroombeveiligingsapparaat) en berekening van de kortsluiting/foutstroom (PSC/PFC) I RCD uitschakeltijd (AUTO) J RCD uitschakeltijdmet½xIΔN(RCDt) K RCD uitschakeltijdmet1xIΔN(RCDt) L RCD uitschakeltijdmet5xIΔN(RCDt) M RCD uitschakelstroom met oploopmethode (RCDI) Digitaal display A Symbolen van de functietoets F1. Herhaald indrukken van de F1 toets selecteert de beschikbare opties in de gekozen testfunctie. B Symbolen van de functietoets F2. Herhaald indrukken van de F2 toets selecteert de beschikbare opties in de gekozen testfunctie. C Symbolen van de functietoets F3. Herhaald indrukken van de F3 toets selecteert de beschikbare opties in de gekozen testfunctie. D Symbolen van de functietoets F4. Herhaald indrukken van de F4 toets selecteert de beschikbare opties in de gekozen testfunctie. E Voortgangsbalkweergave van lusimpedantie (ZS, NO-TRIP).04/ 2020 BENNING IT 105

F Symbolen van de geselecteerde RCD-testfuncties. G RCD-Status. Informeert over het triggeren van de RCD. H Draaiveldindicator I Batterijsymbool, status van resterende batterijcapaciteit J Subdisplay voor meetresultaten K Hoofddisplay voor meetresultaten L Netspanningsindicator. Bevestigt de correcte spanningspotentialen tussen buitengeleider en aarde (L-PE), buitengeleider en neutraal (L-N) en neutraal en aarde (N-PE) voor de RCD-meting en de lus-/ lijnimpedantiemetingen. Display voor correcte netspanning: Let op: Controleer of de meetleidingen correct aangesloten zijn of draai de veiligheidscontactstekker van de testkabels 180° wanneer de indicator voor de voedingsspanning knippert: - Zwarte testkabelconnector L

met buitengeleider L verbinden - Blauwe testkabelconnector N

met neutraal N verbinden - Groene testkabelconnector PE

met aarde PE verbinden Bij onjuiste netspanning wordt de meting geblokkeerd. M Waarschuwingslampjes. “Waarschuwing – elektrisch gevaar!“, “Let op: raadpleeg documentatie!” en “Tester is oververhit“, neem de relevante delen van deze handleiding in acht. N Symbool voor een defecte zekering

5. Algemene kenmerken

De BENNING IT 105 voert elektrische veiligheidstesten uit op elektrische systemen in overeenstemming met IEC 60364-6 en EN 50110. - Afmetingenvanhetapparaat:(LxBxH)=235x132x92mm - Gewicht: 1370 g met batterijen

6. Gebruiksomstandigheden

- De BENNING IT 105 is bedoeld om gebruikt te worden voor metingen in droge ruimtes - Barometrische hoogte bij metingen: 2000 m maximaal - OverspanningscategorieIEC61010-1→300VcategorieIII - Beschermingsgraad stofindringing: 2 - Beschermingsgraad: IP 40 (EN 60529) Betekenis IP 40: Het eerste cijfer (4); Bescherming tegen binnendringen van stof en vuil > 1 mm in doorsnede, (eerste cijfer is bescherming tegen stof/vuil). Het tweede cijfer (0); Niet beschermd tegen water, (tweede cijfer is waterdichtheid).

- Omgevingstemperatuur en relatieve vochtigheid: Bij een omgevingstemperatuur van 0 °C tot 40 °C, niet-condenserend - Opslagtemperatuur: de BENNING IT 105 kan worden opgeslagen bij temperaturen van - 25 °C tot + 65 °C met een relatieve vochtigheid van de lucht < 90 %. Daarbij dienen dan wel de batterijen ver- wijderd te worden.

7. Elektrische gegevens

Opmerking: De nauwkeurigheid van de meting wordt aangegeven als som van: - een relatief deel van de meetwaarde - een aantal digits. Deze nauwkeurigheid geldt bij temperaturen van 18 °C tot 28 °C bij een relatieve vochtigheid van de lucht < 80 %.

Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid van de meting Hoge teststroom: 0,20 Ω - 1999 Ω max. 0,01 Ω ± (5 % + 5 digits) Zonder RCD-triggering: 1,00 Ω - 1,99 Ω 0,01 Ω ± (5 % + 12 digits) 2,0 Ω - 19,9 Ω 0,1 Ω ± (5 % + 12 digits) 20 Ω - 1999 Ω 1 Ω ± (5 % + 5 digits) Netspanning: 195 V - 253 V, 45 Hz - 65 Hz Nominale teststroom: < 15 mA (zonder RCD triggering) 3 A (hoge teststroom) Foutstroombereik (PFC): 0 A - 26 kA, voor meetwaarden < 10 A en > 999 A wordt een „-“ als decimaal- scheidingsteken gebruikt

7.5 Lijnimpedantie (ZI)

Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid van de meting 0,20 Ω - 1999 Ω max. 0,01 Ω ± (5 % + 5 digits) Netspanning: 195 V - 253 V, 45 Hz - 65 Hz 328 V - 440 V, 45 Hz - 65 Hz Nominale teststroom: 3 A Kortsluiting stroombereik (PSC): 0 A - 26 kA, voor meetwaarden < 10 A en > 999 A wordt een „-“ als decimaalscheidingsteken gebruikt

8. Meten met de BENNING IT 105

8.1 Voorbereiden van de metingen

Gebruik en bewaar de BENNING IT 105 uitsluitend bij de aangegeven werk- en opslagtemperaturen. Niet blootstellen aan direct zonlicht. - Controleer de gegevens op de veiligheidsmeetsnoeren ten aanzien van nominale spanning en stroom. Origineel met de BENNING IT 105 meegeleverde snoersets voldoen aan de te stellen eisen. - Storingsbronnen in de omgeving van de BENNING IT 105 kunnen leiden tot instabiele aanduiding en/ of meetfouten.

Elke keer, voordat het apparaat in gebruik wordt genomen, moet het worden gecontroleerd op beschadigingen. Ook de veiligheidsmeetsnoeren dienen te worden nagekeken.

8.1.1 De BENNING IT 105 in- en uitschakelen

- Draai de draaischakelaar

van de schakelaarstand „OFF“ F naar de gewenste meetfunctie om de BENNING IT 105 in te schakelen.

De BENNING IT 105 wordt na ongeveer 5 minuten automatisch uitgeschakeld (APO, Auto-Power-Off). Het schakelt weer in wanneer de draaischakelaar

wordt ingeschakeld vanuit de schakelaarstand „OFF“.

8.1.2 Controleren van de batterijstatus

De BENNING IT 105 voert een automatische batterijtest uit tijdens het opstarten en tijdens het gebruik. Lege batterijen worden aangegeven door een batterijsymbool I op de display

. Zodra het bat- terijsymbool I knippert, moeten de batterijen onmiddellijk worden vervangen (zie deel 9.3 „Batterij vervangen“).

8.1.3 Sonde met TEST-knop

De testsonde met geïntegreerde TEST-knop kan worden gebruikt in plaats van de zwarte 4 mm-testkabel. Het meetproces kan dus worden gestart via de TEST-knop

op de BENNING IT 105 of via de TEST-knop op de testsonde.

8.2 Spanning, frequentie en draaiveld (fasevolgorde)

- Met de draaischakelaar

de gewenste functie (V) A selecteren. - Verbind de meetsnoeren volgens afbeelding 3, 4, 5 of 7 met de BENNING IT 105 en maak contact met het testobject. - De spanningsmeting start automatisch, de TEST-knop

of de functietoetsen F1 t/m F4

hoeven niet ingedrukt te worden. - De hoofddisplay K toont het spanningspotentiaal tussen de zwarte L/L1

meetinvoer. - In het geval van wisselspanning (AC), toont de subdisplay J ook de frequentie (Hz). - Bovendien wordt de fasevolgorde (rotatieveld) weergegeven in het driefasige netwerk. Een rotatie met de klok mee (fase 1 vóór fase 2) wordt gegeven wanneer het symbool „L1 L2 L3“ H wordt weergege- ven en de meetinvoeren als volgt op de fasegeleiders (fasen) worden aangesloten: Zwart

met L3. Een rotatie tegen de klok in (fase 2 vóór fase 1) wordt aangegeven door het symbool „L1 L3 L2“ H.

8.3 Lage weerstand (RLOW) met 200 mA teststroom

De meting van de weerstand van de beschermingsgeleider mag alleen worden uitgevoerd op losgekoppelde systeemcomponenten.

De meting van de weerstand van de beschermingsgeleider kan worden vervalst door paral- lel geschakelde impedanties van extra bedrijfscircuits en door compenserende stromen.

Als een spanning van> 30 V AC/DC op het testobject wordt toegepast, waarschuwen een knipperend waarschuwingssymbool en een signaaltoon over de aanwezigheid van een externe spanning. De externe spanning wordt weergegeven op het digitale display

en de meting wordt geblokkeerd. Schakel het circuit spanningsloos en herhaal de meting04/ 2020 BENNING IT 105

- Kies met de draaischakelaar

de gewenste functie (RLOW) E. - Op de digitale display

worden de symbolen van de functietoetsen F1 A tot F4 D kort weergegeven. Met behulp van de functietoetsen F1 tot F4

kunnen de volgende instellingen worden gemaakt, die opgeslagen blijven tot de volgende wijziging: F1 F2 F3 F4 – AUTO Zoemer (F1): Wanneerdezoemerwordtgeactiveerd,klinktereencontinuesignaaltonbijmeetwaarden<1Ω. Nulregeling (F3): Om de meetsnoerweerstand op nul te stellen, maakt u contact met de kabels met de krokodillenklemmen en drukt u op de F3-toets

totdat het -symbool C in de digitale uitlezing

Meetsnoerweerstanden kunnen tot 10 Ohm gecompenseerd worden. AUTO start (F4): Als AUTO Start wordt geactiveerd, wordt de continuïteitstest automatisch gestart als de toegepaste weer- standbijdemeetpunten<20kΩis.Defunctieblijftopgeslagen,zelfsnadatdetesterisuitgeschakeld. - Verbind de meetsnoeren met de BENNING IT 105 volgens afb. 2 en maak contact met het testobject. - De continuïteitstest start automatisch wanneer de AUTO-start-functie wordt geactiveerd via de functie- toets F4

. U kunt ook op de TEST-knop

drukken en deze ingedrukt houden om een continuïteits- test te starten. - Herhaal de meting met omgekeerde meetsnoeren op het testobject voor polariteitswisseling van de teststroompolariteit. - De hoofddisplay K geeft de weerstandswaarde en de subdisplay geeft J de testspanning aan.

De meting van de isolatieweerstand mag alleen worden uitgevoerd op spanningsloze sys- teemcomponenten.

Als een spanning van> 30 V AC/DC op het testobject wordt toegepast, waarschuwen een knipperend waarschuwingssymbool en een signaaltoon over de aanwezigheid van een externe spanning. De externe spanning wordt weergegeven op het digitale display

en de meting wordt geblokkeerd. Schakel het circuit spanningsloos en herhaal de meting. - Kies met de draaischakelaar

de gewenste functie RISO (250 V D, 500 V C of 1000 V B). - Op de digitale display

worden de symbolen van de functietoetsen F1 A tot F4 D kort weergegeven. Met behulp van de functietoetsen F1 tot F4

kunnen de volgende instellingen worden gemaakt, die opgeslagen blijven tot de volgende wijziging: F1 F2 F3 F4

Zoemer (F1): Wanneerdezoemerwordtgeactiveerd,klinktereencontinuesignaaltonbijmeetwaarden<1MΩ. Lock (vergrendelen) (F2): De vergrendelingsfunctie maakt een continue meting van de isolatieweerstand mogelijk zonder de TEST- toets

opnieuw in te drukken of vast te houden. Druk voor een continue meting op de functietoets F2

en druk vervolgens op de TEST-toets

. Het LOCK-symbool B verschijnt op de digitale display

en de testspanning wordt continu toegepast op de meetpunten. De vergrendelingsfunctie kan worden beëindigd door op de functietoets F2

te drukken. - Verbind de meetsnoeren met de BENNING IT 105 volgens afb. 2 en maak contact met het testobject.04/ 2020 BENNING IT 105

ingedrukt om een meting van de isolatieweerstand te starten. - De hoofddisplay K geeft de weerstandswaarde en de subdisplay geeft J de testspanning aan.

8.5 Lusimpedantie (ZS) en lijnimpedantie (ZI)

De meting vereist een correcte aansluiting van de netspanning volgens afbeelding 4, 5 of 6 op de BENNING IT 105. De netspanningsindicator moet permanent branden: Controleer of de meetleidingen correct aangesloten zijn of draai de veiligheidscontactstekker van de test- kabels 180° wanneer de indicator voor de voedingsspanning knippert.

8.5.1 Meting met hoge teststroom (HIGH CURRENT)

Een meting van de lusimpedantie ZS (L-PE) met een hoge teststroom triggert een stroomop- waartse RCD-stroomonderbreker! Als de aardlekschakelaar wordt geactiveerd, verschijnt „RCD“ in de digitale display

en wordt de meting onderbroken. - Kies met de draaischakelaar

de gewenste functie ZS / ZI (HIGH CURRENT) G. - Op de digitale display

worden de symbolen van de functietoetsen F1 A tot F4 D kort weergegeven. Met behulp van de functietoetsen F1 tot F4

kunnen de volgende instellingen worden gemaakt: F1 F2 F3 F4

L-PE of L-N (F1): De functietoets F1

bepaalt of de meting moet worden uitgevoerd tussen L-PE (lusimpedantie ZS) of L-N (lijnimpedantie ZI). AUTO start (F4): Wanneer AUTO Start wordt geactiveerd, start de meting automatisch 4 seconden nadat de BENNING IT 105 op netspanning is aangesloten. Druk opnieuw op de functietoets F4

om te deactiveren. - Verbind de meetsnoeren volgens afbeelding 4, 5 of 6 met de BENNING IT 105 en maak contact met het testobject. - Druk op de TEST-knop

om de meting te starten. - De hoofddisplay K toont de lusimpedantie (ZS)/lijnimpedantie (ZI) en de subdisplay J toont de onaan- getaste foutstroom (PFC)/kortsluitstroom (PSC). Let op: Voor het meten van de lusimpedantie Zs (L-PE) op driefasige verbruikers zonder N-geleider (bijv. Motoren), de groene testkabelconnector PE/ L2

kunnen worden over- brugd met de blauwe 4 mm adapter. Het meten van de leidingsimpedantie ZI (L-L), fase tegen fase, kan enkel met een hoge teststroom uit- gevoerd worden. Hiervoor moeten de meetleidingen zoals op afbeelding 6 aangesloten worden op de BENNING IT 105 en in contact gebracht worden met het testobject. Wanneer de groene meetleidingscon- nector PE

niet met de PE-aarding van het testobject verbonden is, zal na een druk op TEST-toets

het symbool ‘NO-E’ verschijnen in display

en zal de meting gestopt worden.

8.5.2 Meting met zwakke teststroom (NO-TRIP)

Een meting van de lusimpedantie (ZS) L-PE met een zwakke teststroom veroorzaakt meest- al geen stroomopwaartse RCD-stroomonderbreker! Bestaande foutstromen in het systeem kunnen echter de meting beïnvloeden. Als de aardlekschakelaar wordt geactiveerd, ver- schijnt „RCD“ in de digitale display

en wordt de meting onderbroken. - Kies met de draaischakelaar

de gewenste functie ZS/ ZI (NO-TRIP) H. - Op de digitale display

worden de symbolen van de functietoetsen F1 A tot F4 D kort weergegeven. Met behulp van de functietoetsen F1 tot F4

kunnen de volgende instellingen worden gemaakt:04/ 2020 BENNING IT 105

L-PE of L-N (F1): De meting met een zwakke teststroom voert tegelijkertijd een test uit van de lusimpedantie (ZS) en de lij- nimpedantie (ZI). Het meetresultaat kan na het uitvoeren van de meting met de functietoets F1

worden opgeroepen. AUTO start (F4): Wanneer AUTO Start wordt geactiveerd, start de meting automatisch 4 seconden nadat de BENNING IT 105 op netspanning is aangesloten. Druk opnieuw op de functietoets F4

om te deactiveren. - Verbind de meetsnoeren met de BENNING IT 105 volgens afb. 4, 5 of 6 en maak contact met het testobject. - Houd de TEST-knop

ingedrukt om een meting te starten. - De hoofddisplay K toont de lusimpedantie (ZS)/lijnimpedantie (ZI) en de subdisplay J toont de onaan- getaste foutstroom (PFC)/kortsluitstroom (PSC). Let op: Voor het meten van de lusimpedantie Zs (L-PE) op driefasige verbruikers zonder N-geleider (bijv. Motoren), de groene testkabelconnector PE/ L2

kunnen worden over- brugd met de blauwe 4 mm adapter.

De meting vereist een correcte aansluiting van de netspanning volgens afbeelding 4, 5 of 6 op de BENNING IT 105. De netspanningsindicator moet permanent branden: Controleer of de meetleidingen correct aangesloten zijn of draai de veiligheidscontactstekker van de test- kabels 180° wanneer de indicator voor de voedingsspanning knippert.

Tijdens de meting bewaakt de BENING IT 105 de contactspanning Uc die toegepast wordt op de beschermende geleider (PE). Als de contactspanning Uc > 25 V is, verschijnt „> 25 V“ in de digitale display

en kan de gebruiker de meting naar eigen goeddunken voortzetten. Als de contactspanning Uc de waarde van > 50 V overschrijdt, wordt de meting afgebroken.

Potentiaalvelden van andere aardingssystemen, grote spanningsverschillen tussen beschermingsgeleider en aarde, aardgeleider en neutraal of foutstromen achter de aardlek- schakelaar kunnen de meting beïnvloeden.

Aangesloten verbruikers achter het foutstroombeschermingsapparaat kunnen de meettijd verlengen.

8.6.1 Uitschakeltijd RCDt (AUTO)

De automatische meting van de uitschakeltijd is een testreeks van individuele metingen met verschillende vermenigvuldigers en startpolariteiten (0°/180°) van de nominale foutstroom (I∆N). Telkens wanneer de foutstroombeveiliging wordt ingeschakeld, wordt de test automatisch voortgezet. ½ x I∆N bij 0°, ½ x I∆N bij 180° 1 x I∆N bij 0°, 1 x I∆N bij 180° 5 x I∆N bij 0°, 5 x I∆N bij 180° - Kies met de draaischakelaar

de gewenste functie RCDt (AUTO) I. - Op de digitale display

worden de symbolen van de functietoetsen F1 A tot F4 D kort weergegeven. Met behulp van de functietoetsen F1 tot F4

kunnen de volgende instellingen worden gemaakt:04/ 2020 BENNING IT 105

RCD-test (F2): Sinusvormige teststroom Pulserende teststroom Selectieve (tijdvertraagde) aardlekschakelaar Bij het testen van selectieve aardlekbeveiligingen begint de meting na een vertraging van 30 sec.

(F3): RECALL-functie, elke keer dat u op de knop drukt, worden de gemeten waarden van de laatste AUTO- meting op de digitale display weergegeven. ½xI∆Nbij 0°

100 mA - Verbind de meetsnoeren met de BENNING IT 105 volgens afb. 4 of 5 en maak contact met het test- object. - Houd de TEST-knop

ingedrukt om een meting te starten. - Schakel de RCD na elke activering weer in totdat de testprocedure is voltooid. - Met de functietoets F4

kunnen de uitschakeltijden voor de verschillende nominale foutstromen in de hoofddisplay K worden opgeroepen.

8.6.2 Uitschakeltijd RCDt (x½, x1, x5)

- Gebruik de draaischakelaar

om de vermenigvuldiger (x½ J, x1 J, x5 L) van de teststroom voor de gewenste functie RCDt te selecteren. - Op de digitale display

worden de symbolen van de functietoetsen F1 A tot F4 D kort weergegeven. Met behulp van de functietoetsen F1 tot F4

kunnen de volgende instellingen worden gemaakt: F1 F2 F3 F4 0° / 180° – I∆N04/ 2020 BENNING IT 105

0°/ 180° (F1): 0°: teststroom met positieve startpolariteit 180°: teststroom met negatieve startpolariteit RCD-test (F2): Sinusvormige teststroom Pulserende teststroom Selectieve (tijdvertraagde) aardlekschakelaar Bij het testen van selectieve aardlekbeveiligingen begint de meting na een vertraging van 30 sec.

- Verbind de meetsnoeren met de BENNING IT 105 volgens afb. 4 of 5 en maak contact met het test- object. - Houd de TEST-knop

ingedrukt om een meting te starten. - De hoofddisplay K toont de gemeten uitschakeltijd.

8.6.3 Uitschakelstroom RCDI

- Kies met de draaischakelaar

de gewenste functie RCDI M. - Op de digitale display

worden de symbolen van de functietoetsen F1 A tot F4 D kort weergegeven. Met behulp van de functietoetsen F1 tot F4

kunnen de volgende instellingen worden gemaakt: F1 F2 F3 F4 0° / 180° – I∆N 0°/ 180° (F1): 0°: teststroom met positieve startpolariteit 180°: teststroom met negatieve startpolariteit RCD-test (F2): Sinusvormige teststroom Pulserende teststroom Selectieve (tijdvertraagde) aardlekschakelaar Bij het testen van selectieve aardlekbeveiligingen begint de meting na een vertraging van 30 sec.

I∆N Nominale foutstroom (F4): Gebruik de functietoets F4 om de nominale foutstroom te selecteren: Nominale foutstroom voor RCD type AC : 10 mA

500 mA - Verbind de meetsnoeren met de BENNING IT 105 volgens afb. 4 of 5 en maak contact met het test- object. - Houd de TEST-knop

ingedrukt om een meting te starten. - De hoofddisplay K toont de gemeten uitschakeltijd.

De BENNING IT 105 mag nooit onder spanning staan als het apparaat geopend wordt! Gevaarlijke spanning! Werken aan een onder spanning staande BENNING IT 105 mag uitsluitend gebeuren door elektrotech- nische specialisten, die daarbij de nodige voor zorgsmaatregelen dienen te treffen om ongevallen te voorkomen. Maak de BENNING IT 105 dan ook spanningsvrij alvorens het apparaat te openen. - Zet de draaischakelaar

9.1 Veiligheidsborging van het apparaat

Onder bepaalde omstandigheden kan de veiligheid tijdens het werken met de BENNING IT 105 niet meer worden gegarandeerd, bijvoorbeeld in geval van: - Zichtbare schade aan de behuizing. - Meetfouten. - Waarneembare gevolgen van langdurige opslag onder verkeerde omstandigheden. - Transportschade. In dergelijke gevallen dient de BENNING IT 105 direct te worden uitgeschakeld en niet opnieuw elders worden gebruikt.

Reinig de behuizing aan de buitenzijde met een schone, droge doek (speciale reinigingsdoeken uitgezon- derd). Gebruik geen oplos- en/ of schuurmiddelen om de BENNING IT 105 schoon te maken. Let er in het bijzonder op dat het batterijvak en de batterijcontacten niet vervuilen door uitlopende batterijen. Indien toch verontreiniging ontstaat door elektrolyt of zich zout afzet bij de batterij en/ of in het huis, dit eveneens verwijderen met een droge, schone doek.

9.3 Het wisselen van de batterij

De BENNING IT 105 mag nooit onder spanning staan als het apparaat geopend wordt! Gevaarlijke spanning! De BENNING IT 105 wordt gevoed door zes batterijen 1,5 V (Mignon IEC LR6, AA). De batterij moet ver- wisseld worden wanneer het batterijsymbool I op de display knippert. De batterijen worden als volgt gewisseld (zie fig. 8): - Zet de draaischakelaar

in de positie “OFF”. - Leg de BENNING IT 105 op de voorkant en draai de schroef van het batterijdeksel los. - Neem het batterijdeksel van het apparaat weg. - Neem de ontladen batterijen uit het batterijvak. - Plaats de nieuwe batterijen in het batterijvak (op correcte polariteit letten). - Plaats het batterijdeksel en draai de schroef aan. Zie fig. 8: Batterij en zekering vervangen

Gooi batterijen niet weg met het gewone huisvuil, maar lever ze in op de bekende inzamel- punten. Zo levert u opnieuw een bijdrage aan een schoner milieu.04/ 2020 BENNING IT 105

9.4 Testen en verwisselen van de zekering

De BENNING IT 105 mag nooit onder spanning staan als het apparaat geopend wordt! Gevaarlijke spanning! De BENNING IT 105 wordt door een ingebouwde zekering (1,6 A, 1000 V, FF, scheidingsvermogen ≥30kA,afmetingenD=6,3mm,L=32mm)(10194027),beschermdtegenoverbelasting. Deze zekering wordt als volgt gewisseld (zie fig. 8): - Zet de draaischakelaar

in de positie “OFF”. - Leg de BENNING IT 105 op de voorkant en draai de schroef van het batterijdeksel los. - Neem het batterijdeksel van het apparaat weg. - Til de zekering aan één kant met een schroevendraaier uit de zekeringhouder. - Neem de defecte zekering uit de zekeringhouder. - Plaats de nieuwe zekering. Gebruik alleen zekeringen met gelijke nominale stroom, gelijke nominale spanning, gelijk scheidingsvermogen, gelijke uitschakelkarakteristiek en gelijke afmetingen. - Plaats het batterijdeksel en draai de schroef aan. Zie fig. 8: Batterij en zekering vervangen

BENNING waarborgt de naleving van de in de gebruiksaanwijzing vermelde technische gegevens en nauwkeurigheidsinformatie gedurende het 1ste jaar na de leveringsdatum. Op de nauwkeurigheid van de metingen te waarborgen, is het aan te bevelen het apparaat jaarlijks door onze servicedienst te laten kalibreren. Benning Elektrotechnik & Elektronik GmbH & Co. KG Service Center Robert-Bosch-Str. 20 D – 46397 Bocholt

Wij raden u aan het apparaat aan het einde van zijn nuttige levensduur, niet bij het gewone huis- afval te deponeren, maar op de daarvoor bestemde adressen.Benning Elektrotechnik & Elektronik GmbH & Co. KG Münsterstraße 135 - 137 D - 46397 Bocholt Phone: +49 (0) 2871 - 93 - 0 • Fax: +49 (0) 2871 - 93 - 429 www.benning.de • E-Mail: duspol@benning.de

Handleidingassistent
Powered by Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BENNING

Model : IT 105

Categorie : Meetinstrumenten