TG551A - Rookmelder HAGER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis TG551A HAGER in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Rookmelder in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TG551A - HAGER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TG551A van het merk HAGER.
GEBRUIKSAANWIJZING TG551A HAGER
installatiehandleiding - p. 68 Draadloze rook- en warmtemelder, voorzien van lithiumbatterij met een levensduur van 10 jaar
1.1. Werkingsprincipe Deze rook- en warmtemelder is geschikt voor het beveiligen van woningen en bewoonde delen van andere gebouwen, maar ook van campers. De rookmelding is met name geschikt voor het waarnemen van een zich langzaam ontwikkelende brand, waarbij het wel enkele uren kan duren voordat de eerste vlammen ontstaan. De warmtemelding gaat af als:
- de omgevingstemperatuur abnormaal snel oploopt,
- de omgevingstemperatuur een waarde bereikt tussen de 54 en 70 °C. De melder kan worden gebruikt:
- als onderdeel van een draadloos netwerk met maximaal 40 melders. Melder die de alarmering geeft Overige gekoppelde meldersKnippert snelNoodverlichting aanContinu geluidssignaal (85 dB (A) op 3 m afstand)Onderbroken geluidssignaal (85 dB (A) op 3 m afstand) Noodverlichting aan
De melder die rook heeft waargenomen blijft een geluidssignaal geven tot de rook is verdwenen. Gekoppelde melders gaan binnen een minuut af en blijven maximaal 15 minuten lang een geluidssignaal geven. De rookmelder moet volgens de voorschriften worden getest en onderhouden. Wij adviseren om de melder te vervangen op de vervangingsdatum die op het label van het product staat, of eerder wanneer de melder aangeeft dat de batterij leeg raakt.70 1.2. Onderdelen Testknop Richtpunt voor de lampjes (geeft de stand van de lampjes aan nadat de melder op de montageplaat is vastgezet) Rood lampje (alarmering en programmering) Geel lampje (status) Wit lampje (noodverlichting) Montageplaat71 2.1. Uitschakelen van de rookdetector De rookdetector kan uitgeschakeld worden zodat alleen de hittedetector werkzaam blijft. De melder is dan geschikt voor bijvoorbeeld keukens.
1. Open het dekseltje met een schroevendraaier.
2. Schuif het knopje in de ON positie. Plaats het dekseltje weer terug.
Wanneer de verzegeling van het deksel is verbroken, voldoet de melder officieel niet meer aan de CE norm waarmee Hager EN14604 garandeert. De werking blijft gezien de strenge keuring wel betrouwbaar.72 2.2. Keuze van de montageplaats De melder moet worden aangebracht:
- in ruimtes met mogelijk brandgevaar (woonkamers met open haard, kinderkamers, zolders of bewoonde souterrains enz.) (fig. A),
- bij voorkeur midden in de ruimte, tegen het plafond,
- op enige afstand van ventilatieopeningen, die rook kunnen verspreiden,
- op meer dan 50 cm afstand van belemmeringen (muren, wanden, balken enz.) (fig. B),
- aan beide einden van een gang als deze langer is dan 10 m. Als montage op een horizontaal plafond niet mogelijk is, moet de melder worden aangebracht:
- op 40 tot 50 cm van het plafond (fig. B),
- op enige afstand van eventuele elektrische storingsbronnen (elektriciteitsmeter, metalen kast, elektronische ballast enz.). De melder mag niet worden aangebracht:
- in de buurt (op minder dan 50 cm afstand) van een elektronische ballast, een laagspanningstransformator, spaarlampen of tl-verlichting,
- in zeer stoffige ruimtes,
- in ruimtes waar de temperatuur tot onder de -10 °C kan dalen of tot boven de +65 °C kan oplopen, waardoor de melder niet meer naar behoren zal werken,
- op minder dan 1 m afstand van verwarmings-, koelings- of ventilatieopeningen, die rook kunnen verspreiden;
- op minder dan 6 m afstand van een schoorsteen of houtkachel waarvan de rook een loos alarm kan veroorzaken,
- in ruimtes waar kook- en waterdamp een loos alarm kunnen veroorzaken, mag alleen een TG551A worden gemonteerd met uitgeschakelde rookdetetcor.
- in ruimtes waar condens- of vochtvorming kan optreden (dus niet in badkamers of wasruimtes enz.), De melder is in de fabriek al voorzien van een batterij die wordt ingeschakeld zodra de melder op de montageplaat wordt vastgedraaid Zie stap 4 in hoofdstuk 2.3. om een losse melder te monteren.73
- op het hoogste punt van schuine plafonds (A-vorm), waar zich lucht kan ophopen die ervoor zorgt dat rook de melder niet kan bereiken (fig. C).
- rechtstreeks op een metalen wand: breng in dat geval niet-magnetisch materiaal (hout of kunststof) tussen de melder en de wand aan. Minimale beveiliging: rookmelders op de vluchtroutes; in de gang, het trappenhuis, woonkamer, keuken. Optimale beveiliging: naast de minimale beveiliging ook rookmelders in alle overige vertrekken of souterrains.
In de keuken kan een TG551A hitte / rookmelder worden geplaatst met uitgeschakelde rookdetector.2.3. Een losse melder monteren Om de melder netjes te monteren bepaal je de stand van de lampjes aan de hand van de pijl die op de montageplaat is aangebracht (zie Onderdelen). Bevestig de montageplaat volgens de aanwijzingen uit het hoofdstuk Keuze van de montageplaats. De plaat kan op twee manieren worden bevestigd: Inbouw:
- Gebruik voor kastjes met Ø 60 mm de bevestigingsgaten die met 60 zijn aangegeven.
- Gebruik voor kastjes met Ø 78 mm de bevestigingsgaten die met 78 zijn aangegeven.
- Gebruik voor kastjes met Ø 85 mm de bevestigingsgaten die met 85 zijn aangegeven.
- Bevestig de montageplaat met de bijgeleverde schroeven. Opbouw:
- Hou de montageplaat op de gewenste plaats en teken de plaats van de beide schroefgaten af.
- Boor een gat met een boor van de juiste diameter.
- Bevestig de montageplaat met de bijgeleverde schroeven en pluggen. Eventueel kan de melder op de montageplaat worden vastgezet. Hij kan dan niet door onbevoegden worden verwijderd. Knip het vergrendellipje met een kniptang af.
De melder kan dan voortaan alleen nog met een platte schroevendraaier worden geopend.
Plaats de melder op de montageplaat en bepaal de stand van de lampjes met behulp van de markering Rood lampje / Geel lampje
Draai de melder met de wijzers van de klok mee helemaal vast op zijn montageplaat. Het gele controlelampje knippert gedurende 5 seconden en daarna 1 keer per 10 seconden om aan te geven dat de detector normaal werkt. Ga naar hoofdstuk 3. De melder testen. Geel lampje
2.4. Een melder installeren in combinatie met de coviva TKP100A- controller Alle melders moeten bij de coviva-controller zijn aangemeld en zich binnen zijn draadloze bereik bevinden.
1. Druk op de startpagina van de coviva-app op
de blauwe “+”-knop op de pagina “Melder toevoegen” en selecteer “Randapparaat toevoegen”.
2. Druk op “Uitvoeren” en hou de CFG2-knop
ingedrukt tot de app een bevestiging geeft.
3. Ga verder met hoofdstuk 3. De melder testen.
Draadloos aanmelden bij de coviva-controller
Coviva- controller netwerk 1 netwerk 2 netwerk Alle melders in een netwerk opnemen. Alle melders moeten bij de coviva-controller zijn aangemeld en zich binnen zijn draadloze bereik bevinden. Steunzender met verschillende modellen.77 2.5. Een melder in een netwerk opnemen Er kunnen maximaal 40 melders onderling worden gekoppeld om te zorgen dat alle melders in de woning afgaan. De rookmelder kan worden gekoppeld met rook- en/of warmtemelders. In hoofdstuk 1.1 Werkingsprincipe staat beschreven hoe de melders dan reageren.
Een melder in het netwerk opnemen: Schakel op alle melders die in het netwerk moeten worden opgenomen de zelflerende modus in door twee keer op Cfg1 te drukken. Cfg
Het rode lampje knippert.
Druk de testknop van een van de melders in tot het rode lampje op alle andere melders onafgebroken brandt. Laat de knop dan los. Nu knippert het rode lampje van de melder waarop je de testknop hebt ingedrukt. Testknop
Druk op alle melders kort op Cfg1 om de zelflerende modus uit te schakelen. Als je niet op Cfg1 drukt, dan wordt de zelflerende modus na een minuut uitgeschakeld. De melders zijn dan wel gekoppeld.
Draadloze verbinding testen A. Zet alle melders in de teststand door 1 keer op Cfg1 te drukken. Het rode lampje brandt dan 5 seconden en begint vervolgens te knipperen. B. Druk op de testknop van een van de melders. Deze begint dan onafgebroken te zenden om zijn draadloze verbinding te testen. Het rode lampje gaat op alle andere melders onafgebroken branden. C. Plaats de melders daar waar zij moeten komen, maar bevestig ze nog niet.
- Als er voldoende draadloos bereik is, dan blijft het rode lampje onafgebroken branden.
- Als er onvoldoende draadloos bereik is, dan knippert het rode lampje. D. Verplaats de melders die geen goede draadloze verbinding hebben of stel een van de melders in als steunzender (zie 2.6. Een melder als steunzender instellen) en voer dan de test opnieuw uit. E. Om de testfunctie uit te schakelen druk je één keer op de Cfg1-knop van alle melders. Het rode lampje gaat dan uit. F. Herhaal de test van de draadloze verbinding voor alle melders, om te controleren of zij allemaal inschakelen, ongeacht van welke melder de alarmering afkomstig is.
Bevestig de melders door de stappen 1 t/m 4 te volgen van hoofdstuk 2.3. Een losse melder monteren.
Bijzondere gevallen Een melder aan een bestaand netwerk toevoegen
1. Schakel de zelflerende modus in, op de melder die aan het netwerk moet worden
toegevoegd, door twee keer op Cfg1 te drukken. Het rode lampje knippert.
2. Schakel op één van de melders die al in het netwerk is opgenomen de zelflerende
modus in door twee keer op Cfg1 te drukken. Het rode lampje knippert.
3. Hou de testknop van de melder die al in het netwerk is opgenomen ingedrukt tot
het rode lampje van beide melders onafgebroken brandt.
4. Druk kort op Cfg1 van beide melders om de programmeermodus uit te schakelen.80
Een melder die alssteunzender isingesteld, stuurtalarmeringen alleendoor aan de anderemelders.
2.6. Een melder als steunzender instellen Als de draadloze verbinding tussen de melders niet goed is, kan één van de melders als steunzender worden ingesteld. Deze stuurt dan alle ontvangen meldingen door aan alle andere melders. Kies een detetcor als steunzender op een centrale plaats. Voorbeelden: A. Als melder 1 afgaat, dan gaan alleen de melders binnen het draadloze bereik af. B. Melder 2 is ingesteld als steunzender. Als melder 1 afgaat, zendt hij de informatie door naar alle andere melders in de installatie. Grensdraadloos bereikMelder 1
B81 Een melder als steunzender instellen:
1. Druk op Cfg1. Na 4 seconden gaat het rode lampje knipperen. Hou de knop
2. Na 10 seconden gaat het lampje sneller of langzamer knipperen:
- gaat het sneller knipperen, dan is de steunzenderfunctie ingeschakeld,
- gaat het langzamer knipperen, dan is de steunzenderfunctie uitgeschakeld.
3. Laat Cfg1 los en druk deze knop dan kort in om de programmeerfunctie af te
sluiten. 2.7. De fabrieksinstellingen van een melder herstellen Als de fabrieksinstellingen worden hersteld, dan zijn de melders niet langer gekoppeld.
1. Druk twee keer op Cfg1. Het rode lampje knippert.
2. Hou Cfg1 ingedrukt tot het rode lampje onafgebroken brandt en laat de knop dan
3. Druk kort op Cfg1 om de programmeerfunctie af te sluiten.
- In elk netwerk kan één melder als steunzender worden ingesteld.
- Om als steunzender te worden ingesteld, moet de melder eerst bij het netwerk zijn aangemeld.82 Hou de testknop van de melder ingedrukt tot de tweede pieptoon klinkt en laat hem dan los.
- Vóór het testen moeten de melders eerst op hun plaats bevestigd zijn.
- Voordat je de rookmelder test, is het verstandig om de mensen in jouw omgeving te laten weten wat je gaat doen en om maatregelen tegen gehoorschade te nemen.
- Gebruik nooit open vuur om de melder te testen.
- De test moet ten minste een keer per maand worden uitgevoerd en in ieder geval na een langdurige afwezigheid. Druk nogmaals op de testknop om het geluidssignaal uit te schakelen. Geteste melder Overige gekoppelde melders -Knippert snel Noodverlichting aan Geluidssignaal van 1 sec. (75 dB (A) op 1 m afstand) gevolgd door een pauze van 1 sec. Noodverlichting brandt 250 ms, gevolgd door een pauze van 1,75 sec. Geluidssignaal van 250 ms (75 dB (A) op 1 m afstand) gevolgd door een pauze van 1,75 sec.83
- Gedurende deze 15 minuten kan de melder geen rook waarnemen en ook geen alarmering geven.
- Wil je de melder eerder weer inschakelen, druk dan op de testknop. Je hoort een pieptoon en het rode lampje stopt met knipperen. Tijdelijk uitgeschakelde melder Overige gekoppelde melders
4.1. De melder tijdelijk uitschakelen Om te voorkomen dat een melder loos alarm geeft bij het uitvoeren van werkzaamheden die rook kunnen veroorzaken (aanvegen van een stoffige ruimte, vegen van een schoorsteen enz.), kan hij gedurende 15 minuten worden uitgeschakeld. Druk daarvoor op de testknop. Er klinkt een pieptoon en het rode lampje knippert om de 2 seconden. Na deze 15 minuten komt de melder automatisch weer in bedrijf.
Knippert 1 x per 2 sec. 4.2. Alarmering stoppen bij loze melding Als de melder ongevaarlijke rook waarneemt, je hem als volgt stoppen:
- druk op de testknop van de melder
- druk op een van de knoppen van een infrarood afstandsbediening (van tv, dvd- speler, hifiset enz.) terwijl je deze richt op de melder die afgaat. De melder wordt dan gedurende 15 minuten tijdelijk uitgeschakeld (zie hoofdstuk 4.1.). NB: een melder die afgaat, kan pas na 20 seconden worden uitgeschakeld.84 Melder waar de alarmering vandaan komt Gekoppelde melders )))))))))))))) ))))))))))))))))))
keer indrukken van een van de knoppen van de afstandsbediening of van de testknop op een van de melders: gekoppelde melders worden gestopt.
keer indrukken van een van de knoppen van de afstandsbediening terwijl die wordt gericht op de melder waar de alarmering vandaan komt, of indrukken van de testknop van die melder: stoppen van de melder die rook heeft waargenomen. Melder in een netwerk: Stop altijd de melder(s) waar de alarmering vandaan komt (knipperend rood lampje) om ook het geluidssignaal van alle andere melders in het netwerk te uit te schakelen.
- druk op de testknop van de melder,
- druk twee keer op een knop van de afstandsbediening, terwijl je deze op de melder richt.85 4.3. Storingsmeldingen Als de batterij bijna leeg is of als er zich een storing in de detectiekop voordoet, dan zal de melder je 's nachts niet wakker maken met een geluidssignaal. Die storingsmelding komt dan later, als er langer dan 10 minuten weer licht brandt of 12 uur nadat de storing is ontstaan.
4.3.1. Storing in de voedingsspanning
4.3.2. Storing door vervuilde of defecte detectiekop
Na de eerste storingsmelding voor de batterijspanning blijft de melder nog 30 dagen lang gewoon werken. Vervang de melder dan wel zo snel mogelijk. Als het geluidssignaal voor een te lage voedingsspanning op een ongelegen moment komt, kan het gedurende maximaal 7 dagen steeds 12 uur worden uitgesteld door de testknop in te drukken tot de eerste pieptoon klinkt. Overige gekoppelde melders Knippert 1 x per 10 sec. Melder in storing Knippert 2 x per 5 sec. 2 korte pieptonen om de 60 sec. 2 korte pieptonen om de 60 sec. Overige gekoppelde meldersMelder in storing Knippert 8 x per 8 sec. 8 korte pieptonen om de 60 sec. 8 korte pieptonen om de 60 sec. Knippert 1 x per 10 sec.86 Als het geluidssignaal voor een storing in de detectiekop op een ongelegen moment komt, kan het gedurende maximaal 7 dagen steeds 12 uur worden uitgesteld door de testknop in te drukken tot de eerste pieptoon klinkt. Zo hebt je de tijd om de melder schoon te maken.
- Als je de storingsmelding wilt uitstellen maar het geluidssignaal toch blijft klinken, dan is de detectiekop defect. Vervang in dat geval de melder.
- Als een storing 's van de detectiekop 's nachts wordt gemeld, dan is de detectiekop defect. Vervang de melder.
- Als de storingsmelding voor de detectiekop ook na afstoffen blijft aanhouden, dan moet je de melder vervangen. Bij vervanging van een melder moet altijd ook de montageplaat worden vervangen. 5.1. Onderhoud van de detectiekop Geregeld onderhoud van de melder is erg belangrijk. Ten minste een keer per jaar of bij elke melding van vuil op de detectiekop moeten de sleuven van de detectiekop stofvrij worden gemaakt met een stofzuiger (zie ook Storingsmeldingen). 5.2. De melder vervangen
Als de melder wordt vervangen omdat de batterijspanning te laag is of omdat de detectiekop defect is, druk de storingsmelding dan weg door op de testknop te drukken tot de eerste pieptoon klinkt.
24 maanden op alle materiaalgebreken of fabricagefouten, te rekenen vanaf hun productiedatum. Bij gebreken moet het product worden geretourneerd aan de vaste groothandel. De garantie is alleen geldig als het product volgens de geldende procedure via de installateur is geretourneerd en onze kwaliteitsafdeling heeft vastgesteld dat het gebrek niet is te wijten aan een onjuiste installatie en/of onjuist gebruik. Een eventuele toelichting op het gebrek moet bij het product worden gevoegd.
- Als de melder niet is voorzien van de optionele vergrendeling, draai hem dan tegen de wijzers van de klok los.
- Als de detector wél is vergrendeld: A. Steek een platte schroevendraaier in de uitsparing. B. Draai de detector los door hem tegen de wijzers van de klok in te draaien.
Als de melder in een netwerk was opgenomen, zie dan hoofdstuk 2.4. Een melder in een netwerk opnemen.
- Draai de nieuwe melder met de wijzers van de klok mee op zijn montageplaat vast.
- Test de melder (zie De melder testen).
5.3. Maatregelen bij werkzaamheden De melder mag niet worden geschilderd. Als na het monteren werkzaamheden moeten worden uitgevoerd, zorg dan dat de melder goed beschermd is. Vergeet niet om die bescherming na afloop weer te verwijderen.88
7. Technische specificaties
Eigenschap Rookmelder Detectietype • optische rookmelder
- warmtemelder voor het detecteren van: - de snelheid waarmee de temperatuur oploopt - temperaturen die zijn opgelopen tussen de 54 en 70 °C Gemiddelde dekking 50 m
Gebruik binnenshuis Voeding gesloten niet-vervangbare lithiumbatterij 2 x 3 V met een levensduur van 10 jaar Radioverbindingen Interlink: 868 - 870 MHz, 25 mW max, Duty cycle: 0,10% Rx: category 2 Melding • melderstatus
- storingen Ingebouwde pieper bij melding 85 dB op 3 m Ingebouwde pieper 75 dB op 1 m
- bij melding van een storing Draadloze koppeling maximaal 40 melders Bedrijfstemperatuur -10°C tot + 65°C Bewaartemperatuur -10°C tot + 65°C Beschermingsklasse IP22 Afmetingen (D x H) 116 mm x 49 mm Gewicht 255 g89 Rookmelder TG551A 3 voldoet aan de eisen van Verordening (EU) nr. 305/2011 en alle essentiële eisen van geharmoniseerde Europese norm 14604:2005 + AC:2008. Prestatieverklaring 0333-CPR-292073 van TG551A 3 kan worden gedownload van de lokale website van HAGER. Hierbij verklaart Hager Security SAS dat draadloos toestel TG551A 3 voldoet aan de eisen van Richtlijn RE-D 2014/53/EU. De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring staat op www.hager.com
Notice-Facile