YM355 - Cultivator YAMAHA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis YM355 YAMAHA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Cultivator in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding YM355 - YAMAHA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. YM355 van het merk YAMAHA.
GEBRUIKSAANWIJZING YM355 YAMAHA
We danken u voor uw vertrouwen in onze producten en we wensen u een plezierig gebruik van de machine en/of de verwis- selbare apparatuur toe. We hebben deze handleiding opgesteld om u een probleemloze functionering te kunnen waarborgen. Neem de aanwijzin- gen zorgvuldig in acht en u zult langdurig van een perfect functionerende machine of uitwisselbare apparatuur kunnen genieten. Onze machines en verwisselbare appara- tuur worden zorgvuldig getest alvorens we ze in serie produceren en worden tijdens de productie continu gecontroleerd. Dit is voor ons en voor de gebruiker de beste ga- rantie voor kwaliteit. Deze machine en/of deze verwisselbare apparatuur is in het land van oorsprong aan strenge en neutrale testen onderwor- pen en voldoet aan de van kracht zijnde veiligheidsnormen.
De handleiding is onderverdeeld in hoofd- stukken en paragrafen om de informatie zo duidelijk mogelijk te kunnen weerge- ven. De instructies, tekeningen en documenten in deze handleiding zijn van technische beveiligde aard, het strikte eigendom van de fabrikant (zie CE-verklaring op de laatste pagina) en mogen niet worden ge- reproduceerd op welke wijze dan ook, ge- heel of gedeeltelijk. De handleiding moet zorgvuldig worden bewaard en moet tijdens alle overdrachten van eigendom die zich tijdens de levens- duur kunnen voordoen bij de machine en/ of de verwisselbare apparatuur blijven. Om dit te vergemakkelijken moet de handleiding met zorg worden behandeld, met schone handen, en mag het niet op vuile oppervlakken worden neergelegd. Het moet worden bewaard in een om- geving die is beschermd tegen vocht en warmte, en het moet altijd bij de hand zijn, om eventuele twijfels te verduidelijken. Er mogen geen delen worden verwijderd, ge- wijzigd of uitgescheurd.
1.3 SYMBOLEN VAN DE HANDLEIDING
Dit symbool duidt op situaties die invloed kunnen hebben op de veiligheid en overlijden en/of ernstig letsel van de operator kunnen veroorzaken. Dit symbool duidt op situaties die licht letsel van de operator en/of schade aan de machine kunnen veroorzaken. Dit symbool duidt op speciale instructies voor meer duidelijkheid en gebruiksgemak. De beelden worden door een specifieke afbeelding weergegeven (bijv.
Zie omslag of CE-label. Wend u voor informatie en voor het bestel- len van reserve-onderdelen tot de plaat- selijke dealer, onder vermelding van het artikelnummer en het serienummer dat te vinden is op het CE-label, getoond in
GEVAAR! Alle risico's die in deze paragraaf staan beschreven kunnen leiden tot ernstig let- sel of de dood van de operator. GEVAAR! Voordat de machine of de verwisselba- re apparatuur wordt gemonteerd en in werking wordt gesteld moet deze hand- leiding voor gebruik en onderhoud in zijn geheel worden gelezen en begrepen. GEVAAR! Het is de verantwoordelijkheid van de werkgever om alle informatie in deze handleiding over te dragen aan de ope- rator die de machine of verwisselbare apparatuur zal gaan gebruiken. GEVAAR! LET OP! INFORMATIE Deze machine en/of verwisselbare appa- ratuur voldoet aan alle Europese normen die in de periode van productie van kracht zijn. Desondanks kunnen oneigenlijk ge- bruik of onvoldoende onderhoud het risi- co op letsel verhogen. Lees om dit risico te verminderen zorg- vuldig de onderstaande veiligheidsin- structies en schenk aandacht aan de ge- vaarsymbolen op de volgende pagina’s. Algemene informatie:
1. De machine mag niet gebruikt worden
door personen jonger dan 16 jaar of door personen die onder invloed van alcohol, geneesmiddelen of verdovende middelen staan.
2. Het elektromagnetische veld dat door
de motor of door de elektrische schakeling wordt opgewekt kan pacemakers verstoren. De dragers van deze apparaten moeten VERPLICHT hun arts raadplegen voordat de machine gebruikt gaat worden.
3. De machine niet laten draaien wan-
neer men aan de voorkant van het werktuig staat, noch in de buurt er- van komen wanneer het in beweging is. Wanneer er aan het startkoord aan de motor (indien aanwezig) wordt getrokken moeten het werktuig en de machine zelf stationair blijven.
4. De motor moet VERPLICHT uitgescha-
keld blijven tijdens het transport van de machine en tijdens alle werkzaamheden van afstellen, onderhoud, reiniging en verwisse- len van de verwisselbare apparatuur.
5. Loop alleen weg van de machine nadat
de motor is uitgeschakeld en deze in een stabiele en veilige positie is geparkeerd.
6. Voorzichtig met de afvoerleiding. De de-
len nabij de leiding kunnen 80° bereiken. Vervang versleten of defecte geluiddempers.
7. Voor aanvang van het werk met de machi-
ne een visuele en fysieke controle uitvoeren en controleren of alle veiligheidssystemen waarmee het is uitgerust volledig werken. Het is ten strengste verboden om het uit te sluiten of ermee te knoeien. Vervang be- schadigde of versleten onderdelen vooraf aan het gebruik.
8. Onjuist gebruik, reparaties uitgevoerd
door ongeschoold personeel of het gebruik van niet-originele reserveonderdelen leiden tot de beëindiging van de garantie en het vervallen van elke aansprakelijkheid van de fabrikant.
9. De kalibratie van de rotatiesnelheidsrege-
laar van de motor niet wijzigen en deze niet een te hoge snelheid laten bereiken.
10. Gebruik daarom uitsluitend originele
reserveonderdelen, zodat het veiligheidsni- veau van de machine gewaarborgd blijft.nl Aanwijzingen voor gebruik:
1. Voordat de machine en/of deze verwissel-
bare apparatuur wordt gebruikt moet u ver- trouwd raken met de bedieningsknoppen en leren hoe het snel kan worden gestopt.
. Controleer voordat de machine wordt ge- start het oliepeil van de motor.
. Controleer voordat de machine wordt ge- start of alle bevestigingsmiddelen (bouten, schroeven, moeren, enz.) vastzitten en of de kappen en beveiligingssystemen intact en juist gemonteerd)
. Lopen, niet rennen, tijdens het werk.
. De machine niet starten in een afgeslo- ten ruimte waar zich koolmonoxidedampen kunnen ophopen.
Werk alleen overdag, met een goede ver- lichting en zichtbaarheid (minimaal vereiste zichtbaarheid gelijk aan het werkgebied, dat staat omschreven in de paragraaf "WERK- GEBIED".
7. Werk niet tijdens stormen en/of op natte
. Werk niet op terreinen met meer dan 10°met meer dan 10° helling,helling, behalve met gebruik van apparatuur specifiek voor werken op hellingen (niet beschikbaar voor alle machines of uitvoe- ringen). Wees uiterst voorzichtig bij het om- keren van de rijrichting en bij het naar u toe trekken van de machine.
. Zorg altijd voor steunpunten op de hellin- gen. Houd uw voeten goed op afstand van de gereedschappen en steek geen handen of voeten in de buurt van bewegende delen.
10. Bestuur de machine altijd met beide
handen aan het stuur.
Niet in de buurt van sloten of dijken wer- ken. Als een wiel over de rand van de weg komt, kan de machine plotseling kantelen.
Draai de machine niet zo dat hij met de achterkant naar een muur of iets dergelijks gericht is om te voorkomen dat hij vast komt te zitten.
13. Werk op hellingen altijd kruislings, nooit
naar boven of naar beneden. Aanwijzingen voor verwisselbare appara- tuur:
Voordat de verwisselbare appara- tuur of onderdelen wordt geïnstalleerd, geïnspecteerd, gerepareerd, verwijderd of vervangen van de motor stilzetten en de machine laten afkoelen (15-20 minuten) en ervoor zorgen dat er geen bewegende onderdelen zijn, ontkoppel de bougiedop.
2. Als u van plan om de apparatuur te hante-
ren voor de installatie, vervanging of onder- houd stevige beschermende handschoenen dragen. Vermijd over het algemeen contact met de gereedschappen van de apparatuur en plaats de handen en voeten niet in de buurt van de bewegende gereedschappen, om am- putaties en verwondingen te voorkomen.
3. Gebruik de machine die op deze appara-
tuur is aangesloten niet als deze niet correct is geïnstalleerd of niet goed werkt.
Schakel de apparatuur uit door het los- laten van de betreffende hendel wanneer er geen werkzaamheden worden uit gevoerd of als zich waarschuwen voor gevaarlijke omstandigheden voordoen, zoals het nade- ren van vreemden in de gevarenzone, even- tuele storingen, verminderd zicht of plotse- linge botsing tegen een obstakel.
5. Schakel de apparatuur uit als er onverhar-
Schakel de apparatuur uit en zet de ma- chine uit als u abnormale trillingen waar- neemt. Aanwijzingen voor afstellen en onderhoud: GEVAAR! Alle handelingen voor AFSTELLEN en ON- DERHOUD moeten worden uitgevoerd met uitgeschakelde motor. Verwijder de bou- giekap of de contactsleutel (indien aanwe- zig), om onbedoeld starten te voorkomen. Houd alle moeren, bouten en schroeven goed aangedraaid, om de werking van de machine in veiligheid te verzekeren. Alleen originele reserveonderdelen van Euro- systems laten gebruiken. De eigenaar heeft niet langer recht op garantie als er niet-origi- nele reserveonderdelen gebruikt worden. Breng geen structurele wijzigingen of aan- passingen aan. Deze wijzigingen leiden tot het vervallen van de garantie en het afwijzen van eventuele aansprakelijkheid van de fabri- kant. Wij behouden ons het recht voor om struc- turele verbeteringen aan de machine en/of verwisselbare apparatuur aan te brengen, zonder wijzigingen in deze instructies aan te brengen. Aanwijzingen voor het opheffen: GEVAAR! Gebruik hefsystemen die onbeschadigd zijn en geschikt voor het op te heffen gewicht (zie paragraaf HANTERING EN TRANSPORT). GEVAAR! Niet onder hangende lasten blijven staan.
e motorschoffelmachine is ontworpen en gebouwd voor schoffelen in de grond. De motorschoffelmachine mag uitsluitend werken met originele gereedschappen en onderdelen. ACCESSOIRES (NIET INBEGREPEN): - Frees cm 32 met koppel ijzeren wielen Ø350x50 - Stootblok vaste vleugels met aansluitpunt (905030000).
2.2 ONEIGENLIJK GEBRUIK
GEVAAR! Alle risico's die in deze paragraaf staan beschreven kunnen leiden tot ernstig let- sel of de dood van de operator.
1. Gebruik de machine alleen voor het be-
oogde gebruik van het type gemonteerde apparatuur.
2. Gebruik de machine niet voor het vervoe-
ren van goederen, mensen of dieren.
3. Gebruik de machine niet voor het trekken
en/of duwen van karren of andere apparaten.
4. Monteer geen apparatuur die niet door de
fabrikant is geautoriseerd.
5. Geen delen van de machine wijzigen.
6. De beveiligingssystemen niet uitsluiten of
De gebruiker is verantwoordelijk voor de veiligheid van personen, dingen of dieren, die zich binnen de gevarenzone van de ma- chine bevinden. Deze zone wordt gedefinieerd als het bin- nengebied van een omtrek van ten minste 10m radius van het gereedschap dat op de machine is gemonteerd . GEVAAR! De gevarenzone strekt zich uit rond 10 meter rond de machine en moet met pas- sende waarschuwingsborden worden om- heind. GEVAAR! Deze moeten worden geïnstalleerd in dui- delijke waarschuwingen rond het werkge- bied, met de aanduiding dat het verboden is om het bovengenoemde gebied te betre- den. Als de operator zich bewust wordt van de aanwezigheid van personen of dieren in de gevarenzone moet hij de machine onmiddellijk uitzetten en niet opnieuw op- starten totdat het gebied is ontruimd. Als de machine in werking is wordt verblij- ven in de gevarenzone om welke reden dan ook niet toegestaan. Alleen de operator, die de handleiding in al zijn onderdelen heeft gelezen en begrepen, mag binnen dat ge- bied verblijven en het enige bedieningssta-nl tion bezetten, achter het stuur, dat hij stevig vast heeft. De operator moet de omgeving controleren voordat hij de machine start en speciale aan- dacht besteden aan kinderen en dieren. Vóór aanvang van de werkzaamheden op een bepaald gebied moet dit worden vrij ge- maakt van vreemde voorwerpen. Besteed tijdens de werkzaamheden altijd aandacht aan de grond en aan het omlig- gende gebied. Als er ongewenste en/of ge- vaarlijke voorwerpen worden aangetroffen de machine, alvorens uit de werkstand te komen om ze te verwijderen, uitzetten en in veiligheid zetten, om opstarten, verplaatsing en kantelen te voorkomen.
INFORMATIE Het verkrijgen van deze persoonlijke beschermingsmiddelen is uitsluitend de zorg van de klant of werkgever. Tijdens het gebruik van de machine en de onderhoudswerkzaamheden: is het VERPLICHT om altijd veiligheids- schoenen, handschoenen, geschikte ge- hoorbescherming te gebruiken en een lange bestendige broek en en een veilig- heidsbril.te dragen. Draag geen losse kleding, sieraden, dassen, sjaals of hangende koortjes die verstrikt kunnen raken. Bind de haren bij elkaar. Tijdens het uitpakken en de installatie: Is het VERPLICHT om altijd veiligheids- schoenen, handschoenen en bestendige kleding te gebruiken.
3. DEFINITIE VAN DE PICTOGRAMMEN
GEVAAR! Houd alle labels schoon en in goede staat, vervang ze bij beschadiging.
Om de verpakking te draaien deze met 2 of meer personen opheffen, met behulp van de grepen op de doos. Het BRUTO gewicht staat aangegeven in het hoofd- stuk "TECHNISCHE EIGENSCHAPPEN". LET OP! De machine niet kantelen of laten rollen. Eventuele schade aan kappen en mecha- nische onderdelen. INFORMATIE IBij levering van meerdere machines of verwisselbare apparatuur op pallets deze er af halen zonder dat ze op de grond vallen. Eventueel met behulp van een vorkheftruck. Model MM250 YM355 BRUTO EN NETTO GEWICHTLabel EC-verklaring op de laatste bladzijdeVermogen NominaalVermogen geluidsleerDruk geluidsleerTrillingenBanden 13x5.00-6Diameter frees 320 mmToerental frees 275/minSnelheid 1e vooruitversnelling 1,1 km/hSnelheid 2e vooruitversnelling - 2,1 km/hSnelheid 1e achteruitversnelling 0,96 km/hSnelheid 2e achteruitversnelling - 1,8 km/hZie voor technische gegevens met betrekking tot de motor de bijgevoegde handleiding
Uitpakken Montage van de stuurdrager bevestig de trekstanghouder (B) aan het frame) (A) met behulp van de schroeven (g) met ring (h) in de twee openingen. Bevestig de knoppen (m) met de ringen (y), schroeven
Montage van de frezen: Steek de verbredingen (C) aan het einde van de andere frezen en zet ze met de schroeven
) en de moeren (o) vast. Montage van de freeskap: Draai de 6 schroeven van de zittingen op het frame los, plaats daarna de kap (D), zorg ervoor dat de sleuven samenvallen met de zittingen van de schroeven en draai de 6 schroeven () opnieuw aan.
Montage hengsel freeskap: Breng de haken van het hengsel (E), aan, waarbij deze naar boven wordt gedraaid, in de betreffende sleuven op de freeskap. LET OP: Het hengsel moet worden geplaatst met de haken gericht zoals in de vergroting in de afbeelding, oftewel de haken moeten van bo- venaf het slot "B" in gaan en de "A” uit gaan. Montage gaspedaal: Volgens het meegeleverde gaspedaal (A, B in de afbeelding): -Gaspedaal A: haak de terminals “x” en "y" van de kabels van de gaspedaal aan; -Gaspedaal B: draai de schroeven en moer los van de gaspedaal en schroef het daarna opnieuw op de trekstang. LET OP! De motor wordt zonder smeerolie gele- verd. Raadpleeg voor informatie over het type olie dat moet worden gebruikt en de hoeveelheden het boekje over de mo- tor, in de enveloppe met accessoires [F]
LET OP! Start de motor niet voordat alle monta- gestappen zijn voltooid. LET OP! Vóór de eerste start moet er smeerolie aan de motor worden toegevoegd. Raad- pleeg voor informatie over het type olie dat moet worden gebruikt en de hoeveel- heden het boekje over de motor, in de en- veloppe met accessoires [F]
LET OP! Controleer voordat de machine wordt ingeschakeld het oliepeil in de motor, zoals in de specifieke gebruikershand- leiding staat aangegeven
GEVAAR! Voordat u verder gaat met lezen moet het hoofdstuk "VEILIGHEIDSINSTRUC- TIES” in zijn geheel zijn gelezen en be- grepen.
7.1 BESCHRIJVING VAN DE ELEMENTEN
VEILIGHEIDSVOORZIENING Alle motorschoffelmachines zijn uitgerust met een veiligheidsvoorziening. Genoemde voorziening veroorzaakt het ontkoppelen van de koppeling en daarmee de stilstand van de machine in versnelling vooruit of achteruit, het loslaten van de betreffende bedieningshefboom; ook voorkomt deze voorziening het inschakelen van de achteruitversnelling terwijl deze in vooruitversnelling is ingeschakeld. LET OP! Bij achteruitversnelling stoppen de frezen met automatisch keren.
2) Bedieningshendel vooruitversnelling
3) Bedieningshendel achteruitversnelling
4) Versnellingspook langzaam(alleen voor
versie 2 + 2-snelheden)
5) “Vork met drie standen”
8) Regelknop van de kabels/riem
9) Zijdelingse stelhendel van de trekstang/
KOPPELINGSSYSTEEM WIE- LEN IN DRIE STANDEN: De motorschof- felmachine is uitgerust met een speciaal systeem, genaamd "VORK IN DRIE STANDEN.". - In stand 1 (vrij) draait het wiel vrij op de as, om zo de verplaatsingen van de machine met stilstaande motor mogelijk te maken. - In stand 2 (geblokkeerd) is het wiel een geheel met de as en wordt een aandrijving, dus klaar om te werken, gewoonlijk de meest gebruikte. - In stand 3 (semidifferentiaal) heeft het wiel de mogelijkheid om een vrije draai om de as te maken, om zo bochten mogelijk te maken. LET OP! Alle handelingen op de vork met drie standen moeten met uitgeschakelde motor worden uitgevoerd.
GEVAAR! Wees voorzichtig bij het hanteren van brandbare vloeistoffen. De brandstof is zeer brandbaar en explosief. GEVAAR! De tank niet vullen in afgesloten of slecht geventileerde ruimten. GEVAAR! Voordat de tank wordt bijgevuld de ma- chine uitzetten en wachten totdat de mo- tor is afgekoeld (15-20 min). GEVAAR! Niet roken of gebruik maken van elektronische apparaten in de buurt van brandbare vloeistoffen. GEVAAR! Gebruik vulsystemen, zoals brandstof- tanks, trechters, enz. die geschikt en onbeschadigd zijn. GEVAAR! Bij lekkage van brandstof de machine verplaatsen voordat deze wordt gestart. GEVAAR! Na het bijvullen de dop weer op zijn plaats doen en stevig vast draaien.
7.3 STARTEN EN UITZETTEN
GEVAAR! Controleer voordat de machine wordt gebruikt de correcte werking van de hendels mt gehandhaafdeactie en van het dubbele veiligheidscommando. Raadpleeg voor het afstellen de paragraaf "KABELS AFSTELLEN". Het is verboden om de machine bij storing van de commando's te gebruiken. LET OP! Bij het eerste gebruik van de machi- ne is het absoluut noodzakelijk om te controleren of er aan de binnenkant van het frame smeerolie aanwezig is. Laat de machine niet starten zonder dat eerst deze controle is uitgevoerd. Zie voor meer informatie het hoofdstuk VERSNELLINGSBAK 10.5.
LET OP! Na het voltooien van de installatie de machine inschakelen en controleren of, door de gashendel in de stop positie te zetten, de motor op de juiste manier wordt stilgezet. LET OP! Voordat de motor wordt gestart altijd controleren of de motorschoffelmachine veilig is voor gebruik.
1. Instructies motor: Lees
aandachtig het instructieboekje dat bij de betreffende motor is bijgesloten. Controleer of het luchtfilter goed schoon is. Vul de brandstoftank van de door de specificaties van het boekje van de motor aangegeven type met behulp van een trechter met filter. Kalibratie van de rotatiesnelheidsregelaar van de motor niet wijzigen en deze niet een te hoge snelheid laten bereiken.
Zet de vork op stand 1 (vrij), het wiel draait vrij op de as, zodat verplaatsing mogelijk is.
3. Ga naar de randen van het te frezen
Zet de vork in stand 2 (vergrendeld) werkpositie. Zorg ervoor dat de versnellingspook (4, afb. 1.7) in de vrijstand staat. Stel het stuur af op de hoogte die het meest geschikt is voor de uit te voeren werkzaamheden.
De motor in beweging zetten Open de brandstofkraan (voor motoren die hiermee zijn uitgerust), duw het tot de helft van het hendeltje van het gaspedaal op het stuur. Als de motor "koud is het startsysteem op de carburateur inschakelen.
stuur pakken, de versnelling inschakelen (alleen voor versie 2 +2 snelheid) stand A lage versnelling, stand B hoge versnelling (.Afb. 1.7). Het is raadzaam om de eerste paar keren te werken in stand 1, lage versnelling
Vooruit lopen: pak het stuur, druk de veiligheidsgrendel naar binnen
zoals afgebeeld en duw daarna de aanvoerhefboom tot het maximum van zijn beweging, namelijk de grens met het handvat. De hendel moet ingedrukt worden gehouden, zodat de rotatie van de messen gehandhaafd blijft. Als de hand wordt verwijdert gaat de hendel omhoog en wordt de rotatie van de messen automatisch uitgeschakeld.
-Achteruitversnelling: laat de versnellingspook vooruit gaanl (Afb. 3.6) en trek nadat de veiligheidsgrendel naar binnen is gedrukt aan de hendel in Afb. 3.7 op het stuur naar u toe, doe het achterste deel van de machine omhoog, zodat de frees uit de grond komt, totdat de machine begint terug te trekken.
Einde werk: nadat het werk is voltooid, om de motor tot stilstand te brengen de gashendel in de ruststand zetten. GEVAAR! Bij een onbedoeld en onverwacht obsta- kel onmiddellijk de beide bedieningshen- dels loslaten (Afb. 3.6, 3.7). GEVAAR! Bij een heftige botsing, als er vervormin- gen of zichtbare schade is, alle messen en bijbehorende pennen met schroeven en bevestigingsmoeren vervangen! IN- eem eventueel contact op met een er- kende werkplaats.
8. VERPLAATSING EN TRANSPORT
GEVAAR! Voordat u verder gaat met lezen moet het hoofdstuk "VEILIGHEIDSINSTRUCTIES” in zijn geheel zijn gelezen en begrepen. Wanneer de motor is afgezet kan de ma- chine met de hand worden verplaatst door door aan het stuur te duwen of te trekken. OPHEFFEN
Wanneer de machine voor lange periodes niet wordt gebruikt is het essentieel om het gereedschap met corrosiewerende en anti-oxiderende stoffen te beschermen. Voordat de machine wordt opgeslagen moet deze worden gereinigd van bladeren en/of aarde.
GEVAAR! Verwijder de brandstof uit de tank en sluit de kraan af (indien aanwezig). Parkeer de machine op een vlakke onder- grond en verwijder de contactsleutel (in- dien aanwezig) en/of de bougiekap. GEVAAR! Bescherm de scherpe randen en dek de machine eventueel af met een bescher- mend zeil.
10. PERIODIEK ONDERHOUD
GEVAAR! Voordat u verder gaat met lezen moet het hoofdstuk "VEILIGHEIDSINSTRUCTIES” in zijn geheel zijn gelezen en begrepen. Houd alle moeren, bouten en schroeven goed aangedraaid, om de werking van de machine en/of de uitwisselbare appara- tuur in veiligheid te verzekeren.
Voor goed frezen en een regelmatige toevoer van de motorschoffelmachine is de frees voorzien van een trekstang (7 Afb. 1.7), die de werkdiepte van de schoffels regelt. Wanneer de bedieningshendel naar achteren wordt getrokken en deze naar boven of naar beneden wordt bewogen wordt de penetratie in de grond gecontroleerd: de afstelling is correct als de machine voorwaarts beweegt met een constante snelheid en zonder schommelingen. - Frezen harde ondergrond: Zet de trekstang in stand (B). Deze stand komt overeen met een kleine verwerkingsdiepte. - Frezen zachte ondergrond: Zet de trekstang in stand (A). Deze stand komt overeen met een grote bewerkingsdiepte. LET OP! Tijdens de bewegingen met draaiende machine, op verschillende oppervlakken van het werkterrein, de dissel in stand (B) houden, op deze manier wordt voorkomen dat de schoffels krassen op het oppervlak maken.
HOGGTE AFSTELLEN: Het stuur van de motorschoffelmachine is in hoogte verstelbaar. Het is raadzaam om voor aanvang van elke vorm van werk het stuur aan te passen aan de behoeften van de operator, zodat de motorschoffelmachine gemakkelijk te hanteren is. Draai aan de bevestigingsschroeven van de stuurhouder. Stel de optimale hoogte af, vergrendel de schroeven.
ZIJDELINGSE VERSTELLING: Met de zijdelingse oriëntatie van het stuur kan de bestuurder niet op het al bewerkte terrein stappen en geen schade aanbren- gen aan de vegetatie. Doe de hendel om- laag om het stuur te ontgrendelen. Draai het stuur vanaf het gewenste gedeelte (mogelijke standen: -35°, 0°, 35°) en doe de hendel omhoog om het te vergrende- len.
Elke 50 werkuren de as van de achteruitversnelling invetten via de daarvoor bestemde smeerder, na demontage van de rubberen dop. LET OP! Wanneer de bewerking is voltooid moet de opening weer worden afgesloten met de stop, omdat er in de behuizing bewegende onderdelen zijn.
10.4 KABELS AFSTELLEN
VERSNELLINGSPOOK VOOR- UIT/: Let op! De wielen mogen alleen beginnen te draaien wanneer de bedieningshendel helft van zijn slag heeft bereikt. Wanneer de genoemde hendel volledig uitgetrok- ken is, d.w.z. in werkstand, moet de be- sturingsinrichting van de band (8, Afb.1.7) worden aangebracht zoals in afbeelding 4.6B, met de "cilinder" in contact met de twee ringen aan de zijkanten. Om aan de bovengenoemde voorwaarden te voldoen draaien aan het register M10, in de nabij- heid van de besturingsinrichting van de band (Afb. 4.6A).
OLIEPEILCONTROLE: Controleer het oliepeil na elke 60 uur: zet de machine vlak, draai de dop (1) los en controleer of de olie aan de onderkant van de opening staat, wanneer het niveau hersteld moet worden bijvullen vanaf de dop van de opening (2), totdat deze uit de controle (1) gaat. De doppen weer vastdraaien. 4,64,6nl OLIE VERVERSEN: Ververs de olie na elke 150 uur. Het afvoeren van de olie moet met warme machine worden uitgevoerd: draai de doppen (1 en 2) los, kantel de machine om deze volledig te legen en zet daarna de machine vlak, vul het met olie vanuit de opening van de dop (2) tot dat deze uit de controle (1) gaat. De doppen weer vastdraaien. INFORMATIE Gebruik voor een gemakkelijker en veili- ger extractie een injectiespuit (niet mee- geleverd). LET OP! Gebruik als olie SAE 80 of gelijkwaardig. LET OP! De afgevoerde olie is een vervuilend materiaal dat niet in het milieu mag weglopen, maar gebruik moet maken van de speciale verzamelcentra.
10.6 BANDEN OPPOMPEN
Als de wielen vol zijn adviseren wij om bij elk gebruik het oppompen van de banden van de machine te controleren. De aanbe- volen waarde is 21 PSI (1,5 bar). LET OP! Controleer voordat de band wordt opge- pompt altijd de maximum waarde in PSI die op de band staat.
11. REINIGEN EN WASSEN
GEVAAR! Voordat u verder gaat met lezen moet het hoofdstuk "VEILIGHEIDSINSTRUC- TIES” in zijn geheel zijn gelezen en be- grepen. Wacht voordat de machine of de verwis- selbare apparatuur wordt gewassen en/ of gereinigd tot alle hete onderdelen afge- koeld zijn (minstens 20 minuten). Gebruik perslucht of een spons met een mild reini- gingsmiddel en water. LET OP! Gebruik geen water onder druk om de machine en/of verwisselbare appara- tuur te wassen. De motor en eventuele elektrische installaties of accu’s kunnen beschadigd raken. LET OP! Vermijd overmatig gebruik van water in de buurt van de labels. Bij beschadiging moeten ze worden vervangen voordat de machine en/of verwisselbare apparatuur opnieuw wordt gebruikt. Wanneer nodig zie hfdst. Controle aanspanning bevestigingsmiddelen en beveiligingen Controleer altijd voordat de machine wordt gestart of er geen schroeven, bouten en/of moeren niet zijn vastgedraaid en of de kappen en de beveili- gingssystemen intact en goed gemonteerd zijn
Reinigen Na elk gebruik 11. Oppompen Indien nodig 10,6 Kabels afstellen Als de werking niet is zoals in het boekje wordt voorgeschreven 10,4 Olie voet verversen 60 uur 10,5 Motor Zie de specifieke handleiding
Mogelijke oorzaak zie hoofdstuk De motor start niet Brandstof op, bijtanken 7,2 Controleer of de gashendel op START geplaatst is/1 7,3 Controleer of de bougiekap correct aangebracht is Specifiek boekje van de motor Controleer de staat van de bougie en reinig of vervang hem als dit nodig is. Specifiek boekje van de motor Controleer of het brandstofkraantje opengedraaid is (uitsluitend op modellen met een motor met brandstofkraantje) Specifiek boekje van de motor Vermogen van de motor neemt af Luchtfilter vuil, reinigen Specifiek boekje van de motor Controleer of stenen of grond en plantenresten de rotatie van de frezen verhinde- ren. Verwijder ze De frezen draaien niet Stel de stelschroeven van de aandrijfkabel af 10,4 Controleer of de frezen aan de as bevestigd zijn - Controleer de positionering en de integriteit van de aandrijfriemen, plaats ze opnieuw en/of vervang ze
De wielen draaien niet Controleer de transmissiekabels 10,4 Als u het probleem niet kunt oplossen neem dan contact op met uw dichtstbijzijnde bevoegde servicecentrumnl
Het product moet aan het einde van de levensduur worden verwijderd volgens de geldende normen inzake de gedifferenti- eerde afvalverwijdering en mag niet als simpel huishoudelijk afval worden behan- deld. Het product moet worden ingeleverd bij de speciale verzamelcentra of moet wor- den teruggestuurd naar de dealer als u het product wilt omruilen voor een ander gelijkwaardig nieuw product. Het product bestaat uit niet-biologisch afbreekbare bestanddelen en stoffen, die het milieu kunnen vervuilen als ze niet goed worden afgevoerd. Bovendien kun- nen een aantal van deze materialen wor- den gerecycled Waardoor vervuiling van het milieu wordt vermeden. Het is de plicht van allen om bij te dragen aan een gezonde omgeving. het symbool , Indien aanwezig, iden- tificeert elektrische en elektronische ap- paratuur die afzonderlijk moet worden behandeld, zoals voorgeschreven door de normen 2002/95/EG, 2002/96/EG en 2003/108/EG. Gooi deze apparatuur niet bij het gemengd stedelijk afval, maar breng het naar de specifieke gebieden voor gescheiden inzameling. Vraag informatie aan de lokale overheden over de gebieden voor verwijdering van afvalstoffen. Wie het product niet afvoert volgens de instructies in deze paragraaf beantwoordt eraan in overeenstemming met de geldende normen.
14.2 BUITEN BEDRIJF STELLEN EN
ONTMANTELEN Het buiten bedrijf stellen en ontmante- len van de machine en/of verwisselbare apparatuur in deze handleiding bestaat uit het demonteren van het product door bevoegd personeel, in overeenstemming met wat staat vermeld in het Wetsbesluit 81/08 (gebruik van PBM enz..) en daarop- volgende scheiding en verwijdering, zoals beschreven in de paragraaf "VERWIJDERING" van deze handleiding voor gebruik en onderhoud.Un marchio di: - A brand of: Multipower srl Via Don Minzoni, 6D/6E - 42044 Gualtieri (Reggio Emilia) Italy Tel. 039-0522.221128 Fax 039-0522.221136 E-mail: info@multi-power.itTel. +39-0522-221128 - Fax. +39-0522-221136 - Website: www.multi-power.it Multipower S.r.l. -- Via Don Minzoni 6D/E – IT 42044 Gualtieri (RE) Cod. Fisc. & P.IVA 01843480359 Mod. PRG01 Registro Pile e Accumulatori: IT18050P00004814 - Registro A.E.E.: IT18050000010419
Notice-Facile