WXH202 - Rookmelder HAGER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis WXH202 HAGER in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over WXH202 HAGER
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Rookmelder in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding WXH202 - HAGER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. WXH202 van het merk HAGER.
GEBRUIKSAANWIJZING WXH202 HAGER
Kooktoestel bewaking driefasig Kooktoestel bewaking eenfasig
Bedienings- en montagehandleiding 59
1 Veiligheidsinstructies .... 59
2 Opbouw van het apparaat....60
3 Functie....61
4 Bediening....62
4.1 Alarmgrens instellen....62
4.2 Automatische kinderbeveiliging 63
4.3 Gevaarlijke situaties 63
4.4 Alarm bevestigen door op de sensorunit te tikken (optioneel)....63
4.5 Watermelder (optioneel)....64
4.6 Potentiaalvrije contacten (optioneel)....64
5 Informatie voor de elektrotechnisch installateur 66
5.1 Montage en elektrische aansluiting 66
5.2 Ingebruikname een werkingscontrole uitvoeren....71
5.3 Handmatige ingebruikname/apparaatinstelling ....71
5.4 Gekleurde stroken van de sensorunit vervangen....75
6 Bijlage....75
6.1 Technische gegevens....75
6.2 Hulp bij problemen 76
6.3 Toebehoren 77
Fornuisbewaker 1-fasig
WXH21x
Fornuisbewaker 3-fasig
WXH20x
Bedienings- en montagehandleiding
Dit document is uitsluitend bedoeld voor apparaten met een fabricagedatum vanaf september 2019
1 Veiligheidsinstructies
Inbouw en montage van elektrische apparatuur mag alleen door een installateur worden uitgevoerd. Daarbij moeten de geldende nationale ongevallenpreventievoorschriften worden aangehouden.
Bij het niet naleven van de installatie-instructies kan schade aan het apparaat, brand of andere gevaren optreden.
Gevaar voor elektrische schok. Voor de werkzaamheden aan het apparaat alle installatie-automaten loskoppelen.
Gevaar voor elektrische schok. Het apparaat is niet geschikt voor loskoppelen van belastingen van de netspanning. Ook bij een uitgeschakeld apparaat is de belasting niet galvanisch van het net gescheiden.
Het apparaat is uitsluitend geschikt voor gebruik in privéhuishoudens en niet bedoeld om te worden toegepast in kantinekeukens dan wel in combinatie met fornuizen/kookplaten die zijn bedoeld voor kantinekeukens.
Het apparaat is uitsluitend bedoeld voor elektrische fornuizen/kookplaten.
Het apparaat is niet bedoeld voor het in- en uitschakelen van het fornuis/de kookplaat. Het apparaat onderbreekt alleen bij een alarmmelding de stroomtoevoer. Het apparaat kan de wettelijk verplichte rookmelders in woningen niet vervangen.
Elke drie maanden moet worden gecontroleerd of het apparaat goed werkt. (zie hoofdstuk 5.2 Ingebruikname een werkingscontrole uitvoeren).
Veroorzaak nooit met opzet gevaarlijke situaties op het fornuis om het apparaat te testen.
Deze handleiding maakt deel uit van het product en dient in het bezit van de eindgebruiker te blijven.
2 Opbouw van het apparaat

text_image
(6) (5) (4) (7) (3) (8) (1) ① ② (2)Afbeelding 1: aanzicht sensoreenheid

text_image
(9) (11) (12) (10)Afbeelding 2: aanzicht spanningsonderbreker
(1) Bedieningstoets 1
(2) Bedieningstoets 2
(3) Bedieningstoets 3
(4) Sensoren
(5) Status-led
(6) Frontplaat
(7) Batterijstatus-led
(8) Montagehouder met tape
(9) Spanningsonderbreker
(10) Invoer voor aansluitleiding fornuis/kookplaat
(11) Uitbreekopening en kabeldoorvoer voor potentiaalvrije contacten (AUX)
(12) Aansluitbus voor de watermelder
Leveringsomvang
- Spanningsonderbreker
- Sensorunit met montagehouder
- Witte frontplaat voor de sensorunit (voorge-monteerd)
- Transparante frontplaat voor de sensorunit
- Bevestigingsmateriaal
- Reinigingspad
3 Functie
Opmerkingen over de werkwijze
De fornuisbewaker is zo ontwikkeld dat hij tijdig waarschuwt voor gevaarlijke situaties en op gepaste wijze reageert. Conform de norm EN 50615 is het apparaat in staat, onderscheid te maken tussen het normale gebruik van een fornuis/kookplaat en de gevaarlijke situatie. Toch moet bij normaal gebruik van het fornuis/de kookplaat op gevaarlijke situaties worden gelet, omdat het apparaat niet alle mogelijke situaties kan herkennen.
De sensorunit bewaakt de stijging van de temperatuur en het gebruik van het fornuis/ de kookplaat. Indien een potentieel gevaarlijke situatie wordt gedetecteerd, wordt indien nodig een vooralarm geactiveerd. Indien dit vooralarm niet door de gebruiker wordt beantwoord, schakelt de spanningsonderbreker de stroom- toevoer naar het fornuis/de kookplaat na 15 seconden uit. Wanneer de kritieke situatie op het fornuis is opgelost, kan door indrukken van de bedieningstoets (3) of indien geactiveerd tikken op een willekeurige plek van de sen- sorunit het vooralarm worden afgebroken resp. de stroomtoevoer naar het fornuis weer worden geactiveerd.
Juiste toepassing
- Waarborgen van een veilige werking van elektrische fornuizen/kookplaten
-
Bewaken van de kookactiviteiten en uitschakelen van het fornuis zodra een gevaarlijke situatie wordt gedetecteerd
-
10 gekleurde stroken om in de transparante frontplaat te plaatsen
- 2 batterijen voor de sensorunit (AA/LR6)
- 2 verbindingsklemmen voor aansluiting N-en PE-draad (3-fasig)
- 1 verbindingsklem voor aansluiting PE-draad (1-fasig)
-
Bedienings- en montagehandleiding
-
Het apparaat is uitsluitend geschikt voor gebruik binnenshuis
- Montage van de sensorunit tegen de muur of onder de afzuigkap
- Montage van de spanningsonderbreker tegen de muur of liggend op de vloer
- Het apparaat is uitsluitend bedoeld voor gebruik in privéhuishoudens en mag niet worden toegepast in combinatie met fornuizen en kookplaten die in kantinekeukens worden gebruikt.
- Het apparaat mag uitsluitend worden gebruikt voor het bewaken van elektrische fornuizen/kookplaten tot een maximale breedte van 90 cm.
Producteigenschappen
- Sensorunit met led-statusindicatie (5)
- Indicatie van een lage batterijlaadstatus via led (7)
- Instelbare automatische kinderbeveiliging (standaard gedeactiveerd)
- Aansluiting voor externe watermelder (optioneel, zie Toebehoren)
- Aansluiting voor externe signaalgever via potentiaalvrij contact (optioneel, zei Toebehoren)
4 Bediening
Bedieningsconcept en aanwijselementen
Het apparaat schakelt in geval van een alarm het elektrische fornuis/de kookplaat uit en brengt
de gebruiker via leds en akoestische signalen op de hoogte van de alarmsituatie. Daarvoor is het apparaat voorzien van een batterijstatus-led (7), een status-led (5), drie bedieningstoetsen (1 ... 3) en twee sensoren (4).
| Kleur van de status-led (5) | Signaaltoon Functie | |
| groen* - Fornuis klaar voor gebruik | ||
| rood knipperend ja Gevaarlijke situatie (vooralarm) | ||
| langzaam rood knipperend | ja | Stroomtoevoer naar het fornuis onderbroken (alarm) |
| langzaam blauw knippe-rend | ja | waterlekkage-alarm (optioneel) |
| wit nee Instelmodus 1 | ||
| paars-blauw knipperend nee | Instelmodus 2 | |
| geel-groen knipperend ja Instelmodus 3 | ||
| wit knipperend | ja4 (inverse AUX-modus) | Instelmodus 4 (normale AUX-modus) |
| rood knipperend Instelmodus |
* De status-led (5) licht met vertraging kort na het indrukken van de bedieningstoets (3) met de kleur groen op.
Tabel 1: betekenis status-led
| Kleur van de batterijstatus-led (7) | Signaaltoon Functie | |
| rood knipperend ja | Batterijstatus te laag, levensduur nog ongeveer 2 weken. | |
| rood knipperend - | Stroomtoevoer naar het formuis/de kookplaat is onderbroken, de led knippert totdat de batterij volledig leeg is. | |
Tabel 2: betekenis van de batterijstatus-led
Om valse alarmmeldingen te voorkomen, wordt het volgende geadviseerd:
- de sensorunit met regelmatige tussenpozen afvegen met een vochtige doek en een mild
schoonmaakmiddel
- de sensorunit in de oorspronkelijke positie laten en onbedoeld verplaatsen voorkomen
4.1 Alarmgrens instellen
Voor de initiele inbedrijfstelling dient de standaardinstelling te worden gebruikt. Om een optimale werking van het apparaat te garanderen, kan de alarmgrens aan de omstandigheden in de betreffende keuken worden aangepast. Als
er geregeld sprake is van vals alarm, kan de alarmgrens worden aangepast (zie Handmatige instellingen). Daarvoor moet de alarmgrens maximaal twee niveaus hoger of lager dan geadviseerd worden ingesteld.
De automatische kinderbeveiliging is standaard gedeactiveerd.
Kinderbeveiliging inschakelen
Bedieningstoets (1) 5 seconden lang ingedrukt houden.
Er weerklinken twee hoge signaaltonen (●●) en de status-led knippert tweemaal groen. De kinderbeveiliging is ingeschakeld.
De automatische kinderbeveiliging wordt ongeveer
10 ... 60 minuten na afloop van het kookproces geactiveerd, om te voorkomen dat het fornuis/de kookplaat onbedoeld wordt ingeschakeld.
4.3 Gevaarlijke situaties
Indien een potentieel gevaarlijke situatie wordt gedetecteerd, wordt indien nodig een vooralarm geactiveerd. Indien dit vooralarm niet door de gebruiker wordt beantwoord, schakelt de spanningsonderbreker de stroomtoevoer naar het fornuis/de kookplaat na 15 seconden uit. Wanneer de kritieke situatie op het fornuis is opgelost, kan door indrukken van de bedieningstoets (3) of door tikken op de sensorunit (zie 4.4) het vooralarm worden afgebroken resp. de stroomtoevoer naar het fornuis weer worden geactiveerd.
Vooralarm is geactiveerd
■ Situatie op het fornuis direct controleren.
Indrukken van de bedieningstoets (3) wan- neer de situatie op het fornuis in orde is.
Vooralarm is bevestigd. Het fornuis wordt niet uitgeschakeld.
Kinderbeveiliging uitschakelen
Bedieningstoets (1) 5 seconden lang ingedrukt houden.
Er weerklinkt een lage signaaltoon (●) en de status-led knippert rood. De kinderbeveili- ging is uitgeschakeld.
Het fornuis inschakelen terwijl de kinderbeveiliging geactiveerd is
Bedieningstoets (3) indrukken.
■ Fornuis/kookplaat inschakelen.
Indien niet eerst de bedieningstoets (3) wordt ingedrukt, schakelt de automatische kinderbeveiliging de stroomtoevoer naar het fornuis na 5 seconden automatisch uit.
Uitschakeling van het fornuis
Wanneer het vooralarm niet binnen 15 seconden wordt bevestigd, wordt de voedingsspanning naar het fornuis onderbroken.
Wanneer geen gevaar aanwezig is of wanneer het gevaar is opgelost, kan de voedingsspanning door indrukken van de bedieningstoets (3) weer worden hersteld.
i Gevaarlijke situaties bij het verdere koken vermijden.
Bij te vaak een vals alarm moet een handmatige ingebruikname worden uitgevoerd.
4.4 Alarm bevestigen door op de sensorunit te tikken (optioneel)
Om het vooralarm af te breken of de stroom-toevoer naar het fornuis te herstellen, wordt standaard de bedieningstoets (3) ingedrukt. Dit is ook mogelijk door op de sensorunit te tikken.
De tikfunctie activeren/deactiveren:
Houd de bedieningstoetsen 1 en 3 tegelijkertijd ca. 5 seconden ingedrukt tot een signaal klinkt.
De status-led (5) van de sensorunit knippert 3x geel en vervolgens 3x rood.
De tikfunctie is geactiveerd.
OF:
De status-led (5) van de sensorunit knippert 3x geel en vervolgens 3x blauw.
De tikfunctie is gedeactiveerd.
4.5 Watermelder (optioneel)
De functies van de fornuisbewaker kunnen optioneel met tot wel vier watermelders worden uitgebreid. Als de sensoren in aanraking komen met water, wordt een waterlekkage-alarm afgegeven (tabel 1). De status-led knippert langzaam blauw en daarnaast weerklinkt een signaaltoon.
Wat te doen bij een waterlekkage-alarm:
Waterlekkage-alarm bevestigen door de bedieningstoets (3) in te drukken.
De signaaltoon en de knipperende status-led (5) gaan uit.
■ Stroomtoevoer onderbreken.
■ De oorzaak voor de waterlekkage opheffen.
Watermelder(s) met een schone doek reinigen en drogen.
■ Stroomtoevoer weer inschakelen en een functietest uitvoeren.
Indien de watermelder vochtig blijft, wordt na 8 uur weer een alarm afgegeven.
4.6 Potentiaalvrije contacten (optioneel)
Het apparaat beschikt over twee potentiaal-vrije contacten AUX1 en AUX2 (afbeelding 6), waarop bijvoorbeeld en KNX-RF binaire ingang kan worden aangesloten. Op die manier kan een alarmsignaal bijvoorbeeld naar de KNX-bus verstuurd worden. Het alarmsignaal blijft net zolang geactiveerd tot het alarm (zie gevaarlijke situatie, lekkage) door indrukken van de toets (3) op de sensorunit wordt bevestigd. De bedrading van de potentiaalvrije contacten en hun betekenis wordt in tabel 3 weergegeven.
In de normale modus van de AUX-uitgangen is bij AAN het contact tussen In en Out gesloten en bij UIT geopend.
Het AUX-uitgangssignaal kan ook worden geïnverteerd. Het inverse signaal kan bijvoorbeeld worden gebruikt om kabelbreuk te herkennen of om te constateren dat de voedingsspanning is onderbroken (zie hoofdstuk 5.1 "Potentiaalvrije contacten aansluiten"). In het inverse geval is het contact tussen de klemmen In en Out in de toestand UIT gesloten en in de toestand AAN geopend.
Bij toepassing van een KNX-RF binaire ingang kan het gebruik van inverse AUX-signalen een vermindering van de levensduur van de batterij van het RF binaire apparaat tot gevolg hebben.
De AUX-uitgangen kunnen op vier verschillende manieren worden aangesloten (tabel 4). Voor het doorsturen van de alarmmelding moet optie 1 worden gebruikt.
| AUX1 AUX 2 Systeemstatus | ||
| UIT UIT | Geen alarmmelding!Fornuis uitgeschakeld of geen gevaarlijke situatie | |
| UIT AAN | Kookactiviteit gedetecteerd.Deze status wordt meteen na het inschakelen van het fornuis geactiveerd.Afhankelijk van de intensiteit van het kookproces wordt het signaal 1 ... 30 minuten na het afsluiten van het kookproces uitgeschakeld. Deze vertragingstijd kan worden gebruikt om:- met het afgegeven signaal bijvoorbeeld een afzuigkap of een keukenventilator aan te sturen.- aan de hand van het wisselen van het signaal van UIT AAN te evalueren hoe vaak er wordt gekookt. | |
| AUX1 AUX 2 Systeemstatus | ||
| AAN UIT | Alarm! Er is een gevaarlijke situatie gedetecteerd en de fornuisbewaker onderbreekt de stroomtoevoer bij gevaar, tijdsoverschrijding of verhoogde temperaturen. De alarmtoestand wordt tevens geactiveerd, wanneer de waterlekkagesensor is geactiveerd, ook wanneer de voedingsspanning van het fornuis/de kookplaat in dit geval niet wordt onderbroken. Het alarmsignaal kan alleen door indrukken van de toets (3) op het sensorunit worden uitgeschakeld.Waterlekkagesensor is geactiveerd. De stroomtoevoer naar het fornuis/de kookplaat wordt niet onderbroken. Het lekkagealarm wordt pas na bedienen van de bedieningstoets (3) uitgeschakeld. | |
| AAN AAN | Service!Storing aan de sensor, spanningsonderbreking of een lege batterij herkend en stroomtoevoer naar het fornuis is onderbroken. De exacte foutmelding wordt door indrukken van de bedieningstoets (3) getoond. (zie hoofdstuk 6.2 Hulp bij problemen). | |
Tabel 3: uitgangssignalen bij aansluiting van een externe signaalgever
| AUX1 / AUX 2 Systeemstatus | |
![]() | Optie 1:Als de AUX1-uitgang een 1-signaal afgeeft, wordt een alarmmelding weergegeven. |
![]() | Optie 2:Als de AUX2-uitgang een 1-signaal afgeeft, wordt een normale kooksituatie weergegeven. |
![]() | Optie 3:Als zowel de AUX1-uitgang als de AUX2-uitgang een 1-signaal afgeeft, moet de hulp van een servicemonteur worden ingeroepen.*AUX1 en AUX2 zijn in serie geschakeld. De tweede potentiaalvoerende ader moet conform de installatievoorschriften worden geïsoleerd. |
![]() | Optie 4:De twee AUX-uitgangen kunnen via een externe logica met elkaar worden verbonden en dan voor een evaluatie van alle opties worden gebruikt. |
Tabel 4: aansluitmogelijkheden voor AUX-uitgangen
5 Informatie voor de elektrotechnisch installateur
5.1 Montage en elektrische aansluiting

Bij meer vragen over het gebruik en de ingebruikname kunt u contact opnemen met
Gevaar voor elektrische schokken bij aanraking van spanningsvoerende delen.
Elektrische schokken kunnen de dood tot gevolg hebben.
Voorafgaand aan werkzaamheden aan het apparaat de aansluitleidingen loskoppelen en spanningvoerende delen in de omgeving afdekken!

text_image
(13) (14) (14) (15) IN PE PE N N L1 MAX 16 A L L2 MAX 16 A L L3 MAX 16 A L OUT (11) (18) (12) (17) IN 5 x 2,5 mm² (16)Afbeelding 3: montage spanningsonderbreking
(11) Uitbreekopening en kabeldoorvoer voor potentiaalvrije contacten (AUX)
(12) Aansluitbus voor de watermelder
(13) Afdekking behuizing spanningsonderbreker
(14) Bevestigingsschroeven afdekking behui-
zing
(15) Apparaatschroeven inbouw-/holle-wanddoos (niet inbegrepen in de leveringsomvang)
(16) Uitbreekopening voor inbouwmontage
(17) Aanvoerleiding fornuis (niet inbegrepen bij de leveringsomvang)
(18) Aansluitklem voor externe signaalgever (potentiaalvrije contacten, AUX)

text_image
(18) (20) (19) (26) (11) OUT 5 x 2,5 mm² (10) (25) (27) (12) (21) (24) (22) (23) PE NAfbeelding 4: bezetting van de aansluitingen 3-fasig

Afbeelding 5: bezetting van de aansluitingen 1-fasig
(19) Aansluitklem L3
(20) Aansluitklem L2
(21) Aansluitklem L1
(22) Verdeelklem N
(23) Verdeelklem PE
(24) Invoer voer voedingskabel fornuis
(25) Extra opening voor opbouwmontage
(26) trekontlasting
(27) Aansluitleiding 3-fasig fornuis/kookplaat (niet inbegrepen bij de leveringsomvang)
(28) Aansluitklem L OUT (1-fasig)
(29) Aansluitklem L IN (1-fasig)
(30) Aansluitleiding 1-fasig fornuis/kookplaat (niet inbegrepen bij de leveringsomvang)
Spanningsonderbreker aansluiten
- Installatie-automaat voor het fornuis/de kookplaat uitschakelen.
- Bevestigingsschroeven (14) van het deksel van de behuizing (13) losdraaien en het deksel verwijderen.
■ Uitbreekopening voor inbouwmontage (16) of opbouwmontage (25) aanleggen.
■ Apparaatschroeven (14) van de inbouw-/holle-wand-doos losdraaien.
■ Voedingskabel van het fornuis (17) de spanningsonderbreker binnenleiden (24).
Spanningsonderbreker boven de inbouw-/holle-wand-doos plaatsen en met apparaatschroeven (15) bevestigen.
Bij opbouwmontage wordt de voedingskabel van het fornuis door de tweede uitbreekopening (25) geleid en het apparaat bijvoorbeeld op de muur achter het fornuis gemonteerd.
Fornuisbewaker 3-fasig aansluiten
Bij aansluiting van een aparte kookplaat moeten de aansluitklemmen L1 en L2 worden gebruikt.
Indien een afzonderlijke kookplaat wordt aangesloten, moet de derde, vrije kabelader conform de installatievoorschriften worden geïsoleerd.
De N-draden worden met de meegeleverde verdeelklemmen verbonden (alleen 3-fasige variant).
■ Voedingskabel 3-fasig van het fornuis (17) op de aansluitklemmen IN (19 ... 23) van de spanningsonderbreker aansluiten. Daarbij eerst de aardleiding aansluiten.
■ Aansluitleiding (27) door de kabelinvoer (10) leiden.
■ Trekontlasting (26) tot stand brengen.
De aansluitleiding 3-fasig (27) op de aansluitklemmen OUT (19 ... 23) van de spanningsonderbreker aansluiten. Daarbij eerst de aardleiding aansluiten.
OF:
Fornuisbewaker 1-fasig aansluiten
■ Voedingskabel 1-fasig van het fornuis (17) op de aansluitklemmen IN (22/23/29) van de spanningsonderbreker aansluiten. Daarbij eerst de aardleiding aansluiten.
Aansluitleiding (30) door de kabelinvoer (10) leiden.
■ Trekontlasting (26) tot stand brengen.
De aansluitleiding 1-fasig (30) op de aansluitklemmen OUT (22/23/28) van de spanningsonderbreker aansluiten. Daarbij eerst de aardleiding aansluiten.
Optioneel: watermelder in de aansluitbus (12) van de spanningsonderbreker (9) steken (zie Montage watermelder).
Deksel van de behuizing (13) met behulp van de bevestigingsschroeven (14) aan het ondergedeelte van de behuizing bevestigen.
■ Optioneel: externe signaalgever op het potentiaalvrije contact (18) aansluiten (afbeelding 6).
- Installatie-automaat voor het fornuis/de kookplaat weer inschakelen.

text_image
AUX1 AUX2 In 1 Out 1 In 2 Out 2Afbeelding 6: aansluitklem (AUX) voor externe signaalgevers

text_image
(11)Afbeelding 7: Potentiaalvrije uitgang aansluiten
Potentiaalvrije contacten aansluiten
Het apparaat is uitgevoerd met twee potentiaalvrije uitgangen AUX1 en AUX2 (18). Via deze uitgangen kan de staat van de fornuisbewaker aan de binaire ingangen van de huisautomatisering of andere veiligheidstechnische systemen worden doorgegeven (meer informatie vindt u in paragraaf 4.5).
De AUX-uitgangen zijn optogeïsoleerd en potentiaalvrij. Op basis van de optokoppeling moet op de polariteit van de aftastspanning van de binaire ingang van de huisautomatisering worden gelet. De Out-klemmen moeten worden verbonden met massa of aardpotentiaal van de binaire ingang.
De aftastspanning tussen In en Out mag maximaal 24 V DC en moet minimaal 3 V bedragen. De stroom tussen In en Out moet worden begrensd tot maximaal 10 mA
Tussen de klemmen In en Out is alleen gelijkspanning toegestaan.
Het aan te sluiten apparaat moet reeds zijn geconfigureerd.
■ Uitbreekopening (11) op de onderkant van de behuizing verwijderen (afbeelding 7).
■ Potentiaalvrije uitgang aansluiten. Let op de polariteit van de aansluitingen!
Draad in de draadgeleidesleuf klemmen.
Sensorunit - montageplaats kiezen
De sensorunit kan naar keuze op de muur bo- ven het fornuis/de kookplaat worden bevestigd dan wel direct onder afzuigkap (afbeelding 8) worden gemonteerd. De sensorunit bewaakt de temperatuur en het gebruik van het fornuis/de kookplaat en onderbreekt in een alarmsituatie de stroomtoevoer.
■ Montagehouder (8) voorzichtig van de sensorunit af trekken.
■ Batterijen in de sensorunit plaatsen.
De verbinding met de spanningsonderbreker wordt automatisch tot stand gebracht. Zodra het opbouwen van een draadloze verbinding is geslaagd, geeft de sensorunit ter bevestiging twee signaaltonen af.
■ Montagehouder (8) weer aan de sensorunit bevestigen.
- Het montagevlak met behulp van de meegeleverde reinigingspad ontdoen van vet en vuil.
De sensorunit met voorgeïnstalleerde plakstrip (afbeelding 8) aanbrengen (optioneel: meegeleverd bevestigingsmateriaal gebruiken).
Daarbij op de juiste uitlijning van de sensor letten.
Bij fornuisbreedten tussen 70 ... 90 cm moet de alarmgrens een niveau lager worden ingesteld, dan in tabel 5 wordt geadviseerd.
De sensorunit moet in het midden boven het fornuis/de kookplaat gemonteerd worden.

text_image
+/- 8° 50 - 60 cm +/- 8° max. 15 cm max. 15 cm 55 - 65 cm (45 - 85 cm)** Bij een andere hoogte dan de standaardhoogte van 55 ... 65 cm moet de alarmgrens overeenkomstig worden aangepast (zie Alarmgrens instellen).
Afbeelding 8: wandmontage (links); montage onder de afzuigkap (rechts)

text_image
(32) (9) (11) (31) (33) (32)Afbeelding 9: montage watermelder
(31) Stekker watermelder
(33) Aansluitbus voor aanvullende watermelder
(32) Watermelder
Montage watermelder
De lekkagesensoren worden onder de spoelbak in de buurt van de vaatwasser aangebracht en op andere plaatsen waar een waterlekkage zou kunnen optreden.
Stekker van de watermelder (31) in de bus van de spanningsonderbreker (11) steken.
Watermelder (32) bijvoorbeeld onder de vaatwasser leggen (afbeelding 9).
Optioneel: aanvullende watermelder in de bus (33) van de voorste melder (31) steken.
Watermelder testen:
■ Een vochtige doek op de watermelder leggen.
■ Fornuisbewaker activeert een testalarm.
- Na een geslaagde test de watermelder drogen en reinigen.
5.2 Ingebruikname een werkingscontrole uitvoeren
Na het installeren moet een functietest door de elektricien worden verricht.
Voor de initiele inbedrijfstelling moeten de standaardinstellingen van de fornuisbewaker worden gebruikt. Indien de montagehoogte van de sensorunit of de afmetingen van het fornuis/de kookplaat afwijken van de standaardwaarden (afbeelding 8), dan moet de inbedrijfstelling handmatig gebeuren (zie Handmatige inbedrijfstelling).
Werkingscontrole uitvoeren
- Fornuis/kookplaat met het grootste vermogen inschakelen.
Bij een inductieformuis moet voor de inbedrijfstelling een geschikte pan op het formuis worden
geplaatst. Bedieningstoets (3) gedurende 5 seconden ingedrukt houden.
De stroomtoevoer naar het fornuis/de kookplaat wordt onderbroken. Het fornuis/de kookplaat is uitgeschakeld.
■ Controleren of het fornuis/de kookplaat is uitgeschakeld.
Fornuis/kookplaat handmatig met de betreffende kookplaatschakelaar uitschakelen.
Als het fornuis/de kookplaat uitgeschakeld is, de bedieningstoets (3) eenmaal indrukken.
De stroomtoevoer naar het fornuis/de kookplaat is weer ingeschakeld. De fornuisbewaker is klaar voor gebruik. Status-led (5) knippert eenmaal in groen.
5.3 Handmatige ingebruikname/apparaatinstelling
| Instelmodus Instelling Kleur van de status-led (5) | ||
| Modus 1 Alarmgrens instellen licht wit op | ||
| Modus 2 Draadloze verbinding tot stand brengen | knippert paars-blauw | |
| Modus 3 Fornuistype kalibreren knippert geel-groen | ||
| Modus 4 | AUX-aansluiting instellen en testen | knippert wit (normale AUX-modus) knippert rood (inverse AUX-modus) |
Tabel 5. Instelmodi
Handmatige inbedrijfstelling is vereist als het for- nuis is vervangen, de afmetingen van het fornuis of de montagehoogte van de sensorunit afwijken van de standaardwaarden (afbeelding 8), of als er regelmatig sprake is van vals alarm.
De handmatige inbedrijfstelling wordt in vier instelmodi via de sensorunit verricht:
De instelmodi kunnen achtereenvolgens of ieder voor zich worden gewijzigd.
Bedieningstoets (2) gedurende 5 seconden ingedrukt houden.
Instelmodus 1 is geactiveerd. De status-led (5) licht wit op.
Bedieningstoets (3) zo vaak indrukken totdat de volgende instelmodus bereikt is.
De status-led (5) geeft de ingestelde modus met de betreffende kleur weer.

WAARSCHUWING!
Gevaar voor ongelukken!
Indien de alarmgrens te hoog wordt ingesteld, worden gevaarlijke situaties te laat herkend.
De alarmgrens bij de installatie maximaal op 8 zetten!
| Kleur van de status-led (5) | Aantal sig-naaltonen | Alarmgrens Installatiehoogte: wandmontage | Installatiehoogte: montage onder afzu-igkap |
| rood | ●●● ●●● 12 | ||
| ●●● ●● 11 | |||
| ●●● ● 10 | |||
| ●●● | 9 | ||
| ●● 8 | |||
| ● 7* 45 ... 55 cm | |||
| blauw | ●●● ●●● | 6(Standaard)* | 50 ... 60 cm 55 ... 65 cm |
| ●●● ●● 5* 65 | ... 75 cm | ||
| ●●● ● 4* 75 ... 85 cm | |||
| ●●● 3 | |||
| ●● 2 | |||
| ● 1 |
* aanbevolen alarmgrenzen
Tabel 6: alarmgrenzen
Instelmodus 1:
Alarmgrens instellen
De fabrieksinstelling voor de alarmgrens is 6. Dat betekent dat de sensorunit op een hoogte van 50... 60 cm (wandmontage) of 55 ... 65 cm (montage onder afzuigkap) is gemonteerd. Indien de montagehoogte van de standaardwaarde afwijkt, moet de alarmgrens worden aangepast (tabel 5).
De aanbevolen alarmgrens (4 - 7) hangt af van de plaats van het fornuis, de installatiehoogte, de montagewijze en het responsgedrag van de sensorunit. De waarden liggen tussen 1 en 12 (1 = snelste respons, 12 = langzaamste respons).
Instelmodus 1 is geactiveerd. De status-led licht wit op.
Raadpleeg tabel 6 voor de meest geschikte, aanbevolen alarmgrens.
Bedieningstoets (2) indrukken.
Het volgende hogere niveau wordt ingesteld en instelmodus 1 wordt verlaten.
OF:
Bedieningstoets (1) indrukken.
De eerst volgende lagere alarmgrens wordt ingesteld en de instelmodus 1 wordt verlaten De nieuwe alarmgrens wordt conform de gegevens in tabel 6 weergegeven door de kleur van de status-led en het aantal tonen.
Om een andere alarmgrens in te stellen moet instelmodus 1 opnieuw worden opgeroepen.
Instelmodus 2: Draadloze verbinding tot stand brengen
Instelmodus 2 is geactiveerd. De status-led (5) knippert paars-blauw.
De installatie-automaat van het fornuis/de kookplaat gedurende 10 s uitschakelen.
■ Zekering weer inschakelen.
De spanningsonderbreker zoekt automatisch de sensorunit.
Als de verbinding tot stand is gebracht, geeft de sensorunit ter bevestiging drie signaaltonen af (●●●). De fornuisbewaker sluit de automatische instelmodus af.

text_image
oderAfbeelding 10: fornuistype handmatig kalibreren
Instelmodus 3: Fornuistype kalibreren
Instelmodus 3 is geactiveerd. De status-led (5) knippert geel-groen.
Voor het kalibreren van het fornuistype zijn twee opties beschikbaar.
Optie 1: Het fornuis en de oven zijn samen aangesloten op de spanningsonderbreker (afbeelding 10, links).
■ Oven inschakelen.
Bedieningstoets (1) indrukken.
De sensorunit bevestigt de herkenning van het fornuistype met akoestische en optische signalen.
■ Oven uitschakelen.
De handmatige kalibratie van optie 1 is voltooid.
Optie 2: De kookplaat is apart aangesloten op de spanningsonderbreker (afbeelding 10, rechts).
De kookplaat met het grootste vermogen op AUX-uitgangen testen: de hoogste stand inschakelen.
Bedieningstoets (2) indrukken.
AUX-uitgangen testen:
De sensorunit bevestigt de herkenning van het fornuistype met akoestische en optische signalen.
Kookplaat uitschakelen.
De handmatige kalibratie van optie 2 is voltooid.
De fornuisbewaker sluit de automatische instelmodus af.
Bij een inductieformuis moet voor de inbedrijfstelling een geschikte pan op het formuis worden geplaatst.
Instelmodus 4: Potentiaalvrije contacten instellen en testen
Aanvullende informatie over de beide potentiaalvrije uitgangen AUX1 en AUX2 zijn te vinden in hoofdstuk 4.5.
Instelmodus 4 is geactiveerd. De status-led (5) knippert wit (normale instelling) of rood (inverse instelling).
Bedieningstoets 1 (1) vijf seconden indrukken.
Omwisselen tussen de beide bedrijfsmodi van de AUX-uitgangen:
Normale AUX-modus: de status-led (5) knippert wit.
Inverse AUX-modus: de status-led (5) knip-pert rood.
Bedieningstoets (1) kort indrukken.
AUX1 wisselt tussen AAN en UIT.
Bedieningstoets (2) kort indrukken.
AUX2 wisselt tussen AAN en UIT.
Om instelmodus 4 te beëindigen:
Bedieningstoets (3) indrukken. De instelmodus wordt beëindigd.
5.4 Gekleurde stroken van de sensorunit vervangen
Met de meegeleverde gekleurde stroken kan de sensorunit aan de kleur van de muur worden aangepast.
■ Sensorunit voorzichtig van de montagehouder af trekken (8).
Frontplaat (6) van de sensorunit verwijderen door hem aan de achterkant omhoog te duwen.
Gekleurde strook naar keuze op de sensorunit aanbrengen.
Bij het aanbrengen van de gekleurde strook op de sensorunit erop letten dat er geen sensor wordt bedekt.
■ Transparante frontplaat op de sensorunit bevestigen.
■ Sensorunit op de montagehouder (8) duwen.
6 Bijlage
Levensduur van de batterijen 3 ... 5 jaar
Geluidsdruk op 1 m afstand 70 ... fase75 dB (A)
Zendfrequentie 2.4 GHz
Reikwijdte 10 ... 100m, afhankelijk van de structuur van het gebouw
Afmetingen (b x h x d) 125 x 17 x 45 mm
Vervuilingsgraad 2
Spanningsonderbreker
Nominale spanning, 3-fasig 400 V
Nominale stroom, 3-fasig 3 x 16 A
Aderdoorsnede, 3-fasig 5 x 2,5 mm²
Nominale spanning, 1-fasig 230 V
Nominale stroom, 1-fasig 1 x 25 A
Aderdoorsnede, 1-fasig 3 x 6 mm²
Energieverbruik 4 W
Vervuilingsgraad 2
Meet-stootspanning 4 kV
Bedrijfstemperatuur +5 ... +35 °C
Kogeldruktest 100 °C
Kruipstroomweerstand (PTI) 175 ... 400
Aantal schakelprocessen ca. 6000
Potentiaalvrije contacten
Nominale spanning DC 3 ... 24 V
Nominale stroom max. 10 mA
6.2 Hulp bij problemen
Stroomtoevoer naar het fornuis is onderbroken.
Oorzaak 1: de batterijstatus van de sensorunit is te laag. Batterijstatusindicatie (7) knippert.
Batterijen vervangen.
Oorzaak 2: de montagepositie van de sensorunit is onjuist en de status-led (5) knippert geel (●●●).
De montagepositie van de sensorunit controleren en indien nodig corrigeren (afbeelding 7).
Oorzaak 3: de draadloze verbinding is verbroken en de status-led (5) knippert blauw (●).
De stroomtoevoer naar het fornuis wordt uitgeschakeld en meteen weer ingeschakeld.
Oorzaak: de spanningsonderbreker is niet juist aangesloten.
Controleren of de voedingskabel van het fornuis en de aansluitkabel van het fornuis op de juiste klemmen (IN/OUT) zijn aangesloten.
Er wordt een waterlekkage-alarm afgegeven.
Oorzaak: de watermelder is niet goed droog of vervuild.
Watermelder laten drogen dan wel reinigen.
De sensorunit reageert niet op het indrukken van de toets.
Oorzaak 1: batterijstatus te laag.
Batterijen vervangen.
Draadloze verbinding via instelmodus 2 handmatig tot stand brengen (zie Handmatige inbedrijfstelling).
Oorzaak 4: spanningsonderbreker is oververhit en de status-led (5) knippert blauw (●●●).
Het apparaat een poos laten afkoelen. Raadpleeg een monteur als dit probleem zich blijft voordoen.
Oorzaak 5: problemen met de sensorunit en de status-led (5) knippert geel (●●).
Batterijen controleren of de sensorunit laten controleren.
Oorzaak 6: problemen met de sensoren en de status-led (5) knippert geel (●).
Sensorunit en sensoren behoedzaam reinigen.
Oorzaak 2: batterijen onjuist geplaatst.
Controleren of de batterijen juist zijn geplaatst aan de hand van de markering op de bodem van het batterijcompartiment en indien nodig corrigeren.
In de tabel 7 worden de foutmeldingen die kunnen optreden en een beschrijving van het probleem weergegeven.
Opvragen foutstatus
Opvragen foutstatus door indrukken van de bedieningstoets (3).
De status-led (5) knippert groen, wanneer momenteel geen fout aanwezig is.
De status-led knippert blauw of geel bij het optreden van een fout. De foutmeldingen en probleembeschrijvingen zijn in de volgende tabel 7 opgesomd.
| De status-led (5) knippert blauw Probleembeschrijving | |
| ● Probleem met de draadloze verbinding | |
| ●● Probleem met de spanningsonderbreker | |
| ●●● De spanningsonderbreker is oververhit | |
| De status-led (5) knippert geel Probleembeschrijving | |
| ● Probleem met de sensoren | |
| ●● Probleem met de sensorunit | |
| ●●● Onjuiste montagepositie van de sensorunit | |
Tabel 7: foutmeldingen
Opmerking:
Als een probleem niet direct kan worden opgelost, kan het fornuis toch tijdelijk gedurende 1,5 uur worden gebruikt door de batterijen uit de sensorunit te verwijderen en
de zekeringen voor het fornuis 10 seconden uit en daarna weer in te schakelen.
In deze noodmodus is de beveiligingsfunctie niet beschikbaar!
6.3 Toebehoren
Watermelder
WXH202
KNX-RF binaire ingang
TRB302B
KNX-RF binaire ingang 2-voudig opbouw
2-voudig inbouw 230 V
TRM702A



