TSV 60 K - Zaag FESTOOL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis TSV 60 K FESTOOL in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over TSV 60 K FESTOOL
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TSV 60 K - FESTOOL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TSV 60 K van het merk FESTOOL.
GEBRUIKSAANWIJZING TSV 60 K FESTOOL
nl Originele gebruiksaanwijzing - Inval-cirkelzaagmachine 84
sv Originele gebruiksaanwijzing - Inval-cirkelzaagmachine 99
1 Symbolen....84
2 Veiligheidsvoorschriften.... 84
3 Gebruik volgens de voorschriften....88
4 Technische gegevens....88
5 Apparaatcomponenten....89
6 Ingebruikneming....89
7 Instellingen hoofdaggregaat....90
8 Instellingen voorritser.... 92
9 Werken met het elektrische gereedschap.... 93
10 KickbackStop....95
11 Onderhoud en verzorging....96
12 Accessoires.... 97
13 Milieu....98
14 Algemene aanwijzingen.... 98
1 Symbolen

Waarschuwing voor algemeen gevaar

Waarschuwing voor elektrische schok

Lees de gebruiksaanwijzing en veiligheidsvoorschriften!

Draag gehoorbescherming!

Draag veiligheidshandschoenen bij het wisselen van gereedschap.

Draag een zuurstofmasker!

Draag een veiligheidsbril!

Stekker uit het stopcontact trekken

Netkabel loskoppelen

Netkabel aansluiten

Draairichting van de zaag en het zaagblad

KickbackStop-functie

Elektrodynamisch uitloopremsysteem

Niet met het huisvuil meegeven.

Apparaat bevat een chip voor de opslag van gegevens. zie hoofdstuk 14.1

CE-markering: Bevestigt de conformiteit van het elektrische gereedschap met de richtlijnen van de Europese Unie.

Handelingsinstructie

Tip, aanwijzing

Beveiligingsklasse II
2 Veiligheidsvoorschriften
2.1 Algemene veiligheidsinstructies voor elektrische gereedschappen

WAARSCHUWING! Lees alle veiligheidsvoorschriften en aanwijzingen. Worden
de veiligheidsinstructies en aanwijzingen niet in acht genomen, dan kan dit een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel tot gevolg hebben.
Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen om ze later te kunnen raadplegen.
Het begrip "elektrisch gereedschap" dat in de veiligheidsinstructies gebruikt wordt, heeft betrekking op elektrisch gereedschap met netvoeding (met netsnoer) of elektrisch gereedschap met accuvoeding (zonder netsnoer).
2.2 Machinespecifieke
veiligheidsvoorschriften voor handcirkelzaagmachines
Zaagmethode

Kom met uw handen niet in aagbereik en raak het zaagblad niet Houd met uw tweede hand de extra so of de motorbehuizing vast. Wanneer cirkelzaag vasthoudt met beide han- kunnen ze niet gewond raken door het blad.
- Kom niet met uw handen onder het werkstuk. De beschermkap kan u onder het werkstuk niet beschermen tegen het zaagblad.
- Pas de zaagdiepte aan de dikte van het werkstuk aan. Er moet minder dan een volledige tandhoogte zichtbaar zijn onder het werkstuk.
- Houd het werkstuk dat gezaagd moet worden nooit in de hand of boven uw been vast. Zet het werkstuk vast op een stabiele opname. Het is belangrijk het werkstuk goed te bevestigen, om het gevaar van li-
chaamscontact, beklemming van het zaagblad of controleverlies tot een minimum terug te brengen.
- Houd het elektrische gereedschap aan de geïsoleerde greepvlakken vast als u werkzaamheden uitvoert waarbij het inzetgereedschap verborgen stroomleidingen of de eigen aansluitkabel kan raken. Contact met een spanningvoerende leiding zet ook de metalen onderdelen van het elektrisch gereedschap onder spanning en veroorzaakt een elektrische schok.
- Gebruik bij het in de lengte zagen altijd een aanslag of een geleiding langs een rechte kant. Hierdoor wordt de zaagnauwkeurigheid verbeterd en de kans op be-klemming van het zaagblad verminderd.
- Gebruik altijd zaagbladen die de juiste grootte en een geschikt opnamegat (bijv. ruitvormig of rond) hebben .Zaagbladen die niet bij de montagedelen van de zaag passen, lopen onregelmatig en leiden tot controleverlies.
- Gebruik nooit beschadigde of verkeerde zaagblad-spanflenzen of -schroeven. De zaagblad-spanflenzen en -schroeven zijn speciaal voor uw zaag ontworpen, voor optimale prestaties en gebruiksveiligheid.
Terugslag – oorzaken en bijbehorende veiligheidsinstructies
- Een terugslag is de plotselinge reactie van een hakend, klemmend of verkeerd uitgericht zaagblad, die tot gevolg heeft dat de zaag zich ongecontroleerd van het werkstuk af en in de richting van de gebruiker beweegt
- wanneer het zaagblad zich in de sluitende zaagspleet vasthaakt of klem komt te zitten, raakt het geblokkeerd en wordt het apparaat door de kracht van de motor in de richting van de gebruiker teruggeslagen;
- wordt het zaagblad in de zaagsnede verdraaid of verkeerd uitgericht, dan kunnen de tanden van het achterste zaagbladgebied zich vasthaken in het oppervlak van het werkstuk, waardoor het zaagblad uit de zaagspleet en de zaag in de richting van de gebruiker terugspringt.
Een terugslag is het gevolg van een onjuist of verkeerd gebruik van de zaag. Door passende voorzorgsmaatregelen die hierna worden beschreven, kan dit echter worden voorkomen.
- Houd de zaag met beide handen vast en breng uw armen in zo'n positie dat u de te-
rugslagkrachten kunt opvangen. Blijf altijd aan de zijkant van het zaagblad en breng het zaagblad nooit in één lijn met uw lichaam. Bij een terugslag kan de cirkelzaag naar achteren springen, maar wanneer de juiste maatregelen zijn getroffen kan de gebruiker de terugslagkrachten beheersen.
- Indien het zaagblad klem komt te zitten of u het werk onderbreekt, laat dan de aan-/uit-schakelaar los en houd de zaag in het materiaal rustig tot het zaagblad geheel tot stilstand is gekomen. Probeer zolang het zaagblad zich beweegt nooit om de zaag uit het werkstuk te halen of naar achteren te trekken, anders kan er een te-rugslag plaatsvinden. Bepaal de oorzaak voor het afklemmen van het zaagblad en los deze op.
- Wanneer u een zaag die in het werkstuk steekt weer wilt starten, centreert u het zaagblad in de zaagspleet en controleert u of de zaagtanden niet in het werkstuk zijn blijven haken. Is het zaagblad beklemd geraakt, dan kan het zich bij het opnieuw starten van de zaag uit het werkstuk bewegen of een terugslag veroorzaken.
- Ondersteun grote platen om het risico van een terugslag door een klemmend zaagblad te verminderen. Grote platen kunnen onder het eigen gewicht doorbuigen. Platen dienen aan beide kanten, zowel bij de zaagspleet als bij de rand, te worden gestut.
- Gebruik geen stompe of beschadigde zaagbladen. Zaagbladen met stompe of verkeerd uitgerichte tanden leiden door de te nauwe zaagspleet tot een grotere wrijving, beklemming van het zaagblad en terugslag.
- Draai voor het zagen de zaagdiepte- en zaaghoekinstellingen vast. Wanneer de instellingen tijdens het zagen gewijzigd worden, kan het zaagblad beklemd raken en een terugslag optreden.
- U dient bijzonder voorzichtig te zijn bij het zagen in bestaande wanden of andere niet inkijkbare gedeeltes. Het invallende zaagblad kan bij het zagen in verborgen objecten geblokkeerd raken en een terugslag veroorzaken.
Functie van de beschermkap
- Controleer voor gebruik altijd of de beschermkap goed sluit. Gebruik de zaag
niet wanneer de beschermkap niet vrij bewogen kan worden en niet direct sluit. Klem of bind de beschermkap nooit vast; daardoor zou het zaagblad onbeschermd zijn. Mocht de zaag per ongeluk op de grond vallen, dan kan de beschermkap worden verbogen. Zorg ervoor dat de beschermkap vrij beweegt en bij alle zaaghoeken en -dieptes noch het zaagblad noch andere delen raakt.
- Controleer de toestand en werking van de veer voor de beschermkap. Wanneer de beschermkap en de veer niet foutloos werken, dient onderhoud te worden ge- pleegd aan de zaag alvorens hem te ge- bruiken. Beschadigde delen, plakkerige af- zettingen of ophopingen van spaanders zor- gen ervoor dat er bij de werking van de be- schermkap vertraging optreedt.
- Beveilig bij de „invalzaagsnede“ die niet in een rechte hoek uitgevoerd wordt, de grondplaat van de zaag tegen het zijdelings verschuiven. Verschuiven in zijwaartse richting kan ertoe leiden dat het zaagblad beklemd raakt en een terugslag veroorzaakt.
- Leg de zaag niet op de werkbank of op de grond zonder dat de beschermkap het zaagblad afdekt. Een onbeschermd, nalo-pend zaagblad beweegt de zaag tegen de zaagrichting in en zaagt wat het op zijn weg tegenkomt. Houd hierbij rekening met de nalooptijd van de zaag.
Werking van de aftastnok [1-21] (Kickback-Stop-functie)
- Reinig bij elke zaagbladwisseling de aftasteenheid [5-9] door uitblazen of met een kwast. Een verontreiniging van de aftasteenheid kan de KickbackStop-functie beïnvloeden en daardoor een remming van het zaagblad verhinderen.
- Gebruik de zaag niet met een verbogen af- tastnok. Al een geringe beschadiging kan de remming van het zaagblad vertragen.
2.3 Veiligheidsinstructies voor het voorgemonteerde zaagblad
Toepassing
- Het op het zaagblad aangegeven maxi-mumtoerental mag niet worden overschre-den of het toerentalbereik moet in acht worden genomen.
- Het voorgemonteerde zaagblad is uitsluitend voor het gebruik in cirkelzagen bedoeld.
- Het voorritserzaagblad is uitsluitend voor gebruik in Festool TSV 60 bedoeld. Het is bedoeld voor de bewerking van hout en op hout lijkende materialen en voor de bewerking van kunststoffen in de vorm van een coating of als massief materiaal.
- Bij het uit- en inpakken van het gereedschap alsook bij het hanteren (bijv. inbouw in de machine) uiterst voorzichtig te werk gaan. Verwondingsgevaar door de heel scherpe snijkanten!
- Bij het hanteren van het gereedschap wordt de greepveiligheid van het gereedschap door het dragen van veiligheidshandschoenen verbeterd en de kans op letsel verder verminderd.
- Cirkelzaagbladen die gescheurd zijn, moeten vervangen worden. Reparatie is niet toegestaan.
- Cirkelzaagbladen in composietuitvoering (gesoldeerde zaagtanden), waarvan de zaagtanddikte kleiner is dan 1 mm, mogen niet meer worden gebruikt.
- WAARSCHUWING! Gereedschap met zichtbare scheuren, met stompe of beschadigde snijkanten mogen niet gebruikt worden.
Montage en bevestiging
- Gereedschappen moeten zo zijn opgespannen dat ze bij het gebruik niet loslaten.
- Bij de montage van de gereedschappen moet ervoor worden gezorgd dat het opspannen op de gereedschapsnaaf of op het spanvlak van het gereedschap plaatsvindt en dat de snijvlakken niet met andere onderdelen in aanraking komen.
- Het verlengen van de sleutel of het aan-draaien met behulp van hamerslagen is niet toegestaan.
- De spanvlakken moeten worden gereinigd van verontreinigingen, vet, olie en water.
- Spanschroeven moeten volgens de aanwijzingen van de fabrikant worden aangedraaid.
- Voor de instelling van de boorgatdiameter van cirkelzaagbladen in overeenstemming met de asdiameter van de machine mogen alleen vast ingebrachte ringen, bijv.: ingeperste ringen of ringen die op hun plaats worden gehouden door een lijmverbinding,
worden gebruikt. Het gebruik van losse ringen is niet toegestaan.
- Na een wissel van het zaagblad moeten de instellingen gecontroleerd en eventueel opnieuw ingesteld worden aan de hand van de gebruiksaanwijzing.
Onderhoud en verzorging
- Reparaties en slijpwerkzaamheden mogen alleen door Festool-servicewerkplaatsen of door experts worden uitgevoerd.
- De constructie van het gereedschap mag niet veranderd worden.
- Gereedschap regelmatig ontharsen en reinigen (reinigingsmiddel met pH-waarde tussen 4,5 en 8).
- Stompe snijkanten kunnen bij het spaan- vlak tot een minimale snijdikte van 1 mm worden nageslepen.
- Het voorritserzaagblad is niet naslijpbaar.
- Transport van het gereedschap alleen in een geschikte verpakking - verwondingsgevaar!
2.4 Overige veiligheidsvoorschriften

Draag geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen: Gehoorbescherming, veiligheidsbril, stofmasker bij stofproducerende werkzaamheden.
- Tijdens het werken kunnen schadelijke/giftige stoffen ontstaan (bijv. bij loodhoudende verf, enkele houtsoorten of metalen). Voor de gebruiker van de machine of voor personen die zich in de buurt van de machine bevinden, kan het aanraken of inademen van deze stoffen gevaarlijk zijn. Neem de veiligheidsvoorschriften in acht die in uw land van toepassing zijn.
- Ter bescherming van uw gezondheid een geschikt ademmasker dragen. Zorg in gesloten ruimtes voor voldoende ventilatie en sluit een mobiele stofzuiger aan.
- Dit elektrische gereedschap mag niet worden ingebouwd in een werktafel. Door in-bouw in een zelfgemaakte of door een andere fabrikant aangeboden werktafel kan het elektrische gereedschap onveilig worden en tot ernstige ongevallen leiden.
- Controleer of behuizingsdelen beschadigingen zoals scheurtjes of breuken vertonen. Laat beschadigde onderdelen vóór het
gebruik van het elektrische gereedschap repareren.
- Gebruik geschikte zoekapparaten om verborgen toevoerleidingen op te sporen of raadpleeg het plaatselijke nutsbedrijf. Aontact van inzetgereedschap met een spanningvoerende leiding kan brand veroorzaken of tot een elektrische schok leiden. Beschadiging van een gasleiding kan een explosie veroorzaken. Het penetreren van een waterleiding veroorzaakt materiële schade.
- Elektrische machine niet aan de kabel optillen of dragen.
2.5 Aluminiumbewerking
Bij de bewerking van aluminium dient men zich uit veiligheidsoverwegingen te houden aan de volgende maatregelen:

- Draag een veiligheidsbril!
- Elektrisch gereedschap regelmatig reinigen van stofafzettingen in de motorbehuizing.
- Een aluminium-zaagblad gebruiken.
- Sluit het kijkvenster.
- Voorschakelen van een differentiaal- (FI-, PRCD-) veiligheidsschakelaar.
- Bij het zagen van platen dienen de zaagbladen met petroleum te worden ingesmeerd, dunwandige profielen (tot 3 mm) kunnen zonder smeren worden bewerkt.
2.6 Emissiewaarden
De volgens EN 62841 bepaalde waarden bedragen gewoonlijk:
Geluidsdrukniveau L _PA = 90 dB(A)
Geluidsvermogensniveau L _WA = 101 dB(A)
Onzekerheid K = 3 dB

VOORZICHTIG
Geluid dat bij het werk optreedt Beschadiging van het gehoor
▶ Gehoorbescherming gebruiken.
Trillingsemissiewaarde a_h (vectorsom van drie richtingen) en onzekerheid K bepaald volgens EN 62841:
Zagen van hout a_h < 2.5 m/s^2
$$ K = 1, 5 \mathrm{m} / \mathrm{s} ^ {2} $$
Zagen van metaal
$$ a _ {h} < 2, 5 \mathrm{m} / \mathrm{s} ^ {2} $$
$$ K = 1, 5 \mathrm{m} / \mathrm{s} ^ {2} $$
De aangegeven emissiewaarden (trilling, geluid)
- zijn geschikt om machines te vergelijken,
- om tijdens het gebruik een voorlopige in- schatting van de trillings- en geluidsbelas- ting te maken
- en gelden voor de belangrijkste toepassingen van het elektrische gereedschap.

VOORZICHTIG
Emissiewaarden kunnen van de aangegeven waarden afwijken. Dit hangt af van het gebruik van het gereedschap en de soort van het bewerkte werkstuk.
- De werkelijke belasting tijdens de gehele bedrijfscyclus moet beoordeeld worden.
- Afhankelijk van de werkelijke belasting moeten passende veiligheidsmaatregelen ter bescherming van de bediener worden vastgelegd.
3 Gebruik volgens de voorschriften
Conform de bepalingen zijn de invalcirkelzaag machines bestemd voor het zagen van hout, op hout gelijkende materialen, gips- en cementgebonden vezelstoffen en kunststoffen. Met de door Festool aangeboden speciale zaagbladen voor aluminium kunnen de machines ook voor het zagen van aluminium worden gebruikt.
Er mag geen asbesthoudend materiaal worden bewerkt.
Geen slijp- en schuurschijven gebruiken.

De gebruiker is aansprakelijk bij gebruik dat niet volgens de voorschriften plaats-
vindt.
3.1 Voorritser
De voorritser mag alleen geactiveerd worden in combinatie met de geleiderail en bij de bewerking van
- hout en op hout gelijkend materiaal
- Kunststoffen in de vorm van een coating of als massief materiaal
3.2 Zaagbladen
Er mogen alleen zaagbladen met de volgende gegevens worden gebruikt:
- Zaagbladen conform EN 847-1
- Diameter zaagblad 168 mm
- Zaagbreedte 1,8 mm
- Opnamegat 20 mm
- Stambladdikte 1,2 mm
- Geschikt voor toerentallen tot 9 500 min ^-1
Voor splintervrije zaagsneden zijn volgende zaagbladen in combinatie met de voorritser geschikt:
- Cirkelzaagblad HW 168x1,8x20 WD42
- Cirkelzaagblad HW 168x1,8x20 TF52
Voor de voorritser alleen Festool-zaagbladen met volgende gegevens gebruiken:
- Zaagbladen conform EN 847-1
- Diameter zaagblad 47 mm
- Zaagbreedte 1,9 - 2,5 mm
- Opnamegat 6,35 mm
- Stambladdikte 1,6 mm
- Geschikt voor toerentallen tot 26 000 min ^-1 Festool-zaagbladen voldoen aan de norm EN 847-1.
Zaag alleen materialen die conform de bepalingen voor het betreffende zaagblad bestemd zijn.
| Invalcirkelzaag TSV 60 KEBQ TSV 60 KEB | |
| Netkabel afneembaar (plug it) √ × | |
| Opgenomen vermogen 1 500 W | |
| Toerental | 3 000 - 6 800 min ^-1 |
| Toerental max. (onbelast) | 6 800 min ^-1 |
| Verstek 0° tot 45° | |
| Zaagdiepte bij 0° 0 - 62 mm | |
| Zaagdiepte bij 45° 0 - 45 mm | |
| Zaagbladafmeting 168 x 1,8 x 20 mm | |
Invalcirkelzaag TSV 60 KEBQ TSV 60 KEB
Apparaatafmeting (incl. afzuigaansluiting) (LxBxH) 414 x 180 x 259 mm
Gewicht conform EPTA-procedure 01:2014 (zonder netkabel) 6 kg
Voorritser
| Opgenomen vermogen 190 W | |
| 110 V-variant 150 W | |
| Toerental 22 000 - | 16 000 min ^-1 |
| Toerental max. (onbelast) | 22 000 min ^-1 |
| Zaagdiepte met geleiderail FS aanbevolen | max. 2,0 mm |
| Zaagbreedte 1,95 - 2,5 mm | |
5 Apparaatcomponenten
5.1 Hoofdaggregaat
[1-1] Instelgeleiders
[1-2] Toerentalregeling
[1-3] Toets KickbackStop-functie OFF
[1-4] Status-LED KickbackStop-functie
[1-5] Handgrepen
[1-6] Hendel voor gereedschapswisseling
[1-7] Inschakelblokkering
[1-8] Aan-/uitschakelaar
[1-9] Afzuigaansluiting
[1-10] Draaiknoppen voor hoekinstelling
[1-11] Kabelgeleiding
[1-12] Netkabel
[1-13] Start-/eindpositie zaagbladen (beide zijden)
[1-14] Hendel voor pure voorritsstand
[1-15] Tweedelige schaal voor zaagdiepte-aanslag (met/zonder geleiderail)
[1-16] Instelschroef van de zaagdiepte voor bijgeslepen zaagbladen
[1-17] Zaagdiepteaanslag
[1-18] Hoekschaal
[1-19] Zaagindicatie
[1-20] Kijkvenster/bescherming tegen stof en spanen
[1-21] Aftastnok
[1-22] Beveiligingsdeksel
5.2 Voorritser
[1-23] Toets spindelstop voorritser
[1-24] Stelknop zaagbreedte/zaagdiepte voorritser
[1-25] Stelknop zijdelingse verschuiving voorritser
[1-26] Hendel voorritser activeren/deactive-ren
De vermelde afbeeldingen staan aan het begin en aan het einde van de gebruiksaanwijzing.
Afgebeelde of beschreven accessoires behoren voor een deel niet tot de leveringsomvang.
6 Ingebruikneming

WAARSCHUWING
Ontoelaatbare spanning of frequentie!
Risico van ongevallen
- De netspanning en de frequentie van de stroombron dienen met de gegevens op het typeplaatje overeen te stemmen.
In Noord-Amerika mogen alleen Festool-machines met een spanningsopgave van 120 V / 60 Hz worden gebruikt.
De machine altijd uitschakelen alvorens de netkabel aan te sluiten of uit het stopcontact te trekken!
Alleen geleiderails gebruiken waarvan de splinterbescherming met dit apparaat ingezaagd werden (zie hoofdstuk 12.2).
In leveringstoestand is de voorritser niet uitgelijnd naar het hoofdzaagblad. Vóór het eerste gebruik de voorritser instellen (zie hoofdstuk 8, in de volgorde 8.4/8.5).
6.1 Apparaten met plug it-aansluiting
Geldig voor TSV 60 KEBQ.

VOORZICHTIG
Verhitting van de plug it-aansluiting bij on- volledig vergrendelde bajonetsluiting
Verbrandingsgevaar
- Voor het inschakelen van het elektrisch gereedschap controleren of de bajonetsluiting van de aansluitkabel geheel is gesloten en vergrendeld.
Aansluiten en losmaken van de netkabel [1-12] zie afbeelding [2].
7 Instellingen hoofdaggregaat

WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel, elektrische schokken
- Trek vóór alle werkzaamheden aan de machine altijd de stekker uit het stopcontact!
7.1 Elektronica
Toerentalregeling
Het toerental kan met de stelknop [1-2] trap-loos in het toerentalbereik (zie technische ge-gevens) worden ingesteld. Daardoor kunt u de zaagsnelheid aan het betreffende oppervlak op-timaal aanpassen.
Toerentalstand per materiaal
| Massief hout (hard, zacht) 6 | |
| Spaan- en hardvezelplaten 3 - 6 | |
| Gelaagd hout, meubelplaat, gefineerd en geplastificeerd plaatmateriaal | 6 |
| Laminaat/minerale grondstoffen 4 - 6 | |
| Gips- en cementgebonden spaan- en vezelplaten | 1 - 3 |
| Aluminiumplaten en -profielen tot 15 mm | 4 - 6 |
| Kunststof, vezelversterkte kunststof (GFK), papier en weefsel | 3 - 5 |
| Acrylglas 4 - 5 | |
Beveiliging tegen overbelasting
Bij extreme overbelasting van het apparaat beschermt een elektronische beveiliging tegen overbelasting de motor tegen beschadiging. In dat geval blijft de motor staan en loopt pas weer verder na ontlasting. Voor de heringebruikneming moet men het apparaat weer inschakelen.
Rem
De zaag bezit een elektronische rem. Na het uitschakelen wordt het zaagblad in ca. 2 sec. elektronisch tot stilstand afgeremd.
WAARSCHUWING! De voorritser bezit geen elektronische rem en loopt na uitschakeling van de zaag nog ca. 2 seconden na.
Temperatuurbeveiliging
Bij een te hoge motortemperatuur worden de stroomtoevoer en het toerental gereduceerd. Het elektrische gereedschap draait alleen nog met verminderd vermogen door om een snelle afkoeling door de motorventilatie mogelijk te maken. Na afkoeling komt het elektrisch gereedschap weer automatisch op gang.
7.2 Zaagdiepte instellen
De zaagdiepte kan van 0 - 62 mm op de zaag-diepteaanslag [3-1] ingesteld worden.
Het zaagaggregaat kan nu tot de ingestelde zaagdiepte naar beneden worden gedrukt.

Zaagdiepte zonder geleiderail max. 62 mm

Zaagdiepte met geleiderail FS max. 57 mm
7.3 Zaaghoek instellen
Tussen 0° en 45°
▶ Open de draaiknoppen [4-1].
- Draai het zaagaggregaat in de gewenste zaaghoek [4-2].
▶ Sluit de draaiknoppen [4-1].
De beide standen (0° en 45°) zijn standaard ingesteld en kunnen door de klantenservice worden aangepast.
Schuif bij hoekzaagsneden het kijkvenster [1-20] in de hoogste positie!
7.4 Zaagblad selecteren
Festool-zaagbladen zijn met een gekleurde ring gemarkeerd. De kleur van de ring staat voor het materiaal waarvoor het zaagblad geschikt is. Neem de vereiste zaagbladgegevens in acht (zie hoofdstuk 3.2).
Blauw Aluminium, kunststof


7.5 Zaagblad wisselen [5]
![FESTOOL TSV 60 K - Zaagblad wisselen [5] - 1](/content/2026/04/621351/images/1d6bd079319a121b4c1db2a7fc466c7add8f197d739b65c42d81a63de7269d5b.jpg)
WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel, elektrische schokken
- Trek vóór alle werkzaamheden aan de machine altijd de stekker uit het stopcontact!

VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel door heet en scherp gereedschap
- Geen stomp en defect inzetgereedschap gebruiken.
▶ Veiligheidshandschoenen dragen bij het hanteren van inzetgereedschap.
Het zaagblad uitnemen
▶ Voordat u het zaagblad wisselt, moet u de zaag in de 0°-stand te zetten en de maxima-le zaagdiepte instellen.
▶ Sla de hendel [5-3] tot aan de aanslag om. Hendel alleen bij stilstand van de zaag bedienen!
▶ Druk het zaagaggregaat naar beneden tot het inklikt.
Leg de zaag op de zijkant op een stevige ondergrond. Zaagbladzijde naar boven.
▶ Open de schroef [5-5] met de inbussleutel [5-2].
▶ Verwijder het zaagblad [5-8].
Aftasteenheid reinigen
WAARSCHUWING! Een verontreiniging van de aftasteenheid kan de KickbackStop-functie beinvloeden en daardoor een remming van het zaagblad verhinderen.
▶ Houd het zaagaggregraat aan de greep vast, sluit de hendel [5-3] en druk het zaagag-gregaat geheel naar beneden.
▶ Open de hendel [5-3] opnieuw en laat het zaagaggregaat inklikken.
▶ Reinig de aftasteenheid [5-9] door uitblazen of met een kwast.
Zaagblad plaatsen
WAARSCHUWING! Controleer schroeven en flens op verontreiniging en gebruik alleen scho- ne en onbeschadigde onderdelen!
▶ Houd het zaagaggregaat aan de greep vast en sla de hendel [5-3] tot aan de aanslag om.
▶ Druk het zaagaggregaat naar beneden tot het inklikt.
▶ Breng een nieuw zaagblad aan.
WAARSCHUWING! De draairichting van zaagblad [5-7] en zaag [5-4] moeten overeenkomen! Wordt dit niet in acht genomen, dan kan dit tot ernstig letsel leiden.
▶ Breng de buitenste flens [5-6] zo in, dat de meeneempennen in de uitsparing van de binnenste flens grijpen.
▶ Draai de schroef [5-5] goed vast.
▶ Houd het zaagaggregraat aan de greep vast, sluit de hendel [5-3] en leid het zaagaggre-gaat terug naar boven.
7.6 Afzuiging

WAARSCHUWING
Gevaar voor de gezondheid door stof
▶ Nooit zonder afzuiging werken.
▶ Nationale voorschriften in acht nemen.
- Bij het zagen van kankerverwekkende stoffen altijd een geschikte mobiele stofzuiger volgens de nationale bepalingen aansluiten. Niet de stofopvangzak gebruiken.
Geïntegreerde afzuiging
- Het aansluitstuk [6-2] van de stofopvangzak [6-3] door naar rechts te draaien aan de afzuigaansluiting [6-1] bevestigen.
▶ Voor het leegmaken het aansluitstuk van de stofopvangzak van de afzuigaansluiting verwijderen door het naar links te draaien.
Door verstoppingen in de beschermkap kunnen veiligheidsfuncties beïnvloed worden. Om verstoppingen te vermijden is het daarom beter om met een mobiele stofzuiger met volle afzuigcapaciteit te werken.
Bij het zagen (bijv. van MDF) kan er statische oplading ontstaan. Werk dan met een mobiele stofzuiger en een antistatische afzuigslang.
Festool mobiele stofzuiger
Bij de afzuigaansluiting [6-1] kan een Festool mobiele stofzuiger met een afzuigslangdiameter van 27/32 mm of 36 mm (36 mm vanwege
Nederlands
geringer verstoppingsgevaar aanbevolen) worden aangesloten.
Het aansluitstuk van een afzuigslang ∅ 27 wordt in het hoekstuk [6-4] gestoken. Het aansluitstuk van een afzuigslang ∅ 36 wordt in het hoekstuk [6-4] gestoken.
ATTENTIE! Als er geen antistatische afzuig-slang wordt gebruikt, kan een statische opla-ding ontstaan. De gebruiker kan een elektri-sche schok krijgen, en de elektronica van het elektrische gereedschap kan beschadigd wor-den.
8 Instellingen voorritser

WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel, elektrische schokken
- Trek vóór alle werkzaamheden aan de machine altijd de stekker uit het stopcontact!
8.1 Instelhandeling voorritser
De voorritser moet naar het hoofdzaagblad toe uitgelijnd worden. Het werkresultaat wordt door een groot aantal randvoorwaarden beïnvloed. Controleer daarom de uitlijning van de voorritser vóór het eigenlijke zagen door proefzaagsneden.
- Geleidingsspeling tussen zaag en geleiderail correct instellen (zie hoofdstuk 12.2). Dit is belangrijk voor een nauwkeurige zaagsnede.
▶ De gewenste zaagdiepte van het hoofdzaagblad instellen (zie hoofdstuk 7.2).(Aanbeveling: Om aan de onderzijde van het werkstuk een goede randkwaliteit te realiseren, moet de tandoverstand minstens 12 mm bedragen.)
▶ Proefsnede met geactiveerde voorritser bij geringe voorritsdiepte uitvoeren. - De zijdelingse verschuiving instellen (zie hoofdstuk 8.4) tot de voorritsgroef met de zaagsnede van het hoofdzaagblad in lijn is. Controle door meer proefsneden.
- Zaagbreedte van de voorritsgroef op de zaagbreedte van het hoofdzaagblad instellen (zie hoofdstuk 8.5). Ook hierbij zijn proefsneden dringend noodzakelijk.
- De beide voorgaande zaagsneden herhalen tot het gewenste zaagresultaat wordt behaald.
Beweeg met de proefsneden altijd minstens 20 - 30 cm in het werkstuk. In het begingedeelte van het zagen in de lengterichting kan er een grotere voorritsdiepte en daardoor een bredere voorritsgroef dan in het resterende deel van het werkstuk ontstaan.
8.2 Voorritser activeren/deactiveren [7]
Activeren (ON)
▶ Hendel voorritser activeren/deactive-ren [7-1] tot aan de aanslag naar boven draaien.
Met het induiken van het hoofdaggregaat wordt ook het voorritserzaagblad ingedoken.
Deactiveren (OFF)
▶ Hendel voorritser activeren/deactive-ren [7-1] 90° naar beneden draaien. Het hoofdaggregaat wordt zonder het voorrit-serzaagblad ingedoken.
De oorspronkelijk diepte- of zaagbreedte-instelling blijft bewaard.
8.3 Pure voorritsstand activeren/deactiveren [8]
Activeren
▶ Hendel voor pure voorritsstand [8-1] tot aan de aanslag naar rechts draaien.
Het hoofdzaagblad wordt tegen induiken geblokkeerd.
① Hoofdzaagblad draait bij het voorritsen mee.
Deactiveren
▶ Hendel voor pure voorritsstand [8-1] tot aan de aanslag naar links draaien.
Hoofdzaagblad zaagt met ingestelde zaagdiepte.
8.4 Zijdelingse verschuiving instellen [9]
![FESTOOL TSV 60 K - Zijdelingse verschuiving instellen [9] - 1](/content/2026/04/621351/images/4b3405d224267738a7f2bf89cff9cef4d4cdb316231083c67e8e95d372529ca7.jpg)
De zaagsnede van het voorritserzaagblad moet in het midden ten opzichte
van de zaagsnede van het hoofdzaagblad uitge- lijnd worden.
▶ De zijdelingse verschuiving op de stelknop [9-1] instellen.
Rechtsom draaien (R): De voorritsereenheid beweegt zich weg van de geleiderail.
i Een omdraaiing:
- 0,5 mm axiale weg
i Een vergrendeling:
- 0,025 mm axiale weg
8.5 Zaagbreedte (zaagdiepte) van de voorritser instellen [10]
![FESTOOL TSV 60 K - Zaagbreedte (zaagdiepte) van de voorritser instellen [10] - 1](/content/2026/04/621351/images/c656aff9636a110f67b733207a7d216092abe07e77ed44c520e6360e7b06d805.jpg)
Het voorritserzaagblad heeft een conische zaagtand. Daarom wordt de zaagbreedte door de zaagdiepte gestuurd.
- Zaagbreedte op de stelknop [10-1] instellen.
Rechtsom draaien (+): Zaagbreedte en zaagdiepte nemen toe.
i Eén omdraaiing:
- Wijziging zaagbreedte: 0,32 mm
- Wijziging zaagdiepte: 1,3 mm
i Eén vergrendeling:
- Wijziging zaagbreedte: 0,025 mm
- Wijziging zaagdiepte: 0,1 mm
i Aanbeveling: de zaagbreedte slechts minimaal breder dan de zaagbreedte van het hoofdzaagblad instellen.
8.6 Voorritserzaagblad wisselen [11]
![FESTOOL TSV 60 K - Voorritserzaagblad wisselen [11] - 1](/content/2026/04/621351/images/09b0e124c48ea68a3a1da79449075db506f179fa2ef21648b1bef9907563e4e6.jpg)
WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel, elektrische schokken
- Trek vóór alle werkzaamheden aan de machine altijd de stekker uit het stopcontact!

VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel door heet en scherp gereedschap
- Geen stomp en defect inzetgereedschap gebruiken.
▶ Veiligheidshandschoenen dragen bij het hanteren van inzetgereedschap.
Voorritserzaagblad verwijderen
▶ De voorritser activeren (zie hoofdstuk 8.2).
▶ De hendel voor gereedschapswissel [11-1] tot aan de aanslag omdraaien.
▶ De zaag op de zijkant op een stevige ondergrond leggen. Zaagbladzijde naar boven.
▶ De spindelstop [11-2] indrukken en vasthouden.
De schroef [11-5] met een kleine inbus-sleutel [11-3] openen (linkse schroef-draad).
▶ Het voorritserzaagblad [11-7] verwijderen.
Voorritserzaagblad plaatsen
WAARSCHUWING! Schroef [11-5] op vervuiling controlleren. Alleen schone en onbeschadigde onderdelen gebruiken!
- Nieuw zaagblad plaatsen. Bedrukte zijde naar boven.
WAARSCHUWING! De draairichting van zaagblad [11-6] en zaag [11-4] moeten overeenkomen! Wordt dit niet in acht genomen, dan kan dit tot ernstig letsel leiden.
▶ De spindelstop [11-2] indrukken en vasthouden.
De schroef [11-5] plaatsen en met de kleine inbussleutel [11-3] vastdraaien (linkse schroefdraad).
8.7 Afzuiging bij de voorritser
- Bij werkzaamheden met de voorritser het kijkvenster [1-20] volledig naar onderen schuiven.
Bij de voorritser vrijkomend stof wordt naar de afzuiging geleid.
9 Werken met het elektrische gereedschap

Bij het werken alle aan het begin vermelde veiligheidsvoorschriften en de volgen-gels in acht nemen:
Vóór het begin
- Controleer voor elk gebruik of de aandrijfeenheid met het zaagblad probleemloos en volledig in de uitgangsstand naar boven in de beschermende behuizing terug zwenkt. Gebruik de zaag niet als de bovenste eindpositie niet veiliggesteld is. Klem of fixeer de zwenkbare aandrijfeenheid nooit op een bepaalde zaagdiepte vast. Daardoor zou het zaagblad onbeschermd zijn.
- Controleer voor gebruik altijd of de induik- voorziening functioneert en neem de machine alleen in gebruik wanneer deze functioneert volgens de voorschriften.
- Controleer of het zaagblad goed vastzit.
- Controleer voor elk gebruik van de zaag de KickbackStop-functie (zie hoofdstuk 10.5).
- Verzeker u er vóór aanvang van de werkzaamheden van dat de draaiknop [1-10] stevig is aangedraaid.
- Zorg ervoor dat de afzuigslang en de netkabel over de gehele zaagsnede niet blijft haken, noch aan het werkstuk, noch aan de werkstuksteun of gevaarlijke plaatsen op de vloer.
- Om een beschadiging van de netkabel aan scherpe werkstukranden te vermijden, de netkabel in de kabelgeleider [1-11] han-gen.
Nederlands
- Het werkstuk spanningsvrij en vlak opleggen.
Tijdens het werk
- Bij gebruik zonder geleiderail moet de voorritser beslist gedeactiveerd worden! Bij gebruik zonder geleiderail bestaat het gevaar van een onverwachte beweging voorruit van de zaag. De grotere zaagdiepte op de voorritser leidt tot beschadiging van het werkstuk, en de motor kan overbelast raken.
- Leg de bodemplaat van de zaag bij het werken steeds geheel op.
- Houd het elektrische gereedschap tijdens de werkzaamheden altijd met beide handen vast aan de handgrepen [1-5]. Dit is de voorwaarde voor exact werken en absoluut noodzakelijk voor het induiken. Duik langzaam en gelijkmatig in het werkstuk in.
- Geleid de machine alleen in ingeschakelde toestand tegen een werkstuk.
- Beweeg de zaag altijd naar voren [16-2], en trek hem nooit achteruit naar u toe.
- Voorkom oververhitting van de snijkanten van het zaagblad door de snelheid aan te passen en zorg er bij het zagen van kunststof voor dat dit niet smelt. Hoe harder het te zagen materiaal, des te kleiner moet de voedingssnelheid zijn.
- Leg de zaag niet op de werkbank of op de grond zonder dat de beschermkap het zaagblad compleet afdekt.
9.1 Akoestische waarschuwingssignalen
Akoestische waarschuwingssignalen klinken bij volgende bedrijfsomstandigheden:
Signaal Oorzaak Maatregel
| Piept eenmaal. Apparaat overbe-last | Apparaat minder be-lasten. |
| Piept continu. Voorritser defect | Voorritser deactive-ren. Contact opne-men met de Festool-onderhoudswerk-plaats of uw vakhandel. |
9.2 In-/uitschakelen
De activering van de inschakelblokkering ont-grendelt het invalzaagmechanisme.
▶ Schuif de inschakelblokkering [1-7] naar boven en druk op de aan-/uit-schakelaar [1-9] (drukken = AAN / loslaten = UIT).
Het zaagaggregaat kan naar beneden worden bewogen. Hierbij komt het zaagblad uit de beschermkap.
9.3 Zagen volgens aftekenlijn
De zaagindicatie [12-2] geeft bij 0°- en 45°- zaagsneden (zonder geleiderail) het zaagverloop aan.
9.4 Delen afzagen
De machine met het voorste deel van de zaagtafel op het werkstuk plaatsen, de machine inschakelen, tot de ingestelde zaagdiepte naar beneden drukken en in de zaagrichting naar vo- ren bewegen.
9.5 Delen uitzagen (invallend zagen)
Om bij invallend zagen een terugslag te voorkomen dienen de volgende aanwijzingen beslist in acht te worden genomen:
- Plaats de machine altijd met de achterkant van de zaagtafel tegen een vaste aanslag.
- Zet de machine bij het werken met de geleiderail tegen de terugslagstop FS-RSP (accessoires) [16-4] die op de geleiderail wordt vastgeklemd.
Handelwijze
- Plaats de machine op het werkstuk en zet deze tegen een aanslag (terugslagstop).
▶ Schakel de machine in. - Druk de machine langzaam tot de ingestel-de zaagdiepte omlaag en beweeg deze in de zaagrichting vooruit.
De markeringen [12-1] geven bij maximale zaagdiepte en gebruik van de geleiderail het voorste en achterste zaagpunt van het zaagblad (∅ 168 mm) aan.
Induikzaagsneden met voorritser
In sommige gevallen kan het nodig zijn om eerst met de voorritser te werken (zie hoofdstuk 8.3) en het doorzagen met het hoofdzaagblad in een tweede handeling uit te voeren. Bij het doorzagen met het hoofdzaagblad vervolgens de voorritser deactiveren (zie hoofdstuk 8.2).
9.6 Zagen met voorritser
De voorritser snijdt het oppervlak iets breder dan het hoofdzaagblad voor. Daardoor komt het hoofdzaagblad niet meer in aanraking met het oppervlak en versplinteringen worden verhinderd.

WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel
Bij het zagen met de voorritser ontstaan extreem scherpe snijranden aan het werkstuk. Deze vormen een snijgevaar voor vingers, netkabel etc.
▶ Snijrand niet aanraken.
▶ Netkabel altijd van de snijrand weghouden.

VOORZICHTIG
Letselgevaar door draaiend voorritserzaagblad
Bij een storing van het hoofdaggregaat (bijv. overbelasting) kan het gebeuren dat het hoofdzaagblad stilstaat en het voorritser- zaagblad nog loopt.
- Nooit in het bereik van de zaagbladen grijpen zolang de zaag op het lichtnet is aangesloten.
- Geleiderail aanbrengen en correcte speling instellen.
- De uitlijning van de voorritser vóór het eigenlijke zagen door proefzaagsneden controleren (zie hoofdstuk 8.1).
- Zagen met aanbevolen voedingssnelheid van 2 - 4 m/min. (Bij een 1 m-zaagsnede komt dat overeen met een tijd van ca. 15 - 30 seconden).
① Voor hoogste nauwkeurigheden niet met gekoppelde geleiderails werken.
10 KickbackStop
10.1 KickbackStop-functie

WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel
De KickbackStop-functie garandeert geen volledige bescherming tegen een terugslag.
- Werk altijd geconcentreerd en neem alle veiligheidsinstructies en waarschuwingen in acht.
Een terugslag tijdens het werk kan ertoe leiden dat de zaag onbedoeld opgelicht wordt.
De aftastnok [13-1] herkent bij het werk een onbedoeld oplichten (terugslag) van de zaag van het werkstuk of van een rail en activeert een snelremming van het zaagblad (afbeelding 13A).
Het gevaar van een terugslag wordt daarmee verminderd. Het kan echter niet volledig uitgesloten worden.
Status-LED KickbackStop-functie
Kleur Betekenis
| Groen KickbackStop-functie is actief. | |
| Oranje KickbackStop-functie is gedeactiveerd. | |
| Oranje knippe-rend | KickbackStop-functie is niet actief.De zaag werd gestart voordat de aftastnok op het werkstuk of op een geleiderail werd gedrukt. De bodemplaat van de zaag ligt niet geheel op.Na geheel opleggen van de zaag brandt de LED groen. Als dit niet het geval is, controleer dan de KickbackStop-functie (zie hoofdstuk 10.5) |
| Rood knippe-rend | De KickbackStop-functie werd ge-activeerd. |
10.2 Onbedoeld activeren van de KickbackStop-functie
Bij het werken zonder geleiderail op een ongelijk werkstuk kan de KickbackStop-functie onbedoeld geactiveerd worden (afbeelding 13B). De aftastnok [13-1] tast langs het werkstuk. Bij een verdieping van het werkstuk komt de stand van de aftastnok overeen met de stand bij het oplichten van het werkstuk of van een geleiderail. Daarom wordt dan de KickbackStop-functie geactiveerd. Het kan daarom nodig zijn om zonder KickbackStop-functie te werken (zie hoofdstuk 10.4).
10.3 Handeling na geactiveerde KickbackStop-functie
Geactiveerd door onbedoeld oplichten (terugslag)
- Redenen voor het oplichten vaststellen en verhelpen.
- Apparaat op beschadigingen controleren.
▶ Aftastnok op beschadigingen controleren.
▶ KickbackStop-functie controlleren (zie hoofdstuk 10.5).
Na onbedoeld activeren van de KickbackStopfunctie
▶ De aan-/uitschakelaar loslaten en wachten tot de status-LED KickbackStop-functie niet meer knippert.
Nederlands
▶ Controleren of het inderdaad om een onbedoeld activeren van de KickbackStop-functie ging (zie hoofdstuk 10.2) of toch om een terugslag.
▶ Probeer eerst met actieve KickbackStop-functie verder te werken. Alleen als u zonder rail werkt en uw werkstuk zo ongelijk is dat hierdoor de KickbackStop-functie meer-dere keren geactiveerd zou worden, moet u de KickbackStop-functie deactiveren (zie hoofdstuk 10.4).
10.4 Werken zonder KickbackStop-functie

WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel
Bij gedeactiveerde KickbackStop-functie wordt het zaagblad bij onbedoeld oplichten niet geremd.
▶ Deactiveer de KickbackStop-functie alleen als u zonder rail werkt en uw werkstuk zo ongelijk is dat de KickbackStop-functie meerdere keren onbedoeld geactiveerd zou worden.
KickbackStop-functie deactiveren
▶ Toets KickbackStop-functie OFF indrukken.
▶ Binnen 10 seconden de aan-/uitschakelaar bedienen en vasthouden.
KickbackStop-functie blijft gedeactiveerd tot aan het volgende loslaten van de aan-/uitschakelaar.
i KickbackStop-functie kan alleen vóór het inschakelen van de zaag gedeactiveerd worden.
10.5 KickbackStop-functie controlleren

WAARSCHUWING
Letselgevaar door uitstekend zaagblad.
▶ Functiecontrole op geleiderail uitvoeren.
▶ Vóór de functiecontrole:
- Zaagblad demonteren,
- Voorritser deactiveren,
- Zaagdiepte op 0 mm (FS) instellen.
▶ Zaagdiepte op 0 mm (FS) instellen.
▶ Apparaat op geleiderail zetten.
▶ Apparaat inschakelen.
▶ Toets KickbackStop-functie OFF binnen 5 seconden 4 keer op een afstand van minstens 0,5 seconden indrukken.
Status-LED KickbackStop-functie knippert af-wisselend rood en groen.
▶ Binnen 15 seconden
▶ Zaagaggregaat omlaag drukken.
- Apparaat aan de achterzijde optillen en weer neerlaten.
Signaal klinkt, status-LED brandt groen. KickbackStop-functie werkt foutloos.
Als er geen signaal klinkt en de status-LED wordt niet groen, dan werkt de KickbackStopfunctie niet foutloos.
▶ Controleren of de functietest correct werd uitgevoerd.
- Aftasteenheid achter het zaagblad reinigen (zie zaagblad wisselen).
Als de functietest nog steeds niet succesvol is, mag het apparaat niet meer gebruikt worden. Neem contact op met de servicewerkplaats van Festool.
11 Onderhoud en verzorging


WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel, elektrische schokken
- Vóór alle onderhouds- en reinigingswerkzaamheden de stekker altijd uit het stopcontact trekken!
▶ Alle onderhouds- en reparatiewerkzaamheden waarvoor het vereist is om de behuizing te openen, mogen alleen in een geautoriseerde onderhoudswerkplaats worden uitgevoerd.

Klantenservice en reparatie alleen door fabrikant of door servicewerkplaatsen. Adres bij u in de buurt op: www.festool.nl/service

Alleen originele Festool-reserveonderdelen gebruiken! Bestelnr. op: www.festool.nl/service
De volgende aanwijzingen in acht nemen:
▶ Beschadigde beveiligingsinrichtingen en onderdelen, bijv. een defecte hendel voor de gereedschapswisseling [1-6], moeten op deskundige wijze in een erkende en gespecialiseerde werkplaats gerepareerd en vervangen worden, voor zover niets anders in de gebruiksaanwijzing aangegeven is.
- Controleer toestand en probleemloze werking van de terughaalveer die de gehele aandrijfeenheid in de bovenste beveiligde eindpositie drukt.
- Zorg ervoor dat de koelluchtopeningen in de motorbehuizing altijd vrij en schoon zijn om de luchtcirculatie te waarborgen.
- Om splinters en spanen uit het elektrische gereedschap te verwijderen, dienen alle openingen te worden schoongezogen. Open nooit de beschermende kap [1-22].
- Bij werkzaamheden met gips- en cementgebonden vezelplaten het apparaat bijzonder grondig reinigen. Reinig de ventilatieopeningen van het elektrische gereedschap en de aan-/uit-schakelaar met droge en olievrije perslucht. Anders kan zich gips-houdend stof in de behuizing van het elektrische gereedschap en op de aan-/uitschakelaar afzetten en in verbinding met luchtvochtigheid uitharden. Dat kan tot na-delige beïnvloeding van het schakelmechanisme leiden.
11.1 Bijgeslepen zaagbladen
Met behulp van de instelschroef [14-1] kan de zaagdiepte van bijgeslepen zaagbladen nauwkeurig worden ingesteld.
▶ Stel de zaagdiepteaanslag [14-2] in op 0 mm (met geleiderail).
- Ontgrendel het zaagaggregaat en druk het tot aan de aanslag omlaag.
▶ Schroef de instelschroef [14-1]zover naar binnen, tot het zaagblad het werkstuk raakt.
① Het voorritserzaagblad is niet naslijpbaar, omdat het een diamanttand bezit.
11.2 Zaagtafel wankelt
Bij de instelling van de zaaghoek moet de zaagtafel op een plat vlak staan.
- Wankelt de zaagtafel, dan moet de instelling opnieuw uitgevoerd worden.
11.3 Hoekschaal uitrichten
Zie afbeelding 15.
12 Accessoires
Alleen door Festool toegelaten accessoires en verbruiksmateriaal gebruiken. Zie Festool-catalogus of www.festool.nl.
Door gebruik van andere accessoires en verbruiksmateriaal kan het elektrisch gereedschap onzeker worden, hetgeen tot ernstige ongelukken kan leiden.
Naast de beschreven toebehoren biedt Festool nog uitgebreide systeem-accessoires aan, waarmee u uw machine op veel manieren en effectief kunt gebruiken, bijv.:
• Terugslagstop FS-RSP
• Hoekaanslag FS-WA en FS-WA/90°
- Mobiele zaag- en werktafel STM 1800
• Multifunctionele tafel MFT/3
12.1 Zaagbladen, overige accessoires
Om uiteenlopend materiaal snel en zuiver te kunnen zagen biedt Festool voor alle werkzaamheden zaagbladen aan die speciaal op Festool zagen zijn afgestemd.
12.2 Geleidesysteem
De geleiderail maakt precieze, zuivere zaagsneden mogelijk en beschermt tegelijkertijd het oppervlak van het werkstuk tegen beschadiging.
In combinatie met de omvangrijke accessoires kunnen met het geleidesysteem exacte hoekzaagsneden, verstekzaagsneden en inpaswerkzaamheden worden uitgevoerd. De bevestigingsmogelijkheid met behulp van lijmklemmen [16-5] zorgt voor een stevig houvast en voor veilig werken.
▶ Speling van de zaagtafel op de geleiderail met de beide instelgeleiders [16-1] instellen.
Zaag voor het eerste gebruik van de geleiderail de splinterbescherming [16-3] in:
- Zet het toerental van de machine op stand 6.
- Plaats de machine met de gehele geleideplaat aan het achtereinde van de geleiderail.
▶ Schakel de machine in. - Druk de machine langzaam tot de max. ingestelde zaagdiepte omlaag en zaag de splinterbescherming zonder onderbreking over de gehele lengte aan.
De rand van de splinterbescherming komt nu precies overeen met de snijrand.
Leg de geleiderail voor het inzagen van de splinterbescherming op een stuk afvalhout.
De TSV 60 zaagt de splinterbescherming verder naar buiten in dan een andere Festool-invalcirkelzaag. Daarom de splinterbescherming altijd met de zaag inzagen waarmee de geleiderail moet worden gebruikt.
Splinterbescherming met voorritser
Bij het zagen met voorritser dient de splinterbescherming als pure zaagindicatie. Er mag niet zonder splinterbescherming gezaagd worden, omdat anders de geleiderail niet zuiver erop ligt en er geen goede werkresultaten behaald kunnen worden.
12.3 Afkortrail
De afkortrail is conform de bepalingen geschikt voor het zagen van hout en plaatmateriaal.
De afkortrail maakt precieze en schone sneden mogelijk, met name hoekzaagsneden kunnen eenvoudig en telkens opnieuw worden uitgevoerd. De zaag beweegt na het zagen automatisch terug in de uitgangspositie.
Neem de gebruiksaanwijzing van de afkortrail FSK in acht.
13 Milieu

Geef het apparaat niet met het huisvuil mee! Voer de apparaten, accessoires en verpakkingen op milieuvriendelijke wijze af. Neem de geldende nationale voorschriften in acht.
Volgens de Europese richtlijn inzake gebruikte elektrische en elektronische apparaten en de omzetting hiervan in de nationale wetgeving dienen oude elektrische apparaten gescheiden te worden ingezameld en op milieuvriendelijke wijze te worden afgevoerd.
Informatie over de inzamelpunten voor een correcte verwijdering is onder www.festool.nl/recycling in te zien.
Informatie voor REACH: www.festool.nl/reach
14 Algemene aanwijzingen
14.1 Informatie over gegevensbeveiliging
Het elektrische gereedschap bevat een chip voor de automatische opslag van machine- en gebruiksgegevens. De opgeslagen gegevens hebben geen betrekking op personen.
De gegevens kunnen met speciale apparaten contactloos uitgelezen worden en worden door Festool uitsluitend gebruikt voor de storingsdiagnose, reparatie- en garantieafwikkeling alsmede voor de verbetering van de kwaliteit of de verdere ontwikkeling van het elektrische gereedschap. Zonder uitdrukkelijke toestemming van de klant worden de gegevens niet voor andere doeleinden gebruikt.