WH12DAF2 - Schroevendraaier HiKOKI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis WH12DAF2 HiKOKI in PDF-formaat.
Questions des utilisateurs sur WH12DAF2 HiKOKI
0 question sur cet appareil. Repondez a celles que vous connaissez ou posez la votre.
Poser une nouvelle question sur cet appareil
Download de handleiding voor uw Schroevendraaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding WH12DAF2 - HiKOKI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. WH12DAF2 van het merk HiKOKI.
GEBRUIKSAANWIJZING WH12DAF2 HiKOKI
Oplaadbare batterij, 12 V Vergrendeling Handgreep Insteken Uittrekken Insteken Kontrolelampje Aansluiting voor oplaadbare batterij Beweging Geleide ring Zeshoekige opening in het draaistuk Schroefstuk Zeschoekige bus Groef Draaistuk Pen Ring Opening Plunjer Haak Veer De grotere diameter wijst van u vandaan Schakelaar Kruiskopschroevendraaier Schroef Pijl Afdekking haak Inkeping Uitsteeksel AAAA batterijen Druktoets Drukken 12 V Επαναφορτιζµενη
WAARSCHUWING Lees alle waarschuwingen en instructies aandachtig door. Nalating om de waarschuwingen en instructies op te volgen kan in een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel resulteren. Bewaar alle waarschuwingen en aanwijzingen voor eventuele naslag in de toekomst. De term “elektrisch gereedschap” heeft zowel betrekking op elektrisch gereedschap dat via de netvoeding van stroom wordt voorzien als gereedschap dat via een accu (snoerloos) van stroom wordt voorzien.
1) Veiligheid van de werkplek
a) Zorg voor een schone en goed verlichte werkplek. Een rommelige of donkere werkplek verhoogt de kans op ongelukken. b) Gebruik het elektrisch gereedschap niet in een omgeving met ontplofbare vloeistoffen, gassen of stof. Elektrisch gereedschap kan vonken afgeven. Deze vonkjes kunnen stofdeeltjes of gassen doen ontbranden. c) Houd kinderen en andere toeschouwers tijdens het gebruik van elektrische gereedschap uit de buurt. Afleidingen kunnen gevaarlijk zijn.
2) Elektrische veiligheid
a) De stekker op het elektrische gereedschap moet geschikt zijn voor aansluiting op de wandcontactdoos. De stekker mag op geen enkele manier gemodificeerd worden. Gebruik geen verloopstekker met geaard elektrisch gereedschap. Deugdelijke stekkers en geschikte wandcontactdozen verminderen het risico op een elektrische schok. b) Vermijd lichamelijk contact met geaarde oppervlakken zoals leidingen, radiatoren, fornuizen en koelkasten. Wanneer uw lichaam in contact staat met geaarde oppervlakken loopt u een groter risico op een elektrische schok. c) Stel het elektrisch gereedschap niet bloot aan regen of vochtige omstandigheden. Het risico op een elektrische schok wordt vergroot wanneer er water in het elektrisch gereedschap terechtkomt. d) Behandel het snoer voorzichtig. Draag het gereedschap nooit door dit bij het snoer vast te houden. Trek niet aan het snoer wanneer u de stekker uit het stopcontact wilt halen. Houd het snoer uit de buurt van warmtebronnen, olie, scherpe randen of bewegende onderdelen. Een beschadigd of verward snoer verhoogt het risico op een elektrische schok. e) Gebruik buitenshuis een verlengsnoer dat specifiek geschikt is voor het gebruik buiten. Het gebruik van een snoer dat specifiek geschikt is voor gebruik buitenshuis vermindert het risico op een elektrische schok. f) Als het elektrisch gereedschap in een vochtige omgeving gebruikt moet worden, dient een voeding met RCD (reststroom-apparaat) beveiliging te worden gebruikt. Gebruik van een RCD vermindert de kans op een elektrische schok.
3) Persoonlijke veiligheid
a) Blijf waakzaam, let voortdurend op uw werk en gebruik uw gezond verstand wanneer u elektrisch gereedschap gebruikt. Gebruik geen elektrisch gereedschap wanneer u moe bent of onder invloed van drugs, alcohol of medicijnen. Eén moment van onoplettendheid kan in ernstig lichamelijk letsel resulteren. b) Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen. Draag altijd oogbescherming. Beschermingsmiddelen zoals stofmaskers, niet- glijdende veiligheidsschoenen, een helm of oorbescherming vermindert het risico op lichamelijk letsel. c) Voorkom dat het gereedschap per ongeluk kan starten. Controleer of de schakelaar in de uit stand staat voordat u de voeding en/of de accu aansluit, het gereedschap oppakt of gaat dragen. Zorg ervoor dat u tijdens het verplaatsen van het elektrisch gereedschap uw vingers uit de buurt van de schakelaar houdt en sluit de stroombron niet aan terwijl de schakelaar op aan staat om ongelukken te vermijden. d) Verwijder sleutels en moersleutels uit het gereedschap voordat u het elektrisch gereedschap aanzet. Een (moer-)sleutel die op een bewegend onderdeel van het elektrisch gereedschap bevestigd is kan in lichamelijk letsel resulteren. e) Reik niet te ver. Zorg ervoor dat u te allen tijde stevig staat en uw evenwicht behoudt. Op deze manier heeft u tijdens een onverwachte situatie meer controle over het elektrisch gereedschap. f) Draag geen loszittende kleding of sieraden. Houd uw haar, kleding en handschoenen uit de buurt van bewegende onderdelen. Loszittende kleding, sieraden en lang haar kunnen in de bewegende onderdelen verstrikt raken. g) Indien het elektrisch gereedschap van een aansluiting voor stofafzuiging is voorzien dan dient u ervoor te zorgen dat de stofafzuiging aangesloten en op de juiste manier gebruikt wordt. Het gebruik van stofafzuiging vermindert eventuele stofgerelateerde risico’s.
4) Bediening en onderhoud van elektrisch gereedschap
a) Het elektrisch gereedschap mag niet geforceerd worden. Gebruik het juiste gereedschap voor het karwei. U kunt de klus beter en veiliger uitvoeren wanneer u het juiste elektrische gereedschap gebruikt. b) Gebruik het elektrisch gereedschap niet als de schakelaar niet goed werkt. Elektrisch gereedschap dat niet via de schakelaar bediend kan worden is gevaarlijk en moet onmiddellijk gerepareerd worden. c) Haal de stekker uit het stopcontact voordat u de voeding en/of de accu van het elektrisch gereedschap losmaakt, afstellingen verricht, accessoires verwisselt of voordat u het elektrisch gereedschap opbergt. 05Ned_WH12DAF2_WE 5/14/08, 18:1450Nederlands
Dergelijke preventieve veiligheidsmaatregelen verminderen het risico dat het elektrisch gereedschap per ongeluk opstart. d) Berg elektrisch gereedschap buiten het bereik van kinderen op en sta niet toe dat personen die niet bekend zijn met het juiste gebruik van het gereedschap of deze voorschriften dit elektrisch gereedschap gebruiken. Eletrisch gereedschap is gevaarlijk in onbevoegde handen. e) Het elektrisch gereedschap moet regelmatig onderhouden worden. Controleer het gereedschap op een foutieve uitlijning, vastgelopen of defecte bewegende onderdelen en andere problemen die van invloed zijn op de juiste werking van het gereedschap. Indien het gereedschap defect of beschadigd is moet het gerepareerd worden voordat u het gereedschap opnieuw gebruikt. Slecht onderhouden elektrisch gereedschap is verantwoordelijk voor een groot aantal doe-het- zelf ongelukken. f) Houd snijwerktuigen scherp en schoon. Goed onderhouden snijwerktuigen met scherpe snijranden lopen minder snel vast en zijn gemakkelijker in het gebruik. g) Elektrisch gereedschap, toebehoren, bits enz. moeten in overeenstemming met deze instructies worden gebruikt waarbij de werkomstandigheden en het werk in overweging moeten worden genomen. Gebruik van het elektrisch gereedschap voor andere doeleinden dan waarvoor het is bedoelt, kan resulteren in een gevaarlijke situatie.
5) Gebruik van gereedschap en onderhoud van de batterij
a) Herlaad enkel met de lader die door de fabrikant wordt gespecificeerd. Een lader die geschikt is voor één bepaald type batterijgroep kan brandgevaar veroorzaken bij een andere batterijgroep. b) Gebruik de apparaten enkel met specifiek ontworpen batterijgroepen. Het gebruik van andere batterijgroepen kan letsels of brand veroorzaken. c) Wanneer de batterijgroep niet in gebruik is, houdt u ze verwijderd van andere metalen voorwerpen zoals papierclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven of andere metalen voorwerpen die een verbindingen van de ene terminal met de andere kunnen maken. De batterijterminals kortsluiten kan brandwonden of brand veroorzaken. d) Bij een verkeerd gebruik kan er vloeistof uit de batterij lekken; vermijd elk contact. Indien er toevallig contact ontstaat, goed met water spoelen. Indien de vloeistof in contact met de ogen komt, ook medische hulp inroepen. Vloeistof die uit de batterij lekt kan irritatie en brandwonden veroorzaken.
a) Het gereedschap mag uitsluitend door bevoegd onderhoudspersoneel worden onderhouden die authentieke onderdelen gebruikt. Hierdoor kunt u erop aan dat de veiligheid van het elektrisch gereedschap behouden blijft. VOORZORGMAATREGELEN Houd kinderen en kwetsbare personen op een afstand. Het gereedschap moet na gebruik buiten het bereik van kinderen en andere kwetsbare personen worden opgeborgen.
1. Dit draagbare gereeschap is voor het vast-en
losdraaien van schroeven. Gebruik het apparaat alleen voor deze handelingen.
2. Gebruik oorwatjes als het gereedschap voor
langere tijd wordt gebruikt.
3. Het bedienen van het apparaat met een hand is
zeer gevaarlijk. Houd het apparaat bij bediening met beide handen stevig vast.
4. Na het monteren van het schroefstuk dient u
lichtjes aan het schroefstuk te trekken om te kontroleren of het niet loskomt. Als het schroefstuk niet juist geïnstalleerd is, kan het tijdens gebruik loskomen en gevaar veroorzaken.
5. Gebruik het de schroefstuk dat past bij de schroef.
6. Het onder een hoek vastdraaien van een schroef
met het apparaat kan de kop van de schroef beschadigen. Tevens wordt de schroef dan niet met de juiste aantrekkracht vastgedraaid. Breng daarom voor het vastdraaien van een schroef het apparaat in één lijn met de schroef.
7. Laad de accu bij een temperatuur van 0 – 40°C.
Een temperatuur van onder 0°C kan overlading veroorzaken, hetgeen gevaarlijk kan zijn. De accu kan niet bi een temperatuiur van boven de 40°C geladen worden. De meest geschikte temperatuur is tussen de 20 – 25°C.
8. Gebruik de acculader niet kontinu.
Wacht ongeveer 15 minuten voordat met het laden van een andere accu begonnen wordt.
9. Voorkom dat stof of vuil in de opening van de
aansluiting van de batterij terecht komt.
10. Demonteer de oplaadbare batterij of oplader niet.
11. Voorkom kortsluiting van de oplaadbare batterij.
Kortsluiting kan resulteren in oververhitting. Dit kan schade of brandgevaar opleveren.
12. Gooi de batterij niet in het vuur.
Een brandende batterij kan ontploffen.
13. Steek nooit een voorwerp in de ventilatieopeningen
van de oplader. Als een voorwerp of ontvlambaar materiaal in de ventilatie-openingen van de oplader wordt gesto ken, kan dit resulteren in een elektrische schok of beschadiging aan de oplader.
14. Breng de batterij naar de dealer waar deze gekocht
werd, indien deze na oplading onvoldoende kracht heeft voor praktisch gebruik. Gooi een uitgewerkte batterij niet weg.
15. Het gebruik van een uitgeputte accu zal de oplader
1. Dit draagbare gereedschap is voor h et vasten
losdraaien van schroeven. Gebruik het apparaat allen voor deze handelingen.
2. Gebruik oorwatjes als het gereedschap voor
langere tijd wordt gebruikt.
3. Het bedienen van het apparaat met een hand is
zeer gevaarlijk. Houd het apparaat bij bediening met beide handen stevig vast. 05Ned_WH12DAF2_WE 5/14/08, 18:1451Nederlands
4. Kontroleer of de bus niet gescheurd of gebroken
is. Gebroken of gescheurde bussen zijn gevaarlijk. Kontroleer daarom alvorens gebruik de bus.
5. Zet de bus met de buspen en ring vast.
Als de buspen of ring voor het vastzetten van de bus beschadig is, kan de bus van de apparaat vliegen. Dit is gevaarlijk. Gebruik daarom geen vervormde, versletem, gescheurde of op andere manieren beschadigde buspennen of ringen. Zorg er altijd voor dat u de buspen en ring in de juiste stand aanbrengt.
6. Kontroleren van het aantrekkoppel.
Het juiste koppel voor het vastzetten van een bout hangt af van het materiaal warvan de bout gemaakt is, de afmetingen van de bout, de klasse, e.d. Ook het aantrekkoppel, dat door de apparaat opgewedt wordt, hangt af van het materiaal en de afmetingen van de bout, hoelang het apparaat in werking is, de wijze waarop de bus gemonteerd is, enz. Tevens is het aantrekkoppel enigszins verschillend wanneer de accu net opgeladen is of wanneer de accu bijna leeg is. Gebruik een momentsleutel om te kontroleren of de bout met het juiste koppel is vastgedraaid.
7. Stop het apparaat voordat u de draairichting
veranderd. Laat altijd de trekkerschakelaar los en wacht totdat het apparaat stilstaat, alvorens van draairichting te veranderen.
8. Raak nooit bewegende delen aan.
Houd het draaiende busgedeelte uit de buurt van uw handen of andere delen van uw ilchaam. U kunt door het busgedeelte verwond raken. Vermijd tevens aanraking van de bus na langduring kontinu gebruik. De bus wordt n.l. heet en kan brandwonden veroorzaken.
9. Laat het apparaat nooit zonder belasting braaien
bij gebruik van de kruiskoppeling. Als de bus zonder belasting draait, zal de kruiskoppeling de bus heftig heen en weer slingeren. U kunt dan verwond raken, of de bewegig van de bus kan het apparaat zodanig laten trillen, dat u het apparaat laat vallen.
10. Laad de accu bij een temperatuur van 0 – 40°C.
Een temperatuur van onder 0°C kan overlading veroorzaken, hetgeen gevaarlijk kan zijn. De accu kan niet bi een temperatuiur van boven de 40°C geladen worden. De meest geschikte temperatuur is tussen de 20 – 25°C.
11. Gebruik de acculader niet kontinu.
Wacht ongeveer 15 minuten voordat met het laden van een andere accu begonnen wordt.
12. Voorkom dat stof of vuil in de opening van de
aansluiting van de batterij terecht komt.
13. Demonteer de oplaadbare batterij of oplader niet.
14. Voorkom kortsluiting van de oplaadbare batterij.
Kortsluiting kan resulteren in oververhitting. Dit kan schade of brandgevaar opleveren.
15. Gooi de batterij niet in het vuur.
Een brandende batterij kan ontploffen.
16. Steek nooit een voorwerp in de ventilatieopeningen
van de oplader. Als een voorwerp of ontvlambaar materiaal in de ventilatie-openingen van de oplader wordt gesto ken, kan dit resulteren in een elektrische schok of beschadiging aan de oplader.
17. Breng de batterij naar de dealer waar deze gekocht
werd, indien deze na oplading onvoldoende kracht heeft voor praktisch gebruik. Gooi een uitgewerkte batterij niet weg.
18. Het gebruik van een uitgeputte accu zal de oplader
beschadigen. MODEL WH12DAF2: met oplader en doos WR12DAF2: met oplader en doos TECHNISCHE GEGEVENS Model WH12DAF2 WR12DAF2 Onbelaste snelheid 0 – 2500 min
Capaciteit M4 – M8 (Kleine schroef) M6 – M14 (Normale bout) M5 – M12 (Normale bout) M6 – M10 (Trekvaste bout) M5 – M10 (Trekvaste bout) Aantrekkoppel Oplaadbare batterij EB1214S: Ni-Cd batterij, 12 V (1,4 Ah 10 cellen) EB1220BL: Ni-Cd batterij, 12 V (2,0 Ah 10 cellen) EB1226HL: Ni-MH batterij, 12 V (2,6 Ah 10 cellen) Gewicht 1,6 kg (EB1214S Installatie) Maximum 110 N·m {1120 kgf·cm} Aantrekken van M12 trekvaste bout (hardheidsgraad 12,9) bij 20°C. Aantrektijd: 3 sec. Maximum 130 N·m {1330 kgf·cm} Aantrekken van M12 trekvaste bout (hardheidsgraad 12,9) bij 20°C. Aantrektijd: 3 sec. MACHINE 05Ned_WH12DAF2_WE 5/14/08, 18:1452Nederlands
ACCULADER Model UC14YFA UC18YG Oplaadtijd EB1214S: Circa. 30 min. (à 20°C) EB1214S: Circa. 30 min. (bij 20°C) EB1220BL: Circa. 50 min. (à 20°C) EB1220BL: Circa. 50 min. (bij 20°C) EB1226HL: Circa. 60 min. (à 20°C) × Oplaadspanning 7,2 – 14,4 V 7,2 – 18 V Gewicht 0,6 kg 0,3 kg „×” Geeft aan dat de batterij niet geschikt is voor de oplader in kwestie. OPMERKING: De tijd voor het opladen verschilt afhankelijk van de omgevingstemperatuur en het spanningsvoltage. STANDAARD TOEBEHOREN
De standaard toebehoren kunnen zonder nadere aankondiging gewijzigd worden. EXTRA TOEBEHOREN (los verkrijgbaar)
Er bestaan twee verschillende hulpstukmaten voor het schroefstuk en de bus. Raadpleeg onderstaande tabel om te kijken welke hulpstukmaat voor schroefstuk en bus hoort bij uw WH12DAF2.
Bij WR12DAF2 hoort de specificatie 12,7 vierkant schroefstuk. Kies a.u.b. een bus met de geschikte hulpstukmaat. De extra toebehoren kunnen zonder aankondiging op ieder moment worden veranderd. 17mm 12mm 13mm 9mm Zuid-Korea, Taiwan, Hongkong, China, Singapore Hulpstukmaat Aankooplocatie Soort-L Soort-S Andere locaties. TOEPASSINGEN 〈WH12DAF2〉 䡬 Vast-en losdraaien van kleine schroeven, Kleine bouten e.d. 〈WR12DAF2〉 䡬 Vast-en losdraaien van allerlei soorten bouten en moeren, die gebruikt worden voor het vastzetten van verbindingsstukken, etc.
INLEGGEN EN UITNEMEN VAN DE BATTERIJ
1. Verwijderen van de batterij
Houd de handgreep goed vast en druk tegen de accuvergrendeling om de batterij te verwijderen. (Zie Afb. 1 en 2) LET OP: Sluit de batterij nooit kort.
2. Aanbrengen van de batterij
Plaats de batterij met de polen juist aangebracht. (Zie Afb. 2) OPLADEN 〈UC14YFA〉 Laad de accu vóór gebruik van het gereedschap als volgt op.
1. Sluit het netsnoer van het acculader op het
stopkontakt aan. Wanneer de stekker van de acculader in het stop- kontakt wordt gestoken, zal het controlelampje in rood knipperen. (Met tussenpozen van 1 sekonde.)
2. Steek de batterij in het acculader.
Steek de batterij stevig op zijn plaats in de richting zoals aangegeven in Afb. 3, totdat de batterij de bodem van het lader-compartiment raakt. LET OP: 䡬 Zorg dat de batterij in de juiste richting van plus en min wordt geplaatst, anders is niet alleen opladen onmogelijk, maar er kunnen ook storingen in de werking van de oplader ontstaan zoals een beschadigd oplaadcontact.
Wanneer een batterij in de acculader wordt aangebracht, blijft het controlelampje kontinu rood branden. Wanneer de batterij volledig is opgeladen, gaat het controlelampje in rood knipperen. (Met tussenpozen van 1 sekonde.) (Zie Tabel 1) (1) Aanduiding van de controlelampje De aanduidingen van het controlelampje zijn zoals aangegeven in Tabel 1, al naar gelang de toestand van de oplaadbare batterij of het acculader. 05Ned_WH12DAF2_WE 5/14/08, 18:1453Nederlands
Tabel 1 Aanduidingen van het controlelampje Brandt ongeveer 0,5 sekonde. Brandt ongeveer 0,5 sekonde niet. (Uit voor 0,5 seconde) Blift branden Brandt ongeveer 0,5 sekonde. Brandt ongeveer 0,5 sekonde niet. (Uit voor 0,5 sekonde) Brandt ongeveer 0,1 sekonde. Brandt ongeveer 0,1 sekonde niet. (Uit voor 0,1 sekonde) Blijft branden Knippert (ROOD) Tijdens opladen Na opladen Brandt (ROOD) Knippert (ROOD) Voor het laden Opladen onmogelijk Brandt (GROEN) Opladen onmogelijk Knippert (ROOD) Er is iets mis met de batterij of met het acculader. De temperatuur van de batterij is te hoog, waardoor het opladen onmogelijk is. (2) Batreffende de temperatuur van de oplaadbare batterij De temperatuur van oplaadbare batterijen verloopt zoals aangegeven in de onderstaande tabel; batterijen die erg warm zijn dient u voor het opladen even af te laten koelen. Tabel 2 Temperatuur voor opladen van baterijen
4. Trek de stekker van het oplaadapparaat uit het
5. Houd het oplaadapparaat stevig vast en trek de
batterij er uit. OPMERKING: Verwijder beslist de accu van de lader na gebruik. Bewaar op een veilige plaats. Betreffende het ontladen raken van nieuwe batterij e.d. Aangezien bij nieuwe en langdurig niet gebruikte batterij de chemische aktiviteit is teruggelopen, zal de stroomopbrengst bij het eerste en tweede gebruik slechts gering zijn. Dit is een tijdelijk verschijnsel; de normale oplaadtijd kan hersteld worden door de accu 2 à 3 maal bij kamer-temperatuur op te laden. Om langdurig gebruik van de batterij te bevorderen (1) Laad batterij op vóórdat ze volledig uitgeput zijn. Merkt u dat de gevoede apparatuur minder krachtig gaat werken, onderbreek dan het gebruik en laad de batterij op. Als u apparatuur op batterijvoeding te lang blijft gebruiken, kan dit leiden tot teruglopen van de batterijwerking en eventueel zelfs beschadiging ervan. (2) Verricht het opladen niet bij hoge temperatuur. Een oplaadbare batterij zal onmiddellijk na gebruik gewoonlijk erg warm zijn. Als u een dergelijke batterij onmiddellijk gaat opladen, zal de chemische balans in het inwendige verstord worden en zal de levensduur van de batterij afnemen. Laat de batterij daarom even afkoelen, voor u met opladen begint. LET OP: 䡬 Als wordt geprobeerd de batterij op te laden terwijl deze te warm is geworden door langdurige blootstelling aan direkt zonlicht of onmiddellijk na gebruik van de batterij, is het mogelijk dat het kontrolelampje van de acculader groen oplicht. Mocht dit zich voordoen, laat de batterij dan eerst even afkoelen alvorens u deze oplaadt. 䡬 Wanneer het controlelampje snel in rood knippert (vijfmaal per sekonde), neem de batterij dan uit het oplaadapparaat en controleer de opening van de laatste dan op de aanwezigheid van een voorwerp dat er niet hoort. Is er geen voorwerp in de opening aanwezig, dan is de storing waarschijnlijk te wijten aan de oplaadbare batterij of het oplaadapparaat. Laat deze dan controleren door een bevoegde onderhoudsinstantie. 䡬 Aangzien de ingebouwde micoprocessor van de UC14YFA een drietal sekonden nodig heeft om te reageren op het loskoppelen van de batterij, dient u minimaal drie sekonden te wachten voordat u de batterij weer aansluit om het laden te vervolgen. Als de batterij binnen de drie sekonden wordt aangesloten, bastaat dat kans de deze niet goed wordt opgeladen.
Laad de accu vóór gebruik van het gereedschap als volgt op.
1. Sluit het snoer van de oplader aan op een stopkontakt
Wanneer het snoer aangesloten wordt, wordt de oplader ingeschakeld.
2. Steek de batterij in de oplader
Steek de batterij stevig en op de juiste manier naar binnen tot deze de bodem van de lader raakt (de indikator gaat branden) (Zie Afb. 4). LET OP Als het kontrolelampje niet oplicht, trek dan het netsnoer uit het stopkontakt en kontroleer de montagerichting van de batterij. Geschikte temperatuur Oplaadbare batterijen voor het opladen EB1214S, EB1220BL –5°C – 60°C EB1226HL 0°C – 45°C 05Ned_WH12DAF2_WE 5/14/08, 18:1454Nederlands
䡬 Batreffende de temperatuur van de oplaadbare batterij De temperatuur van oplaadbare batterijen verloopt zoals aangegeven in Tabel 3. Tabel 3 Temperatuur voor opladen van baterijen 䡬 Wanneer de batterij volledig opgeladen is, gaat het kontrolelampje uit. Het opladen zal langer duren bij lage temperatuur of wanneer de spanning van de stroombron te gering is. Als het kontrolelampje ook na 120 minuten opladen nog niet dooft, stop dan met opladen en neem dan kontakt op met uw BEVOEGDE HITACHI ONDERHOUDSDIENST. LET OP Als de batterij aan direct zonlicht blootstaat na gebruik, is het mogelijk dat het kontrolelampje niet aan gaat.
3. Trek de stekker van het oplaadapparaat uit het
4. Houd het oplaadapparaat stevig vast en trek de
batterij er uit OPMERKING Verwijder de batterijen na het opladen uit de lader en bewaar de batterijen vervolgens op de juiste manier. Betreffende het ontladen raken van nieuwe batterij e.d. Aangezien bij nieuwe en langdurig niet gebruikte batterij de chemische aktiviteit is teruggelopen, zal de stroomopbrengst bij het eerste en tweede gebruik slechts gering zijn. Dit is een tijdelijk verschijnsel; de normale oplaadtijd kan hersteld worden door de accu 2 à 3 maal bij kamer-temperatuur op te laden. Om langdurig gebruik van de batterij te bevorderen. (1) Laad batterij op vóórdat ze volledig uitgeput zijn. Merkt u dat de gevoede apparatuur minder krachtig gaat werken, onderbreek dan het gebruik en laad de batterij op. Als u apparatuur op batterijvoeding te lang blijft gebruiken, kan dit leiden tot teruglopen van de batterijwerking en eventueel zelfs beschadiging ervan. (2) Verricht het opladen niet bij hoge temperatuur. Een oplaadbare batterij zal onmiddellijk na gebruik gewoonlijk erg warm zijn. Als u een dergelijke batterij onmiddellijk gaat opladen, zal de chemische balans in het inwendige verstord worden en zal de levensduur van de batterij afnemen. Laat de batterij daarom even afkoelen, voor u met opladen begint.
1. Voorbereiden en kontroleren van de werkomgeving
Zorg ervoor dat de werkplaats voldoet aan alle eisen die in de voorzorgsmaatregelen vermeld staan.
2. Kontroleren van de batterij
Zorg ervoor dat de batterij stevig geplaatst wordt. Indien dit niet gebeurd, kan het voorkomen dat de accu eruit valt en een ongeluk veroorzaakt.
3. Monteren van het schroefstuk (WH12DAF2)
Volg altijd de onderstaande aanwijzingen bij het monteren van het schroefstuk. (Afb. 5) (1) Trek de geleide-ring van de voorkant van het gereedschap vandaan. (2) Steek het schroefstuk in de zeshoekige opening in het draaistuk. (3) Laat de geleide ring los, waarna deze naar de oorspronkelijke positie terugkeert. LET OP: Als de geleide ring niet naar de oorspronkelijk positie terugkeerd, is het schroefstuk niet op de juiste wijze gemonteerd.
4. Kiezen van de juiste bus overkomstig de bout
(WR12DAF2) Zorg ervoor dat u een bus gebruikt die past op de bout welke moet worden vastgedraaid. Het gebruik van een verkeerde bus zal niet allen resultetren in onvoldoende vastdraaien maar bovendien in beschadigingen aan de bus of moer. Een versleten of vervormde zeskante of vierkante bus zal niet goed op de moer of het draaistuk passen, hetgeen resulteert in een lager aantrekkoppe. Let er goed op dat e gaten in de bussen niet te zeer versleten zijn. Varvang de bussen altijd op tijd door nieuwe. Tenslotte monteert u de bus zoals in item 5 beschreven staat, in het gedeelte „Extra toebehoren” worden nadere details over de relatie tussen de boutgrootte en de verschillende soorten bussen beschreven. De bussen worden geklassificeerd volgens de afstand tussen de tegengestelde oppervlakken van het zeshoekige gat.
5. Monteren van de bus (WR12DAF2)
Kies de die u wilt gebruiken. 䢇 Pan, O-ring type (Afb. 6 en 7) (1) Breng de opening in de bus in een lijn met het gat in het draaistuk en steek het draaistuk in de bus. (2) Steek de pen de opening van de bus. (3) Bevestig e ring in de grog op de bus. 䢇 Plunjer type (Afb. 8) Breng de plunjer in het vierkante gedeelte van het aanbeeld tegenover de opening in het zeskante voetstuk. Druk dan de plunjer uit en bevestig het voerstuk op het aanbeeld. Kontroleer of de plunjer stevig in de opening steekt. Voor het verwijderen van het voetstuk volgt u de aanwijzingen in omgekkeerde volgorde. GEBRUIK LET OP: 䡬 Bij gebruik van de haak met lamp moet u goed opletten dat het hoofdtoestel niet valt. Als het gereedschap valt, bestaat er kans op een ongeluk. 䡬 Bevestig geen ander hulpstuk aan het hoofdtoestel dan een kruiskopschroevendraaier wanneer u het hoofdtoestel aan de haak met lamp van uw riem laat hangen. Dit om letsel te voorkomen wanneer het gereedschap aan de broekriem wordt gedragen met hulpstukken met een scherpe punt, zoals een bit, aan het gereedschap bevestigd.
1. Gebruiken van de haak met lamp
De haak met lamp kan naar keuze aan de rechter- of aan de linkerkant worden bevestigd en de hoek kan worden ingesteld in 5 stappen tussen 0° en 80°. Geschikte temperatuur Oplaadbare batterijen voor het opladen EB1214S, EB1220BL 0°C – 45°C 05Ned_WH12DAF2_WE 5/14/08, 18:1455Nederlands
(1) Gebruik van de haak (a) Trek de haak naar u toe in de richting van pijl (A) en verdraai deze vervolgens in de richting van pijl (B). (Afb. 9) (b) De hoek kan worden ingesteld in 5 stappen (0°, 20°, 40°, 60°, 80°). Zet de haak in de stand waarin u hem wilt gebruiken. (2) Overbrengen van de haak naar de andere kant LET OP: Onvolledige bevestiging van de haak kan in het gebruik leiden tot lichamelijk letsel. (a) Houd de machine stevig vast en verwijder de schroef met een schroevendraaier of een munt. (Afb. 10) (b) Verwijder de haak en de veer. (Afb. 11) (c) Bevestig de haak en de veer aan de andere kant en zet ze stevig vast met de schroef. (Afb. 12) OPMERKING: Let op de richting van de veer. Bevestig de veer met de grotere diameter van u af wijzend. (Afb. 12) (3) Gebruik als hulplicht (a) Druk de schakelaar in om het licht uit te zetten. Vergeet u dit te doen, dan zal het licht na 15 minuten automatisch uit gaan. (b) De richting van het licht kan worden versteld binnen het bereik van de haakstanden 1-5. (Afb. 13) 䡬 Brandduur AAAA mangaan (gewone) batterijen: ca. 15 uur AAAA alkali batterijen: ca. 30 uur LET OP: Kijk niet direct in het licht. Hierdoor kunnen uw ogen letsel oplopen. (4) Vervangen van de batterijen (a) Draai de schroef van de haak los met een kruiskopschroevendraaier (No. 1). (Afb. 14) Verwijder de afdekking van de haak door deze in de richting van de pijl te duwen. (Afb. 15) (b) Verwijder de oude batterijen en doe de nieuwe batterijen ervoor in de plaats. Volg de aanduidingen op de haak en zorg ervoor dat de plus (+) en min (–) polen op de juiste plaats zitten. (Afb. 16) (c) Breng de inkeping op de behuizing van de haak in lijn met het uitsteeksel op de afdekking van de haak. Duw de afdekking in de tegenovergestelde richting als aangegeven door de pijl op Afb. 15 en draai de schroef weer vast. Gebruik in de handel verkrijgbare AAAA formaat batterijen (1,5 V). OPMERKING: Draai de schroeven niet te vast. Hierdoor zou u ze dol kunnen draaien. LET OP: 䡬 Let op de volgende punten om batterijlekkage, corrosie of andere storingen te voorkomen. Zorg ervoor dat de batterijen met de plus (+) en min (–) polen op de juiste plaats zitten. Vervang allebei de batterijen tegelijkertijd. Gebruik geen oude en nieuwe batterijen door elkaar. Haal lege batterijen onmiddellijk uit de haak. 䡬 Gooi batterijen nooit met het reguliere afval weg en gooi ze niet in het vuur. 䡬 Houd batterijen te allen tijde buiten bereik van kinderen. 䡬 Gebruik de batterijen op de juiste manier en volg de aanwijzingen op de verpakking.
2. Controleer de draairichting
De boor draait rechtsom (van achteren gezien) wanneer de R-kant van de drukknop ingedrukt wordt. De L-kant van de drukknop dient te worden ingedrukt om de boor linksom te laten draaien. (Zie Afb. 17) (De
markeringen zijn op de behuizing aangebracht.) LET OP: De drukknop mag niet gebruikt worden wanneer de machine draait. Als u de draairichting wilt omschakelen moet u eerst de machine volledig stilleggen; daarna kunt u de drukknop gebruiken.
3. Bediening van de hoofdschakelaar
䡬 De boor gaat draaien wanneer aan de trekker getrokken wordt. Wanneer de trekker wordt losgelaten stopt de boor. 䡬 De draaisnelheid kunt u regelen door in meerdere of mindere mate aan de trekschakelaar te trekken. Wanneer u licht aan de trekschakelaar trekt, is de snelheid laag en bij harder trekken wordt de snelheid verhoogd.
4. Vast- en losdraaien van schroeven (WH12DAF2)
Monteer het juiste schroefstuk voor de schroef en steek het schroefstuk in de groeven van de kop van de schroef. Draai daarna de schroef vast. Druk zo hard tegen het apparaat aan dat het schroefstuk in de kop van de schroef blijft. LET OP: Wanneeer de schroef met het apparaat te vast wordt gedraaid, kan de schroef afbreken. Het onder een hoek vastdrraien van de schroef met het apparaat kan de kop van de schroef beschadigen. Tevens wordt de schroef dan niet met de juiste aantrekkracht vastgedraaid. Breng daarom voor het vastdraaien van een schroef het apparaat in één lijn met de schroef.
5. Het aantal mogelijk vast te draaien schroeven
(WH12DAF2) Kijk naar de onderstaande tabel voor het aantal mogelijk vast te draaien schroeven met een lading. EB1214S Deze waarden kunnen licht variëren met de omgevingstemperatuur en de karakteristieken van de batterij.
6. Het aantal mogelijk vast te draaien bouten
(WR12DAF2) Kijk naar de onderstaande tabel voor het aantal mogelijk vast te draaien bouten met een lading. EB1214S Deze waarden kunnen licht variëren met de omgevingstemperatuur en de karakteristieken van de batterij. Type schroef Antal vastdraaiingen Houtschroef ø4 × 50 Circa. 190 (Zacht hout) Kolomschroef M8 × 16 Circa.
OPMERKING: Het gebruik van de EB1226HL batterij bij lage temperaturen (onder nul) kan soms een zwakker aantrekkoppel en slechtere werking van het gereedschap tot gevolg hebben. Dit is slechts tijdelijk en de werking zal weer normaal zijn als de batterij weer op normale temperatuur is.
Na continu vastdraaien van bouten dient u de machine 15 minuten of zo te laten rusten wanneer u de batterij vervangt. De temperatuur van de motor, schakelaar enz. zal flink stijgen als u direct weer begint te werken nadat de batterij vervangen is, hetgeen uiteindelijk kan resulteren in doorbranden van de machine. OPMERKING: De hamerkop wordt tijdens voortdurend werk erg heet, raak deze dus niet aan.
2. Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik van de
snelheidsregelaar Deze regelaar is voorzien van een ingebouwd, elektronisch circuit waarmee het toerental traploos kan worden ingesteld. Hierdoor kunnen, wanneer de trekschakelaar slechts een beetje wordt overgehaald (laag toerental) en de motor gestopt wordt terwijl u een schroef aan het indraaien bent, onderdelen van het elektronisch circuit oververhit en beschadigd raken.
Raadpleeg Afb. 18 en 19 voor het aanhaalkoppel voor de bouten (afhankelijk van de maat), onder de omstandigheden zoals op Afb. 20. Gebruik dit voorbeeld als algemeen referentiepunt, aangezien het aantrekkoppel zal variëren met de omstandigheden waaronder wordt vastgedraaid. OPMERKING: 䡬 Bij gebruik van een lange vastdraaitijd zullen de schroeven zeer vast worden gedraaid. Dit kan tot gevolg hebben dat de schroef breekt, of dat het uiteinde van het schroefstuk beschadigd wordt. 䡬 Als het schroefstuk onder een hoek op de vast te draaien schroef geplaatst wordt, kan de kop van de schroef beschadigd worden. Tevens is het dan mogelijk dat het gespecificeerde aantrekkoppel niet op de schroef wordt overgebracht. Plaats daarom het apparaat en de vast te draaien schroef altijd in een lijn.
4. Gebruik de juiste vastdraaitijd voor de schroef
Het juiste aantrekkoppel voor een schroef varieert met het materiaal en de grootte van de schroef, en het materiaal waarin de schroef vastgedraaid wordt. Dus gebruik de juiste vastdraaitijd voor de schroef. In het bijzonder als bij het vastdraaien van schroeven kleiner dan M8 schroeven een lange vastdraaitijd wordt gebruikt, bestaat het gevaar dat de schroef breekt. Zorg er daarom voor dat u de vastdraaitijd en het aantrekkoppel van te voren kontroleert.
5. Zet de bout met het juiste aantrekkoppel vast
Het optimale aantrekkopel van moeren en bouten hangt af van het materiaal en formaat van de moeren en bouten. Een buitensporig groot aantrekkoppel voor een kleine bout kan resulteren in rekken of breken van de bout. Het aantrekkoppel is groter naarmate de bedrijfstijd langer is. Gebruik de juiste wijzerplaatinstelling en vastdraaitijd voor de bout.
6. Vasthouden van het gereedschap
Houd het gereedschap met uw handen. De sleutel moet in dit geval in lijn zijn met de bout. Het is niet noding hard tegen de sleutel te drukken. Druk zodaning dat er net wordt gecompenseerd voor de kracht van de machine.
7. Controleren van het aantrekkopper
De volgende faktoren dragen bij tot een vermindering van het aantrekkoppel. Controller, daarom het vereiste aantrekkoppl door van de te voren en aantal bouten met een handberdiende momentsleutel vast te draaien. Fadtoren die een invloed hebben op het aantrekkoppel. (1) Voltage Als de marge van ontladen wordt bereikt, neemt net voltage af en vermindert het aantrekkoppe. (2) Bedrijfstijd Het aantrekkoppel is groter als de bedrijfstijd langer is. Bij een bepaalde waarde zal het aantrekkoppel echter niet meer groter worden, ook al wordt het gereedschap langer gebruikt. (Zie Afb. 18 en 19). (3) Diameter van de bout Het aanhaalkoppel hangt mede af van de diameter van de bout zoals aangegeven op Afb. 18 en 19. Over het algemeen heeft een bout met een grotere diameter een groter antrekkoppel. (4) Omstandigheden bij het vastdraaien Het aantrekkoppel verschilt afhankelijk van de koppelverhouking, d.w.z. klasse en lengte van de bouten (zelfs als bouten met hetzelfde formaat schroefdraad worden gebruikt). Het aantrekkoppel zal ook verschillen afhankelijk van de konditie van het mataal waardoor de bout moet worden gedraaid. (5) Gebruik van los verkrijgbare toebehoren (WR12DAF2) Het aantrekkoppel is wat lager als een verlengstaaf, kogelgewrichtverbinding of lange bus wordt gebruikt. (6) Speling van de bus (WR12DAF2) Een versleten of vervormde zeskant of vierkante bus zal niet goed op de moer of het draaistuk passen, hetgeen resulteer in een lager aantrekkoppel. Het gebruik van een bus die met de bout overeenkomz zal resulteren in een te laag aantrekkoppel. (7) Het aantrekkoppel variërt afhankelijk van het oplaadniveau van de accu. (WR12DAF2) Afb. 21 laten voorbeelden zien van de relatie tussen de aandraaikracht en het aantal keren dat er daarmee vastgedraait kan worden voor de WR12DAF2. Zoals te zien is, vermindert het aantrekkoppel geleidelijk met de toename van het aantal vastdraaiingen. Als het oplaadniveau dicht in de buurt komt van volledig ontladen („a” marge in de grafiek) verzwakt de slag van het apparaat, nemt het aantal vastdraaiingen per tijdseenheid af en vermindert het aantrekkoppel stek. Als dit gebeutt, controleer dan eerst het koppelniveau en laad vervalgens indien noding de accu op. 05Ned_WH12DAF2_WE 5/14/08, 18:1457Nederlands
Vastdraaitijd: sec (Dikte van de staalplaat t = 10 mm) Normale bout M8 × 30
Aantrekkoppel Trekvaste bout Vastdraaitijd: sec (Dikte van de staalplaat t = 10 mm) Normale bout M10 × 30
Aantrekkoppel Trekvaste bout Vastdraaitijd: sec (Dikte van de staalplaat t = 25 mm) Normale bout M12 × 45
Aantrekkoppel Trekvaste bout Afb. 20 Moer *De volgende bouten worden gebruikt. Normale bout: 4,8 Trekvaste bout: 12,9 Dikte van de staalplaat t Bout
Uitleg van de sterkte-classificatie: 4 — Bezwijkingspunt van de bout: 32 kgf/mm
8 — Maximale treksterkte van de bout: 40 kgf/mm
Afb. 19 Vastdraaitijd: sec (Dikte van de staalplaat t = 10 mm) Normale bout M8 × 30
Aantrekkoppel Trekvaste bout Normale bout Trekvaste bout Vastdraaitijd: sec (Dikte van de staalplaat t = 10 mm) M10 × 30
Aantrekkoppel Normale bout Trekvaste bout Vastdraaitijd: sec (Dikte van de staalplaat t = 25 mm) M12 × 45
M12 × 45 Trekvaste bout (Vastdaaitijd 3 sec) Bij volledig opladen Bij volledig ontladen Aantal vastdraaiingen (PCS)/belasting
1. Kontroleren van het schroefstuk (WH12DAF2)
Het gebruik van een gebroken of versleten schroef- stuk is gevaarlijk, omdat het schroefstuk dan kan slippen. Vervang het schroefstuk.
2. Inspectie van de bus (WR12DAF2)
Een versleten of vervormde zeskante of vierkante bus zal niet meer goed op de moer of het draaistuk passen, hetgeen resulteert in een lager aantrekkoppel. Controleer de slijtage van de gaten in de bussen regelmatig en vervang de busen op tijd door nieuwe.
3. Inspectie van de bevestigingsschroef
Alle bevestigingsschroeven moeten regelmatig geïnspecteerd en gecontroleerd worden of zij juist aangedraaid zijn. Wanneer één van de schroeven losraakt, dan moet deze onmiddellijk opnieuw aangedraaid worden. Gebeurt dat niet, dan kan dat tot aanzienlijke gevaren leiden.
4. Reiningen van de behuizing
Gebruik een zachte droge doek, of wat soppig water wanneer de behuizing bevuild is. Gebruik geen vloeistoffen zoals verdunner of bezine om te voorkomen dat de afwerking beschadigd.
Bewaar de machine in een plaats waar de temperatuur niet hoger is dan 40°C, en buiten het bereik van kinderen.
6. Lijst vervangingsonderdelen
A:Ond. nr. B:Code nr. C:Gebr. nr. D:Opm. VOORZICHTIG: Reparatie, modificatie en inspectie van Hitachi elektrisch gereedschap dient te worden uitgevoerd door een erkend Hitachi Service-centrum. Deze Onderdelenlijst komt van pas wanneer u deze samen met het gereedschap aanbiedt bij het erkende Hitachi Service-centrum wanneer u om reparatie of ander onderhoud verzoekt. Bij gebruik en onderhoud van elektrisch gereedschap dienen de in het land waar u zich bevindt geldende veiligheidsregelgeving en veiligheidsstandaarden stipt te worden opgevolgd. MODIFICATIES: Hitachi elektrisch gereedschap wordt voortdurend verbeterd en gewijzigd teneinde gebruik te kunnen maken van de nieuwste technische ontwikkelingen. Daarom is mogelijk dat sommige onderdelen (zoals codenummers en/of ontwerp) zonder voorafgaande kennisgeving gewijzigd worden. GARANTIE De garantie op het elektrisch gereedschap van Hitachi is in overeenstemming met de wettelijke/landspecifieke richtlijnen. Deze garantie dekt geen defecten of schade als gevolg van foutief gebruik, misbruik of normale slijtage. In geval van klachten verzoeken wij u het elektrisch gereedschap samen met het GARANTIECERTIFICAAT dat u achterin deze handleiding aantreft naar een erkend servicecentrum van Hitachi te sturen. Indien door de gebruiker de machine wordt gedemonteerd vervalt de aanspraak op garantie. OPMERKING: Op grond van het voortdurende research- en ontwikkelingsprogramma van HITACHI zijn veranderingen van de hierin genoemde technische opgaven voorbehon. Informatie betreffende luchtgeluid en trillingen De gemeten waarden zijn verkregen overeenkomstig EN60745 en voldoen aan de eisen van ISO 4871. Gemeten A-gewogen geluidsniveau: 102 dB (A) Gemeten A-gewogen geluidsdrukniveau: 91 dB (A) Onzekerheid KpA: 3 dB (A) Draag gehoorbescherming. Totale trillingswaarden (triax vector som) bepaald overeenkomstig EN60745. Trillingsemissiewaarde ah = 7,2 m/s
WAARSCHUWING 䡬 De trillingsemissiewaarde tijdens het feitelijke gebruik van het elektrisch gereedschap kan afwijken van de opgegeven waarde afhankelijk van de manieren waarop het gereedschap wordt gebruikt. 䡬 Neem kennis van de veiligheidsmaatregelen voor de bescherming van de operator welke gebaseerd zijn op een schatting van blootstelling onder feitelijke gebruiksomstandigheden (rekening houdend met alle onderdelen van de gebruikscyclus, zoals de tijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en wanneer dit onbelast draait inclusief de triggertijd). 05Ned_WH12DAF2_WE 5/14/08, 18:1460Español
SimpelGids