10345 - Modelbouw LGB - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 10345 LGB in PDF-formaat.
| Producttype | Automatische omloopinrichting voor miniatuurtreinen |
| Merk | LGB |
| Model | 10345 |
| Categorie | Modelbouw (toebehoren spoorwegnet) |
| Voeding | Gelijkstroom via LGB-transformator of voedingseenheid |
| Minimale spanning | 10 V DC |
| Maximale stroom | 3 A (bescherming daarboven) |
| Bedrijfsmodi | Modus 1 « Basis » (instelbare acceleratie, abrupt remmen); Modus 2 « Identiek aan prototype » (instelbare acceleratie en remmen) |
| Instellingen | Stoptijd in station (2-60 s of 1-8 min); Acceleratie (1-8 s); Remmen (alleen modus 2) |
| Bescherming | Tegen kortsluiting en overbelasting >3 A (uitschakeling 10 s) |
| Afmetingen (ca.) | 120 x 80 x 40 mm |
| Gewicht (ca.) | 100 g |
| Inhoud van de verpakking | 1 stootblok met printplaat, 2 isolerende rails met diodes, 1 blauw/rode kabel voor spoor, 1 blauw/rode kabel voor transformator |
| Optionele accessoires | Extra isolerende rails (10153), diodes 1N5400, geleidingsdraden (LGB 50220) |
| Onderhoud en reiniging | Reinigen met een droge doek; vocht vermijden |
| Veiligheid | Remafstanden in acht nemen; niet gebruiken met het multitrain-systeem; loskoppelen voor instelling |
| Compatibiliteit | Analoge locomotieven; locomotieven met decoder mogelijk met analoge voeding |
| Algemene informatie | Handleiding beschikbaar in meerdere talen (FR, DE, EN, ES, IT, NL); gratis PDF-download |
Veelgestelde vragen - 10345 LGB
Gebruikersvragen over 10345 LGB
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Modelbouw in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 10345 - LGB en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 10345 van het merk LGB.
GEBRUIKSAANWIJZING 10345 LGB
Bedrijfsmodus 1 (vervanger voor 0090)
Modo de funciona 1 (sustainye a 0090)
Met de pendelautomaat 10345=kunt u uw trein:tussen twee stations laten pendelen. De pendelautomaat beschikt over:
- Twee bedrijfsmogelijkheden
- "eenvoudig" met instelbare optrekvertraging
- "voorbeeldgetrouw" met instelbare optrek- en afremvertraging
- Instelbare wachtijd op de stations
- Instelbare optrekvertraging
Overbelasting en kortsluitbeveiliging
Inhoud van de verpakking:
- 1 stoodblok met elektronica
- 2 scheidingsrails met gemonteerde dioden
- 1 blauw/rode aansluitkabel
- 1 blauw/rode aansluitkabel van de rijregelaar aan het stooblok
Let op! Dit product kan nicht gebruikt worden bij het LGB-meertreinen systemm. Locomotieven met een decoder kurenECHTER wel met de pendelautomaat en een analoge LGB-trafo /rijregelaar gebruikt worden.
Bediening
PAS OP! Let er op dat in beiden stations een voldoende Lange remweg beschikbaar is, dit om ongelukken te vermijden. Als u de rijnselheid van de trein of de instellenen van de pendelautomaat wijzigt, kan deoodzakelijkke remweg veranderen. Zo hebben sneller rijdende treinen een langere remweg nodig.
Bedrijfsmodus
In het stootblok bevindt zich een printplaat met twee schakelaars en twee instelregelaars (potentiometer). Om de schakelaars in te stellen draait u het stootblok om. De schakelaar "Mode" dient voor het instellen van de bedrijfsmodus:
Bedrijfsmodus 1 (fabrieksinstelling):
"eenvoudig" met instelbare optrekvertraging en abrupt afremmen. In deze modus kan de pendelautomaat 10345 de oudere LGB-pendelautomaten (80090, 0090) verrangen.
Bedrijfsmodus 2 "met voorbeeldgetrouw afremmen":
Met instelbare optrek- en afremvertraging.
Let op! Een neue bedrijfsmodus worden pas actief als de voedingspanning minstens 15 seconden languitgeschakeld is.
Opmerking: de railreinigingsloc 20670 kan op het pendeltraject Niet als reinigingsloc gebruikt worden.
Bedrijfsmodus 1 ("EENVoudIG")
Voorbereiding
- bij beiden stations in het inrijdspoor een scheidingsrail aanbrengen.
- met de blauw/rode rail-aansluitkabel de aansluiting "bl" (blauw) en rt" (rood) op de uitgang A" op de printplaat aan de rails aansluten.
- de andere aansluitkabel op de aansluiting "bl" (blauw) en "rt" (rood) aan de uitgang "Power" op de printplaat en op de gelijkstroomaansluiting van een LGB-rijregelaar of regeltrafo aansluiten.
- netstekker van detrafo in de wandcontactdoos steken.
Bediening
Trein op het vrije trajectussen de stationsplaatsen.
Rijregelaar/regeltrafoaar de middenstand draaien.
Na een korte pauze gaat de trein rijden. Als de trein
het station bereikt en over de scheidingsrail rijdt, stopt de trein. Na het aflopen van de ingestelde wacht-tijd trekt de trein langzaam op in de tegengestelde richting en rijdt maar het andere station. De trein blijft pendelen:tussen de beiden stations tot de rijstroomuitgeschakeld worden.
Bedrijfsmodus 2
(VOORBEELDGETROUW AFREMMEIN)
Voorbereiding
Opmerking: voor het opbouwen van deze bedrijfsmodus heeft men twee draden nodig (bijv. LGB 50220) om de scheidingsrails aan te sluiten.
- schroeven aan de rails loseen en de dioden er uittrekken. Bij.beide stations in het inrijdspoor een scheidingsrail aanbrengen. De onderbroken railsta ven van de beiden scheidingsrails mogen Niet aan bezelfde spoorstaafzijde liggen. De afstand:tussen de scheidingsrails moet langer zichn dan de trein.
- aansluiting "sw" (zwart) en "ws" (wit) van de printplaat op de scheidingsrails aansluiten. De schroeven op de scheidingsrails loosen en de draad:tussen de schroef en de railstaaf vastklemmen.
-
met de blauw/rode rail aansluitkabel de aansluitingen "bl" (blauw) en "rt" (rood) op de uitgangen op de printplaat verbinden met de rails.
-
met de tweede kabel de aansluitingen "bl" (blauw) en "rt" (lood) aan de uitgang "Power" op de printplaat en op de gelijkstroomaansluiting van een LGB-rijregelaar of regeltrafo aansluiten.
- netstekker van detrafo in de wandcontactdoos steken.
Bediening
Trein op het vrije traject tussen de stationsplaatsen. Rijregelaar/regeltrafoaar de middenstand draaien. Na een korte pauze gaat de trein rijden. Als de trein het station bereikt en over de scheidingsrail rijdt, remt de trein af en stopt. Na het aflopen van de ingestelde wachtijd trekt de trein langzaam op in de tegenge- stelde richting en rijdtaar het andere station. De trein blijft pendelen tussen de beiden stations tot de rijstroom uitgeschakeld worden.
INSTELLINGEN (BEIDE BEDRIJFSMODUS)
Ophonthoudtijd in het station instellen

De oponthoudtijd in het station wordt ingesteld op de print met de schakelaar "Pause" (pauze) en de regelaar "Wartezeit" (wachtijd).
- Met de rechter schakelaar het bereik van het oonthoud instellen:
- Instelregelaar verdraaien om de oponthoudtijd binnen dit bereik in te stellen.
- Instelregelaar verdraaien om de optrekvertraging na het stoppen in te stellen (1 - 8 seconden)
Optrekken en afremmen instellen
De optrek- en afremvertraging worden met de instelregelaar "Verzogerung" op de print ingesteld. Instelregelaar verdraaien om een grotere of Kleinere optrek- en afremvertraging in te stellen. De beiden vertragingen zich nicht afzonderlijk in te stellen. Opmerking:
- bij de bedrijsmodus 1 "eenvoudig" worden alleen de optrekvertraging ingesteld. Het afremmen volgt.altijd abrupt bij het passeren van de scheidingsrail.
- Nieuwe instellenen van de oponthoudtijd en de optrek- en afremvertraging worden pas werkzaam na het stoppen in het volgende station. Hiervoor hoeft de voedingsspanning Niet uitgeschakeld te worden.
Overbelastingszekering
De pendelautomaat is voorzien van een overbelastingszekering die de automaat beveiligd voor overbelasting en kortsluiting. Als er een stroom van meer dan 3 A stroomt, schakelt de pendelautomaat gedurende 10 seconden uit. Deze schakeling werk越chter alleen als de aangeslotentrafo/rijregelaar minstens 3 A rijstroom kan leveren. Na 10 seconden komt de pendelautomaat weein bedrijf. Als uwtrafo minder dan 3 A levert, spreekt bij een overbelasting of kortsluiting de beveiliging in de LGBtrafo aan.
Maximale rijstroom
Met de pendelautomaat können treinen met een stroomverbruik tot 3 A gezebruikt worden. Loc's met geluid in dubbeltractie of met veel verlichte rijtuigen gebruiken onder bepaalde omstandigheden meer dan 3 A (zie overbelastingszekering).
Minimale rijspanning
De pendelautomaat werkkt alleen als de rijspanning minstens 10 Volt bedraagt.
1 Botsingsbeveiliging bij bedrijfsmodus 2 "voorbeeldgetrouw"
Omtveermiiden dat de trein aan het einde van het spoor op het stooblok botst, kunt u een beveiligingschakeling aan het einde van de beiden sporen inbouwen. Bouw hiervoord dioden (zie pag. 5 bedrijfsmodus 2, alinea 1) in twee extra scheidings-rails (10153, Niet meegeleverd) in. Als de loc over de tweede scheidingsrail rijdt, stopt ze direct.
Opmerking: als de loc na het passeren van de dioden toch doorrijdt,要去en de dioden omgekeerd ingebouwd worden.
2. Instelbare afremvertraging in de bedrijfsmodus "eenvoudig"
In de bedrijfsmodus 1 "eenvoudig" worden de afremvertraging evenals in de bedrijfsmodus 2 "voorbeeldgetrouw" met de instelregelaar ingesteld. Deafremvertraging worden actief zodra de rijtijd afgelopen is. Normalerwijze stopt de trein darüber direct zodra deze de scheidingsrail met de dioden passeert. Dit kan vermeden worden door de rijtijd zo kort in te stellen dat de trein met het afremmen begint voordat de scheidingsrail gesasseerd worden. Om dit goed in te stellen is enig "Fingerspitzengefuhl" nodig.
Opmerking:
- Inplaats van de rijtijd te verminderenkest u ook de snelheid op de rijregelaar een beetje lager instellen (en omgekeerd).Dit maakt een fijnveoelige instellingoodzakelijk en werkdt direct.(langzamerrijden = langere rijtijd en omgekeerd).
- Bij deze instelling is het oponthoud in het station zich kort en nicht instelbaar.
3. Compenseren van de snelheid op dalende trajecten
Als een trein op een bergtraject met de pendelauto-maat 10345 bestuurd worden, rijdt de trein bergafwaarts sneller dan bergopwaarts. Met een eenvoudige schakeling kan de rijspanning bij het bergafwaarts rijden verminder worden. Deze schakeling werk in beiden bedrijfsmodus: "1: eenvoudig" en "2: voorbeeld-getrouw".
- Bouw een extra scheidingsrail ( bijv. 10153) tussende reeds aanwezigesecheidingsrails in
- Schakel enkele dioden (1N5400, nicht meegeleverd) in series in de richting van de afdaling. Voor elke diode in de rij daalt de rijspanning met 0,7 - 1 Volt.
- Schakel een enkele diode in tegengestelde richting (bergopwaarts) parallel aan de in seriesgeschakelde dioden. De trein rijdt nu met de normale snelheid bergopwaarts en bij het terugrijden langzaam
bergafwaarts.
Opmerking: bij de bedrijfsmodus 1 "eenvoudig" kunt u voor elke scheidingrail een dergelijkke langzaam rijden traject inbouwen om een stapsgewijs afremmen möglich te make.
Bedrijfsmodus 2, met botsbeveiliging
Bedrijfsmodus 2, voorbeeldgetrouw