TG500B - Rookmelder HAGER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis TG500B HAGER in PDF-formaat.
| Producttype | Optische rookmelder |
| Bereik | 50 m² |
| Afmetingen (D x H) | 125 mm x 48 mm |
| Gewicht | 210 g |
| Voeding | Alkalinebatterij 9 V type 6LR61 (levensduur 4 jaar) of Lithiumbatterij 9 V type U9VL-J-P (levensduur 10 jaar) |
| Visuele signalering | Rood lampje (status, alarms, storingen), wit lampje (noodverlichting) |
| Geluidsniveau | 85 dB op 3 m bij detectie, 73 dB op 3 m bij test/storing |
| Bedrade interconnectie | Tot 40 melders, kabel max. 400 m, doorsnede 1,5 mm² |
| Bedrijfstemperatuur | -10 °C tot +55 °C |
| Beschermingsgraad | IP32 |
| Normen | EN 14604:2005 |
| Garantie | 24 maanden |
| Hoofdfuncties | Optische rookdetectie, handmatige test, tijdelijke uitschakeling 15 min, bedraad netwerk, noodverlichting |
| Onderhoud en reiniging | Jaarlijks stofzuigen van de sleuven, niet schilderen, maximale levensduur 10 jaar |
| Veiligheid | Geen open vuur gebruiken om te testen, condensatie en stof vermijden |
| Montage en plaatsing | In het midden van het plafond, minstens 50 cm van obstakels, uit de buurt van ventilatieopeningen |
Veelgestelde vragen - TG500B HAGER
Gebruikersvragen over TG500B HAGER
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Rookmelder in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TG500B - HAGER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TG500B van het merk HAGER.
GEBRUIKSAANWIJZING TG500B HAGER
- Werking van het product ...... 38
- Tekening 39
Voeding 40
Montage van de rookmelder ..... 40
- Keuze van de montageplaats ..... 40
- Bevestiging 41
- Doorkoppelen van melders ..... 42
Test van de detector 43
Melder tijdelijk uitschakelen.
Alarmsignaal stoppen 44
Signaleren van storingen .... 44
- Batterijstoring 44
- Geluidssignaal vanwege vuil en stof in de melder 45
Onderhoud 45
- Onderhoud van de detectiekop .... 45
- Vervangen van de batterijen ..... 46
- Bij uitvoering van werkzaamheden 46
Eindgebruikersinformatie ..... 47 - 48
Werking van het product
De optische rookmelder is geschikt voor de beveiliging van gebouwen met woonbestemming. Dit zijn bijvoorbeeld woningen, bungalows, appartementen, caravans en campers etc.
De rookmelder kan worden gebruikt:
- opzichzelfstaand of
- gekoppeld in een netwerk met andere melders (bijvoorbeeld hittemelders of relaisprinten) met een maximum van 40 melders.
Reactie van de melder bij detectie van rook
| De melder die de rook detecteert | Overige draad-gekoppelde melders | |
![]() | Knippert snel | - |
![]() | Vuchtwegverlichting is ingeschakeld | Vuchtwegverlichting is ingeschakeld |
![]() | Alarmsignaal klinkt continue(85 dB(A) op 3 m) | Alarmsignaal klinkt gemoduleerd(85 dB(A) op 3 m) |
Tekening

text_image
Richtpunt voor de drukknop 85 60 Drukknop Groene LED (aanwezigheid 230 V netspanning) Rode LED voor alarm en functie status Aansluitblok Batterij- connector Witte LED oriëntatie verlichtingVoeding
TG500A, TG501A, TG501AL
Sluit de batterij aan. Let op de polariteit. Het rode verklikkerlampje knippert snel gedurende 15 seconden en vervolgens 1 keer om de 10 seconden als controlesignaal dat de melder juist functioneert.
TG501A, TG501AL
Sluit de bruine fase draad aan op de L klem, de blauwe nul draad op de N klem en de oranje signaaldraad (doorkoppeling) op de klem met het "puls" teken. Gekoppelde melders moeten deel uit maken van dezelfde groep achter dezelfde installatie automaat. Bij verwisseling van de aansluitingen raakt het product beschadigd en is vervanging noodzakelijk om de veiligheid te waarborgen.
Montage van de rookmelder
Keuze van de montageplaats
De rookmelder beschermt een gemiddelde oppervlakte van 50 m Hij is bedoeld voor ruimtes met brandrisico, zoals woonkamer, slaapkamer en verbindingsruimtes zoals gang en overloop.
Plaats de rookmelder
- bij voorkeur in het midden van de ruimte, horizontaal tegen het plafond;
- op een afstand van minimaal 50 cm van hindernissen (muur, wand, balk...) hoger dan 15 cm;
- op een afstand van minimaal 50 cm van verlichting en elektronische ballasten (bijv. trafo);
- op een afstand van minimaal 6 m van een schoorsteen of een houtkachel (dichterbij kan de rook van deze bron ongewenst alarm veroorzaken);
- op minimaal 1 m afstand van verwarmings-, koelings- of ventilatieopeningen die rook kunnen verspreiden;
- bij schuine plafonds nooit op het hoogste punt. Afhankelijk van dakhelling 30 tot 500 mm onder het hoogste punt (zie norm NEN2555).
(In het hoogste punt kan een luchtkussen ontstaan waardoor rook de melder niet kan bereiken.)
Let op:
- Bij gangen smaller dan 1 m de melder in het midden van het plafond of tegen de wand plaatsen.
- Bij gangen langer dan 10 m moeten beide zijden van de gang voorzien worden van een melder.
- De rookmelder bewaakt tot 7,5 m per zijde. De afstand tussen 2 detectoren mag niet meer dan 15 m zijn.
De rookmelder is niet geschikt voor:
• montage verticaal op wand
- zeer stoffi ge ruimtes
- ruimtes waar kans is op kook-, waterdamp en condensatie (keuken, badkamer, wasruimte). In deze ruimtes adviseren wij een hittemelder te plaatsen.
- ruimtes waar de temperatuur daalt tot onder -10 °C of stijgt boven +50 °C.
Bevestiging
Bevestiging op inbouwdoos
Bevestig de sokkel met behulp van gepaste schroeven op de inbouwdoos.
De sokkel bevat gaten met een hartafstand van 60 en 85 mm.
Opbouwmontage (Fig. A)
- Plaats de sokkel op de voorziene plaats en markeer met een potlood de stand van de 2 bevestigingsgaten (60 of 85 mm).
- Boor een gat met een diameter van 5 mm.
- Bevestig de sokkel met behulp van de meegeleverde schroeven en pluggen.
Voor de kabeldoorvoer aan de oppervlakte moet u de 2 verbindingsstukken losmaken en ze tussen het plafond en de sokkel over de 2 gekozen bevestigingsgaten plaatsen.
Demontagebeveiliging (optioneel) (Fig. B).
De optionele vergrendeling is bedoeld om het ongewenst verwijderen van de melder door onbevoegden te verhinderen. Knip met behulp van een kniptang de borgpen af.
De melder kan nu alleen nog worden geopend met behulp van een platte schroevendraaier.
Plaats de 2 pijlen op de montagesokkel en op de rookmelder recht tegenover elkaar. Draai dan de rookmelder met de wijzers van de klok mee tot dat eind aanslag bereikt is.
De rookmelder kan niet op de sokkel worden gemonteerd als de batterij niet in het batterijvak zit. Let er op dat de blokkering niet geforceerd wordt bij de montage!

text_image
A Verbindings- stukken (11 mm)
text_image
B NET VERVE EN NKoppelen van meerdere rook-/hittemelders
U kunt in totaal 40 melders aan elkaar koppelen zodat het alarmsignaal afgaat op alle melders in de woning. Op die manier bent u zeker dat u wordt gewaarschuwd als er rook ontstaat in een andere ruimte dan waar u zich bevindt.
- Als u de sokkel van de detectoren hebt bevestigd klikt u het aansluitblok los.
- Vervolgens sluit u de bedrading als volgt aan:

text_image
Signaal N N N3.

text_image
TG501A / TG501ALTG500A L N Signaal L N L N L NGebruik voor de koppeldraad een minimale doorsnede van 1,5 mm ^2 . De maximale afstand tussen twee willekeurige rookmelders mag nooit meer dan 400 m bedragen.
Klik het aansluitblok vast op de sokkel.
- Vergrendel de melder op zijn sokkel.
Vanuit veiligheidsoogpunt wordt geadviseerd geen batterij rook-/hittemelders met 230 V rook-/hittemelders te koppelen.
Rookmelders van het type TG501A / TG501AL moeten rechtstreeks aangesloten worden op een installatie eindgroep van maximaal 16A. Als rookmelders worden gekoppeld via de koppeldraad moeten ze allen deel uit maken van dezelfde installatie eindgroep (voorschrift NEN1010).

Normale lasklemmen of schroefklemmen niet toepassen i.c.m. fl exibele draden.
Wago Quik Connect lasklem aanbevolen.
Test van de melder
Het is verstandig om voor het testen van de rookmelder de mensen in de omgeving te waarschuwen. Houd een armlengte afstand tussen oren en rookmelder om beschadiging van het gehoor te voorkomen.
Gebruik nooit een open vlam om een rookdetector te testen.
Handmatige test
Houdt de testknop ingedrukt. Na circa 10 seconden klinkt het testsignaal. Circa 5 tot 10 seconden hierna gaan ook alle gekoppelde melders het testsignaal uitzenden.
Bij het loslaten van de testknop zullen alle gekoppelde melders direct in normale bedrijfsmodus terugkeren.
De geteste melder gaat voor 4 minuten in de prealarmfunctie (zie "detectietest").
De melder die getest wordt
Overige draad-
gekoppelde melders
![]() | Knippert snel | Knippert snel |
![]() | Herhalend: 1 seconde aan, 1 seconde uit | Herhalend: 1 seconde aan, 1 seconde uit |
![]() | Geluidssignaal van 1 sec. (73 dB (A) op 3 m) gevolgd door een pauze van 1 sec. | Geluidssignaal van 1 sec (73 dB (A) op 3 m) gevolgd door een pauze van 2 sec. |
Detectietest:
Voer eerst een handmatige test uit met de testknop. Na de handmatige test wordt gedurende 4 minuten de prealarm functie geactiveerd. De pre-alarmfunctie maakt het testen met testgas eenvoudiger. Elke detectie van rook wordt aangegeven met korte piepjes alvorens het luide alarmsignaal begint. Vier minuten na de handmatige test gaat de rookmelder in normaal bedrijf. Werkwijze met testgas:
- houd de bus met testgas op ongeveer 10 cm afstand van de detectiekop,
- spuit gedurende 2 seconden wat testgas in het rooster van de detectiekop,
- de melder zal reageren met een steeds sneller wordende reeks piepjes en zal tenslotte luid alarm geven. Dit proces kan 30 seconden duren dus even geduld alstublieft,
- druk om het alarm te stoppen kort op de testknop.
Voer de handmatige test minstens één keer per maand en na lange afwezigheid uit.
Melder tijdelijk uitschakelen. Alarmsignaal stoppen
U kunt de melder tijdelijk 15 minuten uitschakelen om te voorkomen dat bij schoonmaakwerkzaamheden het alarm af gaat door stof of damp. Om de melder tijdelijk uit te schakelen drukt u op de testknop tot er een pieptoon hoorbaar is. De rode LED knippert nu fel elke 2 seconden. Na 15 minuten schakelt de melder automatisch weer in en zal de LED elke 10 seconden knipperen als teken dat de melder weer normaal functioneert.
Uitschakelen van een alarm
Wanneer de rookmelders alarm geven kan het alarm alleen worden uitgeschakeld op de melder waarbij de rode LED en de witte LED tegelijk branden. Druk op de verlichte testknop (rode+witte LED) totdat het alarmsignaal stopt. De gekoppelde melders met alleen brandende witte LEDs stoppen daarna. Mocht het alarmsignaal van de melder toch verder gaan met alleen de witte LED aan, dan is er elders nog een melder (met de rode en witte LED) aan die alarm geeft. Gebruik ook hier de knop om het alarm te stoppen.
Gedurende deze 15 minuten zal de melder geen alarm geven.
In geval van gekoppelde rookmelders moet bij vals alarm alleen knop van de melders met de rode knipperende LED worden indrukt om het alarm te stoppen.
Signaleren van storingen
Batterijstoring:
| Detector die de storing weergeeft | ||
| TG500A knippert 1 keer om de 5 sec. | TG5001A/TG501AL - | |
| 2 snelle pieptonen om de 60 sec. | ||
| TG500A knippert 1 keer om de 5 sec. | TG5001A/TG501AL - | |
| 2 snelle pieptonen om de 60 sec. | ||
Na het signaleren van een batterijstoring blijft de melder goed functioneren gedurende 30 dagen. Het is raadzaam de batterij zo snel mogelijk te vervangen.
Als het geluidssignaal voor het melden van een batterijstoring zich voordoet op een ongelegen moment, kunt u het 8 uur uitstellen over een maximale duur van 7 dagen door de testknop in te drukken tot u de eerste pieptoon hoort.
Tijdens deze periode moet u de batterij vervangen.
Geluidssignaal vanwege vuil en stof in de melder:
Detector die de storing weergeeft
![]() | TG500A knippert 8 keer om de 8 sec. | TG5001A/TG501AL - |
![]() | 8 snelle pieptonen om de 58 sec. | |
De melder geeft een geluidssignaal (8 korte piepen per minuut) als er te veel stof in de detector aanwezig is. Als het schoonmaak verzoek ongelegen komt, kunt u het signaal 8 uur uitstellen over een maximale periode van 7 dagen. Uitstellen start door de testknop in te drukken tot u de eerste pieptoon hoort.
Om uw veiligheid te waarborgen moet u de melder tijdig reinigen (zie hieronder: "Onderhoud").
Onderhoud
Onderhoud van de detectiekop
Onderhoud van de melder is erg belangrijk. De melder moet elk jaar worden schoongemaakt of zodra het storingssignaal voor "vuil en stof" klinkt. Het rondom schoonmaken van het rooster gaat het beste met een stofzuiger. Als na een paar keer schoonmaken de rookmelder 8x per minuut blijft piepen, moet de melder worden vervangen door een nieuw exemplaar.
De rookmelder mag niet langer dan 10 jaar na de opgegeven productiedatum worden gebruikt. De productiedatum staat vermeld op het label op de bodem van de melder. De melder kan worden ingeleverd bij het milieustation als huishoudelijk apparaat.
Vervangen van de batterijen
A. Normale situatie (zonder de demontage beveiliging):
- Maak de sokkel van de melder los door deze tegen de wijzers van de klok in te draaien tot u een klik hoort.
- Vervang de lege batterij.
- Vergrendel de melder op zijn sokkel door deze met de wijzers van de klok mee te draaien tot u een klik hoort.
- Voer een test uit (zie Test van de melder).
B. Demontage beveiliging is actief:
- Steek een platte schroevendraaier in de uitsparing.
- Schuif de melder van de sokkel door deze tegen de wijzers van de klok in te draaien tot u een klik hoort.
- Vervang de lege batterij.
- Vergrendel de melder op zijn sokkel door deze met de wijzers van de klok mee te draaien tot u een klik hoort.
- Voer een test uit (zie Test van de melder).

Explosiegevaar indien de batterij niet correct vervangen wordt. Alleen te vervangen door een batterij van hetzelfde of equivalente type.
Vervang de lege 9V-batterij door een nieuwe batterij van een vergelijkbaar type.
Lege batterijen inleveren bij een milieu- inzamelpunt.

Bij uitvoering van werkzaamheden
mag de melder niet worden overschilderd
Bij eventuele werkzaamheden na de installatie van de melder moet u deze volledig afdekken met behulp van de meegeleverde geplastifi ceerde bescherming. Vergeet de geplastifi ceerde bescherming niet te verwijderen na uitvoering van de werkzaamheden.
De rookmelder mag niet worden gebruikt om brandblusinstallaties aan te sturen zoals een sprinkler.
Waarborg
24 maanden tegen elke materiaal- of fabricagefout vanaf de productiedatum. In geval van defect moet het product worden teruggestuurd naar de gebruikelijke verdeler. De garantie is slechts geldig als de procedure voor het terugsturen van de producten via de installateur en de verdeler werd nageleefd en als na deskundig onderzoek onze kwaliteitscontroledienst geen fout vaststelt, die erop wijst dat het product geïnstalleerd en / of gebruikt werd op een manier die niet beantwoordt aan de voorschriften.Eventuele opmerkingen met nadere verklaring van het defect moeten bij het product worden gevoegd.
Wat te doen bij brand
- Blijf kalm. Red mensen in acuut gevaar en alarmeer overige bewoners.
- Vlucht volgens uw eigen vluchtplan naar een veilige plaats. Sluit hierbij deuren achter u, blijf laag bij de grond en gebruik nóóit de lift.
- Bel direct het alarmnummer 112.
Gebruik en uitleg van de melder
Normale werking
Alle rookdetectoren

knippert 1 keer om de 10 sec.
Rookdetectie
Bij detectie van rook zal de rookmelder en eventueel alle gekoppelde melders een alarmsignaal geven. Pas als de rook verdwenen is zal het alarmsignaal stoppen.

De melder die de rook detecteert
Overige draad- gekoppelde melders


| De melder die getest wordt | Overige draad-gekoppelde melders | |
![]() | Knippert snel | Knippert snel |
![]() | Herhalend: 1 seconde aan, 1 seconde uit | Herhalend: 1 seconde aan, 1 seconde uit |
![]() | Geluidssignaal van 1 sec. (73 dB (A) op 3 m) gevolgd door een pauze van 1 sec. | Geluidssignaal van 1 sec. (73 dB (A) op 3 m) gevolgd door een pauze van 2 sec. |
Handmatige test van de melder
Houdt de testknop ingedrukt. Na circa 10 seconden klinkt het testsignaal. Circa 5 tot 10 seconden hierna gaan ook alle gekoppelde melders het testsignaal uitzenden.
Bij het loslaten van de testknop zullen alle melders weer direct normaal functioneren.
van de melder
U kunt de melder tijdelijk 15 minuten uitschakelen om te voorkomen dat bij schoonmaakwerkzaamheden het alarm af gaat door stof of damp. Om de melder tijdelijk uit te schakelen drukt u op de testknop tot er een pieptoon hoorbaar is. De rode LED knippert nu elke 2 seconden fel. Na 15 minuten schakelt de melder automatisch weer in en zal de LED elke 10 seconden knipperen als teken dat de melder weer normal functioneert.
Uitschakelen van een alarm
Wanneer de rookmelders alarm geven kan het alarm alleen wor- den uitgeschakeld op de melder waarbij de rode LED en de witte LED tegelijk branden. Druk op de verlichte testknop (rode+witte LED) totdat het alarmsignaal stopt. De gekoppelde melders met alleen brandende witte LEDs stoppen daarna. Mocht het alarmsignaal van de melder toch verder gaan met alleen de witte LED aan, dan is er elders nog een melder (met de rode en witte LED) aan die alarm geeft. Gebruik ook hier de knop om het alarm te stoppen.
Signaleren van storingenBewust uitschakelen
Batterijstoring
| Detector die de storing weergeeft | ||
![]() | TG500A knippert 1 keer om de 5 sec. | TG5001A/TG501AL - |
![]() | 2 snelle pieptonen om de 60 sec. | |
Geluidssignaal vanwege vuil en stof in de melder
| Detector die de storing weergeeft | ||
![]() | TG500A knippert 8 keer om de 8 sec. | TG5001A/TG501AL - |
![]() | 8 snelle pieptonen om de 58 sec. | |
Dankzij een lichtsensor wordt het geluidssignaal voor signalering van een batterijstoring en een vuile detectieknop tijdens de nacht uitgeschakeld en maximaal 12 uur uitgesteld.
De melder geeft een geluidssignaal (8x piepen per minuut) als er te veel stof in de detector aanwezig is. Als het schoonmaakverzoek ongelegen komt, kunt u het signaal 8 uur uitstellen tot een maximale periode van 7 dagen. Uitstellen start door de testknop in te drukken tot u de eerste pieptoon hoort.
Om uw veiligheid te waarborgen moet u de melder tijdig reinigen.
- Detectietype: optische rookmelder
- Gemiddeld gedetecteerde oppervlakte: 50 m²
- Gebruik: binnenmontage
- Voeding:
TG500A:
- alkalinebatterij 9 V (type: 6LR61); levensduur ongeveer 4 jaar
- lithiumbatterij 9 V (type: U9VL-J-P); levensduur ongeveer 10 jaar
TG501A:
- 230 V \~
- alkalinebatterij 9 V (type: 6LR61); levensduur ongeveer 4 jaar
TG501AL:
- 230 V \~
- lithiumbatterij 9 V (type: U9VL-J-P); levensduur ongeveer 10 jaar
- Signalering:
- melder functioneert correct,
- tijdelijke uitschakeling (schoonmaakstand),
- van storingen: rode led
- Lichtbundel verlicht de vluchtroute bij rookdetectie: Witte led
- Luid alarm signaal bij rookdetectie: 85 dB op 3 m
- Geluidssignalen voor test en storing:
- Korte signalen (zie tabel voor verklaring)
- Alarmsignaal handmatige test: 73 dB op 3 m
- Accesores:
- TPG580A: Opbouw sokkel
- TPG581A: Interfacerelais voor TPG580A
De rookmelder TG500A in overeenstemming is met de eisen van de verordening (EU) nr. 305/2011 en met alle essentiële kenmerken van de geharmoniseerde norm EN 14604 (2005). De verklaring van de prestaties van het product TG500A kan worden gedownload op hager commerciële internetsite van het betrokken land.
De rookmelder TG501A en TG501AL in overeenstemming is met de eisen van de verordening (EU) nr. 305/2011 en met alle essentiële kenmerken van de geharmoniseerde norm EN 14604 (2005). De verklaring van de prestaties van het product TG501A en TG501AL kan worden gedownload op hager commerciële internetsite van het betrokken land.
- Doorkoppeling: max. 40 detectoren
• Lengte kabel /draad: max. 400 m - Aderdoorsnede connector: max. 1,5 mm
- Bedrijfstemperatuur: - 10 °C tot + 55 °C
- Opslagtemperatuur: - 10 °C tot + 60 °C
- Beschermingsgraad: IP32
- Afmetingen (D x H): 125 mm x 48 mm
• Gewicht: 210 g
• Normen: DIN EN 14604: 2005
Niet-contractueel document onderworpen aan wij zigingen zonder voorafgaande kennisgeving.














