LGB 10345 - Modelbouw

10345 - Modelbouw LGB - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis 10345 LGB in PDF-formaat.

📄 44 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice LGB 10345 - page 22
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Español ES Italiano IT Nederlands NL

Gebruikersvragen over 10345 LGB

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Modelbouw in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 10345 - LGB en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 10345 van het merk LGB.

GEBRUIKSAANWIJZING 10345 LGB

  • Twee bedrijfsmogelijkheden - “eenvoudig” met instelbare optrekvertraging - “voorbeeldgetrouw” met instelbare optrek- en afremvertraging
  • Instelbare wachttijd op de stations
  • Instelbare optrekvertraging
  • Overbelasting en kortsluit beveiliging Inhoud van de verpakking:
  • 1 stootblok met elektronica
  • 2 scheidingsrails met gemonteerde dioden
  • 1 blauw/rode aansluitkabel
  • 1 blauw/rode aansluitkabel van de rijregelaar naar het stootblok Let op! Dit product kan niet gebruikt worden bij het LGB-meertreinen systeem. Locomotieven met een de- coder kunnen echter wel met de pendelautomaat en een analoge LGB-trafo /rijregelaar gebruikt worden. Bediening PAS OP! Let er op dat in beide stations een voldoende lange remweg beschikbaar is, dit om ongelukken te vermijden. Als u de rijsnelheid van de trein of de instellingen van de pendelautomaat wijzigt, kan de noodzakelijke remweg veranderen. Zo hebben sneller rijdende treinen een langere remweg nodig. Bedrijfsmodus In het stootblok bevindt zich een printplaat met twee schakelaars en twee instelregelaars (potentiometer). Om de schakelaars in te stellen draait u het stootblok om. De schakelaar “Mode” dient voor het instellen van de bedrijfsmodus: Bedrijfsmodus 1 ( fabrieksinstelling): “eenvoudig” met instelbare optrekvertraging en ab- rupt afremmen. In deze modus kan de pendelautomaat 10345 de oudere LGB-pendelautomaten ( 80090, 0090) vervangen.23 Bedrijfsmodus 2 “met voorbeeldgetrouw afremmen”: Met instelbare optrek- en afremvertraging. Let op! Een nieuwe bedrijfsmodus wordt pas actief als de voedingspanning minstens 15 seconden lang uitgeschakeld is. Opmerking: de railreinigingsloc 20670 kan op het pen- deltraject niet als reinigingsloc gebruikt worden. Bedrijfsmodus 1 (“EENVOUDIG”) Voorbereiding

1. bij beide stations in het inrijdspoor een scheidings-

2. met de blauw/rode rail-aansluitkabel de aansluiting

“bl” (blauw) en “rt” (rood) op de uitgang “A” op de printplaat aan de rails aansluiten.

3. de andere aansluitkabel op de aansluiting “bl”

(blauw) en “rt” (rood) aan de uitgang “Power” op de printplaat en op de gelijkstroomaansluiting van een LGB-rijregelaar of regeltrafo aansluiten.

4. netstekker van de trafo in de wandcontactdoos

steken. Bediening Trein op het vrije traject tussen de stations plaatsen. Rijregelaar/regeltrafo naar de middenstand draaien. Na een korte pauze gaat de trein rijden. Als de trein het station bereikt en over de scheidingsrail rijdt, stopt de trein. Na het aflopen van de ingestelde wacht- tijd trekt de trein langzaam op in de tegengestelde richting en rijdt naar het andere station. De trein blijft pendelen tussen de beide stations tot de rijstroom uitgeschakeld wordt. Bedrijfsmodus 2 (“VOORBEELDGETROUW AFREMMEN”) Voorbereiding Opmerking: voor het opbouwen van deze bedrijfsmo- dus heeft men twee draden nodig (bijv. LGB 50220) om de scheidingsrails aan te sluiten.

1. schroeven aan de rails lossen en de dioden er

uittrekken. Bij beide stations in het inrijdspoor een scheidingsrail aanbrengen. De onderbroken railsta- ven van de beide scheidingsrails mogen niet aan dezelfde spoorstaafzijde liggen. De afstand tussen de scheidingsrails moet langer zijn dan de trein.

2. aansluiting “sw” (zwart) en “ws” (wit) van de

printplaat op de scheidingsrails aansluiten. De schroeven op de scheidingsrails lossen en de draad tussen de schroef en de railstaaf vastklem- men.

3. met de blauw/rode rail aansluitkabel de aansluitin-

gen “bl” (blauw) en “rt” (rood) op de uitgangen op de printplaat verbinden met de rails.24

4. met de tweede kabel de aansluitingen “bl” (blauw)

en “rt” (rood) aan de uitgang “Power” op de printplaat en op de gelijkstroomaansluiting van een LGB-rijregelaar of regeltrafo aansluiten.

5. netstekker van de trafo in de wandcontactdoos

steken. Bediening Trein op het vrije traject tussen de stations plaatsen. Rijregelaar/regeltrafo naar de middenstand draaien. Na een korte pauze gaat de trein rijden. Als de trein het station bereikt en over de scheidingsrail rijdt, remt de trein af en stopt. Na het aflopen van de ingestelde wachttijd trekt de trein langzaam op in de tegenge- stelde richting en rijdt naar het andere station. De trein blijft pendelen tussen de beide stations tot de rijstroom uitgeschakeld wordt. INSTELLINGEN (BEIDE BEDRIJFSMODUS) Oponthoudtijd in het station instellen De oponthoudtijd in het station wordt ingesteld op de print met de schakelaar “Pause” (pauze) en de regelaar “Wartezeit” (wachttijd).

  • Met de rechter schakelaar het bereik van het oponthoud instellen: “kurz” kort ( ca. 2 – 60 seconden) “lang” lang (ca 1 – 8 minuten).
  • Instelregelaar verdraaien om de oponthoudtijd binnen dit bereik in te stellen.
  • Instelregelaar verdraaien om de optrekvertraging na het stoppen in te stellen ( 1 – 8 seconden) Beschl. Wartezeit Zeitwert Mode 1 kurz 2 lang25 Optrekken en afremmen instellen De optrek- en afremvertraging wordt met de instelregelaar “Verzögerung” op de print ingesteld. Instelregelaar verdraaien om een grotere of kleinere optrek- en afremvertraging in te stellen. De beide vertragingen zijn niet afzonderlijk in te stellen. Opmerking:
  • bij de bedrijfsmodus 1 “eenvoudig” wordt alleen de optrekvertraging ingesteld. Het afremmen volgt altijd abrupt bij het passeren van de scheidingsrail.
  • Nieuwe instellingen van de oponthoudtijd en de op- trek- en afremvertraging worden pas werkzaam na het stoppen in het volgende station. Hiervoor hoeft de voedingsspanning niet uitgeschakeld te worden. Overbelastingszekering De pendelautomaat is voorzien van een overbelasting- szekering die de automaat beveiligd voor overbela- sting en kortsluiting. Als er een stroom van meer dan 3 A stroomt, schakelt de pendelautomaat gedurende 10 seconden uit. Deze schakeling werkt echter alleen als de aangesloten trafo/rijregelaar minstens 3 A rijstroom kan leveren. Na 10 seconden komt de pende- lautomaat weer in bedrijf. Als uw trafo minder dan 3 A levert, spreekt bij een overbelasting of kortsluiting de beveiliging in de LGB trafo aan. Maximale rijstroom Met de pendelautomaat kunnen treinen met een stroomverbruik tot 3 A gebruikt worden. Loc’s met geluid in dubbeltractie of met veel verlichte rijtuigen gebruiken onder bepaalde omstandigheden meer dan 3 A ( zie overbelastingszekering). Minimale rijspanning De pendelautomaat werkt alleen als de rijspanning minstens 10 Volt bedraagt.26 1 Botsingsbeveiliging bij bedrijfsmodus 2 “voorbeeldgetrouw” Om te vermijden dat de trein aan het einde van het spoor op het stootblok botst, kunt u een beveili- gingschakeling aan het einde van de beide sporen inbouwen. Bouw hiervoor de dioden ( zie pag. 5 bedrijfsmodus 2, alinea 1) in twee extra scheidings- rails (10153, niet meegeleverd) in. Als de loc over de tweede scheidingsrail rijdt, stopt ze direct. Opmerking: als de loc na het passeren van de dioden toch doorrijdt, moeten de dioden omgekeerd ingebou- wd worden.

2. Instelbare afremvertraging in de bedrijfsmodus

“eenvoudig” In de bedrijfsmodus 1 “ eenvoudig” wordt de afrem- vertraging evenals in de bedrijfsmodus 2 “voorbe- eldgetrouw” met de instelregelaar ingesteld. De afremvertraging wordt actief zodra de rijtijd afgelopen is. Normalerwijze stopt de trein echter direct zodra deze de scheidingsrail met de dioden passeert. Dit kan vermeden worden door de rijtijd zo kort in te stellen dat de trein met het afremmen begint voordat de scheidingsrail gepasseerd wordt. Om dit goed in te stellen is enig “Fingerspitzengefühl” nodig. Opmerking:

  • In plaats van de rijtijd te verminderen kunt u ook de snelheid op de rijregelaar een beetje lager instellen (en omgekeerd). Dit maakt een fijngevoelige instel- ling noodzakelijk en werkt direct. (langzamer rijden = langere rijtijd en omgekeerd).
  • Bij deze instelling is het oponthoud in het station zeer kort en niet instelbaar.

3. Compenseren van de snelheid op dalende trajecten

Als een trein op een bergtraject met de pendelauto- maat 10345 bestuurd wordt, rijdt de trein bergafwaarts sneller dan bergopwaarts. Met een eenvoudige schakeling kan de rijspanning bij het bergafwaarts rijden verminderd worden. Deze schakeling werkt in beide bedrijfsmodus: “1: eenvoudig” en “2: voorbeeld- getrouw”.

  • Bouw een extra scheidingsrail ( bijv. 10153) tussen de reeds aanwezige scheidingsrails in
  • Schakel enkele dioden ( 1N5400, niet meegeleverd) in serie in de richting van de afdaling. Voor elke diode in de rij daalt de rijspanning met 0,7 – 1 Volt.
  • Schakel een enkele diode in tegengestelde richting ( bergopwaarts) parallel aan de in seriegescha- kelde dioden. De trein rijdt nu met de normale snel- heid bergopwaarts en bij het terugrijden langzaam27 bergafwaarts. Opmerking: bij de bedrijfsmodus 1 “eenvoudig” kunt u voor elke scheidingrail een dergelijke langzaam rijden traject inbouwen om een stapsgewijs afremmen mogelijk te maken.28 Con el automatismo de tren lanzadera 10345 puede crear un servicio de tren lanzadera automatizado entre dos estaciones. El automatismo de tren lanzadera dispone de:
Handleidingassistent
Powered by Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : LGB

Model : 10345

Categorie : Modelbouw